NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Categorieën
  • etymologie (72)
  • ex libris (35)
  • God of geen god? (139)
  • historisch (27)
  • kunst (5)
  • levensbeschouwing (209)
  • literatuur (27)
  • muziek (68)
  • natuur (7)
  • poŽzie (77)
  • samenleving (192)
  • spreekwoorden (11)
  • tijd (11)
  • wetenschap (50)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • de blog van Lut
  • The Secular Web
  • Vladimir Nabokov
  • tweedehandse boeken
    Archief per maand
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Elke week zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geÔnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1300! De lijst van de categorieŽn bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    29-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Adam en Eva in het aards paradijs

    Genesis

    Het Bijbelverhaal over het ontstaan van de wereld is wellicht het meest bekende dat er is. Adam en Eva zijn de eerste mensen. Aan hun aanvankelijk paradijselijk geluk is echter al spoedig een einde gekomen. Hoe dat precies in zijn werk gegaan is, daarover is zelfs de Schrift niet heel duidelijk. Het draait allemaal om die boom van de kennis van goed en kwaad: van de vruchten daarvan mocht de mens niet eten, zo had God verordend, anders zou men sterven. Maar dan verleidde de slang Eva: God had gelogen, de mens zou helemaal niet sterven door van die boom te eten, integendeel: men zou de kennis van goed en kwaad verwerven, en daardoor gelijk zijn aan God. Het was echter de slang die gelogen had: plots zagen Adam en Eva dat ze naakt waren, en ze schaamden zich daarover. Vervolgens werden ze door God uit het paradijs verjaagd, en hun menselijke natuur onderging een grondige verandering: de vrouw zou in pijn kinderen baren, en haar man begeren, hoewel die haar meester was; de man moest voortaan de grond bewerken om vruchten voort te brengen. En beiden zouden sterfelijk worden. En opdat zij niet meer zouden eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, en zo alwetend en weer onsterfelijk worden en dus aan God gelijk, werden ze verjaagd uit de tuin van Eden.

    Hoe moeten we dat begrijpen? De mens is het resultaat van een lange evolutie, maar dat is nog enigszins te verzoenen met het scheppingsverhaal, als we dat niet al te letterlijk nemen: wanneer we God gelijkstellen met de natuur, dan heeft God inderdaad de mens voortgebracht. De paradijselijke toestand van de mens kunnen we dan zien als de voorlopers van de mens: vroege hominidae, de eerste afstammelingen van de gemeenschappelijke voorouders van mens en aap. Die beschikten over een beperkte vorm van bewustzijn, en waren zich dus nog niet echt bewust van goed en kwaad: ze leefden instinctief, zoals de dieren waarmee ze samenleefden. Naarmate de evolutie voortschreed, groeide door de natuurlijke selectie het bewustzijn samen met de omvang en de complexiteit van de hersenen, tot er stilaan een zelfbewustzijn ontstond. De mensen begonnen zich vragen te stellen over zichzelf en de omgeving waarin ze zich bevonden. In het Bijbelverhaal wordt dat ontwaken voorgesteld als een overtreding van een gebod van God. Dat kunnen we begrijpen vanuit een typisch menselijke nostalgie naar een heerlijk en ongecompliceerd ver verleden, waarin men onbezorgd leefde in een aards paradijs, zonder te hoeven te werken, zonder schaamtegevoelens, en zonder het vooruitzicht op ziekte, aftakeling en dood, die men maar al te goed kende. Het is een narratief verwoord heimwee naar het dierlijke verleden van de mens, toen er geen enkel gebod of verbod bestond. Aangezien de mens nu in een andere toestand verkeerde, moest men wel een verklaring vinden voor die overgang en die fundamentele verandering. De natuurlijke neiging om over zichzelf en de eigen omgeving na te denken wordt verwoord door de verleiding van de slang en de wens van Eva om kennis te verwerven van goed en kwaad, een essentiële vereiste om te kunnen overleven in de wereld.

    Maar wat met de overgang van onsterfelijkheid naar sterfelijkheid? Waarom worden Adam en Eva als onsterfelijk voorgesteld voor de zondeval? In feite behoort dat tot het geïdealiseerde ‘gouden tijdperk’, dat in alles contrasteert met de werkelijkheid. Het is dus een metafoor, een narratieve methode om iets duidelijk te maken, en geen filosofische, ontologische uitspraak. De reële sterfelijkheid wordt benadrukt door een verhaal, een fictie, over een irreële verloren onsterfelijkheid in een ver verleden of een ander tijdperk, een verhaal over de unieke eerste twee mensen. De huidige manier van in de wereld zijn, met de barensnood van de vrouw en haar onderwerping aan de man, en met de noodzakelijke arbeid van de man worden benadrukt door te verwijzen naar een contrasterend utopisch ideëel paradijs. De natuur heeft de mens gemaakt tot wat die is, namelijk een wezen met een zelfbewustzijn en de mogelijkheid om na te denken, te leren uit het verleden om te plannen voor de toekomst en zo beter te overleven in het heden. Daarvoor moest de mens afstand nemen van de natuurlijke toestand van de dieren, die als paradijselijk voorgesteld wordt in het verhaal. Door te kiezen voor de kennis wordt men in ruime mate verantwoordelijk voor het eigen lot.

    Maar de mens beseft ook dat die kennis beperkt is. Men weet niet alles dat geweten kan worden. Die kennis is enkel aanwezig in de natuur zelf, onder de vorm van universele en onveranderlijke natuurwetmatigheden, oftewel ‘in God’. En dus mag de mens na die eerste ‘overtreding’ niet meer eten van de boom van kennis van goed en kwaad, want met elke nieuwe vrucht zou men meer te weten komen en zo uiteindelijk alles weten, zoals ‘God’. De boom van de kennis van goed en kwaad, met zijn overvloedige en aantrekkelijke vruchten, staat symbool voor de kennis, het weten, de wetenschap, het inzicht, het geheel van alle kennis, van alle natuurwetten. Dat is onbereikbaar voor de mens, we kunnen niet meer dan er één vrucht van proeven, die ons tot zelfbewustzijn brengt. Hoeveel we daarmee nadien ook bijleren, nooit zullen we alles helemaal kennen zoals het werkelijk is. Het goddelijke verbod om te eten van de vruchten van de boom van kennis staat in het Bijbelse verhaal voor de weerstand die de natuur lijkt te bieden tegen de evolutie van het instinctief dierlijke naar het rationele menselijke zelfbewustzijn. Die spectaculaire overgang komt er enkel door een struggle for life en resulteert in de survival of the fittest. De dieren die deze stap in de evolutie niet zetten, behouden hun vermeende paradijselijke toestand, maar zijn gedoemd om onderworpen te worden aan de geëvolueerde mens, zoals het Bijbelverhaal uitdrukkelijk stelt.

    Het verhaal van Adam en Eva is geen historisch relaas, maar een klassiek stichtingsverhaal dat door veel latere mensen verteld wordt en waarin fundamentele inzichten vervat liggen over het ontstaan van de mensheid, in het bijzonder over het moment dat wij ons afgescheiden hebben van de dieren en tot zelfbewustzijn en redeneren gekomen zijn, het begin van de beschaving. Indien we dat niet inzien en integendeel het verhaal letterlijk gaan lezen, lopen we voortdurend vast in onze interpretatie van deze hoofdstukken uit het boek Genesis. Dat heeft aanleiding gegeven tot talloze controverses, bijvoorbeeld over die eerste overtreding van het gebod van God. Dat zou de oorzaak zijn van de erfzonde waarmee elke volgende mens geboren wordt, en die ervoor zorgt dat men niet alleen sterfelijk is, maar bovendien voor de rest van de eeuwigheid in de hel belandt. Het was dan nodig dat God mens werd in Jezus van Nazareth en de kruisdood stierf opdat de mens ‘verlost’ zou worden, en door het doopsel de eeuwige zaligheid zou kunnen verwerven. Het is verbijsterend hoe men dergelijke absurde verzinsels zolang heeft kunnen verkopen aan goedgelovige mensen. Maar misschien geloofden ze die verhalen niet echt, en verwierpen ze evenmin, omdat ze uiteindelijk en praktisch gesproken volkomen irrelevant waren, voer voor theologen en predikanten. De wetenschap en de filosofie bieden ons een ander, veel begrijpelijker ‘verhaal’, een vrij betrouwbare reconstructie van de evolutie van het leven op aarde. Dat verhaal is ten minste zo fascinerend en poëtisch als het Bijbelse, maar het biedt het enorme voordeel dat het letterlijk mag genomen worden. Zo vermijden we die typische fatale vergissing die elke godsdienst maakt door menselijke verhalen als goddelijke openbaringen voor te stellen en die te bekleden met een absoluut gezag. Dat bevrijdt ons van de ideologische en rituele dwingelandij van de priesterkaste en van ondemocratische bewindstrucuren, en opent voor iedereen de weg naar een rechtvaardig, waardig en volwaardig menselijk leven, in gemeenschap met de andere mensen en met eerbied voor alle levende wezens en voor onze hele omgeving hier op aarde en in het hele universum.


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:Bijbel, filosofie, godsdienst
    15-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waarom? Daarom!

    Gezagsargument

    Als kind werden we al vroeg vertrouwd gemaakt met een bijzonder krachtige manier van argumenteren: het gezagsargument. Als we weer eens rebels vroegen: waarom? kregen we weleens een geïrriteerd en kort antwoord: daarom! Of: omdat ik het zeg! Het gezagsargument wordt gebruikt door personen die met gezag bekleed zijn, of zich gezag aanmatigen. Het veronderstelt altijd een onevenwichtige machtsverhouding. Iemand dringt de eigen wil of mening op aan iemand anders, omdat dat kan. Men eist het gelijk op, zonder enig ander argument dan dat men de macht heeft om dat te doen, of meent die macht te hebben. Het gaat dus niet om een redenering, een overleg of gedachtewisseling, maar om een eenzijdig afdwingen van het eigen gelijk.

    Men zou dus kunnen veronderstellen dat een gezagsargument nooit enige waarheidswaarde heeft, dat wie een dergelijk argument gebruikt altijd ongelijk heeft. Dat is echter niet noodzakelijk zo. We kunnen ten hoogste stellen dat het niet bepaald een democratische of subtiele manier van met elkaar omgaan is. Het is immers goed mogelijk dat degene die het argument inroept wel degelijk gelijk heeft, en het is niet omdat men dat gelijk meent te moeten afdwingen dat men plots ongelijk heeft. En als men ongelijk heeft, is dat niet omdat men een beroep doet op een gezagsargument, maar om inhoudelijke redenen.

    Er zijn dus gevallen waarin een gezagsargument nuttig kan zijn. Wanneer er verscheidene meningen zijn, is het niet onwijs na te gaan welke bron het grootste ‘gezag’ heeft. Men zal spontaan de voorkeur geven aan een ‘autoriteit’ op een of ander gebied, veeleer dan aan een neofiet of een onbenul, al kunnen die in principe natuurlijk wel gelijk hebben. Als er dus geen andere argumenten zijn, doet men er goed aan rekening te houden met het (liefst bewezen) gezag van een bron. Zo hoor je in de nieuwsberichten vaak dat men iets uit (doorgaans) gezaghebbende bron vernomen heeft. Je hebt dan geen zekerheid, maar toch een vrij hoge graad van waarschijnlijkheid over de waarheid van het verhaalde.

    Het gevaar van dergelijke gezagsargumenten, die berusten op een terecht verworven status als autoriteit, is dat ook autoriteiten op allerlei gebieden zich kunnen vergissen. Een te grote eerbied voor gevestigde waarden is vaak de aanleiding tot onzorgvuldig redeneren of het nalaten van zelfstandig denken of onderzoeken. De voorbeelden daarvan in de loop van de geschiedenis zijn legio. Of het nu Plato was, Aristoteles, Ptolemaeus of Galenus, steeds hebben talloze mensen zich beroepen op zeer bekende en alom geprezen figuren, en hun ideeën eeuwenlang slaafs overgenomen. En omgekeerd hebben mensen die de opvattingen van prominente figuren kritisch benaderden alle moeite van de wereld gehad om hun ideeën zelfs maar te mogen formuleren, denk aan Copernicus, Galilei, Darwin.

    Het is eveneens gevaarlijk zich te beroepen op het gezag van een persoon in verband met een zaak die niet tot de expertise van die persoon behoort. Wij zijn geneigd geloof te hechten aan mensen die hun kennis op een bepaald gebied bewezen hebben, ook wanneer die uitspraken doen over andere zaken. We gaan er dan vanuit dat ze ook op andere gebieden wel een grotere mate van geloofwaardigheid zullen bezitten, en dat is best mogelijk, intelligentie is immers een vermogen dat een brede toepassing heeft, maar zekerheid kunnen we op die manier niet verwerven. Als je ziek bent, ga je niet naar je bankier, maar naar je dokter, en vice versa: als je beleggingsadvies wil, ga je niet naar je dokter, al vertrouw je die zonder meer, maar naar je bankier, of iemand met kennis van zaken.

    Hoewel gezagsargumenten overal voorkomen, is er toch een bepaald domein waar dat de essentie van de redenering uitmaakt, namelijk de godsdienst, meer bepaald de openbaringsgodsdiensten. Die beroepen zich op een waarheid die door een hoger wezen geopenbaard is en daarom als absoluut wordt beschouwd. Die waarheid ligt dan gewoonlijk vervat in een geschreven bron, waarvan men aanneemt dat ze de goddelijke inspiratie weergeeft, zoals die ooit door God zelf aan de auteur onthuld is. Mozes sprak met God ‘van aangezicht tot aangezicht’, en zijn gezag is nog steeds onbetwist in het jodendom. Jezus van Nazareth wordt in het christendom de Zoon van God, het vleesgeworden Woord van God, en zelf ook God, en heeft dus een absoluut gezag. Mohamed vernam de boodschap rechtstreeks van Allah. De Schrift, het Nieuwe Testament, de Koran zijn voor de gelovigen bekleed met absoluut, goddelijk gezag, en de gezagsdragers van de Kerken zien erop toe dat dat geloof onverminderd in stand gehouden wordt. Het onderhouden van de kerkelijke voorschriften wordt afgedwongen op grond van het absolute gezag van God, van zijn profeten en van hun geschriften. Van de gelovigen vraagt men precies dat, namelijk geloof, het ultieme aanvaarden van het gezagsargument. Enige twijfel is uit den boze.

    Ook in het geval van de godsdienst is het gebruik van het gezagsargument niet op zich fout of verwerpelijk. Het is immers mogelijk dat de geopenbaarde boodschap waar en waardevol is. Wanneer men die boodschap dan blindelings aanvaardt, doet men nog altijd wat goed is. De moeilijkheid is dat de godsdiensten hun boodschap evenwel niet verdedigen met inhoudelijke argumenten, maar louter met gezagsargumenten. Dat maakt de boodschap ten minste verdacht: als er goede inhoudelijke argumenten voorhanden zijn, waarom die dan niet gebruiken? Elke mens beschikt in mindere of meerdere mate over de mogelijkheid om zelfstandig te denken. Dat zal vroeg of laat aanleiding geven tot twijfels, en bij twijfel heeft een gezagsargument enkel nut wanneer er geen overtuigende inhoudelijke argumenten zijn voor de ene of de andere optie. Die zijn er echter meestal wel degelijk, en dan is een gezagsargument, onder de vorm van een gebod, een zwaktebod.  

    De moeilijkheid met godsdiensten is niet zozeer gelegen in hun fundamentele boodschap, die meestal zeer algemeen van aard is en door iedereen in principe onderschreven kan worden: heb je naaste lief zoals jezelf; wees rechtvaardig in je omgang met anderen. De problemen beginnen wanneer allerlei mensen die boodschap gaan expliciteren en interpreteren, en hun menselijke opvattingen bekleden met het gezag van goddelijke openbaringen: het gebod op mannelijke en/of vrouwelijke besnijdenis, voedingswetten, vestimentaire voorschriften, rituele gedragingen, hemel, hel en vagevuur, enzovoort. En zeker wanneer kerkelijke overheden zich mengen in het maatschappelijk debat en het goddelijke gezag inroepen om zaken te veroordelen zoals echtscheiding, abortus, euthanasie, voorbehoedsmiddelen, masturbatie, homoseksualiteit…

    Gezagsargumenten treffen we altijd en overal aan, het is een zeer menselijke manier van denken en doen, en het is op zich niet eens een slechte manier van redeneren. Maar wanneer men zijn toevlucht neemt tot gezagsargumenten bij gebrek aan beter, of wanneer het gezag of de autoriteit zelf onbewezen of twijfelachtig is, kan men ervan op aan dat de waarheid in het gedrang komt.


    Categorie:levensbeschouwing
    04-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.appartementisering

    Appartementisering

    Een nieuw woord, een nieuw begrip? Ik denk het niet. Men bedoelt er nu het verschijnsel mee dat er in dorpen waar dat tot nog toe ongebruikelijk was steeds meer appartementen gebouwd worden. Het is echter slechts een uitbreiding van het feit dat er sinds lang appartementen gebouwd worden, zij het dan in steden en grotere gemeenten.

    Nu is dat ook hier in het ‘landelijke’ Werchter begonnen. Recht tegenover de kerk rees een vrij saaie blok op, driehoog. Even verder in een zijstraat waren er al eerder in het geniep enkele appartementen verschenen. Aan het dorpsplein werd een administratief centrum in nogal rustieke stijl afgebroken en er komt een even grijze als stijlloze blok met twintig ‘serviceflats’. Het gezellige bistrootje Sint-Jan, waar je voor weinig geld lekker kon eten, is eveneens verdwenen: er gaapt nu een enorme put, bestemd voor de ondergrondse parkeerplaats van het appartementsgebouw dat erop zal verrijzen.

    En ook dichter bij ons huis: sinds vele jaren paalde een braakliggend stuk van ongeveer 30 are met een hoek aan ons perceel. De buren noemden dat ‘den braak’ en het was een geliefd speelterrein voor kinderen en dieren, helemaal natuurlijk begroeid. Uiteindelijk hebben de erfgenamen het toch maar verkocht, en na wat strubbelingen met de buren en met de gemeente is er uiteindelijk een plan goedgekeurd voor een aantal tweewoonsten. Gisteren hoorde ik plots allerlei activiteit: boomzagen en hakselaars. Toen ik poolshoogte ging nemen schrok ik van de professionele aanpak: een reusachtige grijper op stalen rupsbanden waarop ook een kettingzaag gemonteerd was ging al het groen te lijf met al het geweld van vele paardenkrachten. Hele bomen verdwenen moeiteloos in een niet eens zo grote hakselaar, en werden op een mum van tijd fijngemalen.

    Het uitzicht vanuit mijn werkkamer is fel veranderd. De vrij hoge dennen, sparren, eiken, berken waar ik twintig jaar lang op uitkeek, zijn plots weg. En meteen ook de vele vogels die er elke dag inzaten: raven, kraaien, kauwen, bosduiven, eksters, Vlaamse gaaien, tortelduiven, en de kleinere zangvogeltjes. Ongetwijfeld zaten er ook talloze andere dieren, zelfs een vos met belangstelling voor de kippen van de buren. Die zijn nu ook allemaal op den dool.

    Ik zie nu meer van de hemel. In feite waren we stilaan in een vrij donkere situatie terechtgekomen, met veel hoge bomen die niet zo heel ver van het huis stonden. Recentelijk was daarin al heel wat verandering gekomen. Twee jaar geleden lieten we wat forse bomen weghalen die het licht vanuit het zuidwesten tegenhielden. Twee buren hebben onlangs al hun bomen verwijderd, wat ons veel meer zonlicht geeft vanuit het oosten. En met de recente storm zijn er bij ons verscheidene hoge bomen omgewaaid, helaas ook de mooiste. Nu kijken we uit op wat er overblijft van het bosje in de achtertuin, maar we zien vooral de kale onderstammen, die vroeger verborgen werden door dennen en sparren aan de rand van het bos, met hun immer groene takken die tot op de grond reikten. Het zonlicht valt nu bijna de hele dag binnen, en dus hebben we een zonneluifel besteld voor het raam op het zuiden, die het licht moet temperen dat vroeger door het groen gefilterd werd.

    Zo verandert onze omgeving voortdurend. Bomen en planten en dieren komen en gaan, maar ook de mensen: elke week krijgen we wel een doodsbrief in de bus. Kinderen die we hebben weten geboren worden, zijn nu knappe jonge volwassenen. Huizen worden afgebroken en andere gebouwd, er komen nieuwe wijken. Een landweg wordt een straat na jaren indrukwekkende werken.

    Soms denk ik dan aan het Engelse landschap dat ik ken uit verscheidene vakantiereizen lang geleden, en ook van Britse films en documentaires. Ik koester de illusie dat in tegenstelling tot de voortdurende ongebreidelde bouwwoede hier bij ons de situatie ginds veel stabieler is, een idyllisch rustiek landschap dat eeuwen eender blijft, maar ik vrees dat ook dat een illusie is. De verandering is niet de uitzondering, het is de regel. Panta rhei, alles is voortdurend in beweging. Familieleden en vrienden en kennissen sterven, en ook wij staan steeds dichter bij de dood, het is al voor binnen afzienbare tijd. Terugkijkend op 72 jaar prijs ik me gelukkig dat we geen grote catastrofes meegemaakt hebben, geen natuurrampen, geen oorlogen… we hebben het goed gehad en we hebben het alsmaar beter, zelfs onze aftakeling en ons levenseinde zullen minder agressief zijn dan voor onze ouders. Het zij zo.


    Categorie:poŽzie
    25-01-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gedichten-dag 2018

    We staren ons blind

    op wat we zien

    we zijn te bijziend

    om verder te kijken

    zo zien we slechts

    de schaduw en de schijn

    en blijven verstoken

    van het licht.

     

    Het is noodzakelijk en goed

    te weten dat al wat is

    uiteindelijk bestaat

    uit identieke elementen

    en slechts verschilt

    door beweging en rust

    en het eeuwig botsen

    en versmelten

    in oude en nieuwe mallen.

     

    De blik verruimen

    is wat vereist is

    uit-zoemen

    afstand nemen

    het geheel aanschouwen

    met andere ogen kijken.

     

    Wij zijn sterrenstof

    een tijdelijke convergentie

    een gelukkig toeval

    geboren uit eeuwige

    wetmatigheid.

     

    Er is geen andere God

    dan al wat is

    en wij zijn thuis

    in deze tijdelijke woonst

    waar we leven

    in volmaakte eenheid

    met al de vele vormen

    die noodzakelijk bestaan

    in de eeuwige samenzang

    van het tijdloze nu.

     

    Karel D’huyvetters, gedichten-dag 2018

     


    Categorie:poŽzie
    Tags:Spinoza, filosofie
    16-11-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Renť Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas (recensie)

    René Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas, Groningen: Uitgeverij Nobelman, 2017, 163 blz., soft cover 14 x 21 cm, ISBN 978 9491737251, € 19,50

    Spinoza duikt soms op waar je hem niet meteen verwacht, zoals in deze roman, de eersteling van Dr. René Willemsen. Spinoza-romans zijn er wel meer geweest, denken we maar aan recentere werken als Spinoza, un roman juif van Alain Minc (1999), Het raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom (2012), The Spinoza Quartet van Bernard Susser (2013), Spinoza in Love van Martin Skogsbeck (2014), Het web van Spinoza van Goce Smilevski (2014). Ook Hoffmans honger van Leon de Winter (1990) verdient hier vermelding. Het genre is al veel ouder: Otto Hauser schreef zijn Spinoza-roman in 1907, die van E.G. Kolbenheyer, Amor Dei verscheen in 1908, die van Berthold Auerbachal in 1837. Het is nuttig daarbij een onderscheid te maken tussen geromanceerde biografiën en alternatieve geschiedenissen van Spinoza enerzijds, en anderzijds romans waarin niet de figuur maar het gedachtegoed van Spinoza aan bod komt.

    Het is in deze laatste groep dat we de roman, of de lange novelle van Dr. Willemsen moeten situeren. De auteur (°1953) is economist en werkte jarenlang in de financiële wereld. Dat is ook het milieu waarin het verhaal zich afspeelt. Het is het verhaal van de naoorlogse generatie, de kinderen die opgegroeid zijn zonder directe herinnering aan de gruwel en de ontbering van de Tweede Wereldoorlog, die de spectaculaire opleving van de economie en de verbetering van de levensstandaard meegemaakt hebben en de grondige veranderingen in het leven en het denken vanaf de jaren 1960. Niet het minst door de onderwijshervormingen, de langere schoolplicht en de democratisering van het hoger onderwijs is er een meer kritische jeugd ontstaan die zich, mede in reactie tegen het onheil van de eerste helft van de twintigste eeuw, afkeerde van de opgelegde zekerheden van Kerk en Staat. Dat resulteerde vaak in een vrij nihilistisch hedonisme en een vlucht in het bedenkelijk genot van verdovende en zogenaamd geestverruimende middelen, maar anderzijds niet zelden ook in nogal fundamentalistische maatschappijkritische gedweep. Veel van die jongeren werden echter later door de maatschappij gerecupereerd en groeiden uit tot typische babyboomers (Pim Fortuin, 1998).

    De auteur plaatst in zijn verhaal twee dergelijke generatiegenoten naast en tegenover elkaar. Ze hebben allebei mei '68 meegemaakt, maar zijn na een degelijke opleiding in de wereld van de hogere financiën terechtgekomen en hebben daar carrière gemaakt. Thomas, de eponieme hoofdfiguur, komt uit katholieke middens en blijft een leven lang worstelen met de traditionele waarden van zijn opvoeding en zijn milieu. Henri, de verteller, is al vroeg van zijn geloof vervreemd en heeft resoluut gekozen voor het ethische atheïsme dat hij vond in het gedachtegoed van Spinoza. Het verhaal speelt zich af in het begin van de 21ste eeuw maar volgt deze beide figuren tijdens hun hele leven aan de hand van flashbacks en beschrijvingen van pertinente en dramatische gebeurtenissen. Voor Thomas zijn dat evenveel onoplosbare problemen, botsingen tussen een moderne wereld en een aftandse en onmenselijke religieuze doctrine die zijn fragiele gemoedrust grondig verstoren. Voor de nuchtere Henri zijn het gelegenheden om tijdens lange natuurtochten zijn vriend te overtuigen van de zinloosheid van zijn gekweld geloof.

    Deze eerste roman van Dr. René Willemsen mag zeker geslaagd genoemd worden. De taal is verzorgd, stijlvol en levendig, het verhaal geloofwaardig en meeslepend, de figuren zijn accuraat en overtuigend geschetst in hun uiterlijke verschijning, hun leefwereld, hun gemoedstoestand en hun karakterontwikkeling. De Spinozistische overtuiging van de verteller komt niet kunstmatig over, maar veeleer als een verantwoorde en verwerkte volwassen levenshouding. Er zijn geen lange citaten of parafrases van het werk van Spinoza, maar de grondgedachten van zijn filosofie zijn op een degelijke manier verwerkt in een aantrekkelijke en doorleefde hedendaagse levensvisie. Voor de onbevooroordeelde hedendaagse lezer is het een herkenbaar relaas van de weg die elke bewust levende persoon gegaan is vanuit de ruïnes van de eigen jeugd en die met vallen en opstaan geleid heeft tot een realistische levensfilosofie die zowel intellectueel als ethisch verantwoord is. Dat voor velen Spinoza daarbij de ideale reisgids geweest is, mag ons niet verbazen. Er is een eeuwenlange traditie van dilettanti die zonder enige specifiek filosofische opleiding toch hun heil gevonden hebben in de betrouwbare eenvoud van Spinoza's uitzonderlijk rijke gedachtegoed. Dat dit ook in onze 21ste eeuw nog steeds het geval is, bewijst dit aantrekkelijke werk van Dr. René Willemsen op overtuigende wijze. Warm aanbevolen.


    Categorie:literatuur
    31-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen (recensie)

    Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen. Proeve van een ontologie, vertaling, inleiding en commentaar door Rudi te Velde, Eindhoven: Damon, 2017, 152 blz., hardcover 13 x 20,5 cm., € 19,90

    De inleiding omvat 28 bladzijden, de vertaling 48, de toelichting 59, de woordenlijst en bibliografie 6. Het is een verzorgde uitgave, compleet met leeslint en kapitaalbandjes. De tekst is gezet uit een goed leesbare letter, de bladspiegel met de vrij korte regels vergemakkelijkt het lezen. In plaats van de gebruikelijke koptitels zijn er hier voettitels die vooral opvallen door hun afwijkende schreefloze letter.

    De vertaler en commentator is de Nederlandse hoogleraar Rudi te Velde, verbonden aan de Universiteit Tilburg, die reeds verscheidene publicaties over Thomas bracht.

    Zoals in de inleiding vermeld wordt, is het werk geen eenvoudige lectuur, het vraagt inderdaad ‘nauwkeurige bestudering’. Het commentaar volgt niet na elke paragraaf of hoofdstuk, maar staat bijeen in het tweede deel van het boekje. Het lijkt echter raadzaam dat men na de inleiding meteen begint met het commentaar en pas daarna de vertaling ter hand neemt. Voor een werk geschreven rond 1250 is dat niet verwonderlijk. Niet-specialisten hebben vandaag de dag enige moeite met de terminologie en de stijl van het betoog. Zaken die toentertijd gemeengoed waren, zijn dat nu nog nauwelijks. Toch gaat het om belangrijke kwesties, al krijgen die in de huidige filosofische stromingen minder aandacht of worden ze op andere manieren geformuleerd.

    De titel zelf, De ente et essentia is op zichzelf al een uitdaging, ook voor de vertaler. Ens vindt men zelfs niet in een wetenschappelijk Latijns woordenboek, tenzij als participium van esse. Entia is de Latijnse vertaling van het Griekse ta onta, wat eveneens het participium is van eimi, zijn. Van Dale kent ‘zijnde’ evenmin. De vertaler verdedigt zijn keuze voor deze term, maar overtuigen doet hij niet, en dat blijkt voortdurend in de tekst, waar een vreemde term als ‘zijnde’ nauwelijks verhelderend is. Wellicht ware het beter geweest de term niet steeds door hetzelfde bevreemdende woord ‘zijnde’ te vertalen, maar door een woord dat in de context weergeeft waarover het gaat: een ding, een voorwerp, een zaak, een persoon, een individu, een levend wezen &c.

    Dezelfde moeilijkheid doet zich voor bij essentia. De keuze voor ‘wezen’ als vertaling is verdedigbaar, maar er zijn onmiskenbaar complicaties aan verbonden. Het wezen van iets is inderdaad dat wat het is, maar een wezen is eveneens iets dat is, en in die zin begrijpt men ‘wezen’ in het Nederlands spontaan als een vertaling van ens, en niet meteen als de vertaling van essentia, waarvoor men veeleer het voor de hand liggende ‘essentie’ verwacht. Teksten die op zich al behoorlijk ingewikkeld zijn, worden door de gemaakte keuzes soms ronduit onbegrijpelijk bij eerste lezing. Pas wanneer men zich dwingt achter zijnde en wezen de voor filosofen vertrouwde begrippen ens en essentia te denken, wordt duidelijk wat Thomas kan bedoeld hebben. Wie Latijn kent, grijpt na enkele bladzijden spontaan geërgerd naar de originele tekst en leest daar dan opgelucht verder.

    Er zijn nog meer termen die een lastige vertaling gekregen hebben. Zo wordt signatus vertaald als ‘aanwijsbaar’, zoals in materia signata. Uit de context blijkt dat het gaat om materie die een vorm (gekregen) heeft, in tegenstelling tot ruwe of primaire materie die geen vorm heeft. Het Aristotelische onderscheid tussen materie en vorm is voor de hedendaagse lezer al een kluif. Maar ‘aanwijsbare materie’ is daarbij niet echt verhelderend. Signare betekent bijvoorbeeld het munten van geldstukken: door er een vorm op te slaan gaan ze over van ruwe materie, bijvoorbeeld een klompje goud of zilver, tot een geldstuk met een bepaalde en herkenbare waarde. Materie die op die manier een vorm gekregen heeft, is niet zozeer aanwijsbaar, maar veeleer bepaald, bestempeld, gevormd, (her)kenbaar &c.

    Op een aantal plaatsen wordt ook het Nederlands geweld aangedaan. Zo is er een verbijsterende passage in het commentaar (blz. 104 en 106) over een mes: “Binnen de context van de ontbijttafel ‘verschijnt’ de mes (sic!) mij op een bepaalde manier…, terwijl dezelfde mes (sic!) mij geheel anders verschijnt &c.” En verder: ‘deze [mes] die daar ligt…’ Maar het is ook dit mes en dat mes en zelfs het mes: ‘wat buiten de identiteit van het mes als mes ligt (maar wat wel nodig is om deze (sic!) mes te identificeren).’ Is er een parallel taaluniversum waarin mes zowel een de-woord als een het-woord is?

    Als Vlaming bezondig ik mij bewust of onbewust aan vlamismen en erger ik me soms aan ‘hollandismen’. Maar wat moet je met een uitdrukking als ‘Thomas gaat elk van deze zijnsgraden bij langs…’? (blz. 135)

    Wier en wiens behoren tot de formele taal, maar zijn niet onderling omwisselbaar: ‘Er bestaat, ten eerste, iets zoals God, wier wezen het zijn zelf is’ (blz. 73) kan echt niet.

    ‘De individuatie van de ziel is bij haar begin afhankelijk ervan of zich de gelegenheid voordoet van een lichaam, want ze verkrijgt het individuele zijn alleen in het lichaam waarvan ze de akt is.’ (blz. 75) Dat is geen gesneden koek, maar de vertaling ‘ervan afhankelijk zijn of…’ is onbeholpen, en ‘akt’ is ‘act’.

    In het voorwoord noemt Rudi te Velde het werkje ‘briljant in zijn heldere en doordachte verklaringen van de ontologische basisbegrippen die ten grondslag liggen aan onze kennis van de werkelijkheid.’ Op de achterflap noemt men ‘Deze uitgave… een geschikte introductie tot het denken van Thomas’. Deze lezer heeft daarover zo zijn twijfels. In de argumenten van Thomas gaat het niet zelden om (termino)logische spitsvondigheden waarbij de band met de werkelijkheid soms ver zoek is. De auteur van het commentaar wijst er herhaaldelijk zelf op dat Thomas in dit werk nog niet tot zijn volledige maturiteit gekomen is en dat verscheidene kwesties veel uitvoeriger en duidelijker behandeld worden in zijn later werk. Wellicht bedoelt men dat dit vroege didactisch werkje door zijn bescheiden omvang van amper 48 bladzijden meer hapklaar is dan de Summa. Dat mag dan wel zo zijn, maar bij een goede inleiding tot het denken van Thomas stel ik me toch iets anders voor. Laat ons wel wezen: voor de belangstellende leek is deze tekst van Thomas vrijwel onverteerbaar; de inleiding en het commentaar lichten Thomas’ tekst zo goed mogelijk toe, maar doen nauwelijks aan externe of objectieve kritiek en duiding. Thomas is al te zeer verplicht aan het onderscheid tussen materie en vorm en dat onzalig dualisme verhindert een vruchtbare ontginning van de ontologische basisprincipes. Het geeft integendeel aanleiding tot vergezochte en nutteloze fantasieën over het werkelijk bestaan van onlichamelijke wezens (engelen…) en over de onsterfelijke ziel van de mens.

    Al bij al zal dit boekje vooral een publiek aanspreken dat al vertrouwd is met de middeleeuwse theologie en filosofie. Of die rari nantes behoefte hebben aan een nieuwe Nederlandse vertaling (naast die van Delfgaauw, 1986 en verscheidene andere in de gangbare internationale wetenschappelijke talen) is dan nog de vraag. Damon is een dappere uitgeverij.

     


    Categorie:God of geen god?
    Tags:filosofie
    29-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.What's in a name?

    What’s in a name? (Shakespeare, Romeo and Juliet)

    Nominalisme, idealisme, realisme, materialisme…

    Namen hebben niet echt belang: zoals Shakespeare zegt, zou de roos even lieflijk ruiken als ze een andere naam had, bijvoorbeeld meigui in het Chinees. Een appel is une pomme, een wolk a cloud. Maar hoewel de benamingen verschillen in de vele talen die er zijn, is er toch voor alles een naam, anders zou de wereld niet leefbaar zijn. In Genesis 2, 18-20 lezen we het al: ‘Jahwe God sprak: `Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past. Toen boetseerde Jahwe God uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht, en bracht die bij de mens, om te zien hoe zij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten.De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet.’

    Let wel: de mens geeft de dieren geen individuele naam, zoals mensen een eigennaam hebben; het gaat om soortnamen: aap, slang, arend, zwaluw. De benamingen die we gebruiken slaan dus op al de individuen van een soort. Maar wat is een soort? Het is een groep van individuen die een gemeenschappelijk kenmerk hebben. Dat kan een zeer algemeen kenmerk zijn, en dan is de soort heel uitgebreid en divers, bijvoorbeeld ‘levend wezen’. Of het kan een zeer specifiek kenmerk zijn, bijvoorbeeld ‘mens’, en uiteindelijk bedoelen we daarmee in de biologie dat het om een individu gaat dat zich met een menselijke soortgenoot kan voortplanten.

    Een individu draagt zo verscheidene namen, gaande van de meest algemene tot de meest individuele, de eigen-naam: Karel D’huyvetters. Misschien is er in de loop van de geschiedenis nog een persoon geweest met die naam (al heb ik daar geen weet van, terwijl er ongetwijfeld talrijke Piet Janssens en Jan Peters geweest zijn), maar dan nog was dat numeriek een andere persoon. De kans dat al de atomen die die andere persoon vormden nu opnieuw samengekomen zouden zijn voor een tweede incarnatie, is vanishingly klein. Maar zelfs in dat onwaarschijnlijke geval zou het nog een andere persoon zijn die in andere omstandigheden leeft en dus anders is. Er zijn al enkele honderden miljarden mensen geweest, waarvan er nu zeven miljard leven, en die zijn allemaal verschillend. En toch zijn het allemaal mensen. Er is dus een veelheid van verschillende individuen die allemaal dezelfde benaming hebben: mens, zij het in verschillende talen.

    Wat er in feite bestaat op een gegeven moment is een aantal individuele mensen. ‘De mens’ bestaat niet op dezelfde manier als Jan en Piet bestaan. Het is een naam. Die naam bestaat ook, als een klank die we voortbrengen en die we begrijpen, als een geschreven woord dat we herkennen, als een pictogram, een schilderij enzovoort, steeds onder een of andere materiële vorm. Die materiële vorm is echter zinloos indien er niemand is om die waar te nemen en juist te interpreteren. Als je niet weet wat meigui betekent, ben je niets met die zes letters. De materiële vorm is drager van een betekenis voor de waarnemer die op de hoogte is van de gemaakte afspraken.

    De vraag is nu of die betekenis op zich bestaat. Dat lijkt evident, maar dat bestaan is dan toch anders dan het materiële bestaan van de drager van de betekenis. Het begrijpen van de betekenis is een kennende activiteit van een waarnemer. Dat is een materiële activiteit van de hersenen, maar dat elektrochemisch proces is op zich even betekenisloos als de inkt op het papier. Enkel degene die denkt, begrijpt ook de gedachte. ‘Mens’ is een begrip. Begrippen bestaan en kunnen omschreven en gedefinieerd en gecommuniceerd worden. Maar hoe bestaan ze?

    Filosofen hebben daarover veel nagedacht en geschreven. Sommigen menen dat enkel de individuen bestaan, bijvoorbeeld de mensen, en dat het begrip ‘mens’ louter een hersenspinsel is, een gedachteconstructie. Anderen menen dat juist die begrippen werkelijk bestaan, of een hogere, eeuwige vorm van bestaan uitmaken, terwijl de vergankelijke individuen slechts tijdelijke belichamingen zijn van die ideeën. Nominalisten (van het Latijn nomen, naam) menen dat begrippen, en dan vooral zeer algemene en abstracte begrippen, niet echt bestaan, het zijn slechts namen die wij bedenken. Er zijn veel zaken die wit zijn, maar ‘wit’ bestaat niet op zichzelf, het is steeds een eigenschap van iets dat wel bestaat. De tegengestelde opvatting is dan een realisme over algemene en abstracte begrippen, en dat noemt men meestal een idealisme, omdat die denkrichting het werkelijk bestaan voorstaat van dergelijke ideeën.

    Sommige filosofen menen dat dergelijke algemene en abstracte begrippen niet aangetroffen kunnen worden in de wereld waarin wij leven, maar eraan toegevoegd worden door het menselijk inzicht. Het zijn gedachteconstructies die weliswaar gebaseerd zijn op onze waarneming, maar daaraan iets toevoegen dat niet aanwezig is in de zaken zelf. Als een biljartbal een andere aanstoot, zien we die eerste bal als de oorzaak van de beweging van de tweede bal. Maar in de werkelijkheid is er alleen een opeenvolging van gebeurtenissen, een fysieke verplaatsing van voorwerpen. Oorzaak en gevolg zijn termen die wij gebruiken om die gebeurtenissen te beschrijven en te verklaren. Het begrip ‘oorzaak’ of ‘gevolg’ bestaat niet in de natuur, het is een menselijke creatie.

    Dat is een heel abstracte manier van denken die wel enige inspanning vraagt, maar er zit wel iets in. Het begrip ‘mens’ is een veralgemening op basis van de kenmerken die we zien in alle individuen. Maar een mens die louter aan dat abstracte begrip beantwoordt, bestaat niet. Het is evident dat elke concrete mens veel meer is dan dat, en dat een concrete mens op een gans andere manier bestaat dan het abstracte begrip.

    Wat moeten we ons immers voorstellen bij het algemene begrip ‘mens’? Om goed te zijn moet de definitie ervan ondubbelzinnig beschrijven wat ‘mens’ betekent, als onderscheiden van elk ander begrip, zoals ‘dier’ of ‘steen’. Men kan dan trachten een volledige opsomming te geven van al de eigenschappen die men in een unieke combinatie aantreft in de mens, terwijl sommige van die kenmerken ook in andere wezens kunnen voorkomen. Men zal daarbij die kenmerken weglaten die als niet-essentieel beschouwd worden voor het mens-zijn, bijvoorbeeld de grootte, het gewicht, de huidskleur (al was dat niet altijd zo…), de kleur en de vorm van de beharing en nog veel meer. Uiteindelijk zal blijken dat het heidens moeilijk is om de essentiële kenmerken vast te leggen: hoe algemener het begrip, hoe minder inhoud het heeft. Wat maakt de essentie uit van een mens? De onderlinge verschillen zijn zo groot dat het moeilijk wordt om zelfs maar één kenmerk te noemen dat uitsluitend op de mens van toepassing is. Bijvoorbeeld: men zou kunnen stellen dat het vermogen om te spreken typisch is voor de mens. Maar niet alle mensen kunnen spreken en zelfs als ze dat kunnen, is dat vermogen bij sommigen zo onbetekenend dat men het nauwelijks als een essentieel kenmerk kan beschouwen. In de biologie deelt men levende wezens in op grond van hun mogelijkheid om zich onder natuurlijke omstandigheden met elkaar voort te planten en daarbij vruchtbare nakomelingen voort te brengen. Dat is weliswaar een uiterst nuttige afbakening van een soort, maar het is geen erg zinvolle omschrijving van een mens: een mens is zoveel meer dan een wezen dat zich voortplant met zijn soortgenoten, en de definitie geldt ook voor alle andere levende wezens. Wanneer beschouwt men een levend wezen als een mens? Als het zich op natuurlijke wijze kan voortplanten met een ander levend wezen en vruchtbare nakomelingen voortbrengen. Er zijn echter heel wat niet-natuurlijke manieren van voortplanting onder de mensen, en anderzijds zijn er heel wat mensen die zich nog niet of niet meer kunnen voortplanten of dat niet willen of wensen: zij dat dan geen mensen? Mijn partner suggereerde deze definitie: een mens is een wezen dat geboren wordt uit een mens. Dat is een prachtige en zeer bruikbare definitie, maar ze verlegt het probleem alleen maar: wanneer kunnen we zeggen dat iemand een mens is waaruit dan een andere mens kan geboren worden?

    In feite zijn onze begrippen inderdaad veralgemeningen en omschrijvingen van de werkelijkheid in al haar verscheidenheid. Elk wezen, elk ding is uniek. Niet alleen is het ‘numeriek’ uniek, dat wil zeggen dat het in zijn bestaan uniek is: het bestaat op een bepaalde plaats en op een bepaald moment; het is ook uniek van vorm en samenstelling, er zijn geen twee werkelijk totaal identieke voorwerpen of wezens. Elke definitie die we zouden bedenken van ‘mens’ zou ontoereikend zijn om de uitzonderlijk rijke uniciteit van een bepaalde mens uit te drukken. Het is echter wel nuttig dat wij ons algemene begrippen vormen en daarover met elkaar in gesprek gaan om ze zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven, maar ze zijn niet meer dan dat: omschrijvingen vanuit een bepaald oogpunt. Wanneer men bijvoorbeeld een universele verklaring van de rechten van de mens gaat opstellen, is het noodzakelijk dat men zo goed mogelijk bepaalt wat men bedoelt met ‘mens’, want van die omschrijving zal het afhangen of iemand zich op die universele rechten kan beroepen.

    Toch is er iets dat wringt in die manier van denken. Het is niet omdat een begrip iets anders is dan een concreet bestaand individu dat een begrip niet zou bestaan. Er zijn evident verschillende manier waarop iets kan bestaan, en dat begrippen bestaan, kan niemand betwisten. Maar er is meer. Begrippen zijn niet zomaar hersenspinsels of toevallige afspraken. Ze zijn gebaseerd op de waarneming, op herhaalde en nauwkeurige waarneming, op beredenering, overleg, bijsturing, nuancering, verificaties, twijfel, argumentering en discussie. Zeker, er zijn ook dwaze of gebrekkige ideeën. Maar het is niet omdat men eeuwenlang gedacht heeft dat de zon om de aarde draait, of dat de aarde plat is, dat dat ook zo is. Sommige ideeën zijn niet meer dan hersenspinsels, maar de meeste van onze ideeën zijn heel veel meer dan dat. Ze hebben een fundamentum in re, ze zijn gegrond op de werkelijkheid. Wat ze zeggen over die werkelijkheid is geen verzinsel, maar een redelijk accurate weergave van hoe de werkelijkheid werkelijk is. Een sprekend voorbeeld daarvan is onze technologische wereld. Voortgaand op een wetenschappelijke benadering en bevraging van de wereld zijn wij in staat om met de materialen die wij in de wereld aantreffen verbazingwekkende zaken te realiseren die zonder menselijke tussenkomst niet zouden kunnen gebeuren, of niet in die mate. Dat komt omdat wij niet zozeer met ons verstand iets toevoegen aan de werkelijkheid, maar de eigenschappen van het universum adequaat onderkennen. Oorzaak en gevolg is niet zomaar een arbitraire gedachteconstructie, het is een natuurwet, een vaste manier waarop de werkelijkheid bestaat. Wit is niet zomaar een woord, het is een afgesproken beschrijving van een definieerbare en meetbare eigenschap van het licht. En de definitie van een mens als ‘een levend wezen dat zich kan voortplanten met een andere mens’ is een concrete werkelijkheid, niet zomaar een waanidee. Zeker, alle wetmatigheden en begrippen die op inductieve wijze tot stand komen, dat wil zeggen louter door observatie, zijn tentatief en dus precair; het volstaat dat er een waarneming is die ervan afwijkt opdat de regel zou vervallen. Maar wij gaan ook deductief te werk, wij zijn in staat om op basis van bestaande vastgestelde wetmatigheden logische conclusies te trekken die geldig blijken zijn. Als we sommige resultaten van de werktuigkunde en de elektronica bekijken, of de spectaculaire verwezenlijkingen van de architectuur, of de vele manieren om energie op te wekken, of de ruimtevaart, kunnen we niet anders dan besluiten dat onze wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid grotendeels klopt.

    Dat kan men ook zeggen van begrippen als vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, medemenselijkheid. Op basis van filosofisch onderbouwd redeneren kan men tot conclusies komen die niet zomaar afspraken zijn, maar die een grond hebben in de werkelijkheid. Het is werkelijk zo dat handelen volgend dergelijke principes bijdraagt tot de manier waarop de werkelijkheid, onze werkelijkheid, bestaat.

    Onze begrippen bestaan dus niet alleen als abstracte ideeën die wij ons vormen, ze zijn tevens aanwezig in de werkelijkheid, ze zijn de begrijpelijke manier waarop de werkelijkheid is. Indien het universum chaotisch was, zouden we vruchteloos proberen te achterhalen hoe het ineen zit en wat ermee te doen valt. Dat is waarover Einstein zich blijvend verwonderde: dat het universum zich leent tot begrijpen, dat de natuurwetten uitgedrukt kunnen worden in logische en mathematische formules, dat er een wetenschappelijke manier is om over het universum te spreken, dat abstracte en universele begrippen wel degelijk bestaan en zeer bruikbaar en zelfs noodzakelijk zijn voor de mens en voor de samenleving.

    Een nominalisme dat onze intellectuele verwezenlijkingen reduceert tot niet meer dan loze spielereien van het povere menselijke verstand is blind voor de noodzakelijkheid van de eeuwige natuurwetten. Een idealisme dat de werkelijkheid verguist en enkel heil ziet in een bovennatuurlijke wereld van abstracte begrippen is even blind voor de daadwerkelijke en ordelijke realiteit van het universum. Het universum is materieel reëel en het is niet chaotisch maar ten gronde begrijpelijk. Het menselijk verstand is wel degelijk bij machte om die noodzakelijke ordening ten minste gedeeltelijk te doorgronden door actief rationeel na te denken en te handelen en een beschaving uit te bouwen waarin onze gedachten en begrippen als memen gebruikt en gekoesterd worden in het collectieve bewustzijn en geheugen, en veilig bewaard en overgeleverd worden op talloze materiële dragers.

     


    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:filosofie
    19-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spinoza: Ethica

    Ik heb het genoegen  hierbij de publicatie aan te kondigen van mijn jongste werk:

    Spinoza: Ethica, uit het Latijn vertaald en toegelicht, deel 1 vertaling, 256 blz., deel 2 toelichting, 432 blz. Werchter: Uitgeverij Coriarius, 2017.

    Met deze nieuwe uitgave wordt Spinoza’s meesterwerk toegankelijk gemaakt voor een ruim Nederlandstalig publiek.

    Uitgeverij Coriarius publiceert dit werk zonder winstoogmerk, zodat de prijs heel bescheiden kon blijven: € 32 verzendkosten inbegrepen; voor Nederland € 35.

    We bieden het werk nu tijdelijk aan:

     

    uitzonderlijke introductie- en vriendenprijs

    € 25 verzendkosten inbegrepen; voor Nederland € 28

     

    voor de beide delen samen, die niet afzonderlijk verkocht worden.

    Eenvoudig te bestellen bij Uitgeverij.Coriarius@telenet.be. Een mailtje met opgave van het leveringsadres volstaat.

     

     Spinoza: Ethica uit het Latijn vertaald en toegelicht


    Categorie:levensbeschouwing
    02-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca

    Van Patrick Lateur, de gereputeerde vertaler van nota bene de Ilias én de Odyssee van Homeros, verscheen heden bij Damon ‘Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca’. Die Anthologia is een immense verzameling van Griekse verzen, of verzen in het Grieks, uit een periode van meer dan duizend jaar, van de vroegste dichters uit het antieke Griekenland tot de allerlaatste stuiptrekkingen van het antieke Rome. Deze selectie uit de Anthologia volgt op eerdere bloemlezingen van de auteur rond Plato (P., 2006), over dichters (Voltaire, 2009) en over filosofen (Damon, 2009). De gedichten in dit boek verschenen als een werk in wording op de Facebook pagina van de auteur in wekelijkse afleveringen, maar zijn hier nu nuttig en zelfs nodig voorzien van een algemene inleiding, verklarende aantekeningen bij de teksten en registers op naam van de dichters, op eigennamen die voorkomen in de tekst en op de nummering van de epigrammen.

    Voor de allicht zeldzame lezers die op school Grieks geleerd hebben, is het een aangenaam weerzien van gedichten in het oorspronkelijke Grieks dat de vertaling telkens voorafgaat. Het roept milde herinneringen op aan de vele uren die we aangenaam doorbrachten in een klas met een beperkte groep nieuwsgierige leerlingen, geschaard rond een begaafde en begeesterde leermeester om zo de rijkdom van die cryptische lettertekens en die vreemde woorden te onthullen.

    Het hoeft niet gezegd, maar de vertalingen zijn zoals steeds bij Patrick Later voorbeeldig vlot leesbaar gesteld in een fris en ongekunsteld hedendaags Nederlands, met behoud van de typische zeggingskracht van het origineel.

    Epigrammen ontstonden bij verschillende gelegenheden: op een gedenksteen op de plaats waar een belangrijke overwinning behaald werd op de vijand, in een haven om de goden te danken voor een behouden aankomst of hun zegen af te smeken bij een gevaarlijke zeereis, bij een beroemd beeld of schilderij, op een votiefgeschenk dat men achterliet aan een bron of een lieflijke plaats, op een vogelschrik (meestal een uitdagende Priapos), of als een grafschrift.

    De selectie die de auteur maakte voor deze uitgave heeft de goden als rode draad: de Griekse goden vanzelfsprekend, met uitzondering van enkele christelijke epigrammen aan het einde van het boek. Enige kennis van de Griekse mythologie is dus noodzakelijk voor een goed begrip; de aantekeningen zijn immers summier. Sommige gedichten zijn niet meer dan stereotiepe parafrasen op bekende mythologische thema’s zoals de keuze van Paris, of de escapades van Zeus. De goden van de Griekse en Romeinse oudheid zijn niet te vergelijken met de christelijke goden (Vader, Zoon, Heilige Geest), maar veeleer met Maria en de bonte schare van Roomse heiligen die men voor allerlei zaken aanriep en dankte. Het was een gemeenschappelijk cultureel erfgoed veeleer dan een ideologische godsdienst zoals het jodendom, het christendom of de islam. In de verzameling prijken echter ook echte pareltjes, waarin achter de gebruikte beeldspraak diepmenselijke inzichten en ervaringen schuilen die de lezer verrassen door hun onthutsende directheid. Zo wordt de liefde, of liever de verliefdheid ervaren als een vuur dat het slachtoffer verteert dat getroffen wordt door de pijlen van Eros. Het zijn vooral die vaak korte gedichtjes die deze bundel tot meer maken dan een leuke verzameling van goed vertaalde Griekse gelegenheidspoëzie. Hier horen we de stem van de antieke dichter die haar oorspronkelijke emotie verwoordt en ervaren we prangend de verrassend moderne vertolking van deze onsterfelijke poëzie.

    Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca, Eindhoven: Damon, 2017, 200 blz., paperback, € 18,90.

    Afbeeldingsresultaat voor lateur goden


    Categorie:poŽzie
    01-10-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ter inleiding bij de tentoonstelling van Lut in De schuur van A, 9 september 2017

    ‘De tentoonstelling 'Met taal van lijnen en vlakken' is het resultaat van een zoektocht naar de essentie van vorm en inhoud. Hoe kan je in lijnen en vlakken vorm geven aan wat zich in het menselijk bewustzijn, voorbij het individuele en het anekdotische, als grondervaring aanbiedt in een universele taal.’

    ‘In den beginne schiep God hemel en aarde, en de aarde was zonder vorm en leeg…’. Dat moet zowat het gevoel zijn van de kunstenaar voor het lege doek of blad, een ware horror vacui, de angst voor het lege. Als een god zegt de mens dan: laat er licht zijn, en ziet dat het licht goed is. Vervolgens verdeelt de mens de ruimte tussen licht en duisternis. Door het aanbrengen van lijnen en vlakken in zwart/wit of kleuren creëert de kunstenaar een wereld waar voorheen alleen leegte was. Lut De Rudder weet alles van lijnen. Sinds jaren trekt ze elke dag ontelbare lijnen op het blad. In een van haar cycli bestaat het kunstwerk uit één enkele lijn. Op het tweede werk waren er twee, enzovoort. Als drie lijnen elkaar kruisen, ontstaat een driehoek, een merkwaardige figuur die talloze vormen kan aannemen, maar waarvan de drie hoeken samen altijd twee rechte hoeken vormen. Van een vierkant, een ruit, een rechthoek vormen de vier hoeken samen altijd vier rechte hoeken. Van een cirkel liggen alle punten op dezelfde afstand van het middenpunt. Met die eenvoudige vlakke figuren experimenteert Lut onverdroten, steeds weer licht en donker en kleur variërend in afmetingen en verhoudingen en invulling. Het brengt haar tot rust, ze vindt zin en evenwicht in de pure essentie van de strakke vlakken en de lijdzame lijnen die het blad indelen en tot leven brengen in steeds nieuwe vorm en betekenis.

    Maar er is meer in onze wereld dan alleen de drie elementaire vormen: driehoek, vierhoek, cirkel en de vormen die resulteren uit hun overlappingen. Er zijn meer complexe vlakken, triskaidecagonen en nog veel ergere tongbrekers. En naast allerlei regelmatige is er ook een oneindige reeks van onregelmatige veelhoeken. Wanneer we de rechte lijn en de zuivere cirkel verlaten, opent zich een universum van combinaties van gebogen lijnen. Wanneer we het pure zwart verlaten dat het wit wit maakt en het oneindige spectrum van kleuren erbij halen (de mens kan tot 100.000 verschillende kleuren onderscheiden), bevinden we ons in de wereld van de schilderkunst. Zo gaan we van de uiterste abstractie tot de meest intense en sublieme complexiteit. De kunstenaar maakt de keuzes die ons verwonderen, verbazen, fascineren en ontroeren.

    Spinoza, de filosoof die in Nederland leefde van 1632 tot 1677, maakte een soortgelijke redenering over de mens. De mens maakt deel uit van de wereld en bestaat uit hetzelfde materiaal als alle andere wezens en wordt dus beheerst door de strakke natuurwetten die de materie beheersen tot in de ijle wereld van de subatomaire elementaire deeltjes. De mens is echter geen muon, geen boson of quark, maar een uiterst complex levend wezen, en daarvoor gelden naast de zeer algemene bovendien meer complexe natuurwetten, die alleen voor levende wezens en zelfs alleen voor mensen gelden. Maar het blijven natuurwetten, er is wel verregaande complexiteit, maar geen chaos. We kunnen over emoties spreken zoals over lijnen, vlakken en lichamen, zegt Spinoza. Omgekeerd kan men zeggen dat een begenadigd kunstenaar door eenvoudige lijnen en sobere vlakken te tekenen of door subtiel geraffineerde composities te maken in vorm en kleur, pure emoties of complexe gevoelens kan oproepen.

    Spreken is tekenen en schilderen met woorden. We kunnen onze gevoelens formuleren in freudiaanse analyses, in meetkundige stellingen of in meer poëtische bewoordingen. Ik verkies te eindigen op die laatste manier met een gedichtje dat ik schreef voor Luts verjaardag:

    Toen onze wegen woelig kruisten

    in de nare nazomer van ons leven

    dachten we aan samen oud worden

    en bijna berustend stilaan sterven

    we hebben elkaar de ruimte gegeven

    om moedig nieuwe wegen in te slaan

    de milde michielszomer van ons late leven

    waarin het leven weer barst en bruist

    genadig wenkt de herfst in gulle gloed

    hand in hand gaan we dankbaar samen

    de schaduw van het afscheid tegemoet.

    Karel D’huyvetters, 9 september 2017


    Categorie:kunst
    Tags:tentoonstelling, kunst


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Adam en Eva in het aards paradijs
  • Waarom? Daarom!
  • appartementisering
  • Gedichten-dag 2018
  • Renť Willemsen, Het onvoltooide leven van Thomas (recensie)
  • Thomas van Aquino, Over het zijnde en het wezen (recensie)
  • What's in a name?
  • Spinoza: Ethica
  • Patrick Lateur (vert.), Goden. 150 epigrammen uit de Anthologia Graeca
  • Ter inleiding bij de tentoonstelling van Lut in De schuur van A, 9 september 2017
  • Paul Claes, SIC, mijn citatenboek
  • Facebook
  • De heilsstaat is niet voor morgen.
  • Paul Claes: Catullus, Lesbia (recensie)
  • het boerkini-verbod en de filosoof
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • Exit buxus
  • Terugblik
  • Een poging tot samenvatting
  • Leonard Cohen
  • De wraak van Jan met de pet
  • Foucaults slinger: naschrift ter correctie
  • En toch beweegt ze! Foucaults slinger.
  • Tentoonstelling
  • De rode draad
  • Avondlied
  • Afscheid van kerstmis
  • Spinoza: De Brieven over God
  • Spinoza: de Brieven over God
  • Keren Mock, Hťbreu, du sacrť au maternel, 2016 (recensie)
  • Geen visum voor vluchtelingen?
  • Rudolf Agricola (recensie)
  • Jan Verplaetse, Bloedroes (recensie, niet voor zachtmoedigen)
  • De verlichting uit evenwicht? (recensie)
  • Godsdienst: macht of inspiratie?
  • 'En bewaar het geheim.' Intieme blikken van vrijmetselaars (recensie)
  • Lamettrie, Het Geluk (recensie)
  • El cant dels Aucells
  • Peter Venmans, Amor Mundi (recensie)
  • RŁdiger Safranski: Tijd (recensie)
  • Terroristen
  • De lastige weg
  • Richard Dawkins, Een kaars in het donker (recensie)
  • Herwonnen vrijheid. Recensie Julian Baggini
  • Gedichtendag 2016
  • virtueel
  • Elfenbankjes
  • Averij - gehavend - average
  • Tentoonstelling Lut De Rudder
  • Tentoonstelling Lut De Rudder, vernissage
  • Parijs: het vendel moet marcheren.
  • Paul Cliteur & Dirk Verhofstadt, Het AtheÔstisch Woordenboek (recensie)
  • Romeo & Juliet gedanst
  • Multiculturalisme
  • Matthew Hutson, Magisch denken (recensie)
  • Individu
  • Compelle intrare: dwingen om binnen te gaan.
  • Rik Peters, Verlichte kost. Filosofen van toen over het eten van nu (recensie).
  • Paul Claes, Kinderen van Rousseau (recensie)
  • Leo Beek, Pioniers van de wetenschap (recensie)
  • Asiel
  • van vandaag op morgen
  • IdeeŽn en gedachten
  • De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • Recensie: De schoonheid en de troost van het atheÔsme
  • ouderdomsdoofheid
  • het blinde socialisme van Zakynthos
  • The windmills of your mind
  • muziek en dans
  • IS en de ruines van Palmyra
  • Charles Vergeer, Overspoeld door de eindigheid. (recensie)
  • Over baby olifantjes, vermoorde wilde dieren, pandavoyeurisme en huisdieren
  • 50+ en zonder job
  • The Soul Fallacy, Julien Musolino (recensie)
  • De kerk en haar gelovigen
  • (g)een filosofie van de stilte (recensie Jan Hendrik Bakker)
  • Slavoj Zizek, Eis het onmogelijke (recensie)
  • Recensie: Nick Broers, Achter Darwins horizon. Een religie voor atheÔsten.
  • Me dunkt...
  • Niemand kan twee heren dienen, nogmaals.
  • bindi, FGM en andere gebruiken
  • Seksualiteit
  • Oost west, thuis best?
  • Recensie: Het voordeel van de twijfel, Tim De Mey.
  • Gedichtendag 2015: Toby
  • Buridans ezel?
  • Spinoza over de Islam
  • Piet Spigt (1919-1990), Nederlands humanist en vrijdenker (recensie)
  • besparen op cultuur?
  • Gelukkig 2015!
  • Imagine...
  • Een zomer met Montaigne (recensie)
  • Dode materie en levende.
  • 300.000 bezoekers
  • Nicholas Carr, De glazen kooi (recensie)
  • Vrijheid en technologie
  • Vrijheid
  • Staken en betogen, of werken?
  • Es geht auch anders...
  • De twijfel van de atheÔst
  • Tom Kroon, De morele intuÔtie van kinderen
  • Flamenco!
  • Julian Baggini, De deugden van de tafel
  • Edward O. Wilson, The Meaning of HUman Existence
  • Vrijdenken
  • onze hoog-technologische samenleving
  • Tobit
  • De volmaakte priester bestaat niet.
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Toby
  • Geloof of wetenschap?
  • Besparingen, nogmaals.
  • Besparen op cultuur?
  • Niemand kan twee heren dienen.
  • John Stuart Mill
  • Brief van de bisschop van Antwerpen aan de bisschop van Rome
  • Odette?
  • Onverzoenbaarheid
  • The windmills of your mind
  • Nogmaals: fatalisme en menselijke vrijheid
  • Aarschot, augustus 1914-2014
  • Pastoor Pieter-Jozef Dergent, 1870-1914
  • Yezedi's?
  • Een waanzinnige logica: de Hannibal Directive
  • ongewenst seksueel gedrag
  • Gaza: de grond van de zaak
  • Johan Braeckman, Darwins moordbekentenis
  • Vrijheid en determinisme
  • De blinde telescoop
  • Herakleitos, Alles stroomt (vert. Paul Claes)
  • Antisemitisme?
  • O'Hanlons Helden
  • Polarisatie in Vlaanderen
  • Voetbalgekte
  • Na de verkiezingen
  • Mestkevers?
  • Een eerbaar Vlaams nationalisme
  • Vlaams nationalist, ik?
  • Voor een democratisch Vlaanderen
  • Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Recensie: Ludo Abicht, DemocratieŽn sterven liggend.
  • Recensie: Paul Frentrop, Het jaar 1759.
  • Edward Elgar, Sea Pictures
  • De zoon van de priester
  • Verrijzenis
  • Adel
  • Mijn Spinoza-vertaling
  • Gij zult niet doden...
  • Seksualiteit: idealen en normen
  • The Oxford Handbook of Atheism
  • Hoe we overleven - Mark Rickerby
  • karabiner, musketon, volant en ruflettelint
  • Gedichtendag 2014
  • Antiklerikaal
  • verhitte internetdiscussie
  • Het kruis en de gekruisigde.
  • De seculiere samenleving - Patrick Loobuyck
  • Kweddelen!
  • Euthanasie in BelgiŽ
  • for whom the Bell tolls: exit Didier Bellens
  • De Zevende van Beethoven
  • God bewijzen - Stefan Paas en Rik Peels
  • De Verlichting als kraamkamer, Jabik Veenbaas
  • Recensie: De naakte perenboom. Op reis met Spinoza, Rudi Rotthier
  • In memoriam Luc Verbeke (1924-2013)
  • Gods dobbelstenen
  • Afwezig?
  • Rode kazuifels
  • Socialisme of sociaal-democratie?
  • Late Night Thoughts - Lewis Thomas
  • vrije universiteiten
  • slaagcijfers aan de universiteit
  • Islam, Nazisme en verdraagzaamheid
  • Mes tendres annťes
  • Caveat emptor!
  • De botten van Descartes - Russell Shorto
  • The Ends of Life - Keith Thomas
  • Goed en kwaad
  • Rebellen - Anne Morelli (red.)
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein
  • Topprestaties, onbehagen en liefde
  • Marius Engelbrecht, De onttovering van de waanzin
  • Siebrand en Hiemstra, Voetangels & Klemtonen
  • meikever
  • Evolutie, cultuur en betekenis - Tom Uytterhoeven
  • Pascal Smet of Pieter Wispelwey?
  • Herbetovering van de wereld - Michael LŲwy
  • de utopie van Martin Buber
  • Radicale secularisatie?
  • Economisch nationalisme - Olivier Boehme
  • Kerk en staat
  • bij een overlijden: Macbeth
  • Jacques Brel
  • Goudhaantje
  • ik en de anderen
  • het ruimere perspectief
  • haptonomie, hapschaar
  • Desiderata - Max Ehrmann
  • Crisis
  • Onze waarden? Of toch niet...


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!