Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
De Inri Inri is de grootste van alle lemuren. Deze soort is zeer zeldzaam en leeft vrijwel uitsluitend in de boom. Het was dan ook niet gemakkelijk een goede foto van dit prachtige dier te maken.
Prachtige foto's van de maki en soortgenoten (Martina1)
Copyright M.S. Oudgenoeg & S.R. Oudgenoeg
Op deze foto is duidelijk te zien hoe de ringstaart lemur aan zijn naam komt: Hij heeft een heleboel zwart/witte ringen op zijn staart. Dit is de meest voorkomende en meest bekende lemur.
Er zitten 2 papegaaien in een kooi zegt de ene papegaai tegen de andere zielig he al die mensen achter de tralies!
Stel je eens voor, roept de bijgelovige Charel, ik heb vier hoefijzers gevonden! Weet je wat dit betekent? Zeker, dat er ergens een paard blootvoets rondloopt.
Sam, hiiiieeerrr! (gerinkel van de riem) Hé, joepie, we gaan uit! Sam, een puberende Schapendoes teef van 11 maanden, rent naar de voordeur waar het vrouwtje klaar staat met de riem in de handen. Ze gaat keurig voor haar zitten, laat zich de riem om doen en wacht tot het vrouwtje de deur door is om vervolgens zelf het portiek op te stappen. Sinds kort mag ze aan de riem, heel rustig de trap aflopen en dat vindt ze fantastisch. Ja kom maar, vrouwtje, ik ben er klaar voor. Let's go! Eenmaal beneden loopt het vrouwtje eerst naar de 'plasplek' waar alles gedaan wordt en natuurlijk opgeruimd. Daarna de auto in. Yes! Het wordt een grote wandeling! Misschien Clingendael of de duinen. Misschien wel het strand! Oké, hier is het speelveldje, maar eh…we parkeren aan het begin. Dat kan maar één ding betekenen…school. Ik zie mijn klasgenoten al. Ha, Joy! Leuk was dat laatst op het strand, hè. Nee, zit! Oh, ja. School. Dan moeten we rustig blijven. Sam, volug! Oké, daar gaan we! Even ruiken wie hier allemaal geweest zijn. Oh, cool, ik ruik Ben en Storm en Bob en AU!! Loopt het vrouwtje ineens de andere kant op! Had ik even niet in de gaten. Foei! Huh? O ja. We staan stil. Dan moet ik gaan zitten. Helemaal vergeten! Sam volug! Oeps, weer de andere kant op! Toch weer even snuffelen. O, leuk! Takjes! Daar ben ik dol op, die wil ik… Sam, staaaaaa. Wat nù weer! Eh, wat was dat ook weer? Niets, geloof ik. Gewoon blijven staan. Even kijken wat het vrouwtje doet. Ja, ik zie het, ik hoef alleen maar te blijven staan. Gelukkig! Sam, af! Ja, dàààg! Foei! Oké, oké! Ik zag toch al wat lekkere takjes om op te knabbelen, dus het komt mij wel goed uit. Sam volug! Jee, ik was net zo lekker bezig! Waar gaan we nou weer naar toe. Ik zal toch maar met een half oog op mijn vrouwtje letten, want anders krijg ik weer een knie in mijn snoet als ze plotseling omdraait. Ja, zie je, daar gaan we al! Goed dat ik het zag! Oeps, we staan weer stil dus ik moet weer gaan zitten. Oké ik zit. En nu? Zucht. Gebeurt er nog wat??? Wat staat die man in het midden toch lang te praten! Ik ga maar even liggen, dan kan ik beter bij die takjes. Nee! Ja maar, het duurt zo lang! Sam, volug! Ha, we gaan weer wat doen! Sam, af! Plaats, wacht! O leuk! Een spelletje! Vrouwtje loopt weg en ik mag naar haar toe als ze roept. Ik moet wel goed opletten dat ze niet te ver weg gaat. Sam, hiiieeerrr!! Ja, joepie! Ik kom al! Oeps, iets te hard tegen haar benen aan. Weet je, ik loop vast door naar de andere kant, want dat moet ik straks toch. Nee, kom voor. Nou! Doe niet zo flauw! Oké dan. Ik ga wel een beetje ervoor zitten. Beter! Jàhà! Beraaf! Aan de voet. Goed, nu dan. Het kan echt allemaal véél sneller! Sam, vóóóóruit! Oké! Ik weet het! Ik moet terug naar de riem. Die ligt daar verderop. Maar nu ik tóch aan het lopen ben…Het ruikt hier wel erg lekker! Vóóóruit! Ja, ja! Zo meteen! Ik moet nog even wat doen. Oeh, lekker zand, even graven. Sam, hiiieeerrr! O jee, ik heb het weer verpest. Moet ik weer overnieuw beginnen. Nou vooruit dan maar. Kijk, ik krijg die lange lijn al aan. Niet nodig, hoor! Ik doe het nu wel. Let maar op. Sam, vóóóruit! Ik ga al. Loopt die man met z'n lange lijn lekker voor niets mee!! Plaats! Ja, ja. Ik weet het. Bij de riem gaan liggen. Volgende keer zal ik wel óp de riem moeten gaan liggen, maar dat moet het vrouwtje dan maar zeggen. Ha! Daar komt ze weer bij me. Mag ik al gaan zitten? Nu dan? Oké, lijn weer om en joepie! Mag ik even springen en dansen! Ik heb het tòch wel goed gedaan, hè vrouwtje?
Sam volug! Nou, daar gaan we weer. Hé, we gaan de andere kant op. Richting duinen. Gaaf!!! Ze staat weer stil. Ik zit al! Riem af en gáááááán!!!
En zo eindigt iedere les met een heerlijke (strand)wandeling als beloning.
Een fragment uit het gedachtenleven van Blinker (Martina1)
Ik heb deze morgen extra veel zin om eens lekker te bijten in de vingers van het vrouwtje. Het zijn net botjes, dus dat doe ik zo graag. Soms heeft ze ook zo'n lekker warm ding om haar lijf en daar trek ik ook zo graag aan. Ik weet dat sommige andere honden dat ook mogen, want die gaan daar voor naar school. Ik hoef daarvoor niet naar school, want ik doe dat gewoon bij de arm van mijn vrouwtje.
Soms denk ik dat ze er niet zo blij mee is en als ik maar blijf doorgaan en niet meer kan stoppen dan loopt ze naar de keuken. Ze pakt daar iets en laat het mij zien. Ik vind dat niet zo leuk, want als ik buiten loop voel ik soms diezelfde druppels. Buiten vind ik dat niet zo heel erg, maar binnen wil ik die druppels niet in mijn snoet. Daarom blaf ik ook als ze mij dat ding laat zien. Ik weet in ieder geval wel dat ik dus maar beter niet meer kan bijten. IK probeer het gewoon een andere keer nog eens. Eigenlijk heb ik een goed plannetje voor vandaag, maar dan moet het vrouwtje! wel weg zijn.
Deze morgen bof ik wel heel erg, want het vrouwtje zegt dat ze een paar keertjes weg moet voor haar boodschappen. Dom vrouwtje: waarom neemt ze niet alles in 1 keer mee? Ze zegt dat ze een paar keer moet, omdat ze niet alles tegelijk kan meenemen. Ik hou de spanning er wel in hoor, want de eerste keer dat ze weg is, ben ik heel braaf. Ik lig dan in mijn mand in de keuken. Ik lig daar zo graag en bijna altijd ga ik braaf slapen, want dan word ik beloond.
Vanmorgen heb ik een ander plannetje. Dat mag toch wel zo af en toe? Als het vrouwtje na de eerste ronde thuiskomt, hoor ik dat ze mij prijst. Ik zie aan haar ogen dat ze denkt dat mijn rottige streken nu wel voorbij zijn en ik zie dat ze zelfs overweegt om het deurtje van de keuken open te laten als ze weggaat.
Ik denk dat ze mij toch nog niet helemaal vertrouwt, want als ze voor de tweede keer weggaat doet ze het deurtje weer dicht en zegt ze me dat ik braaf moet zijn en dat ze weer terug zal komen. Ja, dat weet ik inmiddels: het vrouwtje komt gelukkig altijd weer terug en heeft me nog nooit in de steek gelaten. Gelukkig speelt ze wel steeds even met me voor ze weggaat en is ze erg lief voor me. Toch ga ik vandaag een keer heel ondeugend zijn, maar...... ik wacht nog even. Deze keer zal ik nog heel braaf zijn en net doen alsof ik slaap.
Joepie, nog even volhouden en dan voer ik mijn plannetje uit. Het vrouwtje is alweer thuis geweest en nu voor de laatste keer weg. Nu moet ik mijn slag slaan, want hierna blijft ze bij mij. Ik zie aan haar oogjes dat ze het vervelend vindt om mij vanmorgen zo vaak alleen te laten. Nou, nu ga ik echt iets leuks doen. Tja, ik zal er ook voor moeten boeten, maar ik kan er niet aan doen: ik moet haar nog eens te grazen nemen. Mijn vrouwtje houdt niet van modder, dat heb ik gemerkt toen ik daar eens een keer ontzettend lang en lekker in heb lopen rennen. Dat is zo tof: rennen in de ! modder en dan lekker uitschudden bij het vrouwtje en dan nog eens tegen haar opspringen met mijn vieze modderpoten. Je moet haar gezicht dan eens zien! Dan zeggen haar ogen heel iets anders hoor!!!
Ja, de buitendeur is nu dicht en ik hoor dat ze wegfietst. Ik moet rap zijn, want ik weet niet hoelang ze wegblijft. Dat enge ding waar water uitkomt heeft ze volgens mij hier in de keuken staan. Eens even zoeken.... JA! Ik zie hem achter het gordijn. Ik ga de tegenaanval inzetten en ik ga dat ding helemaal slopen. Oef, hij is zwaar. Ze heeft hem goed vol water zitten. Ik moet zien dat ik hem op de grond krijg. Gelukkig heb ik grote poten en heb ik ook mijn snuit nog.
Hoepla, hij ligt al op de grond. Ik hoor mijn vrouwtje soms zeggen dat ik van die mooie tanden heb en Petra zei dat zaterdag ook nog. Ik zal ze eens uitproberen. Oeps, een draaidop, die moet eraf. Daar heb ik al veel mee geoefend, want ik mag soms spelen met een lege waterfles. Die oefening komt me nu goed van pas. Dom vrouwtje toch!
JA, de dop is eraf en..... al het water loopt over de vloer. Maar ik moet hem nog uitschakelen. Wacht, wat is dat sprietje daar? Zal dat er mee te maken hebben? Komt daar dat enge water door? Zal wel he? Hups, mijn mooie witte tanden erin en er zal geen water meer door kunnen.
Jeempie, ik amuseer me kapot, maar ik ben nog niet klaar hoor. Ik moet opschieten, want als het vrouwtje me betrapt dan ben ik goed de klos. Ik moet er altijd voor zorgen dat ik niet betrapt word. Grote mensen zeggen namelijk dat je een hond alleen maar mag straffen als je hem betrapt. Nou, dus moet ik mijn karweitje rap afmaken en dan braaf mijn mandje in.
Eens kijken, hoe krijg ik de puinhoop nog groter? O ja..... ik zie het al.... ik heb al eens een plantje gepakt en toen kreeg ik ook al op mijn kop. Dat snap ik niet, want alles was nog heel, alleen een beetje aarde op de vloer. Ik moet het nu dus grondiger aanpakken. Het is nu toch al een puinhoop. Weet je wat: ik gooi hem keihard op de vloer, dan is in ieder geval het potje alvast stuk en het schoteltje ook. Dan ligt al die aarde al op de vloer en met al dat water wordt het een grote baggerbende. Ik zal meteen ook lekker het hele plantje slopen, want ik vind het echt niet leu! k dat ze mij vanmorgen dat waterspuitding liet zien.
Eigenlijk zou ik zo graag nog door die modderbende willen rennen en vliegen. Maar ja, vrouwtje kan nu elk moment thuiskomen. IK heb wel vieze, natte poten. Wacht, dat heb ik al lange tijd niet gedaan: zelf de handdoek pakken. Nou, dat is niet moeilijk meer hoor, want ik merk dat ik steeds groter word en ik kan er nu wel erg gemakkelijk bij. Vrouwtje dacht zeker dat ik het niet meer kon.
Hoepla, ik neem de handdoek lekker mee in mijn mandje. Ik slaak een hele diepe zucht (heb ik van mijn vrouwtje geleerd, want die kan dat zo goed joh!), want ik ben nu wel erg moe.
Terwijl ik in mijn mandje lig, kijk ik eens om me heen. Ik wist niet dat ik in zo'n korte tijd zo'n grote puinhoop kon maken. In ieder geval kan het vrouwtje niet meer spuiten als ze straks boos is. En..... slaan doet ze gelukkig nooit, maar ze kan zo boos kijken en zulke boze woorden zeggen en het ergste van alles vind ik nog dat ze soms ook gewoon net doet alsof ik er niet ben. Ik kijk, ik piep, ik loop bij haar, maar ze ziet me gewoon niet. Ze kijkt niet, ze zegt niets, ze aait me niet. Dat vind ik wel het moeilijkste hoor en eerlijk gezegd heb ik nu al spijt van wat ik geda! an heb.
Maar ja, het lukt me nog wel om mijn pootjes een beetje te kuisen, maar ik kan deze puinhoop toch niet opruimen? Ik weet niet eens hoe ik dat moet doen. IK zal straks eens opletten hoe het vrouwtje dat allemaal gaat opruimen. Ik denk dat ze er heeeeeeeeeeel lang mee bezig zal zijn.
Weet je wat: ik duik meteen onder tafel in de kamer als ze komt. Dan doet het niet zo zeer als ze niet meer naar me kijkt en niks meer zegt en dan kan ik toch in de gaten houden hoe ze dat allemaal weer netjes maakt.
O, mijn hartje begint zo te bonzen, want ik hoor de deur open gaan en ik hoor ze roepen: "He Blinker, daar is het vrouwtje weer!" Zal ze straks nog zo blij zijn? Mijn hartje bons nog harder, ze zet haar fiets neer en komt naar me toe. Ik kijk heel schuldig in haar ogen, want ik voel me ook schuldig. Oei, oei, oei, wat zegt ze boze woorden. Ik weet best waar ze het over heeft hoor, ook al ben ik al een poosje klaar met mijn werk.
Gelukkig, ze slaat me niet. Maar daar komt het: nu zegt ze niets meer, ze kijkt niet meer, ik besta niet meer voor haar. Mijn hartje doet zo'n pijn. Zal ik haar helpen met opruimen. Nee, ik kan maar beter hier blijven, want ze zal denken dat ik de puinhoop nog groter wil maken. Dat is het niet hoor, maar grote mensen begrijpen honden soms een beetje verkeerd.
Ze is wel lang bezig zeg en als ze eindelijk klaar is, wil ik een kijkje gaan nemen. Ik wil zeker weten dat dat enge waterspuitding weggegooid is en ik wil wel eens zien of mijn vrouwtje die grote puinzooi heeft kunnen opruimen. Ik mag niet eens naar de keuken. Het deurtje zit dicht. O ja, ik weet het weer: dat doet ze altijd als ze de vloer gedaan heeft. Ik moet me nog een poosje rustig houden. Dan zal het vrouwtje ook wel weer tegen me gaan praten.
Tjonge zeg, wat een spannende uurtjes. Inmiddels is het middag geworden. Het vrouwtje is niet boos meer. We hebben samen al lekker gewandeld en nu is het vrouwtje boven. Ze zal wel weer achter de computer zitten, want ze babbelt veel met Petra. Nu hoef ik niet in de keuken. Ik hou me nu wel koest hoor en lig lekker op mijn matje in de eetkamer. Ik kijk wel uit ook, want als ik op dit moment iets doe dan hoort ze dat volgens mij of ze voelt het. Steeds als ik een plannetje heb als ze boven is, dan komt ze naar beneden op het moment dat ik aan mijn plannetje begin. Niet leuk hoor! ! Maar..... vanmorgen heb ik me eens lekker uitgeleefd en zal proberen nu een paar dagen braaf te zijn.
De Nederlandse Schapendoes is een lichtgebouwde langharige hond met een schofthoogte van 40 tot 50 cm, waarbij de schofthoogte van reuen ligt tussen de 43 en 50 cm, voor teven is dat 40 tot 47 cm. De Schapendoes heeft een dichte vacht met voldoende ondervacht. De beharing is lang, minstens 7 cm op de achterhand. De haren zijn niet streng recht, maar golven iets. Alle kleuren zijn toegestaan, maar de voorkeur gaat uit naar blauwgrijs tot zwart. De Schapendoes heeft een geduchte kuif, snor en baard.
De schapendoes is een typische schaapsherderhond. Hiervoor moet hij zelfstandig kunnen werken. Het was een typische hond voor de herders in Drenthe en op de Veluwe, zo typisch zelfs, dat hij niet in de literatuur en schilderkunst teruggevonden wordt. Historisch werd de schapendoes niet als ras erkend, maar als werk- en gebruikshond. Er was geen speciale naam voor het ras, maar veel synoniemen zoals herdersdoes, siep en olde grise. Hij behoort tot de grote groep van langharige herdershonden met dicht behaard hoofd. Hij is verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de Bergamasco en de Duitse Schafpudel van de variëteit die in Hessen, Odenwald en in het Nederrijn gebied voorkomt. Al deze op elkaar gelijkende honden zijn verkleinde mutaties van de Berghonden. De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van dit ras. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij interesse te kweken voor dit ras. Tussen 1940 en 1945 werden exemplaren van de bijna verdwenen Schapendoes overal waar hij ze maar vond, gebruikt voor de fok. In1953 werd de schapendoes voor het eerst als ras erkend, in 1954 werd de standaard vastgesteld en werd het ras opgenomen in het Stamboek. De definitieve erkenning volgde in 1971. Hierna wordt alleen nog maar gefokt met geregistreerde honden.
De Schapendoes is een normaal en evenredig gebouwde herdershond met een levendig, alert en moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en trouw. Hij is vrolijk, enthousiast, vriendelijk en temperamentvol.Hij kan gebruikt worden voor hondensport zoals agility, maar niet als beschermhond. Een consequente opvoeding is noodzakelijk. Schapendoezen houden ervan om tegen iets aan te liggen.
Inleiding: M aagD ilatatie-V olvulus = maagdraaiing is een aandoening die voorkomt bij de hond waarbij de maag overvuld raakt, kantelt en vervolgens vol loopt met lucht omdat de afvoer geblokkeerd wordt. Door het toenemen van de maagomvang worden grote bloedvaten dichtgedrukt en de bloedcirculatie in de maagwand belemmerd. Delen van de maagwand worden niet meer voorzien van zuurstof waardoor de maagwand af kan sterven. Daarbij ontvangt ook het hart minder bloed omdat de bloedstroom naar het hart toe wordt afgeklemd door de maag die in omvang is toegenomen. De pompfunctie van het hart neemt af en er ontstaan ritmestoornissen. De ademhaling wordt moeilijker omdat de maag op het middenrif drukt. De hond kan snel in een diepe shock raken en overlijden. Een onverwachte gebeurtenis bij een voorheen nog kerngezonde hond binnen enkele uren.
Voorkomen: De aandoening komt met name voor bij grote hondenrassen zoals de Duitse Dog, Dobermann Basset en Ierse Setter. Het risico neemt toe naarmate de dieren ouder worden.
Verschijnselen: Even na het eten doet de hond pogingen tot braken waarbij alleen wit schuim te voorschijn komt en geen voedsel. Wel is de hond onrustig en kwijlt veel. De buik wordt in een betrekkelijk korte tijd dikker. De verschijnselen ontstaan na het eten.
Diagnostiek: De symptomen maken de diagnose maagdilatatie in de meeste gevallen waarschijnlijk. Er dient onmiddellijk tot actie worden overgegaan. Een röntgenfoto kan de diagnose bevestigen. Vaak dient met spoed te worden gehandeld en wordt een röntgenfoto achterwege gelaten.
Therapie: Een sonde (flexibele plastic buis) wordt tot in de maag gebracht via de bek al dan niet onder narcose. Op deze manier kan lucht en evt. overtollig voer uit de maag worden gehaald. Wanneer het niet lukt een sonde tot in de maag te brengen kan men de druk in de maag verminderen door een grote naald door de huid tot in de maag te prikken. De lucht kan dan uit de maag ontsnappen zodat de maag haar oorspronkelijke grootte terug krijgt. In veel gevallen is het verstandig de hond ongeveer 3 dagen na de verschijnselen (i.v.m. onregelmatig hartritme ten tijde van de maagdraaiing) te opereren om te voorkomen dat de problemen terug komen. Bij de operatie wordt de maag in de buikholte vastgezet zodat deze niet meer kan kantelen. Op deze manier wordt voorkomen dat de hond onverwachts opnieuw problemen krijgt. Gezien het snelle verloop zien we in onze praktijk nog steeds honden waarbij al eerder een maagdraaiing is geconstateerd toch nog onverwacht dood in de mand worden aangetroffen.
Prognose: Wanneer niet snel wordt ingegrepen komen honden te overlijden door shock of door afsterven van een gedeelte van de maagwand. Wanneer na het sonderen geen operatie volgt zal in 71% van de gevallen een maagdraaiing herhaald optreden. Wanneer er wel een operatie volgt keert slechts 15% van de honden terug met dezelfde problemen. Meestal ontstaat er dan alleen een maagdilatatie (uitrekken van de maagwand) welke eenvoudig is op te heffen en minder gevaarlijk is voor de hond. De kans dat de maag gaat draaien is klein omdat deze vast zit aan de buikwand.
Preventie: Het is verstandig honden met een groter risico op MDV meerdere keren per dag een kleiner portie voer te geven. Dit vermindert de kans op een kanteling van de maag. Daarbij is het van belang direct na het eten de hond niet overmatig te laten bewegen (dus voor de training niet laten eten). Op een warme dag moet men er op bedacht zijn de hond niet in een keer veel water te laten drinken aangezien dit voor dezelfde problemen kan zorgen.
Hebben jullie je ook al eens afgevraagd wat er daar allemaal rondgaat in dat hersenpannetje van je viervoeter? Ik wel. Misschien is dit filmpje reeds een begin van een antwoord daarop :
Deel 6: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Voeding en verzorging van moederloze dieren
Af en toe worden we geconfronteerd met vragen over de opfok van moederloze dieren: van egels tot eekhoorns, en van konijnen tot kittens.
Het Konijn
Het geboortegewicht van het konijn is afhankelijk van het ras. gemiddels is dat ongeveer 40 gram. de jongen komen blind en kaal ter wereld en blijven zo'n 3 weken in het nest. dat laatste bestaat uit borst- en buikharen van de moeder (de voedster). Een jong van een middelgroot ras groeit zo'n 25 gram per dag. Op 6 weken worden de jongen gespeend; ze wegen dan pakweg 1 kg. Op 3-4 weken nemen ze al vast voedsel op. De lactatiepariode (= de tijd dat de moeder melk geeft) duurt 4-6 wken. Hierbij produceert de voedster 160-200 gram melk per dag. De zoogfrequentie is 1-2 keer per dag.
Jong konijntje
Huisvesting Voor het werpen dienen voedsters een werpkast te hebben of plaats ze op een laag stro of hooi.
Melkvervanging Als melkvervanger kun je kuntsmelk voor kittens of puppies gebruiken. Wil je het zelf maken: 100 gram koebiest (vaak bij een melkveehouder te krijgen) + 10 gram plantaardige olie (bijvoorbeeld zonnebloemolie) of 25 gram Protifar (een eiwitrijke dieetvoeding in poedervorm van Nutricia) + 10 gram plataardige olie + 75 gram water.
Voeding en verzorging Moederloze tamme of wilde konijnen kunnen worden ondergeschoven bij een tamme voedster. Dit is tot ongeveer 2 weken na het werpen mogelijk. Het melkvervangend preparaat geef je eenmaal daags kort na zonsondergang met behulp van een druppelflacon of een speenflesje door een ruimte tussen de kiezen en tanden in de bek. Houdt de omgevingstemperatuur de eerste dagen na de geboorte op ongeveer 37 graden Celsius.
Voor kleine herbivoren (= planteneters) zoals konijnen, cavia's, chinchilla's, schildpadden en slangen is er via de dierenarts tegenwoordig ook het voedingssupplement Crital Care® beschikbaar wat met water moet worden aangemaakt. Dit wordt gebruikt na ziekte in de herstelperiode maar mag ook worden gegeven zodra aan het jonge dier vast voedsel mag hebben.
De Haas
Haasjes worden ziende, met vacht en tanden geboren. Ze wegen bij de geboorte 100-130 gram en groeien per dag 25-30 gram. Als ze 4 weken zijn wegen ze ongeveer 1 kg. In de natuur verlaten de jongen binnen een week na de geboorte het nest en nemen dan vast voedsel op. De zoogperiode is 3-4 weken.
Melkvervanger Een melkvervanger voor hazenmelk is de hier beschreven vervanger voor konijnenmelk, eventueel aangevuld met 5 gram zonnebloemolie per 100 gram.
Voeding en verzorging De melk wordt eenmaal daags gegeven, ongeveer een uur na zonsondergang, op dezelfde wijze als beschreven bij moederloze konijnen. Per dag is de melkopname tot 150 ml per dag voor een haasje van 2-3 weken oud.