Vrijdag 29 april 2011
CASA - JUAN CABRERA MARTIN
VAN MATROOS TOT BANKIER
Wat de architectuur van de herenhuizen aangaat is nagenoeg de hele hoofdstraat, Calle Real in
Santa Cruz de La Palma (tevens hoofdstad van het eiland), één groot artistiek- en historisch
geheel. Een van de noemenswaardige gebouwen is het "Casa Cabrera", een achttiende eeuws
pand met geschiedenis. Aan de wand op de binnenplaats hangt een portret met daaronder een
kluis. Na enig opzoekingswerk kom ik te weten dat de man op de vergeelde antieke foto Juan
Cabrera Martin is. Een Palmese Rockefeller. Juan Cabrera (1838 - 1916) was een zakenman,
maar zijn jeugd was niet gemakkelijk. Op tienjarige leeftijd bleef hij alleen achter in Cuba. Hij
werd eerst keukenhulp nadien matroos, schipper, koopman kruidenier, start een sigarenfabriek
met een productie van 4.200.000 sigaren per jaar die hij naar Engeland, België en Duitsland
exporteerde. Om dan een eigen bank te beginnen, toendertijd een gat in de markt op La Palma
De bank droeg zijn naam "Cabrera". Het ging goed met de bank tot de crisis van 1933. De
nazaten zongen het nog een tijdje uit tot zij in 1948 de bank verkochten aan Banesto die op
haar beurt werd overgenomen door Santander.
Niks nieuws aan het financiële firmament.
Bron: El Dia, 21/11/10.











Wat de architectuur van de herenhuizen aangaat is nagenoeg de hele hoofdstraat, Calle Real in
Santa Cruz de La Palma (tevens hoofdstad van het eiland), één groot artistiek- en historisch
geheel. Een van de noemenswaardige gebouwen is het "Casa Cabrera", een achttiende eeuws
pand met geschiedenis. Aan de wand op de binnenplaats hangt een portret met daaronder een
kluis. Na enig opzoekingswerk kom ik te weten dat de man op de vergeelde antieke foto Juan
Cabrera Martin is. Een Palmese Rockefeller. Juan Cabrera (1838 - 1916) was een zakenman,
maar zijn jeugd was niet gemakkelijk. Op tienjarige leeftijd bleef hij alleen achter in Cuba. Hij
werd eerst keukenhulp nadien matroos, schipper, koopman kruidenier, start een sigarenfabriek
met een productie van 4.200.000 sigaren per jaar die hij naar Engeland, België en Duitsland
exporteerde. Om dan een eigen bank te beginnen, toendertijd een gat in de markt op La Palma
De bank droeg zijn naam "Cabrera". Het ging goed met de bank tot de crisis van 1933. De
nazaten zongen het nog een tijdje uit tot zij in 1948 de bank verkochten aan Banesto die op
haar beurt werd overgenomen door Santander.
Niks nieuws aan het financiële firmament.
Bron: El Dia, 21/11/10.

