Jonathan I. Israel, Democratic Enlightenment

Jonathan I. Israel, Democratic Enlightenment. Philosophy, Revolution, Human Rights 1750-1790, Oxford UP 2011, xvi + 1066 pp., gebonden uitgave, £ 30.

Toen ik van
de auteur zelf vernam dat hij bezig was de laatste hand te leggen aan het derde
en laatste deel van zijn trilogie over de Verlichting, keek ik van dan af uit
naar de aankondiging van de publicatie. Amazon bood ons de gelegenheid om het
boek vooraf te bestellen en dat heb ik meteen gedaan; Amazon.UK had de laagste
prijs en gratis verzendingskosten. In de periode voorafgaand aan de publicatie
daalde die prijs nog wat en de voorintekenaars kregen die lagere prijs.
Van bij zijn aankomst heb ik mij op het boek gestort. Er waren wat materiële hinderpalen. Vooreerst weegt het 1,1 kg en dat voel je. Als je het op je dijen laat rusten,snijdt het in je vlees. Als je het in de hand houdt, krijg je krampen in je polsen. Ik heb geëxperimenteerd met een leesplank en met een lezenaar, maar een echt goede oplossing heb ik niet gevonden. De lettergrootte viel ook tegen: niet echt klein, maar ook niet echt comfortabel. Dat geeft lange regels en dat maakt dat je voortdurend je hoofd en je ogen moet bewegen van links naar rechts (zeker als je multifocaal brilt). Korte regels kan je met één blik innemen en dan kom je los van het blad, je beseft niet meer dat je aan het lezen bent en dan gaat het vlot vooruit, je leest dan de gedachten, niet de letters. Het papier is blauwachtig wit, dus veel te blakend en dus vermoeiend, zowel met natuurlijk als met kunstlicht (en ik heb helaas nog altijd de ideale leeslamp niet gevonden). Ik was dus veroordeeld tot korte leesperiodes en daardoor heeft het enkele maanden geduurd voor ik erdoor was, ook al omdat ik de spijtige maar noodzakelijke onderbrekingen opvulde met enkele andere boeken. Ik ben nu eenmaal gewoon om verscheidene uren per dag lezend door te brengen, dat is een behoefte geworden.
Het fysieke ongemak werd echter ruim gecompenseerd door het intellectuele genot. Jonathan Israel is een geniaal schrijver. Sommigen laten zich irriteren door de gedegen klassieke stijl van zijn academisch Engels, zijn lange periodebouw, zijn soms gezochte terminologie. Ik niet. Als ik een lange zin niet meteen begrijp, dan lees ik die nogmaals en ik heb de indruk dat de auteur precies dat op het oog had: diepzinnige gedachten of subtiele onderscheiden behoeven een aandachtige of herhaalde lectuur. Voor mij waren de meer dan duizend bladzijden van uit dat oogpunt dan ook een waar festijn.
Over de inhoud zal ik kort zijn. De grondgedachten van Jonathan Israel zijn ondertussen algemeen gekend, indien niet overal aanvaard. Israel is een fervent democraat. Als beoefenaar van de ideeëngeschiedenis gaat hij op zoek naar de intellectuele bronnen van het democratisch gedachtegoed. Hij vindt dat in de Verlichting en maakt daar een essentieel onderscheid tussen die denkers en schrijvers die radicaal en revolutionair denken en schrijven, en anderen die ofwel elke verandering van het status-quo verafschuwen, ofwel voorstander zijn van een meer gematigde evolutie. Zijn sympathie gaat overduidelijk uit naar de radicale Verlichtingsdenkers. Hij neemt wel degelijk een standpunt in en steek dat niet onder stoelen of banken. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom ik zo van hem houd. Hij is geen neutrale historicus, hij is een geëngageerde 68er.

Dat staat
zijn objectiviteit en degelijkheid heus niet in de weg. Zoals in zijn twee
voorgaande volumes biedt hij ons een gedetailleerd wereldwijd panorama aan van
de periode die hij beschrijft, 1750 tot aan het begin van de Franse Revolutie.
Maar dan wel de Ideengeschichte, niet
zozeer de gebeurtenissen dus maar wel de ideeën die in die periode gangbaar
waren, hun invloed op de gebeurtenissen en de invloed van de gebeurtenissen op
het denken, steeds van uit concrete auteurs. Het is zijn overtuiging dat de
Verlichte denkers een enorme invloed gehad hebben op het verloop van de
geschiedenis. Hij illustreert dat aan de hand van talloze voorbeelden, waarbij
vooral twee werken de volle aandacht krijgen: Raynals Histoire philosophique et politique des Deux Indes (1770) en d’Holbachs
Système de la nature van hetzelfde
jaar. Maar vergis u niet: de lijst van de primaire bibliografie, dus de werken
uit de beschreven periode zelf, beslaat in het boek meer dan vijfentwintig
pagina’s, en elk van de vermelde werken komt in dit boek aan bod.

Het
aanstekelijk enthousiasme van Jonathan Israel maakt een groot deel uit van de
aantrekkelijkheid van zijn boeken, indien je althans zijn voorkeuren deelt voor
het democratisch denken, voor tolerantie en voor overlegstructuren. Maar zelfs
mijn diepe bewondering voor deze auteur maakt mij niet blind voor wat sommigen
zien als tekorten. Ook ik heb me voortdurend afgevraagd hoe die directe invloed
van denkers en schrijvers op de brede beschaving in zijn werk gegaan is. Een
groot aantal van die radicale werken werd immers meteen bij verschijnen
verboden en de exemplaren werden in beslag genomen. De kostprijs, die al niet
laag was (er waren immers nog geen goedkope drukprocedés of massaproductie)
werd door die kunstmatige schaarste nog opgedreven. Slechts enkelen konden een
exemplaar bemachtigen, zelfs van de weinigen die het zich konden veroorloven.
Het was dus zeker niet zo dat die werken algemeen verspreid waren, of dat het
gewone volk ze zou lezen. Daarover maakten die auteurs zelf zich ook geen illusies:
herhaaldelijk hoor je de klacht dat slechts een kleine minderheid in staat was
(en is…) om diepere politieke of filosofische gedachten te doorgronden, of daar
ook maar enige belangstelling voor had (en heeft). We moeten evenwel goed voor
ogen houden dat het niet zozeer gaat om de werken zelf, maar over de gedachten
die erin aan bod komen.
Zelfs van verboden boeken vond men overal besprekingen in allerlei literaire tijdschriften, die een veel grotere verspreiding kenden en die ongestraft mochten citeren uit de gewraakte publicaties. Zelfs de religieuze pers en de parochiepriesters in hun homilieën vonden het nodig om de goegemeente op de hoogte te brengen van de atheïstische ideeën, met de bedoeling ze als wraakroepend aan te klagen, maar daardoor vonden ze toch ook weer een verspreiding bij een publiek dat er anders geen weet zou van hebben. Ik heb dat zelf meegemaakt toen ik op jonge leeftijd een pater Franciscaan op de preekstoel hoorde tekeer gaan tegen Gerard Walschap, ongetwijfeld naar aanleiding van zijn Salu en merci. Ik had nog nooit van Walschap gehoord en de overgrote meerderheid in de kerk ongetwijfeld ook niet. Het kan niet anders dan dat sommige toehoorders uit nieuwsgierigheid naar Walschap hebben gegrepen na het horen van die donderpreek, terwijl ze dat anders nooit uit zichzelf zouden gedaan hebben.
Ik heb me ook de bedenking gemaakt dat er een onmiskenbaar verband is tussen wat grote denkers en schrijvers in hun boeken vastleggen en wat er leeft in een gemeenschap, een beschaving. Ik heb niet de indruk dat de Verlichtingsgedachten door die denkers zelf ‘uitgevonden’ zijn, dat ze uit het niets tevoorschijn gekomen zijn als geniale gedachten. Dat wordt bevestigd door de lange voorgeschiedenis van een groot aantal van die ideeën en ook door het bijna gelijktijdig opduiken ervan bij verscheidene auteurs en in verscheidene landen. Soms is de tijd rijp voor een gedachte, die al lang sluimerend leeft bij sommige verlichte geesten. De economische, politieke en sociale omstandigheden kunnen de aanleiding zijn voor een dergelijke opbloei, als reactie op toestanden die men als onvolmaakt, bedreigend of zelfs onaanvaardbaar ervaart, hetzij als het resultaat van gunstige evoluties in de algemene cultuur, bijvoorbeeld een hogere graad van alfabetisering en scholing, de boekdrukkunst, vrede…
Ik wil daarmee de concrete inbreng van individuele figuren niet minimaliseren. De idee van de parlementaire democratie en het algemeen enkelvoudig stemrecht zijn niet uit de lucht gevallen, ooit heeft iemand dat bedacht, het waren ideeën die nog niet bestonden, omdat ze geen kans hadden om gerealiseerd te worden. Maar het volstond ook niet om ze te bedenken: daarmee waren ze nog lang niet in de praktijk gebracht, dat heeft nog eeuwen geduurd en het zal wellicht nog eeuwen duren voor dat overal ter wereld het geval is, als het ooit zover komt.
Lieve lezers, ik kan je dit boek, zoals de andere werken van Jonathan Israel, niet genoeg aanraden. Het is nog niet in het Nederlands vertaald, maar dat komt nog wel.

In het Nederlands verscheen van hem wel al:
Nederland als centrum van de wereldhandel: 1585-1740, 1991, 504 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 905194036X
De Republiek, 1477-1806, 2001, 1368 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 9051942214
De joden in Europa, 1550-1750, 2003, 356 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 9051942222
Radicale Verlichting: hoe radicale Nederlandse denkers het gezicht van onze cultuur voorgoed veranderden, 2005, 944 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 9051942397
In strijd met Spinoza : het failliet van de Nederlandse Verlichting (1670-1800), Bert Bakker, Wassenaar : NIAS, 2007. ISBN 978-90-351-3209-2
Gedachtevrijheid versus godsdienstvrijheid : een dilemma van de Verlichting, Soeterbeeck Programma, Nijmegen, 2007
Verlichting onder vuur: Filosofie, moderniteit en emancipatie, 1670-1752, 2010, 1184 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 9789051943276
Revolutie van het denken: Radicale Verlichting en de wortels van onze democratie, 2011, 240 blz., uitgeverij Van Wijnen - Franeker, ISBN 9789051944105





































