Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
De ijsbeer (Ursus maritimus ) is een grote geelwitte beer , die langer en groter is dan de andere beren (Ursidae). De ijsbeer komt enkel voor in en rond het Noordpoolgebied . Hij is het meest carnivoor van alle beren, en leeft vooral van zeehonden . De ijsbeer is een vrij jonge soort die tijdens het Pleistoceen , in de laatste 200.000 jaar ontstaan is, vermoedelijk uit Siberische populaties van de bruine beer .
De ijsbeer is zeer groot: hij kan tot 2,8 meter lang en 800 kilogram zwaar worden. Hij heeft een lange nek en een grote neus. De huid is zwart, ook naakte delen als de neus en de lippen. De haren in de vacht zijn niet wit, maar doorzichtig en hol. [2] De kleur van de vacht is, afhankelijk van de tijd van het jaar, lichtval en de hoeveelheid vuil in de vacht, gelig wit tot vuilgrijs. Het is waterafstotend en houdt de warmte van de zon vast. Daarnaast heeft de ijsbeer een dikke onderhuidse vetlaag , waarmee hij warmte vasthoudt.
De ijsbeer heeft vliezen tussen zijn tenen, waardoor hij beter kan zwemmen. Zijn achterpoten gebruikt hij als een soort roer om mee te sturen.
Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes en hebben een opvallend grotere neus. Mannetjes worden gemiddeld 190 tot 240 centimeter lang en 300 tot 600 kilogram zwaar, vrouwtjes 170 tot 200 centimeter lang en 150 tot 300 kilogram zwaar. IJsberen hebben een klein staartje, ongeveer acht tot tien centimeter lang.
De paringstijd is van maart tot juni, met een piek in april. De ijsbeer kent een verlengde draagtijd , en het embryo komt waarschijnlijk pas in oktober of november in ontwikkeling. De dracht duurt daardoor 200 tot 250 dagen. Er zijn meestal 2 jongen, die in december of januari in een sneeuwhol worden geboren. Een enkele keer worden één tot vier welpen geboren. Bij de geboorte zijn de jongen ongeveer 600 gram zwaar en 25 centimeter lang. De oogjes zitten dicht en de diertjes zijn bedekt met dun haar.
Een drachtig vrouwtje brengt de winter door in een sneeuwhol dat zij zelf heeft gegraven. Het hol wordt gegraven in een sneeuwheuvel, op plaatsen waar de sneeuw hard en stevig is. Na een tunnel bevindt zich de kraamkamer. Soms bevinden zich meerdere kamers in een hol, maar meestal slechts eentje, waarin het ijsbeervrouwtje overwintert. Het hol bevindt zich over het algemeen op het vasteland, aan de kust, maar soms wordt het gegraven op het pakijs.
De jongen verlaten het hol voor het eerst in maart of april, als ze ongeveer drie maanden oud zijn. Ze wegen dan ongeveer negen tot elf kilogram. Alleen het vrouwtje zorgt voor het jong. Mannetjesberen worden gemeden, aangezien deze welpen kunnen doden. De moedermelk is rijk aan vetten en calorieën .
De jongen worden 1-3 jaar gezoogd en worden na 24 tot 28 maanden onafhankelijk. Na drie tot zes jaar zijn ze geslachtsrijp . Vrouwtjes zijn volgroeid als ze vijf à zes jaar oud zijn, mannetjes pas na acht tot tien jaar. IJsberen worden tot 32 jaar oud in het wild. In gevangenschap kunnen ze 40 jaar oud worden.
De ijsbeer leeft meest alleen en is zowel overdag als 's nachts actief. Ook in de lange, donkere winter zijn ze actief. Drachtige vrouwtjes houden dan echter een winterslaap . De ijsbeer is een bijzonder goede zwemmer die vele kilometers van de kust aangetroffen kan worden. De naam Ursus maritimus betekent dan ook "zeebeer". Hij kan tot 72 seconden onder water blijven en in het water snelheden van drie tot vier kilometer per uur behalen. Toch jaagt hij ook te land en is daar bijzonder snel. Ze kunnen tot twintig kilometer per dag afleggen, en trekken mee met de grens van het pakijs, die zomers noordelijker ligt dan 's winters.
drie ijsberen bij onderzeeër
IJsberen leven solitair . Soms komen ze in groepen voor, en zijn dan vrij tolerant tegenover elkaar. Groepsvorming komt vooral voor op plaatsen waar bijzonder veel voedsel voorhanden is, als vuilnisbelten en karkassen van gestrande walvissen . Mannetjes zijn agressief tegenover elkaar in de paartijd. Ook doden mannetjes wel eens berenwelpjes en andere beren.
Bij slecht weer graven veel ijsberen een tijdelijk hol (voornamelijk moeders met jongen), maar ze drukken zich ook vaak tegen de grond, waarbij de vallende sneeuw de beer bedekt.
De ijsbeer leeft van zeehonden . Vooral de ringelrob is geliefd, maar ook andere soorten, als baardrob , en in mindere mate zadelrob en klapmuts , worden gedood. Ook aas , walrus , kleinere walvissen als beloega 's en narwallen , vis , sneeuwhaas , lemmingen , zeevogels, eieren, rendier en muskusos worden soms gegrepen. In de zomer trekken enkele ijsberen naar land, waar ze ook plantaardig voedsel als bessen en grassen eten, evenals menselijk afval.
Hij maakt gebruikt van zijn grote klauwen en zijn goed ontwikkelde reukzin om zijn prooi te vinden en doden. De witte vacht dient daarbij als camouflage . Er wordt gezegd dat ijsberen tijdens de jacht hun poten voor de (zwarte) neus houden, zodat deze niet zou opvallen. Waarschijnlijk komt dit gedrag niet voor. Op zeehonden jaagt hij door te wachten bij ademgaten, maar ook worden ze gedood in holen (ringelrobben werpen hun jong in een sneeuwhol), in het water en op het ijs, waarop de zeehonden rusten.
De ijsbeer heeft een circumpolair verspreidingsgebied. Op Groenland komt de soort zowel op de oost- als op de westkust voor. Op het Europese vasteland komt de ijsbeer niet in het wild voor, maar in het noorden van IJsland worden regelmatig verdwaalde ijsberen waargenomen. Een groot gedeelte van het jaar is de beer te vinden op het drijfijs.
De ijsbeer heeft geen natuurlijke vijanden. Er is echter in de beren van Oost- Groenland gebleken dat de niveaus van door de mens in het milieu gebrachte stoffen zoals PCB en DDT erg hoog is. Op Spitsbergen is de concentratie zelfs zo hoog dat er gevreesd wordt voor het voortbestaan van de soort omdat de voortplantingsorganen en het immuunsysteem er door aangetast worden. Sinds mei 2006 staat de ijsbeer als "kwetsbaar" (VU) op de IUCN Rode Lijst , omdat verwacht wordt dat door de gestage afname van drijfijs in de zomer door het broeikaseffect de populatie de komende 45 jaar met minstens dertig procent zal dalen. Overigens werd de ijsbeer ook in veel oudere Rode Lijsten (tot 1994) als "kwetsbaar" beschouwd. Daarna werd de status "van bescherming afhankelijk" (LR/CD) gegeven voor deze soort. Op 27 december 2006 stelt de Amerikaanse regering voor om de ijsbeer als bedreigde diersoort te beschouwen. Er zouden er nog ongeveer 20.000 - 25.000 leven op de hele wereld. 2.200 in Alaska.
In de lever van de ijsbeer wordt vitamine A in zulke hoge concentraties opgeslagen dat deze giftig is voor de mens. Er zijn reizigers in de poolstreken die dat tot hun schade ondervonden hebben.
Van het gedrag van sommige dieren in gevangenschap (de dierentuin ) is de uitdrukking ijsberenafgeleid. Door verveling en het ontbreken van normale prikkels vervallen veel dieren, dus niet alleen de ijsbeer, in de gewoonte om steeds maar weer dezelfde bewegingen te maken of dezelfde rondjes te lopen.
Leden van zwemclubs, die in de winter (in ijskoud water) buiten zwemmen, noemt men ook ijsberen.
De ijsbeer zal volgens sommige wetenschappers wellicht na 2030 of 2040 zijn uitgestorven op de Noordpool omdat de Noordpool in de zomer volledig gesmolten zal zijn, indien het internationale beleid faalt om de klimaatverandering door het broeikaseffect een halt toe te roepen.
Er zijn ijsberen bekend van 20 jaar of ouder, maar dat zijn er niet veel. De meeste beren worden zon 15 à 18 jaar oud. De oudste ijsbeer die in het wild gesignaleerd werd was 32 jaar, de oudste ijsbeer in een dierentuin werd zelfs 41 jaar.
De tanden van een ijsbeer groeien elk jaar een beetje. Via de tanden kun je bepalen hoe oud een ijsbeer is.
Mijn hond heeft nog steeds die klauwtjes op de achterpoten, ontdekte lezeres Katrien Ottevaere. Normaal worden die bij de geboorte verwijderd. Mijn hond is nu 6 maanden oud en die twee nageltjes beginnen heel lang te worden. Zou u die klauwtjes nog verwijderen, of hou ik het bij knippen alleen?
Deze bijklauwtjes of Sint-Hubertusklauwen, worden bij pups van aantal dagen oud gewoon weggeknipt. Op latere leeftijd moeten de hondjes verdoofd worden en gehecht. Toch opteer ik voor die laatste oplossing: uw hond zal minder last hebben met nagelscheuren of verwondingen. De Beauceron is het enige hondenras dat van nature deze klauwen heeft en ook behoudt: het is zelfs hun raskenmerk.
Alleen zitten achter de PC is er nooit bij. Het is altijd gezellig met bontjes om me heen bij de computer. Yinta ligt steevast op de printer die ze afwisselend uit en aan doet, nu is ie weer even uit voor een kwartiertje wellicht, en als Yinta er niet ligt heeft Woody daar domicilie gekozen. Of beiden; dan wordt het dringen en moet je opletten dat er niet een halve staart in de papierlade verdwijnt. Liever geen inktsporen op die mooie witte pluimstaarten...
Roxy ligt in dit geval naast me op het krukje op zo'n 15 cm afstand. Af en toe klimt ie op het toetsenbord en bemoeit zich met het pijltje van de muis, of met de afbeeldingen van zichzelf wanneer hij voorbijtrekt op de PC. Het alarmerende gepiep van de computer vertelt mij dat ik 'm zachtjes doch dwingend weer terug moet leggen op het krukje want de PC raakt ervan in de war als er zes toetsen tegelijk langdurig worden ingedrukt. Dus Roxy, kijken mag - aankomen niet
Dat mannetje heeft in heel korte tijd een gigantisch mooie pluimstaart gekregen zoals je op de foto ziet. Dit in schril contrast met zijn 'slanke' (bijna magere) atletische lijfje.
En dan doen ze me vanavond ineens versteld staan. Roxy klimt naar z'n moeder en gaat bij haar aan de tepel liggen lurken:
Yinta, die zich nog altijd moeder voelt van al die inmiddels grote knullen vindt het blijkbaar best. Katten zijn heerlijke onvoorspelbare wezens. Ik kijk en ik maak er foto's van.
Als dan even later Roxy in diepe slaap op de bank ligt en ik even naar NOVA zit te kijken klimt Beau van mijn schoot af en gaat bij Roxy 'drinken', tenminste dat denkt hij waarschijnlijk
Hoe kunnen duizendpoten "zien', terwijl ze geen ogen hebben? Hebben ze allemaal duizend poten? Waar leven ze het liefst? Wat doen ze als ze voelen dat ze in gevaar zijn? Deze vragen en meer zullen beantwoord in onderstaand artikel.
Het woord "duizenpoot"is een geslachtnaam die bij elkaar z'on 12.000 soorten ongewervelde dieren aanduid, die, hoewel ze veel op elkaar lijken, heel opvallende verschillen kunnen vertonen. Er zijn ook duizendpoten met ogen en andere duizendpoten die géén ogen hebben. De duizendpoten zonder ogen vinden hun weg dankzij de gevoeligheid van hun antennes.
De meeste van de duizendpoten hebben lang geen duizend poten, hooguit enkele tientallen. En degene die de meeste pootjes hebben, lopen niet het hardst. De watervlugge chilopoden (duizendpoot) hebben meestal minder pootjes dan de langzame diplopoden (miljoenpoot).
Duizendpoten zoeken vochtigheid op en verbergen zich onder gebladerte, grind, in spleten in de bodem en in boomschors. Duizendpoten zijn echte jagers die hun vermogen om hard te lopen gebruiken voor het vangen van hun prooi: allerlei andere bodemdiertjes. Ze pakken deze met hun scherpe gifklauwen beet. In deze voorste klauwen, die op kaken lijken, zit een gifblaas (niet gevaarlijk voor de mens). Het vergif dat bij het beetpakken vrijkomt verlamt de prooi waardoor deze gemakkelijk is op te eten, net als bij een spin dus.
Door hun snelheid en hun gifklauwen kunnen de meeste duizendpoten zich doeltreffend tegen de meeste vijanden beschermen. Maar vogels, spitsmuizen, egels en padden zullen zeker een duizendpoot opeten als ze hem te pakken krijgen. Loopkevers en spinnen grijpen waarschijnlijk grote aantallen kleine duizendpoten. De grootste vijand van de duizendpoot echter is... de duizendpoot zelf. Gewonde soortgenoten worden snel opgegeten. Dit kannibalisme is waarschijnlijk de reden dat er zelden meer dan één duizendpoot onder een steen of een stuk hout aanwezig is.
Miljoenpoten zijn planteneters en hebben een voorkeur voor rottende plantendelen. Ze zijn daarom talrijk in composthopen en bemeste grond. Maar ze eten ook schimmels en vreten dode dieren aan. Hoewel de meeste miljoenpoten afschrikkende stoffen uitscheiden, hebben zij toch een aantal vijanden. Sommige spinnen, kikkers, padden, vogels en kleine zoogdieren laten zich niet afschrikken.
Bijna alle duizendpoten kunnen giftige en sterk afschrikkende stoffen afscheiden. Zonder hun aanvallers te doden, zorgen ze dat deze nooit meer terugkomen. Het is bekend dat de beet van een scolopender (een chilopode) ook voor de mens pijnlijk is. Sommige, zoals diplopoden, beschermen zich door tot een glad en moeilijk te grijpen bolletje op te rollen. Alle duizendpoten zijn bovendien beschermd door hun uitwendig skelet, een soort keihard pantser dat bestaat uit verschillende gelede segmenten.
Het pantser (= uitwendig skelet) heeft geen waterafstotende laag, waardoor gevaar van uitdrogen dreigt. Daarom vinden we duizendpoten altijd op wat vochtige plaatsen. Over het algemeen zijn het nachtdieren. Duizendpoten reageren sterk op contact en komen alleen tot rust als hun boven- en onderkant ergens tegenaan ligt.
De duizendpoot zet haar eieren één voor één in de losse grond af. Hieruit ontwikkelen zich de jongen die dan nog slechts 7 segmenten (dus 7 paar poten) hebben. Bij elke vervelling neemt dit aantal toe totdat het dier volwassen is.
Miljoenpoten leggen gedurende de hele zomer eieren en camoufleren ze met uitwerpselen en aarde. Het legsel kan uit meer dan 100 eieren bestaan. De jongen die uit het ei komen zijn zeer klein en hebben slechts twee paar poten. Dit aantal neemt bij de volgende vervellingen steeds toe, totdat de dieren volwassen zijn.
Overige gegevens:
lichaamslengte: Heel verschillend per soort. diplopoden 2 tot 37 mm, Pauropoden maximaal 2mm, Symphilen tot 8 mm, Chilopoden tot 26,5 cm.
Aantal poten (veel minder dan de naam aangeeft): Diplopoden tot 240 paar, Paurapoden 9 tot 10 paar, Symphilen 12 paar en Chilopoden tot 177 paar.
Voortplanting: eierleggend.
Bijzonderheden: Hun langwerpige lijf, dat gesteund wordt door talrijke paren pootjes, bestaat uit een groot aantal onderling bijna gelijke segmenten
Leefgebieden: Duizendpoten zijn in alle gematigde en tropische gebieden ter wereld te vinden.
De Inri Inri is de grootste van alle lemuren. Deze soort is zeer zeldzaam en leeft vrijwel uitsluitend in de boom. Het was dan ook niet gemakkelijk een goede foto van dit prachtige dier te maken.
Prachtige foto's van de maki en soortgenoten (Martina1)
Copyright M.S. Oudgenoeg & S.R. Oudgenoeg
Op deze foto is duidelijk te zien hoe de ringstaart lemur aan zijn naam komt: Hij heeft een heleboel zwart/witte ringen op zijn staart. Dit is de meest voorkomende en meest bekende lemur.
De Nederlandse Schapendoes is een lichtgebouwde langharige hond met een schofthoogte van 40 tot 50 cm, waarbij de schofthoogte van reuen ligt tussen de 43 en 50 cm, voor teven is dat 40 tot 47 cm. De Schapendoes heeft een dichte vacht met voldoende ondervacht. De beharing is lang, minstens 7 cm op de achterhand. De haren zijn niet streng recht, maar golven iets. Alle kleuren zijn toegestaan, maar de voorkeur gaat uit naar blauwgrijs tot zwart. De Schapendoes heeft een geduchte kuif, snor en baard.
De schapendoes is een typische schaapsherderhond. Hiervoor moet hij zelfstandig kunnen werken. Het was een typische hond voor de herders in Drenthe en op de Veluwe, zo typisch zelfs, dat hij niet in de literatuur en schilderkunst teruggevonden wordt. Historisch werd de schapendoes niet als ras erkend, maar als werk- en gebruikshond. Er was geen speciale naam voor het ras, maar veel synoniemen zoals herdersdoes, siep en olde grise. Hij behoort tot de grote groep van langharige herdershonden met dicht behaard hoofd. Hij is verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de Bergamasco en de Duitse Schafpudel van de variëteit die in Hessen, Odenwald en in het Nederrijn gebied voorkomt. Al deze op elkaar gelijkende honden zijn verkleinde mutaties van de Berghonden. De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van dit ras. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij interesse te kweken voor dit ras. Tussen 1940 en 1945 werden exemplaren van de bijna verdwenen Schapendoes overal waar hij ze maar vond, gebruikt voor de fok. In1953 werd de schapendoes voor het eerst als ras erkend, in 1954 werd de standaard vastgesteld en werd het ras opgenomen in het Stamboek. De definitieve erkenning volgde in 1971. Hierna wordt alleen nog maar gefokt met geregistreerde honden.
De Schapendoes is een normaal en evenredig gebouwde herdershond met een levendig, alert en moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en trouw. Hij is vrolijk, enthousiast, vriendelijk en temperamentvol.Hij kan gebruikt worden voor hondensport zoals agility, maar niet als beschermhond. Een consequente opvoeding is noodzakelijk. Schapendoezen houden ervan om tegen iets aan te liggen.
Inleiding: M aagD ilatatie-V olvulus = maagdraaiing is een aandoening die voorkomt bij de hond waarbij de maag overvuld raakt, kantelt en vervolgens vol loopt met lucht omdat de afvoer geblokkeerd wordt. Door het toenemen van de maagomvang worden grote bloedvaten dichtgedrukt en de bloedcirculatie in de maagwand belemmerd. Delen van de maagwand worden niet meer voorzien van zuurstof waardoor de maagwand af kan sterven. Daarbij ontvangt ook het hart minder bloed omdat de bloedstroom naar het hart toe wordt afgeklemd door de maag die in omvang is toegenomen. De pompfunctie van het hart neemt af en er ontstaan ritmestoornissen. De ademhaling wordt moeilijker omdat de maag op het middenrif drukt. De hond kan snel in een diepe shock raken en overlijden. Een onverwachte gebeurtenis bij een voorheen nog kerngezonde hond binnen enkele uren.
Voorkomen: De aandoening komt met name voor bij grote hondenrassen zoals de Duitse Dog, Dobermann Basset en Ierse Setter. Het risico neemt toe naarmate de dieren ouder worden.
Verschijnselen: Even na het eten doet de hond pogingen tot braken waarbij alleen wit schuim te voorschijn komt en geen voedsel. Wel is de hond onrustig en kwijlt veel. De buik wordt in een betrekkelijk korte tijd dikker. De verschijnselen ontstaan na het eten.
Diagnostiek: De symptomen maken de diagnose maagdilatatie in de meeste gevallen waarschijnlijk. Er dient onmiddellijk tot actie worden overgegaan. Een röntgenfoto kan de diagnose bevestigen. Vaak dient met spoed te worden gehandeld en wordt een röntgenfoto achterwege gelaten.
Therapie: Een sonde (flexibele plastic buis) wordt tot in de maag gebracht via de bek al dan niet onder narcose. Op deze manier kan lucht en evt. overtollig voer uit de maag worden gehaald. Wanneer het niet lukt een sonde tot in de maag te brengen kan men de druk in de maag verminderen door een grote naald door de huid tot in de maag te prikken. De lucht kan dan uit de maag ontsnappen zodat de maag haar oorspronkelijke grootte terug krijgt. In veel gevallen is het verstandig de hond ongeveer 3 dagen na de verschijnselen (i.v.m. onregelmatig hartritme ten tijde van de maagdraaiing) te opereren om te voorkomen dat de problemen terug komen. Bij de operatie wordt de maag in de buikholte vastgezet zodat deze niet meer kan kantelen. Op deze manier wordt voorkomen dat de hond onverwachts opnieuw problemen krijgt. Gezien het snelle verloop zien we in onze praktijk nog steeds honden waarbij al eerder een maagdraaiing is geconstateerd toch nog onverwacht dood in de mand worden aangetroffen.
Prognose: Wanneer niet snel wordt ingegrepen komen honden te overlijden door shock of door afsterven van een gedeelte van de maagwand. Wanneer na het sonderen geen operatie volgt zal in 71% van de gevallen een maagdraaiing herhaald optreden. Wanneer er wel een operatie volgt keert slechts 15% van de honden terug met dezelfde problemen. Meestal ontstaat er dan alleen een maagdilatatie (uitrekken van de maagwand) welke eenvoudig is op te heffen en minder gevaarlijk is voor de hond. De kans dat de maag gaat draaien is klein omdat deze vast zit aan de buikwand.
Preventie: Het is verstandig honden met een groter risico op MDV meerdere keren per dag een kleiner portie voer te geven. Dit vermindert de kans op een kanteling van de maag. Daarbij is het van belang direct na het eten de hond niet overmatig te laten bewegen (dus voor de training niet laten eten). Op een warme dag moet men er op bedacht zijn de hond niet in een keer veel water te laten drinken aangezien dit voor dezelfde problemen kan zorgen.
Hebben jullie je ook al eens afgevraagd wat er daar allemaal rondgaat in dat hersenpannetje van je viervoeter? Ik wel. Misschien is dit filmpje reeds een begin van een antwoord daarop :
Deel 6: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Voeding en verzorging van moederloze dieren
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
Het Konijn
Het geboortegewicht van het konijn is afhankelijk van het ras. gemiddels is dat ongeveer 40 gram. de jongen komen blind en kaal ter wereld en blijven zo'n 3 weken in het nest. dat laatste bestaat uit borst- en buikharen van de moeder (de voedster). Een jong van een middelgroot ras groeit zo'n 25 gram per dag. Op 6 weken worden de jongen gespeend; ze wegen dan pakweg 1 kg. Op 3-4 weken nemen ze al vast voedsel op. De lactatiepariode (= de tijd dat de moeder melk geeft) duurt 4-6 wken. Hierbij produceert de voedster 160-200 gram melk per dag. De zoogfrequentie is 1-2 keer per dag.
Jong konijntje
Huisvesting Voor het werpen dienen voedsters een werpkast te hebben of plaats ze op een laag stro of hooi.
Melkvervanging Als melkvervanger kun je kuntsmelk voor kittens of puppies gebruiken. Wil je het zelf maken: 100 gram koebiest (vaak bij een melkveehouder te krijgen) + 10 gram plantaardige olie (bijvoorbeeld zonnebloemolie) of 25 gram Protifar (een eiwitrijke dieetvoeding in poedervorm van Nutricia) + 10 gram plataardige olie + 75 gram water.
Voeding en verzorging Moederloze tamme of wilde konijnen kunnen worden ondergeschoven bij een tamme voedster. Dit is tot ongeveer 2 weken na het werpen mogelijk. Het melkvervangend preparaat geef je eenmaal daags kort na zonsondergang met behulp van een druppelflacon of een speenflesje door een ruimte tussen de kiezen en tanden in de bek. Houdt de omgevingstemperatuur de eerste dagen na de geboorte op ongeveer 37 graden Celsius.
Voor kleine herbivoren (= planteneters) zoals konijnen, cavia's, chinchilla's, schildpadden en slangen is er via de dierenarts tegenwoordig ook het voedingssupplement Crital Care® beschikbaar wat met water moet worden aangemaakt. Dit wordt gebruikt na ziekte in de herstelperiode maar mag ook worden gegeven zodra aan het jonge dier vast voedsel mag hebben.
De Haas
Haasjes worden ziende, met vacht en tanden geboren. Ze wegen bij de geboorte 100-130 gram en groeien per dag 25-30 gram. Als ze 4 weken zijn wegen ze ongeveer 1 kg. In de natuur verlaten de jongen binnen een week na de geboorte het nest en nemen dan vast voedsel op. De zoogperiode is 3-4 weken.
Melkvervanger Een melkvervanger voor hazenmelk is de hier beschreven vervanger voor konijnenmelk, eventueel aangevuld met 5 gram zonnebloemolie per 100 gram.
Voeding en verzorging De melk wordt eenmaal daags gegeven, ongeveer een uur na zonsondergang, op dezelfde wijze als beschreven bij moederloze konijnen. Per dag is de melkopname tot 150 ml per dag voor een haasje van 2-3 weken oud.
Het konijn (Oryctolagus cuniculus ) is een zoogdier , behorende tot de orde der haasachtigen (Lagomorpha). Hoewel het oppervlakkig op een knaagdier lijkt, behoort het konijn dus niet tot de knaagdierenorde. Het is de enige soort uit het geslacht Oryctolagus. Het konijn wordt veelvuldig gehouden als huisdier .
De grootte van het konijn zit tussen die van de echte hazen en de fluithazen in. De achterpoten van het konijn zijn relatief veel korter dan die van de hazen, maar langer dan die van de fluithazen. De buik is veel lichter van kleur dan de rug, vaak wit van kleur. Ook de onderzijde van de staart en de poten is wit. Het konijn leeft enkel van plantaardig voedsel. Ook eet het konijn zijn eigen keutels op ( coprofagie ).
ook voor onze dieren: opletten geblazen (Martina1)
Hoe gevaarlijk is huidcontact met strooizout?
Om ijzel en sneeuw van straten en trottoirs te doen smelten gebruikt men strooizout. Meestal gebruikt men hiervoor calciumchloride (natriumchloride of keukenzout wordt soms ook gebruikt). Calciumchloride is een irriterend product. Als een kind valt op plaatsen waar gestrooid is, kan er lokaal een lichte irritatie zijn, zeker als er een schaafwonde is. Als het de vingers in de mond steekt, kan ook daar een lichte irritatie ontstaan. Het zal ook zout smaken. Spoelen met water van huid en mond is absoluut noodzakelijk. Kleren die nat geworden zijn van het smeltwater moeten zeker uitgedaan worden. Er zijn gevallen van brandwonden beschreven na een langdurig contact met de huid. Na inname van 2 of 3 korrels zout, moet men de mond grondig reinigen met een nat washandje, zorgvuldig spoelen en water laten drinken. Bij inname van grotere hoeveelheden , of wanneer het kind spijsverteringsstoornissen vertoont (misselijkheid, braken en buikpijn) neemt men best contact op met het Antigifcentrum. (gezondheid.be)
Deel 5: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Voeding en verzorging van moederloze dieren
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
De Hamster
Verzorging en voeding Moederloze hamsters jonger dan zo'n 10 dagen zijn waarschijnlijk alleen groot te brengen met een hamstermoeder die bereid is tot adoptie. Kunstmatige opfok en onderleggen bij ratten of muizen is tot op heden altijd mislukt.
De Gerbil
De zoogperiode voor gerbils is ongeveer 21 dagen. Na zo'n 16 dagen beginnen de jongen met de opname van vast voedsel. De speenleeftijd is 25-30 dagen en ze wegen dan 15-25 gram, terwijl ze bij de geboorte maar 3 gram wegen.
Links: gerbils van een paar uuir oud, rechts: gerbil van ongeveer 6 weken
Huisvesting Omgevingstemperatuur: 20-24 graden Celsius, 12 uur licht per dag. Zaagsel is prima als bodembedekking en papier als nestmateriaal.
Verzorging en voeding Handmatige opfok van gerbils is niet praktisch. De voor de muis beschreven methode zou je kunnen gebruiken. Moederloze jongen worden vaak door een pleegmoeder geaccepteerd, vooral als de eigen jongen even oud zijn. Het onderleggen bij zogende ratten of muizen lukt maar matig.
De Muis
Het geboortegewicht is slechts 1 gram. Het moederdier lacteert (= geeft melk) ongeveer 20 dagen. Wanneer ze worden gespeend (na 18-21 dagen) wegen ze zo'n 10 gram. Pasgeboren muizen zijn kaal en hebben gesloten oogleden. Na 6-7 dagen begint de vachtgroei en na 13-14 dagen zijn de oogleden geopend. De eerste dagen na de geboorte is de opgenomen melk in de maag van buitenaf zichtbaar. Vanaf een leeftijd van ongeveer 12 dagen nemen de jongen ook vast voedsel op.
Muisje wordt met een speenflesje gevoerd
Voeding en verzorging Als kunstmelk kan worden gebruikt warme koffieroom met daaraan per 100 ml toegevoegd 2 gram Protifar (een eiwitrijke dieetvoeding in poedervorm van Nutricia). Moederloze muizen van 12-14 dagen oud kunnen met gemalen en/of geweekte vollledige muizekorrels worden gevoed. Handopfok van moederloze muisjes jonger dan 14 dagen is niet makkelijk: een dun slangetje moet als speen fungeren en om de 4 uur moet je ze voeren. Houdt de diertjes lekker warm. Jonge muizen worden vaak ook door een pleegmoeder geadopteerd.
De Rat
Het geboortegewicht is 4-6 gram. De jongen zijn bij de geboorte blind, haarloos en tandenloos. Na 5-7 dagen begint de vacht te groeien. Vast voedsel wordt opgenomen vanaf 11-12 dagen en rond deze tijd gaan ook de ogen open. De lactatieperiode is 20-24 dagen. De speenleeftijd is ongeveer 21 dagen en de jonge ratjes wegen dan 40-50 gram.
Twee baby-ratjes: de linker is zojuist geboren
Voeding en verzorging Moederloze ratjes kunnen net zoals muisjes met de hand worden opgefokt. Melkgevende ratten kunnen echter uitstekende pleegouders zijn: de eigen jongen mogen zelfs ouder zijn dan de pleegjongen.
Deel 4: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Voeding en verzorging van moederloze dieren
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
De Chinchilla
Het geboortegewicht van de chincilla is 30-50 gram. Vast vopedsel wordt vanaf een leeftijd van ongeveer 28 dagen opgenomen. De zoogperiode is zo'n 8 weken en de speenleeftijd 6-8 weken.
Baby-chincilla wordt gevoed
Melkvervangers Melkvervangende preparaten voor moederloze jongen zijn kunstmelk voor kittens, geitenmelk of een mengsel van 50 gram melkpoeder, 50 gram water en 25 gram druivesuiker.
De melkvervanger kun je met een pipetje verlengd met een slangetje in de ruimte tussen kiezen en hoektand in de bek druppelen.
Voor kleine herbivoren (= planteneters) zoals konijnen, cavia's, chinchilla's, schildpadden en slangen is er via de dierenarts tegenwoordig ook het voedingssupplement Crital Care® beschikbaar wat met water moet worden aangemaakt. Dit wordt gebruikt na ziekte in de herstelperiode maar mag ook worden gegeven zodra aan het jonge dier vast voedsel mag hebben.
In Nature prijkt deze week een nieuwe neef van de walvissen. Die ziet er niet uit als een enorm zeezoogdier, maar lijkt nog het meest op een dwerghert.
Wie een beetje goed in de walvissen zit, weet dat niet alle walvissen op walvissen lijken. Zo kwam bioloog en geoloog Hans Thewissen in 2001 op de proppen met een verhaal over de allereerste walvis, 'Pakicetus' genaamd. Dat beest leek totaal niet op het huidige, enorme zeezoogdier, maar eerder op een uit de kluiten gewassen rat met hoeven.
Toch was het er één, want de tanden waren precies die van oeroude (mariene) walvisfossielen en het had van die typische walvisoren. Ook had Pakicetus ongewoon dikke botten, wat erop wees dat het dier veel in het water verbleef. Zijn zware botten hielpen hem met alle vier de poten op de modderige bodem te blijven. De ontdekking haalde de omslag van Nature.
Het dier dat Thewissen, werkzaam aan het Northeastern Ohio Universities College of Medicine in Rootstown, Ohio (VS), deze week in Nature beschrijft heet 'Indohyus' en is geen walvis. Zou je ook niet zeggen, want Indohyus heeft nog het meeste weg van een kantjil of dwerghert.
Toch is-ie familie. Sterker nog, volgens Thewissen is Indohyus het met de walvissen nauwst verwante beest. Niet de voorouder, want Indohyus is 'slechts' veertig miljoen jaar oud en de walvissenfamilie ontstond vijftig miljoen jaar geleden al. Toch zal de echte voorvader wel enigszins op Indohyus geleken hebben.
Thewissen vond het fossiel in India. En hoewel hij bewust op zoek was naar een naaste verwant van de walvissen, kwam hij er door een ongelukje in het lab pas achter dat hij beet had. "De knaap die altijd de boel voor me prepareert, brak per ongeluk het oor. Niet zo mooi natuurlijk, maar daardoor kon ik er wel in kijken en dacht verrek, dat lijkt wel een walvisoor."
Behalve het oor bleek het fossiel de zware botten van een in water levend beest te hebben. Waarom het beest dan niet ook gewoon ingedeeld bij de walvissen? Thewissen: "De kiezen zagen er niet walvisachtig uit. Ze leken meer op die van een tapir, of koe, zo u wilt. In ieder geval waren het de kiezen van een planteneter. En walvissen - ook de vroegste exemplaren - eten vis of schaaldieren."
Dat was opmerkelijk, zegt de onderzoeker. "Want we gingen er altijd vanuit dat de voorouders van de walvissen vanwege het voedsel - die vis en schaaldieren - naar het water waren getrokken. Maar Indohyus was een planteneter. En leefde toch in het water. Blijkbaar kwam de verhuizing naar het water voor de verandering van het dieet."
Genoeg reden om 'm buiten de walvissenclan te plaatsen, meent Thewissen. "Ach, je moet ergens een streep trekken natuurlijk. Meestal doe je dat daar waar het grootste tijdsgat zit. Maar de laatste jaren hebben we zoveel verschillende walvisfossielen gevonden, dat de gaten tussen opeenvolgende soorten relatief klein zijn. Dat is een lastig probleem als je de boel wilt ordenen. Maar wel een heel goed probleem om te hebben, vind ik."
Remy van den Brand
J.G.M. Thewissen e.a.: 'Whales originated from aquatic artiodactyls in the Eocene epoch of India', Nature, 20 december 2007
Ten gevolge van een langdurig en kostelijk verblijf in het ziekenhuis ben ik genoodzaakt mijn foto-apparaat te verkopen. Dit foto-apparaat maakt zeer scherpe foto's zoals u zelf kan vaststellen aan de hand van de laatste foto die ik er mee heb gemaakt.
Waaraan kan ik mannetjes- en vrouwtjesvissen herkennen?
Waaraan kan ik mannetjes- en vrouwtjesvissen herkennen?
Bij de meeste dieren is het verschil tussen mannetje en een vrouwtje niet zo moeilijk te zien. Bij vissen is het onderscheid veel moeilijker te maken. Terwijl het wel belangrijk is te weten wat je in je bak hebt.... al is het maar om een explosieve groei van je vissenbevolking te voorkomen.
Uiterlijke kenmerken De sekse van je vis kun je vooral vaststellen aan de hand van uiterlijke kenmerken. Bij veel vissen hebben de mannetjes een helderdere en diepere kleur dan de vrouwtjes. Ook bezitten de mannetjes vaak grotere vinnen en zijn - raar maar waar - vaak de slankste van de twee. Veel vissoorten hebben nog een eigen kenmerk, specifiek voor de soort, waaraan je het geslacht kunt aflezen. Voor meer informatie daarvoor kun je in de gespecialiseerde dierenwinkel terecht.
Uitgekiende groep Sowieso is het handig om, voordat je de vissen koopt, in de gespecialiseerde dierenwinkel uitgebreide informatie te vragen over het geslacht van de vissen. Vraag bijvoorbeeld welke soorten vissen bij elkaar kunnen en wat de beste verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes is. Soms kun je maar één mannetjesvis per aquarium nemen, omdat er anders grote vechtpartijen kunnen ontstaan.
Begin je net met je eigen aquarium? Dan is een zoutwateraquarium waarschijnlijk niet aan te raden. De bak is moeilijker te onderhouden en gevoeliger voor invloeden van buitenaf dan een zoetwateraquarium.
Maar als je je zaken eenmaal op orde hebt, is een zoutwateraquarium een lust voor het oog en een geweldige hobby. Hier lees je een paar tips over de zorg van je zoutwateraquarium en zijn bewoners.
Tropisch of niet? Je aquarium kan bestaan uit tropische zoutwatervissen of niet-tropische zoutwatervissen. In Nederland kun je het beste een niet-tropisch zoutwateraquarium aanschaffen. Ten eerste omdat de bewoners makkelijker te verkrijgen zijn. En ten tweede omdat het makkelijker te onderhouden is. De temperatuur van een niet-tropisch zoutwateraquarium is hetzelfde als in de kamer.
Vissen en beplanting In een zoutwateraquarium kun je een heleboel verschillende vissen huisvesten. Maar de eerste keuze waar je voor staat is of je anemonen of koraal wilt plaatsen. Er zijn namelijk een aantal kleine vissen die door de anemonen worden gegeten. Een enkele vis, zoals de clownvis is bestand tegen de anemoon. Wanneer je daarentegen koraal neemt, heb je ruime keus uit vissen die hier bij kunnen. Let wel op de combinatie van je vissen onderling; sommige soorten vreten elkaar aan! Verder moet je je goed verdiepen in het soort beplanting, dat je vissen nodig hebben. Zo heeft een zeepaardje veel behoefte aan dichte begroeiing. Hij houdt zich vast aan de planten en verschuilt zich erin tegen vraatzuchtige medebewoners.
Zeewater Het water voor een zoutwateraquarium kun je zo rechtstreeks uit de zee halen. Je aquarium moet dan wel beschikken over een goed filtersysteem, omdat het zeewater ziektes kan bevatten. Als je wat ver van de kust woont, kun je het zeewater ook zelf maken. Je hebt dan twee bakken nodig, waarin gewoon water op de juiste manier gemengd wordt met de juiste dosering zeezout en een mix van mineralen. Vraag je aquariumspeciaalzaak naar de goede ingrediënten en verhoudingen.
Algen Als je een aquarium hebt aangeschaft, plaats het dan op een enigszins donkere plaats. Als je aquarium namelijk op een te lichte plaats staat, zullen zich snel algen ontwikkelen. Het resultaat: heel troebel water. De regel bij alle aquaria is eigenlijk: hoe meer lichtinval hoe meer algen.
Je wilt een reptiel als huisdier en je hebt gehoord dat de baardagaam een leuk dier is. Voordat je zomaar een vreemd dier in huis neemt, wil je natuurlijk eerst weten of het wel een geschikt huisdier is en waar je op moet letten.
Onbekend diertje Een tijdje terug was de baardagaam nog een tamelijk onbekend diertje, maar tegenwoordig wordt dit reptiel steeds vaker als huisdier gehouden. Waarom nemen steeds meer mensen dit reptiel in huis? In het wild Oorspronkelijk komt de baardagaam uit Australië. Daar kun je hem vinden op de savanneachtige streken waar hij lekker in het zonnetje ligt. De baardagaam kan zowel in het wild als in gevangenschap een lengte tussen de 30 en 45 centimeter bereiken. Hij dankt zijn naam aan de keelzak (baard) die hij openspert als er gevaar dreigt. In het wild is de baardagaam meestal grijs tot bruin gekleurd. Door het vele kruisen is het tegenwoordig ook mogelijk om een baardagaam aan te schaffen in allerlei verschillende kleurvariaties: van oranje tot pastel.
Tam De baardagaam is een leuk reptiel om als huisdier te houden. Dit diertje is heel actief, maar gelukkig ook erg makkelijk tam te krijgen. Daarom is een baardagaam zeer geschikt voor beginnende reptielenhouders. Hij vindt het leuk om geaaid te worden, vooral op de baard en tussen de ogen.
Opletten Als je een baardagaam wilt kopen zijn er een paar dingen waar je heel goed op moet letten. Natuurlijk moet je, voordat je een baardagaam in huis haalt, voldoende informatie verzameld hebben. Daarnaast is het erg belangrijk om bij aankoop te kijken of het diertje wel gezond is. Dit kun je bepalen door op een aantal dingen te letten. Allereerst moet de jonge baardagaam helder uit zijn ogen kijken. Ook is het belangrijk dat alle lichaamsdelen van het dier compleet zijn. Dit klinkt misschien raar, maar het komt vaak voor dat een jonge baardagaam een stukje van zijn teen of staart mist. De staart groeit dan wel vanzelf aan, toch is het verstandig om het even na te laten kijken. Jong of oud Of je nu een jonge baardagaam of een ouder dier koopt, het diertje moet nieuwsgierig en actief zijn. Bij een jong dier is het verstandig om te kijken of zijn ouders in de buurt zijn. Als zijn ouders niet gezond zijn, zijn de jongen dat waarschijnlijk ook niet. Mocht je een wat ouder dier kopen, let dan goed op dat het geen zwanger vrouwtje is. Het dier kan dan namelijk ziek zijn of legnood hebben. Dit laatste is een ziekte die het leggen van het ei bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt, waardoor de baardagaam niet lang zal leven. Het is verstandig om je baardagaam rechtstreeks bij een kweker te kopen. Hij zal je meer betrouwbare informatie kunnen geven over je baardagaam. Als je er zeker van bent dat alles met dit diertje in orde is, kun je erover nadenken om het in huis te halen. Zorg verder voor voldoende ruimte in het terrarium en dat je genoeg weet over de voeding.
Let op Een baardagaam houden doe je niet zomaar. Je moet er tijd en geld insteken en je goed laten voorlichten over wat er allemaal bij komt kijken. Het houden van een baardagaam moet je zien als een hobby waar je iedere dag mee bezig bent.
Foto: Walter Getreuer, reptielenzoo SERPO - Avro.nl
Ik vind giraffen hele leuke aandoenlijke dieren. Ze zijn zo heerlijk elegant met hun lange benen en tegelijkertijd zo lekker lomp met die scheve bekken. Ik was toch al bezig een lofzang te houden op Ouwehands Dierenpark dus ik ga nog maar even door :) Ze hebben namelijk de giraffen in een soort kuil neergezet waardoor ze voor het publiek op ooghoogte staan, erg slim bedacht!! Hierdoor wordt het een stuk eenvoudiger om ze te fotograferen!!
De voerkorven hangen aan de randen van hun verblijf en als de dames en heren giraf willen eten, doen ze dat dus recht voor je neus, briljant!!
Als je eten dan op de grond valt, heb je als giraf toch best een probleem!!
Gisteren heb ik voor het vrouwtje geposeerd, nu heb ik daar niet altijd zin in en draai dan gauw mijn hoofd weg. Ik heb gezegt dat ik het alleen voor een plakje rosbief doe, en zij mij voorlopig met rust moet laten. Nou dat was een deal en ik heb gewillig geposeerd. Het plakje rosbief heb ik gekregen, en smaakte verrukkelijk. Vinden jullie mij mooi?
De boxer is een middelgrote, vierkant gebouwde hond, gespierd, een echte atleet. Zijn gedrag/ karakter is zelfbewust en zijn ogen stralen uit ofdat hij "de hele wereld aan kan".
Een hond met een gezicht! Hij is trouw en erg aanhankelijk tegenover zijn baas en gezin (een grote kindervriend).Altijd vriendelijk en in voor een spelletje.Al met al, de clown onder de honden. Waakzaam en onverschrokken, hij is van oudsher een verdedigingshond zonder vrees maar weet wanneer het ernst is. Als je je inlaat met een boxer, ben je verliefd voor het leven!
de standaard:
schofthoogte reuen: 57-63 cm gewicht: 35-39 kg. teven: 53-59 cm " 28-32 kg.
kleur: geel of gestroomd met of zonder witte aftekeningen de witte aftekening mag niet meer zijn dan 30%.
gebit: de boxers is een ondervoorbijter d.w.z. de onderkaak steekt boven de bovenkaak uit en is lichtjes naar boven gebogen. Bij gesloten mond mogen geen tanden of tong gezien worden.
Bouw: De bouw is vierkant, gespierd met stevige rechte benen met klein gesloten kattevoeten.
Vacht: Kort, hard, glanzend en aansluitend.
Staart: Hoogaangezet, sinds 1 september 2001 wordt de staart niet meer gecoupeerd.
Oren: Hoogaangezet, ongecoupeerd klein, dun en vallen mooi in een plooi langs het hoofd.
Ogen: Zo donker mogelijk, niet klein of uitpuilend.
Hoofd: Mooie smalle schedel , droog (zonder te veel rimpels), met een volle snuitpartij en vulling onder de ogen. De snuit moet net zo breed zijn als de schedel. (net als een vierkant doosje). Het zwarte masker beperkt zich tot de snuit. (wel of niet met witte aftekening).
De geschiedenis van de boxer: (bron NBC) De boxer in zijn huidige vorm is een betrekkelijk jong ras.Zijn verre voorouders stammen echter rechtstreeks af van de Tibetdog, die duizenden jaren geleden al bestond. Vanuit het oude Griekenland werden de zware honden, de Molossers, in het Romeinse keizerrijk ingevoerd. Bij de Romeins legers deden ze niet alleen dienst als
waakhond, maar ook als de voorloper van de huidige tank. Om te voorkomen dat de tegenstanders houvast kregen aan de staart of de oren, werden deze lichaamsdelen er van tevoren afgehaald. In die tijd was het couperen een functionele maatregel om de dieren te laten overleven in hun gevaarlijke strijd. De Romeinen veroverden bijna geheel West Europa en toen er een tijdperk van betrekkelijke vrede aanbrak, waren de honden als oorlogshond overbodig geworden. Men ging toen op zoek naar andere specifieke taken voor deze makkelijke af te richten honden. De zware kolossen konden worden ingezet als bewakings en verdedigingshond . De lichtere honden bleken uitstekend te voldoen als opdrijvers voor het vee. In West Europa is het ongeveer zo'n vijf eeuwen de gewoonte geweest om de honden op te hitsen tegen het slachtvee, omdat het vlees zo smakelijker zo worden. De speciaal voor dit volksvermaak gefokte honden waren niet alleen sterk, maar ook erg wendbaar.
Behalve voor het ophitsen van vee, werden de honden ook gebruikt voor de jacht op beren en zwijnen. Deze honden zijn de geschiedenis ingegaan als "Bullebijters".
Tegen het eind van de 19e eeuw is uit de Brabantse bullebijter de boxer voortgekomen. De Brabantse Bullebijter was kleiner en lichter, maar meer atletisch en wendbaarder en zeker even moedig als zijn grotere soortgenoten. Ook de Engelse Buldog heeft grote invloed gehad op het ontstaan van het Boxerras. Het blijft gissen hoe de naam is ontstaan. De meest voor de hand liggende verklaring is de manier waarop de honden in hun spel de voorpoten gebruiken. Een manier die sterk doet denken aan de bewegingen van een vuistvechter in de ring. De liefhebber van het ras verenigden zich in de Duitse Boxerclub, die in januari 1896 werd opgericht en meteen al op 29 maart een tentoonstelling organiseerde. Na deze tentoonstelling is men de raspunten gaan vastleggen in een rasstandaard, die echter pas in 1905 werd aangenomen.
bron huisdiereninfo
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
De reuzenmanta is het grootste lid van de roggenfamilie en behoort tot de kraakbeenvissen . Soms wordt de manta ook wel Grote duivelsrog genoemd. De vis heeft de status "kwetsbaar" .
Met een spanwijdte tot 7 meter weegt de manta tot 1800 kg. De lengte kan wel 5 meter bedragen. De manta komt tussen de 35° N en 35° S breedtegraad in alle tropisch en sub-tropisch oceanen voor.
De reuzenmanta voedt zich met plankton en kleine visjes die hij uit het water filtert. De mond zit niet aan de onderkant zoals bij andere roggen maar min of meer aan de voorkant. De bovenkant is meestal zwart of blauw en de onderkant wit.
Manta's brengen in tegenstelling tot andere roggen hun jongen volledig ontwikkeld ter wereld. De geschatte maximale leeftijd is 20 jaar.
In de Australische en Amerikaanse wateren is in het verleden wel gevist op manta's voor hun huiden en levertraan . Tegenwoordig wordt er weinig op manta's gevist hoewel in de Filipijnen het vlees van de vis als een delicatesse wordt beschouwd. Duiktoerisme op plaatsen waar de manta regelmatig wordt aangetroffen en de kwetsbare status heeft hier waarschijnlijk aan bijgedragen. Door hun grootte zijn naast de mens alleen grote haaien een bedreiging voor reuzenmanta's.
PS:Een reuzenmanta vliegt uit het azuurblauwe water van de Californische Golf aan de MEZICAANSE KUST; Sommige wetenschappers geloven dat de vlucht van de grote vissen een manier is om fit te blijven of hun om van parasieten af te geraken.
Anderen denken dat de vissen het louter voor hun plezier doen. De reuzenmanta's kunnen een spanwijdte tot 7 meter krijgen en 1,8 ton zwaar worden. Ze staan er ook om bekend het grootste brein van alle vissen te hebben, en vinden het leuk om rond diepzeeduikers te zwemmen. (cv/pm)
Gepubliceerd op 19 december 2007, 11:06 Laatst bijgewerkt op 19 december 2007, 11:26
SCHIERMONNIKOOG -
Op de kwelder van Schiermonnikoog zijn nog nooit zo weinig hazen gesignaleerd als deze herfst. Ieder najaar tellen oud-jagers en studenten de hazen op de Oosterkwelder.
Zij noteerden op 23 oktober een diepterecord van 173 dieren. In 2004 zagen de tellers nog 675 hazen in 2005 waren het er 361. Volgens onderzoekers van de universiteit van Wageningen heeft het weer grote invloed op de hazenstand.
Sinds dertien jaar is er op Schiermonnikoog een hazen-inventarisatie. In jaren dat er veel neerslag viel of het zeewater over de kwelder spoelde, waren er weinig dieren.
bron; dierennieuws
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Apen kunnen bijna even goed hoofdrekenen als Amerikaanse studenten. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek waarvan de resultaten maandag zijn vrijgegeven.
Eerder onderzoek had al uitgewezen dat dieren, net als mensen, getallen met elkaar kunnen vergelijken. Zo zien dieren het verschil tussen vier en acht objecten. Maar tot nu toe was niet bewezen dat dieren ook kunnen hoofdrekenen.
Elizabeth Brannon en Jessica Cantlon van de Duke University deden hun onderzoek met makaken. De apen werden voor een computer met een aanraakscherm gezet waarop een verschillend aantal stippen te zien was. Na en tijdje verdwenen de stoppen en werd een nieuw aantal stippen zichtbaar. Daarna verscheen een derde scherm dat in twee helften was verdeeld. Op de ene helft stond de som van het aantal stippen afgebeeld, op de andere helft een ander aantal stippen. De apen werden beloond als ze de helft met de som van het aantal stippen aanraakten. 76 percent van de apen slaagde in de test.
Dezelfde test werd ook bij een groep studenten uitgevoerd. Bij hen slaagde 94 procent. Gemiddeld hadden de studenten en de apen elk een seconde bedenktijd nodig.
Zowel de studenten als de apen vergisten zich het vaakst als het getoonde resultaat dichtbij het afwijkende resultaat lag. "Als de exacte som 11 was en de andere helft van het scherm toonde 12 stippen, hadden de apen en de studenten meer tijd nodig en vergisten ze zich vaker", aldus Cantlon.
Het feit dat mensen en apen eenvoudige rekensommen kunnen uitvoeren, kan een aanwijzing zijn voor een gedeeltelijk gezamenlijk afgelegde evolutie. bron GVA
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
De Cavia
Pasgeboren cavia's zijn .nestvlieders'. Bij de geboorte zijn de ogen open, en de vacht en het gebit volledig ontwikkeld. Het zeugje produceert gedurende 2-3 weken melk, maar al enkele dagen na de geboorte beginnen de jongen met de opname van vast voedsel en water. Het geboortegewicht is 70-100 gram. Op een leeftijd van 15-28 dagen worden ze gespeend en ze wegen dan 180-240 gram. Verdere gegevens over de cavia lees je hier .
Baby-cavia's met hun moeder links) en een jonge cavia in de hand
Melk en andere voeding Een melkvervangend preparaat bestaat uit 100 gram volle koemelk + 8 gram Protifar (een eiwitrijke dieetvoeding in poedervorm van Nutricia) + 50 mg (meestal is dat 1 tablet) vitamine C. De fijngewreven tablet vitamine C wordt gemengd met wat Protifar. De rest Protifar toevoegen en met een deel van de melk aanmaken. daarna de rest van de melk toevoegen, roeren en verwarmen tot 38 graden Celsius.
Verzorging Moederloze jongen kunnen makkelijk naar een ander melkgevend zeugje worden overgeplaatst. Handopfok is tamelijk eenvoudig. de omgevingstemperatuur moet niet lager dan 17 graden Celsius zijn. De eerste 5 levensdagen moet je de jongen 5 maal daags kunstmelk geven (ze nemen dan ongeveer 20 gram melk per dag op) met een speenflesje of pipetje.
Vanaf de vierde dag kun je er vast voedsel bijgeven en de kunstmelk in een schaaltje doen. Na elke flesvoeding moet je na elke flesvoeding de buik en gebied rond anus masseren met een vochtig watje of tissue om het poepen en plassen te stimuleren. Per week kunnen de jongen 30 gram groeien.
Voor kleine herbivoren (= planteneters) zoals konijnen, cavia's, chinchilla's, schildpadden en slangen is er via de dierenarts tegenwoordig ook het voedingssupplement Crital Care® beschikbaar wat met water moet worden aangemaakt. Dit wordt gebruikt na ziekte in de herstelperiode maar mag ook worden gegeven zodra aan het jonge dier vast voedsel mag hebben.
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
De Fret Er zijn situaties waarbij je zelf de opfok van de jongen ter hand moet nemen. Dat kan zijn als de moeder ('moertje') geen melk geeft, als ze is gestorven of als ze een melkklierontsteking (mastitis) heeft. Een enkele keer kan het ook voorkomen dat het moertje haar jongen wil opeten (kannibalisme).
Globale leeftijdsbepaling Worpgrootte: 2-17 (gemiddeld 8) Geboortegewicht: 5-12 gram Jongen zijn bedekt met fijn wit haar en blind: pasgeboren haar begint te groeien: 3 dagen Wisselende melktanden: 2 weken Eerste vaste voedsel wordt geaccepteerd: 2 weken Jongen begeven zich buiten het nest: 2-3 weken Donkere aftekening bij wildkleur zichtbaar: 3-4 weken Openen van ogen en oren: 28 dagen Ogen volledig open: 35 dagen Doorbreken van de hoektanden: 47-52 dagen Speenleeftijd: 6-8 weken Uitvallen melkhoektanden: 50-70 dagen Speengewicht: 300-450 gram Volwassen gewicht: na 4-5 maanden
Twee baby-fretjes
Huisvesting Zet vóór de geboorte een drachtig moertje apart in een kooi met een vrij klein werphok. Als nestmateriaal gebruik je stro of houtschaafsel. Het werphok moet klein zijn om het moertje een beschermd gevoel te geven en om te voorkómen dat de jongen verspreid komen te liggen en zo eventueel onderkoeld raken. De omgevingstemperatuur mag niet beneden de 15 graden Celsius komen. In een te dikke laag strooisel kan een jong verloren gaan.
Voeding Je kunt daarvoor lactosevrije kunstmelk voor kittens gebruiken. Een alternatief is: 1 dl volle melk 1 ei (dooier + wit) 1 eetlepel Brinta. Alles goed mengen en verwarmen tot het ei gestold is. Daarna laten afkoelen tot 30-35 graden Celsius.
Na 2 weken kan je kattenvoer (blik) bijvoeren. Geleidelijk aan geef je meer blikvoer.
Verzorging Een jong moet je minstens 6-8 maal per dag voeren. De eerste dagen oppassen dat ze niet ondervoed raken. Steeds kleine beetjes voeren omdat ze zich kunnen verslikken en daarmee kans lopen op een longontsteking. Na het voeren met een vochtig watje of diekje de buik en anus wrijven om het poepen en plassen te stimuleren. Als de ontlasting dun wordt of gaat stinken, dan ander voer proberen.
De eerste dagen moet het gewicht telkens toenemen. Let daar dus op. Na het spenen groeien ze sneller. Zelfstandige jongen (meestal zijn ze dan al 300 gram) kun je voeren met een commercieel verkrijgbaar nertsenvoer.
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
De Egel
Inleiding Het verzorgen van jonge egels is lastig en tijdrovend. Als ze toevallig in een nest buiten op een geschikte plek toegedekt worden gevonden, laat ze daar dan liever en let op of de moeder terugkomt. De egel is in Nederland beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet. Het is dus verboden de egel te verstoren tenzij men een vergunning heeft. In Nederland zijn ongeveer veertig adressen (vergunninghouders) waar egels worden opgevangen die ziek of gewond zijn. Jonge egels zijn nestblijvers: ze worden hulpeloos, blind en met korte zachte stekeltjes geboren. In geval van nood moeten ze door de mens worden verzorgd.
Een baby-egeltje in de hand
Globale leeftijdsbepaling Geboortegewicht: 12-20 gram Stekels wit en zacht: geboortestekels Stekels aan basis donker en lichte top: 3 dagen Gewicht tot 45 gram: 2 weken Melktanden breken door: 2 weken Gewicht 75-150 gram: 3-4 weken Gewicht 150-175 ram: ongeveer 5 weken Speenleeftijd: ongeveer 40 dagen (soms eerder) Volwassen stekels, beginnend aan achterhand: 6 weken en ouder Gewicht 300-375 gram: ongeveer 7 weken Een volwassen egel weegt zo'n 800-1200 gram en heeft zo'n 6000 stekels op zijn rug.
Huisvesting Jonge (baby)egels leg je op een rustige plaats in een nestje van warme zachte materialen, zoals handdoeken. Met een warmtekussen wordt het nest op ongeveer 30 graden Celsius gehouden. Niet met een warmtelamp ('biggelamp'), want dan liggen ze voortdurend in het licht! Wat grotere dieren (200-300 gram) houd je binnen in een ruime doos met daarin als slaapvertrek een kleinere doos die je op zijn kop zet met een ingang in de korte kant. In de doos leg je wat hooi en doeken als nestmateriaal. Egels zijn zindelijk in hun slaapvertrek: ze hebben een eigen toilet. Maak daarom de grote kooi dagelijks schoon en het slaapvertrek eenmaal per week.
Voeding Als melkvervanger kun je gebruiken een (lactose-vrije) kunstmelk voor jonge kittens. Ook heel goed is biest van koeien of geitenmelk. Als voedsel kun je zuigelingendieet van Nutricia geven en kattenvoer uit blik.
Verzorging Baby-egels moet je elke 3-4 uur voeren met melk. Je kunt dat druppelgewijs ingeven met bijvoorbeeld een pipetje of een spuitje. Je voert net zo lang tot de diertjes hun kopje afwenden of in slaap vallen. na het eten de buik masseren met een vochtig watje of kietelen met een penseel. Egeltjes van 50-70 gram kun je zuigelingendieet voeren. Controleer regelmatig het gewicht. Als ze niet of slecht groeien kun je eventueel rijstebloem toevoegen of teruggaan naar het lactosevrije melkpreparaat.
Op een leeftijd van zo'n 4 weken (80-100 gram) wordt vast voedsel (kattevoer uit blik) in lage bakjes voorgezet. Eventueel kun je nog fruit, bruin brood en rozijnen toevoegen aan het dieet. En ook nu kun je ze tevens lactosevrije melk voorzetten.
Egels van 250 gram of meer krijgen voeding voor volwassen egels: kattevoer (zowel nat voer als droge brokjes) en schoon en vers drinkwater. Heeft een gevonden egel diarree geef 'm dan maximaal 24 uur een elektrolieten-oplossing.
Als een egel tenminste 700 gram weegt en geen parasieten heeft (teken, vlooien en vliegenlarven) kun je 'm uitzetten: ver weg van de snelweg in een gebied met veel hopen takken en blad om een nest te kunnen maken. de eerste dagen kun je eventueel nog wat van het vertrouwde voedsel en water klaarzetten.
Weersveranderingen hebben op ons allemaal een effect, ook op onze honden waarvan sommigen een dikke wintervacht bezitten. Je zou al snel denken dat deze dikke vacht hen kan beschermen tegen alle effecten van de winter, maar niks is minder waar!
Continue atmosferische wijzigingen, stormen en natuurlijk ijs en sneeuw zijn dingen waar de hond meestal meer mee te maken heeft dan wij. Sommigen zijn immers vaker buiten dan hun baasjes.
Maar de winter is ook een periode van feesten en vakantie. Honden zijn slim en houden van het opruimen van restjes. De combinatie van de twee zijn een gevaarlijke combinatie in een periode waar er nogal wat eetfestijnen plaatsvinden. Heel wat van de gerechten en zoetigheden die we verorberen zijn niet al te best voor onze viervoeters( chocolade bvb) en maken van de kerstperiode een echte risicoperiode voor vergiftigingen en het verdikken van onze huisdieren. Dus hou ze weg van uw viervoeter als zijn leven u lief is!
We geven u graag in deze laatste nieuwsbrief van 2007 nog enkel nuttige tips om je hond gezond te houden in deze risicoperiode.
Meer beweging
Het is natuurlijk heel verleidelijk om in deze winterperiode in een bolletje te kruipen achter het warme haardvuur. Toch is het aangeraden om regelmatig eens de laarzen aan te trekken en een fikse wandeling te maken met de hond om hem actief te houden. Dus pomp uw activiteitsniveau een beetje op en u zal zien dat uw hond en uzelf er wel bij varen.
Geef hem een goed onderkomen
Dit is voornamelijk belangrijk voor alle honden die regelmatig buiten vertoeven. Een stevige schuilplaats die hem beschermt tegen regen en wind is essentieel. Er vriezen regelmatig honden dood ook al bij de Noorse rassen met hun dikke wintervacht. Een winteronderkomen voor een hond moet goed geïsoleerd zijn en groot genoeg zodat de hond erin kan rechtstaan, omdraaien en volledig neerliggen. Maar opgelet: een hondenhok dat te groot is zal de lichaamswarmte van de hond niet bewaren en dus niet warm genoeg blijven.
Vers Water
Sneeuw is geen vervangmiddel voor vers water. Het eten van sneeuw kan het dorstgevoel van je hond verhogen en zijn lichaamstemperatuur verlagen met risico op onderkoeling. Zorg er dus voor dat je hond steeds vers, onbevroren water ter beschikking heeft.
Sneeuw
Het eten van sneeuw vergt een enorme hoeveelheid energie en lichaamswarmte van uw hond om de sneeuw te doen smelten. Tevens is de hoeveelheid water een pak lager dan de hoeveelheid sneeuw die hij verorberde. Zo zal een volle emmer sneeuw maar een heel kleine hoeveelheid water opleveren.
Sneeuwvergiftiging
Is een recente term die men gebruik bij een hond die is omgekomen van de dorst terwijl hij eigenlijk omringd was door sneeuw. Het is dus uitermate belangrijk dat vers water beschikbaar is en in de handel zijn nu voor bepaalde regios zelfs verwarmde drinkbakken beschikbaar. Een hond heeft ook meer water nodig in de winter omdat zijn lichaam meer energie verspild om op temperatuur te blijven.
Hou antivries weg van de hond!
Verwijder direct alle lekken van je wagen als het om antivries gaat en hou de antivries weg van plaatsen die voor je hond bereikbaar zijn. Antivries is namelijk een zoet smakend en snelwerkend vergif dus wees er voorzichtig mee! In de handel zijn er trouwens ook niet- giftige antivriesmiddelen, indien u gaat voor zekerheid!
2008 het jaar van het Verantwoord Honden Bezitterschap ( VHB)
In tijden waar iedereen in België de mond vol heeft over BHV ( BrusselHalle-Vilvoorde) willen wij met iCare in 2008 aandacht besteden aan VHB: Verantwoord Honden Bezitterschap. Graag willen we nu reeds een introductie tot dit VHB geven als aanzet tot de verschillende acties die in 2008 zullen volgen.
Maar wat is Verantwoord Honden Bezitterschap?
VHB wil zeggen dat u een zo goed mogelijk eigenaar / verzorger dient te zijn voor uw hond. Het is dus veel meer dan enkel voeding, water en onderkomen verschaffen aan je hond. Verantwoord Honden Bezitterschap is de morele verplichting die hondeneigenaars hebben om al het nodige te doen om de hond in onze maatschappij te integreren en daarbij rekening te houden met de noden van medemensen .Het is voorzien in alle behoeften van onze geliefde viervoeters hoe gevarieerd deze ook kunnen zijn.
V erantwoord H onden B ezitterschap betekent:
Zich realiseren dat een huisdier voor het leven is en dat toewijding aan je huisdier een noodzaak is.
Zich realiseren dat het houden van een hond verantwoordelijkheden met zich meebrengt en dat zijn welzijn van het baasje afhankelijk is.
Alle nodige inspanningen leveren om je puppie de nodige verzorging te geven ( juiste dierenartskundige verzorging, vaccinaties, ontworming, goede voeding)
Alles aanleren over degelijke hondenvoeding en de gezonde keuzes maken voor je hond.
Investeren in de beste medische zorg voor je hond gedurende zijn ganse leven.
Mijn hond voorzien van alle benodigde identificatie zoals een halsband met hangertje ( bescherming tegen verlies) en identificatie via microchip/ tattoo ( bevestiging eigendomsrecht)
Uw hond op een positieve manier aanleren om een goede hondse burger te zijn en hem socialiseren door hem veelvuldig in contact te brengen met andere mensen, plaatsen en dieren.
Uw hond trainen om geen last te zijn voor anderen en hem te helpen dit doel te bereiken.
Uw kinderen leren om respect op te brengen voor dieren en ze niet te misbruiken tijdens hun spelletjes ( Verantwoord Ouderschap)
Gehoorzamen aan de wetten ter bescherming van uzelf en de bescherming van anderen ook al heeft uw hond niet echt een leiband nodig. Door de wetten niet na te leven brengt u schade toe aan anderen.
Niet fokken met uw hond omdat het zo leuk is een nestje te hebben
U ervan bewust zijn dat niet iedereen van honden houdt en uzelf afvragen wat u kan doen om uw hond voor hen ook zo aangenaam mogelijk te maken.
Uw bijdrage leveren om de overbevolking van honden in de hand te houden en ervoor zorgen dat uw ongerepte hond ook wegblijft van andere honden. Hem stereliseren om onnodige gezondheidsrisicos uit te schakelen.
Andere medemensen aanleren hoe ze moeten omgaan met honden.
Uw hond een familie bieden en niet zomaar voeding en onderdak. Honden zijn heel sociale dieren, en isolatie van hun familie zal resulteren in ongelukkige en daardoor ongezonde honden.
Uzelf verantwoordelijk gedragen voor alle schade die uw hond heeft aangebracht en al het nodige doen om deze schade te herstellen.
In een wereld waar honden in groeiende mate worden omschreven als vuil en gevaarlijk is het Verantwoord Honden Bezitterschap het enige wat de hond zal houden waar hij thuis hoort: aan de zijde van de mens.
Hondenweetjes
We geven nog enkele curiositeiten mee over onze geliefde viervoeter:
Wist u dat er twee honden de ramp met de Titanic hebben overleeft? Een Pekineesje dat eigenaar was van ene Henry Sleeper Harper en een Dwergkeesje dat toebehoorde aan Miss Margaret Hays?
Wist u dat een hond tien tot dertien keer ademt per minuut ?
Wist u dat er slechts twee zoogdieren zijn die een prostaat hebben? Honden en mensen
Wist u dat in tegenstelling wat men alom denkt honden helemaal niet kleurenblind zijn en dus kleuren kunnen zien. Het is wel zo dat hun kleurenpalet niet zo levendig is als dat van de mens en te vergelijken is met wat wij zien in schemer. Katten daarentegen zien een stuk beter dan honden en dat is het gevolg van een andere manier van kijken. Honden zien voorwerpen door beweging te registreren , daarna door de helderheid en pas daarna door hun vorm.
Weet u dat een hond zich bij het neerliggen in een bolletje krult om in koud weer zijn neus warm te houden?
bron : ICARE
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Bij een zachte winter hoef je geen extra water te voorzien voor vogels. Ook sneeuw maakt drinkschalen overbodig, want de vogels eten dan sneeuw om voldoende vocht binnen te krijgen. Bij langere periodes van vorst hebben vogels wel drinkwater nodig. Normaal gezien drinken de beestjes uit plassen, vijvers, beekjes..., maar bij langdurig vriesweer zijn deze dicht gevroren.
Hoe zorg je ervoor dat de vogels in jouw tuin vers drinkwater vinden? Plaats een ondiepe schaal op een windvrije plek in je tuin waar je zuiver water in giet. Voeg er niets anders aan toe: sommige mensen gebruiken antivries, suiker of zout om het bevriezen van het drinkwater tegen te gaan, maar daar zijn vogels helemaal niet mee gediend. Wat je eventueel wel kan doen is een kaars of gloeilamp bij de schaal plaatsen. Gebruik geen ijzeren of metalen voerderbakjes, daar kunnen vogels aan vastvriezen.
Let erop dat vogels kunnen drinken van de schaal, maar er niet in kunnen baden. Bij vriestemperaturen is het daar veel te koud voor: natte veren kunnen bevriezen en beperken vogels in hun bewegingen, waardoor ze ten prooi kunnen vallen aan roofdieren. Daarom leg je best een rooster of gaas over de schaal. Ijsblokjes serveren die je eerst verbrijzelt met een hamer, zijn ook erg praktisch. Ververs het water verschillende keren per dag.
Tegenwoordig hebben heel wat mensen een vijver in de tuin. Die doet ook prima dienst als drinkplek voor vogels. Strenge vorst legt echter een laagje ijs op de vijver, zodat de vogels ook deze bevoorradingsplaats niet meer kunnen gebruiken. Wat kan je eraan doen? Smelt een gat in de ijslaag met heet water. Op die manier oefen je geen druk uit op het ijs, wat zich voortzet in trillingen onder water. Zo stoor je de vijverfauna niet in hun winterslaap.
De vliegende vissen (Exocoetidae) zijn een familie straalvinnige zeevissen bestaande uit ongeveer 70 soorten, gegroepeerd in 7 tot 9 geslachten. Vliegende vissen komen in alle belangrijke oceanen voor, hoofdzakelijk in warm tropisch en subtropisch water. Hun belangrijkste kenmerk zijn hun borstvinnen, die ongewoon groot zijn en de vissen in de gelegenheid stellen korte duikvluchten te maken om te ontsnappen aan roofdieren. Bij sommige soorten zijn de bekkenvinnen ook ongewoon groot, en lijkt het alsof de vis vier vleugels heeft.
Om zich voor een glijdende beweging klaar te maken, scheert de vis met grote snelheid vlak onder het wateroppervlak door, en houdt daarbij de vinnen dicht bij het lichaam. Als de vis het water verlaat, spreidt hij zijn vinnen uit. De staartvin is gewoonlijk diep gevorkt; het onderste gedeelte van de vin is langer dan het bovenste. De vis beweegt snel de onderste kwab om zich voort te bewegen als het overige deel van het lichaam het water reeds heeft verlaten. Uiteindelijk komt zelfs de staart boven het water uit. Vliegende vissen klapperen niet met hun "vleugels". Bij het glijden kan een vliegende vis zijn snelheid bijna verdubbelen, soms tot wel 60 km/u. Met de techniek overbrugt de vis gewoonlijk een afstand van 30-50 meter en bereikt een hoogte van maximaal 1,5 meter. De vliegende vis kan ook een serie glijdende bewegingen maken, waarbij deze elke keer de staart in het water dompelt en een voorwaartse stoot maakt om zich zo opnieuw af te zetten.De vliegende vis vliegt dus eigenlijk niet maar glijdt door de lucht doormiddel van luchtdruk (net zoals een vliegtuig).
De meeste soorten worden maximaal 30 cm lang, alhoewel enkele soorten lengtes tot 45 cm zouden kunnen bereiken. De ogen zijn platter dan bij normale vissen en zijn speciaal toegerust om boven het wateroppervlak te kunnen zien. De vliegende vis leeft dicht bij het wateroppervlak en voedt zich met plankton .
Geslachten
Met onderscheidt de volgende geslachten vliegende vissen:
Graag had ik jullie aandacht even voor iets wat niet meer mag gebeuren. Er is vrijdagavond (14/12) in een hondenschool - de naam zal ik nog niet noemen - in het ringwerk een hond door zijn baas zo geslagen en geschopt dat het diertje het niet overleefd heeft. Dat kan dus niet!
Daarmee heb ik een site opgericht om jullie mening daarover te geven want alleen kunnen we niks doen. Zo willen we de voorzitter van de club ook doen inzien dat het niet helpt om die persoon voor een maand of 2 niet meer te laten trainen met een hond. Die persoon zou nergens meer mogen zijn. Ik zend wel de naam van die persoon door naar de hondenscholen zodat ze wel weten over wie wij het hebben.
Zaterdag 15 december 2007 - NOORDWELLE - Laura Loeve uit Noordwelle heeft in haar hondenschool een eigen methode ontwikkeld om honden te leren gehoorzamen. "Ik zeg wel eens: ik geef mensen les en niet de honden.".
Ze heeft hierover een boek geschreven dat deze week is verschenen. De methode, de Bell-methode, gaat uit van lichaamstaal in plaats van gesproken woord. "Een hond communiceert vooral met lichaamstaal en gebruikt daarnaast af en toe geluid, zoals grommen of blaffen. Bij mensen is dat juist andersom. Wij praten en ondersteunen dat met gebaren." De hond leert met een gebaar wat hij of zij moet doen. Een op een bepaalde manier uitgestoken hand betekent bijvoorbeeld 'zitten'. "In de leerfase kan je best gebruik maken van een snoepje of wat eten, maar uiteindelijk moeten ze gehoorzamen op een gebaar."
De methode is ontstaan toen Loeve Iggy moest trainen. Deze pup was doof, dus gesproken commando's zoals 'zit' werkten niet. "Maar handgebaren werkten uitstekend."
In het boekje beschrijft Loeve niet alleen de verschillende gebaren en de manier waarop dit aan een hond te leren is. Ze gaat ook in op het gedrag van honden en de signalen die honden zelf afgeven. Is het beest ontspannen, is het hoofd laag (teken van onderdanigheid) of juist hoog en hoe wordt de staart gehouden. "Ik hoop dat mensen na het lezen van het boekje honden beter gaan begrijpen." Verder is het de bedoeling dat mensen beter weten wat het eigen gedrag voor een hond kan betekenen. Over een hond leunen bijvoorbeeld, is in hondentaal een dreiging. "Mensen nemen een hond op schoot omdat het zo gezellig is, maar die hond denkt niet zo." Volgens Loeve is het daarom belangrijk dat mensen goed nadenken over hoe ze op honden reageren. "Een hond die heel bang is bij de dierenarts en die wordt getroost, zal denken: zie je wel, het is terecht dat ik bang ben."
- Het boekje is verkrijgbaar via www.sierrade.nl.
bron PZC
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Cubaanse hutia Groep : op het land levende zoogdieren
Er zijn tien soorten Cubaanse hutia's binnen het Capromys-, Mesocapromys- en Mysateles-geslacht. De tijd dringt voor deze tropische knaagdieren die een sociaal, koloniaal leven leiden. Hun aantallen in de bossen en moerassen van Cuba nemen nog steeds af. De meeste van de tien Cubaanse hutiasoorten zijn boombeklimmers die leven van vegetatie en hagedissen. Vanwege hun geheimzinnige gewoontes en onaantrekkelijke uiterlijk werden ze weinig bestudeerd, en sommige zijn al tientallen jaren niet meer gezien. De meeste soorten Cubaanse hutia's leven in de bomen, en de twee soorten grijpstaarthutia's zijn zeer goed klimmers. De grootste hutia is de zogenaamde hutiaconga, die grofweg de grootte heeft van een grote huiskat. Deze soort is overdag actief, hij is dan zonnebadend op takken te zien of etend tussen de bladeren. De kleinere hutia's, die ongeveer zo groot zijn als een rat, zijn meer nachtdieren. Sommige hutia's graven holen in de aarde, anderen, waaronder de Cabrera-hutia's rollen zich op in nesten van bladeren die ze bouwen in mangrovebomen. Net als de meeste knaagdieren zijn hutia's sociaal. Ze leven in kolonies en delen vaak nesten of holen. De hutia past zich moeilijk aan de klimaten van na de ijstijd aan en daardoor nam het aantal hutia's waarschijnlijk in eerste instantie al af, voordat de mens Cuba bereikte, ongeveer 4500 jaar geleden. Inheemse indianen gebruikten honden om op hen te jagen vanwege hun vlees, en Europese plantagehouders en slaveneigenaars legden vanaf 1500 plantages aan en verminderden zo hun leefgebied. Zeelieden introduceerden per ongeluk ratten, die concurreerden met de hutia's en ze opaten. In 1880 werd de kleine Inidase mangoest geïntroduceerd om het aantal ratten te beperken, maar hij viel ook hutia's aan. Pas in de twintigste eeuw werd de wanhopige toestand duidelijk, maar tegen die tijd waren verschillende soorten al uitgestorven. Toch gaat de ontbossing nog steeds door en wordt er nog steeds op hutia's gejaagd ! Dit knaagdier voedt zich voornamelijk met plantaardig materiaal, waaronder bladeren en bast van bomen. Hij ontschorst voedsel met zijn beitelvormige snijtanden en vermaalt ze met de grote kiezen tot pulp. De hutia eet zittend; hij houdt hapjes tussen zijn voorpoten. Ook grijpt hij kleine dieren, zoals hagedissen. Hij doodt ze met één snelle beet. De hutia heeft een maag met verschillende kamers, iets wat ongebruikelijk is bij knaagdieren. Hutia's kunnen het hele jaar door paren, en het mannetje probeert het vrouwtje voor zich te winnen met grommend geroep. De draagtijd is met bijna vijf maanden verrassend lang voor een knaagdier, en een nest heeft gewoonlijk één of twee jongen. Binnen een paar uur na de geboorte kunnen de jongen reeds goed lopen. Beide ouders zorgen voor hun jongen.
Wist u dat: strepen van een zebra voor verkoeling zorgen, leeuwen wel 30 a 40 keer per dag paren, de kleinste vis op de wereld maar 8mm groot is en zeepaardmannetjes zwanger kunnen zijn. Dit artikel bevat leuke 'Wistudatjes' over dieren.
Strepen van een zebra zorgen voor verkoeling
De zebra heeft opvallend wit en zwart gestreepte huid. De huid is ook wel het beschermingsmechanisme voor de zebra's wanneer een leeuw op jacht is. De leeuw kan de zebra's moeilijk onderscheiden van elkaar als een kudde gaat rennen. Dit omdat leeuwen alleen in zwart en wit zien. Naast de bescherming zorgen de zwart/wit strepen ook voor verkoeling. Doordat de witte strepen het licht weerkaatsen en de zwarte strepen het zonlicht absorberen kan er een een temperatuursverschil optreden van wel 10 graden tussen de diverse strepen. Doordat dit temperatuursverschil zo dicht bij elkaar zit ontstaat er een klein beetje wind wat de zebra afkoelt in de brandende zon.
Leeuwen paren wel 30 a 40 keer per dag in de paartijd
In de paartijd gedurende ongeveer 6 a 7 dagen paren de leeuwen iedere 20 minuten van de dag. Op de eerste dag van de paartijd paren leeuwen wel iedere 15 minuten, naarmate de dagen verstrijken worden de tussenposen verlengt steeds langer. Tijdens de paartijd jagen en eten leeuwen niet. U zult zich afvragen hoelang paren peer keer dan duurd, bij leeuwen is dit zeer kort, een paring duurd 4 tot 6 seconden per keer.
De kleinste vis op de wereld is maar 8mm groot
De kleinste vis op de wereld is de 'Paedocypris progenetica' en is op volwassen leeftijd maar 8mm groot. Buiten het feit dat dit de kleinste vis is ter wereld is het ook direct het kleinste gewervelde dier. De Paedocypris progenetica leeft in een moerassig overstroomd bosgebied en een bebaald type zuur water.
Zeepaardmannetjes dragen de zwangerschap
De voortplanting bij zeepaardjes is zeer opmerkelijk omdat het mannetje de eitjes in een soort buidel op de buik draagt. Het vrouwtje brengt tijdens de paring de eicellen in de buidel van het mannetje waarna het mannetje ze bevrucht met zijn zaad. Kort gezegt maakt het vrouwtje dus de man zwanger en beschermt hij de embryo's in de buik totdat ze zelfstandig kunnen leven. Een ander leuk feitje bij zeepaardjes is dat ze erg monogaam zijn, een koppeltje zal dus hun hele leven bij elkaar blijven.
Bent u soms ook op zoek naar een verklaring voor het gedrag van uw kat? Wilt u de betekenis van haar lichaamstaal beter begrijpen? Met een paar eenvoudige tips komt u al een heel eind!
Mensen beweren soms dat katten minder communiceren dan honden, maar niets is minder waar. U moet alleen oog hebben voor de juiste signalen.
Staart
Staart recht omhoog, met puntje lichtjes naar voren: de kat is blij u te zien
Heen en weer bewegende staart: je hindert, irriteert haar. Hoe meer de kat geïrriteerd raakt, hoe heviger de staart heen en weer zal bewegen.
Slaande beweging: als de staart een slaande beweging maakt, laat uw kat dan gerust of anders gebeuren er ongelukken.
Een ineengedoken kat, starend naar iets, met nerveus bewegende staart: de kat is nieuwsgiering of opgewonden.
Oren
Oren voorwaarts gericht en lichtjes achteruit gekanteld: uw kat voelt zich rustig, tevreden, vreedzaam
Oren voorwaarts gericht maar reagerend op geluid: uw kat is alert
Oren achterwaarts gericht en plat tegen het hoofd gedrukt: uw kat is angstig, neemt een onderdanige houding aan, of is in defensieve positie. Een teken om haar gerust te laten!
Ogen
Wijd open: de kat is nieuwsgierig en tevreden. Dit is een goed moment om samen te spelen.
Half-open: uw kat is rustig
Trage knippering: een teken van affectie
Verwijde pupillen: uw kat gaat aanvallen
Snorharen
Voorwaarts gericht: uw kat is geïnteresseerd en nieuwsgierig
Plat tegen zijn gezicht: uw kat is angstig of klaar om aan te vallen
Geluiden
Spinnen: je kat spint wanneer ze tevreden is, maar ook als ze bang is of gekwetst, als ze gaat bevallen, of zelfs als ze dood gaat. Als het lichaam van uw kat ontspannen is en ze heeft de ogen half gesloten, dan is ze tevreden. Als haar lichaam echter gespannen is, dan spint de kat om zichzelf te sussen.
Miauwen: katten onderling miauwen zelden tegen elkaar, behalve dan als het gaat om een moederkat tegen haar kittens. Miauwen komt meestal voor als de kat bij mensen is.
Stille miauw: een beleefd verzoek, bijvoorbeeld om een snoepje
Sissen, blazen,grommelen: "ga weg"
Gejank: uw kat is opgewonden of gaat vechten voor een vriendinnetje
Tsjirpgeluid: komt meestal voor wanneer uw kat op een prooi jaagt. Soms hoor je ze dan ook hun tanden tegen elkaar klikken.
Ander gedrag
"Halloween" katgedrag: de kat zet zijn poten dicht tegen elkaar en zijn rug omhoog. Tegelijkertijd maakt het zijn staart dik. Op die manier ziet ze er groter en angstaanjagender uit, maar eigenlijk is ze bang. In deze positie zal ze zijwaartse bewegingen maken om toch te vluchten, terwijl ze er schrikwekkend uit blijft zien. Laat uw kat gerust op dergelijk moment zodat ze kan afkoelen.
Krabben aan zetels of bomen: uw kat laat op die manier zijn geur achter, maar tegelijkertijd scherpt ze haar klauwen en doet ze aan lichaamsbeweging
Tegen je benen aan schuren: je kat markeert je met haar geur en toont aan de rest van de wereld dat je bij haar hoort.
Kopjes geven: teken van affectie
Urine of uitwerpselen achterlaten: dit is een meer dominante vorm van terrein afbakenen
Derde ooglid is zichtbaar: uw kat is ziek. Ook wanneer ze niet meer eet,glazige ogen krijgt, zich niet meer wast,.. voelt ze zich waarschijnlijk niet goed. Katten verstoppen meestal hun ziektesymptomen totdat ze zich echt ziek voelen, dus als het zover is, ga dan zeker naar de dierenarts. (dier-en-natuur.infonu.nl)
Falabella's De kleinste paarden ter wereld! (Martina1)
Falabella's De kleinste paarden ter wereld!
De Falabella, het kleinste paardenras ter wereld! De Falaballa krijgt door de meeste mensen de stempel "pony" opgedrukt. Echter is dit een zeer foute benaming voor de Falabella paarden. De Falabella is namelijk een "gewoon" paard, maar dan in een hele kleine maat.De lengte van de romp is namelijk gelijk of korter dan de schofthoogte, net als bij paarden. Verder heeft het de bekende verhoudingen als een "normaal" paard.
Geschiedenis van de Falabella.
De Falabella heeft zijn naam te danken aan de Argentijnse familie Falabella. De familie Falabella heeft zich sinds medio 19e eeuw bezig gehouden met dit indrukwekkend kleine raspaard. De oorsprong van de Falabella ligt hoogtswaarschijnlijk in de periode dat de Spanjaarden hun Andalusische paarden hadden meegebracht met hun veroveringen van Latijn Amerika. Veel paarden werden achtergelaten toen de Spanjaarden de gebieden weer verlieten, waardoor de paarden zich moesten zien te redden in de extreem barre omgeving, waar ze verbleven.
De moeilijke omstandigheden waarin de dieren geleefd moeten hebben, hebben waarschijnlijk enkele genetische veranderingen teweeg gebracht. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een kleiner type paard.
Dhr Netwall (Ierland) ontdekte in 1845 een aantal van deze kleinere paardjes. Deze paardjes werden door de Indianen gehouden in een (kleine) kudde. Netwall wist het voor elkaar te krijgen - na meerdere dagen onderhandelen - om meerdere exemplaren te kopen van de Indianen. Met deze paardjes begon Netwall te fokken.
Dhr Falabella (de oudste schoonzoon van de heer Netwall) was degene die het ras verder verbeterde en (nog meer) verkleinde. Dhr Falabella gebruikte hiertoe een aantal kleine Europese rassen en kleine volbloeden.
Aan het begin van de twintigste eeuw kreeg de Falabella, welke toen al zijn rasnaam droeg, zijn huidige vormen. Rond de jaren 30 van de vorige eeuw begon dhr Falabella met de registratie en het verder systematiseren van het fokproces van de Falabella paarden. Ook kreeg dhr. in deze periode de leiding van de Establecimientos Falabella, te Argentinië. Dit was de ranch waar de Falabellas werden gefokt. Deze ranch bestaat overigens nog steeds.
Het Falabella Stamboek.
De Falabella is het enige raszuivere miniatuur paardenras ter wereld. De Falabella mag, zoals al eerder gezegd, geen pony genoemd worden, maar is een echt paardenras. Helaas is de Falabella een (zeer) zeldzaam paardenras te noemen. In heel Europa zijn slechts 170 raszuivere Falabella's te vinden, welke in het Falabella Stamboek staan ingeschreven. Over de gehele wereld staan naar schatting 3500 raszuivere Falabella's ingeschreven in het stamboek van de Falabella. Ongeveer 500 Falabella paarden staan op de ranch Establecimientos Falabella (Argentinië). Deze ranch is de grootste Falabella fokkerij ter wereld en zal naar alle waarschijnlijkheid ook de allergrootste ter wereld blijven.
Het Falabella Stamboek registreert enkel de Falabella's die raszuiver gefokt zijn in Europa en in de rest van de wereld. Onder het motto "de Falabella is een uniek miniatuurpaard, maar niet elk miniatuurpaard is een Falabella" hecht het Falabella Stamboek erg veel waarde aan de zuiverheid van het ras. Een aantal jaren geleden heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoont dat er wel degelijk enkele genetische verschillen bestaan tussen de Falabella, een miniatuurpaard en een (mini-)shetlander. Met behulp van dit unieke Falabella DNA-profiel kan er dus aangetoond worden of het gaat om een 100% raszuivere Falabella of niet. Dit kan onderzocht worden, omdat het DNA profiel van de Falabella enkele "merkers" bevat, welke niet in het DNA profiel van de (mini-)shetlander en het miniatuurpaard voorkomen. Deze ontdekking van het unieke DNA profiel staat op naam van Wim van Haeringen.
Om in het Stamboek een Falabella te laten registreren, moeten beide ouders voor 100% raszuivere Falabella's zijn. Om dit te kunnen aantonen, wordt het desbetreffende Falabella paard aan een DNA onderzoek onderworpen.
Daarnaast heeft het Stamboek ook als doel om de fok van de Falabella's te bevorderen.
De Fok.
De fok van de Falabella is vele malen moeilijker dan de fok van de andere paarden- en ponyrassen die op deze wereld voorkomen. Dit komt vooral omdat de KI (kunstmatige inseminatie) niet is toegestaan bij het Falabella paard, in tegenstelling tot bij andere pony- en paardenrassen. Een andere reden is dat de vruchtbare merrie en hengst een duidelijke voorkeur hebben voor partners, waarmee de fok niet altijd wilt lukken.
De Rasbeschrijving.
De herkomst van de Falabella is Argentinië.
De Falabella bezit alle kenmerken van zijn grotere familieleden; de paarden. De Falabella heeft een duidelijk paardachtige uitstraling, dus edel en harmonieus. Dit in tegenstelling tot de pony, welke over het algemeen grover gebouwd is en over kleinere benen beschikt dan de paarden. De Falabella is qua uiterlijk het beste te vergelijken met de Arabische Volbloed (Arabier).
Schofthoogte: Tussen de 74 en 83 centimeter. Ook komen er grotere en kleinere dieren voor, maar er ijn nooit extreme verschillen.
Kleur: Alle kleuren zijn toegestaan. Zwart en bruin komen echter het meeste voor. De "Appaloosa" kleur komt ook voor bij de Falabella, alleen slechts zelden. De kleur Appaloosa wordt liever niet gebruikt voor Falabella's, dit omdat de Appaloosa een op zich zelf staand ras is. In dit geval spreekt men dus liever van zwart gestipt of rood gestipt.
Hoofd: Het hoofd van de Falabella is edel en mooi gevormd.
Lichaam: De Falabella beschikt over een lange en slanke hals, en tevens over een slank lichaam.
Benen: De benen zijn lang en slank, waardoor de Falabella groter lijkt dan hij (of zij) daadwerkelijk is.
Karakter: De Falabella heeft een zeer goed temperament, is intelligent en uitermate vriendelijk. De Falabella is erg makkelijk in de omgang met mensen en andere dieren.
Skelet: Het bijzondere aan dit paardje is het feit dat het skelet afwijkt van het skelet van de pony. De Falabella heeft namelijk 2 ribben en 2 wervels minder dan de pony.
Gebruiksmogelijkheden.
Zoals U misschien al begrepen had uit dit artikel, is de Falabella - dankzij zijn bouw en afmetingen - niet geschikt om bereden te worden. De Falabella is uiteraard wel geschikt om in een tweespan of meerspan te rijden, indien de desbetreffende Falabella niet te klein is.
Daarnaast wordt de Falabella ook wel gezien op shows bij o.a. de volgende onderdelen:
Vrij springen
Circus uitvoeringen
Spelletjes
Mooiste kind-paard combinatie.
Door hun karakter en afmetingen is de Falabella ook een perfecte speelkameraad voor Uw kind(eren).
De aanschaf van een Falabella.
Wanneer U besloten heeft om een Falabella aan te schaffen, realiseer U dan goed dat de Falabella NIET bereden kan worden!
De Falabella heft minder ruimte nodig, ongeveer 1/10 van de ruimte die een "groot" paard nodig heeft. Een (kleine) stal met uitloop op zand is zeer geschikt voor Uw (toekomstige?) Falabella. Hierdoor krijgt de Falabella voldoende bewegingsruimte en kan het paard niet continu gras eten. De Falabella eet namelijk eerder teveel dan te weinig.
Het voedsel van een Falabella is hetzelfde als het voedsel van zijn grotere familieleden, alleen in kleinere porties. De Falabella eet ongeveer 1/8 van de dagelijkse hoeveelheid van de grote paarden.
De Falabella vraagt geen bijzondere behandeling, het vraagt dezelfde verzorging als elk ander (groter) paard.
Wanneer u de Falabella aanschaft als gezelschapsdier, kunt u het beste een hengst aan gaan schaffen. Het karakter van een Falabella hengst dient U NOOIT te vergelijken met het karakter van een Shetlander hengst, die niet voor niets "bijtertjes" genoemd worden.
Jawel, de Degoe is ook een huisdier. Een huisdier waar je nog niet zoveel over hoort! Het is een knaagdier en het heeft dan ook veel overeenkomsten met allerlei andere knaagdiersoorten.
De Degoe werd zo ongeveer halverwege de 18e eeuw ontdekt in het Andesgebergte in Chili. In 1985 vond men de tijd rijp om de Degoe eens naar Nederland te halen om daar als huisdier te gaan fungeren. Er werd veel mee gefokt en daarom bestaat er tegenwoordig ook nog een Oost-Europese Degoe.
De Degoe is een zeer sociaal diertje. Om die reden kan een degoe dan ook nimmer alleen gehouden worden, maar zal er zeker (minimaal) een tweede Degoe bij moeten worden geplaatst. In het wild leven de Degoes dan ook in grote groepen. Let er wel op dat niet bijvoorbeeld twee mannetjes- bij één vrouwtjesdegoe worden geplaatst, maar hier kan de dierenspeciaalzaak u ook over voorlichten.
Een Degoe mag rustig nieuwsgierig en brutaal worden genoemd. Het diertje kan dan ook redelijk makkelijk tam worden gemaakt. Echter is het wel een sloper en is de degoe zeer actief en beweeglijk. Een echt kroelbeest is het dan ook niet, want de Degoe vindt het veel leuker om te klimmen en te onderzoeken.
De activiteiten en ontdekkingsreizen van de Degoe vinden voornamelijk overdag plaats. 's Nachts slaapt het knaagdiertje, hoewel dit ook weer niet al te lang is. Het diertje heeft maar weinig slaap nodig.
Zijn vacht is bruingrijs en past zich aan het klimaat aan. De Degoe kan dan ook zowel binnen als buiten worden gehouden. Mocht u het diertje in de huiskamer laten lopen, waak dan goed over uw spullen. Want als hij ergens mee aan de haal kan gaan, zal hij het zeker niet laten! Ook is de Degoe watervlug.
Grappig zijn de oranje tanden van de Degoe. De tanden moeten regelmatig worden geslepen, hetgeen ook zijn sloopdrift verklaart. Daarbij heeft de Degoe ook nog eens vijf tenen per poot! De oren lijken een beetje op die van de Chinchilla.
De lange staart, welke op die van de rat lijkt, is behaard. Je mag een Degoe NOOIT bij de staart beetpakken, omdat dan de kans op scheuren groot aanwezig is.
Het humeur van de Degoe is af te lezen (of beter gezegd: te luisteren) aan de geluidjes die hij maakt. Een ziekte die veel bij Degoes voorkomt, is suikerziekte. Vooral met de voeding moet hierop gelet worden. Maar ook inteelt moet zoveel mogelijk vermeden worden, omdat de kans op ziektes en/of gebreken dan veel groter is.
Biologische gegevens
Gewicht volwassen
170 - 300 gram
Dracht
90 dagen
Aantal jongen
gemiddeld zo'n 5 (maar kan ook wel tien zijn)
Zoogtijd
5 tot 6 weken
Levensverwachting
5 - 8 jaar
Vruchtbaar vanaf
tussen 5 weken en 6 maanden (bestaat onduidelijkheid over)
Lengte
25 - 30 centimeter (inclusief staart)
Huisvesting
Net als andere knaagdieren is een kooi voor de Degoe zijn verblijf. Echter moet er wel op gelet worden dat de Degoe dus een sloper is. Eigenlijk zijn alleen maar een glazen of een metalen kooi goed (spijlen niet te ver uit elkaar, want de Degoe kan door de kleinste gaatjes ontsnappen).
De Degoe is levendig en graaft nogal eens. Het zal u dus wel duidelijk zijn dat dit stof met zich meebrengt! En omdat de Degoe een klimmer is en zeer levendig, is een hoge kooi onontbeerlijk. De Degoekooi moet minimaal 50 centimeter hoog zijn.
Een grote kooi is niet alleen voor de Degoe fijn, maar eigenlijk alleen al noodzakelijk om de toebehoren erin kwijt te kunnen. Zo zullen uiteraard een etensbak (zwaar model) en een drinkfles niet mogen ontbreken. Maar ook diverse speeltjes (bijvoorbeeld een rad), klimspullen, knaagmogelijkheden (bijvoorbeeld een knaagsteen) en een (donker) hokje om zich terug te kunnen trekken moeten deel uitmaken van de kooi!
Verder is een bakje gevuld met Chinchillazand aan te raden. Hierin gaan de Degoes lekker 'badderen', hetgeen weer een leuk gezicht is. Dit zand moet wel regelmatig verschoond worden. Evenals de bak zelf. Regelmatig reiniging voorkomt nare luchtjes.
De bodem van de kooi kan worden voorzien van houtkrullen. Echter weer geen dennenhout. Zaagsel en hooi op de bodem is te stoffig, gelet op het feit dat de Degoe nogal beweeglijk is.
Voeding
Uiteraard heeft de Degoe voedsel nodig om zijn energie uit te halen. Dit moet plantaardig voedsel zijn. Het kopen van Cavia- en Chinchillavoer volstaat (combinatie). Er is ook speciaal Degoevoer op de markt, maar dat is erg duur en niet overal verkrijgbaar. Ook hooi wordt door de Degoe gegeten en dient dus in de kooi aanwezig te zijn.
Vanwege de gevoeligheid voor suikerziekte mag de Degoe geen suikers hebben. Dus ook fruit is eigenlijk uit den boze. Heel af en toe mag de Degoe eens verwend worden met een pelpinda of wat zonnebloempitten. Niet teveel, want ook hierin zitten weer vetten die niet goed zijn voor de Degoe.
De Degoe stopt vanzelf met eten wanneer hij vol zit. Een volle bak voer kan dus geen kwaad.
Kortom, de Degoe is een sociaal diertje met genoeg energie. Hij is goed tam te maken, maar een echte 'schootzitter' zal het nooit worden. Verder is het een echte sloper en knaagt veel. Door zijn bewegings- en graafdrift zorgt de Degoe voor nogal wat stof in huis!
De capibara of waterzwijn (Hydrochoerus hydrochaeris ) is een knaagdier dat voorkomt in het waterrijke gebied van Brazilië en Noord- Argentinië in Zuid-Amerika . Het is de grootste levende knaagdierensoort.
De naam "capibara" komt uit het Guaraní en betekent heer van het gras . Daarmee wordt verwezen naar de lange oeverbegroeiing van moerassen, rivieren en meren, de natuurlijke biotoop .
Capibara's leven in groepen van enkele tientallen dieren. Als uitstekende zwemmers en duikers houden ze zich in en langs het water op. Hun voornaamste vijanden zijn de jaguar , de anaconda en de alligator . De mens jaagt er ook op voor hun vlees en huiden.
De capibara houdt van waterplanten en gras. Ook eet hij graag basten van bomen.
De dieren worden ook wel als huisdieren gehouden, maar dit is in Nederland tegenwoordig niet meer toegestaan.
Capibara's in de dierentuin.
Een capibara smikkelend van een flinke krop andijvie (in Burgers Zoo).
Hertensoort, waarbij mannetjes en vrouwtjes geweien dragen. De vachtkleur varieert van bijna wit tot bijna zwart.
Biotoop
Leeft in de toendragebieden en meest noordelijk gelegen bossen.
Verspreidingsgebied
Rendieren leven in een gordel rond de Noordpool die zich van het noorden van Groenland tot de 48e breedtegraad in het zuiden in Noord-Amerika, Scandinavië en Noord-Azië uitstrekt
Maten, gewicht en leeftijd
Tot 108 cm hoog ; weegt 70 - 100 kg; wordt 12 tot 15 jaar oud
Voortplanting
Paartijd van augustus tot november met een draagtijd van 7 - 8 maanden; er wordt 1 jong geboren
Leefgewoonte
Leeft in kuddes van soms duizenden dieren. Het gewei wordt door zowel mannetjes als vrouwtjes ter verdediging gebruikt, het mannetje gebruikt het niet in gevechten met andere mannetjes om wijfjes.
Voedsel
Korstmossen, kruiden, zeggen, knopen van dwergberken
Ofschoon kariboe en rendier hier ieder in een apart artikel worden beschreven, beschouwen een aantal wetenschapsmensen het als variëteiten van één soort. Rendieren leven in het arctische deel van Europa en Azië en zijn nu half-gedomesticeerd (tam). Ze zijn iets kleiner dan kariboes. Ze zijn zo tam dat zelfs een kind een kudde kan hoeden. Men denkt dat de domesticatie is begonnen in de 5e eeuw, toen de eerste tamme rendieren werden gebruikt als lokdieren bij de jacht op hun wilde soortgenoten. De jager ging met 4 of 5 tamme rendieren aan de lijn naar een wilde kudde, zonder deze in paniek te brengen, om even later zijn pijlen van korte afstand op de prooi af te schieten. Van een stam in Siberië is bekend dat zij bronstige tamme hinden gebruikten om wilde bokken te lokken, die dan werden afgeschoten. Langzamerhand brachten de tamme hinden voldoende jongen ter wereld om kudden te kunnen vormen.
Rendier voorziet in alle behoeften van de mens
Rendieren zijn voor de Lappen en de stammen in het noorden van Siberië wat het rundvee was voor de volken in het zuiden. Zij leveren alles wat de mens nodig heeft. Als voedsel is er de melk, waarvan ook kaas wordt gemaakt, en het vlees. De huid levert een zacht leer op, dat zeer geschikt is voor kleding en vele andere zaken, zoals kussens en gordijnen. De pezen kunnen worden gebruikt om schoenen of kano`s bijeen te houden, en de beenderen om er naalden van te maken. Van de opgerekte darm kan men een vitrage voor het raam maken of een zak om fijngehakt vlees in te bewaren.
Rendieren worden als lastdieren gebrukt of om sleeën te trekken. Het zijn zeer gemakkelijk en goedkoop te onderhouden dieren doordat ze de kou kunnen verdragen en geen stal nodig hebben; ze zoeken hun eigen voedsel, het rendiermos (een korstmos), zelfs als er een dikke sneeuwlaag ligt.
Momenteel echter worden rendierproducten steeds minder gebruikt en vervangen door fabrieksprodukten en vleesconserven, vooral in streken waar steden liggen.
korstmos, hoofdvoedsel
De mens parasiteert
Het rendier is een nomade, een zwerver, net als de mensen die hem tam gemaakt hebben. Een rendier kan de weg vinden in de hevigste sneeuwstorm en makkelijk overleven in deze barre omstandigheden. Het rendier heeft dus weinig voordeel van de mens die hen zouden beschermen tegen vijanden. Dit voordeel valt grotendeels weg doordat de mens vaak (ren)dieren moet doden om aan voedsel te komen. De prestaties van het rendier als trekdier zijn groter dan die van een paard op oneffen of bevroren terrein. Een rendier kan een gewicht van 135 kilo trekken met een gemiddelde snelheid van 12 km per uur en kan per dag makkelijk 55 km afleggen.
Waarom rendier-wijfjes een gewei hebben
De sociale rangorde verandert met het seizoen, maar in het algemeen geldt: hoe groter het gewei van het mannetje, des te hoger staat hij op de maatschappelijke ladder. Tijdens de bronstijd zijn de volwassen mannetjes met hun grote geweien de baas. Na de bronstijd werpen de mannetjes het gewei af vóór de wijfjes, en in die tijd worden de wijfjes de baas. Bovendien deelt elk kalf de status van zijn moeder. Onderzoek wijst uit dat een oud mannetje, ervaren in het vechten en het behouden van de verworven status, heeft geleerd "zijn eigen kracht te kennen", wat kan verklaren dat soms zelfs mannetjes zonder gewei hun sociale status kunnen behouden. Gedurende de winter blijft het kalf bij de moeder en foerageert (eet) uit de "krater" die zijn moeder in de sneeuw heeft gemaakt. Als zij geen gewei zou hebben zou zij mogelijk worden verdreven door andere leden van de kudde op zoek naar een gemakkelijk maal en het kalf zou van de honger omkomen. Het gewei van het wijfje is dus heel nuttig!
Historische tocht door Canadese poolstreken
Rendieren hebben eens de inzet gevormd van een historische tocht door de poolstreken van Canada. In de 90`er jaren van de vorige eeuw werd een kudde van 171 dieren overgebracht van Siberië naar Alaska om de Eskimo`s daar van de hongerdood te redden. Deze kudde werd steeds groter, maar later werden er vele fouten gemaakt, zoals een slechte begeleiding van de kuddes, en rond het midden van de 40`er jaren was het aantal, dat 10 jaar daarvoor tot bijna een miljoen gestegen was, gedaald tot 120.000. In 1929 bracht de Canadese regering rendieren over naar het Northwestern Territory om op basis daarvan een industrie op te bouwen voor de Eskimo`s in die streken. Een kudde van 3400 dieren verliet Kotzbue Sound in Alaska onder leiding van een Lap, Andrew Bahr, die 5 jaar later 2370 dieren afleverde in de delta van de Mackenzierivier. De tocht werd gemaakt over een onbekend terrein en onderweg moesten ondermeer een bergketen en een aantal rivieren overgestoken worden en om talloze meren heen worden getrokken. Wolven zwierven rond de flanken van de kudde en maakten voortdurend slachtoffers. In de zomer werd de kudde soms opgehouden door zwermen van miljarden muskieten, terwijl `s winters de blizzards (sneeuwstormen) het voortgaan dikwijls onmogelijk maakten, want de tocht voerde tot ver binnen de poolcirkel. Bij aankomst waren er nog maar een 600 dieren van de oorspronkelijke kudde over; de rest was onderweg, tijdens de 5 jaar gedurende trek, geboren.
Verhalen, waar rendieren in voor komen:
Santa Claus of dé kerstman
Kerstmis wordt nergens zo uitgebreid gevierd als in Scandinavië en vooral in Finland. Daar is kerstmis een feest van gedeelde vreugde, warmte en intimiteit. Op die dag worden ook de gestorven familieleden herdacht. Reeds weken voor de grote dag wordt het feest voorbereid. Het duurt trouwens tot na Driekoningen.
De dag van de heilige Lucia, het feest van het licht
Op 13 december wordt de heilige Lucia gevierd. Zij is "de verloofde van het licht" of " de dochter van de langste nacht". Die dag is de donkerste van het jaar. Daarna lengen de dagen opnieuw en komt het mooie weer terug. Het feest van het licht is een familiefeest. Op die dag staat iedereen vroeg op behalve papa. Mama geeft witte jurken aan de kinderen. Het blondste meisje van het gezin mag een kroon met kaarsje dragen. Zij is "Lucia''. De andere zussen krijgen een kroon van zilverpapier, de broers een punthoed versierd met sterren. De kinderen gan zo hun vader verrassen. "Lucia" draagt een schotel met een kop koffie, broodjes met saffraan en koekjes.
Het land van de kerstman
De kerstman woont in Lapland, op de berg Korvantunturi, samen met zijn vrouw. Het is een plaats die zeer moeilijk te bereiken is. Daarom heeft hij ateliers en een kantoor dicht bij Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland. Hoewel Rovaniemi niet al te groot is heeft ze toch een zeer moderne luchthaven waarop veel grote steden jaloers zijn. Elke dag landen er vliegtuigen uit de hele wereld. De helpers van de kerstman zijn gekleed in rood geklede aardmannetjes. Zij helpen hem bij het verwerken van de post die vanover de hele wereld komt. Ook via het internet krijgt hij duizenden berichten. Iedereen zou antwoord krijgen hoewel ik al tweemaal iets geschreven heb maar nog niets heb gekregen!
Door-Marion van der Dennen
Kerstmis in Fins Lapland en hoe het daar werkelijk toegaat
De Finse Lappen hebben geluk. Zij wonen namelijk vlak bij de kerstman. Hun kinderen zijn opgegroeid met bezoeken aan de goede oude man met de witte baard. Pas in de jaren vijftig deelden ze het geheim van zijn verblijfplaats met de rest van de wereld. Tijdenlang vertelden Noordamerikanen, Engelsen en Scandinaviërs hun kinderen over de kerstman. Deze zou op de Noordpool wonen. Voor de kleintjes bleef hij een onbereikbaar persoon. Maar in 1925 brachten de kranten groot nieuws. De grasetende rendieren konden helemaal niet leven op de Noordpool. Vandaar dat de goede oude man in Fins Lapland woonde, in. de 'orenberg' om, precies te zijn. De oren die uit de berg steken, zijn die van de kerstman, zodat bij naar alle kinderen in de wereld kan luisteren. Hij hoort het dus als er iemand niet zoet is. Binnen in de berg wonen ook zijn helpers, de drukke elven. Na de onthulling van zijn geheime verblijfplaats kreeg Santa ineens veel bezoekers. Daarom besloot hij in 1985 zijn eigen kantoor te openen op de poolcirkel, vlak bij de hoofdstad van Lapland, Rovaniemi. Daar kunnen kinderen en volwassenen uit de hele wereld hem iedere dag van het jaar opzoeken. De kerstman geeft dan een speciaal cadeau: Iedereen die in een volgend leven één van Santa's rendieren wil zijn, krijgt twee krijtstrepen op de slapen. Daar zal later een gewei uitgroeien. Tot zover de sprookjesversie. In werkelijkheid gaat het om een grootschalige toeristenindustrie. 'Het SantaPark, the Christmas Experience', zoals het park heet, wordt gerund door vele Finnen. Om de beurt spelen ze de kerstman. Betalende toeristen mogen een tochtje maken met Santa's rendieren, of op de foto met de oude baas. Winkeltjes vol kostbare souvenirs brengen extra geld in het laatje Voor de goedgelovigen onder ons volgt hier het postadres van de kerstman: Santa Claus Office, FIN-96930, Arctie Circle, Finland. Een antwoord is gegarandeerd. De Finse kerstman heeft namelijk zijn eigen postkantoor.
Bron: News.nl 7 december 2000
En wat de Finnen zelf van Kerstmis vinden?
In Finland, het land waar Santa Claus woont, wordt met Kerstmis vooral veel gegeten, net zoals hier. Verder gaan de Finnen natuurlijk de sauna in en zijn er cadeautjes, kerstbomen en lichtjes. Sari Hämekoski is twintig jaar en studeert medicijnen in het Duitse Lübeck. Voor de feestdagen gaat ze naar huis, in het Finse Tampere, om bij haar vader Jukka, moeder Kaisu en broer Juba te zijn. Is de 24ste december bij ons vaak een rustig aanloopje -naar Kerstmis, in Finland is het dé feestdag. 'Dan kij- ken we met onze ouders en grootouders naar de vredesverklaring op televisie, gaan we naar de sauna, de kerk en het kerkhof waar kaarsen worden neergezet," vertelt Sari. "En daarna is het tijd voor het Kerstdiner." Op tafel staat bij de Finnen ham en vaak ook kalkoen. Erbij eten ze aardappels, worteltjes en 'rutapaga'. Die groentes zijn fijngemalen en vermengd met kruiden en specerijen. Ze worden geserveerd in aluminium vormpjes. Bij een traditioneel Fins Kerstdiner hoort ook 'rosolli': een soort salade met gekookt en in stukjes gesneden vlees, aardappels, wortelen en... slagroom. Rosolli wordt rood gekleurd met bietensap.
Cadeautjes Na het eten komen de cadeautjes tevoorschijn. Alle familieleden hebben iets voor elkaar gekocht. "Jouiu- pukki, de Kerstman, komt eigenlijk alleen bij families met kleine kinderen," vertelt Sari. "Maar je kunt hem natuurlijk gewoon 'bestellen' als je dat wil. Met vrienden van scouting heb ik zelf wel eens voor Santa Claus gespeeld. " Kerstavond wordt bij familie Hämekoski besloten voor de televisie. De volgende ochtend zijn er 'kliekjes' als ontbijt.
Sneeuw Dat de Kerstman in Finland woont, lijkt Sari niet zoveel te doen. "Hij woont in het Noorden, bij de pooicirkel"vlakbij Rovaniemi,' vertelt ze. "Daar is 'Santa's Village', maar dat is puur voor de toeristen. Er is een pretpark gebouwd in een berg, terwijl we in Finland niet eens echte bergen hebben." Sari heeft de Kerstman ook nog nooit voorbij zien racen met zijn slee. "Er valt hier zo weinig sneeuw dat die arme man met de auto moet."
Bij deze een echte Finse Kerstwens: Hyvää Joulua!
Bron: Stadskrant Veghel, 2000, nr. 51
Over het al dan niet bestaan van de kerstman
In Eindhoven doet men ook aan wetenschap! Jawel! Aldaar heeft zich, uitgestrekt over enkele weken, de volgende tekst via e-mail ontwikkeld, door een aantal werktuigbouwkundigen. De persoon die het allemaal te boek heeft gesteld, staat bekend als Dr. Faust (al is het nog maar de vraag of het hier om een academische titel gaat).
Een verhandeling over het al dan niet bestaan van de kerstman.
1) Geen enkele bekende soort rendieren kan vliegen, MAAR er zijn (volgens schattingen) nog 300.000 soorten levende organismen die vooralsnog niet ontdekt zijn, en hoewel dit over het algemeen insekten en virussen zullen zijn, sluit dit niet HELEMAAL uit dat vliegende rendieren bestaan, al heeft alleen de kerstman die ooit gezien.
2) Er zijn 2.000.000.000 kinderen (mensen onder de 18) over de gehele wereld, maar omdat de kerstman (waarschijnlijk) de moslims, hindoes, joden en boedhisten overslaat, wordt het aantal kinderen 18,9% van het totaal: 378 miljoen, volgens betrouwbare bronnen. Een gemiddelde van 3,5 kinderen per huishouden levert een totaal van 108 miljoen huizen op. We zullen aannemen dat er per huishouden tenminste 1 goed kind is (dit is een optimistische schatting).
3) De kerstman heeft 31 uur de tijd dankzij de verschillende tijdzones en de rotatie van de aarde, aangenomen dat hij van oost naar west werkt (wat logisch lijkt). Dit zijn dus 3,48 miljoen huizen per uur, ofwel 968 huizen per seconde. Dit betekent dat hij per christelijk huishouden met goede kinderen 1,033 milliseconden de tijd heeft om te parkeren, uit de slee te springen, de kadootjes onder de kerstboom te leggen, weer in de schoorsteen te klimmen, de slee op te starten en weer naar het volgende huis te gaan. Als we ook nog eens aannemen dat al deze huishoudens gelijkelijk over de wereld zijn verdeeld, (we weten dat dat niet zo is, maar om de berekeningen gemakkelijker te maken doen we het toch) hebben we het nu over 1,3 kilometer tussen twee huishoudens, en een totale rit van 140,4 miljoen kilometer. Dat betekent dat de slee van de kerstman met een snelheid van 1258,1 kilometer per seconde reist: 4194 keer de snelheid van het geluid. Ter vergelijking: het snelste voertuig ooit, de ruimtesonde Ulysses, gaat maar 46 kilometer per seconde. Een normaal rendier haalt hooguit 60 kilometer per uur.
4) Het gewicht op de slee leidt tot nog iets interessants: aangenomen dat ieder kind een normale lego-doos zou krijgen (ongeveer 1 kilo), draagt de slee dus minstens 108 miljoen kilo, waarbij het gewicht van de kerstman nog is genegeerd. Op het land kunnen rendieren niet meer dan 160 kilo trekken. Zelfs als een `vliegend rendier' tien maal dit gewicht zou kunnen trekken, kunnen we niets met acht of negen rendieren ; we hebben er 675.000 nodig (dit zou wel eens de gehele populatie kunnen zijn, hetgeen verklaart waarom deze beesten nooit in het wild gezien worden). Het totale gewicht wordt nu 148,5 miljoen kilo. Ter vergelijking, dit is drie keer zo zwaar als prins Willem-Alexander.
5) 148,5 miljoen kilo met een snelheid van 1258,1 kilometer per seconde zorgt voor een waanzinnige wrijvingskracht. De rendieren zullen op dezelfde manier verhit worden als een ruimtesonde die door de atmosfeer van de aarde heen komt. De voorste twee rendieren zullen naar schatting 14,3 miljard kilojoule per seconde absorberen. Waarschijnlijk zullen ze hierdoor ontploffen en de twee rendieren achter zich aan de wrijvingskracht blootstellen. Ook zullen er geluidsknallen als nooit tevoren ten gehore gebracht worden. In 0,00426 seconden zal het hele team van rendieren zijn ontploft. In de tussentijd zal de kerstman aan middelpuntvliedende krachten van 17.000 keer de zwaartekracht worden blootgesteld. Een kerstman van 300 kilo wordt zo de lucht in gesmeten met een kracht van 443.150 Newton.
Ter conclusie, als de kerstman ooit pakjes heeft gebracht op kerstavond, is hij nu waarschijnlijk dood. Maar natuurlijk zijn er even sprekende argumenten te verzinnen, om het wel bestaan van de kerstman aan te tonen en `s mans activiteiten fysisch aannemelijk te maken.
bron: rendierinfo.
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Hertensoort, waarbij beide geslachten geweien dragen. De vachtkleur varieert van bijna wit tot bijna zwart, in de winter lichter gekleurd.
Biotoop
Toendra en meest noordelijk gelegen bossen
Verspreidingsgebied
Kariboes leven in Noord-Amerika en Siberië
Maten, gewicht en leeftijd
Tot 108 cm hoog; gewicht van 100- 300 kg; wordt 12 tot 15 jaar oud
Voortplanting
Paartijd is in oktober tot november; draagtijd is 7 - 8 maanden; per worp is er één jong
Leefgewoontes
Leeft in kleine groepen van 5 tot 40 individuen of in kuddes van soms 3000 dieren. Het gewei wordt door beide geslachten ter verdediging gebruikt, het mannetje gebruikt het niet in gevechten met andere mannetjes om wijfjes.
Voedsel
Korstmossen, kruiden, grassen, zeggen, takken van bomen, knoppen van dwergberken
De kariboe behoort tot dezelfde soort als het rendier, maar wordt afzonderlijk behandeld, omdat kariboe en rendier zo`n verschillende geschiedenis en levenswijze hebben. Rendieren zijn de halfgedomesticeerde (tamme) dieren uit Scandinavië en Groenland, terwijl de kariboes volledig wild door Noord-Amerika en Siberië zwerven. De kariboe heeft langere poten dan het rendier, is groter en zwaarder. In de winter lijken ze zwaarder van bouw door het opgeslagen vet en de dikkere wintervacht. De oren en de staart zijn kort en de neus is behaard, een uniek verschijnsel. Dit zijn aanpassingen aan het barre klimaat, die ervoor zorgen dat het lichaam zo weinig mogelijk warmte verliest. Rendieren en kariboes zijn de enige hertensoorten waarbij beide geslachten geweien dragen, die echter bij de mannetjes wel wat forser zijn. De mannetjes hebben bovendien een `kraag` van lang haar om de nek.
Natuurlijke sneeuwschoenen
Men heeft berekend dat rond de eeuwwisseling meer dan1¾ miljoen kariboes over het ruige terrein van Noord-Canada rondtrokken. Het gebied waar ze leefden, bestaat uit vlak land met veel meren en moerassen. De populatie daar is sterk verminderd door de jacht, maar vooral door het kappen en branden van bossen. In 1955 waren er nog maar 278.000 exemplaren over, maar dankzij een intensief beschermingsprogramma zijn er nu weer zo`n 400.000. Kariboes leven in kleine groepen en soms in grotere kuddes van enkele duizenden. Er is geen organisatie, noch is er een bepaalde groepsleider, de groepen bewegen zich alleen gezamenlijk en sluiten dicht achter elkaar aan als er onraad dreigt. In april en mei trekken de kudden naar het noorden, naar de open toendra, waar ze tot juli blijven. Dan is er weer een trek terug naar de meer beboste delen in het zuiden van hun gebied. Ze trekken langs vaste paden, die in de loop van de jaren kaal en hard zijn geworden. In september trekken ze voor de bronsttijd weer naar de toendra, maar niet zo ver als `s zomers. Na de bronst gaan ze terug naar de bossen en brengen daar de winter door. Deze trek is noodzakelijk om de toendraflora de gelegenheid te geven zich te herstellen van het intensieve grazen. De grote voeten van de kariboe zijn uitermate geschikt voor het trekken door sneeuw, over glad ijs en door moerassen. De twee helften van de gespleten hoef zijn sterk verbreed en afgeplat, waardoor het gewicht verspreid en de druk op de grond verminderd wordt, precies als bij sneeuwschoenen. De druk die een kariboe op de grond uitoefent, is ongeveer 14 kg per vierkante dm, een zeer lage waarde vergeleken met bijvoorbeeld de eland met 59 kg per vierkante dm. De holle onderkant van de hoeven en de plukken haar daarop geven de kariboe goed houvast op gladde oppervlakken. Tijdens de trek komen de dieren per dag ca. 30 km vooruit, maar een opgejaagde kariboe kan voor een korte tijd wel 65 km per uur halen.
Korstmoseters
In de winter eten de kariboes korstmossen, zoals rendiermos, en droge grassen, die ze tevoorschijn halen door met hun hoeven sneeuw weg te krabben. De naam kariboe, die afkomstig is van de Algonkinindianen, betekent dan ook `krabber`. Ook eten ze wel de takken van bomen, zoals wilg en esp. `s Zomers eten ze berken, wilgen, paardenstaarten, grassen en zeggen. Ook knabbelen ze aan de afgeworpen geweien, wat ertoe bijdraagt dat het calciumgehalte van het lichaam op peil gehouden wordt tijdens het groeien van het nieuwe gewei.
Goed geplande geboorten
De bronsttijd valt in oktober en begin november. De stieren behandelen de koeien zonder onderscheid en vormen geen harems. Gevechten duren kort en vinden alleen plaats als de stieren te dicht bij elkaar komen. Tijdens de bronst krabben de stieren over de grond met een heen en weer gaande beweging van hun gewei. Dit hoort bij de hofmakerij, en men heeft het idee geopperd dat de naar voren stekende takken van het gewei van de stieren zo groot zijn geworden om de ogen tijdens dit krabben te beschermen tegen de scherpe twijgen en sprieten van de begroeiing. Vroeger dacht men dat deze takken gebruikt werden om sneeuw weg te schuiven bij het zoeken naar voedsel, maar men heeft nog nooit een kariboe zoiets zien doen. De jongen worden begin juli geboren en 90% ervan zelfs binnen dezelfde vier en twintig uur, terwijl de kudden op hun lente trek zijn. Als ze te vroeg worden geboren bezwijken ze bij slecht weer, terwijl ze als ze te laat geboren worden niet voldoende tijd hebben om weerstand voor de winter op te doen. Het is ook voor de trek erg belangrijk dat alle jongen ongeveer tegelijk geboren worden, zodat alle koeien op dezelfde tijd verder kunnen trekken er minder kans is dat er dieren achterblijven die een gemakkelijke prooi voor wolven zouden vormen. Ieder ziek - oud of jong - of achtergebleven dier wordt ogenblikkelijk door de wolven overmeesterd. De kalfjes wegen ongeveer 4 kg als ze geboren worden en kunnen al lopen als ze een half uur oud zijn. Als ze 4 uur oud zijn kunnen ze al harder lopen dan een mens. Dat is noodzakelijk, omdat moeder en kind bij de kudde moeten blijven. Om het kalf op te wekken haar te volgen, kijkt de moeder ernaar en beweegt tegelijkertijd haar kop op en neer, waarbij ze grommende geluiden maakt. Dit schijnt het kalf altijd te stimuleren achter haar aan te lopen. Gewoonlijk verzamelen de koeien met kalfjes van ongeveer dezelfde leeftijd zich in kleine groepjes, zodat deze dezelfde snelheid kunnen aanhouden. Als de kalfjes nog erg klein zijn volgen ze elk bewegend voorwerp, zodat ze blindelings achter een willekeurig dier aan blijven lopen als de groep verstoord wordt. Als het gevaar voorbij is zoekt iedere moeder haar eigen kalf weer op, dat ze herkent aan de geur. Aan het eind van hun eerste levensmaand beginnen de kalfjes al zelf te grazen, maar ze worden toch nog tot de winter gezoogd.
Levert van alles
Zowel de eskomo`s als de Athabascanindianen waren vroeger voor hun eerste levensbehoeften als voedsel, kleding, beschutting, praktisch volledig van kariboes afhankelijk. Er was zelfs een Indianenstam die de naam `kariboe-eters` had. Eskimo`s zijn voornamelijk van de zee afhankelijk, maar trekken `s zomers landinwaarts om op kariboes te jagen. Ze gebruiken de huid voor kleding, schoeisel en bedekking van boten. Het vet wordt gesmolten en als lampenolie gebruikt. Van de geweien worden diverse gebruiksvoorwerpen zoals tentharingen, stoelen en speelgoed gemaakt.
Wolven achter de kudde aan
Een enkele keer vangt een grizzlybeer wel eens een jonge kariboe, maar de voornaamste vijand is toch de wolf. Troepen wolven leven het grootste deel van het jaar in de omgeving van kariboes en vangen alle zieke, oude of achtergebleven dieren. Men heeft berekend dat niet meer dan 5% van de kariboepopulatie aan de wolven ten prooi valt. Er is eens een kudde kariboes waargenomen, die gevolgd werd door 20 wolven, die weer gevolgd werden door 2 raven en 3 arenden, die van de kadaverresten leefden.
bron : rendierinfo
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Er bestaan veel fabels en mythen bij de Inuit. Hier volgt er een:
Lang geleden veranderde een vrouw haar oude zeehondenjas in een walrus. Ze zette een gewei op zijn hoofd en liet hem daarna te water. Hij zag er uitstekend uit.
Daarna veranderde zij haar laarzen in een rendier. Het donkere deel werd de rug van het dier, terwijl het witte stuk zijn buik werd. De poten werden uit haar gordel gemaakt en het deel van de broek dat daaraan vastzat, werd gebruikt om de lendestukken te vervaardigen. Tenslotte bracht ze een paar slagtanden aan in zijn hoofd. Hij zag er zeer goed uit en ze gaf hem de vrijheid.
Toen het rendier een mens tegenkwam, viel het deze aan en doodde hem met zijn slagtanden.
De vrouw riep zowel de walrus als het rendier bij zich. Ze verwijderde de tanden uit de kop van het rendier en plantte die in de kop van de walrus. Tegelijkertijd ontdeed ze de walrus van het gewei en zette dat op de kop van de kariboe. Ze haalde ook een paar tanden uit de mond van de laatste en platte zijn voorhoofd af door er een klap op te geven, zodat sindsdien zijn ogen uitpuilen. Op deze manier strafte ze hem wegens manslag.
Toen zei ze tegen het rendier: "Je zult nooit meer in de buurt van de walrus komen en je altijd ver in het binnenland ophouden."
bron : rendierinfo
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Je kan een leuk rendier mobile maken met wat knutselkarton en verf. Kijk goed naar het plaatje hoe het eruit gaat zien en hoe je het ongeveer moet maken. De grootte van alle onderdelen kan je zelf aanpassen. Het gewei kan je bijvoorbeeld uit een A4 halen. Maak de onderdelen en verf ze in een mooie kleur. Het verven moet je op de voor en de achterkant doen want dat is mooi als hij in de ruimte of voor het raam hangt. Maak ook twee oren met ogen, een neus met mond en een strik. Alles ook aan beide zijden schilderen. Maak in alle onderdelen kleine gaatjes voor de draadjes. Op de tekening kan je goed zien waar alle draadjes moeten komen. Bevestig dan al deze onderdelen door middel van draadjes aan elkaar. Je leuke kerst mobile is dan klaar en van beide kanten goed te zien.
bron: rendierinfo
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
De Franse hangoor, een gigantisch leuk konijn!!! (Martina1)
De Franse hangoor, een gigantisch leuk konijn!!!
Het Franse hangoor konijn. Alles wat je wil weten over het houden van deze leuke konijnen, over huisvesting, zindelijk maken, het afleren van slechte gewoontes het koppelen van twee konijnen(want een konijn is niet graag alleen) en waarom een franse hangoor in het bijzonder zo ontzettend leuk is als huisdier .
Het franse hangoorkonijn is een van de grootste konijnenrassen, en met een gewicht van ruim 6 kilo doen ze qua formaat niet veel onder voor een vlaamse reus. Het zijn grote vriendelijk dieren, en zijn bijzonder aanhankelijk naar mensen toe, vooral kinderen hebben hun intresse, ze zoeken je op, komen bij je zitten en laten zich graag aanhalen en knuffelen. Ze willen echter liever niet opgetild worden!!! Je hebt kans dat ze dan gaan spartelen, daarmee kunnen ze jou lelijk krabben, of hun iegen rug beschadigen( verrekken of zelfs breken)het is dus wel noodzaak dat je ze goed optilt. En de enige juiste manier is; met een hand tussen de voorpootjes de borst ondersteunen, en met je andere hand ondersteun je hun kont, net boven de staart, daardoor kantel je het dier een beetje in zithouding, en houd het zich stil.
Pak ze in een keer goed beet, dat geeft ze een zeker gevoel, als ze het idee krijgen dat ze de kans lopen om te vallen zullen ze zeker tegenwerken! En til het dier nooit aan zijn nekvel op!!!!! Een franse hangoor is daar veel te groot en zwaar voor, en het is trouwens voor niet een konijn een pretje, er kunnen inwendige bloedingen ontstaan, en bij dwergkonijnetjes is het velletje zo dun dat het zelfs af kan scheuren!!!!Het is een achterhaalde en nare manier om een konijn op te tillen, de enige reden om het in zijn nekvel te grijpen is om hem even rustig te houden (bijv bij de dierenarts of bij het nagels knippen) maar dan nog mag je het dier niet aan zijn vel optillen.Het is een fabeltje dat moederkonijnen zo hun jongen ook dragen, een moederkonijn draagt zijn jongen bij voorkeur niet, als het nest verstoord wordt zal ze eerder haar jongen opeten dan het nest verplaatsen.
De Franse hangoor is een groot dier en dus niet geschikt om rondgesjouwd te worden door kinderen, maar wat mij betreft is geen een dier daar echt geschikt voor, als ze gemaakt waren om op te pakken zat er wel een handsvat aan. Ik laat mijn dieren altijd gewoon los lopen, en dan kruipen ze vanzelf wel bij je op schoot als ze willen, en als je wat lekkers voor ze hebt komen ze zeker!!!
Huisvesting
Omdat de franse hangoor een groot dier is heeft hij ook flink de ruimte nodig.Je kan ervoor kiezen om hem binnen in een flink hok te houden, maar dan moet je hem wel 1 a 2 keer per dag minimaal een uur rond laten lopen. Of je kiest voor een buitenhok met flinke ren, en een lekker tochtvrij nachthokje om te slapen. Als je ervoor kiest om hem in de winter buiten te laten, moet je hem ook echt buiten laten, een franse hangoor ontwikkeld een hele dikke ondervacht die hem beschermd tegen vocht en kou, en met zo'n dikke vacht in een huiskamer waar het toch gauw zo'n 22 graden is kan het dier zelfs bezwijken van de hitte. Als het erg hard vriest wat zaagsel hooi en stro in zijn hok, en je konijn kan gewoon buiten blijven.
Samen is 't leuker
Als je ervoor kiest om je konijn buiten te huisvesten zal je mischien niet zoveel tijd met hem doorbrengen dan waneer je hem binnen houdt, mischien is het dan leuker om er nog een konijn bij te nemen, konijnen zijn immers groepsdieren, en houden er niet van om alleen te zijn, je kan dan het beste kiezen voor een gecastreerde ram en een voedster, die combinatie heeft het meeste kans van slagen.
Koppelen van konijnen
Als je twee jonge dieren neemt, is het verstandig om ze op een leeftijd van 3 maanden te scheiden, konijnen zijn vanaf drie maanden vruchtbaar, en om ongewilde nestjes te voorkomen is het beter om ze vanaf die leeftijd te scheiden doormiddel van gaas, dan kunnen ze elkaar nog wel zien en ruiken en aanraken, en blijven ze aan elkaar gewend. vanaf 6 maanden kan je een rammetje laten castreren, maar let wel op dat hij 3 tot 6 weken na castratie nog vruchtbaar kan zijn. dus houd ze tot die tijd apart.
Als je ze weer bij elkaar wil zetten( of twee nieuwe konijnen aan elkaar voor wil stellen) laat je ze kennismaken op neutraal terrein, bijvoorbeeld in de hal of de badkamer, in elk geval op een plek waar ze geen van beiden ooit geweest zijn, en dus absoluut geen teritoriumdrang kunnen hebben. Houd een plantenspuit bij de hand voor het geval ze elkaar toch te lijf gaan, in de meeste gevallen is dat genoeg om de woede te bekoelen,haal de konijnen uit elkaar en probeer het de volgende dag of een paar uur later nog een keer. Het is af te raden om twee rammen te koppelen, want dat lukt bijna nooit, ook niet als beide heren gecastreerd zijn. Ik heb zelf twee rammen die leven naast elkaar , gescheiden door gaas, huppelen samen langs het gaas, slapen zij aan zij tegen het gaas, maar zonder gaas ertussen vliegen de plukken haar in de rondte. Niettemin hebben ze toch aanspraak aan elkaar, en genieten van elkaars gezelschap, ik ben ervan overtuigd dat het beter is om konijnen niet alleen in een hok te zetten, samen is echt leuker.
Zindelijk maken
De meeste konijnen zijn van nature al zindelijk, ze doen hun behoefte altijd in hetzelfde hoekje van het hok, het is erg handig om in dat hoekje een konijnen toiletje neer te zetten in de vorm van een lage plastic bak ( te koop bij de dierenzaak). Het konijn zal daar dan voortaan zijn behoefte in doen, met het gevolg dat je niet elke drie dagen zijn hele hok hoeft te verschonen, gewoon elke dag even het bakje omkiepen en schoon zaagsel erin , en de rest van het hok blijft dan zo schoon dat een keer per week verschonen voldoende is. Er zijn natuurlijk altijd lastige portretten die het vertikken om op het bakje te gaan, of gewon geen vaste plek hebben waar ze hun behoefte doen. Probeer het dan eens een paar dagen zonder enige bodembedekking in zijn hok, alleen zaagsel en evt wat hooi in zijn plasbak. Om te voorkomen dat hij steeds natte voetjes krijgt zal het konijn dan hoogstwaarschijnlijk alsnog zijn behoefte in het bakje gaan doen, want een konijn houdt nu een maal van een schone droge slaapplaats.
Het afleren van slechte gewoontes
Ik moet zeggen die franse hangoor van mij knaagt nergens aan, en doet helemaal niets wat hij niet mag, hij is als een echte fransoos hoort te zijn,lekker relaxed op het luie af. Mijn andere hangoor daarintegen is een verwoede knager, eerst heb ik de FOEI methode geprobeert, gewoon hard foei roepen als hij iets doet.....maar dat werkte bij hem niet, dus de plantenspuit maar in de aanslag gezet, dar lachte hij ook om, liep gewoon tegen de straal in en ging vervolgens lekker zijn snuit zitten poetsen. Nu zet ik hem met een luide FOEI steeds in zijn hok als hij iets doet wat niet mag, en laat hem daar tien minuten, dat begreep hij wel, hij heeft nu de link gelegd dat het woord FOEI betekend dat hij zijn hok in moet, en dan maakt hij dat hij wegkomt. Je moet gewoon een manier vinden die je konijn begrijpt, want je kan ze zat leren,ze zijn slim genoeg.
"Vindt een huisheer wel iemand onder zijn huisgezin, die hem eene ongeveinsder en levendiger vreugd, dan zijn hond betoont?"
(A.F.J. Ereville, 1803) -------------------------------------------------------------------------------"Als de hond geld heeft, zegt men meneer hond"
-------------------------------------------------------------------------------"Komt men over de hond, dan komt men over de staart."
= Als je de grootste moeilijkheden overwonnen hebt, dan gaat de rest een stuk makkelijker.
-------------------------------------------------------------------------------"De hond is, onder de viervoeters, 's menschen beste kameraad en trouwste vriend". (L. Seegers 1908)
------------------------------------------------------------------------------- "Bij kleine hapjes leert men een hond eten"
= Geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen gewend raken.
-------------------------------------------------------------------------------"Zo trouw als een hond!" (Zeer trouw zijn)
-------------------------------------------------------------------------------"In zijn eigen huis is de hond een leeuw" Perzisch spreekwoord
-------------------------------------------------------------------------------"Als je de staart van een hond een poot zou noemen, hoeveel poten heeft hij dan? Vijf? Nee, vier. Een staart een poot noemen, maakt hem nog geen poot! (Abraham Lincoln)
-------------------------------------------------------------------------------"Als een dolle hond te keer gaan." (Onbezonnen te werk gaan)
-------------------------------------------------------------------------------"Er zijn eigenaars die een hond gevaarlijk maken. Jammer dat het steeds weer de hond is die hiervan de gevolgen moet dragen."
Lichaamstaal Bij een kennismaking tussen mensen is een handdruk een uitdrukking van beleefdheid. Zelfs de manier waarop je dit doet geeft al meteen een bepaalde indruk. Mannen geven elkaar een stevige handdruk en zijn wat voorzichtiger bij de dames.
Is de persoon een bekende, dan begroet je elkaar misschien met een kus. Ook een schouderklopje en bijvoorbeeld een omhelzing zijn voorbeelden van aanrakingen die een soort graad van vertrouwen tonen. Hoe meer iemand je vertrouwen heeft, hoe meer je dit gaat uiten in je lichaamstaal. Verliefde koppels lopen arm in arm, niemand die er aan twijfelt dat deze mensen elkaar al langer kennen en vertrouwen. Het is deel van de manier waarop wij communiceren. Bewust of niet, mensen maken veel gebruik van lichaamstaal.
Ook honden maken bij het communiceren gebruik van lichaamstaal. En aanrakingen horen hierbij. Alleen is de betekenis van sommige aanrakingen nogal tegenstrijdig en kan dit tot misverstanden leiden. Net zoals bij ons is het aanraken bij honden aan regels onderworpen. Wat in onze ogen een speelse groet van twee honden is, is eigenlijk al een heel gesprek. Natuurlijk is de rest van de lichaamstaal, geur en de mimiek ook belangrijk maar ik wil het nu even over het aanraken hebben.
Het aanraken bij honden is geen vorm van beleefdheid. Het is een vorm van communiceren. Zo zal de hond in hogere rang dit laten zien door de andere hond aan te raken op plaatsen die alleen een hogere rang mag aanraken. Zou het andersom zijn en de lagere zou dit doen dan krijg je een conflict. Dat komt voor, meestal zal al vlug bepaald worden wie de hogere is en is alles weer pais en vree.
Aanraken van de hond is dus aan regels onderworpen:
Zo zijn de rug en de schedel voor de hond een plaats om dominantie te bevestigen.
Het aanraken van de flank is vriendschappelijk.
Toestaan van het aanraken van de kin en de nek is een teken dat er een onderlinge band is.
Het toelaten van het aanraken van de buik is een onderdanig of vertrouwelijk gebaar.
Borst en lies is het seksuele gebied.
Een mens hoort altijd boven de hond te staan. Maar weet jij of de hond die je tegenkomt en begroet dit weet? Een hond met dominant gedrag kan je gebaar heel anders begrijpen. Maar ook een angstige hond kan jouw signalen anders zien.
Wat doen de meeste mensen namelijk bij het begroeten van een hond? Over het hoofd aaien. Net zoals een handdruk een goed bedoeld signaal. Maar wat als een vreemde jou ineens een omhelzing geeft? Dan ga je waarschijnlijk een stap achteruit. Afhankelijk van je karakter ga je daarnaar reageren. Ook al was dit met een goede bedoeling gedaan, je ziet dit niet zo. Je hond krijgt ook een heel ander signaal bij de aanraking van zijn schedel. Jij denkt te zeggen, wat ben je lief, maar de hond verstaat het als, ik ben de baas en dat ga ik jou nu eens duidelijk laten merken.
In de meeste gevallen zal het ook geen ramp zijn. Maar als je net zo'n hond hebt die dat aanraken echt niet ziet zitten, kun je een reactie verwachten. Ook die onzekere hond zal steun zoeken bij zijn baasje en zich zo klein mogelijk maken. Oh wat is dit schattig en we aaien over het hoofd. De hond heeft eigenlijk al laten zien dat hij dit niet wil en dat jij voor zijn part de baas bent. Wat doe jij in zijn ogen? Laten zien dat dit niet genoeg is. De onzekerheid van de hond kan omslaan in paniek en angst en de aankomende hand wordt misschien zelfs gebeten.
Als je het zo bekijkt is het heel begrijpelijk hè?
Dus om te voorkomen dat het een keer misgaat kun je een hond het best in de flank of de nek aaien. Vraag in eerste instantie natuurlijk eerst even aan de persoon die erbij is of het goed is dat je dit doet. Aaien doe je natuurlijk met de haarrichting mee.
Je vriendelijke begroeting zal door de hond op deze manier ook goed begrepen worden.
Natuurlijk is het niet verkeerd om je eigen hond op de dominerende plaatsen te aaien. Van jou moet hij dit kunnen aanvaarden. Jij bent tenslotte zijn lieve baasje.
Lezersvraag even in het kort: Je vindt veel boeken om pups op te voeden, maar wat als je een volwassen Berner Sennen (5 j.) uit het asiel hebt gehaald en je wil hem op hondvriendelijke manier leren dat hij niet mag trekken? Zijn er technieken voor oudere honden? (Nancy)
Beste Nancy, Wat leuk dat je een hond uit het asiel heeft gehaald! Er zijn inderdaad veel boeken voor pups geschreven. De tips die voor pups beschreven worden, gelden ook voor volwassen honden. Een pup en een volwassen hond leren op dezelfde manier. Een hond leert op basis van zijn eigen ervaringen. Hij leert een verband leggen tussen zijn eigen gedrag (bijvoorbeeld trekken aan de riem) en het effect of gevolg van dat gedrag (ik kom overal waar ik heen wil). Het voordeel van pups is dat deze meestal nog geen succes hebben gehad met het trekken in tegenstelling tot volwassen honden. Deze hebben vaak al geleerd dat trekken werkt. Hierdoor duurt het bij volwassen honden langer voordat je resultaten boekt. Met het wandelen zonder trekken verwachten we dat de hond zonder druk op de halsband aan de lijn meeloopt. De hond loopt links of rechts naast de baas.
Wat kun je doen?
Optie 1: Simpelweg zouden we kunnen zeggen dat de hond geen succes meer mag hebben met het trekken. Als de hond geen succes boekt neemt het gedrag af. Voor deze oefening heb je een heleboel geduld nodig. Deze oefening werkt op basis van uitdoving. Voordat je met deze oefening aanvangt, is het belangrijk dat je weet dat het gedrag eerst erger wordt. Als de hond nooit meer mag trekken zal het gedrag, nadat het eerst is toegenomen, afnemen.
Optie 2: De hond trekt, je draait direct de andere kant op. Zodra de hond met een slappe lijn meeloopt, zeg je 'braaf' of 'goed zo' en ga je weer de richting op waar je naar toe wilde lopen. Steeds als de hond naar links trekt, ga je naar rechts, de hond trekt vooruit, je gaat achteruit. Hierdoor leert de hond om op jou te letten en dat trekken geen zin heeft omdat hij juist dan ergens komt waar hij niet heen wil.
Optie 3: Met je hand en een brokje de hond in een juiste positie sturen. Laat iets lekkers ruiken aan je hond en stuur hem in een gewenste positie naast je. Zodra de hond in de gewenste positie loopt zegt je 'braaf' of 'goed zo' en geef je de hond zijn beloning. Door herhaaldelijke koppeling gaat de hond leren dat als hij naast je loopt dat hij dan een beloning krijgt. In het begin moet je veel en snel belonen. Iedere stap dat hij niet trekt, beloon je met je stem en met iets lekkers. Naarmate de oefening beter gaat, kun je de beloningen uitstellen.
Optie 4: Gebruik een Gentle Leader of Halti. Dit is een soort hoofdhalster voor honden. Het hulpmiddel zit over de snuit van de hond en achter zijn nek. De lijn wordt aan de Gentle Leader of Halti bevestigd. De hond kan nog alles met het halster zoals eten, drinken, blaffen. Voordat je gebruik kunt maken van de Gentle Leader is het belangrijk dat je de hond de Gentle Leader eerst aanleert. De meeste honden zullen het namelijk in het begin niet leuk vinden wanneer je de Gentle Leader omdoet en zullen proberen de Gentle Leader af te doen. De hond zal waarschijnlijk met zijn kop schudden of met zijn poten de snuitband proberen te verwijderen. Het is daarom van belang dat de hond de Gentle leader gaat associëren met iets positiefs. De Gentle Leader leert uw hond het trekken aan de riem af doordat de kracht die uw hond bij het trekken uitoefent via de nekband naar de bovenkant van zijn nek wordt overgebracht terwijl de druk op zijn snuitband hem vertelt dat je zijn natuurlijke leider bent. De instinctieve weerstand van je hond tegen deze nieuwe druk zorgt ervoor dat hij stopt met trekken om zo de druk achter op zijn kop te verzachten. Hij zal zich ontspannen en rustig naast je lopen.
Optie 5: Zoek een leuke hondenschool waar ze in klein groepsverband op een positieve manier trainen of vraag naar de mogelijkheden voor persoonlijke begeleiding. Voor meer informatie kun je te allen tijde contact op nemen met DOG Attitude.
Is de invloed van Saturnus groot, dan lijkt hij wat betreft betrouwbaarheid op de Steenbok-kat, maar de waterman-kat wordt extrovert en opstandig als de invloed van Uranus groter wordt. Vandaar dat deze kat nogal onvoorspelbaar is. Hij is intelligenter dan de gemiddelde kat, blijft onverstoorbaar op een kritieke momenten en werpt zich dan op als een geboren leider die de boel uitstekend overziet-dit is toe te schrijven aan het derde allesziende oog, dat onzichtbaar middenop het voorhoofd van de Waterman schijnt te zitten. In de Egyptische mythologie wordt dit het Oog van Horus genoemd.
VISSEN
(20 februari - 20 maart) Fantasierijk, vredelievend en vriendelijk
Pisces is het twaalfde en laatste teken van de dierenriem. De dromerige Vissen-kat is een idealist: ondanks het feit dat dat zijn omgeving hem met de realiteit confronteert, blijft hij in zijn eigen fantasiewereldje leven. Het zijn dieren met een bijzonder warm hart, ze zijn begripvol en veel te aardig voor deze slechte wereld! De Vissen-kat zal hachelijke situaties vermijden en veiliger oorden verkiezen.
RAM
(21 maart - 20 april) Initiatiefnemer, energiek, leider
Aries is het eerste teken van de dierenriem en de Ram-kat symboliseert het unieke gevoel van het ontwaken, de hergeboorte en de vreugde die verbonden is met het voorjaar. Hij is moedig, opgewekt, assertief - en een toegeweide minnaar! De Ram-kater is de eeuwige "rode kater van hiernaast", terwijl de onder dit gesternte geboren poes een wispelturige verleidster is. Ze hebben beide een opvliegend karakter - begrijpelijk, omdat Aries het teken is van Vuur - en de vonken vliegen ervan af als de poes uit de dromen van de kater hem met hoofdpijn afwijst.
STIER
(21 april - 21 mei) Trouw, moedig en standvastig
De Stier-kat is betrekkelijk conservatief. Absoluut niet wispelturig, verkiest hij de huiselijke geneugten boven avontuurlijke nachten op daken. Te veel "huiselijk comfort" is de oorzaak van het zware lijf dat de Stier typeert. Vandaar dat zijn eetlust goed in de gaten moet worden gehouden om zwaarlijvigheid te vermijden. Hij vertoont meer territoriaal gedrag dan de meeste andere katten en hij verdedigt zijn gebied met hand en tand tegen binnendringers. Meestal is zijn stevige postuur en ruige vacht om de brutaalste aanval te ontmoedigen. De massief gebouwde kat met stierennek en krachtige schouders is traag in zijn manier van doen en alle bewegingen lijken zorgvuldig overwogen. Op zoek naar zinnelijk genot toe te schrijven aan de invloed van de planeet Venus- en zichzelf verbonden hebbend aan haard, huis (en voedselbak) van de mens, is deze kat een trouwe en betrouwbare vriend voor het leven. Medeleven, betrouwbaarheid en daadkracht is zijn positieve karaktereigenschap. Negatieve eigenschappen zijn jaloezie, bezitterigheid en zelfingenomenheid. Soms houdt hij te sterk vast aan zijn conservatieve ideeën om een tekort aan flair en fantasie te camoufleren! Kwetsbare delen van het lichaam zijn de nek, keel, oren en het achterhoofd. Hij is gevoelig voor keelontstekingen en zwaarlijvigheid.
De uitbundige en energieke Tweelingen-kat is een bijzonder speels katje met een mentale flexabiliteit waardoor hij de ideale kameraad is voor een gelijkgestemd persoon. De drukke, kleine, veelzijdige en zich snel aanpassende Tweelingen-kat is een groot "causeur" en weet met zijn vrolijk gebabbel de vogels uit de bomen te lokken. De sierlijk gebouwde Tweelingen-kat met snelle en scherpe ogen is altijd actief, energie puttend uit een schijnbaar bodemloze bron. Het is dan ook niet vreemd dat Mercurius, drager van kwikzilver, de sturende planeet van de Tweelingen is.
KREEFT
(22 juni-23 juli) Gevoelig, materialistisch en romantisch
De Kreeft-kat is de huiselijkste kat die er is en de perfecte moederpoes. Ondanks de voorbestemming van uitstekende fokpoes en dekkater moet de verantwoordelijke eigenaar sterilisatie en castratie serieus overwegen, omdat de Kreeft-kat zich geboren voelt om zich op een hoog tempo voort te planten. Eenmaal gecastreert, zal de warme belangstelling van de kater voor de poes zeker niet afnemen. En de poes zal zich met haar sterk ontwikkelde moederinstinct ontfermen over de andere huisdier die buiten het nest van de Kreeft-kat geboren zijn. Het zijn zorgzame dieren die veel behoefte hebben aan lichamelijk contact.
LEEUW
(24 juli-23 augustus) Zelfverzekerd, enthousiast, trots
Opzichtig, grootmoedig en zich veel waardigheid toekennend, is de Leeuw-kat trots op zijn titel "Koning der Katten". Heel veel aandacht vragend - en deze meestal ook krijgend - kan de Leeuw-kat zich op hinderlijke wijze willen manifesteren en zich als een ijdele, arrogante en dominante kat gedragen. Hoewel traditioneel gezien Leeuw-katten pronken met weelderige rode of gouden vachten, zijn ze niet allemaal gehuld in de schitterende kleuren van hun sturende planeet de zon. Helaas, want de rode kleur verhoogt hun status.
De kat, om het even kater of poes, wordt gewoonlijk geassocieerd met het astrologische teken van Virgo. Deze bijzonder propere en intelligente kat die om zijn doel te bereiken dikwijls methodisch te werk gaat en daarbij natuurlijke charme uitstraalt, is een kat met karakter. Maagd-katten, dwangmatige wassers van vacht en snorharen, zijn onafhankelijke dieren die bijzonder gesteld zijn op verfijnde en regelmatige maaltijden.
WEEGSCHAAL
(24 september-23 oktober) Evenwichtig, rechtvaardig, gevoel voor schoonheid
De vredelievende Weegscheel-kat is een intelligente, charmante en gevoelige kameraad, die zich aanpast aan de stemmingen van zijn eigenaar. Venus, de godin van liefde en schoonheid, is de sturende planeet van Libra en heeft dan ook een bijna wellustige invloed op deze kat. Zo beleeft de Weegschaal-kat duidelijk plezier aan zachte, melodieuze muziek en is hij gesteld op comfort, zoals het bed van zijn baasje!
De Schorpioen-kat is tomeloos energiek, gaat recht op zijn doel af en is in zijn doen en laten zeer gedreven. Van nature is het een emotionele kat, maar hij uit zijn gevoelens slecht. Worden zijn gevoelens onderdrukt, dan kan hij gedragsproblemen vertonen. Deze kat is gesloten, maar heeft een indringende blik in zijn ogen, die de diepste geheimen van zijn baasje open kan breken, waardoor het aannemelijk lijkt dat de heksen in de Middeleeuwen een Schorpioen-kat als "huisvriend" hadden.
De sportie en avontuurlijk aangelegde Boogschutter-kat is een zorgeloos dier dat zich meer door geluk dan door wijsheid uit bepaalde situaties redt. De bruisende energie, gekoppeld aan de ongeremde levenswijze maakt hem tot een sympatieke kat. De opgewekte en uithuizige Boogschutter-kat doet denken aan Top Cat, de straatkat uit de tekenfilm die talent heeft om zich in - en uit - allerlei netelige nesten te werken en altijd met een lach op zijn gezicht een avontuur besluit.
De rustige, gedisciplineerde Steenbok-kat maakt een betrouwbare en bezadigde indruk die hem een soort rijpheid geeft, waardoor hij ouder lijkt dan hij is. Zelfs de Steenbok-kittens zijn ernstige diertjes, die het speelse gedrag van hun gelijken, geboren onder andere astrologische gesternten, afwijzen. Capricornus heeft een sterke associatie met Vadertje Tijd en ouderdom. Deze kat is wars van veranderingen, erg behoedzaam, de veiligheid van zijn territotium binnenshuis prefererend boven de gevaarlijke buitenwereld. De Steenbok-kat, die de invloed ondervindt van Saturnus, de grote opzichter van de dierenriem is het levende bewijs van "voorzichtigheid is de moeder der wijsheid"!
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
De draagtijd (of drachtigheidsduur) is de periode dat een foetus (= ongeboren vrucht) in de baarmoeder doorbrengt vanaf de bevruchting tot aan de bevalling. Van draagtijd wordt meestal gesproken bij zoogdieren, maar ook bij levendbarende vissen kan van draagtijd gesproken worden. Hieronder zie je de draagtijden en broedtijden van respectievelijk verschillende zoogdieren en levendbare vissen en daarnaast van eierleggende dieren (tussen haakjes staat de spreiding per diersoort). De volgorde is alfabetisch. Wanneer je op een diersoort klikt, krijg je heel veel info over de betreffende diersoort op Wikipedia en ook afbeeldingen van het dier.
Zoogdieren en levendbarende vissen
Berglemming: 20-22 dagen Bever: 100-110 dagen Blauwe vinvis: 11-12 maanden Bonobo: 8 maanden Bruine beer: 255 dagen Bruinvis: 11 maanden Brulaap: 6 maanden Bunzing: 6 weken Cavia: 2-2,5 maanden Chimpansee: 202-261 dagen Chinchilla: 111 (105-118) dagen Damhert: 234 (225-237) dagen Das: 7 weken. Het dassenvrouwtje kan heel het jaar door bevrucht worden maar de bevruchte eicellen blijven in kiemrust tot december en ontwikkelen dan pas verder. Dit fenomeen noemt verlengde draagtijd of vertraagde innesteling. De eigenlijke draagtijd bedraagt zeven weken. Dolfijn: 350 dagen Edelhert: 231 (226-238) dagen Eekhoorn: 5-6 weken Egel: 31-35 dagen Eland: 240-270 dagen Ezel: 275 dagen (10,5-14,4 maanden) Fret: 42 (41-44 dagen) Geit: 150 (146-157) dagen Gerbil: 24-26 dagen Gibbon: 30 weken Giraffe: 475 dagen Gorilla: 9 maanden Gup: 4-5 weken Hamster: 15-17 dagen. Hond: 63 dagen Hyena(gevlekte) : 110 dagen IJsbeer: 240 dagen Jachtluipaard: 90-95 dagen Jaguar: 110 dagen Kangoeroe: draagtijd is een maand, maar het jong is dan nog maar 2 cm groot en weegt minder dan een gram. Daarna zit het nog 6-8 maanden in de buidel. Kat: 63 (58-64) dagen Koe: 9 maanden (275-300 dagen) Konijn: 30-31 dagen Lama: 331-367 dagen Leeuw (Afrikaanse): 105-110 dagen Luiaard (drievingerige) : 170 dagen Mens: 280 dagen Miereneter: 190 dagen Mol: 4-6 weken Muis: 19-24 dagen Muskusrat: 25-30 dagen Nerts: 50 (39-59) dagen Neushoorn(Indische) : 16 maanden Nijlpaard: 240 dagen Olifant(Afrikaanse) : 18-22 maanden Olifant(Aziatische) : 20-22 maanden Opossum: 13 dagen Orang-oetan: 275 dagen Otter: 61-63 dagen Paard: 335-342 dagen (320-370) Poema: 91 dagen Poolvos: 50 dagen Rat: 18-23 dagen Reuzenpanda: 5 maanden Schaap: 147 (137-152) dagen Slingeraap: 7 maanden Stinkdier(skunk) : 2,5 maanden Tijger: 104-112 dagen Vleermuis(vale) : 46-70 dagen Vos: 52-53 dagen Varken: 115 dagen Wasbeer: 60-73 dagen Walvis: 1 jaar Wezel: 34-37 dagen Wolf(grijze) : 63 dagen Zebra: 12-13 maanden Zeehond: 8-8,5 maanden, maar er is een verlengde draagtijd: de ontwikkeling begint pas 1,5-3 maanden na de paring, dus eigenlijk zou je die tijd er nog bij op moeten tellen. Zwarte Beer: 7 maanden
Een hele grote naam voor één van de kleinste aapjes ter wereld. De Keizer Tamarin, een volwassen aapje weegt gemiddeld 400 gram en wordt ongeveer 20 cm groot. Tenminste als je de staart even buiten beschouwing laat. Het beestje leeft onder andere in Brazilië en is te herkennen aan zijn mooie witte snor.
Algemeen
Dit sociale aapje behoort tot de familie van de Callitrichidea en is één van de kleinste aapjes ter wereld. De Latijnse naam van het beestje is Saguinus imperato, en het aapje is makkelijk herkenbaar door zijn tot op de schouders hangende witte snor, met zwarte handjes en voetjes en zwart boven op hun hoofd, de staart is oranje rood en de lijfjes zijn grijsbruin.
Wat is een Keizer Tamarin
Dit aapje heeft zijn naam te danken aan de Duitse Keizer Wilhelm II, vanwege hun lange witte snor. Wat ooit begon als een grap is uitgegroeid tot een wereldwijd erkende naam. De snor van dit voortdurend in beweging zijnde aapje hangt met een sierlijke krul omlaag, zowel de vrouwtjes als de mannetjes hebben zo'n snor. Het beestje heeft een enorme kracht, waarmee hij met gemak van boom naar boom springt. Het kan zonder al te veel moeite een val van 20 meter overleven.
Het lichaam van de Keizer Tamarin is ongeveer 20 cm lang, maar hun staart is nog veel langer (die kan wel ruim 41 cm worden). Ze wegen heel weinig tussen de 350 en 450 gram, waardoor ze over dunne takken kunnen lopen. Hierdoor zijn ze veilig voor de veel grotere en zwaardere andere apensoorten.
Doordat de Tamarin erg klein is, is het een graag geziene prooi bij roofdieren, maar zijn snelheid en behendigheid zorgt ervoor dat hij moeilijk te pakken is.
Hoe leeft een Tamarin
De Keizer Tamarin leeft in redelijk kleine groepen, van ongeveer 2 tot 8 dieren. Vaak zijn ze in het gezelschap van andere apen zoals de bruinrugtamarin. Het leeft in dichte bosgebieden in het zuidwesten van het Amazonegebied, oost Peru, het noorden van Bolivia en in de westelijke staten van Brazilië.
In iedere groep is één vrouwtje dat seksueel actief is, ten opzichte van twee actieve mannetjes. Meestal betreft het hier het oudste vrouwtje, in ieder geval het meest dominante. Ze paart met beide mannetjes, en na een draagtijd van tussen de 140 en 170 dagen worden meestal twee jongen. De hele groep van apen is aanwezig om bij de geboorte te helpen.
De beide mannetjes nemen onmiddellijk de vaderrol op zich. Zij helpen het jong met van alles en nog wat, badderen, en dragen het jong rond. Alleen wanneer het tijd is om te drinken worden de jongen overgedragen aan de moederaap. De levensverwachting van een Keizer Tamarin is in het wild ongeveer 17 jaar.
Waar leeft de aap van
Deze apen verblijven overdag in bomen, en eten sprinkhanen, krekels, keverlarven, insecten (als spinnen en slakken), hagedissen en kikkers, bloemen en kleine (maar wel rijpe) vruchten, plantensappen en nectar. Ook een vlinder vinden ze erg lekker. Ze overvallen een insect door heel zachtjes over een tak naar het insect te sluipen en dan de tak met een razend snelle beweging naar hun kleine mondjes te brengen.
Er loopt op aarde, in midden- en zuidelijk Europa om precies te zijn, een insectje rond, dat een levende chemische fabriek is. Het produceert stoffen waarmee het een kleine explosie weet te veroorzaken die jagers afschrikt: het bombardeerkevertje.
Kleine chemische fabriek
Brachinus crepitans
Nog geen centimeter lang is de bombardeerkever waarschijnlijk de kleinste lopende chemische fabriek. In zijn achterlijf bewaart hij twee verschillende chemische stoffen waterstofperoxide en hydrochinonen. Wanneer de kever bedreigd wordt, dan worden deze twee stoffen in een separate holte bij elkaar gebracht.
Daar reageren de stoffen met elkaar. Het gevolg is een kleine explosie, die de gevormde verbinding naar buiten spuit. Dit spul stinkt (naar jodium) en is heet (zo'n 100 graden Celsius). De kever heeft zelfs een soort spuitmond die hem in staat stelt om te richten.
Zo slaagt hij erin om elke belager, mieren en andere kevers, effectief af te schrikken.
Verder is - vreemd genoeg - nog weinig bekend over het dagelijks leven van de kever.
Evolutie
Nu gelooft men algemeen dat alle dieren uit primitievere vormen ontstaan zijn, langs de weg der geleidelijkheid. Maar ik heb er veel moeite mee om me een voorstelling te maken hoe dit complex van organen ooit geleidelijk onstaan kan zijn en dan ook nog op zodanige manier dat de tussenstappen een grotere overlevingskans boden.
Als in een eerdere fase slechts één van de stoffen geproduceerd werd, gaf dat geen enkel evolutionair voordeel. Als beide stoffen geproduceerd werden, maar niet gescheiden opgeslagen, was dat beslist een nadeel: het diertje zou zichzelf opblazen. Op de een of andere manier moet dus een vorm ontstaan zijn die én beide stoffen produceerde én ze apart kon opslaan.
Maar dan is het er nog niet want er moet ook nog een aparte ruimte met een uitgang naar buiten zijn waarin de stoffen bij elkaar gebracht kunnen worden. Want alleen het bezit van de verschillende stoffen en de gescheiden opslag boden geen evolutionair voordeel.
Alleen het complete wezentje heeft een voordeel ten opzichte van andere kevers.
Het is toch veel eenvoudiger te geloven dat de bombardeerkever zo gemaakt is. Alles wijst op een intelligent ontwerp, een bewuste keuze om dit diertje deze mogelijkheden te geven. Als ik dit kevertje zie, heb ik geen moeite te geloven in een Schepper en om hem te prijzen voor zijn vernuft. (die-en-natuur.infonu.nl)
Zeldzame grootoorspringmuis voor het eerst op video (Tante Lotte)
Zeldzame grootoorspringmuis voor het eerst op video
Van onze redactie Nieuwsgrazer gepubliceerd op 10 december 2007 19:12 , bijgewerkt op 10 december 2007 21:50
AMSTERDAM - Een mysterieus woestijndiertje is voor het eerst vastgelegd op video. Wetenschappers gebruiken de beelden om meer te weten te komen over de zeer zeldzame knaagdiertjes.
De grootoorspringmuis ziet eruit als een muis, maar heeft zeer lange oren en hupt rond als een kangoeroe. Kleine haartjes op de poten stelt de diertjes in staat om over het hete zand te springen. Ze komen voor in de woestijngebieden van China en Mongolië, maar er is zeer weinig over ze bekend.
Met behulp van de beelden, die ondermeer te zien zijn op de websites van de BBC en The Guardian , hopen wetenschappers een actieplan op te kunnen stellen om de dieren te redden. Men vermoedt namelijk dat ze te lijden hebben onder de aantasting van hun leefgebied.
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
De geschiedenis van de Afghaanse windhond gaat zeer ver terug. De Shikoris, inwoners van Afghanistan, beweren zelfs dat Noach de Afghaanse windhonden een plaats gaf in zijn Ark! Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat de Afghaanse windhond tot de oudste rassen van de wereld behoort.
De Afghaan werd via Engeland uit Afghanistan geïmporteerd in het begin van deze eeuw. Afghanen kwamen in het Nederlandse Hondenstamboek voor het eerst voor in deel XXIII van 1929, waarin een vijftal Afghanen wordt vermeld, die sinds 1927 vanuit Engeland in Nederland waren geïmporteerd. Deze importen betekenden de start van dit ras in Nederland.
Er bestonden oorspronkelijk eigenlijk 2 rassen: de vlakte-Afghaan en de berg-Afghaan. Het eerste type werd in de lager gelegen gebieden gebruikt voor de jacht op hazen en antilopen; het tweede tot ver in het ruwste hooggebergte voor de jacht op steenbokken, bergherten enz. Op alle verschillen tussen deze Afghanen gaan we hier niet in. De tegenwoordige rashond behoort gefokt te worden naar de Engelse rasstandaard. Meer informatie over het ras en de rasstandaard is te verkrijgen via de NVOW (Nederlandse Vereniging voor Afghaanse Windhonden en andere Oosterse Windhondenrassen).
De Afghaan heeft een periode gekend van vrij grote populariteit, die de laatste jaren sterk afgenomen is en het is nu weer een vrij zeldzaam ras. Het exotische uiterlijk van de Afghaan wordt door velen bewonderd, evenals de typische zijdeachtige vacht en het zeer stijlvolle, vloeiende en veerkrachtige gangwerk.
Verzorging Het valt niet te verbergen, dat de vacht van een Afghaan heel wat aandacht vergt en dat men zich er niet met een Jantje van Leiden van af kan maken. De vacht van een Afghaan heeft vrij veel verzorging nodig: het haar klit bij de meeste snel en wordt ook vuil, zodat er vaker dan bij andere rassen gewassen en geborsteld moet worden.
Lichaamsbeweging Lichaamsbeweging is zeer belangrijk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Afghaan. Tot de leeftijd van ongeveer 6 maanden kan hij alle lichaamsbeweging die hij nodig heeft verkrijgen in zijn eigen huis en tuin. Hij moet nooit teveel beweging krijgen en zodra hij tekenen van vermoeidheid gaat vertonen, moet hij naar zijn eigen bed kunnen gaan en rusten. Als de Afghaan opgroeit zal hij meer lichaamsbeweging nodig hebben. Een volwassen Afghaan, die te weinig beweging krijgt, kan vrij snel een lastpost in het gezin worden. Met onvoldoende beweging om hem gelukkig te houden zal hij andere dingen bedenken en gaan doen. Deze dingen worden helaas niet altijd op prijs gesteld in het huis. Beweging moet worden gegeven, onafhankelijk van de weersgesteldheid, de toestand van de eigen gezondheid en de beschikbaarheid van tijd.
Karakter Kenmerkend voor een ras dat zelfstandig de prooien moest vangen, is de onafhankelijke aard. De Afghaan is niet geselecteerd op gehoorzaamheid, maar alleen op prestatie, de jachtlust, snelheid, behendigheid en moed. Je neemt er geen om speciaal kunstjes te laten doen (hoewel er in Amerika een circusnummer is met Afghanen!), maar het klikt alleen echt tussen hond en baas als er een wederzijds respect is voor elkaar: men leeft samen en probeert elkaar tot zijn recht te laten komen. Daarbij is de mens natuurlijk degene die de omstandigheden verschaft en bepaalt. Kan men een Afghaan niet het juiste milieu bieden, neem er dan geen. Respect voor de hond houdt ook in dat u hem niet hard behandelt bij de opvoeding, dus zeker geen slaag geeft.
De hond zal dan geen respect meer voor u hebben, misschien wel bang voor u zijn, maar u tegelijk verachten. Het wordt dan niets tussen u beiden. Toch moet de hond leren begrijpen dat u in bepaalde opzichten de leider bent die grenzen en wetten stelt waaraan hij zich moet houden.
Een van de voor velen prettige eigenschappen van de volwassen Afghaan is het gedrag binnenshuis: zeer beheerst en rustig en zo totaal anders dan de vrolijke en drukke herders- en jachthondenrassen die door anderen weer zo leuk gevonden worden. Met andere huisdieren kan de Afghaan meestal zeer goed overweg. Buiten is hij meestal niet agressief tegenover andere honden, maar als hij aangevallen wordt is de echte Afghaan vaak onoverwinnelijk! Bij zeer jonge kinderen die niet weten hoe ze zich moeten gedragen tegenover de hond en wel eens onbewust wreed of onhandig gedrag vertonen, raden wij de Afghaan niet aan.
Activiteiten Als extra mogelijkheid tot plezier en ontspanning voor de hond en baas zijn er de windhondenrennen en -coursings. Informeer bij uw vereniging wat dat zoal inhoudt en wie weet gaan baas en hond het beide leuk vinden. Behalve aan sport deelnemen kunt u uw hond ook tentoonstellen als u en de hond dat leuk vinden. Bovendien moet hij dan ook nog mooi zijn in de zin van de rasstandaard en naar de smaak van de keurmeester. De NVOW zegt hierover dat zij van mening is dat pure rensport een niet "passende" activiteit voor de rastypische Oosterse windhonden is en derhalve het deelnemen aan renactiviteiten geen zekerheid biedt voor de rastypische eigenschappen/kenmerken van de Oosterse windhonden, omdat:
De NVOW van mening is dat de werkelijke rastypische kwaliteiten van de Oosterse windhonden niet uitsluitend beoordeeld kunnen worden aan de hand van prestaties op een renbaan of op een tentoonstelling of op een coursingveld;
De NVOW van mening is dat de drie takken van "sportactiviteiten" veel kunnen betekenen voor de honden en hun eigenaren, echter de totale kwaliteit van een rastypische Oosterse windhond dient uit meerdere invalshoeken bekeken te worden.
Als u een teef hebt en de hond heeft voldoende waarde als fokdier, kunt u er ook mee gaan fokken. Ook dat is een liefhebberij op zichzelf: mooi maar vaak ook met teleurstellingen; begint eer ge begint!
De mentaliteit van de baas De mentaliteit van de baas is heel belangrijk voor een gelukkig samenleven. Want Afghanen zijn anders : dat geldt vooral ook voor hun karakter. De Afghaan is misschien wel de minst "hondse" onder alle rassen. Ze hebben een introverte geaardheid, zien op vele zaken neer en maken een rustige, trotse indruk. De baas moet er dan ook rekening mee houden dat de Afghaan geen slaafse ziel, geen uitvoerder van bevelen in de zin van "direct gehoorzamen" is. "Leven en laten leven" is de grote kunst bij de omgang met de Afghaan. De Afghaan voortdurend onder appèl te willen houden of scherpe bevelen te willen geven, zou de beste methode zijn om mens en dier van elkaar te vervreemden.
Het is zaak er vooral zorgvuldig over na te denken alvorens u tot de aanschaf van een Afghaan overgaat. Laat de hond niet de kans lopen dat hij na een tijdje weer weg moet. Mocht u wel een Afghaan nemen, dan wensen we uw hond fijne huisgenoten toe die hij zeker zal waarderen. En als u een echte liefhebber van dit ras wordt, dan kunt u er eigenlijk nooit meer buiten. Indien men zich verder wil verdiepen in het ras, dan kan men zich in verbinding stellen met een van de voorlichters van de NVOW en bovendien door het bestuderen van literatuur en gesprekken met kenners en fokkers.
Rasstandaard:Algemene verschijning: Geeft de indruk van kracht en waardigheid waarbij snelheid en macht samengaan. Hoofd trots gedragen. Kenmerken: Oosterse of oriëntaalse uitdrukking is kenmerkend voor het ras. De afghaan kijkt naar en door iemand heen. Karakter: Waardig en gereserveerd, met een zekere intelligente, ongetemde fierheid. Hoofd en schedel: Schedel lang, niet te smal, met geprononceerde achterhoofdsknobbel. Snuit lang met geduchte kaken en geringe stop. De schedel goed in balans en bedekt met een lange kuif. Neus bij voorkeur zwart, leverkleur is toegestaan bij lichtkleurige honden. Ogen: Bij voorkeur donker, maar goudkleur wordt niet uitgesloten. Bijna driehoekig, enigszins schuin oplopend van de binnen- naar de buitenooghoek.
Oren: Laag en goed naar achteren aangezet, dicht tegen het hoofd gedragen. Bedekt met lang, zijdeachtig haar. Mond: Sterke kaken met een volkomen regelmatig en compleet schaargebit, dit wil zeggen dat de bovensnijtanden vlak over de ondersnijtanden vallen en loodrecht op de kaken staan. Tanggebit toegestaan. Hals: Lang, krachtig, met trots gedragen hoofd. Voorhand: Schouder lang en schuin, goed naar achteren geplaatst, goed gespierd en krachtig, zonder beladen te zijn. Voorbenen recht en stevig van bot, in één vlak met de schouders; ellebogen aangesloten.
Lichaam: Rug horizontaal, matige lengte, goed gespierd, het achterste deel licht aflopend naar de staart. Lendenen recht, breed en tamelijk kort. Heupbeenderen vrij geprononceerd en ver uit elkaar geplaatst. Een behoorlijke ribwelving en goede borstdiepte. Achterhand: Krachtig, goed gehoekt en goed geplaatste knieën. Grote lengte tussen heup en hak, met een in verhouding korte afstand tussen hak en voet. Hubertusklauwen mogen verwijderd worden. Voeten: Voorvoeten krachtig en zeer groot, zowel in lengte als breedte, en bedekt met lang, dicht haar; tenen gebogen. Voor middenvoeten lang en veerkrachtig, voetkussens goed op de grond. Achtervoeten lang, maar niet zo breed als de voorvoeten; bedekt met lang, dicht haar. Gangwerk/Beweging: Vloeiend en veerkrachtig en zeer stijlvol. Staart: Niet te kort. Laag aangezet met ring aan het eind. In actie geheven. Spaarzaam (dun) bevederd. Vacht: Lang en van zeer fijne structuur op ribben, voor- en achterhand en flanken. Bij volwassen honden vanaf de schouder naar achteren en op het zadel kort en dicht haar. Lang haar vanaf het voorhoofd naar achteren, met een duidelijke zijdeachtige kuif. Op de snuit kort haar. Oren en benen goed behaard. De middenvoeten mogen kort behaard zijn. De vacht moet zich op natuurlijke wijze ontwikkelen. Kleur: Alle kleuren zijn aanvaardbaar. Maat: Ideale hoogte: reuen 68-74 cm; teven 63-69 cm. Fouten: Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de ernst waarmee de fout wordt bekeken, moet in de juiste verhouding zijn met de mate ervan. Opmerking: Mannelijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben die geheel in het scrotum zijn afgedaald.
bron: huisdiereninfo
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Gestreepte jakhals Groep : op het land levende zoogdieren
De schuwe gestreepte jakhals leeft in Afrika en is vooral tijdens de nacht actief. Het dier is een loyale partner en toegewijde ouder, en staat ten onrechte bekend als hebberige rover of lakei van grotere roofdieren. Hoewel hij kadavers zeker niet laat liggen, besteedt hij de meeste energie aan het jagen op prooi of het zoeken naar eetbare planten. Wanneer twee gestreepte jakhalzen hebben gepaard, blijven ze hun hele leven lang bij elkaar. Zo'n twee maanden na de paring brengt het vrouwtje op een beschutte plek drie tot zes jongen ter wereld. Het eerste jaar is voor de nieuwe ouders het moeilijkste. Het vrouwtje voedt de jongen de eerste vijf weken met haar melk en daarna moet de ene ouder op zoek naar vlees, terwijl de andere bij de jongen de wacht houdt tegen pythons en arenden. De prooi wordt haastig opgeschrokt en later voor de jongen opgebraakt. Na een paar maanden vergezellen de jongen hun ouders tijdens het foerageren. Wanneer ze zes tot acht maanden oud zijn, kunnen ze alleen jagen. De meeste jongen verlaten hun ouders rond deze tijd, maar één of twee, meestal vrouwtjes, blijven achter om de volgende worp te helpen verzorgen, tot zij afgelost worden door de volgende generatie. Door het schuwe karakter van de gestreepte jakhals is het onmogelijk om zijn status vast te stellen. In sommige delen van Afrika wordt hij door de plaatselijke bevolking bejaagd. Men gebruikt zijn hart als middel tegen epilepsie, en de huid en nagels zouden kwade geesten afweren. In beschermde wildparken schijnt de soort het goed te doen. De gestreepte jakhals vangt zijn prooi met een korte, plotselinge aanval en zet zelden de achtervolging in. Hij heeft een grondige kennis van zijn territorium en weet precies waar hij voedsel kan vinden. Meestal staan er kleine hapjes op het menu. Hoewel ongewervelde dieren zeker niet worden overgeslagen en ook naar wormen wordt gegraven, zoekt hij tevens naar grotere prooien als knaagdieren en andere kleine zoogdieren, reptielen en vogels. Hij houdt ook van vruchten en groenten, en steelt vaak van akkers. Soms volgt de jakhals gieren naar een kadaver. Aan een groot karkas doen ook vaak andere jakhalsfamilies zich tegoed. De band tussen een paartje gestreepte jakhalzen is ongewoon sterk. Ze werken in totale harmonie samen en verdedigen een territorium dan twee en een halve vierkante kilometer groot kan zijn. De grenzen worden met urine gemarkeerd. Of ze nu rusten of aan het foerageren zijn, de twee zijn perfect op elkaar afgestemd. Binnen hun territorium bevinden zich dicht struikgewas om te schuilen en rustplaatsen als verlaten holen van aardvarkens, oude termietenhopen of plekjes waar ze een hol kunnen graven. In gebieden waar mensen wonen, komen jakhalzen alleen tijdens de nacht te voorschijn. Elders foerageren ze ook overdag.
bron: worldexplorer
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Deze vogel, de grote Liervogel of lyrebird genaamd, bootst op perfecte wijze (de andere vogels lopen er zelf in!) het geluid van meer dan 20 andere soortgenoten na - maar ook bijvoorbeeld dat van de camerasluiting, een autoalarm en kettingzagen! Klik maar op onderstaande link om het zelf te ontdekken:
Liervogels zijn een familie van vogels uit de orde zangvogels . Er zijn twee soorten, die beide leven in Australië .
Liervogels staan vooral bekend door hun buitengewone vermogen om natuurlijke en kunstmatige geluiden uit hun omgeving te imiteren.
De roep van de liervogel is een rijke mengeling van zijn eigen lied en een willekeurig aantal geluiden dat het dier ooit eens heeft gehoord. Liervogels imiteren meestal andere vogelsoorten of dieren en vaak voegen ze hier geluiden aan toe.
De Australische folklore bevat vele spectaculaire verhalen over het imitatievermogen van de liervogel. Het verhaal van de liervogel die regelmatig het werk van een groep houtzagers stopzette door het geluid van de schaft-sirene na te doen is niet bevestigd, maar een aantal andere onvoorstelbare staaltjes imitatievermogen zijn zelfs op camera en geluidsband vastgelegd. Hierbij werden kettingzagen, motorgeluiden, geweersschoten en zelfs de geluiden van camerasluiters geimiteerd.
De liervogel wordt zo genoemd vanwege de staartpluim, gevormd door zestien gemodificeerde veren - twee lange slanke in het midden, twee brede gebogen aan de zijkanten en twaalf kleinere daartussenin. Tijdens de hofmakerij zwaait het mannetje deze veren over zijn hoofd en het totaal lijkt sterk op een Griekselier . De soort 'Alberts liervogel' heeft kleinere en minder spectaculaire 'lier-veren' maar is voor het overige gelijk.
De classificatie van de liervogel is lang omstreden. Ze werden gedurende korte tijd ingedeeld bij de ' Galliformes ' tezamen met de op hen lijkende patrijs en fazant die de Europeanen zo goed kenden. Tegenwoordig worden de liervogels ingedeeld in een aparte familie, de Menuridae .
Men is het er algemeen over eens dat de liervogel nauw verwant is aan de doornkruipers (Atrichornithidae) en sommige autoriteiten combineren beiden in een familie, maar er zijn redenen om aan te nemen dat ze eveneens verwant zijn aan de prieelvogels .
Er zijn twee soorten, die beide behoren tot het geslacht Menura :
De grote liervogel (M. novaehollandiae ) wordt aangetroffen in gebieden met natte bossen op Tasmanië , en in de gematigde regenwouden van Victoria en Nieuw-Zuid-Wales . Vrouwelijke 'grote liervogels' zijn 74 - 84cm lang; de mannetjes zijn groter: 80 - 98cm lang waarmee ze, op de Groenlandse raaf na, de grootste zangvogels zijn.
Alberts liervogel (M. alberti ) is iets kleiner met een maximum van 90 cm (mannetjes) en 84 cm (vrouwtje). Alberts liervogel wordt enkel aangetroffen in een zeer klein deel van zuidelijk Queenslandregenbos .
Veel grote liervogels leven in het Dandenong Ranges National Park , en in enkele andere parken langs de oostkust van Australië.
Liervogels worden op korte termijn niet meer bedreigd. Albert's liervogel heeft een zeer beperkt leefgebied maar lijkt daarbinnen onbedreigd zolang deze habitat in stand blijft, terwijl de grote liervogel, eens ernstig bedreigd door vernietiging van de leefomgeving, nu wordt geclassificeerd als 'veel voorkomend'.
Spinnen is het voorrecht van de familie van de katachtigen. Zelfs grote wilde dieren, zoals de tijger of panter, spinnen. De meeste mensen denken dat een kat die spint tevreden is. Maar wist u ook dat het een teken van pijn of angst kan zijn?
De verklaring voor dit gedrag ligt bij de relatie tussen moeder en kitten. Tijdens het zogen, spinnen de moeder en alle kittens tegelijk. Voor de moederkat heeft dat geluid een dubbele functie. Het kalmeert de kittens tijdens het zogen en laat hun zien dat hun moeder over ze waakt.
Regressie
Als een kat bij u op schoot springt, zou het kunnen dat hij begint te spinnen en met zijn klauwen 'beukt' (= knedende beweging met de voorpoten maakt). Een kat die zo doet, lijdt aan regressie. Met andere woorden, het dier vervalt in de houding die het aannam toen het bij zijn moeder dronk. De kat drukt hiermee een intens welzijn en een volledig vertrouwen in u uit. Katten die dit gedrag vaak vertonen, zijn te vroeg van hun moeder gescheiden. Meestal voor ze drie maanden oud waren.
Geruststellen
Spinnen is ook een manier om de aandacht op zijn ellende te vestigen als hij pijn heeft of bang is. Door te spinnen hoopt de kat de agressie die hij vreest af te wenden. Een kat strak aankijken bijvoorbeeld is erg bedreigend. Hierdoor maakt u het dier nerveus. Hij spint om u duidelijk te maken dat hij 'vriendelijk' is. Knipper daarom zachtjes met uw ogen als u naar hem kijkt. Dan zal hij uw uitdrukking geruststellender vinden.
Hoe vangt een zeehond een vis? Bij het zoeken naar een lekkere vis, gebruikt een zeehond niet alleen z'n ogen, maar ook z'n mooie snor. Daarmee kan hij heel goed trillingen voelen. Onder water voelt de zeehond elke beweging die een vis maakt. Op die manier weet hij precies waar z'n prooi is. Als de vis dichtbij is kan hij hem zien en grijpt hij de vis met z'n bek. Een volwassen zeehond eet ongeveer 5 kilo vis per dag.
Eerste hulp bij zieke zeehonden Als een zieke zeehond gevonden wordt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk naar de zeehondencrèche wordt gebracht. Daar wordt de zeehond onderzocht en krijgt hij vocht toegediend. Bovendien blijft de zeehond eerst in een aparte ruimte, waar geen andere zeehonden komen. Zo kan hij geen andere dieren besmetten. Rust is voor een zeehond heel belangrijk. Dan kan hij weer een beetje op adem komen.
Het verdriet van een huiler Een huiler is een jonge zeehond die z'n moeder kwijt is. De baby begint dan zielig te huilen en hoopt dat de moeder op dat geluid afkomt. Komt de moeder niet, dan sterft de jonge zeehond van de honger. Want hij leeft de eerste vier weken alleen van moedermelk. Gelukkig worden er veel huilers gevonden en naar de crèche gebracht. Daar krijgen ze genoeg voedsel om groot en sterk te worden.
Hoe slaapt een zeehond? Een zeehond slaapt wanneer het hem uitkomt. Dus niet alleen 's nachts maar ook overdag. Hij vindt het heerlijk om op een zandbank in het zonnetje te liggen. Maar slapen doet hij ook in het water. Rechtop, drijvend of zelfs liggend op de bodem. Als hij onder water slaapt, gaat hij telkens even naar boven om adem te halen. Een zeehond kan 5 tot 6 minuten onder water blijven. En als het moet wel 20 minuten.
Hoe blijft een zeehond warm? Op een zandbank kan het behoorlijk koud worden. Maar een zeehond blijft warm door z'n dikke vacht en z'n dikke speklaag. Op de flappen van een zeehond zit geen spek. Om geen koude voeten te krijgen, steekt een zeehond zijn flappen in de lucht. Op die manier liggen de flappen niet op het koude zand en gaat er geen warmte verloren.
Wanneer is een zeehond volwassen? Een mannetjes-zeehond is na 6 jaar volwassen. Een vrouwtjes-zeehond al na 3 jaar. De dieren zijn dan ongeveer 1.70 m lang en wegen 70 tot 90 kilo. De oudste zeehond die gevonden is, was 40 jaar oud. De leeftijd kan bepaald worden aan de hand van het gebit. Elk jaar krijgen de tanden een nieuw laagje bij. Vergelijk het maar met een boom, die steeds een nieuwe jaarring krijgt.
Nog altijd op zoek naar dat ene, unieke kerstcadeau? Dan is authentieke neushoornpoep misschien een goed idee. En het is nog voor het goede doel ook.
Vier soorten De International Rhino Foundation veilt op eBay vier types drollen van de vijf bestaande neushoornsoorten. De opbrengst gaat naar programma's om de bedreigde diersoort in stand te houden. De keutels - gedroogd en gepresenteerd in een glazen 'trofeekast' - zijn afkomstig van de witte, zwarte, Indische en Sumatraanse neushoorn. De vijfde soort, de Javaanse, is zo zeldzaam dat er geen poep van gerecupereerd kon worden.
Sumatra is top De veiling loopt zondag af. Gistermiddag is het bieden begonnen. De kak van de Sumatraanse neushoorn spant de kroon met zowat 350 euro. Volgens de Foundation leven er wereldwijd nog 17.500 neushoorns in het wild en zowat 1.200 in gevangenschap. (eb) bron HLN
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Niet plotseling opstaan als je onder de koffietafel ligt.
Je nat te vacht uitschudden, voordat je het huis binnengaat.
Geen lik geven over een beker waar gloeiend hete thee inzit.
Niet het eten van de katten opeten. Niet voordat ze de kans hebben gehad het op te eten, niet nadat ze de kans hebben gehad om het op te eten en zeker niet als ze het uitgekotst hebben.
Niet op tandenborstels kauwen.
Niet overgeven in de auto.
Niet in dooie beesten rollen, alleen maar omdat het luchtje zo lekker is.
Die knapperige dingen in de kattenbak zijn geen eten.
Geen zakdoekjes of luiers eten.
De vuilnisbak is geen koekjesblik.
Niet het laatste stukje schone vloerbedekking opzoeken, wanneer je moet overgeven.
Niet op pennen kauwen. Zeker niet op de rode, anders denken ze dat je bloedt.
In de auto moet het raam dicht als het regent.
Als je een deurbel hoort: niet blaffen. Het is op de TV.
Geen ondergoed jatten en er mee door de achtertuin rennen.
De bank is geen washandje. De broek van de baas en het vrouwtje ook niet.
Je hoofd hoort niet in de ijskast.
Niet in de hand van een agent bijten, als hij het rijbewijs en kenteken aanpakt.
Geen touwtrek spelletje doen met het ondergoed van de baas, als hij op de WC zit.
Geen tandfloss opeten, je wilt niet weten hoe moeilijk dat er weer uitgaat.
Niet in de bagger rollen als je net gewassen bent.
Je neus in iemand zijn kruis duwen is geen acceptabele welkomstgroet.
De kat is geen pieppoppetje. Als je met hem speelt en hij piept, is dat geen goed teken.
Niet midden in de huiskamer aan je kruis likken als er visite is.
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Een gezonde, vijf jaar oude hond stierf aan nierfalen nadat zij thuis een doos rozijnen had opgegeten. In de Verenigde Staten is bekend dat rozijnen giftig kunnen zijn en de dierenartsen aldaar weten ook hoe opgetreden moet worden als een hond er ziek van wordt. Uit een onderzoek van dierenartsen van de Amerikaanse ASPCA en hun 'vergiften centrum' (APCC - Animal Poison Control Center) komt het volgende naar voren: Van 10 honden wordt gemeld dat ze nierfalen ontwikkelden na het eten van een grote hoeveelheid druiven (5 honden - verse druiven, of gedeeltelijk gegiste druiven, 3 honden aten pitloze blauwe druiven) of rozijnen (5 honden).
Twee honden overleden en drie honden moesten inslapen. De overige vijf honden kregen drie weken lang een zware behandeling. Van 4 honden was bekend hoeveel ze ongeveer gegeten hadden en dit varieert tussen 9oz (275 gram) en 2lbs (1 kilo). Volgens deze dierenartsen moet iedere hond, die meer dan een paar druiven of rozijnen eet, behandeld worden.
De oorzaak van de vergiftiging is nog niet bekend. Gedacht wordt aan: schimmels, overdosis Vitamine D3, o.i.d., milieuverontreiniging -pesticiden, zware metalen- of giftige stoffen in het fruit zelf.
Ziekteverschijnselen, voordat de nieraandoening zich aankondigt, zijn: braken, diarree, sloomheid, geen eetlust en buikpijn. Deze verschijnselen kunnen wekenlang aanhouden. Bij bloedonderzoek blijkt vaak sprake te zijn van hypercalcemia (een verhoogd kalkgehalte in het bloed). Naarmate de nierbeschadiging zich ontwikkelt, gaan de honden minder plassen. Wanneer ze helemaal niet meer plassen, treedt de dood in. In sommige gevallen moesten honden, die tijdig medische hulp hadden gekregen, toch worden afgemaakt.
Hoewel de exacte oorzaak van de nieraandoening onbekend is, kunnen honden die druiven en rozijnen eten er succesvol voor behandeld worden. De eerste stap is ontgifting. Het opwekken van braken en het toedienen van geactiveerde houtskool helpt de opname van mogelijke gifstoffen te voorkomen. Honden moeten minimaal 48 uur aan het infuus gelegd worden. De arts moet tenminste drie dagen dagelijks het bloed controleren. Als de bloedwaarden na drie dagen normaal zijn, is het onwaarschijnlijk dat de nieren zijn aangetast.
Sommige honden hebben buikvliesdialyse nodig, een proces waarbij het buikvlies (het vlies dat om de organen in de onderbuik heen zit) gebruikt wordt om afvalstoffen te zuiveren, wat gewoonlijk door de nieren wordt gedaan.
Behalve door haar afmeting valt de hoornaar op door haar roodachtige borststuk en haar felle geluid. Zij komt niet veel voor in België en Nederland, maar is ook geen zeldzaamheid. Hoewel de hoornaar meer dan twee keer zo groot is als de gewone wesp, is zij beduidend minder agressief ten opzichte van de mens. Als zij steekt is dit wel pijnlijker dan bij een gewone wesp of bij , maar ze steekt minder snel - al kan de hoornaar wel erg weerbaar zijn als het erop aankomt een nest te verdedigen. Werksters zijn 18-25 mm, koninginnen 25-35 mm en mannetjes tot 28 mm lang.
In de volksmond doen fabels de ronde dat een paar steken al voldoende zouden zijn een mens of paard te doden. Voorzover die persoon niet toevallig één van de twee tot drie procent mensen betreft met een allergie tegen de steken is dit echter volstrekte onzin. Het gif is vergelijkbaar met dat van bijen en andere wespen, maar niet exact hetzelfde - het bevat een relatief grote hoeveelheid van de neurotransmitteracetylcholine , waardoor het sterker een branderig gevoel opwekt. Net als bij gewone wespen zijn voor een niet-allergische mens circa 500-1000 steken nodig om dodelijk te zijn en aangezien nesten zelden zo groot zijn en slechts één op de tien dieren uit het nest zullen steken is de kans verwaarloosbaar klein. Dat de dieren desondanks killer wasp (moordenaarswesp) genoemd worden zal eerder samenhangen met de manier waarop zij andere insecten jagen en verorberen - voor die dieren is de hoornaar inderdaad een geduchte moordenaar.
Een hoornaar bewerkt een prooi, hangend aan een bloem.
In tegenstelling tot kleinere wespen is de hoornaar niet sterk geïnteresseerd in zoetigheid . Hoornaars vangen vooral andere insecten , waaronder bijen maar ook grote insecten als libellen , en likken vaak het uittredende sap van beschadigde bomen, waarbij ze ook de bastranden openknagen met hun grote kaken. Hoornaars zijn in de herfst op afgevallen fruit te vinden, maar komen niet af op zoetigheden. De hoornaar is een goede insectenbestrijder doordat ze grotere prooien aankan dan de andere wespen. Hoornaars vliegen ook 's nachts en komen dan op kunstlicht af.
In 2001 publiceerden enkele onderzoekers een verslag van de aanvallen van hoornaars op libellen op locaties in Wit-Rusland en Italië. Op de locatie in Wit-Rusland waren de Steenrode heidelibel en de Bloedrode heidelibel het slachtoffer, in Italië een soort beekjuffer : Calopteryx haemorrhoidalis. Uit de waarnemingen concludeerden de onderzoekers dat hoornaars regelmatig op libellen jagen.
Iets bijzonders is dat de larven worden gevoed met dierlijk materiaal en de larven voor de werksters een zoetige vloeistof produceren, die ze uitbraken en die door de werksters weer wordt opgezogen. De werksters worden dus gezoogd door de larven.
Hoornaarkolonies (kolonies zijn zelden groter dan 1000 exemplaren) leven net als andere wespensoorten slechts één seizoen; soms is een nestplaats verscheidene jaren bewoond maar dat is dan steeds een nieuwe kolonisatie. Het nest wordt meestal in een boomholte gebouwd, maar soms ook ondergronds, in een nestkastje, onder daken, in huizen of vrijhangend in een boom of struik. De hoornaar is alleen agressief binnen een straal van 5 m van het nest. De hoornaar komt in Nederland voornamelijk voor op de zandgronden in het zuiden en oosten, maar is de laatste jaren ook vaker in het westen van Nederland gezien.
De Teddy Widder is een dwerghangoorkonijn met een 5-10 cm lange en pluizige vacht. Het zijn rustige, zachtaardige en vooral nieuwsgierige konijnen die op mensen gericht zijn. Ze volgen je als een hondje en zitten graag op schoot. De vacht moet twee keer per week goed worden uitgeborsteld. Ze zijn geschikt voor kinderen door hun goedaardige en rustige karakter.
De Oorsprong De Teddy Widder is ontstaan uit de Lionhead Lop. De eerste Lion werd rond 1900 gezien. Of een Lionhead Lop uit kruisingen van de Belgische Dwerg en de Swiss Fox is ontstaan of uit Dwerg Angora's is niet helemaal duidelijk. In ieder geval had de Lionhead Lop een kale rugzijde en kreeg vanwege de prachtige lange manen zijn naam. Het hoofd heeft een cap, het neusbeen is kort van haar en vanaf daar begint de lange beharing die van het hoofd via de kraag tot aan de schouders loopt. Aan de achterhand hebben ze een rokje van haar. Er zijn 3 variëteiten: de maanloze Lion, de enkelmanige Lion en de dubbelmanige Lion. (bron www.teddyvriendjes.nl )
Uit dubbelmanige Lions ontstonden weer dieren met een té volle beharing. Hun cap verdween, in plaats daarvan was het hoofd vol haar, hun oren waren wollig tot lang behaard. Het ruggedeelte had een zeer lange beharing die niet verdween na de eerste verharing. Door deze genen vast te leggen, ontstond een nieuw ras de Teddy Widder. Teddy Widders zijn qua karakter opvallend rustig en zitten zeer graag op schoot.
Kind en konijn Als jonge Teddy Widders goed gesocialiseerd worden, zijn het zeer geschikte konijnen voor kinderen. Inmiddels zijn er al heel wat kinderen gelukkig met hun Teddy Widder vriendje. Op www.teddywidder.mysites.nl lees je meer over de aanschaf van een Teddy Widder, de vachtverzorging maar vooral ook over hoe een konijn het beste kan worden opgepakt. Naast ervaringsverhalen lees je er ook meer over een onderzoek naar de relatie tussen kinderen en dieren.
Vachtverzorging Een Teddy Widder heeft een 5-10 cm lange en pluizige vacht die hem zo bijzonder maakt. De vacht moet wel minstens 2 maal per week geborsteld/gekamd worden. Dat lijkt misschien overdreven maar is echt nodig! Hiermee voorkom je het ontstaan van klitten en daarmee gepaard gaande huidirritatie.
Naast de Teddy Widder bestaan er nog meer relatief nieuwe soorten dwerghangoorkonijnen en dwergkonijnen met een bijzondere haarstructuur:
De viskat (of vissende kat) dankt zijn naam aan het feit dat hij vaak zijn eten uit het water vist. Hij komt voor in de wetlands van Zuidoost-Azië, Pakistan, India, Nepal, Zuid-China tot Sri-Lanka, Sumatra en Java en tot op grote hoogte in de Himalaya. Zijn naaste verwant is de Platkopkat (Prionailurus planiceps).
De viskat valt onder de groep kleine katten. Door hun uiterlijk worden ze ook wel eens met civetkatten (Viverrinus) vergeleken. Door de zwemvliezen tussen zijn tenen en zijn gedeeltelijk uitstekende klauwen kan hij prima vis vangen. Het is een stevige kat met een lang lichaam en een korte staart. De korte vacht is lichtbruin tot groenig grijs met donkerbruine en zwarte vlekken. De flanken en zijn buik zijn lichter gekleurd en de staart is zwartgeringd. Net als de platkopkat heeft de viskat ook een iets platter voorhoofd dan de andere katachtigen.
De viskat is in het wild een solitair dier maar in gevangenschap kan hij goed samenleven met soortgenoten, zoals de meeste katachtigen, die elkaar dan regelmatig opzoeken en lekker tegen elkaar aan gaan liggen.
Hij gaat 's avonds en 's nachts op jacht en overdag rust hij in dicht struikgewas of in een holle boomstam. De viskat is afhankelijk van water en komt voornamelijk voor in waterrijke gebieden bij moerassen, meren, rivieren, traagstromende beken en andere watergebieden grenzend aan dichtbegroeide bossen en rietvelden. Net als de meeste katachtigen is het een uitstekende zwemmer. Hij vangt kikkers en vissen in ondiep water en op het land vangen ze vogels en zoogdieren zoals muizen, civetkatten, kalveren van axisherten en varkens. Hun leefgebied overlapt dat van de tijger en ze eten soms ook de door tijgers achtergelaten kadavers.
In de paartijd komt de viskat samen met een soortgenoot. Na de paring verdwijnen de mannetjes weer net zo snel als ze gekomen zijn en het vrouwtje brengt, na een draagtijd van 63 tot 70 dagen, 1 tot 4 jongen op een beschutte plek op de wereld. Na ongeveer tien dagen gaan de oogjes open en na vier tot vijf weken beginnen de jongen vast voedsel te eten. Eerst aangedragen door hun moeder en al gauw daarna volgen ze hun moeder tijdens de jacht en zo wordt hun de jachttechnieken bijgebracht. Na tien maanden zijn de jongen zelfstandig.
De situatie van de viskat in het wild is kwetsbaar! De wildlife bioloog Shekhar Kolipaka is één van de weinigen die de kleine katten van India bestudeert. Op dit moment begint hij met een studie viskatten in het wild. Zodra daar meer informatie uitkomt zal dat ook op onderstaande website te lezen zijn.
Chimpansees hebben in een recent Japans onderzoek studenten verslagen in een test van het korte termijn geheugen. Dat is in strijd met de heersende opvatting in de wetenschap dat mensen op alle cognitieve vlakken beter presteren dan chimpansees.
Apen sneller Drie 5-jarige chimpansees die geleerd was de cijfers van 1 tot 9 in het Arabisch te lezen, namen het in de geheugentest op tegen een twaalftal menselijke vrijwilligers. Daarbij zagen de deelnemers kortstondig in willekeurige volgorde negen cijfers op een scherm, die vervolgens vervangen werden door witte vlakjes. In de test was het zaak deze vlakjes aan te raken in de volgorde van de oorspronkelijke getallen. Hoewel apen en mensen even goed scoorden, hadden de apen hier minder tijd voor nodig.
Absolute winnaar Chimpansee Ayumu was de absolute winnaar en nam als enige deel aan een volgende oefening. Ditmaal waren er slechts vijf getallen, die in een flits werden getoond. Als de getallen gedurende 0,7 seconde te zien waren, scoorden zowel Ayumu als de studenten in 80 procent van de gevallen foutloos. Maar werd het interval nog verder teruggebracht, naar 0,4 of zelfs 0,2 seconde, kwam de chimpansee als absolute winnaar uit de bus. Waar de score van de menselijke proefpersonen bij het interval van 0,2 seconde daalde naar 40 procent, wist Ayumu nog steeds in 80 procent van de gevallen de juiste volgorde te reproduceren. (novum/gb)(HLN)
De Chihuahua is één van de oudste hondenrassen. Historici hebben eindeloos gespeculeerd over het ontstaan van dit hondje - het kleinste hondenras ter wereld.
Hoewel de exacte historie van dit bijzondere hondenras een goed bewaard geheim lijkt, zijn er voldoende bewijzen gevonden om aan te nemen dat de Chihuahua zijn oorsprong vindt in Mexico. Het hondje dankt zijn naam dan ook aan de grootste staat van Mexico waarnaar hij is vernoemd: de staat Chihuahua (oppervlakte: 244.938 km2).
Het is zo goed als zeker dat de kleine hondjes een belangrijke rol speelden in het leven van diverse Indianenvolkeren, vooral in dat van de Tolteken en de Azteken. De Tolteken was een Indianenvolk dat leefde in Mexico van de tiende tot de twaalfde eeuw. Vermoed wordt dat zij de kleine hondjes die in het wild leefden, hebben gevangen en getemd tot huisdier. Hun afstammelingen, de Azteken, offerden mensen - soms wel tweehonderd per dag - in de overtuiging dat anders de zon niet meer zou opkomen. Vermoedelijk gebruikten de Azteken de kleine hondjes als zoenoffer bij begrafenissen. Ze geloofden dat de ziel van het gele hondje in staat was om de ziel van zijn overleden baasje veilig naar het hiernamaals te begeleiden. Tot ongetwijfeld groot genoegen van de hondjes waren de Azteken ervan overtuigd dat het hondje hiertoe alleen bereid zou zijn als hij tijdens zijn leven goed was verzorgd door zijn meester. En zo ontbrak het hem dus aan niets. Uit de tijd van de Tolteken en de Azteken zijn ook diverse gravures, tekeningen en beeldjes teruggevonden van kleine, haarloze hondjes waaruit blijkt dat de hond door de Indianenvolkeren als heilig dier werd beschouwd.
Aanhangers van de 'delicatesse-legende' houden het erop dat de Chihuahua - of in ieder geval zijn voorouders - als delicatesse diende voor de Tolteken en later voor de Azteken. De theorie over een kruising tussen een knaagdier en een hond lijkt het meest onwaarschijnlijk.
Omstreeks 1880 kwamen de hondjes ook op kleine schaal voor in Amerika. De van de Indianen gekochte kleine viervoetertjes werden door Amerikaanse toeristen als souvenir mee naar huis genomen. Al snel werd het hondje in de Verenigde Staten erg populair. De eerste registraties van Chihuahua's in Amerika dateren uit 1904. Het hondje veroverde snel terrein: in 1958 stonden er bijna vijftigduizend ingeschreven. In Nederland werd de eerste Chihuahua - geïmporteerd vanuit de Verenigde Staten - in 1957 ingeschreven onder de naam Goedbloed's Bambi.
Van oorsprong kortharig
De Chihuahua is van oorsprong kortharig. De langhaar-variëteit is vermoedelijk pas in de jaren dertig in de Verenigde Staten ontstaan door de korthaar te kruisen met een aantal langharige dwergrassen. In 1952 werd de langharige Chihuahua door de Fédération Cynologique Internationale (FCI) officieel erkend als ras.
Kortharige Chihuahua Korte, glanzende en zachte vacht over het hele lichaam. Als er sprake is van een ondervacht, hoort het haar iets langer te zijn. Op de keel en buik mag het haar iets dunner zijn. Op de nek en de staart is het haar wat langer.
Langharige Chihuahua Fijne, zijdeachtige vacht, glad of lichtgolvend. Bij voorkeur geen dikke ondervacht. Prluimen rond de nek, oren en aan de achterkant van de voor- en achterpoten en op de staart. Een zogenaamde kraag van langere haren rond de nek is zeer gewenst.
Karakter
De Chihuahua is een temperamentvolle, levenslustige hond die bijzonder aanhankelijk is. Hij is nieuwsgierig van aard en is - ondanks zijn kleine formaat - een dapper hondje dat zelfs de grootste hondenrassen zal uitdagen. De kortharige Chihuahua wordt over het algemeen als ¨iets feller¨ ervaren als de langharige Chihuahua.
De Rasstandaard
Elk hondenras heeft zijn eigen schoonheidsideaal. Dit ideaalbeeld wordt bepaald en vastgelegd in een zogenaamde rasstandaard door de officiële rasvereniging in het land van oorsprong van het desbetreffende hondenras; in het geval van de Chihuahua dus in Mexico.
Een rasstandaard geeft fokkers een soort leidraad om ¨de perfecte hond¨ van dat ras te kunnen fokken. Ook dient de rasstandaard als houvast voor de keurmeesters op tentoonstellingen om tot een zo objectief mogelijke beoordeling van de honden te komen.
De foto's zijn gemaakt door www.KoosKnoop.nl De afgebeelde Chihuahua's zijn eigendom van de familie Jonker ( www.QuintaHidalgo.nl ).
De vacht en de huid van de normale, gezonde hond hoeft niet geregeld te worden gewassen (1 tot 3 maal per jaar).
Het is zo dat als de vacht vuil is (lastig bij licht gekleurde honden) of ruikt, de behoefte bestaat om het dier eens te wassen...
Wassen impliceert het gebruik van een shampoo: het nut daarvan is oa het verwijderen van huidschilfers, het reinigen van de huidporien, glans geven aan de vacht, etc.
Toch hebben honden met een normale huid geen behoefte aan shampoo. In veel shampoos zitten sterk uitdrogende en reinigende bestanddelen die overmatig veel huidhoorn verwijderen of de beschermende vetlaag van de huid aantasten. Vet en huidhoorn zijn nodig om de huid intact te houden.
Daarom kan u bij een gezonde hondenhuid best gebruik maken van zuiver water om het dier te wassen of een milde honden shampoo.
Indien de hond echter een afwijkende huid heeft, vb vet of droog, schilferig, met infecties, etc, moet er gewassen worden met speciale shampoos, aangepast aan het huidprobleem.
2) LEIDT GEREGELD WASSEN TOT IRRITATIE VAN DE HONDENHUID ?
Een normale hondenhuid zal zeker geïrriteerd worden door te veel wassen. Producten die sterke detergentia of andere potentieel irriterende stoffen bevatten (zoals de meeste parfums !!!) moeten vermeden worden.Verder is het erg belangrijk dat de resten van de shampoo na het wassen zorgvuldig worden weggespoeld. Indien de huid erg droog is, is een nabehandeling met vochtinbrengende spray of spoeling aan te raden. Dieren met een afwijkende huid daarentegen, zullen wel baat vinden bij herhaald wassen met AANGEPASTE shampoo.
3) WELKE SHAMPOO IS DE BESTE VOOR MIJN HOND ?
Dit hangt af van de aanleiding tot het wassen. Gaat het om een hond met een normale huid die gewassen wordt omdat ie vies is, zal een milde hondenshampoo voldoen. Let er wel op: er is een groot verschil tussen een mensenhuid en een hondenhuid. Alhoewel de huid van de hond talrijke zweetklieren bevat, dienen deze NIET (zoals bij de mens)voor de temperatuurregulatie (zweten) maar WEL dragen ze bij aan de beschermende oppervlaktelaag van de huid. Daarnaast is een hondenhuid minder zuur dan die van de mens. Daarom is een shampoo gemaakt voor gebruik bij de mens ABSOLUUT NIET geschikt voor een hondenhuid. Ook niet de zogenaamde babyshampoos. Voor honden met een huidprobleem is het noodzakelijk zorgvuldig een goede hondeshamoo uit te zoeken die het huidprobleem zal verlichten. De dierenarts zal u daarin begeleiden en adviseren. Alleen de juiste shampoo zal bijdragen aan de oplossing van het probleem, terwijl een onjuiste shampoo juist problemen kan veroorzaken.
4) ZIJN SHAMPOOS WERKZAAM TEGEN VLOOIEN EN TEKEN ?
Het effect van shampoos die werkzame bestanddelen bevatten tegen vlooien en teken, werken slechts kortdurend tegen de uitwendige parasieten. De vlooien aanwezig op het moment van de wasbeurt zijn wel dood, maar de huid kan meteen opnieuw besmet worden met parasieten uit de omgeving. De antiparasitaire bestanddelen van de shampoos zijn vaak zeer irriterend voor de huid en drogen de huid fel uit. In vlooienbestrijding gebruikt men dus liever andere producten.
5) IS ELKE VIEZE GEUR VAN MIJN HOND EEN INDICATIE OM TE GAAN WASSEN ?
Elke hond heeft een lichte "hondengeur" die sterker waarneembaar is als de hond nat is of als ie het erg warm heeft.
Een onaangename geur kan verspreid worden door de vacht, als er iets mis is met de vacht: vb een huidontsteking (het zogenaamde exzeem), een seborroehuid (de geur van ranzige boter), hormonale problemen met effect op de huid, etc.
Niet elke onaangename geur kent zijn oorzaak in de vacht. Zo bijvoorbeeld kunnen oorontstekingen ook een vreemde geur teweegbrengen. Evenals anaalklierproblemen. Dit zijn 2 kliertjes aan weerszijden van de aars, die een sterk ruikende substantie afscheiden. Wanneer deze kliertjes ontstoken zijn of overvuld, kan een zeer onaangename geur verspreid worden. Ook tandproblemen, zoals tandplak, tandvleesonsteking ed kunnen vieze geurtjes creëren.
Dus niet elke vieze geur komt van de huid, en niet elke geur heeft een wasbeurt "nodig". Laat de dierenarts uitmaken waar de geur vandaan komt, zodat een correcte behandeling kan ingezet worden.
6) IS SCHEREN EN TRIMMEN NODIG ? Daar een hond z'n zweetklieren niet gebruikt voor de thermoregulatie (lichaamstemperatuur op peil houden), is scheren niet zinvol om de hond verkoeling te brengen tijdens warme perioden.
Het scheren is wel zinvol om de hond netter te houden of meer gemak te bieden bij het borstelen. Sommige rasstandaarden vereisen trouwens een bepaalde "coupe" die enkel te verkrijgen is door scheren (vb poedel, bedlington terrier, etc).
Trimmen daarentegen is zeer nuttig voor "draadharige" honden, zoals terriers, ierse wolfshonden, schnauzers, bouviers , cairn terriers etc. Bij het trimmen worden immers de dode haren uitgetrokken, de gezonde haren een stukje korter gemaakt. Het verwijderen van de dode haren is zeer nuttig voor de huid, omdat anders de dode haren de huid zouden verstikken en ev. huidinfecties zouden veroorzaken.
7) HOE MOET IK MIJN HOND WASSEN ?
U moet van tevoren de hond borstelen en ontklitten. Eventueel in de gehoorgangen een prop watten steken, opdat er geen water of zeep naar binnen zou vloeien. En doe best geen al te goede kleren aan.
Maak de hond goed nat met lauw water. Vermijd nat maken van de ogen, oren en neus. Breng de shampoo aan op de nek en rug. Masseer de shampoo goed in de vacht en voeg, indien nodig, extra water toe. Laat de shampoo even inweken en daarna grondig spoelen. Eventueel het dier een 2de maal wassen. De vacht uitspoelen tot er geen enkel zeeprest meer is, is zeer belangrijk om geen huidirritatie te veroorzaken.
Nadien laat u de hond zich even goed uitschudden. De vacht moet goed uitgekamd worden. Daarna met een handdoek de vacht goed droog wrijven. Het spreekt vanzelf dat u het dier niet mag laten opdrogen op tochtige plaatsen, of in koude etc, teneinde een verkoudheid te vermijden. Men kan eventueel het dier met de haardroger drogen.
Vergeet nadien niet de prop watten uit de oren te verwijderen !!!
MORAAL VAN HET VERHAAL :
Gebruik bij een gezonde huid een MILDE HONDENshampoo. Voor probleemhuiden bestaan AANGEPASTE shampoos, maar gebruik de JUISTE shampoo voor het specifiek probleem. Laat u wat dat betreft adviseren door uw dierenarts.
Straatkatten hebben perfecte manieren. (Tante Lotte)
Straatkatten hebben perfecte manieren. Bij het 'afhalen' van eten uit containers en vuilniszakken op straat laat de kater vrouwtjespoezen en kittens voorgaan.
Wetenschappers zijn zeer verwonderd over deze eigenschap. In de dierenwereld is het juist gebruikelijk dat sterke mannetjes het eerst aan een prooi beginnen en dan ook het lekkerste stuk mogen opeten. De 'grotere broer' van de kat, de leeuw, doet dat ook.
Maar wilde katten, vaak nakomelingen van gevluchte of gedumpte huispoezen, hebben hoffelijke manieren. Onderzoekers volgden straatkatten in Rome, schrijft de Daily Mail. In de Italiaanse stad leven er naar schatting 350.000. Roberto Bonanni van de Parma universiteit kwam erachter dat er een duidelijke pikorde is, die wordt bepaald door blaasgedrag, kromming van de rug en kattengejank.
Die pikorde geldt bij straatkatten niet meer als het om eten gaat. In de buurt van voedsel worden de vrouwtjes dominanter. Katers sluiten vervolgens achter in de rij aan. Volgens Bonanni is dit evolutionar bepaald. Vrouwtjeskatten op straat zijn vaak zwanger of moeten hun kittens te eten geven. Dus hebben ze meer voedsel nodig. Katers respecteren de poezen hierom en laten kittens eerst eten zodat ze kunnen overleven.
Vergeten de katers even dat de poezen voorrang hebben, dan krijgen ze er meteen van langs. Volgens Bonanni slaan ze dan heel gericht met hun poot op de kop van de kater, om vervolgens het eten over te nemen.
bron: telegraaf.nl
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Uw huisdieren tijdig voorbereiden op het eindejaarsvuurwerk
Uw huisdieren tijdig voorbereiden op eindejaarsvuurwerk
Veel honden zijn bang voor vuurwerk, onweer of vergelijkbare geluiden. Veel hondeneigenaren zien daarom enorm op tegen de laatste weken van het jaar wanneer het vuurwerk weer losbarst. Toch is er in veel gevallen wat aan te doen, door de hond tijdig te wennen aan het geluid van vuurwerk. In de rest van dit artikel gaan we in op de therapie voor angst voor vuurwerk. Wanneer uw hond bang is voor andere geluiden, is de therapie echter vergelijkbaar!
Honden die bang zijn voor vuurwerk, hebben geleerd dat dit geluid betekent dat er iets vreselijk engs gaat gebeuren. Vaak is de oorzaak hiervan een slechte inprenting en socialisatie van de hond. Angst voor vuurwerk kan echter ook op latere leeftijd zijn ontstaan doordat de hond een keer heftig is geschrokken van vuurwerk en zo een traumatische angst heeft ontwikkeld.
Om uw hond over zijn angst voor vuurwerk heen te krijgen, zult u moeten bewerkstelligen dat de hond bij het geluid van vuurwerk niet direct denkt dat er iets heel engs of gevaarlijks gebeurt, maar dat het geluid van vuurwerk de aankondiging wordt van iets leuks! Dat gaat natuurlijk niet vanzelf, maar daarvoor zult u veel moeten oefenen! Belangrijk is om eerst er voor te zorgen dat u het geluid van vuurwerk op CD heeft. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de CD "Help, ik ben bang voor onbekende geluiden", verkrijgbaar in de Internetwinkel van dogweb.nl of elke andere speciale CD die je in de betere dierenwinkel kan vinden. Zo'n CD is een prima hulpmiddel om de hond van zijn angst af te helpen.
Wanneer u de CD in huis heeft, moet u vervolgens zorgen dat u een spelletje weet dat de hond geweldig vindt. Gebruik bij voorkeur zijn favoriete speeltje maar ook iets lekkers! Zet de CD met vuurwerkgeluid op en zet daarbij het volume zo zacht dat u aan de hond ziet dat hij wel erop reageert, maar dat hij niet helemaal van slag is. Probeer vervolgens de hond zo ver te krijgen dat hij met u gaat spelen. Een hond gaat alleen spelen wanneer hij zich ontspannen voelt, dus door de hond zo ver te krijgen dat hij gaat spelen, ontspant hij vanzelf. Wanneer de hond de aandacht op u of het speeltje richt en dus niet op het geluid van vuurwerk, beloont u de hond direct met iets lekkers. Lukt u het niet om de aandacht van de hond te krijgen, zet dan het volume zachter. Houd de oefening kort: een paar minuten is lang genoeg! Wanneer u de oefening stopt, bergt u het speeltje weer op. Door dit regelmatig bij hetzelfde geluidsvolume te herhalen, zult u merken dat de hond na aan aantal malen niet meer stresserig reageert op het geluid van het vuurwerk, maar dat het geluid juist de aankondiging wordt van een fantastisch spelletje met de baas! Herhaal de oefening niet direct achter elkaar, maar oefen met de hond meerdere keren op de dag, een paar minuten
Pas wanneer de hond zover is dat hij geen angst meer vertoont bij een bepaald geluidsvolume, kunt u de oefening doen met een iets hoger volume. Ook nu weer geldt: net zo vaak oefenen bij dit volume totdat de hond geen angst meer vertoont, maar ontspannen met u gaat spelen.
Wanneer u de oefening op deze manier zeer geleidelijk opbouwt, zult u geleidelijk de negatieve associatie die de hond heeft bij het geluid van vuurwerk, kunnen ombuigen naar een positieve associatie: het geluid van vuurwerk wordt de aankondiging van een geweldig spelletje met zijn favoriete speeltje en met de baas.
Begin wel tijdig met deze oefening, liefst ruim voordat er weer vuurwerk wordt afgestoken. Zeker wanneer een hond erg angstig reageert op vuurwerk en u de oefening dus zeer geleidelijk moet opbouwen, kost deze oefening zeker enkele weken!
Wanneer de hond al erg getraumatiseerd is en dus zeer bang voor vuurwerk en/of andere geluiden is, is het verstandig om de therapie te ondersteunen metBach Rescue-remedie. In veel gevallen wordt een hond hierdoor minder paniekerig en dus toegankelijker voor de oefening. Bij een hond met dergelijk gedrag kan het ook erg verstandig zijn om de hond Bach Rescue-remedie te geven rond de jaarwisseling wanneer er erg veel vuurwerk wordt afgestoken.
Nog een laatste tip: Soms horen wij van bazen van een hond die angstig reageert als er vuurwerk wordt afgestoken, dat de baas met de hond dan naar buiten gaat zodat de hond kan zien wat er gebeurt en hij dus zou zien dat er niets aan de hand is. Dit lijkt ons erg onverstandig. Het zien dat er vuurwerk wordt afgestoken maakt een hond echt niet minder angstig en wanneer er vuurwerk richting uw hond wordt gegooid, is de kans dat zijn angst alleen maar groter wordt, erg reëel! Wij raden daarom iedereen aan om juist op de momenten dat er veel vuurwerk wordt afgestoken, zo min mogelijk met de hond naar buiten te gaan!
Ten slotte een oproep voor iedereen die vuurwerk afsteekt:
Gooi NOOIT, NOOIT vuurwerk naar honden (of andere dieren) en wanneer u vuurwerk afsteekt en u ziet een hond naderen, wacht dan tot de hond voorbij is!
Hoe draag je een grote hond naar boven? (Martina1)
Hoe draag je een grote hond naar boven?
Er zijn veel honden (hondenrassen) die last hebben/ krijgen van hun heupen. Zeker met veel trappen lopen. Want daar zijn honden natuurlijk niet op gebouwd en zeker niet hele grote, zware honden. Woon je toch op 3 hoog en moet je je beessie iedere dag naar boven sjouwen dan is dit een goeie oplossing. Het is een soort harnas wat je aan kan trekken, met handvaten eraan . Op die manier loopt de hond (met zijn voorpoten) wel zelf naar boven maar zal niet het hele gewicht op zijn achterpoten (heupen) komen te staan omdat je zijn achterlijf een stukje tilt. Je verlicht dus zijn gewicht. Ik vind het supergoed bedacht. Ik vraag me af of het echt handig is en of er mensen met ervaringen zijn!? Let wel op he, dat je niet samen de trap af valt!
In de herfst maken ze zich er voor klaar: door veel te eten bouwen ze een vetreserve op, zodat ze gezond en dik aan hun winterslaap kunnen beginnen.
Ze doen dat in een holletje, dat ze bekleden met een dikke laag bladeren. Ze zoeken er een beschutte plek voor onder struiken of in blader- of afvalhopen. De meeste volwassen egels kruipen eind november in hun holletje en de jongen wachten daar meestal mee tot eind december.
Tijdens de winterslaap daalt de lichaamstemperatuur van de egels sterk (van 35,5 C naar 5,0 C) en ook de hartslag en de ademhaling lopen flink terug (hartslag: van 180 naar 9 slagen per minuut, ademhaling: van 45 naar 3 keer per minuut). Egels leven dan van de vetreserves. Tijdens de winterslaap verliezen egels bijna 25% van hun lichaamsgewicht.
WELKE EGELS HEBBEN HULP NODIG ?
Een egel die veel vlooien en/of teken heeft, of erger nog: vliegeneitjes en/of maden.
Een egel die stil ligt (hij hoeft niet dood te zijn al voelt hij slap aan).
Een egel die wankelt of in kringetjes loopt.
Een egel die suf is en zich niet oprolt als hij wordt aangeraakt.
Een snotterende of hoestende egel.
Een egel die uit het water is gehaald.
Een egel die in een put of fruitnet gevangen zit.
Een egel waarvan het winternest is verstoord.
Een nest baby-egeltjes waarvan de moeder is omgekomen of waarvan de moeder ze overduidelijk heeft verlaten.
Een egel die buiten rondloopt als het vriest.
Soms kan het wel eens zijn dat een overijverige aanstaande moeder bezig is haar nest in te richten, dan is er natuurlijk niets aan de hand.
Een gezonde egel kijkt helder uit zijn oogjes, heeft hij een natte neus, maakt een levendige indruk en rolt zich op bij aanraking.
Egels die 's nachts en in de avond- en ochtendschemering rustig aan het rond scharrelen moeten natuurlijk met rust gelaten worden.
WAT TE DOEN MET EEN ZIEKE OF GEWONDE EGEL ?
Het is nodig zieke egels en babyegeltjes warm te houden. Dit kan in een stevige doos met een kruik of een fles handwarm water. De egel legt U in een oude doek tegen de kruik aan.
Afkoeling kan fataal zijn voor deze egeltjes.
Moet de egel, die niet erg ziek is, een nachtje blijven logeren voor hij naar de opvang kan, zet de egel dan in een stevige doos met veel krantensnippers (zodat hij een holletje kan maken). Met een bakje water (geen melk) en wat kattenvoer of brood met pindakaas komt de egel de nacht dan wel door.
Denk er wel aan, dat een egel goed kan klimmen en makkelijk uit een doos kan ontsnappen.
Het is niet raadzaam om te proberen zelf een egel te behandelen. Het is beslist geen huisdier. De egel is bovendien een beschermd dier en mag niet thuis worden gehouden.
Er bestaan egelasielen waar je terecht kan met een zieke of gewonde egel, o.a. www.egelopvangdenhaag.nl
Ik liep vanmorgen door het bos met men Bo toen me dit te binnen schoot!!!!
ODE AAN MEN BO !!!
Mijn hondje is een engelse cockerspaniel, ik hou van haar met hart en ziel. Ze rent en zoekt en gaat op jacht, ik sta soms een kwartier op wacht. Bo is haar naam die ze heeft gekregen, ik was een andere naam aan't overwegen. Ze is zo zacht, een kapoen en O zo lief, ze blijft voor eeuwig men hartedief!
hier mijn gedichtje, geschreven op die trein op 12 oktober 1974
Oost West, Thuis is the best...
Vandaag mag ik naar huis, jaja, ik help dan mijn ma bij de grote kuis. Achter de zetel...hij is rood ligt nog een stukje gedroogd oud brood...
Eindelijk eindelijk mag ik gaan weldra ben ik hier ver ver vandaan In de trein...het duurt wel lang zij is moe en hij is bang.
Mijn hondje krost al door de tuin hij is vuil, zijn witte vacht is nu bruin eindelijk val ik mijn ouders om de nek... en youky...mijn lieve lieve youky heeft een hijgende bek
MIJN POEZEN!!!!!! Er waren eens 2 poezen die lagen daar te soezen. Hé t'is Snoepie en ons Nouch de laatste is zo zot als moesj. Het zijn 2 vuilnisbak katten toch houden ze niet van ratten. Nu verblijven ze bij mij thuis sindsdien zag ik geen enkele muis. De 1 is een Duitse de ander een echte sinjoor als ze samen mauwen dan is het in koor. Ik heb 2 lieve poezen die liggen hier te soezen.
Van Okidoki ------------------------------------------------