Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
11-02-2012
A.C.E.
A.C.E. staat voor Animal Care España/ SHIN (Spaanse Honden In Nood), dat zich inzet tegen het mishandelen en doden van (zwerf)honden in Zuid-Spanje. Met de medewerking van ruim 250 vrijwilligers in België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Spanje, proberen wij deze honden van een zekere dood in o.a. de vreselijke dodingsstations te redden, op te vangen in onze Refugio en op een zorgvuldige wijze een nieuw tehuis voor hen te vinden, een Gouden mand. Inmiddels hebben wij al meer dan 13.000 honden een nieuw leven kunnen geven en is onze stichting een van de grootste in Spanje.
Omdat wij van mening zijn dat de hondenpopulatie sterk moet krimpen, wil het welzijn van de honden verbeteren, geven wij voorlichting aan de plaatselijke bevolking om hen het belang van castratie/sterilisatie te laten inzien. Wij nodigen plaatselijke scholen uit om kinderen te leren hoe met honden om te gaan en niet in een opwelling een pup aan te schaffen omdat het een leuk speeltje is.
A.C.E./SHIN wil dan ook het goede voorbeeld geven door al haar honden, indien leeftijd en gezondheid dit toelaten, gecastreerd/gesteriliseerd naar hun nieuwe baasje te laten vertrekken. Ook stelt A.C.E./SHIN de plaatselijke bevolking in staat tegen kostprijs hun hondje te laten steriliseren of castreren.
Wilt u één van onze honden een gouden mand geven??? Bezoek dan onze database. Daar vindt u alle informatie en foto's over de honden die ter adoptie zijn.
Het is niet altijd gemakkelijk om er tijd voor te vinden maar spelen met je hond heeft enkele belangrijke voordelen. Af en toe een halfuurtje spelen houdt je hond fit en gezond. Je hond wordt ook slimmer en minder agressief. Er is een gigantisch aanbod aan hondenspeeltjes beschikbaar. Maar welke speeltjes zijn nu het meest geschikt voor jouw hond?
Deze speeltjes vinden honden leuk:
Tennisballen zijn gemakkelijk te gooien en stuiteren hoog op. De textuur van tennisballen is voor honden interessant om op te kauwen.
Als je hond het leuk vindt om speeltjes te apporteren, zijn frisbees een leuke keuze. Kies dan wel voor een frisbee in zacht rubber of nylon, die zijn het best voor de mond en tanden van je hond.
Ballen die onregelmatig stuiteren blijven ook na een tijdje boeiend voor je hond. Rubberen ballen of ballen met een dik touw als staart zijn zo’n speeltjes.
Maak zelf eens een speeltje waarin je hondensnoepjes verstopt, zoals een leeg wc-rolletje met wat wc-papier erin. Wat opruimwerk achteraf, maar je hond zal het fantastisch vinden.
Speeltjes die piepen vinden honden helemaal fascinerend. Zorg er wel voor dat de pieper van het speeltje goed beveiligd is zodat die niet al te gemakkelijk uit het speeltje kan gehaald worden door je hond.
Ga je op zoek naar hondenspeeltjes? Let dan op de volgende dingen:
Controleer of er niks kan loskomen aan het speeltje. Touwtjes, staartjes en soortgelijke deeltjes kunnen leuk zijn voor je hond maar zijn niet altijd even veilig. Als zo’n deeltje loskomt en je hond het inslikt, kan het de luchtwegen van je hond blokkeren. Vervang de speeltjes van je hond als deze uit elkaar beginnen te vallen.
Hou bij de keuze van een speeltje rekening met de grootte van je hond. Zo voorkom je dat een grotere hond een klein speeltje zal inslikken.
Vermijd speeltjes met scherpe randjes waaraan je hond zich kan bezeren.
Sommige knuffelberen bevatten een giftige vulling en zijn dus geen ideaal speelgoed voor honden.
Laat je hond nooit alleen met speeltjes spelen die een batterij bevatten.
Om te voorkomen dat je hond z’n speeltjes snel beu wordt, geef je best niet alle speeltjes ineens. Geef je hond maar enkele speeltjes en vervang die na een paar weken door andere speeltjes.
Waarom doet mijn kat zijn behoefte niet in de kattenbak?
Een dier in huis kan heel plezant en verwarmend zijn, maar dan mag het lieve dier de behoefte natuurlijk niet eender waar achterlaten. Helaas lijkt het alsof je daar soms niet veel in te zeggen hebt. Stel jezelf de volgende vragen en verhelp het vervelende probleem.
Is je kat nog gezond?
Het is niet normaal dat een kat plots begint rond te plassen. Zelfs in het wild is een kat een behoorlijk proper dier, het begraaft ontlasting en urine zo goed mogelijk. Zeker als er nooit problemen waren met de zindelijkheid van jouw kat is het raadzaam om naar een dierenarts te gaan. Misschien heeft je kat wel last van een blaasontsteking, niersteentjes of andere ziekten.
Waar staat de kattenbak?
Plaats de kattenbak niet te dicht bij het eten- en drinkbakje of op een duidelijke en drukke plaats. Jij plast toch ook niet graag als mensen staan te kijken of waar je net hebt gegeten? Het verplaatsen van de kattenbak kan al genoeg zijn om het plasprobleem op te lossen. 'Het gemak' is niet voor niets een oude benaming voor een toilet. Zorg dat je kat zich goed voelt bij de kattenbak. Denk er ook aan dat katten graag hun eigen toilet hebben, dus als er twee katten zijn, voorzie dan ook twee kattenbakken.
Welk soort kattenbak heb je?
Tegenwoordig bestaan veel kattenbakken met een kap. Deze houden de vieze geuren in de kattenbak zodat het huis nog steeds lekker ruikt. Helaas hebben katten ook een hele sterke reukzin, dus als ze in hun kattenbak kruipen moeten ze letterlijk binnengaan in een stinklucht. Daardoor verkiezen ze een lekkerruikende vloer boven de vieze kattenbak. Kies dus voor een open kattenbak, en als deze teveel storende geuren vrijgeeft, ga dan eens naar de supermarkt of dierenzaak voor oplossingen. Er bestaan genoeg middeltjes. Maak de kattenbak schoon met chloor, katten houden van die geur.
Hoe behandel je de plasvlekken in huis?
Het is belangrijk om de urineplekken in huis goed te behandelen. Een kat heeft een sterke geurzin en een urinegeur kan verleidelijk zijn om daar een vaste plasplek te gaan maken. Azijn is het antwoord, want katten kunnen de geur niet uitstaan. Het straffen van je kat door zijn of haar neus in de urine te wrijven is compleet zinloos want de kat heeft maar een geheugen van ongeveer 10 minuten, en zal de boodschap achter deze actie niet snappen.
Met z'n allen op vakantie en je neemt Woef, Minou of Black Beauty graag mee? Op volgende adresjes worden ze met open armen ontvangen.
Miauw in de bungalow
In heel wat bungalowparken zoals Landal, Roompot en Center Parcs zijn huisdieren welkom, weliswaar in speciaal daarvoor gereserveerde bungalows. Meld dus vooraf dat je je viervoeter meeneemt. Meestal betaal je een surplus en extra schoonmaakkosten voor je hond of kat.
Met je paard op stap
Niks heerlijker dan het vrije gevoel van een weekendje weg met je eigen paard. Voor mooie tochten is de Limburgse natuur een aanrader. Er is een uitgebreid ruiternetwerk met knooppunten, uitgestippeld zoals fietsnetwerken, maar dan met bruine bordjes. Wie zin heeft om langer te blijven, kan kiezen uit tientallen logeeradressen waar paard en ruiter welkom zijn. Meer info bij Toerisme Limburg: www.toerismelimburg.be , 011-30 55 00
Ook in de brochure van Vlaanderen Vakantieland staan logeeradressen waar je je paard kunt stallen. Zo is er de B&B De Witte Astilbe in Lubbeek, met een grote tuin met plaats voor paarden. Info op www.dewitteastilbe.be en www.vlaanderen-vakantieland.be
Hot dog op het strand
Hot Dog Holidays is gespecialiseerd in reizen met de hond. Het aanbod wordt elk jaar uitgebreider. Je hebt een ruime keuze uit charmante hotels, kastelen, landhuizen en vakantiehuizen in Spanje, Frankrijk, Nederland, België, Portugal, Kroatië en andere landen in Europa. Info via 0031-252-22 29 42, www.hotdogholidays.com
Woef mag mee naar de B&B
B&B's waar het bordje 'Honden Welkom' uithangt, staan verzameld op twee handige websites. Zo vind je er Domaine du Chien in de vallei van de Ourthe, een gîte waar honden en hun baasjes culinair worden verwend: biologisch vlees voor de honden, vegetarische dineetjes voor de baasjes. Info op www.hondenwelkom.com en www.dogsallowed.eu
Hond zonder grenzen
Dog Walk Trail organiseert avontuurlijke reizen voor baas en hond: kanotochten in de Ardennen, maar ook een familieweek in Oostenrijk of een kampeerweekend in Nederland. Info op www.dogwalktrail.com
Ook Dogtravel organiseert wandelvakanties voor baasjes en hond. Vooral in Nederland, maar ook in Frankrijk. Je logeert in ruime luxetenten, en zelfs de hond krijgt zijn eigen veldbed. Info op www.dogtravel.nl
Even lezen voor je vertrekt
Voor je enthousiast met je huisdier eropuit trekt, zoek je best even uit wat de regels zijn voor huisdieren op je vakantieplek. Moeten ze een paspoort en chip hebben, welke inenting heeft de kat nodig, en mag de hond los lopen? Op deze sites vind je veel info:
• http://diplomatie.belgium.be (de officiele site van de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken) - onder het hoofdstuk 'Op reis in het Buitenland' vind je bij bijkomende informatie 'Reizen met huisdieren'. • www.dogsincluded.be • www.hondenvrienden.be met een forum en een hoofdstukje 'op vakantie met de hond'
Als je een tuinvogel eten, drinken en veiligheid kunt bieden, is hij al heel blij. Met deze algemene tips van de Vogelbescherming kun je ervoor zorgen dat je tuin al die dingen biedt. Al snel zult je steeds meer vogels in je tuin ontdekken.
1. Strooi vogelvoer Je kunt vogels het hele jaar een plezier doen met voer. Ze blijven fit en hebben zo meer kans om de winter te overleven. In het voorjaar hebben ze meer kans om hun jongen groot te brengen. Bovendien kun je zo het hele jaar van je tuinvogels genieten.
2. Geef broodkruimels Vooral mussen zijn dol op broodkruimels. Dus klop het tafelkleed of de broodplank buiten uit.
3. Lok insecten Veel vogels hebben insecten op hun menu staan. Bloeiende planten in de tuin kunnen die insecten voor ze lokken.
4. Ruim je tuin niet te netjes op Ruim je tuin vooral niet te netjes op. Juist tussen losse bladeren en takken vinden vogels voedsel en beschutting.
5. Plaats een drinkschaal Zet een ondiepe en brede schaal met water in je tuin, zodat vogels kunnen drinken en badderen. Ververs het water regelmatig en houd het zo nodig ijsvrij.
6. Hang een nestkastje op Veel vogels maken graag gebruik van een nestkastje. Met een nestkast in de tuin kun je genieten van het wel en wee van een vogelgezin.
7. Denk om de kat Ook een goed gevoede huiskat is een echte jager. Met een belletje aan de halsband voorkom je dat de kat stilletjes op je tuinvogels kan loeren.
8. Plak stickers op je ramen Grote ramen en windschermen zijn levensgevaarlijk voor vogels. Vogels kunnen de ramen niet goed zien en vliegen zich er vaak tegen te pletter. Je kunt dit voorkomen door speciale raamstickers te plakken.
9. Plant een doornenstruik Kleinere vogels voelen zich veilig in een doornenstruik, zoals meidoorn of berberis. Tussen de stekelige takken zitten ze lekker beschut tegen de aanval van een kat of een roofvogel.
"Hoe vies: mijn hond eet keutels!" U hebt wellicht ooit al die reactie gehad toen u zag hoe uw hond zijn eigen stoelgang of die van een ander dier oppeuzelde. Dit weinig appetijtelijke verschijnsel (althans vanuit menselijk standpunt) wordt coprofagie genoemd.
Een coprofage hond en een caecotroof konijn
Voor een konijn is het van essentieel belang om zijn eigen keutels op te eten. Het produceert immers twee verschillende soorten keutels: de droge en harde keutels die u in zijn kooi ziet liggen, en kleinere, zachtere en blekere exemplaren die u normaal gezien niet opmerkt, want het konijn likt ze rechtstreeks op uit de anus. Die "kostbare" keutels worden "caecotroof" genoemd en bevatten vitamines en aminozuren . Die worden geproduceerd door de bacteriën die zich in het caecum bevinden (een soort "gistkuip" tussen de dunne en de dikke darm). Om die vitamines en aminozuren op te nemen, moet het konijn die caecotrofen opeten, zodat ze terechtkomen in de dunne darm, die ze absorbeert. Het caecum van de hond is zeer weinig ontwikkeld, en dit fenomeen komt bij hem niet voor. Hij produceert slechts een soort fecaliën, en het is voor hem niet van vitaal belang dat hij die inslikt.
Waarom zijn sommige honden coprofaag?
Bij pups is coprofagie soms gewoon te wijten aan de behoefte om hun omgeving te verkennen . Daarbij kauwen ze op alles wat ze op hun weg ontmoeten. Sommige honden lijken ook genetisch voorbestemd voor coprofagie. In dat geval verdwijnt die rond één jaar. Bij een volwassen hond zijn er drie mogelijkheden:
ten eerste is het normaal dat uw hond dol is op de uitwerpselen van graseters . Die bevatten immers veel vezels en zijn niet schadelijk voor zijn gezondheid .
ten tweede kan een hond de uitwerpselen van andere honden opeten als vorm van hiërarchisch gedrag of als voortzetting van een gewoonte die hij al had als pup. De feces van sommige katten die industriële voeding krijgen, kan bijzonder aantrekkelijk zijn voor honden. Tot slot slikt de teef ook de excrementen van haar jongen in, om haar hol hygiënisch te houden.
ten derde slikt een hond soms zijn eigen uitwerpselen in . Dat kan een teken zijn van angst(onder meer dat u zijn stoelgang zou vinden in huis), verveling of een spijsverteringsstoornis (onder meer een pancreasprobleem).
Bij alle honden kan coprofagie te wijten zijn aan onevenwichtige voedingdie te veel koolhydraten en zetmeel en te weinig vezels en vetten bevat.
Hoe kunt u coprofagie vermijden of doen verdwijnen?
Coprofagie veroorzaakt meestal geen gezondheidsproblemen, tenzij de ingeslikte stoelgang besmet is met parasieten . Om dit gedrag te vermijden, moet u uw dier elke dag en op vaste tijdstippen een evenwichtige maaltijd geven en zo veel mogelijk tijd aan hem besteden . Is uw hond coprofaag, dan is het zinloos hem daarvoor te straffen . Er is maar één oplossing: hem beletten om bij zijn stoelgang te kunnen, door hem aan de lijn te houden als u hem uitlaat en de keutels in de tuin op te rapen. Een check-up kan nuttig zijn om eventuele spijsverteringsstoornissen op te sporen. Bron : Anne Pensis, Dierenarts
Er komen almaar meer vossen voor in ons land. Meer bepaald in de
stedelijke gebieden. Zo kwam er nog een vos om het leven in de Antwerpse
Craeybeckxtunnel. Kunnen vos en mens samenleven?
In totaal werden dit jaar al 560 overreden vossen
geregistreerd. Daarmee staan ze op de tweede plaats, na de egel. Dat het dier
almaar meer deel uitmaakt van ons dagelijks leven is niet zo gek. Oudere vossen
dulden geen andere vossen omdat ze gesteld zijn op hun eigen territorium. De
jonge vosjes moeten dan op zoek naar een eigen stek, wat steeds moeilijker
wordt omdat er weinig plaatsen zijn in België waar ze terechtkunnen. Daarom
verplaatsen ze zich ook naar stedelijke gebieden.
Moeten we nu op onze hoede zijn? Toch niet. Bang zijn
voor een vos is nergens voor nodig. Vossen mogen dan wel wilde dieren zijn, ze
vallen geen mensen aan. Volgens wetenschappers hebben vossen dan ook een plaats
in de natuur. Om energie te sparen, maken ze jacht op oude en zieke prooien. En
dat is goed voor de populatie van prooidieren. Maar wat met de verhalen over
dode kippen in het kippenhok? Die zijn helaas vaak waar. Een handige tip om de
vossen uit het kippenhok te houden: laat gewoon de radio spelen. De vos zal
jouw kippenhok dan zonder twijfel links laten liggen.
Een nieuwe pup in huis. Schattig! Maar om bij thuiskomst stukgebeten stoelen, vuile tapijten of kwade buren te vermijden kan je je nieuwe vriend best eerst wat trainen vooraleer je hem alleen laat.
1) Een jong hondje kan je niet aan zijn lot overlaten. Om het jezelf en je hond makkelijk te maken roep je best enkele opvoedingsregels in het leven. Begin met je pup alleen te laten slapen. Koop hem een nachtmandje, zodat hij het gewoon wordt om alleen te slapen. Als je hem in de kamer of bij jou laat slapen, is het moeilijk om die gewoonte daarna nog af te leren.
2) Als je van plan bent om weg te gaan, moet je je pup een half uur voor je vertrek negeren. Dit maakt de scheiding minder abrupt. Als hij nog jonger dan 5 maanden is, kun je hem een door jou gedragen kledingstuk geven: je geur zal hem geruststellen.
3) Doe niet te gek als je pup je half bespringt bij je thuiskomst. Laat het dier eerst rustig worden, daarna kan je je hond begroeten.
4) Na 4 tot 5 maanden zal je pup zich normaal gezien rustig bezighouden als je er niet bent en je bij je terugkomst op een 'rustige' manier begroeten.
5) Blijft je pup het toch lastig hebben om alleen te blijven? Gebruik dan een elektrische verspreider van feromonen. Deze stof wordt geleidelijk in de kamer verspreid en lijkt op de natuurlijke feromonen die door de moeder van je pup worden geproduceerd. Je hond zal er een pak rustiger door worden.
Je kat moet weg. Want je verhuist naar een woning waar geen huisdieren zijn toegelaten. Gelukkig heb je opvang voor je dieren gevonden. Bij een fijn gezin, vol goede zorgen. Maar daar hebben ze wel een tuin. Je binnenhuiskat zal dus de wijde wereld in moeten.
Stel, je leeft al jaren samen met Millie en Cabron. Twee heerlijke poezen die je in je huis in de stad elke avond opwachten. Maar ze gaan weg, naar een nieuw gezin. Een gezin met een tuin. Katten de vrijheid geven die altijd binnen hebben gewoond, is niet zonder risico's. Maar het is niet iets om over te panikeren. Meer nog: het loont op lange termijn de moeite. Je katten zullen er zich beter door voelen en ze krijgen ook veel meer bewegingsruimte. Deze manier van leven past immers veel beter bij hun behoeften. Je dieren kunnen nu op verkenning gaan, jagen en contact hebben met soortgenoten.
1) Voor je je kat laat kennismaken met het buitenleven, moet je haar wel beschermen tegen een aantal heel besmettelijke virussen die ze bij contact met soortgenoten kan oplopen. Als je kat nog nooit werd ingeënt, moet je eerst twee vaccinspuitjes laten zetten met een maand ertussenin. Dan pas is ze volledig beschermd.
2) Sterilisatie is ook absoluut nodig. Om de overbevolking van katten tegen te gaan en om haar te beschermen tegen het FIV-virus, daarvoor bestaat namelijk geen vaccin. Het virus wordt overgedragen via de voortplanting of via wonden door vechtpartijen. Ook bescherming tegen vlooien is aangeraden.
3) Ook handig is dat je kat duidelijk geïdentificeerd kan worden via een elektronische chip en een halsband met een plaatje waarop je telefoonnummer terug te vinden is. Zo is de kans kleiner dat je haar kwijtspeelt.
4) Voor je kat in haar nieuwe huis woont, moet je haar natuurlijk wel eerst naar haar nieuwe stek brengen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want katten houden niet zo van reizen. Geef je kat ten minste drie uur voor de reis geen eten meer. Spuit op de binnenkant van het reismandje een half uur van tevoren wat synthetische feromonen die zich ook op het gezicht van je kat bevinden, de sprays zijn makkelijk te vinden in dierenzaken. Maak het reismandje goed vast met de gordel, zodat het ook niet te veel kan bewegen.
5) De nieuwe eigenaars houden de kat wel beter eerst een paar weken binnen om haar te laten wennen aan de nieuwe woning. Daarna kan ze zo veel buiten als ze wil, liefst via een kattenluikje. Dan kan ze terug naar binnen op een moment dat ze zelf kiest. 's Avonds sluit je beter het kattenluikje of de deur. Katten zijn in het donker immers minder goed zichtbaar voor automobilisten.
6) Forceer de nieuwe kat vooral niet. Zo beperk je de risico's van de pas verworven vrijheid. Laat haar maar haar gang gaan en draag ze ook niet zelf naar buiten, Als je kat beslist heeft om naar buiten te gaan, kun je haar beter met rust laten en haar zelf laten beslissen waar ze heen gaat.
7) Als de nieuwe kat naar buiten gaat, jaag je best de katten uit de buurt weg. De nieuwkomer kan zeker alle hulp gebruiken bij het 'veroveren' van haar nieuwe territorium. En zo zal je zien dat ook stadskatten op hun oude dag nog genieten van een tweede leven in het groen.
De vogels hebben zich minstens 150 miljoen jaar geleden ontwikkeld uit
reptielen.
Men onderscheidt momenteel ongeveer 8600 verschillende soorten vogels.
Vroeger zijn er nog veel meer vogels geweest, maar een groot aantal is
uitgestorven, of door natuurlijke oorzaken, of door de mens uitgeroeid.
De restanten van de oudste bekende vogel werden in 1861 gevonden in een
kalksteengroeve in Beieren.
Een tweede skelet ontdekte men in 1877, en bijna een eeuw later, in 1956, kwam
een derde te voorschijn.
Opmerkelijk was, dat alle binnen een afstand van circa 15 km uit elkaar lagen.
Men neemt aan dat de drie skeletten tot dezelfde soorten behoren, namelijk
Archaeopteryx lithographica, kortweg Archaeopteryx genoemd;
Ongeveer 150 miljoen jaar geleden moet dit dier daar geleefd hebben.
De vogel was ongeveer zo groot als een ekster, maar had tevens nog de kenmerken
van zijn voorvaders, de reptielen.
Hij had twintig verlengde staartwervels, drie scherpe klauwen aan elke vleugel
en tanden in de snavel.
Niettemin was het een vogel, want hij had een goed ontwikkeld vorkbeen, was
bedekt met veren, kon vliegen – hoewel niet zo goed als de moderne vogels – en
had vier tenen aan elke poot : drie naar voren en een naar achteren.
Hoe is een vogelveer opgebouwd ?
Als je een veer van dichtbij bekijkt, zul je merken dat de schacht van de
veer stijf is, maar toch erg soepel aan de punt.
Om door de lucht te kunnen manoeuvreren moet ze wel buigzaam zijn.
Verder bestaat de veer uit de vlag , die is samengesteld uit baarden, dit zijn
‘zijtakjes’ die dicht naast elkaar staan aan weerszijden van de schacht.
Leg je zo’n veer onder een microscoop, dan zie je dat zich aan elke baard
kleinere baardjes bevinden die op dezelfde manier aan de baarden zijn bevestigd
als de baarden aan de schacht.
Alle baardjes zijn voorzien van minuscule haakjes, die over de baardjes heen in
elkaar grijpen.
Op deze manier ontstaat een soepel, maar toch zeer sterk geheel.
Wat verstaat men onder "baltsen" ?
Onder baltsen wordt verstaan het hofmaken bij de vogels, waarbij vooral de
mannetjes de gunsten van de vrouwtjes op verschillende manieren trachten te
verwerven.
Sommige doen dit door een uitbundig, betoverend gezang te laten horen; andere
voeren fraaie staaltjes luchtacrobatiek uit, zoals bijvoorbeeld de kievit, maar
ook worden rituele dansen uitgevoerd of wordt gepronkt met het tonen van de
prachtigste verenpartijen; de roodborst met zijn rode borst, de vink met zijn
witte schouderepauletten, enz.
Ook een van de vele soorten vogels:
de heggemus
Wat zijn nestvlieders en wat zijn nestblijvers ?
Jonge vogels kan men indelen in twee groepen.
In de ene groep zijn de jongen bij de geboorte naakt (hoewel er een paar
uitzonderingen zijn), blind en volkomen hulpeloos.
Het enige wat zij zelf kunnen, is de snavel opensperren, d.i. bedelen om
voedsel, en hun uitwerpselen afscheiden.
Zij zijn volledig aangewezen op hun ouders, die voortdurend eten aansjouwen en
ze warm houden als het koud is.
Deze vogels die in onze tuinen broeden, zijn alle nestblijvers.
Een andere categorie is die, waarvan de jongen ter wereld komen in een dons- of
verenpakje en met geopende ogen.
Zodra ze goed en wel droog zijn, kunnen ze achter de ouders aan lopen en ze
zijn al heel spoedig in staat voor zichzelf te zorgen, hoewel de ouders in het
begin wel een oogje in het zeil houden en waarschuwen voor naderend gevaar.
Dat zijn de nestvlieders.
Kippen en eenden zijn nestvlieders.
Broeden alle vogels hun eieren zelf uit ?
Neen.
Je hoeft alleen maar te denken aan onze koekoek.
Het vrouwtje legt een ei in het nest van een zangvogeltje en kijkt er verder
niet meer naar om.
De zangvogel broedt het koekoeksei, tezamen met haar eigen legsel uit.
Zodra het koekoeksjong geboren is, begint het de eieren of jongen van de rechtmatige
eigenaars overboord te kieperen.
Vogels zoals de koekoek noemt men broedparasieten.
In het buitenland zijn er verscheidene vogelsoorten die hun eieren in andermans
nesten deponeren.
Ook de grootpoothoenders uit Australië en op de omringende eilanden broeden
niet zelf hun eieren uit.
Zij schrapen dode bladeren en dergelijke bij elkaar en maken op deze manier een
soort broedstoof, een ‘broedmachine’, waarin de warmte ontstaat door gisting
van de compost.
Andere leggen de eieren in een kuiltje in de zon, of leggen ze in rotsspleten,
waar overdag de zon op schijnt, terwijl ’s nachts de rotsen de warmte
vasthouden.
De geboren jongen zijn ‘nestvlieders’ en zijn in staat voor zichzelf te zorgen,
zonder dat zijn hun ouders gekend hebben.
Hoe onstaat een ei ?
Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van
een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar
voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de
eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige ,
buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de
zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je
aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen
bestaat.
Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van
een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar
voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de
eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige ,
buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de
zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je
aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen
bestaat.
De ontwikkeling van het ei:
Een ei heeft een schaal, twee schaalvliezen, een gele dooier en daaromheen
eiwit.
Op de dooier bevindt zich een rood vlekje.
Dat is de kiemschijf.
Als een vogel het ei gaat bebroeden of wanneer het ei op een andere manier warm
wordt gehouden, begint het embryo - het organisme in zijn eerste
ontwikkelingsstadium na de bevruchting - te groeien.
Geleidelijk wordt alle eiwit door het embryo opgenomen en beginnen zich kleine
rode adertjes over de dooier te verspreiden.
In het rechtse ei, zie foto, is reeds te zien dat het embryo zich verder
ontwikkeld heeft.
Het embryo wordt alsmaar groter: het kopje, waarin de ogen zich ontwikkelen,
wordt zichtbaar.
De dooierzak is nog steeds aan de maag bevestigd.
Eindelijk is het zover, dat het jong uit de eierschaal kruipt.
Dat gebeurt door middel van het hoornen knobbeltje op de snavelpunt.
Hieronder: De ontwikkeling van het ei
Wat zijn eigenlijk broedplekken ?
Misschien denken jullie dat als een vogel op de eieren gaat zitten, deze
vanzelfsprekend worden bebroed.
Maar dat is niet zo!
Om de lichaamswarmte over te brengen naar de eieren, dienen deze in aanraking
te komen met de naakte huid van de broedende vogel (hoewel dit niet bij alle
soorten het geval is).
Daartoe hebben de meeste vogels kale delen op het onderlichaam, die ontstaan
door het uitvallen van sommige veren – vooral donsveertjes.
Dit zijn de broedplekken.
De huid wordt er dunner, het vet verdwijnt vrijwel geheel en door een grotere
toevoer van bloed door de talrijke vaten, ontstaat er een hoge temperatuur.
Een vogel die zich te broeden zet, schudt zich eerst om de buik- en borstveren
uit te zetten en ze als het ware zo te rangschikken, dat de eieren in aanraking
kunnen komen met hun blote lichaam.
Als zowel het mannetje als het vrouwtje broeden, hebben beide zulke
broedplekken.
Wat is een ei-tand ?
Als een jonge vogel op het punt staat geboren te worden, wacht hem een
moeilijke opgave: hoe komt hij uit de schaal?
Gelukkig biedt de natuur hier de helpende hand.
Het jong beschikt namelijk over uitbreekgereedschap in de vorm van een
minuscuul beiteltje, een hoornachtig knobbeltje op de punt van de bovensnavel.
Dat is de ‘eitand’ waarmee een gaatje in de schaal wordt geboord, en nog een en
nog een, tot er een ring ontstaat, die later een scheur wordt.
Zo vormt zich een los kapje.
Dan komt de laatste krachtinspanning: het jong duwt en duwt.
Tenslotte wijkt het kapje en is het jong vrij.
Na enige dagen valt de eitand af.
Houden vogels een winterslaap ?
Van tenminste èèn vogel is bekend dat hij een winterslaap houdt.
Dit werd pas ontdekt in 1946.
De natuuronderzoeker Dr. Edmund C. Jaeger vond, in gezelschap van twee
metgezellen, in een diepe rotsspleet een nachtzwaluw, waarvan men dacht dat hij
dood was.
Dit was in het Chuckawalla Gebergte in Zuidoost-Californië.
Plotseling opende de vogel èèn oog: hij leefde dus.
Vier opeenvolgende winters hield men dit fenomeen in de gaten en toen bleek dat
de vogel in een winter meer dan 80 dagen in rust bleef.
Men richtte een lichtstraal op de ogen, maar deze had geen uitwerking; een
spiegeltje werd voor de neusgaten gehouden, maar geen spoor van condensatie
viel te bemerken en de lichaamstemperatuur was niet 41°C, zoals ze normaal
hoort te zijn, maar slechts 18°C.
Zodra het lente werd, ontwaakte de vogel uit zijn slaap en vloog weg.
Deze vogel heet Nuttallnachtzwaluw.
Wat is het territorium van een vogel ?
Het territorium van een vogel is een gebied, dat door hem wordt verdedigd
tegen soortgenoten.
In vele gevallen houdt een territorium verband met het zoeken van een partner,
het bouwen van een nest en alles wat daar verder mee te maken heeft.
Het is dus min of meer een seizoenverschijnsel.
Een mannetje ‘bakent’ een bepaald gebied af en geeft dit aan door vanop diverse
punten – zogenaamde zangposten – zijn liedje voor te dragen.
Hiermee wil het heertje aangeven, dat hij nog vrijgezel is en graag een
huwelijk wil sluiten , maar tevens een waarschuwing aan rivalen: ‘Dit gebied is
bezet! Blijf er buiten of het wordt knokken geblazen!’
Roodborstjes echter hebben ook buiten het broedseizoen een eigen territorium;
dat geldt zowel voor het mannetje als het vrouwtje en men neemt aan dat dit de
functie heeft van ‘voedselgebied’.
Prachtig zicht: ooievaars op hun nest
hoog in de lucht
Welke vogel legt de langste trekweg af ?
Dat is de Noorse stern, die ook in België en Nederland, zij het zeldzaam, broedt.
Hij lijkt zeer veel op een visdiefje, maar heeft geen zwarte punt aan de
bloedrode snavel.
Hij broedt noordelijk tot in het noordpoolgebied en verlaat dit als de zomer
ten einde loopt.
Hij vliegt dan zuidwaarts naar het zuidpoolgebied, waar het dan zomer is.
De afstand bedraagt circa 18000 km.
Aan het einde van de zuidpoolzomer aanvaardt hij de terugweg naar de
broedgronden in het hoge noorden.
De reis heeft een lengte van ca. 36000 km.
Waarom liggen de peervormige eieren van sommige weidevogels met de punten naar elkaar toe als de vogel gaat broeden ?
Als het vrouwtje van de kievit zich te broeden zet, dan zorgt ze dat de
punten altijd naar binnen wijzen.
Draai je ze om, zodat de punten naar buiten wijzen, dan legt de vogel ze prompt
weer in de oude stand terug, als hij (zij) op het nest terugkeert.
Hiervoor is een goede reden, we nemen een stukje ijzer- of koperdraad en buigen
dit tot een ringetje, dat precies rond de eieren past.
Vervolgens draaien we de eieren om, zodat de stompe uiteinden naar binnen zijn
gericht en zien dan , dat ze niet meer binnen het ‘hoepeltje’ passen.
Je ziet dus dat de eieren zo meer ruimte innemen en dat de vogel ze minder goed
kan bedekken, waardoor er tenslotte meer broedingswarmte verloren gaat.
Wat betekenen uitdrukkingen als "dwaalgast" en "doortrekker" ?
Deze uitdrukkingen geven de wijze van voorkomen aan in Nederland en België.
Deze zijn gemaakt door de Commissie voor de Nederlandse Avifauna.
Het zijn:
dwaalgast: vogel die na 1900 niet meer dan 15 keer binnen onze grenzen is
waargenomen.
onregelmatige gast: niet in Nederland en België regelmatig voorkomende of
broedende vogel, welke sedert 1900 meer dan 15 maal bij ons is opgemerkt, maar
er niet ieder jaar voorkomt;
jaargast: regelmatig, gedurende het gehele jaar voorkomende vogel, welke niet
of slechts incidenteel in Nederland en België broedt;
doortrekkers: regelmatig in Nederland en België doortrekkende vogel, welke
buiten zijn trektijden niet of slechts incidenteel voorkomt;
wintergast: regelmatig in Nederland en België doortrekkende of overwinterende
vogel, welke buiten zijn trektijden in de zomer niet of slechts incidenteel bij
ons voorkomt;
zomervogel: regelmatige broedvogel, welke in de winter niet of slechts
incidenteel in Nederland en België voorkomt;
jaarvogel: regelmatige, dit is ieder jaar als zodanig voorkomende broedvogel,
welke als soort gedurende het gehele jaar in Nederland en België voorkomt.
Wat is een lijstersmidse ?
Lijsters – bijvoorbeeld de zanglijster – lusten graag wormen, maar ook
slakken.
De naakte slakken worden zonder meer naar binnen geschrokt, maar als zo’n beest
een huisje draagt, gaat de vogel anders te werk.
Hij zoekt namelijk een gemakkelijk ‘aambeeld’.
Dat kan een steen, een stuk hout of een ander hard materiaal zijn.
Op dit aambeeld slaat de lijster de slakkenhuizen stuk en hij gebruikt het
steeds weer.
In een dergelijke lijster-‘smidse’ kan men vaak tientallen kapotgeslagen
huisjes van tuinslakken aantreffen.
Nog een van de vele vogelsoorten: de
fuut
Waarom houden de meeste vogels hun nesten schoon ?
Een groot aantal vogels verwijdert de eierschalen, nadat de jongen zijn
uitgekomen.
De uitwerpselen van de jongen van vele zangvogels zijn in een vliesje verpakt.
De oude vogels brengen dit pakketje in de snavel weg of slikken het in.
Indien de uitwerpselen in het nest zouden blijven, zouden ze talloze parasieten
aantrekken, wat niet bepaald gezond is voor de jonge vogels.
Maar dat is niet het enige: de droge uitwerpselen, veelal licht van kleur, en
de lichte binnenkant van de eierschalen zouden tevens de plaats van het nest
verraden aan allerlei predatoren (rovers).
Bouwt een winterkoninkje maar één nest ?
Neen hoor, het winterkoninkje is een verwoed nestenbouwer!
De ronde nesten worden vervaardigd van doornbladeren, mossen, grassen, varens
en dergelijke.
De ingang bevindt zich aan de zijkant en is verstevigd met een vlechtwerkje van
diverse stengeltjes .
Maar lang niet alle ‘bollen’ worden echte kinderkamers.
Als hij een paar woninkjes gereed heeft, nodigt hij een dametje uit ze te komen
inspecteren.
Is er een bij dat haar zint, dan wordt dat de eigenlijke woning, die door haar
verder wordt ingericht en gestoffeerd met zacht materiaal, vooral veertjes.
De overige bouwsels doen dienst als slaapnesten.
Wat is de grootste vogel en wat is de kleinste vogel ?
De grootste niet-vliegende vogel is de struisvogel.
Hij kan een hoogte bereiken van 2,70 m en een gewicht hebben van ongeveer 156
kg.
De zwaarste vliegende vogel is de knobbelzwaan, die soms meer dan 20 kg weegt,
wat dicht bij het maximum voor vliegende vogels ligt.
De grootste vleugelspanwijdte heeft de reuzenalbatros met 3,5 m, op de voet
gevolgd door de Andescondor, een enorme roofvogel, met 3,2 m.
De maraboe haalt 2,6 m, hoewel sommige auteurs zeggen dat deze spanwijdte
aanzienlijk groter is .
Uiteraard zijn de kolibries de allerkleinste vogeltjes.
Men onderscheidt ongeveer 320 soorten en men treft er zelfs een paar ‘reuzen’
onder aan, zoals de reuzenkolibrie, die voorkomt in het Andes Gebergte.
Deze wordt ruim 20 cm lang, waarvan de helft voor de staart.
De kleinste kolibrie en tevens het kleinste vogeltje ter wereld is de bijen- en
hommelkolibrie, een ‘dwergje’ dat voorkomt op Cuba en maar 5 cm lang wordt, de
helft voor het lichaam, de andere helft voor de snavel en de staart.
De struisvogel is de grootste niet
vliegende vogelsoort
Wat zijn de schadelijkste vogels ter wereld ?
De roodbekwever (Quelea quelea) is waarschijnlijk de schadelijkste vogel.
In Afrika komt hij voor in enorme aantallen, waar hij zich te goed doet aan
allerlei granen.
Hij vormt voor de landbouwers dan ook een bedreiging!
Vaak breken takken van bomen als een zwerm van deze wevers erin neerstrijkt.
In één grote boom kunnen zich wel 6000 nesten bevinden.
Het aantal nesten in Afrika loopt in de miljoenen!
Waarom zijn bij de meeste vogelsoorten de mannetjes feller gekleurd dan de wijfjes ?
In het algemeen hebben vogels die op de grond leven, betere schutkleuren
nodig dan vogels die in de bomen leven.
‘Schutkleur’ betekent dat de vogel door zijn kleur in zijn omgeving nauwelijks
opvalt, zodat hij goed tegen zijn vijanden beschermd is .
Meteen kennen we één van de redenen waarom wijfjes minder fel gekleurd zijn dan
mannetjes: als ze broeden, mogen ze niet opvallen in hun omgeving.
Bij de meeste vogels broedt het mannetje niet, zodat hij felle kleuren mag
hebben.
Een andere reden voor de fellere kleuren van de mannetjes, is dat ze daardoor
meer aantrekkingskracht op de wijfjes hebben.
De allerkleinste vogel ter wereld: de
hommelkolibrie