/ HERENT -
Muis of Muisje – zo heet de kat – was tien jaar lang het gezelschapsdier van een vrouw uit het Vlaams-Brabantse Herent. Tot de Inspectie Dierenwelzijn van de Vlaamse overheid de kat in beslag nam na klachten over verwaarlozing. Het begin van een bizar verhaal.
De Inspectie Dierenwelzijn verscheen op het toneel, gealarmeerd door klachten van een buurtbewoner. De poes zou verwaarloosd worden, wat ook het standpunt was van de inspecteurs Dierenwelzijn. Conform de richtlijnen werd de kat in beslag genomen en uiteindelijk aan de zorgen van een asiel in de buurt toevertrouwd.
“Verdwenen”
De vrouw – die meent dat het om een afrekening van enkele kwade buren gaat – liet het daarbij niet. Boos vocht ze de beslissing aan bij de Raad van State, die de vrouw nu onlangs gelijk gaf en de beslissing van de Inspectie Dierenwelzijn vernietigde. Er waren te weinig concrete aanwijzingen dat de vrouw de kat niet goed verzorgde, wat het baasje ook aantoonde met onder meer facturen en een verklaring van haar dierenarts.
De uitspraak van de rechtbank kwam echter pas een jaar nadat de kat in beslag was genomen. En intussen was van het dier – dat dus weer terug mocht naar het baasje – geen spoor meer te bekennen. “Doordat de kat niet gechipt was, het asiel onlangs overgenomen werd en de oorspronkelijke administratie niet meer ter beschikking was, bleek de kat inderdaad verdwenen”, aldus het departement Omgeving van de Vlaamse overheid gisteren in een reactie.
Volgens de advocaat van de vrouw is het niet ondenkbeeldig dat de kat in tussentijd een spuitje kreeg.
“Grotendeels vergeten”
De vrouw eiste vervolgens opnieuw via de Raad van State een morele én materiële schadevergoeding voor het verlies van haar huisdier. Maar dat deed de advocaat van de Vlaamse overheid behoorlijk steigeren. Volgens het arrest van de Raad van State trok hij in twijfel of er in deze zaak wel sprake kon zijn van een morele schade. Volgens hem waren katten “vervangbaar”, moest de vrouw niet doen alsof hierdoor “haar wereld was ingestort: een paar weken volstaan om te wennen aan een andere kat”. Waarna de advocaat ook nog bepleitte dat na enkele maanden “een kat grotendeels vergeten is.”
Maar de Raad van State vult het begrip dierenliefde duidelijk toch wat anders in. De vrouw krijgt nu wel degelijk een morele schadevergoeding toegekend, al moet ze tevreden zijn met 250 euro, terwijl haar advocaat 2.500 euro had gevorderd “indien het diertje om een of andere reden niet kan worden gerecupereerd”. Met als verantwoording “dat het betrokken leed niet mag worden onderschat, vermits het gezelschapsdiertje voor de alleenstaande vrouw haar enige gezinslid is”.
De Vlaamse overheid betreurt de afloop van het dossier, waarbij de kat uiteindelijk verdwenen bleek, zo werd gisteravond nog beklemtoond. Nog volgens het departement Omgeving had deze gang van zaken vermeden kunnen worden wanneer de betrokken vrouw sneller had gereageerd op de aanvankelijke inbeslagname van haar kat.
“Niet officieel standpunt”
De felle uitspraken van de advocaat van de overheid dat katten onder meer “vervangbaar” zouden zijn, is volgens de woordvoerder niet het officiële standpunt van de Vlaamse overheid qua dierenwelzijn. Die uitlatingen moeten eerder worden gezien in het kader van de debatten tussen de advocaat van de vrouw – “die een hoge schadevergoeding tracht te bekomen” – terwijl de advocaat van de overheid die vergoeding beperkt tracht te houden, aldus nog de woordvoerder.
De eigenares van de verdwenen kat wenste zelf niet reageren op de zaak.