ex libris The case against God


Bij een bezoek aan het Spit vond ik een vrijwel gloednieuw boek in de rekken met de uitdagende titel: Atheism. The Case Against God van George H. Smith, 1970-1989. Kostprijs één euro, dus meenemen maar. Ik heb het me niet beklaagd. Zelden zo’n helder filosofisch betoog gelezen, over welk onderwerp dan ook. De auteur is geëngageerd, dat is duidelijk uit de titel alleen al en vanaf de eerste zinnen van de inleiding weet je meteen waar het hem om te doen is. Hij kan ook niet laten om bij gelegenheid in zeer scherpe bewoordingen kritiek te uiten, maar dat komt niet in de plaats van argumenten, het komt erbij als een gepeperd terzijde, dat je vaak doet glimlachen en af en toe zelfs schateren. Dit is een veel overtuigender betoog dan het meer recente The God Delusion van Richard Dawkins, dat ik hier ook al vermeldde. Smith staat niet in de bibliografie van Dawkins’ boek, zeer ten onrechte overigens en een beetje raar, want veel van Dawkins’ argumenten vinden bij Smith een stevige filosofische basis. Ik heb genoten van de vlijmscherpe logica, van de diepe overtuiging en de tastbare menselijke emoties.
Naast één zetfout en één vreemd homoniem (wreaks in plaats van reeks) toch een ietwat verontrustende passage: de auteur heeft het over victimless crimes en hekelt het verzet van fundamentalistische gelovigen tegen voorstellen om die slachtofferloze misdaden uit het strafrecht te halen. Er zit een sprekende contradictio in terminis in de uitdrukking; hoe kan inderdaad iets een misdaad zijn als er geen slachtoffer is? en dat is ook zijn redenering: zonder slachtoffer is er geen dader, geen schuld en dus geen misdaad. Als voorbeelden geeft hij abortus, druggebruik, prostitutie en pornografie; vaak wordt ook homoseksualiteit in dit lijstje opgenomen, of overspel, bigamie, sodomie en soms zelfs bepaalde vormen van incest. Het principe is dat het gaat om daden die door de wet verboden zijn, maar waarbij de rechten van anderen niet of niet aanzienlijk geschaad worden. Ook hier bij ons is die discussie gedeeltelijk gevoerd, met name over abortus, euthanasie en soft drugs, terwijl de houding tegenover pornografie en prostitutie dezelfde filosofie volgt. Iemand die in zijn eentje een jointje rookt, die doet niemand kwaad, stelt men. Een doctor die een abortus uitvoert op een verkracht meisje van veertien, dat kan toch geen misdaad zijn? Een studente die haar studies betaalt met occasioneel verregaand escorte-werk; twee jongelui die hun homoseksuele geaardheid uitproberen… Pornografie is alom tegenwoordig en blijkbaar volledig geaccepteerd door de maatschappij. Toch vond ik dat dit argument afbreuk deed aan de vlekkeloze logica die de rest van zijn betoog kenmerkt, omdat we hier op zeer glad ijs zitten. De gevallen die ik opsomde lijken inderdaad evident buiten de strafvervolging te moeten vallen. Maar hoe ver gaan we daarin? Abortus mag nu al tot vrij ver in de zwangerschap en eigenlijk op eenvoudige vraag van de moeder, wat ook de motieven zijn. Wanneer wordt druggebruik bedreigend voor de persoon of voor zijn omgeving? Naast homoseksuele geaardheid is er zeker ook homoseksueel toerisme en uitbuiting. Wat weten we over de invloed op lange termijn van commerciële all-out pornografie? En is prostitutie altijd een eerbaar vrij beroep, uitgeoefend door volledig vrije mensen met hun volledige instemming? In sommige landen is incest waarbij voortplanting onmogelijk (gemaakt) is niet strafbaar… Voor de Kerk is masturbatie, zelfbevlekking heet dat dan, een doodzonde, terwijl daarbij toch echt wel geen slachtoffers gemaakt worden. Bij mijn weten is de fist-fuck ook nooit bij wet verboden, oef. In Humo-interviews over de zeven hoofdzonden leest iedereen eerst het stukje over onkuisheid en daar lees je steevast dat alles wat consenting adults met elkaar willen uitspoken, ook moet kunnen.
Het echte slachtoffer van victimless crimes is vaak de maatschappij als dusdanig. Wij dus.



















