E-mail mij

Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

Archief per week
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 21/08-27/08 2006
  • 14/08-20/08 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 17/07-23/07 2006
  • 10/07-16/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 05/06-11/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
    Inhoud blog
  • ART . NR . 83 . - BESLUIT
  • ART . NR . 82 . b , - FIG . 38 - HET STRAND TE TROUVILLE - DOOR HAMBOURG .
  • ART . NR . 82 . b , - FIG . 36 - HET STRAND BIJ BANYULS - DOOR MEVR . DIVERLY
  • ART . NR . 82 . b , - FIG . 35 - LANDSCHAP DOOR FEUGEREUX
  • ART . NR . 82 . b , - ANDERE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 34 . - DE KUST VAN BRETAGNE - DOOR RENEFER
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 33 . - SCHETSTEKENING
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 32 . - ZEEGEZICHTEN
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 31 . - DE SEINE BIJ TRIEL - DOOR RENEFER
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 30 . - EEN GEZICHT OP HYERES
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 29 . - OP DE MANIER VAN JONGKIND
  • ART . NR . 82 . b , - FIG . 37 - STADSGEZICHT - DOOR PAULE RAY
  • ART . NR . 82 . a , - VERSCHILLENDE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 28 . - EEN ANDER LANDSCHAP
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 25 . - HET LANDSCHAP - DE SCHETSOPZET
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 26 . - HET LANDSCHAP - HET TWEEDE STADIUM
  • ART . NR . 82 . a , - FIG . 27 . - HET LANDSCHAP - LAATSTE STADIUM
  • ART . NR . 82 . - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 81 . b , - HET DIER
  • ART . NR . 81 . b , - FIG . 23 . - DE SCHETS VAN HET DIER
  • ART . NR . 81 . b , - FIG . 24. - DE VOLTOOIDE ARBEID VAN HET DIER
  • ART . NR . 81 . a , - EEN GEKLEDE FIGUUR EN EEN STRAATTAFEREELTJE
  • ART . NR . 81 . a , - FIG . 21 . - HET STRAATTAFEREELTJE
  • ART . NR . 81 . a , - FIG . 22 . - HET STRAATTAFEREELTJE
  • ART . NR . 81 . a , - FIG . 19 EN 20 . - DE GEKLEDE FIGUUR
  • ART . NR . 81 . - FIG . 18 . - HET NAAKT
  • ART . NR . 81 . - HET PORTRET EN HET NAAKT
  • ART . NR . 81 . - FIG . 16 . - DE SCHETS - HET PORTRET
  • ART . NR . 81 . - FIG . 17 . - VOLTOOIDE AQUAREL - HET PORTRET
  • ART . NR . 80 . a , - BLOEMEN
  • ART . NR . 80 . a , - FIG . 13 , 14 EN 15 - BLOEMEN - AQUAREL
  • ART . NR . 80 . a , - FIG . 10 , 11 EN 12 - BLOEMEN - AQUAREL
  • ART . NR . 80 . - OEFENINGEN IN DE PRAKTIJK
  • ART . NR . 80 . - FIG . 8 . SCHETSOPZET MET IETS ZWAARDER GEBRUIKT POTLOOD
  • ART . NR . 80 . - FIG . 9 . - VOLTOOIDE AQUAREL
  • ART . NR . 80 . - FIG . 5 EN 6 . - HET STILLEVEN
  • ART . NR . 80 . - FIG . 7 . - VOLTOOIDE AQUAREL
  • ART . NR . 79 . e , - VERWIJDERINGEN
  • ART . NR . 79 . d , - VERBETERINGEN EN DE TOETS
  • ART . NR . 79 . c , - OVER ELKAAR HEENGEBRACHTE TINTEN
  • ART . NR . 79 . b , - VERSMOLTEN TONEN
  • ART . NR . 79 . a , - VLAKKE TINT MET UITSPARING
  • ART . NR . 79 . a , - SCHEMA
  • ART . NR . 79 . - TECHNIEK VAN DE AQUAREL
  • ART . NR . 79 . - VLAKKE TINT
  • ART . NR . 78 . b , - PRAKTIJK - HET MATERIAAL
  • ART . NR . 78 . - PLAAT I - FIG . 4. - VERSCHILLENDE TINTEN
  • ART . NR . 78 . - PLAAT I - FIG . 3. - MODULATIES
  • ART . NR . 78 . - PLAAT I - FIG . 2. - VLAKKE TINT
  • ART . NR . 78 . a , - ( VERVOLG ) PRAKTIJK - HET MATERIAAL
  • ART . NR . 78 . - PRAKTIJK
  • ART . NR . 78 . - PLAAT I - FIG . 1 . HET MATERIAAL VOOR DE AQUAREL
  • ART . NR . 77 . - THEORIE - AQUAREL -
  • AQUAREL - SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - VIERDE DEEL - ART . NR .76 . - INLEIDING
  • ART . NR . 75 . a , - FIG . 41 . HET BLOEMENMEISJE - ( BONNETERRE ) .
  • FIG . 40 . - STILLEVEN ( RENEFER )
  • ART . NR . 75 . a , - FIG . 39 . - HET KLEURPOTLOOD
  • ART . NR . 75 . a , - TECHNIEK - KLEURENPOTLOOD
  • ART . NR . 75 . - HET KLEURPOTLOOD
  • ART . NR . 74 . e , - HET PORTRET
  • ART . NR . 74 . e , - FIG . 37 EN 38 - HET PORTRET
  • ART . NR . 74 . d , - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 74 . d , - FIG . 35 EN 36 . - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 74 . c , - BLOEMEN
  • ART . NR . 74 . c , - FIG . 33 EN 34 - BLOEMEN
  • ART . NR . 74 . b , - VOORBEELDEN - STILLEVENS
  • ART . NR . 74 . b , - FIG . 31 . - HET PASTEL - STILLEVEN - SCHETSOPZET
  • ART . NR . 74 . b , - FIG . 32 . - HET PASTEL - STILLEVEN
  • ART . NR . 74 . a , - TECHNIEK VAN HET PASTEL
  • ART . NR . 74 . - HET PASTEL - HET MATERIAAL
  • ART . NR . 74 . - FIG . 30 . - PASTELDOOS MET ENKELE TONEN
  • ART . NR . 73 . e , - HET AFFICHE EN ANDERE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 73 . e , - FIG . 26 , - ANDERE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 73 . e , - FIG . 25 , - ANDERE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 73 . e , - FIG . 24 , - ANDERE VOORBEELDEN
  • ART . NR . 73 . e , - FIG . 29 . - ONTWERP VOOR RECLAMEBILJET
  • ART . NR . 73 . d , - EEN DECORATIEVE COMPOSITIE
  • ART . NR . 73 . d , - FIG . 28 . - DECORATIEF LANDSCHAP
  • ART . NR . 73 . d , - FIG . 27 . - DECORATIEVE COMPOSITIE
  • ART . NR . 73 . c , - ZEEGEZICHTEN
  • ART . NR . 73 . c , - FIG . 23 - ZEEGEZICHT
  • ART . NR . 73 . c , - FIG . 21 EN 22 . - ZEEGEZICHTEN
  • ART . NR . 73 . b , - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 73 . b , - FIG . 19 EN 20 . - TWEE LANDSCHAPPEN VAN RENEFER .
  • ART . NR . 73 . b , - FIG . 17 EN 18 . - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 73 . a , - DE GEKLEDE FIGUUR
  • ART . NR . 73 . a , - FIG . 15 EN 16 . - DE GEKLEDE FIGUUR
  • ART . NR . 73 . - HET PORTRET
  • ART . NR . 73 . - FIG . 12 , 13 EN 14 - HET PORTRET
  • ART . NR . 72 . a , - BLOEMEN IN EEN LANDSCHAP
  • ART . NR . 72 . a , - FIG . 10 EN 11 . - BLOEMEN IN EEN LANDSCHAP
  • ART . NR . 72 . - BLOEMEN
  • ART . NR . 72 . - FIG . 7 , 8 EN 9 . - DE BLOEM
  • ART . NR . 71 . b , - DERDE VOORBEELD
  • ART . NR . 71 . b , - FIG . 6 . - DERDE VOORBEELD
  • ART . NR . 71 . a , - TWEEDE VOORBEELD
  • ART . NR 71 . a , - FIG . 4 . EN 5 . - HET STILLEVEN - TWEEDE VOORBEELD
  • ART . NR . 71 . - HET STILLEVEN
  • ART . NR . 71 . - FIG . 1 , 2 EN 3 . - HET STILLEVEN
  • ART . NR . 70 . b , - TECHNIEK VAN DE GOUACHEVERF
  • ART . NR . 70 . a , - HET MATERIAAL VOOR GOUACHE
  • ART . NR . 70 . a , - PLAAT I - HET MATERIAAL VOOR GOUACHE
  • SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - DERDE DEEL - ART . NR .70 . - GOUACHE - PASTEL - KLEURENPOTLOOD
  • ART . NR . 69 . a , - LAATSTE RAADGEVINGEN
  • ART . NR . 69 . - HET DIER
  • ART . NR . 69 . - FIG . 41 .
  • ART . NR . 69 . - FIG . 40 . - DE EZEL DOOR PELAVO
  • ART . NR . 68 . d , - HET DECORATIEVE LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . d , - FIG . 37 EN 38 . - DECORATIEF LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . c , - DE FIGUUR IN HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . c , - FIG . 36 . - LANDSCHAP DOOR SHEDLIN .
  • ART . NR . 68 . c , - FIG . 35 . - BOSGEZICHT DOOR CHARLOT .
  • ART . NR . 68 . a , - FIG . 39 . - STADSGEZICHT DOOR ITHIER .
  • ART . NR . 68 . c , - FIG . 34 . - LANDSCHAP DOOR RENEFER
  • ART . NR . 68 . b , - TWEE ZEEGEZICHTEN
  • ART . NR . 68 . b , - FIG . 33. - BRANDING OP DE ROTSEN
  • ART . NR . 68 . b , - FIG . 32 . - STRANDGEZICHT
  • ART . NR . 68 . a , - FIG . 31 . - EEN MET DE KWAST GESCHILDERD LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . a , - EEN MET DE KWAST GESCHILDERD LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . a , - FIG . 30 . - TUINGEZICHT
  • ART . NR . 68 . - HET LANDSCHAP
  • ART . NR . 68 . - FIG . 26 , 27 , 28 EN 29 - LANDSCHAP
  • ART . NR . 67 . a , - FIG . 21 EN 22 - GEKLEDE FIGUUR
  • FIG . 25 . - NAAKT DOOR CALLEWAERT .
  • ART . NR . 67 . a , - FIG . 19 en 20 . - NAAKT - ONDERSCHILDERING EN VOLTOOIDE STUDIE .
  • ART . NR . 67 . a , - DE FIGUUR
  • ART . NR . 67 . - FIG . 24 . - PORTRET DOOR C . LE BRETON .
  • ART . NR . 67 . - FIG . 23 . - ZELFPORTRET VAN RENEFER .
  • ART . NR . 67 . - FIG . 16 , 17 EN 18 . - DE KOP EN HET PORTRET .
  • ART . NR . 67 . - DE KOP EN HET PORTRET .
  • ART . NR . 66 . - FIG . 15 . - EENVOUDIG BOEKETJE .
  • FIG . 14 . - DECORATIEF OPGEVAT BOEKET VAN RENEFER .
  • ART . NR . 66 . - FIG . 11 , 12 EN 13 . - BOEKET VAN ROZEN - IN DRIE STADIUMS
  • ART . NR . 66 . - DE BLOEM EN HET BOEKET.
  • ART . NR . 65 . a , - FIG . 10 . - STILLEVEN VAN RENEFER . - DE WERKTAFEL VAN DE KUNSTENAAR .
  • FIG . 9 . - STILLEVEN VAN SHEDLIN . - EXPRESSIONISTISCHE TENDENS .
  • ART . NR . 65 . a , - FIG . 6 . - STILLEVEN MET VRUCHTEN .
  • ART . NR . 65 . - FIG . 7 . - STERK VERGROOT ONDERDEEL VAN FIG . 5 .
  • ART . NR . 65 . a , - FIG . 8 . - STILLEVEN VAN BOSCO . - FLESSEN .
  • ART . NR . 65 . - FIG . 3 , 4 EN 5 . - STILLEVEN DOOR RENIFER
  • ART . NR . 65 . - FIG . 1 EN 2 . - ONDERDELEN VAN EEN STILLEVEN .
  • ART . NR . 65 . a , - ANDERE VOORBEELDEN
  • SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - TWEEDE DEEL - ART . NR . 65 .
  • ART . NR . 64 . f , - VLAKTEN - LUCHT EN WOLKEN.
  • ART . NR . 64 . f , - PLAAT XVI . - EEN LANDSCHAP .
  • ART . NR . 64 . f , - PLAAT XV - EEN BEWOLKTE HEMEL .
  • ART . NR . 64 . f , - PLAAT XIV - EEN VLAKTE .
  • ART . NR . 64 . e , - ONDERDELEN VAN HET LANDSCHAP .
  • ART . NR . 64 . e , - PLAAT XIII - EEN BOOM
  • ART . NR . 64 . d , - ENKELE GEBRUIKSVOORWERPEN .
  • ART . NR . 64 . d , - PLAAT XII . - TWEE VOORWERPEN VAN AARDEWERK .
  • PLAAT XI . - EEN KOPEREN POT .
  • ART . NR . 64 . d , - PLAAT X . - SCHOTEL EN MAATBEKER VAN TIN .
  • ART . NR . 64 . d , - PLAAT IX . - EEN KRISTALLEN FLACON .
  • ART . NR . 64 . c , - GROENTEN
  • ART . NR . 64 . b , EN c , - PLAAT VIII - PERZIKEN - EN GROENTEN
  • ART . NR . 64 . b , - TWEEDE STUDIE
  • ART . NR . 64 . b , - PLAAT VII - ZIJDEN SJAAL - EN PEER
  • ART . NR . 64 . a , - DE EERSTE SCHILDEROEFENINGEN
  • ART . NR . 64 . a , - PLAAT VI - EEN LAP STOF
  • ART . NR . 64 . - OEFENINGEN IN DE PRAKTIJK
  • ART . NR . 63 . - PLAAT IV - HET MATERIAAL VOOR HET SCHILDEREN MET OLIEVERF
  • ART . NR . 63 . - PLAAT V - HET MATERIAAL VOOR HET SCHILDEREN MET OLIEVERF
  • ART . NR . 63 . - DE OLIEVERFTECHNIEK - HET MATERIAAL.
  • ART . NR . 62 . a , - VERVOLG - KLEUREN
  • ART . NR . 62 . - PLAAT III - KLEUREN
  • ART . NR . 62 . - PLAAT II - DE KLEUREN
  • ART . NR . 62. - PLAAT I - THEORIE VAN DE KLEUR
  • SCHILDEREN EN DE SCHILDERTECHNIEKEN - EERSTE DEEL - ART . NR . 62 .
  • BESLUIT VAN HET ONTWERPEN .
  • ART . NR . 61 . d , - FIG . 105 . - ONTWERP
  • ART . NR . 61 . d , - REPRODUCTIE EN DRUKTECHNIEKEN IN KLEUREN
  • ART . NR . 61 . d , - FIG . 101 , 102 EN 103 . - SCHEMATISCHE VOORSTELLING VAN KLEUREN
  • ART . NR . 61 . c , - FIG . 104 - HOE TE WERKEN
  • ART . NR . 61 . c , - FIG . 100 . - TEKENING IN LIJNEN EN SPATWERK VAN BECAN .
  • ART . NR . 61 . c , - HOE TE WERKEN
  • ART . NR . 61 . b , - FIG . 99 . - HET MATERIAAL VAN DE STEENTEKENAAR
  • FIG . 98 . - BOEKDRUK EN KOPERDIEPDRUK
  • ART . NR . 61 . b , - DRUKTECHNIEKEN
  • ART . NR . 61 . a , - FIG . 91 . - LOSSE DRUKLETTER
  • FIG . 92 . - VERGROTEN OF VERKLEINEN
  • FIG . 93 EN 94 .
  • ART . NR . 61 . a , - FIG . 95 , 96 EN 97 . - RASTERCLICHE'S
  • ART . NR . 61 . a , - REPRODUCTIE EN DRUKTECHNIEKEN
  • ART . NR . 61 . - FIG . 88 . - MODESCHOW
  • FIG . 89 . - ONTWERP - MODETIJDSCHRIFT
  • FIG . 90 . - HERENMODE .
  • ART . NR . 61 . - PLAAT VI - MODETEKENING
  • ART . NR . 61 . - DE MODETEKENING
  • ART . NR . 60 . a , - PLAAT IV - SCHETSEN VOOR EEN LAYOUT
  • FIG . 87 . - GEKOZEN SCHETS
  • ART . NR . 60 . a , - PLAAT V - UITVOERING VAN DE TEKENINGEN
  • ART . NR . 60 . a , - HET ONTWERPEN VAN EEN ADVERTENTIE
  • ART . NR . 60 . - FIG . 86 . - RECLAME - ONTWERPEN
  • ART . NR . 60 . - HET RECLAME ONTWERPEN
  • ART . NR . 60 . - PLAAT III - ( CASSANDRE EN DRODOVITCH ) .
  • ART . NR . 59 . e , - FIG . 85 - HET VOLTOOIDE ONTWERP - DOOR A. CREUZOT .
  • ART . NR . 59 . e , - FIG . 82 . - SCHETSEN VOOR EEN COMPOSITIE .
  • FIG . 83. - SCHETSEN VOOR DE COMPOSITIE .
  • ART . NR . 59 . e , - FIG . 84 . - UITGEZOCHT EN DAARNA UITGEWERKT .
    Blog als favoriet !
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    molens_jean
    blog.seniorennet.be/molens_
    Teken en schildercursus fritske3
    TEKEN EN SCHILDERTECHNIEKEN EERSTE DEEL VANAF 14/10/06
    29-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIG . 22 , 23 , en 24 . - HEUPSTAND
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fig . 23 .

    Heupstand

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIG . 22 , 23 , en 24 . - HEUPSTAND
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fig . 22 , 23  en  24 .

    Heupstand


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIG . 25 . - SCHEMA BENEN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fig . 25 .

    Schema ,
     raakpunten  van  de  benen

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIG . 26 en 27 . - HET MIDDEL BIJ MAN EN VROUW
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fig . 26  en  27 .

    Het  middel  bij  man  en  vrouw

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 33 . - FIG . 28 . - VORMVERANDERINGEN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 33 .

    Fig . 28 .

    Vormveranderingen  veroorzaakt  door  het  gewicht  of  door  samendrukken , hebben  niets  te  maken  met  vormveranderingen  veroorzaakt  door  het  perspectivisch  aanzicht  ( verkortingen )

    28-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . b , EN 32 - DE SPIEREN

    Art . Nr . 31 . b ,

                                 De  spieren

      Het  hele  beenderengestel  is  met  een  zeer  ingewikkeld  spierennet  overdekt .  Deze  spieren , welke  in  de  pezen  uitlopen  zijn 
    omgeven  en  van  elkaar , en  zelfs  van  de  huid  gescheiden  door  vezelige  vliezen .  Het  zijn  de  spieren , die  door  de  zenuwen  beheerst , als  motoren  dienst  doen  en  de  op  zichzelf  volkomen  willoze  beenderen  van  het  skelet  in  beweging  zetten .  Zonder  op  bijzondeheden  in  te  gaan  is  het  goed  op  schematische  wijze  te  tonen , hoe  de  spieren  te  werk  gaan  om  de  beweging  te  scheppen . 
       
    De  spieren  bestaan  uit  een  vlezige  bundel  vezels , welke  gewoonlijk  als  spil  eindigen  en  zich  door  middel  van  pezen  aan  de  verschillende  delen  van  het  geraamte  vasthechten . In  rust  bereikt  de  spier  een  zekere  lengte  A  B , maar  zodra  hij  door  de  zenuwen  tot  werking  wordt  aangezet  trekt  hij  zich  samen , vormt  zich  als  het  ware  tot  een  bal  en  naarmate  deze  aan  dikte  toeneemt  vermindert  zijn  lengte  A C .
    ( fig . 14 ) .   
      De  twee  schematische  tekeningen  van 
    fig . 15  geven  duidelijk  de  buig -  en  strekbewegingen  van  de  arm  weer , die  door  twee  heel  bekende  spieren  veroorzaakt  worden :  de  tweehoofdige  ( biceps )  en  de  driehoofdige  ( triceps )  armspier .  Op  de  eerste  tekening  ( fig . 15 )  ziet  je  de  biceps  zich  samentrekken , terwijl  de  triceps  uitgestrekt  is .  
      Daar  de  biceps  met  een  einde  aan  de  schouder  en  met  het  andere  einde  aan  de  onderarmbeenderen  vastgehecht  is , dwingt  hij  bij  die  samentrekking  de  onderarm  tot  buigen .  Op  de  rechtse  tekening  doet  zich  het  tegenovergestelde  voor .  De  biceps  is  gestrekt , maar  de  triceps  dwingt , het  uitsteeksel  van  de  opperarm  als  hefboom  gebruikend , de  onderarm  zich  in  het  verlengde  van  de  opperarm  uit  te  strekken .  Deze  demonstratie  toont  je  op  een  heel  theoretische  manier  hoe  de  spieren  ( motoren ) de  beweging  van  de  beenderen  ( hefbomen )   door  samentrekking  bewerkstellingen .  Maar  we  moeten  je  er  op  attent  maken , dat  de  arbeid  van  een  spier  meerdere  uitwerkingen  kan  hebben .  Wij  hebben  b.v.  gezegd , dat  de  biceps  de  onderarm  op  de  bovenarm  buigt .  Het  kan  net  zo  goed  gebeuren  dat  de  bovenarm  zich  naar  de  onderarm  toebuigt .  Een  turner , die  de  stutstand  maakt , beweegt  de  onderarm  niet , het  is  veel  meer  de  opperarm , die  zich  op  de  onderarm  vouwt , naar  de  onderarm  toegetrokken  door  de  biceps , die  een  groot  gedeelte  van  het  lichaamsgewicht  draagt .
      Wij  zullen  de  voornaamste  spieren  naukeurig  nagaan  en  even  stil  staan  bij  die , welke  op  het  naakte  lichaam  het  duidelijkst  te  zien  zijn  ( fig . 16 , 17  en  18 ) .
      De  twee  schuine  halsspieren  die  aan  de  voorkant  van  de  hals  een  V  vormen , bewerkstelligen  het  draaien  van  het  hoofd  naar  rechts  en  links , waarbij  het  gezicht  zich  naar  de  tegenovergestelde  zijde  van  de  zich  samentrekkende  spier  richt .  Maar  zij  neigen  ook  het  hoofd  naar  voren  en  buigen  het , ieder  naar  zijn  kant  toe .  Men  noemt  deze spieren  ook  wel  de  borstbeen  - sleutelbeen  -  tepelspieren . 
      Op  de  borstkas  dienen  de  grote  borstspieren  er  toe , de  armen  naar  het  lichaam  te  trekken ,  terwijl  de  schouderspier  de  arm  omhoog  heft .  De  buitenste  schuine  buikspier  zorgt  voor  de  draai -  en  buigbeweging  van  het  middel .
      Door  de  zeer  talrijke  spieren  van  de  onderarm  worden  de  verschillende  bewegingen  aan  de  hand  doorgegeven . 
      Op  het  voorste  gedeelte  van  de  dijen  ligt  de  geweldige  spanspier  van  de  dijschede , die  het  voorwaarts  heffen  van  het  been  tot  stand  brengt .  De  kleermakersspier  bewerkstelligt  dat  de  benen  de  neergehurkte  "  kleermakerszit "  innemen .
      Tenslotte  wijzen  wij  je  nog  op  de  voorste  scheenbeenspier  die  de  voet  opheft  en  vestigen  wij  er  tegelijkertijd  de  aandacht  op  dat  de  voorkant  van  het  scheenbeen  bijna  over  de  hele  lengte  van  het  onderbeen  vlak  onder  de  huid  ligt .
      Laten  wij  nu  tot  de  achterzijde  van  het  lichaam  overgaan .  De  monnikskapspier  trek  het  hoofd  achterover  en  heft  de  schouder  op .  De  brede  rugspier  buigt  en  draait  de  romp .  De  driehoofdige  armspier  aan  de  achterkant  van  de  arm  dwingt  de  onderarm  tot  strekking  ( fig . 15 ) .
      Als  men  de  vingers  heftig  beweegt  kan  men  duidelijk  op  de  onderarm  het  aanzwellen  van  de  hele  spierenbundel  zien  die  tot  taak  heeft  de  vingers  te  strekken .
      De  bilspieren  houden  het  lichaam  in  evenwicht  op  de  benen .
      De  tweehoofdige  dijspier  aan  de  achterkant  van  de  dijen  kan  het  onderbeen  naar  boven  buigen .  Van  achteren  gezien  merkt  je  op  dat  deze  spieren  uit  elkaar  lopen  om  zich  aan  weerskante  van  de  knie  vast  te  hechten , waardoor  zij  een  driehoekig  afgetekende  ruimte  vormen , knieholte  genaamd . 
      Op  de  achterkant  van  het  onderbeen  is  de  verdikking  van  de  tweeling  kuitspier  zichtbaar , die  in  de  Achillespees  uitloopt .  Door  zijn  bemiddeling  zorgen  zij  voor  het  heen  en  weer   bewegen  van  de  voet  ( kuitspieren  zijn  bij  hardlopers , fietsers , en  danseressen  bijzonder  ontwikkeld ) .
      Op  de  afbeelding  van  terzijde  gezien  vinden  wij  dezelfde  spieren , die  wij  zojuist  besproken  hebben  terug , maar  dan  op  een  heel  andere  manier .
      Evenals  wij  hiervoor  bij  het  geraamte  gedaan  hebben , zijn  ook  hier  de  tekeningen  van  de  anatomische  mens , van  de  voor - , achter -  en  zijkant , in  de  drie  schema's  van  fig . 19  nogmaals  vereenvoudigd  weergegeven .  Daardoor  zult  je  makkelijker  in  staat  zijn  de  voornaamste  spieren  in  uw  geheugen  te  prenten . 

                    De  vetlaag  -  De  huid

      De  uitsteeksels  van  de  beenderen  en  spieren  zijn  zodanig  door  een  vetlaag  omgeven  dat  zij  daardoor  soms  minder  zichtbaar  zijn .
      Bij  het  lichaam  van  de  vrouw  bijvoorbeeld , dat  minder  grove  beenderen  heeft  en  minder  gespierd  is  dan  dat  van  de  man , is  daarentegen  de  vetlaag  om  het  bekken  veel  zwaarder , waardoor  het  lichaam  ronder  en  gladder  is , terwijl  het  relief  van  het  mannelijke  lichaam  over  het  algemeen  oneffen  en  hoekig  lijkt . 
      De  huid  is  op  gepaalde  plaatsen  direct  aan  het  geraamte  gehecht , hetgeen  onveranderlijke  plooien  veroorzaakt , zoals  de  plooi  van  de  lies , van  de  oksel  en  de  lijn  die  de  as  van  het  lichaam  zowel  aan  de  voor -  als  aan  de  rugzijde  aangeeft . 
      Er  zijn  ook  de  toevallige  plooien , die  bij  bepaalde  bewegingen  ontstaan ;  bijvoorbeeld  aan  de  hals , als  men  het   hoofd  omdraait ; aan  de  elleboog  als  men  de  arm  strekt  en  aan  de  romp  als  men  zich  voorover  buigt . 
      Door  de  verharding  van  het  huidweefsel  zijn  bij  grijsaards  de  uiterlijke  plooien  blijvend  ingekerfd  en  dan  worden  dit  rimpels . 
      Zoals  wij  reeds  aangekondigd  hebben , volgt  hier  een  beknopte  anatomische  atlas  die  je  op  uw  gemak  zult  kunnen  raadplegen  om  de  op  de  vorige  bladzijden  verkregen  kennis  te  kunnen  vergroten . 

                  ANATOMISCHE   ATLAS
                      ( nadruk  verboden )
                          ART . NR . 32 . 


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - ANATOMISCHE ATLAS - SKELET V/D ROMP
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    ANATOMISCHE    ATLAS

    Skelet  van  de  romp .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - DE SPIEREN VAN ROMP EN HALS
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    De  spieren  van  romp  en  hals .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - SKELET VAN SCHOUDERGORDEL EN ARM
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    Skelet  van  schoudergordel  en  arm .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - DE SPIEREN VAN DE ARM
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    De  spieren  van  de  arm .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - SKELET V/H BEEN EN DE VOET
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    Skelet  van  het  been  en  de  voet .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - SKELET V/H BEEN EN DE VOET
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    Skelet  van  het  been  en  de  voet .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - DE SPIEREN V/H BEEN E/D VOET
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32

    De  spieren  van  het  been  en  de  voet .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 32 . - ANATOMISCHE ATLAS - SPIEREN V/H BEEN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 32 .

    Anatomische  Atlas

    De  spieren  van  het  been

    27-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . b , - FIG . 14 EN 15 - BICEPS EN TRICEPS
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 31 . b ,

    Fig . 14  en  15 .

    biceps  en  triceps


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . b , - FIG . 16 , 17 , en 18 DE VOORNAAMSTE SPIEREN
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 31 . b ,

    Fig . 16 , 17  en  18 .

    De  voornaamste  spieren

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FIG . 19 . - SCHEMA 'S VAN HET SPIERBEELD.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Fig . 19 .

    Schema's  van  het  spierbeeld  ( voor - , zij -  en
    achteraanzicht ) .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . b , - FIG . 20 en 21 . STUDIE MAN - EN VROUWELIJK NAAKT .
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 31 . b ,

    Fig . 20  en  21 .

    Wij  laten  u   hier  twee  krachtige  studies  van  een  vrouwelijk  en  een  mannelijk  naakt  zien .

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . a , - HET INWENDIGE - HET GERAAMTE .

    Art . Nr . 31 . a ,

                           HET   INWENDIGE

                                Het  geraamte

      Het  geraamte  of  skelet  vormt  de  vaste  benige  steun  van  het  lichaam .  Het  bestaat  uit  de  wervelkolom  -  het  voornaamste  deel  van  het  gehele  beenderstelsel  -  welke  op  de  bovenste  wervel  de  schedel  draagt  en  in  het  midden  de  borstkas .  De  wervelkolom  rust  op  het  bekken , waarmee  hij  hecht  verbonden  is .  De  bewegelijke  verbinding  van  het  bekken  met  het  dijbeen  wordt  via  de  knieschijf  verlengd  door  het  onderbeen , welk  uit  scheenbeen  en  kuitbeen  bestaat  en  in  de  voet  eindigt ;  deze  vormt  met  het  enkelgewricht , de  voetwortel , de  middelvoetsbeenderen  en  de  kootjes  van  de  tenen  de  basis  van  het  opgebouwd  geheel .       Op  de  borstkas  rust  de  schoudergordel , welke  uit  sleutelbeen  en  schouderblad  bestaat ;  deze  zijn  met  elkaar  door  gewrichten  verbonden .  Deze  verbinding  gaat  over  in  het  opperarmbeen , dat  door  de  elleboog  verbonden  is  met  de  2  onderarmbeenderen , het  spaakbeen  en  de  ellepijp , welke  in  de  handwortel , middelhandsbeenderen  en  vingerkootjes  uitlopen . 
      Je  bent  niet  verplicht  de  bijzonderheden , vooral  de  benamingen  van  de  verschillende  skeletdelen  te  weten .  Wel  is  het  onontbeerlijk  de  plaatsing  en  de  vorm , tenminste  van  de  voornaamste  beenderen , goed  te  beheersen  en  ook  te  weten  hoe de  ledematen  met  elkaar  verbonden  zijn , welke  bewegingen  de  gewrichten  toestaan , welke  onmogelijk  zijn  en  waarom .  Allereerst  zullen  wij  je  op  twee  belangrijke  dingen  attent  maken :
      1 .  De  beenderen  van  het  geraamte  zijn  geheel  symmetrisch  aan  weerskanten  van  de  middellijn  geplaatst , als  men  het  skelet  van  de  voor -  of  van  de  achterkant  ziet , terwijl  zij  niet  symmetrisch  zijn , als  men  het  van  terzijde  bekijkt .
      2 .  Sommige  beenderen  zijn  onbewegelijk  aan  elkaar  gehecht , zoals  het  bekken , het  heiligbeen  en  de  schedel .
      Andere  beschikken  over  een  betrekkelijke  onafhankelijkheid , zoals  de  wervels , de  beenderen  van  de  romp  en  van  het  polsgewricht ;  andere  weer  bezitten  een  zeer  bepaalde  zelfstandigheid  en  hun  onderlinge  samenhang  wordt  zodanig  op  een  meer  of  minder  hechte  manier  geregeld  ( beenderen  van  de  ledematen ) .
      Het   geraamte  van  voren  gezien  op  afbeelding  2  en  de  beide  afbeeldingen  opzij  gezien  en  van  achteren  ( fig . 3  en  4 )  zullen  je  het  geheel  van  de  skelet  tonen , dat  wij  nu  in  gedeelten  gaan  bestuderen .

      De  ruggegraat .  -  Deze  bestaat  uit  onderling  wel  stevige , maar  toch  enigszins  bewegelijk  verbonden  wervels .  Hij  is  daardoor  betrekkelijk  buigzaam .  Van  terzijde  bezien  is  hij  S - vorming .  Afhankelijk  van  de  persoon  kan  die  gebogen  vorm  meer  of  minder  geaccentueerd  zijn  ( fig . 5 ).

      De  schedel .  -  Wij  hebben  de  beenderen  van  de  schedel  reeds  bestudeerd .  Wij  herhalen  dus  nog  even , dat  zij  bestaan  uit  een  aantal  onbeweeglijk  aan  elkaar  verbonden  beenderen  ( de  schedelholte  of  hersenpan )  waarvan  de  bovenkaak  vast  verbonden  zit  en  beweeglijk  gedeelte  (onderkaak )  welke  daarmee  verbonden  is  door  middel  van  een  gewricht .  De  schedel  is  zeer  los  met  de  wervelkolom  verbonden  en  hij  kan  naar  voren  en  naar  achteren  buigen  en  naar  beide  kanten  zijwaarts  neigen .  Geheel  om  zijn  as  draaien  kan  de  schedel  echter  niet  ( fig . 6 ) .

      De  borstkas .   -  Door  de  ribben  omsloten  lijkt  zijn  vorm  op  die  van  een  eierdop , waarvan  het  bovenste  gedeelte  gedraaid  en  onderste  gedeelte  afgebroken  is  ( Fig . 7 ) .  De  ribben  zijn  aan  de  voorkant  vastgehecht  aan  het  borstbeen  en  vormen  dus  een  soort  boog , hetgeen  bij  magere  personen  duidelijk  zichtbaar  is , vooral  ook  bij  sterke  ademhaling  of  in  liggende  houding .

      De  bekkengordel .  -  De  vorm  van  het  bekken  is  tamelijk  ingewikkeld .  Het  is  een  soort  kom , waaraan  de  zijranden  bij  het  naakt  duidelijk  zichtbaar  zijn .  Deze  rand  veroorzaakt  op  de  hoogte  van  de  heup  een  lijn  welke  men  de  heuplijn  noemt .  Aan  de  rugzijde  is  het  bekken  begrensd  door  het  heiligbeen .  Dit  been  is  plat  en  ruitvormig  en  sluit  de  wervelkolom  af .  Wij  komen  hierop  later  nog  terug .  Het  opmerkelijke  verschil  tussen  het  bekken  van  de  man  en  dat  van  de  vrouw  is  heel  duidelijk  waar  te  nemen .  Het  vrouwelijk  bekken  is  veel  breder  en  wijder  dan  van  de  man .  Daardoor  verklaart  zich  het  verschil  in  afmetingen , welke  wij  straks  zullen  opmerken :  bij  de  man  brede  schouders  en  een  smal  bekken , terwijl  bij  de  vrouw  het  tegenovergestelde  het  geval  is .

      Het  dijbeen .  -  Het  dijbeen  is  met  het  bekken  verbonden  door  een  gewrichtsknobbel   en  met  de   beenderen  van  het  onderbeen  door  twee  afgeronde  uiteinden , welke  een  soort  hoef  vormen .  Opmerkelijk  is , dat  zowel  van  voren  als  van  achteren  gezien  de  dijbenen  een  zeer  schuine  stand  innemen  
    ( fig . 2  en  4 ) .  Aan  de  bovenzijde  zijn  zij  door  de  gehele  breedte  van  het  bekken  van  elkaar  verwijderd , terwijl  zij  elkaar  bij  de  knieen  bijna  raken .  Van  opzij  gezien  is  het  dijbeen  licht  naar  voren  gebogen , hetgeen  wij  zelf  zeer  goed  kunnen  voelen .  De  beweeglijkheid  van  het  dijbeen  is  naar  voren  toe  onbeperkt .  Een  zeer  lenig  mens  kan  met  zijn  knie  de  kin  raken .  Naar  achteren  toe  gebogen  kan  het  dijbeen  echter  niet  de  loodrechte  stand  van  de  wervelkolom  overschrijden .  Als  men  het  been  naar  achteren  wil  strekken  is  men  gedwongen  het  lichaam  naar  voren  te  buigen .  Tenslotte  laat  het  dijbeen  nog  een  zekere  speling  naar  de  zijkant  toe , zoals  bijvoorbeeld  bij  de  kleermakerszit . 
     
      De  knie .  -  Het  kniegewricht  verdient  wel  dat  wij  er  even  bij  stil  blijven  staan 
    ( fig . 9 ) .  Het  dijbeen  en  het  scheenbeen  zijn  verbonden  door  de  gewrichtsbanden  AB , die  achter  aan  de  zijkant  zitten .  De  knieschijf , een  schijfvormig , afzonderlijk  been , is  geheel  in  de  pees  van  de  strekspier  opgenomen  en  hangt , als  het  been  gestrekt  is , voor  het  kniegewricht .  Als  de  knie  gebogen  wordt  dringt  de  knieschijf  in  de  tussenruimte  van  de  scharnier  en  sluit  de  opening  af , zoals  fig . 9  ons  heel  duidelijk  laat  zien .  Daardoor  zijn  de  zo  veranderlijke  vormen  van  de  knie  te  verklaren , al  naar  gelang  de  buiging  van  het  been  is . 

      De  beenderen  van  het  onderbeen .  -  
    Het  scheenbeen  en  het  kuitbeen  zijn  op  zodanige  wijze  met  elkaar  verbonden , dat  geen  enkele  zijspeling  toelaatbaar  is .  Opmerkelijk  is  alleen  dit  :  
      1e  Het  kuitbeenshoofd  ( fig . 2 )  dat  iets  lager  ligt  dan  het  hoofd  van  het  scheenbeen , steekt  aan  de  zijkant  altijd  zichtbaar  uit . 
      2e  De  op  enkelhoogte  uitstekende  twee  
    beenpunten  ( enkels )  liggen  niet  op  een  lijn , de  binnenenkel  ( b  op  fig . 2 )  ligt  hoger  en  is  breder  van  vorm  dan  de  buitenenkel  welke  lager  ligt  en  de  vorm  heeft  van  een  met  de  punt  naar  beneden  gerichte  kegel .  De  buiging  van  het  onderbeen  naar  achteren  is  onbeperkt , terwijl  zij  naar  voren  wordt  geremd  zodra  het  onderbeen  zich  in  het  verlengde  van  het  dijbeen  bevindt .  Zijwaarts  heeft  het  onderbeen  een  zekere  speling , welke  het  mogelijk  maakt  met  de  voet  op  de  grond  een  halve  cirkel  te  beschrijven .

      De  beenderen  van  de  voet .  -  De  achterste  helft  van  de  voet  bestaat  uit  een  aantal  tamelijk  nauw  met  elkaar  verbonden  beenderen , tesamen  genoemd : de  voetwortel .
      De  voorste  helft  bestaat  uit  vijf  gestrekte , wel  onafhankelijke , beenderen ;  zij  vormen   de  middelvoetsbeenderen  en  de  middelvoet .  Zij  allen  worden  door  de  teenkootjes  verlengd .  Iedere  teen  telt  er  drie , alleen  de  grote  teen  heeft  er  maar  twee . 
      Let  je  eens  op  de  min  of  meer  scherp  getekende  welving  van  de  voet , waardoor  de  platte  voeten  of  gewelfde  voeten  veroorzaakt  worden  en  bekijk  ook  de  vorm  van  de  hiel  ( fig . 3 ) .  De  voet  ontleent  zijn  veerkracht  aan  de  werking  van  de  beenderen  van  voetwortel  en  middenvoet .  Alleen  de  tenen  beschikken  over  een  bepaalde  onafhankelijke  beweeglijkheid .  

      De  beenderen  van  de  schoudergordel  en  de  arm .  -  Het  skelet  van  de  schouder  en  de  arm  is  tamelijk  ingewikkeld .  De  soelpelheid  van  de  gewrichten  laat  de  meest  verschillende  bewegingen  toe .  Wij  weten  reeds  dat  het  sleutelbeen  met  het  schouderblad  verbonden  is  en  dat  het  sleutelbeen  op  zijn  beurt  aan  het  borstbeen  gehecht  is . ( fig . 2 ) .
      Het  schouderblad  ligt  geheel  vrij  van  de  borstkas .  De  arm  kan  in  alle  richtingen  bewogen  worden ;  naar  voren , naar  achteren  en  zijwaarts .  Zodra  men  de  arm  zijwaarts  opheft  en  de  horizontale  lijn  overschrijdt , zoals  te  zien  is  aan  de  rechterarm  op  fig . 4  dan  gaat  het  sleutelbeen  omhoog  en  neemt  dit  een  scheve  positie  in  terwijl  het  schouderblad  dienovereenkomstig  verschuift  ( fig . 10 ) .  Worden  de  beide  armen  naar  voren  gebracht , alsof  men  een  geweer  in  de  aanslag  brengt , dan  vormen  de  twee  sleutelbeenderen  een  hoek , de  schouderbladen  verwijderen  zich  van  elkaar  en  de schouders  ronden  zich  af .  Maar  als  men  de  armen  daarentegen  horizontaal  opzij  verheft , zodat  men  een  kruis  vormt  dan  komen  de  schouderbladen  nader  tot  de  wervelkolom  en  wordt  er  een  verticale  holte  gevormd  in  het  midden  van  de  rug .

      Onderarm  en  de  hand .  -  De  twee  beenderen  van  de  onderarm  zijn  op  een  zeer  eigenaardige  manier  met  elkaar  verbonden .  De  ellepijp  is  n.l.  aan  het  opperarmbeen  gehecht , terwijl  het  spaakbeen   nauwer  met  de  hand  verbonden  is .  Wij  willen  hiermee  verklaren , dat  voor  de  ellepijp  de  verbinding  met  het  ellebooggewricht  veel  belangrijker  is , dan  het  verband  dat  zij  met  de  beenderen  van  de  hand  houdt , terwijl  het  omgekeerde  voor  het  spaakbeen  geldt .
      Het  spaakbeen  kan  zich  als  het  ware  om  de  ellepijp  heen  rollen  overeenkomstig  met  de  verschillende  bewegingen  van  de  hand , haar  gevende  of  nemende  ( ontvangende )  houding .  Bij  de  nemende  houding  wordt  de  rug  van  de  hand  uitgestrekt  terwijl  bij  de  gevende  houding  de  binnenkant , de  handpalm , zichtbaar  is .  De  schematische  tekeningen  ( van  fig . 11 )  verklaren  dit  duidelijk . 
      Je  moet  onthouden , dat  de  operarm  bij  de  nemende  houding  met  de  onderarm  een  rechte  lijn  vormt .  A B ,  terwijl  deze  lijn  bij  de  gevende  houding  gebroken  wordt .  Dit  is  heel  belangrijk , want  de  vorm  van  de  onderarm  ondergaat  aanzienlijke  veranderingen  naar  gelang  hij  zich  nemende  of  gevende  uitstrekt .
    Bestudeert  je  dat  eens  aan  uw  eigen  arm  als  je  voor  de  spiegel  staat .  Merk  tegelijk  ook  op , dat  de  viervoeters  net  als  de  mens  twee  onderarmbeenderen  bezitten , maar  dat  alleen  de  apen  in  staat  zijn , zoals  de  mens  hun  handen  in  een  nemende  of  gevende  stand  te  brengen .  Bekijk  eveneens  op  de  arm  van  terzijde  gezien  het  uitsteeksel  dat  aan  de  elleboog  door  het  bovenste  eind  van  de  ellepijp  wordt  gevormd  ( fig . 12 ).
      De  beenderen  van  de  hand , de  handwortel ,
    de  middelhandsbeenderen  en  de  vingerkootjes  zijn , bij  wijze  van  spreken , gelijksoortig  aan  die  van  de  voet  en  zijn  symmetrisch  verdeeld  met  uitzondering  van  de  duim , welke  onafhankelijk  staat  en  maar  twee  kootjes  bezit  ( fig . 13 ) .  Men  ziet  dat  er  altijd  onder  de  huid  zichtbare  gewrichten  een  boog  van  concentrische  cirkelrijen  vormen .
      Als  de  hand  naar  de  pols  toe  gebogen  wordt  vormt  het  gewricht  met  de  hand  in  plaats  van  een  hoek , een  zeer  afgeronde  kromming .  Dit  wordt  mogelijk  door  de  elasticiteit  van  het  polsgewricht .
      Je  zult  later  verschillende  uitvoerige  anatomische  tekeningen  tegenkomen , welke  de  voorafgaande  afbeeldingen  aanvullen .  Wij  hebben  deze  platen  hier  nog  niet  vertoond , om  duidelijker  de  tegenstelling  te  doen  uitkomen  tussen  het  geraamte  van  de  verschillende  lichaamsdelen  en  het  overeenkomende  spierenstelsel .  Dit  laatste  gaan  wij  nu  bestuderen .  ( zie Art . 31 . b , De  spieren  )



    26-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ART . NR . 31 . a , - FIG . 2 . HET GERAAMTE
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Art . Nr . 31 . a ,

    Fig . 2 .  Het  geraamte  van  voren  gezien .



    >

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!