Mag een 'Geestvervulde' dan helemáal geen emoties tonen
Deze reactie te lezen na die over het 'shaken'.
Ik heb in de afgelopen dagen veel over jouw reactie nagedacht. En toen kwam mij voor de geest, dat Onze Heer Jezus Christus ook niet als een houten klaas over de wereld rondging. Ik kwam te denken aan dat gebeuren in Johannes 11 v 33: "...Geërgerd en diep bewogen vroeg Jezus"
De NBG heeft het wat pittiger: "Hij werd verbolgen in de geest en diep ontroerd". En de ' Korte Verklaring' heeft hierbijverkort) : ............ Jezus kreeg een heftige ongearticuleerde gevoelsexpressie. De interne emoties werden hem schier te machtig en beroerden hem ZICHTBAAR .Hij werd wrevelig, verbolgen; zo was het inwendig, in de geest, maar het werd uitwendig zichtbaar aan het heen en weer beven en schokken van zijn lichaam en de uitdrukking van zijn gelaat. En waarom werd hij zo verbolgen: over de bittere algemene gevolgen van de zonde: dood, rouw en tranen ........... Tot zover de Korte Verklaring, die natuurlijk niet zegt, dat Lazarus en zijn zusters hier specifiek zélf gezondigd zouden hebben.
Maar ik heb nog iets voor je:: Lucas 10 v 21: "Op dat moment begon Jezus, vervuild van de Heilige Geest, te JUICHEN..."
Hier is de NBG weer wat minder uitgesproken.
In ieder geval laat Jezus zien, dat diepe emoties in de meest innerlijke persoonlijkheid, de menselijke geest, heel wel naar buiten zichtbaar kunnen worden.
En een minder illuster voorbeeld vind ik in 2 Koningen 8 vanaf v 11. Ik geef het bij uitzondering weer in NBG-taal: "En Eliza, de man Gods, zette een strak gelaat en hield het onbewogen tot verlegen wordens toe; daarop barstte hij in wenen uit. En Hazaël zei: ' Waarom weent mijn heer' ".
Terwijl Eliza met Hazaël in gesprek is, toont de Heer hem een visioen. En terwijl dit visioen zich ontrolt, is Eliza niet in staat, zich gewoon te gedragen. Hij kijkt maar star voor zich uit in de richting van Hazaël, totdat die het benauwd krijgt van verlegenheid.
Ook hier weer een heftige interne, geestesemotie, die in uiterlijke gedragingen merkbaar wordt.
Dus Gurk.....wanneer jij begint te trillen onder de heiligheid van een krachtige tegenwoordigheid van de Heilige Geest, die door jouw menselijke geest wordt geregistreerd, dan heb jij bijbelse voorbeelden in Oude en Nieuwe Testament.
Ik heb alleen geageerd tegen zielse impulsen; emoties uit ons zieleleven, ons verstand, gevoel en wil, die op hun lager niveau worden aangeraakt en dat tot uitdrukking willen brengen in lichaamstaal.
Maar daarin zijn wij het dus volkomen eens; op dat lagere nivau kan de grote vergeler sneller binnenkomen en zijn grauwsluier gemakkelijk heentrekken over edele gevoelens.
Bij sommigen liederen, zoals bij lied 585 word ik diep-geestelijk geroerd,....dan lopen soms de tranen over mijn gezicht. Maar laatst merkte ik, dat dit ook al gebeurde bij lied 609 en opeens wist ik het: " Dit zijn geen tranen van geestelijke geroerdheid. Hier spelen emoties uit de zielensfeer een rol".
Dit zijn persoonlijke bevindingen. Huil maar gerust bij 609 ook, als je diepere emoties worden geroerd. Dat is allemaal zo persoonlijk.
Maar Gurk...jij zult waarschijnlijk door mijn antwoord, zo niet helemaal, dan toch wel gedeeltelijk bevredigd zijn, mag ik hopen.
Hoort 'shaken'ook bij de 'vervulling met de heilige Geest'.
Broeders en zusters van mij die wel eens naar de conferentie van TRIN gaan, manifesteren vaak. Dat wil zeggen, ze beginnen op sommige momenten te shaken zonder dat ze er wat aan kunnen doen. Is de Heilige Geest dan met ze bezig? Is dit ook bijbels? (niet dat ik twijfel aan hun oprechte geloof, maar om het gedrag naar anderen te kunnen onderbouwen) Zegt Paulus, of een andere apostel, of Jezus hier iets over? Wat vind u van het 'Dronken zijn in de Geest' ?
Zo zijn er wat vragen. Kan manifestatie ook door demonen komen? en hoe onderscheid je of een manifestatie komt door God, iemand zelf of een demon?
Mijn antwoord:
Allereerst dít: in onze gemeente was er in een dienst dít beeld:
Hoog in de lucht zweefde een edele adelaar. Daar beneden liepen allerlei vogels, die -zonder het te beseffen- adelaarsvleugels hadden. Toen de schaduw van de grote adelaar over hen heen trok, werden zij door een heerlijk heimwee overvallen. Ze wilden naar die adelaar toe. En vele vogels gingen 'op de wieken'. Sommige kwamen niet verder dan een zeker plafond. Andere vogels streken weer neer, ontmoedigd dat het niet lukte om 'hoogte te krijgen'.
En er was dit woord bij: .... Mijn kinderen; stijg op naar mij toe in mijn sfeer. Ik wil je daar ook weer beschermen onder mijn vleugels. Ik weet, hoevelen van jullie het geprobeerd hebben en teleurgesteld omdat zij niet konden dóorbreken, op hetzelfde niveau zijn gebleven of teruggekeerd. Maar mijn kinderen; houd moed !!! Ga opnieuw in mijn kracht. Ik wil jullie bij mij hebben in mijn sfeer om jullie steeds meer te zegenen .................. Dit is toch een nobel beeld. God roept toch ziijn kinderen door zijn heerlijkheid en macht. Want 2 Petrus 1 v 3 zegt; "Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht".
Zoals die adelaar daar zweefde in zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht en de zijnen riep via een onbedwingbaar heerlijk verlangen naar hem. zo is de Heer. Hij is toch veel te chique om te roepen via shakingen en rillingen en 'over de grond gerol' en dergelijke. Want deze laatste manifestaties komen ook voor. Gingen de mannen in Efeze, die in Handelingen 19 de doop in de Geest ontvingen, zo te keer met groot geroep en getril en gekrijs. Nee....ze spraken in tongen, spraken klanktaal en profeteerden, gebruikten hun menselijke vermogens op een opzienbarende, maar niet op een stuitende en schrik verwekkende wijze.
En al die heidenen, die bij Cornelius waren in Handelingen 10. Geen opvallende verschijnselen, dan alleen hemelse tekenen: klanktaal en God prijzen, (46).
En wat zag Simon de tovenaar, toen de mensen in Samaria vervuld werden met de Heilige Geest. Iets principieel anders dan toen zij verbijsterd hadden gestaan over zijn toverkunsten, ( 9) .En hij- de 'kenner'- besloot: "Dit moet ik hébben", ( 19).
En bij de eerste vervulling met de Heilige Geest, die van Hand 2. Ja...er waren vuurverschijnselen bóven de discipelen, (v 3) en vaardigheden in hun mond ( 4), maar het bleef 'stijlvol'.
Maar wanneer die kennissen van jou gaan shaken , een soort 'stuiptrekken', dan spelen demonen daarin hun verwarrende en ontluisterende deuntje mee. Dat zegt niets ten nadele van die lieve broeders. Zij moeten alleen bevrijd worden van het kwalijke- door satan bewerkte - bijproduct van hun 'aanraking door de Heilige Geest'. Zij denken wellicht dat zij iets moeten tonen in de uiterlijke wereld. Maar de Heilige geest werkt door- uiteindelijk- innerlijke tekenen, zoals bovengeschetst.
Nee, Niekie; deze verschijnselen zijn al veel voorgekomen, maar zij zijn niet 'de eenvoud die kenmerk is van het ware'. 'Dronken in de Geest' komt helemaal niet in de bijbel voor. Als omstanders het in Hand 2 suggereren, (13 en 15), spreekt Petrus dat ten sterkste tegen. Wel kan er sprake zijn van 'zinsverrukking', (Hand 10 v 10; 22 v 17), maar dat is net zo verheven als dronkenschap ontadelend is.
Moet een Christen vergeving vragen voor zijn nú bedreven zonden
Er is een theologie, idee dat een christenen geen vergeving hoeft te vragen voor zijn of haar zonden.
Wel dat je je zonden moet belijden. Maar vergeving vragen hoeft niet omdat Jezus het al vergeven heeft op Golgotha, De zonden van de wereld zijn al weggedragen. De vraag of Jezus de zonde wil vergeven is een overbodige omdat hij dat al gedaan heeft en dus wil. Vergeving voor zonden vragen is voor sommigen (die dat vinden) dus ook niet nodig.
Mijn antwoord: 1 Johannes 2 v 1 zegt: "Kinderen....ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht iemand van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden..."
Let wel; er staat hier niet: ' verzoening heeft gebracht', maar ' brengt'.
Ik doe ook nú nog - als 84-jarige- zonden. Telkens bespeur ik, dat er omstandigheden zijn, die mij weer net iets terug zetten op de weg naar het goede land van God. - Soms zeg ik wel eens iets wrevele inplaats van liefdevolle dingen - ook ben ik wel eens zwartgallig, waar blijdschap blijvend de grondtoon behoort te zijn - soms ben ik wel eens onvriendelijk, wat kortaf -...of ongeduldig...enz enz.
En al die dingen brengen mij een klein beetje terug in het rijk van de kilte. En dan ga ik altijd naar Jezus en ik zeg: "Heer ...vergeef..." En Hij zegt tegen de Vader: "Ook voor deze zonde heb ik mijn leven geofferd". En dat stemt mij blij.
En nu kan je allerlei dingen gaan bedenken van "Als wij onze zonden belijden , dan is het toch al goed". Maar dat blijft zo academisch , zo 'bloedeloos'. Even dat warme contact met de Heer: "Lieve Heer Jezus, bent u daar nog. U zag het wel...dat gebrek aan zelfbeheersing...dank U Heer, dat u ook dat vergeeft".
Je vraagt, hoe je 'sexuele zonden' nu eens kunt omschrijven.En daarbij haal je Colossenzen 3 v 5 aan en Hebr 12 v 16 , zoals die in 'Het Boek' luiden.
Van 'sexuele zonden' kan men een hele opstelling maken. Maar aan zo'n lijst komt nooit een eind. En het is helemaal niet leuk om al die nare dingen op te schrijven.
Ik zoek dan ook naar een algemene omschrijving, waarbij ik me niet teveel in details hoef te begeven.
Het sexuele leven van mensen is de afbeelding van een groot, heerlijk geheim van God.
Toen Hij mensen en engelen schiep, was zijn bedoeling om zijn eeuwige vreugde met 'wezens' te delen. God wilde zijn oneindige liefde niet alleen in wisselwerking met zijn eniggeboren Zoon beleven, maar Hij wilde meerderen in die vreugdekring hebben, zoals ook in het natuurlijke leven een jongen en een meisje elkaar zeer kunnen liefhebben, maar nochtans de behoefte gevoelen om anderen in die liefde te laten delen, hoewel ze aan elkaars vreugde al genoeg hebben. En dan verloven zij zich en geven een feest.
Maar God wilde wél vrijwillige wederliefde hebben. Het was zinloos om wezens te scheppen, die geprogrammeerd waren om hun liefde terug te schenken, wanneer Hij de zijne aanbood. Hij schiep dus wezens met een vrije wil, mensen en engelen. En met zijn Heilige Geest als zijn 'bruidswerver' staat Hij sindsdien aan de deur van elk mensenhart om zijn geestelijke liefde bekend te maken. En wanneer degene, aan wiens deur hij staat, "Ja" zegt en de deur opent, dan komt Hij binnen om maaltijd met zo iemand te houden,(Openbaring 3 v 20). om zogezegd een relatie aan te gaan. En naarmate er volhardender en blijvender "Ja" wordt gezegd, wordt de relatie verdiept. Dan komt er de Goddelijke omarming in de wedergeboorte, zie BIJBELSTUDIE, en daarna de vervulling met de Heilige Geest, die een stroom van goede gaven met zich brengt, Geestesgaven en Geestesvrucht, allemaal 'kinderen' van Gods Geest en de menselijke geest.
En toen God dit heerlijke wilde uitbeelden in begrippen, die tot de aardse werkelijkheid behoorden, koos Hij daarvoor het sexuele leven, de echtelijke gemeenschap van éen man en éen vrouw, die in een levenslange verbintenis kinderen verwekken/baren, (Genesis 1 v 28). Het sexuele leven is dus een geschenk van God om een hoogst mogelijke gave van Hem uit te beelden.
Alles, wat afvoert van God, is zonde. Alles, wat toeleidt naar de duivel is zonde. Alles, wat niet uit geloof is, dat is zonde, Romeinen 14 v 23.
(Ik ga nu even voorbij aan het gegeven, dat er mensen en engelen zijn, die jegens God een keihard en blijvend '"Nee" laten horen. Dat is een heel ander onderwerp).
- er zijn mensen, die het sexuele lkeven helemaal lospellen van de Goddelijke oorsprong en die alleen belangstelling hebben voor 'aardse prikkels'.
- er zijn mensen, die een opbloeiende liefde overhaasten en zo de sfeer bederven, (Hooglied 2 v 7).
- er zijn mensen, die alleen maar om eigen zingenot denken en een surrogaatliefde halen, waar die tegen betaling maar te krijgen is.
- en zo zou ik door kunnen gaan.
Maar de jongen of het meisje, die/dat de sexuele liefde rein wil beleven, probeert die zó te beleven, dat het in overeenstemming is met de Goddelijke afkomst: - hij/zij overhaast niets, Hooglied 2 v 7; laat alles met gebed gepaard gaan; - hij/zij laat alles in orde geschieden; God is geen God van wanorde, (1 Corinthe 14 v 33). Gezorgd wordt voor een maatschappelijk verantwoord 'bedje' om een kindje in te leggen; beschermd door een degelijk huwelijk met een degelijke financií«le basis. - hij/zij begint niet aan de echtelijke gemeenschap, voordat die basis er is; de vorming van een huwelijkskoppel behoort niet gepaard te gaan met allerlei spanningen. - hij/zij....ach; vul zelf maar in. De 'betekende zaak' is iets van een en al harmonie....dan behoort ook 'het teken' vrede en harmonie uit te stralen.
Alles, wat de ideale gang van zaken verstoort, is zonde.
En nu kan men tegen mij zeggen, dat geen mens op volkomen wijze tot de echtelijke gemeenschap voor het leven komt en dat er allerlei kwetsuren gebleven zijn, wanneer de gang naar het stadhuis gemaakt wordt.
Voor alle misgrepen geldt: "God zal u alle jaren vergoeden, die de kaalvreter heeft kaalgevreten", (Joí«l 2 v 25). Waar we ook zijn; wij hebben de Heer leren kennen; ook voor de situatie op sexueel gebied geldt: in het goede spoor, waarin wij geraakt zijn....in dat spoor dan ook verder!,(Filipp 3 v 16).
Niem; er blijft veel te vragen. maar ik ben voor alle vragen tot antwoorden bereid.
Je hebt al geweten van contact met God. Je anorexia was ( en is) een zwaar kruis. Maar God kwam in je leven en opeens begon het een stuk beter met je te gaan.
Maar nu is het een tijd van beproeving. God lijkt een stap teruggedaan te hebben en nu je anorexia weer zo hevig is, ben je begonnen te twijfelen aan God en aan het hele geloof.
Niem; je vraagt troost van iemand, die je een beetje uit de put kan helpen. Maar ik wil even beginnen met een wat 'zwaar woord'. Spreuken 24 v 10 zegt; "Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw".
Weet je, wat er gebeurd is, Niem? Na die eerste, vreugdevolle aanraking, die heus wel een tijd geduurd heeft, heeft God zich inderdaad even teruggetrokken om te zien, 'wat voor vlees Hij met jou in de kuip heeft'. Ben je een vechtertje....wil je volhouden met Hem ...of strek je geestelijk gezien de pootjes. Iedereen in Gods rijk hoopt, dat jij je níet slap zult betonen in deze dagen van benauwdheid. Iedereen daar wil vurig, dat je kracht níet in het nauw komt. Maar iedereen moet afwachten, wat jíj doet.
Nu is het de tijd van een precies afgepaste hoeveelheid tegenslagen. Precies afgepast: de Heer belooft je, dat Hij geen te zware verzoeking vanwege de duivel toelaat, want ....Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, ZODAT JE ERTEGEN BESTAND BENT, ( 1 Corinthe 10 v 13).
En nu kijken de Heer God en zijn heilige engelen vol vriendelijke en hulpvaardige gezindheid naar jóu: "Gaat ze volhouden. Ze mag toch weten, dat de verzoeking niet te zwaar wordt gemaakt". En zodra zij zien, dat je, met tranen in je ogen zegt: "Lieve Heer God...ik blijf volhouden met U....dat wil ik althans. O Heer, geef mij kracht. Dank U, dat U het doet", dan zijn ze al bij je, met al die hulp, die ze kunnen bieden. En je komt er sterker uit. De beproeving van die anorexia wijkt niet eens, maar je bent er tegen bestand.
Je zult tegen jezelf zeggen: "Ik ga naar die jeugdrally, al huilt mijn hart...en ik wil daar juichen met de anderen , ook al schreeuwt het van binnen. Want...God wóont op de lofprijzingen van zijn volk", (Psalm 22 v 4)...en:... Wie lof offert, eert God en baant voor zichzelf de weg, dat God hem zijn heil doet zien, (Psalm 50 v 23)".
En probeer het nu eens uit. Ik zie jou daar al dansen in die blijde rijen; jullie zingen: (lied 161 uit Opwekking): "Laat de woestijn, Heer Bloeien als een roos", en jij schreeuwt het van binnen uit: "O Heer....ook míjn woestijn".
En aan het eind, in die feestelijke dansende optocht: "Heer, geef mij ook uw waterbronnen, Heer...geef mij ook uw waterbronnen.... HEER...GEEF MIJ OOK UW WATERBRONNEN...!!! ..... ZODAT IK OVERSTROOM...
En dan zijn er die bevrijdende tranen... En je weet: "Ook met die anorexia komt het in orde. En ook al zoek ik professionele hulp....de Heer heeft iets beslissends gedaan.
Aanvankelijk wilde ik mij hierbij alleen laten leiden door Nieuw- Testamentische teksten. Toen ik echter naar het Oude testament keek, zag ik daar ook wel iets, dat geschikt leek;
Deuteronomium 1 v 16 zegt: ( bij een briefing voor de rechters zegt Mozes) " Hoor beide partijen en doe rechtvaardig uitspraak, zowel tussen twee volksgenoten als wanneer er een vreemdeling bij betrokken is. Oordeel zonder aanzien des persoons , hoor de arme evengoed als de rijke. Laat u door niemand bang maken, want u spreekt recht namens God. Wanneer iets te moeilijk voor u is, leg het dan aan mij (Mozes) voor...."
Hoewel dit tegen rechters wordt gezegd, kunnen alle mensen voor allerlei vragen, waarvoor zij gesteld worden, hier een les uit trekken: In je dagelijkse werkring kan het voorkomen, dat iemand je entert met de vraag: "Ik vind hem of haar gemeen. Hij of zij doet zus en zo. Wat denk jij daar nu van". Tracht dan onder een bepaalde directe oordeelvelling uit te komen. Bekijk de zaak of het de moeite waard is om de andere partij te raadplegen. Soms , wanneer het tussen twee collega's gaat, is dat makkelijker dan wanneer men zich bij jou over een chef beklaagt. Nu ja; je weet: kantroorruzies komen voor; er zijn zoveel mogelijkheden. Die hoef ik jullie niet allemaal op te sommen. Maar kom je er niet onderuit om de zaak verder uit te diepen, houd dan deze regels aan: - niet de chef voortrekken en niet je collega voortrekken - niet de ene collega voortrekken boven de ander - niet je door vrees laten leiden - de zaak doorspreken met God.
Algemeen: er zijn klaarblijkelijk intermenselijke betrekkingen, waarbij je wel zeker tot oordelen geroepen kunt zijn.
Maar nu 1 Samuel 24 v 16: Hier brengt David de zelfbeheersing op om Saul , die hem vervolgt, niet te doden, wanneer de kans daarvoor er is. Later zegt hij tegen Saul: " De HEER zal uitspraak doen en beslissen wie van ons beiden in zijn rexcht staat( Moge de HEER oordelen tussen mij en tussen u. Hij zal mijn zaak onderzoeken en verdedigen en mij recht verschaffen tegenover u".
Weer een belangrijke heenwijzing: anderen maken het ons - bijvoorbeeld- moeilijk. Wij hebben de stelligen indruk, dat wij in ons recht staan, maar spreken geen veroordeling over die ander uit. Integendeel: wij laten de beslissing aan de Heer over.
Van het O.T. heb ik nu het een en ander aan indrukken ontvangen. Er is veel meer in deze schatkamer te vinden. maar nu toch naar het Nieuwe Testament.
Math 7 v 1 en 2 " Oordeel niet , opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want....op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden".
Iemand zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: " In de traditionele kerken zingen ze soms nog uit de berijming van 1777: ' Maar 't vrome volk in u verheugd Zal huppelen van zielenvreugd daar zij hun wens verkrijgen. Hun blijdschap zal dan onbepaald Door 't licht dat van zijn aanzicht straalt Ten hoogsten toppuint stijgen'
En dan moet je horen, hoe ze zich opblazen om eens goed hard te zingen;
' Hef Gode blijde psalmen aan...'.
Die mensen klemmen zich aan valse zekerheden vast. Zij , met hun 'zich de genade niet kunnen toeëigenen ' en dat soort kreten, mogen die heerlijke woorden helemaal niet aanmerken als 'voor hen - in hun geestelijke situatie- bestemd'..."
Fout, fout, zoals ik hierna uitleg.
Kijk...in geestelijke zaken mag je helemaal niet naar de splinter in het oog van je broer kijken, (3), (gesteld dat die er is), maar moet je eerst de balk van je zelfgenoegame oordeel iut je eigen oog wegdoen.
De algemene, afrondende indruk kan worden gewekt: - dat men in aardse kwesties best wel een eigen oordeel mag hebben, hoewel Deuteronomium daar voorwaarden aan verbindt - dat men in onrecht dat men zelf ondergaat en dat geestelijk van aard is beter het oordeel aan God kan overlaten - dat men over de geloofsbeleving van anderen niet lacherig-uit de hoogte moet doen, maar alleen in liefde milde dingen denken
Maar dan is er nog éen tekst die ik wil noemen: Johannes 5 v 22 zegt: " De Vader zelf velt over niemand een oordeel, maar hij heeft het oordeel ( van Matth 25) geheel aan de Zoon toevertrouwd".
Wees maar zó doordrongen van het allesovertreffend belang van Onze Heer Jezus Christus, dat je zijn gunstig genade-oordeel over jou als het hoogste goed voor tijd en eeuwigheid koestert.
Ik voeg die laatste opmerking nog even bij, omdat de mensheid tegenwoordig veel wollige, onbepaalde, religieuzerige woorden aan God wijdt, zonder daarbij de Heer Jezus te noemen.
Er zijn nog legio teksten meer over 'oordelen'. . Maar voor het moment 'oordeel ' ik, dat 'het zo maar even moet kunnen'.
"13 Oordeelt u daarom zelf. Is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? 14 Leert de natuur zelf u niet dat lang haar een man te schande maakt, 15 terwijl het een vrouw tot eer strekt? Het haar van de vrouw is haar gegeven om een hoofdbedekking te dragen."
Ik heb dit stuk bewust een hele tijd genegeerd. Misschien ook omdat bijna geen van de vrouwen met een bedekt hoofd in de gemeente komt. Maar nu ben ik er echt heel erg mee bezig. Moeten de vrouwen echt iets op hun hoofd? En ik begrijp dat het dan ook nog perse lang haar moet zijn (weet niet meer waar dat staat) maar dat ziet er niet uit bij mij en ten 2e is het helemaal niet praktisch maar juist zeer gevaarlijk in het laboratorium waar ik werk.
Mijn antwoord:
Ik wil de verzen 7 t.m.10 in mijn antwoord betrekken. Daarom geef ik die hier nog even weer;
"Een man mag zijn hoiofd niet bedekken, omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (De man is immers niet uit de vrouw voortgekomen, maar de vrouw uit de man en de man is niet omwille van de vrouw geschapen, maar de vrouw omwille van de man). Daarom....en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben. Echter ...in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man en ook de man niets zonder de vrouw Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen , zo bestaat de man door de vrouw- en alles is ontstaan uit God".
En dan volgt dat gedeelte, waarover jouw vraag ging.
Wat kan nu de gedachtegang van Paulus zijn geweest. Die probeer ik hieronder weer te geven. Daarbij betrek ik dan ook weer de verzen 5 en 6 bij, ja zelfs 3 en 4.
Daar komt-ie; ga er maar aan staan !
3: In de Nieuw-tewstamentische gemeente, die vervuld is met de Heilige Geest: beeldt de man de eenheid tussen Christus en zijn gemeente uit. In de natuurlijke wereld vertaalt dit zich, doordat gehuwde man het hoofd is van de echtvereniging.
De vrouw beeldt de luister van de gemeente uit, als de bruid van Christus. In de natuurlijke wereld wordt dit uitgebeeld, doordat de vrouw de glorie en het gezag van haar man door haar ondersteuning van hem, haar gehioorzaamheid aan hem en haar gedrag naar buiten toe de nodige klemtoon geeft.
4 Omdat de mens in de gemeente zonder geestelijke bedekking tegenover God mag staan,( 2 Corinthe 3 v 13-18) is het de functie van de man om dit uit te beelden door voor God blootshoofds te verschijnen in gebed en bij het profeteren.
5 De functie van de vrouw is om een ander aspect van de gemeente als bruid van Christus te accentueren; haar kostelijke en sierlijke haardracht. Dat haar is een sluier, die in de geestelijke wereld voorstelt, dat zij de gemeente als bruid van Christus voorstelt, die haar heerlijkheid alleen ter beschikking stelt van haar geestelijke echtvriend, Jezus.
(En nu komt er even een moeilijke hobbel).
In Paulus' tijd, (hij kon niet denken buiten het kader van zijn tijd), was de sluier eigenlijk ook een afbeelding ervan, dat een gehuwde man en zijn vrouw samenhoorden. Deed een vrouw haar sluier uit tijdens het profeteren, dan was het eigenlijk zo, dat zij in de geestelijke wereld overdrachtelijk 'haar haardos verwijderde', die het symbool was van de onverbrekelijke en anderen uitsluitende gemeenschap van Christus en zijn gemeente.
6 Een vrouw, die in de gemeente actief was in profetie en gebed met weggeschoven sluier, deed in de geestelijke wereld -onbedoeld en ondoorzien- afbreiuk aan het beeld van de gemeente als bruid van Christus.
7 De man met ongedekt hoofd tijdens bidden en profeteren is in de geestelijke wereld de correcte uitbeelding van de heerlijke gemeenschap tussen de verloste mensheid en God de Vader.
De vrouw met haar sierlijke haardracht is de afbeelding van de schoonheid van de gemeente als bruid van Christus. In de natuurlijke wereld heeft de vrouw tot lieflijke taak de glans en het gewicht en de belangrijkheid van haar man door haar voortreffelijkheden waar mogelijk, te accentueren.
8 Wanneer iemand zegt; "De man wordt wel weer in de boter gebraden hè" , dan mag het antwoord zijkn, dat op andere plaatsen in de bijbel, met name in het Nieuwe Testament, weer tal van bevelen zijn voor de man zijn - om zijn vrouw te eren - om haar als ´mentaal meest kwetsbaar´te beschermen, (1 Petrus 3 v 7). Nee...de vrouw komt per saldo niets te kort, maar daarover een ander maal. De scheppingsorde is nu eenmaal zo geweest, dat de man het eerst geschapen werd en dat de vrouw uit de man genomen is, (Gen 2 v 22). En als zo de eeuwige raad van God was, wat zullen wij dan critiseren
9 En de vrouw werd geschapen om de luister van de man te verhogen. Adam flonkerde te meer, toen hij een prachtige partner naast zich had.
10 Maar dat háar van de vrouw, dat zij zo trots draagt in de natuurlijke wereld, is voor de engelen een teken: " Pas op, blijf van de gemeente af, want die gemeente is de bruid van Christus. Die mogen jullie wel dienen, maar niet haar geestelijk benaderen" . De goede engelen eerbiedigen die symboliek, maar de gevallen engelen trekken er zich niets van aan. Zij dringen geestelijk in de gemeente en in ieder lid van de gemeente binnen , op brutale wijze de onschendbaarheid verachtende. De demonen, hun leider aan het hoofd, zullen hiervoor hun straf niet ontlopen.
10 Vrouwen, kijk nog eens goed naar jullie haartooi, Die is jullie eer, jullie lieftalligheid,. En die haartooi stelt in de onzichtbare wereld iets heel moois voor.
11 overigens : voor de Heer zijn man en vrouw toch ook weer gelijk. Allebei 'kinderen van God'.
12 Het mag dan wel zijn dat 'manninne' uit de man genomen is, maar te beginnen met Kaïn zijn al die tientallen miljarden mannen uit het lichaam van de vrouw voortgekomen.
13 Daarom, vrouwen, veronachtzaam de symboliek niet, die in uw hoofdhaar is gelegen.
(En nyu weer even een hiobbel
13- 14 Paulus was een 'kind van zijn tijd', evenals wij een 'kind van onze tijd zijn.
Hij kon niet uit die tijd stappen. In die tijd en in zijn omgeving was het vanzelfsprekend dat de vrouw lang haar had en de man kort. Al het andere was in die tijd in Paulus' wereld een schande.
Wat zegt dit alles nu voor onze tijd met al die verschillende haardrachten voor vrouwen, terwijl de verschillende wijzen van haardracht over de gehele wereld bekend zijn.
(In Paulus' tijd hadden de mannelijke Chinezen lang haar, maar daar wist hij niets van. Hij wist niet eens, dat er Chinezen waren.).
Maar voor jou,. Steffanie, hoe je je haar ook draagt.... en ik zeg het via jou tegen alle vrouwen ......denk om de symboliek: de gemeente is in de onzichtbare wereld gesluierd voor alle geestelijke wezens, omdat zij aan éen man toebehoort, Onze Heer Jezus Christus.
Of je haar nu dun of dik is, 'hopeloos' of 'best wel wat mee te beginnen'....zorg er goed voor.
En voor gelovigen geldt: De dienst van de Heer God en de Heer Jezus en van God de Heilige Geest is een soort schoonheidssalon. - de Heer doet doffe ogen glanzen en winnen aan schoonheid - de Heer doet een ingezonken figuur zich rechten en koninklijk worden - zou dan de Heer voor jullie haar ook niet de beste coiffeur zijn.
Dan nog een heel ander stuk uit 1 Korintiers (1 Kor 11,2-16)
"5 Maar een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want ze is in dat geval precies hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw. 6 Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich maar beter laten kaalknippen. Wanneer ze dat een schande vindt, moet ze haar hoofd bedekken. "
Ik heb dit stuk bewust een hele tijd genegeerd. Misschien ook omdat bijna geen van de vrouwen met een bedekt hoofd in de gemeente komt. Maar nu ben ik er echt heel erg mee bezig. Moeten de vrouwen echt iets op hun hoofd? En ik begrijp dat het dan ook nog perse lang haar moet zijn (weet niet meer waar dat staat) maar dat ziet er niet uit bij mij en ten 2e is het helemaal niet praktisch maar juist zeer gevaarlijk in het laboratorium waar ik werk.
Mijn antwoord:
Na de vorige beantwoording kan ik betrekkelijk kort zijn:
Een algemene regel is ook nu nog, dat men een lang bestaande traditie niet in éen maal opzij kan schuiven. Maar wat deden 'durvende' vrouwen in Corinthe. Zij redeneerden : "Wij hebben geleerd dat in Christus geen sprake is van 'mannelijk'en vrouwelijk': in de 'geestelijke'wereld zijn wij geljk. Bidden en profeteren is hier in de gemeente ook geen punt. Daarin zijn wij ook aan de mannen gelijk'. (En dat is juist gzien) En wat was nu de volgende stap: net als de man "sluierloos". Dus de sluier opzij gegooid. Na de eeuwenlange onderdrukking: niet alleen in de geestelijke wereld, maar ook in de wereld-van-alle- dag naar de vrijheid gegrepen. Een bekend verschijnsel: dat doorslaan. Maar dat ging zo erg tegen de traditie in, dat iedereen dat tot een onderwerp van discussie maakte. Ik heb daar zélf een voorbeeld van. Toen ik in Zimbabwe was, wilde ik in de hoofdstad de pinkstergemeente gaan bezoeken. Maar een lid van de gevestigde kerken zei tegen mij: "O brother Ger...you can't do that...they CARRY each other there!!!"
Want in deze vrije, vrolijke, wel wat 'doorgeschoten' gemeente was het gewoonte, dat de mannelijke leden elkander in een extase van blijdschap ronddroegen, een gewoonte, die ik daar waarnam, ( want ik ging natuurlijk toch), maar die ik ergens elders nooit meer ben tegengekomen. Ze deden daar zo gek in hun enthousiasme, dat een gewoonte abrupt werd doorbroken en zo stond deze handelwijze een groei van de gemeente in de weg.
En zo stonden deze vrijmoedige vrouwen de uitbreiding van de gemeente in de weg. En bovendien zal- gezien de algemene gang van zaken in deze jonge en over-enthousiaste gemeente - de geestelijkje rijpheid van deze vrouwen nog niet zo ver gevorderd zijn geweest. Een geestelijk gerijpte vrouw in Ciorinthe zal de sluier zeker niet afgedaan hebben. Paulus gaat dan verder door op een gevolg te wijzen, dat uit een en ander direct voortkomt. Wie in ziels enthousiasme de sluier van het eigen hoofd wegrukt, maakt haar man tr schande, loopt vooruit op de zich maar geleidelijk aan aanpassende traditie en krijgt van de buitenwereld geen ander oordeel dan: " Kaalscheren die vrouw, die de zeden van de dochters van Israel heeft verlaten", een joodse regel, die in de heidenwereld zijn pendanten had.
Ook hier weer dus is de algemene gedachte: "Ga niet buiten de regels, die in jouw tijd gelden, want dan schaad je de voortgang van het evangelie.
Over je laatste vraag handel ik in een volgende posting.
Het kon eigenklijk niet uitblijven....: er komt een vraag over...:
Dank u voor uw heldere antwoord. Nu wil ik toch nog iets weten over de brief die Paulus naar Timoteus schrijft. U raad het misschien al: 1 Timotheus 2:11-12
Uit de NBV: "11 Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; 12 ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn."
Let vooral hierop Steffanie...: ik ploeg nog wel eens met het kalf van een ander., (Rechters 14 v 18). Ik citeer vaak globaal gedachten van J.E.v.d.Brink, een overleden bijbeluitlegger, die ik al kende vanaf de M.U.L.O....waar hij leraar was, (toen heette dat nog onderwijzer) ..
Goed...in het volgende zit een vrij hoog percentage 'VdB'.
"Een vrouw dienst zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen"
Wanneer er staat, dat vrouwen naar hun mannen moeten luisteren, dan staat dat altijd in verband met hun éigen mannen. Sara, de vrouw van Abraham, luisterde naar dezen ( 1 Petrus 3 v 6). Neem jezelf tot voorbeeld: je bent niet gehuwd, maar wanneer je daartoe komt, dan heb je, wat gehoorzaamheid betreft, alleen met je eigen man te maken.
In Galaten 3 v 28 schrijft Paulus: "Er zíjn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen- u bent allen éen in Christus Jezus". Een Christenvrouw is in de gemeente volkomen gelijkwaardig aan wie er ook maar is.
En wat bliezen vrouwen in het Nieuwe testament hun partijtje mee. - Ik noem Euódia en Syntyche maar, ( Filipp. 4 v 2 en 3 - Of wat denk je van Febe, de dienares van de gemeente te Kenchreae - en Priscilla...maar daar hadden wij het al over - en ik noem nog Tryféna en Tryfosa, en Pérsis uit Romeinen 16 v 1, 2 , 3 en 12.
Nooit kan deze tekst gebruikt worden voor een algemeen zwijggebod voor vrouwen.
Maar wat wordt hier dan wel bedoeld ? De tijd, waarin deze vrouwen leefden, was een tijd van opperste onderdrukking vn de vrouw Talmud-uitspraken, zoals "Je kunt beter de wet verbranden dan haar aan een vrouw toevertrouwen" en " wie zijn dochter in de wet onderwijst, is als iemand die haar tot zonde brengt" waren onder de Joden van die dagen 'gesneden koek' en met de heidenen stond het er zeker niet beter voor. De hele traditie was zozeer doordrongen van het feit, dat de vrouw 'mnder dan niets' was, dat een al te enthousiast laten zien, dat er andere tijden waren aangebroken, ook wat dat betreft, alleen tot aanstoot kon leiden. En 'aanstoot geven' was een belemmering voor de doorbtraak van het Evangelie.
Zelfs in de gemeente moesten de vrouwen met wijs beleid optreden. De Judaïserende broeders, een net te onderschatten macht destijds, werden vreselijk opgewonden, wanneer een vrouw werd onderwezen in het evangelie, hoewel die regel voortkwam uit de joodse traditie en niet uit de wet van Mozes. Het motto was toen: ook in de gemeente niet te hard van stapel lopen. Er zijn altijd invoedrijke elementen, die in dit opzicht 'geestelijk zwak' zijn´, die al die naar onderwijs hunkerende vrouwen´niet kunnen velen. Dat moet allemaal uitzieken; het moet zijn tijd hebben. Niet overal in de Christelijke gemeenten was het zo, dat er zelfs vrouwen wareen in leidende posities, zoals de vrouwen, die ik zoëven noemde.
"Ik sta haar dus niet toe, dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft, (NBG: gezag over de man heeft') ".
Nu ja; dat is zelfs nu niog duielijk: wanneer een echtpaar een samenkomst bezoekt, dan komt het ook nu nooit voor, dat vrouw en man, gehuwd met elkaar, in de sam als kemphanen tegenover elkaar staan. Een vrouw zal in een samenkomst met meerdere Christenen niet overduidelijk tonen, dat zij het beter dan haar man weet. Geen gehuwde vrouw zal zo haar man ´zijn gezicht laten verliezen´.
Paulus zegt hier dus eigenlijk: `Begeef je niet buiten de algemene regels, die voor de mensheid in jouw streek gelden. In de gestelijke wereld gehoorzaam je de regels dáar. In de wereld-van -alle-dag voeg je je naar de regels dáar; en als die knellend en dwaas zijn: rek ze op, leg ze ruim uit...maar alles via een proces van gewenning. Mensen moeten het geleidelijk aan gewoon gaan vinden, dat: - vrouwen van alles leren - vrouwen zelfs aan anderen van alles gaan leren. Dat moet organische gebeuren, langs lijnen van geleidelijkheid.
Daag Ger
Voor de wereldse toepassing van deze regel verwijs ik naar de koning van Marokko. Enige tijd geleden verbeterde hij de positie van de Marokkaanse vrouw drasrisch. Als miotief gaf hij:
"Het kan toch niet zo zijn, dt wij meer dan 50% potentieel laten liggen in ons land. Daardoor verminderen wij onze welstand".
In Casablanca, de hoofstad, werd deze handelwijze met gejuich begroet. daar waren ze zelf al aan het óprekken´. Maar uiteindelijk heeft deze maatregel tijd nodig om in Berbergebied, bij het Rif-gebergte effectief te worden. Paulus bracht een proces op gang, dat nog steeds voortduurt.
Zelfmoordgedachten.....ik kom dat denkbeeld om de haverklap tegen bij jongelui. Ja...ik vertel je even een geheimpje; ik heb er zelf last van gehad, toen ik 21 was. Maar ja, dat is 60 jaar geleden. Toch kan ik het mij nog best herinneren. Het was oorlog en ik zat met al mijn jongemannen-aspiraties om 'iets te gaan doen', uitzichtloos opgesloten op een dorp, waar ik als boerenknecht graan zat te zuiveren van kaf, nog op de oeroude manier: ik gooide graan en bleesjes op in de wind. Het graan viel terug en het kaf werd door de wind meegenomen. En dan denk je wel eens: "Mijn gunst...waar ben ik nu éigenlijk mee bezig! Die oorlog duurt maar en duurt maar en het schiet niet óp. Hoelang moet dit nog dúren". En toen heb ik ook wel eens met een stuk touw gelopen op zoek naar een balk.
Maar goed; ik geef deze persoonlijke herinnering om aan te geven , dat tieners en twens het soms heel moeilijk kunnen hebben, wanneer het leven in al zijn veelvormigheid en met al zijn teleurstellingen op hen begint af te stormen.
Zelfmoordideeí«n zijn dus een vorm van terughuiveren voor het grote leven, dat met grote stappen op je aan komt lopen en je voelt je er nog zo helemaal niet klaar voor.
Iemand, die dat heel goed in de gaten heeft, is de duivel, de gevallen engel, die Gods bittere vijand is geworden. En omdat God grote plannen met de mensen heeft, is de duivel ook onze bittere tegenstander.
En zijn kwade gedachten zijn ons niet onbekend.( 2 Cor 2 v 11).
Hij redeneert, voor zover wij dat kunnen volgen: "Alle beetjes helpen. Ik ga- gebruik makend van een begrijpelijk terughuiveren voor het onbekende- bij alle jeugdigen, die er maar even vatbaar voor zijn- en dat zijn er heel wat- zelfmoordgedachten in hun hart zaaien. Ik weet....ik weet het...in 99,9% wordt het nooit tot de daad gebracht. maar wanneer ik in die jonge, ergerlijk gelukkige levens, ook maar iets kan versomberen...ik zal het niet laten! En wie weet, kan ik een restje onbehaaglijkheid, dat van die periode is achtergebleven, later gebruiken voor ander 'goed' werk".
Zo is je vijand.
Maar je grote vrienden zijn God, zijn heilig kind Jezus en Gods Heilige Geest.
God heeft jou lief. Hij realiseerde zijn liefde voor jou door zijn Zoon te zenden, die de weg naar God de Vader effende. En God zond zijn Heilige Geest om jou bij de hand te nemen en over die geopende weg naar God toe te leiden.
En die heerlijke Drieí«enheid is onuitsprekelijk veel machtiger dan de afgevallen engel met zijn lage plannen. En in de naam van Jezus kun je de duivel met zijn sombere influisteringen wegjagen. Dus overt die zelfmoordgedachten van jou: aan de hand van Jezus, met Hem steeds meer in jouw gedachten, vervluchtigen die overwegingen in het warme, beloftenrijke licht van al die Goddelijke vriendschap en liefde en hulpvaardigheid en blijheid en vriendelijkheid.