De immanente ongerechtigheid van de aartsbisschop

De katholieke aartsbisschop van Mechelen-Brussel, André Léonard, zegt in een autobiografisch boekje dit over aids:
“Ik zie in deze epidemie dus geen straf, hoogstens een soort immanente gerechtigheid, een beetje zoals we op het ecologische vlak soms de rekening gepresenteerd krijgen voor wat we het milieu aandoen.”
We moeten die zinnetjes goed lezen. Het meest opvallende daarin is het woordje gerechtigheid. Het is een zeer zwaarwichtig woord, dat we enkel in zeer ernstige omstandigheden gebruiken: gerechtigheid is geschied! De gerechtigheid Gods. Het zwaard der gerechtigheid. Naar recht en gerechtigheid. Het zijn staande uitdrukkingen voor plechtige, formele gelegenheden. Niemand zal dat woord ijdel of lichtvaardig in de mond nemen. We bewaren het om uitdrukking te geven aan onze diepste gevoelens over recht en rechtvaardigheid, vooral wanneer die in het gedrang zijn gekomen. Zo zeggen we aan het einde van een proces, wanneer een manifest onschuldige wordt vrijgesproken, of wanneer een onverbeterlijke misdadiger uiteindelijk toch wordt veroordeeld: gerechtigheid is (dan toch) geschied.
Het gaat dus steeds om een situatie waarin iemand een overtreding heeft begaan, waarbij onrecht is gebeurd, waarbij een wet is overtreden, of wanneer iemand daarvan beschuldigd is. Gerechtigheid geschiedt, wanneer de uitspraak daarover gezien wordt als rechtvaardig, als in overeenstemming is met de geest en de letter van de wet. Dat zijn de elementen: een beschuldigde, de beschuldiging van een wetsovertreding, een oordeel volgens de wet en een evaluatie van dat oordeel.
Laten we dat toepassen op aids en wat André Léonard daarover zegt.
Wie is hier de beschuldigde? Dat is de persoon die aan aids lijdt. In een latere verduidelijking zei André Léonard dat hij enkel die personen viseerde die aids hadden opgelopen door promiscue seksueel gedrag, dus niet de kinderen die het hiv-virus hebben overgeërfd van hun ouders, noch de moeders die het hebben van hun wettige echtgenoot of omgekeerd, noch de verplegenden die besmet geraken in de uitvoering van hun taak enzovoort.
Seksueel promiscue gedrag, zo zei Léonard, kan niet goedgekeurd worden door de kerk. Hij bedoelt daarmee elke seksuele daad buiten het monogame huwelijk, en daarbinnen elke seksuele daad die niet rechtstreeks en uitsluitend op de voortplanting gericht is.
Dat verkeerd, onterecht gebruik van de seksualiteit is dan bijvoorbeeld masturbatie, orale en anale seks en wat dies meer zij, maar ook ‘normale’ seks met andere partners dan de wettige echtgenoot of seks tussen personen van hetzelfde geslacht, of seks van volwassenen met minderjarigen, of seks tussen minderjarigen of tussen ongehuwde volwassenen, of seks met dieren… we kunnen nog wel even doorgaan, want de menselijke vindingrijkheid op seksueel gebied is nauwelijks in te dijken.
We kennen nu dus de beschuldigden: de aidslijders die de ziekte hebben opgelopen door promiscue seksueel contact.
Wat is dan de beschuldiging?
Dat zij bepaalde wetten hebben overtreden, anders kan je niet beschuldigd worden. Welke wetten zijn dat? Dat kunnen algemeen aanvaarde wetten zijn, uitgevaardigd door de staat en te boordelen door het gerecht. Seksueel verkeer tussen volwassenen en minderjarigen is strafbaar, dat is duidelijk. Maar wij zien onmiddellijk dat de kerkelijke wetgeving, of de christelijke moraal, veel verder gaat dan het strafrecht. Masturbatie bijvoorbeeld is (gelukkig) niet strafbaar, tenzij je dat in het publiek doet, zoals Diogenes. Wat volwassen partners, al dan niet van hetzelfde geslacht, al dan niet getrouwd, in de beslotenheid van een privéwoning of zelfs ergens op een afgelegen plek in de natuur doen, daar maakt de wet of het gerecht zich hier bij ons niet druk over. Promiscue seksueel gedrag is dus voor de burgerlijke wetgeving grotendeels niet strafbaar.
Het is dus enkel de kerk die hier een oordeel en een veroordeling uitspreekt, voor een overtreding van de eigen wetten van de kerk, die veel verder gaan dan de wetten van de staat en zelfs verder dan de algemeen erkende rechten van de mens. Die zeggen immers dat men niemand mag discrimineren op basis van (onder meer) seksuele geaardheid of voorkeur, bijvoorbeeld homoseksualiteit. Iemand veroordelen op die basis is wel de grootst mogelijke discriminatie.
Wat zegt nu de aartsbisschop over aids? Dat het geen straf (van God) is, maar een (soort van) immanente gerechtigheid. Met gerechtigheid bedoelt hij dat gerechtigheid is geschied, wanneer iemand aids heeft gekregen door promiscue seksueel gedrag. Met immanent bedoelt hij, dat het gevolg rechtstreeks verbonden is met de overtreding; hij spreekt van een ‘logisch gevolg’, onvermijdelijk, noodzakelijk, uit de aard van de zaak zelf. Hij stelt dus dat het in overeenstemming met de letter en de geest van de wet is, dat iemand dan aids krijgt.
Over welke wet gaat het dan? Hier haalt Léonard de dingen door elkaar. Het is onmogelijk dat iemand door het overtreden van een kerkelijke wet een ziekte zou oplopen, terwijl iemand die niet kerkelijk is en dus niet gebonden door die particuliere wetten, die ziekte niet zou kunnen krijgen. Toch stelt hij dat men door het overtreden van (louter) kerkelijke wetten altijd en noodzakelijkerwijze aids zou krijgen, en dat je aids dus altijd kan vermijden door de kerkelijke wetten na te leven. Dat is de betekenis van immanente gerechtigheid.
Laten we wel wezen. Aids krijg je door promiscue seksueel contact enkel indien je partner hiv-positief is en je geen voorzorgen neemt. Er is dus een heel ruime waaier aan seksueel promiscue gedrag waarbij je geen enkel risico loopt op aids, zelfs met aidspatiënten en hiv-positieve partners. Anderzijds kan je ook door louter toeval aids krijgen, bijvoorbeeld door een prikaccident in de verpleging. Er is dus geen sprake is van enige wetmatigheid, immanentie of noodzakelijkheid die verband houdt met de kerkelijke morele wetgeving.
Er is ook geen sprake van enige wetsovertreding, althans niet van algemeen geldende wetten. Er is geen enkele wet die zegt dat je niet onveilig mag vrijen, zelfs niet met aidslijders of hiv-positieve partners. Er zijn slechts enkele gevallen bekend van mensen die veroordeeld zijn omdat ze wetens en willens en met kwaadwillige bedoelingen een partner buiten zijn of haar weten hebben besmet. Promiscue gedrag is dus niet strafbaar, zelfs niet als het risicovol is. Als er geen wet overtreden is, is er ook geen beschuldigde, geen veroordeling, en kan er ook geen sprake zijn van gerechtigheid wanneer iemand aids krijgt.
We kunnen in bepaalde gevallen wel zeggen: eigen schuld, dikke bult, maar dan enkel wanneer iemand risicovolle seksuele contacten aangaat zonder de nodige voorzorgen te nemen. Dat geldt voor alle seksueel overdraagbare ziekten en dat geldt nog meer voor aids.
Maar zelfs in dat geval is er wel sprake van een logisch gevolg, maar niet van gerechtigheid. Dat is de fundamentele vergissing van Léonard en dat is ook waaraan zoveel mensen zich storen. Hij dicht daar iets of iemand een macht toe om een oordeel te vellen, om een juridische en ethische of morele uitspraak te doen over oorzaak en gevolg. De ziekte mag dan al geen straf zijn volgens hem, het is in zijn ogen het ‘terecht’ onvermijdelijk gevolg van een onvoorzichtige daad; gerechtigheid geschiedt met andere woorden wanneer iemand onvoorzichtig is, de onvoorzichtigheid is een overtreding van een wet.
Léonard weerhoudt zich nog net van te zeggen dat het een straf van God is, maar waar komt die gerechtigheid volgens hem dan wel vandaan? Niet van de burgerlijke wetgever, niet van de goddelijke. Het moet dus van de Natuur zelf komen: het is de Natuurwet die overtreden wordt en het is de Natuur die zich wreekt door de overtreder aids te bezorgen. Dat is de gedachtegang en het is belangrijk dat we dat inzien.
Enerzijds is het een drogreden in hoofde van de aartsbisschop, want als de kerk over de Natuur spreekt, dan bedoelt ze daarmee steeds God zelf, want God is de almachtige schepper van de natuur, die hij constant in stand houdt. God heeft de natuur gemaakt zoals hij is. Als er aids is, is dat omdat God dat veroorzaakt of toelaat. Als hij zou gewild hebben dat er geen aids was, dan zou er geen aids geweest zijn.
Het is ook niet de mens die tegen de wil van God in aids heeft in de wereld gebracht, door promiscue seksueel gedrag bijvoorbeeld. Zelfs in de fantaisistische veronderstelling dat aids op de mens is overgegaan door seksueel contact van de mens met hiv-positieve apen, is het nog altijd niet de mens die de apen hiv-positief heeft gemaakt; en als de kerk haar verbod op promiscue seksueel gedrag wil uitbreiden tot de bonobo’s, dan gaat ze, als ik goed ingelicht ben, zich een wanhopig ondankbare en uitzichtloze taak op de hals halen.
Anderzijds is het verschuiven van de gerechtigheid Gods naar de Natuur een aanwijsbare filosofische en wetenschappelijke vergissing. Men dicht de Natuur dan een zeer antropomorfe wraaklustigheid toe die ze manifest niet heeft: de Natuur bestraft zogezegd wie haar wetten overtreedt. Je zou soms wensen dat het zo was, dan zouden we misschien wat voorzichtiger zijn. De vergelijking die Léonard maakt met milieuovertredingen gaat niet op. Zeker, als we de wereld vervuilen, moeten we in ons eigen vuilnis leven en we staan ongetwijfeld nog voor heel wat gevolgen van onze daden die we nu nog niet kunnen overzien. Maar het is een primitieve, animistische en totaal onwetenschappelijke manier van denken als we de natuur krachten en bedoelingen toedichten die er gewoon niet zijn. De natuur werkt met wetmatigheden en met het toeval, punt uit. De natuur heeft geen bedoelingen, geen emoties, kan niet blij of boos zijn, kan ook geen wraak nemen wegens overtredingen, er is in de natuur geen immanente rechtvaardigheid of gerechtigheid, ik wou dat het waar was! De natuur is het weerloos slechtoffer van haar belagers.
Aids is geen reactie van de natuur op risicovol promiscue seksueel gedrag met hiv-positieve partners. Aids is een toevallige afwijking in de natuur, zoals ook de mens niet meer en niet minder is dan het resultaat van een lange evolutie, volgens bepaalde wetmatigheden maar evenzeer met veel toevallige omstandigheden en voorvallen.
Er is dus in de natuur op geen enkele manier sprake van immanente gerechtigheid. Het is integendeel de kerk die aan de normale, logische consequentie van risicovol seksueel gedrag een morele betekenis geeft. Zij verbindt haar specifieke morele voorschriften en haar eigen, zogenaamd goddelijke gerechtigheid aan wat niets anders is dan een ethisch neutrale biologische wetmatigheid. Dat is vanuit wetenschappelijk maar ook vanuit filosofisch standpunt een ontoelaatbare uitbreiding.
De kerk situeert dat risicovol seksueel verkeer vooral in homoseksuele middens. Voor dat vanuit kerkelijk oogpunt principieel ongerechtigd gebruik van de seksualiteit komt er, volgens de kerk, een onvermijdelijke natuurlijke reactie: aids. Dat is primitief denken. Men dicht De Natuur enerzijds 'normale' dingen toe, zoals het uitsluitend gebruik van seksualiteit voor de voortplanting binnen het monogame huwelijk. Dat is op zich al erg bedenkelijk, want ik zou de kinderen niet willen te eten geven die op een andere manier verwekt zijn, noch al het zaad bijeen dweilen, ook dat van (zogezegd) celibataire priesters, dat ooit ergens anders is beland dan in de schoot van de eigen wettige echtgenote.
Anderzijds zijn er volgens de kerk in De Natuur ook abnormale seksuele dingen, zoals de eerder genoemde onanie, vreemd gaan &c. en weer dicht men De Natuur de macht toe om die vergrijpen te bestraffen met een gepaste tegenmaatregel: aids. De natuur reageert op verkeerd gebruik van seksualiteit door de daders een dodelijke ziekte te bezorgen. Dat is erger dan primitief denken, dat is waanzin, in dit geval religieuze waanzin. Dit is erger dan zeggen dat het een straf van God is. Het is De Natuur de schuld geven van aids.
Bekijken we dan Léonards vergelijking met de ecologische rampen die we onszelf aandoen. Als we de vergelijking doortrekken, dan stelt de kerk elke ongepaste seksuele activiteit zoals masturbatie, overspel &c. gelijk met het storten van radioactief afval op zee. Hier zie je hoe mank die vergelijking loopt. In het ene geval is er sprake van een onbezonnen agressieve daad, die het natuurlijk evenwicht van de aarde in gevaar brengt. In het andere geval is er sprake van individuele seksuele praktijken die op zichzelf totaal ongevaarlijk zijn, zoals voorhuwelijkse betrekkingen, maar die grote gezondheidsrisico's met zich mee kunnen brengen wanneer men onvoorzichtig is bij het vrijen. Nu is het precies de kerk die zich met hand en tand verzet tegen het gebruik van het condoom, het eenvoudigste middel om de verspreiding van aids tegen te gaan.
Om het zichzelf nog moeilijker te maken, vergeleek Léonard aids ook met longkanker, die je oploopt als je overdreven veel rookt. Weer begeeft hij zich op wetenschappelijk glad ijs. Er zijn overvloedige bewijzen voor een directe oorzakelijke band tussen roken en longkanker, maar er zijn vanzelfsprekend ook gevallen van verstokte rokers die honderd worden en van mensen die nooit gerookt hebben en toch aan longkanker sterven. Ook daar is er dus geen sprake van een immanente wetmatigheid. Maar er is absoluut geen sprake van gerechtigheid: roken is op zich niet verboden, enkel op bepaalde plaatsen. Roken is dus toegelaten, ook door de kerk. Hoeveel kinderen hebben niet leren roken van parochiepriesters en proosten van jeugdbewegingen? Wij weten nu dat roken risicogedrag is. Maar stellen dat de natuur zich wreekt door mensen longkanker te bezorgen, dat is dwaasheid en prietpraat.
Longkanker kan nooit als gerechtigheid bestempeld worden, niet vanuit medisch oogpunt, niet vanuit moreel standpunt. Als we zo redeneren, dan lopen we onvermijdelijk vast. Risicovol seksueel gedrag doe je uit vrije wil; roken ook? Vergeten we dan zomaar wat de reclame teweegbrengt? Als er geen reclame zou zijn, wordt er veel minder gerookt, dat is bewezen.
Laten we nog een stapje verder gaan in dezelfde richting. Werken in kolen- en kopermijnen en nog veel andere industrieën is ronduit gevaarlijk. En toch doen mensen dat massaal, uit vrije wil, of omdat er geen andere keuze is voor hen. Moeten we dan zeggen, met de aartsbisschop, dat stoflong, asbestosis, dood en verminking bij ongevallen allemaal het resultaat zijn van immanente gerechtigheid? Straks zitten we bij oudtestamentische en middeleeuwse religieuze opvattingen, waarbij God de pest stuurt om de mensen te bekeren… Ik ben er zeker van dat precies dat de onderliggende ideeën zijn van de aartsbisschop.
Beide vergelijkingen zijn typische voorbeelden van hoe een vooraanstaand kerkelijk intellectueel zich laat verleiden tot wetenschappelijke nonsens op grond van theologische beginselen, namelijk dat er een God is die door zijn Openbaring aan de mens duidelijk maakt wat Hij wil en wat goed en slecht is, dat er dus een Goddelijke Natuurwet is en een goddelijke gerechtigheid om die te bewaken en de overtreders te bestraffen. Die is er niet. Wij staan er alleen voor. Als wij milieurampen veroorzaken, moeten we die zelf opruimen, als we dat nog kunnen. Als we zouden vinden dat seks tussen mensen van hetzelfde geslacht fout is, dan moeten we dat maar verbieden, op een democratische manier dan wel, niet op basis van een of ander dubieus boek van 2000 jaar geleden of op grond van de onsamenhangende uitspraken van een of andere zielige oude man.



















