Vandaag iets over dierenrechten, het thema dat ik gisteren aankondigde en al meteen veel reacties opriep.
Dierenrechten. Je kunt er ingewikkelde discussies aan wijden, maar je kunt het ook heel simpel houden. Dieren - op hún wijze geven ze expressie aan het mysterie dat wij mensen weer op ónze beurt belichamen: het grote, bovenmenselijke mysterie dat leven heet. Het recht van dieren, het recht op een volwaardig leven, het recht op een eigen bi...ografie, is gegeven met hun eigen existentie. Of ook: het is vastgelegd bij de hoogst denkbare autoriteit - de autoriteit van het leven waaraan zij zo grandioos gestalte geven.
Dierenrechten zijn levensrechten, zoals ook mensenrechten levensrechten zijn. Over die mensenrechten zijn we het in principe wel eens, er is zelfs een 'Universele verklaring van de rechten van de mens'. Maar als het dierenrechten betreft, moet er nog heel wat gebeuren. Hoezeer ze ook deelnemen aan het leven, niets dan leven zíjn, juridisch, ethisch hebben ze geen enkele status. Ook als er gesproken wordt over hun intrinsieke waarde, worden hun belangen telkens weer opgeofferd aan de belangen van de dominerende mens. Zo levend als ze zijn, staan ze rechteloos in het leven. En dan hebben we te maken met levende wezens die zich al zoveel eerder in de evolutie presenteerden dan de laatkomer mens. In het grote geheel komen we nog maar net kijken. Bescheidenheid is geboden. Al die dieren die aan onze entree voorafgingen, hebben de oudste rechten.
Dat dieren geen rechtssubject zijn, dat dieren buiten onze morele horizon vallen, heeft alles te maken met onze visie op wat leven is. Deze visie wordt in hoge mate bepaald door het natuurwetenschappelijke denken. Een denken dat alleen rekening houdt met wat tel- meet - en weegbaar is. Van het leven, het volle leven, blijft zo maar weinig over. Het geldt alleen als reëel in zoverre het wetenschappelijk, technisch verklaard kan worden. Het voor de wetenschap relevante leven is een ontzield leven, een leven zonder hoogten en dieptes, een leven zonder mysteries.
Zolang we onze verzakelijkende, eendimensionale zienswijze op het leven niet wijzigen, zullen dierenrechten een theoretische kwestie blijven. Wetenschappelijk, rationeel, zijn dieren niet meer dan machines, automaten en dus rechteloos. Een wijsheid van de zeventiende-eeuwse filosoof René Descartes. Een filosoof die nog steeds het beeld beheerst.
Dieren maken pas kans in hun rechten erkend te worden wanneer we Descartes achter ons laten en tot een nieuwe visie op het leven komen. Een visie die gekenmerkt wordt door verwondering, ontroering, respect. Albert Schweitzer spreekt in dit verband over 'een nieuwe Renaissance, een veel grotere dan die waarmee we ons aan de Middeleeuwen ontworstelden'. Zó verlicht moeten we worden, zó open van geest, zó ruim van zienswijze, dat we ook dieren zien als moreel achtenswaardige creaturen.
Hans Bouma
Tekening Otto Dicke