Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
25-02-2007
Filmpje van Bo van Okidoki
Wat fijn dat ik hier kan gaan wandelen met mijn nieuwe baasjes
Wat is er mis met mijn konijn of mijn cavia ? (Cis-ka)
Konijnen: eigenlijk geen knaagdier maar een haasachtige. Dit omdat konijnen achter hun voortanden nog 4 kleine stifttandjes hebben staan en echte knaagdieren deze niet hebben. Malaise: een konijn wat zich terugtrekt en stilletjes in een hoekje zit is ziek! Controleer zo snel mogelijk of er afwijkingen te zien zijn (gebit, diarree, gespannen buik, vermagering). Wacht niet te lang met langskomen. Gebit: De tanden en kiezen groeien het hele leven door en slijten doordat alles perfekt op elkaar staat. Een veel voorkomende afwijking bij konijnen is een verkeerde stand van de tanden. Hierdoor slijten ze niet goed af en zullen de boventanden naar binnen groeien (op de foto duidelijk te zien) en de ondertanden naar buiten (olifantslagtanden). Uiteraard heeft zo'n konijn problemen met eten, zal vermageren en vaak een natte kin hebben tgv. speekselen. Het is mogelijk deze tanden te knippen (gemiddeld eens per 2 maanden), een andere (betere) oplossing is om ze te trekken! Dit klinkt wellicht raar doch dit is eigenlijk wel de veiligste oplossing. De kiezen kunnen problemen geven als er haken op ontstaan die in het wangslijmvlies prikken. Dit veroorzaakt pijn en een konijn met pijn heeft stress en zal daardoor niet eten. Voeding: voldoende vezels in de vorm van hooi zijn een noodzaak voor konijnen. Indien een konijn te veel bix krijgt en daardoor te weinig hooi eet, zal er diarree optreden. Een vuistregel is: 20 gram bix per kg lichaamsgewicht per dag (liefst over 2 porties). Een konijn van 2 kg mag dus 2 x daags 20 gram krijgen. Weeg dit af op een keukenweegschaal; het is maar heel weinig! Hooi moet altijd te beschikking staan. Scheve kop (torticollis): kan o.a. veroorzaakt worden door middenoorontsteking, hersenvliesontsteking of herseninfarct. Afhankelijk van de bevindingen bij het onderzoek zal de therapie worden ingesteld. Meestal herstellen ze probleemloos, doch een aantal konijnen zal wel een lichte scheve stand blijven houden. Vacht: kaal plukken wordt vaak bij voedsters gezien. Meestal ontstaat tgv schijndracht de behoefte tot het bouwen van een nest. Heeft het konijn echter een schilferige vacht met kale plekken dan wijst dit op luis. Ook vlooien komen voor bij konijnen. Let op: behandel een konijn nooit met Frontline! Reeds meerdere konijnen zijn hieraan gestorven. Laat U zich dus goed voorlichten, voordat U een konijn gaat behandelen. Voortplanting: konijn hebben natuurlijk een reputatie hoog te houden! Zorg er dus op tijd voor om rammelaars en voedsters te scheiden. De castratie van een rammelaar is een relatief kleine ingreep. Na een castratie moeten konijnen nog minimaal 1 maand gescheiden blijven. Het is ook zinnig om vrouwtjes te laten helpen, omdat zij vaak op latere leeftijd baarmoedertumoren krijgen. Een operatie bij een jong vrouwtje is daarom aan te bevelen. Een bijkomend voordeel dat gesteriliseerde vrouwtje vaak een stuk liever worden. Diarree: het is normaal dat konijn 's morgens plakkerige ontlasting hebben. Deze ontlasting eten ze zelf op en is een onmisbare bron van Vit B. Diarree (waterige ontlasting) is niet normaal en kan veel problemen geven. Veel voorkomende oorzaken: voedingsfouten (zie bij voeding), coccidose en wormen, gebitsproblemen. Diarree bij konijnen is eigenlijk een spoedgeval. Probeer ook wat ontlasting mee te nemen voor onderzoek.
Cavia: dit uit Zuid-Amerika afkomstig knaagdiertje is zowel binnen als buiten goed te houden. De meeste mensen zijn er echter van overtuigd dat het tere diertjes zijn die slecht tegen kou kunnen. Dat dit niet zo is, blijkt wel uit het feit dat bij dierenartsen Ebeli en assistente Anita de caafs bij -15°C (februari 2005) nog lekker buiten aan het rondscharrelen waren. Beschutting tegen zon, wind en regen is wel erg belangrijk. Een middagje in de zon op het grasveld kan door oververhitting snel fataal zijn! Hieronder enkele wetenswaardigheden. De zieke cavia: herken je aan vuile oogjes, geen eetlust (zeer afwijkend dus!), terugtrekken. Wacht niet te lang met langskomen. Een zieke cavia is erg kwetsbaar. Niet eten leidt tot fatale uitdroging. Voeding: hooi (van goede kwaliteit) en knaagdiervoer ( 25 gram per dag) aangevuld met vit C tabletjes opgelost in het water zijn de basis van de voeding. Groenvoer (witlof, andijvie, wortelen, paprika) moet ook dagelijks worden gegeven. Huisvesting: cavia's zijn onderzoekende beestjes. Geef ze dus een flinke kooi. Een cavia in zijn eentje in een bakje van 40 bij 60 cm is ronduit zielig. Een huisje om in weg te duiken en wilgentakken geven speelmogelijkheden. Als bodemstrooisel kan het beste zaagsel worden gebruikt. Huidproblemen: zien we bijna dagelijks bij cavia's. Vooral schurft geeft grote problemen: de cavia krabt zich helemaal kapot op de flanken en nek. Schimmel zien we vaak aan de kop en oortjes (en bij de verzorgers, omdat het behoorlijk besmettelijk is voor mensen). Luizen komen we ook regelmatig tegen, doch deze geven minder problemen (en zijn niet overdraagbaar op mensen). Vettige talgklonten op de achterzijde van de rug zien er soms vervelend uit, doch geven zelden problemen. Kortom; heeft uw caaf een huidaandoening, laat hem dan controleren. Gebit: zowel tanden als kiezen kunnen afwijkend doorgroeien. Een cavia die plots mager wordt, speekselt en moeite heeft met eten moet goed in de bek gekeken worden. Op de foto is te zien dat de boventanden te lang zijn en binnen de ondertanden vallen. Tumoren: komen relatief weinig voor bij cavia's. Zwellingen bij cavia's zijn vaker cystes (bijv talgkliercyste op de rug of eierstokcyste in de buik). Diarree: kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door voedingsovergang. Wacht niet te lang met langskomen, want diarree die langer dan 24 uur aanhoudt kan dodelijk zijn. Nagels: zeker aan de voorpootjes kunnen deze krulsgewijs doorgroeien en soms zelfs ingroeien. Korthouden dus.
(Dierenkliniek Buitenmere)
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
De ekster (Pica pica ) komt voor in Europa en een groot gedeelte van Azië . Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Koreaanse variant, P. pica sericea , genetisch duidelijk verschilt van de andere Euraziatische vormen en wellicht een aparte soort is. In Nederland is de ekster vrijwel overal algemeen en wordt door naar schatting 100.000 broedparen per jaar vertegenwoordigd.
Het opvallende bonte verenkleed en de lange staart, samen met de luide karakteristieke roep, maken de soort onmiskenbaar. In open landschap trekt de vogel de aandacht door in groepjes van twee of drie met snel bewegende vleugels een voor een langs te vliegen, onderwijl krassend. Als de vogel neerstrijkt wordt de lange staart meteen omhoog getild, en zorgvuldig van de grond gehouden. Kop, nek en borst zijn glanzend zwart met vaak een metaalgroene of -blauwe glans; de buik en schouders zijn zuiver wit; de vleugels hebben een groene weerschijn. De slagpennen hebben witte binnenvlaggen, wat van onderaf zichtbaar is. Poten en snavel zijn zwart. De jongen lijken op de ouders, maar hebben aanvankelijk niet dezelfde weerschijn op de roetzwarte delen van hun verenkleed. Het mannetje is iets groter dan het vrouwtje.
Net als bij andere kraaiachtigen (Corvidae) wandelen ze over de grond, maar als ze worden aangetrokken door voedsel of door een bijzonder voorwerp verplaatsen ze zich met kleine sprongetjes zijwaarts, met de vleugels iets opengespreid. De voorkeur van de hele familie voor blinkende objecten is bekend. De ekster eet vrijwel alles van dierlijke oorsprong; jonge vogels en eieren, kleine zoogdieren en insecten, maar ook eikels , graan en andere plantaardige voedselbronnen worden niet versmaad. In aantallen prooien maken op de grond gevangen insecten ca 70-90% van het dieet uit. Uit onderzoek is tot nu toe niet gebleken dat een gezonde eksterstand ten koste gaat van die van andere kleine zangvogels die op het menu van de ekster staan. De omnivore aard van de ekster heeft er toe geleid dat de naam pica een aanduiding in de geneeskunde is geworden voor het eten van oneetbare dingen.
Nest
Het nest wordt in de vork van een tak van een hoge boom gebouwd, is groot en is van boven overdekt als bescherming tegen predatoren van de opvallend gekleurde kuikens; het heeft tevens een verborgen ingang. Het is versterkt met aarde en klei en gevoerd met dunne wortels.
Als de bladeren vallen worden de grote nesten goed zichtbaar. Als geschikte bomen schaars zijn wordt het nest soms in bosjes of heggen gebouwd.
De (5 á 8, maximaal 10) eieren zijn voor de maat van de vogel aan de kleine kant; ze wisselen wel van kleur maar zijn meestal blauwgroen met een dichte bruine en grijze vlekjestekening. Ze worden in april gelegd, en er wordt per jaar maar 1 nest jongen grootgebracht tenzij een nest vroeg te gronde gaat. In landelijke gebieden is de vogel door bejaging vaak schuw maar in buitenwijken komt hij veel voor. Als hij niet wordt bejaagd lijkt hij zelfs wel bij voorkeur in bewoonde gebieden voor te komen.
Soms vormen twee of drie eksters een groepje dat b.v. katten pest, dwz schijnaanvallen uitvoert op deze dieren, misschien een reactie op de kat als concurrent. In de winter is de ekster meer in groepen te vinden bij het verplaatsen en fourageren, en vaak gezamenlijk overnachtend. In het voorjaar vormen zich grotere groepen voor de paarselectie. Charles Darwin noemde deze groepen 'huwelijksbijeenkomsten' (marriage meetings ).
Tijdens de balts lichten de mannetjes herhaaldelijk snel de kopveren op, tillen hun staart op en openen en sluiten deze snel als een waaier, en roepen met zachte tonen die duidelijk anders zijn dan hun gebruikelijke geluiden. Korte glijvluchten en achtervolgingen horen bij het baltsritueel.
Bijgeloof en trivia
Ekster op de uitkijk
In de loop der eeuwen duikt de ekster vaak op in het bijgeloof .
Volgens een Waalse en Franse sage had de ekster eerst een prachtig verenkleed, maar toen de vogel met de gekruisigde Jezus spotte, werd hij vervloekt en kregen zijn veren de kleuren van de rouw.
Eksters werden van oudsher al beschouwd als ongeluksvogels, verkondigers van dood en rampzaligheid. Nog zijn er woorden en uitdrukkingen in gebruik die getuigen van dit volksgeloof, zoals bijvoorbeeld 'eksteroog'.
Volgens het volksgeloof kunnen eksters het lot voorspellen. Zo zouden ze een naderende oorlog voorspellen wanneer ze zich in grote aantallen verzamelen en luidruchtiger dan gewoonlijk zijn. Ook het weer zou slechter worden wanneer een ekster luidruchtiger is dan anders.
In het verhaal "A basket of flowers" van Lilian Gask ( 1910 ) steelt een ekster een gouden ring, waardoor een onschuldig dienstmeisje valselijk wordt beschuldigd en jaren in de gevangenis moet doorbrengen. In de operaLa Gazza Ladra(de diefachtige ekster) ( 1817 ) van Rossini steelt een ekster een zilveren lepel en wordt een onschuldig dienstmeisje hiervoor ter dood veroordeeld.
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
Wist je dat de ekster een beruchte eierdief is. Ook jonge zangvogeltjes staan af en toe op zijn menu.
Wist je dat de ekster één van de weinige vogels is die adders aanvalt en doodt.
Wist je dat eksters heel nuttig voor de landbouw zijn omdat ze veel insecten eten. Ze gaan dikwijls op koeien, schapen en herten zitten om de teken eraf te pikken.
Wist je dat een eksternest wordt gemaakt uit takjes die met modder aan elkaar gekit worden. Als bekleding worden dunne worteltjes, droog gras of haar gebruikt. Boven het nest zit vaak een koepelvormig dak van doorntakjes.
Wist je dat eksters het lot zouden kunnen voorspellen, waarbij vooral het aantal vogels van betekenis zou zijn:
Eén is verdriet, twee vrolijk gezind, drie een bruiloft, vier een kind, vijf de hemel, zes de hel, zeven dat is kinderspel.
De cavia: alles wat je moet of wil weten! (Cis-ka)
De cavia: alles wat je moet of wil weten…
Een cavia aanschaffen Een cavia kan je in de dierenwinkel kopen, maar ook bij kinderboerderijen, particulieren en asielen. Cavia's kosten meestal zo rond de 7 €, waarbij de gladharigen meestal goedkoper zijn als de borstelharigen. Neem de tijd om de cavia die je op het oog hebt goed te observeren. Het moet gezond zijn, schoon en zonder verwondingen of afwijkingen. Kijk bijvoorbeeld ook naar hoe het verblijf waar je het diertje wil kopen er uit ziet en hoe de cavia omgaat met soortgenoten en of hij een levendige indruk maakt. Koop nooit impulsief dieren! Zorg dat je het verblijf thuis klaar hebt staan en goed geïnformeerd bent over de cavia, de benodigdheden en de kosten die hieraan verbonden zijn. Denk ook aan dierenartskosten die mogelijk aan de orde kunnen komen. Qua karakter maakt het niet veel uit of je een mannetje (beer) of vrouwtje (zeug) koopt. Een beer wordt wel groter en ruikt meer dan een vrouwtje. Mensen met verstand van cavia's kunnen makkelijk direct na de geboorte het geslacht bepalen.
Eten en drinken voor uw cavia Naast hooi hebben cavia's hardvoer nodig dat je bij de supermarkt of in een dierenwinkel kan kopen. Je kan hierbij kiezen tussen geperste graskorrels of gemengd voer. Een nadeel bij gemengd voer is dat de cavia het lekkerste eruit pakt en de rest laat liggen, waardoor hij niet alle voedingsstoffen binnen krijgt, omdat elk verschillend stukje voer een andere samenstelling heeft. Vaak wordt reclame gemaakt dat er extra vitamine C is toegevoegd aan het voer. Dit is dan wel zo, maar dit is echter nog niet toereikend voor de behoefte van de cavia. Om er zeker van te zijn dat de cavia voldoende vitamine C binnen krijgt, kan je elke dag een vitamine C tablet geven van 50 mg. Buiten het hardvoer kan je je cavia ook lekkernijen tussendoor geven, zoals wortel, andijvie, sla, komkommer etc. Doe dit niet te veel anders krijgt de cavia last van zijn buikje door overmatig vocht. Ook kan je knaagdierenlekkernijen in de dierenwinkel kopen, zoals een liksteen, knaagstangen e.d. Geef nooit snoep, koek, chips e.d! Zorg bovendien altijd voor vers, schoon en voldoende water. Het liefst in een fles, zodat de cavia het niet zelf kan bevuilen.
Huisvesting en buitenverblijf Huisvesting
Voor een cavia dient het verblijf minstens 60 x 45 x 40 cm. (L x B x H) te zijn. Voor twee cavia's 90 x 45 x 40 cm. en voor drie cavia's 110 x 45 x 40 cm. Het is aan te bevelen een verblijf te nemen met een ruif, zodat de cavia altijd beschikt over schoon hooi. Als bodembedekking kan je bijvoorbeeld eerst een laag kranten neerleggen. Zorg hierbij wel voor dat de cavia deze niet kan opeten i.v.m. giftige inkt! Hierover kan je een laag kattenkorrels leggen die de urine absorbeert. Ikzelf leg hierover nog een laag houtzaagsel heen, zodat de cavia zacht kan lopen en liggen. Er moet altijd voldoende schoon hooi aanwezig zijn. De darmen van de cavia moeten namelijk altijd bezig zijn (tegen verrotting) en het eten van hooi zorgt hiervoor. Bovendien kan de cavia zich verstoppen in het hooi en zacht en warm liggen. Cavia's vinden het ook fijn als er een huisje of iets dergelijks aanwezig is waar het zich kan terugtrekken of verstoppen. Het beste is om overdag het huisje uit het verblijf te halen. Dan worden cavia's sneller tam en vluchten ze niet telkens als je ze wilt aanhalen en/of oppakken. Zeker bij een nieuwe cavia is dit erg belangrijk. Het verblijf dient 1 a 2 maal per week te worden schoongemaakt.
Buitenverblijf
Als het wat warmer wordt (boven 10 a 15 graden) kan de cavia best lekker buiten staan. Zorg er wel voor dat de cavia veilig is voor andere dieren zoals katten, roofvogels etc. De cavia moet ook tochtvrij staan en voldoende hooi, voer en water tot zijn beschikking hebben. Zet nooit de cavia in de volle zon! Hij kan hierdoor uitdrogen of een zonnesteek oplopen wat fataal kan zijn. Pas ook op dat de cavia niet kan ontsnappen door kieren in het verblijf en geen giftige planten kan eten. Een cavia kan je niet, zoals een hond, mee naar buiten nemen aan de lijn. Ten eerste zijn de straatstenen veel te grof en hard voor de voetzooltjes van je cavia. Ten tweede zijn er veel te veel gevaren zoals hollende kinderen en verkeer. Ten derde kan de cavia zo bang worden, waardoor hij nooit meer in zijn gewone doen en laten zal komen.
Verdraagzaamheid en karakter
xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />Cavia's zijn groepsdieren, maar kunnen desondanks alleen worden gehouden. Als cavia's in een groep worden gehouden, zal er altijd een bepaalde rangorde zijn onderling. Bij geslachtsrijpe beren kunnen er nogal eens problemen ontstaan, omdat zij gaan concurreren met elkaar om met de zeugjes te paren. Hierbij kunnen zij elkaar behoorlijk verwonden. Soms echter gaat het houden van twee mannetjes wel goed. Twee vrouwtjes houden gaat meestal beter. Elke cavia heeft zijn eigen persoonlijkheid en als het niet klikt, dan gaat het fout.
Cavia's zijn van nature zachtaardig en zullen nooit zomaar bijten. Dit gebeurt enkel als ze pijn hebben of er te hardhandig met ze om wordt gegaan. Jonge cavia die pas nieuw zijn in huis, zullen schuw zijn en vaak wegrennen. Benader cavia's altijd van de zijkant i.p.v. de bovenkant. De roofvogel is een van de natuurlijke vijanden en deze valt de cavia van bovenaf aan. De cavia zal jou als een bedreiging zien en wegrennen. Plaats tijdens de wenperiode geen huisje in het verblijf. De cavia zal zich hier vanwege angst in terugtrekken en wordt minder snel handtam.
Cavia-geluiden
Cavia's kunnen vele verschillende geluiden produceren. Maar wat wil nu welk geluid zeggen.
Aandacht vragen: als de cavia aandacht wil of krakende plastic zakjes hoort die hij associeert met eten, zal hij hard gaan piepen. Dit piepen lijkt een beetje op fluiten.
Boos zijn: als de cavia kwaad is, zal hij gaan klappertanden. Dit gebeurt voornamelijk onder soortgenoten.
Zich goed voelen: als de cavia zich op zijn gemak voelt, zal hij een soort van zachte knorrende en piepende geluidjes maken. Pijn hebben: als de cavia pijn heeft zal hij gaan kreunen en piepen.
Geïrriteerd zijn: als een cavia vervelende geluiden hoort zal hij een kort gebrom maken.
(Al deze geluiden kan je beluisteren op de webiste van http://www.huisdierinfopunt.be/Algemeen.htm waar je ook de foto's vindt die bij de verschillende kleurslagen en rassen hieronder horen.
Verschillende kleurslagen
Agoutie:lijkt het meest op de wilde soortgenoten van de cavia en wordt daarom ook wel "wildkleur" genoemd.
Zwart:intens zwart. Men houdt erg van deze kleurvariant en er wordt veel mee gefokt.
Chocolade: de kleur van bittere chocolade. De ogen zijn donkerbruin, maar met bepaalde lichtinval verschijnt er een rode gloed.
Lilac: een lichtblauwe pelskleur met een rossige gloed.
Wit:hebben rode of donkere ogen (bruin of blauw)
Schildpad:heeft blokken op het lichaam met verschillende kleuren zoals het schild van de schildpad.
Hollander:twee gekleurde kopplaten met over de neus een witte bes. Heeft ook een bandtekening op het lichaam.
Rus:wit met rode ogen, maar heeft zwarte neus, oren en pootjes.
Beige:donker roomkleurige vachtkleur.
Rood:een warme kastanje rode pels. Met 9 maanden tot een jaar is de definitieve kleur vast te stellen, omdat de jongen bruin worden geboren en soms daarna erg licht worden.
Goud:mooie rode ogen. De pelskleur is warm oranje.
Buff:lijkt op donkergeel oker. Donkerbruine ogen.
Blauw:een nieuwe kleur. Is een grijze cavia.
Creme:roomkleurig met bruine oortjes.
Japanner:heeft rood met zwarte banden om het lichaam. De Japanner is moeilijk te fokken en komt dan ook sporadisch voor.
Brindle:zwart met bruine kleurtekening
Dalmatiner:genoemd naar het hondenras. Donker gekleurde kop en op het lichaam zwarte vlekken.
Schimmel:de schimmel heeft een bepaalde kleur dat vermengd is met wit. De witten haren moeten voldoende en gelijkmatig aanwezig zijn, behalve op kop en pootjes. Schimmels zijn in de standaard enkel erkend als borstelhaar.
Paren / Dracht / Geboorte / Jongen
Een zeugje wordt eens in de 16 dagen bronstig gedurende 20 tot 24 uur. Tijdens de bronst breekt er een vlies in de vagina waardoor de dekking plaats kan vinden. De paring gebeurd heel discreet en meestal niet in het openbaar. Nadat de beer de zeug gedekt heeft sluit hij haar vagina af met een wasachtige prop, zodat het sperma er niet uit kan lopen. Deze prop laat vanzelf weer los. Drachtige cavia's kunnen flink in gewicht aankomen (50 tot 75 %), maar je kan dit pas echt zien als de dracht al voor driekwart verstreken is. De dracht duurt 65 a 70 dagen. Laat het vrouwtje i.v.m. stress zo veel mogelijk met rust. De zeug heeft behoefte aan extra vitamine C tijdens haar zwangerschap. Geef haar dus elke dag (als je het al niet doet) 50 mg hiervan. De geboorte kan gewoon in het verblijf plaatsvinden en in principe kan de beer er ook bij aanwezig zijn. Hij zal zich weinig van de bevalling aantrekken. Wees er wel van bewust dat de zeug al 24 uur na haar bevalling weer paringsbereid is! Ze kan dus meteen weer gedekt worden door de beer. Hierom kan het dus aan te bevelen zijn om de beer even ergens apart te zetten. Gewoonlijk verloopt de bevalling vlot en binnen een kwartier zijn de jongen op de wereld. Als een jong is geboren likt de moeder het vruchtvlies open en bijt de navelstreng door. Raak de jongen niet aan, want hierdoor krijgen ze een vreemde geur en zullen ze verstoten worden! De jongen komen volkomen ontwikkeld op de wereld: behaard en met de oogjes en oortjes al open. Ook kunnen ze al snel na de geboorte lopen. Zo kunnen ze al meteen vluchten voor gevaar. Hoewel hun maag al meteen ingesteld is op vast voedsel, drinken de jongen nog ongeveer een maand bij de moeder. Hierna worden de jongen verstoten door haar en moeten ze zelf op pad.
Verschillende rassen
Gladhaar:glad haar met een lengte van ca. 3 cm. over het hele lichaam.
Gekruind:lijkt veel op de gladhaar, maar heeft een kruin op zijn kop. Komt in twee soorten: Engels en Amerikaans . Bij Engels gekruinde cavia's heeft de kruin dezelfde kleur als de rest van de vacht en bij Amerikaans gekruinde cavia's heeft de kruin juist een andere kleur dan de rest van de vacht.
Borstelhaar of abessijn:een borstelhaar heeft over het hele lichaam kruinen. De haarlengte is ca. 3,5 cm. Door alle kammen en rozetten is deze cavia minder aaibaar.
Langhaar:er zijn drie verschillende langhaarcavia's: de peruvian , de sheltie en de coronet . Peruvian: Heeft lang haar dat moet worden bijgeknipt. Op de achterhand heeft de peruvian twee rozetten. Borstelen, kammen en wassen is nodig tegen klitten en huidproblemen.Sheltie: onstaan uit de peruvian. Bij de Sheltie zijn de twee rozetten niet aanwezig. Op de snuit is korte beharing, waardoor de ogen goed zichtbaar zijn. Coronet: vrij vertaalt "gekroonde cavia". De cavia is zo genoemd door de rozet die op zijn kop zit. Verder het zelfde lange haar als de peruvian en de sheltie.
Merino:vacht van de Tessel en de kruinen van de Peruvian.
Naakt:Dit zijn haarloze cavia's en hebben dus geen vacht.
Satijn:een van de nieuwste rassen. Deze cavia heeft een holle haarschacht en hierdoor weerkaatst lichtinval terug. Het haar is net als bij de gladhaarcavia ca. 3 cm. lang.
Rex:deze cavia's zijn veelal grote cavia's die wat zwaarder zijn en wat meer tegen een stootje kunnen. De vacht lijkt op die van een teddybeer.
US Teddy:lijkt op de Rex, maar is zachter en de vacht op zijn buik is glad.
Tessel:het nieuwste caviaras in Nederland. De tessel is een kruising tussen de sheltie en de rex. De vacht is mooi gekruld en dicht ingeplant.
Alpaca:vacht is net als de Tesselcavia met een rozet op het voorhoofd
Cuye:reuze cavia die 50 cm. kan worden en 4 kg kan wegen. Een Cuye wordt ongeveer 2-3 jaar oud en is erg schuw.
Abortus/miskraam Aborteren is het verliezen van jongen. Als dit gebeurd voor de zesde week zijn er meestal geen gevolgen. Het is dan beter om de zeug weer onmiddellijk te laten dekken, want vaak gaat de volgende dracht wel goed. Abortus op een later tijdstip kan gevolgd worden door een ontsteking. Dit kan met antibioticum worden verholpen. Dit geld ook bij een baarmoederontsteking. Als de baarmoeder er uitkomt tijdens de bevalling, kan deze, mits het onbeschadigd is, weer door de dierenarts worden teruggestopt 24-02-2007 om 19:24
geschreven door mailgroep
Osteopathie is een behandelwijze die probeert de onderliggende patronen van klachten op te sporen en niet alleen de symptomen te behandelen. Dit omdat symptomen of klachten zich soms op andere plaatsen voordoen dan daar waar de oorzaak gelegen is. Dit is meteen al een van de belangrijke principes van de osteopathie, namelijk dat het lichaam in zijn totaliteit moet worden beschouwd.
In de osteopathie worden de volgende systemen gebruikt als aangrijpingspunt voor de behandeling:
Het pariëtale systeem: botten, spieren, pezen, wervelkolom, al de gewrichten
Het viscerale systeem: de organen
Het cranio-sacrale systeem: de schedelbeenderen die via de meningen en de duramater (hersenvliezen en ruggenmergsvlies) met het heiligbeen verbonden zijn.
Ontstaat er een probleem of een stoornis in een van deze systemen dan zal zich dat voortzetten in de twee andere systemen. Dit gebeurt ofwel via de mechanische weg of wel door een verminderde circulatie of door tussenkomst van het zenuwstelsel of meestal door een combinatie van eerder genoemde factoren.
Dr. Still (1828 – 1917) de grondlegger van de osteopathie zij het volgende: beweging is leven alles wat leeft stroomt. De beweging is het belangrijkste kenmerk en voorwaarde voor het leven.
Wordt de beweging en bewegelijkheid van de weefsels vermindert of beperkt, zodat bloed en lymfe niet vrij kunnen stromen ontstaat er een stuwing. Ook de zenuwvoorziening van de weefsels kan daardoor worden beïnvloed. Gevolg is een verminderde voeding en zuurstof verzorging en transport van afvalstoffen. Het weefsel verliest zijn vitaliteit en de basis voor ziekte is gelegd.
Dr. Still vatte zijn ideeën in vier grondprincipes samen:
Het menselijk lichaam functioneert als eenheid, waarin structuur, functie, psyche en geest elkaar wederkerig beïnvloeden en bepalen.
Door een complex evenwichtsysteem heeft het lichaam de neiging om in geval van ziekte over te gaan tot zelfregulering en zelfgenezing.
Arteriële regel: dat wil zeggen het adequaat reageren van de homeostasis van het lichaam ( het zoeken naar het gezonde evenwicht) is afhankelijk van de ongehinderde werking van het circulatoire en neurologische systeem.
De logische behandeling is gebaseerd op deze filosofie en principes. Zij verbetert het principe van structuur / functie in haar therapeutische en diagnostische aangrijpingspunt met behulp van manuele middelen. De osteopatische aanpak is dus holistisch en causaal.
Alle lichaamsdelen vormen een totaliteit, een fysiologische eenheid.
Verschillende structuren en functies zijn nauw met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar wederkerig. Dat betekent dat wanneer een paard op een plaats in het lichaam een stoornis heeft deze zich kan uitbreiden naar andere delen. Bijvoorbeeld een schouderprobleem kan leiden tot pijn in de schouder, maar ook tot problemen in het rechter achterbeen dat op zijn beurt een negatieve invloed kan hebben op het linker achterbeen. Of een blokkade in de hals kan weer leiden tot problemen in de voorhand.
Daarom concentreert de osteopaat zich zowel in het onderzoek als de behandeling op het totale paard. Want het paardenlichaam is intra actieve totaliteit die zich reguleert en corrigeert mits alle weefsels een perfect beweeglijkheid hebben.
Het lichaam beschikt over de mogelijkheid om zich voortdurend aan te passen en een evenwicht te creëren aan de veranderende omstandigheden. Zo is het lichaam continu bezig te reageren op de zwaartekracht, temperatuursveranderingen, afweer tegen ziektekiemen enz.
Bij een normaal evenwicht en een goede structuur en circulatie zal ziekte geen vat krijgen. Bij een probleem reageert het lichaam met adaptatie en wordt het hele lichaam gemobiliseerd om het probleem op te lossen.
Soms is de balans dusdanig verstoord dat het vraagt om hulp van buitenaf. De osteopathie kan deze hulp bieden. Door de behandeling van de bewegingsverliezen van alle structuren worden de zelfregulering en zelf genezingskrachten weer gestimuleerd en geneest het paard zichzelf.
Opdat alle organen en cellen van het hele lichaam goed functioneren is een goede circulatie van bloed, lymfe liquor noodzakelijk. Wordt deze circulatie verstoord, dan zal het betroffen orgaan of structuur verzwakken en in zijn functie verstoord raken. Gevolgen zijn lokale chemische veranderingen van de weefsels waardoor er gemakkelijker oedemen, ontstekingen en infecties ontstaan.
Is uw hond niet meer dezelfde? Artroseklachten? Algeheel futloos? Blijvende last na ongeval of operatie?
Of is uw paard kopschuw? kreupel? onwillig?
Hoewel de behandeltechnieken bij dieren kunnen verschillen, zijn er natuurlijk veel anatomische overeenkomsten. Ook honden, katten en paarden kunnen door de osteopaat goed behandeld worden.
Paardenosteopathie Het hedendaagse paard is er voor ons. Het moet echter allerlei belastingen doormaken die oorspronkelijk niet zo bedoeld zijn. Een paard is een vluchtdier dat het liefst recht toe recht aan op de loop gaat. Er worden in de verschillende onderdelen van de paardensport geheel andere en zwaardere belastingen gevraagd. Denk aan western riding, dressuur, springen en draven met een silky. Elke vorm heeft zijn eigen 'voorkeur' voor blessures. Een paard vertegenwoordigt een aanzienlijke financiële investering en tussen mens en paard bestaat een emotionele band. Bij blessures moeten de kosten worden afgewogen ten opzichte van stal- of weiderust, maar een blokkade in het lichaam wordt met rust alleen niet verholpen.
Er bestaat nauwelijks een sport waarbij twee atleten zo van elkaar afhankelijk zijn en elkaar wederzijds zo beïnvloeden. Alleen als het paard gezond is, kan het goed presteren en alleen dan heeft de ruiter er echt plezier in. Er bestaan echter tal van situaties, waarbij het plezier voor ruiter en paard minder groot is. Zo kan er sprake zijn van gezondheidsproblemen:
rug- en nekpijn slechte houding van hoofd en staart wond- en littekenweefsel verschillende vormen van kreupel zijn moeite hebben met het geven van een 'voetje' complicaties na zwangerschap bewegingsbeperking na een val of stoot (boxkant, stang in trailer) sommige vormen van ataxie Indien zich problemen voordoen is het logisch en noodzakelijk dat alle mogelijke factoren, die de oorzaak kunnen vormen, onderzocht worden. Dit leidt tot de
Holistische benadering bij paarden Tal van factoren hebben invloed op het welbevinden van een paard. Voorbeelden zijn de beweeglijkheid van de gewrichten in het lichaam, het functioneren van alle orgaan-systemen, het gebit en de voeding. Ook spelen een juiste belasting en daarmee een goed passend zadel en een in balans zittende ruiter een cruciale rol. Bij een holistische benadering wordt met al deze zaken rekening gehouden.
1. Beweeglijkheid
Allereerst wordt bekeken hoe het paard erbij staat door beoordeling van vitaliteit, kleur, glans en ontlastende houding. Er wordt gekeken naar de beweging in de drie gangen. Vervolgens worden alle gewrichten bewogen om beperkingen op te sporen. Hierbij
worden alle anatomische structuren zoals spieren, gewrichten, pezen en wervelkolom onderzocht. Verder worden ritme en uitslag van de cranio-sacrale mobiliteit beoordeeld.
Gevoeligheid van de darmen en/of blinde darm kan wijzen op een spijsverterings-probleem. Alles wat niet naar behoren beweegt, wordt een laesie genoemd. Laesies kunnen in een bepaald gebied ontstaan door verwondingen of ontstekingen, maar ook door bijvoorbeeld verminderde doorbloeding of een niet optimaal functionerend gebit. De osteopaat kan met behulp van verschillende technieken de beweeglijkheid en daarmee de doorbloeding herstellen. Hiervoor maakt hij gebruik van massage, reflextechnieken, manipulaties, fasciale en craniosacrale technieken en lymfedrainage. Door deze technieken wordt het zelfhelend vermogen aangesproken.
2. Gebit
Het hedendaagse paard leeft niet meer op de steppen en de voeding is veel zachter dan oorspronkelijk. Daardoor ontstaan er haken die de maalbeweging hinderen en het paard kan dan alleen nog op en neer kauwen.
Door het zachte voer hebben de snijtanden hun functie verloren. Het voer wordt alleen nog met de lippen gepakt en de snijtanden slijten niet meer. Omdat de snijtanden wel 3 à 4 mm per jaar groeien, wordt de kaak open gedrukt, raken de kiezen elkaar niet meer en wordt het voedsel geheel niet meer vermalen. Het gevolg hiervan is dat 30% onverteerd eten met de ontlasting naar buiten komt. Het paard moet dus meer eten om aan voldoende energie te komen. Daarbij ontstaat gevaar voor kolieken doordat het hooi niet voldoende vermalen wordt en te lange vezels een goede peristaltiek belemmeren.
Dit brengt de nodige kosten met zich mee. Ook ontstaat er een verkeerde belasting op het kaakgewricht. Dit geeft een fasciale spanning op de hoofd-hals overgang (C0-C1). Deze spanning moet door de rest van het lichaam opgevangen worden en dat veroorzaakt weer spanning op andere plaatsen en daarmee overbelasting, bijvoorbeeld kreupelheid.
Voor een goede tandheelkundige behandeling moeten eerst de snijtanden worden ingekort. Dit kan alleen onder sedatie en daarvoor is een dierenarts noodzakelijk. Verder moeten de haken geraspt worden. Het gebruik van een motorrasp is volkomen ongeschikt omdat daarmee de laatste kiezen niet bereikt kunnen worden. Bovendien wordt het maaloppervlak van de kiezen door het gebruik van een motorrasp te glad. Verder kijkt de paardentandarts natuurlijk ook naar doppen (niet uitgevallen melkkiezen) en naar problemen met wolfs- en hengsttanden. Als die problemen opleveren, kunnen ze geslepen of getrokken worden.
3. Voeding
Paarden kunnen van nature met heel weinig toe. Op de steppen is het voedsel schaars. In de winter kunnen ze leven van hout, schors en takken. In de huidige situatie is hooi over het algemeen voldoende. Vers jong gras bevat veel eiwitten waardoor het lichaam verzuurt. Dat leidt tot verminderde prestaties. Het eerste kuilgras (silage) is dan ook niet het beste. Indien krachtvoer gewenst is, geef dan niet meer dan een hand vol. De Nederlandse paarden op de Olympische spelen van 2000 in Sidney kregen alleen hooi. Voor een combinatie van haver, gerst en maïs geldt de verhouding 4:1:1. Ook van andere voeding als appels en wortels mag niet meer dan een hand vol gegeven worden, omdat die voeding vol zit met suikers die moeten worden omgezet. De buikspeekselklier (pancreas) van het paard is daartoe onvoldoende uitgerust. Verzuring van het lichaam is dan ook een vaak voorkomende oorzaak van problemen, met alle gevolgen van dien zoals stijfheid, spierpijn en kreupelheid.
4. Zadel
Het zadel is de verbinding tussen paard en ruiter. Dit moet dus goed passen, anders hebben zowel paard als ruiter er meer last van dan gemak. Als het zadel op het paard ligt moet de schouder vrij kunnen bewegen. Het zwaartepunt moet ter hoogte van de 16e borstwervel liggen. Bij de schoft moet voldoende ruimte bestaan (4 vingers) en de kamer moet breed genoeg zijn (4 vingers), zodat het paard zijn zijdelingse beweging ongehinderd kan maken. Het achterste deel moet vrij zijn van de rug. Het zadel zelf moet gelijkmatig gepolsterd zijn - niet te hard en niet te zacht - en op de rug van het paard aansluiten, anders ontstaat er een drukbelasting. Het zadel moet recht zijn, omdat een scheef zadel het paard dwingt zich scheef aan te passen.
5. Ruiter
In een optimale situatie wordt ook naar de ruiter gekeken. Indien de ruiter zelf scheef is, zal hij/zij om evenwicht te houden 'aangepast' op het zadel zitten. Dit drukt het zadel scheef met alle gevolgen voor het paard. Zoals eerder gezegd: het is het ultieme samenspel tussen twee atleten.
De osteopaat werkt het liefst samen met de dierenarts, hoefsmid, tandarts, trainer en bezitter, zodat de behandeling in goed overleg kan plaatsvinden
www.osteo-aff.concepts-ict.nl/veterinair.html
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
Is uw hond niet meer dezelfde? Artroseklachten? Algeheel futloos? Blijvende last na ongeval of operatie?
Of is uw paard kopschuw? kreupel? onwillig?
Hoewel de behandeltechnieken bij dieren kunnen verschillen, zijn er natuurlijk veel anatomische overeenkomsten. Ook honden, katten en paarden kunnen door de osteopaat goed behandeld worden.
Paardenosteopathie Het hedendaagse paard is er voor ons. Het moet echter allerlei belastingen doormaken die oorspronkelijk niet zo bedoeld zijn. Een paard is een vluchtdier dat het liefst recht toe recht aan op de loop gaat. Er worden in de verschillende onderdelen van de paardensport geheel andere en zwaardere belastingen gevraagd. Denk aan western riding, dressuur, springen en draven met een silky. Elke vorm heeft zijn eigen 'voorkeur' voor blessures. Een paard vertegenwoordigt een aanzienlijke financiële investering en tussen mens en paard bestaat een emotionele band. Bij blessures moeten de kosten worden afgewogen ten opzichte van stal- of weiderust, maar een blokkade in het lichaam wordt met rust alleen niet verholpen.
Er bestaat nauwelijks een sport waarbij twee atleten zo van elkaar afhankelijk zijn en elkaar wederzijds zo beïnvloeden. Alleen als het paard gezond is, kan het goed presteren en alleen dan heeft de ruiter er echt plezier in. Er bestaan echter tal van situaties, waarbij het plezier voor ruiter en paard minder groot is. Zo kan er sprake zijn van gezondheidsproblemen:
rug- en nekpijn slechte houding van hoofd en staart wond- en littekenweefsel verschillende vormen van kreupel zijn moeite hebben met het geven van een 'voetje' complicaties na zwangerschap bewegingsbeperking na een val of stoot (boxkant, stang in trailer) sommige vormen van ataxie Indien zich problemen voordoen is het logisch en noodzakelijk dat alle mogelijke factoren, die de oorzaak kunnen vormen, onderzocht worden. Dit leidt tot de
Holistische benadering bij paarden Tal van factoren hebben invloed op het welbevinden van een paard. Voorbeelden zijn de beweeglijkheid van de gewrichten in het lichaam, het functioneren van alle orgaan-systemen, het gebit en de voeding. Ook spelen een juiste belasting en daarmee een goed passend zadel en een in balans zittende ruiter een cruciale rol. Bij een holistische benadering wordt met al deze zaken rekening gehouden.
1. Beweeglijkheid
Allereerst wordt bekeken hoe het paard erbij staat door beoordeling van vitaliteit, kleur, glans en ontlastende houding. Er wordt gekeken naar de beweging in de drie gangen. Vervolgens worden alle gewrichten bewogen om beperkingen op te sporen. Hierbij
worden alle anatomische structuren zoals spieren, gewrichten, pezen en wervelkolom onderzocht. Verder worden ritme en uitslag van de cranio-sacrale mobiliteit beoordeeld.
Gevoeligheid van de darmen en/of blinde darm kan wijzen op een spijsverterings-probleem. Alles wat niet naar behoren beweegt, wordt een laesie genoemd. Laesies kunnen in een bepaald gebied ontstaan door verwondingen of ontstekingen, maar ook door bijvoorbeeld verminderde doorbloeding of een niet optimaal functionerend gebit. De osteopaat kan met behulp van verschillende technieken de beweeglijkheid en daarmee de doorbloeding herstellen. Hiervoor maakt hij gebruik van massage, reflextechnieken, manipulaties, fasciale en craniosacrale technieken en lymfedrainage. Door deze technieken wordt het zelfhelend vermogen aangesproken.
2. Gebit
Het hedendaagse paard leeft niet meer op de steppen en de voeding is veel zachter dan oorspronkelijk. Daardoor ontstaan er haken die de maalbeweging hinderen en het paard kan dan alleen nog op en neer kauwen.
Door het zachte voer hebben de snijtanden hun functie verloren. Het voer wordt alleen nog met de lippen gepakt en de snijtanden slijten niet meer. Omdat de snijtanden wel 3 à 4 mm per jaar groeien, wordt de kaak open gedrukt, raken de kiezen elkaar niet meer en wordt het voedsel geheel niet meer vermalen. Het gevolg hiervan is dat 30% onverteerd eten met de ontlasting naar buiten komt. Het paard moet dus meer eten om aan voldoende energie te komen. Daarbij ontstaat gevaar voor kolieken doordat het hooi niet voldoende vermalen wordt en te lange vezels een goede peristaltiek belemmeren.
Dit brengt de nodige kosten met zich mee. Ook ontstaat er een verkeerde belasting op het kaakgewricht. Dit geeft een fasciale spanning op de hoofd-hals overgang (C0-C1). Deze spanning moet door de rest van het lichaam opgevangen worden en dat veroorzaakt weer spanning op andere plaatsen en daarmee overbelasting, bijvoorbeeld kreupelheid.
Voor een goede tandheelkundige behandeling moeten eerst de snijtanden worden ingekort. Dit kan alleen onder sedatie en daarvoor is een dierenarts noodzakelijk. Verder moeten de haken geraspt worden. Het gebruik van een motorrasp is volkomen ongeschikt omdat daarmee de laatste kiezen niet bereikt kunnen worden. Bovendien wordt het maaloppervlak van de kiezen door het gebruik van een motorrasp te glad. Verder kijkt de paardentandarts natuurlijk ook naar doppen (niet uitgevallen melkkiezen) en naar problemen met wolfs- en hengsttanden. Als die problemen opleveren, kunnen ze geslepen of getrokken worden.
3. Voeding
Paarden kunnen van nature met heel weinig toe. Op de steppen is het voedsel schaars. In de winter kunnen ze leven van hout, schors en takken. In de huidige situatie is hooi over het algemeen voldoende. Vers jong gras bevat veel eiwitten waardoor het lichaam verzuurt. Dat leidt tot verminderde prestaties. Het eerste kuilgras (silage) is dan ook niet het beste. Indien krachtvoer gewenst is, geef dan niet meer dan een hand vol. De Nederlandse paarden op de Olympische spelen van 2000 in Sidney kregen alleen hooi. Voor een combinatie van haver, gerst en maïs geldt de verhouding 4:1:1. Ook van andere voeding als appels en wortels mag niet meer dan een hand vol gegeven worden, omdat die voeding vol zit met suikers die moeten worden omgezet. De buikspeekselklier (pancreas) van het paard is daartoe onvoldoende uitgerust. Verzuring van het lichaam is dan ook een vaak voorkomende oorzaak van problemen, met alle gevolgen van dien zoals stijfheid, spierpijn en kreupelheid.
4. Zadel
Het zadel is de verbinding tussen paard en ruiter. Dit moet dus goed passen, anders hebben zowel paard als ruiter er meer last van dan gemak. Als het zadel op het paard ligt moet de schouder vrij kunnen bewegen. Het zwaartepunt moet ter hoogte van de 16e borstwervel liggen. Bij de schoft moet voldoende ruimte bestaan (4 vingers) en de kamer moet breed genoeg zijn (4 vingers), zodat het paard zijn zijdelingse beweging ongehinderd kan maken. Het achterste deel moet vrij zijn van de rug. Het zadel zelf moet gelijkmatig gepolsterd zijn - niet te hard en niet te zacht - en op de rug van het paard aansluiten, anders ontstaat er een drukbelasting. Het zadel moet recht zijn, omdat een scheef zadel het paard dwingt zich scheef aan te passen.
5. Ruiter
In een optimale situatie wordt ook naar de ruiter gekeken. Indien de ruiter zelf scheef is, zal hij/zij om evenwicht te houden 'aangepast' op het zadel zitten. Dit drukt het zadel scheef met alle gevolgen voor het paard. Zoals eerder gezegd: het is het ultieme samenspel tussen twee atleten.
De osteopaat werkt het liefst samen met de dierenarts, hoefsmid, tandarts, trainer en bezitter, zodat de behandeling in goed overleg kan plaatsvinden
www.osteo-aff.concepts-ict.nl/veterinair.html
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
Bezige bijen door zachte winterweer Aantal imkers stijgt de jongste jaren, ook in de steden
Roeselare - Het zachte winterweer haalt de bijen vroeger dan normaal uit hun winterrust. ,,Samen met de flora die in bloei komt. Het is eind februari en de bijen keren al naar hun kasten terug met stuifmeel aan hun pootjes'', bevestigt imker Henri Tilleman.
Bijen vliegen uit als de thermometer een twaalftal graden Celsius haalt. Dat is meestal rond begin april het geval. Het is nu al zo warm en dus ontdek je nu al bijen in de tuin, op zoek naar stuifmeel. Deze drukte zo vroeg in het jaar is geen probleem. Maar ik hoop dat we dit voorjaar dan geen reeks koude dagen meer krijgen. Dat zou de voortplanting kunnen verstoren. Mooi weer is ook belangrijk voor een goede honingproductie. Op dat vlak ziet het er voorlopig goed uit. Maar het mag niet té droog worden'', weet imker Henri Tilleman.
De voorzitter van De Mandelbie woont in een Roeselaarse woonwijk. De moderne imkerij is niet langer het alleenrecht van plattelandsbewoners. ,,Het aantal imkers in de steden ging er de jongste jaren duidelijk op vooruit'', bevestigt Henri Tilleman. ,,Voor veel mensen is het de ideale manier om een stukje natuur in het stadsleven te integreren. Ook meer vrije tijd en de groeiende aandacht voor gezondheid en voeding spelen een rol. In tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten, levert een bijenvolk dat in de stad actief is doorgaans meer honing dan op het platteland. Op de buiten vermindert het aantal wilde bloemen, bossen en struiken. De monocultuur in de land- en tuinbouw, het gebruik van gewasbeschermende producten of onkruidbestrijders is daar niet vreemd aan.''
Minder steeklust
,,In de stad is weliswaar minder groen dan op het platteland, maar doordat almaar meer steden stadsparken en groene pleinen aanleggen, is er een inhaalbeweging bezig. Daarbij wordt een bredere plantenvariatie aangeplant. Bovendien zorgt de aanplanting van vooral lindebomen, wilde kastanjebomen of acacia's ervoor dat de aanmaak van honing bijna het hele seizoen doorgaat. Imkers zijn dan ook heel blij als de lokale overheid kiest voor deze boomsoorten bij de aanleg van een groene oase.''
Niet alleen de flora is sterk veranderd. Ook de bijen zijn niet meer dezelfde als weleer. ,,Door de verstedelijking zijn de buren nooit ver weg. Bijen die om de haverklap de buurt op stelten zetten, passen niet meer in onze samenleving. De moderne imkerij houdt daarom een zachtaardige bij met minder steeklust en aangepast aan ons klimaat.''
,,Een goede imker moet er ook voor zorgen dat de bijen voldoende ruimte hebben in de kast. Als er overbevolking dreigt, gaan de bijen uitzwermen en kunnen ze voor overlast zorgen. De moderne imkerij vraagt duidelijk om opleiding. Een hobbyist zonder professionele kennis loopt vroeg of laat tegen de lamp'', besluit Henri Tilleman.
In het Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT), Zuidstraat 25 start op zaterdag 3 maart een cursus beginnennd imker. Tien lessen telkens van 9 tot 12 uur. Info: henri.tilleman@telenet.be of pclt@skynet.be
Herwig Willaert23/02/2007
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
22-02-2007: Dieren, met uitzondering van ons eigen mensenras, werden lang voor domme eetbare zool versleten. Honden zijn rechtlijnig trouw; papegaaien konden slechts nabootsen en geen enkel ander dier vertoont intelligentie. Mens als kroon op de schepping, u kent het fabeltje wel... Ook de God uit de christelijke bijbel vertelt dat dieren er slechts zijn als instrument van de mens. Als Hij het al zegt; wie zijn wij als kroon dan? Het antwoord is eenvoudig: zoekend en onwetend. Een kroon zijn is ook niet alles...
Een kort artikel uit een oude Kijkgeeft u misschien een indruk waat ik naartoe wil. Leest u even mee?
Vogels hebben niet een aangeboren talent om mooi te zingen. Nieuw onderzoek toont aan dat ze heel precies naar hun eigen gefluit luisteren om het helemaal goed te ‘tunen’.
Ornithologen gebruiken vaak het geluid van een vogel om te kunnen identificeren om welke soort het gaat. Studie van de Universiteit van Californië in San Francisco toont aan dat zangvogels niet zijn voorgeprogrammeerd met een specifiek geluid, maar dit tijdens hun leven ontwikkelen.
Na hun geboorte beginnen de vogels met een soort ‘fluiterig’ gebrabbel. Ze verbeteren hun zangkwaliteiten met de hulp van een leraar. Wanneer ze eenmaal een eigen geluid hebben ontwikkeld gebruiken ze dit om hun territorium af te bakenen of een soortgenoot te verleiden. Kleine verschillen in de melodie onderscheidt de ene zangvogel van de andere. En het kost ze dan ook veel moeite om hun eigen sound hun hele leven vast te houden.
Om tot deze conclusies te komen hebben de wetenschappers verschillende proeven met zangvogels gedaan. Eén hiervan was het niet laten functioneren van het gehoor. Hieruit bleek dat na een tijdje het geluid van de vogel steeds verder afweek van het oorspronkelijke deuntje.
Volgens de onderzoekers gebruiken vogels dezelfde manieren om hun geluid te produceren en terug te horen als wij. De resultaten van hun studie kunnen hierdoor nieuw licht werpen op het onderzoek naar stotteren bij mensen.
(JvdK, 25-09-2006)
Met andere woorden: vogels zijn slim of leren hoe dan ook van situaties op een manier die van een zelfbeeld spreekt. Vooralsnog houd ik het even bij één soort vogel: de papegaai.
Jaco kon uw kind zijn.
Ander onderzoek uit 2006 wijst uit dat papegaaien ook al veel slimmer zijn dan gedacht. Daar kwam men achter door bijna 30 jaar de hersenactiviteit van de Afrikaanse grijze roodstaart papegaai te observeren. Niet voor niets dat die Jaco's bijna zijn uitgestorven. Hoe dan ook blijken de communicatieve vaardigheden van de papegaai overeen te komen met die van een tweejarig kind. Op het gebied van rekenen en herkennen van kleuren en vormen valt zelfs een vergelijking te maken met een kind van vijf á zes jaar. "De allerslimste van de drie vogels waarmee Pepperberg de jongste tijd werkte, de 29-jarige Alex, kan zeven verschillende kleuren benoemen, vijf vormen onderscheiden en tot vijf tellen. Hij herkent, vraagt of weigert zo'n 1000 verschillende voorwerpen en doet ook veel meer dan napraten," aldus de nieuwssite Het Laatste Nieuws.
Humor vereist intelligentie?
Men zegt wel eens dat slechts slimme mensen in staat zijn tot humor; dat het iets te maken heeft met snel schakelen en het associatief vermogen. Wat dan te denken van een moppen tappende papegaai? Alweer een Afrikaanse grijze roodstaart papegaai is in staat om 950 woorden te herkennen en gebruiken.
"Hij formuleert zelfstandig woorden en zelfs hele zinnen als hij met nieuwe situaties wordt geconfronteerd waarin zijn vocabulaire nog niet voorziet. Toen een andere papegaai ondersteboven aan z´n stokje hing riep het beest z´n baasje toe om even snel een fototoestel te pakken. Later lieten de onderzoekers de gevleugelde grappenmaker een foto zien van een dierenverzorger met een aap op z´n arm. Toen daarna de verzorger, nu zonder aap, kwam binnenlopen vroeg de wondervogel waar de verzorger z´n aap had gelaten," aldus Fok.nl.
De grote vraag?
Dit is natuurlijk slechts deel 1. In een volgend deel breng ik u een verzamelijk van leuke dierenmanieren die tonen dat dieren soms menselijker zijn dan u denkt. De grote vraag is: hoe menselijk precies?
Mensen vinden dit een vies gezicht. Maar ontlasting bevat nog voeding. Hoe eiwitrijker de ontlasting des te lekker deze voor de hond is. Bovendien zijn konijnenkeutels en paardenmest rijk aan de vitaminen B, C en K.
Poep eten is dus niet ongezond, mits de ontlasting niet van een ziek dier is. De hond kan wel met het eten van ontlasting van andere dieren zich besmetten met eieren van wormen. Voor Bobtails, Canadeze herdershonden, Collies en Shelties is het ook beter dat in de paardenmest niet het wormdodend middel ivermectine zit.
Hoe onfris het er ook uit ziet, een hond eet poep voor de lekkere trek en kan hier dik van worden.
Poep eten kan
een aangeleerd gedrag zijn,
een vorm van aandacht vragen zijn,
een uiting van verveling zijn,
een uiting van stress zijn,
ten gevolge van een extreem hongergevoel na castratie of 'sterilisatie',
ten gevolge van een extreem hongergevoel door bepaalde medicijnen (b.v. corticosteroïden, phenobarbital of valium) of
soms een lichamelijk oorzaak hebben.
Voorbeelden van een lichamelijke oorzaak zijn:
hormonale stoornissen in de bijnieren (de ziekte van Cushing), de schildklieren (hyperthyreoïdie) en de alvleesklier ( suikerziekte ),
een tekort aan eiwitsplitsende enzymen van de alvleesklier,
aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel (b.v. een hersentumor).
Wat te doen tegen het eten van poep?
Zorgen dat de hond er niet bij kan, dus aan de lijn uitlaten. En als de hond los loopt er goed op letten, dat niet stiekem gesnoept wordt. Vooral goed opletten, dat ù het lekkers eerder ziet. En de hond direct aanlijnen zónder dat deze de kans krijgt er een hapje van te nemen. Het duurt maanden, eer uw hond zijn snoepgewoonten verandert.
Ook wordt wel geprobeerd uitwerpselen, die men straks met de hond gaat passeren, tijdens het uitlaten onaangenaam te maken door er bijvoorbeeld zout of een misselijkheid oproepende stof (LiCI) tevoren in aan te brengen, zodat 'voedselvermijdingsleren' kan optreden.
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
Glasvleugelvlinder (Jeedeeke, en vertaling van Cis-ka)
Glasvleugelvlinder
Leeft in Zuid-Amerika
Vlinders met doorzichtige vleugels zijn zeldzaam en prachtig. De regenwoudspecialisten beschouwen de aanwezigheid van deze zeldzame vlinder, die even breekbaar is als fijn geblazen glas, als een duidelijke ecologische aanwijzing dat het leefmilieu waarin hij leeft een hoog habitatniveau heeft, en zijn dood waarschuwt hen voor ecologische veranderingen.
De lichtdoorlatende vleugels van de glasvleugelvlinder rivaliseren met de verfijnde schoonheid van glasramen, wanneer de zon hen doet schitteren in hun glimmende turkooise, oranje, groene of rode pracht.
Mooi dingen moeten niet kleurvol zijn om opgemerkt te worden; dat wat in het leven onopgemerkt blijft heeft de grootste kracht. (Tekst vertaald door onze mentor Cis-ka uit het engels). Klik op het plaatje om het groter te zien.
Hier zie je hem nog eens Het is de atlapetes latinuchus yariguierum of ook Yariguiesvink genoemd , een nieuwe ondersoort van de atlapetes latinchus (oef wat een naam!!!)
Olifant niet van de grond door menselijk haar (Cis-ka)
Olifant niet van de grond door menselijk haar
In Taiwan is het plan om een olifant op te tillen met menselijk haar niet doorgegaan omdat er te veel protest op kwam. Het museum voor technologie en wetenschap heeft meer dan 6.000 euro gespendeerd om 1,6 miljoen haren aan elkaar te knopen tot een touw dat 8 ton kon optillen.
Het was de bedoeling om de olifant op te tillen zodat hij op een platform kon gaan staan. Omdat er veel protest opkwam, heeft de Zoo besloten het op een andere manier aan te pakken.
(HLN)
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
De optimale groei van puppies van grote rassen (Cis-ka)
De optimale groei van puppies van grote rassen
Vergeleken met andere diersoorten en de mens vertoont het groeiproces bij honden in een relatief korte tijd opmerkelijke veranderingen. In het bijzonder bij grote rassen is de groei in de lengte (groei van lange botten) spectaculair. Op de leeftijd van 16 tot 18 maanden hebben deze honden hun uiteindelijke lichaamsomvang (niet hun uiteindelijke gewicht) bereikt.
Kouros, onze hond, net volwassen geworden.
Groeischijven
De groei van botten in de lengte vindt plaats in de groeischijven. De botten groeien niet willekeurig, maar alleen in deze groeischijven van kraakbeen, die zich bevinden aan de uiteinden van de botten. Tijdens het groeiproces wordt het kraakbeen gemineraliseerd en omgezet in bot. Dit proces gaat door totdat het bot zijn uiteindelijke lengte heeft bereikt.
Verstoringen die zich tijdens dit proces kunnen voordoen leiden tot skeletaandoeningen die kreupelheid en misvorming van botten tot gevolg hebben. In de meeste gevallen doen deze aandoeningen zich voor in de schouder- en ellebooggewrichten. Ook het kniegewricht, het enkelgewricht en het heupgewricht kunnen worden aangetast.
Een Shar Pei met zijn rechter pootje die niet helemaal recht groeit.
Skeletaandoeningen
Onderzoek bij honden van grote rassen in Zweden, de Verenigde Staten, Duitsland, Australië en Nederland heeft aangetoond dat deze aandoeningen het gevolg zijn van abnormale ontwikkeling van het kraakbeen in het gewricht. Deze aandoening bij honden staat bekend als osteochondrose (OC) of osteochondritis dissecans (OCD). Aan de andere kant kan overbelasting van de gewrichten door een te hoog gewicht eveneens tot problemen leiden. Het bekendste voorbeeld hiervan is heupdysplasie (HD).
Erge heupdysplasie bij een dobberman van 6 jaar oud.
Osteochondrose (OC) en heupdysplasie (HD) zijn aandoeningen die zich ontwikkelen tijdens de groei. Ze zijn erfelijk van aard en kunnen worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals trauma. HD wordt gekenmerkt door een slecht in elkaar passend heupgewricht, door de vorm van de dijbeenkop of van de kom of van beide. Wanneer een hond geen HD heeft wanneer zijn skelet volgroeid is, zal hij dit nooit krijgen. In het geval dat een hond HD heeft, maar dit niet gediagnosticeerd is toen hij nog jong was, kan dit later gediagnosticeerd worden aan de hand van de daarop volgende artrose. Hetzelfde geldt voor OCD.
In verscheidene studies (waarbij genetische invloeden werden uitgesloten), is aangetoond dat bij opgroeiende puppies een relatief hoog gewicht door overmatige voeding (de puppy is te zwaar ten opzichte van het gewicht dat hij gezien zijn leeftijd zou moeten hebben) een aanzienlijke toename van klinische HD tot gevolg heeft. Een puppy slank grootbrengen geeft een significant resultaat en vanuit orthopedisch gezichtspunt heeft een slanke puppy de voorkeur boven een zwaarlijvige puppy. Overmatig gewicht veroorzaakt misvorming van het heupgewricht (in feite: verhoogt het het risico van HD). De algehele omvang (hoogte aan de schouder) wordt niet beïnvloed door de puppy zo te voeden dat hij slank blijft. Niet de omvang van de puppy groeit langzamer, maar het lichaamsgewicht, wat beter is.
Het risico van een te hoge calciuminname
Calcium is nodig voor de ontwikkeling van gezond botweefsel. Uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat calcium de grootste risicofactor is voor de ontwik-keling van OCD. Een te hoge calciuminname verhoogt het risico van de ontwik-keling van klinische aandoeningen bij de hond. Overmatige calciuminname kan zich voordoen a) wanneer calciumsupplementen worden toegevoegd aan een complete en uitgebalanceerde voeding, b) wanneer het dier een complete voeding met een te hoog calciumgehalte krijgt of c) wanneer de eigenaar teveel calcium toevoegt aan een door hemzelf bereide voeding. Toevoeging van calcium aan complete en uitgebalanceerde voedingen dient onder alle omstandigheden vermeden te worden, omdat de hoeveelheid calcium in deze voedingen zorgvuldig is gereguleerd.
Het gevaar van een te hoog caloriegehalte
De ontwikkeling van heupdysplasie (HD) is niet gerelateerd aan de groei van botten in de lengte, maar wordt in hoge mate beïnvloed door voeding. Overmatige voeding (calorieën) tijdens de groei heeft een groter risico op de ontwikkeling van HD tot gevolg. Dit wordt veroorzaakt door de snelle toename van het lichaamsgewicht en het relatief onvolgroeide skelet dat dit lichaamsgewicht moet dragen.
Bij de geboorte bestaat het skelet grotendeels uit kraakbeen, dat geleidelijk wordt omgevormd tot bot. In vergelijking met bot is kraakbeen flexibel en kan en zal van vorm veranderen wanneer dit wordt belast. Wanneer het onvolgroeide skelet, en dus het onvolgroeide heupgewricht, overbelast wordt door het overmatige lichaamsgewicht van de hond (ten opzichte van zijn leeftijd), bestaat het gevaar dat de vorm van zijn heupgewrichten zich daaraan aanpast, wat dysplasie tot gevolg heeft.
HD is echter een erfelijke ziekte en wanneer de genen niet voorkomen in de foklijn, zal een overmatig lichaamsgewicht voor een gegeven leeftijd nooit HD tot gevolg hebben. Aan de andere kant is aangetoond dat, wanneer in de foklijn het risico van HD bestaat, overmatig voeden van de puppy de frequentie en de ernst van de aandoening sterk kan verhogen.
Hetzelfde geldt voor het relatieve risico van OCD en de groep aandoeningen die elleboogdysplasie (ED) genoemd worden. Een te snelle toename van het lichaamsgewicht verhoogt het risico dat deze aandoeningen zich voordoen. Evenwichtige groei in samenhang met een gereguleerde toename van het lichaamsgewicht geeft een optimaal eindresultaat: een gezonde, fitte hond. De juiste dagelijkse hoeveelheid voeding verzekert dat de hond zijn uiteindelijke omvang als volwassen hond bereikt en een optimale lichamelijke conditie verkrijgt.
Het eiwitgehalte heeft geen invloed
Onderzoek naar de groei van de Duitse Dog (Nap RC, Nederland) heeft aangetoond dat het eiwitgehalte in een voeding geen significante invloed heeft op de ontwikkeling van het skelet. Een hoge eiwitinname heeft geen verhoogd risico op de ontwikkeling van OCD of HD tot gevolg en heeft geen invloed op de lengtegroei van bot.
Speciale voeding voor de groei
Gegeven de hoge mate van skeletaandoeningen bij honden van grote rassen, is het goed nieuws dat er voeding beschikbaar is die speciaal is samengesteld om te voorzien in de behoeften van snel groeiende puppies van grote rassen. In deze producten zijn de resultaten van de laatste studies verwerkt, waarin calcium is aangewezen als de grote risicofactor in de voeding van grote rassen en ook verlaging van de algehele energie-inname wordt aanbevolen om gereguleerde groei te bewerkstelligen. Eukanuba Puppy & Junior Grote Rassen is speciaal samengesteld om de hond een lager caloriegehalte en een aangepaste verhouding tussen calcium en energie te bieden om een gezonde groei te ondersteunen. Deze voeding geeft iedere puppy van een groot ras optimale voedingsondersteuning!
Vegetarische kost voor onze honden en katten? (Cis-ka)
Vegetarische kost voor onze honden en katten?
Honden en katten zijn van oorsprong vleeseters. Kunnen we er vegetariërs van maken? Die vraag heeft al tot verhitte discussies geleid tussen de aanhangers van vegetarische en veganistische voeding en mensen die vinden dat een vleeseter een vleeseter moet blijven.
Spijsverteringsstelsel van de honden en katten
Honden en katten zijn vleeseters en hun spijsverteringsstelsel is op dat vleesdieet ingesteld. De darmtransit verloopt sneller dan die van planteneters en hun maag verschilt compleet van het echte « gistingsvat » bij de herkauwers, dat helpt om plantaardige stoffen te verteren. Vleeseters hebben bovendien een pancreas die de enzymen produceert die nodig zijn om de spiervezels en de vetten van hun prooien doeltreffend te verteren. De kat is trouwens uit pure noodzaak een vleeseter, want in zijn vleesdieet zitten stoffen die zijn lichaam niet kan aanmaken en die in groenten en granen niet of slechts in te kleine hoeveelheden voorkomen. Het gaat hier meer bepaald om de aminozuren « taurine », « carnitine » en « arginine », sommige essentiële vetzuren en vitamine A et B. In de natuur voeden honden en katten zich dus hoofdzakelijk met dierlijke prooien. Daarnaast krijgen ze ook een beetje groenvoer binnen, de planten die zich namelijk in de maag van hun prooien bevinden.
Voorkeur van honden en katten
De eetgewoonte die poesjes en pups zich meteen na het spenen toe-eigenen, beïnvloedt hun voedingsvoorkeuren als ze volwassen zijn. Als ze een welbepaalde voeding gewend zijn, nemen ze over het algemeen elke dag met datzelfde dieet genoegen, hun leven lang. Als je daarvan uitgaat, zou je kunnen denken dat de honden en katten die gewend zijn om vegetarische voeding te krijgen, ook zonder dierlijke vetten en eiwitten best wel tevreden zullen zijn. Maar er is nog het aspect gezondheid, en tot dusver heeft nog geen enkele studie bewezen dat een hond of een kat vegetarische of veganistische voeding geven onschadelijk is voor hun gezondheid!
Vegetarische voeding: vermijd tekorten!
Honden en katten die vegetarisch of veganistisch eten, moeten absoluut voedingssupplementen krijgen waarin essentiële veturen, aminozuren en vitamines zitten. Die stoffen hebben ze nodig en zitten niet in groenten en/of graanproducten. Studies hebben aangetoond dat sommige in de handel te krijgen vegetarische producten voor honden en katten voedingstekorten en gezondheidsproblemen veroorzaken. Regelmatige controle van de urine van de dieren is bovendien heel belangrijk, want een vegetarisch dieet bevat minder eiwitten dan een dieet met vlees. Het gevolg is dat de zuurtegraad van de urine van deze vleeseters gaat dalen, wat dan weer de vorming van urinekristallen bevordert. Deze laatste kunnen een blaasontsteking en een obstructie van de urinewegen veroorzaken.
20/02/2007 Anne Pensis, dierenarts
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
GENT - De hondentoiletten zijn een groot succes in Gent. Verspreid over Gent zijn er al honderddertig. Er ligt nog een wachtlijst voor honderdentien plekken in de stad. ,,Het kan alleen als er meer personeel komt'', zegt Tom Balthazar (SP.A), de bevoegde schepen.
Het is niet eens zolang geleden dat je in Gent nauwelijks over een trottoir of een grasveld kon lopen of je dreigde in een hondendrol te trappen. Iedereen kan zien en vooral ervaren dat er heel wat minder drollen op straat liggen.
Uit onderzoeken naar onveiligheid bleek dat hondenpoep een van de grote ergernissen van veel mensen was. Het is dan ook geen pretje je schoenzool te moeten proper schrepen nadat je in een drol bent getrapt.
Het eerste hondentoilet werd in oktober 1998 opengeblaft. De Rabotwijk kreeg de primeur. Stelselmatig werden nieuwe hondentoiletten en ook loopweides geopend. Vooral in de negentiende-eeuwse gordel en in diverse deelgemeenten werden heel wat hondentoiletten geopend.
In maart 2005 waren er 130 toiletten die zes op zeven dagen worden gereinigd. Een ploeg van zes milieubuurtwerkers is daar mee bezig.
Opruimen
Jaarlijks houden die toiletten ongeveer 20.700 kilogram hondenpoep van de straten. Naar schatting zijn er twaalfduizend honden in Gent.
Bij aanvang van het project werden 24.000 drollen op straat geteld. Dat is met duizenden verminderd. Ook zijn hondenbaasjes verplicht de drollen die hun lievelingen op straat achterlaten op te ruimen. Anders kun je worden beboet.
Toenmalig schepen van Milieu Lieven Decaluwé (Spirit) zei toen dat er geen geld meer was voor het onderhoud van bijkkomende plekken. De expansie viel stil.
De nieuwe schepen van Milieu, Tom Balthazar, wordt nu geconfronteerd met de aanvragen voor 110 nieuwe hondentoiletteen. ,,Geregeld komen er vragen voor nieuwe hondentoiletten. Zonder bijkomend personeel is het niet mogelijk. De ploeg die nu aan de slag is, kan er geen werk bijnemen.''
xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />Wandelen met de hond is toch heerlijk. Oké soms heb je misschien geen zin maar het is altijd gezond voor je. Dus als je je er even overheen zet, is het echt zo erg nog niet. Zeker niet als je eenmaal aan het wandelen bent. Minimaal drie keer per dag zo'n twintig minuutjes. Dat is wat onze Angel krijgt... soms wat meer en soms wat minder. Het hangt ook een beetje van haar eigen bui af en of we gebald of geskeelerd met haar hebben. Dan heeft die gekke hond meer dan genoeg energie kwijt gekund, geloof me maar. Soms is het voor wat oudere mensen niet meer mogelijk om lange wandelingen te maken of soms zijn mensen gewoon lui. Vergeet dan niet dat je hond wel zijn energie kwijt moet kunnen en investeer je geld in een honden loopband. Op die manier hoef jij niet de deur uit maar krijgt je hond toch de nodige beweging. Ik persoonlijk vind het verschrikkelijk hoor. Dat arme beest moet lekker vrij kunnen rennen, ravotten, met andere honden spelen en lekker achter de bal aankunnen. Waar men in Japan al niet oplossingen voor bedenkt. Onvoorstelbaar... oh ennuh... als je hem wilt bestellen mag je wel eerst je Japans even bijspijkeren Bron: Honden.Blogo.nl
xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />Reizen met je huisdier binnen de Europese Unie is sinds oktober 2004 gemakkelijker geworden.De Europese Unie heeft een beslissing goedgekeurd voor een verplicht paspoort dat elke hond, kat of fret moet vergezellen die zich binnen de lidstaten verplaatst (met uitzondering van Ierland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk).Dit paspoort is een diergeneeskundig document en vervangt het oude vaccinatieboekje.
In België zal het paspoort ook steeds meer gebruikt worden binnen de eigen landsgrenzen, dit is als identificatiebewijs en als registratie van de honden.Voor de katten en de fretten is het paspoort enkel noodzakelijk als je buiten België reist.
Wat bevat het?
Naast alle gegevens van de eigenaar en de beschrijving van het dier levert het paspoort het bewijs dat het beest gevaccineerd geweest is tegen hondsdolheid, (dit moet duidelijk door de dierenarts vermeld worden dat het dier antistoffen heeft tegen hondsdolheid) en dat het geïdentificeerd is (via een microchip ingeplant onder de huid, door de dierenarts).
Het kan ook inlichtingen bevatten over andere vaccinaties, ook degene die niet verplicht zijn, alsook informatie over de algemene medische toestand en eerdere ingrepen van het beest.
Het paspoort wordt afgeleverd op het ogenblik van de identificatie ofwel bij de vaccinatie tegen de hondsdolheid en deze kan enkel plaatshebben na de controle van de identificatie van het dier.
In de praktijk:
Geef uw paspoort aan de bevoegden, die zullen je dier scannen om te zien of het nummer van de chip overeenkomt met het nummer dat op het paspoort staat.Aan de jonge dieren die nog niet gevaccineerd mogen worden, wordt toegestaan dat ze reizen zonder deze vaccinatie.
Waar is het geldig?
In alle lidstaten, uitgezonderd in het Verenigd Koninkrijk, in Ierlanden in Zweden waar de nationale wetgeving nog van toepassing is.De niet E.U. buurlanden (zoals Zwitserland of Noorwegen) waar de situatie tegenover hondsdolheid dezelfde is als die in de Europese Unie passen dezelfde regels toe als ons.
Uitzonderingen:
Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden laten eerst een test ondergaan die meet hoeveel antistoffen je dier heeft aangemaakt en dit meerdere maanden na zijn vaccinatie, vooraleer ze toe te laten op hun grondgebied.Deze test controleert de doeltreffendheid van de inenting.
Het Verenigd Koninkrijk en Ierland eisen daarboven nog een behandeling tegen teken en wormen.Zweden gebruikt verschillende procedures afhankelijk van het land van herkomst.Aarzel niet om informatie in te winnen bij de ambassade.
En voor de dieren afkomstig uit een land buiten de Europese Unie?
Dieren uit landen waar hondsdolheid nog heerst, moeten 3 maanden voor hun verplaatsing eerst een test ondergaan.Voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden wordt de afzondering gehandhaafd.In landen waar geen hondsdolheid is of waar ze onder controle is, is de vaccinatie de enigste vereiste.Voor het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Ierland wordt een onderzoek vereist zes maanden voor de verplaatsing.
De honden moeten bovenop de identificatie en de vaccinatie verplicht geregistreerd worden bij de BVIRH (Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie voor Honden).
Waarom is de registratie nuttig?
Om je hond terug te kunnen bezorgen na verlies of diefstal
Om te bewijzen dat de hond je toebehoort
Om de persoon die je de hond verkocht terug te vinden
Om de hondenhandel makkelijker te kunnen controleren
Wat moet je doen?
Als je een dier adopteert, laat het identificeren (door een chip) en indien het een hond is, laat het dan ook registreren bij de BVIRH, vòòr de leeftijd van 4 maanden (documenten geleverd door de fokker of de dierenarts).Indien jij je dier aan een derde persoon wenst te geven en het is nog niet geïdentificeerd (en geregistreerd voor de honden), moet je het zo snel mogelijk laten doen.
Als je hond geregistreerd is na 07/06/04, moet je in het bezit zijn van een paspoort.
P.s.: Vergeet niet alle wijzigingen in verband met je hond aan de BVIRH te melden: adres, overlijden, verlies of diefstal.
Papieren niet in orde?
Neem dit ernstig aan.Volgens het land kan je dier afgenomen worden, in quarantaine gezet worden of teruggestuurd worden naar het land van herkomst.In de ernstige gevallen kan het dier geëuthanaseerd worden.De kosten zijn ter jouw laste.
Controleer de chip voor je vertrekt.De chip kan beschadigd zijn en het wordt onmogelijk om het te scannen.Bovendien kunnen de Europese scanners niet alle chips van buiten Europa lezen.Prettige vakantie!
(huisdierinfopunt)
We zijn er voor, door en met elkaar ! http://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/
Er wordt nogal eens gezegd: "een kat is meer gehecht aan het huis dan aan z'n baasje" . Gelukkig is dit niet helemaal waar maar het geeft wel aan hoe katten zich aan hun woonomgeving hechten! Een kat moet liefst 2 weken binnen blijven in zijn nieuw huis, zodat hij helemaal gewend is, voordat hij naar buiten mag gaan.
We verhuizen naar een woning met tuin Nadat uw kat minimaal 2 weken binnen is geweest mag hij voor het eerst naar buiten. Het beste tijdstip is een 1/2 uur voordat hij z'n eten krijgt zodat als u hem roept hij weer snel naar binnen komt. Blijf wel de eerste paar keer dat hij naar buiten gaat bij hem om een oogje in het zeil te houden.
Sommige katten doen alsof het de normaalste gang van zaken is dat ze naar buiten gaan. Mocht uw kat erg onzeker zijn dwing hem dan niet om naar buiten te gaan. Laat dan ook altijd de deur op een kiertje staan zodat hij weer snel naar zijn vertrouwd plekje kan gaan. U kunt uw kat in het begin ook aan een riempje in de tuin uit laten. Laat hemechter nooitalleen in de tuin achter. Met riempjes zien we op de kliniek erg veel problemen.
Laat uw kat chippen! Bij uw dierenarts kunt u bij uw kat een microchip laten aanbrengen met een uniek identificatienummer meer info
Katten kunnen zich niet goed verdedigen tegenover andere katten en ze kunnen zichzelf ophangen. Met de zogenaamde "veilige" tuigjes zien we ook deze problemen.
We verhuizen van een woning met tuin naar een flat. Ook al is Uw kat een echte buitenkat dan kunt u zonder problemen naar een flat verhuizen . Uw kat is gewend om buiten veel te ondernemen zoals spelen, klimmen en z'n nagels krabben. U moet daarom voor voldoende afleiding zorgen. Speeltjes en een goede krabpaal (liefst een model die bijna tot het plafond gaat) mogen natuurlijk niet ontbreken. Mocht u meerdere kattenhebben dan kan een verhuizing naar een kleinere ruimte problemen geven. Katten zijn gesteld op hun privacy, ze hebben een eigen territorium nodig. Mocht hun territorium te klein worden dan leidt dit tot veel vechtpartijen en stress. Laat de katten daarom in alle woonruimtes toe om zodoende een zo groot mogelijk leefgebied te creëren.
De Afrikaanse wilde hond of hyenahond (Lycaon pictus) is een wilde hondachtige uit de orde der roofdieren (Carnivora). Alhoewel de soort veel lijkt op de hond, zijn de twee geen nauwe verwanten. De hond is meer verwant aan de wolf en de jakhalzen dan aan de hyenahond.
Uiterlijke kenmerken De Afrikaanse wilde hond is een grote, gevlekte hond met een lang, slank lichaam en lange poten, grote afgeronde oren en een lange, volle staart. De kop is vrij kort en breed, met krachtige kaken. Hij heeft een donkerbruine tot zwarte vacht met onregelmatige roomkleurige, witte en geelbruine vlekken. Het vlekkenpatroon en de kleur van de vlekken verschilt zeer per individu, maar onder verwante dieren en dieren uit dezelfde regio zijn gelijkenissen te vinden. De staartpunt is bijna altijd wit, en de snuit meestal zwart. Jonge dieren zijn meer zwart van kleur met verspreid enkele witte vlekken, voornamelijk op de poten.
De Afrikaanse wilde hond heeft een sterke, herkenbare geur. De gemiddelde Afrikaanse wilde hond heeft een kop-romplengte van 76 tot 112 cm, een staartlengte van 30 tot 41 cm en weegt zo'n 15 tot 36 kg.
Verspreiding en leefgebied De Afrikaanse wilde hond leeft in savannes, licht beboste streken, steppen en graslanden, zowel in laagland als in bergen. Hij kwam oorspronkelijk algemeen voor in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, in alle gebieden met voldoende prooidieren. Hij ontbrak enkel in de dichte bossen in West- en Centraal-Afrika. Door toedoen van de mens is zijn leefgebied echter versnipperd geraakt. Deze versnippering is een grote bedreiging voor deze diersoort, die namelijk veel ruimte nodig heeft.
Voedsel
De Afrikaanse wilde hond jaagt voornamelijk op middelgrote antilopen als impala, Thomsongazelle, blauwe gnoe en grote koedoe. Hij is echter ook in staat grotere dieren als zebra's te doden. Afrikaanse wilde honden jagen gezamenlijk op hun prooi. Ze jagen voornamelijk in de schemering. Hun specialiteit is niet zozeer snelheid maar uithoudingsvermogen. Hij kan over een afstand van vijf kilometer een gelijkmatig tempo van 48 km/u volhouden. In een korte sprint kunnen ze snelheden van 60 km/u bereiken.
De troep achtervolgt een prooi en hapt naar de achterzijde en de flanken van het prooidier totdat deze vermoeid raakt. In tegenstelling tot katachtigen zoals de leeuw grijpen de Afrikaanse wilde honden hun prooi niet bij de keel maar in de buik. Ze rukken de ingewanden eruit en hierdoor komen de prooidieren niet door verstikking maar meestal door een shocktoestand om het leven. Dit klinkt barbaars en daarom werden Afrikaanse wilde honden tot in het recente verleden beschouwd als verderfelijk. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de prooien van Afrikaanse wilde honden sneller overlijden dan die van leeuwen en luipaarden.
Sociaal gedrag en voortplanting Het zijn zeer sociale dieren, die een strikte hiërarchie in hun groep hebben. De kern van een groep is een dominant paartje. Enkel het dominante paartje mag zich voortplanten en het territorium met urine markeren. Andere volwassen dieren helpen mee met de zorg voor de jongen, onder andere door voedsel op te braken.
Een groep bestaat tegenwoordig meestal uit ongeveer zes volwassen mannetjes en vier volwassen vrouwtjes. Vroeger waren groepen veel groter, en zijn er groepen waargenomen van enkele honderden wilde honden. Grotere groepen hebben grotere territoria dan kleinere groepen. Ook hebben welpen in grotere groepen een hogere overlevingskans. Het territorium van een groep kan zeer groot zijn, 200 tot 2000 km². In groepsverband doorkruizen ze het territorium.
De Afrikaanse wilde hond is meestal zwijgzaam. Als contactroep dient een laag, doordringend en herhalend krassend geluid, bij opwinding in de groep laat hij een staccato gepiep horen.
Een volwassen Afrikaanse wilde hond vertoont in zijn omgang met andere wilde honden binnen een groep opvallend vaak infantiel gedrag als bedelen. Op deze manier kan een wilde hond bij een potentieel agressief dier meer zorgzame reacties teweegbrengen, waardoor dit niet zal aanvallen.
De Afrikaanse wilde hond krijgt van alle hondachtigen de grootste worpen: gemiddeld tien welpen per worp. De meeste welpen worden geboren aan het einde van de regentijd in een ondergronds hol, meestal het verlaten hol van een aardvarken. De welpen zijn bij de geboorte blind en hulpeloos. Na een maand komen ze voor het eerst buiten het hol. Na vijf weken gaan ze van moedermelk over op opgebraakt voedsel. Na negen weken gaan ze met de andere volwassen honden mee op jacht, en na een jaar zijn ze volgroeid.
Na het ontwaken, vroeg in de ochtend of laat in de middag, ontstaat er een soort samenkomstceremonie, waarbij jonge wilde honden samenscholen en andere dieren lastigvallen door om ze heen te cirkelen. Dieren die niet lastiggevallen willen worden sluiten tijdelijke vriendschappen met andere dieren, waarbij ook zij samenscholen in grotere groepen. Deze ceremonie zorgt voor het mobiliseren en verbinden van individuele dieren in een jachttroep.
De Afrikaanse wilde hond wordt meestal niet oud: veel dieren sterven voor hun tiende levensjaar.
Bedreiging Van alle grote Afrikaanse roofdieren is de verspreiding van de Afrikaanse wilde hond de laatste jaren het sterkst afgenomen. Een belangrijke bedreiging is het afnemen van geschikte habitat door de oprukkende landbouw, met versnippering tot gevolg. Behalve de versnippering van het leefgebied heeft hij ook veel te lijden van ziekten die zij opdoen van de gedomesticeerde hond, en wordt er op de soort gejaagd omdat hij wel eens vee vangt. Er zijn niet meer dan 2500 volwassen exemplaren over en de soort wordt tegenwoordig als bedreigd beschouwd.
De bel gaat en binnen zit een papegaai die zegt:"Wie is daar?" Buiten: "De melkboer." De papegaai weer: "Wie is daar?" Buiten:"De melkboer!" De papegaai: "Wie is daar?" Buiten: "De melkboer!!!" De papegaai: "Wie is daar?" De melkboer begint te kreunen, krijgt een hartaanval en stort zo dood neer voor de deur. De eigenaar komt de trap af, doet de deur open en zegt:"Wie ligt daar in 's hemelsnaam?" Zegt de papegaai:"De melkboer."
Een giraf komt terug in de dierentuin. ”Wat kijk je chagrijnig?” vraagt de bewaker. ”Vind je 't gek?" zegt de giraf: “ik kom net bij de kapper vandaan. Alleen m'n nek uitscheren: 1.500 euro!"
Een reiziger stapt in de trein en zoekt een plekje op. Hij zit net als een hond de coupé binnenkomt en tegenover hem gaat zitten. De hond slaat zijn ene poot over de andere, pakt de krant en gaat wat lezen. Dan staart hij een poosje uit het raam. En vervolgens pakt hij een boterham uit een plastic zakje en eet dat op. De passagier zit dat zo allemaal te bekijken en kan zich op het laatst niet meer inhouden. "Nou!" zegt hij, "ik heb nog nooit een hond gezien die met de trein reist!` Waarop de hond zegt: "En dit is de laatste keer ook, want morgen is m'n brommer weer gemaakt!"