Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
25-11-2008
HEEL DRINGENDE OPROEP!!
Lieve vrienden, ik weet het... een diertje plaatsen is niet gemakkelijk. Maar ik zit met een dringende oproep. Ik zoek een nieuwe thuis en goede baasjes voor een Shiba Inu, van 6 maanden oud. Als er vandaag geen baasje gevonden wordt voor 't diertje, dan laat de eigenaar hem inslapen, omdat het beestje nog niet zindelijk is en af en toe een plasje in huis doet!!! VERSCHRIKKELIJK is dit!! Ik stuur je straks een fotoke door van een shiba inu. De eigenaar is een buur van een kennis van mij en woont in St-Katelijne-Waver; Ik ben bereid het diertje te gaan ophalen en het naar zijn nieuwe thuis te brengen. Ik weet het nu pas, vandaar mijn véél te late oproep, maar ja.... ik doe nog wat ik kan om het diertje te redden.
Lieve vrienden, dit is het Shiba Inu-ras
Beschrijving van de Shiba Inu
De Shiba is een kleine, compacte, behendige hond. De Shiba heeft een gericht gezicht, een breed voorhoofd en driehoekige prikoren. De ogen zijn klein en donker. De tanden zouden in een schaarbeet moeten samenkomen. De neus is donker. De staart ligt in dikke en sterke krullen over de rug wordt gedragen in een ring of in een sikkelkromme. Hoewel alle kleuren aanvaardbaar zijn, komt de rode vacht vaakst in rood, of rood met een weinig zwart, of zwarte met tan noteringen. De hond zou witte of room-gekleurde noteringen aan de wangen en de kanten van de snuit, de keel, de onderkant en de borst moeten hebben. Het wit wordt ook toegelaten op de benen, staartuiteinde en boven de ogen.
Karakter en temperament van de Shiba Inu
De Shiba is een waakzame, levendige hond. Onafhankelijke, maar hartelijk en liefhebbend, moedig en proper. Een grote hond in het lichaam van een kleine hond. De Shiba Inu is behendig, snel en speels. Hij charmeerd en heeft een open karakter. Shiba's blaffen weinig en hebben een dichte band met hun eigenaars, alshoewel ze onafhankelijk wensen te blijven. Het kan zijn dan ze gereserveerd zijn naar vreemdelingen toe, maar de omgang met kinderen veroorzaken gewoonlijk geen problemen, wat Shiba's goede metgezellen voor kinderen maakt. Socialiseer dit ras goed reeds als puppy. Zij doen het goed met andere honden en katten als zij van pup af met hen vertrouwd geraken. Vertrouw deze hond niet rond andere kleine huisdieren zoals knaagdieren en kleine vogels. De grote vogels zoals papegaaien vormen geen probleem. De Shiba Inu is een gemakkelijke hond om mee te reizen. Zorgvuldig zijn tijdens het jachtseizoen, aangezien de hond op een vos lijkt en aldus kan aanzien worden als wild.
Hoogte en gewicht van de Shiba Inu
Hoogte: Reu: 36-41 cm cm, Teef: 33-38 cm Gewicht: Reu: 8-11 kg, Teef: 6.8-9 kg
Levensomstandighedenvan de Shiba Inu
De Shiba zal het goed doen in een flat doen als hij voldoende wordt uitgelaten. Het is matig actief binnen en een gemiddelde tuin zal hem goed doen. De waterdichte vacht van Shiba beschermt met in zowel koude als warme omstandigheden, zodat de Shiba Inu perfect buiten in openlucht kan leven, als u hok van redelijke grootte hebt. Nochtans, beschouwt hij zich als deel van de familie en houden ze er niet van alleen buiten te worden gelaten. Dit ras is veel gelukkiger bij zijn familie binnen. De Shiba Inu is een gemakkelijke hond die zal aanpassen aan uw omstandigheden, mits het een dagelijkse wandelijk krijgt. Het is een zeer actieve hond en zal gezonder en gelukkiger zijn met een regelmatige oefening. Dit hondenras kan uren lopen aangezien het een enorme uithouding heeft.
Levensverwachtingvan de Shiba Inu
12-15 jaar
Verzorging van de Shiba Inu
Shiba heeft een schone, ruwe, stijve, kortharige vacht die gemakkelijk te verzorgen is. Borstel met een vaste varkenshaarborstel om het dode haar te verwijderen en geen hem een bad alleen wanneer absoluut noodzakelijk, om de waterdichtheid van de vacht niet aan te tasten.
Oorsprong van de Shiba Inu
De Shiba Inu is een oud Aziatisch ras, waarschijnlijk verwant met Chow Chow en Kyushu. Het werd naar Japan gebracht vanuit China zo'n 2000 jaar geleden. Zes verschillende rassen ontwikkelden zich van deze originele honden, met inbegrip van Akita en Shiba Inu. De Shiba is de kleinste van de zes Japanse spitz-type honden. Enkele van de andere zes rassen zijn reeds uitgestorven. Shiba's werden oorspronkelijk gekweekt om op vogels te jagen. Het ras perfect in het kreupelhout op de loer liggen. De kleur van z'n vachtis als de heldere rode kleur van de herfstbladeren. Het woord "shiba" betekent "kreupelhout" en het woord "Inu" betekent "hond." De Tweede Wereldoorlog was een moeilijke tijd voor vele hondrassen, en dit was voor de Shiba geen uitzondering. Hoewel het ras bijna uitgestorven was, werden er kweekprogramma's opgestart onmiddellijk na deze oorlog, met individuele honden van het platteland in Japan. De Shiba is nu veruit het populairste ras in Japan en de laatste jaren winnen zij aan populariteit in de Verenigde Staten, waar ze hoofdzakelijk als metgezelhond genomen worden. De talenten van de Shiba omvatten: de jacht, het volgen, waakhond, het bewaken, behendigheid en het uitvoeren van oefeningen.
Onderbeet een erfelijke afwijking... Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is een zogenaamde onderbeet. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan. Al bij deze jonge konijnen zie je dat deze afwijking problemen gaat geven. De snijtanden slijten dan niet op elkaar en de tanden zullen doorgroeien. De tanden gaan wonden veroorzaken in het slijmvlies van de bek en het konijn zal uiteindelijk niet meer kunnen eten.
De behandeling... De behandeling bestaat uit het trekken (extractie) van de snijtanden. Dit kan gelukkig al op jonge leeftijd. We krijgen bijna iedere week wel een ouder konijn aangeboden waarbij dit probleem al die tijd al bestaat. Bij deze konijnen zijn de snijtanden iedere paar weken geknipt. Ons advies is om bij een dergelijke grote standafwijking van de snijtanden geen snijtanden bij het konijn te knippen maar om de snijtanden te trekken door middel van een operatie. Het konijntje kan, ondanks dat het niet kan knagen, zich hierna goed redden en je kan het eten, zoals hooi, in kleine stukjes aanbieden. Een konijn met een scheve kaakstand... Af en toe zie je een konijn met kaken die scheef ten opzichte van elkaar staan. De snijtanden kunnen door deze scheve stand niet goed op elkaar afslijten met als gevolg dat ze door zullen blijven groeien. Door dat ze doorgroeien zullen er wonden in het slijmvlies van de bek ontstaan. Klik op het plaatje om een toelichting te zien op hoe scheef de onder en de bovenkaak ten opzichte van elkaar zijn.
De behandeling... De behandeling bestaat uit het trekken van de snijtanden van een konijn die een scheve kaakstand heeft.
Afwijkingen van de snijtanden:
Door een van hiervoor genoemde oorzaken kan de stand van de snijtanden zodanig verstoord raken dat deze niet meer op elkaar afslijten. Doordat de tanden van het konijn hun hele leven lang doorgroeien levert dit al snel problemen op. De snijtanden worden te lang en er ontstaan zogemnaamde olifantstanden. Om problemen te voorkomen en om evt de stand te corrigeren is een behandeling dan noodzakelijk.
Therapieën... Er zijn drie mogelijkheden om doorgroeiende snijtanden te behandelen:
Deze mogelijkheden zullen hierna elk afzonderlijk besproken worden.
Knippen van de snijtanden:
Helaas worden nog vaak te lange snijtanden, of olifantstanden, bij konijnen geknipt. De te lange snijtanden ontstaan door een afwijkende stand van de snijtanden. Om een aantal redenen wordt het knippen gezien als een niet-diervriendelijke behandeling:
Risico van het splijten of afbreken van de tanden in de lengterichting Zie foto hiernaast.
Het grote risico van het splijten of het afbreken van de tanden is dat er een abces kan ontstaan zie foto onderaan de pagina.
Het knippen is pijnlijk voor het konijn. Er kan een stilliggende darm ontstaan!
De afgeknipte tanden houden scherpe randen over die de tong en de lip kunnen beschadigen.
Knippen is een tijdelijke oplossing waarbij er niets gedaan wordt aan de achterliggende oorzaak.
Ons advies... Wij adviseren dan ook om de snijtanden van een konijn niet te knippen maar om voor een andere, liefst blijvende, oplossing te kiezen. Te denken valt dan aan de extractie of het trekken van de snijtanden onder verdoving.
Foto hieronder: Een abces aan de onderkaak doordat de tand is afgebroken na het knippen:
Konijnen hebben een ongewone calciumstofwisseling. Wanneer een konijn voeding met te weinig calcium krijgt ontstaat er een tekort aan calcium in het bloed. Een konijn dat bijvoorbeeld gemengd voer krijgt eet vaak alleen de lekkere dingen op. Het zal vaak de bikskorrels die er tussen zitten laten liggen. Deze bikskorrels zijn juist belangrijk voor de calcumopname van het het konijn en het krijgt dus te weinig calcium binnen. Dit zal er toe leiden dat het konijn calcium uit zijn kaakbot gaat halen. Hierdoor ontstaat botontkalking. Dit heet osteodystrofie, of medisch niet helemaal correct, "osteoporose".
Te weinig calcium... Door calciumtekort kunnen een aantal problemen ontstaan zoals:
Afwijkende stand (malocclusie) van de kiezen doordat de kiezen losser in het kaakbot komen te staan. Hierdoor ontstaan, door afwijkende slijtage, haken op de kiezen welke de tong en de wang kunnen beschadigen.
Afwijkende stand (malocclusie) van de snijtanden waardoor deze niet goed op elkaar afslijten. Ze kunnen in een verkeerde richting groeien en worden daardoor te lang. Ook kunnen de boven snijtanden scheef gaan groeien zodat ze naar buiten gaan wijken en niet meer op de onder tanden afslijten.
Emaille-defecten van de snijtanden waardoor horizontale richels ontstaan in de snijtanden.
Wortels kunnen in de verkeerde richting gaan groeien. Ze kunnen richting het bot groeien als door botontkalking de tegendruk van het bot wegvalt (zie plaatuw). Hierdoor kunnen botontstekingen en/of abcessen ontstaan. Ook kunnen er door naar boven doorgroeiende wortels ontstekingen in de traanbuizen ontstaan. Het konijn krijgt dan ontstoken ogen met veel ooguitvloeiing.
Teveel calcium... Een te hoog calciumgehalte in de voeding zal juist leiden tot een stijging van het calciumgehalte in het bloed. Hierdoor ontstaat, in tegenstelling tot bij andere diersoorten, een verhoging van het calcium in de urine waardoor blaaszand of blaasstenen kunnen optreden. Geef dus nooit knaagstenen aan een konijn want deze bevatten teveel calcium! Houd 20 gram per kilogram lichaamsgewicht voor uw konijn aan. Let op dat uw konijn niet teveel konijnenvoer eet . Dan wordt het namelijk te dik en ook krijgt het teveel calcium binnen.
De juiste hoeveelheid konijnenvoer is van levensbelang voor je konijn!
Een diëet voor het konijn moet aan de volgende voorwaarden voldoen.
onbeperkt hooi
20 gram konijnenvoer (biks) per kilogram lichaamsgewicht
groenvoer
Goed voer... Het is dus belangrijk om een konijn een goed uitgebalanceerd dieet te geven. Dit bestaat uit veel hooi van goede kwaliteit, groenvoer en bikskorrels. Als uw konijn selectief eet (alleen de lekkere dingen uit het voer opeet) geef het dan een bikskorrel. Goed voer in een goede verhouding is ook heel belangrijk voor een goede darmwerking. Het is ook van belang dat een konijn de juiste hoeveelheid voer krijgt. Houd 20 gram per kilogram lichaamsgewicht voor uw konijn aan. Let op dat uw konijn niet teveel konijnenvoer eet.
Overige oorzaken voor gebitsproblemen:
Naast de eerder genoemde voedingsfouten ijn er nog een aantal andere oorzaken voor gebitsproblemen bij het konijn. We zullen de voornaamste hier voor u op een rijtje zetten:
Trauma; wanneer een tand door ongeluk oftewel een trauma (bijv. een klap of val) verloren gaat kan de tand na verloop van tijd weer teruggroeien. Deze tand kan dan verkeerd groeien waardoor een afwijkende stand ontstaat. Soms groeit de tand helemaal niet meer terug. De tegenoverliggende snijtand slijt dan niet af en zal door blijven groeien.
Fracturen (breuk) van de kaak waardoor de positie van de snijtanden veranderd is.
Afwijkend knaaggedrag.
Genetisch. Er komt een genetische afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.
Gevolgen... Bij een afwijkende stand van de snijtanden zullen meestal de bovensnijtanden naar binnen gaan groeien tot in de mondholte. Lippen, tong en gehemelte kunnen beschadigd raken en gaan ontsteken. De ondersnijtanden gaan meestal uit de bek groeien of kunnen de bovenlip raken. Doordat de bek niet goed kan sluiten zullen ook de kiezen niet goed afslijten op elkaar waardoor hier haken kunnen ontstaan. Deze haken kunnen de wang en de tong beschadigen.
Het gebit van een konijn is door de lange kop en kleine mondopening voor het grootste deel verborgen. Afwijkingen aan het gebit kunnen dan ook ongemerkt ontstaan. Het is daarom van belang op tekenen te letten die kunnen wijzen op een gebitsprobleem.
Het meest opvallende symptoom is het niet kunnen eten terwijl er wel interesse is in voer.
Spelen met eten en proppen maken van het eten. Je vindt uitgespuugde proppen hooi terug in het hok.
Speekselen, waardoor de huid rond de bek ontstoken kan raken.
Oog- en neusuitvloeiing door ontsteking van de traanbuizen (= dacryocystitis).
Verhoogde traanproductie.
Zwellingen aan de kop door abcessen.
Slechte conditie en slechte vacht.
Problemen met het maagdarmkanaal, omdat de darmen niet goed werken als het konijn niet eet. Zoals diarree of verstopping.
Vermageren.
Diagnose... Wanneer u vermoedt dat uw konijn problemen heeft met het gebit is het belangrijk om gelijk naar de dierenarts te gaan. Deze zal het gebit en de kop controleren. Omdat de mondholte van het konijn in verhouding erg nauw is en de tong groot kan er met een visuele inspectie met een oorkijker niet alitjd een juiste diagnose worden gesteld. Omdat er een verkeerd opzetstuk gebruikt wordt of dat het konijn het niet goed toelaat zonder verdoving.
Een onjuiste bekinspectie ....
Indien er gebruik gemaakt wordt gemaakt van een plastic opzetstuk op de oorkijker dan kan er geen goede inspectie uitgevoerd worden van de kiezen van het konijn. Er wordt namelijk door een kleine opening gekeken, we noemen dit tunnelvisie. En een konijn bijt vaak het plastic opzetstukje kapot.
Een bekinspectie op de juiste wijze ....
Als konijnen dierenartsen gebruiken wij een speciaal opzetstuk op de oorkijker. Een zogenaamde metalen spreider wordt op de oorkijker gezet. Daarbij is het belangrijk dat de spreider zo in de mond ingebracht wordt, dat als de spreider geopend wordt deze om de kiezen heen naar achteren geschoven worden. Op die manier worden de wang en de tong opzij gedrukt en zijn de kiezen van voor naar achteren goed te inspecteren.
Zie hieronder
Stille darm of niet meer willen eten en geen of weinig ontlasting ....
Indien een konijn niet eet en poept en daarbij speekselt + een natte kin dan is er eigenlijk altijd een gebitsprobleem als oorzaak van de stille darm aanwezig. Deze moet dan onder verdoving behandeld worden. Indien er door een andere oorzaak dan een gebitsprobleem een stille darm is ontstaan dan is het beter voor het konijn om met een bekinspectie zonder verdoving het gebit te inspecteren. Indien er geen gebitsprobleem aanwezig is dan kan er een juiste behandeling ingesteld worden zonder dat een verdoving het konijn nog meer belast.
Lange tijd geleden woonde er eens in een of ander bergdorp in Japan een goedhartig oud vrouwtje. Op een dag kwam er een mus in haar tuin die een poot gebroken had en zich bitter beklaagde.
Toen de oude vrouw dat bemerkte, kreeg ze medelijden; ze pakte de mus op, zette hem in een mand van bamboe, gaf hem het voer dat mussen graag lusten en verzorgde hem met grote liefde.
In korte tijd heelde ook de wond aan de poot van de mus en kon hij weer vrij in de mand rondfladderen. De oude vrouw verheugde zich daarover en steeds meer begon de mus haar na aan het hart te liggen. Op een dag hupte de mus uit de mand en vloog weg. Omdat hij niet meer terugkeerde, maakte het vrouwtje zich zorgen en probeerde erachter te komen waarheen hij gevlogen was. De volgende dag kwam er een mus onder het afdak zitten en zijn vrolijke stem verheffend begon hij te tjilpen. Het vrouwtje vond dat iets heel bijzonders en opende de deur en zag dat hij pompoenpitten op het erf strooide.
De vrouw raapte alle pitten op en zaaide ze uit op het achterveld. Er kwamen wonderbaarlijke scheuten uit de grond, waaraan bloesems kwamen. Er groeiden vruchten uit en ze kon ten slotte een groot aantal flinke pompoenen oogsten. De oude was daar erg blij om en op een zonnige plek onder het afdak hing ze ongeveer tien dagen lang al deze grote pompoenen op.
Na deze tijd kwam er uit de eerste pompoen, korreltje voor korreltje een soort glanzende rijst stromen. Ze raapte een korreltje op en proefde het; het bleek kostelijke glanzende rijst te zijn. Toen ze daarna alle pompoenen eraf haalde en erin keek, zat elk ervan vol rijst. Vol vreugde kookte het moedertje meteen een maaltijd van deze rijst en at ervan; het smaakte goed! Ze deed een deel van de rijst in dozen en deelde die ook rond in de buurt. Ze verheugde er zich over dat dit gerecht iedereen goed smaakte. Hoeveel ze ook van de rijst nam, de voorraad verminderde in het geheel niet en daardoor werd het oude vrouwtje bijzonder welgesteld.
In de buurt woonde echter een hebzuchtige oude vrouw. Toen zij van deze geschiedenis hoorde, werd ze door grote afgunst gegrepen en ze nam zichzelf voor om ook een mus te vangen. Nadat ze er eindelijk een gevangen had, brak ze zijn poot en zette hem in een mand. Omdat ze hem echter in het geheel geen voedsel gaf, leed de mus honger en fladderde moeizaam in de mand rond. Al spoedig haalde de hebzuchtige oude het deksel eraf. Het musje stootte een smartelijke kreet uit en vloog weg. De oude stelde zich al voor hoe de mus haar de volgende dag een of ander geschenk zou brengen.
De volgende dag kwam de mus op de vensterbank zitten tjilpen. Toen ze haastig de luiken opende, zag ze dat hij pompoenpitten had meegebracht en uitgestrooid. Vol blijdschap daarover zaaide de hebzuchtige oude vrouw, zonder iets over te laten, ze op haar veld uit. Er kwamen wonderbaarlijke scheuten te voorschijn, er kwamen bloesems aan en vruchten en er rijpten een groot aantal pompoenen aan. Ze plukte ze en hing ze allemaal onder het afdak. "Als er nu maar gauw rijst uitkomt! Als er nu maar gauw rijst uitkomt!" riep ze en keek er elke dag naar, maar het liet zich niet aanzien dat er ooit rijst uit zou komen.
De hebzuchtige oude vrouw werd heel woedend; ze rukte alle pompoenen omlaag en brak de ene na de andere open. Toen kwamen er uit de pompoenen grote slangen, duizendpoten, horzels en hagedissen in grote scharen te voorschijn. Ze grepen de oude vrouw, slingerden zich om haar heen en beten of staken haar; de oude hebzuchtige vrouw kon er helemaal niets tegen doen en stierf ten slotte waanzinnig. Zo wordt er verteld.
De herfst en winter leveren voor huisdieren problemen op, die in de zomer geen, of een beduidend mindere rol spelen. Wat we hieronder bespreken zijn de volgende dingen: Aanrijdingen, Pekelpootjes en Braken door sneeuw eten.
Aanrijdingen.
De momenten van verhoogde activiteit van vooral de kat vallen in de winter in dagdelen, die gekenmerkt worden door hoge verkeersdrukte en tegelijk betrekkelijk slecht zicht: de ochtendspits en de avondspits. In de zomer is dat anders. Dan gaan de katten pas op stap, als iedereen allang thuis naar het late journaal zit te kijken. En dat betekent, dat er in de herfst- en wintermaanden veel meer katten, maar ook veel meer honden worden aangereden, dan in de zomermaanden. Je kunt dat een beetje proberen te voorkomen door de kat zoveel mogelijk binnen te houden tijdens de grootste verkeersdrukte en door de hond zoveel mogelijk aan de riem uit te laten.
Daarnaast verhogen reflecterende halsbanden de zichtbaarheid van zowel hond als kat enorm en soms kan dat ongelukken voorkomen.
Het beste help het nog, als automobilisten vooral in de bebouwde kom een beetje voorzichtiger rijden, maar dan vraag je wat, natuurlijk......
Pekelpootjes en kapotte voetzooltjes.
In de winter heben de voetjes van uw hond het zwaar: Het is koud en dus voelt de hond minder goed waar hij/zij op staat en daarnaast kan ijs vreemd scherp zijn en als extraatje krijgen de voetzooltjes ook nog eens te maken met de funeste effecten van strooizout.
Wat kun je daar nou weer aan doen, om ellende te voorkomen ?
Allereerst is het belangrijk, dat de voetzooltjes in goede conditie zijn en de nagels niet te lang. Dus nagels (laten) knippen, regelmatig de voetjes controleren, schoonspoelen en zo nodig invetten met een beetje vaseline of levertraanzalf. Duurder hoeft echt niet.
Daarnaast een beetje "meedenken" met de hond en uitkijken waar de rakker loopt.
Desnoods wat vaker aan de riem dan in de zomer om beschadigingen te voorkomen. En dan ook rekening houden met het feit, dat niet iedere hond tegen dezelfde "stootjes" kan: de ene hond banjert dwars over een schelpenstrand heen en heeft niks en de andere hond trapt één keer op een scherp steentje en heeft meteen een diepe wond in een voetzooltje.
Braken door sneeuw eten.
Als jonge honden voor het eerst in hun leven sneeuw zien, dan is het groot feest. Dollen en rondrennen als gekken en happen in die witte vlokken. Soms gaan ze echt sneeuw eten. Dat ziet er komisch uit, maar de maag denkt daar toch anders over. Steenkoude sneeuw irriteert de maagwand heftig en een paar uur later kan een fikse maagwand-ontsteking het gevolg zijn. En dan begint Bello te braken.
Als dat erg is, kunt u maar het beste even langs de dierenarts. Maar beter is het, om dat braken te voorkomen, door Bello toch maar geen sneeuw te laten eten. Voorkomen is beter en goedkoper, dan genezen.......