Openbaring zonder God?

|
M |
en zal mij niet kunnen verwijten dat ik niet nagedacht heb over God en het (christelijk) geloof, dat ik mij niet geïnformeerd heb, dat ik het bestaan van God en de waarde van het geloof en de kerk zou verwerpen zonder te weten waarover ik spreek. Ik ben ook altijd bereid om andere meningen te beluisteren en ze ernstig te nemen wanneer ze zelf ook ernstig zijn.
Het overkomt me voortdurend dat ik me afvraag of een of ander aspect van het Godsgeloof toch niet een reële waarde zou kunnen inhouden, wanneer men het grondig bekijkt en andere interpretaties overweegt dan de voor de hand liggende, traditionele of letterlijke betekenis. Spinoza heeft dat ook gedaan: hij spreekt voortdurend over God en verzet zich heftig tegen de beschuldiging van atheïsme. Dat heeft helaas geen enkele kerkelijke instantie verhinderd om van zijn naam een synoniem te maken van atheïsme, ongeloof, blasfemie en al wat ingaat tegen God en Kerk.

Is Spinozisme
en atheïsme dan misschien niets anders dan Godsgeloof onder een andere naam? Ik
denk vaak dat het inderdaad zo is. Als we theologische concepten zoals God en
openbaring goed verstaan, dan zijn er ten hoogste nog nuanceverschillen, zo al niet
identiteit, tussen atheïsme en Godsgeloof. Dat liet Spinoza toe om letterlijk te
stellen: Deus sive Natura, waarbij
hij kernachtig duidelijk maakte dat voor hem God en de Natuur een en hetzelfde
zijn.
Laten we dat even toepassen op de openbaring. Letterlijk en zoals het ons is voorgehouden door de kerk, betekent het dat God zich aan de mensheid openbaart. Dat gebeurt op verscheidene manieren. Hij heeft zich op een bijzondere wijze gemanifesteerd aan zijn uitverkoren volk, Israël. Vervolgens heeft hij zijn eigen Zoon mens laten worden en zo als het ware zelf tot de mensheid gesproken. De volgelingen van Christus hebben dan een kerk gesticht om zijn werk voort te zetten en Gods Geest staat hen bij in hun verkondigingswerk.

Als we dat
op een naïeve, kinderlijke en dus zeer antropomorfe manier bekijken, hebben we ergens
in de wolken een God die boodschappen en boodschappers stuurt naar de mensen
hier op aarde: profeten, engelen, zijn Zoon, zelf ook God in eenheid met de
Vader, apostels en evangelisten, kerkgeleerden en onfeilbare kerkvorsten die
rechtstreeks door Hem Zelf geïnspireerd worden. Zij zijn slechts de spreekbuis
van God, wat zij vertellen en neerschrijven hebben zij niet uit zichzelf, zij
zijn vol van de Geest van God, God houdt de hand vast van de evangelisten in
een soort van écriture automatique.
De kerk wordt op wonderbaarlijke wijze geleid door God zelf, in die mate dat
het opperste gezag van de kerk, de paus, een gewone mens, door het opnemen van
zijn functie zonder meer onfeilbaar wordt, precies omdat hij door Gods Geest
aangestuurd wordt en dus niet meer zijn eigen mening verkondigt, maar het Woord
van God.
Het lijkt gemakkelijk, en dat is het ook, om bij zoveel fantasie gewoon de schouders op te halen en te zeggen: nee, zo is het niet. Er is helemaal geen God, er is geen enkele reden om aan te nemen dat er zo een God zou zijn, het is allemaal verzonnen, het is totaal ongeloofwaardig.
Maar we kunnen die traditionele voorstelling ook anders bekijken. We kunnen dieper graven dan die kinderlijke voorstelling en ons afvragen of daaronder geen diepere waarheid schuilgaat. Ongetwijfeld hebben vele gelovigen zo geredeneerd. Kerkleiders, begeesterde gelovige denkers en verstandige theologen en filosofen hebben altijd geprobeerd om aan die fundamentele gelovige houding een diepere inhoud te geven, met wisselend succes, binnen en buiten de kerk.
Wanneer we echter vertrekken van een atheïstische opvatting, dan zeggen we dat er geen God is die zich aan de mens openbaart. Wat is het gevolg voor wat men de openbaring noemt? Al de vermeende boodschappen van God verdwijnen daarmee niet in het niets. Het Oude Testament blijft bestaan, de geschiedenis van Gods volk wordt de geschiedenis van Israël, opgetekend door mensen. Christus wordt een charismatische mens, de evangelisten en Paulus ook, en Hieronymus, Augustinus, Thomas Aquinas, Erasmus, Luther, Calvijn enzovoort. Ook de leer van de kerk, opgesteld door theologen en kerkvorsten, wordt een neerslag van wat verstandige en geëngageerde mensen in de loop van de eeuwen hebben gedacht. Gods openbaring wordt mensenwerk dat we niet zomaar moeten verwerpen, wanneer we op een goede dag stellen dat er geen God is die erachter zit.

Het is een
beetje een Copernicaanse omkering: de openbaring is er wel degelijk, maar ze
komt niet van God, ze is niets anders dan het inzicht dat de mensheid zelf heeft
verworven, haar eigen wijsheid en ervaring. Meteen verdwijnen dan al de
moeilijkheden die veel verstandige mensen hebben met het kinderlijk Godsbeeld.
God is niets anders dan de menselijke beschaving die zich realiseert. Hegel en
Schopenhauer en zelfs Nietzsche hebben dit aangevoeld en uitgesproken. Het is ook
de basisgedachte van Spinoza: God is de Natuur, de Wereld, het Al. Dus geen
wonderbaarlijke toestanden, geen goddelijke inspiratie, geen heilige boeken, geen
onfeilbaarheid, geen starre onderdanigheid aan traditie en gezag. We kunnen weer
de hele omvangrijke en diverse christelijke literatuur gaan lezen en daaruit
waardevolle inzichten putten.
Er zijn evenwel enkele moeilijkheden met een dergelijke benadering, dus wacht nog even voor je enthousiast naar je Bijbel, Koran of hymnenbundel grijpt, of de verzamelde werken van Bossuet, Sint Jan van het Kruis of Hildegard von Bingen.
Vooreerst is de kerk het niet eens met deze interpretatie: indien ik dit zou neergeschreven hebben in vroegere tijden, dan was ik op de brandstapel beland en ook nu riskeer ik nog altijd excommunicatie voor dergelijke uitspraken. God is helemaal geen fictie, geen manier van spreken, geen metafoor. De kerk verwerpt die opvatting formeel en met alle kracht. Ze heeft dat altijd gedaan en doet dat nog steeds onverminderd. Dit is Spinozisme en dat staat voor de kerk gelijk met atheïsme en godloochening en het misleiden van de gelovigen. Er is voor deze opvatting geen plaats binnen de gemeenschap der christenen. Het is verboden om zo te denken, het is een afschuwelijke dwaling, een ketterij.
Dat is een. Maar goed, stel dat je daarbij de schouders ophaalt en zegt: wat dan nog, de kerk kan me gestolen worden, ik behoor toch niet tot dat instituut, ik wil mijn eigen interpretatie geven aan het christelijk erfgoed, ook als dat het kerkelijk gezag niet zint.
Lieve lezer, ook dan kan ik je geen tuin vol rozen beloven. Neem om het even welk joods of christelijk document en probeer het te lezen met je nieuw verworven inzicht in wat de openbaring echt is: de ontplooiing van het menselijk denken. Je staat dan voor een quasi ondoordringbare mist van begrippen, uitdrukkingen, concepten, dogma’s en leerstellingen, mystieke ontboezemingen, filosofische en theologische haarklieverijen en klinkklare nonsens die het zo goed als onmogelijk maken om ook maar enigszins de menselijke waarden te onderkennen die achter deze geschriften schuilgaan.
Ik heb hier in mijn Kroniek al herhaaldelijk Bijbelse teksten geanalyseerd, uit het Oude Testament en het Nieuwe, niet vergezochte en esoterische, maar de meest bekende: het Onze Vader en het Weesgegroet; de Tien Geboden en de Vijf geboden; het Credo en het Gloria; het kerstverhaal en de passie; het offer van Isaac en nog veel meer. Telkens bleek het zelfs met de beste wil van de wereld niet doenbaar om ook maar een zweem van menselijke waarden te ontdekken, zeker niet voor deze tijd. Het probleem met de christelijke literatuur is dat ze zich vastgepind heeft op de kinderlijke manier om over God te denken. Men heeft zich louter bezig gehouden met het verzinnen van een uitleg voor dingen die niet uit te leggen zijn, zoals het bestaan van God, zijn Zoon en zijn Moeder, zijn Geest, engelen en duivelen, hemel en hel, zonde en vergiffenis, dood en verrijzenis, het eeuwig leven…
De zeldzame personen die ooit op een andere manier over deze dingen hebben durven spreken, hebben het meestal niet overleefd, hun geschriften zijn met hen verbrand. Ze zijn verketterd en doodgezwegen. Er is in het Westen enkel een verborgen traditie van dit alternatief denken, die ook vandaag nog maar schuchter in de openbaarheid treedt. De macht van het kerkelijk gezag is nog steeds aanzienlijk, de stem van de oppositie komt nog maar nauwelijks aan bod.
Een alternatieve lezing van de christelijke literatuur is niet iets dat je geredelijk kan aanpakken: je zal grotendeels zelf het werk moeten doen. En dan zal je vaststellen dat het nauwelijks de moeite loont. De aanzienlijke inspanningen die je je moet getroosten, zullen je niet alleen uitgeput maar ook zwaar teleurgesteld achterlaten: is het maar dat? Is dat die fameuze onderliggende christelijke boodschap? Want het komt neer op slechts dit: behandel je medemens zoals je zou willen dat je zelf behandeld wordt, of: bemin uw naaste zoals uzelf. God beminnen is niets anders dan u gedragen als een eerlijk en rechtvaardig mens. Al de rest is bijzaak, ballast, folklore, bijgeloof of, erger nog: onzin.
Het is een ontnuchterende gedachte. De christelijke levensbeschouwing en haar Joodse voorgeschiedenis samengevat in één simpele gedachte en dan vaststellen dat men zich vierduizend jaar heeft bezig gehouden met die te verpakken in een gedrocht van een ideologie en een godsdienst, waarover men dan met een aan waanzin grenzend fanatisme onder elkaar en met de ‘heidenen’ ten strijde is getrokken, in weerwil van de onderliggende boodschap. Je tegenstanders uitroeien in naam van de naastenliefde, mooi is dat.

Het is zo
jammer. We verliezen onze tijd met twisten over bijzaken en vergeten dat we
slechts eventjes hier zijn en dan weer niet meer. We zouden beter de korte tijd
die we hebben, gebruiken om gelukkig te zijn en anderen gelukkig te maken.









































