Il Pensieroso
L'Allegro, il Pensieroso ed il Moderato (HWV 55) is een pastorale ode van George Frideric Haendel (1685-1759); hij werkte eraan van 19 januari tot 4 februari 1740 en de première vond plaats op 27 februari 1740 in het Royal Theatre, Lincoln's Inn Fields. Voor de tekst bewerkte Charles Jennens, een van de librettisten van Haendel, twee gedichten uit 1645 van John Milton (1608-1674): L'Allegro en il Pensieroso. Die twee vormen echt een paar: de ‘rappe’ en luchtige Allegro houdt van het lieflijke en rustige landelijk leven overdag en van het levendige, uitdagende nachtleven van de stad. De ‘bedachtzame’ Pensieroso zoekt zijn genoegen in lange wandelingen in sombere wouden en nachtelijk zoeken in boeken in een eenzame toren.
Jennens heeft van die twee gedichten een meer levendige dialoog gemaakt tussen die twee en die vormt de eerste twee delen van Haendels muziekstuk. In het kortere derde deel doet Jennens een poging om de twee te verzoenen en dat is dan il Moderato, de gematigde uit de titel. Voor die tekst maakte hij gebruik van klassieke verwijzingen, vooral naar de gulden middenweg die Aristoteles al voorhield. Opvallend is het bekende lieflijk eindduet: hier parafraseert Jennens een tekst uit The Tempest van Shakespeare, namelijk de passage waarin Prospero erin toestemt om de betovering te verbreken van al de andere personages. Dit is de tekst van Shakespeare:
… The charm dissolves apace,
And as the morning steals upon the night,
Melting the darkness, so their rising senses
Begin to chase the ignorant fumes that mantle
Their clearer reason…
En dit is die van Jennens:
As steals the morn upon the night,
And melts the shades away:
So truth does Fancy’s charm dissolve,
And rising reason puts to flight
The fumes that did the mind involve,
Restoring intellectual day.
Onlangs hoorde ik dat duet op de radio en ik was meteen weg van de verrukkelijke melodie. Toen ik nadien de tekst ging opzoeken, was ik verrast en getroffen door deze dialoog, op een tekst van Milton, een dichter die we het best kennen van Paradise Lost (maar wie heeft dat ooit gelezen? Ik niet…) geboren in 1608, dus precies vierhonderd jaar geleden…
Voor wie het interesseert: de volledige tekst van Haendels ode vind je hier:
http://en.wikisource.org/wiki/L%27Allegro%2C_il_Penseroso_ed_il_Moderato
en ik heb lang gezocht, hoewel het voor de hand lag, maar zo gaat het nu eenmaal. Je ziet hier de schrijfwijze Penseroso, maar dat lijkt me een tikfout, het Italiaans woordenboek geeft enkel Pensieroso.
Voor de volledige tekst van Miltons oorspronkelijke gedichten, met toelichting, in het Engels, kan je hier terecht:
http://www.dartmouth.edu/~milton/reading_room/l'allegro/index.shtml
Met een snelle goegel kom je zeker bij een van de vele uitvoeringen van het muziekstuk van Haendel.
Het zal u niet verbazen, lieve lezers, dat ik mij veeleer vereenzelvig met de wat zwaarmoedige en filosofische Pensieroso dan met de frivole Allegro… Mijn dagen breng ik door, niet in een donkere toren maar toch grotendeels in mijn werkkamer, mijn bureau, met mijn boeken om mij heen en mijn PC met de vaste verbinding naar internet, of in de tuinkamer, in mijn relax, met een meestal ernstig boek op schoot en ten minste één woordenboek in de buurt; steeds klinkt er klassieke muziek in huis.
Ik doe niet aan sport, ben geen lid van een vereniging, heb geen andere hobby’s, ik ga niet op café en zelden op restaurant, niet naar de film of theater; een zeldzame keer laat ik me verleiden of uitnodigen voor een klassiek concert; Tv-kijken beperk ik zoveel mogelijk, met uitzondering van muziekvoorstellingen.
Ik hou echt niet van uitgebreide familiebijeenkomsten of etentjes bij vrienden of kennissen en zeker niet van luidruchtige recepties. Roddel of prietpraat maakt me kregelig, maar voor een goed gesprek ben ik altijd te vinden. Via mail onderhoud ik contact met enkele pennenvrienden en ook daarin probeer ik wat dieper te graven dan het uitwisselen van nieuws. Op vakantie gaan doe ik al vele jaren niet meer, ik hou niet van reizen, met welk vervoermiddel dan ook, of van zonnekloppen, zelfs niet van museumbezoek.
Ik besef bijna dagelijks dat ik me daardoor nogal onderscheid van de overgrote meerderheid van de bevolking, maar dat is het gevolg van mijn manier van leven, niet de reden: ik wens me helemaal niet af te zonderen, het gebeurt gewoon. Ik spreek evenmin een oordeel uit over de mensen die er andere gewoonten op nahouden. Zolang ik er geen hinder van ondervind, mag voor mij iedereen zo ongeveer doen waar hij of zij zin in heeft. Elke zomer overspoelt gedurende enkele dagen een massa van honderd duizend jongeren ons doorgaans vreedzaam dorp, Werchter, voor het bekende muziekfestival, maar als de wind meezit, is de lawaaihinder voor ons beperkt. Evenzo voor de fuiven die in de buurt gehouden worden: het is maar enkele zomerse zaterdagen en wij zijn ook jong geweest, echt waar!
Maar ik verbaas me wel steevast en hartsgrondig over massabewegingen zoals Rock Werchter en de andere zomerfestivals, concerten in Vorst Nationaal of op de Grote Markt van Brussel, de jaarlijkse trek naar het zuiden of naar de skioorden, de koopjesjagers, de bezoekers van grote tentoonstellingen, de avontuurlijke reizigers, de wielertoeristen en Mont Ventoux-beklimmers, de voetbalfans en de basketballiefhebbers, de IJzerbedevaarters of Nationale zangfeestelingen, de deelnemers aan dodentochten of bedevaarten naar Scherpenheuvel, de bezoekers van braderijen en feestmarkten en antiekbeurzen, stoeten en ommegangen en ga zo nog maar even door… Ik zie de mensen bezig of verneem er iets over op het dagelijkse nieuws en ik schud meewarig het hoofd: niet voor mij, niet voor mij, ik zou zelfs goed geld geven om dat allemaal niet te moeten doen!
Mijn enige echte ondeugd is, naast het kopen van boeken en, in veel mindere mate, muziek, het verzamelen van goedkope postuurtjes, beeldjes: oorspronkelijk van miniatuurhuisjes, dan van mensen of dieren die lezen of toch een boek bijhebben, nog later van mensen of dieren met een muziekinstrument of dansers. En ik heb ook ‘enkele’ klokken en uurwerken.
Ik rook niet, gebruik geen drugs, drink hoogstens een simpel glas rode wijn bij het eten.
Nochtans ben ik een tevreden, ja een gelukkige mens.
As steals the morn upon the night,
And melts the shades away:
So truth does Fancy’s charm dissolve,
And rising reason puts to flight
The fumes that did the mind involve,
Restoring intellectual day.
Zoals het morgenlicht steels
de nacht besluipt
en schaduwen doet smelten
zo lost de waarheid de tover op
van de verbeelding
en verjaagt de rijzende rede
de wasems
die het verstand benevelden
en herstelt zo het daglicht
van het intellect.


















