verkiezingen 7 juni 2009


De verkiezingen komen dichterbij: in Vlaanderen stemmen we zondag 7 juni 2009 voor onze vertegenwoordigers in het Vlaams Parlement en ook die voor het Europees parlement.
Voor we daarmee verder gaan, eerst een opmerking over data of datums, het meervoud van datum dus. Lang geleden heb ik geleerd om die altijd volledig te vermelden, dus de dag, de maand en het jaar. Je kan dat op verschillende manieren doen, maar de eenvoudigste is zeker de beste, al is dat afhankelijk van de omstandigheden: 4 juni 2009, 4/6/09, 04.06.2009… Onder invloed van het buitenland, vooral Amerika, en van buitenlandse computerproducten, wijzigt men wel eens de volgorde: ddmmjj wordt dan mmddjj; ik vind dat vervelend, maar je kan er niet omheen dat men in Amerika meestal schrijft June 6, 2009, al zegt iedereen wel the fourth of July. Het meest bekende recente voorbeeld is 9/11, niet de negende november maar de dag die in ons collectieve geheugen is opgeslagen, elf september. Weet je nog welk jaar? Ik ook niet en dat bewijst mijn stelling: vermeld altijd de volledige datum, want na enkele jaren weet geen mens nog in welk jaar iets gebeurde of van wanneer een document dateert als er geen jaartal bij de dag en de maand staat. De aanslag op de Twin Towers, de duizelingwekkende tweelingtorens in New York die ik lang geleden ook ooit bezocht, was in 2001, niet te geloven hoe de tijd vliegt!
In het boek dat ik hier onlangs besprak (klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=344371) en dat uitgegeven was ter gelegenheid van Amsterdam Wereldboekenstad, zocht ik tevergeefs naar de publicatiedatum; gelukkig is er internet en kan je binnen de tien seconden daar het onbetwijfelbare antwoord vinden. Maar bedenk nog even wat we vroeger deden in dergelijke omstandigheden… juist: niets, we lieten het erbij, noodgedwongen, omdat we wel moesten, omdat het antwoord enkel ergens in een ander boek te vinden was, in een bibliotheek, of misschien telefonisch, maar dat kost allemaal geld en moeite, dus… Hoe gans anders gaan we nu met de dingen om, zoals ook ik hier in mijn teksten: ik kijk (bijna) alles na, zodat de kwaliteit van de informatie (meestal) stukken beter is dan wat vroeger menselijkerwijze mogelijk was. Enkel kranten en tijdschriften beschikten vroeger over de middelen, in de vorm van woordenboeken, encyclopedieën en andere gespecialiseerde naslagwerken om op een ernstige manier aan fact checking te doen. The New Yorker had zo een eigen dienst die vermaard en zelfs berucht was: geen woord ging er buiten dat niet nagekeken was, ook niet in de fictie: als een schrijver een gebeurtenis vermeldde of een of ander detail, werd dat nagekeken en wat niet klopte onverbiddelijk gecorrigeerd.
Maar dat allemaal terzijde, ik wou het immers over de nakende verkiezingen hebben. Op radio en tv en ook op internet worden we bestookt met informatie, reclame en duidingprogramma’s, tot op Facebook toe. Ik houd me overigens afzijdig van dat laatste fenomeen, zoals ik ook wijselijk wegblijf van forums en chatboxen. Mijn website, mijn blog voldoet perfect aan mijn behoeften, samen met e-mail, meer moet dat niet zijn, al gun ik elk diertje zijn pleziertje, natuurlijk.
Ondanks die overvloed blijft het moeilijk om je een idee te vormen van het aanbod. Gisteren zag ik de Nederlandse rechtse politicus Wilders kort in actie. Ik weet verder niets van zijn programma, maar toen ik hem hoorde betogen dat Turkije nooit ofte nimmer, ook over duizend jaar niet bij de EU mocht, omdat het een islamitisch land is, toen dacht ik: tja, dat is een standpunt dat je perfect kan verdedigen, net zoals je ook het tegendeel kan aanvaarden; ongetwijfeld verdedigt Wilders het standpunt van heel wat van zijn medeburgers, zoals het Vlaams Belang hier bij ons ook meningen naar voren brengt waarin heel wat mensen zich vinden. Sommige daarvan zijn ronduit racistisch, maar dat kan je van de Turkije-kwestie in wezen niet zeggen, vind ik: of een land erbij mag of niet, zou moeten beslist worden door de landen die al lid zijn van de unie, het liefst na een grondige informatiecampagne en een volksraadpleging, en niet door een commissie of zelfs een parlement, al bestaat het uit 785 leden, 14 vice-presidenten, 39 fracties en 22 comités, een niet-werkbare mastodont, als je het mij vraagt.
Ik weet dus echt niet voor wie stemmen, Europees, ik kan ook enkel voor Vlaamse kandidaten stemmen, omdat het afgevaardigden zijn van nationaliteiten, zo Europees zijn we dus ook weer niet, Europa is nog altijd niet ons vaderland, voor ons is dat Vlaanderen, want we mogen ook niet voor Franstalige vertegenwoordigers stemmen, zo Belgisch-nationaal zijn we dan ook weer niet. Wellicht stem ik voor een of andere figuur die indruk gemaakt heeft op mij, zoals Guy Verhofstadt.
Voor het Vlaams parlement is het ook even zoeken, van de meeste Vlaamse ministers en van bijna alle parlementsleden kan ik echt niet zeggen tot welke partij ze behoren. Je moet dus voortgaan op de reclame in je bus en het nieuws en de meestal chaotische praatshows op tv. De politici laten daar zien wat we ook in parlementaire debatten voorgeschoteld krijgen: emoties, een bedenkelijk niveau van argumentatie en welsprekendheid, geschreeuw, elkaar in de rede vallen, het is niet fraai. De journalisten doen hun best om het een beetje in goede banen te leiden, maar daardoor missen ze kansen op een open debat en harde waarheden en stevige argumenten over de grond van de zaak, over de echte ideologische verschillen, niet over een stukje autosnelweg hier, een bijkomend dok of een kanaalverbreding ergens anders. Kortom: met de informatie waarover we beschikken, zelfs via de partijprogramma’s, als we die al zouden lezen, kunnen we geen ernstige keuze maken tussen de kandidaten.
Dan maar denken aan de partijen. Ik verberg ook nu mijn afkeer niet van Vlaams Belang, al meen ik dat het beruchte cordon sanitaire een zware vergissing was en blijft: het is niet democratisch om een groot gedeelte van de kiezers definitief buitenspel te zetten, het heeft als strategie het VB enkel helpen groot maken en is als dusdanig een mislukking, en het heeft de Vlaamse zaak hopeloos vertraagd en ondermijnd, door een grote groep flaminganten in een verdomhoek van het racisme te dumpen. Lijst Dedecker is sympathiek, op een kwajongensachtige manier, maar kan nog niet op veel meer bogen dan wat soms bedenkelijk maar spectaculair oppositiewerk; ze hebben een beetje het probleem van allochtone werkzoekende jongeren: geen ervaring? geen werk! De hele kleintjes, SLP en PVDA, nu ook in een plus-versie, trekken me niet aan, al zijn hun programma’s best interessant. Groen kan me als partij niet (meer) bekoren, ondanks het uitroepteken en de vestimentaire ommezwaai: het blijven predikanten, betweters en het kan me niet schelen dat ze gelijk hebben over het milieu, het klimaat of zelfs hun nieuw dada, de groene economie: ik hou niet van hun weinig vertrouwen inboezemende stijl, ze doen me te veel denken aan fundamentalistische idealisten, ik krijg er soms schrik van, ze werken op mijn zenuwen.
De drie traditionelen dan: de katholieken, de liberalen en de socialisten: nee, dank u feestelijk. Die hebben ons gebracht waar we nu zijn, al zo lang als ik leef en op alle punten hebben ze er een potje van gemaakt. Als het goed gaat, delen ze het geld uit, in plaats van te sparen, zoals een normale mens doet, voor de Bijbelse zeven magere jaren. Als het slecht gaat, durven ze geen maatregelen te nemen en laten ze liever de staatsschuld oplopen, zodat er geen kans is dat het uitdagend hoge Belgisch belastingsniveau ooit daalt; ze hebben het staatsapparaat tot een reusachtig kankergezwel laten uitgroeien en van iedereen een ambtenaar gemaakt met hun regelneverij. Ze hebben geen oog gehad voor de Vlaamse verzuchtingen, voor de nieuwe problemen van immigratie en globalisatie, noch voor de maatschappelijke verschuivingen en de nieuwe economische realiteiten, zoals het tweeverdieners-systeem. Ze laten de hollende vergrijzing voor wat ze is, stellen maatregelen uit en hopen dat er geen ongelukken gebeuren. Ze missen elke ethische en ideologische diepgang, troepen samen in een grijs centrum, waar zich misschien wel een meerderheid aan stemmen bevindt, maar zeker geen hartverheffende, diepe of originele gedachten, ondernemende geesten of vernieuwende durvers. Ze blijven teren op hun grijs verleden, dat ondertussen door de geschiedenis is uitgeveegd: het agressief liberalisme en het strijdend socialisme van de 19de-eeuwse klassenstrijd, het overtuigde standenkatholicisme van Rerum novarum. Voor hen is het alsof de 20ste eeuw niet heeft plaatsgevonden! De traditionele partijen bewijzen door hun gekibbel en uitstelgedrag elke dag dat ze noch het land noch Vlaanderen kunnen regeren op een ordentelijke manier. Ze zijn het probleem, niet de oplossing.
In arren moede zal ik mijn stem weggeven aan een partijtje dat ten minste één herkenbare figuur heeft, die niet afgaat in discussies, interviews, populaire tv-spelletjes en verkiezingsprogramma’s. Ik heb het over Bart De Wever de N-VA, die zich vorige keer heeft laten vangen in een verlokkelijk kartel met de CD&V en zoals verwacht al heel snel het deksel op de neus kreeg van die trouweloze opportunisten: N-VA heeft Leterme de overwinning bezorgd waarmee hij paars kon breken, maar zelfs met 800.000 persoonlijke stemmen én N-VA was die totaal machteloos op elk gebied. Na het smadelijke debacle beleven we nu al maanden het machteloze interregnum, in afwachting van de stille dood van een geruisloze federale regering en een onzichtbare premier. Alle reden dus om zeker niet op machtsgeile maar evident onbekwame CD&V-kandidaten te stemmen en integendeel de rechtlijnige verschoppelingen te steunen: ik stem dus voor de gelegenheid eens overtuigd Vlaams voor het Vlaams parlement, omdat ik hopelijk nog tijdens mijn leven een einde wil zien aan de onwaarschijnlijke, beschamende onzin die België is.



















