Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
30-03-2010
Dierenliefde
12-12-2005
dierenliefde
Een oude wandelt loopt over de straat met naast hem een klein hondje zijn maat ze wandelen naast de groene weide traag ze willen bij mekaar blijven en heel graag
ze willen bij mekaar blijven maar kan niet de man moet naar een tehuis met verdriet Maxi moet weg en dat kan hij niet goed vinden ze zijn al zolang te samen een stel vrienden
wie wil nu die twee van mekaar scheiden hij wil alles doen om dit te vermijden samen zitten ze daar stilletjes te dromen over wat gaat gebeuren en wat gaat komen
ze gaan op hun gemakjes weer naar huis ze zijn verdrietig ze vinden dit niet pluis de dag daarop was het met hen gedaan ze zijn te samen naar de hemel gegaan.
De Vlaamse kust is niet voor niets dé toeristische topbestemming in ons land. Wie is er nog nooit afgekomen op haar succesrecept zon, zee en strand? Maar wist je dat er aan de Vlaamse kust nog zo'n 30 natuurgebieden liggen ? En dan hebben we het niet alleen over duingebieden maar ook over het hinterland waar het heerlijk fietsen is in de groene polder. Nog een tip? Volg de sternen en bezoek Zeebrugge. Omdat het sterneneiland niet toegankelijk is voor bezoekers, vind je hier alle informatie over het schiereiland en haar bewoners.
De natuurgebieden aan de Vlaamse kust, van noord naar zuid.
Sternen en sterneneiland Elk jaar rond april vormt het sterneneiland voor de kust van Zeebrugge het decor voor een immense broedkolonie van sternen in West-Europa. Deze luchtacrobaten vliegen sierlijk heen en weer over de golven en duiken plots de zee in om boven te komen met een visje. Omdat in luwte van de strekdammen vele visjes voorkomen, is het niet verwonderlijk dat de sternen zo dol zijn op sterneneiland. Lees meer over sternen en sterneneiland.
Het Zwin Het Zwin ligt op de grens van Nederland en België en bestaat uit een vogelpark en een slikken- en schorrengebied. Via een bres in de duinreep kan het zeewater bij vloed het natuurgebied binnendringen. Het Zwin is een belangrijk gebied voor de kolgans, kleine rietgans, kluut, zwartkopmeeuw, bruine kiekendief, en visdief. Lees meer.
De Zwinduinen Het Vlaams Natuurreservaat De Zwinduinen en -polders (222 ha) telt vier deelgebieden. Het hele jaar door vind je er prachtige natuurpareltjes! Lees meer.
Park 58 Het duingebied Park 58 in Knokke-Heist dankt zijn naam aan de wereldexpo van 1958, waarbij een deel van dit natuurgebied als park werd ingericht . Gelukkig bleef een groot deel onaangeroerd, waardoor we nu in het duingebied 'Park 58' kunnen genieten van een opmerkelijke rijkdom aan zeldzame duinplanten, waardoor Park 58 nu het Mekka voor de plantenkenners is. Lees meer.
Sint Donaaspolder De Sint-Donaaspolder is een weidevogelgebied dat ook zeer in trek is als laatste pleisterplaats van kolganzen, voor ze hun terugtocht naar het noorden aanvatten. Deze polder die aanleunt tegen een vroegere kleiontginning is een broedgebied van o.a. grutto's, bruine kiekendief en bergeend. Ook de roerdomp werd er al gesignaleerd. Lees meer.
Baai van Heist De Baai van Heist is gelegen aan de kustlijn van Heist. Het is een gebied van ongeveer 50 ha strand, duin, slik en schor. Het is een zeer dynamisch en veranderlijk landschap dat voortdurend herkneed wordt door zee en wind. Het is één van de weinige plaatsen langs de kust waar het vloedmerk niet opgeruimd wordt. Lees meer.
Zeebrugge Zeebrugge heeft een eindeloos breed strand, een dijk op mensenmaat en een trein die pal naast dat strand stopt. Het is officieel het grootste strand van de kust en de enige badplaats waar je overal gratis kan parkeren. Je komt hier dan ook om te genieten van een strand dat er nog steeds uitziet zoals elk strand hoort te zijn, puur en zuiver. Een zee van ruimte waar elk zijn eigen plek vindt. Lees meer.
Fonteintjes Tussen Blankenberge en Zeebrugge is een smalle duinengordel aanwezig die het unieke natuurgebied De Fonteintjes herbergt. Tussen de kustbaan en het strand geprangd, bevinden zich een reeks duinplassen, afgewisseld met duinstruweel en duinrietlanden. Lees meer.
Ter Doest Tussen Blankenberge en Zeebrugge is een smalle duinengordel aanwezig die het unieke natuurgebied De Fonteintjes herbergt. Tussen de kustbaan en het strand geprangd, bevinden zich een reeks duinplassen, afgewisseld met duinstruweel en duinrietlanden. Lees meer.
Schobbejakshoogte De Schobbejakshoogte is een overblijfsel van een heide- en stuifzandgebied. Het is eigendom van het Ministerie van Landsverdediging. Een beheerscontract laat Natuurpunt toe het gebied te herstellen tot het oorspronkelijk milieu van de heivlinder. Deze zeldzame vlinder leeft alleen in droge graslanden, heidegronden en duinen. Stuifzandgebieden zijn in Oost- en West-Vlaanderen vrij zeldzaam geworden. Lees meer.
Zevenkerke Dit gebied maakte minstens vanaf 1252 deel uit van een uitgestrekt heidegebied, het Sint-Andriesveld. Vanaf ongeveer 1800 werden de beste gronden omgezet tot akkers en weilanden, de armste bebost met naaldhout. Heide laat zich echter niet zomaar verdringen. Lees meer.
Rode Dopheidereservaat Wie s zomers langs de snelweg richting binnenland rijdt, heeft er misschien al eens gelet op de kleurige heidevegetatie die zich over een paar honderd meter uitstrekt. De belangrijkste plant van het gebied is, zoals de naam al duidelijk aangeeft, rode dopheide. Deze heidesoort bereikt in Vlaanderen de noordgrens van haar verspreidingsgebied. Lees meer.
Uitkerkse Polder Op een boogscheut van Blankenberge strekt zich een weids open gebied uit: de Uitkerkse Polder. Op het eerste zicht een typische polder, maar wie de moeite neemt om dichterbij te komen, zal kennismaken met een (Europese) natuurparel. De Uitkerkse Polder heeft immers voor elk wat wils. Het gebied is vooral gekend als 'the place to be' voor vogels. Lees meer.
Kijkuit De Kijkuit is het oudste duingebied in beheer van Natuurpunt. Reeds in de jaren zeventig werd het gebied tegen overbetreding beschermd en kreeg de natuur er de kans om zich ongestoord te ontwikkelen. Ondanks de kleine oppervlakte biedt het gebied een verrassende rijkdom. We vinden er verschillende stadia van duinvorming. Lees meer.
Zandpanne Op een kleine 10 ha vinden we een heel afwisselend landschap van duinbos, open reliëfrijke duinen en enkele vochtige duinvalleien. De plantengroei is dan ook zeer divers. Lees meer.
Paelsteenpanne De Paelsteenpanne is de grootste duinpanne van de oostkust. Ze strekt zich uit aan de voet van de al even imposante Spanjaardduin, een van de hoogste duinen aan onze kust. Je vindt hier vele typische duinplanten, insecten en vlinders. Lees meer.
Zwaanhoek De Zwaanhoek is een oud poldergebied met een zeer grillige slootstructuur en dito perceelsranden. Door ondiepe ontveningen en kleiontginning in het verleden is er een gevarieerd gebied ontstaan met weilanden, sloten en moerassen. Lees meer.
Keignaert Het gebied is vernoemd naar en wordt doorsneden door de Keignaertkreek en haar zijkreekjes. Door de waterrijkdom is het een belangrijk overwinteringsgebied voor watervogels. Het gebied onthaalt wintergasten als grote zaagbek, dodaars, krakeend, tafeleend en sinds de natuurontwikkelingswerken stijgende aantallen smienten en kleine rietganzen. Lees meer.
Warandeduinen Een amfibieënpoel, blauwe zeedistel en een aspergesoort die liggend groeit! Jong en kalkrijk, zo zijn de Warandeduinen. Met spectaculaire verrassingen. Wilde asperge groeit normaal rechtop. Alleen hier groeit een liggende variant. De belangrijkste zoogdieren in de Warandeduinen zijn konijnen, want zij houden de vegetatie open. Lees meer.
Puidebroeken Na de eerste wereldoorlog werd dit gebied afgegraven om klei te winnen voor de productie van baksteen. De niet gebruikte bovenlaag werd op hopen gelegd. Deze hopen zijn nu nog steeds herkenbaar in het landschap. Lees meer.
Schuddebeurze De Schuddebeurze is een duingebied tussen Lombardsijde en de Vaart Plassendale-Nieuwpoort. Het is één van de weinige gebieden met oude kalkarme duinen waardoor we hier heel wat bijzondere planten zoals gaspeldoorn, wegdistel en onderaardse klaver aantreffen. Lees meer.
Ter Yde en Hannecartbos Het Ter Yde-complex (enkele honderden ha, waarvan ca. 100 ha natuurgebied) omvat de duingebieden en duin-polderovergangszones tussen Oostduinkerke en de Ijzermonding in Nieuwpoort. Het is een duingebied met een complexe ontstaansgeschiedenis en een grote landschappelijke verscheidenheid op een voormalige strandvlakte. Lees meer.
IJzermonding Nergens anders langs de Vlaamse kust is er een riviermonding waarbij een getijdengebied aansluit met strand, zeereepduinen, achterliggende duingraslanden en mosduinen tot en met de polder. Tel daarbij nog de overgang van slikke en schorre naar kopjesduinen, en het ecosysteem is compleet. Lees meer.
Groenendijk Groenendijk is een gebied met oude vochtige binnenduingraslanden. Lees meer.
Oostvoorduinen De Oostvoorduinen zijn rijk aan kalk, waardoor ze op vlak van flora tot de interessantste van de Belgische kust horen. Door de rijke flora komen ook vele vlinder- en insectensoorten in het gebied voor waaronder kleine parelmoervlinder en heivlinder. Lees meer.
Doornpanne Het centrale deel van de Doornpanne is eigendom van de Intercommunale Waterleidingsmaatschappij Veurne-Ambacht (IWVA) en fungeert sinds 1947 als waterwingebied. Het natuurgebied omvat uiteenlopende duintypes, van stuifduinen en duingraslanden tot dichtbegroeide pannen en gefixeerde binnenduinen. Lees meer.
Houtsaegerduinen en Kerkepannebosje De Houtsaegerduinen en het aansluitende Kerkepannebosje (samen ca. 86 ha) vormen een sterk verstruweeld en verbost, geïsoleerd duingebied. Lokaal zijn nog relicten van duingraslanden, mosduinen en vochtige duinvalleien aanwezig. Lees meer.
Westhoekreservaat Het Westhoekreservaat (344 ha), in het uiterst westelijke puntje van Vlaanderen, werd als staatsnatuurreservaat opgericht in 1957. Het omvat dan ook het meest gaaf gebleven duinlandschap van de Vlaamse kust. Het dynamische proces van duinvorming kan er nog in alle natuurlijke ontwikkelingsstadia worden waargenomen. Lees meer.
Omdat zwaluwen rechtstreeks van de mens afhankelijk zijn geworden, hebben wij een belangrijke functie in hun voortbestaan. Dat kan zelfs zonder zware financiële of fysieke inspanningen.
Als je zwaluwen wilt helpen, denk er dan aan dat je de verwaarloosbare overlast (die sommige mensen menen te ondervinden), gemakkelijk kan bijsturen of wegwerken. Tenslotte gaat het in de eerste plaats om tolerantie, en weegt de kleine inspanning niet op tegen het voortbestaan van een soort of een populatie. Zo kan je zelf bepalen waar de uitwerpselen van de zwaluwen vallen als je eigenhandig kunstnesten en mestplanken plaatst.
Vooral de huiszwaluw kan je makkelijk helpen door kunstnesten aan te brengen. Ze broeden in kolonies en profiteren meer van de tijdwinst doordat hun nest groter is.
Boerenzwaluwen broeden meer solitair of met enkele koppeltjes samen. Hun succes is vooral een principe van toegankelijkheid. Als je een kunstnest aanbrengt, moet je ook met dat aspect rekening houden.
Waar Liefst in de onmiddellijke omgeving van aanwezige broedkoppels: je kan zo een kolonie of populatie verstevigen of alternatieven bieden wanneer de natuurlijke nestplaats wordt bedreigd. Nieuwe locaties zijn een optie, maar de kans op succes is kleiner en kan soms jaren geduld vragen.
Bijkomende tips
Plaatsing is belangrijk: -Zorg ervoor dat er voor en naar het nest voldoende aanvliegroute aanwezig is. Een huiszwaluwnest monteren op enkele meters achter de kruin van een boom, is bv. zinloos. Al kan die wel ingepikt worden door huismussen. -Een huiszwaluwnest hang je tegen een oversteek, nooit halverwege een gevel. -Indien aangebracht, dient een mestplank minstens 30 tot 50 cm. onder het nest te hangen, niet vlak eronder. Het zou een perfecte opstap zijn voor predatoren zoals eksters.
Ook je gemeente helpt: sommige gemeenten subsidiëren de aankoop van kunstnesten voor zwaluwen: Anzegem, Baarle-Hertog, Blankenberge, Boechout, Bornem, Bree, Dilbeek, Gent, Herk-de-Stad, Houthalen-Helchteren, Houthulst, Ingelmunster, Knokke-Heist, Langemark-Poelkapelle, Lummen, Oud-Turnhout, Peer, Roeselare, Tessenderlo, Tienen, Wellen, Wevelgem en Zomergem. Meer info vind je hier .
Hondenbezitters, opgelet: uw hond begrijpt u misschien beter dan u denkt. Duitse onderzoekers hebben een wonderhond ontdekt, die tweehonderd woorden kent, en die taal leert op een manier die verdacht veel lijkt op hoe peuters dat doen.
Wat ze er precies van moeten denken weten ze niet, maar taalonderzoekers zijn in elk geval flink van hun stuk gebracht door Rico, een 9-jarige bordercollie uit Duitsland. De hond blijkt tweehonderd verschillende voorwerpen bij naam te kennen. En alsof dat nog niet genoeg is, leert hij er schijnbaar moeiteloos nieuwe woorden bij. Niet door langdurig oefenen, zoals bij honden gebruikelijk is - maar door logische verbanden te leggen, net als een peuter zou doen.
Onderzoekster Juliane Kaminski en collegas van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig kwamen het blaffende taalwonder enige jaren terug min of meer toevallig op het spoor. Ricos baasjes beweerden dat ze hun hond hadden geleerd tweehonderd voorwerpen, vooral speelgoed, te herkennen. In het laboratorium bleek dat inderdaad te kloppen. De onderzoekers namen een steekproef van veertig voorwerpen, legden die in een apart kamertje, en stelden experimenteel vast dat Rico er daarvan 37 op afroep kon apporteren.
Leuk voor een show op televisie misschien, maar écht interessant werd het pas toen de onderzoekers Rico nieuwe woorden begonnen aan te leren. De onderzoekers legden zeven bekende speeltjes in de kamer, plus één object dat Rico nog niet kende. Dat object duidden de onderzoekers aan met een fantasiewoord: haal-de-sirikid, Rico!
En met succes. In zeven van de tien experimenten die op die manier werden uitgevoerd, kwam Rico met het nieuwe voorwerp de kamer uit. Blijkbaar begrijpt Rico niet alleen dat voorwerpen namen hebben, hij kan ook logisch redeneren: "Het nieuwe woord zal wel slaan op dat ding dat ik niet ken".
En daarvan moeten taalkundigen toch even slikken. Woorden aanleren door erop los te associëren is een oude bekende in de ontwikkelingspsychologie. Taalkundigen hebben er zelfs een naam voor: fast mapping. En kleine kinderen gebruiken de techniek voortdurend bij het leren van taal. Maar Rico de hond blijkt het ook te kunnen. Zelfs veronderstelde taalwonders als de chimpansee, de dolfijnen, de papegaai en de zeeleeuw moeten hem dat nog nadoen.
Ricos geval kan verstrekkende gevolgen hebben voor het begrip van de diersoort mens, schrijven Kaminski en collegas in het blad Science van deze week. Blijkbaar is ons taalvermogen minder uniek dan we graag denken. Onze resultaten ondersteunen de visie dat schijnbaar ingewikkelde linguïstische vaardigheden, die we alleen kennen van kinderen, worden gedragen door eenvoudigere cognitieve bouwstenen die ook bij andere diersoorten aanwezig zijn.
Toch is daarover het laatste woord nog niet gezegd. Zoals de Amerikaanse taalkundige Paul Bloom opmerkt in een commentaar: Als een kind woorden zou aanleren zoals Rico dat doet, zouden de ouders er gillend mee naar de neuroloog rennen. Kinderen leren vanaf hun tweede levensjaar zon tien nieuwe woorden per dag, wonderhond Rico deed negen jaar over slechts tweehonderd woorden.
En dat is niet het enige verschil. Mensen denken in categorieën. Laat ons een paar autos zien, en we herkennen ook andere vervoermiddelen op wielen als auto. Mensen hebben veel meer soorten woorden dan alleen maar zelfstandig naamwoorden die een object aanduiden. En niet te vergeten: mensen kunnen praten, honden niet.
Niet dat Rico nu met de staart tussen de benen moet afdruipen. Uit andere studies blijkt namelijk dat de gemiddelde hond gedurende zijn leven drie tot vijf objecten bij naam leert kennen. Met zijn woordenschat van tweehonderd woorden is Rico dus echt een bolleboos, de Einstein van hondenland. Brááf.
Maarten Keulemans
Juliane Kaminski, Josep Call, Julia Fischer: Word learning in a domestic dog. Evidence for fast mapping. In: Science
De egel is een zoogdier en behoort tot de orde van de insecteneters. Naast insecten eet de egel echter ook nog heel wat andere dingen: rupsen, slakken, wormen, kevers, muizen, amfibieën, vogels, vruchten, paddenstoelen, aas, menselijke etensresten,... Bovendien zijn ze dol op eieren. Als een egel op zoek gaat naar voedsel maakt hij een heleboel lawaai. Ze smakken en snuiven er dan op los.
Het belangrijkste kenmerk van egels zijn hun stekels. Een volwassen dier heeft er normaal tussen de 7000 à 8000 op zijn rug en zijkant. Onderaan zijn buik heeft de egel gewone haren. Er loopt een sterke kringspier op het overgangsgebied tussen de stekels en de gewone haren. Daarmee kan de egel zich bij gevaar oprollen tot een bolletje. Egels hebben verder een spitse snuit, kleine ogen en oren, en een piepklein staartje. Ze wegen maximum anderhalve kilo en worden niet veel groter dan 30 cm.
Met zijn kleine oogjes ziet de egel niet goed. Maar hij is dan ook vooral bij valavond en 's nachts actief. Hij gaat dan met zijn goed ontwikkelde gehoor en reukzin op zoek naar voedsel. Overdag blijven egels normaal in hun nest, dat ze maken van bladeren, mos of ander materiaal dat te vinden is onder struiken of takkenbossen.
Winterslaap
In de Benelux zijn egels de enigste zoogdieren die een echte winterslaap houden. Normaal slapen ze van november/december tot april/mei. Hun lichaamstemperatuur van 35 tot minder dan 10 graden. Daardoor verbruiken ze minder energie. Wanneer de temperatuur van de egel onder het vriespunt dreigt te zakken, worden ze wakker. Zo kunnen ze op zoek gaan naar een schuilplaats die hen beter beschermt tegen de koude temperaturen. Ook de hartslag en ademhaling van de egel dalen gevoelig tijdens de winterslaap. Als de egel in het voorjaar terug ontwaakt is hij gemiddeld zo'n 30 procent van zijn lichaamsgewicht kwijt. Het is dan ook belangrijk dat de egel in de maanden voor de winterslaap voldoende vetreserves kan opslaan.
Egels leven alleen en hebben min of meer een vast leefgebied. Kort na de winterslaap komen mannetjes en vrouwen samen om te paren. Na 4 à 5 weken zien de jonge egeltjes het levenslicht. Al van bij hun geboorte hebben de egeltjes stekels, maar in het begin zijn ze nog zacht en wit. Na een drietal dagen worden de stekels harder. Na zo'n zes weken moeten ze zich al zelf weten te redden en op zoek gaan naar een eigen territorium. Bij de eerste winterslaap kruipen jonge egeltjes soms samen in een nest. Het gaat dan wel meestal om broertjes en zusjes.
De egel is algemeen verspreid in West-Europa. Sinds de jaren '70 lijkt het aantal egels toegenomen te zijn. Maar mogelijk is die stijging te wijten aan de intensievere inventarisaties. Toch zijn er verschillende zaken die een bedreiging vormen voor egels.
Egels kunnen tot 8 jaar oud worden, maar heel wat egeltjes overleven zelfs de eerste winter niet. Bij de start van de winterslaap moeten egels minimum 600 gram wegen en over voldoende vetreserves beschikken om de winter door te komen. Vooral jonge dieren en vrouwtjes slagen daar niet altijd in. Jij kan hen helpen deze moeilijke periode te overbruggen. In de periode augustus-oktober kan je wat extra voedsel aanbieden in je tuin. Volgende zaken zijn geschikt: honden- en katteneten, een rauw ei, spekrandjes e.d. gemengd met wat muesli en pindakaas. Let er wel op dat je de egels in je tuin geen koeienmelk voorschotelt. Daarvan kunnen egels ziek worden of zelfs sterven. Je zet beter een kommetje met water buiten. Kattenmelk is ook geschikt voor egels. Die melk kan je kopen in de dierenwinkel,
Parasieten zoals teken en vlooien kunnen eveneens een bedreiging vormen voor egels. Door hun dikke stekels kunnen egels hun eigen huid immers niet makkelijk schoonmaken. Gezonde egels ondervinden gelukkig niet veel hinder van de parasieten. Voor dieren die al verzwakt zijn door ziekte of voedseltekort kunnen parasieten fataal zijn. Als je een verzwakte egel opmerkt, neem je best contact op met een dierenopvangcentrum. Meer informatie hierover vind je op de website van de Zoogdierenwerkgroep .
Een andere vijand van de egel is het verkeer. In Vlaanderen worden er elk jaar tussen de 230.000 en 350.000 dieren overreden. Tegen dit gevaar valt helaas weinig te beginnen. Natuurpunt startte onlangs samen met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid en Vogelbescherming Vlaanderen het project Dieren onder de wielen op. Daarmee willen we in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke diersoorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Wie een dood of gewond dier aantreft op het Vlaamse wegennet, kan dat voortaan melden op www.dierenonderdewielen.be
Egels hebben niet veel natuurlijke vijanden. Ze moeten vooral uitkijken voor dassen en vossen. Ook ratten, marterachtigen en roofvogels kunnen een gevaar betekenen voor egels.
De egel is algemeen verspreid in West-Europa. Sinds de jaren '70 lijkt het aantal egels toegenomen te zijn. Maar mogelijk is die stijging te wijten aan de intensievere inventarisaties. Toch zijn er verschillende zaken die een bedreiging vormen voor egels.
Egels kunnen tot 8 jaar oud worden, maar heel wat egeltjes overleven zelfs de eerste winter niet. Bij de start van de winterslaap moeten egels minimum 600 gram wegen en over voldoende vetreserves beschikken om de winter door te komen. Vooral jonge dieren en vrouwtjes slagen daar niet altijd in. Jij kan hen helpen deze moeilijke periode te overbruggen. In de periode augustus-oktober kan je wat extra voedsel aanbieden in je tuin. Volgende zaken zijn geschikt: honden- en katteneten, een rauw ei, spekrandjes e.d. gemengd met wat muesli en pindakaas. Let er wel op dat je de egels in je tuin geen koeienmelk voorschotelt. Daarvan kunnen egels ziek worden of zelfs sterven. Je zet beter een kommetje met water buiten. Kattenmelk is ook geschikt voor egels. Die melk kan je kopen in de dierenwinkel,
Parasieten zoals teken en vlooien kunnen eveneens een bedreiging vormen voor egels. Door hun dikke stekels kunnen egels hun eigen huid immers niet makkelijk schoonmaken. Gezonde egels ondervinden gelukkig niet veel hinder van de parasieten. Voor dieren die al verzwakt zijn door ziekte of voedseltekort kunnen parasieten fataal zijn. Als je een verzwakte egel opmerkt, neem je best contact op met een dierenopvangcentrum. Meer informatie hierover vind je op de website van de Zoogdierenwerkgroep .
Een andere vijand van de egel is het verkeer. In Vlaanderen worden er elk jaar tussen de 230.000 en 350.000 dieren overreden. Tegen dit gevaar valt helaas weinig te beginnen. Natuurpunt startte onlangs samen met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid en Vogelbescherming Vlaanderen het project Dieren onder de wielen op. Daarmee willen we in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke diersoorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Wie een dood of gewond dier aantreft op het Vlaamse wegennet, kan dat voortaan melden op www.dierenonderdewielen.be
Egels hebben niet veel natuurlijke vijanden. Ze moeten vooral uitkijken voor dassen en vossen. Ook ratten, marterachtigen en roofvogels kunnen een gevaar betekenen voor egels.
Bouw zelf je egelhuis
Materiaal: ongeverfd hout of watervast multiplex, minstens 12 mm dik. In het plan zijn alle planken 20 mm dik. Het hout mag in geen geval behandeld zijn, aangezien deze producten zeer giftig zijn! Nagel het dak niet vast, aangezien je het egelhuis nadat het bewoond is geweest best uitkuist. Gebruik in geen geval schoonmaakproducten!
De ventilatiebuis kan recht zijn of krom, als de buitenopening maar naar beneden gericht is (anders regent het binnen). Om te vermijden dat de egel bladeren in de buis duwt, dek je ze best binnen in het egelhuis af met een gaasje. Bedek het egelhuis met zand, takken en/of bladeren. Met een plastic zeil tussenin zal het huis veel langer mee gaan. Egels hebben zachte voetkussens. Bedek de bodem van het egelhuis daarom met een beetje grond en/of zaagsel. Plaats het egelhuis niet met de opening naar het noorden of noordoosten om koude tocht te vermijden.
De egel blijkt uitstekend geschikt als bio-indicator om milieuvervuiling te meten. Dat concludeert de Vlaamse onderzoekster Helga DHavé in het nieuwste nummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Zoogdier dat uitgegeven wordt door de Nederlandse Zoogdiervereniging en de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt . Hoge concentraties moeilijk afbreekbare gifstoffen in stekels en haren wijzen op een vervuild leefmilieu ter plaatse.
Onderzoekers aan de Universiteit Antwerpen onderzochten een egelpopulatie in het park Zorgvliet in Hoboken, op ongeveer 1 km van een metaalverwerkend bedrijf en nog 6 egelpopulaties ten noordoosten van Hoboken. De verste populatie bevond zich in Zoersel, op 20 km van de vervuilingsbron.
Van april tot en met september gingen de onderzoekers, na het invallen van de duisternis, op zoek naar egels. In totaal werden 178 egels gevangen en met een chip gemerkt. Van 83 egels, verdeeld over de verschillende populaties, werden haar en stekels verzameld en geanalyseerd op zware metalen. Uit de resultaten blijkt dat egels die dichter bij het metaalverwerkende bedrijf leven, meer zware metalen opgestapeld hebben.
De concentraties van zilver, arseen, cadmium en lood in het haar van egels in de populatie vlakbij het metaalverwerkende bedrijf waren respectievelijk 79, 65, 108 en 39 maal hoger dan de laagste gemiddelde concentratie die in deze studie werd gemeten. Voor metalen in stekels werd een vergelijkbare trend gevonden. De hoeveelheid zware metalen in haar en stekels nam toe naarmate de populatie zich dichter bij het bedrijf bevond. Deze metalen vertonen in haar en stekels een gradiënt die identiek is aan de gradiënt die in de bodem werd gevonden. Dit toont volgens onderzoekster Helga DHavé van de Universiteit Antwerpen aan dat de meting van metalen in haar en stekels van egels een goede indicatie geeft van de vervuiling van een gebied.
Het volledige artikel over de egel als bioindicator is als pdf te downloaden op www.zoogdiervereniging.nl . Een pdf van de doctoraatsthesis is op aanvraag te verkrijgen bij Helga DHavé .
ACHTERGROND27 maart 2010 om 8:00 uur 0 reacties Auteur: Caroline Hoek
Depressie. Verdriet. Geen wil meer om te leven. In de wereld der mensen behoort het tot de orde van de dag. Maar hoe zit dat in het dierenrijk? Ook daar vieren de emoties hoogtij, maar zijn ze sterk genoeg om de dieren ook echt het leven te ontnemen? De wetenschap is verdeeld.
Het baasje van de hond Shastra sterft. Wanneer zijn lichaam wordt opgehaald om het te begraven, gooit de hond zichzelf van de derde verdieping. Hij overleeft het, maar breekt een poot. Shastra herstelt bij de dierenarts, maar zodra hij thuiskomt gooit hij zichzelf weer van het balkon af. Dit keer is de sprong wel fataal. Zelfmoord of niet?
Nobel Dieren die door eigen toedoen sterven: het is niet nieuw. Aristoteles schreef al over een hengst die zich in de afgrond liet vallen toen hij in de gaten had dat hij met zijn moeder moest paren. En ook de Romeinen hadden het er vaak over. Ze vonden het nobel en natuurlijk. Na de Romeinen bleef het lang stil. Het christelijke gedachtegoed nam de wereld in bezit en predikte dat de mens van nature van zichzelf houdt. Dat hij zichzelf iets aan kon doen of dat dieren tevens schepselen van God dat zouden doen, werd uitgesloten.
Verdrinkingsdood Met de opkomst van het darwinisme wint de ratio terrein en wordt alles weer mogelijk. In 1845 verschijnt in een krant het verhaal van een Newfoundlander een hond die uitstekend kan zwemmen die zichzelf had verdronken. Hij at niet meer, was uitgeput en had vervolgens zijn kop net zolang onder water gehouden totdat hij verdronk.
Leven vs. dood Volgens psycholoog Thomas Joiner maken levende wezens een afweging: wat is meer waard? Mijn leven? Of mijn dood? Er zijn nu eenmaal situaties waarin de dood aantrekkelijker is. Neem bijvoorbeeld de schorpioen. Dit dier zou zichzelf wanneer hij omringd wordt door vuur steken zodat hij sterft. Liever vergiftiging dan bewuste verbranding. Ook komt het vaak voor dat dieren zichzelf opofferen voor familie. Zo voorkomen ze dat hun genen uitsterven.
Verdriet In dit geval gaat het echter om fysieke pijn. Er zijn ook dieren die net als Shastra depressief of verdrietig zijn en daarom het leven (bewust?) laten. Neem bijvoorbeeld de twee dolfijnen die lief en leed deelden in de Griekse golf. Het mannetje stierf en het vrouwtje deed er alles aan om hem boven water te houden. In een storm wordt het lichaam echter door de golven opgepakt en tegen de rotsen geslagen. Het vrouwtje kijkt ernaar en gooit zichzelf vervolgens ook tegen de rotsen. Ook zij sterft.
Depressief Vaststaat dat dieren ook emoties hebben. Ze kunnen verdrietig zijn. Eenzaam. En ja, ze zijn soms ook depressief. Zo bleek uit onderzoek dat apen ook de blues kunnen hebben. De wetenschappers observeerden een groep java-apen en één van de dames was depressief. Ze viel af, had meer stresshormonen, liet haar schouders hangen, reageerde niet meer op mogelijk gevaar, had een hoger cholesterol en een versnelde bloeddruk. De reden? De druk van de groep en de dominantie van de andere dieren. Zonder hulp zou de aap steeds verder vermageren en zeker in het wild gemakkelijk ten prooi vallen aan grotere roofdieren. Maar is dat een bewuste keuze?
Bewust? Hoe concreet de voorbeelden ook lijken te zijn, de wetenschap is verdeeld over de mogelijkheid dat dieren zichzelf van het leven beroven. Zelfmoord is immers een hele bewuste keuze. Dat betekent dat dieren dus ook in staat moeten zijn om die keuze te maken. Om die reden nemen sommige wetenschappers dan ook aan dat enkel heel intelligente dieren (honden, dolfijnen, etc.) in staat zijn tot een dergelijke actie. In de andere gevallen zou het meer gaan om een door instinct ingegeven drang of een ongeluk.
Lemming De lemmings zijn een goed voorbeeld van het laatste. De populatie van deze knaagdieren kan heel snel afnemen. De reden? De dieren springen massaal van kliffen af, hun dood tegemoet. Lang werd dit bestempeld als suïcidaal gedrag. Maar dat is niet zo. Uit onderzoek blijkt dat de lemmings wanneer ze in grote groepen plotseling moeten verkassen soms per ongeluk over de rand van de klif vallen. Hoe de mythe van de lemmings kon ontstaan? Een documentaire van Walt Disney bestempelde de diertjes als zelfmoordenaars en van dat imago komen de lemmings moeilijk los.
Nuttig Het lijkt goed om dieren niet al teveel menselijke eigenschappen toe te schrijven. Zelfmoord in de menselijke zin van het woord lijkt dan ook onjuist als we het over dieren hebben. Wanneer mensen hun leven beëindigen dan dienen ze daar in de meeste gevallen niemand mee. Wellicht was zelfmoord iets wat in vroegere tijden nuttig was (in oorlog bijvoorbeeld om andere manschappen te redden), maar die functie is verdwenen. Zelfmoord is een egocentrische daad geworden. In de dierenwereld heeft zelfmoord vaak nog wel een tastbaar en sociaal doel.
Dieren maken net als mensen van binnen van alles mee. Maar het woord zelfmoord lijkt in de meeste gevallen toch echt te hoog gegrepen. De beste oplossing? Een geheel nieuw woord om te beschrijven dat dieren het leven soms om nobelere redenen dan wij mensen moeten loslaten.