verdieping, souterrain, entresol
Gisteren sprak iemand uit onze kennissenkring me aan. Ze hadden op het werk een discussie gehad over het woord ‘verdieping’, zoals in ‘een huis met drie verdiepingen’. Daarbij hadden ze zich verwonderd over de oorsprong van het woord, want een verdieping is toch net het omgekeerde van wat het woord zelf zegt, namelijk een ‘verhoging’? Mijn kennis, die blijkbaar ook een lezer is van mijn Kroniek, had spontaan aan mijn etymologische stukjes gedacht en toen we elkaar gisteren toevallig ontmoetten, vroeg hij me waar ons woord ‘verdieping’ vandaan komt.
Taal is een vreemd ding. Het is geen wiskunde, geen ‘zuivere’ wetenschap. Dat komt doordat taal gegroeid is, ontstaan uit de eerste nauwelijks verstaanbare klanken van de eerste mensen en dan verder met hen geëvolueerd over vele millennia. Taal is, net zoals ons verstand, niet door God ingestort in de mens, helemaal af en klaar voor gebruik.
De vele stappen in die lange ontwikkeling van elke taal hebben hun sporen nagelaten in wat wij nu als ons Nederlands, Frans enzovoort beschouwen.
Maar er zijn ook heel wat raadselachtige restanten, waarvan we de oorsprong niet meer weten. Onlangs gebruikte ik hier het woordje ‘zier’ in de uitdrukking: dat (in casu Van Dale, wat dacht je…) helpt ons geen zier. Wat is een zier? Een kleinigheid, een nietig beetje; het is lang geleden ook gebruikt voor kleine insectjes, maar waarom ‘zier’? We weten het niet, maar we gebruiken het woord wel.
Taal is iets dat mensen gebruiken om de wereld om zich heen te benoemen. De mens staat in het centrum van zijn wereld en beoordeelt de dingen vanuit zijn standpunt. Dat geldt voor alle leven: leven is bewust in de wereld zijn, zich bewust zijn van zijn omgeving. Het zijn dan ook de primaire gegevens uit die confrontatie met de wereld die hun weerslag vinden in de ontwikkeling van het menselijk verstand en dus ook van de taal.
Laten we dat concreet maken met een voorbeeld.
Een van de eerste aspecten waarvan zelfs het meest prille verstand zich bewust wordt, is de ruimtelijke situering. Men bevindt zich altijd ergens en de omgeving is bezaaid met dingen die verschillen van de waarnemer. Die andere dingen, wat ze ook zijn, bevinden zich steeds op een afstand van de waarnemer, kort bij of veraf en in een richting: voor, achter, onder, boven. Dat is een enorm belangrijk gegeven voor elk levend wezen, jager of prooi en het is dan ook diep in ons verstand gegrift. Onze vijf zintuigen zijn zo ontwikkeld dat zij de nabijheid van iets zeer snel en zeer adequaat kunnen ontdekken en beoordelen: gezichtsvermogen, reuk, smaak, tastzin, horen werken samen om ons zelfs in de slechtste omstandigheden te waarschuwen voor dreigend gevaar of voor mogelijke voedselbronnen. Ons verstand heeft zich aangepast aan, meer nog, is ontstaan uit de elementaire activiteiten van het leven. Dat vindt meteen zijn weerslag in elke vorm van taal. Wij gebruiken dagelijks ontelbare woorden en uitdrukkingen die verwijzen naar de primaire functies van het leven, letterlijk of figuurlijk.
De afstand van een voorwerp tegenover de waarnemer drukken we uit op vele manieren. Die slaan op de positie, zoals voor en achter, boven of onder, links of rechts, dichtbij of veraf en alle combinaties daarvan. Maar we geven aan die posities ook een bijkomende betekenis: wat ver is, is ook onbereikbaar, vraagt moeite om dichterbij te brengen, is vaag en onduidelijk, onbelangrijk, ongevaarlijk; je kan zelf nog vele voorbeelden bedenken, ook van de andere plaatsaanduidingen.
Laten we dat alles nu eens toepassen op onze ‘verdieping’. We vetrekken van ‘diep’. Het gaat terug op een heel oude protogermaanse stam en verwijst in feite alleen naar een afstand. Wij zeggen nog altijd diep in het woud, zelfs diep in de bergen, alhoewel die hoog zijn. Diep betekent dus oorspronkelijk alleen maar ver. Maar ver kan je gebruiken in alle richtingen, in alle dimensies: sterren zijn ver, steenkool zit ver onder de grond, de horizon is even ver in alle richtingen… Daarom is ver een woord met beperkte bruikbaarheid. Zo ook diep: als je het voor alles gebruikt, dan raakt het in onbruik, wordt het vervangen door meer precieze uitdrukkingen en woorden.
Diep is ook een kwestie van standpunt: als je bovenaan staat is de bodem diep, maar van onderaan gezien is dezelfde afstand niet diep maar hoog. Stilaan is men dus een onderscheid gaan maken: diep verwijst nu alleen nog naar de afstand naar beneden toe, hoog komt erbij om dezelfde afstand te beschrijven van op de bodem. Met ver is dat niet nodig: ver is ver in alle horizontale richtingen.
Het Latijnse altus betekent zowel hoog als diep, zowel letterlijk als figuurlijk en dat is ook zo voor altitudo, hoogte en diepte. Net zoals het oorspronkelijke ‘diep’ duidt het zonder meer op een (grotere of kleinere) uitgebreidheid van de afstand of afmeting in verticale zin. Maar er is een enorm verschil tussen de opwaartse beweging en de neerwaartse, tussen het hoogste standpunt, de hoogste plaats en de laagste. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de zwaartekracht: iets naar een hogere plaats brengen kost moeite, andersom gaat vanzelf. Vandaar dat het hogere ook het betere is: als je op de hoogste plaats bent, heb je allerlei voordelen. Vandaar ook alle latere afgeleide betekenissen van hoog en laag. Vandaar ook dat men ook in de taal een onderscheid is gaan maken tussen de twee: diep behield de neerwaartse zin, maar verloor de opwaartse ten gunste van hoog, ook een zeer oud Germaans woord dat specifiek slaat op datgene dat zich in de hoogte verheft.
Hoe komen we er nu toe om een verdieping van een huis zo te noemen?
Sommigen, Van Dale incluis, verwijzen naar het Noord-Nederlands gebruik ervan, vanaf 1638, voor een ‘echte’ verdieping, namelijk de halve kelderverdiepingen die men in bestaande huizen aanbracht in de grote steden, waarbij de oorspronkelijke vloer en plafonds in de hoogte aangepast werden om een bijkomende etage te maken, zonder in te grijpen in de voorgevelstructuur. De prijzen van de gronden en van de huishuur in overbevolkt en nog steeds uitbreidend Amsterdam maakten dat in die tijd een bijzonder lucratieve oplossing, hoewel niet zonder gevaar voor instorting en insijpelend grondwater.
Die nieuwe woonruimte was dus letterlijk dieper, een verdieping van het oorspronkelijk niveau tot onder dat van de straat. Het zou kunnen dat men nadien ook de andere niveaus van zo’n verbouwd huis met die naam is gaan aanduiden, temeer daar die elk meestal ook een ‘verdieping’ ondergaan hadden. Ook vandaag zien we dat gebeuren in onze steden, wanneer oude herenhuizen worden verbouwd: enkel de gevel blijft staan, daarachter is het kaalslag en vervolgens een structuur die niets meer met de oorspronkelijke indeling van de niveaus te maken heeft.
Het is dan nog een kleine stap om ook bij de andere, oudere huizen die dergelijke aanpassing niet hadden ondergaan, en bij nieuwe huizen die al meteen met een halve kelderverdieping werden gebouwd, en nog later voor alle huizen, te spreken van een verdieping als benaming voor een etage, een niveau.
Maar it ain’t necessarily so!
In het Duits hebben we Vertiefung, maar dan enkel in de betekenis die verdieping bij ons ook heeft: het zich verdiepen in iets, zoals wij nu doen met ‘verdieping’. Voor een etage gebruikt men Stock of Geschoss. En dat terwijl men in Duitse steden allicht net zo goed de manier van (ver)bouwen had die hier bij ons op een bepaald ogenblik aanleiding zou gegeven hebben tot de benaming ‘verdieping’. Dat doet me vermoeden dat men hier bij ons ook al over verdiepingen sprak nog voor men die typische herenhuizen met een souterrain bouwde of verbouwde. Het lijkt me tamelijk vergezocht dat een zo wijd verbreid woord als verdieping zou teruggaan op een zo specifieke bouwkundige toepassing uit de 17de eeuw, alsof er voordien geen huizen met verdiepingen waren en men geen woord had om die een naam te geven.
Is het niet even goed denkbaar dat de oorspronkelijke algemene betekenis van ‘diep’ behouden bleef in dit oude woord? Een huis met een verdieping is ‘dieper’ dan een huis zonder en datgene wat het dieper maakt is dan een verdieping. Diep kan in alle richtingen. Als een huis langer is dan een ander, zeggen we dan ook niet dat het dieper is? Een tuin van dertig meter diep: er is toch niemand die daarbij denkt aan een diepe put? Wij zeggen zonder verder nadenken: op een bestaand gebouw een verdieping zetten; niemand die daarbij in een lach schiet! Een hoge verdieping: het kan, het is geen oxymoron zoals zwarte sneeuw.
In het Engels spreekt men van een floor, onze ‘vloer’ en die hebben beide dezelfde roots als het Latijnse planus, vlak, Fr. plaine (vlakte). Wat dus met de grond gelijk is, is de vloer: the ground floor, dat maakt het nog duidelijker en dat is wel nodig als men meer dan een ‘vloer’ heeft in een huis. Het Amerikaans Engels noemt dan weer volgens een andere logica de gelijkvloerse verdieping the first floor, terwijl dat in het Brits Engels even logisch de eerste verdieping is, volg je nog?
Nog een woordje over souterrain. Bij ons is dat de ‘verdieping’ waarover we het hadden: een ruimte die half onder het niveau van de grond of het gelijkvloers ligt en half erboven, zodat je er nog (hoge) ramen kan in plaatsen. In het andere geval spreken we van een (echte) kelderverdieping. Maar in het Frans is een souterrain letterlijk te nemen: onder de grond; misschien kent men in Frankrijk die half verzonken verdiepingen niet? Dat zou best kunnen, want de eerste ‘mooie’ verdieping van een huis met een souterrain heet bij ons bel-etage en dat is een Belgicisme, een woord dat men in Frankrijk niet kent.
We mogen een souterrain en een bel-etage ook niet verwarren met een entresol, in het Nederlands een insteek(kamer)(tje); het is typisch een meestal beperkte ruimte die achter aan het huis wordt gehangen tussen twee verdiepingen, zoals het woord zegt. Men bereikt die via een korte trap vanaf de onderliggende verdieping. Het is een typische aanbouw om economische redenen voor een bergruimte, badkamer of toilet of voor een goedkope huurkamer. In het Frans zegt men ook: à mi-étage.
Het Franse woord voor verdieping is natuurlijk étage, dat wij lang geleden geleend hebben. Het is afkomstig van een vergeten Frans werkwoord, ester dat staan, zich ergens bevinden betekent. Een étage is dan een plaats waar men zich bevindt, waar men rechtop kan staan. Figuurlijk is het ook de stand, de plaats die men heeft in de maatschappij, zoals (alleen nog) in de uitdrukking de bas étage.
Ik dank Joris die aan mij gedacht heeft toen hij zich afvroeg waarom een etage geen verhoging maar een verdieping is.








/art/slides/Interieur,%20aardappels%20schillen;olieverf;paneel;41,7%20x%2031;gesigneerd%20r.o.;$%206000-8000;$%208225.jpg)









