Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
31-01-2012
Waarom vrouwen van katten houden
Waarom vrouwen van katten houden
De band tussen vrouwen en katten is haast ondoorgrondelijk, vooral mannen lijken het niet te begrijpen. Daarom negen redenen waarom ze het zo goed met deze spinnende viervoeters kunnen vinden.
1. Onderhoudsvriendelijk Je moet niet gaan wandelen met een kat en als je een tuin hebt, heb je er zelfs geen vuiligheid van.
2. Eigen persoonlijkheid Elke kat heeft haar eigen gewoontes die je aan het lachen brengen. Ieder beestje is een individu met een eigen persoonlijkheid.
3. Slaap Katten slapen veel. Als je wat eten voor ze laat staan, zul je nooit gewekt worden op een belachelijk vroeg uur door je poes die vraagt om eten.
4. Rust Katten snurken niet, in tegenstelling tot mannen, ze palmen ook niet het hele bed in of trekken het deken naar zich toe.
5. Gezellig Op koude winteravonden komen kattenaan je voeten liggen en houden ze deze warm, wat veel stijlvoller dan een warmwaterkruik is.
6. Luisteren Een kat laat je steeds uitspreken en zal je niet onderbreken. Wanneer je hart gebroken is, zal het beestje je troosten zonder een oordeel te vellen.
7. Stellen nooit teleur Een kat zal er altijd voor je zijn, tenzij je ze probeert goedkoop eten uit blik voor te schotelen.
8. Ontspannen Een spinnende kat op je schoot is één van de beste manieren om stress te bestrijden.
9. Gevoelig Katten zijn erg gevoelige beestjes en weten wanneer je ze nodig hebt.
10 lessen die je kunt trekken uit het leven van je huisdier
10 lessen die je kunt trekken uit het leven van je huisdier
Pootjes geven, apporteren, op commando gaan zitten en zelfs dansen. Baasjes proberen hun hond of kat allerlei kunstjes aan te leren, al dan niet met succes. Maar je kan ook zelf heel wat leren van je viervoeter. Wij zetten 10 belangrijke lessen voor jou op een rijtje.
1. Stop met multitasken
Terwijl honden altijd hun onverdeelde aandacht geven aan iets dat ze moeten doen, zijn wij meestal met tien dingen tegelijk bezig. En toch zouden we beter een voorbeeld nemen aan onze trouwe viervoeter. Volgens wetenschappers ben je minder aandachtig en werkt je geheugen minder goed als je tegelijkertijd werkt, e-mailt, surft en belt.
2. Doe een middagdutje
De meeste huisdieren sluiten overdag wel even hun ogen om te genieten van een welverdiend middagdutje. En ook mensen kunnen van een kort dutje profiteren. Uit een studie bij 24.000 mensen bleek bijvoorbeeld dat mensen die regelmatig overdag slapen 37 procent minder kans hebben op een hartziekte. Bovendien zorgen middagdutjes ook voor een betere alertheid op werkgebied.
3. Ga wandelen
Of je nu twee of vier benen of poten hebt, wandelen is één van de eenvoudigste manieren om calorieën te verbranden en de gezondheid van je hart op peil te houden. Bovendien houdt het je botten sterk en is een wandeltochtje een uitstekend moment om je gedachten op een rijtje zetten.
4. Geniet van het hier en nu
Leven in moment is één van de belangrijkste lessen die we kunnen leren van ons huisdier. Harvard psychologen stelden namelijk vast dat mensen het gelukkigst zijn als bezig zijn met iets wat hun volledige aandacht verdient, zoals seks of sporten. Plannen maken, mijmeren over het verleden of denken aan iets anders dan het heden ondermijnen ons geluk.
5. Koester geen wraak
Als je leeft in het moment, wil dat natuurlijk ook zeggen dat je geen oude koeien uit de gracht mag halen. Laat het verleden los, want dat verbetert je ademhaling. Letterlijk. Chronische woede zorgt namelijk voor een minder goede werking van je longen, terwijl vergiffenis schenken je angsten wegneemt en je bloeddruk verlaagt. Mensen die vergeven hebben meestal ook een hoger gevoel van eigenwaarde.
6. Kwispel
Mensen hebben natuurlijk geen staart, maar we kunnen wel kwispelen op onze eigen manier. Laat andere mensen zien dat je dankbaar en tevreden bent door te lachen of te huppelen. Daardoor krijg je niet alleen zelf een beter gevoel, maar jouw geluk straalt ook af op de mensen rondom jou.
7. Speel
Spelletjes spelen en grappen uithalen is niet alleen voor kinderen en huisdieren. Volgens expert Stuart Brown is spelen een basisbehoefte, net zoals slapen en eten. Ontspanning is goed voor je intelligentie, creativiteit en sociale vaardigheden.
8. Doe eens gek
Even de gek uithangen kan goede gevolgen hebben voor je gezondheid. Zo stelden cardiologen vast dat mensen met een sterk gevoel voor humor een gezonder hart hebben. Lachen is dus echt het beste medicijn.
9. Verzorg jezelf
Afgezien van de overduidelijke voordelen voor je lichaam, kan je ook op andere manieren profiteren van het nemen van een bad en het poetsen van je tanden. Persoonlijke hygiëne is niet alleen essentieel voor je zelfrespect, maar het brengt je ook tot rust.
10. Als je van iemand houdt, laat het zien
Honden doen niet alsof ze 'hard to get' zijn, maar laten zien dat ze van je houden. Kleine maar bedachtzame gebaren kunnen een grote impact hebben op het geluk in een relatie, want die zorgen voor meer verbondenheid. Als je van iemand houdt, is het dus belangrijk om dat gewoon te tonen. (lbs)
Honden verstaan echt wat hun baasje zegt. Niet alleen wat je zegt is belangrijk, ook het oogcontact laat je hond niet koud. Dat staat te lezen in het vakblad Current Biology.
Volgens onderzoeker Jszsef Topal van de Hungarian Academy of Sciences lijkt de manier waarop honden signalen oppikken op dat van kinderen tussen zes maanden en twee jaar. Oogcontact is hierbij heel belangrijk. "Honden kijken naar onze ogen om beter te begrijpen wat we bedoelen en waarom we het zeggen. Net als kleuters zijn ze dus gevoelig voor onze lichaamstaal, voor signalen die onze bedoeling verraden."
De wetenschapper kwam tot deze conclusie nadat hij honden had getest. De honden kregen een video te zien van een persoon die 'dag hond' zei in verschillende toonaarden en met verschillende manieren van oogcontact. Wat bleek? Als de hond rechtstreeks werd aangesproken met een hoge stem, dan was de hond meer geneigd om de handelingen van de spreker te volgen. Een lage stem zonder oogcontact wekte duidelijk minder interesse.
Steeds meer vleermuizen overwinteren in Vlaanderen
Steeds meer vleermuizen overwinteren in Vlaanderen
De franjestaart, ingekorven vleermuis en baardvleermuis (foto) worden steeds meer gezien in winterslaapplaatsen in Vlaanderen. Dat blijkt uit een analyse van twintig jaar tellingen, zo bericht de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt op natuurbericht.be.
In de winter van 2010-2011 werden bij een jaarlijkse telling op 526 plaatsen in Vlaanderen 9.917 vleermuizen gezien. Van de dertien waargenomen vleermuizensoorten werd de baardvleermuis (3.309) het meest geteld, gevolgd door de watervleermuis (3.049) en de franjestaart (1.752).
De meeste dieren werden gespot in de provincie Antwerpen (4.157), gevolgd door Limburg (2.742), Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.
Conclusies "Op basis van deze lange tijdsreeks kan een aantal voorzichtige conclusies getrokken worden", melden Kris Boers en Wout Willems van de Vleermuizenwerkgroep.
"We merken een sterke stijging bij de franjestaart, ingekorven vleermuis en de baardvleermuis. Grootoorvleermuizen zijn stabiel, watervleermuis en meervleermuis stijgen licht." Sinds 2005 neemt het aantal getelde watervleermuizen echter terug af. Voor de vale vleermuis en de Bechsteins vleermuis kan geen trend bepaald worden, omdat de gevonden aantallen te laag zijn.
Overwinteren De trends zijn gebaseerd op basis van het aantal gevonden dieren tijdens de winterperiode. "Dat zegt echter niet noodzakelijk iets over de populaties van de verschillende soorten", aldus Boers en Willems. "Zo kan het aantal franjestaarten, die ook in bomen kunnen overwinteren, in getelde plaatsen sterk stijgen omdat er steeds minder geschikte boomholtes zijn om te overwinteren. Of omdat meer dieren de weg vinden naar meer geschikte en telbare slaapplaatsen." (belga/adha)
Wat vinden jullie van dit voorstel, zonder het te hebben over het land van herkomst of de partij van de voorsteller in kwestie?
Honden verboden in huis
Het Haagse raadslid Hasan Küçük van de Islam Democraten vindt dat het in huis hebben van een hond moet verboden worden. Hij vindt het pure dierenmishandeling .
Küçük vindt dat honden in de natuur horen en niet in een huis. Hij zegt ook dat hondenbezit strafbaar moeten worden in Den Haag.
'k Vond dit zo mooi.... de schrijver(ster) ervan is onbekend.
Een klein gevlekt winterkoninkje Verloor plotseling zijn woninkje Door een zware storm vernield 't enige dat het vogelke in bescherming hield
In bar en ijzig koud zoeken alle dieren groot en klein Naar een huisje, 't mag best simpel zijn... Het winterkoninkje dus heengevlogen Op zoek naar een beter onderkomen
IJverig en met grote spoed Zoekt het gevederde beestje hier en daar Al drukdoende, met niet opgegeven moed Al het bouwmateriaal bij elkaar
Twijgjes, blaadjes, stukjes hout ineengevlochten 't stopt alles bij elkaar het ijzige tochten Het nieuwe huisje is nu helemaal klaar En ergens... niet ver vandaar
Weerklinkt in heldere tonen Statig het koninklijke lied 't nieuwe paleisje in een heg verscholen Je kan véél zoeken, vinden doe je 't niet!
Een vrije zondagmiddag, met een stralende zon en een zacht briesje. Ideaal weer om de hond buiten te laten. Maar het moet zowel voor de baas als voor de hond een aangename tocht worden. Daarom hebben we voor jullie enkele tips op een rijtje gezet die jullie leven veel aangenamer kunnen maken. Het zijn maar kleine dingen die wel een wereld van verschil kunnen betekenen.
Vergeet nooit dat een hond slecht tegen de warmte kan. Een hond verliest z’n warmte langs de voetzolen en via z’n tong. Daarom hijgt hij altijd. Ga dus nooit wandelen bij onmenselijke temperaturen.
Houd rekening met de afstand van de wandeling. Dit geldt zowel voor de wandelaar als voor de hond. Als de hond opmerkt dat de baas door z’n beste krachten doorzit, durft hij zich wel eens op eigen initiatief uit te leven. Als de baas daarentegen een betere conditie heeft dan de hond moet hij er op letten dat het dier niet uitgeput raakt.
Loop – zeker in het begin – dikwijls met de hond aan de lijn. Zo weet hij immers dat hij niet altijd vrij kan rondlopen. Oefen in deze periode ook op wat drukkere plaatsen. Zo leert hij gedragingen van een grotere massa mensen kennen, maar heb je hem toch altijd onder controle.
Wandel met je hond niet alleen over de zachte berm of door velden. Als je samen met hem regelmatig over een verharde ondergrond loopt, kweekt hij eelt op z’n pootjes. Dat stelt hem in staat om later grotere afstanden af te leggen zonder dat hij daardoor gekwetst raakt.
Bij warm weer moet er voor de hond genoeg mogelijkheid zijn om te drinken. Voor een grote hond moet je toch al rekenen op 1 liter water voor een tocht van 3 kilometer.
Loopt je hond los, verwittig hem dan niet als je plots een zijweg inslaat. Hij moet aan jou zelf aandacht schenken. Bij herhaaldelijke verwittigingen zal zijn aandacht verslappen. Roep hem wel iets toe als er andere wandelaars langskomen, je kan maar op zeker spelen.
Hij mag niet trekken aan de lijn. Het is immers de bedoeling dat het voor baas en hond een aangename ontspanning is. Krachtmetingen horen hier dus niet thuis.
Als je met meerdere honden wandelt, houd er dan rekening mee dat hun gedragingen anders zijn dan wanneer je met elk apart gaat wandelen. Een hond voelt zich sterker in groep en zal zich sneller impulsief tot agressief gaan gedragen.
Zorg ervoor dat de hond zich op zijn gemak voelt. Neem hem nooit op z’n eerste wandeling mee in een drukke wandelstraat. Zowel baas als hond moeten mekaar begrijpen en vertrouwen vooraleer zich op drukke en lawaaierige plaatsen te wagen. (bron : Hondencentrum)
In de dierentuin van Amsterdam heeft de olifant Win-Thida gisteren een contactlens in haar linkeroog gekregen. Zij is daarmee de eerste olifant met dit optisch hulpmiddel in Europa, zo maakt dierentuin Artis vandaag bekend.
De 44-jarige Aziatische olifant kampte met een beschadigd hoornvlies, vermoedelijk opgelopen door een tak in haar oog. Met behulp van een speciale oogarts voor dieren werd tijdens een ingreep van een uur de lens ingebracht. De ingreep is goed geslaagd en de wond op het hoornvlies kan nu goed genezen, aldus Artis. (anp/eb)
Vogels ondervinden dan wel geen hinder van flitspalen of verkeersboetes, de dieren hebben wel een snelheidsbeperking. Volgens onderzoekers moeten vogels onder een bepaalde snelheid blijven, want anders zouden ze tegen bomen of andere objecten botsen.
Van zodra vogels te snel vliegen, kunnen ze geen hindernissen meer herkennen, stellen Amerikaanse wetenschappers. De maximumsnelheid van een vogel hangt af van allerlei factoren zoals hun grootte en hun behendigheid.
De onderzoekers, van het Massachusetts Institute of Technology, geloven dat hun bevindingen van nut kunnen zijn bij het programmeren van onbemande vliegtuigen. Ze probeerden dan ook een wiskundige formule op te stellen die de beweging van de vogels vastlegt.
"Als vogels aan de snelheid zouden vliegen waarop ze alles kunnen zien, zouden ze niet snel vooruitgaan", zegt professor Emilio Frazzoli. "Ze berekenen echter de dichtheid van hun omgeving en leggen zichzelf een topsnelheid op, waarmee ze in staat blijven om een vluchtroute te vinden tussen bomen en gebouwen." (gb) Bron : HLN
LICHAAMSTAAL VAN DE HOND. Honden hebben nog vrijwel dezelfde lichaamstaal als wolven. De lichaamstaal bij wolven is makkelijk te "lezen", d.w.z. uit zijn lichaamshouding en mimiek kunnen we goed opmaken wat de wolf bedoelt. Zij hebben van nature staande oren, die alle kanten opdraaien en een lange staart. Verder hebben zij grote sprekende ogen en veel mimiek. Ze hebben een dikke maar korte vacht waardoor we gedragingen zoals b.v. het optrekken van de lippen goed kunnen zien. Door het fokken van speciale rassen heeft de mens veel slechter "leesbare" honden gecreëerd. Denk hierbij b.v. aan het couperen van de oren en staart. Verder zijn er rassen met zeer lange haren die veel mimiek verdoezelen, aangezien de hond met zijn hele lijf communiceert. Wat is nu gedrag? Onder gedrag verstaan we de handelingen die de hond verricht o.i.v. prikkels die zowel van binnenuit als van buitenaf kunnen komen. De hond kent zeer veel gedragingen, enkele daarvan zijn: dominant gedrag, onderdanig gedrag, angst gedrag, en agressie.
Het lichaam
Rechte poten, lichaam rechtop, of langzame beweging voorwaarts met stijve poten. Ik ben hier de baas. Daag je me soms uit? Een actief agressief gebaar van een dominante hond die zijn leiderschap wil bevestigen.
Lichaam enigszins naar voor gebogen en de voeten staan schrap. Ik accepteer jouw uitdaging en ben klaar om te vechten! Een reactie op een bedreiging, of de reactie op de weigering van een andere hond om ruimte te maken; agressie zal volgen. Opgezette haren op de schouders en de rug. Je bent te ver gegaan! Je mag kiezen: onmiddellijk ophouden, vechten of wegwezen! Elk moment kan er een aanval plaatsvinden. Opgezette haren, alleen op de schouders. Je maakt me zenuwachtig. Dwing me niet tot vechten. Ik vind dit niet prettig. De hond denkt dat hij gedwongen wordt om te vechten. Hond maakt zich kleiner of kruipt in elkaar terwijl hij opkijkt. Laten we geen ruzie maken. Ik accepteer dat jij een hogere positie hebt dan ik. Een actief onderworpen gebaar om de andere gerust te stellen. Duwen met de snuit. Jij bent mijn leider. Negeer mij alsjeblieft niet. Ik wil graag ... Ongeveer hetzelfde als likken, maar niet zo onderworpen. Kan ook gebruikt worden om iets te vragen. Hond gaat zitten terwijl hij door een andere wordt benaderd; laat zich besnuffelen. Wij zijn bijna gelijken, dus laten we verstandig zijn en niet vechten. Een klein vredelievend gebaar. Hij rolt zich op zijn zij, stelt keel en buik bloot en verbreekt het oogcontact volledig. Ik accepteer jouw autoriteit en vorm geen bedreiging. Passieve onderworpenheid; het hondse gebaar voor knielen. Botsen met de schouder. Ik sta hoger in rang en jij gaat voor mij aan de kant wanneer ik eraan kom. Een tamelijk agressieve bevestiging van relatieve sociale dominantie. De hond houdt één voorpoot enigszins omhoog. Ik ben een beetje bang en maak mij zorgen. Teken van onzekerheid en gematigde spanning. Hij rolt zich op de grond en wrijft met zijn rug en schouders over de grond (soms ook met de neus) Ik ben tevreden en alles is ok.. Een ritueel dat vaak plaatsvindt wanneer er iets plezierigs is gebeurd. Zakt door zijn voorpoten op de grond, achterlichaam en staart omhoog. Laten we spelen. Sorry, ik wou je niet laten schrikken! Dit is gewoon voor de lol Normale uitnodiging om te spelen. Oogsignalen Rechtstreeks in de ogen kijken. Ik daag jou uit! Hou daar onmiddellijk mee op! Ik ben hier de baas, dus wegwezen jij Een actief dominant-agressief signaal, doorgaans van een zelfverzekerde hond die een conflict met een andere hond heeft. Ogen afgewend om rechtstreeks oogcontact te vermijden. Ik zoek geen moeilijkheden! Ik accepteer het feit dat jij hier de baas bent! Een gebaar van onderworpenheid, met een ondertoon van angst. Knipperen. Goed, laten we eens zien of we de confrontatie kunnen vermijden. Van mij heb je niets te vrezen. Het knipperen voegt een vredelievend gebaar toe aan het dreigende staren en verlaagt het niveau van confrontatie zonder al te veel gezichtsverlies. Oorsignalen Opstaande oren of enigszins naar voren gericht Wat is dat? Teken van alertheid Oren duidelijk naar voren gericht met ontblote tanden en gerimpelde neus Kijk goed uit wat je doet! Ik ben klaar om te vechten De actieve, agressieve uitdaging van een dominante en zelfverzekerde hond Oren plat naar achter met ontblote tanden en gerimpelde neus Ik ben bang, maar ik zal mezelf verdedigen als jij mij probeert pijn te doen Een angstig-agressief gebaar van een niet-dominante hond die zich bedreigd voelt Oren plat naar achter maar de tanden zijn niet zichtbaar, glad voorhoofd, lage lichaamshouding Ik accepteer jou als mijn sterke leider. Ik weet dat jij me geen pijn doet, want ik vorm geen bedreiging voor jou Een gebaar van onderworpenheid en vredelievendheid Oren naar achter met de staart omhoog, knipperende ogen en ontspannen open mond Hallo! Volgens mij gaan we samen pret maken Een vriendelijk gebaar, vaak gevolgd door wederzijds besnuffelen of uitnodiging om te spelen Oren een beetje naar achter en naar opzij Ik maak me zorgen om wat mij te wachten staat. Ik vind dit niet leuk. Ik kan gaan vechten of er vandoor gaan Een teken van spanning of opwinding; kan snel leiden tot agressie of angst, afhankelijk van de ontwikkeling van de situatie. Oren snel naar achter en naar voor bewegen Ik neem de situatie even in ogenschouw, dus maak je niet druk om mij Een onderworpen vredelievend gebaar van een hond die afwachtend is en niet zeker van zichzelf Staartsignalen Staart horizontaal, van de hond af wijzend, maar niet stijf. Daar zou wel eens iets interessants kunnen gebeuren. Teken van ontspannen alertheid. Staart wijst recht naar achter. Laten we eens zien wie hier de baas is. Voorzichtig begroetingsritueel en gematigde uitdaging van een onbekende. Staart omhoog en over de rug krullend. Ik ben hier de baas en iedereen weet dat. Zelfverzekerd signaal van een dominante hond. Staart lager dan horizontaal, maar tamelijk ver van de achterpoten verwijderd, soms ontspannen kwispelend. Alles is in orde. Ik voel me lekker. Normaal beeld van een hond die zich nergens druk over maakt. Staart laag, vlak bij de achterbenen, achterpoten recht, lichaam rechtop. Ik voel me niet lekker. Ik ben een beetje depressief. Teken van fysieke of psychische malaise of ongemak. Staart laag, vlak bij de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen achterpoten. Ik voel me een beetje onzeker. Teken van sociale angst en gematigde onderworpenheid. Staart tussen de poten. Ik ben bang. Doe me geen pijn. Onderworpen gebaar en een teken van angst en onderdanigheid. Opgezette haren op de staart. Ik daag jou uit!. Dit staartsignaal voegt een element van dreiging toe aan andere staartsignalen. Opgezette haren op het puntje van de staart. Ik sta een beetje onder druk. Dit staartsignaal voegt een element van angst toe aan andere staartsignalen. Een knik of scherpe buiging in de staart. Als het moet laat ik jou wel eventjes zien wie hier de baas is. Dit staartsignaal voegt een element van onmiddellijke dreiging en dominantie toe aan andere staartsignalen. Zwak kwispelen. Jij vindt mij toch lief? Ik ben hier hoor! Een enigszins aarzelend onderworpen gebaar. Breeduit kwispelen, zonder het lichaam te verlagen of de heupen heen en weer bewegen. Ik vind jou aardig. Laten we vriendjes zijn. Een vriendelijk gebaar, zonder sociale dominantie, wordt vaak gezien tijdens het spelen. Breeduit kwispelen, waardoor de heupen heen en weer worden bewogen. Jij bent mijn roedelleider en ik volg jou overal. Een teken van respect. De hond voelt zich niet bedreigd, maar accepteert zijn lagere positie. Langzaam kwispelen met tamelijk laag gedragen staart. Ik begrijp het niet helemaal. Een signaal van besluiteloosheid of verwarring omtrent hetgeen er van de hond verwacht wordt. Gelaatsuitdrukkingen Mond ontspannen en enigszins open, de tong kan zichtbaar zijn en over de ondertanden hangen. Ik ben tevreden en ontspannen. Deze uitdrukking benadert de menselijk glimlach het meest. Mond gesloten, de tong of tanden zijn niet zichtbaar, de hond kijkt in een bepaalde richting en is enigszins naar voor gebogen. Dit is interessant. Ik vraag mij af wat daar aan de hand is. Een teken van aandacht of interesse. De bovenlip is opgetrokken om enkele tanden te ontbloten waarbij de mond nog steeds tamelijk gesloten is. Ga weg! Je ergert mij! Eerste teken van ergernis of bedreiging; kan gepaard gaan met een laag grommen. De bovenlip is opgetrokken om de tanden goed te laten zien; wat rimpels op de neus en de mond is gedeeltelijk open. Wanneer je mij ertoe dwingt of iets doet wat ik als bedreigend ervaar zal ik gaan vechten Actieve agressieve reactie, mogelijk het gevolg van angst of een bevestiging van sociale dominantie. De bovenlip is opgetrokken en niet alleen de tanden maar ook het tandvlees is ontbloot met zichtbare rimpels op de neus. Wegwezen jij, anders is het niet te best. Hoog niveau van actieve agressie. Wanneer de andere hem geen ruimte geeft, zal deze hond gaan aanvallen. Geeuwen Ik ben een beetje gespannen. Teken van spanning of opwinding. Kan ook gebruikt worden als afleidingssignaal om een dreiging af te wenden. Likken van het gezicht van een persoon of een andere hond. Ik ben jouw vriend en erken jouw leiderschap. Ik heb honger. Heb jij een lekker hapje voor me? Een vredelievend gebaar van een onderworpen hond. Tevens een verzoek om voedsel. Likken van de eigen lippen (of in het luchtledige) Ik buig voor jouw autoriteit en hoop dat je mij geen pijn zult doen. Een buitengewoon vredelievend gebaar. Wat bedoelt een blaffende hond? Blaffen in snelle reeksen van drie of vier, met pauzes ertussen op een normale toonhoogte Allemaal verzamelen. Ik vermoed dat er iets aan de hand is. Waarschuwing, eerder belangstellend dan alarmerend. Snel blaffen, normale toonhoogte. Roep de roedel! Iemand betreedt ons territorium. We moeten wellicht in actie komen. Normaal alarmerend blaffen. De hond is alert, maar niet bang. Wordt veroorzaakt door het naderen van een onbekende of een onverwachte gebeurtenis, langer aanhoudend dan het onderbroken blaffen van hierboven beschreven. Voortdurend blaffen, maar een beetje langzamer op een lagere toonhoogte De indringer (het gevaar) is zeer dichtbij. Volgens mij is dit de vijand. Maak je klaar om jezelf te verdedigen! De hond begint onrustig te worden en voelt zich duidelijk bedreigd. Een verlengde reeks blaffen, met gematigde tot lange intervallen. Is daar iemand? Ik ben eenzaam en heb behoefte aan gezelschap. Doorgaans veroorzaakt door sociale isolatie of opsluiting. Een of twee scherpe, korte blaffen, op normale toon of hogere toon. Hallo! Ik zie je. Typisch begroetings- of herkenningssignaal, veroorzaakt door de aankomst of aanblik van een bekend persoon. Enkele scherpe korte blaf op lage tot halfhoge toonhoogte. Ophouden! Ga weg! Geërgerd blaffen, bv wanneer hij in zijn slaap gestoord wordt. Enkel, gematigd luide scherpe, korte blaf op een hogere toon. Wat is dit? Hé?. Signaal van verrassing of schrik. Enkele weloverwogen blaf, en niet zo scherp of kort als de vorige. Kom hier ... Aangeleerde vorm van communicatie, om een menselijk reactie te bewerk- stelligen, zoals het openen van een deur, honger hebben, enz... Stotterblaf en toonhoogte opgaand blaffen. Laten we gaan spelen! Doorgaans gepaard gaand met voorbenen plat op de grond en achterlijf omhoog, als een uitnodiging om te gaan spelen. In toonhoogte opgaand blaffen. Dat is leuk! Vooruit, we gaan! Opgewondenheid tijdens het spelen of bij het vooruitzicht op een leuk spel. Zacht grommen, lage toon (lijkt uit de borstkas te komen) Ga weg! Kijk uit, jij! Van een dominante hond die geërgerd is of eist dat anderen uit zijn buurt blijven. Gromblaf op een lage toon zoals Grrr-waf. Ik ben kwaad en als je er mij toe dwingt, val ik aan! Verzamelen, we moeten ons verdedigen. Een enigszins minder dominant signaal van ergernis, met de suggestie dat de hulp van de roedelgenoten op prijs zou gesteld worden. Gromblaf op een halfhoge toon en hogere toon. Je maakt me bang, maar als het moet zal ik me zeker verdedigen. Een dreiging van een onzekere hond die agressie zal gebruiken wanneer hij zich daartoe gedwongen ziet. In toonhoogte rijzend en dalend grommen. Ik ben doodsbenauwd! Als je in mijn buurt komt, kan ik gaan vechten of er vandoor gaan. Het angstig-agressieve geluid van een zeer onzekere hond. Huilen (vaak sonoor en langgerekt) Ik ben hier! Dit is mijn territorium. Ik hoor je huilen! Honden gebruiken dit om hun aan- wezigheid aan te kondigen, om op afstand te kunnen socialiseren en om hun territorium af te bakenen. Hoewel dit geluid in het menselijk gehoor vrij triest klinkt, is de hond tamelijk tevreden. Blafhuil. Ik ben alleen en maak mij zorgen. Waarom komt er niemand om mij gezelschap te houden? Het droevige geluid van een hond die eenzaam is en vreest dat niemand op zijn noodkreet zal reageren. Janken dat stijgt in toonhoogte aan het einde van het geluid. Ik wil iets. Ik heb iets nodig. Een verzoek of smeekbede om iets. Janken dat daalt in toonhoogte aan het eind van het geluid. Vooruit, laat me niet langer wachten. Opwinding vanwege het vooruitzicht op iets. Jammerjodel (klinks als jowel-jowel-jowel) of huilgeeuw (klinkt als hhoeoeoeoe-ahhoe-oeoe) Ik ben opgewonden! Dit is fantastisch! Signalen van plezier, vanwege het vooruitzicht op iets leuks. Een zacht jankende hond. Ik heb pijn. Ik ben echt heel bang. Een geluid van angst en passieve onderworpenheid. Enkele kef. Au! Reactie op een plotselinge pijn. Een gillende hond. Help! Ik denk dat ik doodga. Een teken van pijn en paniek van een hond die vreest voor zijn leven. Een hijgende hond. Ik ben zover! Wanneer beginnen we? Dit is ongelooflijk! Dit is spannend. Is er iets mis? Geluid veroorzaakt door spanning, opwinding of het vooruitzicht op iets opwindend. dit kan gepaard gaan met natte pootafdrukken. Een zuchtende hond. Ik ben gelukkig en ga hier even lekker liggen. Ik geef het op en ben een beetje depressief. Teken van emotie, ter beëindiging van een actie. Wanneer die actie lonend is geweest, is het een teken van tevredenheid. Zo niet, is het een teken van berusting.
Ook hedendaagse vertegenwoordigers van de Canidae, zoals de huishond, de wolf, de dingo, de vos en andere soortgenoten, hebben zich via de weg van de evolutie tot jagers ontwikkeld, hoewel zij hun dierlijk voedsel altijd op veel grotere schaal met groenvoer hebben aangevuld dan de Felidae of katachtigen, die daar niet de minste neiging toe voelden.
Toch zijn er grote verschillen in de manier waarop hondachtigen en katachtigen de jacht in de praktijk brachten, en dit is een essientieel gegeven, willen wij het gedrag van onze huishond en huiskat beter begrijpen. De hondachtigen werden groepsjagers, die een roedel vormden teneinde hun gemeenschappelijke prooi op te jagen en te doden. De katachtigen daarentegen werden in de regel solitaire jagers, die andere hulpmiddelen zochtenl een katachtige gaat in een hinderlaag liggen en vertrouwt op zijn snelheid om zijn prooi te verschalken.
Er zijn uiteraard ook uitzonderingen. Bepaalde hondachtigen, zoals de coyote in het westelijk deel van de Verenigde Staten, gaan vaker alleen op jacht. (Het is waarschijnlijk geen toeval dat coyotes uitstekende muizenvangers zijn; hun voedsel bestaat dan ook grotendeels uit knaagdieren.) Bepaalde katachtigen, zoals de leeuw, geven de voorkeur aan het leven in kuddeverband. Het is in dit verband interessant te weten dat de soorten grote hoefdragende dieren, waarop door leeuwen jacht wordt gemaakt, min of meer dezelfde zijn als die welke bepaalde katachtigen, bijvoorbeeld de wolf, als hun prooi kiezen.
Uit deze 'keuzes' van jachtmethode en dus van levenswijze, zoals die door reeds lang uitgestorven voorouders werden gemaakt, is in sterke mate het gedrag van hedendaagse Felidae en Canidae ontstaan. Het leven in kuddeverband, zoals de hondachtigen dat doen, vereist van het betreffende dier een hoge mate van gesocialiseerd gedrag. Een kuddedier is zich van zijn positie bewust: aan een aantal leden van de kudde is hij ondergeschikt, en hij staat zelf in rang weer boven een aantal anderen. Het kuddedier vertrouwt op zijn lotgenoten en staat hen bij waar dat nodig is. Het groepsgedrag vormt de hoeksteen van zijn bestaan, en hetzeflde geldt voor een strenge hierarchie.
De eenzame levenswijze van de individueel jagende katachtigen vereist een onafhankelijk karakter dat in de regel zwakkere dieren zijn wil oplegt en sterkere dieren uit de weg gaat. De overlevingsmogelijkheden van de solitair worden door zijn individuele vaardigheden, kundigheden en kennis bepaald. Zelfstandig optreden en op basis van de omstandigheden genomen beslissingen vormen de hoeksteen van zijn bestaan.
De manier waarop de mens in dit natuurlijk proces ingrijpt - en daarmee bedoelen we de domesticatie - heeft natuurlijk wel enige invloed gehad. Wij bieden onze katten meer dan voldoende voedsel en een veilig onderdak en daardoor wordt interactie binnen de groep meer voor de hand liggend. Op natuurlijke wijze doet dit verschijnlijk zich ook voor binnen groepen in het wild levende katten, die overal ter wereld ontstaan op plekken waar de mens zijn afval verzamelt of deponeert. Dit dient ook ter verklaring van het groepsgedrag dat waarneembaar is in huizen waar meerdere katten wonen of waar een kat en een hond samen de levende have vormen. Als aan alle materiele behoeften wordt tegemoetgekomen, is het instinctief gedragspatroon van de kat eerder tot aanpassing bereid.
"Allesetende wolf is binnen 10 jaar terug in België"
"Allesetende wolf is binnen 10 jaar terug in België"
xml:namespace prefix = fb />
De Duitse wolvenpopulatie heeft zich in sneltempo verdubbeld. In heel Duitsland zwerven nu 100 tot 120 wolven, terwijl dat er in 2010 nog maar 50 waren. Peter Lennertz, die een wolvenopvangcentrum in de Ardennen leidt, durft zijn hand ervoor in het vuur steken: “Binnen dit en tien jaar leeft er een roedel in België!”
Aanvankelijk kwamen de wolven vooral voor in het oosten van Duitsland, onder meer in de deelstaat Brandenburg. Norman Stier, bioloog aan de Technische Universiteit van Dresden, stelt dat er steeds meer roedels bijkomen die zich verspreiden over steeds meer deelstaten. Eind 2011 zijn er twee wolven gesignaleerd in de deelstaat Nedersaksen, vlakbij de Nederlandse grens.
5 dagen lopen
Peter Lennertz van European Wolf Conservation schrikt geenszins. “De wolf die ‘Dieren in Nesten’ en het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek in augustus 2011 filmden in Gedinne, was geen toevalstreffer. Binnen tien jaar leven er opnieuw wolven in België", vertelt hij in Het Belang van Limburg/Gazet van Anwterpen.
"De vraag is niet óf hij er komt, maar wanneer. Er zitten nu al alleenlevende wolven op 200 km van onze grens. Voor een wolf is dat vijf dagen lopen, want die beesten leggen makkelijk 60 km per nacht af.”
Lennertz spreekt over tien jaar, “maar het kan veel sneller gaan. Belgen moeten zich geen zorgen maken. Net zoals bij vossen, kun je je kippenhok of schapenwei perfect beschermen tegen wolven. Een omheining van 1,20 meter hoog in combinatie met een elektrische schrikdraad is afdoende. En als dat niet lukt, helpt een Pyreneese berghond ook.”
Verstoten
Sil Janssen van het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek klinkt voorzichtiger. “De wolf die wij vorig jaar filmden, was waarschijnlijk een uit de roedel verstoten, jong mannetje, op zoek naar een nieuw leefgebied. Ik ben er 100% zeker van dat er de komende jaren nog zulke exemplaren zullen opduiken, maar of ze zich opnieuw definitief gaan vestigen in ons land, weet ik niet.”
Wat zo’n wolf dan eet? “Konijnen, bessen, misschien zelfs een edelhert: het zijn alleseters.”
De laatste Belgische wilde wolven, een wijfje en een mannetje, werden in 1864 geschoten door Leopold I in de bossen van Saint-Hubert en staan nu achter glas in het Koninklijk Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. Het gaat om het officieel afschot, want in 1868 zou er nog een wolf in Merksplas geschoten zijn en in 1898 nog eentje in Virton.
Contact tussen een allergene stof en het lichaam kan een reactie van het immuunsysteem uitlokken die gekenmerkt wordt door huidproblemen of problemen met de luchtwegen (rhinitis, hoest, astma). Katten blijven evenmin gespaard van dit allergisch fenomeen!
Insecten en voeding
Een van de belangrijkste oorzaken van huidproblemen bij onze geliefde poezen zijn vlooien . De irriterende beet veroorzaakt jeuk en het speeksel van de insecten kan daarbovenop voor een zware huidallergie zorgen. Katten die daar last van hebben zouden het hele jaar door preventief tegen vlooien moeten worden behandeld. Bij sommige katten kan ook de voeding de oorzaak van een allergie zijn. Via een voedingstest op basis van een speciaal regime kan de diagnose van deze voedselallergie gesteld worden en kan op zoek worden gegaan naar een regime dat uw kat beter verdraagt. Een allergie voor voedsel uit zich in huidproblemen en/of diarree.
Atopie
Atopie is een erfelijke vorm van overgevoeligheid, waardoor het immuunsysteem overgaat tot een abnormale productie van antistoffen bij contact met bepaalde stoffen in de lucht. Bij katten uit zich dat in huidproblemen die verschillen al naar gelang de periode van het jaar en het individu. De huid is rood en na hevig en lang krabben kan er hyperpigmentatie ontstaan (overmatige pigmentvorming, i.c. donkere vlekken of strepen op sommige plaatsen). Er kan ook otitis (middenoorontsteking) optreden. Als de aandoening niet wordt behandeld, kan een secundaire bacteriële infectie leiden tot het ontstaan van knobbeltjes. De ziekte is vaak moeilijk te behandelen en gebeurt via toediening van geneesmiddelen die de jeuk moeten verzachten, van shampoos en essentiële vetzuren. Bij katten wordt momenteel een geneesmiddel getest dat het immuunsysteem regelt en moet helpen om de ziekte te bestrijden. Het middel is wel al beschikbaar voor honden die last hebben van atopie . Het bevat een stof met de naam « ciclosporine », een extract van een paddenstoel en dus een natuurlijk product. Astma
Astma ontstaat bij contact met allergene stoffen zoals pollen, mijten, huidschilfers van mensen, sigarettenrook, … Katten kunnen dan een allergische reactie krijgen die zich uit in een contractie van de spieren in de wand van de bronchiën. Dat leidt tot plotselinge ademhalingsproblemen, waardoor de kat vaak met opengesperde bek gaat ademen. Deze astmacrisis wordt vaak voorafgegaan door een droge hoest. Een radiografie van de longen kan helpen om de ziekte vast te stellen. De beste behandeling bestaat erin om de oorzaak van de allergie te elimineren, maar dat is niet altijd mogelijk, omdat de juiste oorzaak vaak niet bekend is! In dat geval is een behandeling aangewezen op basis van corticoïden en bronchodilaterende middelen.
Zodra in een streek het aantal insecten daalt, schakelen bloemen bij gebrek aan bestuivers over op zelfbestuiving. Dat is gebleken uit een vergelijkend onderzoek bij duizendguldenkruid aan de kust en in het Waasland.
Onderzoekers van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, de UGent en de KU Leuven gingen er na wat de gevolgen zijn van een achteruitgang van bestuivende insecten. Daarvoor selecteerden ze duizendguldenkruidpopulaties in de kustduinen, waar veel bestuivers leven, en in de Waaslandhaven, die arm is aan bestuivers. De experimenten toonden aan dat een door de mens veroorzaakte achteruitgang aan bestuivers kan leiden tot meer zelfbestuivende planten, met opmerkelijk kleinere bloemen die voor bestuivers minder aantrekkelijk zijn.
Omgekeerd blijkt dat in aanwezigheid van voldoende bestuivers, juist planten met opzichtige en meer kruisbestuivende bloemen het meest succesvol zijn.
Veel honden krijgen al of niet regelmatig een mergpijp. Toch is dit typisch iets waarbij geldt: het gaat goed totdat het fout gaat… Gevaar 1: Laatst kwam een hond bij de dierenarts met als klacht dat hij niet kon poepen. Bij onderzoek bleek dat hij allemaal splinters van een mergpijp in zijn darmen had, waardoor hij niet meer durfde te poepen door de pijn. Het is niet moeilijk je voor te stellen dat dit erg pijnlijk voor de hond is,en als je er niet op tijd bij bent kunnen de splinters de darmen perforeren. Gevaar 2: Met gepaste regelmaat komt bij ons op de dierenkliniek een hond met een mergpijp om de onderkaak. Meestal zit die dan dermate klem dat hij er afgezaagd moet worden. Het hangt van het temperament van de hond af of dit met- of zonder roesje moet gebeuren. Gevaar 3: Als een mergpijp niet alleen om de onderkaak zit van de hond, maar ook nog de tong van de hond tussen de mergpijp zit bestaat er verstikkingsgevaar!
Hier ziet u Quentin, een patient van de dierenkliniek, met een mergpijp klem om zijn onderkaak.
Wat kun je zelf doen? Preventie: Let op de maat van de mergpijp. Hij moet of veel te groot zijn om klem te komen te zitten, of zo klein dat hij niet om de onderkaak past. Ontbijtkoek is iets dat eigenlijk in een EHBO-set van de hondenbezitter thuishoort vanwege de omhullende werking van scherpe randen. Merk je dat je hond zo fanatiek kluift dat de splinters er van af vliegen, kun je beter geen mergpijp meer geven. Zit de mergpijp eenmaal klem om de onderkaak, kun je voorzichtig proberen hem er weer af te manoeuvreren. Als dit niet lukt ga dan snel naar de dierenarts voordat de tong klem komt te zitten!
Gedrag Honden kunnen van alles doen om aandacht van de eigenaar te trekken. Eén van die dingen kan zijn: het eten van vreemde voorwerpen (ook wel pica genoemd). Eigenaren reageren vaak meteen in verband met het gevaar dat het eten van een vreemd voorwerp nu eenmaal met zich meebrengt. Het geven van ontbijtkoek na het eten van iets met scherpe randjes kan zelfs direct belonend werken. Ik wil hiermee niet zeggen dat je geen ontbijtkoek moet geven om de scherpe randjes in te pakken in de koek, maar wees ervan bewust dat de hond het als beloning kan opvatten. Een beloning heeft als effect dat een gedraging vaker zal optreden. Het is maar dat je het weet!
Een hond kan niet met woorden vertellen of en waar hij/zij pijn heeft. Daarom is het belangrijk te begrijpen hoe een dier reageert op pijn. Zij zeggen het met hun lichaamstaal. Net als bij mensen is pijn een waarschuwingssignaal van het lichaam, om eventuele (verdere) verwonding te voorkomen.
We onderscheiden twee soorten pijn:
Acute pijn
Chronische pijn
Acute pijn zal niemand ontgaan. Het dier zal direct terugtrekken en gillen, piepen, of janken. Deze reactie is een onbeheerste reflex op heftige pijn. Op doffe, chronische pijn reageert een dier zelden opvallend of heftig: hij zal hooguit zacht kreunen of knarsetanden. De hond is een roedeldier en zal nooit onnodig een teken van zwakte tonen. De pijn die hij voelt, uit zich vooral door een verandering in zijn gedrag of een aanpassing van zijn houding of bewegingspatroon. Beide soorten pijn zijn goed te behandelen.
Pijn en verandering van gedrag Ieder dier is verschillend en gedraagt zich anders. Het gedrag van de hond hangt onder andere af van het ras, het karakter en de opvoeding. De ene hond gaat spontaan hinken om aandacht te krijgen, de ander verbijt de pijn voor het baasje en blijft ieder commando uitvoeren. Soms gaan honden door pijn minder eten en drinken, waardoor ze afvallen. Omdat ze minder bewegen is dit echter lastig te zien: de bespiering kan afnemen en het lichaamsvet toenemen.
Hoewel u altijd rekening moet houden met het dier zelf, kunnen de volgende veranderingen in gedrag wijzen op chronische pijn:
Anders bewegen om gewrichten te ontzien, zoals kreupel lopen of stijver bewegen.
Bewegingen vermijden: niet meer tegen u opspringen of geen trappen willen lopen, niet meer willen spelen.
Zonder aanleiding niet meer willen luisteren, bijvoorbeeld niet meer gaan liggen.
Grommen of dreigen naar u of gezinsleden als u bij het aaien een pijnlijke plek raakt.
Zich terugtrekken op een rustige plaats en verminderde belangstelling voor de omgeving.
Een lagere houding, die erop wijst dat een hond zich niet prettig voelt.
Zogenaamde stereotype gedragingen, zoals constant likken of kauwen op de voorpoten. Hierdoor maakt het lichaam zelf endorfine aan, een soort natuurlijke pijnstiller met kalmerende werking.
Voor u samengevat uit "Dierenartsenwereld mei 2010" en naar een voordracht van Prof. Peyron (Lyon)
Wat is toxoplasmose ?
Toxoplasma is een parasiet die de mens dikwijls onopgemerkt besmet en meestal wordt er snel een immuniteit opgebouwd. Maar, bij zwangerschap bestaat het gevaar dat het ongeboren kind besmet raakt via de placenta en hierdoor een ernstige aandoening ontwikkelt als de moeder geen antistoffen heeft om de parasiet tijdig te onderdrukken.
Omdat de kat(achtigen) de eindgastheer van deze parasiet is/zijn, wordt de kat nogal snel als de boosdoener beschouwd en soms zelfs uit het gezin geweerd. Maar is dit wel echt nodig ?
Toxoplasma cyclus
De eindgastheer van de parasiet, dus de kat(achtigen), scheidt oöcysten uit (= een soort eitjes) die in de omgeving terecht komen. De mens en de andere dieren kunnen besmet worden doordat ze accidenteel deze oöcysten op nemen.
Uiteraard zijn de oöcysten uit de kattebak een duidelijk risico, maar als je een beetje hygiënisch bent is dit een vrij ongebruikelijke wijze waarop je besmet kan worden. Het is vooral doordat de mens met oöcysten gecontamineerd voedsel tot zich neemt (groenten, fruit) dat hij de besmetting op loopt. Ook vlees van besmette dieren is een belangrijke bron van infectie vermits de dieren die we zelf op eten meestal niet ziek zijn door de parasiet en ook aan het vlees geen opvallende afwijkingen te zien zijn die aanleiding geven tot afkeuring van het vlees voor consumptie.
Eenmaal de parasiet via ons spijsverteringsstelsel binnen gedrongen is verspreidt hij zich via de bloed- en lymfebanen over ons lichaam. Normaal gezien komt er dan een immuniteitsreactie op gang die ongeveer 10 dagen duurt en die de parasiet verplicht zich in te kapselen in een soort ruststadium ("cyste"). Zo wordt ook verdere besmetting geneutraliseerd. Deze reactie zorgt er ook voor dat we niet echt ziek worden van de besmetting.
Toch bestaat bij een zwangere vrouw die geen of onvoldoende afweerstoffen heeft in die periode wel het gevaar dat de parasiet door de placenta dringt en de ongeboren baby gaat besmetten.
In een vroeg stadium van zwangerschap zal er snel aanleiding zijn tot een miskraam. Hoe verder de zwangerschap, hoe groter het risico dat de baby besmet geraakt, maar ook hoe lager het risico dat de baby er iets ernstig aan over houdt. In vroegere stadia kunnen echter belangrijke organen van de baby aangetast worden zoals de lever, het hart, de hersenen en centraal zenuwstelsel etc. Besmette baby's die ogenschijnlijk normaal geboren zijn kunnen in de loop van hun kindertijd soms plots oogletsels ontwikkelen.
Hoe kan een vrouw weten dat ze besmet werd tijdens haar zwangerschap ?
Vermits de ziekte bij de volwassenen meestal zonder duidelijke klinische symptomen verloopt is het noodzakelijk beroep te doen op bloedonderzoek : een vrouw die negatief test voor Toxoplasmose voorafgaand aan of in het begin van haar zwangerschap en gedurende de zwangerschap positief wordt, is nagenoeg met absolute zekerheid besmet geweest tijdens haar zwangerschap. Er zijn dan uiteraard behoorlijke risico's voor de baby, maar toch is het dan slechts in 30% van de gevallen dat de parasiet doorheen de placenta bij de baby geraakt.
Om het zeker te weten of de baby zelf besmet werd en er dus risico's zijn op belangrijke afwijkingen, moet men de vrucht zelf onderzoeken. Dit kan door vruchtwaterpunctie, echografie of in twijfelgevallen kan zels een NMR-scan gedaan worden.
Een besmette baby wil daarom nog niet zeggen dat dit dramatisch moet verlopen en dikwijls kan behandeld worden met geschikte middelen om de parasiet te bestrijden. Echter, als er zware afwijkingen zijn op echografie kan het nodig zijn om een zwangerschapsonderbreking te overwegen.
En wat nu met de kat ??
Het is belangrijk te beseffen dat de verspreiding van oöcysten door de kat en dus het contaminatierisico, vooral groter is bij jonge katten die zelf nog immuniteit moeten ontwikkelen. Bij een infectie kunnen ze gedurende 1 à 2 weken massaal veel oöcysten uitscheiden.
Ook katten die veel jagen of zwerfkatten zulllen een grotere verspreiding geven dan katten die in huis gehouden worden en commerciëel voeder krijgen.
Bij oudere katten is het risico op verspreiding van de parasiet al heel wat lager, tenzij ze een slecht immuunsysteem hebben zoals bvb. bij kattenaids, leucose of zelfs tijdelijk door besmetting met een andere ziekte en dan kunnen ze op oudere leeftijd toch soms periodes van massale verspreiding van oöcysten hebben.
MAAR : DE OÖCYSTEN WORDEN UITGESCHEIDEN MET DE STOELGANG EN KOMEN NIET VOOR OP DE VACHT VAN DE KAT !!
Bij een normale hygiëne (waarbij direct contact met de uitwerpselen van de kat dus vermeden wordt …) ligt het besmettingsrisico dus niet zozeer bij de kat de je in huis hebt, maar veeleer bij groenten, fruit en vlees die vooraf gecontamineerd werden met oöcysten afkomstig van "een" kat. Bij gevogelte, schape-, geite- en varkensvlees zou er meer risico zijn dan bij rundsvlees. Ook onzuiver drinkwater kan een bron van besmetting zijn. Van eieren en melk is het hoogst twijfelachtig of die een reëel gevaar voor besmetting kunnen inhouden.
Wat zijn dus de risicofactoren ??
* eten van onvoldoende verhit vlees wordt unaniem aanvaard als het grootste risico
* ook het onvoldoend wassen van groenten en fruit of rauwkost buitenshuis eten wordt als risico gezien, maar er bestaat minder eensgezindheid over
* bij eieren en melk is het risico waarschijnlijk nihil, alsook voor het water dat in onze contreien geconsumeerd wordt. Toch is het noodzakelijk om niet-leidingwater vooraf goed te koken !
* slechte hygiëne van handen en keukengerei.
Het in huis hebben van een kat en zelfs het verversen van de kattebak wordt momenteel NIET als een groot risico ingeschat, maar er dan wel van uitgaand dat een goede hygiëne in acht genomen wordt !! Handschoenen gebruiken bij het verversen van de kattebak en handen grondig wassen zijn een absolute vereiste. Het is tevens aan te bevelen om de kat commerciëel blikvoer te geven.
Het risico voor besmetting is nooit onbestaande, maar de kans dat de kat als schuldige dient aangemerkt te worden is, bij een normale hygiëne wel te verstaan, minimaal.
Zes reuzenpanda's zijn in China in een omheind bosgebied vrijgelaten. De dieren zijn in gevangenschap geboren en worden voorbereid op een terugkeer naar de wildernis.
Onderzoekers hopen dat de panda's, die hun nieuwe leefgebied woensdag voor het eerst betraden, leren hoe ze naar voedsel moeten scharrelen en hoe ze zich moeten voortplanten, opdat ze uiteindelijk in staat zijn zichzelf te redden.
De dieren zijn tussen de twee en vier jaar oud en zijn uitgekozen vanwege hun goede gezondheid, hun gedrag en hun gunstige genetische eigenschappen.
Als de panda's met succes terugkeren naar het wild is dat een opsteker voor natuurbeschermers die de diersoort proberen te redden. Naar schatting zijn er in het wild nog zo'n zestienhonderd reuzenpanda's, terwijl er in gevangenschap in China zo'n driehonderd dieren leven.
Het aantal wilde reuzenpanda's loopt nog steeds terug als gevolg van stroperij en de ontginning van hun natuurlijke leefomgeving.
In het omheinde bosgebied moeten uiteindelijk dertig panda's tegelijkertijd worden ondergebracht. De komende vijftig jaar moeten via deze weg honderd panda's weer in het wild worden uitgezet.
Hoewel je hond jammer genoeg niet in woorden kan vertellen hoeveel hij van je houdt, kan hij dat wel op zijn eigen manier laten zien. De volgende signalen wijzen erop dat hij verzot is op jou ... net zoals jij op hem!
1. Kwispelen Zijn wiebelende staart laat weten dat hij blij is om bij jou te zijn! Meestal beweegt ook de rest van zijn lichaam mee, omdat hij met zijn vreugde geen blijf weet.
2. Volgen Je hond is zeker gek op jou als hij je de hele tijd volgt om te kijken wat je aan het doen bent. Natuurlijk is hij zeker in de buurt als je in de keuken aan de slag bent, maar een liefhebbende hond houdt je ook graag gezelschap tijdens het strijken.
3. Kusjes geven Sommige puppy's tonen hun affectie door natte kusjes of likjes te geven met hun tong, terwijl anderen liever geknuffeld worden.
4. Begroeten Na een lange dag is het geweldig om bij je thuiskomst begroet te worden door een enthousiaste hond. Wees er maar zeker van hij jou ook gemist heeft!
5. Spelen Zelfs al amuseert hij zich ook op zijn eentje met zijn speelgoed, lijkt hij het toch altijd leuker te vinden als jij meespeelt. Gooi die bal dus maar snel weg! (lbs)
Vraag jij je ook af waarom je hond pas gaat zitten nadat hij de uitverkoren plek in cirkeltjes verkende? Wij wel, want eerlijk gezegd lijkt dat wat vreemd en zelfs dom. Maar toch doet een hond dat niet zomaar...
Het gaat namelijk om een instinctief gedrag, dat terug gaat naar de tijd waarin honden nog in groepen in het wild leefden.
Plat Door in cirkeltjes rond te lopen, maakten de wilde honden het uitverkoren plekje vlakker en comfortabeler om op te zitten. Bovendien stampten ze niet alleen de hoge grassen neer, maar duwden ze ook eventuele stenen weg. In de winter ging het dan weer om het platstampen van de sneeuw, zodat ze een comfortabeler 'bedje' kregen.
Vijanden En daar bleef het niet bij, want tegelijkertijd checkten ze de omgeving ook op ongewenste diertjes of vijanden. Denk bijvoorbeeld aan vervelende insecten of zelfs slangen. Als hij die ontdekte, kon de wilde hond ze wegjagen of zelf verder zoeken naar een geschikt plekje.
Kussens Voor ons lijkt het misschien gek dat onze gedomesticeerde honden ook in cirkeltjes op het tapijt lopen of op hun kussen, maar ook dat is normaal. Voor hen is het een routine, een soort ritueel voor het slapengaan. Vergelijk het met het opschudden van onze kussens voor we in bed kruipen. En dan is het besluit: zo verschillend zijn wij helemaal niet... (lbs)
Een jonge hond die op en neer stuitert in een korenveld is één van de jongste klikhits op YouTube. Het dier wordt beschreven als de vrolijkste hond ter wereld, en de Huffington Post wil nu nagaan of dat wel echt zo is. De krant houdt nu een verkiezing van de vrolijkste hond ter wereld, en de stuiterende hond heeft al flink wat concurrentie. Zo is er een hond die piepend van blijdschap aan de voeten van zijn baasje gaat liggen als die terugkomt uit Afghanistan, of Bunk, die als een dolle door een kamer rent en alle ballonnen kapotbijt. (ad/sam)
AMSTERDAM - Na het eerste levensjaar ligt de voorpootvoorkeur van katten vast.
Kijk, een stukje tonijn! De onderzoeker, een Ierse dierpsycholoog, laat de kat er even aan ruiken; dan gaat de lekkernij in een (open) glazen potje. Kat erop af, natuurlijk: met een van zijn voorpoten hengelt het diertje naar de vis. En de onderzoeker noteert met welke poot het eerst.
Dat blijkt bij kittens van twaalf weken nog niet uit te maken, na een half jaar begint er een patroon te ontstaan en na een jaar hebben de meeste katten een duidelijke voorpootvoorkeur: de meeste katers zijn links, de meeste poezen rechts. En katten die goed konden hengelen, hadden tegen die tijd in totaal anderhalve kilo tonijn binnen kunnen krijgen, zo vaak werd het experiment herhaald.
Dierpsychologen uit Belfast beschrijven hun onderzoek onder 37 rasloze huiskatten, allemaal geen familie van elkaar, in een artikel dat ze online publiceerden in het Journal of Comparative Psychology . Van de twaalf jonge katjes die ze volgden van twaalf weken tot een jaar oud, had slechts één van de vijf katers na een jaar geen duidelijke voorkeurspoot. De andere vier katers waren op éénjarige leeftijd duidelijk links en alle zeven vrouwtjes rechts. Daarnaast testten de Ieren nog elf katten van een half jaar en veertien katten van een jaar oud. Daarbij vonden ze een vergelijkbaar voorkeurspootpatroon, dat waarschijnlijk stabiel blijft. Dit suggereert, schrijven de onderzoekers, dat links- of rechtspotigheid ten minste deels biologisch bepaald is. Misschien dat katten die met broertjes of zusjes opgroeien, daar ook nog door worden beïnvloed. Dat moet apart worden onderzocht.
Ook allerlei andere dieren hebben een 'voorkeurskant', zoals bultrugwalvissen, zeeleeuwen, duiven, kippen, honden, muizen en padden. Maar behalve bij mensen en primaten is het verschijnsel eigenlijk nauwelijks onderzocht.
Duiven mogen dan niet bekend staan om hun talent voor wiskunde, misschien is dat wel onterecht, volgens een onderzoek onder leiding van Damian Scarf van de University of Otago in Nieuw-Zeeland, dat verschenen is in Science .
De onderzoekers trainden duiven eerst om beelden met één, twee of drie vormen op een computerscherm in de juiste volgorde aan te tikken, eerst de één, dan twee, dan drie. Als ze dat juist deden, kregen ze lekkers. Daarna kwam de test: de duiven kregen tekeningen met meer dan drie vormen te zien. Ook die bleken ze nu in de juiste volgorde van klein naar groot te kunnen aanwijzen, tot negen toe.
Hondenliefhebbers zullen niet verbaasd zijn: onderzoek heeft nu aangetoond dat honden écht verstaan wat hun baasjes zeggen. Wat je zegt is daarbij even belangrijk als het oogcontact dat je met de hond maakt. Die pikt de 'wens tot communiceren' op, net zoals een kleuter van twee jaar dat kan.
"De manier waarop hinden signalen oppikken lijkt op dat van kinderen tussen zes maanden en twee jaar in veel opzichten. Mensen en honden delen dus bepaalde sociale vaardigheden", verklaart de Hongaar Jszsef Topal van de Hungarian Academy of Sciences in het vakblad Current Biology. Oogcontact is cruciaal in die communicatie.
Lichaamstaal "Honden kijken naar onze ogen om beter te begrijpen wat we bedoelen en waarom we het zeggen. Net als kleuters zijn ze dus gevoelig voor onze lichaamstaal, voor signalen die onze bedoeling verraden."
Testen Topal kwam tot die conclusie na enkele testen met honden, die een video te zien kregen van een persoon die 'Hallo hond' zei in verschillende toonaarden en verschillende manieren van oogcontact. De reactie van de honden werd in de gaten gehouden via eyetrackter-technologie.
Oogcontact van belang Als de hond rechtstreeks werd aangesproken met een hoge stem, dan bleek de hond meer geneigd om de handelingen van de spreker te volgen (in dit geval: het kijken naar een van twee identitieke potten). Als de hond werd aangesproken in een lage stem, zonder oogcontact, had de hond minder interesse voor wat de persoon deed.
Of dat betekent dat hondenhersenen op dezelfde manier informatie verwerken als bij mensen is nog niet duidelijk. Topal belooft alvast meer onderzoek in die richting.
Bij de africhting van honden was al duidelijk dat bevelen het best aangeleerd worden door vocale boodschappen te koppelen aan handbewegingen (dus lichaamstaal). (edp) (HLN)
Honden worden wel eens 'de beste vriend van de mens' genoemd. Dat mag dan gelden voor individuele relaties, op koppelniveau spelen ze een bijzonder slechte rol: zo veroorzaakt de hond 2.000 ruzies tijdens zijn leven, goed voor 156 per jaar of drie keer per week. Daarbij werd uitgegaan van een 'gemiddelde' leeftijd van 12,8 jaar.
Het grootste struikelblok was de vakantie, en wat er dan met de hond moest gebeuren: meenemen, in een kennel of bij een vriend of familielid achterlaten? Op de tweede plaats wordt er ruzie gemaakt over wiens beurt het is om met de viervoeter te gaan wandelen.
Eén op vier maakt ook regelmatig ruzie over waar de hond wel en niet mag komen in huis. Wel of niet in de zetel, op het bed of op de bovenverdieping, zijn discussies die elke hondeneigenaar wel zal herkennen.
Ook het straffen en trainen van de hond zorgt voor kibbelpartijen: 18 procent vindt dat de partner te hard is voor de hond, 15 procent is het niet eens over wie hem of haar nu 'mag' (of moet) trainen.
De ruzies kunnen hoog oplopen: 17 procent sliep zelfs al eens in een andere kamer om af te koelen. Een kwart heeft al overwogen de hond weg te doen om de gezinsvrede te bewaren.
"Een hond hebben lijkt wel een beetje op een baby: je moet er de hele dag voor zorgen, altijd, en dat kan zwaar wegen op iemand. Het is erg vermoeiend om elke dag met de hond te gaan wandelen, hem doen bewegen zodat hij niet het huis aan flarden scheurt en gezond blijft", legt Nikki Sellers uit.
De top-20 'hondgerelateerde' ruzies 1) Wat te doen met de hond tijdens de vakantie 2) Wie met de hond moet buiten gaan 3) Mag de hond op bed of niet? 4) Mag de hond naar boven of niet? 5) Wie ruimt de rommel in de tuin op? 6) Te streng zijn voor de hond 7) De hond in de zetel 8) Het geld dat aan de hond besteed wordt 9) Het trainen van de hond 10) Mag de hond restjes krijgen van tafel? 11) Wie zorgt er voor de hond? 12) Wie de hond moet verzorgen en kammen 13) Over de schade die hond veroorzaakt 14) Wiens idee het was om de hond te kopen 15) Wie ruimt de plasjes en kakjes op? 16) Wie ruimt het braaksel op? 17) Wie de hond moet socialiseren? 18) Over wie de hond toeliet in 'verboden' kamers 19) Speelgoed van de kinderen dat kapotgebeten wordt 20) Over schoenen die opgegeten worden
Je huisdier moeten afgeven is geen pretje. Maar zonder trouwe viervoeter door het leven gaan is voor dierenliefhebbers vaak nog lastiger. Wanneer neem je een nieuw dier in huis?
Voor je aan een nieuw huisdier denkt, neem je best de tijd om afscheid te nemen van je vorige kameraad. Neem de tijd om te rouwen, want je kan niet zomaar het ene huisdier voor het andere inwisselen. "Elk huisdier heeft immers zijn eigen persoonlijkheid", zegt dierenarts Sheri Morris aan Web MD. "Je mag je overleden huisdier gerust nog een tijdje missen. Als je voelt dat je nood hebt aan gezelschap tijdens wandelingen of bij je thuiskomst van het werk, dan weet je dat de tijd rijp is om aan een nieuwe kompaan te denken."
Een nieuw dier in huis is natuurlijk wennen. Voor jou, maar zeker ook voor het dier. Laat je nieuwe vriend rustig zijn territorium onderzoeken. Blijf de eerste weken zoveel mogelijk in de buurt, zodat je op tijd kan reageren als er problemen zijn. Heb je nog andere huisdieren, gun ze dan ook de tijd om kennis te maken met de nieuwkomer. De eerste weken is het serieus wat aftasten, maar na een goede maand is het weer helemaal zoals tevoren.
Is je kat een speelvogel en heeft ze het om je meubelen gemunt? Neem het haar niet te kwalijk. Katten zijn nu eenmaal van nature ‘krabbers’. De oplossing? Een krabpaal!
1) Een krabpaal kan je best van bij het begin in huis halen. Want als de kat al aan een stoel of ander meubel krabde voor de krabpaal er was, dan heeft ze daar haar geur afgezet met de geurklieren in de voetzolen en zal ze telkens naar deze plek terugkeren.
2) Veel katten krabben ook aan je spullen in huis om aandacht te vragen. Als je telkens op die vraag ingaat, wordt je kat dit natuurlijk gewoon en zal ze dit blijven doen.
3) Zorg ervoor dat de krabpaal op een aantrekkelijke plek staat. Zet je hem in een verlaten hoekje, dan zal je kat de neiging hebben om meer centrale plekken op te zoeken. Lees: zetel of tafel!
4) Kies een goede krabpaal uit. Is de paal wankel of is er te weinig krabgedeelte, dan zal je kat hem gauw links laten liggen.
5) Had je kat een lievelingsstoel om aan te krabben voor je een krabpaal in huis haalde? Bedek deze stoel dan tijdelijk met aluminiumfolie of dik plastic.
6) De kat kan je regelmatig naar de krabpaal lokken met speeltjes. Besprenkel hem indien nodig met feromonenspray, zo zal je kat zich in een mum van tijd weer op haar gemak voelen.
Muizen zijn bijna de kleinste knaagdieren die als huisdier kunnen worden gehouden. Wanneer mensen denken aan muizen halen de meesten de "witte muizen met de rode oogjes" voor de ogen. Nochtans is deze diersoort te krijgen in verschillende kleuren en variëteiten. Het is niet altijd gemakkelijk om muisjes in een dierenspeciaalzaak terug te vinden, omdat ze niet zo populair zijn als huisdier in vergelijking met een dwergkonijn of cavia. Dit is jammer, want één of meerdere muizen kunnen zeer goed dienen als huisdier; ze hebben immers niet veel ruimten nodig, kunnen binnenshuis worden gehouden, zijn goedkoop in aanschaf en onderhoud en kunnen zeer tam worden gemaakt.
Huisvesting
Kartonnen of houten dozen/kratten zijn niet echt geschikt om muizen in te houden. Ze gaan namelijk de urine van het diertje opnemen en daardoor na een tijdje een slecht geur verspreiden.
De dieren kunnen hier ook niet veel of niet klimmen en niet naar buiten "kijken". Deze dozen kunnen wel gebruikt worden wanneer u van plan bent om muizen te kweken.
Kooien zijn geschikt voor muisjes, mits de afstand tussen de tralies genoeg klein is! Muisjes zijn immers meesters in het ontsnappen. Een goede vuistregel is dat een volwassen persoon zijn/haar vinger niet doorheen de tralies mag kunnen steken. Kooien voor hamsters of vogels kunnen hier zeer goed dienst doen. Een groot voordel van kooien (in vergelijking met dozen of glazen bakken) is dat de muisjes goed kunnen klimmen (wat hen in een goede conditie houdt) en dat er een goede ventilatie present is.
Vooral kooien met verschillende verdiepingen zijn aan te raden, omdat op die manier heel veel ruimte voor het dier wordt gecreëerd terwijl er niet veel ruimte van de woonkamer wordt ingenomen.
Glazen bakken (oude aquaria) kunnen eigenlijk ook worden gebruikt. Deze hebben als voordeel dat de muisjes hier niet kunnen uit ontsnappen (tenminste reeds er een goed sluitend dekraam op ligt). In glazen bakken kan ook een dikke laag bodembedekking worden gestapeld zonder dat het (zoals bij kooien) op de vloer of tapijt terecht komt. Het is immers zo dat muisjes graag holen graven en een dikke laag bodembedekking geeft hen de mogelijkheid hiertoe. Een ander voordeel is het feit dat deze bakken goedkoop in aanschaf zijn en de muizen beschermen tegen tocht. Twee belangrijke nadelen zijn aan de ene kant het feit dat de dieren hier niet kunnen klimmen en aan de andere kant dat er in deze bakken geen goede ventilatie present is.
Als bodembedekking kunt u zaagsel, hooi of papier gebruiken. Versnipperd papier geeft niet echt veel warmte; kranten daarentegen voelen warm en gezellig aan.
Het is belangrijk dat u voor de muis een interessante en boeiende omgeving creëert. U kan bvb zorgen voor (kartonnen) wc of huishoudpapier rolletjes, allerhande houten speeltjes, loopwieltjes, lege kartonnen doosjes, houten takken...
Voeding
U kan aan uw muis een volledig hamster- of gerbilvoer geven, wat u kunt kopen in iedere goede dierenspeciaalzaak. U geeft wel beter nog extra groenten en fruit erbij als druiven, appels, bananen, komkommer, broccoli, wortelen... Als extraatjes (wat bvb als beloning kan dienen) kan u gekookte pasta geven, zonnebloemzaden, rozijnen, noten, beschuit... Niettegenstaande het feit dat muizen eerder niet veel drinken, moeten ze toch altijd vers water ter beschikking hebben. U kan beter gebruik maken van drinkflesjes; het is immers zo dat, als u water in potjes/bekers geeft, dit water zeer vlug bevuild zal geraken met uitwerpselen en urine.
Hanteren
Om muisjes tam te krijgen, kunt u als volgt tewerk gaan.
De eerste dag is het beter het diertje gerust te laten, zodat hij/zij gewoon kan worden aan de nieuwe omgeving en kan bekomen van de rit van de winkel naar huis.
De tweede dag brengt u uw hand in de kooi van het diertje en wacht u een tijdje tot de muis aan uw hand komt ruiken. Wanneer het diertje dit doet, houdt u uw hand stil en laat u het diertje uw hand besnuffelen.
De derde dag kunt u het diertje optillen. Probeer dit ’s avonds te doen, omdat de diertjes dan actief beginnen te worden en goed zijn uitgeslapen. U kan het diertje optillen aan de staarbasis (niet de staarttop) en op uw hand zetten. In het begin is het beter het diertje te blijven vasthouden aan de staart om te voorkomen.
In de praktijk wordt voor haast 90 procent zuiver leidingwater gebruikt voor het vullen van aquaria. Daardoor hangt ook de basiskwaliteit van het aquariumwater rechtstreeks af van de deugdelijkheid van het drinkwater, die echter in toenemende mate gehypothekeerd wordt door milieuvervuiling en intensieve landbouw (overbemesting, pesticidengebruik). Als gevolg daarvan vinden wij in het water ongeveer overal sporen van nitraten, herbiciden, koolwaterstofverbindingen en zware metalen. Daarbij komt dat de samenstelling van het water door bewerking in de waterbed rijven volkomen veranderd wordt. Voor waterplanten belangrijke voedingsstoffen als ijzer, mangaan en koolzuur worden verwijderd omdat ze de leidingbuizen beschadigen, en vruchtbare organische bestanddelen vlokt men uit. Meestal wordt het water bovendien nog op een alkalische pH-waarde ingesteld.
Belangrijk: Een volledige analyse van uw drinkwater kunt u aanvragen bij de watermaatschappij. Om de opgesomde redenen brengt het gebruik van drinkwater voor onze aquaria meestal een aantal problemen met zich mee, bijvoorbeeld:
het ontbreken van voedingsstoffen voor planten
het ontbreken van beschermende organische colloïden voor de vissen
een te hoog nitraat- en fosfaatgehalte Uitsluitend leidingwater gebruiken als basis voor een aquarium is in heel wat streken dan ook niet meer aan te bevelen. Ter verbetering van de kwaliteit kan men mengen met gedistilleerd water, gezuiverd water of met water dat uit een bron komt in een gebied waar geen inspoeling van landbouwgrond plaatsvindt en waarvan u de voornaamste parameters laat bepalen (vraag dat bij een aquariumvereniging in uw buurt).
Wateranalyse
Voor de wetenschappelijk geïnteresseerde aquariaan gaat door de analyse van zijn aquariumwater een volledige wereld open, maar voor een "gewone" hobby-aquarist roept ze meestal vraagtekens en dus ongerustheid op. Aangezien men zijn vissen alleen soortgericht kan houden wanneer men weet in welk water ze zwemmen, moet iedere siervissenhouder vertrouwd zijn met de voornaamste waterparameters. Die kennis is ook van belang om de plantengroei tot een goed einde te brengen. Bovendien zijn de werking en de betekenis van technische middelen en het optreden van algenplagen alleen te begrijpen door ze te koppelen aan de waterchemie. Daarom zal ik in de volgende hoofdstukken de voor aquariumkunde belangrijkste parameters zo begrijpelijk mogelijk beschrijven en op de onderlinge samenhang wijzen.