Vlaamse Gemeenschap


Aristoteles noemde de mens een zoon politikon, een levend wezen dat leeft in een polis, wat we kunnen vertalen als een stad, maar veel beter als een staat, een land of een gemeenschap. Sommige dieren leven helemaal op hun eentje, meestal mannetjesdieren buiten de paartijd. De vrouwelijke dieren zorgen het hele jaar door voor hun jongen, soms vele jaren lang. Andere soorten leven permanent in harems of in groep, bijvoorbeeld apen, en bij de insecten vallen vooral de mieren op. In die groepen ontwikkelen zich allerlei conflicten en dus ook oplossingen, bepaalde patronen van gedrag, zoals het dominante gedrag van het sterkste mannetje en de machtsstrijd om die positie, die ook of vooral seksuele voorrechten inhoudt, of de strijd tussen groepen onderling om territorium.
De vroegste mensen moeten een zelfde evolutie doorgemaakt hebben. Het leven in groep was zelfs al een gewoonte toen we nog niet echt van mensen konden spreken, homo sapiens, maar we weten zeker dat die wel degelijk in groep leefde: men had ingezien dat de kansen op overleven beter waren voor een groep dan voor enkelingen.
Wij zijn nu met 6,7 miljard mensen op deze wereld. Waarschijnlijk zijn we rond 72.000 jaar geleden begonnen met een heel beperkt aantal exemplaren van homo sapiens. Die hebben het heel goed gedaan in vergelijking met hun soortgenoten, want 12.000 jaar geleden waren die soortgenoten al lang verdwenen en waren er een miljoen mensen. En dan ging het snel: in -1000 waren er al 50 miljoen, in -500 was dat verdubbeld tot 100 miljoen, in het jaar 1 weer verdubbeld, maar dan ging het wat trager, het was een woelige periode tot in het jaar 1000, toen waren we ‘maar’ met 310 miljoen. Van dan af ging het weer veel sneller. In 1750 was dat al 800 miljoen, amper honderd jaar later 1,262 miljard, in 1950 weer verdubbeld, in 1990 nog eens tot 5,2 miljard. De voorspellingen zijn dat we tegen 2050 met 9 miljard lotgenoten zullen zijn.
Van die eerste families of clans die een vorm van samenleving hadden opgebouwd uit zelfbehoud zijn we geëvolueerd naar echte beschavingen die elkaar hebben opgevolgd of die geografisch gescheiden naast elkaar bestaan hebben. De geschiedenis van die beschavingen, de onze of ‘vreemde’ is fascinerend. Wat we er altijd in aantreffen, is een streven naar identiteit, vooral door het zich afzetten van ‘de anderen’. We moeten dat helaas nogal letterlijk en gruwelijk zien: homo sapiens heeft wellicht in belangrijke mate zelf actief bijgedragen tot de ‘verdwijning’ van de minder sapiens-versies: ze zijn niet zomaar uitgestorven, maar ook verjaagd, opgejaagd en uitgemoord. En zo is het ook gegaan met elke ‘beschaving’: de ‘barbaren’, die niet tot de eigen cultuur behoorden door hun taal, hun uiterlijke verschijning, hun godsdienst, werden onverbiddelijk bestreden. We zien dat op een pijnlijk duidelijke manier beschreven, bijvoorbeeld in het Oude Testament, maar ook in de vele geschiedenisboeken die sinds de Oudheid geschreven zijn en die de glorieuze overwinningen bejubelen, maar ook met misplaatste trots de vreselijke slachtpartijen vermelden: vae victis! Wee de overwonnenen, zie maar naar het verhaal van de ganzen van het Capitool: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=36431
Hoewel volgens sommigen onze wereld vandaag één groot dorp is en we op het dagelijkse nieuws inderdaad een zeer brede of althans ook geografisch erg gevarieerde blik op de wereld krijgen; hoewel sommige aspecten van de beschaving inderdaad mondiaal zijn, over de hele wereld verspreid, in de populaire lichte en klassieke muziek, minder in de literatuur, zeer sterk in de wetenschap en de technologie en in nog heel wat andere aspecten, toch zijn er nog talloze groepen die zich op een of andere manier van elkaar onderscheiden, zij het met evenveel overlappingen. Er blijft bijvoorbeeld een zeer duidelijke raciale identiteit bestaan, met veel meer voorstanders dan mensen die menen dat het ideaal een algehele vermenging van de rassen zou zijn tot één enkel gemengd type. In het slechtste geval spreken we dan van racisme.
Een ander eeuwig en evident onderscheid is de taal. Ook daar heb je enkelingen die ervoor pleiten dat iedereen Esperanto zou spreken, naast een evolutie naar het Engels als de wereldtaal, maar de weerstand van andere, zelfs uiterst kleine taalgroepen is quasi onuitroeibaar en speciaal wij Vlamingen (en Nederlanders, lieve lezers van over die grens die veel minder reëel is dan de Belgische taalgrens) kunnen ons daarover alleen maar verheugen. De spreiding van de wereldbevolking is ook spectaculair in evolutie: terwijl Europa sinds 1980 stagneert en zelfs achteruitgaat in reële getallen, stijgen alle andere continenten, sommige zelfs zeer opvallend, zoals Afrika en Azië. Ook de economische ontwikkeling is zeer divers, kijk maar naar de recente explosieve evolutie in Azië: eerst Japan, dan India en nu ook het gigantische China.
En in dat uiterst complexe wereldtapijt tekenen zich allerlei patronen af. Een beter beeld is dat van een screen saver, zo’n computerprogrammaatje dat op je scherm verschijnt als je het een tijdje niet gebruikt en waarin wervelende structuren rondwarrelen. Nu eens verschijnt China op de voorgrond zoals straks met de Olympische spelen; dan is het weer Korea of Iran met nucleaire dreiging; de constante inzet van Amerikaans geweld in de rest van de wereld; het natuurgeweld dat zich vooral in arme gebieden lijkt af te spelen of daar grotere schade kan aanrichten omdat de mens er zich minder goed heeft kunnen beschermen dan in de rijkere gebieden: de zelfde tornado richt veel meer schade aan in de Caraïben dan in de USA.
Nu eens vormen de rijke landen een coalitie tegen de arme, zoals bij de mislukte onderhandelingen over een wereldhandelsakkoord. Dan weer proberen de Islamlanden zich te verenigen tegen het ongelovige, decadente Westen, of de katholieke paus roept op tot een afkeer van het wereldlijke en het materialisme. De olierijke landen pluimen de landen die draaien op het verbruik van olie; of Rusland draait de gaskraan dicht voor al te zelfstandige vroegere satellieten (voor de etymologie van dat woord klik je even hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=167 ).
Op grote en kleinere schaal is er voortdurend groepsvorming en verhitte strijd om echte of vermeende groepsbelangen. In de zakenwereld zijn er vijandige overnames en de vlucht naar lagere-loonlanden, staten bevechten elkaar met invoerrechten en quota, nationalistische afscheidingsbewegingen menen dat ze met bommen, milities en verkrachting van onschuldige slachtoffers hun doel kunnen bereiken: de overheersing van één groep met uitsluiting van een andere. Dat is waarvoor Karadzic moet terechtstaan, naast (sommige) Afrikaanse bloeddorstige dictators, maar anderen ontspringen de dans omdat zij het geweld legitimeren, hoofdzakelijk met valse of zelfs gefabriceerde argumenten, zoals bij de inval in Irak.
Laten we dat patroon ook even in ons land bekijken. Dat land is België, daaraan zijn we onlangs op onze zogenaamd nationale feestdag nog eens herinnerd. Zogenaamd of vermeend, want het aantal Belgen dat 21 juli ook werkelijk of emotioneel als een nationale hoogdag beschouwt, is minuscuul. In de grondwet staat sinds enkele jaren dat België bestaat uit gewesten en gemeenschappen, niemand weet goed welke en hoeveel en hoe die bestuurd worden en wie verantwoordelijk is voor wat (denk aan de RVA en de VDAB). Die vrij recente grondwettelijke bepaling was de confirmatie van wat zich sinds het einde van de tweede wereldoorlog heeft afgespeeld in ons ‘land’, namelijk de beweging naar zelfbestuur voor Vlaanderen, dat zich afzette tegen een bestuur vanuit Brussel dat ervaren werd als volksvreemd, discriminerend, vernederend en economisch onrechtvaardig. Hoe kunnen wij ons verbonden voelen met mensen of instellingen die ons beschimpen én bestelen op de koop toe?
Vlaanderen wenste de erkenning van het Nederlands als de landstaal van de overgrote meerderheid van de bevolking, de erkenning van de Vlamingen als de grootste bevolkingsgroep; men wenste een einde te maken aan de overheersing van de Franstaligen in de federale, nationale instellingen en het stelselmatige bevoordelen van de Franstaligen: de door niets verantwoorde transfer van Vlaams geld naar niet-Vlaamse zakken. Kortom: men eiste de eigen rechten op van Vlaanderen en als dat slecht uitkwam voor de anderen, tant pis.
Die evolutie is nog steeds bezig en sinds de laatste verkiezingen is ze in een politieke stroomversnelling geraakt, waarin we nog steeds vastzitten. Sommigen beschuldigen de CD&V-NVA ervan dat thema alleen maar gebruikt te hebben om paars te breken en het is duidelijk dat dit inderdaad hun strategie was, een geslaagde strategie trouwens: zij zijn nu aan zet, maar het schaakbord is ondertussen wel serieus veranderd. Het is waar dat andere partijen zoals de SPA en Groen! heel wat minder communautair getint waren, maar uit de ware slachting die ze te verwerken kregen in de verkiezingen moeten we toch afleiden dat de mensen zich herkennen in de Vlaamse boodschap en de eis tot zelfbestuur.
Het probleem met België is dat het wel een (kunstmatig) land is, maar nooit een gemeenschap is geworden. Bij de oprichting in 1830 heeft niemand ook maar enigszins rekening gehouden met de geschiedenis, bijvoorbeeld het samenleven in de lage landen bij de zee gedurende vele eeuwen van een bevolkingsgroep met een gezamenlijke cultuur, uitgedrukt in een gemeenschappelijke taal; men verkoos een tot dan toe onbestaande en zelfs ondenkbare maar politiek opportune eenheid tussen negen heterocliete provincies aan weerskanten van een zeer reële taalgrens, die ook voor de rest niets met elkaar gemeen hadden. Een toplaag van Franstalige industriëlen en bourgeois wou van België een Franstalig economisch wingewest maken en slaagde daar aanvankelijk ook in.
Maar men kan onmogelijk een volk zijn eigenheid ontnemen. Net zoals de Basken, de Catalanen, de Serviërs, de Kosovaren en zovele anderen overal ter wereld zal Vlaanderen niet rusten eer het autonoom, zelfstandig of onafhankelijk is, in een of ander groter geheel, dat wel: België, Nederland, Europa, om het even, maar Vlaanderen! Daar ligt onze gemeenschap, dat is ons vaderland, daarvoor kunnen we de patriottische gevoelens opbrengen die de Belgische driekleur ons zo erbarmelijk cynisch tracht te ontlokken en die sindsdien door Vlamingen daardoor ten onrechte als iets onnatuurlijks, ronduit gênant of dolkomisch beschouwd worden: patriottisme? Laat me niet lachen!
Het bestaan van een Belgische on-gemeenschap verhindert en belemmert de spontane vorming van een volwaardige ongegeneerd Vlaamse identiteit en gemeenschap en voor mijn part ook andere: Waalse, Franstalige, zelfs Brusselse. Want daarin mogen we ons niet vergissen, tenzij we tot ons onvermijdelijk en blijvend groot nadeel al de lessen van de geschiedenis, recente en oude, aan onze laarzen zouden lappen: de mens heeft behoefte aan gemeenschap, hij is nog steeds een wezen dat slechts als individu kan gedijen in een groter geheel, zowel voor zijn dagelijkse behoeften, materiële en andere, als voor zijn algeheel welzijn: het gezin, de buurt, de vrienden en kennissenkring, de werkomgeving, het ontspanningsleven, de stad, de provincie, Vlaanderen, Europa, de wereld.
België be-’staat’ uit gewesten en gemeenschappen, waaronder de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Commonwealth of Community en dat betekent formeel de definitieve uitsluiting van België als volwaardige en bevredigende ‘gemeenschap’, er is geen Belgische identiteit, er is er nooit een geweest en er zal er nooit een zijn, want er is geen enkele vaste gemene grond voor, geen enkele geldige overtuigende reden. België ‘bestaat’ niet uit gewesten en gemeenschappen: de gewesten en gemeenschappen bestaan, althans sommige (de Franstalige Gemeenschap en het Waalse en Brusselse Gewest zijn druk aan het integreren in het vooruitzicht van komende politieke ontwikkelingen), en dus bestaat België werkelijk niet, tenzij als een lege doos, een nutteloze verpakking, een te korte rode draad (zie: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=179 ) in het Belgische weefsel, een tricolore strik die men niet geknoopt krijgt rond een onbepaald aantal pakjes van verschillende grootte.
Sommige, vooral Brusselse rabiate francofone Vlamingenhaters grinniken graag dat de Limburgers de West-Vlamingen niet verstaan, dus moeten die volksgroepen dan ook onafhankelijk worden? Hoe dom kan je toch zijn, hoe blind voor een kolossale realiteit, hoe doof voor de overdonderende realiteit van de Vlaamse identiteit en de eeuwenoude terechte verzuchtingen van alle Vlaamse mensen? Spijtig genoeg merken we nog steeds hevige Belgicistische stuiptrekkingen, vooral aan socialistische, syndicale en groene zijde; hopelijk leren de politiekers uit hun opeenvolgende verkiezingsnederlagen; hopelijk gaan de syndicalisten eindelijk beseffen dat als het erop aankomt, hun leden zullen kiezen voor de Vlaamse identiteit en niet voor een kunstmatige, nefaste en onbetaalbare vermeende solidariteit met een andere gemeenschap, welke die ook is; ook voor het Vlaams syndicalisme ligt de toekomst in Vlaanderen en in Europa, het is onbegrijpelijk dat zij dat niet inzien, of beter: het is een dramatische historische vergissing als een aantal ideologisch misleide bestuursleden hun bekrompen aftandse Belgisch-nationale corporatistische belangen en hun eigen parasitaire vleespotten hoger schatten dan het werkelijk sociaal-economisch belang van hun Vlaamse leden.
Een volk dat er niet in slaagt een gemeenschap te vormen is gedoemd om het onzalige lot te delen van al de onleefbare kunstmatige politieke creaties die de wereld al heeft gekend, van al de machtsgeile suprematistische wereldrijken, van alle totalitaire dictaturen, van alle religieuze zeloten: de implosie, het verdwijnen in het zwart gat van het collectief geheugen, de opname in de cataloog van miskleunen van de wereldgeschiedenis, waar al zoveel onherkenbaar vervallen monumenten prijken van de menselijke hoogmoed en waanzin.
Vlaanderen mag de kansen niet verkwanselen die zich vandaag duidelijker dan ooit aftekenen aan de Belgische horizon. Het moet zich ontdoen van zijn kluisters, die van vreemde voogden, maar vooral die van zijn eigen parochiale bekrompenheid en eeuwig aarzelende minderwaardigheidscomplexen.


















