Zou het de leeftijd zijn? Ik weet het niet, maar ik heb er
wel behoorlijk last van. Neem nu de voetbalmatch van Anderlecht tegen Limassol
onlangs. Er was verder niets op TV dat de moeite waard leek, dus toch maar even
kijken. Het belang van die match was dagen van tevoren al opgeklopt tot
waanzinnige hoogten, de spanning zat er dus goed in. Anderlecht moest winnen na
een dwaze uitnederlaag tegen een nogal onbenullige tegenstander.

Na drie minuten voelde ik al dat het niet pluis zat. Ik bewoog
met het spel mee in mijn zetel. Als de aanval van rechts naar links trok,
leunde ik gaandeweg mee naar links naarmate het spel het doel naderde; liep de
bal naar rechts, dan voelde ik me onweerstaanbaar naar rechts getrokken, als
wou ik door mijn eigen lichaamsbeweging kracht bijzetten aan de aanval. Het was
een beetje zoals sommige chauffeurs en de meeste passagiers in een auto, die met
hun hele lijf mee remmen en mee optrekken en mee de bochten nemen.
Bovendien voelde ik mijn hartslag omhoog gaan, zelfs wanneer
er op het veld niets noemenswaardig gebeurde. Het was de spanning rond de
gebeurtenis die het hem deed, het belang en de inzet van de wedstrijd.
Ik heb dan maar voor een rustig stukje muziek gekozen en het
hele zaakje aan mij laten voorbijgaan. Pas ’s anderendaags heb ik toevallig
vernomen dat Anderlecht gewonnen had met het nodige verschil, zodat ze kunnen
doorgaan in de Champions League.
Voetbalwedstrijden zijn er om geanalyseerd te worden,
vooraf, tijdens en erna. Laten we dat ook eens doen.
Vooreerst de inzet, die deze match zo belangrijk maakte. Als
Anderlecht verloor, mocht het niet deelnemen aan de groepsfase van de Champions League. Ik geef grif toe dat
ik er geen flauw idee van heb wat dat concreet betekent, behalve dat volgens de
nieuwsberichten in dat geval de club een startgeld van vijftien miljoen euro
zou missen. Nu kan ik me voorstellen dat een dergelijke som zelfs voor een club
als Anderlecht geen kattenpis is. Maar wat heb ik daarmee te maken? Ik ben geen
fan van die club, ik heb er geen enkele affiniteit mee, eerlijk gezegd kan
Anderlecht me gestolen worden. Of ze eerste staan of laatste, in de hoogste
afdeling spelen of in vierde provinciale, het maakt me niets uit. Het is een grote
commerciële onderneming in de entertainment business, punt uit. Bovendien is
het een vorm van ontspanning die me helemaal niet interesseert. Ik ga nooit naar
het voetbal kijken en ook op TV stem ik er zelden op af. Ik praat met vrienden
en kennissen nooit over het voetbal.
En toch was ik gespannen, nerveus, kreeg ik hartkloppingen.
Nu ik erbij stilsta, besef ik dat die hevige gevoelens
sterker zijn dan mezelf. Ze komen spontaan op en ik kan ze niet onderdrukken.
En dan had ik het ineens door: ook andere mensen ervaren die hevige emoties.
Maar in plaats van af te haken, geven ze eraan toe. Ze laten zich opzwepen,
gaan op in de match, worden erdoor meegesleept, zwalpen op en neer met de
golven van angst en euforie die het spel bij hen oproept bij elke uitgespeelde
of gefaalde kans, bij elke aanval, elke bedreiging van het eigen doel.
Dat is waarom het gaat in zo’n voetbalmatch. En deze match
was niet zomaar een doordeweekse aangelegenheid, waarvan het resultaat pas op
het einde van het seizoen wordt afgerekend. Nee, het was erop of eronder, alles
of niets. Of zo werd het toch voorgesteld. En dus was het een spannende match, niet
het minst door het risico op een onverwachte tegengoal die de lat onmiddellijk
veel hoger zou leggen, enzovoort. En Anderlecht kwam maar niet tot scoren,
tachtig eindeloze minuten lang, wat de spanning steeds meer deed stijgen tot
een bijna ondraaglijk niveau. En dan kwam de ontknoping in een spectaculaire ontlading
van extatische vreugde bij iedereen, ook bij de vele duizenden die de match
hadden gevolgd, in het stadion of thuis. En er werd gedronken en gedanst en
gefeest tot in de kleine uurtjes.
Die emoties zijn niet ongewoon, ze zijn normaal.
Honderdduizenden, ja miljoenen mensen leveren zich elke week over aan dat spel.
Ze beleven de spanningen die normaal enkel de spelers en de clubbonzen voelen
op een plaatsvervangende manier, alsof hun leven er van afhing, hun wedde, hun
bonus, hun blijdschap of ongeluk, terwijl ze er in feite niets mee te maken
hebben. Ze betalen om te mogen gaan kijken, maar vooral om te mogen mee opgaan
in het spel, om hun emoties te mogen botvieren. Het is iets dat aanspreekt, het
werkt, anders was het voetbal niet de miljardenbusiness die het is. De media doen
er volop aan mee en pikken hun graantje mee van de commercie.
Mensen hebben veel over voor hun voetbal, zeer veel. De
mensheid heeft veel over voor haar voetbal, zeer veel tijd, energie en
financiële middelen. En het voetbal is maar één van de vele aspecten van ons
tijdverdrijf, van ons omgaan met onze emoties. We zijn blijkbaar ten minste zo
veel bezig met onze emoties als met de andere aspecten van ons leven, zoals
werken of slapen.
Er is dus niets verkeerds mee. Blijkbaar hebben wij behoefte
aan een emotioneel leven en beantwoordt voetbal, zoals talloze andere vormen
van ontspanning, aan die behoefte. En toch heb ik daar mijn bedenkingen bij;
het tegendeel zou u trouwens verwonderen, lieve lezers.

Zie je, die emoties zijn er voor een reden en die reden is
niet het voetbal. Onze emoties hebben een functie. Zij vervullen een rol in ons
samenleven met anderen. Ze maken het mogelijk dat wij onszelf in stand houden
in een complexe maatschappij, waarin wij op ontelbare manieren samenwerken met
anderen, tot voordeel van iedereen. Maar zoals alle andere aspecten van ons
mens-zijn, kunnen we ook die emoties oneigenlijk gebruiken. Honger is een
signaal van ons lichaam dat het voedsel nodig heeft; dorst wijst op het gevaar
van uitdroging enzovoort. Woede is een reactie op een of andere vorm van
agressie, blijdschap is een reactie op iets dat goed is voor ons enzovoort.
Maar wij eten ook als we geen honger hebben en we eten niet zozeer om onze
honger te stillen als om onze smaakpapillen te plezieren; we drinken vaak veel
meer dan nodig en duidelijk niet om onze dorst te lessen.
Op de zelfde manier gebruiken we onze emoties niet alleen
voor de situaties waarin wij ons meestal bevinden in de maatschappij: we creëren
speciale omstandigheden waarin onze emoties op een artificiële manier worden
aangesproken: we gaan op een rollerbaan zitten, we beklimmen moeilijke bergen,
we doen aan diepzeeduiken en we gaan naar het voetbal kijken. Zoals we meer aan
seks doen dan nodig voor de voortplanting, spelen we ook met onze emoties omdat
die er nu eenmaal zijn. We houden van opwinding en van de tegenstellingen
tussen vreugde en verdriet en de spanningen die dat met zich meebrengt. En dus
creëren wij situaties, of laten anderen die voor ons creëren, waarin onze primaire
emoties sterk worden aangesproken.

Theater is daarvan een goed voorbeeld. De auteur van het
stuk, de regisseur, de acteurs en alle andere betrokkenen zijn erop uit om onze
emoties een goede beurt te geven. Ze maken daarbij gebruik van alle mogelijke
middelen, soms op de meest cynische manier. Maar we malen er niet om, we gaan naar
het theater om ons te laten misleiden en hoe beter dat het lukt, hoe liever we
het hebben. Net zo met film.
Met de (kijk)sport is het anders. Daar hebben we de
verwachting en de indruk dat het geen theater is, maar echt. Dat er geen
spelletjes gespeeld worden met ons, maar dat het om een echte wedstrijd gaat,
waarin de tegenstanders op een eerlijke manier met elkaar en dus met ons
omgaan. Als het allemaal afgesproken spel zou zijn, dan gingen we niet kijken.
Het is daarom dat heruitzendingen van wedstrijden zo weinig succes hebben: als
we de uitslag al weten, is er niks meer aan. Om dezelfde reden is omkoperij de
zwaarste overtreding van het sportethos die je kan bedenken. We hebben de
spanning over de (eerlijke) afloop nodig. Het gaat er dus niet om hoe mooi een
wedstrijd is, maar hoe spannend en wie er wint en hoe.
En zo kom ik tot mijn bedenkingen.
Vooreerst meen ik dat het beter is om je emoties te
gebruiken voor het datgene waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk de omgang met de
anderen. Het oneigenlijk gebruik, zoals bij het beoefenen van (gevaarlijke)
sporten, is voor mij altijd min of meer verdacht en bedenkelijk. Natuurlijk
geeft het jou een kick als je gaat skiën, zeker buiten de pistes, of als je een
steile bergwand beklimt en eindelijk op de top staat. Maar dan ben je met je
emoties aan het spelen, zoals je ook met je genitaliën kunt spelen. Wij mensen
kunnen dat en we doen het volop en met veel plezier. Maar zowel uit de praktijk
als met een beetje gezond verstand kunnen we leren dat het oneigenlijk gebruik
van het een zowel als van het ander uiteindelijk onbevredigend is.
Het meest genieten we van een koel glas water als we echt
dorst hebben. De duurste gerechten moeten het afleggen tegen een boterham uit
het vuistje als je echt honger hebt.
Zo is het ook met onze emoties. Ongetwijfeld waren de fans
uitgelaten toen Anderlecht had gewonnen, maar wat hebben ze daar uiteindelijk
aan? Hun verwachtingen zijn ingelost, hun vrees is weggenomen en heeft plaats
gemaakt voor euforie. Maar ze hebben zich geen echt voordeel gedaan, ze hebben
alleen negentig minuten lang hun emoties kunnen botvieren op een kunstmatige,
plaatsvervangende manier, gevoed door heel wat drank, opgezweept door de media
en door de massahysterie die grote evenementen nu eenmaal meebrengen. De vijand
is verslagen, maar zelfs de meest harde fan zal uiteindelijk moeten toegeven dat
die vijand in feite helemaal geen vijand is; dat de spelers van de tegenpartij
morgen misschien in je eigen ploeg zullen spelen en jouw helden van vandaag
morgen verkocht worden voor veel geld, waarvan jij geen cent te zien krijgt.
Waarom vechten hooligans van de ene ploeg eigenlijk tegen die van de andere?
Wat kunnen ze daarmee winnen?
Ik heb dus iets tegen het al te opzettelijk of kunstmatig
bespelen van emoties. Ik ga nooit naar het theater, nooit naar de film. Ik kan ook
geen films bekijken op TV, zeker niet als ze sterk emotioneel geladen zijn en
dat is in bijna alle gevallen zo: geweld, diepe psychologische conflicten,
gerechtszaken, avonturen… het is me allemaal teveel, zelfs al weet ik goed dat
het maar theater is. Ik kan het niet aan, mijn lichaam reageert erop als de
spreekwoordelijke stier op een rode lap: mijn hart gaat bonzen, ik krijg een
krop in de keel, mijn stem stokt, het koude zweet breekt me uit, de tranen biggelen
over mijn aangezicht. Ik weet er uren later nog van en van rustig inslapen is
geen sprake, noch van een rustige nacht, de beelden blijven me tormenteren in
mijn dromen.

Leid ik dan een saai leven? Ik vind van niet. Mijn
emotioneel leven is zo sterk gekleurd als dat van iemand anders, denk ik. Mijn
gevoelens zijn even sterk als die van mijn evennaasten. Alleen ga ik er een
beetje anders mee om. Ik vermijd confronterende omstandigheden van alle aard en
zoek zoveel mogelijk rust en harmonie op. Ik vind mijn genot op iets meer subtiele
plaatsen dan het voetbal, het wielrennen, Formule 1 of een bokswedstrijd; of
een porno-, actie- of horrorfilm; of een thriller van een boek. Ik beklim zo
weinig mogelijk hoge bergen en verplaats me het liefst te voet of met de fiets.
Voor mij geen verre reizen, dure restaurants, zeldzame wijnen of chique kleren.
Mijn interesses gaan veeleer naar wat me een genot verschaft dat men wel eens
intellectueel noemt, maar dat daarom niet minder genieten is, en naar het
plezier dat je kan hebben van heel eenvoudige dingen in het leven.
Ieder diertje zijn pleziertje. Voor mij mag iedereen die
daar zin in heeft naar het voetbal gaan of naar pornofilms kijken. Niemand moet
zijn wil opdringen aan iemand anders, alles mag, niets moet, zolang er niemand
geschaad wordt. Maar ik vind wel dat er goede en minder goede manieren zijn om
met je emoties om te gaan en dat de meer natuurlijke manier uiteindelijk de
grootste bevrediging schenkt, terwijl de meer spectaculaire maar minder
natuurlijke slechts een snel voorbijgaande opwinding opleveren, die je nadien
onbevredigd achterlaat en je alleen maar aanzet tot nog meer, nog heviger, nog krachtiger,
nog duurder, nog verder, nog gekker.
Ik voel me niet beter dan een ander. Maar wel af en toe behoorlijk
verschillend.