Metaforen

George Lakoff & Mark Johnson, Philosophy in the Flesh. The Embodied Mind and Its Challenge to Western Thought, xiv + 624 pp., appendix, references, index, Basic Books, New York, 1999. Hardcover $ 24, paperback $ 16 (Amazon).
Een kanjer van een boek: meer dan 600 grote, brede bladzijden, gelukkig in een goed leesbare letter, maar toch vermoeiend wegens de lange regels. De aanpak is een beetje schools, het lijkt wel een studieboek voor universiteitsstudenten. Het voordeel daarvan is, dat er veel aandacht is geschonken aan de pedagogische aanpak, aan het stelselmatig opbouwen van de redeneringen en aan de logische constructie van de uiteenzetting.
Je zal het van mij aannemen dat het niet eenvoudig is om een boek van die omvang kort samen te vatten. Ik zal mij ertoe beperken de basisopvattingen zo goed mogelijk weer te geven. Die zijn trouwens spectaculair genoeg.
- Het menselijk bewustzijn (mind) is onlosmakelijk lichamelijk.
- Denken gebeurt voor het grootste gedeelte onbewust.
- Abstracte begrippen zijn over het algemeen metaforen.
Dit lijken misschien evidenties, maar het zijn stellingen die diametraal staan tegenover de hele geschiedenis van de Westerse filosofie en de christelijke theologie en die ook vandaag nog krachtig voortleven, zowel in wetenschappelijke theorieën als in de gemeenplaatsen en grondveronderstellingen van het alledaagse denken.
De auteurs vertrekken van deze vaststelling: ons bewustzijn is mee ontwikkeld met ons lichaam; het is gebouwd op ons lichamelijk contact met de wereld om ons heen. We moeten dat zeer letterlijk nemen. Het zijn de dagelijkse waarnemingen die onze hersenen hun fysieke vorm en hun functies gegeven hebben. Onze hersenen zijn samen met onze zintuigen uitgegroeid tot wat ze nu zijn. Wat we met onze hersenen en onze zintuigen doen, dat is ons bewustzijn. Ons denken is een lichamelijk proces in onze hersenen, een volledig materieel gebeuren, zoals onze ogen, bijvoorbeeld. Er is geen mysterieuze, niet-materiële ‘geest’ in onze hersenen of waar dan ook, de activiteit van ons brein is niets anders dan louter fysische uiterst geraffineerde verschijnselen, die volledig verlopen volgens de wetten van de positieve wetenschap.
Hoe dat ingewikkeld proces precies verloopt, daar weten we nog niet veel van. Het grootste gedeelte van ons denken verloopt onbewust, spontaan, buiten onze directe controle. Er ligt in ons brein een enorme schat verborgen, waarin op een of andere manier al de waarnemingen sinds onze geboorte, al onze gedachten, alles wat we ooit gelezen hebben, alles wat we ooit hebben meegemaakt, al onze herinneringen een plaats vinden. Maar het is voor ons als een enorme bibliotheek, zoals die van Borges, waarin we maar heel weinig boeken of zelfs bladzijden kunnen openslaan. Het is een peilloos diep reservoir, waarvan we slechts de oppervlakte kunnen beroeren. Sommige herinneringen bijvoorbeeld kunnen we met enige moeite weer oproepen. Andere verschijnen plots onverwachts, schijnbaar zonder enige aanleiding of reden, in verbazende helderheid en detail, na tientallen jaren van vergetelheid. Waarom? Hoe? We weten het niet.
Er zijn ook vaste patronen in ons denken, die er als het ware ingebakken zijn. Waar komen die vandaan?
De auteurs verbinden die met ons lichaam. Ons conceptueel systeem is gegrond in onze waarnemingen en onze gedragingen in de wereld. Die concepten liggen vast in de fysische opmaak van ons brein. Het is enkel via ons lichaam dat we onze begrippen ontwikkelen. Ons hele denken is gesteund op ons lichaam.
Een voorbeeld: onze waarneming van kleur. Onze ogen zijn op een bepaalde manier ontwikkeld tot wat ze nu zijn. Dat is het gevolg van een lange evolutie, waarbij de mens zich aanpaste aan zijn omgeving. Het resultaat is nu dat wij de kleuren zien zoals we ze zien. Het is alsof die roos daar echt rood is. Maar dat is alleen maar zo omdat wij de ogen hebben die we hebben en het brein dat we hebben. Een vlieg zal de roos heel anders zien, omdat ze andere ogen en een ander brein heeft. Wij hebben de kleuren die we zien namen gegeven en wij praten erover alsof ze een eigenschap van de dingen zelf zijn, maar dat is niet zo…
Waarom is de lucht blauw? Omdat het zonlicht gefilterd wordt door de dampkring en de andere omhulsels van de aarde en enkel die lichtsoort doorlaat die wij blauw noemen. Astronauten die ver genoeg van de aarde zijn, zien de hemel niet als blauw maar als zwart. De hemel is dus niet blauw, maar zwart of zonder kleur. Waarom zien wij de wereld in kleur? Omdat ons dat evolutionair voordeel heeft opgebracht: het laat ons toe om onderscheid te maken tussen dingen, tussen wat eetbaar is en wat niet, wat gevaarlijk is en wat niet. Wie geen kleuren ziet, merkt het verschil niet tussen een rijpe vrucht en een onrijpe. Wie geen reukzin heeft, kan niet aan een vrucht ruiken om te ontdekken of ze rijp is…
Zie je het patroon?
Niet alleen onze zintuigen hebben zich zo ontwikkeld. Onze zintuigen zijn maar werkbaar als er ook een brein is dat de gegevens verwerkt, dat de inkomende impulsen van de buitenwereld verwerkt samen met al het aanwezige materiaal in de hersenen. Dat brein is geëvolueerd om dat te kunnen, dat is wat ons brein is: een gespecialiseerd deel van ons lichaam dat in nauw contact staat met heel de rest van ons lichaam en zo met de wereld om ons heen.
Die wereld benaderen we met ons hele lichaam. Ons krachtig brein laat ons toe om orde te scheppen in de overweldigende chaos van indrukken die op ons afkomt. Daarvoor gebruiken we basisbegrippen die we kennen uit ons fysisch contact met de wereld. Enkele voorbeelden.
- Genegenheid is warmte: als een moeder een kind koesterend omarmt, dan houdt ze dat kind letterlijk warm, zoals een kloek (klokhen) haar kuikens. Wij interpreteren die warmte als genegenheid. Het fysieke gevoel krijgt een emotionele betekenis. Dat noemen we een metafoor: genegenheid (een begrip) is een metafoor voor warmte (een fysieke ervaring). In ons brein (en in onze taal) gebruiken we concepten uit onze fysieke ervaring voor andere, emotionele en rationele ervaringen.
- Belangrijk is groot: als kind ervaar je dat alles wat groot is, ook belangrijk is: je ouders en verwanten.
- Rechtop is gelukkig: wie rechtop loopt, straalt tevredenheid uit: hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy!
- Intimiteit is nabijheid.
- Slecht stinkt, goed ruikt lekker.
- Moeilijkheden zijn een last.
- Wat aangroeit, is beter: hoe groter de hoeveelheid voedsel, hoe beter.
Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. We kunnen elk begrip terugbrengen op fysieke lichamelijke ervaringen. Die begrippen drukken we uit in taal, zo is het dat taal ontstaan is: wij hebben de kunst geleerd om onze ervaringen mede te delen aan anderen. We kunnen onze kinderen waarschuwen dat de stoof heet is, dat uitwerpselen geen speelgoed zijn, dat voedsel lekker is: we doen dat met primaire woorden: warm, warm! Bah! Vuil! Njam, njam! Onze hele taal is op die eenvoudige principes gebouwd, maar is natuurlijk oneindig veel genuanceerder dan dat.
De auteurs werken deze principes uit in groot detail en met een overvloed aan voorbeelden. Misschien gaan ze daarin wel een beetje te ver. Soms blijven ze voorbeelden geven, ook al heb je het al lang door en dan lijkt het boek langdradig, je wil verder gaan, maar ze houden je tegen. Soms zijn de voorbeelden ook vergezocht: je kan voor ongeveer elke gedachte een voorbeeld vinden in onze rijke talen. Maar niet alle begrippen zijn even belangrijk en niet alle voorbeelden zijn even relevant. Dat is het gevaar van elk systeem: je mag er niet mee overdrijven, je mag de realiteit niet aanpassen aan je systeem, je mag je wensen niet voor werkelijkheid nemen. Vooral in de uiteenzetting over de eigenheid van de persoon (the Self) had ik het gevoel dat de verheldering door de voorbeelden niet echt overtuigend was.
Ik weet niet goed wat ik je moet aanraden, lieve lezer. Enerzijds is dit boek verfrissend origineel, een echte openbaring wat betreft de basisinzichten in de structuur van ons bewustzijn, en wat kan er nu belangrijker zijn dan dat? Anderzijds is het, althans naar mijn aanvoelen, veel en veel te lang uitgesponnen, met een indigestie aan voorbeelden en toepassingen. Ik denk dat in deze massale woordenvloed een sublieme kern van diepe waarheid aanwezig is, die waarschijnlijk meer overtuigend naar voren kon gebracht worden in een veel kortere en daardoor zoveel krachtigere uiteenzetting.













/art/slides/Interieur,%20aardappels%20schillen;olieverf;paneel;41,7%20x%2031;gesigneerd%20r.o.;$%206000-8000;$%208225.jpg)



