A. Damasio, Bewustzijn en emoties


Ik bracht hier onlangs verslag uit over het boek van Antonio Damasio: De vergissing van Descartes, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=8675 en ik beloofde toen om ook zijn volgend boek te verslaan. Ik kocht The Feeling of What Happens. Body, Emotion and the Making of Consciousness, 385 pp., 1999 via Internet in een genereuze hardcover, een ongelezen tweedehands boek voor de helft van de geadverteerde prijs. Er is een Nederlandse vertaling onder de niet echt attractieve titel: ‘Ik voel dus ik ben. Hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen.’ Bij Proxis/club te koop voor amper € 14,50, een zacht prijsje!
De waarschuwing die ik vorige keer al meende te moeten geven, blijft onverminderd van kracht en is zeker voor enkele hoofdstukken in dit boek zelfs nog meer nodig: dit is een wetenschappelijk gefundeerd werk, geen vulgarisatie. Hoezeer de auteur ook zijn best doet om ons alles uit teleggen en elke term te verklaren en hoe goed hij daar ook in slaagt, het blijft voor een groot gedeelte een ernstig studieboek. Het positieve aspect is dat het, zoals wel vaker bij Amerikaanse wetenschappers, uiterst bevattelijk geschreven is voor een ruimer publiek van geïnteresseerde leken, studenten en wetenschappers van andere disciplines. Ik ben er zeker van dat ik niet alles begrepen heb, maar ik had ten minste het gevoel dat ik het kon begrijpen, als ik maar genoeg moeite deed. Enkel de zuiver neurologische passages waren duidelijk bestemd voor medisch geschoolden, al is de auteur zelfs daar erg in de weer om ook zijn andere lezers mee te krijgen.
Waarover gaat het? Het is een zeer systematische en haarfijne analyse, steunend op klinisch onderzoek en wetenschappelijke theorieën, van wat er zich in ons lichaam, natuurlijk inclusief onze hersenen, afspeelt bij wat ik hier gemakshalve maar emoties zal noemen. Damasio steunt daarbij op de intuïties van William James (1842-1910), van wie ik hier al het bijzonder scherpzinnige en verhelderende boek besprak, de klassieker The Varieties of Religious Experience (klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=284 ). Damasio vermeldt James wel, een beetje en passant vind ik en doet hem naar mijn aanvoelen te weinig eer aan, hij had bijvoorbeeld het bekende verhaal van James’ beer kunnen citeren, dat gaat zo. Stel dat we plots een beer zien. Je zou denken dat zoiets in onze tijd en omgeving niet meer voorkomt, maar dat was niet de ervaring van een Belgische toeriste die onlangs nog werd aangevallen door een zwarte beer in Yosemite Park (spreek uit: josémmittie), maar goed: stel dat we een beer zien, wat is dan onze reactie? We gaan lopen. Waarom? Omdat we schrik hebben van wat er zou gebeuren als we niet gaan lopen. Dus: we zien de beer, we hebben schrik, we gaan lopen. Niets van! zegt James (en Damasio): we zien de beer en gaan lopen, de schrik komt nadien, als een bewuste mentale reflectie op een spontane reactie van ons lichaam op de dreigende verschijning van de beer.
Damasio werkt die gedachte veel verder uit en fundeert ze ook op klinisch onderzoek. Zo onderscheidt hij verschillende lagen van bewustzijn, gebaseerd op zijn bevindingen over wat mensen met verschillende soorten van hersenletsels al dan niet nog kunnen/kennen. Vervolgens bouwt hij een theoretisch model op van de verschillende momenten en fasen in de waarneming en de verbeelding en daarin zoekt hij dan naar de juiste volgorde van het complexe procedé van onze emoties.
Het klinkt misschien ingewikkeld en vergezocht, maar het is heel wat begrijpelijker dan alles wat ik over dit onderwerp had gelezen vóór ik het werk van Damasio leerde kennen. Een verre voorafspiegeling vond ik in de filosofische ‘school’ die in mijn studententijd in Leuven ‘in’ was: de existentiële fenomenologie. Onder die titel schreef Pater Dr. W. Luijpen zijn zeer populaire boek, dat je nu overal tweedehands kan vinden voor enkele euro’s. Ook daarin werd de nadruk gelegd op de gerichte ontmoeting tussen het attent waarnemende ik en het waargenomene, in tegenstelling met pure materialisten of idealisten, die de realiteit respectievelijk exclusief in de zaken zelf buiten ons of uitsluitend in de gedachtewereld binnenin ons situeerden. Van die fenomenologie, waarvan Luijpen destijds met veel zelfvertrouwen stelde dat het de overheersende denkrichting was van de tweede helft van de 20ste eeuw, horen we nu nog nauwelijks iets, filosofen zoals Merleau-Ponty, Sartre, Marcel, Husserl, Heidegger worden nog maar zelden geciteerd en van Pater Luijpen (°1922) vind ik nergens een biografie of een sterfdatum. Trouwens, als men mij zou vragen wat de overheersende filosofische tendens is van onze tijd, dan zou ik het antwoord moeten schuldig blijven. Weet u het?
Lezen over wat zich in je lichaam, inclusief en misschien vooral je hersenen, je verstand, je geest (klik nog eens hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=464 ) afspeelt, vooral de minder evidente dingen zoals waarneming, bewustzijn, geheugen, emotie, intelligentie: het is een precair en rustverstorend gebeuren. Je bent niet alleen bezig met de tekst voor je, maar ook met het voortdurend testen en checken of wat je leest ook beantwoordt aan de werkelijkheid in jezelf; je probeert voortdurend uit of wat de auteur zegt ook bij jou klopt, of je het herkent in je eigen lichaam en in je eigen hersenen. Ik kreeg er herhaaldelijk hoofdpijn van: de hersenen hebben het blijkbaar moeilijk met dat soort zelfonderzoek. Het is ook niet simpel, dat blijkt maar al te duidelijk uit dit boek, dat de complexiteit allerminst betwist maar veeleer in de verf zet; de grenzen van de wetenschap, het klinisch onderzoek en de menselijke geest worden herhaaldelijk scherp aangeduid en nederig erkend. Als wij denken dat een PC een ingewikkeld toestel is, en niemand zal ontkennen dat dat zo is, wat moeten we dan zeggen van de mens? Zelfs de krachtigste computer is niet in staat tot wat een kind van vijf al spelend kan, zelfs de meest ingewikkelde robot kan niet wat een peuter van drie moeiteloos doet.
Na dit boek zal ik er waarschijnlijk nog andere lezen, van dezelfde auteur of van andere, over het zelfde onderwerp en over vele andere, maar nooit zal ik ook maar in de buurt komen van het ontsluieren van zelfs de meest elementaire werking van het menselijk lichaam in zijn totaliteit. Maar laten we dan nog maar eens de wapenspreuk van Willem van Oranje, de Zwijger citeren: Point n’est besoin d’espérer pour entreprendre ni de réussir pour persévérer.



















