Meesteres van het fin de siècle Nog in de lopende week worden er in Noord-Duitsland nog enkele exposities geopend, die heel direct dan wel zijdelings betrekking hebben op de vooraanstaande beeldend kunstenares Paula Modersohn-Becker (1876-1907), die een eeuw geleden op 31-jarige leeftijd reeds is overleden. Tijdens haar leven was ze slechts voor een kleine groep kenners, onder wie vooral vertegenwoordigers van de muzische kunsten, een begrip, en pas na haar verscheiden werd ze snel beroemd en ging men haar beschouwen als een hoogbegaafde vrouw, die haar tijd heel ver vooruit was, en (in ieder geval één van) de belangrijkste Duitse kunstenaars was van het fin de siècle. Sedert 1 juli is er al een tentoonstelling toegankelijk in Worpswede, de voormalige kunstenaarskolonie waar ook Paula Becker vanaf 1897 veel verbleef. Direct in het eerste jaar voelde ze zich daar thuis en zeker niet in de laatste plaats doordat ze er collega-kunstenaars heeft leren kennen, onder wie de schilder Otto Modersohn (1865-1943), met wie ze zich in 1900 heeft verloofd. In dat jaar leerde ze in Worpswede eveneens de dichter Rainer Maria Rilke (1875-1926) kennen, wiens portret van ongeveer 1905 in literaire kringen de naam van de kunstenares levend heeft gehouden. Gedurende de laatste zeven jaar van haar leven heeft Paula Modersohn-Becker vier keer een tijdje in Parijs doorgebracht, en alle impressies die ze daar heeft opgedaan, nam ze mee naar Worpswede om ze vervolgens in haar unieke kunst te vertalen. Kunsthalle Bremen Eén van de twee instellingen, die vanaf zaterdag 13 oktober hun eigen en geleende schatten voor het publiek toegankelijk maken, is de Kunsthalle in Bremen. Daar kan men zes dagen per week terecht voor werken van deze uiterst fijnzinnig voelende vrouw. Naast werk van haarzelf worden de toeschouwers geconfronteerd met stukken uit de Franse avant-garde, zoals Paul Cézanne, Paul Gauguin, Vincent van Gogh en Pablo Picasso, allen tijdgenoten van Paula Modersohn-Becker. ____________ Afbeeldingen: 1. Zelfportret op groene achtergrond met blauwe iris, 1905. Kunsthalle, Bremen. 2. Stilleven met goudvis in kom, ontstaan in de maanden mei en juni van 1906. Eigendom van het Von der Heydt-Museum in Wuppertal.
09-10-2007 om 00:00
geschreven door Heinz Wallisch 
|