Groei en bloei van het Beverse St.-Gregoriuskoor (deel 6) Ach, die noodkerk! Later hebben we ze herhaaldelijk verwenst, maar toen waren we er wat gelukkig mee. De kleine kloosterzaal en de zielige zondagse missen in de bovenzaal van de Jongensschool, waren we zo beu geworden als koude pap. Vol verwachting zagen we ons eerste optreden in de nieuwe noodkerk tegemoet. Dat zou gebeuren op Kerstdag I947.
De eerste herhaling op het grote dokzaal werd een teleurstelling. De ijle ruimte van de kerk bracht ons in verwarring. We waren gewend geraakt aan meer beslotenheid. Daardoor wellicht kwam het dat onze stemmen ons schril en vals in de oren klonken. We wenden echter snel en Kerstmis I947 werd een feestelijke dag.

Het is wellicht de moeite waard hier eens wapenschouw te houden en te kijken wie er lid waren van het koor einde I947 . De namen hebben we gevonden in het oude kasboek dat Robert Meersman in die tijd bijhield. Te noteren dat het enkel gaat om de volwassen zangers. Geen kinderstemmen dus. We gebruiken de volgorde van het boek: Marcel Bamelis, Jozef Stevens, Marcel Vancompernolle, Robert Meersman, Albert Dewinter, André Nolf, Robert Vandeplassche, Michel Debrouwere, Arsène Roobroeck, Antoon Nolf, Gabriel Meersman, Arthur Kerkhove, Lucien Vancraeynest, Albert Pieters, Roger Decavel, Roger Verhamme, André Vandermeiren, Lucien Vereecke, Jaak Meersman, André Ostijn, Roger Ostijn, Germain Coussement.
Wanneer we dit lijstje vergelijken met de namen van I935, dan zien we dat er heel wat verandering gekomen is. In deze groep steekt echter reeds een deel van de harde kern, die het koor twintig jaar lang zou rechthouden en voortstuwen. In het jaar I95I werden de partituren aangekocht van de vierstemmige "Missa pro Pace" van de "Westvlaamse Hallenaar Remi Ghesquiere. Gemakkelijk was ze niet die mis, maar de toondichter had er zoveel mooie melodieën voor uit zijn mouw geschud en zoveel verleidelijke akkoorden, dat we naar de herhalingen togen als naar een kermis.
Om toch maar eens bij de klanken van een echt orgel te kunnen zingen, lieten we een van de generale repetities doorgaan in de kerk van Nieuwenhove. Een echt orgel daar. Jawel. Maar een klein dokzaal en in erbarmelijke staat. We waren er zo dicht op elkaar gepakt dat dirigent Stevens zo ongeveer op de balustrade gedrumd stond. Gans de tijd van de herhaling hebben we toen ons hart vastgehouden. Zie eens naar Stevens! Hij zou eens moeten vallen in die diepte daar. God toch! Wat moeten we dan aan Anna gaan vertellen! De Semmerzakenaar had blijkbaar reeds voor heter vuren gestaan. Toen de herhaling gedaan was keek hij eens naar beneden en zei dat het hem daar nogal diep toescheen. Stalen zenuwen had die man.
Op het kerstprogramma van het jaar I952 prijkte weer de oude vertrouwde Miasa De Boeck voor één kinderstem en drie mannenstemmen. Och, een mens moet toch oppassen dat hij zich niet verspreekt. Voor veruit het grootste deel der zangers was die mis helemaal niet oud en vertrouwd. Nog slechts een bedroevend klein beetje waren er over van de mannen die ze in I935 gezongen hadden. En met de sopraans was het helemaal te herdoen natuurlijk. Het koor had intussen echter gevoelige versterking gekregen. Lucien Meersman was erbij gekomen en ook Jozef Lagaisse, Joris Uyttenhove, Marcel Himpe, Eric Sabbe, Omer Devooght, Rafael Notebaert en Hubert Ameye. Vooral Jefke Lagaisse en Joris Uyttenhove hebben furore gemaakt. Jefke met zijn lichte buigzame stem die verbijsterende hoogten in kon klimmen en Joris, die jarenlang de eerste stem gedomineerd heeft, zodanig dat zelfs Tuur bij tijd en wijle vol ontzag naar hem opkeek.
Die Joris was zoveel als onze Beverse Luis Mariano. Zong hij immers niet met verbluffend gemak zo ongeveer het hele repertorium van die beroemde vedette? Er zijn tienersterren die nu verafgood worden, maar die op geen stukken na kunnen waartoe onze "lange" Uyttenhove in staat was. Ook Guido Desmet was opnieuw bij het koor komen opduiken en zelfs Fridolin Debaere is nog een tijdje teruggekomen. Lang heeft dat echter niet meer geduurd, want na een paar jaren hebben we ze definitief verloren.
Onze toenmalige pastoor, Jozef De Visscher, was een groot bewonderaar van de Vatikaanse koorleider en komponist Lorenzo Perosi. Door zijn toedoen ten andere hadden we diens tweestemmige "Missa te Deum Laudamus" in ons repertorium opgenomen. In het jaar I954 kochten we ook de partituren aan van de driestemmige Perosi-mis. Het werd een groot sukses. We zongen ze dolgraag en de Beverse parochianen waren er opgetogen over. En hier even een pijltje afschieten misschien. De Sint-Gregoriusgilde heeft altijd zelf haar boontjes moeten doppen. Niet enkel de aankoop van mispartituren had ze te dragen, maar ook de boekjes met gregoriaanse missen heeft ze uit haar kas betaald. Alles moest komen van de maandelijkse vijf frank lidgeld der zangers en van enkele schaarse giften. Hoe dikwijls André Nolf, Jozef Stevens, en na hem Gentiel Callewaert, er hun zak aan gescheurd hebben, zullen we maar God en de molenaar laten scheiden.
Nee nee, de parochie of de kerkfabriek hebben ons nooit erg verwend. Het een moet gezegd gelijk het ander. Daardoor hebben we echter de onafhankelijkheid bewaard waarop we steeds zo trots zijn geweest. En dat is toch ook iets. Anders hebben we niet te klagen gehad over onze parochieherders. Nooit. Pastoor Ernest Lebbe heeft de eerste levensjaren van ons koor meegemaakt. Hij had het gesukkel gekend voor André Nolf koster werd en het verschil bij vroeger zal hij wel opgemerkt hebben. Lebbeke waardeerde ons.
Pastoor Lebbe stierf in 1936 en Jozef De Visscher kwam naar Beveren om zijn werk voort te zetten. Eén brok muziek was die Oostendenaar. Als hij de prefatie inzette, was het alsof ergens een orgel aan het spelen ging. Hij werd een trouw supporter van ons koor en toch hebben we hem slechts op het einde van zijn leven tenvolle gewaardeerd. Hij was ietwat koel. Van op afstand. Zo een beetje de man uit de stad. En dat zit Bevernaars altijd dwars. Toen was het nog gewoonte dat de koorleden gingen nieuwjaren op de pastorij. Bij pastoor De Visscher groeide dit altijd uit tot een zangavond of een les in de muziekgeschiedenis. Zelf ging hij dan aan de piano zitten en legde uit hoe mooi dit was of hoe dàt gezongen moest worden. Soms stak zijn zuster hem een handje toe. Ze had een stem als een nachtegaal, alhoewel ze reeds een dagje ouder werd. We lieten er onze warme wijnpunch bij koud worden.
Toen Jozef De Visscher zijn grote reis naar de Eeuwigheid had aangevangen, kregen we pastoor Deltour om ons op het goede pad te houden. Dat was begin 1954. Al dadelijk hadden we in de gaten dat Ernest Deltour en muziek twee gans verschillende zaken waren. Dit heeft hem echter nooit belet een begrijpend vriend te zijn voor de zangers. De zachte nieuwjaarspunch liet hij alvast achterwege en onthaalde ons op hartige mannendrank. Op een paar flessen wijn kwam het niet aan bij hem en de merken en jaartallen mochten best gezien worden.
24-02-2019, 00:00 geschreven door Beverse Weetjes
|