Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
29-02-2008
Agressie? (Knudde1)
Agressie? Interessante mail, want tijdens het lezen kreeg ik al het vermoeden dat hier iets heel anders aan de hand was dan agressie. Varkens zijn namelijk prooidieren - en vluchten dus in plaats van aan te vallen. Wilde zwijnen kunnen soms mensen aanvallen als ze biggen hebben en zich bedreigd voelen, en soms ook huisvarkens in uitzonderlijke gevallen. Bijvoorbeeld mijn Maximiliaan, die op Het Beloofde Varkensland terecht kwam, nadat hij opzettelijk was mishandeld door een groep studenten. Daar komt bij dat hij hier als ongecastreerde beer voor het eerst van z'n leven vrouwtjesvarkens rook. De combinatie van zijn opgelopen trauma en zijn op hol geslagen hormonen maakte hem wild en hij probeerde mij aan te vallen. Het is allemaal goed gekomen. En Miss Universe was wel fel tegen vreemden toen haar Zwarte Prins geboren was, maar dat was meer dreigen dan echt aanvallen.
Blijdschap! Hier moest dus iets anders aan de hand zijn. Telefoonnummer gevraagd en gebeld. 'Is het je eerste varken?' was mijn eerste vraag. Dat bleek zo te zijn. Niet helemaal verstandig dus om dan meteen met een drachtige zeug te beginnen, als je nog geen kennis hebt van het enorme scala aan verschillende gedragingen van varkens. En een drachtig varken heeft - net als mensen - last van verschillende stemmingen. Moeilijk in te schatten dus als je het varken daarvoor nog niet kende. Maar na wat doorvragen was het 'probleem' snel opgelost. Bessie kwam uit een vrij kleine behuizing met een geringe uitloop. Nu beschikt ze ineens over een weitje van 2000 vierkante meter. Dus wat deed ze tijdens die bewuste 'aanval'? Bessie ging op dat moment helemaal uit haar dak van blijdschap! Ze besefte ineens wat een ruimte en vrijheid ze had, maakte een sprint en wist van gekkigheid niet hoe hard ze moest rennen. Daar blafte ze luid bij, want ze was helemaal door het dolle heen.
Een gelukkig varken... Mijn vermoeden was dus juist. Varkens kunnen ineens vanuit het niks luid gaan blaffen en enorm hard rennen. Als je dan toevallig in de buurt staat, en niet bekend met varkens, kun je daar erg van schrikken. Het heeft dus niks met agressie of aanvallen te maken, maar alles met uitbundige blijdschap. En omdat varkens van nature slechte ogen hebben, stormen ze een kant uit en kan het lijken of ze het op jou gemunt hebben. De arme mevrouw die in paniek over het stroomdraad sprong, kan dus weer gerust ademhalen. Er is niks aan de hand. Integendeel. Ze heeft te maken met een heel gelukkig varken. Ze zou haar varken nog gelukkiger kunnen maken door keihard met haar mee te rennen en de blijdschap te delen. Eens kijken wie er harder kan. Ik denk haar Bessie...
Straks biggen en wat daar allemaal bij komt kijken... Bessie gaat straks een stel prachtige biggen op de wereld zetten. De bedoeling is dat die anderhalf jaar blijven leven en dan naar de slacht gaan. De beertjes worden niet gecastreerd (bravo!) maar wat dat voor consequenties heeft als die broers en zussen allemaal bij elkaar blijven, daar heb ik haar al vast voorzichtig op gewezen...
We houden contact... Daar had ze nog niet over nagedacht. We hebben afgesproken dat we af en toe contact zullen houden, en wie weet ga ik ze opzoeken, al is Duitsland niet direkt naast de deur. Maar het is de moeite waard om haar te begeleiden in haar nieuwe status van varkensboerin...
Tips Weet u wat u moet doen in geval van een ziek of gewond dier in de natuur? (Yradja)
Noodgevallen
Weet u wat u moet doen in geval van een ziek of gewond dier in de natuur?
Hantering van dieren in het wild NIET proberen een levende das, hert of vos te hanteren. Ze kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. U kunt deze grotere zoodgieren beschermen tegen verdere verwonding door een auto met de alarmlichten en koplampen aan achter het dier te plaatsen om zo andere weggebruikers te waarschuwen (indien dit u of andere weggebruikers niet in gevaar brengt).
Wees voorbereid. Het kan handig zijn een stevige kartonnen doos (of dierenkooi), een zaklamp, een handdoek en een paar dikke tuinhandschoenen in de kofferbak van uw auto te vervoeren in geval van een nood. Houd het telefoonnummer van het dichtstbijzijnde dierenasiel bij de hand. Wij raden aan het nummer bij de telefoon en in de auto te houden.
Stress reduceren Het bedekken van een gewond dier zal helpen de stress te reduceren en het warm te houden, maar hanteer dier of vogel niet te veel. Plaats het ergens waar het stil, donker en warm is. Wilde dieren worden niet gekalmeerd door het contact met mensen. Door hen te aaien en tegen hen te praten wordt de stress alleen maar erger.
Wees voorzichtig Houd alle vogels uit de buurt van uw gezicht. Langgebekte en langgenekte vogels (met name reigers en futen) zullen naar alles pikken wat glanst, met uw ogen een duidelijk doelwit. Kijk uit voor de klauwen van roofvogels (uilen, torenvalken, sperwers enz.) aangezien dit hun meest gevaarlijke wapen is. Gooi een handdoek over de vogel en pak het op met behulp van dikke handschoenen.
Nooit… Elk wild dier is in staat verwondingen te veroorzaken. Probeer dan ook nooit een dier aan te raken zonder deskundig advies. Plaats uzelf nooit in een gevaarlijke situatie - laat experts die hiertoe zijn opgeleid deze noodgevallen behandelen.
In de Vlielandse duinen graast een kudde van 20 Schotse Hooglanders. Twee daarvan hadden dringend behoefte aan een pedicurebehandeling. De hoeven waren te lang en vlot lopen was er niet meer bij. Ook het publiek gaf met regelmaat zijn mening hierover. Begin december 2007 stapte ik, na een aantal keren uitstel, met een ruime hoeveelheid materialen en geweer op de boot naar Vlieland. Gezien de weersomstandigheden was deze dag een grote gok, maar de weergoden waren ons mild gestemd deze dag. Tussen storm- en regendagen door was deze dag relatief rustig, in ieder geval droog en een matige wind.
Ter voorbereiding maakte ik vroeg in de ochtend twee spuiten met mijn geheime narcosemiddel klaar. Het is niet zo makkelijk om voldoende narcosemiddelen in een pijl van 5 ml (ongeveer zoveel als twee theelepels) te krijgen voor een (halfwilde) koe van ca. 700 kg. Om een zeer geconcentreerd mengsel te verkrijgen, wordt een oplosbaar narcosemiddel gemengd met twee narcosemiddelen in poedervorm. Het mooiste scenario is natuurlijk dat je in één keer raak schiet maar voor de zekerheid nam ik reservemiddelen mee. Omdat de schietafstand relatief groot zou zijn (ca. 20-25 m) koos ik ervoor mijn verdovingsgeweer te gebruiken.
Na kennismaking met het team van Staatsbosbeheer onder het genot van een kop koffie, en het maken van een plan van aanpak, gingen we op pad. Anke, Arno, stagiair en ik in de pickup om met het geweer en de spuiten naar het startpunt aan de voet van de duinen te rijden; Carl in een soort golfkarretje waarmee hij verder de duinen in kon rijden, met de rest van de spullen.
We gingen de duinen in op de plek waar de runderen vroeg in de ochtend nog waren gelokaliseerd. Anke, geheel gekleed in het 'Staatsbosbeheergroen', als akela voorop om met de verrekijker te speuren en te turen, en wij volgden op gepaste afstand. Het werd een flinke zoektocht. Na het trotseren van vele duintoppen en het vinden van diverse groepjes runderen zonder de beoogde kandidaten, werd de eerste kandidaat gevonden: een koe van ca. 700 kg met grote, rechtopstaande afgezaagde hoorns.
Liggend, half achter een duintop, kon ik tegen de wind in de kleine groep die 5 m lager liep, benaderen tot een meter of 25. In alle rust en stilte kon ik het eerste schot lossen en het was meteen raak. De dikke haardos en flinke speklaag vingen probleemloos de inslag van de pijl op. We hadden goed zicht op waar de dame heen liep, en toen ze na 5 minuten goed begon te wankelen, konden wij met een gerust hart op zoek gaan naar het tweede slachtoffer.
Deze was inmiddels ook gelokaliseerd een paar honderd meter verderop. Wederom rust en stilte, sluipend tegen de wind in, en ja hoor weer in één keer raak! De stagiair kreeg de opdracht deze koe te volgen zodat we wisten waar ze door de knieën zou gaan.
Gedrieën gingen we, in gepaste draf, terug naar de eerste kandidaat waar Carl inmiddels met mijn belangrijke 'blauwe koffer' was aangekomen. De koe was al in diepe slaap met zware snurkgeluiden, want ze lag wat ongelukkig in een kuil. Haar nek was niet helemaal gestrekt, wat de kans op verstikking vergrootte dus was haast geboden. Handdoek over de ogen, touwen om de hoorns en een achterpoot die voor de zekerheid werden vastgehouden (voor het geval dat.) en snel aan de slag.
Met een grote klauwentang van bijna een meter met dubbele overbrenging en een kleinere snoeischaar werden de hoeven ongeveer 8 cm ingekort, en de stand zo aangepast dat er weer normale slijtage van de hoef mogelijk is. Dat was hard werken, want je komt maar niet zo door de harde hoornlaag heen. Gelukkig dat Arno met zijn hele sterke armen erbij was!
Belangrijk is dat de narcose zo kort mogelijk duurt om 'oplopen van de pens' te voorkomen en de kans op verslikken te verminderen. Deze loslopende herkauwer heeft natuurlijk niet 24 uur gevast voor de narcose! Na een half uur kon de koe weer bij worden gebracht met een spuit Antisedan in de staartader, waarmee een deel van de narcose wordt opgeheven. Binnen 5 minuten maakte ze duidelijk aanstalten om op de staan. Dit was voor ons het sein om te vertrekken naar kandidaat 2. Onderweg konden we zien dat ze weer op de poten stond.
Duin op duin af.
Dame 2 bleek aan de rand van een poeltje te liggen. Gelukkig is ze niet half verdoofd het water ingelopen; dat had een dooie kunnen opleveren. Wel een mooi plaatje, maar ook niet ideaal bij het bijkomen. Hetzelfde scenario als bij de eerste koe. Carl was al weer in het karretje gearriveerd en we konden direct aan de slag. Ondertussen kwam ook de lokale huisarts een kijkje nemen in het kader van zijn nevenfunctie als dierenarts op dit eiland.
Het bijkomen uit de narcose was nu dus wat risicovoller met dat poeltje op de achtergrond. We gingen met z'n allen tussen koe en water staan om er voor te zorgen dat ze er niet in wankelde. Eenmaal op de poten, en na ons een tijdje vol verbazing aan te hebben gestaard, vertrok ze in de goede richting. Ze liep wel een beetje ongemakkelijk, alsof ze nieuwe schoenen aan had. Inpakken en wegwezen!
Terug in het dorp zaten we om 14.00 met het hele team aan een stevige en welverdiende lunch in de haven. Na een interessante rondrit over het eiland tot besluit, waarbij Anke veel informatie gaf, was het al weer tijd voor de boot terug om 17.00 uur.
Een telefoontje de volgende dag om zeker te weten dat de koeien, net als ik, weer goed geland zijn op deze aarde.
Herkomst Verenigde Staten. Stokmaat Ligt tussen de 1,45 en 1,60 meter. Kleur Komt voor in alle effen kleuren. Karakter Ze hebben over het algemeen een uitstekend temperament en een hoge intelligentie. Ze zijn betrouwbaar en rustig in de omgang. Exterieur Het hoofd van het Quarter horse is klein, met een breed voorhoofd, een brede kaak en grote, expressieve ogen. De rug vertoont nauwelijks schoft. Het heeft vooral in de achterhand en de binnenkant van de achterbenen zeer sterk ontwikkelde spieren. De sterke spronggewrichten staan goed onder het lichaam. Gebruiksmogelijkheden Ze zijn zeer geschikt voor het western-rijden. Beweging Ze zijn snel, goed in evenwicht en zeer wendbaar. Door zijn gespierde achterhand en goed ontwikkelde achterbenen kan het dier snel en evenwichtig wegsprinten, wenden en stoppen. Bijzonderheden Het Quarter horse is het oudste en populairste Amerikaanse paardenras. Het ras is ontstaan door Arabische rassen, die door de Spanjaarden naar Amerika werden gebracht, te kruisen met rond het jaar 1600 ingevoerde Engelse volbloeds. In de zeventiende en achttiende eeuw waren paardenraces een geliefde bezigheid in Amerika. Omdat er echter zelden echte racebanen waren en lange, rechte wegen nauwelijks voorkwamen, werden de races gehouden over een korte afstand in de 'dorpsstraat'. De afstand bedroeg zelden meer dan een kwart mijl (quarter of a mile = ongeveer vierhonderd meter). Een winnend paard moest dus binnen zeer korte tijd op topsnelheid komen. Omdat het ras op deze afstand sneller was dan welke volbloed ook, kreeg het de naam Quarter horse.
De streepstaartslang of Elaphe taeniura is het grootste Aziatische lid van het geslacht en is met haar lengte van twee tot 2,5 meter mogelijk de grootste Elaphe ter wereld. Ze heeft een slank lichaam en een smalle, sierlijke kop met grote ogen. Er bestaat een verscheidenheid aan vormen, waaronder ten minste zes ondersoorten, waarvan E.t.friesei het meest verkrijgbaar is, tenminste als in gevangenschap geboren jong dier. De verscheidene ondersoorten kunnen olijfgroen, bruin of koperkleurig zijn maar de tekening is ingewikkelder. Het opvallendste kenmerk is een zwarte streep die over het oog loopt. De bovenkant van de kop en de nek zijn effen, maar het voorstel deel van haar lichaam heeft een tekening van smalle zwarte dwarsstrepen. Verder naar achteren komen er op de flanken even smalle overlangse strepen bij, die geleidelijk breder worden totdat ze het grootste deel van de flanken bedekken. Op deze plek, het achterste deel van het lichaam en staart, vervagen de dwarsstrepen en bestaat de tekening uit een centrale gele, bruine of bronskleurige streep die grenst aan opvallende donkere strepen op de flanken. E.t.ridleyi uit Maleisië en Sumatra is interessant omdat ze in grotten leeft en zich grotendeels voedt met vleermuizen. Ze is lichtgrijs, bijna wit, waarbij de tekening sterker is gestreept dan bijvoorbeeld bij E.t.friesei. Bij alle ondersoorten is de tong donkerblauw met lichtblauwe randjes. De fok is vrij eenvoudig : na een korte afkoelingsperiode tot ongeveer vijftien graden Celsius paren de dieren en het vrouwtje legt ongeveer een maand later vijf tot tien eieren. Deze komen na ongeveer zestig dagen bij 28 graden Celsius uit en de broedlingen zijn 35-40 cm lang. Ze eten meteen pasgeboren muizen.
Wakker worden en vogels in de tuin horen zingen. Midden op de dag een merel een bad zien nemen. 's Avonds luisteren naar het geluid van mussen die een plek voor de nacht zoeken. Wil jij dit? Kijk dan naar Een tuin vol vogels en leer hoe je je tuin vogelvriendelijker kan maken.
Vrijdag 7 maart Aflevering 1: Winter Mag u vogels het hele jaar door voeren? En hoe kunt u zorgen dat grote vogels niet alles opeten zodat er voor kleine zangvogels genoeg overblijft? En aan welke voorwaarden moet een vogelvriendelijke tuin voldoen? Nico de Haan, Anna Kemp, Kor de Kruif en Lars Soerink geven tips voor een vogelvriendelijke tuin.
Vrijdag 14 maart Aflevering 2: Vroege voorjaar Het vroege voorjaar kunt u niet alleen zien, u kunt het vooral horen. Een tuin met veel variatie wordt een vijf sterrenrestaurant voor vogels, die er vrolijk op los zingen. Kijken, luisteren en vooral genieten in zo'n vogelvriendelijke tuin. Maar ook uw balkon of dakterras kunt u aantrekkelijk maken voor vogels.
Vrijdag 21 maart Aflevering 3: Voorjaar Het voorjaar is de tijd van het paren. Hoe doen vogels het en waarom leggen vogels eigenlijk eieren en baren ze niet levend? Net als mensen hebben vogels hun eigen voorkeur wat betreft nestkasten. Zo heeft een boomkruiper een nestkast met twee deuren nodig. In deze aflevering geven we natuurlijk weer tips over hoe u uw tuin vogelvriendelijk kunt maken.
Vrijdag 28 maart Aflevering 4: Zomer Water is voor vogels onontbeerlijk, maar zweten vogels als het warm is? En mag een drinkschaal midden in het gazon staan? Hoe maakt u trouwens een foto van een vogel in de vijver zonder dat de camera nat wordt? Allerlei tips over water in een vogelvriendelijke tuin.
Vrijdag 4 maart Aflevering 5: Nazomer In het voorjaar en de zomer kunt u hele vogelconcerten beluisteren, maar in de nazomer is het stil. Hoe dat komt, ziet u in deze aflevering. U ziet ook welke struiken en planten belangrijk zijn voor tuinvogels. En hoe maakt u zelf een vogelfilm?
Vrijdag 11 april Aflevering 6: Herfst In de herfst gaan veel vogels in groepjes zwerven. Dat is te zien bij mezen, mussen en spreeuwen. Waarom maken spreeuwen zo'n mooie wave? Nestkasten zijn in de herfst opeens weer interessant en wat moet u in de tuin doen in de herfst en wat vooral niet?
In "De beste hond ter wereld" werden vier Nederlandse paren gevolgd tijdens hun voorbereidingen en deelname aan Crufts in Engeland. Crufts is de grootste hondenshow ter wereld, die elk jaar in het Engelse Birmingham wordt georganiseerd.
Honderdtwintigduizend hondenliefhebbers met meer dan vierentwintigduizend honden, verdeeld over honderdachtenzeventig rassoorten doen mee aan competities, demonstraties en ander hondenvertoon. Hoofdprijs: het winnen van de titel 'de beste hond ter wereld'.
De kandidaten Angelique & Yvette Vriendinnen Angelique Postma (35) en Yvette van Tryp (25) doen samen voor de eerste keer mee aan Crufts.
Betty Smit-Kamerbeek Van de deelnemers in 'De beste hond ter wereld' is Betty Smit -Kamerbeek uit Amstelveen misschien wel de meest professionele.
Familie Kluiters "Als ik moet kiezen tussen mijn man Wim of de honden, dan kies ik voor de honden. Daar hoef ik geen moment over na te denken. Kijk mijn man redt zich wel alleen, maar de honden die hebben mij gewoon echt nodig."
John & Annet John (37) en Annet (44) Cawley wonen in Bergen op Zoom. Ze runnen samen een kapperszaak en hebben allebei één grote passie: honden. Ze hebben vier keeshondjes: Cloe (1 jaar), Harvey (2 jaar), Toby (5 jaar) en Tedje (6 jaar).
De Shamo is van oorsprong een ras uit Japan. Shamo's zijn vechtlustige hoenders en is een héél oud ras en erg imposant. De kleurslagen van de Shamo's zijn tarwe, roodhalzig zwart, zilverhalzig zwart, wit, blauw gezoomd, roodporselein, zwart, patrijs, zilverpatrijs en meerzomig zilverpatrijs, . Shamo's leggen ongeveer 70 eieren per jaar en het gewicht van het ei is circa 60 gram en de kleur van het ei is bruin. Als nut ras hoort de Shamo onder de vleesrassen. De Shamo heeft een erwtenkam. Het gewicht van de haan is ongeveer 6000 gram en van de hen 4000 gram. De ringmaat is voor de haan 20 mm. en voor de hen 18 mm.
Voor meer informatie over het ras Shamo dan kunt u even gaan kijken bij de onderstaande link(s)
Een vijf meter lange python heeft in de Australische staat Queensland een chihuahua opgegeten. Het dier liet zich niet afleiden door het gezin, dat hem met stoelen en andere meubelstukken bestookte om hem op andere gedachten te brengen.
Eerder waren de kat en de hamsters van hetzelfde gezin al ten prooi gevallen aan dezelfde python. De eigenaar van het hondje, Daniel Peric, vreest dat nu zijn kinderen aan de beurt zijn. "Ik ben misschien paranoïde, maar mijn grootste vrees is dat een slang een van mijn kinderen aanvalt", zo vertrouwde hij toe aan een plaatselijke krant.
De python is gevangen. Het dier zal zich nu twee dagen gedeisd moeten houden om het hondje te kunnen verteren. Daarna komt hij weer in beweging en zal hij worden vrijgelaten in een natuurreservaat.(gva)
Door een van onzer verslaggevers, In de Wetenschapsbijlage plaatst Ina Eggink bij het artikel ‘IJs op Noordpool smelt dramatisch’ een foto van een ijsbeer op een ijsschots in het water. Onderschrift: Een ijsvrije Noordpool is een ramp voor de ijsbeer. (Telegraaf 23/2; blz.TA10)
Echter, een bezoek aan een dierentuin, bijv. Ouwehands in Rhenen, leert ons iets anders. Daar fokt men namelijk ijsberen. Dat doet men, volgens de website, omdat dit “zeer belangrijk is voor het in standhouden van deze bedreigde diersoort.”
Dat is precies waar al die dierentuinen zo druk mee zijn: met fokprogramma’s. IJsberen hebben de Noordpool niet meer nodig. Ze zijn allang verhuisd, o.a. naar Nederland: Rhenen (3), Amsterdam (1) en Mierlo (6).
Verhalen Tuinenoorlog, landje pik hond en kat ? (Yradja)
Tuinenoorlog, landje pik hond en kat?
Sinds vier jaar woon ik samen in een nieuwbouwwijk in de Haarlemmermeer. Een leuke wijk met veel jonge mensen. Toen ik hier kwam wonen was er eigenlijk nog niets anders klaar als een aantal blokken met huizen. Geen bomen, geen tuinen of aangelegde grasstrookjes. We zeiden wel eens voor de grap, we wonen in een woestijn. Het heeft ook lang geduurd voor de mensen in het blok wat aan hun achtertuin hadden gedaan, dus we hebben heel lang in een soort bungalowpark gewoond. Als je in de tuin stond kon je alles om je heen zien. Niemand had een schutting en alle tuinen waren grote zandbakken. Op zich was het wel heel apart, maar toen we eindelijk met het hele blok samen de schuttingen hadden gekocht en geplaatst waren we toch wel blij.
Dat was ook heel fijn voor onze katten want toen de schutting stond mochten ze naar buiten. Ik hoopte dat ze de tuin niet uit zouden gaan, zodat ze geen andere mensen lastig zouden vallen of dat ze iets kon overkomen. Geweldig was het toen ze voor het eerst in de zandbak konden lopen, er was behoorlijk wat onkruid gegroeid en we hadden er nog niets aan gedaan. We moesten immers toch de hele tuin nog gaan verbouwen. Twee van die kleine katjes die tussen de enorme bossen onkruid liepen te snuffelen en alles te bekijken.
Toen we een jaar in het huis woonden hebben we de achtertuin eindelijk gedaan. We waren die grote berg zand wel zat, hoewel het voor de katten betekende dat hun enorme kattenbak verdween. Een deel van de tuin is betegeld en we hebben een stukje gras aangelegd. De katten vinden het heerlijk. Ondanks dat je vaak hoort dat katten in de tuin van de buren steeds hun behoefte gaan doen, gebruiken onze katten nog steeds alleen hun eigen tuin. Gelukkig maar, want je hoort ook wel eens andere verhalen. Over wat mensen ook niet voor maatregelen verzinnen om de katten tegen te houden. Ik kan me voorstellen dat mensen het heel vervelend vinden als hun tuin wordt vernield of de vijver wordt leeggevist. Het probleem is dat je er in feite niet zoveel aan kan doen. Ik had gehoopt dat onze katten in de tuin zouden blijven door de schutting, maar goed, de kleine Houdini's ontsnappen overal wel uit. Ik heb de buren in onze straat gezegd dat wanneer ze last hebben van de katten ze hen natuurlijk weg moeten jagen. Alleen dan wel op een diervriendelijke manier, gooi een emmer water over ze heen, maar geen gemene dingen. Gelukkig heeft niemand echt last van ze, ook al lopen ze natuurlijk wel eens bij andere mensen in de tuin. Natuurlijk zullen ze ook wel eens iets uithalen, maar de buren vinden het eigenlijk wel gezellig. De katten komen soms even buurten en miauwen hele verhalen tegen ze.
Er wonen ook veel katten in de buurt en er wordt aardig wat afgeknokt onderling om het territorium uit te breiden. Vooral onze kater komt regelmatig gehavend terug. Ook is hij al tientallen bandjes kwijt geraakt. Onze katten zijn dan wel allebei gechipt, ik vind het wel een prettig idee dat ze ook een bandje met adresgegevens om hebben. Onze kater heeft een grote vijand wonen een blok verderop. Een grote grijswitte kater die gewoon onze tuin bij zijn gebied wil hebben. Soms zie ik hem al aan komen lopen en dan kan ik erop wachten tot het gekrijs weer begint. Tot nu toe houden onze katten aardig stand, hun tuin is hun tuin en er is geen kat die naar binnen mag komen. Natuurlijk zijn ze zelf er ook schuldig aan om andermans tuinen in te pikken want ik zie ze regelmatig in de omringende tuinen rond paraderen alsof ze het volste recht hebben daar te zijn.
Zo hebben de buren op de hoek een Golden Retriever, de goedheid zelf, maar de katten mijden zijn tuin als de pest. Ze zijn doodsbang voor hem. Zijn eigenaar vertelde me dat onze kater altijd voor de schutting gaat liggen rollen, terwijl hij zit te loeren naar de hond. Hij weet best dat hij niet bij hem kan komen en vindt het geweldig om hem uit te dagen.
Van de week heb ik erg moeten lachen, onze buren zijn op vakantie en de hond is mee en dat hadden mijn katten al snel in de gaten. Ik stond boven en keek uit het raam en zag onze poes hoog in de boom zitten bij de buren in de tuin. Onze kater lag lekker te rollen op de tegels naast de vijver. Alsof ze echt daarmee aan wilden geven dat ze nu ook die tuin tot hun territorium hadden gemaakt. Ik vraag me af hoe ze het zullen vinden als de buren met hond volgende week weer terug zijn?
Vogels 'Vetbollen en pinda's zijn uit den boze' (Knudde1)
'Vetbollen en pinda's zijn uit den boze'
door Mark Boomsma
NIJMEGEN - De Dierenambulance Nijmegen (DAN) en Vogelbescherming Nederland adviseren iedereen de komende maand te stoppen met het bijvoeren van vogels met pinda's en vetbollen. De pasgeboren vogels kunnen namelijk stikken in het voedsel.
"In de winter kan bijvoeren geen kwaad", aldus Jacqueline Bouwhuisen van DAN. "Maar in het voorjaar heb je veel jonge vogels en die hebben een speciaal dieet nodig. Vet eten is niet goed voor ze. Je moet van vogels geen mensen maken." Omdat de lente voor de deur staat en veel vogels dankzij extra voer de winter hebben overleefd komen er de komende maanden veel vogels bij.
Ruud van Beusekom van Vogelbescherming Nederland erkent het probleem, hoewel het bijvoeren volgens hem niet helemaal hoeft op te houden. "Vetbollen en pinda's zijn uit den boze. Daar kunnen jonge vogels in stikken", zegt ook hij. De vogelvriend moet daarom overwegen wat hij de dieren voorschotelt. "In dierspeciaalzaken kan men voedsel krijgen dat wèl geschikt is tijdens de lente."
Omdat de natuurlijke voedselbronnen nu nog schaars zijn, adviseert hij wel te blijven voeren. De zaden zitten nog niet aan de bomen en in de lente is er voor de jonge vogels veel eten nodig. " Vooral in de stad is de voedselvoorziening schaars. Vaak zijn de dieren door het leven in de stad van slag en gaan ze sneller broeden", zegt Van Beusekom. "Er komen dan veel jonge vogels op een moment dat er nog niet genoeg eten is. Bijvoeren kan dan geen kw
De eerste goudvis is volgens Chinese bronnen rond 300 na Chr. ontdekt. Met de kweek ervan wordt ruim 1000 jaar geleden begonnen. De goudvis stamt af van de zilverkroeskarper. Met de oranje- en geelkleurige jonge kroeskarpers wordt verder gekweekt. Hieruit ontstaat de gewone goudvis. In de 17e eeuw is deze vis in Europa geïntroduceerd.
De goudvissen worden volgens de traditie in ondoorzichtige bakken van aardewerk gehouden. Zo is er geselecteerd op kenmerken die het kijkgenot van boven af verhogen. Zoals uitpuilende ogen, een compact lichaam of dubbele staartvinnen. Inmiddels zijn er ontzettend veel varianten op de gewone goudvis door jarenlange kweek. Zo is er de Hemelkijker, die de ogen boven op de kop heeft, of de Sluierstaart-Oranda met een grote neerhangende staartvin. De blaasoog heeft met water gevulde zakken onder zijn ogen.
Denk na
Als u een goudvis wilt kopen, bedenk dan van tevoren dat deze vissen wel 20 jaar oud kunnen worden. Helaas bereiken veel goudvissen een leeftijd van niet meer dan een paar weken of maanden door slechte verzorging. Hoewel de goudvis één van de gemakkelijkste vissen is ¨in het onderhoud¨, is er toch een basiskennis nodig om het dier goed te kunnen verzorgen. Zolang het vis in uw bezit is zult u er dus dagelijks de nodige aandacht en zorg aan moeten besteden.
Overweeg of u dagelijks de tijd heeft en wilt nemen om de vis(sen) te verzorgen. Daarnaast kost het schoonmaken van het aquarium of de vijver wekelijks zo'n 2 tot 3 uur. Houd er rekening mee dat u voor vervanging zorgt, als u zelf een paar dagen weg gaat of op vakantie bent.
Huisvesting: Als een vis in het water
Wie goudvis zegt, denkt waarschijnlijk aan een viskom. Kommen zijn niet geschikt voor goudvissen. Ten eerste is de zuurstofuitwisseling door de nauwe hals van de bolronde kommen zeer gering. De vissen kunnen hierdoor ernstig zuurstofgebrek hebben en een langzame verstikkingsdood sterven. Ten tweede is een kom vaak te klein voor de vis(sen). Tenslotte verontreinigen ze veel sneller dan een aquarium.
Schepnet
Gebruik een schepnet om de vis uit het water te halen. Deze zijn er in alle soorten en maten. Hoe groter het net is, hoe gemakkelijker de vis te vangen is. Zorg ervoor dat de goudvis aan het net gewend raakt. Leg er bijvoorbeeld wat voer in en volg de vis vanaf de zijkant van het aquarium en niet van bovenaf.
Aquarium
Goudvissen zijn bewegelijke vissen die veel ruimte nodig hebben. Een technisch ingewikkeld aquarium is overbodig, maar een goudvis in een kom leidt een slecht leven. Er is een regel die zegt dat een vis per centimeter lichaamslengte 1.8 liter water nodig heeft. Een goudvis met een lengte (van neus tot staartwortel gemeten) van 8 centimeter heeft dus minstens 14,4 liter water nodig. Heeft u meerdere vissen, dan neemt het benodigde watervolume dus toe met het aantal centimeters 'vis'. Een andere bron vermeldt dat goudvissen met een totale lengte van 15-20 centimeter minstens een aquarium van 200 liter nodig hebben (100x40x50 cm). Zolang ze nog jong zijn is een bak van 80 liter voldoende (80x35x40 cm). Zeer belangrijk is in ieder geval een groot wateroppervlak, zodat er voldoende zuurstof beschikbaar is.
Voor een bak met een lengte tot 80 cm. is een binnenfilter met een membraanpomp geschikt. Grotere bakken hebben een waterpompfilter nodig. Het is de bedoeling dat hierbij de inhoud van het aquarium één keer per uur het filter passeert.
Daglicht of verlichting
Plaats het aquarium op een koele plaats en niet bij een venster op het oosten, zuiden of westen in verband met fel zonlicht. Als het aquarium niet bij een raam staat is kunstmatige verlichting nodig. Diverse lampen zijn geschikt. Halogeenlampen hangt u vrij boven de bak. Tl-buizen met de lichtkleuren nr. 21, 22, 31 en 37, plaatst u in een houder boven op het aquarium. Per liter water is 0.5 tot 1 watt nodig, anders komen de waterplanten om. Zorg dat de lampen een veiligheidskeurmerk dragen.
Let op dat het water niet door invloeden van buitenaf extra kan opwarmen. De beste temperatuur ligt tussen de 10 en 22 graden Celsius. Goudvissen zijn koudwatervissen en hebben dus geen water met tropische temperaturen nodig. Ook hebben ze geen speciaal zeewater nodig. Vissen zijn koudbloedig. Ze kunnen hun eigen temperatuur niet regelen en nemen de temperatuur aan van het water waarin ze leven. Een plotselinge temperatuursverandering van het water maakt dat hun eigen temperatuur ook snel toe- of afneemt.
Varianten op de gewone goudvis zijn vaak moeilijker te verzorgen. De sluierstaart heeft zo bij voorkeur een watertemperatuur van 22-24 graden Celsius nodig. Bij deze temperatuur is het dier actiever. Hiervoor is elektrische staafverwarming of een verwarmingskabel met een laag voltage nodig. Vraag hiervoor altijd om advies bij de speciaalzaak. Leg een drijvende thermometer in het water om de temperatuur te controleren. Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is alvorens het water aan te raken.
Dek het aquarium af met een kap, zodat niet te veel water verdampt en geen stof of dampen in het water terechtkomen. Bedek de bodem met fijne kiezelsteentjes of grind (1-3 mm). Strooi vervolgens een laagje grovere kiezels (5-8 mm). De kiezels moeten rond zijn, zodat de goudvis zijn mond niet beschadigt. Zorg ervoor dat ze schoon zijn, door ze eerst in een emmer grondig te spoelen.
Een aantal decoraties in het aquarium is leuk, maar laat ook ruimte voor de vis over. Zorg ervoor dat deze accessoires niet scherpe randen hebben. Plaats ook een aantal waterplanten (zie plantaardig voedsel). Vul de bak als laatste met water (de vis volgt als allerlaatste!). Gebruik hiervoor gewoon leidingwater. Het mag echter niet direct uit de kraan komen en moet eerst een dag staan. Gebruik geen gechloreerd water.
Vijver
De aanleg van een vijver kost aanmerkelijk meer voorbereiding dan de aanschaf van een aquarium. Houd echter rekening met het volgende. Een vijver heeft per dag 4 tot 6 uur zonlicht nodig en mag niet in de buurt van vallende bladeren liggen. Als u wilt dat de goudvissen ook in de winter in de vijver overleven dan heeft u een diepwatergedeelte nodig van 1 vierkante meter met een diepte van 80 cm. Voor meer informatie over vijvers verwijs ik onder andere naar de genoemde literatuur in de bronvermelding.
Van belang is verder de reigerstand bij u in de buurt. In veel gevallen zal u vijver worden gecontroleerd op door ¨de luchtmacht¨en uw felgekleurde vissen zijn snel aan de beurt. Een net over de vijver of draden langs de kant en/of over het water wil vaak helpen.
Voeding
Wat vissen eten hangt van de vissoort af. Goudvissen hebben een specifiek voedselpatroon. Afwisseling in de voeding draagt mede bij aan een goede weerstand. Zorg dat de dieren niet te vet of te mager worden.Geef de vissen twee keer per dag, bij voorkeur op vaste tijdstippen, droogvoer. Geef zoveel als de dieren in ongeveer vijf minuten kunnen opeten.
In een vijver is het moeilijk te controleren of de vissen het voer daadwerkelijk opeten. Het kan ook naar de bodem zakken, waar het kan bederven. Gebruik daarom een houten raamwerkje of een voederring waarbinnen u het voedsel in de vijver strooit. Zo is beter te controleren wat de vissen eten en of het voldoende is. Geef in de dierenspeciaalzaak aan of u de vissen in een vijver of aquarium heeft. Er is speciaal vijvervoer.
Bewaar het droogvoer op een zo koel en droog mogelijke plaats. Let bij aankoop op de productie- en houdbaarhiedsdatum. Voer, ouder dan een half jaar, verliest zijn voedingswaarde.
Levend voer
Geef goudvissen een paar keer per week levend voedsel. Dit bestaat uit watervlooien, zoetwatergarnalen en rode en zwarte muggenlarven. Pas op voor het overbrengen van ziekteverwekkers, met name maagdarmwormen. Ga met een schepnet naar een visvrije poel op zoek naar deze diertjes. Zorg dat de diertjes tijdens het vervoer voldoende zuurstof kunnen krijgen, zodat ze levend de vijver of het aquarium bereiken. In dierenwinkels zijn ook tubifexwormen en rode muggenlarven verkrijgbaar.
Diepvriesvoer
Diepvriesvoer is een goede vervanger voor levend voer. Hiermee voorkomt u de kans op besmetting met parasieten. Diepvriesvoer bevat onder andere rode muggenlarven en krill. Deze diertjes bevatten veel natuurlijke kleurstoffen die een gunstige invloed op de kleur van de vis hebben. Bewaar dit voer nooit langer dan een paar maanden en ontdooi het in koud water alvorens te voeren. Met warm water blijft slechts drab over.
Plantaardig voer
Plantaardig voer bevat koolhydraten, welke belangrijk zijn voor de vissen. Zorg dat altijd verse waterplanten in het aquarium aanwezig zijn. Denza en Cacomba zijn bijvoorbeeld geschikte planten. Goudvissen eten graag algen. Algen leven in een vijver, maar ontbreken meestal in het aquarium. Geef aquariumvissen af en toe wat kropsla of spinazie. Was het eerst goed en koop bij voorkeur biologische (=onbespoten) groenten. Of strooi eens wat havervlokken in het water. Op plastic waterplanten groeien ook algen. Deze kunt u ook in de bak plaatsen.
Gezond als een vis
Goudvissen worden niet snel ziek als u ze goed verzorgt. Naast de voeding is een schoon aquarium of schone vijver erg belangrijk. Ververs het water en de eventuele filter van het aquarium regelmatig. Ververs iedere week ongeveer 1/5 deel van het water. Steek een stuk slang in het water en zuig kort aan het andere uiteinde tot de slang zich vult. Vang het water op in een emmer. Ga met de slang over de bodem om het vuil op te zuigen.
In één keer alles verversen kan wel, maar dan moet het schone water eerst een aantal dagen staan voordat de vissen er weer in kunnen. Zorg er bij het verversen van het water dan ook voor dat de temperatuur van het ververste water dezelfde temperatuur heeft als het oude water. Doe dit met behulp van een thermometer.
Als u een tijd het water niet ververst of als het aquarium te vol is stijgt het nitraatgehalte. Ook als u te veel voert kan dit gebeuren. In een vijver werkt plantgroei het teveel aan nitraat weg. Deze planten en dode bladeren moet u regelmatig inkorten en verwijderen. Dode planten produceren juist nitraat. U merkt dat het nitraatgehalte te hoog is, doordat de vissen lusteloos zijn. Wordt de waarde tè hoog, dan zullen de dieren uiteindelijk sterven. In een speciaalzaak zijn meetvloeistoffen verkrijgbaar. Reinig de filter maandelijks.
Aanschaf
U kunt een goudvis het beste in de aquarium- of dierenspeciaalzaak met een aquariumafdeling kopen. Let er echter op dat het water waar de vis in de winkel in zwemt helder en schoon is. Dus geen veralgde ruiten, uitwerpselen in het water of een water dat een sterke geur verspreidt. Kijk ten tweede of de vis goed levendig is en geen ingevallen buik heeft. Als het dier rustig maar wel nieuwsgierig door de bak zwemt en eetlust heeft, dan voelt hij zich prettig. Dit laatste is echter moeilijk te controleren, daar de verzorger niet op elk moment van de dag de vissen kan voeren.
Let er tenslotte op dat het dier geen ziektes heeft. Koop geen vis met een kromme rug, vinnen die tegen het lichaam aanliggen, witte aanslag op de huid, huidzweren of een gezwollen buik met afstaande schubben.
De vis krijgt u mee in een, voor een deel met water gevulde, plastic zak. De verzorger perst de lucht er van boven uit en pompt zuurstof in de zak. Plaats de zak(ken) in een met kranten gevulde kartonnen doos. De reis kan dan best een paar uur duren. Bedenk echter wel, dat het dier zich in een vreemde situatie bevindt en hoe eerder thuis hoe beter.
Te water laten
Eenmaal thuisgekomen legt u de zak 30 minuten gesloten in het aquarium of de vijver om de temperatuur gelijk te krijgen. Laat daarna langzaam wat water uit het aquarium of de vijver in de plastic zak, zodat het water kan mengen. Als het voldoende is gemengd mag de vis uit de zak. Omdat vissen koudbloedig zijn, is het van groot belang dat ze niet in water met een groot temperatuursverschil komen(zie huisvesting).
Kweken
Misschien wilt u zelf gaan kweken met uw vissen. Dit kan en met goudvissen is dit niet moeilijk. Houd er wel rekening mee dat de verzorging dan optimaal moet zijn. Bedenk van tevoren of u ruimte genoeg heeft en of u de zorg van nog meer vissen op u wilt nemen. Om in een paar zinnen het kweken te bespreken is te beperkt. Hierover is echter voldoende uitgebreide informatie te vinden (zie bronvermelding). Verdiep u eerst hierin alvorens te beginnen.
Kostenplaatje
Hier volgt een overzicht van de belangrijkste benodigdheden voor het houden van goudvissen. De prijzen zijn bij een willekeurig dierenspeciaalzaak opgevraagd. Deze kunnen variëren. Globaal zijn dit echter de kosten die de aanschaf van een goudvis met zich meebrengt. Heeft u al een aquarium of vijver dan vervallen de kosten hiervoor.
Gewone goudvis:
1.45 euro
Sluierstaart goudvis:
2.05 euro
Aquarium 40 liter, incl. verlichting:
53.90 euro
Aquarium 40x25 cm. zonder deksel
29.75 euro
Plantjes(Cacomba)
0.30 euro
Accessoires :
variërend van 3 tot 9 euro
Filter:
3.55 euro
Aquarium zand-grint (8 kg, 3-6 mm):
3.60 euro
Steentjes (1 kg):
2.25 euro
Schepnet groot/klein:
2.10/1.95 euro
Algensteker:
4.25 euro
Thermoregulator:
18.50 euro
Aquachrystal (zorgt voor zuurstof en reinigt water):
3.95 euro
Tubifex 100 ml:
3.70
Rode muggenlarven 100 ml:
6.95
Visvoer 1000 ml:
variërend van 9.70 tot 15.95 euro
Tenslotte
Na dit artikel gelezen te hebben, weet u wat meer over goudvissen. Dit artikel is echter een handleiding voor het houden van goudvissen, maar omvat lang niet alle informatie. Onderwerpen als kweek en de diverse soorten goudvissen heb ik slechts kort genoemd. Toch hoop ik een beeld geschetst te hebben, wat het houden van deze vissen inhoudt. Bent u nog steeds enthousiast en wilt u de verantwoordelijkheid voor de zorg van deze dieren op zich nemen voor de komende jaren, dan wens ik u veel plezier met uw ¨gouden parels in het water¨.
Bronvermelding:
Goudvissen in aquarium en tuinvijver. Alles over aanschaf, verzorging, voeding. Dieter Jauch. Tirion Natuur. Vertaling van Goldfische und Kois in Aquarium und Gartenteich. ISBN 9051211503.
Ons eerste aquarium. Alles over basisuitrusting, de inrichting en onderhoud. Jorg Vierke. Vertaling van Unser erstes Aquarium. ISBN 900390166X.
Goudvissen. Zien en kennen serie. Mary E. Sweeney. Vertaling van ¨Goldfish¨. ISBN 9072718968.
Sommige honden eten wel eens hun eigen poep of die van andere honden op. Een smerige gewoonte die je hem eigenlijk het liefst zo snel mogelijk wilt afleren. Hoe doe je dit? Maar waarom doet hij het eigenlijk?
Vitaminetekort Het kan zijn dat je hond een vitaminetekort heeft. Wanneer hij niet de juiste of genoeg voedingstoffen uit zijn eten kan opnemen, zal hij zelf proberen dit uit alternatieve voedingsbronnen zoals poep te halen. Geef je hond daarom een compleet hondenvoer, zodat er geen vitaminetekort kan ontstaan. Vaker is het eten van poep echter een gedragsprobleem.
Iets vervelends Het afleren van het eten van ontlasting is niet eenvoudig. Je moet je hond op het moment dat hij eraan wil beginnen laten weten dat het fout is. Dit kun je doen door hem dan te laten schrikken bijvoorbeeld door hard "nee" te roepen. Ook kun je bijvoorbeeld in de buurt van je hond met een krant op de grond slaan. Hij zal dan schrikken en het eten van poep associëren met iets vervelends. Sla niet op je hond, daarmee breng je hem alleen maar angst voor jou bij.
Je verwacht niet dat honden van gras houden. En dit is ook niet zo. Honden hebben een reden om gras te eten. Een hele goede zelfs.
Maag Sommige honden eten gras, omdat ze een brandend en pijnlijk gevoel in hun maag voelen. Door de vezels in het gras kunnen ze gaan braken of wordt de inhoud van de maag eerder in de darmen 'geduwd'. In beide gevallen verlicht dat de pijn.
Voer Als je hond eens per week wat gras eet dan is er niet zoveel aan de hand. Wordt het meer dan is het verstandig dat je van voer verandert en het voer over meerdere porties per dag verdeelt. Meestal voldoet 4 keer per dag wat eten geven.
Aarde Als je hond ook aarde gaat eten, moet je hem dat meteen verbieden. Dit is een soort gedragsafwijking die je hem zo snel mogelijk moet afleren.
Nieuws pas op toeristen: geen betaalde interactie met roofdieren (Knudde1)
Pas op toeristen: geen betaalde interactie met roofdieren!
Er werd altijd al grof geld verdiend aan toeristen die met leeuwtjes, cheeta's en andere roofdieren op de foto willen, maar tegenwoordig tellen rijke mensen zelfs grote bedragen neer om op leeuwen te mogen schieten (binnen een omheind gebied). Het zogenaamde ¨Canned Hunting¨. De leeuwen worden hier speciaal voor gefokt. De vraag is amper bij te houden. Vandaar dat de vraag vanuit Zuid-Afrika naar leeuwen, vooral met de hand opgevoed, groot is en ¨overschotten¨ uit andere landen hier altijd terecht kunnen.
Bij deze willen we alle toeristen waarschuwen om niet mee te werken aan betaalde ¨interactie¨ met grote katten (en andere wilde dieren) in Zuid-Afrika en andere landen. Werk niet mee aan het in stand houden van deze mishandeling van dieren, hoe verleidelijk ook. Bedenk goed wat een leed hierachter schuilt!
Gepost op 21/02/2008, 13:05 door TDW Trefwoorden: bizar
Stierengevechten zijn volledig uit de mode. Op de Filipijnen hebben ze daar iets op gevonden. Zet twee opgefokte paarden in een ring en laat ze vechten tot de dood. Alsof dat nog niet ziek genoeg is, worden de restanten van de verliezer na afloop op de grill gegooid.
Op de foto’s in onze foto-special is duidelijk te zien hoe twee paarden elkaar stevig verminken. De dieren hebben diepe wonden in het gezicht en het bloed loopt hen in de ogen. Deze beestachtige taferelen worden door de Filipijnse overheid ontkend. Onze foto’s bewijzen het tegendeel. Wij kijken alvast uit naar het gevecht tussen de schimmel van Sinterklaas en het renpaard van Zorro (P.mag)
Dierenweetjes Wist je dat honden ook een pubertijd kennen?
Wist je dat honden ook een pubertijd kennen?
Een hond pubert vanaf 6 maanden tot 12 à 18 maanden. Net als bij mensen kan dit puberen voor de eigenaar wel eens verontrustend en frustrerend zijn. Jij als eigenaar bent ineens niet meer het middelpunt van zijn leven. De pup gaat op straat allerlei geurtjes achterna en trekt zich van jou niks meer aan. Concentratie? Wat is dat? Je pup heeft er allemaal geen zin meer in, de wereld om hem heen is veel interessanter. Hij doet net alsof hij je niet begrijpt, terwijl het vantevoren juist zo goed ging...
Niet getreurd: zodra je pup jongvolwassen wordt, verbetert de situatie. Het is belangrijk dat je hem al op jonge leeftijd goed hebt opgevoed, zodat hij na deze zes maanden van puberen, de draad gewoon kan oppikken.
Moet je de pup dan gewoon zijn gang laten gaan? Nee, ga gewoon door met de training, gebruik eventueel een lange lijn zodat hij er niet vandoor kan gaan. Geef hem pas commando's en opdrachten als je er zeker van bent dat hij deze niet kan negeren.
In de puberteit, dus tussen de 4 en 7 jaar, kan je gaan werken aan verdere kwaliteiten van het paard. Je kunt zijn conditie verbeteren en zijn eerste oefeningen leren zoals schoudervoor en wijken etc.
Je kunt nog sleutelen aan de houding van het paard en aan zijn gedrag. Pubers kunnen strontvervelend zijn, maar met een conseqeunte aanpak gaat alles goed.
In puberteit is het de tijd om het paard verder naar je eigen handen te zetten en het paard wedstrijdervaring op te laten doen.
Omdat dit de jaren zijn waarin vrijwel het meeste wordt aangeleerd komen nu de meeste rijtechnische problemen naar boven.
Voor je een paard goed verder wilt opleiden na zijn eerste ervaringen met iemand op zijn rug moet je heel conseqeunt en zelf verzekerd te werk gaan. Je gaat als eerste verder aan je basis, hieronder eventjes een opsomming van hoe een goede basis eruit hoort te zien.
1. Een paard MOET stilstaan bij het opstappen
2. Niet meteen weglopen als de ruiter eenmaal is opgestapt.
3. Pas iets doen als de ruiter het vraagt, geen seconde eerder of later!
4. Het reageert op lichte beenhulp en is dus aan het been.
5. Ho is ho! (een hele belangrijke)
6. Het is ontspannen en loopt over de rug
En alleen deze basis alleen al aanleren kost een heleboel tijd, neem deze dan ook.
Beloon wanneer het paard het goed doet, straf het niet zomaar omdat je zelf er de pest in hebt, maar houdt je hoofd erbij. Straffen is niet nodig, zwijgen is effectiever.
Hou altijd dezelfde regeltjes aan, laat het paard niet met je weglopen omdat jij er een dagje makkelijker over denkt want anders zal hij het nooit leren.
Dit begint dus al bij het opstappen, zelfs al voor je erop stapt moet het paard op jou letten als jij wat vraagt.
Wanneer deze basis erin zit kan je verder trainen naar zijgangen etc. voorkomt trouwens een boel rijtechnische problemen.
Fouten bij de pubers
Niet dat dit alleen de fouten zijn die bij de pubers gemaakt worden, maar ook al bij het inrijden!
Er zijn nog altijd teveel mensen die het toelaten dat een paard al wegloopt bij het opstappen, waar is het respect dan van het paard?
Dan schreeuwen ze 'HO', maar dan heb je het al tever laten komen.
De enige manier om dit op te lossen is het paard netjes stilzetten,belonen als het bijft stilstaan, desnoods in een hoek met een snoepje. Dan er rustig opstappen, blijft het paard meteen staan? beloon hem dan meteen uitbundig. Staat hij niet stil? trek hem dan weer gelijk op zijn rem, als hij dan blijft staan beloon je alsnog even. Op deze manier zal het paard snel genoeg begrijpen dat het stil moet staan. Wat nog beter is; is net zolang op en afstappen tot het paard het door heeft. Heel erg vervelend maar het werkt wel.
Veel ruiters laten ook gewoon het paard het tempo bepalen, ook dit is fout. Gaat een paard te hard? ga dan een gang lager of zet het desnoods stil. Het moet op jou gericht zijn, ook kun je schijnovergangen maken.
Gaat een paard te langzaam? zet hem dan eens in galop of in een flinke middendraf. Hou de actie en variatie erin en rijdt veel overgangen, zo'n paard is in geen geval aan het been!
En dat is dus ook weer een veel gemaakte fout, een paard kun je tevens door veel overgangen aan je been krijgen.
Geef een lichte kuitdruk en daarop moet het paard reageren, reageert hij niet? dan mag de hulp wat steviger, reageert hij nog niet? dan mag je best een tik achter de kuit geven.
Ga net zolang door tot hij wel op die lichte hulp reageert, en houdt de benen stil, als je iedere pas aandrijft wordt hij alleen maar stomper op de tijd. Heb je kloppende onderbenen? dan kan je het beste een keertje op een betrouwbaar paard je benen laten vastbinden of een instructeur raadplegen die je ermee kan helpen.
Wat ook vaak verkeerd wordt gedaan is dat als er aan een paard wordt gevraagd stil te staan de ruiter wel drie keer moet trekken voordat het dier werkelijk stilstaat!
Hardstikke fout!
Hiervoor geld hetzelfde als bij het opstappen.
En als laatste, het paard loopt niet over de rug, en moet dan vaak al zijgangen lopen etc. Dit is niet mogelijk al lijkt het in ogen van sommige ruiters wel zo, wanneer een paard aan je been is zakt het vaak al automatisch want dit is een natuurlijke reactie. Dus de kans is groot dat in zo'n geval het paard niet aan het been is, of een tweede kan zijn dat de ruiter het paard blokkeert te zakken door bijv. te zitten als een zoutzak of het bit vast te houden of beide.
-"Ik wil het allerliefst een huisdier voor m'n verjaardag," zegt Kim tegen haar moeder. " Een huisdier...okee, maar eh...wel een kleintje hé? Laten we zeggen, niet eentje met grote poten..." "Yes" roept Kim. " Bof ik even dat een paard BENEN heeft!"
-Er komt een paard een café binnen, maakt een salto en komt precies op een kruk terecht. Zegt die barkeeper: " Waar heb je dat geleerd"? Zegt dat paard: " ik werk in het circus". Even later komt er nog een paard binnen. Die maakt een dubbele salto en een flikflak en komt ook precies op een kruk terecht. Zegt de barkeeper:" Jij werkt zeker ook in het circus". Zegt het paard: "hihi nee, ik struikelde over de deurmat!"
-Een vrouw heeft een hondje dat Zoiets heet. Ze houdt heel veel van het hondje. Als het beestje op een dag wegloopt, zit de vrouw net in bad. Ze rent helemaal naakt de straat op en vraagt wanhopig aan de postbode: " Heeft u Zoiets vandaag gezien?" Antwoordt de postbode: " Om eerlijk te zijn, heb ik zoiets nog nooit gezien!"
-Er zitten twee vogels in een boom te kijken hoe een schildpad telkens weer uit een boom springt en dan met z'n poten gaat klapperen. Na een tijdje zegt de éne vogel tegen de ander: " Schat ik denk dat we hem nu toch maar eens moeten vertellen dat hij geadopteerd is."
Een bruine en een witte merrie staan met hun veulens in de wei. Zegt het witte veulen tegen dat bruine veulen: " mag ik een keer bij jouw moeder drinken?". Vraagt dat bruine veulen "waarom?" Zegt dat witte veulen " nou ik zou ook wel eens chocolademelk willen drinken";
- Hoe laat is het als een paard op een hek gaat zitten? Tijd om een nieuw hek te kopen!!!
-Een jonge egel raakt verdwaald in de tropische tuin van Artis. Als het donker wordt slaat de angst toe. Elke keer als hij zich aan een cactus stoot fluistert hij in paniek: " Ben jij dat mammie?"
Dierenverhaal De worm en de wilde dieren (Martina1)
De worm en de wilde dieren
De worm en de wilde dieren
Er was eens een worm. Hij drong het hol van de haas binnen die er een keertje niet was. Toen de haas thuiskwam en sporen op de grond zag, riep hij: "Wie is er mijn huisje binnengedrongen?" Luidkeels schreeuwde de worm: "Ik ben het, de roemrijke krijger, de zoon van de grote man wiens enkelringen zijn losgeraakt toen hij vocht in het land van Kurtiale. Ik gooi zonder problemen een neushoorn op de grond en stamp een olifant zo fijn als koeienstront. Mij klop je niet!"
De haas ging weg, want hij dacht: Wat kan een arme kleine als ik doen tegen zo'n monster dat neushoorns en olifanten neerlegt? Toen hij de jakhals tegenkwam, riep hij diens hulp in tegen het monster dat zijn huis bezette. De jakhals liep met de haas mee naar het hol en blafte daar: "Wie heeft het aangedurfd het huis van mijn vriend de haas binnen te dringen?" De worm schreeuwde weer: "Ik ben het, de roemrijke krijger, de zoon van de grote man wiens enkelringen zijn losgeraakt toen hij vocht in het land van Kurtiale. Ik gooi zonder problemen een neushoorn op de grond en stamp een olifant zo fijn als koeienstront. Mij klop je niet!"
Na dit gebral hield de jakhals het voor gezien, want wat kon hij beginnen tegen zo'n geweldenaar? De haas hupte de steppe op, en al vrij gauw ontmoette hij een luipaard. Ook de luipaard wou wel even mee naar het hol. Hij brulde: "Wie daar?" En de worm riep vervaarlijk: "Ik ben het, de roemrijke krijger, de zoon van de grote man wiens enkelringen zijn losgeraakt toen hij vocht in het land van Kurtiale. Ik gooi zonder problemen een neushoorn op de grond en stamp een olifant zo fijn als koeienstront. Mij klop je niet!"
De luipaard vroeg zich af: "Als hij de neushoorn en de olifant verpletterd heeft, hoe zal ik er dan uitzien als hij met me klaar is?" en hij koos wijselijk het hazenpad. Weer ging de haas hulp halen, en dit keer kwam hij thuis met een neushoorn. Maar toen de worm zich had bekendgemaakt dacht de neushoorn: Die daar heeft mijn broertje gevloerd, dus ik kijk wel uit. En ook hij droop af. Niet lang daarna liet ook de olifant weten dat hij bij nader inzien toch liever niet tot koeienstront vermorzeld werd.
Mistroostig dwaalde de haas rond met de gedachte dan maar ergens anders te gaan wonen, toen een rode mier hem vroeg waarom hij zo treurig keek. "Ach," zuchtte de haas, "dat is een lang verhaal," en hij vertelde de rode mier hoe hij de hulp van vele grote dieren had ingeroepen om zijn huisje terug te krijgen, maar dat ze allemaal bang waren geworden. "Geen punt," sprak de rode mier, "ik ga wel met je mee. Laat mij dit varkentje maar wassen." Even later liep hij stoer het hol in, en riep: "Goed volk! Is hier iemand?" De worm bulderde met zijn zwaarste stem: "Ik ben het, de roemrijke krijger, de zoon van de grote man wiens enkelringen zijn losgeraakt toen hij vocht in het land van Kurtiale. Ik gooi zonder problemen een neushoorn op de grond en stamp een olifant zo fijn als koeienstront. Mij klop je niet!"
In plaats van weg te lopen antwoordde de rode mier: "O ja? Laat me niet lachen!" Hij greep de worm vast, sleurde hem het hol uit en sloeg hem zo dood als een pier. De haas riep alle dieren bijeen om naar de dode worm te kijken. "Wie niet sterk is moet slim zijn," sprak hij. Toen ging de luipaard op jacht, en toen hij daarvan terugkwam, legde hij zijn prooi aan de voeten van de rode mier, om hem hulde te betonen.
Dierenweetjes WAAROM DE STRANDLOPERTJES DE GRENS BEWAKEN TUSSEN LAND EN ZEE (Martina1)
WAAROM DE STRANDLOPERTJES DE GRENS BEWAKEN TUSSEN LAND EN ZEE
.Lang, lang, heel lang geleden ruzieden de Zee en het Land voortdurend over de grenslijn. Als de Zee vond dat het Land te veel van de Zee had afgepikt, dan nam zij het terug tijdens razende stormen. Rustte de Zee uit van haar razernij, dan vormde het Land in stille tijden duinen en slikken. Kreeg het Land lang genoeg de kans, dan verstevigde zij de terreinwinst door op het teruggewonnen gebied planten te laten groeien die met hun wortels lange tijd de bulderende Zee konden weerstaan. Maar daardoor werd de zee nog bozer. Als de planten hun bladeren hadden laten vallen voor de winterrust, eiste de Zee tijdens heftige herfststormen het verloren gegane land terug, De dieren waren vaak slachtoffer van de voortdurende conflicten en riepen tenslotte in wanhoop uit dat aan dat eeuwige geruzie een einde moest komen. Zij stelden aan de Zee en het Land voor dat er een scheidsrechter benoemd zou worden die de definitieve grenzen tussen de Zee en het Land zou vastleggen. En zo gebeurde het. Op grote hoogte bekeek de zeearend weloverwogen de standpunten van zowel de Zee als het Land. Maar de grens die de zeearend aanwees werd door de Zee betwist, want zo zei de Zee, de zeearend was te veel een landdier en daarom niet objectief. Daarop beoordeelde de walvis heel geduldig de visies van het Land en de Zee. Maar de grens die de walvis adviseerde, werd verworpen door het Land, omdat, zo zei het Land, de walvis als zeedier partijdig was. Iedereen hief de armen, vleugels en poten ten hemel en vreesde de wederopleving van de twisten tussen de Zee en het Land. Toen kwam plotseling de Voorzienigheid tussen beide. De Voorzienigheid gaf de Zee en het Land een grensbewaker cadeau. Het was een klein, onopvallend vogeltje, wit met wat vage vlekken: het strandlopertje. Het strandlopertje leefde op de grens van Zee en Land. Zij rende altijd mee aan de rand de uitvloeiende golven op het strand. Ze lette er op dat de Zee niet te ver het Land opkwam, maar ook dat het Land geen duintjes vormde om de Zee tegen te houden. Dit vogeltje deed haar werk zo goed dat zowel de Zee als het Land akkoord gingen. Ze werd officieel benoemd als scheidsrechter. In de loop der eeuwen heeft ze voor veel nakomelingen gezorgd. Nu zijn er verscheidene soorten die overal ter wereld de grens te bewaken.
De strandlopertjes doen tot op de dag van vandaag hun best om de grens tussen de Zee en het Land te bewaken. Ook aan de Nederlandse kusten zien we vooral de kleine drieteenstrandlopertjes heel ijverig op en neer rennen op de grens van Zee en Land.
Bucephalus Hier volgt het verhaal van Bucephalus. Een beroemd paard, of laat ik beter zeggen een berucht paard, waarover verschillende verhalen in allerlei versies de ronde doen. Dus neem het me niet kwalijk als je andere verhalen zou lezen met een iets wat andere inhoud over dit paard.
Bucephalus was het lievelings paard van Alexander de Grote. De vader van Alexander, Philip (Philippos ), koning van Macedonia kocht het paard van de paardenhandelaar Philonicus voor dertien talenten. Het was een wild paard dat niemand kon berijden. In sommige versies wordt Bucephalus beschreven als een paard dat zo agressief was dat het stukken uit mensen beet en opat.
Tijdens de pogingen van anderen om het paard te temmen, viel het de twaalfjarige Alexander op dat Bucephalus bang was voor schaduwen. Op een keer nam hij de teugels van de begeleider van het paard over, draaide het paard in de richting van de zon en galoppeerde weg zonder enige druk uit te oefenen. Hij stelde het paard gerust met zijn stem.
Volgens de verhalen stuurde de koning zijn beste ruiter achterna die tevergeefs moeite deed om hen bij te houden. Toen het paard moe werd en vertrouwen kreeg in zijn berijder keerde Alexander terug naar zijn vader. Hierna kreeg hij het paard.
Alexander noemde het paard Bucephalus, wat ossehoofd betekent, omdat het hoofd van het paard zo breed was als het hoofd van een os. Bucephalus werd alleen door Alexander gereden in de vele veldslagen die ze leverden van Griekenland tot Egypte en India.
Bucephalus overleed naar verluid op dertig jarige leeftijd tijdens een veldslag bij de Hydaspis rivier tussen Alexander de Grote en de koning van India (Poros). Bij de begrafenis huilde
Comanche
Comanche was een oorlogspaard dat in 1868 gekocht werd door het Amerikaanse leger. Het was een paard met Morgan- en Mustangbloed. Captain Miles Keogh vond het een mooi paard en kocht het van het leger voor $90,00.
De naam van het paard was eerst Paddy maar veranderde later in Comanche omdat na een gevecht bleek dat het paard geraakt was door een pijl van de Comanche-stammen.
In latere gevechten met de Comanche-indianen werd het paard verwond aan de benen en was tijdelijk verlamd. Later werd hij nog eens tweemaal verwond in de schouder.
De cavalerie was heel trots op hun paard dat, ondanks zijn verwondingen, steeds moedig terug de slagvelden in ging.
In 1876 vocht het leger tegen de Soux- en Cheyenne-indianen in de vallei van Little Big Horn. Comanche was het enige levende wezen dat na twee dagen ernstig gewond werd teruggevonden.
Opnieuw herstelde Comanche van zijn verwondingen en mocht op pensioen.
Men kreeg de orders dat niemand nog op hem mocht rijden. Comanche werd 29 jaar oud en was letterlijk het paradepaardje in militaire parades.
Lipizzaners
Tijdens W.O.II waren er maar tien Lipizzaners op de spaanse rijschool. Sommigen waren in beslag genomen door de duitse bezetters, anderen werden verstopt. Kolonel Alois Podhajsky wist een Duitse officier te overtuigen de paarden met de trein uit het gebied te verplaatsen omdat hij bang was voor de bombardementen. Het duurde een hele week voor de tien hengsten een veilige plaats bereikten, dit vanwege beschadigde treinsporen. De kolonel wist dat er achter de vijandelijke linie nog een hele kudde Lipizzaners met veulens was. Hij sprak erover met de Amerikaanse generaal Patton. Omdat deze generaal zelf een echte paardenliefhebber was, stuurde hij kolonel Charles H.Reed om de paarden te gaan halen. De kolonel brak door de vijandelijke linies heen en verzamelde de kudde en bracht ze hierna in veiligheid. Omdat de spaanse rijschool zo beschadigd was door de bombardementen konden de paarden pas in 1955 terugkomen. Vanaf de terugkeer is de schoonheid van deze paarden weer te zien in de prachtige voorstellingen met muziek.
Kijk ook eens bij de rasomschrijving voor meer info over de Lipizzaner
(Het verhaal werd later verfilmd en is te zien in de Walt Disney-film "The Miracle of the White Stallions".)
De witte Mustang
Dit verhaal begint lang geleden ergens in de woestijn van zuid-west Amerika, toen wilde paarden nog vrij rond konden lopen en de cowboys het vee hoedden op de rug van hun paarden.
De plaats waar ik het over wil hebben, had drie schone bronnen. Om van de ene bron naar de andere te gaan, moest je 32 km reizen. Er was zeker geen overvloed aan gras en door de rotsige, droge bodem waren er zelden mensen of vee in deze streek. Er leefden herten, vossen, coyotes, wolven, poema's en ... wilde paarden
. Natuurlijk wil ik het nu over deze paarden hebben. Er was in dit gebied maar een kudde die het woeste leven aankon. De paarden hadden een hard bestaan. Ze moesten steeds op hun hoede zijn voor de wolven en de coyotes die in de zomer hun veulens probeerden te grijpen of voor de poema's, die zelfs een volwassen dier konden doden. Door de voedsel- schaarste, weinig gras en de bast van jonge boompjes, waren het kleine paardjes.
De leider van de kudde was een mooie, witte hengst. Hij was zwart geboren en langzaam werd hij witter. Toen hij vijf was, was hij spierwit. Als 's nachts de maan weerkaatst werd op zijn witte vacht leek hij soms zelfs blauw. Het was mooi de paarden als kudde te zien draven, alleen de witte hengst viel op omdat hij in telgang ging. Nooit zag je hem draven. Toen de hengst zes was, kwam hij voor het eerst in contact met de mens. Hij verzamelde snel zijn kudde en dreef ze weg van deze, voor hem angstaanjagende, wezens.
Een cowboy zag tussen de kudde de hengst in telgang wegvluchten terwijl de rest galoppeerde. Dit was het begin van de legende van het beroemde in telgang gaande paard. De witte Mustang van het westen. Omdat de mens vaker zijn territorium binnendrong, werd hij steeds vaker opgemerkt en hij werd steeds bewonderd. Het was namelijk een goed gebouwd paard, heel snel en heel slim. De hengst kende zijn territorium heel goed en werd zelden lang gezien want hij wist zijn kudde steeds heel snel te verbergen voor elke nieuwsgierige.
Uiteindelijk begon de hengst merries te stelen van de ranches die steeds meer in zijn buurt werden gezet. Hierdoor loofde men een beloning uit van 5000 dollar aan diegene die de hengst kon vangen en naar de ranch kon brengen om hem te temmen. Cowboys reden uit om de witte Mustang te vangen. Een van de beste cowboys en paardentrainers reed op zijn beste merrie die hengstig was. Dit in de hoop dat de hengst hierdoor naar hem toe zou komen.
Bij de achtervolging merkte de hengst dat het alleen om hem te doen was en verliet daarom zijn kudde. In telgang legde hij 24 km af, terwijl de merrie in volle galop achter hem aan zat. Toen de merrie in een gat stapte, viel ze samen met de cowboy. Deze had spijt dat hij ooit aan dit avontuur begonnen was, omdat hij nu heel de weg terug te voet moest doen met zijn kreupele merrie aan de hand. Hierna vertelde hij aan iedereen dat het gewoon verloren tijd was als er nog iemand zou proberen de hengst te vangen. Sommigen wilden het paard toch nog vangen en probeerden het te verwonden. Ze wilden hem neerschieten en dan vangen. Maar elke kogel miste zijn doel.
De beloning van 5000 dollar bleef lokken. Een cowboy verzamelde een groep van zes vrienden met twaalf paarden. Ze zetten de achtervolging in en wisselden de paarden om als ze te moe werden. Ze reden twee dagen en twee nachten achter de hengst aan en in de morgen na de derde nacht verloren ze hem uit het oog. Vol bewondering over de moed, snelheid en intelligentie van de witte Mustang gingen ze terug naar huis. Na deze uitputtende rit ging de hengst terug naar zijn kudde, verzamelde ze en ging naar het noorden om nooit meer gezien te worden. Ten minste...
Nog vele jaren erna vertelden mensen dat ze hem gezien hadden. Meestal liet de hengst zich bij het maanlicht zien. Zijn spookachtige verschijning bleef steeds ver buiten het bereik van kogels en mensen. Vandaag de dag worden er wel eens Mustangs geboren die in telgang gaan. Wie weet zijn zij wel de afstammelingen van de witte Mustang.
Slimme Hans
Veel paardenliefhebbers zullen het beamen dat paarden slimmer zijn dan vaak verwacht. Het volgende verhaal gaat over een paard dat inderdaad slim was, maar op een heel andere manier dan zijn eigenaar verwachtte.
Een man, Von Osten genaamd, beweerde dat dieren minder slim waren dan mensen omdat ze niet dezelfde basis meekregen in hun opvoeding. Hij zou dit bewijzen door zijn hengst Hans te gaan onderwijzen op precies dezelfde manier als hij kinderen les gaf. Met schoolbord en alles er op en er aan begon hij aan het leggen van deze basis. Telkens als het paard een goed antwoord gaf, via het tikken met de hoef, werd het beloond met een wortel.
Na twee jaar intensief onderwijs behaalde hij al ongelooflijke resultaten. Het verhaal van het slimme paard deed snel de ronde en veel nieuwsgierigen kwamen kijken hoe het paard wiskunde-oefeningen zonder probleem kon oplossen. Geleerden vertrouwden de zaak niet helemaal en dachten dat Von Osten via een geheim teken ofzo aan het paard doorgaf wat het moest antwoorden. Dus moest hij de vragen opnieuw stellen maar pas wanneer het paard hem niet kon zien. Nog steeds gaf Slimme Hans het juiste antwoord.
Men kwam erachter dat het paard niet kon antwoorden als diegene die de vraag stelde zelf het antwoord niet kende. Het paard was zo slim dat hij had gemerkt aan de houding van de mensen (wenkbrauwen die begonnen te bewegen of bewegingen van de neusvleugels e.d.) wanneer hij moest stoppen met het tikken van de hoeven. Hierdoor was het op een heel andere manier wijs dan Von Osten had verwacht.
De man is deze teleurstelling nooit te boven gekomen, verkocht het paard aan handelaars en stierf later als een ongelukkig man.
El Morzillo
Als je over Indianen spreekt dan hebben de meeste van ons een beeld in gedachte van een krijger, opgesmukt met oorlogskleuren en een paar veren in het haar, die joelend op de rug van zijn paard op oorlogspad trekt. Maar wist je dat het beeld van Indianen samen met paarden eigenlijk niet zo vanzelfsprekend is als je zou verwachten?
De Indianen zagen pas voor het eerst een paard toen de eerste blanken begonnen met het veroveren/vernietigen van het Azteekse rijk. In 1519 komt Cortés in Mexico aan met zeshonderd soldaten en zestien paarden die de zware zeereis hebben overleeft. Het waren vijf merries en elf hengsten. Drie ervan waren gevlekt en één helemaal zwart. Deze paarden zijn de voorouders van veel Amerikaanse paarden (o.a. de Appaloosa's).
Het zwarte paard, het paard van Cortés, had de naam El Morzillo. El Morzillo raakte op een gegeven moment zwaar gewond aan een been en werd door Cortés achter gelaten bij Indianen. Hij beloofde hun het paard zo snel mogelijk op te komen halen. De Indianen hadden nog nooit een paard gezien, laat staan verzorgd. Omdat ze bang zijn het vertrouwen van Cortés te beschamen, met de gevolgen die daar bij horen (Cortés vernietigde namelijk in drie jaar het hele Azteekse rijk), namen ze de opdracht aan.
De Indianen probeerden El Morzillo gunstig te stemmen door hem offers te brengen in een tempel waar ze hem vereerden als een afgod. Het fruit en de kip die ze brachten als offer kwamen hun 'god' jammer genoeg niet ten goede en het mooie zwarte paard stierf.
Omdat de Indianen bang waren voor Cortés, die trouwens nooit is terug gekomen voor zijn paard, maakten ze een beeld van het paard en bleven dit vereren om zo elke rampspoed van zich af te kunnen wenden.
In 1697 viel er opnieuw een Spaans leger binnen die het werk van Cortés letterlijk en figuurlijk kwamen afmaken. Het beeld werd vernietigd maar zelfs als het er nog zou staan was er niemand meer om het te aanbidden.
De overgebleven paarden van Cortés bleken later de echte veroveraars van het 'nieuwe' continent en hebben de Indianen van Noord Amerika een paar mooie bladzijdes in de geschiedenis gegeven.
Lisette
Het volgende verhaal gaat over een paard met een heel apart karakter. De eigenaar van paard Lissette was een generaal in het Franse leger. Jean-Babtiste Marbot, zoals hij heette, had meerdere keren oog in oog gestaan met de dood maar was telkens gered door zijn mooie Mecklenburgermerrie.
Haar mooie uiterlijk was waarschijnlijk om haar karakter te compenseren want tijdens een gevecht leek ze meer op een pitbull dan op een elegante schone. Zodra er nog maar iemand in haar buurt kwam, beet ze met haar krachtige kaken waar ze maar bijten kon. Jean-Babtiste was er in geslaagd een van de enige te zijn die in haar buurt mocht komen. De methode die hij daarvoor had gebruikt was zeer apart te noemen. Toen Lisette een keer een poging deed hem te bijten, stopte hij haar een gloeiend hete lamsbout toe. Natuurlijk was dit geen aangename ervaring voor haar en hield ze er een paar blaren aan over.
Jean-Babtistes methode bleek te werken want daarna heeft ze hem niet meer gebeten. Met de nadruk op hem want tijdens een veldslag met de kozakken kon Marbot niets zien doordat hij tijdens de strijd verblind werd door de sneeuw. Lisette liet zich echter niet beperken door de situatie en beet het gezicht van een aanvallende kozak aan stukken en liet ook een Russische officier naar huis gaan met een paar extra 'ere'tekens.
Het grappige is dat deze woesteling op latere leeftijd zo mak werd dat ze, toen ze eenmaal op pensioen was, het knuffelpaard werd van een meisje en haar moeder die haar liefkoosden tot het laatst van haar dagen.
Equus quagga quagga
Quagga komt van het Afrikaans kwagga en betekent zebra. De quagga was een van de meest voorkomende zebra's in Zuid-Afrika. Het dier leek gedeeltelijk op een een ezel en gedeeltelijk op een Zebra (achterkant ezel en voorkant zebra). Hij was ongeveer even groot als de huidige zebra's en had dezelfde bouw.
De Quagga had donkerbruine strepen aan het hoofd en de hals, een bruin lichaam,een witte buik en benen. Het geluid dat de Quagga maakte is het best te vergelijken met een schril geblaf. Elke poging het dier te temmen mislukte. Toch las ik ergens dat er in 1860 een span Quagga's de voederkar trok in een Londense dierentuin. De Quagga had in de ogen van de Afrikaanse boeren weinig nut. Om ze van de weidegronden te houden, werden ze in grote getalen afgeschoten. Hun vlees werd gegeten en hun huiden verwerkt. Het gevolg hiervan was dat vrijwel zeker het laatste wilde exemplaar in Afrika in 1861 werd doodgeschoten.
Je kon de enige levende Quagga's alleen nog maar bekijken in dierentuinen. Op 12 augustus 1883 stierf in het Amsterdamse Artis de laatste Quagga. Het vreemde is dat deze dieren die het zo goed deden in gevangenschap nooit verder gefokt zijn en toen iemand op het idee kwam het te laat was.
Via genetisch onderzoek startte men in Zuid-Afrika een fokprogramma om te proberen de Quagga terug te krijgen. Of het resultaat uiteindelijk zal zijn wat men ervan hoopt zal moeilijk worden want van de 23 Quagga's die men in verschillende musea nog kan gaan bekijken lijken er maar weinig op elkaar.
Tja, de uitspraak voorkomen is makkelijker dan genezen is ook hier weer erg toepasselijk
Lurch, een mastiff-hond van 90 kilo, werd door de Rode Kruisafdeling van Michigan in de bloemetjes gezet omdat hij twintig keer bloed heeft gegeven. Tijdens een plechtigheid in Howell kreeg hij de titel van 'Pet's Best Friend'.
Hondenlevens redden Lurch, een 2-jarige Engelse mastiff, geeft eens in de vier weken bloed voor andere honden. Hierdoor werden al meerdere viervoeters van de dood gered, onder meer een hond die aan het rattenvergif gezeten had.
Dierentuin Baasje Joni Melvin- Thiede is trots op Lurch. Maar ook z'n Lucas - een Amerikaanse mastiff - z'n zeven katten, z'n kippen en vier... zeehonden hebben zijn hart gestolen. (eb)
Een Aziatische roofvis, gevaarlijker dan de piranha, is in Engeland uit een riviertje gehengeld. Volgens de krant The Sun is een 'dodelijke invasie' niet ver af meer.
Alleseter De slangenkopvis heeft vlijmscherpe tanden en kan zelfs enkele dagen op het droge overleven. Het dier kan een centimeter of zestig worden en is zowat een alleseter. Waar de slangenkop opduikt, verdwijnt het meeste andere leven onder water.
Uit aquarium? Andy Alder uit Hykeham was aan het vissen in de Witham-rivier toen hij het dier plots aan de haak had. "Het beest ziet er angstaanjagend uit", sidderde de man. Deskundigen denken dat iemand het dier uit een aquarium heeft losgelaten. (eb)
AMSTERDAM - De zoon van Steve Irwin heeft het onverschrokkene van zijn krokodillenjagende vader geërfd. Toen het vierjarige jongetje werd gebeten door een boa constrictor, een wurgslang, begon hij te lachen.
Foto: EPA
Weduwe Terri Irwin : „Kleine Bob was trots op zijn beet. Hij zei wel: ’ik hoop dat het geen giftige slang was’. Maar ik heb hem verzekerd dat ik hem daar nooit mee zou laten spelen.” Dochter Bindi (nu 9) werd al gebeten door een slang toen ze achttien maanden was.
Hopelijk gaan de kinderen hun vader niet in alles achterna… De Australische Steve overleed in september 2006 op 44-jarige leeftijd nadat hij was gestoken door een giftige pijlstaartrog.
De presenator van The Crocodile Hunter raakte in opspraak omdat hij tijdens een van zijn shows een krokodil voerde, terwijl hij de toen een maand oude Bob vasthield. Hij bood zijn excuses aan op tv, maar gaf aan dat hij wilde dat zijn zoon, door veel bij dieren te zijn, ook een dierenliefhebber zou worden. Dat lijkt wel gelukt.
Dwalend over heide en door lage bosjes, denkend aan geen enkel nuttig ding, fluitend zacht en blijde, blij en vrij en losjes, kwam ik plotseling bij een huisje, doodstil en verlaten, dat in schaduw van wat dennenbossen sliep, waar het lang geleden scheen en heel tevreden, want alleen een geitje blaatte en een koekoek riep.
In die dagen zocht ik al maar naar een kamer, 'k had al veel gewogen en gewikt. Hier is stilte, docht ik, en niets is voornamer, niets is meer geschikt. En wijl zwijgend kijken toch niet baat en wijl ik graag in stille dingen mij verdiep tikte ik toen van buiten even op de ruiten; maar alleen het geitje blaatte en de koekoek riep.
Ja, mijn ontevreden tikken mocht niet baten, 't maakte zelfs de stilte dubbel diep; 't scheen sinds lang geleden gans en al verlaten, 't was of alles sliep. 't Is maar beter stille dingen stil te laten dacht ik, wijl ik dwalende weer verder liep, en ik hoorde achter mij maar nu wat zachter hoe het geitje blaatte en de koekoek riep.
Winterslaap was redding voor verwaarloosde slangen
DORDRECHT - Zeven slangen, twee sterk vermagerde katten, een dode gordelstaarthagedis, een chinchilla met mijt, veertien verwaarloosde hagedissen, vier dode ratten en de restanten van dode muizen.
FOTO NICO SCHOUTEN
Deze beestenbende troffen de Dordtse Dierenbescherming en vier medewerkers van de dierenambulance zaterdagavond aan in een woning aan de Bilderdijkstraat in Dordrecht. De eigenaren van alle dieren, een man en vrouw, zijn volgens kennissen van het stel zes weken geleden met de noorderzon vertrokken. Behalve hun twee honden, lieten zij de rest van de niet alledaagse veestapel onverzorgd achter. De 18-jarige Virginia Maas hoorde van een vriendin dat het stel vertrokken was. Omdat het meisje in het verleden wel eens voor de dieren had gezorgd, had zij een sleutel van de woning en ging direct poolshoogte nemen. ,,De tranen stonden in mijn ogen toen ik hier binnenkwam. Alleen al de stank en het klaaglijke geluid van de katten. Het was echt afschuwelijk,’’ aldus een aangeslagen Virginia. Het meisje gaf de katten onmiddellijk water. Zowel de huiskamer, waar naast wat schaars meubilair zes terrariums staan en een grote kooi voor de chinchilla, als de keuken maakt een zeer desolate indruk. Boven is er geen licht. In het schijnsel van een zaklantaarn doemen de dode ratten, die als voer voor de slangen dienden, op. De slaapkamer was omgetoverd tot permanent verblijf van de slangen van de met de noorderzon vertrokken bewoners. Volgens reptielendeskundige John Noorlander, die door de Dierenbescherming was opgetrommeld, is het boven veel te droog. ,,Slangen kunnen in de wintermaanden lang zonder eten en dat is hun redding geweest.’’ Noorlander nam alle hagedissen mee. De slangen (geen giftige) gingen stuk voor stuk in een doos die voor de zekerheid met plakband werd dichtgemaakt. Volgens de kenner had het stel geen illegale diersoorten<NO1> in bezit<NO>. ,,Ze hebben er alleen niet goed voor gezorgd. Ik neem ze allemaal mee en lap ze wel weer op.’’ De twee katten werden door kennissen opgevangen en de chinchilla mocht met Hannie Groenendijk van de Dierenbescherming mee naar huis. Groenendijk heeft geen goed woord over voor het stel dat zoveel dieren onverzorgd achterliet in de woning. ,,Ik heb al heel wat meegemaakt maar dit slaat echt alles. De stank in de woning, de uitwerpselen, de verwaarloosde dieren, het is bijna niet te omschrijven.’’ Buurtbewoners in de Bilderdijkstraat vernamen zaterdagavond met dubbele gevoelens de ontruimingsactie in het huis van hun buren. ,,Voor de dieren is het vreselijk dat ze zo onverzorgd zijn achtergebleven. Maar dat de man en vrouw vertrokken zijn, vinden we geen gemis. Het stel zorgde met de regelmaat van de klok voor overlast, dat had iets met drugs te maken. En ook hun honden blaften continu en de stank van het zwembad in de achtertuin was in de zomermaanden echt te ranzig voor woorden,’’ aldus omwonenden.
MUNNEKEZIJL - Zondagmorgen rond 10.30 uur zijn er vijf stieren en vier koeien ontsnapt uit de stal bij een boerderij aan de Olde Borchweg nabij Munnekezijl. De dieren zagen een wandeling in het mooie weer wel zitten en gingen direct de weilanden in. De boer ging met hulp van de in allerijl geroepen buurtbewoners achteraan. Met hulp van vijftien mensen lukte het om vijf dieren weer in de stal te krijgen. Twee stieren en twee koeien bleven eerst achter in de vrije natuur.
Al snel bleek dat het geen gemakkelijke klus zou worden om de laatste runderen te vangen. Bovendien was het ook gevaarlijk. Iedere keer als iemand iets te dicht bij kwam, kwam één van de stieren dreigend op z’n belagers af. Uiteindelijk bleef alleen nog de mogelijkheid over om de stieren met een verdovingsgeweer neer te schieten. Hiervoor werd Roel de Haan, dierenarts uit Kollum en de politie gealarmeerd. De politie kwam met meerdere voertuigen ter plaatse.
Ondertussen was een van de stieren door de weilanden en sloten uitgekomen bij de Leegsterweg te Warfstermolen. Daar werden de posities ingenomen en het dier naar de schutter gedreven. Dit lukte en één schot bleek voldoende te zijn om de stier te doen inslapen. Hierna werd deze met een trekker en veewagen uit het land gehaald. De twee koeien en de andere stier lieten zich niet zo makkelijk pakken.
Twee speciaal voor deze taak opgeleide politieagenten stapten bij de veehouder op de trekker. Getracht werd vanuit de trekker, overigens ver buiten het bereik van onze fotocamera, de dieren te verdoven. De stier bleek taaier dan verwacht. Na twee schoten werd hij suf maar bleef rond lopen. Net na 15.00 uur was de klus geklaard en stonden de dieren weer veilig in de warme stal.
In een land van ongewone zoogdieren is de mierenegel wel één van de vreemdste. Hij behoort tot een kleine groep eieren leggende zoogdieren die 'monotremen' worden genoemd. Hun voorouders kwamen al voor in de tijd van de dinosaurussen. De fantastische graafkracht, de beschermende stekels en het flexibele gedrag verklaren hoe de mierenegel zich heeft kunnen handhaven en het meest voorkomende inheemse zoogdier van Australië is geworden. Het gedrag van de mierenegel is sterk afhankelijk van het plaatselijke klimaat. Hij heeft weinig zweetklieren en een lage lichaamstemperatuur. Wanneer deze boven de 35 graden Celsius uitstijgt, zal het dier vrijwel zeker sterven. Daarom foerageert hij tijdens de zomer en in hete woestijnen meestal in het donker, maar is hij op besneeuwde bergen vaak overdag actief. Het solitaire en niet-territoriale dier heeft een leefgebied van ongeveer tweehonderd hectare. Hierbinnen bevinden zich gewoonlijk verschillende schuilplaatsen. Om aan aanvallers te ontsnappen rolt de geheimzinnige mierenegel zich op. Soms graaft hij zich snel in met zijn vier poten in de zachte bodem. Australië is rijk aan mieren en termieten. Ze vormen het grootste deel van het menu van de mierenegel, naast wormen, kevers en verschillende insectenlarven. Voor iets groters is in de kleine bek van het dier geen plaats. Hij gebruikt zijn lange voorklauwen om termietenheuvels en mierenhopen uit te graven. Daarnaast vormt hij met de stekels op zijn kop oortrompetjes, waarmee hij zachte geluidjes van zijn prooien kan opvangen. Dan gebruikt hij zijn achttien cm lange, kleverige tong om zijn slachtoffers op te likken. Tijdens de winter snuffelen mannetjes naar door ontvankelijke vrouwtjes verspreide geurstoffen. Achter een vrouwtje vormt zich een 'treintje' van vier tot vijf mannetjes die allemaal hopen met haar te mogen paren. Na de paring met één van hen gaat het stel een tweetal dagen later weer uit elkaar. Na ongeveer tien dagen komt het jong te voorschijn, dat zich met de hulp van een speciale eitand door de leerachtige schaal heeft gewerkt. Het klimt terug in de harige buidel en drinkt melk aan een tepel van de moeder. Na zo'n twee maanden brengt de moeder haar kleintje naar een hol en komt het om de paar dagen voeden. Met zeven maanden wordt het jong niet meer gezoogd en gaan de oogjes open. Dan verlaat de moeder haar kleintje voorgoed. Door de schuwe manier van leven weet niemand hoeveel mierenegels er nog over zijn. De problemen begonnen in de achttiende eeuw met de introductie van honden en katten in Australië. In Australië zijn inmiddels maatregelen genomen om dit bijzondere zoogdier te besch
Iedereen heeft dat wel, je kat ‘praat’ tegen je en je weet precies wat hij of zij bedoelt. De toonhoogtes en de manieren waarop een simpel ‘mauw’ naar buiten gebracht kunnen worden vullen waarschijnlijk een heel kattenwoordenboek. Met de vertaling zijn we nog wel even bezig, maar gelukkig hebben onze harige huisvrienden daar wat op gevonden:
De lichaamstaal
Eigenlijk is de kat wat lichaamstaal betreft helemaal geen ingewikkeld beest. Over het algemeen zal je normale gezonde verstand voldoende zijn om te weten wat een kat wil en hoe hij zich voelt. Een tevreden kat is bijvoorbeeld heel makkelijk te herkennen. Een ontspannen kat ligt lekker uitgestrekt, gewoon ergens vlak bij zijn baas, met de ogen half gesloten. Een test om te kijken of de kat echt ontspannen is om de kat even te krabbelen, onder zijn buik of zo. Als hij onmiddellijk op zijn rug gaat liggen, zo van ‘ga door, ga door’, dan is het goed.
Staart & Co
Laten we eens beginnen aan de achterkant van ons geliefde huisdier. Daar zit (meestal) een staart. Die staart kunnen we het beste omschrijven als de ‘thermometer’ van de kat. Als de kat komt aanlopen steekt zijn fraaie staart parmantig omhoog. Maar let eens op het puntje. Komt de kat naar je toe rennen als je thuis komt, dan staat de hele staart recht omhoog en dat betekent: ik ben gewoon blij dat je er weer bent. Aai mij! Dat is dus een bevel. Als dat topje zachtjes heen en weer wiebelt, betekend het bij een relaxte kat dat ze zich lekker voelt, en bij een jagende kat dat hij volledig geconcentreerd op de prooi is. Pas echter op als dat puntje wat strakker en sneller heen en weer gaat. Dat betekent meestal dat de kat tamelijk geïrriteerd raakt van het gedrag van zijn medemens. Breidt het gezwaai van de punt zich uit tot de hele staart zoek dan dekking achter de bank, want je kat staat op ontploffen! Figuurlijk dan, maar hij is wel boos en gaat over tot aktie.
Snorremansen & oogappels
Van die grappige haartjes links en recht van het neusje van je kat kun je ook heel wat leren. Als ze gewoon naar buiten staan is er niks aan de hand. Steken ze wat neer voren dan is de kat alert en op speurtocht, staan ze naar achteren dan voelt hij zich bedreigd. Stel je je kat weer gerust dan gaan de snorharen weer in ‘ruststand’. Ook de ogen geven aan hoe relaxed een kat is. Kijk maar eens goed als je huiska mertijger lekker ‘plat’ op de vloer ligt. Als zijn ogen half open zijn is hij meestel erg op zijn gemak. Maar combineert een staande kat deze halfgesloten ogen met een laag gehouden kop en een laag gehouden lichaam dan betekent dat dat hij zich ernstig bedreigd voelt. Een kat die zich bedreigd voelt heeft ook grote, open pupillen. Dat kennen we zelf ook, als onze ogen groot van angst zijn. Dan zijn er nog die prachtige roterende oren van de kat. Die vertellen ons heel wat over de gemoedstoestand. Als een kat goed oplet, op jacht is of als hij iets interessants hoort dan steekt ie zijn oren duidelijk naar voren. Zenuwachtige katten draaien hun oren voortdurend naar achteren en een hele bange en agressieve kat legt zijn oren bijna plat op zijn kop. Blazen en het laten zien van de tanden combineren ze met opstaande haren en een dikke staart. Dat lekker groot maken is vaak een antwoord op een bedreiging van buiten.
Misverstanden
De lichaamstaal cq. Kattentaal van de kat is op een aantal punten nogal verschillend van de van de hond en dat levert dan misverstanden op. Als de kat met de staart stijf recht omhoog vrolijk naar de hond toe rent krijgt de hond de schrik van z’n leven. Als namelijk een mede-hond hem met de staart stijf rechtop benaderd is dat een vreselijke bedreiging. En als de kat dreigend zijn staart heen en weer zwiept, zo van : ‘opzouten want ik heb een slecht humeur’, dan leest de hond de zwiepende staart als vrolijk kwispelen van zijn mede-hond en dus een uitnodiging om gezellig te spelen. Daarom is het belangrijk om kat en hond in het begin niet alleen te laten en let goed op hoe de hond reageert op de signalen van de kat. Beloon de hond uitvoerig als hij goed met de kat of het kitten om gaat, hij zal dan zijn goede gedrag met de kat of het kitten met de beloning verbinden met dat leuke kitten dat net nieuw is. Ben je niet thuis of ‘s nachts hou ze dan even apart.
Ik ben niet de eerste, en zal ook zeker de laatste niet zijn, was dat maar waar. Nee, allemaal valse schijn, en zeker geen groots gebaar.
Maar, de baas overheerste, zijn wil is wet, er was over gesproken tijdens de aanschaf, het was allemaal al op papier gezet. Nou, ik vind het alleen maar ontzettend laf.
Het gebeurt zo vaak... Om mijn karakter wordt ik nog even geroemd. Het is een spruit, Ja, zo werd ik genoemd. Maar dat veranderde niets aan het besluit.
Er wordt druk gediscussieerd, de kinderen staan te huilen. Maar het kan niet anders, ja, ze gaan me gewoon inruilen. Ik hoor het gemompel van enkele omstanders.
Elke andere oplossing wordt genegeerd, het is nu echt de hoogste tijd. Ik moet alleen achterblijven, tot mijn grootste spijt. Ik probeer nog even... langs een been te wrijven.
Ik moet in een hok, verdrietig kijk ik iedereen na. Hoe kun je dit nu toch doen, van het vrouwtje krijg ik nog een dikke zoen, speels trek ik nog aan haar rok.
Ze beloven dat er goed voor mij wordt gezorgd. Dit wil echter nog niet zeggen dat ik het leuk vind, maar er zijn viervoeters die slechter af zijn dan ik, zij worden zonder enige schroom, vastgebonden aan een boom.
jeetje, da's pas balen. Denk nu niet, dit is niet helemaal pluis, want over twee weken komen ze mij weer halen, Ja, ik mag echt weer terug naar huis. Snel nemen ze afscheid, Het hoort er nu een maal bij, .bij die vakantietijd....
° Ezels zijn vroeger tam gemaakt dan paarden, waarschijnlijk ongeveer 6000 jaar geleden.
° De 'Miniature Mediterranean' is een zeldzaam ras van mini-ezels die niet hoger worden dan 1 meter.
° Een ezelsdracht duurt ongeveer 12 maanden, maar een olifant heeft het record bij de zoogdieren: 22 maanden. De buideldas draagt dan weer niet langer dan 12 dagen.
° Ezels zijn woestijndieren, ze hebben de gewoonte al het groen op te eten dat ze kunnen krijgen als reserve voor later. Dat blijven ze bij ons ook doen als ze te lang op de weide staan, waardoor ze ernistige problemen krijgen.
° Ezels zijn niet goed tegen water bestand: hun vacht laat vocht door en hun hoeven kunnen er slecht tegen. Daarom doen ze soms moeilijk als ze door plassen of natte weiden moeten.
Weet jij waarom bloemen zo mooi gekleurd zijn? Niet omdat wij dat zo leuk vinden! Maar om insecten te lokken! En insecten, dat weet je, zijn belangrijk voor bloemen. Want zij brengen het stuifmeel van de ene naar de andere bloem. Nu kunnen niet alle insecten dezelfde kleuren zien. Een bij is bijvoorbeeld blind voor rood, maar is wel gek op geel. Vlinders zien rood wel heel goed, daarom zie je vaak veel vlinders op een klaprozenveld!
Vogelconcert.
Als je 's morgens eens heel vroeg wakker bent dan kun je er van genieten: van het vogelconcert. Want de meeste vogels beginnen al heel vroeg met zingen. De merel is een èchte vroege vogel: die begint al om vier uur 's ochtends. Als je goed luistert kun je op den duur de verschillende vogels aan hun zang herkennen. Het winterkoninkje schettert fel. En de lijster roept: "frederiek, frederiek, riek riek fie-ietje-fie-ietje twiet-twiet-twiet!" Spreeuwen kunnen zó in de Soundmixshow: ze zijn een kei in het nadoen van andere vogels.
Het loopt en het heeft een heleboel pootjes...
Wist je dat insecten de grootste dierengroep vormen op aarde? Er zijn ook zo veel verschillende soorten! Je kunt insecten herkennen aan hun poten; ze moeten er zes hebben! Spinnen zijn dus geen insecten, want zij hebben er acht. En een duizendpoot valt er natuurlijk helemaal buiten!
Wat een springer!
Ze springen van tak naar tak, soms stoppen ze even om iets te knabbelen: eekhoorns. Ik wou dat ik zo goed kon springen! Een eekhoorn heeft een sierlijke pluimstaart die hem goed van pas komt bij het springen: want hij kan er mee sturen! Ze eten vooral boomzaden, zoals bijvoorbeeld eikels. Ook paddestoelen vinden ze heerlijk! Kijk maar eens goed of je er een ziet; eekhoorns leven in naaldbossen, beukenbossen en grote stadsparken.
Volg die staart...
De ree komt overal in ons land voor. Je hebt de meeste kans ze te zien in de vroege morgen of tegen de avond, want dan komen ze uit hun schuilplaats. Een wijfjesree noem je 'rik' of 'geit'. De vacht van een ree is bruin, met onderaan de staart een witte vlek, de 'spiegel'. Deze vlek is goed te zien in het donker, als de reeën moeten vluchten kunnen ze elkaar zo goed volgen. Deze mooie, ranke en lenige dieren kunnen sprongen maken van wel zes meter ver.
Haasje repje Als een haas er vandoor...
Deze uitdrukking bestaat niet voor niets. Want hazen zijn, net als leeuwen, razendsnelle sprinters. Ze zijn ook slim: als ze op de vlucht zijn veranderen ze razendsnel van richting om hun achtervolger te foppen. Hazen zijn altijd op hun hoede! Zelfs tijdens het eten staan ze rechtop om om zich heen te kunnen kijken. Ze slapen ook niet echt: ze maken korte hazeslaapjes van hooguit twee minuten. Doe ze dat maar eens na!
Ik zie ze vliegen! Zie je ze ook vliegen?
Veel vogels hebben de duinen als hun leefgebied gekozen; bijvoorbeeld de Kiekendief en de Tapuit. Ze kwetteren er om het hardst! Ze leven er echt; ze broeden op deze plek en zoeken hier hun voedsel. Aan de rand van het water zie je weer andere vogels, zoals het grappige Drieteenstrandlopertje en de Wulp. Al met al is het een drukte van belang!
Dierenweetjes Meer vlinders in de tuin door het aanplanten van de juiste planten:
Meer vlinders in de tuin door het aanplanten van de juiste planten:
Vlinders zorgen voor dat extra beetje sfeer en leven in de tuin. Daarnaast zijn ze met hun mooie kleuren vaak ook nog een lust voor het oog. Wie meer vlinders in zijn tuin wil zien, kan best eens volgende lijstje met planten bekijken waarvan de bloemen druk door de kleurrijke fladderaars bezocht worden.
Naast het aanplanten van de juiste beplanting moet je ook rekening houden met het feit dat vlinders koudbloedige diertjes zijn. Dat wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur sterk afhankelijk is van de omgevingstemperatuur. Dagvlinders hebben dan ook 20 °C nodig om goed te kunnen vliegen. Op een dag dat het nog niet zo warm is zullen ze zich dan ook eerst een beetje opwarmen op een windvrije plaats. Dat doen ze door hun vleugels wijd open te houden. De vleugels functioneren dan een beetje zoals zonnepanelen die de vlinder opladen om terug op kracht te komen. Ideale plaatsen voor vlinders om rustig op temperatuur te komen zijn dan ook in struiken of op muren die de wind tegen houden.
Dagpauwoog aan het opwarmen tegen een zonnige muur.
Een tuin vol vlinders kun je bekomen met volgende planten:
Vaste Planten / tweejarigen / eenjarigen:
Adderwortel (Polygonum bistorta)
Akkerdistel (Cirsium arvense)
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Bergamotplant (Monarda)
Blauwe knoop (Succisa pratensis)
Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)
Dropplant (Agastache)
Duifkruid (Scabiosa columbaria)
Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi)
Engels gras (Armeria spec.)
Engelwortel (Angelica speciosa)
Gewone dophei (Erica tetralix)
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Gewone paardenbloem (Taraxacum officinale)
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Gewone zandkool (Diplotaxus tenuifolia)
Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata)
Gewoon duizendblad (Achillea millefolium)
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote teunisbloem (Oenonthera)
Hemelsleutel (Sedum spectabilis)
Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea)
Klimop (Hedera helix)
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Koninginnenkruid (Eupatorium purpureum)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Lavendel (Lavendula angustifolia)
Leeuwentand (Leontodon spec.)
Luzerne (Medicago sativa)
Maarts viooltje (Viola odorata)
Margriet (Chrysanthemum maximum)
Marjolein (Origanum 'Nymphenburg')
Muizenoor (Hieracium pilosella)
Munt (Mentha spec.)
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
Slangenkruid (Echium vulgare)
Speerdistel (Cirsium vulgare)
Struikhei (Calluna spec.)
Verbena bonariensis
Verbena hastata Verbena als eenjarig perkgoed
Vergeet-mij-nietje (Myosotis spec.)
Vlambloem (Phlox)
Wederik (Lychimachia clethroides)
Wilde bertram (Achillea ptarmica)
Wilde tijm (Thymus serpyllum)
Witte klaver (Trifolium repens)
Zeeaster (Aster tripolium)
Zonnehoed (Echinacea purpurea)
Zinnia
Sierheesters / struiken:
Braam (Rubus)
Peperboompje (Daphne mezereum)
Vlier (Sambucus)
Vlinderstruik (Buddleja davidii)
Dagvlinders die je in ons land frequent kan waarnemen in de tuin:
Atalanta, bont zandoogje, boomblauwtje, bruin blauwtje, bruin zandoogje, citroentje , dagpauwoog, distelvlinder, gehakkelde aurelia, groot koolwitje, klein geaderd witje, klein koolwitje, kleine vos, koninginnepage, landkaartje, oranje zandoogje, zwartsprietdikkopje.
zie ook een van de vorige mails over ziekten bij papegaaien
Ziekten bij parkieten
De ziekten bij parkieten komen grotendeels overeen met die bij papegaaien
Wat als mijn parkiet vergif heeft gegeten? Waarschijnlijk heeft u meer giftige stoffen in huis dan u denkt. Dat thinner en zwavelzuur giftig zijn zal u heus bekend zijn. Deze stoffen staan vast en zeker goed opgeborgen op een veilige plek. Maar wist u dat rookwaar, plantenmest en vlooienbanden ook giftig zijn? Vergiftigingen ontstaan doordat dieren iets giftigs hebben gegeten of giftig materiaal hebben opgelikt dat aan hun vacht is blijven hangen (bijvoorbeeld carbolineum). Vergiftigingen van knaagdieren en vogels zijn vrijwel altijd fataal. Als honden of katten iets giftigs hebben gegeten zijn ze vaak nog te redden, al is dit afhankelijk van de aard van de vergiftiging, de hoeveelheid giftige stof en......de juiste reactie van de eigenaar van het dier. Vergiftigingen met geneesmiddelen, schoonmaakmiddelen en tabak komen het meest voor. Neem altijd contact op met uw dierenarts als u denkt dat er gif in het spel is. Dierenartsen kunnen bij het antigifcentrum de meest recente informatie over giftige stoffen krijgen. Houd zo mogelijk de verpakking van het gif bij de hand. (Het is daarom verstandig giftige stoffen in hun oorspronkelijke verpakking te bewaren.) Is de dierenarts niet direct bereikbaar kijk dat in het volgende lijstje wat u zelf zou kunnen doen. Afhankelijk van het giftige product dat het dier binnen heeft gekregen zijn er verschillende manieren waarop u zou kunnen reageren. Soms is het verstandig het dier water te laten drinken waardoor het gif zich verdunt. Soms is het verstandig het dier te laten braken en soms kan braken juist heel onverstandig zijn. Dat is het geval als het om agressieve en/of bijtende stoffen gaat, die dan voor een tweede keer langs de slokdarm komen en deze ernstig kunnen beschadigen. Ook kan het toedienen van Norit, een laxeermiddel, koffieroom of boter verstandig zijn. Dieren die bewusteloos zijn kunt u beter geen water via de bek toedienen. Ook het laten braken is dan niet verstandig. Raadpleeg beter een dierenarts bij inname van vergif.
Kweken in broedkooien Als men kweekt naar voor tentoonstellingen of voor bepaalde kleuren, kweekt men het best in broedkooien. In een broedkooi kan men, zelf de koppels samenstellen, wat in een volière bijna onmogelijk is. Het is ook makkelijker om de nestkasten te controleren, wat regelmatig moet gebeuren. Er zijn verschillende typen kooien in de handel te verkrijgen, maar men kan ze zelf makkelijk maken. Als u een broedkooi koopt, moet u er voor zorgen dat er een uitschuifbare lade onder in de kooi is. Het is dan makkelijker om de broedkooi proper te maken. Met een lade worden de vogels tijdens het broeden ook niet gestoord, wat een groot voordeel is. Als de onderkant uit gaas bestaat, vallen de uitwerpselen van de vogels in de broedkooi van de vogels onder hun, wat onhygiënisch is en het verspreiden van ziekten wordt versneld.
Een broedkooi is groot genoeg als hij ongeveer 65cm breed, 40cm diep en 40cm hoog is. Het beste is om een broedkooi te maken of te kopen van het “kist-type”. Dit wil zeggen dat alleen de voorkant van de kooi uit gaas bestaat. Zo zijn de vogels een beetje beschut. Men kan ook grotere broedkooien maken, waartussen u een tussenschot zet. Als de kweekperiode dan voorbij is, kunnen de tussenschotten verwijdert worden, en hebben de jonge vogels een kleine volière. Maak de tussenschotten van hout of plexiglas, maar niet van gaas. De koppels gaan dan ruzie maken, waardoor ze niet gaan broeden.
Als u gaat kweken, zet u eerst de pop in de broedkooi. Dit doet u best in de vroege morgen, zodat de pop al aan de broedkooi kan wennen en alles kan verkennen. Zet de opening van de nestkast de eerste dag al open. Nu heeft de pop de ganse dag tijd om het eten en drinken te vinden en ze kan de nestkast inspecteren. Een dag later zet u de man in de broedkooi.
Er zijn ook verschillende manieren om de nestkasten op te hangen. Men kan ze buiten of binnen de broedkooi hangen. Buiten de broedkooi heeft als nadeel dat men soms onverwachts bij het proper maken van het vogelverblijf de nestkast kan afstoten, met alle gevolgen vandien... Maar er wordt geen vliegruimte ingenomen, dat wel is gebeurt bij een nestkast die binnen opgehangen wordt.(voor verdere informatie over de nestkasten, zie Nestkastjes)
Verf de binnenkant van de broedkooi in een zo licht mogelijke kleur (liefst wit). Let op dat er een verf gebruikt wordt die niet giftig is voor de vogels, zoals een verf voor in kinderkamers.
Probeer de eet- en drinkbakken zo dicht mogelijk bij de deurtjes te zetten. Zo stoort u de broedende vogels minder bij het verversen van het eten en drinken.
Hygiëne is heel belangrijk voor de toekomstige jongen. Maak de broedkooi dan ook regelmatig proper, maar probeer de broedende grasparkieten zo weinig mogelijk te storen.
Als de jonge vogels uitgekomen zijn, kan de man of pop zich soms agressief gaan gedragen tegenover de jongen. Maak daarom een soort afdakje waar het jong onder kan gaan schuilen.
Het grasparkietenkoppel Geslachtsbepaling
Bij een grasparkiet is het helemaal niet moeilijk om het geslacht van de vogel te bepalen. Het verschil tussen een man en een pop is te zien aan de neusdoppen. De neusdop bij een mannetje is blauw gekleurd en de neusdop bij de pop is bruinachtig. Als de vogels jonger dan 4 maanden is, is het wat moeilijker om het geslacht te bepalen, omdat de neusdoppen dan nog bleek van kleur zijn. Bij sommige kleurslagen, zoals de albino, de lutino en de fallow is het verschil ook wat moeilijker te zien. De pop heeft hier een gewone, bruinachtige neusdop en de man een vleeskleurige.
Het gedrag van het koppel
Als een grasparkietenkoppel gevormd is, zitten ze altijd bij mekaar. Het koppel poetst elkaars veren, vooraal de veren op het hoofd, waar ze normaal niet aankunnen. Een parkiet steekt zijn hoofdje uit en de andere vogel poetst zorgvuldig alle kopveertjes die door de snavel worden gegleden. Het koppel kan soms erg lang met het poetsen van de veren doorgaan.
Voedsel doorgeven behoort ook tot het gedrag van een grasparkietenkoppel. Het voeren van de partner gebeurt niet alleen tijdens de broedperiode, maar ook daarbuiten.
Het mannetje beweegt zijn hoofd op en neer om het voedsel op te rispen uit de krop en geeft dit door aan de pop. Het mannetje maakt hierbij een klokkend geluid. Meestal wordt er echt voedsel doorgegeven, maar soms ook niet.
Als deze gedragingen waargenomen worden, zijn de vogels in broedstemming.
De paring
Een koppel dat de beschikking heeft over een nestkast, zal meestal gaan paren. Bij grasparkieten die in broedkooien gekweekt worden, en waar de koppels dus zelf samengesteld worden, gebeurt de paring soms zelf al binnen enkele uren.
Het koppel is zeer opgewonden, ze springen op en neer en geven voedsel aan elkaar door en dan komt het tot de paring. Het mannetje zet een poot op de rug van de pop en met de andere poot blijft hij op de zitstok staan. Dan gaat hij met beide poten op de rug staan en spreidt de vleugels rond de pop. De staarten houden ze een beetje naar beneden en duwen ze de cloaca’s tegen elkaar, waardoor de bevruchting plaatsvindt. Om in evenwicht te blijven pikt het mannetje naar de veren van de pop.
Het is nu wel begrijpelijk dat er in een broedkooi geen schommels of wiegelende zitstokken thuishoren!
Legnood Legnood komt regelmatig voor bij grasparkieten. Vooral bij te jonge of te dik bevederde vogels, bij een pop die te veel nesten na elkaar heeft of als het ei te groot of schaalloos is. Dit komt ook voor bij vogels die een gebrek aan vitaminen hebben.
Legnood komt voor als de pop niet in staat is om het ei uit de eileider te persen. Tijdens de kweek is het dan ook belangrijk om sepia te geven. Hierin zit veel calcium, wat niet alleen belangrijk is voor de vorming van het ei, maar ook voor de samentrekking van de spieren.
Een vogel met legnood is zeer onrustig en springt voortdurend op en neer. Daarna is de vogel zeer moe en gaat hij in een hoekje van de kooi of volière zitten met de vleugels een beetje uit elkaar en de veren opgezet. Hij maakt ook klagende geluiden. Soms heeft de vogel een met bloed vermengde ontlasting.
Een pop die niet snel geholpen wordt, kan sterven. Men moet de vogel onmiddellijk uit de kooi halen en in een kleine, warme ruimte onderbrengen. Men kan sla-olie op de cloaca smeren, waardoor het ei makkelijker glijdt. U kan de vogel ook boven een ketel met kokend water houden. De dampen zorgen ervoor dat het ei sneller gelegd kan worden. Een lichte massage aan de onderbuik kan soms ook helpen. Een niet zo een aan te raden methode is het ei zelf uit de cloaca persen. Het ei kan namelijk breken en de eierschalen veroorzaken inwendige bloedingen, wat dodelijk is. Als het ei nog altijd niet komt, moet u zo snel mogelijk naar de dierenarts, waar hij een inspuiting krijgt.
Een pop die legnood heeft gehad, mag minstens een jaar niet meer broeden omdat de kans om opnieuw legnood te krijgen dan veel groter is.
Nestkasten In het wild leggen grasparkieten hun eieren in holle boomstammen, die ze zelf op maat maken. Als de ingang van de broedholte te klein is, maken ze deze groter met hun snavel. De houtschilfers die dan loskomen, vallen dan in de nestholte, zodat ze een goede bodembedekking hebben. Wij kunnen de vogels geen rotte boomstammen bieden, dus hebben we goede nestkasten nodig. Een goede nestkast is noodzakelijk voor goede broedresultaten. Als u in een dierenwinkel naar een grasparkietennestkastje vraagt, tonen ze meestal een verticaal nestkastje. Maar, naar mijn mening zijn horizontale nestkasten beter geschikt. Hierin hebben ze meer plaats, en bij een te kleine nestkast bestaat het gevaar erin dat de jongen te fel op elkaar zitten en dat de moeder op de jongen drukt. Dit kan leiden tot kromme poten, waardoor de vrouwtjes hun evenwicht niet meer kunnen bewaren bij het paren, en zelfs tot verstikking. Een goede maat is ongeveer 25cm lang, 18 cm breed en 20 cm hoog. Hierin kunnen de jongen, als ze groter zijn, wat in rondtrippelen. In elke nestkast zou ook een nestholte moeten zijn. Dit voorkomt het wegrollen van de eieren. Indien er een ei wegrolt, bestaat de kans erin dat het breekt waardoor het jong verloren is. Soms knagen de grasparkieten aan de nestholte om deze wat groter te maken. Nestmateriaal is niet echt nodig, maar op de bodem van het nestkastje kan men wat houtschilfers leggen. Als er te veel houtschilfers in de nestkast liggen, zal het vrouwtje het teveel uit het nestkastje gooien. Zaagmeel is naar mijn mening niet erg geschikt, omdat de jongen er soms in kunnen verstikken.
Heel handig is een "dubbele nestkast". in de nestkast zit een open bakje, dat makkelijk uit de gesloten kast de halen is. Dit is heel handig als men de jongen uit de nestkast moet halen. Een voorbeel hiervan is hieronder te zien.
Sommige kwekers hangen hun nestblok op in de broedkooi, andere weer buiten de kooi. De kast buiten de kooi hangen heeft als voordeel dat het nest makkelijk te controleren is en dat er in de kooi geen plaats wordt “verspild” aan de nestkast. Maar het gevaar bestaat erin, dat je per ongeluk het nestkastje kan afstoten, met alle gevolgen van dien...
Soms gebeurt het dat de pop de eieren stuk bijt. Om dit te voorkomen, moeten we een soort dubbele bodem maken in de nestkast. In de bovenste bodem maken we een gat waardoor het ei kan vallen in de onderste bodem. In deze onderste bodem moeten dan wel veel houtschilfers, zodat het ei niet kan breken. De eieren kan men dan wegnemen en onder een andere pop leggen.
De ontwikkeling van de jongen De jonge kuikentjes ontwikkelen zeer snel. Ze worden volledig kaal geboren met gesloten ogen en zijn volledig afhankelijk van hun moeder. Als de moeder de jongen voedsel geeft, liggen de kuikens tot ongeveer de 5de dag op hun rug. Na 6 dagen gaan de ogen open en na 7 dagen beginnen de veren te groeien. Drie dagen later zijn ze al volledig bedekt met dons. Als ze ongeveer een maand oud zijn, zijn de veren bijna volgroeid en het jong verlaat het nest. Hij kan nu (een beetje stuntelig) vliegen. Als u een parkiet wilt tam maken, is nu het geschikte moment om te beginnen. Soms komt hij dan al van de eerste dag op uw vinger zitten. Jonge grasparkieten hebben nu van niets schrik! Als de jongen uitgevlogen zijn, begint het vrouwtje meestal terug opnieuw te broeden. Het mannetje voert de jongen dan nog enige tijd terwijl het vrouwtje weer aan het broeden is.
Jonge vogels zijn makkelijk te herkennen aan hun zwarte ogen. Oudere vogels hebben nog een witte rand rond hun ogen. Jonge vogels hebben ook een gestreept voorhoofd dat na de jeugdrui (3-4 maanden na de geboorte) verdwijnt.
Paren en broeden Je kan makkelijk zien of grasparkieten een echt koppeltje vormen en klaar zijn om te broeden. Ze zitten altijd bij elkaar en verzorgen elkaars hoofdveren. Het mannetje braakt voedsel op en geeft dit door aan het vrouwtje. Deze bewegingen kan u bij een koppeltje regelmatig waarnemen. Maar ze doen dit ook regelmatig zonder voedsel door te geven. Als het koppeltje in broedstemming is, is het vrouwtje haar washuid bleker van kleur. Al snel zal het vrouwtje het nestkastje beginnen te inspecteren. Eerst steekt ze voorzichtig haar kopje naar binnen en wipt dan eventjes naar binnen, maar ze is er snel terug uit. Hoe komt het dat het vrouwtje zo voorzichtig het nestkastje betreedt als er toch geen vijanden zijn? Dit is een natuurlijk instinct. In Australië leven slangen die in boomholtes kunnen zitten. Nu blijft ze steeds langer en langer in het nestkastje. Niet lang daarna volgt de paring. De pupillen worden kleine puntjes. Het vrouwtje zet haar staart rechtop en voorzichtig kruipt het mannetje op de rug van het vrouwtje en spreidt zijn vleugels uit. Nu wrijven ze hun cloaca's tegen elkaar, zodat de bevruchting plaatsvindt.
Na ongeveer 8 dagen wordt het eerste eitje gelegd. Voordat de eitjes gelegd worden, worden de uitwerpselen van het vrouwtje zichtbaar groter. Nadat het eerste eitje wordt gelegd, komt het vrouwtje bijna niet meer uit het nestkastje. Ze komt er maar 3-4 keer per dag uit om haar behoefte te doen. Het mannetje zit meestal op het stokje voor het invlieggat. Het mannetje komt nooit in het nestkastje. Grasparkieten leggen 3-6 eitjes. Om de dag wordt er een eitje gelegd. Na ongeveer 10 dagen kan u kijken of de eitjes bevrucht zijn. Dit kan u doen door het eitje voorzichtig op te pakken en met een fel lichtje door het eitje te schijnen. De bevruchte eieren zijn donkerder dan de onbevruchte. In het midden ziet u bij een bevrucht eitje een kern waaruit allemaal bloedvaten vertrekken. Een onbevrucht eitje is wat doorschijnend. Ziet u dat de eitjes vuil zijn, was ze dan zeker niet af. Rond het eitje zit een (onzichtbaar) waslaagje dat het kuikentje beschermd tegen infecties. Als er onbevruchte eieren zijn, haalt u ze er best uit. Een grasparkieteneitje weegt ongeveer 2 gram. Zoveel weegt ook het pas uitgekomen jong. Na 18 dagen komt het eerste eitje uit. Het kuiken pikt met de eitand het eitje open. Dit is een heel vermoeiende gebeurtenis. De andere eitjes komen om 2 dagen uit. Dit heeft als gevolg dat het oudste jong al veertjes begint te krijgen als het jongste pas is uitgekomen. Het vrouwtje heeft op haar buik een gevoelige broedvlek waardoor veel bloedvaten lopen. Daarmee kan ze de bewegingen in het eitje voelen! Het mannetje braakt nu regelmatig voedsel op voor het vrouwtje. Het vrouwtje geeft het voedsel op haar beurt weer door aan de jonge kuikentjes.
Controleer het nest elke dag om te zien of alles goed gaat. Dode jongen moeten onmiddellijk worden verwijderd. Ze verrotten namelijk zeer snel wat de andere jongen in gevaar kan brengen.
Bij gewone, kleine grasparkieten zijn meestal weinig problemen, maar de grotere, Engelse grasparkieten hebben soms nogal wat problemen met het broeden. Ze voeden hun jongen niet, krijgen veel onbevruchte eieren,... Als u Engelse grasparkieten kweekt, zet u best als u enkele koppels in de broedkooien zet, ook enkele koppels gewone grasparkieten in de kweek. Deze kunnen dan de jongen van “probleemouders” eventueel overnemen.
Omdat Engelse grasparkieten dichter en zwaarder bevedert zijn dan de gewone, trekt U best de veertjes rond de cloaca uit, zodat de bevruchting beter kan plaatsvinden.
Partnerkeuze Bij grote papegaaien en bij sommige parkieten is het bijeenbrengen van een mannetje en een vrouwtje soms niet zonder problemen. Ze beginnen soms te vechten wat tot de dood kan leiden. Bij grasparkieten is dit gelukkig niet zo. De meeste grasparkieten accepteren zonder moeite een partner. Laat de grasparkieten aan elkaar wennen door ze elk in een andere aangrenzende kooi te zetten. Zo kunnen ze elkaar door de tralies bekijken. Na enkele dagen zet u de grasparkieten samen in een kooi. Meestal zullen ze niet vechten, maar na een paar dagen zijn ze al een echt koppeltje. Ze zitten elkaar te snavelen, elkaars veren te poetsen, enz… Als er eenmaal een paartje is gevormd, blijft dit standhouden totdat een van de parkieten sterft of als u ze scheidt. Als het popje aan het broeden is wordt het door de partner gevoerd door het invlieggat. Grasparkieten zijn al na 3-4 maanden geslachtsrijp, maar het beste is om te wachten tot ze ongeveer 11-12 maanden oud zijn om legnood, dat soms bij jonge parkieten voorkomt, te voorkomen.
Ringen Wie veel grasparkieten heeft, gaat zijn vogels het best ringen. Zo kunnen ze makkelijk uit elkaar gehouden worden. Een grasparkiet ringen om hem te kunnen identificeren, kan met een open of gesloten ring geringd worden. Een open ring is een ring die men elk moment aan de poot kan doen of van de poot afhalen. Open ringen zijn er in verschillende kleuren. Zo is het makkelijk om bijvoorbeeld de verschillende families uit elkaar te houden. Elke familie krijgt dan een bepaalde kleur.
Een gesloten ring is een ring die men om de poot doet van een jonge vogel, die nog in het nest zit. Deze ring kan er niet meer afgeschoven worden. Om aan gesloten ringen te geraken, moet u bij een vogelclub zijn. Hier kan u ringen voor grasparkieten verkrijgen. U kiest een stamnummer van maximum 3 letters en 3 cijfers (bv. uw initialen). Op de ring staan verder nog de initialen van de club waar u lid van bent, het cijfer dat aangeeft de hoeveelste ring dit van u is, en het jaartal. Zo weet u altijd in welk jaar de vogel is geboren. U kan kiezen tussen een gewone, zilveren ring of een gekleurde ring.
De maat voor grasparkieten is 4.01mm doorsnede.
Om aan tentoonstellingen mee te doen, hebt u zeker gesloten ringen nodig, om te bewijzen dat deze vogels werkelijk door u zijn gekweekt.
Een open ring aanbrengen is helemaal niet moeilijk, maar een gesloten ring is al wat moeilijker. Als het jong rond de 7 dagen oud is, kan hij worden geringd. Soms kan dit wat vroeger zijn, soms wat later. U neemt voorzichtig het jong vast in een hand en klemt een pootje (lichtjes!) tussen twee vingers. De drie langste pootjes richt u naar voren en het kortste pootje naar achteren. Voorzichtig schuift u de ring nu om de poot.
Soms ziet de pop de ring als een vreemd object en probeert ze de ring van de jongen af te krijgen. Ze bijt dan in het pootje, wat dan hard gaat bloeden. Soms bijt de pop zo hard, dat ze het pootje afbijt. Om dit te voorkomen, moet u, nadat een jong gering is, af en toe in het nest kijken of alles g
Drinkwater Zoals alle levende wezens hebben ook grasparkieten water nodig. Grasparkieten drinken niet zo veel, maar ze moeten altijd een gevuld drinkbakje tot hun beschikking hebben. Het beste is als uw grasparkiet een gesloten drinkbakje heeft. Daar wordt het niet zo snel vuil in. Het water moet proper zijn. Wij drinken ook niet graag vuil water.
In de winter mag je nooit schalen als drinkwater gebruiken omdat grasparkieten ook graag baden in schalen en als de parkieten nat zijn en het vriest, dan is dit meestal fataal. Sommige mensen doen vitaminedruppels in het water. Dit is gezond, maar echt nodig is het zeker niet.
Hoewel grasparkieten niet veel drinken, moet er toch altijd een bakje met vers drinkwater voor hun klaar staan. Het drinkwater moet gegeven worden in een proper bakje. Net zoals wij drinken grasparkieten ook liever uit een proper bakje. Het drinkwater is bijna even belangrijk als de voeding zelf. Veel vogels gaan dood waarvan de oorzaak onbekend is, terwijl de sterfte door het besmette of bacterierijke drinkwater veroorzaakt wordt.
Het drinkwater moet regelmatig ververst worden, omdat er na een tijd bacteriën in het water komen, die zich snel vermenigvuldigen. De vogels die jongen hebben, geven die bacteriën door aan hun jongen, wat nadelige gevolgen kan hebben. Dit kan zelfs leiden tot de dood van jongen. Vooral in de zomer, als het warm is, wordt het water ook snel warm, waardoor bacteriën zich makkelijker kunnen voortplanten. Het water moet dan zeker één maal per dag ververst worden. In de winter kan het water bevriezen, zodat de vogels geen water meer krijgen. Hier moet ook op gelet worden.
Gewoon kraantjeswater is goed. Er zijn ook kwekers die hun vogels mineraalwater geven. Dit is niet echt nodig, maar gezond is het wel! Vroeger gaven kwekers hun vogels soms zeewater, omdat daar veel mineralen en zouten in te vinden zijn, maar dit is nu onmogelijk. Het zeewater is te fel vervuild door het toedoen van de mens.
In het drinkwater worden regelmatig vitaminen gegeven. Het tekort aan sommige vitaminen wordt hierbij aangevuld. Deze vitaminen zijn wel redelijk duur. In drinkwater met extra vitaminen, kunnen de bacteriën zich ook veel sneller voortplanten. De vitaminen zijn namelijk een voedingsbron voor de bacteriën. Na 2 à 3 dagen krijgt het water een slechte geur. Het is eigenlijk niet het water, maar de bacteriën die die geur veroorzaken.
Omdat vitaminen zo duur zijn, worden de drinkbakken soms pas na verschillende dagen ververst. Maar als men zijn vogels kent, weet men hoeveel drinkwater men moet geven, zonder te veel overschot te hebben. Zo bespaart men zowel vitaminen, als het geld.
Het klinkt misschien raar, maar thee kan ook zeer gezond zijn: kamillethee tegen lichte verkoudheden, venkelthee tegen moeilijkheden in de darmen, saliethee tegen diarree en brandnetelthee voor de verbetering van de vitaliteit.
Grit, maagkiezel en sepia Als grasparkieten zaden eten, kunnen ze dit niet vermalen, omdat ze geen tanden hebben. Dus moeten de zaden op een andere manier worden vermalen. Als de zaden ingeslikt worden, en dus van de schil zijn ontdaan, gaan ze naar de krop, waar ze worden geweekt. Dan gaan de geweekte zaden naar de kliermaag, waar er verteringssappen worden toegevoegd. Samen met die sappen gaat het zaad naar de spiermaag, die een sterke wand heeft. Hier worden de zaden vermalen. Om de zaden goed te vermalen zijn er kleine, scherpe steentjes in de spiermaag nodig. Deze steentjes (grit of maagkiezel) hebben heel onregelmatige vormen, waardoor het voedsel nog kleiner wordt gemaakt. Omdat de zaden dan zo klein zijn, kunnen de verteringssappen veel beter op het voedsel inwerken. De spiermaag trekt samen en zet zich uit. Daarom gaan de scherpe steentjes na een tijd rond worden, waardoor ze geen voedsel kunnen vermalen. Deze worden dan door het lichaam afgescheiden. De spiermaag heeft weer nieuwe steentjes nodig, zodat het voedsel altijd goed kan worden vermalen. Een bakje met grit is dus altijd nodig in een kooi of volière. Voor op de bodem van de kooi is er in de handel schelpenzand verkrijgbaar. De stukjes schelpen in dit zand zijn ook geschikt om als maalsteentjes te dienen. Deeltjes van oesterschelpen bestaan ook om aan de vogels te geven. In een volière met een natuurlijke bodem is het meestal niet nodig om grit te verstrekken, omdat de vogels al veel steentjes binnenkrijgen omdat ze veel op de grond naar voedsel zoeken. Gewoon zand, bv. rivierzand is niet geschikt, omdat de steentjes al rond afgesleten zijn door de stroming van het water. Dit heeft dus geen malende werking.
Zaad bevat niet veel mineralen. In de dierenwinkel zijn er sepiaschelpen te koop. Dit is het skelet van een inktvis. Zorg dat er altijd een sepiaschelp in de kooi hangt. Sepia bevat veel calcium. Dit is een waardevol mineraal dat van groot belang is voor de beenderen. Te weinig sepia kan voor jonge vogels leiden tot verzwakking van het skelet. Vooral tijdens het broedseizoen is dit waardevol. De eischaal bestaat namelijk voor een groot deel uit calcium. Sepia kan u kopen, maar is ook aan het strand te vinden. Gebruikt u sepia dat u aan het strand hebt gevonden, dan moet u dit zeer goed schoonmaken met heet water, om vuilresten af te spoelen.
Groenvoer De zaadmengeling voor de grasparkieten is het basisvoedsel, maar zaad alleen is niet voldoende. Er dient ook groenvoer verstrekt te worden. Groenvoer bevat veel vitaminen die de grasparkiet in optimale conditie houden. Groenvoer is zelf makkelijk om in de tuin te houden en is overal te vinden.
De eerste keren dat groenvoer verstrekt wordt aan een vogel, zal het meestal onaangeroerd blijven liggen, maar men mag de moed niet opgeven. Na een tijd, als de grasparkieten de smaak te pakken hebben gekregen, wordt zo een stuk fruit het lievelingsvoer!
Als groenvoer kan bijna elk stuk fruit gegeven worden. Sla kan wel ongezond zijn voor de grasparkieten. Sla bevat te veel vocht, waardoor de grasparkiet diarree kan krijgen.
Tot de favorieten behoren stukjes appel, wortel, peer, sinaasappel,...
Men kan ook geschikt groenvoer in de natuur vinden. Groenvoer langs een weg gaan zoeken, is niet aan te raden, want het groenvoer kan aangetast zijn door de giftige uitlaatgassen van auto’s. Dit kan soms dodelijk zijn voor de vogels. Zorg ook dat u er zeker van bent dat de planten niet bespoten zijn met chemische produkten, daar deze erg giftig zijn voor grasparkieten.
In velden zijn er volop geschikte planten te vinden.
Zo een plant is vogelmuur. Op elk leeg stukje grond is er in de zomer wel vogelmuur te zien. Vogelmuur is makkelijk te herkennen aan de lichtgroene kleur en aan de fel vertakte stengels. In de zomer krijgt de plant kleine witte bloempjes. Vogelmuur bevat veel calcium, dat goed is voor de vorming van het beendergestel van de jonge vogels. Als de vogel iets gebroken heeft, is calcium noodzakelijk voor het herstel van de breuk. Vogelmuur behoort ongetwijfeld tot de favorieten van de wilde planten voor vogels!
Ook een plant die bij iedereen bekend zal zijn is de paardebloem. Deze ongeveer 35cm hoge plant heeft op het begin een mooie gele bloem, maar daarna komen de bekende pluisjes, die bij het minste zuchtje wind losspringen en ergens anders neervallen, waar zich dan een andere plant kan ontwikkelen. De lange bladeren hebben aan de zijkanten insnijdingen. De stengels bevatten een melkachtig sap.
Vooral de bladeren zijn gezond om aan de vogels te geven. Deze bevatten veel vitamine A, B en C.
De wortels kunnen ook gegeven worden. Als men een paardebloem in de volière legt, zullen de vogels er dol op zijn. Zorg dan wel dat er geen pluisjes meer aan de plant hangen. De opvliegende vogels zorgen dat de pluisjes loskomen en dan is het echt een zootje in het vogelverblijf.
Ook kunnen er verschillende grassoorten gegeven worden aan de vogels. In het wild eten de grasparkieten namelijk ook de zaden van de verschillende grassoorten die er te vinden zijn.
Men kan ook speciaal groenvoer voor vogels in de dierenwinkel krijgen. Dit is niet echt nodig, want als men af en toe wat fruit of planten geeft, hebben ze wel voldoende groenvoer.
Geef verschillende soorten groenvoer, zo ziet u na een tijd welk soort groenvoer uw vogels verkiezen.
Verstrek het groenvoer en fruit portiegewijs, dus nooit te veel in één keer. Het teveel aan groenvoer blijft liggen, en dit kan na een tijd gaan rotten, waardoor de vogels er ziek van kunnen worden. Was het groenvoer voordat u het aan de vogels geeft, goed af, maar geef het niet te vochtig aan de vogels. Groenvoer bevat namelijk al veel vocht en als daar nog extra bijkomt, kan dit zorgen voor darmstoornissen.
Kiemvoer
Kiemvoer is ook een zeer gezonde en veel gegeven vorm van groenvoer. In het wild wachten grasparkieten met broeden tot in het regenseizoen. Als de jongen uitkomen, zijn de zaden ontkiemd en kunnen de jongen beschikken over een vitaminerijk voedsel. Het gekiemde zaad is rijk aan vitamine A. Deze vitamine zorgt voor een goede beendergroei en een gezonde huid en veren. Wij kunnen de grasparkieten ook gekiemde zaden aanbieden.
Er zijn verschillende manieren om het zaad te laten kiemen. Geschikt zaad is een exotenmengeling, maar het gewone zaad kan ook gebruikt worden. Om te beginnen neemt men de gewenste hoeveelheid water en wast men onder stromend water. De zaden kan men in een zeef doen, zodat het water goed tussen al de zaden kan. Dan legt men de zaden op een vochtige handdoek. Zorg wel dat de zaden goed verspreid liggen, anders kunnen de zaden gaan beschimmelen, waardoor het gekiemde zaad nutteloos is geworden. Na enkele dagen komen er kleine kiempjes uit de zaden. Er zijn nu veel vitaminen vrijgekomen, waardoor dit gekiemde zaad gezond is.
Men kan ook een handvol gekiemde zaden in een schaal planten. Het duurt wel wat langer eer de kiemen boven de grond komen, maar de grasparkieten kunnen de kiemen dan makkelijk uit de schaal pikken.
In de handel zijn ook speciale kiemsets te verkrijgen. Dit zijn enkele schalen boven elkaar. In de bovenste schaal, die dient als “deksel”, giet men water. Via een buisje loopt het water van de bovenste schaal naar de middelste kiemschalen, waar net voldoende water achterblijft om de zaden te laten kiemen. Het te veel aan water wordt opgevangen in de onderste schaal. Als de zaden in de bovenste kiemschaal ontkiemd zijn, geeft men deze aan de vogels en plaatst men deze onder de onderste kiemschaal, zodat er een soort beurtrol ontstaat waardoor men elke dag over een verse portie kiemvoer beschikt.
Was de kiemen onder warm, stromend water voordat u ze aan de vogels geeft, zodat er zeker geen schimmels of bacteriën aanwezig zijn.
Door zaden te laten kiemen, weet u ook of u met vers zaad te maken hebt. Als minder dan 50% van de zaden ontkiemt is het zaad te oud, waardoor er al veel voedingsstoffen verloren zijn gegaan. Ontkiemt meer dan 50%, dan is het zaad nog goed vers.
Grasparkieten houden ook van gekiemd zaad. Het is heel gezond omdat er zo veel vitaminen vrijkomen. Kiemvoer komt het meest overeen met het voedsel dat ze in het wild eten.Als het begint te regenen in Australië, beginnen de grasparkieten te broeden, omdat er dan veel zaden kiemen, zodat de jongen met die kiemen kunnen gevoerd worden. Kiemvoer is op verschillende manieren zelf te maken:
Eén manier is: neem eerst een handvol zaad en doe dit in een schaaltje. Strooi hierover wat aarde. Geef elke dag wat water. Na enige dagen verschijnen de kiemen. Zet de schaal nu in de kooi of volière, zodat de vogels het gekiemd zaad makkelijk kunnen eten.
Een andere manier: neem een handvol zaden en leg deze verspreidt op een vochtige handdoek. Na enkele dagen komen er al kleine kiempjes te voorschijn. Besproei de zaden ook elke dag met een fijn straaltje (bv plantenspuit).
Deze manieren kunnen ook gebruikt worden als versheidsproef: als 50% of meer van de zaden uitkomen, is het zaad vers.
In de handel zij ook speciale sets te verkrijgen speciaal voor zaden te laten ontkiemen. Dit zijn enkele schaaltjes boven elkaar waar men zaden in doet. In het bovenst eschaaltje giet men water en het water loopt via een buisje naar het volgende schaaltje, zodat deze zaden bevochtigd worden. Dan loopt het water verder tot in het volgende schaaltje, enz... tot het water in het onderste schaaltje terechtkomt.
Voederbakken
In de handel zijn een enorm aantal verschillende soorten eet- en drinkbakken te vinden. De ene al wat beter dan de andere. Voor het kopen van drinkbakken moet altijd eerst gekeken worden naar wat voor zaad u geeft. Voor grotere parkieten koopt men bv. best geen eetbakken met een tuitje, omdat de grotere zonnebloempitten hierin soms vast komen te zitten, waardoor het lijkt alsof de vogel nog een vol bakje heeft, terwijl hij soms zelfs sterft van de honger... Voor grasparkieten zijn eetbakken met tuitjes wel geschikt. Grasparkieten hebben namelijk geen grote zaden, zodat het zaad makkelijk door het tuitje kan lopen. Maar men moet toch regelmatig controleren. Het kan immers altijd gebeuren dat er iets tussen geraakt. In een volière neemt u best een grote voedingsbak. Een grote voederbak is meestal niet erg goedkoop. Maar het is makkelijk om zelf een doelmatige voederbak te maken. U neemt een plastieken fles en u snijdt de bodem eraf. Men plaatst de fles omgekeerd in een schaal en van boven in de fles giet men zaad. In de schaal blijft altijd een beperkt hoeveelheid zaad. Maak de fles wel goed vast aan de schaal en zorg er voor dat de afgesneden onderkant bedekt is, zodat er geen uitwerpselen in de fles kunnen terechtkomen.
In de broedkooien moeten geen grote voederbakken. Het eten en drinken kan in een open bakje gegeven worden. Een klein eetbakje, een drinkbakje en een bakje voor het eigeel is voldoende. In de eetbak moet men er wel altijd op letten dat er niet te veel kaf op het eten ligt. Grasparkieten pellen het zaad en het kaf komt in de voederbak, zodat ze het goede zaad niet meer kunnen vinden. Blaas dan ook regelmatig het kaf van het voedsel af.
Voor drinkbakken geldt ongeveer hetzelfde als hierboven al beschreven werd. Geef echter geen eten in drinkbakken. De tuitjes van drinkbakken zijn namelijk smaller als van eetbakken, en er bestaat een grotere kans dat het eten vastgeraakt in het tuitje. Ververs de drinkbakken ook regelmatig, daar het drinkwater snel vuil wordt door zaad wat in de bak is gevallen, bacteriën, enz...
Grasparkieten baden veel. Geef daarom in de volière het drinkwater niet in het badje, maar in een ander apart bakje. Het water wordt anders te snel vuil door de badende grasparkieten, wat ook onhygiënisch is.
Zaden
In elke dierenwinkel zijn geschikte zaadmengsels voor grasparkieten te vinden. U kan zelf ook een mengeling van zaden maken. Dit heeft als voordeel dat u zelf het aantal kan bepalen van de verschillende soorten zaad.
Als u zaad gaat kopen, moet u al zeker naar de houdbaarheidsdatum kijken, want hoe ouder de zaden zijn, hoe minder voedingsstoffen er aanwezig zijn. Soms kan het zijn dat het zaad met fijne draadjes aan elkaar gekleefd is. Er zit dan ongedierte in het zaad, waardoor het zaad onbruikbaar wordt.
In een gewone zaadmengeling zitten verschillende soorten zaad, zoals millet, gierst,... Maar zaden alleen is niet genoeg. Er moet ook regelmatig groenvoer en eivoer verstrekt worden. Eivoer moet vooral tijdens het kweekseizoen worden gegeven. Gekiemde zaden zijn ook heel gezond.
In de dierenwinkel zijn er ook verschillende soorten vormpjes gemaakt van zaad te verkrijgen. De zaden zijn aaneengeplakt met honing en hier zit te veel suiker in. Als uw grasparkiet dan in een kooi zit, kan hij veel te dik worden. Af en toe een vormpje geven kan geen kwaad, maar geef in de plaats van zo een vormpje toch liever wat groenvoer of fruit!
Wat grasparkieten overheerlijk vinden, is trosgierst. Dit is lekker én gezond. Geef echter niet te veel trosgierst, want van een te grote hoeveelheid kan uw grasparkiet vetzucht krijgen. Geef uw vogel als die alleen gehouden wordt regelmatig een stukje trosgierst van ongeveer 6cm. In een volière regelmatig een ganse tros. Trosgierst kan zeer nuttig zijn om uw vogel tam te maken. Trosgierst is dus eigenlijk als een gezond “snoepje”. Voor dat de jongen uit het nest komen, kan u een stukje trosgierst in de blok leggen, zodat de jonge vogels wennen aan zaad.
Zieke vogels geeft u ook best een stukje trosgierst, zodat ze aangemoedigd worden om terug wat te eten.
Buiten de kooi laten Komt uw grasparkiet vanzelf op uw hand zitten, dan kan u uw hand, als de parkiet erop zit, zachtjes buiten de kooi bewegen. Meestal springt de parkiet van uw hand af, terug in de kooi, maar herhaal deze stap enkele malen achtereen en probeer het na een tijdje nog eens opnieuw. Als de parkiet op uw hand blijft zitten, en hij is buiten de kooi, zal hij waarschijnlijk van uw hand afvliegen. Hij vliegt dan naar de hoogste plaats. Laat hem even bekomen en houdt uw vinger voor uw grasparkiet. Hopelijk springt hij op uw vinger, maar ga niet achter hem jagen, want dan is alle moeite voor niets geweest en kan u weer helemaal opnieuw beginnen. Een grasparkiet vergeet zoiets niet!!
Laat de parkiet, als hij niet op uw vinger komt zitten, gewoon zitten. Meestal zal hij na een tijdje gewoon terug naar zijn kooi gaan, omdat hij honger begint te krijgen. Als hij echt niet naar zijn kooi terug gaat, dan kan u een lichte handdoek over de grasparkiet leggen en zo kan u hem makkelijk pakken om hem terug in zijn kooi te zetten. Zorg dat, als u uw parkiet vrij laat vliegen, de kamer veilig is. Hier volgen enkele punten waar u op moet letten als u de parkiet buiten de kooi laat:
Kijk goed op de grond als u in een kamer loopt waar een parkiet vrij rondvliegt. Kijk ook goed waar u gaat zitten in een kamer waar een parkiet vrij rondvliegt. Er zijn al veel grasparkieten aan hun einde gekomen doordat ze tegen een venster vlogen. Grasparkieten zien niet dat er een venster staat. Trek dus altijd de gordijnen toe. Zet geen giftige planten in de kamer. Dek vuilbakken of vazen af als de grasparkiet niet onder toezicht rondvliegt. Zorg dat er geen kaars brandt of dat het fornuis niet aanstaat. Iemand stapt op de parkiet. Kijk goed op de grond als je in een kamer loopt waar een parkiet vrij rondvliegt. Iemand gaat op een parkiet zitten. Kijk goed als je gaat zitten in een kamer waar een parkiet vrij rondvliegt. De parkiet vliegt tegen het raam. Er zijn al veel parkieten aan hun einde gekomen doordat ze tegen het raam gevlogen zijn. Trek dus altijd het gordijn toe. De parkiet zit voor de deur en als de deur opengaat, komt hij tussen de deur. Klop voor je naar binnen gaat even op de deur (zo vliegt hij op) en doe de deur zachtjes open. De parkiet wordt vergiftigd door giftige planten. Zet geen giftige planten in de kamer. De parkiet komt in een vaas of vuilbak terecht en sterft door de schrik of door verhongering. Dek vuilbakken of vazen af als de parkiet niet onder toezicht rondvliegt. De parkiet verbrandt zich aan het fornuis of aan een kaars. Zorg dat geen er geen kaars brandt of dat het fornuis niet aan staat
Kortwieken U kan uw grasparkiet ook kortwieken. De grasparkiet kan dan niet meer vliegen. Dit maakt het tam maken iets eenvoudiger, maar het is niet de meest ideale oplossing. Men moet de grasparkiet nooit altijd kortwieken. Alleen misschien om hem tam te maken, maar laat de veren altijd bijgroeien als hij tam is. Toch is het niet aan te raden; grasparkieten kunnen makkelijk zo tam gemaakt worden
Kortwieken is voor een grasparkiet pijnloos. Het is zoals wij ons haar laten knippen. De veren groeien bij de volgende rui terug en als u wilt, kan u ze dan opnieuw knippen. Kijk eerst bij een ervaren kweker om te zien hoe kortwieken in zijn werk gaat. Laat iemand de vogel vasthouden en spreid een vleugel open. Knip enkele binnenste slagpennen af met een scherpe schaar. Laat de 2 buitenste en binnenste veren intact. Zo is er niets te zien van de gekortwiekte veren. Begin met maar weinig slagpennen te knippen. Als de parkiet dan nog goed kan vliegen, knipt u er enkele meer af. U kan uw grasparkiet aan één kant of aan de 2 kanten kortwieken. Dat hangt er van af hoe goed hij nog kan vliegen.
Parkiet die wegvliegt Het grootste gevaar voor een grasparkiet is wegvliegen. Een parkiet die altijd binnen heeft geleefd en dan wegvliegt herkent de omgeving niet en door de plotse verandering van omgeving vliegt hij weg. Dat kan soms heel ver zijn. Als er een parkiet uit een volière ontsnapt, heb je misschien meer geluk. De parkiet wilt bij zijn partner blijven en blijft dan in de buurt van de volière. Zit de grasparkiet in een boom, dan kan u hem proberen nat te spuiten.(met een zwakke straal!) De grasparkiet kan dan niet zo goed meer vliegen en met wat geluk kan u hem dan proberen te pakken. Een andere manier is om te wachten tot het donker is. In het donker vliegen grasparkieten namelijk niet zo snel op. U moet goed weten waar de vogel zit, want als het mislukt, dan vliegt de vogel weg. Soms vliegt hij wel tot het terug licht wordt. Als u goed weet waar de vogel zit, kan u voorzichtig in de boom klimmen en hem proberen te pakken met een net of een lichte doek. Deze 2 manieren om een weggevlogen parkiet te vangen hebben wel wat geluk nodig. Als u uw parkiet niet hebt kunnen vangen, kan u een papiertje in enkele winkels ophangen of een advertentie in de krant zetten. U kan ook bij de dierenwinkel gaan informeren of er geen parkiet is binnengebracht.
Tam maken Eén van de (vele!) leuke kanten van een grasparkiet is dat u hem tam kan maken. Een grasparkiet is makkelijk om tam te maken. Zorg dat u, als u de grasparkiet wilt tam maken, hem zo jong mogelijk koopt. De ideale leeftijd is als de parkiet net uit het nest is gevlogen en al zelfstandig kan eten. De 2 basisregels om een parkiet tam te maken zijn: geduld en trosgierst. Iedere grasparkiet is dol op trosgierst. Dit is een gezond "snoepje" voor een grasparkiet. Als uw parkiet pas aangekomen is, moet u hem de eerste dagen tot rust laten komen. Kom zo weinig mogelijk aan de kooi, maar praat veel tegen hem. Als hij, na enkele dagen, tot rust is gekomen, kan u een stukje trosgierst door de tralies steken. Houd de trosgierst wel vast. Na een tijdje zal hij dichterbij durven komen en begint hij van de trosgierst te eten. Als hij na een tijdje direct naar de trosgierst toekomt, kan al een stapje verder gaan. Steek uw hand in de kooi en houdt een stukje trosgierst vast, dichtbij een zitstok. Eerst zal de grasparkiet uw hand en de trosgierst alleen maar aankijken, maar na enkele dagen durft hij al enkele zaadjes uit het trosje trosgierst te pikken. Dit gebeurt echter nog heel zenuwachtig. Het zal het niet lang meer duren, of hij eet al rustig uit uw hand. Nu kan u uw hand telkens een beetje verder van de zitstokken verwijderen. Als u hand zover van de zitstok is dat de parkiet niet meer bij de trosgierst kan, zal hij na een tijdje op uw hand springen om toch maar bij de trosgierst te kunnen komen. Blijf deze stap doen totdat hij zonder twijfelen op uw vinger springt. Let wel op! Alle parkieten zijn anders. Sommigen springen sneller op uw hand dan anderen. Als uw parkiet niet zo snel op uw hand springt moet u de moed vooral niet opgeven. Iedere (jonge) parkiet kan wel tam worden, maar bij de ene is er meer geduld nodig dan bij de andere. Met trosgierst is bijna iedere parkiet te lokken. Sommige schuwe, oudere vogels komen zelfs op uw hand zitten als u trosgierst op uw hand houdt. Als de parkiet zonder twijfelen op uw hand komt zitten, moet u de trosgierst weglaten. Meestal komt hij toch op uw hand zitten, omdat hij al vertrouwd aan de hand is. Doet hij dit niet, dan moet u hem opnieuw met trosgierst lokken en soms proberen of hij zonder trosgierst op uw vinger komt springen. Het is heel belangrijk dat uw parkiet altijd beloond wordt wanneer hij op je hand komt zitten. Zo ontstaat er een nog hechtere band tussen u en uw parkiet!
Wat met vakantie? Het eerste waar meestal aan gedacht word is meenemen. Dit kan, maar als het grote afstanden in een auto zijn, is dit zeker af te raden. En in het buitenland gelden bepaalde regels voor de in- en uitvoer van parkieten. Er kan soms een hoop papierwerk aan te pas komen om je parkiet te kunnen meenemen. Maar het allerbeste is om je parkiet gewoon thuis in zijn vertrouwde omgeving te laten. Je kan dan aan iemand om elke dag eens even naar je parkiet te komen kijken en hem misschien eens uit te laten. Je kan je parkiet ook bij een kennis zetten, als die er geen last van ondervindt.
Bij sommige dierenwinkels kan je je parkiet ook voor weinig geld laten. Meestal kan je parkiet in zijn eigen kooi blijven.
Als men een volière heeft, is het best dat de buren de vogels voor die tijd komen verzorgen.
Kooi In elke dierenwinkel vindt je gepaste parkietenkooien. Deze zijn meestal niet zo duur en ze gaan lang mee. Je moet vooral zorgen dat de kooi niet te klein is. Een kooi voor een grasparkiet die alleen gehouden wordt, is groot genoeg wanneer hij 50cm lang, 30cm breed en 55 cm hoog is. Speelgoed in de kooi is noodzakelijk, ook al ben je veel met je vogel bezig. Het is immers onvermijdelijk dat je grasparkiet enkele uurtjes of dagen alleen in zijn kooi moet blijven. Prop de kooi nooit te vol speelgoed; de parkiet moet nog genoeg ruimte hebben om te bewegen en zijn vleugels te strekken. Als je 2 parkieten houdt, is een kooi van 1.50m lang, 50cm breed en 55cm hoog voldoende. De tralies van de kooi moeten horizontaal lopen, omdat grasparkieten echte klauteraars zijn. Zorg wel dat de ruimte tussen de tralies niet te groot is. Het zal niet de eerste keer zijn dat een grasparkiet aan zijn einde komt bij een ontsnappingspoging en dan tussen de tralies blijft steken. De ideale ruimte tussen de tralies is ongeveer 12mm. Het deurtje van de kooi mag ook niet te klein zijn. Een te klein deurtje is onhandig als je je parkiet uit zijn kooi wilt halen. Bij de meeste kooien is er van onder een uitschuifbare lade. Dit maakt het proper maken van de kooi veel handiger en gemakkelijker. Zet de kooi altijd in een tochtvrije plaats, daar parkieten erg gevoelig zijn voor verkoudheden. Voor een raam kan het héél warm worden in de zomer, zodat de grasparkiet een zonnesteek kan oplopen. Zet de kooi ook liefst niet in de keuken. De (giftige) dampen kunnen soms levensgevaarlijk zijn. Onthoud ook dat geen enkele kooi te groot is voor een grasparkiet; hoe groter de kooi, hoe beter.
Als je geen grote kooi hebt, kan je je kooi in een kamer zetten en het deurtje altijd open laten. Als je dit doet kan je meerdere vogels houden. In de kooi geef je je parkiet dan het eten en drinken. In de kamer kan je een paar kamerplanten zetten waar de parkiet(en) naar hartelust in kan klimmen en klauteren. Zorg wel dat deze planten niet giftig zijn. Enkele giftige planten zijn oleander, primula, hyacint, taxus, buxus, wasbloem, kraanoog, maagdenpalm, aronskelk en nachtschade. Zorg ook dat de kamer veilig is.
Volière Als je plaats hebt in je tuin kan je een volière maken. Daarin kan je een groep grasparkieten houden. Je kan dan het sociale gedrag van je vogels waarnemen. Het is héél interessant om jonge parkietjes zien op te groeien, de paartjes bezig te zien die elkaars veren aan het verzorgen zijn, enz… Je kan je volière zo groot maken als je zelf maar wilt. Grasparkieten kunnen het hele jaar door buiten blijven als ze de beschikking hebben over een tochtvrij en windstil nachthok. Het nachthok moet waterdicht zijn. Daar kunnen je grasparkieten dan overnachten. Zet in het nachthok de zitstokken hoger dan in het buitenverblijf. De parkieten slapen liefst zo hoog mogelijk en het is beter dat de grasparkieten in het binnenverblijf overnachten. Daar is het meestal wat warmer dan buiten. Geef het voedsel ook in het binnenverblijf. Daar wordt het voedsel niet nat als het geregend heeft. Nat geworden voedsel bederft namelijk heel snel. Op de bodem van de volière kan je gras zaaien. Als het gras nat is, kunnen de vogels hierin lekker rondspartelen. Een bodem van beton gaat ook.
Zorg dat er geen scherpe randjes van het gaas van de volière uitsteken. Het kan wonden veroorzaken, en als de parkiet een kleine, scherp stukje gaas inslikt, betekend dit meestal de dood.
Vinken, kanaries en andere kleinere vogels kunnen niet samen in een volière. Grasparkieten "pesten" deze kleinere vogels. Ze houden de vogels bijvoorbeeld weg van de voederbak, bijten de kleine vogels in hun poten, enz… In de volière kan je wel kwartels houden. Ze houden de bodem proper van gevallen zaden. Grotere parkieten, zoals valkparkieten gaan ook goed samen met grasparkieten. Dit gaat echter niet altijd. Vooral als je een kleine volière hebt, is dit niet echt aan te raden. Sommige grasparkieten zijn echte pestkoppen die zelfs valkparkieten niet met rust laten, zodat deze niet kunnen broeden. Zo'n grasparkieten moet je zeker uit de volière halen.
Beplanting
Veel zin heeft het niet om planten in de volière te zetten. Grasparkieten knagen namelijk overal aan en na een tijdje zal die plant maar een kale boel worden. Een grove den kan wel in de volière gezet worden. Deze houdt het meestal wel lange tijd uit. Als je toch planten in de volière zet, moet je er zeker van zijn dat het geen giftige planten zijn. Buxus is bijvoorbeeld een zéér giftige plant. Klimop kan ook in de volière geplant worden. Op de bodem van de volière kan je gras zaaien. Hier spelen parkieten ook graag in. Vooral als het pas geregend heeft. Veel parkieten houden ervan om in het natte gras een "bad" te nemen. Ze spartelen dan met hun veren en rollen heen en weer. Gras is erg decoratief en jonge grasparkieten spelen er graag.
Zitstokken Aan zitstokken wordt soms niet veel aandacht aan besteed, maar goede zitstokken zijn toch noodzakelijk voor de vogels. Als men in een dierenwinkel een kooi koopt, worden de zitstokken meestal wel meegeleverd. Maar meestal zijn deze van plastiek, en deze zijn helemaal niet geschikt voor grasparkieten. Plastieken zitstokken schuiven namelijk erg en dit is niet erg gezond voor de poten van de grasparkieten. Als u een kooi koopt, koopt u dus best meteen enkele ronde, houten zitstokken. De poot mag de zitstokken niet helemaal omklemmen, maar voor ongeveer ¾. Als de poot de zitstok helemaal omklemd, kunnen de nagels te fel doorgroeien, waardoor de grasparkiet last gaat hebben met lopen. En te dikke zitstok is natuurlijk ook niet goed, omdat ze daar maar weinig grip op hebben.
In een kooi zet u de zitstokken zo, dat de vliegruimte van de grasparkiet niet te veel wordt verkleind. U kan bv. twee zitstokken aan de zijkanten en één boven in de kooi of iets dergelijk. Dit geldt ook voor in een broedkooi. Soms worden in broedkooien vierkante zitstokken gezet. Hier zouden ze meer grip op hebben tijdens de paring. Of dit echt zo is, betwijfel ik echter,...
In de volière moeten de zitstokken ook niet te veel vliegruimte in beslag nemen. Naast de houten, aangekochte zitstokken kunnen er ook natuurlijke takken in de volière gelegd worden. De grasparkieten kunnen hieraan naar hartelust knagen. Laat de schors dus aan de tak hangen. Deze zullen ze zelf wel afknagen! Geschikte zitstokken zijn van fruitbomen, zoals appelboom, perenboom,... In een kooi kunnen natuurlijk ook enkele natuurlijke zitstokken gezet worden, zolang ze de vliegruimte maar niet in beslag nemen.
Maak in de kooi of volière zitstokken van verschillende diktes. Zo blijven de poten van de grasparkiet in optimale conditie! Bij zitstokken van dezelfde grootte, is de druk altijd op dezelfde punten van de poot, wat kan leiden tot ontstekingen.
Indien u veel vogels hebt, kan u verschillende zitstokken op een rij zetten, die van onder naar boven lopen. Hier kunnen veel vogels zitten en er wordt maar weinig ruimte in beslag genomen.
Een ander soort zitstok zijn de schommels. Een jonge grasparkiet heeft veel plezier in zo een schommel.
Een veelgebruikte soort schommel zal ik hier beschrijven: u neemt enkele latjes en maakt daar twee identieke evengrote kruisen van. Dan neemt u vier zitstokken van dezelfde lengte. Elke zitstok timmert u in een hoek van een kruis. Aan de twee kanten van een zitstok wordt een kruis bevestigd. In het midden van elk kruis, wordt een “oogje” vastgeschroefd, met daaraan een touwtje en dit hangt u op. Dit geeft gegarandeerd veel plezier aan de grasparkieten.
In een kooi of volière mogen wel zeker niet alleen schommelende of bewegende zitstokken aanwezig zijn. het merendeel moet goed vastzitten. Als de vogels paren, en de zitstok beweegt mee, dan kan dit resulteren in een slechte bevruchting met onbevruchte eieren. Dus in een broedkooi horen geen schommels thuis.
Voor het kopen Wie één of meer grasparkieten wil gaan houden, moet er zeker van zijn dat hij weet waaraan hij begint. Een grasparkiet kan wel 15 jaar worden. Lees voor je een grasparkiet gaat kopen veel over het houden en het verzorgen. Een grasparkiet alleen houden is eigenlijk niet zo aan te raden. Grasparkieten zijn sociale vogels, die graag een partner hebben. Alleen als je er zeker van bent dat je veel met je grasparkiet bezig kan zijn, kan je hem apart houden. Kun je niet zo veel met je parkiet bezig zijn, koop dan twee grasparkieten. Dat kan een koppeltje zijn, maar ook 2 mannetjes of 2 vrouwtjes. Eén parkiet zal na een tijdje wel de rol van het andere geslacht overnemen. Als je een koppeltje parkieten hebt en geen jongen wilt, hang je gewoon geen nestkastje in de kooi. Meestal leggen ze dan geen eieren. Maar om heel zeker te zijn, neem je beter dan 2 parkieten van hetzelfde geslacht. Als je een koppeltje hebt, zonder een nestkastje in de kooi, kan het zijn dat er soms toch een eitje in de kooi ligt. Dit is helemaal geen reden tot paniek. Alle vrouwtjes leggen eitjes, maar ze zijn niet bevrucht. Als je plaats genoeg hebt, of als je genoeg mensen vindt die een jong grasparkietje van je willen overnemen, kan je een nestkastje in de kooi van een koppeltje een nestkastje hangen. Na een tijdje zullen de parkieten wel gaan broeden. Als je één parkiet hebt, moet je speelgoed in de kooi hangen. In de dierenwinkel kan je héél veel grasparkietenspeeltjes vinden zoals belletjes, spiegeltjes, plastieken parkieten, enz…
Het kopen Ga je grasparkiet in een goede dierenwinkel of bij een grasparkietenkweker kopen. Zij zullen je extra uitleg kunnen geven en je vragen kunnen beantwoorden. Als je in de winkel of bij de kweker bent, kijk dan eerst eens goed rond. Je zal zien dat er vele kleurvariëteiten zijn. Neem een mooi gekleurde parkiet die er gezond uitziet. Als je je parkiet tam wilt maken, moet je een zo jong mogelijke grasparkiet kopen. Dit is makkelijk en snel te zien; rond de ogen van een jonge vogel is geen witte rand, die wel bij oudere vogels te zien is. Als je een koppeltje neemt, dan koop je best een koppel dat al eerder gebroed heeft. Het is niet moeilijk om een mannetje of vrouwtje te herkennen: het mannetje heeft een blauwe en het vrouwtje een bruinachtige washuid. Bij een albino kun je dit wel niet zien.
Bij het kopen van je grasparkiet moet je wel op enkele punten letten:
-Zijn de ogen niet met bloed doorlopen, maar helder? -Is de ademhaling niet te snel, maar rustig? -Is de cloaca (het achterwerk) zuiver en hangt er geen vuil aan? -Staan 2 tenen naar voor en 2 naar achter? -Zijn er geen kale plekken in het verenkleed? -Ontbreken de slagpennen of andere veren niet (kruipersziekte)? -Is de snavel niet misvorm? -Is het verenkleed glanzend en niet mat? -Neem, als dit enigszins kan, een ervaren kweker mee bij het kopen van je grasparkiet. Zo ben je er zeker van dat je een gezonde vogel koopt.
Zomer: In de zomer (1 Mei tot 1 Okt.) lopen de paarden dag en nacht buiten, op goed onderhouden, zeer ruime weidepercelen. Om de kwaliteit van het gras te behouden, worden de weiden gemaaid, gerold en gesleept en worden de paarden zonodig omgeweid. Er wordt regelmatig ontwormd (inbegrepen), de paarden worden 4 x per jaar bekapt door een zeer deskundige hoefsmid, die de stand van de benen van uw paard nauwlettend in de gaten houdt. Wij wonen op het bedrijf en daarom is er altijd (deskundig) toezicht. De paarden worden elke dag nagelopen en gecontroleerd op eventuele onregelmatigheden. Ze zijn aan dagelijks, menselijk contact gewend, zo blijven ze makkelijk in de hand. Uw veulen is onze zorg en wij zullen ons daar ook volledig voor inzetten.
Winter: In de winterperiode wo rden de paarden gestald in groepen naar leeftijd en geslacht. De stallen zijn ruim en bieden plaats aan 6 tot max. 8 paarden, afhankelijk van de grote, leeftijd en dominantie verhoudingen. Door de openfront-voorwanden hebben de paarden, onbeperkt beschikking over zeer goede kwaliteit ruwvoer. Aan de achterzijde van elk groepsverblijf is een deur, die toegang biedt tot de paddocks. De paarden zullen in de winter dagelijks, geruime tijd buiten komen, in de grote goed gedraineerde zand-paddocks en/of, op de verharde buiten-voerplaats deze verharde bodem is goed voor het hoefmechanisme en de ontwikkeling van botten en pezen (ter voorkoming van OCD e.d.). De stallen zijn zeer goed geventileerd, waardoor er een fris en gezond stalklimaat heerst. Ook als de paarden niet buiten lopen kunnen ze toch lekker naar buiten kijken door de open deuren aan de achterkant van de stallen. De paarden komen dagelijks in de hand en zijn dan ook allemaal heel mak (ook in het weideseizoen)
Voordelen van een Loopstal:
Een fris leefklimaat
Veel sociaal contact
Goede karaktervorming door natuurlijk rangorde systeem
Bewegingsvrijheid
Dagelijks uitloop in de paddocks
Goede opbouw van het bewegingsapparaat door veel beweging
Verhard gedeelte in de stal en buitenplaats draagt bij aan goede botontwikkeling
Vissen Aquarium gezond houden is geen makkelijke klus
Aquarium gezond houden is geen makkelijke klus
Vissen zijn misschien wel de meest fragiele huisdieren. Veel lezers vragen zich af waarom hun visjes al na enkele dagen dood bovendrijven. Volgens dierendokter Rob Lückerath ligt dat veelal aan een ongezond aquarium. 'Een visbak is prachtig, een levend schilderij. Maar het onderhoud ervan is allesbehalve gemakkelijk.'
Hoe komt het dat het zo moeilijk is om een aquarium te onderhouden?
Rob Lückerath : 'Een aquarium veroorzaakt vaak problemen: de vissen gaan dood, het water wordt troebel, de planten verwelken. In een aquarium gelden dezelfde wetten als in de natuurlijke biotoop van de vissen. En natuurlijk is het lastig om in een klein bakje water het biologische systeem van bijvoorbeeld de Amazonerivier na te bootsen. Watersamenstelling, licht, planten en filters zijn van groot belang. Het leefmilieu wordt bepaald door een ingewikkeld samenspel van al die factoren. Het is daarom belangrijk nooit zomaar een visbak te kopen. Doe eerst navraag bij visclubs.'
Wat is de belangrijkste oorzaak van vissterfte?
'Wat veel mensen niet weten, is dat je niet alle vissen bij elkaar mag zetten. Een exotisch exemplaar naast een doorsnee goudvis laten zwemmen brengt onvermijdelijk de dood teweeg van één van de twee. Elke vis heeft immers ander water nodig. Er zijn alkalische vissen, die geen zuur water verdragen, en diertjes die alleen in zuur water overleven. Sommige vissen willen hard water, anderen liever zacht. Agressieve beestjes zet je ook best niet bij elkaar. De gouden regel luidt: beter te weinig dan te veel vissen in één bak.'
Waarop moet je letten bij de watersamenstelling?
'Meerdere factoren bepalen de samenstelling. Alles hangt in de eerste plaats af van het leidingwater dat je gebruikt. In sommige steden is het water uit de kraan hard, in andere steden zacht. Ook de zuurtegraad verschilt. Daarnaast spelen de planten en de meststoffen een grote rol. Er zijn zoveel elementen die je moeilijk kunt inschatten, dat je best raad vraagt aan een specialist. Hij zal zeggen wat voor soort water in je visbak zit, en wat voor soort water je visjes nodig hebben. Bovendien weet hij iets van de technische apparatuur die je moet aanschaffen. Zo heeft een kleine visbak alleen een actieve koolfilter nodig, maar een groot aquarium onderhoud je beter met een biologische filter.'
Waarom moet je oppassen met planten?
'Planten zijn onmisbaar in een aquarium. Ze zorgen niet alleen voor zuurstof, maar ontgiften het water ook. Door de afvalstoffen van vissen, planten en voedsel ontstaat er stikstof. Dat goedje is schadelijk voor de visjes. De planten nemen de stikstof op en zuiveren zo het aquarium. Bovendien bieden ze de beestjes beschutting. Maar dat wil nog niet zeggen dat je de bak moet volstouwen met plantjes. Te veel groen zorgt immers voor te veel afvalstoffen en een overproductie van stikstof. Om dezelfde reden pas je best op met de hoeveelheid voedsel. Matigheid is de boodschap. De vissen moeten hun korreltjes opkrijgen vooraleer ze de grond raken.'
Mag je lampen in een visbak zetten?
'Natuurlijk geven lampen de vissen een sprookjesachtig uiterlijk. Maar het licht kan het hele bioritme in een visbak omgooien. Sommige lampen geven warmte af en verhogen de watertemperatuur. Daardoor groeien de planten twee maal zo snel. Ook de kleur van het licht en de intensiteit hebben invloed op het aquarium. Het juiste licht zorgt ervoor dat de visbak er prachtig uitziet, maar met het foute licht stikt zo'n bak al snel van de algen. Ook hier geldt: vraag raad aan een specialist. Een belichte visbak zet je best niet voor een raam. Overdaad schaadt.'
De Siervis in Leuven is een voorbeeld van een visclub die veel informatie geeft over soorten waterbewoners en hun biotopen: www.desiervis.be
In het kader van de maand van het gebit (februari) brengen we het gebit van honden en katten meer onder de aandacht. Naar onze mening werd er eigenlijk te veel aandacht aan honden besteed en we hebben daaom het initiatief genomen om het tandenpoetsen bij katten beter uit te werken.
We hebben onze tandenpoets pagina's op de dierengebitsite uitgebreid. We adviseren om te poetsen en laten zelfs met een filmpje zien hoe je kunt poetsen. Als advies geven we om een gaasje te gebruiken, dit wordt beter geaccepteerd dan het poetsen met een tandenborstel. Indien het poetsen niet lukt zijn er zelfs speciale tandenpoetsbrokken om de kat het gebit schoon te houden.
Zie
Het is belangrijk dat het gebit in de gaten wordt gehouden door de eigenaar, zeker bij maine coons, noorse boskatten en oosterse katten waarbij we vaak en veel problemen zien. Deze hadden in veel gevallen door tandenpoetsen voorkomen kunnen worden.
Naar aanleiding van een patient die ik van de week in de praktijk had leek het mij leuk om een aandoening te bespreken. Daar worden we allemaal wijzer van en ik hoop dat jullie het leuk vinden om zo iets bij te leren over aandoeningen die ik in de praktijk tegen kom.
Vrijdag avond kwam er een cavalier king charles spaniel bij mij in de praktijk. Normaal komt hij altijd met z'n balletje in z'n bek de praktijk binnen lopen ,maar nu droeg zijn baasje hem. Foute boel dacht ik zo! De eigenaresse was dit met mij eens ,want als hij niet meer met z'n balletje speelt, dan is er echt iets met hem mis. Na het algemeen onderzoek te hebben gedaan kwamen we bij het linker oog van het hondje uit, dat was 2 keer zo groot als het rechter oog. Oh jee, gaucoom! Glaucoom of te wel groene staar is een aandoening aan het oog waarbij de oogboldruk sterk wordt verhoogd en het oog dus harder en groter. Normaal is er in het oog een evenwicht tussen aanmaak van oogvocht( oogkamer water, dus in de oogbol zelf) en de afvoer. Als er nu iets mis gaat in dit evenwicht, dus dat de aanmaak veel hoger wordt of de afvoer verstopt raakt, dan zwelt het oog letterlijk op. Dit is voor de hond zeer pijnlijk, want het voelt eigenlijk het zelfde als dat je op je nagel hebt geslagen. De druk onder de nagel kan niet weg en zo ook kan de druk in het oog niet weg. Het lijkt dus alsof het oog uit de oogkas puilt. De symptomen die je ziet is zeer veel rode vaatjes in het wit van het oog,vaatinjectie. Daarnaast een onregelmatige witte verkleuring van de voorkant(cornea) van het oog en mydriasis, wat wil zeggen een verwijde pupil, die niet op licht reageerd. Als je deze sympomen bij je hond ziet tezamen met een hond die sloom is en pijn heeft, bel dan direkt je dierenarts. DIT iS EEN SPOEDGEVAL! Als er niet snel iets aan gedaan wordt, dan betekend dit compleet gezichtsverlies in het oog en blijvend pijnlijk oog. De enige oplossing die ons als dierenartsen dan nog rest is het oog verwijderen zodat de hond geen pijn meer heeft.
Zo ook bij het hondje in de praktijk. We hebben z'n oog moeten verwijderen en na pathologie bleek dat er een tumor in het oog zat waardoor het oog zo erg groot was geworden ( de tumor belemmerde de afvoer van het kamer water). Het gaat nu erg goed met hem en speelt er lustig op los met z'n balletje met 1 oog minder.
De alpensneeuwhoen of lagopus mutus Een standvogel. Iets groter dan de patrijs. In de zomer bruin met witte (meestal alleen in de vlucht zichtbare) vleugels, witte onderkant en wit bevederde klauwen. In de winter zijn beide geslachten helemaal wit met een zwarte staart. De geslachten kunnen het best onderscheiden worden aan de rode verdikking boven de ogen (rozen), die bij het vrouwtje veel minder geprononceerd is. In de winter heeft alleen het mannetje een zwarte oogstreep. Bij de jongen zijn ook de vleugels en de hele staart bruin. Sterk overeenkomend met het Noordeuropese moerrassneeuwhoen. Verspreiding en woongebied : Noord-Europa, Alpen en Pyreneëen. In de Alpen boven de kromhoutgrens in het rotsachtige gebied. Voortplanting : komvormig nest verborgen tussen stenen en kleine struikjes. De zes tot negen roomkleurige tot roodbruine eieren zijn bedekt met talloze kleine bruine en zwarte vlekjes; ze worden meestal in juni gelegd en aansluitend 20-24 dagen bebroed door het vrouwtje. De jongen verlaten al na één dag het nest en worden tot in de herfst door beide ouders gevoed. Voedsel : bijna uitsluitend vegetarisch : knoppen, bladen, zaden en bessen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De kleine plevier of charadrius dubius Trekvogel, eind maart tot oktober. Waadvogel met het formaat van een vink. Verschilt van de vergelijkbare bontbekplevier door de zwarte (niet oranje-gele)snavel; de grijzige tot vleeskleurige (niet oranje) poten en de citroengele oogring. In de vlucht geen witte band zichtbaar zoals hij de bontbekplevier. Verder is de stem zeer kenmerkend. Jonge vogels en vogels in rustkleed hebben geen zwarte tekening op de kop. Holt zoals alle plevieren met snelle dribbelpasjes en stopt plotseling. Verspreiding en woongebied : broedvogel in het ganse Europese binnenland, niet langs de kust, behalve in het hoge Noorden. bij ons verspreid voorkomend, maar nergens talrijk. Heeft een voorkeur voor vegetatie-arme vlakten in de buurt van water. Is door waterregulering afgenomen. Broedt nu in grindgroeves, maar ook in boerderijen ver van de bebouwing en steenbergen, waardoor het bestand weer enigszins hersteld en zelfs uitgebreid is. Voortplanting : vlak nest op de grond, vaak met kiezels. De vier kiezelkleurige eieren zijn lichtgrijs met donkere punten en worden tussen april en juni gelegd. In de regels slechts één legsel per jaar. Beide ouders broeden 22-28 dagen . De jongen kunnen met 25-30 dagen vliegen. Voedsel : insecten en andere kleine diertjes, die van de grond gepikt worden. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------De roerdomp of botaurus stellaris Gedeeltelijke trekvogel. Plompe reiger met een dikke hals en dolkachtige snavel; groter dan de buizerd. Vrijwel helemaal goudbruin met opvallende donkerbruine en zwarte vlekken en strepen. Zwarte plek op het hoofd. Vliegt als een uil, met brede ronde vleugels. Verspreiding en woongebied : plaatselijk in heel Europa tot het westen van Spanje en het noordoosten van Europa. Overal echter zeldzaam en steeds minder voorkomend. Bewoont uitgestrekte rietlanden. In de winter ziet men roerdompen ook vaak op open vlakten, waarbij ze meestal schuw zijn en opvallen door hun langzame bewegingen. Zelfs in de koude winters worden roerdompen hier waargenomen. Vaak ook worden ze ernstig ondervoed, uitgeput of dood gevonden. Voortplanting : nest in dik, oud riet, meestal boven het water. Legtijd april en mei : één legsel - vijf tot zes olijfbruine, matte eieren. Het vrouwtje broedt 25-26 dagen . De jongen verlaten het nest na 15-20 dagen en zijn met 50-55 dagen in staat om te vliegen. Voedsel : kikkers, vissen, insecten en wormen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De condor is een roofvogel die tot de familie van de gieren van de Nieuwe Wereld behoort. Hij heeft de opvallende kenmerken van de gieren: hij heeft namelijk een bijna naakte kop en hals, stompe klauwen en een zeer krachtige snavel. Hij voedt zich overwegend met aas. Condors leven vaak in groepen. Wanneer één van hen met zijn scherpe ogen een prooi ontdekt laat hij zich in duikvlucht naar beneden vallen en de anderen volgen onmiddellijk. Met de krachtige haaksnavels wordt de huid van de prooi kapot getrokken, de klauwen zijn hiervoor te stomp. Het lievelingsvoedsel van de condor is de guanaco of de lama. Ze eten alleen kadavers. De condor kan niet goed ruiken. Proeven hebben aangetoond dat de dieren eerder op een namaakkadaver afvliegen dan op een echt kadaver dat de onderzoekers hadden bedekt. De condor legt per dag honderden kilometers af op zijn zoektocht naar voedsel. De condor is naast de reuzenalbatros de grootste vliegende vogel op aarde. De vleugels van de Andescondor, die helaas met uitsterven wordt bedreigd, hebben bijvoorbeeld een spanwijdte van meer dan drie meter. Hierdoor kan de vogel bij gunstige weersomstandigheden en bij opstijgende luchtsstromen meerdere kilometers in de lucht glijden of zweven. De uiteinden van de slagveren, die hij kan openen en sluiten, worden samen met de brede staart gebruikt om te sturen. De condor besteedt bijzonder veel tijd aan het grootbrengen van de jongen. Het vrouwtje legt maar één keer per twee jaar één enkel ei in een rotsspleet. De ouders broeden om de beurt 8 tot 9 weken op het ei. Als het jong uit het ei komt heeft het een dik lichtbruin donskleed. Dit blijft in de nek en op de kop nog enige jaren zichtbaar. Na ongeveer een half jaar kan het jong vliegen, het wordt echter nog meer dan een jaar door de ouders verzorgd en gevoerd. De condor is pas geslachtsrijp als hij zes of zeven jaar oud is. Dan zoekt hij een partner voor het leven. Condors kunnen maximaal 50 jaar oud worden. (worldwidebase)
Hoe we de wereld om ons heen waarnemen wordt het meest bepaald door ons gezichtsvermogen. Maar zien alle dieren wat wij zien en is het zien voor hen net zo belangrijk als voor ons?
Onafhankelijk van hun uiterlijk en grootte is het grondprincipe van de ogen bij alle dieren hetzelfde. Om te kunnen zien hebben alle zoogdieren licht nodig. Licht bestaat uit elektromagnetische golven. De dingen om ons heen nemen licht op en kaatsen licht terug. Onze ogen vangen uitgezonden of teruggekaatst licht op en zetten dit in de hersenen om in beeld en kleur. Dit proces noemen we 'zien'.
Hoe het oog werkt?
De opbouw van de ogen is in zijn grondvorm voor alle zoogdieren dezelfde. De functie en werking van de ogen van zoogdieren komt zodoende ook in grote lijnen met elkaar overeen. Aan de voorzijde heeft het oog een doorzichtig 'venster', het hoornvlies (comea ), dat het licht ongehinderd doorlaat, buigt of breekt om het zo op de juiste plaats te brengen. Achter het hoornvlies zit de iris met in het midden een gat, de pupil. De doorsnede van de pupil verandert met de lichtsterkte. Vlak achter de iris ligt de lens. De lens is omgeven door spiertjes die de lens vlakker of boller maken om er zodoende voor te zorgen dat de binnenkomende lichtstralen zo afgebogen worden, dat de voorwerpen scherp worden waargenomen. Het gebundelde licht komt tenslotte bij de achterwand van het oog, waar het netvlies (retina ) de lichtstralen opvangt. Het beeld op het netvlies is het omgekeerde beeld van het voorwerp waarvan de lichtstralen het oog zijn binnengegaan. Het netvlies bestaat uit zeer dicht op elkaar staande lichtgevoelige cellen die via de gezichtszenuw met de hersenen in verbinding staan. De lichtsignalen die deze lichtgevoelige cellen bereiken, worden via de gezichtszenuw naar de hersenen overgebracht. De hersenen nemen deze signalen op en vertalen ze in het beeld wat zich voor onze ogen afspeelt.
Nachtkijken
Hoe komt het dat veel zoogdieren 's nachts kunnen zien, terwijl toch het zicht afhankelijk is van de lichtsterkte? De opbouw van het oog van dieren die 's nachts actief zijn is praktisch gelijk aan de andere zoogdieren. Het verschil ligt hierin, dat de ogen groter en boller en ontvankelijker voor licht zijn. De zoogdieren die 's nachts actief zijn hebben bovendien een reflecterende laag achter het netvlies, die het invallende licht terugwerpt naar de lichtgevoelige staafjes, die zodoende nog een keer licht opvangen. Dit effect is goed te zien als er 's nachts licht op het oog valt van bijvoorbeeld een kat of vos. Door de reflectie lichten de ogen op. Ook heeft het netvlies relatief veel meer staafjes, waardoor het waarnemingsvermogen in de schemer verhoogd wordt. Dit brengt wel met zich mee, dat deze dieren het volle daglicht moeten mijden. Dit is ook de reden dat de pupillen bij een kat in het volle licht tot smalle streepjes vernauwd worden.
Kleuren zien.
Kleuren maken dat we de dingen om ons heen beter kunnen onderscheiden. Maar hoe onderkennen onze ogen kleuren en kunnen alle dieren verschillende kleuren evengoed waarnemen? De elektromagnetische golven uit het zichtbare gebied zijn van verschillende lengte. De langere golven worden door ons oog als rood en oranje waargenomen, de kortere als groen en blauw. De lichtgevoelige cellen van het netvlies bestaan uit twee typen, staafjes en kegeltjes. De staafjes kunnen geen kleur onderscheiden, maar zijn daarentegen lichtgevoelig en nemen ook zeer kleine lichtintensiteiten waar. De kegeltjes zetten de ontvangen golflengten wel in kleuren om. Enkele zoogdieren, met name de primaten, beschikken over drie verschillende soorten kegeltjes. De ene is gevoelig voor blauw, de tweede is gevoelig voor groen en het derde kegeltje is gevoelig voor geel groen en rood. De hersenen verwerken deze tot veelkleurige beelden. De kegeltjes kunnen alleen bij voldoende lichtsterkte de kleuren verwerken. Daarom ziet alles er 's nachts in grijstonen uit. Misschien komt het daardoor, dat lange tijd werd aangenomen dat dieren die 's nachts actief zijn, zoals bijvoorbeeld katten, geen kleuren zouden kunnen onderkennen. Inmiddels weten we, dat alle zoogdieren tot op zekere hoogte kleuren kunnen zien.
Verschillen in stand van de ogen.
De bouw van het oog is voor ieder zoogdier in principe gelijk, maar de plaats van de ogen in de kop bepaalt wat en hoeveel een dier kan zien. Succesvolle roofdieren, zoals bijvoorbeeld de kat, moeten hun ogen exact kunnen instellen op hun prooi en deze goed in de gaten kunnen houden. Doordat hun ogen recht naar voren gericht staan, wordt een bijzonder goede dieptescherpte bereikt. Zo kunnen zij uiterst nauwkeurig vaststellen waar precies zich een prooi of iets anders bevindt en hoe ver het van andere dingen verwijderd is.
Bij potentiële prooidieren zoals konijnen, muizen of herten bevinden de ogen zich echter aan beide zijden van de kop. Zij kunnen ieder oog apart gebruiken en zodoende tegelijkertijd een zeer wijd gebied afzoeken naar eventuele vijanden. Hun gezichtsveld is weliswaar veel ruimer; maar het gaat wel ten koste van de scherptediepte. Een konijn bijvoorbeeld heeft een gezichtsveld van 360 graden, zodat hij in feite alle gevaar, uit welke richting ook, direct opmerkt. Als wij recht vooruit kijken zonder het hoofd te draaien, hebben we een gezichtshoek van ongeveer 200 graden. De gezichtshoek van een kat is kleiner en bedraagt slechts ongeveer 185 graden.
Ook bij zoogdieren in open gebied, zoals de bewoners van de Afrikaanse wildernis, is aan de stand tussen de ogen te zien of ze prooi- of roofdier zijn. Zij moeten alle de omgeving of naar vijand of naar prooi makkelijk kunnen afzoeken. De ogen van de mens en de meeste primaten zijn ingesteld op een breed gezichtsveld, maar vooral ook op een verticaal gezichtsveld. De ogen van prooidieren zijn daarentegen meer ingesteld op een breder horizontaal gezichtsveld. (worldwidebase)
Mensen hebben de neiging het brullen van leeuwen of het krijsen van chimpansees als 'woorden' van een dierentaal te beschouwen. Wat betekenen deze geluiden en gebruiken dieren ze werkelijk om te spreken?
Dieren communiceren op zeer verschillende manieren. Sommige gebruiken afstotende roepen, andere beschikken over zichtbaar opvallende baltsrituelen en weer andere nemen bepaalde houdingen aan voor de overdracht van informatie. Geluiden zijn echter de snelste manier van communicatie.
Echte taal
In principe is taal een hulpmiddel voor het uitwisselen van informatie. Om taal echter van andere communicatievormen te onderscheiden, neemt men aan dat een taal eerder aangeleerd is dan instinctief van aard, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de afgrenzing met geuren van een territorium, of een lichaamshouding die dominantie of ondergeschiktheid aanduidt. Een echte taal moet een veelheid aan informatie kunnen overbrengen, die afhankelijk van de omstandigheden veranderen kan. Sprekende dieren
In de dierenwereld wordt een grote verscheidenheid aan geluiden gebruikt, van het zingen van een vogel, het huilen van een wolf, het klikken en fluiten van een dolfijn tot het tevreden spinnen van een kat. Bij al deze geluiden zou men kunnen vermoeden dat het een soort 'taal' betreft, die uitsluitend dient ter informatie van soortgenoten. De vertaling van individuele diergeluiden blijkt in de praktijk echter buitengewoon moeilijk te zijn; het onderbrengen van dergelijke geluiden in één of ander soort taalconcept blijkt zelfs een vrijwel onmogelijke opgave.
De vocale communicatie bij groene meerkatten De groene meerkat is één van de spraakzaamste dieren. De apen beschikken over drie of vier verschillende 'woorden', die ze gebruiken om de leden van de groep voor bepaalde rovers te waarschuwen.
Wanneer een wachtpost een arend opmerkt, produceert hij een bepaalde waarschuwingsroep, waarop de apen in de bomen zich onmiddellijk op de grond laten vallen terwijl de apen die zich daar reeds bevinden dekking zoeken. Een ander woord wordt voor luipaard gebruikt en heeft het tegenovergestelde effect, namelijk dat de apen razendsnel de boom inklimmen. Verder is er een 'woord' dat aangeeft dat er een python opgemerkt is, waarop de apen die dit horen de grond beginnen af te zoeken naar dit langzaam bewegende roofdier. Op basis van deze feiten neemt men aan dat dit soort woorden geleerd en niet erfelijk zijn, met name omdat in andere groepen andere geluiden gebruikt worden.
Woordenschat
Hoewel wij achter de verschillende diergeluiden vaak subtiele en gecompliceerde betekenissen vermoeden, blijkt bij objectieve beschouwing dat het grootste deel van de communicatie tussen dieren uitgesproken eenvoudig is. Het gaat daarbij meestal om zaken als het lokken van een partner, of het verdedigen van voedsel of een territorium tegen vijanden. Dergelijke boodschappen en hun wijze van overdracht zijn bijna altijd erfelijk en verschillen daarin van een echte taal. Hoewel het blaffen van elke hond anders klinkt, gebruikt het dier het vrijwel uitsluitend om een partner over zijn aanwezigheid te informeren of om rivalen en indringers te waarschuwen. Slechts bij weinig dieren zijn er aanwijzingen voor een meer verfijnd gebruik van geluiden. Zo zijn er vogels die met hoge tonen voor een naderende roofvogel waarschuwen, maar duidelijk andere geluiden voortbrengen wanneer ze samen een minder gevaarlijk roofdier belagen. De in de Zuidafrikaanse woestijn levende stokstaartjes gebruiken eveneens verschillende roepen om onderscheid te maken tussen roofvogels en bodembewonende vijanden, die ze wel kunnen verdrijven.
Sprekende chimpansees
Hoewel de nauwste verwant van de mens over een rijk scala van gezichtsuitdrukkingen, kreten en houdingen beschikt, schijnen in het wild levende chimpansees de spraak niet zo te benutten als wij ons dat voorstellen. In de wetenschap heeft de vraag of chimpansees een taal gebruiken geleid tot experimenten, waarbij men hen tekens en symbolen aanleerde om te zien of de chimpansees deze ook onderling zouden gaan gebruiken.
De eerste en meest bekende 'sprekende' chimpansee was Washoe, die in de jaren '60 onder mensen opgroeide en geleerd werd zich met behulp van de Amerikaanse tekentaal (ASL) verstaanbaar te maken. Ze leerde vervolgens 160 verschillende woorden en bleek middels combinaties van woorden aan inhoudsrijke en originele ideeën uitdrukking te kunnen geven. Op een dag, toen ze verrast werd door de aanwezigheid van een speelgoedpop in haar tas, gaf ze haar beroemdste zin ten beste: 'baby in mijn drinken' ('baby in my drink').
Andere onderzoekers hebben in soortgelijke studies nieuwe kunstmatige talen gebruikt. Twee chimpansees, Austin en Sherman, werd Yerkish geleerd - een taal ontworpen voor de omgang met gehandicapte kinderen, waarin de woorden zijn vervangen door symbolen. Nadat de chimpansees was bijgebracht om voor de expressie van symbolen computertoetsen te benutten, leerden de dieren niet alleen om voedsel te vragen, maar bleken eveneens om werktuigen te kunnen vragen voor het openen van hun drankverpakkingen. Dat vormde het bewijs voor hun vermogen vooruit te kunnen denken.(worldwidebase)
Bijna alle dieren slapen, sommige maar een paar minuten, andere 20 uur per etmaal. Het is makkelijk genoeg vast te stellen dat een dier slaapt, maar het blijft vaak nog een raadsel waarom.
Men heeft ontdekt dat de slaap en de lengte daarvan door de hersenen geregeld wordt. Door de enorme verschillen in lengte van slaap tussen diersoorten, ligt het voor de hand dat slapen een levensbelangrijke functie vervult
Wat is slaap?
In principe is de slaap een periode van rust zonder veel beweging die een tijd lang kan voort duren. Een dier kan daarbij soms onrustig zijn en draaien en bewegen, maar hij blijft in feite op één plaats. Een slapend dier is min of meer blind voor zijn omgeving. Een slapende vis kan bijvoorbeeld uit het water getrokken worden voordat hij zich ertegen kan verzetten. Een slapend hert daarentegen zal bij het minste of geringste geluid, dat hij niet kan thuisbrengen, wakker worden en wegrennen. Er schijnen twee verschillende soorten slaap te bestaan: een diepe, rustige slaap en een actieve slaap. Bij zoogdieren en vogels kan men beide soorten slaap herkennen aan een karakteristiek patroon van een hersenactiviteit.
Het nut van de slaap
Lange tijd bijna roerloos uitrusten op een veilige plek kan voor dieren op allerlei manieren van nut zijn. In de eerste plaats is hij meestal veiliger voor roofdieren op zijn slaapplek dan wanneer hij hongerig op zoek is naar voedsel en misschien niet zo goed oplet. Daarom hebben dieren die weinig tijd nodig hebben om te eten, de neiging om lang te slapen en het veiligste moment van de dag afwachten om naar voedsel te zoeken. Een dier dat slaapt kan zo ook energie besparen of aan extreme kou of hitte ontsnappen.
Wanneer dieren slapen
Op welk moment een dier slaapt, hangt ervan af wanneer hij wakker moet zijn. Veel vogels kunnen alleen bij daglicht vliegen en zullen dus 's nachts slapen. Kleine zoogdieren zoals muizen proberen daarentegen overdag aan roofdieren te ontkomen en gaan liever 's nachts op zoek naar voedsel. Andere dieren zoals konijnen en vossen hebben een soort tussenoplossing gevonden en slapen zowel 's nachts als overdag een paar uur. Ze zoeken hun voedsel dan in de ochtend- of avondschemering. Hun bioritme is in elk geval afgestemd op de dagelijkse afwisseling van dag en nacht. Veel zeedieren, vooral die aan de kust leven, trekken zich niet zoveel van het daglicht aan, maar stellen hun bioklok in op de getijden.
Hoe dieren slapen
Hoe en waar een dier slaapt, hangt er vooral vanaf of het om een roof- of prooidier gaat, of hij alleen maar uitrust of dat hij zich tegen zijn omgeving moet beschermen. Zo slapen konijnen opgerold in hun hol. Vogels voelen zich hoog in een boom veiliger. Vleermuizen slapen in holtes met hun vlieghuid beschermend om zich heen getrokken. Dieren van de open vlakte, zoals herten en paarden voelen zich nergens veilig genoeg en slapen eerder staand. Als ze gaan liggen doen ze dat alleen als andere dieren waken.
Wist je dit? * Nijlpaarden slapen staand in het water waar ze veilig zijn voor vijanden. * Gierzwaluwen, die tot drie jaar ononderbroken in de lucht kunnen zijn, slapen vliegend. * Waterhoentjes doen een dutje terwijl ze op het water rondjes zwemmen. * Olifanten slapen vaak op een 'bed' van gedroogd gras of in een speciaal gegraven kuil die ook wel 'olifantenbed' heet. * Veel vissen nemen tijdens hun slaap een andere kleur aan. Waarschijnlijk om er gevaarlijker uit te zien en op die manier vijanden af te schrikken. * In de winter slapen spreeuwen liever in de stad, waar het warmer is dan het open veld. * Giraffen slapen staand en leggen dan vaak hun kop te rusten op een boomtak.
Hoe lang slapen dieren
(uren per dag)
Kleine tuimelaar
minder dan 1
Spitsmuis
minder dan 1
Giraf
4
Olifant
4
Paard
5
Grote tuimelaar
5
Schaap
6
Cavia
7
Rund
7
Mens
8
Mol
8
Egel
10
Chimpansee
10
Konijn
10
Jaguar
11
Chinchilla
12
Rat
13
Kat
13
Muis
13
Varken
13
Hamster
14
Eekhoorn
14
Lemur
16
Gordeldier
19
Opossum
19
Vleermuis
19
Tweevingerige luiaard
20
dag
nacht / dag
nacht
De tijd dat dieren slapen variëert aanzienlijk, van het 'dutje' van een paar minuten dat spitsmuizen doen tot de 20-uurige diepe slaap van een luiaard. De slaap wordt meestal over een periode van 24 uur gemeten, maar de meeste dieren verdelen hun slaap in kleinere slaapperiodes. Dit kan nodig zijn als een dier niet genoeg energie kan opslaan als wanneer het een langere tijd slaapt zonder te eten.
Wist jij dat dolfijnen met één oog open slapen, pinguins 2 meter hoog kunnen springen en beren prima sprinters zijn? De vreemdste dierenweetjes op een rijtje!
- Een bij moet zo'n 4000 bloemen afgaan om 1 soeplepel honing te maken. Geen wonder dat ze constant slapend schijnen te vliegen. Zzzzzzz....
- Een volwassen beer loopt zo snel als een paard. Een heel tof weetje, tot er één achter je aan zit.
- Slakken hebben vier neuzen.
- Goudvissen verliezen hun kleur als ze in het donker worden gehouden. Als je nu op het geniale idee komt om albino goudvissen te gaan kweken, bedenk dan dat je niet veel hebt aan een aquarium in je kelder ;-).
- Honingbijen hebben haar op hun ogen.
- Een kip gebruikt haar rechterpoot meer dan de linkse, waardoor de linkerbil malser is.
- Als ziekteverspreider nummer 1 hebben vlooien al meer menselijke slachtoffers gemaakt dan alle oorlogen samen. We zijn dus net niet zelf onze ergste vijand, oef.
- Vlinders proeven met hun achterpoten.
- Sommige krokodillen kunnen de winter overleven door zich tot aan hun neusgaten te laten invriezen, zodat ze nog net kunnen ademen. Prima gelegenheid om er ééntje straffeloos te kietelen.
- Pinguins kunnen tot zo'n 2 meter hoog springen. Handig als ze even ‘boe’ willen roepen in het gezicht van een ijsbeer.
- Dolfijnen slapen altijd maar met de helft van hun hersenen, met één oog open. Welke kant het hardst snurkt is niet geweten.
- Volwassen vlooien drinken dagelijks 15 keer hun gewicht in bloed.
- Als 2 honden elkaar tegenkomen is diegene die traag met de staart kwispelt de baas. Als je eigen keffer snel kwispelt is het dus tijd om de aftocht te blazen.
- Voor elke mens zijn er ongeveer 200 miljoen insecten op de planeet.
- Olifanten zijn de enige zoogdieren die niet kunnen springen. Gelukkig maar, het zou er vrij dom uitzien.
- Kamelen hebben drie oogleden, kwestie van het zand tegen te houden.
- De meeste hamsters knipperen maar met 1 oog tegelijk.
- Slakken blijven gewoon in bed liggen als het wat tegenzit. Ze kunnen tot drie jaar slapen tijdens droogtes.
- Giraffen communiceren door de lucht rond hun nekken te laten trillen.
- De langste (waargenomen) vlucht van een kip duurde 13 seconden. De kans dat ze naar Spanje trekken is dus eerder beperkt.
- Poolberen kunnen tot 95 kilometer zwemmen zonder pauze.
Vlinders uit gematigde streken krijgen te maken met de winter, een periode met zeer lage temperaturen, waarbij er geen bloemen, kruiden of bladeren aan de bomen zijn. In tropische en subtropische gebieden is er dan wel geen winter, maar daar zijn regelmatig perioden met een grote droogte, die eenzelfde nadelig effect hebben op de plantengroei. Dat soort ongunstige perioden moeten de vlinders op de één of andere manier zien te overleven. Om de barre wintertijden goed door te komen lassen vlinders een soort rustperiode in, die diapauze wordt genoemd. Groei en ontwikkeling staan dan volledig stil en met de in het lichaam aanwezige reserves wordt zo zuinig mogelijk omgesprongen. In welk stadium van de levenscyclus de diapauze wordt doorgemaakt, verschilt van soort tot soort. Heel wat vlinders in Europa zien het levenslicht in het Middellandse-Zeegebied en trekken vervolgens naar het noorden tot in Zweden toe. Dergelijke grote afstanden worden ieder jaar weer afgelegd door grote aantallen distelvlinders, luzernevlinders en gamma-uiltjes, om er maar een paar op te noemen. Deze dieren gaan in de herfst dood zonder voor een overwinterende generatie te zorgen. Elk jaar opnieuw zijn die vlindersoorten dus uit warme streken afkomstig. Bij sommige soorten trekken de vlinders wel weg uit een bepaald gebied om elders een plekje te zoeken om de winter door te komen. De beroemdste trekvlinder is de monarchvlinder in Noord-Amerika. Die komt in bijna heel de wereld voor, maar het trekgedrag is speciaal voor de vlinders die vliegen van Canada tot Midden-Amerika. Na de zomer trekken de vlinders van grote delen van het continent over afstanden van soms meer dan drieduizend kilometer naar het zuiden. Ze vliegen overdag met snelheden van 35 kilometer per uur via vaste routes naar enkele bossen, onder andere in Mexico, om juist daar de winter door te brengen. Met miljoenen tegelijk hangen ze in de bomen dicht bij elkaar gepakt in enorme trossen (zie foto).(worldwidebase)
De vlinder wordt in alle stadia van zijn levenscyclus bedreigd door een groot aantal insecteneters. Voor veel gewervelde dieren en met name de vogels, vormen vlinders en rupsen een voedzame en daarom zeer aantrekkelijke prooi. In de broedtijd, als de oudervogels hun hongerige, krijsende jongen moeten voeren, slepen ze dagelijks honderden rupsen naar het nest. Vleermuizen hebben het voorzien op de nachtvlinders, die in de avondschemering geurende bloemen opzoeken om daar nectar te komen drinken en die al rondvliegend proberen geschikte huwelijkskandidaten te vinden. Vleermuizen sporen hun prooi in het duister op met behulp van echolocatie. Ze stoten met hoge frequentie geluiden uit en met de hulp van de weerkaatsing kunnen ze perfect hun prooi lokaliseren. Om de eieren aan het zicht van eierrovers te onttrekken zet het vlindervrouwtje die meestal af tegen de onderkant van de bladeren van de waardplant. Ze worden met een soort lijmstof aan de plant vastgekleefd. Rupsen vormen dan weer een gewaardeerd hapje voor tal van insecteneters. Om aan al die gevaren te ontkomen hebben rupsen een groot scala van trucjes tot hun beschikking. Velen hebben schutkleuren zodat ze niet opvallen tegen de achtergrond, bijvoorbeeld de spanrupsen. Als een rups eenmaal pop is geworden kan hij zich niet meer verplaatsen. Hij heeft dan namelijk geen poten of vleugels. Dat maakt het diertje extra kwetsbaar. Een cocon is een veel gebruikte manier om rond de pop een beschermend omhulsel aan te brengen. Sommige cocons bestaan helemaal uit zijdedraad. Andere coconspinners verwerken grond, schors of bladeren in de cocon om maar zo goed mogelijk gecamoufleerd te zijn. Een groot aantal rupsen leeft van giftige planten. Dat plantengif hebben ze in hun lichaam opgeslagen en houden dat ook als ze na de verpopping vlinder zijn geworden. Dergelijke giftige, oneetbare vlinders hebben bijna altijd een opvallend kleurrijke tekening op de vleugels.
Het esparcetteblauwtje leeft in de warmere gebieden van noordelijk Afrika, Europa en Azië. Er zijn twee tot drie generaties per jaar. De waardplant is esparcette. Het kleine rupsje overwintert tussen de stenen. In het voorjaar duurt het lang voor hij volgroeid is en verpopt in de strooisellaag. Ook onder moeilijke omstandigheden weet het esparcetteblauwtje zich te handhaven. De vlinders drinken nectar uit bloemen, maar ook water tussen steentjes aan de rivieroevers.
Deze vlinder komt voor in Texas en Mexico in Noord-Amerika tot in Brazilië. De vlinder heeft geen voorkeur voor bepaalde terreinen. Hij komt in grote aantallen voor in een grote verscheidenheid aan natuurgebieden. De eieren worden gelegd op casimiroa, zanthoxylum en citrus. De rupsen eten gelijktijdig en vervellen ook synchroon. Als de rupsen niet eten verzamelen ze zich op de stam van de waardplant in grote hoeveelheden bij elkaar. De kleur van de pop is variabel en hangt af van de kleur van de ondergrond. De vlinders zijn zwart met rode vlekken op de achtervleugels en soms wit op de voorvleugels. Met dat uiterlijk bootsen ze de vrouwtjes van de giftige Parides-soorten na. De grote beer is één van de bekendste vertegenwoordigers van de Arctiidae of beervlinders, een vlinderfamilie met zo'n achtduizend soorten. De grote beer komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika. Vrouwtjes leggen hun eitjes op allerlei planten, zoals lage heesters, brandnetel en zuring. De rupsjes zijn dichtbehaard. Daaraan heeft de vlinder zijn naam te danken. In een jong stadium overwinteren ze. In het voorjaar verpoppen ze in een cocon, waarin de irriterende haren van de rups verwerkt zijn. De vleugels van de grote beer hebben een spanwijdte van zes tot zeven cm. Ondanks hun grootte vallen de vlinders niet op zolang ze stil blijven zitten. Bij verstoring tonen ze hun vuurrode achtervleugels. Het laten zien van dergelijke felle kleuren schrikt de meeste belagers af. De vlinders hebben geen ontwikkelde monddelen en nemen geen voedsel op.
Deze vlinder heeft een groot verspreidingsgebied. De vlinder met de opvallende blauwe band komt voor in Korea, Japan, India, Birma, Thailand, Filipijnen, Indonesië en Australië. Hij voelt zich thuis in bossen en open terreinen. De favoriete bloem om nectar uit te drinken is lantana. Deze vlinder is niet kieskeurig in de keuze van waardeplant. Planten uit verschillende families komen daarvoor in aanmerking. In Australië brengt hij soms schade toe aan de kamferbomen, die daar verbouwd worden
Het tweekleurig hooibeestje komt verspreid voor in Europa en in het westelijk deel van Azië. Als de vlinder vliegt, vallen de oranje voorvleugels en de donkergrijze achtervleugels op. Het vlindertje leeft van nectar uit bloemen van struiken die op vrij droge grond staan. Op een aantal soorten grassen en zeggen worden de eitjes gelegd. De rups van het tweekleurig hooibeestje groeit langzaam. Hij verpopt eind mei, begin juni. De pop hangt in de vegetatie. Er is ieder jaar één generatie. De vlinders vliegen eind juni, begin juli plaatselijk in grote aantallen.
Hij leefde 120 miljoen jaar geleden in China: een mini-dinosaurus. Het fossiel van het vliegende mini-reptiel is daar ontdekt door onderzoekers. Het dier had geen tanden, was van vleugel tot vleugel maar twee en een halve centimeter groot en had kromme tenen.
Wetenschappers zeggen dat de ontdekking belangrijk is omdat ze nu meer weten over de geschiedenis van deze dieren. De gekromde tenen laten bijvoorbeeld zien dat de kleine reptiel meestal leefde in bomen. Deskundigen wisten niet eerder dat deze soort dat deed.
De Pterodactylus is de officiële naam van de soort. Die vooral bekend staat om zijn hele grote vliegende reptielen. Het fossiel dat nu is gevonden is dus de allerkleinste van al zijn broers, zussen, nichten en neven. (nos)
Nieuws Geboortegolf bij schaapskuddes Overijssel (Knudde1)
Geboortegolf bij schaapskuddes Overijssel Uitgegeven: 12 februari 2008 11:23 Laatst gewijzigd: 12 februari 2008 12:25
DALFSEN - De schaapskuddes op de Lemelerberg en het Wierdense Veld van Landschap Overijssel hebben te maken met een forse geboortegolf. Bij de kudde op de Lemelerberg zijn de afgelopen dagen 160 lammetjes geboren, zei herder Teun Heuver dinsdag.
Februari is traditioneel de geboortemaand voor de lammetjes. "Dit jaar heb ik echter met een opvallend groot aantal tweelingen te maken", aldus Heuver. Er werden dit jaar minder lammeren verwacht omdat vorig jaar in juli opnieuw blauwtong uitbrak in Nederland.
(nu.nl)
Giraffen op vakantie Grietje en Zuri moeten bukken voor bruggen
De twee giraffen van Bellewaerde Park vertrekken vandaag op vakantie. Tijdens hun afwezigheid bouwt het pretpark bij Ieper een savanne voor hen. Grietje vertrok vanmorgen vroeg naar de Beekse Bergen, Zuri vertrekt deze namiddag naar Overijssel.
foto's Marc Herremans
Hoe krijg je een giraf in een vrachtwagen? Deur open, giraf erin, deur dicht. Voor Ernst Kip van Ekipa, een Nederlands bedrijf dat gespecialiseerd is in het vervoer van exotische dieren, is het echt zo eenvoudig. 'De giraf wandelt de trailer binnen, we rijden naar Tilburg, de giraf wandelt de trailer weer buiten. Alleen dat binnenwandelen kan problemen geven. Soms duurt dat amper een minuutje, andere keren ben je er een paar uur mee kwijt.'
Maar tijdens de rit van 200kilometer tussen Bellewaerde Park in Ieper en de Beekse Bergen in Tilburg kom je heel wat bruggen tegen. 'We hebben een speciale uitschuifbare trailer, te vergelijken met een schoendoos', legt Kip uit. 'We laten het dak zakken tot een hoogte die onder de bruggen door kan. Maar voor die twee van Bellewaerde is dat zelfs geen probleem, ze zullen niet al te veel moeten bukken. Het jonge mannetje zal zelfs helemaal kunnen rechtstaan.'
Grietje vierde in augustus nog haar tiende verjaardag, Zuri is vier jaar. Ze gaan op vakantie naar Nederland omdat hun verblijfplaats wordt verbouwd en uitgebreid. Grietje verhuist naar de Beekse Bergen, Zuri blijft in een hok van Ekipa tot de savanne van Bellewaerde er staat. Als hij in juni of juli terugkeert, krijgt hij niet alleen het gezelschap van zebra's en struisvogels, maar ook van twee jonge vrouwtjes.
De afgelopen dagen sloten de verzorgers hen af en toe op in een 'chute', een smalle gang, zodat ze niet panikeren in de vrachtwagen. 'Zuri vervoerd krijgen wordt een ramp', zeggen verzorgers Els en Christine. 'Grietje zal gemakkelijker in de vrachtwagen geraken, zij lijdt minder onder de stress.'
Grietje doet het inderdaad goed in de chute op haar laatste trainingsdag. Ze eet gretig van de appels, bieten en wortels die de verzorgers Els en Christine haar aanreiken. Het is dan ook de laatste keer dat ze hun dieren kunnen verwennen. 'We gaan ze missen', zuchten de dames. Vooral Christine, die Grietje nog geboren zag worden, heeft niet veel zin in het afscheid. 'Ik hoop dat ze zich zal amuseren in de Beekse Bergen. Maar dat zal wel lukken in zo'n grote groep.'
Evelyne De Wolf, verantwoordelijke voor de dierenafdeling in Bellewaerde Park, gaf de dieren zaterdag al een kalmeermiddel, dat vandaag begint te werken. 'Het is heel delicaat om giraffen te vervoeren', legt ze uit. 'Het zijn grote dieren, maar ze zijn erg fragiel en heel wantrouwig. Een giraf lijdt erg onder stress en raakt in de war als je de routine doorbreekt. Net als paarden durven ze te schoppen als ze panikeren. Met hun poten van twee meter krijgen ze zelfs leeuwen dood. Ik hoop dat het vlot loopt, maar dat is afwachten.'
Liggen kan een giraf niet. 'Ze kunnen door hun knieën zakken, maar dat is alles', vertelt De Wolf. 'Een giraf slaapt maar een half uur per dag. Bovendien kunnen ze hun poten niet optillen. Daardoor is het niet gemakkelijk om ze in een vrachtwagen te krijgen. Het wordt een kwestie om ze erin te lokken met eten en drinken.'
Evelyne De Wolf is dan misschien wat ongerust, Ernst Kip ziet geen problemen. 'Bij langere ritten nemen we rustpauzes en schuiven we het dak uit, zodat de giraffen even hun nek kunnen strekken. Nu zijn we maximaal drie uur onderweg, dus dat is niet nodig. We moeten ook geen omweg maken, de bruggen zijn hoog genoeg. Het zijn bovendien jonge dieren, kerngezond en vol energie.' Wagenziek zullen ze niet worden. 'Ze hebben een raampje om naar buiten te kijken. We trekken rustig op en maken geen bruuske manoevers. Ook in de bochten letten we goed op.'
Grietje mag vanochtend om acht uur inchecken. Als dat zonder problemen gebeurt, vertrekt Zuri deze namiddag. Anders mag hij nog een nachtje langer in Bellewaerde blijven.
Dit zijn de ideale honden: ze laten elkaar uit. Je hebt er geen omkijken naar. In Hamburg is dit onafscheidelijke koppel een ware attractie. De vraag is: wie ruimt de poep op?
Bewaakster De twaalf jaar oude herdershond Gina wil best wel een blokje om met Kitty (2,5). En Kitty houdt op haar beurt van een beetje forse dame in de buurt. Geen hond die haar nog naar de strot wil vliegen met zo'n bewaakster. (eb) (HLN vorige ook)
En ik zou niet weten waarom dat niet zou kunnen!!!Als daar ook al rechters moeten voor nodig zijn. Mens is mens van welke geaardheid ook.
Rechter: "Lesbiennes mogen hondjes kopen"
Lesbiennes mogen niet geweigerd worden om een hondje te kopen, luidt de uitspraak van een rechter in Stockholm. Een lesbienne stapte naar de rechtbank omdat de houder van een kennel haar geen hondje wilde verkopen. De vrouw had problemen met de seksuele geaardheid van de geïnteresseerde koper. De eigenares van de kennel moet een schadevergoeding betalen van tweeduizend euro wegens discrimintatie en belediging.
Transseksuelen De ellende begon toen ze naar de kennel belde en de eigenares vertelde dat ze net als haar vriendin van dieren hield en ze tijd genoeg zouden hebben om voor het hondje te zorgen. Toen de verkoopster in de mot kreeg dat het om een lesbisch koppel ging, wilde ze geen hondje meer verkopen en daar had ze naar eigen zeggen een goede reden voor. Ze zei dat ook transseksuelen al geprobeerd hadden om een pup te kopen en dat ze gelezen had dat transseksuelen dol zijn op seks met dieren.
Ombudsman De benadeelde vrouw stapte naar de ombudsman van de dienst tegen seksuele discriminatie en die raadde haar aan om een rechtszaak te beginnen. (vsv)
Tips Mijn hond bijt mijn schoenen steeds stuk... (Martina1)
Gedrag: Mijn hond bijt mijn schoenen steeds stuk...
Er zijn gezinnen waarbij de hond meer weg heeft van een knaagdier dan wat anders. De ene schoen na de andere wordt geperforeerd en aan stukken gebeten. Een kostelijk grapje.
Voor we eens gaan kijken naar wat je eraan kan doen, gaan we eens kijken naar de oorzaak van dit knagen. Waarom doet een hond dit?
Een pup leert, net zoals bij een baby, door te onderzoeken. Hoe doen ze dit? Ja, je raadt het al: ze stoppen het in de mond. Een hond die dingen ontdekt en onderzoekt, gaat het ook in zijn bek stoppen en er aan knagen. Dat is gewoon een natuurlijke behoefte die ze hebben die je niet mag onderdrukken. Dus je pup straffen omdat hij aan je schoenen zit te knagen, is niet goed. Je kan beter de hand in eigen boezem steken en eens wat beter opruimen. Haha!
Als je deze knaagdrang gaat begrijpen, zal je ook inzien dat dit onderzoeken normaal is. Jij kan er zelf voor zorgen dat je pup een paar alternatieven krijgt voor je kostbare schoenen. Er zijn heel wat speeltjes te krijgen in de speciaalzaken waar je hond zijn onderzoeksdrang op kan botvieren.
Gooi niet meteen de hele vloer vol speeltjes. Dan is hij er vlug op uitgekeken en zal dan alsnog op zoek gaan naar knabbelspul dat jij hem niet zou aanbieden.
Afwisseling in speeltjes houdt het leuk. Nieuwe dingen onderzoeken blijft zo interessant.
Ik zou geen oude schoen geven om aan te bijten. Je hond ziet het verschil niet en denkt: 'als ik op deze mag knagen dan ook op die andere.'
Leer de hond dat knagen aan schoenen niet mag. Straf hem niet als je er achteraf achter komt dat hij dit toch gedaan heeft. Hij heeft een korte termijn geheugen en weet al lang niet meer waarom je hem op zijn kop geeft. Enkel als je hem op heterdaad betrapt, kan je het hem duidelijk maken door een duidelijk FOEI en het wegnemen van de schoen. Zo leert hij dat dit niet de bedoeling is. Geef hem eens een speeltje waar je voedsel in kan verstoppen. Er zullen weinig honden zijn die dan nog aan de schoen denken.
Zorg dat je je schoenen ergens op een veilige plaats kan opbergen en laat ze in geen geval rondslingeren.
Bij het horen van het woord 'ratten' beginnen veel mensen te griezelen. Meteen wordt de link gelegd met de wilde rat, die nu eenmaal meestal - vaak onterecht - een slechte reputatie heeft. Maar hoewel de tamme rat inderdaad afstamt van de wilde bruine rat (Rattus norvegicus) is het eigenlijk vreemd om deze dieren daarom ook meteen te gaan vergelijken: wie een poedel ziet denkt toch ook niet onmiddellijk een wolf te zien?
Tamme ratten zijn erg vriendelijke, nieuwsgierige en intelligente huisdieren, die goed tam te krijgen zijn. Over het algemeen zal een jong ratje belangstellend op je af komen, zonder angst. Het zal misschien wat onderzoekend aan je vinger knabbelen maar niet bijten. Uitgaand van dit begin is het dan niet moeilijk om met zo'n ratje een plezierige relatie op te bouwen, waarin mens en rat elkaar volledig kunnen vertrouwen.
Ratten zijn echte groepsdieren en je zult dus echt ten minste twee ratten (van hetzelfde geslacht!) in huis moeten halen. Een groter groepje kan natuurlijk ook, zolang het hok maar groot genoeg is. Wie een rat alleen zou houden zou zeker meerdere uren per dag het dier de volle aandacht moeten kunnen geven, en dan nog kun je nooit een andere rat vervangen. Het is een fabeltje dat ratten die in een groepje zitten minder tam zouden worden. Zolang je de dieren genoeg aandacht geeft is dit geen probleem, het kan zelfs zo zijn dat een wat schuwer dier door een erg tamme soortgenoot wat over z'n angst heen kan komen. Er wordt wel eens gezegd dat het tam zijn van de dieren een probleem gaat worden bij groepen van 8 dieren of meer, maar hierover zijn de meningen verdeeld. Mij lijkt het heel goed mogelijk dat dit zo zou zijn als je door de grotere hoeveelheid dieren niet meer genoeg tijd en aandacht aan ze zou kunnen geven; als je wel de tijd hebt voor zoveel dieren blijkt het meestal geen problemen te geven.
Eén van de vragen waar je voor komt te staan als je erover denkt om ratten te nemen, is of het mannetjes of vrouwtjes zullen worden. Dit zal vooral een kwestie zijn van persoonlijke 'smaak' en wensen en het afwegen van voor- en nadelen. Ik zal proberen in het algemeen wat te zeggen over de verschillen die er zijn, denk eraan dat dit natuurlijk niet voor elke rat zal gelden.
Mannetjesratten worden over het algemeen een stuk groter dan vrouwtjes. Mannen kunnen echte luie dweilen zijn, die lekker op je schoot gaan liggen slapen. Vrouwtjes zijn vaak wat actiever en drukker, wat natuurlijk leuk is om naar te kijken maar rustig tv zitten kijken met een rat op schoot is er, bij ons in ieder geval, vaak niet bij! Een nadeel van mannetjes kan zijn dat ze vaker wat urine laten lopen als ze bijvoorbeeld op je hand zitten. Dit is een volkomen natuurlijk gedrag, wat gezien kan worden als het afbakenen van het territorium. Beschouw het als een compliment, de rat beschouwt je als zijn terrein... . Tot slot zijn de duidelijk zichtbare geslachtsdelen van de mannetjes een reden voor sommige mensen om toch maar vrouwtjes te nemen.
Je hebt informatie gelezen over het houden van ratten en hebt besloten dat dit voor jou dé ideale huisdieren zijn. Je weet zeker dat je je dieren tot aan hun dood goed zult (kunnen) verzorgen en bent bereid de tijd, aandacht en het geld op te brengen die het nu eenmaal kost om een huisdier te kunnen houden. Je bent nu in het stadium gekomen dat je gaat kijken waar je ratjes vandaan zullen komen en waar je op moet letten bij de aanschaf. Ik begin met het eerste: waar haal ik mijn ratjes? Hier zijn meerdere mogelijkheden:
Dierenwinkel
In dierenwinkels zijn vaak wel een paar ratjes te koop. Hoewel het zeker niet zo is dat je in een dierenwinkel nooit een leuke, gezonde rat zou kunnen vinden, wordt over het algemeen door kenners toch afgeraden je rat daar te halen. Van een dierenwinkelrat is nu eenmaal vaak de afkomst niet bekend. De ratten daar worden vaak betrokken van handelaren, die nu eenmaal niet fokken uit liefde voor de dieren maar om er hun brood mee te verdienen. Er worden dan ook nogal eens ratten verkocht die het resultaat zijn van inteelt, de gezondheid van de dieren laat vaak te wensen over en zelfs gebeurt het regelmatig dat mensen thuiskomen met een - zoals even later blijkt - zwanger jong ratje! Ook zullen ratten uit een dierenwinkel vaak niet zo tam worden als ratten die bij een liefhebber vandaan komen: bij de liefhebber worden de jonge ratjes vanaf vlak na de geboorte veel in de hand genomen en wennen zo snel aan mensen, dit is bij een broodfokker/vermeerderaar natuurlijk alleen praktisch gezien al niet mogelijk.
Uiteraard zal er een groot verschil zijn tussen dierenwinkels. Denk trouwens niet dat de ervaren rattenliefhebbers nooit een rat uit de dierenwinkel halen: vaak genoeg wordt bezweken voor een lief koppie....
Let, zeker bij het aanschaffen van een rat in de dierenwinkel, goed op de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden.
Fokker/Rattery
Een goede rattenfokker/-liefhebber let bij het fokken vooral op gezondheid en karakter van de ratten, hoewel dit natuurlijk nooit een garantie kan zijn dat de rat tot op 'hoge' leeftijd gezond zal blijven. Kleur en type spelen voor een fokker natuurlijk ook mee maar zullen, als het goed is, niet op de eerste plaats komen. De rattenfokker geeft de aanstaande moeder en later het nest de benodigde bijvoeding en went de rittens (jonge ratten) al snel aan mensenhanden. Vaak zal een fokker de toekomstige eigenaar advies geven over de verzorging en bij problemen of vragen heb je een adres waar je terechtkunt. Hoewel dit niet altijd zo zal zijn, worden ratten die afkomstig zijn van een fokker vaak groter en zwaarder. Ratten afkomstig van een rattery krijgen vaak een stamboom mee. Nadeel van de fokkers kan zijn dat ze niet zo heel ruim verspreid zijn. Het kan dus zijn dat je een flink eindje zult moeten reizen om je ratten te kunnen halen. Op deze site vind je links naar een aantal ratteries.
Rattenopvang
Naast de mogelijkheid om je ratten te halen bij een dierenwinkel of fokker kun je ook overwegen om eens te gaan vragen bij een van de opvangadressen in ons land, een aantal adressen vind je op deze site. Een wàt?? Ja, een opvangadres... een aantal rattenliefhebbers in ons land vangt ratten op die om de een of andere reden op een zeker moment nergens anders terecht konden. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om ratten die op straat zijn gevonden, van wie de eigenaar ze niet meer wilde houden of die 'gered' zijn van particulieren of handelaren waar ze onder beroerde omstandigheden werden gehouden. Ook gebeurt het nogal eens dat een opvang een zwangere rat of een moeder met nest opvangt. Het gaat niet altijd om ratten die makkelijk te plaatsen zijn bij een beginnende liefhebber, sommige ratten hebben veel meegemaakt en kunnen hun vertrouwen in de mens zijn kwijtgeraakt. Bij een rattenopvang kunnen echter ook ratten zitten die nog een prima huisgenoot voor je kunnen zijn, en zoals gezegd zijn er soms ook nesten met rittens die een goed huis zoeken. Bij opvangratten is het uiteraard niet altijd duidelijk wat de achtergrond is van de dieren - een van de nadelen van het aanschaffen van een rat bij de dierenwinkel. Hier staat wel tegenover dat de dieren bij de rattenopvang verzorgd zijn zoals het hoort en dat de soms slechte omstandigheden waaronder dieren in de handel gehouden worden niet in stand worden gehouden door het halen van een rat bij de rattenopvang. Vergelijk het met het halen van een hond uit het asiel: je biedt een goed tehuis aan een dier dat dat goed kan gebruiken!
Als je besloten hebt waar je je nieuwe huisgenoten vandaan zult halen, is het ook nog handig om te weten waar je op moet letten als je je ratten gaat uitkiezen. Hieronder een aantal aandachtspunten:
Waar op letten?
Waar moet je nu op letten als je je ratten gaat uitkiezen?
Heel belangrijk is om erop te letten dat mannetjes en vrouwtjes niet samen in één hok zitten. Hoewel de vrouwtjes over het algemeen wat later geslachtsrijp zijn, gebeurt het toch af en toe dat een jonge rat van 4 weken al zwanger geworden blijkt te zijn. Een nestje kan leuk lijken, maar je moet weten waar je aan begint en op zo'n jonge leeftijd is het vrouwtje er lichamelijk gezien echt nog niet aan toe om een nest groot te brengen. Bij een jonge rat is het geslachtsonderscheid gelukkig niet al te moeilijk te zien: de geslachtsdelen van het mannetje zijn op de leeftijd van zo'n 4 weken toch al redelijk zichtbaar. Let op dat de ratten niet te jong of te klein zijn. Over het algemeen wordt uitgegaan van een minimum leeftijd van 4 weken én een gewicht van minimaal 75 gram voordat de dieren verhuizen naar een nieuwe eigenaar. Vooral in dierenwinkels is de exacte leeftijd lang niet altijd bekend. Als je twijfelt of de dieren oud en zwaar genoeg zijn, vraag dan gerust of ze, in je nabijheid, gewogen kunnen worden. Als het goed is zal dit geen probleem zijn. Mocht er wel een probleem van gemaakt worden dan is dat misschien een teken dat je beter verder kunt kijken.... Kijk of de ratten er gezond uitzien. Nu is een beginnende rattenliefhebber meestal geen dierenarts maar er zijn toch een aantal zaken waar je op kunt letten: de oogjes moeten schoon en droog zijn, hun vachtje moet glanzen en niet overeind staan en ze mogen geen wondjes of korstjes hebben. Ook een rat die niest of een 'reutelende' ademhaling heeft is vragen om problemen. Een gezonde rat houdt zichzelf goed schoon, is over het algemeen actief en zal onderzoekend naar je toekomen. Een dier dat stilletjes in een hoekje blijft zitten zou wel eens minder fit kunnen zijn. Het is ook beter om geen dieren te nemen uit een groepje waar verder wel zieke of zwakke dieren bijzitten, ook al lijken ze zelf gezond. De rat kan toch iets onder de leden hebben. Kijk naar het gedrag van de dieren. Komen ze ondernemend op je hand af, knabbelen ze misschien zelfs wat aan je vingers en kun je ze zonder moeite rustig pakken? Dan kun je er vanuit gaan dat de dieren goed aan mensen gewend zijn en het je niet veel moeite zal kosten om ze lekker tam te 'maken' (voor zover ze dat niet al zijn). Pak je zo'n diertje op dan zal het waarschijnlijk rustig op je hand blijven zitten of onderzoekend over je heen klauteren. Schieten de kleintjes angstig alle kanten op, als je je hand in de bak steekt, dan zijn ze waarschijnlijk nog niet veel in handen geweest en zal het tam maken meer moeite kosten. Voor een beginner misschien niet aan te raden, zeker omdat het niet nodig hoeft te zijn. Verder is het aan te raden om te letten op de omstandigheden waarin de dieren verkeren. Als je het onderdeel over huisvesting en voeding op deze pagina's leest weet je in ieder geval al een beetje welke omstandigheden niet goed zijn. In principe kunnen de ratjes dan natuurlijk nog prima in orde zijn, maar ik zou het risico liever niet nemen. Zeker in een dierenwinkel kun je, of je de ratjes nu wel of niet aanschaft, de kennis van de eigenaar eens testen. Dit kan handig zijn om te weten te komen of de winkel verstand heeft van de dieren die er verkocht worden, of je eventueel met vragen nog goed bij ze terecht kunt. Met de informatie op deze pagina's kom je een heel eind met het verzinnen van vragen waarop je zelf het antwoord al weet!
Goed, je hebt besloten je helemaal in de ratten te storten, gekeken waar je ratten vandaan zullen komen en misschien zelfs al wel een paar rittens gereserveerd. Waar ga je je ratten huisvesten? Hiervoor zijn een heleboel mogelijkheden.
Om te beginnen moet gezegd worden dat ratten flink wat ruimte nodig hebben. Als minimum voor 2 ratten wordt nogal eens de norm van 80x40x40 cm. gehanteerd. De rat moet in ieder geval ook rechtop kunnen staan. Als de ratten veel in hun kooi zitten moet die uiteraard groter zijn dan wanneer ze regelmatig vrij mogen rondlopen. Je zou kunnen stellen: koop of maak je kooi zo groot als je je kunt veroorloven, je ratten zullen dankbaar gebruik maken van de ruimte. Verschillende hokken of kooien zijn te gebruiken of te maken om je ratten in onder te brengen. Vaak wordt gebruik gemaakt van een traliekooi of een glazen verblijf, bijvoorbeeld een groot oud aquarium.
Traliekooi
Traliekooien bestaan meestal uit een kunststof onderbak met een bovendeel van tralies. Een groot voordeel van een traliekooi is dat de ratten er lekker in kunnen klimmen, iets dat ze heel graag doen. Bovendien is het eenvoudig om speelgoed op te hangen in de kooi. Ook kan de kooi gemakkelijk worden schoongemaakt, iets dat met een groot zwaar aquarium een stuk moeilijker goed te doen is. De ventilatie in een traliekooi is goed, kijk echter wel uit voor tocht. Voor ratten wordt vaak gebruik gemaakt van kooien van Terenziani, deze worden vaak verkocht als kooi voor fretten of chinchilla's. Andere knaagdierenkooien kunnen - mits groot genoeg - ook geschikt zijn, maar let wel op de ruimte tussen de spijlen. Ratten zijn ware ontsnappingskunstenaars en kunnen soms door kieren die je niet voor mogelijk had gehouden. Als ze jong zijn zullen de spijlen van bijvoorbeeld een konijnenhok zeker te ver uiteen staan, maar onderschat ook niet hoe slank een volwassen rat zich kan maken. Een goede oplossing kan ook een hoge kamervolière zijn. Bedoeld voor vogels, maar op de juiste manier ingericht zeker een rattenparadijs.....
Aquarium
Een andere geschikte manier om je ratten te huisvesten is een (oud) aquarium of andere glazen bak. Omdat de klimmogelijkheden van de bak zelf beperkt zijn, zal er gezorgd moeten worden voor een ruime hoeveelheid speelattributen. Die zijn echter moeilijker te bevestigen dan in een traliekooi. Van tocht zul je niet snel last hebben bij een glazen bak, alleen zal de ventilatie ook beperkt zijn. Bij een massief glazen bak zal, door het grote gewicht, het schoonmaken erg moeilijk kunnen worden. Kijk bij het gebruiken van een oud aquarium uit voor achterwandjes die mogelijk schadelijk kunnen zijn wanneer de ratten eraan knagen en voor restanten oude stopverf. Je zult een deksel moeten maken, bijvoorbeeld met volièregaas.
Alternatief voor een glazen bak kan een kunststof bak zijn. Zogenaamde laboratoriumbakken, waarin de ratten in laboratoria wel gehuisvest worden, zijn eigenlijk voor het houden van ratten als huisdier niet geschikt. Ze zijn veel te klein. Wel kan eventueel gebruik worden gemaakt van de 'Dunabak'. Deze bestaan vaak uit een gekleurde kunststof onderbak met een bovendeel van doorzichtig kunststof en helemaal bovenop een spijlenrooster. Ze worden nogal eens verkocht voor cavia's en konijnen. Net als in een aquarium zijn gebrek aan ventilatie en klimmogelijkheid de grootste nadelen bij deze bakken. Denk er bovendien aan dat de spijlen te wijd uiteen staan om (zeker jonge) ratjes binnen te houden! Het schijnt dat roosters met kleinere tralie-afstand wel los te bestellen zijn.
Eigen creativiteit
Veel rattenliefhebbers blijken meesters in het verzinnen van oplossingen om hun ratten te huisvesten. Niet alleen worden verschillende soorten verblijven gecombineerd, ook wordt er zelf het nodige ontworpen en gespijkerd. Zo worden, bijv. boeken- en kledingkasten omgebouwd tot rattenpaleis. Wie creatief is kan dus een aardig eind komen.... Houd er bij het doe-het-zelven wel rekening mee dat een rat een verwoede knager is: hout kan om deze reden niet zo geschikt zijn, zorg in ieder geval dat er geen uitstekende delen zijn waarin de rat zijn tanden kan zetten. Ander nadeel van hout kan zijn dat er urine in kan trekken. Zorg er dus voor het hout waterafstotend te maken, maar gebruik zeker gifvrije verf.
Voor wat voor soort verblijf je ook gaat kiezen, denk in ieder geval goed na over de plaats waar je ratten komen te staan. Een schuur of garage is in ieder geval geen geschikte plaats voor je sociale dieren. Een slaapkamer kan, als deze ook overdag regelmatig gebruikt wordt en er niet alleen in geslapen wordt. Beste plek blijft gewoon de huiskamer. Niet alleen voor de ratten is het prettiger om hun verzorger veel te zien, zelf heb je er natuurlijk ook meer plezier aan.
Let op dat de kooi niet op de tocht staat, dit is voor geen enkel huisdier goed en dus ook niet voor ratten. Zorg verder dat je ratten niet in de volle zon kunnen komen te staan, ze zijn gevoelig voor de hitte die dan snel kan ontstaan en zouden zelfs een zonnesteek kunnen oplopen. Ook een plek vlak naast de verwarming is niet goed.
Bodembedekking
Voor knaagdieren wordt vaak zaagsel gebruikt als bodembedekking. Gebruik dit echter niet voor je ratten! Zaagsel geeft teveel stof en daar kunnen de gevoelige luchtwegen van een rat niet tegen. Bovendien is zaagsel vaak afkomstig van dennenhout, dit hout bevat stoffen die schadelijk zijn voor de rat. Hooi is ook niet echt geschikt - als bodembedekker absorbeert het te weinig vocht, bovendien kan hooi veroorzaker zijn van mijt bij de ratten. Wie toch hooi wil gebruiken, bijvoorbeeld als extra nestmateriaal, kan het hooi voor gebruik 24 uur in de vriezer leggen. Dit maakt de eventueel aanwezige mijt onschadelijk.
Wat is nu wel geschikt als bodembedekking? Hieronder wordt een aantal mogelijkheden genoemd. Dit betekent niet per definitie dat producten die hier niet vermeld staan, niet bruikbaar zouden zijn!
Beukensnippers Voor ratten wordt veel gebruik gemaakt van beukensnippers, verkrijgbaar in de dierenwinkel. Let wel goed op dat het inderdaad niet stoffig is, helaas is het dat toch soms wel.
Hemparade Ook dit product, gemaakt van vezelhennep, is erg geschikt voor ratten. Het is oorspronkelijk bedoeld voor paarden die overgevoelig zijn voor stof.
Russell Bedding Dit is fijngehakt stro dat een speciale behandeling heeft ondergaan waardoor het geschikt is voor ratten. Voordeel van dit product is dat het lekker zacht is.
Corbo Een product gemaakt van de kern van maïskolven.
Papier Ook bodembedekkingen op basis van papier kunnen geschikt zijn. Kranten kunnen zeker gebruikt worden onder de verdere bodembedekking en op eventuele tralieverdiepingen. Dit laatste zorgt niet alleen dat de verdiepingen beter zijn schoon te houden maar beschermt ook de pootjes van de ratten. Voor zover ik weet is de drukinkt die tegenwoordig gebruikt wordt in Nederland niet schadelijk. Nadeel van kranten kan wel zijn, dat je ratten er wat groezelig van kunnen worden, zeker als ze een lichte kleur hebben. Dit is niet erg maar ziet er niet zo mooi uit natuurlijk.
De kooi van de ratten moet regelmatig schoongemaakt worden. De frequentie waarin dit moet gebeuren hangt natuurlijk gedeeltelijk af van de kooigrootte en het aantal ratten, maar één keer per week zal het toch zeker nodig zijn om de kooi fris te houden. Denk eraan dat je, als er eenmaal een ammoniaklucht ontstaat, eigenlijk te laat bent. De neus van ratten is gevoeliger dan die van ons en de dan al aanwezige ammoniakdampen zijn schadelijk voor hun gezondheid.
Inrichting
Als je ratten houdt kun je je flink uitleven op de inrichting van de kooi. Speel- en klimmogelijkheden worden enorm gewaardeerd door de dieren. Zorg bij voorkeur voor meerdere verdiepingen in het verblijf. Wat in ieder geval niet mag ontbreken is een slaaphuisje, ze zullen er graag gebruik van maken. Ook liggen veel ratten graag in een hangmat, je kunt zelf iets maken maar ook hangmatten gemaakt voor fretten zijn heel geschikt. Ander fretten-speelgoed is ook prima, vraag er eens naar bij je dierenwinkel. Zo zijn er bijvoorbeeld buizen van gekleurd, doorzichtig kunststof, die ook gekoppeld kunnen worden. Je kunt ze neerleggen, ophangen of er hele klautersystemen mee bouwen, hoewel dat wel wat prijzig zou worden.
Speelgoed voor hamsters is te klein voor ratten! Plaats ook nooit een (hamster)molentje met spijlen in de rattenkooi: de staart kan hierin beschadigd raken. Er bestaan speciale loopmolens voor ratten, maar die zijn in Nederland niet of heel moeilijk te krijgen. Mocht je toch graag zo'n looprad willen hebben, kijk dan eens op de site van Wodent Wheels.
Op de vogelafdeling van de dierenwinkel kun je klimtouwen, laddertjes, schommels enzovoort vinden die prima te gebruiken zijn voor de ratten. Verder kom je met een beetje creativiteit een heel eind. Als je kinderen hebt in de Lego- of Duplo leeftijd kun je hiermee leuke dingen doen. Huisjes, trappetjes, wat voor bouwwerken je ook maar kunt verzinnen.
Rolletjes van w.c.- of keukenpapier zijn - zeker voor nog kleine ratjes - ook altijd leuk. Lege tissuedozen worden graag gebruikt als slaapplaats. Als de opening eigenlijk wat te klein is, maken de ratten deze graag zelf zo groot (of groter) als nodig is. Wat ook vaak een succes is: een simpele eierdoos die op z'n kop in het hok wordt gelegd. De kleintjes slapen er soms onder, af en toe wordt de boel het hele hok doorgesleept.
Verder kunnen stukken w.c.-papier, tissues of krantensnippers voor veel plezier zorgen. De ratten slepen het alle kanten op en scheuren het in 1000 stukjes - vaak komt het uiteindelijk in het slaaphuisje terecht, als lekker nestmateriaal.
Varieer de inrichting van de kooi regelmatig, ratten kunnen uren zoet zijn met het opnieuw verkennen van hun leefruimte en het verslepen van alle inventaris. Een rat is een intelligent dier, een goed ingerichte kooi zorgt dat ze zich niet vervelen.
Het is niet moeilijk om je ratten goed te voeren, als je even weet waar je op moet letten. Basis voor een goede, verantwoorde voeding is gewoon standaard rattenvoer, van verschillende merken verkrijgbaar bij bijvoorbeeld de dierenwinkel. De meeste product-en zijn gemengde voeders, zoals Reggie Rat, FitAmi rattenvoer (van Albert Heyn) en Bas de Rat. Nadeel van deze gemengde voeders is dat de ratten er vaak het lekkerste eerst uithalen en minder lekkere dingen laten liggen. Om te voorkomen dat je ratten hierdoor te eenzijdige voeding zullen krijgen, kun je ook kiezen voor zogeheten 'labobrokken', voer zoals gebruikt in laboratoria. Veel gebruikte labobrokken voor ratten zijn die van Hope Farms, 'Mouse/Rat'. Dit zijn uniforme, geperste brokken, zodat je ratten zeker alle voedingsstoffen binnen krijgen die ze nodig hebben. Het ziet er niet zo smakelijk uit als de gemengde voeders en niet alle ratten zijn er even dol op, maar je bent er wel zeker van dat je ratten alles binnenkrijgen, wat ze nodig hebben. Bij wijze van compromis kun je ook een combinatie geven van labobrokken en gemengd voer. Als basis dienen bijvoorbeeld de brokken en dit wordt - bij wijze van extraatje - aangevuld met afwisselend één van de gemengde voeders. Zorg in ieder geval dat je speciaal rattenvoer geeft, ander knaagdierenvoer is niet afgestemd op de behoeften van ratten!
Als aanvulling op het basismenu kun je je ratten met een heleboel dingen verwennen. Ratten zijn alleseters en daar kunnen we goed gebruik van maken.... Elke dag wat verse groente of fruit is natuurlijk een prima eerste aanvulling. Het is een kwestie van uitproberen wat je ratten lekker vinden. Ook etensrestjes van je eigen tafel kunnen - met mate - worden gegeven. Geef geen gekruide gerechten en gebruik, net als voor jezelf, liever geen zout. Gekookte macaroni of rijst worden vaak graag gegeten. Ook wat vlees, vis of ei (alles gaar!) wordt gewaardeerd. Er wordt nog steeds wel eens gedacht dat je ratten geen vlees mag geven, omdat ze daar vals van zouden worden. Dit is echter absoluut niet het geval. Voor wie dit misverstand toch nog gelooft: kijk eens op de verpakking van een willekeurig merk rattenvoer. Je zult zien dat hierin ook vleesproducten zitten verwerkt, een rat heeft nu eenmaal dierlijk eiwit nodig. Probeer ook eens een gekookt ei, nog in de schaal, aan je ratten te geven. Tik er eventueel, als ze er niet mee uit de voeten kunnen, een paar barstjes in. Speelplezier en lekker eten ineen! Zelf kippepootjes gegeten? Geef een paar botjes aan je ratten, ze zijn er vaak gek op. Zorg altijd dat er geen resten bederfelijke etenswaar achterblijven in het hok of het slaaphuisje.
Om je ratten wat extra's te geven kun je kant-en-klare knaagdierentractaties kopen. Er zijn veel mogelijkheden, afhankelijk van je dierenwinkel. Ratten zijn vaak gek op yoghurtdrops, verkrijgbaar in verschillende smaken van bijvoorbeeld de merken Puik en Vitakraft. Ook andere snoepjes voor knaagdieren, zoals knabbelstangen, kunnen geschikt zijn. Heel geschikt is ook een stukje brood, gewoon aan de lucht gedroogd. Dit, net als bijvoorbeeld een hondenkoekje op z'n tijd en ander hard voer, zorgt ook dat de tanden blijven slijten.
Geef je ratten altijd de beschikking over drinkwater, dat je dagelijks ververst. Het best kun je dit water geven in een speciaal drinkflesje dat je aan de buitenkant van het hok hangt, met het tuitje naar binnen. Een bakje water kan omgegooid worden en raakt snel vervuild.
Het geven van extra vitaminen is over het algemeen niet nodig wanneer je ratten goede en veelzijdige voeding krijgen. Alles wat ze nodig hebben zit in principe in het standaard rattenvoer dat je gebruikt. Hoewel hier soms anders over gedacht wordt, kan ook een teveel aan bepaalde vitaminen (bijvoorbeeld vitamine A) schadelijk zijn. Ik zou dus zelf het gebruik van een vitaminepreparaat, zelfs als dat speciaal bedoeld is voor knaagdieren, niet aanraden.
Hoe leuk de tamme rat ook is als huisdier, een nadeel is dat een rat niet oud wordt. Een rat van 2 jaar begint toch echt flink op leeftijd te komen en er zijn helaas maar weinig ratten die de leeftijd van 3 jaar bereiken. En hoewel in boeken of artikelen over de rat nogal eens wordt geschreven dat het een sterk dier is dat zelden ziek is, is dit niet altijd waar.
Als je het idee hebt dat er iets niet in orde is met je dieren kun je het best naar de dierenarts gaan. Jammer genoeg is het zo dat niet alle dierenartsen evenveel ervaring hebben met ratten. Het kan dan ook verstandig zijn om, vóórdat je daadwerkelijk een dierenarts nodig hebt, eens rond te gaan bellen en te kijken bij welke dierenarts je het beste terecht zou kunnen als het nodig mocht zijn. Ook ervaren rattenhouders willen nogal eens flink wat kennis en ervaring opgedaan hebben. Je kunt dus ook proberen om bij één van hen wat meer informatie te krijgen over je probleem, bijvoorbeeld via een van de mailinglijsten over ratten die er bestaan.
Met een goede verzorging kun je een boel problemen met de gezondheid van je dieren voorkomen, maar de kans op een zieke rat blijft natuurlijk bestaan. Ik zal hier kort enkele kwalen noemen die nogal eens voorkomen bij de rat, maar houd er rekening mee dat ik geen dierenarts ben en zelfs geen ervaren rattenhouder! Ga naar de dierenarts of vraag advies aan iemand die er verstand van heeft als je denkt dat dat nodig is.
Problemen met de luchtwegen
Ratten hebben nogal eens last van aandoeningen aan de luchtwegen. Niest de rat veel of is de ademhaling 'reutelend' dan kan dat een teken zijn dat er iets mis is. Deze problemen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door stof in de bodembedekking (zaagsel!) of tocht. Ook een slechte hygiëne, dus ammoniak in het verblijf, zorgt dat de dieren eerder ten prooi vallen aan deze aandoeningen. Merk je dat je rat niest of reutelt, ga er dan mee naar de dierenarts. Deze zal het dier over het algemeen behandelen met een antibioticum.
Tumoren
Een regelmatig voorkomend probleem bij ratten, vooral op wat oudere leeftijd, zijn tumoren. Deze kunnen soms enorm groot worden. Voel je een bobbeltje bij je rat, ga er dan mee naar de dierenarts. Vaak zal een tumor operatief verwijderd kunnen worden, alleen bestaat helaas wel de kans dat ze enige tijd later terugkomen.
Mijt
Er bestaan verschillende soorten mijt. Als je rat veel krabt en je korstjes ziet op de huid, kan het zijn dat er sprake is van mijt. Ook zogenoemde 'bloemkooloren' (vreemde bobbeltjes op de oren en vaak ook op de staart) kunnen een aanwijzing zijn. De dierenarts kan bekijken of je rat inderdaad mijt heeft of dat er iets anders aan de hand is. Mijt wordt behandeld door het geven van enkele injecties (Ivomec). Omdat hierdoor de eitjes niet onschadelijk worden gemaakt, moet deze behandeling enkele keren herhaald worden. Mijt is erg besmettelijk en het is dus nodig om alle dieren uit de groep te behandelen. Ook zul je het verblijf heel goed moeten schoonmaken. Veel ratten dragen wel eens wat mijt met zich mee, de mijt kan zich in bepaalde gevallen (zoals wanneer het dier niet helemaal in orde is of in geval van stress) gaan uitbreiden. Het is dus niet altijd te voorkomen, zorg in ieder geval dat je geen hooi gebruikt want daar kan nogal eens mijt inzitten.
Andere huid- en vachtproblemen
Naast mijt kunnen ratten soms ook last hebben van vlooien of luis. In het geval van vlooien zal er meestal sprake zijn van de kattenvlo. Als je je eventuele honden of katten goed beschermt tegen vlooien is de kans niet groot dat de ratten er wel last van zullen krijgen.
Luis kun je als kleine (ca. 1 mm), roodbruinige diertjes zien in de vacht van de rat. Bestrijding kan door de ratten te behandelen met Pulvex-poeder (giftig, ga er voorzichtig en spaarzaam mee om!). De behandeling moet na enkele weken herhaald worden. Maak bovendien de kooi goed schoon.
Als een van je ratten last heeft van kale plekjes die niet worden veroorzaakt door mijt, kan er sprake zijn van het zogeheten 'barberen'. Er wordt gesproken over barberen als een rat bij zichzelf of een kooigenoot kale plekken veroorzaakt door aan de vacht te knabbelen of overdreven te poetsen. Een rat die zichzelf barbert doet dit vaak aan de voorpootjes, bij een rat die gebarberd wordt door een andere rat zie je vaak plekjes op de kop of in de nek. Barberen kan ontstaan door stress, maar er schijnt ook genetische aanleg voor te zijn. Als je ontdekt dat een van je ratten zichzelf of anderen barbert, kijk dan in ieder geval of er een reden kan zijn voor stress (zoals een andere kooi of een nieuwe rat in de groep).
Wondjes en abcessen
Mocht een rat een wondje oplopen (door wat voor oorzaak dan ook), zorg dan in ieder geval dat de wond schoon blijft. Het kan verstandig zijn om de normale bodembedekking te vervangen door papier, bijvoorbeeld keukenrolpapier. Als alles goed gaat zal het wondje snel genezen, maar helaas gebeurt het soms dat er toch vuil in de wond is gekomen voor de huid dichtgroeit. Er kan dan een abces ontstaan, een onderhuidse ontsteking. Van zo'n abces heeft de rat behoorlijk last. De dierenarts zal het abces, als dit rijp is, opensnijden en de ontstane pus uitdrukken. Vervolgens zal de wond goed schoongehouden moeten worden door het blijven uitdrukken van pus en spoelen. Ga dus in ieder geval met je rat naar de dierenarts als de plek waar een wondje zit/zat dik wordt.
Bij dieper liggende abcessen, dus in het algemeen niet ontstaan door een oppervlakkig wondje, kan een operatie onder narcose nodig zijn.
Olifantstanden
De tanden van ratten groeien hun hele leven door. Normaal gesproken zullen de tanden genoeg afslijten door het knagen dat ze doen, bovendien wordt de groei geremd door de tegenoverliggende tand. Af en toe kan het echter gebeuren dat een tand, die bijvoorbeeld scheef staat, te ver doorgroeit. Er wordt dan gesproken van olifantstanden. De rat zal dan steeds meer moeite krijgen met eten en kan uiteindelijk zelfs van honger sterven. Als je merkt dat je rat een te ver doorgroeiende tand heeft, laat de tand dan knippen door de dierenarts. Soms is dan het probleem meteen verholpen, als blijkt dat de tand vaker geknipt zal moeten worden kun je eventueel je dierenarts vragen je te leren om het zelf te doen.
Zorg in ieder geval altijd dat je ratten voldoende te knagen hebben. Hard voer is natuurlijk al goed, vul dit eens aan met af en toe een hondenkluifje of een stuk aan de lucht gedroogd brood. Ook takken van fruitbomen (let op voor eventuele bestrijdingsmiddelen en dergelijke!) zijn geschikt om op te knagen.
Diarree
Darmstoornissen (diarree) kennen vele oorzaken; wormen, verkeerd voer of infecties van het darmkanaal. De behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Zorg bij diarree ook voor een optimale hygiene!!!!! Bij vrouwtjes kan diarree ook een aankondiging zijn van de naderende geboorte. Als het niet over gaat, niet te lang wachten met naar de dierenarts te gaan!
Lange nagels
Hoewel dit over het algemeen niet echt een gezondheidsprobleem is, wil ik het hier toch kort noemen. Normaal gesproken zul je de nagels van je ratten niet hoeven te knippen. Sommige mensen hebben echter last van de scherpe nagelpunten op hun huid. Een eenvoudige oplossing om te zorgen dat de nagels wat slijten is om een stoeptegel in de kooi te leggen of zo schuin neer te zetten dat de ratten er tegenop kunnen klimmen. De nageltjes slijten zo vanzelf. Mocht je toch de nagels van je ratten willen knippen, dan kun je daar een gewoon nagelknippertje voor gebruiken. Let wel op dat je niet in het 'leven' (het doorbloede deel van de nagel) knipt. Een andere mogelijkheid is om de nagels iets te vijlen.
Ratten leven relatief kort, 2 tot 3 jaar. In het wild moeten ze zich snel kun-nen aanpassen om voordeel te kunnen slaan uit nieuwe voedselbron-nen en goede omstandig-heden. Dat betekent dat ze geëvolueerd zijn om veel jongen voort te brengen - en snel. Vrouwtjesratten hebben een cyclus van vijf dagen. Ze zijn dan gedurende ongeveer vijf uur vrucht-baar en ze kunnen weer zwanger raken direct nadat ze geworpen hebben. Een zwanger-schap duurt slechts 21 tot 23 dagen en de nestgrootte van tamme ratten ligt meestal tussen de 8 en de 18 rittens. Als je met ratten wilt fokken, of als je per ongeluk met een zwanger ratje komt te zitten, dan kun je hieronder lezen wat je moet weten.
Paring
Een vrouwtje wordt elke vijf dagen "flapperig" (vruchtbaar) en dat kun je vaak merken doordat ze erg springerig is en dan plots stilstaat met haar rug hol. Ze flappert dan vurig met de oortjes, vandaar de term flapperig. Andere vrouwtjes in de kooi zullen haar achterste misschien vaker besnuffelen dan normaal. Als je wilt dat ze kleintjes krijgt, moet je eerst een paar voorzorgsmaatregelen treffen. Ze moet 3, liefst 4 maanden oud zijn en maximaal een jaar voor het eerste nestje. Veel mensen raden maximaal 7 maanden aan voor een eerste nestje. Als ze ouder is, bestaat een grote kans op een miskraam, die bijna altijd ook het zwangere vrouwtje het leven kost. Voor een tweede nestje mag ze ouder zijn. Haar bekken is dan gevormd door haar eerste nestje en er bestaat dan geen vergroot gevaar meer voor een miskraam. Twee nestjes op een rattenleven is een mooi aantal voor een vrouwtje. Er moet minstens een maand zitten tussen de tijd dat haar vorige nestje gespeend is en haar zorg verlaten heeft. Zorg ervoor dat zowel het mannetje als het vrouwtje gezond zijn en een goed karakter hebben. Ze zullen al deze eigenschappen doorgeven aan hun rittens. Verder moet je er zeker van zijn dat je tot 18 rittens binnen 9 weken tijd kunt plaatsen - tenzij je ze allemaal wilt houden. Een man moet ook minstens 3 maanden oud zijn en kan doorgaan zolang hij wil en kan.
Als je een geschikt vrouwtje (flapperig) hebt en een geschikte man, zet ze dan samen in de kooi van de man, mits die niet te groot is. Hij zal dan niet bezig zijn met nieuw gebied ontdekken en gelijk aan de slag gaan. Als je de twee een paar keer hebt zien paren, kun je ervan uitgaan dat de paring is gelukt. Als je niet zeker weet of je vrouwtje flapperig is, dan kun je haar ook een week bij de man zetten. Haar cyclus moet dan rond zijn geweest en een paring is ongetwijfeld gebeurd. Let wel op dat je de man regelmatig even bij zijn kooigenoten zet, zodat ze niet van elkaar vervreemden.
Na de paring mag het vrouwtje zoveel eten als ze wil. Zorg ervoor dat de voerbak altijd vol blijft. Ze heeft het nodig. Het liefdesstel kun je bij elkaar laten zitten, maar het is niet aan te raden. Als de man uiteindelijk teruggaat naar zijn kooigenoten, dan kunnen deze hem misschien moeizaam terug accepteren. Bovendien moet de man sowieso weg vlak voordat de moeder werpt, want direct na de worp kan zij weer zwanger raken en het zal erg zwaar voor haar en haar rittens zijn als twee nesten elkaar zo snel opvolgen. Doodgeboren en erg zwakke jongen zijn dan geen uitzondering.
Geboorte en ontwikkeling
De dag voor de geboorte (zo'n 21 tot 23 dagen na de paring) zal het vrouwtje druk bezig gaan een nest te bouwen. Ze kan ook agressief worden tegen kooigenotes om ze er weg te houden. De kooigenotes kunnen prima in 1 kooi blijven, mits die groot genoeg is en de moeder dus ruimte heeft om privacy op te eisen voor zichzelf en haar rittens. Hou in het begin wel in de gaten dat geen van de kooigenotes rittens gaat stelen. Soms doen vrouwtjes dat en willen ze de rittens zelf opvoeden. Deze vrouwtjes hebben natuurlijk geen melk en de rittens zullen van de honger omkomen. Als geen van de vrouwtjes dit gedrag vertoont, kan de groep probleemloos intact blijven. Dat is voor de socialisatie van de rittens zelfs beter.
Elk ritten dat geboren wordt, wordt grondig door de moeder gewassen, zodat ze gaan ademen. De moeder bijt de navelstreng door en eet de nageboorte op. Vervolgens wordt het volgende ritten geboren. De rittens drinken al vlug na de geboorte bij hun moeder. Dat is een belangrijke voeding, want net als bij mensen, krijgen rittens hun immuunsysteem tegen bepaalde ziektes uit hun moeders' melk. Op dit punt zijn de rittens helemaal roze. Hun huid is doorschijnend en je kunt zien wanneer ze net gedronken hebben bij hun moeder, want dan ontstaat er een geel vlekje; de met melk gevulde maag. Hoewel ze doof en blind geboren worden, kun-nen de rittens al wel piepen. Dat doen ze ook als je ze aanraakt, om hun moeder te waarschuwen en bij het nest te houden.
Als er doodgeboren of misvormde rittens bij zijn, of als de moeder zich ernstig bedreigd voelt, dan kan ze de rittens opeten. Daarom is het belangrijk dat ze alle rust hebben op de eerste dag na de geboorte. Als de moeder de rittens zonder duidelijke reden toch opeet, dan kun je proberen de rittens te redden. De meeste kans heb je, wanneer je een pleegmoeder vindt, waarvan het nest op het punt staat gespeend te worden, of een moeder met een heel klein nestje. Met de hand opvoeden kan ook. Je hebt dan Nutrilon lactosevrije (niet lactosearm!) babyvoeding nodig. Je dierenarts kan je daar meer over vertellen. Weet echter wel waar je aan begint, want de rittens moeten dag en nacht gevoed worden en de overlevingskans is erg klein. Als er van een nest van zestien rittens eentje overleefd, dan heb je geluk. Het ritten zal wel zijn hele leven iets zwakker zijn en kleiner blijven.
1 dag oud
Als je vrouwtje na de geboorte vertrouwend is, dan kun je de rittens gaan bekijken. Meestal is een jonge moeder niet zo vriendelijk en moet je oppassen voor je vingers. Lok de moeder dan weg met iets lekkers en zet haar even apart met haar beloning. Wrijf je handen door de bodembedekking, zodat je een beetje hetzelfde ruikt. Een rattenmoeder zal haar rittens niet makkelijk verlaten, maar zekerheid voor alles. Als je een ritten oppakt, kan dat het beste aan hun nekvelletje. Zo doet de moeder het ook. De rittens vroeg veel in de handen houden, indien mogelijk, is erg belangrijk voor de socialisatie van de rittens richting mensen. Ze worden dan later lievere huisdieren voor jou en anderen.
Het is een goed idee de moeder nu nog meer te eten te geven. Ze moet zichzelf voeden en een heel legertje groeiende rittens. Naast de gewone voeding kun je haar vlees uit blik (voor hond of kat) geven, Brinta aangemaakt met water of catmilk (let op: geen gewone melk! Dat bevat lactose en daarvan raken ratten aan de diarree en vervolgens snel uitgedroogd), en alle andere snackjes die ze anders ook al zou krijgen. Variatie blijft het beste.
Na een dag of drie begint de vacht van de rittens te groeien en kun je zien welke tekening ze gaan krijgen. Na 10 dagen gaan de oortjes open. Praat veel met ze op een rustige toon, zodat ze aan je stem gewend raken. Rond deze tijd beginnen de tandjes door te breken en de moeder begint vast voedsel naar het nest te slepen.
Als ze 14 dagen oud zijn, gaan de oogjes open en zullen ze voor het eerst de wereld om zich heen zien. Vanaf nu is het gedaan met de rust. De rittens zullen hun omgeving gaan verkennen. Blijf ze vooral nu veel in de handen nemen, zodat ze zich echt gaan hechten aan mensen. Dit is het punt waarop je je tv het raam uit kunt gooien. Uren kijkplezier van buitelende rittens gegarandeerd. Als je wilt, is dit ook de ideale tijd om ze aan veel dingen te wennen. Andere huisdieren bijvoorbeeld (blijf altijd op je hoede!) en veel verschillende soorten voedsel. Verschillende soorten speelgoed zijn ook leuk. Een opgefrommeld stuk papier, een wc-rolletje eventueel met nog wat papier eraan. Een looprad lijkt af en toe doodeng, maar ongelukken zijn er nog nooit mee gebeurd en de rittens zijn er weg van.
Als ze oud genoeg zijn
Als de rittens 4 weken zijn en 75 gram wegen, mogen ze bij moeder weg. Beter is het te wachten tot 5 weken. Tegen die tijd moeten de heren het nest in ieder geval verlaten, want hoewel het niet veel voorkomt kunnen zij rond deze tijd hun moeder en nestgenoten bevruchten. De moeder is dan nog niet voldoende hersteld voor een nieuw nest en de nestgenotes zijn er te jonge voor. Bovendien zou er zo inteelt ontstaan wat natuurlijk helemaal voorkomen moet worden.
Als je niet alle rittens zelf houdt, moet je bedenken hoe je de rest gaat plaatsen. Hang advertenties op bij de dierenarts, dierenwinkels en supermarkten. Plaats je advertentie in advertentieblaadjes en indien mogelijk op het Internet, op de sites van de echte hobbyisten. Als je niet wilt dat je rittens slangenvoer worden, breng ze dan niet naar een dierenwinkel. Zelfs de beste dierenwinkeleigenaar kan aan iemands neus niet zien waarom hij een rat koopt. Vraag ook altijd een redelijke prijs voor je rittens, om handelaren en slangenhouders te weren. Je hebt genoeg tijd en moeite gestopt in het handtam en op gewicht brengen van je kleintjes! Tien tot vijftien gulden is een hele redelijke prijs. Verwacht echter niet winst te kunnen maken. Rittens kosten erg veel tijd, wil je ze echt helemaal aanhankelijk krijgen. Op grote schaal zo fokken lukt dus niet. Bovendien eten ze je op het laatst de oren van het hoofd. Probeer te achterhalen of de nieuwe eigenaars een beetje op de hoogte zijn van zorg voor ratten. Zo niet, geef ze dan informatie mee of wijs ze op boeken over ratten. Veel hobbyfokkers geven hun ratten enkel in paren mee, zodat de ratten niet alleen zullen komen te zitten. Een goed initiatief!
Ratten leven niet graag alleen. Het zijn groeps-dieren. Toch kom het regelmatig voor dat mensen slechts 1 rat hebben. Omdat de andere is overleden of omdat ze verkeerd zijn voorgelicht. "Kan ik er zomaar een nieuwe bijzetten?" is dan ook een veel gehoorde vraag. Het antwoord is: meestal wel. Maar hoe pak je dat aan? Hieronder leg ik dat uit. Ik ga uit van een 1 op 1 introductie, maar de tips gelden ook voor het introduce-ren van 1 of meer ratten in een groep.
Introduceren van ratten gaat het beste (geldt met name bij mannetjes) als de nieuweling jong is, tot een week of 12. Daarna kan de oudere rat de nieuwe als concurrentie zien en dan is het vaak lastiger (maar niet onmogelijk) om ze samen te zetten.
TIP! Als je eenzame rat ouder is dan een jaar, overweeg dan eens of het niet beter is om gelijk 2 rittens te nemen. Mocht er onverhoopt toch iets mis gaan, dan hebben ze elkaar nog. Bovendien zal de oudere rat niet zo speels meer zijn en kunnen de kleintjes nog lekker met elkaar ravotten. Tot slot is de kans heel groot dat de oudere rat veel eerder overlijdt dan de nieuwe en dan zou je weer van voren af aan moeten beginnen.
2. Maak je geen zorgen
Veruit de meeste introducties verlopen moeiteloos. Het is niet nodig om van tevoren van het ergste uit te gaan. Begin simpel en zonder al teveel poespas. Maak de kooi van de oudere rat schoon. Laat vervolgens de twee aan elkaar snuffelen op neutraal terrein. De bank bijvoorbeeld. Zorg wel dat er weinig afleiding is, zodat ze elkaar wel echt opmerken. Als de bank te interessant is, zet ze dan eens in de badkuip of het halletje (mits het daar niet tocht!).
Gaat dat goed, zet dan het jonkie in de kooi. Laat hem rond-snuffelen, zodat hij weet waar het eten en drinken is en waar hij eventueel naartoe kan gaan als hij belaagd wordt. Zet na ongeveer een kwartiertje de oudere erbij. Blijf er nu wel even bij! Hou een plantenspuit in de aanslag, want daarmee kun je het snelst (en het meest veilig voor je eigen vingers) ingrijpen als er gevochten wordt.
3. Ze vechten!!
Ingrijpen of niet? Vechten hoort er op zich bij. Ook piepen hoeft nog geen aanleiding te zijn om in te grijpen. Je loopt daarmee alleen maar het risico dat de twee geen kans krijgen rangorde te bepalen en dan zullen ze tot in einde van dagen blijven vechten - en jij ingrijpen. Bekijk nauwkeurig hun gedrag. Wil de oudere het jonkie echt pijn doen of probeert hij hem alleen op zijn plek te wijzen? Krijgt het jonkie de kans zich te onderwerpen?
Zeker aanleiding om in te grijpen is bloed. Als een van de twee - en meestal is het jonkie het slachtoffer - een wond heeft moet je ingrijpen. Er zijn blijkbaar meer maatregelen nodig om deze introductie te laten slagen.
4. Extra maatregelen
Wat kun je allemaal doen om de introductie meer kans van slagen te geven? Daarvoor moeten we kijken naar rattengedrag.
1. De eerste punten die gescoord kunnen worden zijn niet jouw taak, maar die van de fokker. Het is erg belangrijk dat het ritten weet hoe het moet communiceren. Veel fokkers halen een moedertje uit de groep om te werpen. Dat kan op zich geen kwaad, zolang die fokker ze maar weer terug in een groep zet als de oogjes open zijn (week of 2). Op die manier leren ze van hun pleegtantes bijvoorbeeld hoe je je moet onderwerpen. Die socialisatie is dus erg belangrijk.
2. Ratten herkennen hun groepsgenoten aan de geur. Een andere geur kan een verdedigende reactie oproepen (en de beste verdediging is de aanval) Het scheelt dus als ze hetzelfde ruiken. We kunnen dat bereiken met een speciaal middeltje, bedoeld voor fretten dat in de dierenspeciaalzaak te koop is. Maar het kan ook heel goed met bijvoorbeeld een druppeltje vanille-aroma in de nek. Bijvoorbeeld van Baukje, bedoeld voor in de taart. Ze zullen elkaar dan niet direct als groepsgenoten zien, maar ze zullen ook geen "rivaliserende groepsgeur" kunnen herkennen en dat houdt de agressie in toom. Tegen de tijd dat de geur weg is (vaak ruiken ze na 2 weken nog heerlijk zoetig) hebben ze een gezamenlijke groepsgeur aangenomen.
3. Territoriumgedrag. Ook dat kunnen we onderdrukken. Als de introductie niet meteen goed verloopt, maak dan de kooi grondiger schoon. Gebruik schoonmaakmiddelen die sterker ruiken (wel goed naspoelen), zodat de kooi helemaal niet meer "eigen" ruikt voor de originele bewoner. Richt hem vervolgens anders in dan normaal. Hang er een nieuw hangmatje in, gebruik even een ander voerbakje met veel extra lekkers, leg wat schone kartonnen doosjes of wc rolletjes in het hok. Kortom, creëer een compleet nieuwe omgeving. Niet alleen zal de oudere rat "zijn" plekje minder gaan verdedigen, hij wordt bovendien afgeleid door al het nieuws dat nu te ontdekken valt! Kleine rittentjes kunnen zich trouwens ook mooi verstoppen in lege keukenrollen. Een volwassen rat kan daar namelijk niet bij.
5. Het lukt nog niet...
Een enkele keer komt het voor dat een rat echt geen andere rat accepteert. Je oudere rat is dan helaas gedoemd een kluizenaarsleven te leiden. Niet leuk, maar soms is het gewoon niet anders. Geef hem dagelijks extra veel aandacht. Voor de nieuwe is het fijn als je dan twee jonkies hebt genomen, zodat ze elkaar nog hebben. Ook een mogelijkheid is het, om van tevoren met de fokker af te spreken dat hij het jonkie terug neemt als de introductie niet goed verloopt. Je moet dan wel zo sterk zijn om afscheid te kunnen nemen van dat schattige koppie, maar vaak is een goede fokker wel bereid zo'n afspraak met je te maken. Hij/zij kan het ritten dan opnieuw bemiddelen.
Een ander geval is het wanneer in een groep 1 rat de nieuweling niet accepteert. Als de rest niet moeilijk doet, zet dan je vechtende rat een nachtje alleen, zodat het ritten in ieder geval de rest van de groep en de kooi kan leren kennen. Grote kans dat het morgen beter gaat.
Wat soms ook voorkomt, helaas, is dat een volwassen rat een ritten plotseling dood bijt. Een ware nachtmerrie. Gelukkig komt het niet vaak voor. Als het toch gebeurt, dan heb je maar 1 troost: je had het waarschijnlijk niet kunnen voorkomen, want zoiets gaat heel snel. Ingrijpen is er al niet meer bij. Vaak zie je dat dit gebeurt bij een rat die zijn hele leven alleen heeft geleefd en een ritten dat net uit het nest komt (4 tot 7 weken). Voor zo'n klein hummeltje is een beet makkelijk fataal. Dit komt echt zeer zeldzaam voor, maar misschien is het wel jouw angst. Bijvoorbeeld omdat je dat van iemand hebt gehoord of zelf hebt meegemaakt. Om het te voorkomen kun je alleen zorgen dat het ritten niet zo heel piepklein meer is (maar ook niet te oud, anders wordt het misschien als concurrentie gezien). Lichaamsomvang, en dus de mogelijkheid om een lelijke beet te overleven, zijn belangrijker dan leeftijd. Als dit gebeurt, probeer het dan niet nog eens. Je rat kan het simpelweg niet aan.
6. Tot slot
Aan het slot van dit stuk wil ik terug komen op het begin: maak je geen zorgen! Meestal gaat een introductie moeiteloos. Begin niet meteen met teveel omhaal, want wellicht maak je daarmee je ratten alleen maar onzekerder. Laat de gruwelverhalen je er ook niet van weerhouden een nieuweling te introduceren bij een eenzame rat. Ja, het kan voorkomen dat een introductie niet lukt of zelfs gruwelijk fout af loopt. Maar die kans is zo klein dat het echt de moeite loont om gewoon te proberen!
Oude Chinese bronnen vermelden, dat de eerste goudvis, Carassius auratus rond 300 na Chr. werd ontdekt. Het is een kweekproduct van een karperachtige die nauw verwant is aan de ook in Nederland voorkomende kroeskarper. Na de kweek ontstonden er al snel verschillende kleuren en patronen en later, door zorgvuldig kruisen en kweken, weer nieuwe varianten. Deze varianten worden doorgaans 14 jaar oud, dit in tegenstelling tot de goudvissen, die ongeveer 35 jaar oud kunnen worden, mits ze in gunstige omstandigheden kunnen leven.
Het gebeurt nog te vaak, dat men zich te laat realiseert, welke consequenties het houden en verzorgen van dieren in het algemeen, en in dit geval de goudvissen, met zich meebrengt.
Natuurlijk kunt u voor advies en informatie bij de dierenspeciaalzaak terecht! Waarbij dan direct gezegd moet worden dat het houden van goudvissen in een kom, niet de juiste manier is om deze dieren te huisvesten. Vanwege de te nauwe hals van de bolronde kommen is de zuurstofuitwisseling namelijk zeer gering, waardoor dieren vaak langzaam stikken, en zijn dus zeer dieronvriendelijk.
Aanschaf
Als u een goudvis wilt kopen, bedenk dan van tevoren dat deze vissen wel 15 jaar oud kunnen worden. Helaas bereiken veel goudvissen een leeftijd van niet meer dan een paar weken of maanden door slechte verzorging. Hoewel de goudvis één van de gemakkelijkste vissen is ¨in het onderhoud¨, is er toch een basiskennis nodig om het dier goed te kunnen verzorgen. Zolang het vis in uw bezit is zult u er dus dagelijks de nodige aandacht en zorg aan moeten besteden.
Overweeg of u dagelijks de tijd heeft en wilt nemen om de vis(sen) te verzorgen. Daarnaast kost het schoonmaken van het aquarium of de vijver wekelijks zo'n 2 tot 3 uur. Houd er rekening mee dat u voor vervanging zorgt, als u zelf een paar dagen weg gaat of op vakantie bent.
Huisvesting
Wie goudvis zegt, denkt waarschijnlijk aan een viskom. Kommen zijn niet geschikt voor goudvissen. Ten eerste is de zuurstofuitwisseling door de nauwe hals van de bolronde kommen zeer gering. De vissen kunnen hierdoor ernstig zuurstofgebrek hebben en een langzame verstikkingsdood sterven. Ten tweede is een kom vaak te klein voor de vis(sen). Tenslotte verontreinigen ze veel sneller dan een aquarium.
Schepnet Gebruik een schepnet om de vis uit het water te halen. Deze zijn er in alle soorten en maten. Hoe groter het net is, hoe gemakkelijker de vis te vangen is. Zorg ervoor dat de goudvis aan het net gewend raakt. Leg er bijvoorbeeld wat voer in en volg de vis vanaf de zijkant van het aquarium en niet van bovenaf.
Aquarium Goudvissen zijn bewegelijke vissen die veel ruimte nodig hebben. Een technisch ingewikkeld aquarium is overbodig, maar een goudvis in een kom leidt een slecht leven. Er is een regel die zegt dat een vis per centimeter lichaamslengte 1.8 liter water nodig heeft. Een goudvis met een lengte (van neus tot staartwortel gemeten) van 8 centimeter heeft dus minstens 14,4 liter water nodig. Heeft u meerdere vissen, dan neemt het benodigde watervolume dus toe met het aantal centimeters 'vis'. Een andere bron vermeldt dat goudvissen met een totale lengte van 15-20 centimeter minstens een aquarium van 200 liter nodig hebben (100x40x50 cm). Zolang ze nog jong zijn is een bak van 80 liter voldoende (80x35x40 cm). Zeer belangrijk is in ieder geval een groot wateroppervlak, zodat er voldoende zuurstof beschikbaar is.
Voor een bak met een lengte tot 80 cm. is een binnenfilter met een membraanpomp geschikt. Grotere bakken hebben een waterpompfilter nodig. Het is de bedoeling dat hierbij de inhoud van het aquarium één keer per uur het filter passeert.
Daglicht of verlichting Plaats het aquarium op een koele plaats en niet bij een venster op het oosten, zuiden of westen in verband met fel zonlicht. Als het aquarium niet bij een raam staat is kunstmatige verlichting nodig. Diverse lampen zijn geschikt. Halogeenlampen hangt u vrij boven de bak. Tl-buizen met de lichtkleuren nr. 21, 22, 31 en 37, plaatst u in een houder boven op het aquarium. Per liter water is 0.5 tot 1 watt nodig, anders komen de waterplanten om. Zorg dat de lampen een veiligheidskeurmerk dragen.
Let op dat het water niet door invloeden van buitenaf extra kan opwarmen. De beste temperatuur ligt tussen de 10 en 22 graden Celsius. Goudvissen zijn koudwatervissen en hebben dus geen water met tropische temperaturen nodig. Ook hebben ze geen speciaal zeewater nodig. Vissen zijn koudbloedig. Ze kunnen hun eigen temperatuur niet regelen en nemen de temperatuur aan van het water waarin ze leven. Een plotselinge temperatuursverandering van het water maakt dat hun eigen temperatuur ook snel toe- of afneemt.
Varianten op de gewone goudvis zijn vaak moeilijker te verzorgen. De sluierstaart heeft zo bij voorkeur een watertemperatuur van 22-24 graden Celsius nodig. Bij deze temperatuur is het dier actiever. Hiervoor is elektrische staafverwarming of een verwarmingskabel met een laag voltage nodig. Vraag hiervoor altijd om advies bij de speciaalzaak. Leg een drijvende thermometer in het water om de temperatuur te controleren. Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is alvorens het water aan te raken.
Dek het aquarium af met een kap, zodat niet te veel water verdampt en geen stof of dampen in het water terechtkomen. Bedek de bodem met fijne kiezelsteentjes of grind (1-3 mm). Strooi vervolgens een laagje grovere kiezels (5-8 mm). De kiezels moeten rond zijn, zodat de goudvis zijn mond niet beschadigt. Zorg ervoor dat ze schoon zijn, door ze eerst in een emmer grondig te spoelen.
Een aantal decoraties in het aquarium is leuk, maar laat ook ruimte voor de vis over. Zorg ervoor dat deze accessoires niet scherpe randen hebben. Plaats ook een aantal waterplanten (zie plantaardig voedsel). Vul de bak als laatste met water (de vis volgt als allerlaatste!). Gebruik hiervoor gewoon leidingwater. Het mag echter niet direct uit de kraan komen en moet eerst een dag staan. Gebruik geen gechloreerd water.
Vijver De aanleg van een vijver kost aanmerkelijk meer voorbereiding dan de aanschaf van een aquarium. Houd echter rekening met het volgende. Een vijver heeft per dag 4 tot 6 uur zonlicht nodig en mag niet in de buurt van vallende bladeren liggen. Als u wilt dat de goudvissen ook in de winter in de vijver overleven dan heeft u een diepwatergedeelte nodig van 1 vierkante meter met een diepte van 80 cm. Voor meer informatie over vijvers verwijs ik onder andere naar de genoemde literatuur in de bronvermelding.
Van belang is verder de reigerstand bij u in de buurt. In veel gevallen zal u vijver worden gecontroleerd op door ¨de luchtmacht¨en uw felgekleurde vissen zijn snel aan de beurt. Een net over de vijver of draden langs de kant en/of over het water wil vaak helpen.
Verzorging
Pas gekochte goudvissen zijn erg teer. Ze hebben een lange en zware reis achter de rug. Kweker, exporteur, vliegtuig, importeur, groothandel, winkelier en tenslotte uw viskom, aquarium of vijver. Steeds is de vis overgezet in water van een andere temperatuur en/of een andere samenstelling, bv hardheid, zuurgraad en zuurstofgehalte. Tijdens de reis worden ze minimaal gevoed om waterbederf te voorkomen. Ook is hun dag- en nacht ritme verstoord. De slijmhuid die de vis beschermt tegen parasieten, bacteriën en andere ziekteverwekkers is door het vele overscheppen beschadigd. Zorg dat het water van de nieuwe behuizing dezelfde temperatuur heeft als bet water in de zak waarin u de vis mee naar huis krijgt. Dit kunt u met een aquariumthermometer goed controleren. Geef uw vis zoveel mogelijk ruimte. Niet meer dan twee stuks van ongeveer 5 cm in een kom van 7 liter. De beste behuizing is een aquarium of vijver. Kiest u voor een viskom, neem dan liever een lage en brede kom dan een hoge en smalle. In de eerste kan door het grotere raakoppervlakte van water en lucht meer zuurstof in het water worden opgenomen en koolzuurgas uitgedreven worden. Vul een viskom daarom tot maximaal 3/4 deel. Zorg voor een lichte standplaats, maar geen direct zonlicht vanwege de hitte.
Wanneer de planten goed groeien geven ze zuurstof af en nemen ze koolzuurgas en andere afvalprodukten van de vis uit het water op. Waterpest, cabomba en penningkruid zijn hiervoor zeer geschikt. Staat de bak te donker dan gaan de planten dood en verbruiken ze juist zuurstof door het rottingsproces. Bruine alg op het glas geeft dit aan. Groeit er binnen korte tijd groene alg op het glas dan is de standplaats te licht. Groeien de planten goed en het glas blijft lang helder dan staat hij op de juiste plaats.
Een goudvis kan zeker 15 jaar oud worden. Schoonmaken van de viskom doet u als volgt: Als het glas en het water niet vuil zijn kunt u volstaan met wekelijks 1/5 deel van het water te vervangen door kraanwater van dezelfde temperatuur. Kook nooit het water, dit zal niet alleen het chloor, maar ook de zuurstof uit het water drijven. Zit er allen wat algaanslag op het glas, doe dan 4/5 deel van het water, de vis en de planten voorzichtig in bv een schone pan of emmer zonder zeep resten ed. Maak met het bekende kunststof huishoudschuursponsje het glas schoon en spoel de steentjes tot alle vuil eruit is. Vul de kom weer met het achtergehouden water en voeg weer 1/5 deel vers water toe. Als het water troebel is kunt u het beste enkele dagen niet voeren en dagelijks 1/3 deel water vervangen tot het weerhelder is.
Een vuistregel voor het berekenen van het aantal te houden vissen in een aquarium gaat als volgt. U rekent voor een vis van 2,5 cm. (Gemeten van neus tot staartwortel) 4,5 liter water. Waarbij u zich natuurlijk moet realiseren dat vissen groeien. Maar denk er bij de aanschaf van een aquarium aan er één te nemen met een zo groot mogelijk wateroppervlak, dit om de zuurstofuitwisseling ten volle te kunnen benutten.
Al zijn goudvissen koudwatervissen die in een onverwarmd aquarium gehouden kunnen worden, zijn ze wel erg gevoelig voor snel wisselende temperaturen. De beste temperatuur ligt tussen de 10°C en 21°C. Goudvissen zullen er geen last van ondervinden als de temperatuur eens hoger of lager ligt, als het maar geleidelijk gaat en niet met plotselinge temperatuurschokken.
Bij water verversen moet altijd eerst de watertemperatuur in het aquarium met een thermometer opgenomen worden en daarna het verse water d.m.v. mengen dezelfde temperatuur gemaakt worden. Dus de goudvissen nooit in koud water zetten.
Wanneer nieuwe vissen aangekocht zijn, moet u ze altijd minimaal een uur in de geopende plasticzak in het aquarium laten drijven om aan de temperatuur te laten wennen om zo een temperatuurschok te voorkomen!
Het gebruik van een filter in een aquarium met grotere vissen, zoals goudvissen, is gewenst. De reinigende biologische werking van het filter voorkomt het onnodig oplopen van concentraties van giftige stoffen en zorgt tevens voor een betere zuurstofverdeling.
De behoefte aan zuurstof van goudvissen en sluierstaarten is relatief groot. Voldoende echte waterplanten (bijvoorbeeld waterpest en cabomba) in combinatie met voldoende belichting kunnen ervoor zorgen dat deze zuurstofbehoefte volledig wordt gedekt. Het zuurstofgehalte van het water daalt echter indien temperaturen te hoog oplopen. Vissen komen dan naar de oppervlakte om "lucht te happen´. Ditzelfde verschijnsel doet zich voor als een aquarium overbevolkt is en teveel vissen zuurstof voor hun ademhaling gebruiken.
Om beschadiging aan uw vissen te voorkomen gebruikt u bij voorkeur stenen zonder scherpe randen. Zuurstofplanten zet u in bosjes van 3 of 4 planten bij elkaar in de bodem.
Voeding
Voer uw vissen niet te veel, maar ook niet te weinig. Ze mogen er niet mager uitzien, maar moeten een volle buikpartij tonen. Een maaltijd per dag is meestal voldoende. Al het voer moet binnen 5 minuten opgegeten worden. Overgebleven voedsel resten maken het water troebel en bederft het. Geef ze ook eens levend voer, bv rode muggelarven, een ware delicatesse voor uw goudvissen. Hebt u geen levend voer in huis dan is dit ook in diepvriesvorm verkrijgbaar. (wel tevoren even ontdooien. red.) Als uw jonge kind de goudvis voert laat het dan korrels geven in plaats van vlokken. U kunt dan het aantal korrels klaarleggen, zodat er niet teveel wordt gevoerd. Meestal zijn 1 of 2 korrels per dag voldoende. De vis eet ook waterpest. Zorg dat dit dus altijd ruim aanwezig is.
Voorkom watervervuiling en voer niet meer dan de vissen in korte tijd op kunnen eten. Maximaal drie deeltjes die niet naar de bodem zakken. Geef de sluierstaartgoudvis korrels als voedsel dat naar de bodem zakt. Anders hapt de vis naar lucht en gaat het op de rug zwemmen waardoor hij dood gaat. Voer vissen regelmatig, daar wennen ze aan.
Voortplanting:
In de voortplantingstijd is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes beter te zien dan anders, de vrouwtjes worden aanzienlijk zwaarder door kuitaanzetting en het mannetje ontwikkelt kleine "wratjes" ook bekend onder de naam " voortplantingspareltjes " langs borstvinnen en kop, reikend vanaf de zijkant van de neus en lippen tot aan de ogen. Het mannetje volgt het vrouwtje steeds, stoot haar in de buikstreek totdat ze bereid is de 500 a 1000 eieren af te zetten. Hierbij komen ook zijn geslachtsproducten vrij en dan worden de eieren bevrucht. De eieren blijven tussen de waterplanten kleven en hangen daar totdat ze uitkomen, zo'n zeven dagen later. De larven hangen dan nog ongeveer 2 dagen tussen de planten totdat hun vinnen zodanig zijn ontwikkeld dat zij in staat zijn zelfstandig vrij te zwemmen.
Dierenweetjes Het normale gebit van het konijn (Martina1)
Het normale gebit:
Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden en 20 kiezen. De melktanden van het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de geboorte.
Stiftanden zijn kleine snijtandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan. Dit onderscheid konijnen van knaagdieren zoals de cavia, hamster en de rat.
Knagers... Alhoewel een konijn geen knaagdier is zijn het wel uitmuntende knagers. Dit komt mede doordat tanden en kiezen door middel van lamellen tussen de wortel en het slijmvlies van de tandkas diep in het bot verankerd zijn. Ongeveerd 2/3e van de tand bestaat uit wortel!
Op de röntgenfoto hieronder zie je hoe de tanden en kiezen in de kaak zitten:
Levenslang groeien... De tanden en kiezen van konijnen hebben een open wortel en groeien gedurende hun hele leven door. De snijtanden groeien 2-2.4 mm per week. Dit is dus bijna 10 cm per jaar! Deze groei word opgevangen door slijtage van de tanden en kiezen. De slijtage vindt plaats als gevolg van het knagen en kauwen op voedsel. Het is belangrijk dat groei en slijtage met elkaar in evenwicht zijn.
Slijtage... Bij een normaal gebit staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden en raken de ondersnijtanden de stifttanden. Hierdoor slijten de snijtanden beitelvormig op elkaar af en zijn ze zeer geschikt om mee te kunnen knagen. De kiezen slijten af door het malen op voer. Het konijn maalt zijn voer door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen. Hierdoor slijten de kiezen op elkaar af.
Dierenweetjes Het normale gebit: van een kat (Martina1)
Het normale gebit:
De kat heeft een carnivoren (vleeseter) gebit. Dat betekent dat het gebit geschikt is om een prooi mee te vangen en te verscheuren. Naast de scherpe klauwen spelen de sterke hoektanden een belangrijke rol bij het vangen en doden van de prooi. De grote knipkiezen worden gebruikt bij het verscheuren van de prooi.
Tandformule...
De soorten en aantallen van het gebit van de kat worden weergegeven in een zogenaamde tandformule. Voor de kat ziet deze er als volgt uit. Er zijn 30 gebitselementen: 12 snijtanden, 4 haaktanden, 10 premolaren en 4 molaren.
Ontwikkeling... De ontwikkeling van het gebit van de kat begint al in de baarmoeder: de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit worden al voor de geboorte aangelegd. Net als de mens en de hond heeft ook de kat een melk- en een blijvend gebit.
Kittens wanner komen de tanden door ... De kittens worden tandloos geboren. De eerste elementen van het melkgebit komen 2-4 weken na de geboorte door. In het begin zijn er geen tanden of kiezen te zien.
Op welke leeftijd wisselt het melkgebit ...
Het melkgebit gaat wisselen en het blijvende gebit komt dan tevoorschijn. Hieronder beschrijven we wanneer de tanden en kiezen doorkomen en op welke leeftijd het melkgebit gaat wisselen.
Tand
Doorbraaktijdstip Melkgebit
Wisseltijdstip Blijvend gebit
Snijtanden
2 – 3 weken
3 – 4 maanden
Haaktanden
3 – 4 weken
5 – 6 maanden
Premolairen
3 – 6 weken
4 – 6 maanden
Molairen
5 – 6 maanden
Doorkomen van melk- en blijvend gebit
Het blijvende gebit begint zich verder te ontwikkelen op het moment dat de kaken gegroeid zijn; de elementen van het blijvende gebit zijn namelijk een stuk groter dan het melkgebit. Door de groei van de blijvende elementen worden de wortels van het melkgebit geresorbeerd (opgelost) en valt het melkgebit uiteindelijk uit.
Scharend gebit... Net als de hond heeft de kat een scharend gebit. Dit maakt het gebit geschikt om als het ware dingen door te bijten of "te knippen". Ook bij de kat kunnen sterk afwijkende schedelvormen problemen opleveren.
Dierenweetjes Het normale gebit van de hond (Martina1)
Het normale gebit:
Carnivoor... De hond heeft een carnivoren gebit. Dat betekent dat het gebit geschikt is om een prooi mee te vangen en te verscheuren. De sterke hoektanden vervullen een belangrijke functie bij het vangen van de prooi, de grote knipkiezen bij het verscheuren ervan.
Ontwikkeling... Het gebit van de hond ontwikkelt zich al in de baarmoeder: de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit worden al voor de geboorte aangelegd. Net als de mens heeft de hond een melk- en een blijvend gebit.
Wisselen van het melkgebit bij een hond ... De puppies worden tandloos geboren. De eerste elementen van het melkgebit komen 2-4 weken na de geboorte door. Zie hieronder wanneer tanden en kiezen voor het eerst doorkomen en op welke leeftijd met mekgebit gaat wisselen voor het blijvende gebit.
Het blijvende gebit begint zich verder te ontwikkelen op het moment dat de kaken gegroeid zijn; de elementen van het blijvende gebit zijn namelijk een stuk groter dan het melkgebit. Door de groei van de blijvende elementen worden de wortels van het melkgebit geresorbeerd en valt het melkgebit uiteindelijk uit.
Tand
Doorbraaktijdstip Melkgebit
Wisseltijdstip Blijvend gebit
Snijtanden
3 – 4 weken
3 – 5 maanden
Haaktanden
3 – 5 weken
5 – 7 maanden
Premolairen
4 – 12 weken
4 – 6 maanden
Molairen
4 – 7 maanden
Doorkomen van melk- en blijvend gebit
Tandformule... De soorten en aantallen van het gebit van de hond worden weergegeven in een zogenaamde tandformule. Een hond heeft 42 gebitselementen:
12 snijtanden, 4 hoektanden, 16 premolaren en 10 molaren.
Beet... Veruit het grootste deel van de hondenrassen (en ook de Wolf) hebben een scharend gebit. Dit wordt als de normale beet beschouwd. Dat houdt in dat de ondersnijtanden net de achterkant van de bovensnijtanden raken, dat de onderhoektanden netjes voor de bovenhoektanden langsgaan en dat de kiezen van de bovenkaak en de onderkaak elkaar “afwisselen” zodat een horizontale beet ontstaat (zie plaatje met de rode lijn).
Tandenpoetsen al op jonge leeftijd beginnen ... Het is belangrijk om uw pup vanaf jonge leeftijd al te laten wennen aan het tandenpoetsen. Als u bij uw hond begint met tandenpoetsen als ze tussen de 8 - 12 weken oud zijn dan zullen ze dit als een normale handeling beschouwen. Op deze leeftijd ziten ze namelijk nog in de 1e socialisatiefase. Deze fase is gekenmerkt door nieuwsgierigheid en ze zullen het poetsen zonder angst tegemoet zien.
Als u pas begint na 12 weken met tanden poetsen, dan zit de pup in de 2e socialisatiefase. Dit wordt de angstfase genoemd en de pup zal deze handeling met angst tegemoet zien en het tandenpoetsen niet waarderen. (dierengebit.nl)
Fûgelspits heeft handen vol aan Duitse olievogels Uitgegeven: 9 februari 2008 17:14 Laatst gewijzigd: 9 februari 2008 17:33
MODDERGAT - Het vogelopvangcentrum Fûgelpits in Moddergat heeft de handen vol aan vogels die het slachtoffer zijn geworden van een olievervuiling langs de Duitse Noordzeekust.
Een woordvoerster van het centrum, dat door de Duitse autoriteiten te hulp is geroepen, meldde zaterdagmiddag dat ongeveer 180 besmeurde vogels bij het centrum zijn binnengebracht. Zondag verwacht het centrum minstens honderd nieuwe slachtoffers.
twee gloeiwormen komen elkaar tegen in het park. zegt de een tegen de ander:ik denk dat ik naar de oogarts ga!zegt de ander:waarom?zie je zo slecht?kan je zeggen ik probeerde een brandende sigaret te kusen! ----------------------------------------
Er rijdt een vrachtwagenchauffeur over de weg met achterin een lading kippen en in de cabine een papagaai. Even later staat er een meisje te liften. Ze mag mee, maar de chauffeur vraagt meteen:" Neuken?" Het meisje zegt nee. "Niet neuken eruit." Even later weer een liftster. "Neuken? Niet neuken eruit." Even later weer een liftster en die papagaai meteen: "Neuken, niet neuken eruit." Die chauffeur denkt dat moet ik mooi niet hebben en doet die papagaai achterin. Even later moet de wagen stoppen en een agent zegt:" Er valt om de tien meter een kip uit u wagen." De chauffeur loopt naar achteren en hoort de papagaai zeggen:" Neuken? Niet neuken eruit." ---------------------------------------- Twee mussen op een tak, als er een straaljager overvliegt. Zegt de ene tegen de andere: "Nou, die kan gillen!" Zegt de andere mus: "Wat zou jij doen als je staart in de brand stond?" ----------------------------------------
Zwarte PanterZijn neefje is van oudsher onheilsbode als hij je pad kruist. Maar dit grote kwaad is zwartfluwelen pech in het kwadraat: waar hij passeert, valt altijd wel een dode.
Lui ligt hij op een tak, een jachtmethode waarbij hij zich alleen maar vallen laat. De dolken in hun schedes, maar paraat te doden om den vleesbeladen brode.
Hij heeft zijn koplampen nu uitgedaan en slaapt net als een grote poes, geduldig, terwijl de oortjes nog in waakstand staan.
Het kwaad is altijd zwart, de goedheid wit. En toch, en toch. Hier is het zwart onschuldig. Maar hoed je voor het lelieblank gebit.
‘Sinds vier weken hebben wij een parkiet. Maar het vogeltje plukt voortdurend aan zijn staart en heeft bijna geen veren meer. Hoe komt dat?’ ‘In de dierenwinkel zat hij met een ander parkietje in de kooi. Mist hij soms zijn vriendje? Bovendien krijgen we hem maar niet handtam.’
Het gebeurt vaak dat dieren zichzelf kaalplukken. Meestal gaat het om een psychisch probleem. Door een verandering van omgeving hebben ze last van stress of zijn depressief. Sommige vervelen zich. Het best vermaak je het vogeltje door veel met hem om te gaan. Een soortgenootje in de kooi zetten, kan ook wonderen doen. Maar in tegenstelling tot papegaaien, die al snel last hebben van een dipje, komen sombere buien bij parkieten weinig voor. Daarom is het mogelijk dat het beestje een parasitair probleem heeft. In dat geval moet je met hem naar de dierenarts. Het is trouwens niet meer dan normaal dat de parkiet nog niet handtam is. Vaak duurt het maanden vooraleer een vogel zich laat vastpakken. Rustig blijven is de beste methode. (jvg) (Het Nieuwsblad)
Een labrador met de naam Jet kan echt vliegen! Het dier viel van een zes verdiepingen hoge parkeergarage naar beneden en overleefde de duikvlucht..
Jet kan vliegen
Foto: Fox
De ruim dertig kilo zware Jet stond op het randje van een garage bij de luchthaven van Tampa. Volgens eigenaar Clayton Tieman die zijn schoonouders kwam afhalen dook de 2-jarige Jet per ongeluk over de betonrand.
Iedereen dacht dat zijn laatste seconden waren geslagen. Clayton dacht dat de hond echt een sprong naar buiten maakte. 'Ik dacht nog o nee, God, laat dit niet gebeuren'. Hij zag de kleine oortjes van de hond in de wind fladderen. 'Dat is me het meest bijgebleven'.
Maar toen ze uiteindelijk angstig naar beneden keken, zagen de ze labrador even met z'n kop schudden, en leek er niks aan de hand. Iemand op de grond zei dat het dier zo opstond en wegwandelde. Een dierenarts constateerde een ingeklapte long en wat blauwe plekken. Maar niks gebroken!
De politie bekeek de zaak, maar concludeerde dat het een ongeluk betrof.
Nieuws IJsbeer bedreigde diersoort in Canada (Knudde1)
IJsbeer bedreigde diersoort in Canada
De Canadese provincie Manitoba heeft de ijsbeer tot bedreigde diersoort uitgeroepen. Manitoba is al de derde provincie (na Newfoundland en Ontario) die dat doet.
Klimaatverandering "We moeten ons blijven inzetten om een van de meest unieke diersoorten van onze provincie te blijven beschermen. De ijsbeer heeft duidelijk te lijden van de klimaatverandering", aldus de provinciale minister van Milieu Stan Struthers. Twee jaar geleden heeft de provincie het rendier al op de lijst met bedreigde diersoorten gezet.
-22% Canada herbergt ruim de helft van alle ijsberen ter wereld, wier aantal op 20.000 tot 25.000 wordt geschat. In Manitoba is de ijsberenpopulatie de afgelopen 15 jaar met 22 procent gedaald. In 2004 telde de provincie naar schatting 925 dieren. (afp/bf)
Dierenweetjes 25 bizarre weetjes uit de dierenwereld (Knudde1)
25 bizarre weetjes uit de dierenwereld
Muggen houden van blauw
Muizen zijn seksueel heel actief
Giraffen vallen diep bij hun geboorte
Konijnen houden van snoep, muizen hebben grote teelballen en muggen houden van blauw. The Daily Mail schuimde het internet af en ontdekte heel wat bizarre feiten over de wereld van de dieren. Wij selecteerden 25 opvallende en bizarre weetjes.
1. Konijnen lusten wel eens een snoepje. De dieren zijn namelijk gek op zoethout. Dat bevat een zoetstof die dertig tot vijftig keer sterker is dan suiker. Het wordt dan ook gebruikt om snoepjes te maken. Maar helaas moeten konijnen ervan afblijven, omdat ze de suikers niet kunnen verteren.
2. Dalmatiërs zijn het enige hondenras dat last kan krijgen van jicht.
3. De linkerbil van een kip is zachter dan de rechterbil. Kippen gebruiken hun rechterpoot vaker en daardoor zijn de spieren sterker ontwikkeld.
4. Het sperma van muizen is langer dan dat van olifanten. Muizen zijn seksueel heel actief en hebben grote teelballen nodig om voldoende te produceren.
5. Er zijn al meer mensen gestorven door vlooien dan door alle oorlogen samen. Ze verspreiden namelijk ziekten zoals de pest en hebben zo eenderde van de Europese bevolking uitgeroeid in de veertiende eeuw.
6. Goudvissen verliezen hun kleur als ze in een donkere of matig verlichte ruimte verblijven. Net zoals mensen hebben de goudvissen licht nodig om een mooi kleurtje te krijgen.
7. Een albatros moet slechts één keer op enkele jaren landen om te broeden. Het dier kan liefst honderdduizenden kilometers afleggen per vlucht.
8. Sommige Chinese en Amerikaanse alligators overleven de winter door hun hoofd in ijs te bevriezen. Enkel hun neus steekt eruit om te blijven ademen.
9. Dolfijnen slapen altijd maar half. Zo slaapt slechts één hersenhelft en is maar één oog gesloten.
10. Sommige leeuwen kunnen meer dan vijftig keer per dag eten.
11. Per mens vliegen en kruipen er ongeveer 200 miljoen insecten op de aardbol.
12. Olifanten zijn de enige zoogdieren die niet kunnen springen.
13. Kamelen hebben drie oogleden om hun ogen te beschermen tegen het opvliegende zand.
14. Een flamingo moet zijn kop ondersteboven houden om te eten.
15. Dolfijnen hebben zo'n scherp gehoor dat ze geluid onder water over een afstand tot bijna 25 kilometer kunnen horen.
16. Een slak kan in bepaalde omstandigheden (zoals een droge periode) tot drie jaar slapen.
17. IJsberen zijn de enige zoogdieren met haar op de zool van hun voeten. Dat hebben ze nodig om meer grip te krijgen op het ijs waarop ze lopen.
18. De meeste olifanten wegen minder dan de tong van een blauwe vinvis.
19. Een pinguin kan bijna twee meter hoog in de lucht springen.
20. Witte haaien kunnen bijna drie maanden overleven zonder voedsel.
21. Een vrouwelijke oester kan gedurende haar leven tot 100 miljoen jongen voortbrengen.
22. Muggen worden twee keer meer aangetrokken door een blauwe kleur dan door om het even welke andere kleur.
23. Kogelvissen zijn hun jagers te slim af door water in te slikken. Daardoor zwellen ze zodanig op dat andere vissen hen niet kunnen doorslikken.
24. Een volgroeide beer kan even snel rennen als een paard.
25. Bij de geboorte vallen giraffen vanaf een hoogte tot twee meter, maar toch zijn ze meestal ongedeerd. (gb)
Honden likken om verschillende redenen. Likken is in de eerste plaats een onderdanig sociaal gedrag om eerbied te tonen aan de dominantere "roedelgenoot". Pups likken om vast voedsel aan hun moeder te vragen als ze geen melk meer drinken. Dus een jonge hond kan likken om zijn eten te vragen. Likken kan een teken van genegenheid zijn, uw hond's manier om u te laten weten dat hij uw aandacht prettig vindt. Of hij likt u omdat hij u lekker vindt ruiken. Ofschoon likken meestal erg onschuldig is kan het lastig zijn als het extreme vormen aanneemt. Soms kan een hond voortdurend likken als uiting van stress of verveling. Dit kan zo obsessief zijn dat ze hun vacht kaal likken en soms zelfs hun huid beschadigen. Dit is een gedragsprobleem en het kan verstandig zijn uw dierenarts te raadplegen als u zich zorgen maakt over het likgedrag van uw hond.
Hoewel het misschien niet de meest aantrekkelijke eigenschap van uw hond is, is een beetje kwijlen volstrekt gezond en er is geen reden om te proberen dit te stoppen. Honden kwijlen om verschillende redenen, bijvoorbeeld door nervositeit, opwinding, en als ze denken dat ze eten krijgen. Sommige rassen kwijlen beduidend meer, zoals St. Bernards en Newfoundlanders. Om uw tapijt en meubels te sparen, kunt u af en toe zijn bek droogvegen met een handdoekje. Kauwspeeltjes kunnen uw hond stimuleren om meer met zijn bek te werken en meer te slikken. In ieder geval concentreren ze zo hun speeksel op een paar objecten in plaats van het door het hele huis te verspreiden.. Als u zich zorgen maakt dat uw hond extreem veel kwijlt, kunt u hem het best door de dierenarts laten onderzoeken. Sommige gezondheidsproblemen kunnen meer kwijlen veroorzaken, zoals misselijkheid en tandproblemen. Uw dierenarts kan dit controleren.
Gras eten kan normaal zijn. Veel honden doen het af en toe. Als ze echter vaak gras eten en dit ook weer uitbraken kan het een uiting van misselijkheid of buikpijn zijn en is het verstandig uw hond bij de dierenarts na te laten kijken.
Ze is inderdaad schijnzwanger. Door de manier waarop de reproductie cyclus van de hond is opgebouwd, kan het inderdaad gebeuren dat de hond, bij sterilisatie tijdens de loopsheid, schijnzwanger wordt. Het goede nieuws is dat het snel verdwijnt zonder behandeling, meestal binnen een week. Ben wel voorzichtig, want sommige honden kunnen erg beschermend zijn over hun denkbeeldige puppies.
U kunt aan dit bijt-probleem werken door een aantal dingen tegelijkertijd te doen. Ten eerste moet u de speelactiviteiten van uw lichaam af houden. Dit kunt u doen door apport spelletjes aan te moedingen en stoei spelletjes te ontmoedigen. Ten tweede kunt u positieve beloning weghalen als hij u bijt. Dit kan door weg te lopen en de pup 5 minuten te negeren elke keer als hij iets doet wat u niet fijn vindt. U mag dan ook niet tegen hem praten gedurende die tijd. Ten derde kunt u een negatieve ervaring veroorzaken bij het ongewenste gedrag. U kunt dat doen door bijvoorbeeld uw hand in te smeren met azijn als de pup daar steeds in bijt. U kunt ook een blik vullen met een aantal muntjes en er heel hard mee schudden als de hond bijt, zoadat hij erg schrikt. U kunt ook ferm en luid "NEE" zeggen. Als laatste kunt u de hond stimuleren om voorzichtig te spelen door hem te belonen als hij dat doet. Het allerbelangrijkst is dat echt de hele familie dezelfde regels hanteert en even consequent is.
Er is veel literatuur over verlatingsangst, maar zelfs de experts zijn het niet eens over de oorzaak en de behandeling. Dit komt waarschijnlijk omdat er vele oorzaken kunnen zijn voor dit probleem. Medicijnen tegen verlatingsangst kunnen zeker helpen. Echter alleen daarmee krijgt u meestal het probleem niet helemaal opgelost. Ze worden meestal gebruikt in combinatie met gedragstherapie. Informatie hierover kunt u bij uw dierenarts krijgen.
De meest voorkomende reden voor krabben is het hebben van vlooien. Verder komen er ook regelmatig allergieen voor voor huisstofmijt, pollen, enz. Het kan voorkomen dat de jeuk seizoensgebonden is. Verder kan uw hond ook last hebben van mijten of luizen of bacteriele huidinfectie. Als uw hond blijft krabben is het raadzaam om uw dierenarts te raadplegen. Er zijn vele behandelingen mogelijk om de jeuk van uw huisdier te verminderen of zelfs te laten verdwijnen.
Hond kunnen om verschillende redenen achter hun staart aanrennen. Als de dierenarts bij uw hond geen vlooien heeft gevonden en als hij geen last heeft van zijn anaalklieren, is het waarschijnlijk een gedragsprobleem. Het kan uit verveling ontstaan zijn en een gewoonte zijn geworden. Uw dierenarts kan u mogelijk een gedragstherapeut adviseren die u kan helpen het gedrag te veranderen. Probeer in de tussentijd niet te reageren op de hond als hij achter zijn staart aanrent. Lachen of straffen zijn vormen van aandacht en dat kan de hond stimuleren het gedrag te blijven uitoefenen. Probeer wel om het gedrag te voorkomen als dat gaat. Deze suggesties kunnen helpen maar soms heeft de hond, als hij zichzelf beschadigt ook medicijnen nodig. Dit kan de gedragstherapie ondersteunen.
De meest voorkomende reden voor een hond om zijn staart tussen de benen te houden, is pijn of ongemak. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij pijn in heupen of rug. Het hoog houden van de staart zorgt dan voor druk in dat gebied, dus de hond houdt zijn staart liever omlaag. Honden kunnen ook de staart tussen de benen houden bij emotionele stress. Bijvoorbeeld als ze depressief, gefrustreerd, gestressed of angstig zijn. Praat met uw dierenarts over de gedragsverandering. Misschien zit er een lichamelijk probleem achter. Zoniet, dan kan er gewerkt worden aan de emotionele veranderingen.
Je kunt een hond prima leren om op een bepaalde plek zijn behoefte te doen. Hij doet minder moeilijk over de soort kattenbakvulling dan de meeste katten, dus u kunt gerust oude kranten, papiersnippers of zand gebruiken. Als u een keuze hebt gemaakt, blijf die dan wel gebruiken, zodat de hond daaraan went. In het begin is het handig de bak niet te snel te verschonen omdat honden de neiging hebben om terug te gaan naar de plek waar ze eerder hun behoefte hebben gedaan. Om dezelfde reden is het wel belangrijk om bijvoorbeeld het tapijt goed schoon te maken als hij per ongeluk daar geplast heeft, om te voorkomen dat hij het nogmaals doet op die plek. Het belangrijkste is dat u geduldig bent en consistent. Houdt een vast schema aan van voeren, spelen, wandelen en slapen. Hierdoor zal uw hond ook op vaste tijden gaan poepen en plassen. Onthoudt de tijden waarop hij normaal gesproken moet plassen of poepen: na het eten, na het slapen en bij puppies ongeveer elke 20-30 minuten als ze wakker zijn en spelen. Let op signalen waarmee uw hond aangeeft dat hij moet plassen, zoals snuffelen en rondjes lopen en zet hem dan op de bak. Prijs hem als hij daar plast of poept. Het duurt soms een tijdje, maar met veel geduld lukt het meestal wel om de hond te leren op de bak te gaan. Denk er wel aan dat het geen vervanging is van de wandeling, maar een aanvulling daarop. Hij heeft nog steeds elke dag beweging en frisse lucht nodig.
Bijten is altijd een moeilijk probleem bij puppies, en het moet opgelost worden om te zorgen dat uw huisdier een deel van uw gezin kan worden. Gelukkig houdt bij de meeste honden dit gedrag vanzelf op als ze wat ouder worden. Helaas kunnen ze voor die tijd al heel wat schade aanrichten. Er is een aantal dingen die u kunt doen maar ze kosten wat geduld en volharding. In de eerste plaats kunt u zorgen dat hij zo min mogelijk gelegenheid krijgt om ergens op te kauwen door hem in een bench te zetten, of in een aparte kamer waar hij niets kapot kan maken. Als u uw hond wil leren om in een bench te zitten moet u zorgen dat hij zich daar prettig voelt. Zorg voor veilige, geschikte kauwspeeltjes en voor een comfortabele ondergrond. Als uw pup bovendien veel tijd besteedt aan bijten op z'n eigen speeltjes, zal hij leren wat van hem is en waar hij vanaf moet blijven. Als u in de buurt bent houdt hem dan heel goed in de gaten. Zo gauw u ziet dat hij in iets wil bijten wat niet van hem is, leidt hem dan af met een ander leuk speeltje van hemzelf. Als hij dat pakt dan prijs hem, zodat hij leert welke speeltjes hem een beloning opleveren. U zult af en toe van speelgoed moeten wisselen om hem geinteresseerd te houden. Als hij op iets wil bijten wat u niet kunt wegnemen kunt u overwegen om er azijn op te smeren om het object minder aantrekkelijk te maken. Tot besluit, geef niet op! Het is soms moeilijk om dit instinctieve gedrag af te leren, maar het is de moeite waard om daarna een goed aangepaste hond in huis te hebben. Als het u ondanks alle pogingen niet lukt om het gedrag bij te sturen, raadpleeg dan uw dierenarts. Die kan u dan verwijzen naar een gedragstherapeut, of aanvullend medicatie voorschijven. (depostwagen.nl)
Op deze pagina kunt u een lijst met spreekwoorden vinden die over dieren gaan. Op de bovenste regel leest u het spreekwoord en op de regel eronder de betekenis.
Aap wat heb je een mooie jongen. Dat is overdadige vleierij.
Nu komt de aap uit de mouw. Nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was.
Men moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is. Men moet zich niet beroemen op zijn succes voor men het behaald heeft.
Een vreemde eend in de bijt Een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs).
Een ezel stoot zich in 't gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen. Het is erg dom om twee keer dezelfde fout te maken
Het hazenpad kiezen. Wegvluchten
Het haasje zijn Het slachtoffer zijn
Blaffende honden bijten niet. Iemand die zich dreigend voordoet, zal zijn dreiging niet waarmaken.
Geen slapende honden wakker maken. Zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken.
Wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. Als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.
Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Pas als er al een ernstig ongeluk gebeurd is, neemt men preventieve maatregelen.
In het donker zijn alle katten grijs. Als de situatie niet optimaal is, kun je iets niet goed beoordelen.
Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Als je daarmee om wil gaan, neem dan voorzorgsmaatregelen!
De kat op het spek binden. Iemand in verleiding brengen
De kat de bel aanbinden. Een onplezierig klusje
Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Een zwakke tegenstander kan nog gevaarlijk worden als hij geen uitweg meer ziet.
Als de kat van huis is, dansen de muizen (op tafel). Als de toezichthouder ontbreekt, wordt er een dolle boel van gemaakt.
De kat uit de boom kijken. Afwachten
De kip met de gouden eieren slachten Ten behoeve van een gering korte-termijn voordeel een eind maken aan een groot voordeel voor de lange termijn.
Er was geen kip Er was niemand Kip, ik heb je. Ziezo, dat is gelukt
Geen kip meer kunnen zeggen. Zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd.
Er als de kippen bij zijn. Meteen met de neus er bovenop!
Men noemt geen koe bont, of er zit wel een vlekje aan. Als iemand van misstappen beschuldigd wordt, zal er wel iets van waar zijn.
Oude koeien uit de sloot halen Reeds afgedane kwesties uit het verleden opnieuw ter sprake brengen
Krokodillentranen huilen. Schijn verdriet.
Als er één schaap over de dam is, volgen er meer Als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel.
Er gaan vele makke schapen in een hok Als men zich rustig houdt, kunnen veel mensen in een kleine ruimte verblijven.
Een spiering is vis als er anders niet is. Als je honger hebt, ben je niet kieskeurig
Een spierinkje uitgooien om een kabeljauw te vangen. Een klein verlies accepteren om daarmee kans te maken op een grote winst
De vis wordt duur betaalt. De visserij vergt veel opoffering (ook: kost mensenlevens)
Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is Ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden.
Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht Men moet datgene wat men heeft niet op het spel zetten voor een kleine kans om nog meer te krijgen.
Een kip heeft een hartslag van 280 tot 315 slagen per minuut
Kippen leggen een ei elke 24 — 26 uur
De latijnse naam voor kip is Gallus Domesticus
Een kip met rode oren legt bruine eieren
Kippen werden een 8000 jaar geleden gedomesticeerd
De meeste aantal dooiers in 1 ei ooit waren er 9
Er zijn meer kippen dan mensen in de wereld
Met de uitwerpselen die een kip in haar leven produceert kan je een 100 watt lamp 5 uur laten branden
Het gemiddelde gewicht van de eieren dat een groothoen legt in haar leven zijn 61 gram
Een kip met witte oren legt witte eieren
Het ei was er voor de kip
Hoenders zweten niet maar sturen meer of minder bloed door de kam om af te koelen
Kippen leggen eieren in verschillende kleuren zoals bruin , wit , roze , blauw en groen
De punten aan de binnenkant van de hanen poten noemt men sporen
Een kip is een vogelsoort
Een haan ademt 18-20 maal per minuut een hen 30-35 maal
Een gecastreerde haan noemt men een kapoen
Een hen kan wel 20 jaar oud worden
Angst voor kippen noemt men alektorofobie
Niet elke hen hoeft perse een eigen legnest hebben. 3 tot 4 kippen kunnen een legnest delen.
Kuikens kunnen al communiceren met de kloek terwijl ze nog in het ei zitten.
Eén enkele bevruchting van een haan volstaat om 14 dagen bevruchte eieren te leggen. De hen slaat de zaadcellen op in zogenaamde "spermanesten"
Kuikens het best aangekocht worden wanneer ze "vuurvrij" zijn. (ongeveer na 8 weken)
Legkippen leggen hun eerste eitje rond 20 weken
Hou nieuw aangekochte kippen enkele dagen binnen om aan hun hok te wennen.
Kippenmest is een zeer rijke mestsoort.
Ontsmet drink- en voederbakken MINSTENS één keer per maandag
Bij nat reinigen van bevuilde eieren moet het water warmer zijn dan het ei zelf, anders worden kiemen, aanwezig op de eierschaal in het ei gezogen.
Consumptie-eieren bewaren in een koelkast met de stompe kant naar boven.
NOOIT informatie met een stift op een ei schrijven. Stiften bevatten schadelijke stoffen. Gewoon een potlood gebruiken.
Bij zware rassen kan een gezonde haan 8 hennen aan, bij lichtere rassen 15.
Broedeieren van een middelzwaar ras moeten minstens 50 tot 60 gram wegen.
Als je de kippen ren af en toe eens goed schoffeld lijkt de ren veel natuurlijker.
Kippen lusten graag: - Bessen: brammen, framboze, ... - Groenten: sla, brocolie, wortelen, ... - Kruiden: weegbree, jonge brandnetel, gras, ... - Fruit: appel, peren, bananen, ... - Wormen en andere insecten zijn een calorieën bom voor kippen, maar pas op voor buxus deze plant is gevaarlijk voor kippen.
Bij ziektes gaan de kippen bol zitten, hebben ze diaree, jeuk, kale plekken, ze vermageren, ...
Een theelepeltje knoflookpoeder in de drinkemmer voorkomt ongedierte op je kippen.
Kippen eten alles behalve zout.
Kippen heel graag in het zand (metselzand) spelen en daaruit kiezeltjes uit oppikken.
Om de paar weken kan je kapotte schelpen in de ren moet strooien om te voorkomen dat de kippen windeieren gaan leggen. In schelpen zit namelijk veel kalk.
Er bestaan langkraaiers (kippenrassen), sommige kraaien 7 à 9 seconden, andere 10 of 15 seconden en nog andere 20 à 30 seconden aan één stuk (bergse kraaier)
Sommige kippen zijn met één of meerdere tenen zonder nagels geboren of halve tenen zonder nagels.
Sommige hennen hebben minisporen aan hun poten.
Kippen lusten graag heel oud brood.
Kippen kunnen kwaad reageren op hoge tonen.
Kippen herkennen hun verzorgers.
De meeste kippen hebben 4 tenen sommige rassen 5 b v faverolles ,zijdehoenders en de houdan.
Een kip heeft minstens 13uur licht nodig om op een normale manier een ei te leggen.
Zwart met een wit vlekkie vielen we op je eigenwijze bekkie Je had, ook heel erg knap meteen vier pootjes in de pap! Met 7 weken ben je gekomen om bij ons te wonen Keetje werd je naam om mee door het leven te gaan Inmiddels heb je je ontpopt tot een echte kattenkop Vaak ga je buiten spelen om je geen moment te vervelen Speeltuin en parkje zijn van jou het grasveld daar bemest je trouw Als we bij je komen kijken laat je rollend je genoegen blijken Je kan vechten en heel goed jagen komt precies op tijd om eten vragen Niet teveel geknuffel aan je lijfje want dàn krabt het wijfje Eén keer in de zoveel tijd dat je je op een schootje vlijt Je melkt en spint, rolt op tot moppie en ja hoor, daar rolt je koppie Met een diepe zucht gaan je pootjes in de lucht Wij als bazen zitten dan zo stil als het maar kan Te genieten van ons Keetje die van zichzelf is, weet je!
Pootjes achtergelaten op de papieren. Dan de leuning van de stoel bevreeën Uitgebreide wasbeurt in de vensterbank Je poot tegen het raam gedrukt.
Daarbuiten het overmoedige roodborstje De opschepper met de rode borstvlek Driftig beweegt het puntje van je staart Strak onbeweeglijk de rest van je lijf.
Op het zachte naaldenbed aan de voet van de conifeer komt een einde aan de sluiptocht Het zoeken naar de goede plek.
Opgevouwen lig je, de ogen dicht glanzend in de zon van tevredenheid zelfvergeten in de luwte van het eeuwige legergroen.
Dat katten zichzelf heel wat rechten toe-eigenen weet iedereen. Het recht om gestreeld te worden wanneer zij dat willen, te eten wanneer zij dat zelf willen, het recht om te slapen waar en wanneer zij dat willen en laten we dit vooral niet vergeten, ieders aandacht op te eisen op het moment dat zij uitkiezen.
Kattenliefhebbers vinden het echte schatjes en kunnen deze echte katteneigenschappen waarschijnlijk het meest appreciëren. Kattenhaters daarentegen hebben alleen al om de hierboven opgesomde redenen een grondige hekel aan de schattige viervoeters. Maar hoe zit het eigenlijk met de rechten die wij katten toekennen?
Naast het feit dat de liefhebbers katten alles gunnen wat hun hartje begeert, zijn er toch wel enkele fundamentele kattenrechten die wij barbaars en ongehoord vinden. Ik heb het inderdaad over het vermoorden van achteloze vogeltjes en het martelen van muizen die tevergeefs aan de klauwen van katlief proberen te ontsnappen. Toegegeven, het schouwspel ís daadwerkelijk barbaars en ook ik probeer het muisje te redden van een pijnlijke dood. Maar als vegetariër vind ik ook dat ik ieder dier dat in een penibele situatie verkeert moet proberen te redden.
In tegenstelling tot een hoop vleeseters ben ik gelukkig niet hypocriet. Veel vleesetende baasjes helpen immers achteloos mee aan de financiering van de bio-industrie, dé nummer 1 der schenders van dierenrechten, maar zij willen wel dat hun lieve poes haar jagersinstinct voor goed verdringt en steevast tevreden zal zijn met blikvoer dat minimaal drie keer per dag haar tongetje streelt. Beste kattenliefhebber, wees niet naïef en aanvaard voor altijd dat katten nu eenmaal doen wat ze graag doen. Geef katten datgene waar ze recht op hebben, namelijk het recht om een keer in de zoveel tijd thuis te komen met een lekker vogeltje of muisje dat ze nota bene speciaal voor jou gevangen hebben. Anders dan wat jij denkt, doen katten dit niet uit zelfzucht maar om voor jóú te zorgen.
Respecteer daarom alle rechten van de kat, ook het recht om te jagen! Geef ze de vrijheid om af en toe een vogeltje te vangen of een muisje te martelen. Pas dan zal je als kattenliefhebber een volwaardig kattenliefhebber zijn omdat je jouw katten álle rechten toekent die zij zichzelf toe-eigenen.
Amerikaanse zeeonderzoekers hebben een vrouwelijke lederschildpad, een met uitsterven bedreigde diersoort, gevolgd op haar tocht over de Grote Oceaan. Het dier, dat met een satellietzendertje was uitgerust, begon haar reis in 2003 op het strand van Jamursbamedi, in de Indonesische provincie Papoea, waar ze eieren had gelegd. Na 647 dagen en twintigduizend kilometer raakten de batterijen van de zender op bij Hawaii. Op haar tocht was de schildpad tot aan de noordelijke Amerikaanse staat Oregon gekomen.
Uitsterving Lederschildpadden, die tot 2,75 meter lang kunnen worden, zwemmen al honderd miljoen jaar in de oceanen rond. Maar omdat er op zee steeds meer industriële visvangst wordt bedreven, komen veel lederschildpadden als bijvangst in de netten terecht. Er loeren nog tal van andere gevaren. Zo komen veel lederschildpadden om doordat ze in zee drijvend plastic inslikken. De lederschildpad is de meeste bedreigde schildpadsoort en biologen verwachten dat zei over dertig jaar uitsterven als er niets gebeurt.
Meesters van de oceaan De wonderbaarlijke tocht van de vrouwtjesschildpad werd vorige maand in het blad Chelonian (Zeeschildpad-) Conservation and Biology beschreven door Scott Benson en Peter Dutton, onderzoekers van de National Marine Fisheries Service, de Amerikaanse dienst die toeziet op het behoud van de zeefauna. Hun onderzoek laat zie dat het leefgebied van de lederschildpad zich uitstrekt van de Zuid-Chinese Zee tot de Japanse Zee en het noorden van de Grote Oceaan.
Schildpadexpert Peter Pritchard van het Chelonian Research Institute in Florida is niet verbaasd te horen welke enorme afstanden de lederschildpad aflegt. "Ze worden alleen beperkt door de geografie van de wereld", zegt hij. "Het zijn meesters van de oceaan."
Beschermen Benson zei dat er in de Grote Oceaan nog maar zo'n vijfduizend vrouwtjesexemplaren van de lederschildpad over zijn. De mannetjes zijn moeilijk te tellen omdat ze nooit aan land komen. Om de soort te kunnen beschermen moet men meer te weten komen over hun routes en bestemmingen, zei hij. "Je kunt de stranden beschermen waar ze eieren leggen, maar daar heb je niets aan als je ze niet in het water kunt beschermen." (novum/gb) (De Morgen)
Canadese provincie roept ijsbeer uit tot bedreigde diersoort (Martina1)
09/02Canadese provincie roept ijsbeer uit tot bedreigde diersoort
De Canadese provincie Manitoba heeft de ijsbeer tot bedreigde diersoort uitgeroepen.
Manitoba is al de derde provincie (na Newfoundland en Ontario) die dat doet.
"We moeten ons blijven inzetten om een van de meest unieke diersoorten van onze provincie te blijven beschermen. (De ijsbeer) heeft duidelijk te lijden van de klimaatverandering", aldus de provinciale minister van Milieu Stan Struthers. Twee jaar geleden heeft de provincie het rendier al op de lijst met bedreigde diersoorten gezet.
Canada herbergt ruim de helft van alle ijsberen ter wereld, wier aantal op 20.000 tot 25.000 wordt geschat. In Manitoba is de ijsberenpopulatie de afgelopen 15 jaar met 22 procent gedaald. In 2004 telde de provincie naar schatting 925 dieren.
Ezel doet de boodschappen in Brits dorp (Martina1)
Ezel doet de boodschappen in Brits dorp
Jaarlijks rollen een hoop deelnemers van de heuvel achter een bol kaas.
Wat doe je als je zo afgelegen woont dat alle transportmiddelen falen? Anna Usborne woont op een honderd meter hoge heuvel in het Britse dorpje Chalford. Als zij en haar buren boodschappen doen, moeten ze langs een lange en lastige weg terug naar huis klimmen. Usborne heeft misschien een oplossing gevonden. Ze zamelt geld in om ezels voor het dorp aan te kopen die ze op haar landgoed kan laten rondlopen. Vrijwilligers moeten de ezels dan op de heuvel begeleiden als bewoners met hun boodschappen terugkeren.
Usborne wil meteen twee ezels aankopen, omdat één ezel zich misschien eenzaam zou voelen. De heuvels in de buurt van Chalford zijn heel lastig voor de inwoners, maar één keer per jaar staan ze in het middelpunt van de belangstelling. Ze zijn beter gekend onder de naam 'Cotswolds' en jaarlijks wordt hier een wedstrijd 'kaas-rollen' gehouden. Daarbij moeten deelnemers tegen een hoge snelheid achter een bol kaas naar beneden rollen. Die dag zullen de ezels ongetwijfeld een dagje vrij krijgen. (gb)
Een Duits echtpaar dat met hun boot langs de Zuid-Afrikaanse kust vaarde, schrok zich een hoedje toen ze plots een witte haai op hun boot zagen liggen.
Wanneer je denkt een rustig boottochtje te maken, kijk dan goed uit voor haaien die uit het niets op het dek komen gesprongen. Het lijkt wel een passage uit de Jaws-films, maar het overkwam Thomas en Cornelia Clemens echt.
Het Duitse echtpaar maakt samen met zestien toeristen een boottochtje aan de kust van Zuid-Afrika, toen plots een witte haai van drie meter lang op hun boot lag. De tweehonderd kilo zware haai probeerde wanhopig om op eigen kracht van de boot terug in het water te geraken en slaagde er nog in ook. Het koppel houdt er buiten een nare herinnering geen schade aan over.
LAND VAN HERKOMST : Hongarije Varianten : Korthaar en Draadhaar
GESCHIEDENIS De Vizsla of Hongaarse Staande Hond ( Magyar Vizsla, stamt af van oude jachthonden, die meer dan 1000 jaar geleden met de Magyaren, een nomadisch herdersvolk, naar het tegenwoordige Hongarije kwamen. Invloeden worden ook toegekend aan de Panonische Brak en de Tartaarse Gele Hond en mogelijk nog andere honden. Andere bronnen wijzen op vergelijkbare honden uit Centraal Europa, die bij de valkeniers en jagers uit de Middeleeuwen hoorden. Na de Eerste Wereldoorlog was het ras bijna verdwenen. Met de paar honden die er nog van restten, waren toegewijde fokkers in staat om het ras in ere te herstellen. De Vizsla werd in geheel Europa verspreid en belandde na de Tweede Wereldoorlog ook in Amerika. Het is een uitstekende jacht- en gezelschapshond. Hij is bijzonder bruikbaar bij het jagen op hoogland-wild en het apporteren van waterwild. Het ras houdt zeer goed spoor. We onderscheiden de Vizsla Korthaar en de Vizsla Draadhaar .
IDEALE RASKENMERKEN De Hongaarse Staande Hond Korthaar : schofthoogte: reuen 56 tot 61 cm, teven 52 tot 57 cm. Een afwijking van 4 cm naar boven of beneden zijn toegestaan, mits de hond er evenwichtig blijft uitzien. Gewicht : 22 tot 28 kg. Uiterlijk: gespierd, stoer lichaam; elegant, stuwend gangwerk. Vacht : glad, dik, kort. Kleur : effen donker tarwegeel of donker goudgeel, kleine witte vlekken op borst of voeten toegestaan. Hoofd: brede schedel met een lange, vierkante snuit; middelgrote, ovale ogen; kleur harmonieert met de vacht, maar liefst donker; middellange hangoren. Staart: meestal tot op 3/4 ingekort; bij juiste dracht (horizontaal) ongecoupeerd. VACHT : kort stokhaar; m.a.w. 3 à 6 cm lange, stevige haren met of zonder ondervacht. VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met een grove kam en borstel de losse haren verwijderen. GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht verhaart, ziet men tegen de tijd dat de hond gaat verharen kleine pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de hond echt aan het verharen is. De loszittende ondervacht kan men met een herdersharkje verwijderen. Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Oren reinigen. Nagels knippen indien nodig. Enkel wassen indien echt nodig. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : die vergt weinig onderhoud, maar laat wel veel losse haren achter in huis. De Hongaarse Staande Hond Draadhaar. Die heeft een iets grotere schofthoogte, namelijk 58 tot 62 cm voor reuen en 54 tot 58 cm voor teven. Afwijkingen van 3 cm naar boven of beneden zijn toegestaan, mits de hond er evenwichtig blijft uitzien. Het type is hetzelfde, alleen de structuur van de vacht verschilt. Deze is kort en stug, met een dichte, zachtere ondervacht die beschermt bij guur weer. De kleur van de Hongaarse Staande Hond, Draadhaar is zandgeel in verschillende nuances. Kleine witte vlekken op de borst of de tenen zijn toegestaan. Ook de draadhaar is een getalenteerde jachthond. VACHT : ruwhaar; m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt. VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met een grove kam. GROTE BEHANDELING : gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken, kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken, dan moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken na de grote beurt. Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of tondeuze bij ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes. Voetjes worden rondgeknipt. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt. AARD : de Vizsla is een indrukwekkend intelligente en zachtaardige hond. Hij is van nature een jager die gemakkelijk te trainen is. Zijn beschermende aard maakt van hem een betrouwbare bewaker van huis en gezin. Hij is gesteld op gezelschap, goedgehumeurd, levendig, gehoorzaam en lief voor kinderen. ACTIVITEIT : deze hond heeft zeer veel lichaamsbeweging nodig. OPVOEDING : over het algemeen zijn Vizsla’s niet zo moeilijk op te voeden, omdat ze graag iets voor hun baas doen. Belangrijk is dat u ten alle tijde consequent blijft.
We stellen tegenwoordig zo'n groot vertrouwen in onze honden, dat zij niet alleen in ons privé-leven een grote rol spelen, maar ook op professioneel gebied van groot belang zijn. Het zijn niet alleen onze vrienden, maar ook harde werkers, teamgenoten en in sommige gevallen echte helden.
ENTERTAINERS
Wanneer we het over hondenjobs hebben, denken we meestal aan geleidehonden of politiehonden , maar honden werken ook in de showbizz en in de entertainment sector.
Zo zijn er honden die acteren. Zowel in films, als in series en in reclame komen deze honden aan bod en zijn meestal ook een groot succes. Ook honden die professioneel meedoen aan shows hebben een echte job. En dan zijn er nog de echte sporthonden; de racehonden en de sledehonden, maar ook alledaagse hondensporten kunnen professioneel uitgeoefend worden zoals flyball en agility.
HULPHONDEN
Blindegeleidehonden Deze honden zijn speciaal getraind om mobiliteit en onafhankelijk te geven aan de visueel gehandicapten. Niet alleen zorgen deze honden ervoor dat de blinden of slechtzienden zelfstandig door het leven kunnen gaan, ze zijn ook een liefdevolle compagnon. De meest gebruikte hondenrassen hiervoor zijn de golden retriever, de labrador retriever en de duitse herdershond. Hun intelligentie, grootte en temperament maken van hen ideale blindegeleidehonden.
Doven geleidehonden Mensen die slechthorend of doof zijn kunnen overweldigd worden door een gevoel van kwetsbaarheid of isolatie. Een doven geleidehond is voor hen een toegewijde assistent; hij zal zijn baasje alert maken op belangrijke geluiden zoals de telefoon, de deurbel, een alarm, ... .Zo creëert deze hond een gevoel van veiligheid en zelfstandigheid voor zijn baas en hij is natuurlijk ook een liefdevolle compagnon.
Therapie honden
Deze honden worden gebruikt voor het algemene welzijn van mensen in ziekenhuizen, rusthuizen, psychiatrische instellingen en vele andere plaatsen waar huisdieren niet zijn toegelaten. Het is bewezen dat het aaien en knuffelen van dieren een kalmerend effect heeft; het verlaagt de bloeddruk en neemt spanningen weg.
Service honden
Deze hulphonden zijn getraind om mensen met een motorische handicap, chronische pijn, epilepsie of andere medische problemen te assisteren. Deze honden geven hun baasjes een grotere onafhankelijkheid door een behulpzame vriend te zijn en door alarm te slaan bij een eventuele crisis.
POLITIEHONDEN op training.
Deze honden zijn specifiek getraind om agenten te assisteren bij hun werk. Aangezien er verschillende afdelingen bestaan in het politiesysteem zijn er ook verschillende jobs mogelijk voor deze honden.
Zo kunnen ze getraind worden om drugs of explosieven op te sporen. Sommige honden hebben dan eerder een beschermende functie voor hun baasje. Ook het opsporen en eventueel vasthouden van verdachten kan worden aangeleerd.
De mogelijkheden zijn zeer uitgebreid want je kan een hond wel behoorlijk wat aanleren.
REDDINGSHONDEN
Reddingshonden zijn speurhonden, gespecialiseerd in het opsporen van mensen. Zij worden ingezet om te assisteren bij rampen, verdwijningen en reddingswerken.
Deze honden wordt aangeleerd om in alle omstandigheden mensen op te sporen en dan een signaal te geven. Zowel op land als in het water, overdag of 's nachts, bij regen of zonneschijn zullen deze honden de geur kunnen opvangen van mensen en deze zo opsporen. Door dan te blaffen of een ander aangeleerd alarmsignaal te geven, weten de reddingswerkers waar ze moeten zijn.
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
We houden allen zielsveel van onze pups. Maar wat met al die haren? Een aantal ZapDog Hondenwei bezoekers delen hierbij graag hun tips. Hondenbaasjes met humor!
Draag nooit zwart. Draag kleding met een kleur gelijkaardig aan de vacht van de hond. Fleece en honden gaan niet samen.
Borstel de vacht van de hond 3 maal per week. Je kan je hond ook stofzuigen (gebruik de hulpstukken …)
Heb je twee auto’s, gebruik er maar eentje voor het vervoer van de hond. Geen vasttapijt als vloerbekleding. Of kies tapijt in de kleur van je hond.
Kies voor tapijten die je makkelijk buiten kan uitkloppen. Een druk patroon laat de hondenharen minder opvallen. Een aangepaste stofzuiger werkt erg goed.
Bewaar een lint(kleef) rolborstel in je auto, boekentas en handtas.
Kies voor een lederen salon.
Nodig geen bezoekers uit die gek worden van een paar haartjes op hun kleding…
Net zoals het gebit bij de mens dient het gebit van de hond gezond en schoon te zijn. Iedereen kent wel de stinkende hondenbek. Dat kan wijzen op een ontstoken gebit en dat is pijnlijk voor de hond.
Hoe houd je het hondengebit schoon? Honden die veel kluiven hebben over het algemeen een schoon gebit. Dus geef je hond regelmatig een runderbot of buffelhuid om op te knagen.
Beugel Bij jonge honden kunnen de tanden of kiezen in een verkeerde stand groeien. Wanneer ze daar last van hebben of wanneer er in de toekomst problemen van verwacht kunnen worden, dan is het belangrijk dat daar iets aan gedaan wordt. Vaak is zo'n jonge hond heel goed te helpen met een tijdelijke beugel. Vaak hoeft een hond niet langer dan een paar weken de beugel te dragen.
Hondentandenborstel
Poetsen met een speciale hondentandenborstel en hondentandpasta kan ook. Deze tandpasta heeft een aangename vleessmaak. Het valt echter niet mee om een hondengebit te poetsen en dit moet dan 2 tot 3 keer per week gebeuren. Het beste kun je je hond dan ook op jonge leeftijd aanleren dat zijn tanden af en toe gepoetst worden.
Tandsteen
De hond kan ook last hebben van tandsteen. Dit heeft een grijs/gele of grijs/blauwe kleur. Tandsteen is een combinatie van kalk, slijm en voedselresten. Tandsteen kan men door de dierenarts laten verwijderen. Let op: Tandsteen veroorzaakt ontstoken tandvlees. De eerste tandsteen ontstaat vaak bij de hoektanden en kiezen. Zodra je dit ziet ga langs bij de dierenarts om het te verwijderen.
Poetsen met een speciale hondentandenborstel en hondentandpasta kan ook. Deze tandpasta heeft een aangename vleessmaak. Het valt echter niet mee om een hondengebit te poetsen en dit moet dan 2 tot 3 keer per week gebeuren. Het beste kun je je hond dan ook op jonge leeftijd aanleren dat zijn tanden af en toe gepoetst worden.
Tandsteen
De hond kan ook last hebben van tandsteen. Dit heeft een grijs/gele of grijs/blauwe kleur. Tandsteen is een combinatie van kalk, slijm en voedselresten. Tandsteen kan men door de dierenarts laten verwijderen. Let op: Tandsteen veroorzaakt ontstoken tandvlees. De eerste tandsteen ontstaat vaak bij de hoektanden en kiezen. Zodra je dit ziet ga langs bij de dierenarts om het te verwijderen.
Resten voorvader krokodil ontdekt in Brazilië (Martina1)
Resten voorvader krokodil ontdekt in Brazilië
Een simulatie van hoe de voorvader van de krokodil er zou uitgezien hebben.
In Brazilië zijn de versteende resten van de voorvader van de krokodil gevonden. Volgens plaatselijke wetenschappers gaat het om de ontbrekende schakel tussen de dinosauriërs en de krokodil zoals we die nu kennen.
80 miljoen jaar geleden Het prehistorische roofdier leefde zo'n 80 miljoen jaar geleden en - hoewel het sterk op een krokodil lijkt - leefde het niet in het water, maar op het land.
Eerste beelden Paleontologen van de universiteit in Rio de Janeiro toonden vandaag de eerste beelden van het dier, dat 1,70 meter lang is en 30 tot 40 kilogram weegt. Het fossiel werd al in 2004 gevonden in de omgeving van Monte Alto, maar wordt pas nu aan het grote publiek getoond.
Vleeseter "De schedel is, zoals bij primitieve krokodillen, korter en staat hoger dan de romp. De onderkaak, de poten en de wervels verschillen minder van de krokodil zoals we die nu kennen." De wetenschappers vermoeden dat de Montealtosuchus Arrudacamposi, zoals het dier werd gedoopt, lange poten had en daardoor zeer wendbaar was. Het zou een vleeseter geweest zijn.
Land Omdat de ogen van de krokodil aan de zijkant van de kop zaten - zoals bij een koe of een paard - denken de wetenschappers dat ze op het land leefde. (dpa/ka)
Zeldzame libelle laat zich in Bekendelle zien (Knudde1)
Zeldzame libelle laat zich in Bekendelle zien
door Jan Bengevoord
De Bekendelle in de buurtschap Woold bij Winterswijk is maar een klein gebied. Toch behoort het tot de mooiste beekbossen die in Nederland nog zijn te vinden.
Het bosgebied, eigendom van Natuurmonumenten en enkele particuliere eigenaren, wordt doorsneden door de Boven-Slinge. Deze beek ontspringt in Duitsland achter het grensplaatsje Oeding om vervolgens aan een kronkeltocht te beginnen door de Winterswijkse buurtschappen Kotten, Brinkheurne, Woold en Miste om vervolgens via Aalten bij Doetinchem in de Oude IJssel uit te monden. De beek doorsnijdt al voor de Bekendelle enkele bijzondere beekbossen, zoals het Aalbrinkbos bij Kotten, het Stemerdinkbos en Buskersbos in de Brinkheurne om vervolgens bij voormalige textielbleekvelden van De Plekenpol bij watermolen Den Helder het Woold binnen te stromen. Al deze bossen zijn van zeer grote schoonheid, vooral het Buskersbos geniet bekendheid door de prachtige voorjaarsflora met onder meer dalkruid. In de Bekendelle krijgen beek en bos oerbosachtige allure, voornamelijk veroorzaakt door de lage oevers aan de zuidzijde van het gebied dat bestaat uit een ‘moeras-bos’ dat ontstaan is in voormalige beekmeanders. De Winterswijkse plantenonderzoeker Steven van den Brand bracht de rijke flora in beeld. Uniek noemt hij daarbij het feit dat de beek een hoge oever kent met een essen- en iepenbos en dat de zuidzijde laag ligt en regelmatig overstroomt. In dit lage deel heeft zich een flora ontwikkelt die Van den Brand als zeer bijzonder in Nederland omschrijft met soorten als bosgeelster, muskuskruid, look-zonder-look, klimopereprijs, robertskruid, maar ook met speenkruid en geel nagelkruid. Het beekbosgedeelte met de oude meanders van de Boven-Slinge is aangekocht door de Vereniging Natuurmonumenten. Langs deze oevers loopt een enkel wandelpad van de stenen naar de houten brug, die een uniek beeld geeft van een oorspronkelijk beekbos. Vooral het voorjaarsaspect is van een adembenemende schoonheid. Helaas is een deel van het hoger gelegen loofbos in de loop van de tijd omgezet in naaldbos. Dit geldt onder meer voor het aangrenzende bosgebied ’t Lintum. Dit gebied behoorde ooit tot de rijkste en meest gevarieerde loofbossen van Winterswijk. Toch heeft de Bekendelle dankzij de grillige beekmeanders haar karakter weten te behouden. Daarbij is door de rechter in de jaren tachtig een einde gemaakt aan illegale puinstort om oevers te versterken. Ook is de waterkwaliteit van de Boven-Slinge in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dit heeft te maken met de aanleg van drukriolering in het Winterswijkse buitengebied, een verbeterde waterzuivering in het Duitse achterland en justitieel optreden tegen mestdumpingen, vooral van kalvermesterijen in Duitsland. Door de verbeterde waterkwaliteit is een voor Nederland zeer zeldzame libellensoort in de Bekendelle aanzienlijk toegenomen: de bosbeekjuffer. Deze beekjuffer komt alleen nog langs dit deel van de Boven-Slinge voor en kon ondanks speurwerk vorig jaar van libellenonderzoeker Jan Rademaker langs de beken in Twente niet worden vastgesteld. In het aanwijzingsbesluit van minister Gerda Verburg voor de Bekendelle als onderdeel van Natura 2000 worden een aantal maatregelen opgesomd om de kwaliteit van dit beekbosgebied verder te verbeteren. Zo wordt gepleit voor het verder zuiveren van het beekwater. Dit kan gebeuren door voor de Bekendelle een overstromingsgebied aan te leggen waar meststoffen kunnen neerslaan en afgevangen. Bovendien kunnen door een inundatiegebied de extreme piekafvoeren bij veel neerslag worden afgevlakt. Hierdoor blijven overstromingen in de Bekendelle mogelijk, maar niet in de huidige extreme stroomsnelheden die het gebied schade berokkenen. Maar ook de kwaliteit van het hoger gelegen bos kan worden verbeterd door de naaldhoutbossen weer langzaam te vervangen door loofbos. (de gelderlander)
Indien je een hondenbaasje bent, dan weet je hoe ergerend het kan zijn wanneer een hond op jou en anderen springt. Vermits honden sociale dieren zijn, kunnen we het hen niet kwalijk nemen hun enthousiasme te willen tonen. Toch kan springen irriteren én zelfs gevaarlijk werken. Onze tips om het gedrag te minimaliseren:
Honden leren springen als pups. Het is altijd leuk wanneer een klein wezentje blij springt om je te verwelkomen na een dag op het werk. Ontmoedig springen van wanneer de pup bij je intrekt.
Zorg ervoor dat iedereen in het gezin én vrienden en familie dezelfde opvatting delen. Ben jij overtuigd dat een hond niet op iemand mag springen, dan moet iedereen in je omgeving jou navolgen.
Wanneer de hond toch springt, neem je beide poten vast, en zet ze op de grond terwijl je duidelijk en streng 'af' (of enig ander woord dat je met het commando wil associëren) zegt.
Honden leren met positieve beloning. Wanneer de hond niet springt - waar hij het voorheen wel zou gedaan hebben - beloon je hem met streeltjes en/of een koekje. Zet je op 1 knie op zijn niveau om de beloning uit te reiken.
Wees consistent. Je zal het commando misschien honderden keren moeten herhalen, maar geduld loont en de aanhouder wint.
Zal niet komen als je hem roept, maar zet wat te eten op tafel….
Wanneer je iets naar je Labrador gooit om het te apporteren, en je Labrador daar met zo'n blik alsof hij wil zeggen ‘jij gaat die bal niet pakken, dus waarom denk je dat ik dat ga doen’
Zal enthousiast proberen gaten te graven in je tapijt.
Schat, waar heb je dat eten neergezet??
Als je net gezogen hebt vliegt in je woonkamer het haar alle kanten op.
Om 05:30 uur gaat de wekker, zeven dagen per week. Wie wil er nou uitslapen slapen op een zaterdag of zondag?
Wanneer je thuis komt van een lange dag werken en op de bank neerploft, en je Lab naar je kijkt met zo’n blik van: waarom ben je zo moe, ik heb de hele dag geslapen…
De waanzinnige verdwijntruc wanneer je de stofzuiger aanzet.
Je ontdekt dat de wasmachine is niet schuldig aan het verdwijnen van al die sokken. Ze zijn ten prooi gevallen aan de labrador.
De gemiddelde levensduur van een stofzuiger is tien jaar. De gemiddelde levensduur van een stofzuiger in een huis waar labradors wonen is 1 jaar.
Mensen denken dat ze de baas zijn over labradors. Labradors WETEN dat ZIJ de baas zijn.
Je neemt je mal overal mee naar toe en laat de auto lopen met de airco aan (maakt niet uit dat benzine € 1,25 per liter kost)
Onze buren weten wanneer wij onze labrador corrigeren – ze horen hem daarna ons corrigeren.
Je brengt 10 minuten door op de koekafdeling in de supermarkt om te beslissen welke koekje je labrador lekkerder zal vinden, die met noten of die met vanille.
Je geeft al je vrienden een haar/pluis verwijder apparaat als verjaardagscadeau.
Je kan niet begrijpen waarom de buurvrouw niet enthousiast is wanneer ze ziet dat jouw 40 kg zware labrador met een straaljagersnelheid naar haar toe rent klaar om zich zelf de lucht in te lanceren om haar te begroeten.
Als je aan het eten koken bent, en je man vraagt of je er zeker van bent dat je genoeg eten hebt voor jullie alle 3 (de tafel is voor 2 gedekt).
Houdt ervan om onder je bed te slapen, helemaal onder het bed waar het donker en stil is!
Jullie zitten op de grond, en je labrador ligt languit op de bank met blik in zijn ogen van: WAT SCHEELT ERAAN ??
Je ziet je labrador op de bank liggen, terwijl hij duidelijk weet dat het tegen de regels is, alleen op zondagen natuurlijk, en hij ligt daar heel erg stil omdat hij denkt dat je z'n 40 kg zware lichaam niet gezien heb...GA AF!
Feit: Labradors hebben hun eigen agenda… Altijd….
Vijf minuten nadat je labrador zijn eten op heeft, wil hij weer als jij aan het eten bent.
Je wordt er iedere keer aan herinnerd dat jouw labrador jou bezit, wanneer je over hem heenstapt of om hem heenloopt (omdat hij er zo schattig en snoezig uitziet, uitgespreid op de grond / bed / bank als een levend labjes kleed)!
Wanneer iemand je aanraakt of naar je schreeuwt komt je labrador tussenbeide en "woeeeeft" ze weg.
Je geeft wat van je eigen eten aan je bedelende labrador, en hij eet het niet op omdat hij het niet lekker vindt, maar blijft zitten en bedelt om meer.
Je weet dat als iemand in je huis probeert in te breken je labrador hem gewoon doodlikt.
Je middelbare hond ziet er nog steeds uit als een puppy en gedraagt zich er ook nog steeds naar.
Als je naar de all-service autowasstraat rijdt, en de medewerkers beginnen te kreunen, de stofzuiger op de grond gooien en je jezelf verontschuldigt en zegt dat je geen wonderen verwacht.
Na een lange wandeling is je labrador eerder bij het bed en gaat er breeduit op liggen zodat jij er niet bij kan.
Je opent een raam of doet de ventilator aan en het lijkt alsof je BINNENIN een glazen sneeuw bol woont. (hondenlachertjes)
Geen enkel dier in de geschiedenis spreekt zo tot de verbeelding van de mensen als de kat. Dit blijkt alleen al uit de tal van mythes doorheen alle beschavingen en de massa’s verhalen en bijgeloven rond deze mysterieuze viervoeter.
Hierna lichten wij een een klein stukje van de sluier op omtrent de verhalen over de kat doorheen de geschiedenis.
Germaanse mythologie
In de Germaanse mythologie speelt de kat een zeer belangrijke rol. Freya, de godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de schoonheid, liet zich door de wolken rijden op een wagen die werd getrokken door wilde katten.
Het oude Egypte
Historisch staat vast dat de kattenverering in Egypte terugloopt tot de 35 ste eeuw voor Christus. De stad Bubastis, gelegen aan de Nijl, werd als "kattenheiligdom" druk bezocht door de oude Egyptenaren, waar zij op feestelijke wijze de kattengodin, Bastet vereerden. Op honderden boten voerden de Egyptenaren over de Nijlwateren, Bubastis tegemoet. Dit wordt uitgebeeld door een groep van Egyptische slaven, krijgers, muziek, enz ...
Katten genoten speciale privileges en de Godin Bast of Bastet werd vaak hetzij als een kat, hetzij met een kattenkop afgebeeld.
Ook bij de Kelten stond de kat hoog in aanzien. In een grot te Connacht (Ierland) bevond zich een slanke zwarte kat gezeten op een zilveren troon. Deze kat was een gevreesde orakel-kat, die onheilspellende en akelige antwoorden gaf op de vragen die haar werden gesteld.
De Middeleeuwen
In de ogen van de middeleeuwse mensen was de kat de bondgenote van de heks. Volgens dit middeleeuws bijgeloof kon de heks negenmaal de gedaante van een kat aannemen. Na de negende maal kwam de duivel haar halen. Als de heksen sabbat vierden, dansten ze met de katten rond de duivelsrots en gierden op berkenbezems door de lucht.
De Ieperse kattenstoet (België) dankt haar herkomst aan een dergelijke kattenlegende:
In 962 zouden in Ieper voor de eerste maal, op bevel van de graaf Boudewijn, katten uit de Halletoren geworpen zijn. Kat en heks zijn het voorwerp van allerlei discussies onder de Ieperse middeleeuwse volksmensen, poorters en magistraten. Zij bespreken met luid misbaar het voor en tegen. Heeft de kat veel goed gedaan, ze is toch schuldig: ze had omgang met de heks. Daarom wordt ze veroordeeld om uit de hoge Halletoren geworpen te worden, terwijl men de heksen op hun beurt naar de brandstapel voert. Tussen 1561 en 1595 werden in Ieper meer dan 300 heksen veroordeeld of verbrand.
Ook in het middeleeuwse episch dierdicht Van den Vos Reynaerde (13e eeuw) (of tegenwoordig: Reinaart de vos of soms: Reinaert de vos of Over de vos Reinaert) komt er een kat voor, Tybaert de kater. Door Koning Nobel (Leeuw) wordt Tybaert als afgezant naar Reynaert gestuurd, om hem voor zijn rechterstoel de dagen. Als Tybaert nu geen muizen lustte, zou hij zijn opdracht wel tot een goed einde gebracht hebben, maar … een vos blijft een vos.
De voorzijde van de wagen is de schuur van de "paepe", waar Tybaert zich in een strop laat vangen omdat Reynaert hem wijsmaakt dat er lekkere muisjes in de schuur zitten. Wanneer Tybaert zijn kop door de opening steekt, zit hij de strop.
De "paepe", zijn "wijf", de hele parochie komt aangelopen met alles wat kan dienen om te slaan.
Vandaag in de wereld
In tal van streken van Europa en Amerika is men er ook nu nog heilig van overtuigd dat het ongeluk over je afroept, wanneer een zwarte kat je pad kruist en van je wegloopt. Daarnaast zijn er nog andere vormen van bijgeloof die minder bekend zijn. Een kat die te dicht bij onze mond komt, zou de adem uit ons lichaam kunnen wegslorpen. Een kat die sterft in je huis of meeverhuist, zou ongeluk brengen.
In Engeland brengt een zwarte kat juist geluk, en een witte kat ongeluk. Een kat die zich over de neus aait is een voorbode van aangenaam bezoek. In China is een zwarte kat ook een teken van ongeluk. Daar wordt de zwarte kat echter beschouwd als een waarschuwing, zodat men daarna extra goed op zijn hoede kan zijn.
Tegenwoordig komt de kat als symbool van het kwaad nog steeds voor in allerlei kinderverhalen, zij het niet meer letterlijk bedoeld. Zo heeft de boze tovenaar van de smurfen een kwaadaardige kat tot metgezel. In tekenfilms speelt de kat altijd de rol van de gemene schurk tegenover een sympathieke muis waarmee we ons als kijker dienen te identificeren.
Walgelijke dierenmishandeling in Amerikaans slachthuis (Knudde1)
Walgelijke dierenmishandeling in Amerikaans slachthuis
07-02-2008: Foxnews kwam op 30 januari met het volgende bericht. Voor uw gemak hebben we het bericht in het Nederlands vertaald;
Westland, een firma in vleesverpakking in Californië, werd onlangs verboden om schoolmaaltijden te leveren, hangende een onderzoek in dierenmishandeling.
Een undercover opgenomen video in het toeleverende slachthuis toonde schokkende beelden van medewerkers die zwakke melkkoeien fors mishandelden. Er is toegezegd dat adequate acties zullen worden genomen indien blijkt dat de wetten op voedselveiligheid en dierenmishandeling zijn geschonden.
De video toont dat koeien die gewond waren of te zwak om te lopen door de medewerkers werden geschopt, geslagen en op andere vreselijke manieren werden mishandeld om ze het slachthuis in te loodsen.
Deze praktijken zijn niet alleen onmenselijk, maar kunnen er ook de oorzaak van zijn dat geïnfecteerd vlees aan de voedselketen wordt toegevoegd. Zwakke koeien hebben namelijk 58% meer kans om ziektes als E.coli en salmonella onder de leden te hebben. Ziektes waar honderden Amerikanen per jaar aan overlijden.
Er werd gesteld dat er geen direct gevaar bestaat voor de volksgezondheid, maar tot het onderzoek is afgerond mag het bedrijf geen vlees leveren.
Het betrokken bedrijf, Westland, is een belangrijke leverancier van het USDA programma, dat vlees levert aan behoeftige families, ouderen en schoolkinderen. In de jaren 2004/2005 werd Westland genomineerd als leverancier van het jaar en heeft vlees geleverd aan scholen in 36 staten.
De video die op 30 januari jl. is afgegeven bij “The Humane Society of the United States” is het resultaat van een 6 weken durende undercover operatie.
Het toont het schoppen van de koeien door de werknemers van het slachthuis. Ook werden de koeien geramd met een vorkheftruck terwijl ze het uitschreeuwden van de pijn. Of dat nog niet genoeg was werden de koeien in de ogen gestoken en met elektrische schokken bewerkt. In één scene spuit een medewerker met hoge druk water in de neus van een koe, wat door de “Human Society” werd omschreven als een vorm van dieren “waterboarding", een vorm van marteling dat verdrinking simuleert.
De wettelijke verordening van Californië staat over het algemeen niet toe dat zwakke dieren worden mishandeld, zoals het wegslepen van koeien aan kettingen of het gebruik van een vorklifttruck. De wet adviseert om zwakke en zieke dieren buiten de voedselketen te houden omdat ze een hoger risico geven op E-coli en salmonella besmetting of BSE omdat zij zichzelf onderschijten en hun immuunsysteem vaak zwak is.
Westland heeft naar aanleiding van de video twee medewerkers ontslagen en de toezichthouder op non-actief gezet. Het bedrijf verklaart: “We zijn geschokt, bedroefd en ziek van de beelden die we vandaag hebben gezien. De zaken zijn stilgelegd totdat we alle medewerkers hierop hebben aangesproken en er zeker van kunnen zijn dat dit soort activiteiten nooit meer zullen plaatsvinden in ons bedrijf”.
De mishandeling van zwakke koeien is alarmerend voor de Amerikaanse consumenten, omdat 95% van de mensen vlees eet. Er moet duidelijkheid komen hoe het voedsel behandeld wordt. Ook al geven zwakke koeien een gezonde indruk, ze kunnen gevaarlijke pathogenen bevatten.
Tot zover het krantenartikel.
Wat in het voorgaande artikel opvalt is dat men zich meer zorgen maakt over de veiligheid van het biefstukje op het bord dan over de humane behandeling van de leverancier van dit biefstukje. Zijn we als mens al zo ver gezonken dat we geen respect meer kunnen opbrengen voor dieren? In de huidige maatschappij worden luxeartikelen, zoals auto’s en computers beter behandeld dan levende wezens.
Ghandi heeft ooit eens gezegd “De beschaving van een maatschappij kan men aflezen aan de manier waarop deze haar dieren behandeld”.
Noorse jagers mogen 1.052 walvissen schieten in 2008 (Knudde1)
Noorse jagers mogen 1.052 walvissen schieten in 2008
Noorwegen heeft zijn walvisjagers vandaag toestemming verleend om 1.052 dwergvinvissen te harpoeneren. Het aantal blijft al twee jaar ongewijzigd, hoewel vorig jaar slechts de helft van de quota werd ingevuld.
"Volgens de onderzoekers verschaft het voorzien aantal voldoende zekerheid voor de bescherming van de dwergvinvis, " meldde het Noorse ministerie voor Visgrond.
Commerciële jacht Noorwegen is samen IJsland het enige land dat de commerciële jacht toelaat op de walvisachtige, die in theorie beschermd wordt door een internationaal verdrag sinds 1986.
In de laatste twee seizoenen, van begin april tot eind augustus, zijn de jagers op baleinwalvissen er enkel in geslaagd om de helft van de quota in te vullen.
Geografische herverdeling Volgens hen zijn de moeilijkheden te verklaren door een foute geografische herverdeling van de quota, de verhoogde prijs van brandstof, slechte weersomstandigheden en de knelpunten in de behandelingsketen en distributie.
Om hun taak te vergemakkelijken, verleende de Noorse regering 900 gevangennemingen langs de Noorse kusten en in de wateren van de Svalbard archipel (Spitzberg) en de Barentsz-Zee.
Geen interesse Volgens de verdedigers van de walvisachtigen zijn de moeilijkheden om de quota in te vullen te wijten aan de groeiende desinteresse bij de consumenten voor walvisvlees, wat vroeger in de Scandinavische landen voedsel was voor de armen.
Greenpeace Vandaag "betreurde" Greenpeace de beslissing van de regering om de quota te behouden. "Ondanks de marketingcampagnes bestaat er geen aanwijzing dat de consumptie van walvisvlees niet langer zou afnemen", reageerde de organisatie.
"De constante ondersteuning van de walvisjacht door de regering dient enkel als politiek symbool om de illusie te behouden dat ze zich bekommeren om de moeilijkheden van de kustgemeenschappen", aldus Greenpeace. (afp/ka) (hln)
Baasjes kunnen gewoon met hun hond naar een bioscoop in Wenen. De Admiral wil zo iets doen aan de teruglopende bezoekersaantallen. De bioscoop ondervindt zware concurrentie van een nieuw bioscoopcomplex in de buurt en daarom zijn de uitbaters gestart met een maandelijkse 'hondendag'. Voor het bedrag van vijf euro krijgen de baasjes een toegangskaartje en een dekentje, water en popcorn.
"Volume lager" "Het enige verschil met de andere vertoningen is dat we voor de hondensessies we op aanraden van de veearts het volume lager zetten om de oren van de beestjes te sparen", zegt een woordvoerder van de bioscoop.
Voorbeeldige honden Thomas Feldinger (24) nam zijn labrador Hanjo al mee. "Het is een fantastisch initiatief en ook Hanjo genoot ervan, net als alle andere honden. Ik had verwacht dat ze zouden blaffen tijdens de vertoning maar niets was minder waar. Toen de film startte, gingen ze braaf op het dekentje liggen en keken ze mee", besluit Feldinger. (vsv)
2.
Zeldzame libelle laat zich in Bekendelle zien
door Jan Bengevoord
De Bekendelle in de buurtschap Woold bij Winterswijk is maar een klein gebied. Toch behoort het tot de mooiste beekbossen die in Nederland nog zijn te vinden.
Het bosgebied, eigendom van Natuurmonumenten en enkele particuliere eigenaren, wordt doorsneden door de Boven-Slinge. Deze beek ontspringt in Duitsland achter het grensplaatsje Oeding om vervolgens aan een kronkeltocht te beginnen door de Winterswijkse buurtschappen Kotten, Brinkheurne, Woold en Miste om vervolgens via Aalten bij Doetinchem in de Oude IJssel uit te monden. De beek doorsnijdt al voor de Bekendelle enkele bijzondere beekbossen, zoals het Aalbrinkbos bij Kotten, het Stemerdinkbos en Buskersbos in de Brinkheurne om vervolgens bij voormalige textielbleekvelden van De Plekenpol bij watermolen Den Helder het Woold binnen te stromen. Al deze bossen zijn van zeer grote schoonheid, vooral het Buskersbos geniet bekendheid door de prachtige voorjaarsflora met onder meer dalkruid. In de Bekendelle krijgen beek en bos oerbosachtige allure, voornamelijk veroorzaakt door de lage oevers aan de zuidzijde van het gebied dat bestaat uit een ‘moeras-bos’ dat ontstaan is in voormalige beekmeanders. De Winterswijkse plantenonderzoeker Steven van den Brand bracht de rijke flora in beeld. Uniek noemt hij daarbij het feit dat de beek een hoge oever kent met een essen- en iepenbos en dat de zuidzijde laag ligt en regelmatig overstroomt. In dit lage deel heeft zich een flora ontwikkelt die Van den Brand als zeer bijzonder in Nederland omschrijft met soorten als bosgeelster, muskuskruid, look-zonder-look, klimopereprijs, robertskruid, maar ook met speenkruid en geel nagelkruid. Het beekbosgedeelte met de oude meanders van de Boven-Slinge is aangekocht door de Vereniging Natuurmonumenten. Langs deze oevers loopt een enkel wandelpad van de stenen naar de houten brug, die een uniek beeld geeft van een oorspronkelijk beekbos. Vooral het voorjaarsaspect is van een adembenemende schoonheid. Helaas is een deel van het hoger gelegen loofbos in de loop van de tijd omgezet in naaldbos. Dit geldt onder meer voor het aangrenzende bosgebied ’t Lintum. Dit gebied behoorde ooit tot de rijkste en meest gevarieerde loofbossen van Winterswijk. Toch heeft de Bekendelle dankzij de grillige beekmeanders haar karakter weten te behouden. Daarbij is door de rechter in de jaren tachtig een einde gemaakt aan illegale puinstort om oevers te versterken. Ook is de waterkwaliteit van de Boven-Slinge in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dit heeft te maken met de aanleg van drukriolering in het Winterswijkse buitengebied, een verbeterde waterzuivering in het Duitse achterland en justitieel optreden tegen mestdumpingen, vooral van kalvermesterijen in Duitsland. Door de verbeterde waterkwaliteit is een voor Nederland zeer zeldzame libellensoort in de Bekendelle aanzienlijk toegenomen: de bosbeekjuffer. Deze beekjuffer komt alleen nog langs dit deel van de Boven-Slinge voor en kon ondanks speurwerk vorig jaar van libellenonderzoeker Jan Rademaker langs de beken in Twente niet worden vastgesteld. In het aanwijzingsbesluit van minister Gerda Verburg voor de Bekendelle als onderdeel van Natura 2000 worden een aantal maatregelen opgesomd om de kwaliteit van dit beekbosgebied verder te verbeteren. Zo wordt gepleit voor het verder zuiveren van het beekwater. Dit kan gebeuren door voor de Bekendelle een overstromingsgebied aan te leggen waar meststoffen kunnen neerslaan en afgevangen. Bovendien kunnen door een inundatiegebied de extreme piekafvoeren bij veel neerslag worden afgevlakt. Hierdoor blijven overstromingen in de Bekendelle mogelijk, maar niet in de huidige extreme stroomsnelheden die het gebied schade berokkenen. Maar ook de kwaliteit van het hoger gelegen bos kan worden verbeterd door de naaldhoutbossen weer langzaam te vervangen door loofbos. bron Gelderlander.nl
3.
Jakobskruiskruid is niet te bestrijden
Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) haalt sinds enkele jaren regelmatig het nieuws vanwege zijn giftigheid voor met name paarden.
De provincie Noord-Brabant organiseert half februari een symposium over de mogelijke bestrijding van Jakobskruiskruid. Verschillende verhalen doen de ronde over de inmiddels beruchte goudgele bloem, maar daar blijken ook veel fabels bij te zitten. Zo zou een paard al van een enkel hapje van het kruid kunnen sterven. Maar dat is absoluut niet waar, zo weet Fons Reijerse van IVN De Maasvallei. "Het Jakobskruiskruid zorgt voor schade aan de lever. Maar van een hapje wordt een paard echt niet ziek. Pas wanneer het gedurende langere tijd het gif in grote hoeveelheden binnen krijgt kan dit fataal zijn."
Bovendien vormt het kruiskruid in verse vorm nauwelijks gevaar voor het dier. Reijerse: "Paarden herkennen de plant als giftig en blijven daar dus vanaf. Pas wanneer er verder geen voedsel te krijgen is, zullen ze zich er aan wagen."
Wanneer de bloem in gedroogde vorm in het hooi terecht komt, kan dit tot problemen leiden. "Maar hier ligt wat mij betreft een stukje verantwoordelijkheid bij de eigenaar van het paard. Die moet zorgen dat hij weet waar zijn hooi vandaan komt", vindt de Boxmeerse plantenliefhebber.
Het Jakobskruiskruid komt veelvuldig voor. "Je ziet het overal en vooral in wegbermen", weet Reijerse, die al twintig jaar de flora in zijn omgeving inventariseert. " Daarnaast vind je het veel in vooral natuurlijke weides." Het giftige kruid is een inheemse plant die al honderden jaren voorkomt. Dat er de laatste jaren meer aandacht voor is, komt omdat het houden van paarden populairder is geworden.
Het Jakobskruiskruid is te herkennen aan zijn felgele kleine bloemetjes die volop bloeien van juni tot oktober. De vorm van de bloem is vergelijkbaar met een madelief en de plant wordt gemiddeld een halve tot driekwart meter hoog.
Het bestrijden van de plant is volgens Reijerse onbegonnen werk. "De plant verspreidt zich heel snel via de zaden, dat kun je niet stoppen." De IVN-man is zelfs een tegenstander van bestrijding: "Wil je het goed aanpakken, dan betekent dat een behoorlijke ingreep in de natuur. En er zijn nog veel meer giftige soorten die je dan zou moeten bestrijden."
Het Jakobskruiskruid is bovendien voor vele insecten een zeer nuttige plant, omdat die veel nectar bevat. "De rups van de Jakobsvlinder eet deze plant volledig kaal en zou uitsterven als deze er niet meer is." bron gelderlander.nl
4.
Waarom spreeuwen niet botsen
Vogelzwermen
Goed letten op alle andere spreeuwen in je nabije omgeving zo bewaren spreeuwen de orde in hun zwerm, die vaak bestaat uit duizenden vogels.
Tenminste, dat dachten wetenschappers tot nu toe. Uit onderzoek blijkt nu dat ze zich oriënteren op hooguit zeven naaste vogels in de zwerm. Die conclusie wordt getrokken door onderzoekers die zich in het kader van het EU-onderzoeksproject Starflag bezighoudt met de onderlinge coördinatie in dergelijke formaties.
Al lang vragen wetenschappers zich af hoe vogels in dergelijke grote zwermen zo razendsnel weten te wenden en zich hergroeperen, zonder dat er ook maar twee dieren tegen elkaar opvliegen. De onderzoekers observeerden twee zwermen spreeuwen, één gevestigd op het Termini-station in Rome en één op een locatie net buiten Rome. De zwermen werden vanuit verschillende hoeken gefotografeerd, waarna een driedimensionaal beeld van de groep kon worden opgebouwd. Daarna werden de bewegingen in de zwermen geanalyseerd, en werden de regels die aan die bewegingen ten grondslag zouden kunnen liggen in computermodellen getoetst. bron
5.
Hagedis zoekt olifant
Omvang kudde bepaalt biodiversiteit gebied
Waar de olifant gaat in de Afrikaanse savanne, daar mag ook de hagedis graag komen. Dat meldt Robert Pringle van de Stanford Universiteit in het blad Ecology.
Pringle deed een paar jaar onderzoek in Kenia en merkte daar dat de Keniaanse dwerggekko een uitgesproken voorkeur heeft voor terrein waar een kudde olifanten langs is geweest. Als olifanten hebben gefoerageerd, ziet het terrein dat ze achterlaten eruit alsof er een tornado is voorbijgekomen: struiken en bomen zijn ontworteld en versplinterd, overal liggen takken en bladeren. En daar komt de gekko op af. Hoe groter de ravage, hoe meer gekko's er zitten; in het omliggende onaangeraakte terrein tref je er niet één. Pringle neemt aan dat de gekko's afkomen op de vele schuilplaatsen die door het geravot van de olifanten ontstaan.
Deze bevinding is een van de aspecten die meetellen bij de vraag wat het ideale aantal olifanten is voor een gebied. Zijn er te weinig, dan worden te weinig niches gemaakt voor andere soorten; zijn er te veel, dan laten ze te weinig voedsel over voor de kleinere soorten. Bij een middelgrote olifantenpopulatie blijkt de biodiversiteit het grootst.
en tot slot
Vlinders
De indeling van de vlinders Er bestaan wel 140.000 soorten vlinders op de hele wereld. Al deze soorten zijn onderverdeeld in vele families. In de praktijk is echter een andere indeling gangbaar. Deze is misschien wetenschappelijk wat minder juist, maar wel erg praktisch: Dedagvlinders. Hiertoe behoren de bekendste vlinders. Alle dagvlinders vliegen overdag. Aan het einde van de antenne zit een knopje. In de tuin zijn een tiental soorten te verwachten. In Nederland en België komen circa 100 soorten voor. Denachtvlinders, macrolepidoptera of macro's. De vleugels worden in rust als een dakje boven het lichaam samengevouwen, uitgespreid of boven het lichaam gehouden. De antennen eindigen nooit in een knopje, maar zijn recht of hebben vele dwarsharen. De meeste soorten vliegen 's nachts, maar enkele soorten ook overdag. Bekende nachtvlinders zijn bijvoorbeeld de pijlstaarten. Met lokmiddelen voor nachtvlinders kunnen wel 300 soorten in de tuin worden gevonden. Hier zijn slechts een tiental soorten behandeld. In Nederland en België komen ongeveer 950 soorten voor. De motten, microlepidoptera of micro's.Hiervan komen zo'n 1500 soorten in Nederland en België voor. Dit zijn meestal kleine vlindertjes die lastig te onderscheiden zijn. Veel micro's hebben larven die in bladeren mineren. Maar ook de gevreesde klerenmotten zijn micro's.
De levenscyclus van een vlinder Vlinders hebben een volledige gedaantewisseling. Dit wil zeggen dat er niet alleen een ei, rups en volwassen dier is. Tussen de levensfase van de rups en de vlinder, is het dier ook nog een periode pop. Bij insecten met een onvolledige gedaantewisseling gaat de larve steeds meer op het volwassen dier lijken. Bij vlinders is dit niet nodig. In de pop worden bijna alle organen van de rups afgebroken en opnieuw in elkaar gezet tot vlinder (zie tekening). Daarom kunnen rupsen andere organen hebben en andere dingen doen dan vlinders. Rupsen eten en groeien. Ze eten plantaardig materiaal, zoals bladeren, bloemknoppen, vruchten en sommige soorten zelfs hout. Tijdens de groei moeten ze enkele malen vervellen. Is de rups volgroeid dan zal ze verpoppen. Hiervoor zoekt ze een geschikte plaats op. Ze barst uit de (laatste) rupsenhuid en de pophuid wordt zichtbaar. De pop kan niet eten en zich niet verplaatsen. Uit de pop komt de vlinder te voorschijn. Deze hoeven niet veel te eten en kunnen meestal alleen nectar drinken. Vlinders zorgen voor de voortplanting en leggen de eitjes.
Hoe overwinteren de vlinders? Voor de dieren van Nederland en België is de winter de moeilijkste periode om te overleven. Om die reden trekken veel vogels weg. Ook een aantal vlinders vliegt in het najaar naar het zuiden, zoals de Distelvlinder. Maar de meeste soorten vlinders blijven hier en overwinteren. Ze kunnen overwinteren als ei, rups, pop en als volwassen vlinder. Alle vier mogelijkheden komen voor bij tuinvlinders. Ei-overwinteraars moeten in het voorjaar nog rups worden, groeien en verpoppen. De vlinders vliegen dus laat in de zomer. Een voorbeeld is het Zwartsprietdikkopje. Sommige soorten overwinteren als rups. Enkele daarvan kunnen op zachte, winterse dagen gewoon dooreten. Zo is op zulke dagen de rups van het Bruin zandoogje actief in droge graslanden. Een aantal soorten overwintert als pop. Meestal kunnen de vrouwtjes, nadat ze uit de pop te voorschijn zijn gekomen, snel eitjes afzetten. Tot deze groep horen veel tuinsoorten, zoals het Klein koolwitje, het Klein geaderd witje, het Groot koolwitje, het Oranjetipje en het Boomblauwtje. De Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia, Kleine vos en Citroenvlinder overwinteren als volwassen vlinder. Deze worden nogal eens gevonden in schuren, kruipruimtes of tussen dorre bladeren. Ze zijn dan niet dood, maar verstard. De lichaamsvloeistof is veranderd in een soort anti-vries, zodat de vlinders tegen vorst kunnen. Deze verstarring heetdiapauze. Indien U een vlinder in deze verstarring vindt, moet u hem rustig laten zitten. Als hij in een warme ruimte terecht komt, zal de vlinder ontwaken. Hij verbruikt dan kostbare energie die hij eigenlijk voor het overwinteren nodig heeft. Als een ontwaakte vlinder in de winter wordt gevonden, moet ze in een onverwarmde schuur worden weggezet.
Lokmiddelen voor nachtvlinders Er komen circa 950 nachtvlinders in Nederland en België voor. Enkele soorten vliegen overdag, maar de meeste 's nachts. Soms zijn ze te zien op lampen of verlichte ramen. Het is ook mogelijk om ze te lokken. Bijvoorbeeld door TL-buizen voor een wit laken te hangen. Zo zijn in goede nachten wel 75 soorten en circa 750 individuen te lokken. De beste tijd zijn ietwat drukkende nachten, van mei tot begin augustus (maar op iedere zwoele avond kunnen veel nachtvlinders worden gelokt). Een andere mogelijkheid om nachtvlinders te lokken is met het zogenaamdesmeer. Dit is een mengsel van alcohol en suiker, bijvoorbeeld een fles wijn met een kilo suiker of bier met stroop. De suiker is om vlinders te lokken, de alcohol om de geur te verspreiden en de vlinders te kalmeren zodat ze niet meteen wegvliegen maar bekeken kunnen worden. Smeer het smeer ("smeer" komt van smeren, niet van smerig) op bijvoorbeeld boomstammen. Bekijk regelmatig de plek. Vaak zitten er dan vlinders op, maar soms ook kevers en andere dieren. bron Trends & Vision. com
Nog een fijne dag
*een lieve groet doet elk van ons goed Toshi & tante Lotte*
Kanaries : preventie, ziekten en behandeling - deel 6
Ziekten bij kanaries:
Zoals dikwijls gezegd, is VOORKOMEN BETER DAN GENEZEN. Dit geldt zeker ook voor onze vogelhobby. Wij verwijzen hiervoor naar de juiste voeding en van de juiste correcte verzorging. Over de verzorging is en wordt voldoende geschreven informatie gegeven. Iedere vogelliefhebber zou moeten weten hoe hij hiermee te werk moet gaan. En vragen staat nog altijd vrij. De eerste problemen ter verkomen van ziekten zijn hiermee al overwonnen. De voornaamste vogelziekten behoren tot de groep der infectie-ziekten. Dit zijn besmettingen door microscopisch kleine organismen o.a. bacteriën, virussen en schimmels. Een bepaalde hoeveelheid microben, (dit is de verzamelnaam van al deze microscopisch kleine ziekteverwekkers) parasiterend in een dierlijk lichaam, kan geen kwaad. iHet s zelfs door de natuur speciaal voorzien in de darmen! Dit is de goedaardige zogenaamde darmflora die zorgt voor vitamine B productie, waar het lichaam van de gastheer ook van kan profiteren. Het is pas wanneer bepaalde microben zich door de verzwakking afweermechanisme van het lichaam in overtollige mate gaan vermenigvuldigen, dat zij het orgaan in kwestie gaan aantasten en gaan remmen in zijn normale werking. Waardoor verschillende ziekten ontstaan (keel- pijn., zweren, leverziekten , longziekten, snot, diarree enz.). Op dat moment is het de hoogste tijd om in te grijpen, om de infectie tegen te gaan. Antibiotica, zoals de (Griekse) naam het zegt anti="tegen" en bios="leven" , zijn tegen het leven gerichte stoffen. Zij doden in principe dus al het leven. Zij zijn dus vergif ook voor het leven van de gastheer, van de vogel zelf. Alleen zijn zij in de normaal toegediende dosering niet sterk genoeg voor de gastheer, enkel voor zijn kleine gastjes, de microben. Laten wij dus in elk geval zeer nauwkeurig de opgelegde dosis in acht nemen. Het beste na raadpleging van een dierenarts. Laten wij ook, telkens als wij een behandeling met antibiotica moeten uitvoeren, tegelijkertijd poly-vitamine mengsels toedienen, omdat ook de goedaardige darmflora mede zal sneuvelen en de zieke vogel alzo een tekort aan vitaminen zal ondervinden. Polivitaminen waarin dus alle bekende vitaminen zitten, zorgen ook voor de noodzakelijke herstelling van de normale afweerkrachten van de vogels. Naast de antibiotica worden voor hetzelfde doel ook gebruikt de zogenaamde chemotherapeutica. Dit zijn kunstmatig gemaakte scheikundige producten die even werkzaam zijn als antibiotica, maar ook even giftig bij overdaad. Dus blijf waakzaam.
Preventie
Let op bij aankoop nieuwe vogels en plaats uw nieuw aangekochte vogels altijd enkele weken in de zogenaamde quarantaine. Hou in deze periode de vogels goed in de gaten, en let dat ze eten en drinken. Let ook op de stand van de ogen en de beweging van de staart. Als alles goed gaat, kan na ongeveer 2 weken de vogel bij de andere geplaatst worden. Let op dat vogels welke van de tentoonstellingen komen (ze zijn daar onderhevig geweest aan drukte, temperatuur, andere voeding),niet teveel aan stress onderhevig zijn. Stress is een Engels woord dat letterlijk vertaald, spanning, druk en overbelasting betekend. Het is in feite een toestand waarbij fysisch en fysiologisch uiterst veel gevraagd wordt van deze vogels en waardoor het natuurlijk afweermechanisme verminderd kan worden,en dus snel een infectie opgelopen kan worden. Het is dus ook van groot belang dat de tentoonstellingsvogels ook goed onder je aandacht blijven, en voorzien worden van de nodige goede zaden en eivoer, en de nodige vitaminen. Dan zal ook hier alles tot een minimum beperkt blijven. Ook een gevaarlijke periode is de kweekperiode, zowel de broedtijd als de periode als er jongen zijn. Net zoals een mens kan ook een vogel immuun worden
Een te lage of te hoge relatieve luchtvochtigheid (normaal 60 á 70%) in onze broedruimten resulteert in een slechte uitkomst percentage en bacteriële verontreinigen van de eieren en sterfte in het ei of zieke ouder vogels. Bij de kanarie en veel andere soorten worden de eieren geraapt, om ze pas terug te leggen als het legsel volledig is. Het voordeel hiervan is dat alle eieren tegelijk uitkomen, en er minder zwakke jongen zijn.Er kan ook en nadeel zijn als men de eieren niet goed weglegt en regelmatig keert dat er dan uitzakkingen van de hagelsnoeren zich voor doet of bacteriën door de eischaal heen dringt (b.v. een vochtige ondergrond enz.)Tijdens het broeden geeft men de vogels alleen zaadmengsel. Op de dag van het uitkomen geeft men eivoer ter beschikking. Ook hier zijn de meningen over verdeeld. Er zijn ook kwekers die daags voor het kippen al eivoer geven, maar weer anderen spreken dit tegen en zeggen dat de eerste 24 uur de jonge vogel moet teren op de dooierzak resten. Zou men eerder eivoer geven kan dit leiden tot sterft op de 6e Dag. Iedere kweker zal zo wel zijn mening hebben, ikzelf geef daags voor het kippen eivoer ter beschikking en het gaat goed. Ik heb wel eens jongen dood rond de 6 dagen maar of het daaraan ligt? ik weet het nog zo zeker niet. De temperatuur in de kweekruimte mag nooit te hoog liggen 18 á 19 graden is voldoende en zal de bacteriën minder kans geven zich te ontwikkelen.Let er ook op dat de pop niet alleen zaad geeft aan de jongen, want dit brengt sterfte te weeg onder de jongen, is dit zo dan controleer je eivoer. Is dit goed dan pak het zaad enige tijd weg en geef heel klein beetjes zaad de eerste dagen. Als de pop veel drinkt, kan dit zijn, een te kort aan kropsappen, wat extra groenvoer of beter nog wat kiemzaad of vogelmuur geven (met mate)
Nestmateriaal
Hier is veel en weinig over te vertellen. Er zijn voldoende goede materialen te koop en gebruik deze dan ook. Zorg wel voor een niet te fijn materiaal zodat er de pootjes in verwikkeld kunnen worden. Een waarschuwing wil ik geven voor misschien jonge liefhebbers: gebruik nooit touw dat gebruikt wordt voor het binden van strobalen. Deze zijn namelijk behandeld met een soort gif voor het knagen van muizen tegen te gaan, namelijk pentachloorfenol. Als je dit gebruikt dan komt door het broeden van de pop deze chloorfenol vrij en dringt door de poriën het ei binnen met als resultaat onmiddellijk afsterven van het embryo. Het zal zeker niet de eerste en de laatste keer zijn dat dit gebeurt. Dus koop je nestmateriaal, en zorg dat het nest aan de binnen zijde altijd glad is afgewerkt.Controleer na enkele dagen broeden of de nestbodem voldoende glad blijft en hou ook de man in de gaten, dat deze door vervelling en of drift niet aan het nest gaat plukken. Gebeurt dit, dan is het beste de man tijdelijk te verwijderen en de pop alleen verder te laten broeden.
Ontsmetten van het vogelverblijf
Hierover zijn ook al bladzijden vol geschreven. Ik wil hier ook nog in het kort iets over zeggen. Een ding staat bij mij als een paal boven water, dat heden niemand nog geplaagd hoeft te worden met luizen, ik vind dat als iemand hier mee zit, dit zijn eigen schuld is. Wat belangrijk is, is het volgende: voor aanvang van het kweekseizoen moet het vogelverblijf ontsmet worden, met andere woorden, goed zuiver gemaakt worden en alles goed afgewassen. Daarna moet men het vogelverblijf gaan BESTRIJDEN met een product voor langere perioden. Met welke producten dit dient te gebeuren wil ik niet op ingaan in dit artikel een ieder heeft wel zijn voorkeur hierin. Een zaak staat vast je zult moeten ONTSMETTEN EN BESTRIJDEN. Met welk product en op welke manier je het doet is meestal niet zo belangrijk, als het product maar sterk genoeg is. En dat je het ook doet!!!! Namelijk. ONTSMETTEN EN BESTRIJDEN.!!!!!!Als men luizen heeft dan is het meestal te laat. De pop zal tijdens het broeden erg onrustig zijn door de aanwezigheid van deze luizen. 's Nachts zuigen ze bloed uit de al zwakke jongen, de jongen worden hierdoor zwak en zullen na enkele dagen de macht niet meer hebben om te sperren. De slijmvliezen van de jongen die normaal mooi rood zijn, zijn bleek geworden en na enkele dagen zullen de jongen één voor één sterven en ook de pop zal op den duur het nest gaan verlaten.Ook het overbrengen van infecties zal met grote sprongen verergeren als men luizen of ongedierte heeft.
Zweetziekte
Het is niet mijn bedoeling om aansluitend op dit artikel te gaan schrijven over al de ziekten die er bij onze vogels kunnen ontstaan, dit zou het artikel ontzettend lang en misschien ook wel saai gaan maken, daarbij is de variatie van ziekte ook zo groot dat ik er ook het fijne niet van weet.Als afsluitend verhaal op mijn artikel wil ik toch een ongemak in ons kweekhok behandelen, om de eenvoudige reden dat dit verhaal erg aansluit op al wat hierboven beschreven staat, als men hier ergens faalt dan is de kans groot dat men hier mee geconfronteerd wordt namelijk DE ZWEETZIEKTE. Dit is een aandoening van jonge vogels, zeker kanaries, die in het nest en sterke, bacteriële (huisvesting) zijn blootgesteld. Hierdoor treed er een sterke vermeerdering op van het aantal bacteriën in de darmen.Ook door slecht kiemzaad, eivoer, zaadmengeling, vocht en of trek kunnen aanleiding zijn voor verzwakte jongen met als gevolg een te sterke kolonisatie (vermeerdering) van bacteriën in de darmen. De jonge vogels krijgen hierdoor diaree, waardoor hun ontlasting niet vast meer is en dus niet meer door de pop verwijderd kan worden. Het nest wordt hierdoor nat en de jonge vogels hierdoor ook. Hierdoor lijkt het dat de jongen zweten.Vandaar ook de naam zweetziekte. Maar eigenlijk is dit een volledig verkeerde naam, en is gewoonweg gebaseerd op het nat liggen van de jongen in het nest. De zweetziekte is een foutieve naam, om de eenvoudige reden dat de vogels geen zweetklieren hebben.Als men de dunne ontlasting waarneemt is het eigenlijk al wat laat om in te grijpen maar als men het tijdig ziet is hulp nog mogelijk. Men dient direct te beginnen met de hokken volledig te zuiveren. Ook dient men grote aandacht te schenken aan het opfokvoer en tijdelijk het kiemzaad te stoppen. Men maakt het eivoer iets rul door hier wat mager melk door te mengen. Verder zijn hiervoor ook wel medicamenten in de handel te verkrijgen, als men dit geeft dan niet langer dan 3 dagen. Maak ook regelmatig, om de dag, het nest zuiver en doe er droog nestmateriaal in. Zorg ook voor dagelijks vers drinkwater en meng wat wildzaad door uw gewone zaadmengeling heen.Ik hoop dat u de komende kweek gespaard blijft van deze ziekte dan denk ik dat dit toch wel lang artikel zijn dienst heeft bewezen, ik weet dan zeker dat uw huisvesting en uw verzorging van de vogels goed is geweest.
Voor de meeste zaadeters, zoals wij die kennen, bestaat het voer uit een zaadmengsel, eivoer en eventuele versnaperingen. Kanaries nemen met hun zaadmengsel ook ongeveer 18% eiwit op. De zogenaamde eivoeders door iedereen bekend, geven we extra tijdens de kweek en in iets mindere maten in de rustperiode. We moeten het blijven geven voor een gezond vogelbestand. Men mag het nooit zien als de vervangers van de eiwitten uit de ZADEN .Vele onder ons maken ook zelf hun eivoer. Iedereen kent wel de 3 beschuiten met het hard gekookt ei er tussen door. Dit mengsel bevat ongeveer 21% eiwitten, waarvan het grootste deel uit dierlijke eiwitten bestaat. Daarbij gevoegd de nodige mineralen en vitaminen, dan ook heeft men een perfect eivoer.Meestal geven wij vogelkwekers te veel voer, de vogels worden kieskeurig en ze halen er het lekkerste er uit, daardoor krijgen ze een te eenzijdige voeding met minder goede kweekresultaten. Tegenwoordig geven de meeste kwekers een gerantsoeneerde voeding, deze bestaat uit:
Vier gram zaad (goede kwaliteit) Een gram eivoer (+/- 21 % eiwitten) Bakje met vogelgrit en mineralen (altijd stand-by)
Let wel dit is voldoende voor EEN volwassen vogel. Het toevoegen van eiwithoudende producten kan, maar is altijd gevaarlijk bij een te hoge dosis. Diaree is het resultaat van een teveel aan eiwitten.
Over het geven van gekiemde zaden lopen ook menigeen nog sterk uiteen. Slecht is het niet, maar geef dan altijd mondjes maat, en let op dat dit niet het hoofdvoedsel wordt van de vogels zeker in de kweek, het hoge vochtgehalte kan weer tot allerlei nare gevolg lijden. Let ook op dat je kiemzaad niet verzuurd of schimmel optreed. Het beste is het, wat te mengen onder je eivoer als je dit geeft, maar weer met mondjes maat .Bij het zelfstandig worden van jonge vogels, als deze van de ouders worden gezet, wordt er met de zaadmengeling ook wel eens fouten gemaakt, de bek van de jonge vogel is nog wat te zacht om de zaden te pellen en als je ze dan onvoldoende eivoer geeft kunnen de jongen het loodje leggen door een gebrek aan voer.Breek dus de eerst weken je zaad mengeling wat voor deze jonge vogels en geef eivoer met wat gekiemde zaden er tussen door. De verhouding per jonge vogel is 3 gram zaad en 2 gram eivoer. En let op dat de jonge vogels ook de eerste dagen het drinkwater kunnen vinden.
Water Dat een vogel niet lang zonder water kan ,zal wel bekend zijn ,maar water heeft nog veel meer belangrijke eigenschappen voor onze vogels.We moeten dit dagelijks vers geven,regelmatig onze flesjes zuiveren ,en ook onze vitamine ,en of medicatie moet meestal in het water worden toegediend. Normaal gesproken gebruikt een vogel 7,0 tot 9,0 ML per vogel per dag .Toch wordt dit ook beïnvloed door het voerderopname ,en ook door de vochtigheid van bv het eivoer laat staan als je nog overmatig groenvoer geeft ,maar dan ziet men het ook duidelijk aan de dunne ontlasting ,dus je ziet hoe gevoelig en belangrijk het water is.
Water :
Water Is niet door een andere stof te vervangen. Van water kan in het lichaam geen voorraad worden aangelegd. Voor elk levend mechanisme is water noodzakelijk. Zonder water is leven niet mogelijk. Als men de hokken zo droog mogelijk houdt dan kan ongedierte daarin niet gedijen. Water is nodig voor:
Bouwstof van het lichaam; +/- 2/3 deel van het lichaam bestaat uit water (vooral in de cellen en lichaamsvloeistoffen) Voor het oplossen van de voedingsstoffen.. Voor het transport in het lichaam van de voedingsstoffen. Voor uit scheiding producten Voor de regulatie van de lichaamstemperatuur. Behoefte van water afhankelijk van: Diersoort Tropische rassen kunnen zuiniger met water omgaan dan Oosterse rassen. Dus deze hebben ook Minder water nodig. Het lichaamsoppervlak, in de praktijk het gewicht. Hoe groter het gewicht" hoe meer water nodig. De leeftijd van het dier. Oudere dieren hebben in verhouding minder water nodig. De productie van het dier. Het hokklimaat, de temperatuur. en de luchtvochtigheid. De rantsoen samenstelling. Bij droog voer meer water nodig dan bij nat voer. De gezondheidstoestand Behoefte dekken door :
Drinkwater Water in voedermiddelen Oxidatiewater Bij de verbranding van het voedsel komt in het lichaam water vrij.
Te veel water.
Nemen de vogels te veel water op door b.v. te nat voer dan is de krop wel vol doch in verhouding krijgen de dieren te weinig voedingsstoffen. Dus bij opname van te weinig droge stoffen en dus te weinig voedingsstoffen verkrijgt men slappe dieren met weinig weerstand tegen infecties e.d. Te grote vochtopname geeft aanleiding tot darmstoornissen met als gevolg diarree.Groenvoer geeft men het beste in de namiddag, als er al voldoende hardvoer ge eten is Al ben ik niet direct een voorstander van groenvoer. Dikke bladeren van planten bevatten veel vocht. Het is om deze reden dat het niet verstandig is de eerste levens dagen van de jongen groenvoer te verstrekken. Gekiemde zaden hebben per gewichtseenheid een vrij geringe voedings waarde. Ze worden graag opgenomen, omdat door de "voorvertering" weinig nodig is ze op te nemen.Zijn de eitjes tijdens het broeden te vochtig dan geeft dat problemen, doordat de jongen in het ei te hard groeien.
Te weinig water.
Bij te weinig water vindt uitdroging plaats met stofwisseling stoornissen.
Is het hokklimaat erg droog en heeft men geen badwater in het hok of besproeit men de eitjes niet ( vooral de laatste drie dagen voor het uitkomen) dan sterven de jongen in het ei.
De temperatuur van het water.
De temperatuur van het naar behoefte beschikbaar stellen van het drinkwater kan het beste in overeenstemming zijn met het hokklimaat. Water moet de slijmvliezen prikkelen en vooral. niet te warm zijn, doch de kou moet er vanaf zijn.
Stilstaand water.
Water dat stilstaat is gunstig voor de ontwikkeling van bacteriën. Het is derhalve nodig het water voor het drinken en baden vaak te verversen. In de Zomer kan dat het beste dagelijks gebeuren.De waterfonteintjes moeten vooral zuiver en dagelijks ververst en uitgewassen worden. In deze poriën kunnen zich snel bacteriën ontwikkelen. Waar water door de vogels ge morst wordt, zal vaak schoonmaken nodig zijn ter voorkoming van bacteriën ontwikkeling.
Water als oplosmiddel.
Bij ziekte van de vogels wordt vaak geen zaad opgenomen. doch veel water. Medicijnen kunnen derhalve het beste via het water toegediend worden. Preventief doet men af en toe enkele druppels jodiumtinctuur of wat chloor door het drinkwater (ter voorkoming van infecties). Ter bestrijding van infecties via de luchtwegen doet men af en toe een tabletje superol ( 1 mg op 1 liter water) door het drinkwater) Zaad moet droog bewaard worden; boven een percentage van 14% vocht kan broei en schimmelvorming plaats vinden .Niet goed gedroogd brood kan ook gauw gaan schimmelen !!!!!!.
Observeren Deze kreet hoort men het meest bij ornithologen en in ziekenhuizen enz. Als u deze woorden opzoekt in een woordenboek zal men zien dat hier de term WAARNEMEN steeds naar voren komt. Ornithologen spreken van iets observeren of b.v. een observatie verslag maken. Wij als kanarie kwekers zouden dit ook veel meer moeten doen. Onze vogels steeds goed blijven opserveren, dan zal men veel zaken eerder zien, eerder kunnen ingrijpen en ook je vogels beter leren kennen.Dit observeren begint al bij aankoop van de vogels, in de winterperiode, in de ruiperiode, voorbereidingsperiode, kweektijd, in de TT periode. Kortom dagelijks kun en zou je de vogels moeten observeren over een bepaalde periode. Zodoende kan men teleurstellingen tijdig waarnemen (observeren). Want men zal in een vroeger (begin) stadium iets waarnemen b.v. een ziekte, vastzittende ring, enz. enz. opmerken, behandelen en zeer zeker tijdig verhelpen, voordat zich b.v. de ziekte verder zal kunnen uitbreiden, of bij een te weinig vocht / zuurstofgehalte de jonge afsterven in het ei.Ik weet wel, en het komt ook bij mij voor, als je met veel vogels kweekt is er snel iets over het hoofd gezien, waar we later van zeggen, ja dit is mijn eigen schuld. Ik denk dat wij kanarie kwekers in onze hokken / volières enz. veel en veel meer aan observatie van onze vogels moeten gaan doen. Het resultaat zal zijn, veel minder teleurstellingen in onze vogelsport. Het is toch onze hobby, we zien onze vogels toch graag, dus doe dit dan dagelijks meerdere malen even. Doe dagelijks wat meer moeite aan observeren van onze vogels bij het goed zuiver houden van onze hokken en dagelijks vers drinkwater en zaad geven.Ik wil verder in dit artikel jullie een aantal punten geven waarop te letten bij het observeren van kanarievogels en dit per periode. De aangedragen punten zijn bijlange na niet volledig, maar wel een richtlijn, waar we steeds op moeten blijven letten. Dan zullen de nodige problemen in grote maten afnemen door alleen maar goed en tijdig te OPSERVEREN.
1. Bij aankoop van vogels
Zorg voor flinke vogels, gezonde glanzende gesloten bereddering zonder vuile aars en poten. Let op de stuiteren, deze moeten droog en zuiver zijn. Een goed gevulde vliesachtige borst. Geen waterige genepen ogen, en of ontlasting. Let op de ademhaling rustig en gesloten bek. Piepende en krakende geluiden (vogels uitsluiten). Zie naar de lever, mag niet donkerblauw en gezwollen zijn. Scherp borst been en of misvormd (uitsluiten). De witte vogels blauwe schijn hoorndelen (uitsluiten). Vraag naar het kweekboek en controleur, noteer afkomst. Al deze punten kan men observeren vaststellen en al deze verschijnselen wijzen naar een gezonde of niet gezonde vogel.
2. Vogels thuis in de volières.
Aangekochte vogels +/- 14 dagen in een overgangsvolière (hok) plaatsen. Vogels moeten wennen aan voer, omgeving. Vogels die veel aan de zaadbak zitten er uit halen en apart zetten (vogels zijn meestal wat ziek). Mannen en poppen tijdig scheiden. Vogels die bloeden aan pennen apart zetten. Vogels die veren pikken verwijderen en apart zetten. Vogels die symptomen vertonen uit AD.1 wegnemen, vogels behandelen, als het blijft vogels van de hand doen. Let op: water - voer - eivoer - licht - vocht enz. enz. Vogels die geen 100% gezond worden uitsluiten voor kweek en opbouw van je stam. Als men groenvoer geeft, dit met mondjesmaat, is je hok vochtig dan geen of weinig groenvoer. Controleer ook altijd de aankoopdatum van al je voer en producten. Let op de ontlasting van de vogels. Goede ontlasting is groen met een witte stip. Let op je bodembedekking, hou het droog en schimmel vrij. Badwater na een uur altijd weghalen. Drinkwater dagelijks verversen, loopt het flesje goed door enz. enz. De witte vogels krijgen deze vitamine A voldoende bij. Al deze punten kan men observeren, vaststellen en al deze verschijnselen Wijzen naar een gezonde of niet gezonde vogel.
3. Vogels in de kweekkooi
Hou de man in de gaten, dat hij de pop niet overdreven lastig valt. Dit moet na enkele dagen klikken anders is er nog iets niet in orde b.v. nog niet broedrijp, of de pop is op de lokroep van een andere man gekoppeld en wil deze man niet! Als er punten voorkomen van AD.1 deze uitschakelen. Kijken de vogels helder uit de ogen. Toont de pop al een broedvlek (mooie vlezige onderbuik). Heeft de man al vergrote tap en testikels, met een licht ingevallen buik. Voeren de koppels elkaar al of blijven ze vechten. Blijft de pop dagen, weken rondvliegen met nestmateriaal, kan ze wel de juiste nestplaats vinden (hang eens een bakje bij) of is de pop wel in broed conditie. Geef zuiver en voldoende nestmateriaal (geen gedrenkte koord). Hebben de vogels geen materiaal om de pootjes. Voldoende grit en sepia in de kweekkooi. Zitten de zitstokken niet los en of te hoog. Al deze punten kan men observeren vaststellen en al deze verschijnselen wijzen naar een gezonde of niet gezonde vogel.
Let vooral nog op het volgende:
Hou steeds in de gaten als de man de pop voert en niet te veel lastig valt dit geld ook andersom, elkaar voederen moet na een dag of drie normaal en goed zijn. Zorg en controleer dat de pop een goed verzorgd vast gesloten nest maakt. Pop moet broeden met gesloten bevedering en met een gesloten bek. Let goed op de ogen van de vogels (helder blijven). Controleer regelmatig het broedsel of er geen eitjes wegzakken en of vast komen te liggen, zorg in het nest voor een gladde, vast boden (draai er eens een paarkeer door met een lamp). Is de temperatuur - vochtgehalte - zuurstof - licht uren - bodem bedekking goed. Blijf op de ontlasting letten (groen met witte stip). Blijf badwater geven (niet vergeten). Let op dat de man de laatste dagen van de broed niet te driftig wordt en aan het nest gaat trekken en of achter de pop gaat jagen. Zo ja, dan man wegnemen en later terug zetten als de jongen enkele dagen zijn of helemaal weglaten. Verzet nooit de klok tijdens je kweek, hou hier rekening mee bij de aanvang van de kweek (instellen van de klok). Geef eivoer met beetjes 2 dagen voor het uitkippen. Jongen in het nest en in de rui-periode.
Controleer uitgekomen jongen op de levervlek (blauw). Is deze erg groot, noteren in je kweekboek, vogels later wegdoen indien je er voldoende hebt. Controleer of de pop het nest goed zuiver houdt en wat voert de pop eivoer of eivoer en zaad of alleen zaad. Voert de man en pop samen, hoe groeien de jongen. Wordt alles gegeten van het eivoer en je zaadmengeling. Als je jonge vogels ringt, dit tijdig doen en controleer regelmatig als er geen jongen uit het nest zijn gegooid. Kale plekken op de jongen, op de rug duidt op veren pikken van een van de ouders. Piepen de jongen erg veel, dan voeren de ouders te weinig of er is iets anders loos. Blijf je eivoer controleren dat het niet verzuurt. Blijf maagkiezel en sepia geven. Let op verenpikken geef tijdig een babykooi. Let op water - voer - kiemzaad (verzuurd, te oud, te veel, te weinig enz. enz.) Ja beste vogelliefhebbers/kwekers zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, diverse zaken kunnen er nog aan toegevoegd worden. Maar mijn bedoeling is geweest dat verzorgen en houden van vogels niet alleen is, gauw even water en voer geven. Dat dit dan kan lijden naar een goed resultaat. Een tijdige en goede regelmatige observatie zal zeer zeker teleurstellingen uitsluiten, omdat men dan in een vroeg stadium de oorzaak ziet en kan herstellen.Ik kan me goed voorstellen dat, en het gebeurt hoor, een pop iets dik op het nest zit, men ziet dit en men denkt, dit zal morgen wel over zijn, het is maar tijdelijk, anderdaags wat nou!! De pop is van het nest en zit onder op de bodem. Ja nu maar eens goed kijken wat hier de oorzaak van is. Wat blijkt, verdomme het drinkflesje liep niet door. Ja de pop heb je nog kunnen redden, maar het legsel verloren. Begrijp je wat ik nu bedoel.Onbevruchte eieren, hoe kan dat? Wat bleek: twee poppen samen zitten. Ja zeg niet dat dit niet gebeurt. Begrijp je wat ik nu bedoel met observeren/controleren. Enkele jongen dood in het ei, gecontroleerd. Ja toen het te laat was zag je dat deze eitjes vast zijn komen te liggen en dat ze zo de laatste dagen niet meer gedraaid zijn. Begrijp je wat ik bedoel.
"Kortom" als je vogels koopt, kweekt, bij een goede en regelmatige controle kan men veel problemen voorkomen. Men ziet het tijdig, men kan tijdig handelen zodat men teleurstellingen zeker voorkomt.
DUS GOED OBSERVEREN EN DAARDOOR TIJDIG INGRIJPEN! EN DAN NOG KAN JE TEGENSLAG KRIJGEN MAAR WEES GERUST HET ZAL EEN HEEL STUK MINDER ZIJN.
De rui periode Inleiding :
Dit kent elke vogelliefhebber ,en hij weet ook dat dit een jaarlijks terugkerende periode is in het leven van onze kanarievogels .Een beginnende liefhebber geeft er in het begin nog niet zoveel aandacht aan ,maar al vrij snel merkt hij of zij dat er is aan de hand is met het verenpakje van hun vogels .De rui heeft zijn intrede gedaan en dit is een heel belangrijke periode in het vogelleven ,maar ook voor ons liefhebbers .Een vogel die niet goed door de rui komt mist iets in zijn stofwisseling en zal nooit echt 100 % meer fit worden ,zal zeker verder leven maar men moet er geen grote dingen meer van verwachten .Bij de rui komen alle zwakke kanten naar voren die in een vogellichaam verborgen zitten ,maar ook zeker de goede denk maar eens aan het verwisselen van het verenpakje ,en hoe mooi daarna de kleur en tekening is geworden ,of ja dit kan ook het is niet goed geworden wat betreft de gezondheid ,komt niet goed door de rui ,of de bevedering of tekening is na de rui toch niet geworden wat we er van verwacht hadden. Kortom voor de vogel zelf en voor de liefhebber een spannende periode.
De rui periode :
Een normale rui periode begint omstreeks begin tot einde juli dit is afhankelijk wanner men aangevangen heeft met de kweek ,vroeg kwekers hebben hun vogels eerder in de rui ,dan die kwekers die pas beginnen in einde maart begin april .Maar de natuur helpt ook hier mee meestal en je moet daarom ook tijdig stoppen met de kweek om de rui tijdig te kunnen laten aanvangen ,en dit ook in een periode met redelijk goed weer.De rui kan en mag men nooit forceren de vogel heeft zijn energie nodig om dit tot een goed einde te brengen ,en het is voor de vogel goed als dit ook valt in een periode met redelijk weer .zijn aan deze voorwaarden voldaan ,dan is de rui periode tussen een week of 6 a 8 volledig achter de rug. Jonge vogels ruien in het algemeen alleen hun donsveertjes ,en geen vleugel of slagpennen .Oudere vogels hebben een nog zwaardere taak bij het ruien zijn vervangen niet alleen hun donsveertjes maar ook de vleugel staartpennen ,ja soms heb je er medelijden mee hoe sommige vogels er uit zien tijdens deze volledige rui ,maar bij een goede verzorging sta je ook versteld hoe snel de vogel zich hier van hersteld. In tegenstelling wat wel eens gezegd wordt is een vogel die in de rui is niet ziek, maar weet el dat ze erg gevoelig zijn voor ziekte,s ,zeker als er een tekort is aan voeding ,mineralen ,en voldoende rust.Als een van deze zaken ontbreken ,zullen sommige vogels dit laten zien in het uiterlijk van de veerschachten dus het is van groot belang deze vogels in deze periode goed te voederen en te blijven opserveren.
Verzorging tijdens de rui .
Zoals al hierboven beschreven is om de rui goed te laten verlopen een vrij constante temperatuur gewenst weinig vocht frisse lucht en een goede uitgebalanceerde voeding en een drie tal keren per week eivoer. Erg belangrijk is ook dat er niet te veel vogels in een ruimte zitten ,de vogel moet ruimte en rust hebben ,en dit zal ook verenpikken voorkomen ,ook is het belangrijk dat de zitsokjes afzonderlijk zijn zodat de vogel rustig kan zitten zonder gestoord te worden door andere vogels. De vogel ook wat afleiding geven door trosjes sisal touw in de ruimte te hangen of nog beter regelmatig trosjes trosgirst ter beschikking stellen. Regelmatig vitamine toevoegen aan het drinkwater ,en denk bij de rec witte vogels aan het toevoegen van vitamine A. Aan te raden is ook wekelijks een halve ajuin ter beschikking te stellen ,het is even wennen ,maar als ze eenmaal kennen eten ze het graag en is erg goed voor en tijdens de rui. Verder kan men regelmatig twee a drie maal per week een stukje fruit ter beschikking stellen ,maar steeds zoveel geven wat op is na ongeveer 2.1/2 uur,al wat je meer geeft is eigenlijk te veel en kan gaan schimmelen met alle gevolgen van dien .Uiteraard mag een goede zaadmengeling nooit ontbreken en moet altijd in voldoende mate aanwezig zijn.De laatste jaren zijn er ook van diverse firma,s producten te koop die als rui hulp bekend staan in deze periode kan het zeker geen kwaad hier gebruik van te maken .Bij een goede verzorging en tijdige aanvang van de rui zul je zie dat deze bij goed verzorgde vogels erg snel gaat en na ruim 6 weken zien de vogels er weer bijna schitterend uit .Het is ook aan ons liefhebber de vogels alles te geven ,en beschikbaar te stellen om deze rui goed door te komen.
Badwater en de rui.
Ik heb dit bewust hierboven nog niet vermeld om toch in een apart hoofdstuk te vermelden hoe belangrijk badwater eigenlijk altijd is ,maar zeker in de rui periode moet dit regelmatig zeker 3 maal per week beschikbaar staan voor de vogels ,en een maal per week is het aan te bevelen hier iets badzout in te doen.Wat ook aan te bevelen is ook regelmatig gebruik te maken van een goede bloemenspuit en benevel daar de vogels ook een s goed mee enkele malen per week buiten het badwater wat je al beschikbaar stelt .De vogels zijn er dol op ,en niet alleen is het goed voor de vogels en de bevedering ,maar ook de vogels worden er rustiger door en dat is voor bv de latere tentoonstellings vogels mooi meegenomen. Dus tijdens de rui nooit te zuinig met badwater de vogels zijn je er dankbaar voor. En de bloemenspuit doet wonderen !!!!!
De stokrui :
Deze rui komt bij ons kanarie kwekers niet zoveel voor ,dit komt meer voor bij mensen in huis die daar een of enkele vogels houden voor bv de zang. En het komt ook voor bij personen die slecht met het licht omgaan Daarom hieronder ook iets over deze zogenaamde stokrui.In het begin schreef ik een aantal zaken op waar men rekening mee moet houden als men een kanarie heeft, een van deze zaken is dat de licht uren omstreeks de 11 uren te houden. Doet men dit niet en de ene keer heeft de vogel Bv 11 uren de andere keer 16 uren licht, en dan weer meer of minder dan zal men geen jaren plezier hebben van je vogel. Wat gebeurt er nu. De hypofyse van de vogel reageert op het aantal licht uren ,met andere woorden de vogels in de natuur gaan broedrijp worden naar gelang de licht uren verlengen de temperatuur doet daar maar weinig aan ,zo ook als de dagen weer korter worden stopt de vogel in de natuur met broeden ,en begint aan het vervangen van zijn verenkleed.Nu wat gebeurt er nu bij de vogel thuis als je niet telkens om een bepaalde tijd je vogel donker zet ? Nu de vogel zijn Hypofyse slaat langzaam op tilt hij of zij weet niet meer vast te stellen of het nu lente ,zomer herfst of winter is. Kortom gezegd de vogel raakt totaal van slag ,gaat aan het ruien (vervangen verenkleed) en omdat de vogel van slag is komt hij niet meer uit de rui zal niet meer fluiten ,bevruchten ,enz en de veren en pluimpjes blijven in de kamer rondvliegen .De vogel is in de zogenaamde stokrui gevallen en hij komt hier erg moeilijk,en dikwijls niet meer uit. Na een lange weg zal zelfs de vogel deze energie niet meer kunnen opbrengen vermageren en sterven. Dus je ziet hoe belangrijk het is om met het aantal licht uren goed om te gaan !
Enkele Tips :
Zoals hier boven beschreven is badwater onmisbaar ,maar daarbij moet je zorgen voor een goede bodembedekking ,constant grit ter beschikking ,afleiding door sisal touw plukjes of wel bosjes trosgirst .Haal ook regelmatig de losse pennen weg ,zodat de vogels er niet aan gaan pikken kan een gewoonte gaan worden .Een gouden tip hierbij is om achter in de vogelruimte een klein plankje te plaatsen schuin tegen de muur door de lucht circulatie (verplaatsing ) zullen de pluimpjes gaan zweven en achter het plankje te recht komen ,je kunt hier om de paar dagen heel makkelijk handen vol pluimen en veren weghalen ,en er zullen er bijna geen meer rond vliegen door heel je vogelruimte .Erg makkelijk en handig
Besluit :
Ik hoop met dit artikel de verzorging tijdens de rui nogmaals onder uw aandacht gebracht te hebben ,het kan niet genoeg gezegd en geschreven worden om veel aandacht te schenken aan deze periode veel goede vogels worden hier gemaakt ,maar ook wel eens door minder aandacht en verzorging mismaakt en dat is toch de bedoeling niet Het is altijd een spannende tijd die rui ,maar de meeste kwekers weten dit ,en handelen er ook naar.
Als men vogels gaat houden kan dat op verschillende manieren, in een gezelschap volière en een binnen verblijf in een kleine kamervolière, in kweekkooien op diverse plaatsen zijn vogels te houden en te verzorgen. Ook de doelstellingen zijn per onderkomen anders. Dit geld in mindere maten voor de verzorging, voer, bodem bedekkers, vitaminen en medicamenten. Maar verschillen zijn er altijd. Ik wil in dit artikel een aantal systemen in het kort onder uw aandacht brengen, om zo het verschil aan te geven. U zult dan zelf tot de ontdekking komen waar de verschillen groot of wel klein zo niet gelijk zijn.
1. Gezelschapsvolière
Meestal worden hierbij een aantal koppels van verschillende soorten in een volière (vlucht) gehouden. Dit kan zowel met een binnenhok, wel of niet verwarmd, of voorzien van een buitenhok. Vele vogelsoorten zullen hier nooit of zelden tot broeden overgaan. Om de eenvoudige reden, dat indien men meerdere koppels in een ruimte samenbrengt er een gevecht komt om het territorium. Weer andere soorten moeten met grote aantallen samen gebracht worden voordat ze aan voortplanting gaan denken. Deze vogelsoorten gedragen zich in een groep altijd monogaam.Maar meestal treft men in zo’n volière van allerlei soorten vogels aan. Meestal is dit een liefhebber die niet aan tentoonstellingen mee doet maar alles meer ziet als gezelschap volière. In de meeste gevallen is zo’n volière voor de kweek nooit goed, want er zal wel gepaard, genesteld en gelegd worden. Maar door de grote variëteit onder de diverse soorten wordt er onderling gevochten, nesten afgebroken, eieren stuk gepikt, kortom er heerst in deze periode grote onrust in de volières.Ook komen er in dit soort volières erg veel ziekten voor, dit komt door het grote verschil van voeders, soorten bodem bedekking en ontlasting van eigen vogels of van vogels uit de natuur. Verder is de muggenbeten ook schering en inslag.Door de grote ruimte worden de vogels minder individueel gecontroleerd en het gaat pas opvallen als de vogel ergens verroken in een hoekje zit. En meestal is het te laat, de vogel is al ernstig ziek en zo goed als verloren. Maar indien u in dit soort volières toch nog goed in overleg te werk gaat en de soorten redelijk goed op elkaar afstemt is een gezelschapvolière mooi.
2. Kleine vluchten (1 m2)
Dit systeem wordt ook regelmatig toegepast. Zeker in de kanariekweek wordt dit wel eens toegepast. Vele vogelsoorten zijn voor zo’n ruimte niet geschikt, om de eenvoudige reden dat de meeste vogels erg sterk monogaam zijn.Tropische vogels die worden geïmporteerd worden vaak met meerdere in kleine ruimtes geplaatst, vooral als men het verschil tussen mannen en popjes wil vast stellen. Vooral de mannen zullen zich op een bepaalde periode veel agressiever gaan gedragen als normaal. En zo komt men dikwij