Foto
Categorieën
  • etymologie (80)
  • ex libris (83)
  • God of geen god? (186)
  • historisch (29)
  • kunst (6)
  • levensbeschouwing (249)
  • literatuur (41)
  • muziek (76)
  • natuur (8)
  • poëzie (95)
  • samenleving (239)
  • spreekwoorden (12)
  • tijd (13)
  • wetenschap (55)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Vrijdenkers
  • Uitgeverij Coriarius
  • Het betere boek
    Archief per maand
  • 08-2025
  • 07-2025
  • 06-2025
  • 05-2025
  • 04-2025
  • 03-2025
  • 02-2025
  • 01-2025
  • 12-2024
  • 11-2024
  • 10-2024
  • 09-2024
  • 08-2024
  • 07-2024
  • 06-2024
  • 05-2024
  • 04-2024
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 01-2024
  • 12-2023
  • 11-2023
  • 10-2023
  • 09-2023
  • 08-2023
  • 07-2023
  • 06-2023
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 10-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 03-2019
  • 10-2018
  • 08-2018
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    07-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.hoofddoeken en minaretten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Hier bij ons hebben we al het hoofddoekendebat gehad en in Zwitserland nu ook de infame minarettenvolksraadpleging. We hebben in het Westen in vele landen politieke partijen die racisme als enig agendapunt hebben. Er zijn skinheads en andere alternatievelingen die vreemdelingen rauw lusten. Heel wat mensen zetten zich af tegen het anders zijn van de anderen. Ze willen dat de anderen zich aanpassen. Anders moeten ze maar vertrekken. Ze beschouwen het anders zijn als bedreigend. Wij zijn hier thuis en we zijn zoals we zijn, we zijn altijd al zo geweest en zo willen we ook blijven. Wie naar hier komt, moet zich voegen: onze normen aanvaarden, worden zoals wij, naadloos opgaan in onze gemeenschap.

    Een vaak gehoord argument daarvoor is: dat doen wij toch ook?

    Inderdaad. Vlamingen die uitwijken zijn roemruchte aanpassers. Zelfs emigranten van de eerste generatie gaan er prat op dat ze na enkele jaren niet meer te onderkennen zijn van hun autochtone buren. In de tweede generatie spreken de kinderen zelfs geen Nederlands meer, grootouders hebben het daarmee soms moeilijk.

    Als Vlaming en Nederlandstalige heb je niet altijd veel keuze: niemand verstaat je. Als je wil werken en samenleven, dan moet je wel de taal van het land leren, er zit niets anders op. Men verwacht, eist het van ons, niet principieel maar praktisch.

    Het valt op dat dit zo is voor mensen die uitwijken naar ‘beschaafde’ landen: onze buurlanden, Groot-Brittannië, Ierland of andere West-Europese landen; de Verenigde Staten ook, Australië, Nieuw-Zeeland. Even opmerkelijk is dat Vlaamse (en andere West-Europeanen) het statuut van ‘expat’ koesteren (van geëxpatrieerde: iemand die zijn vaderland heeft verlaten) wanneer ze in een ander land terechtkomen: de Golfstaten, Afrika, Azië, Zuid-Amerika. De aanpassing daar is minimaal: gehoorzaamheid aan de wet, meer niet. Men gebruikt een lingua franca, meestal Engels, de landstaal leert men niet. Men past zich ook niet aan aan de plaatselijke klederdracht of de eetgewoonten. Expats zijn berucht voor hun hautaine houding tegenover de inboorlingen. Herinner u onze kolonies…

    Als we dat patroon onderzoeken, dan zien we een hiërarchische structuur. De zwakkere moet zich aanpassen aan zijn omgeving, de sterkere niet. Doodarme Vlamingen die uitweken naar Canada of de VS. waren op geen tijd Amerikanen. Vlamingen die naar ‘de’ Kongo trokken verfransten soms, maar werden zeker geen inboorlingen. Italiaanse armoedzaaiers die naar hier gehaald werden om in de mijnen te werken, spraken al gauw een mondje Frans, hun kinderen meestal nog enkel dat.

    Als we dat toepassen op de huidige immigranten in België, dan zien we dat wij daar de rol van de sterkere opeisen: de immigranten moeten zich aan ons aanpassen. Sommigen hebben dat vrij goed gedaan.

    Met andere groepen is dat minder goed gelukt. Wij beschouwden hen wel als zwakkeren, maar zo zien zij zichzelf niet. Een van de problemen is dat ze ook fysiek herkenbaar zijn: de huidskleur, de kledij, de godsdienstige gebruiken. De huidskleur blijft, natuurlijk, enkel iemand als Michael Jackson had genoeg geld en was gek genoeg om zich te laten verbouwen. Het zijn vooral Moslims die erop staan om hun culturele en religieuze gebruiken te behouden.

    Dat herkenbaar anders zijn, willen zijn en willen blijven, zorgt hier en daar voor problemen. Vlaanderen was homogeen Vlaams en katholiek, een Moslim valt meteen op. Zelfs een kleine minderheid van Moslims wordt als een bedreiging voor onze eigenheid beschouwd, zeker als die zich concentreert in bepaald wijken of steden zoals Antwerpen, ‘Borgerokko’, Kuregem…

    Er is echter geen sprake van dat de Moslims Vlaanderen of België zouden overrompelen. Er gaat geen enkele druk uit van hen, cultureel, religieus, vestimentair of wat dan ook. Zij hebben niet de bedoeling ons te bekeren, ze eisen alleen het recht op om te blijven zoals ze zijn.

    Het gaat dus helemaal niet, zoals men vaak hoort, om een bedreiging van onze eigenheid: wij mogen die rustig behouden. Het is wel een bedreiging van de homogeniteit, de Vlaamse eenvormigheid. Maar is die er wel? Is die er ooit geweest? Zeker na 1950 is die vermeende gelijkvormigheid, de Vlaamse norm, snel verdwenen. Je hoeft nu maar eens rond te kijken op straat om een kakelbonte verscheidenheid waar te nemen. Een moslim valt zelfs niet meer op als hij of zij vasthoudt aan de klederdracht van het land van herkomst. Een skinhead of gothic, of zelfs een wielertoerist ziet er veel vreemder, on-Vlaamser uit dan de doorsnee moslim(a).

    Ook op godsdienstig gebied is er veel veranderd. België, inclusief Vlaanderen is een van de meest ongelovige landen ter wereld. Wij zijn nadrukkelijk niet meer zo katholiek als honderd of zelfs vijftig jaar geleden. Godsdienst speelt nog nauwelijks een rol in ons leven. Het is een randverschijnsel dat zich afspeelt in de privésfeer. Je hebt katholieken, protestanten, boeddhisten, joden en nog enkele andere strekkingen, maar zij bepalen de hoofdcultuur niet meer, er is geen religieus gekleurd algemeen cultureel beeld.

    Onze wereld is met andere woorden zeer verscheiden geworden, er zijn nog nauwelijks vaste normen, ongeveer alles is mogelijk, bijna alles is aanvaard. Niemand is verplicht om zich te kleden zoals de anderen, originaliteit is troef en wordt bewonderd. Exotisch eten en drinken is in, evenals exotische vakanties.

    En toch… Toch maken sommige mensen zich druk over hun medemens, omdat die een hoofddoek draagt bijvoorbeeld, of een schaap wil slachten zonder verdoving. Als we elk van die zogenaamd storende elementen nuchter bekijken, dan moeten we snel toegeven dat het om oppervlakkige, onbelangrijke, niet-essentiële kenmerken gaat. Katholieken hebben kerken met torens met een haan, protestantse torens hebben een kruis, moskeeën hebben minaretten met een wassende (of is het een tanende?) maan. De enen hebben hun rustdag op vrijdag, de andere op zaterdag en nog andere op zondag. Wie aan de liturgische verplichtingen deelneemt, is nog een heel andere vraag. Sommigen dragen een hoofddeksel, andere niet; soms is het verplicht, soms verboden. Alcohol is verboden, of varkensvlees, maar roken niet…

    Maar wat doet het er allemaal toe? Ik hoorde onlangs een Vlaming smalend over moslims spreken als ‘die met hun kont in de lucht’, een verwijzing naar hun gebedshouding. Nochtans heeft die mens zelf vroeger zeker vele uren doorgebracht op zijn knieën op een harde stoel of bank in een koude kerk. Wat maakt het allemaal uit? Ik daag eenieder uit om een echt belangrijk verschil aan te duiden tussen mensen, gelijk welke mensen, van om het even welk ‘ras’, land, geloof, cultuur… Alle mensen zijn net eender. We stammen allemaal af van dezelfde voorouders. De verschillen, fysiek en cultureel, zijn er later bijgekomen.

    Darwin heeft een prachtige en verhelderende studie gemaakt over de gelaatsuitdrukkingen bij bepaalde emoties bij alle mogelijke mensen over de hele wereld. Daaruit blijkt dat Chinezen, Inuit, Bosjesmannen, Patagoniërs en zelfs chimpansees net dezelfde snuiten trekken als ze verbaasd, verdrietig, uitgelaten of dronken zijn als Filip De Winter.

    Als sommigen eisen dat de vreemdelingen die naar België komen zich aanpassen, dan hebben ze geen poot om op te staan. Het enige dat we kunnen vragen is dat ze onze wetten naleven. Waarom zouden ze zich verder aanpassen dan dat? Met welk recht zouden wij dat eisen? Moeten alle Vlamingen zich dan ook aanpassen? En waaraan? Wat is de norm? Moeten we allemaal een blauwe blazer dragen en een donkergrijze broek? Alle gepensioneerden een ribfluwelen broek? Allemaal weer katholiek zoals vijftig jaar geleden? Iedereen friet en biefstuk?

    Je ziet het, als we er even over nadenken, dan moeten we toegeven dat het niet zo simpel is als sommigen willen doen geloven. België en ook Vlaanderen zijn multicultureel, of we dat nu graag hebben of niet. Een min of meer beperkte multiculturaliteit is de nieuwe norm, wereldwijd. DE restaurants wijzen de weg. Etnische of culturele uniformiteit is passé, komt nooit meer terug. Een volledige assimilatie van alle immigranten is zelfs geen doelstelling meer, is gewoon niet haalbaar, zelfs niet wenselijk, het zou een domme verarming zijn.

    We kunnen ons daarover druk maken, maar dat zal niets veranderen. De partij die daarover zo’n grote mond opzet, het VB, heeft in dertig jaar tijd geen enkel succes geboekt op dat punt. De vreemdelingen zijn er nog steeds, er komen er elke dag nog bij en ze ‘passen zich nog altijd niet aan’. Het is een waanidee te verwachten dat al de vreemdelingen op korte of middellange termijn eruit gaan zien als… ja, als wat? Als welk soort autochtonen?

    We moeten met zijn allen maar eens wat minder zwaar gaan tillen aan de verschillen die er nu eenmaal zijn. Inzien dat het om zeer oppervlakkige kenmerken gaat is een eerste stap. Dat moet dan wel langs beide kanten gebeuren: wij autochtone Vlamingen moeten geen koude drukte maken over de kledij, de gewoonten en religieuze gebruiken van de nieuwkomers. Van hun kant zullen de ‘vreemdelingen’ tijdens hun integratieproces wellicht ook een en ander gaan relativeren, dat zien we nu al gebeuren. Ook zij kunnen niet anders dan inzien dat we onder het dunne culturele vernisje allemaal net eender zijn.

    Het beste bewijs daarvan en ook de enige echte test, is dat we elkaar kunnen uitkiezen als levenspartner en dat wij samen kinderen kunnen verwekken. Dat is toch het enige dat telt?

    Laten we dus afstand nemen van elk standpunt dat de uiterlijke verschillen tussen mensen nodeloos benadrukt of overdrijft. Elk van ons mag zijn eigenheid beleven, maar moet zich ook eens afvragen wat er zo speciaal is aan die eigenheid en of ze wel al de moeite waard is. Misschien kunnen we ook eens iets van een ander leren. Hoelang eten wij al spaghetti en pizza, kebab, loempia, sushi? Hoelang drinken we al whisky, mojito? Hoelang dragen we al jeans?

    Heb je al eens met een moslim gepraat, ooit?


    Categorie:samenleving
    Tags:politiek
    06-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sinterklaas en zwarte Piet
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zwartepietlied

     

    Zie ginds komt een lekkende roestboot uit Afrika weer aan

    hij brengt ons zwarte mensen, ik zie ze opeengepakt staan

    hoe kotsen de kinderen en zwangere vrouwen het dek op en neer

    hoe waaien hun lompen al heen en al weer.

     

    De schipper staat te lachen en roept hen smalend toe

    wie ziek is krijgt straks een dunne deken, wie moeilijk doet de roe

    Och, lieve zwarte mensen, och kom toch maar niet bij mij

    en loop toch maar mijn huisje zo vlug mogelijk voorbij.

     

    Dan loop je maar wat in onze straten rond

    schichtig of loom als een verloren schurftige hond

    je arme warme vaderland ontvlucht in arren moede

    omdat je hier het aards paradijs vermoedde.

     

    Maar wij houden de knip op de deur

    wij hebben het niet zo voor mensen met een andere kleur

    we willen wat we verdiend hebben niet zomaar delen

    met profiteurs uit andere werelddelen.

     

    We kopen liever cadeautjes voor onze kleinkinderen

    die ons geweten niet zo hinderen

    daarom vieren we enthousiast Sinterklaas

    en blijven in ons eigen landje zelf de baas.

     

    Zwarte Piet

    die vieren we niet.

     

     

     

     


    Categorie:poëzie
    Tags:Sinterklaas
    05-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Quousque tandem, Catilina?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In de tijd van de Romeinen had men een andere kalender dan nu. Lees eens na wat ik daarover schreef ter gelegenheid van de Iden van maart, de 15de maart, klik hier: http://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=451.

    De reden waarom ik daarop terugkom is dat het vandaag, 5 december, volgens die Romeinse tijdrekening, de Nonen van december is (of zijn, Nonen is meervoud).

    Tussen haakjes (figuurlijk dan, dit is letterlijk, enfin, figuurlijk, want haakjes zijn geen letters maar figuurtjes), enfin, hoe dan ook, en om ter zake te komen in mijn uitweiding of excursus, Van Dale is al vergeten dat de Nonen, Lat. Nonae ooit bestaan hebben, hij herinnert zich enkel de kerkelijke nonen, het gebed op het negende uur dat monniken baden op elk van de zeven canonische uren van het breviergebed of de liturgie van het heilig officie, naar Psalm 11§:164; dit zijn ze alle acht (?): metten, lauden of lof, priemen, tertsen, sexten, nonen, vespers en completen.

    Terug naar onze Nonae Decembres. Op die dag in -63 was er in Rome een beruchte zitting van de senaat, waarin een samenzwering tegen de staat werd ontmaskerd. De consul van dat jaar, een zekere Marcus Tullius Cicero, hield een vlammende rede, die iedereen die ooit Latijn studeerde zich feilloos herinnert: quousque tandem, Catilina! Hoelang nog, Catilina, zal je ons geduld op de proef stellen? Wij moesten dat eerste hoofdstuk van buiten leren. Het is nog altijd een gevleugelde uitdrukking.

    De woelige zitting eindigde in een resolutie die opriep om de verraders de doodstraf te geven. Dat was niet meer dan dat, een oproep, want het kwam ook toen al niet de senaat maar een rechtbank toe om, na een eerlijk proces, veroordelingen uit te spreken en straffen op te leggen. Toch liet Cicero er geen gras over groeien. Catilina en zijn medestanders werden prompt in de gevangenis geworpen en daar gewurgd. Cicero, die zich ter plaatse vergewist had van hun dood, meldde cynisch en triomfantelijk: Vixerunt! Letterlijk: ze hebben geleefd, voltooid verleden tijd, dus: ze leven niet meer, ze zijn dood.

    Toen de gemoederen enige tijd later bedaard waren, kwam er kritiek los op het overhaaste optreden van Cicero. Je kon in Rome toen niet zomaar iemand laten ombrengen zonder enige vorm van proces, dit was een lynchpartij avant la lettre. (‘Letterlijk’, c’est bien le cas de le dire, verwijst deze laatste uitdrukking naar een proefafdruk van een prent in een boek waarop de onder- of bijschriften, de letters dus, nog niet aangebracht waren; lynchen is dan weer afgeleid van ene William Lynch, die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog tegenstanders standrechtelijk ombracht).

    Men verweet Cicero niet alleen zijn procedurefouten (waar hebben we dat nog gehoord), maar ook dat zijn aanklachten gericht waren tegen zijn sociale meerderen en misschien zelfs daarin hun diepere grond hadden: Catilina en zijn medestanders behoorden tot de hoogste Romeinse rangen, het was geen samenzwering van het gepeupel. Het ging zover dat Cicero zelfs een tijdje werd verbannen. Seneca merkte smalend op dat die verbanning niet zozeer te wijten was aan de episode met Catilina, maar aan Cicero’s eindeloos gezanik over zijn heldendaden tijdens zijn consulaat, dat, volgens Seneca ‘niet zonder reden werd geloofd, maar zeker zonder einde’. In de humaniora noemde ook wij studentjes Cicero de ‘pompeuze leuteraar’.

    Cicero is evenmin geweldloos aan zijn einde gekomen. In de woelige periode rond -47, toen Octavianus en Marcus Antonius streden om de macht, koos Cicero als aanvoerder van de senaat de zijde van Octavianus en sprak tegen Marcus Antonius zijn beroemde vlammende filippica’s uit, zo genoemd naar de redevoeringen van Demosthenes tegen Philippos van Macedonië, de vader van Alexander de Grote.

    Toen later de twee rivalen de handen in elkaar sloegen, was het lot van Cicero bezegeld. Marcus Antonius eiste en verkreeg dat Cicero’s naam bovenaan de lijst kwam van de politieke tegenstanders die moesten uit de weg geruimd worden, ondanks het dagenlang verzet van Octavianus. Ook de bevolking was het niet eens met die beslissing: Cicero was de meest populaire politicus van Rome in die tijd. Velen weigerden hun medewerking aan de zoektocht die Marcus Antonius opzette. Uiteindelijk vond men hem, verscholen op een vuilnisbelt bij zijn buitenverblijf. Zijn bedienden hadden hem daar verborgen, maar een bevrijdde slaaf van zijn broer wees de centurio de plaats aan waar hij zich verscholen had. Cicero boog het hoofd, zoals de verliezende gladiatoren in het Colosseum, en zei: Wat je gaat doen, soldaat, heeft niets behoorlijks, maar doe het alstublieft wel behoorlijk. Zijn hoofd werd afgehakt en ook de handen die de hatelijke redevoeringen tegen Marcus Antonius (en tegen zoveel anderen) hadden geschreven. Ze werden, als enige van alle opgepakte tegenstanders, aan de rostra gespijkerd, het spreekgestoelte op het Forum Romanum. Naar verluidt zou de echtgenote van Marcus Antonius daar met haar haarspeld als een razende de hatelijke tong van Cicero hebben bewerkt…

    Dat waren voorwaar andere tijden, andere zeden: o, tempora, o mores, nog een gevleugelde uitspraak van Cicero en nog wel uit zijn eigen eerste Catilinarische redevoering.


    Categorie:historisch
    Tags:geschiedenis
    04-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.mijn verduisterd hart (Rom. 1, 16-32)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ik heb het hier al vaker gezegd: het is niet omdat je niet gelovig bent, dat je een onverlaat en een snoodaard zou zijn. Dat was en is nochtans de gangbare opvatting onder gelovigen en in de leer van de kerk. Je kan je afvragen hoe dat komt, want die gelovigen konden toch met hun eigen ogen zien dat hun ongelovige buren, die niet naar de mis gingen, zoals men vroeger zei, in niets verschilden van hun gelovige buren.

    Diaboliseren noemt men dat nu, of demoniseren: de andere zwart maken, enkel en alleen omdat hij of zij anders is.

    Ik heb in mijn leven verscheidene racisten ontmoet, ook onder intellectuelen en gelovigen. Ik heb ook mezelf af en toe betrapt op racistische trekjes. Het zal dus wel een spontane reactie zijn, misschien ingegeven door de schrik voor het andere, het onbekende. Een afweerreactie, een afstotingsverschijnsel.

    Het is een ander verhaal als men die gevoelens aanwakkert. Politici overal ter wereld spelen op een cynische manier in op die primitieve menselijke reactie. Ze stimuleren het wij-gevoel door het anders zijn van de anderen te benadrukken. Dat kan het best door hen af te schilderen als onmenselijk, moreel minderwaardig, gedegenereerd, onbeschaafd, bijna dierlijk. Het helpt ook als men hen als de oorzaak kan aanwijzen voor alles wat verkeerd gaat in de maatschappij.

    Dat was de grote propagandaoorlog van de Nazi’s tegen de joodse bevolking, maar zij waren niet de eersten om zich tegen die etnische groep te richten, helaas. Zij hebben de pogroms niet uitgevonden, wel de christenen, die zich vanaf de tiende eeuw herhaaldelijk op zeer gewelddadige manier tegen die herkenbare maar overigens goed geïntegreerde anderen in hun gemeenschap richtten. Pogrom is een Russisch woord, dat wellicht via het Jiddisch in alle Europese talen is ingeburgerd. Het betekent precies dat: gewelddadige vernietiging.

    Het christendom is nooit een democratie geweest en is dat nu nog niet. Hier bij ons heeft Kardinaal Danneels dat herhaaldelijk benadrukt: de kerk is geen democratie! Als het geen democratie is, dan is het iets anders, een theocratie, een oligarchie, een dictatuur misschien? In alle geval zijn het precies de ondemocratische regimes die zich het gemakkelijkst richten tegen al wat afwijkt van de officiële leer. Daarvan zijn er jammer genoeg overvloedig veel voorbeelden in de geschiedenis. Niet zelden werd daarbij de hulp ingeroepen van Gods woord, de Bijbel: Dio lo volt, Dieu le veut!

    Onlangs zocht ik een citaat op in de Romeinenbrief van Paulus en tot mijn ontsteltenis ontdekte ik de tekst die ik hieronder citeer. Dat is wat het (vroege) christendom denkt over al wat niet christelijk gelovig is.

    Als je dergelijke gewijde teksten vaak genoeg herhaalt, dan krijgen alleen al door de gewenning een onweerstaanbaar gezag en zo een onuitwisbare invloed op het denken van generaties gelovigen.

    Lees die onbarmhartige tekst van Paulus eens na, het vraagt slechts enkele minuten. Ik heb enkele erg grove passages typografisch benadrukt. Vooral de passage in verzen 19-21 heb ik als een persoonlijke belediging ervaren. Het is namelijk wat ik wel eens als reactie krijg op wat ik hier schrijf. Ik weet nu ook waar de originele versie te vinden is.

    Rom. I, 16-32, Nieuwe Bijbelvertaling

    16 Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.

    17 In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’ 18 En vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen.

    19 Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. 20 Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.

    Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn, 21 want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en de dank gebracht die hem toekomen. Hun overpeinzingen zijn volkomen zinloos en hun onverstandig hart is verduisterd.

    22 Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas 23 en hebben ze de majesteit van de onvergankelijke God ingewisseld voor beelden van vergankelijke mensen, vogels, lopende en kruipende dieren.

    24 Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren. 25 Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

    26 Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, 27 en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.

    28 Omdat ze het beneden hun waardigheid achtten God te erkennen, heeft God hen overgeleverd aan hun eigen onbetrouwbaarheid en doen ze wat verwerpelijk is. 29 Ze zijn door en door onrechtvaardig en boosaardig, hebzuchtig en slecht. Ze zijn door en door afgunstig, moordzuchtig en twistziek, doortrapt en kwaadaardig. Ze roddelen 30 en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig, trots en verwaand. Ze zijn vindingrijk in het kwaad, tonen geen ontzag voor hun ouders, 31 zijn kortzichtig en trouweloos, zonder liefde en onbarmhartig.

    32 En hoewel ze het vonnis van God kennen en weten dat mensen die dergelijke dingen doen de dood verdienen, doen ze dit alles toch. Sterker nog, ze juichen het zelfs toe dat anderen het ook doen.



    Categorie:God of geen god?
    Tags:godsdienst, atheïsme
    03-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.scepticisme
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Sceptisch, dat ben ik, ja en ik ben er niet weinig trots op ook. Lees hier mijn sceptische geloofsbelijdenis: http://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=413238.

    Wie waar dan ook iets opzoekt over scepticisme, komt onvermijdelijk de naam tegen van professor Richard H. Popkin (1923-2005). Hij is de stichter van de International Archives of the History of Ideas, een reeks van monografieën en verzamelingen van artikels die ondertussen al ongeveer 160 afleveringen telt. Zijn belangrijkste zelfstandige publicatie behandelt de geschiedenis van het scepticisme en is herhaaldelijk uitgegeven, met aangepaste titels, die de begin- en eindtermen van de periode van zijn onderzoek steeds verder achteruit en vooruit in de tijd leggen. Ik bestelde onlangs de laatste versie die kort voor zijn dood verscheen: Popkin, R. The History of Scepticism from Savonarola to Bayle (Oxford, University Press: 2003) ISBN 0-19-510768-3. Je hoort daarover meer als ik het gelezen heb.

    In afwachting ontleende ik in de bib van het HIW in Leuven aflevering 152 van de Archives die ik net vermeldde: Scepticism in the Enlightenment, xiii + 192 pp., Kluwer, 1997. Het is met gemengde gevoelens dat ik dit rapport schrijf.

    Het gaat om een bundeling van tien artikels, waarvan er acht vroeger verschenen zijn in tijdschriften en andere verzamelingen en gelegenheidswerken. De publicatiedata gaan van 1963 tot 1992 en dus 1997 voor de twee niet eerder verschenen bijdragen. Popkin zelf tekent voor de inleiding en vier andere bijdragen. De andere zijn respectievelijk van Giorgio Tonelli en Ezequiel de Olaso, twee compagnons de route van Popkin in zijn levenslange fascinatie voor de geschiedenis van het scepticisme.

    Bijdragen in wetenschappelijke tijdschriften en reeksen zijn fundamenteel verschillend van meer uitgebreide monografieën, ‘boeken’, zeggen wij. Wie een boek schrijft, verwerkt daarin de resultaten van zijn of haar onderzoek en stelt dat aan de lezer voor als een afgewerkt, systematisch opgebouwd geheel, een zelfstandig eigen betoog, gericht op een min of meer ruim publiek, want boeken moeten verkopen.

    Wetenschappelijke tijdschriften verkoopt men niet los in de krantenwinkel of de betere boekhandel. Het grootste aantal abonnementen wordt opgenomen door bibliotheken, met daarnaast een aantal specialisten ter zake, die meestal hun leven lang trouw blijven aan ‘hun’ tijdschrift. De (beperkte) verkoop is derhalve verzekerd. Mede als gevolg daarvan vindt men in die tijdschriften vaak, zo niet meestal, niet alleen kortere bijdragen, maar ook een andere manier van schrijven. De auteurs presenteren hier de onmiddellijke, zo goed als onverwerkte resultaten van hun onderzoek, gewijd aan een of ander nauw afgelijnd, gespecialiseerd en gedetailleerd onderwerp. Zij presenteren alles wat ze gevonden hebben, met alle details en verwijzingen en citaten, zonder het te be- of verwerken. De eigen inbreng is niet zelden beperkt tot de presentatie en enig kritisch commentaar op wat men heeft gevonden.

    Dit is zeker ook hier het geval. Dat neemt niet weg dat dergelijke artikels interessant en zelfs ongemeen boeiend kunnen zijn. Zo las ik onlangs tijdens een bezoek aan de bib van het HIW in Leuven van Steven Nadler “The Jewish Spinoza”, invited review essay forJournal of the History of Ideas70 (2009): 491-510 en dat is werkelijk een waar genoegen geweest. Je leest dat vlot uit op een uurtje tijd en je gaat naar huis met het gevoel dat je iets waardevols gedaan hebt.

    De gemengde gevoelens die ik had bij deze bundel zijn veroorzaakt door verscheidene aspecten.

    Laten we beginnen met het feit dat het om bijdragen gaat van drie auteurs, gespreid over veertig jaar. Dat kan niet anders dan een min of meer onsamenhangend geheel opleveren en dat is ook zo.

    Een bijkomend praktisch probleem is dat de eerder verschenen artikels elektronisch gekopieerd zijn, gescand dus. We kennen dat procedé, waarbij bestaande tekst ingelezen wordt op computer: een speciaal programma zet de grafische voorstelling van de letters om in een tekstverwerker zoals Word. De kwaliteit van dat proces hangt af van vele factoren; de herkenning van de letters en leestekens is nooit voor 100% gegarandeerd. Zelfs met een herkenning van 99%, wat ronduit indrukwekkend lijkt, krijg je nog op elke regel een fout. Zo erg is het hier niet, maar gemiddeld staat er toch op elke bladzijde een storende kemel en op sommige wemelt het zelfs, enkele zinnen zijn tot onbegrijpelijk koeterwaals verhaspeld. Dat is spijtig, want zoiets kan zonder veel moeite vermeden worden. Het volstaat om de tekst, eens omgezet, even aan een eenvoudige automatische spellingcontrole te onderwerpen, zoals wij allemaal (denk en hoop ik) doen met onze teksten en mails voor we ze de wereld insturen. Een anomalie als ‘amonly’ kan je dan wijzigen in het gesuggereerde correcte ‘among’. Een editor van een reeks of tijdschrift die zich een beetje respecteert, laat zoiets niet passeren en leest zelfs na de spellingcontrole de tekst nog even zelf visueel na of laat dat doen door een scrupuleuze onderbetaalde medewerker.

    Deze artikels zijn geschreven voor specialisten en de meeste zijn vrijwel onleesbaar (inhoudelijk dan) voor het grote publiek. Dat is geen kritiek maar een vaststelling. Je weet dus wat je kan verwachten. Er wordt zeer veel verondersteld, veel informatie is zo gedetailleerd dat je geneigd bent eraan voorbij te gaan, op zoek naar conclusies, verhelderende samenvattingen, duiding. Toch heb ik mij de lectuur van deze bijdragen niet beklaagd. Ik heb zeker niet alles begrepen en nog veel minder onthouden, maar er blijft toch altijd iets hangen.

    Ik wacht met een inhoudelijke bespreking van de geschiedenis van het scepticisme tot het desbetreffende boek van Popkin arriveert, ik bestelde het bij Amazon in Amerika, met de erg goedkope dollar is dat nog voordeliger dan het in Engeland te bestellen. Alleen moet je wat geduld hebben, maar dat is hier geen probleem, ik heb nog genoeg interessante werken op de boekenplank staan.


    Categorie:ex libris
    Tags:ex libris
    02-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.virtue is its own reward: deugd verheugt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een oud spreekwoord zegt: deugd verheugt. In het Engels is er het bekende gezegde: Virtue is its own reward, de deugd is zijn/haar eigen beloning, vrij vertaald.

    Hier zijn nog enkele taalvarianten:

    Engels: Honesty is the best policy.

    Frans : La vertu trouve sa récompense en elle-même.

    Duits: Die Tugend ist sich selbst ihr Preis.

    Italiaans: La virtù è premio a se stessa.

    Latijn: Virtutem ad beate vivendum se ipsa esse contentem.

    Russisch: Добродетель не нуждается в награде.

    Spaans: El premio de la virtud es ella misma.

    Ik vroeg me af: waar komt dat gezegde vandaan en ging dus ijverig op zoek. Hier zijn enkele vindplaatsen:

    Plato, De Republiek, V en IX: The most virtuous are those who content themselves with being virtuous without seeking to appear so. De deugdzaamste mensen stellen zich tevreden met deugdzaam te zijn en doen geen moeite om dat ook te laten blijken.

    Ovidius, Ex Pontoii. iii: virtutem pretium … esse sui.

    Claudianus, De Consulatu Mallii--Theodorii Panegyris (V, I): Ipsa quidem pretium virtus sibi.

    Titus Caius Silius Italicus, Punica (bk. XIII, l. 663): Ipsa quidem virtus sibimet pulcherrimamerces.

    1509 A. Barclay Ship of Fools10V: Vertue hath no rewarde.

    1596 SpenserFaerie Queeneiii. xii: Your vertue selfe her owne reward shall breed, Euen immortall praise, and glory wyde.

    1642 BrowneReligio Medicii. 87: That vertue is her owne reward, is but a cold principle.

    1673 Dryden Assignationiii. i: Virtue…is its own reward: I expect none from you.

    1844 Dickens Martin Chuzzlewitxv: Itiscreditable to keep up one's spirits here. Virtue's its own reward.

    1988 H. Mantel 
    Eight Months on Ghazzah Street(1989) 19: His patience was not like other people's, a rather feeble virtue, which had, by its nature, to be its own reward.

    2002 Spectator 12 Jan. 18: Humble people lack self-esteem, and chastity is just another sexual dysfunction. Virtue is not so much its own reward as a condition requiring therapeutic intervention.

    Sir John Vanbrugh (English Playwright, 1664-1726): Virtue is its own reward. There's a pleasure in doing good which sufficiently pays itself.

    John Henry Newman: Virtue is its own reward, and brings with it the truest and highest pleasure; but if we cultivate it only for pleasure's sake, we are selfish, not religious, and will never gain the pleasure, because we can never have the virtue.

    Er zijn er nog veel meer, zoals bij Cicero, Horatius, Vergilius, Matthew Prior, Alec Douglas-Home, John Gay, maar het is duidelijk dat dit een locus classicus of locus communis is, een klassieke literaire uitdrukking, een gemeenplaats.

    Dat de deugd haar eigen beloning is, klinkt een beetje cynisch. Het is alsof er geen echte beloning aan vast zit: de enige beloning is de deugd zelf. Daar ben je vet mee, zegt men dan. Dat is geen echt optimistische boodschap. Je moet de deugd blijven beoefenen, ook als er niets aan vast zit. Dat is ook de betekenis die het christendom eraan verbond. Sommigen, zoals kardinaal Newman, gingen nog verder: enkel als je de deugd nastreeft om de deugd zelf, heb je daaraan verdiensten, niet als je ze nastreeft omdat ze je voordeel zou opbrengen. Dat wordt dan: de deugd mag je niet nastreven omwille van het mogelijke voordeel, je moet het onzelfzuchtig doen, uit overtuiging, of omdat je gelooft in het gebod van God of de voorschriften van de kerk.

    Dat is een vorm van piëtisme: de christen moet de vroomheid betrachten om zichzelf, moet zijn innerlijk leven zo afstemmen dat hij of zij bijna automatisch het goede doet en het kwade vermijdt.

    Je kan het ook anders bekijken. Wie niet deugdzaam leeft, maar misdaden begaat, kan misschien wel tijdelijk persoonlijk gewin bekomen, maar loopt een groot gevaar om door zijn medemensen of de staat gestraft te worden. Misdaad loont niet, op lange termijn. Of toch meestal niet. Men heeft dus alle redenen om deugdzaam te leven. Wie dat doet, komt er (meestal en op termijn) beter uit dan wie niet deugdzaam leeft. Ook op die manier is de deugd haar eigen beloning.

    Bovendien is de egoïstische instelling ook kortzichtig: het ware geluk ligt niet in het individueel welbevinden, in het ongebreideld voldoen aan zijn eigen primaire verlangens, lusten en driften. De mens is een wezen dat in gemeenschap leeft (zooön politikon, Aristoteles) en het is in dat gemeenschappelijk leven dat het geluk moet gezocht worden. Wij zijn voor ons geluk afhankelijk van anderen en de anderen van ons. Wij moeten om zelf gelukkig te zijn, bijdragen tot het geluk van anderen. Dat kan niet als we anderen bedriegen, bestelen, verkrachten en vermoorden. Deugdzaam leven in gemeenschap met de anderen is duidelijk verkiesbaar boven het statuut van Staatsvijand nr. 1.

    Deugd verheugt. Virtue is its own reward. Dit doet het uitschijnen als zou een deugdzaam leven automatisch het hoogste genot opleveren en omgekeerd, dat een misdadig leven en elke afwijking van de deugdzaamheid onvermijdelijk en noodzakelijk zou leiden tot ongelukkig zijn. Als dat zo was, dan was er toch niemand die niet deugdzaam zou handelen? We hoeven maar om ons heen te kijken om te zien dat dit niet het geval is. Klaarblijkelijk verschillen de meningen, zowel over wat gelukkig zijn is als over de manieren om dat geluk te verwerven.

    Over Winston Churchill worden vele grapjes en anekdotes verteld. Een ervan is deze: Churchill vroeg aan een dame of ze met hem naar bed wou voor een miljoen pond (in die tijd was zelfs één pond nog een zeer aanzienlijke som). Koket antwoordde ze dat daarover wel kon gepraat worden... Vervolgens vroeg hij haar of ze het ook wou doen voor één pond. Waarop ze verontwaardigd antwoordde: Voor wat voor vrouw houd jij mij wel? Waarop hij antwoordde: Dat, mevrouw, hebben we daarnet al vastgesteld. Nu hebben we het enkel nog over de prijs…

    In haar geval hing of ze iets wou doen, of iets goed of slecht was duidelijk alleen maar af van de prijs, de compensatie. Als je een miljoen euro kan stelen zonder dat iemand het ooit te weten komt, wat doe je dan?

    Wij zijn het meestal niet echt eens met de stelling dat we moeten deugdzaam zijn zonder daarvoor enige compensatie te verwachten. We vertrouwen er niet helemaal op dat deugdzaam leven op een mysterieuze wijze een algemene gelukzaligheid zal opleveren, zoals de spreuk doet uitschijnen. Dat is nochtans wat het christendom predikt. De zondaar is de meest ongelukkige mens, niet alleen hier, maar zeker en vooral later, in het hiernamaals. Daar wacht hen een vreselijke straf, ook als zij daaraan zouden ontsnapt zijn tijdens dit leven. Wie deugdzaam geleefd heeft, zal gered worden, ook als hij of zij tijdens het leven hier op aarde niet bepaald geluk heeft gehad. 

    Dit is geen piëtisme meer, geen onbegrensd blind vertrouwen in de rechtvaardigheid van God. Het heeft meer weg van een koopmansmentaliteit: we doen het goede omdat het ervoor zorgt dat we de eeuwige zaligheid verwerven. Omgekeerd: we vermijden het kwade omdat we anders in de hel terechtkomen: het afschrikkingsmechanisme. God is dan de garantie van het contract: hij is de rechtvaardige en vooral de alwetende rechter bij het laatste oordeel. Als de wereld onrechtvaardig is, dan is er altijd nog God in het hiernamaals. De deugd heeft op die manier wel degelijk andere beloningen dan alleen maar zichzelf: rijstpap met gouden lepeltjes, of om het meer mystiek te stellen: de eeuwige gelukzaligheid van het aanschouwen van het aanschijn Gods.

    De Griekse filosofie ligt aan de oorsprong van ons denken in termen van deugden. Plato en Aristoteles hebben het er zeer uitvoerig over en veel daarvan heeft het christendom overgenomen. Men zoekt in de mens naar die eigenschappen die onmisbaar lijken voor zijn geluk, individueel maar vooral in zijn omgang met de anderen. De gelukkigste mens is dan diegene die er het best in slaagt om met anderen samen te leven. Maar dat gaat niet vanzelf: onze passies staan dat vreedzaam samenleven en dus het geluk in de weg, vooral het egoïsme. Wij moeten dat overwinnen en leren inzien dat niet ons eigenbelang het hoogste is, maar ons overleven in de gemeenschap waarin we leven. We moeten leren afstand doen van onze begeerten en lusten. We moeten leren deugdzaam leven en dat vergt inspanningen. Maar dat loont, want de meest gelukkige mens is diegene die het hoogste geluk nastreeft, die zich niet laat verleiden tot kortstondig of laag plezier. De wijze mens kan door een leven lang zoeken en nadenken komen tot een juist inzicht in zijn passies, kan ze dan ook onder controle houden en kan zo tot een volmaakt deugdzaam leven komen, en het is precies daarin dat het hoogste geluk gelegen is. Zo is de deugd toch nog haar eigen beloning.

    De evolutionaire biologie lijkt dit standpunt bij te treden. In Richard Dawkins’ The Selfish Gene en The Extended Phenotype gaat de auteur dieper in op de vraag naar goed en kwaad, vanuit het standpunt van de genetica en de evolutieleer. Waarom doen de mensen wat ze doen? Wat drijft hen?

    Dat blijkt, het zal ons niet verrassen, in de eerste plaats zelfbehoud te zijn. Dat is het basiskenmerk van elk organisch leven en dus ook van de mens. Aanvankelijk is dat nog zeer primair en primitief, zoals we het zien bij de lagere levensvormen: opeten en opgegeten worden. Maar zoals bij andere hogere dierlijke levensvormen, blijken er ook bij de mens subtielere vormen te bestaan van zelfbehoud. Het lijkt wel of niet zozeer het persoonlijk voortbestaan van het individu van tel is, dat is uiteraard slechts van tijdelijke aard, dat zien we snel genoeg in. Het is vooral het voortbestaan van de soort dat de drijfveer vormt voor ons handelen en ons denken.

    Wij willen ons voortplanten, dat is wel duidelijk en dat verklaart veel van ons doen en laten, om te beginnen al in onze omgang met het andere geslacht. En als wij ons voortgeplant hebben, dan willen we ons broedsel beschermen en ook dat verklaart zeer veel van onze gevoelens en gedragingen. Vandaar dat Dawkins stelt dat het lijkt alsof het onze genen zijn die zich willen voortplanten: the selfish genes, de zelfzuchtige genen.

    Ik zeg wel, met Dawkins, dat het zo lijkt, want genen ‘willen’ helemaal niets, ze hebben geen bewustzijn, geen wil. Het zijn slechts informatiedragers, die ervoor zorgen dat het leven zich op een bepaalde manier organiseert, namelijk zo dat die genen zich kunnen reproduceren. Dat lijkt het best te lukken wanneer elk individu in de eerste plaats voor zichzelf zorgt binnen een gemeenschap. Dat is, merkwaardig genoeg, echter niet een puur en onverdund egoïsme, maar wel precies wat we hierboven gezien hebben bij onze Griekse filosofen, namelijk: die individuen zijn het meest succesvol in het leven, in de voortplanting, die optimaal functioneren in een samenleving.

    De sleutel daarvoor lijkt dan weer te liggen in een regel uit de speltheorie. Ik zal niet in details treden, maar het komt grosso modo hierop neer. De meest voordelige houding die we kunnen aannemen in de confrontatie met een medemens is deze: de eerste keer nemen we een positieve houding aan (delen van het voedsel, hulp verstrekken, niet aanvallen…), de tweede keer reageren we precies zoals de andere heeft gereageerd op onze eerste houding.

    Stel, in een primitieve maatschappij doodt een jager een prooi. Wanneer hij bij zijn buit komt, daagt er een rivaal op die het dier als zijn buit claimt. Wat is de beste houding? Moeten ze beginnen vechten en de sterkste gaat met alles lopen? Uit de speltheorie leren we dat het op termijn beter is dat men geen geweld gebruikt, maar ofwel het voedsel deelt, ofwel het voedsel zonder vechten overlaat aan de sterkste. De kans is dan groot dat bij een volgende confrontatie de sterkste begrip zal opbrengen en op zijn beurt het voedsel zal delen. Gebruikt de tegenstander echter geweld, of weigert die te delen bij een volgende confrontatie, dan is de beste houding het conflict aan te gaan, anders riskeert men te verhongeren. Dat is het algemeen principe: steeds vertrekken van een positieve houding, maar daarna lik op stuk geven, dat wil zeggen positief reageren op een positieve houding, negatief op een negatieve.

    Dat principe lijkt in de hele levende wereld actief te zijn. Wie zich daaraan niet houdt, heeft een evolutionair nadeel en zal dus de struggle for life uiteindelijk verliezen. Alleen de fittest zullen overleven, namelijk zij die de basisregels respecteren. Het gaat daarbij niet zozeer om bewuste keuzes, maar om genetisch bepaalde voorkeuren, die door de evolutie teweeggebracht zijn, als voordelige kenmerken. Op die manier verhindert de natuur dat de individuen of de soorten ten onder gaan in een fatale strijd tot het bittere einde. Vredelievende exemplaren en soorten hebben een betere kans op overleven dan geweldenaars die enkel het recht van de sterkste kennen. De menselijke soort is daarvan het beste bewijs.

    Het is evident dat dit een zeer algemene benadering is. De realiteit, zeker voor de moderne mens, is onbeschrijflijk veel meer complex dan dat. Toch herkennen we er bekende ethische stelregels in. Het is een beetje een combinatie van ‘bemin uw naaste zoals uzelf’ met ‘oog om oog, tand om tand’. Het is ook een vorm van ‘doe niet aan een ander wat je niet wil dan men aan jou doet’. Het komt zelfs overeen met ‘gij zult niet doden’, met ‘begeer iemands anders goed niet’ en met de andere goddelijke geboden.

    Het aantrekkelijke van een niet-religieus geïnspireerde levenshouding is vooral hierin gelegen, dat de ethische gedragsregels waartoe we als mens gekomen zijn, zonder enige bovennatuurlijke tussenkomst, perfect in overeenstemming blijken te zijn met wat de wetenschap ontdekt in onze genetische configuratie. De mens blijkt zo een essentieel onderdeel te zijn van de wereld en wijkt niet fundamenteel af van al het andere. Wij hebben dezelfde voorouders en dat kunnen we niet loochenen.

    Natuurlijk is de mens een bijzonder levend wezen, alleen al omwille van de spectaculaire, overheersende invloed die we als soort hebben op onze wereld, dank zij ons subtiele intellectuele (sensu latissimo) vermogens. Wat we echter ook doen en wat we verder ook mogen denken, wij maken integraal en onlosmakelijk voor altijd deel uit van een wereld die zowel in zijn materiële samenstelling als in zijn genetisch materiaal en zijn primaire principes één is en allesomvattend. Er is op geen enkel moment en op geen enkele manier ook maar enige behoefte aan andere, bovennatuurlijke of buitenaardse, mysterieuze, voor de mens ontoegankelijke verklaringsgronden.

    Voor onze moraal, onze leidraad in het leven zouden we dus het best helemaal geen rekening houden met de helse straffen die ons eventueel zouden te beurt vallen in het eeuwig leven dat ons wacht, noch met de even onwaarschijnlijke en, eerlijk gezegd weinig aantrekkelijke hemelse beloningen waarop de deugdzame gelovige mag hopen. Het speelt zich allemaal hier en nu af, de korte tijd die we hier doorbrengen is de enige die we hebben, daarna is het aan anderen. De deugd is haar eigen beloning, nu, heel concreet, terwijl we ze beoefenen. Wie hier gelukkig wil zijn, doet er goed aan daarmee rekening te houden. Dat is veel efficiënter dan te denken aan die mysterieuze vier uitersten van de catechismus uit onze schooltijd.




    Categorie:levensbeschouwing
    Tags:levensbeschouwing
    01-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.accommodatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Accommodatie: een woord met verscheidene betekenissen.

    Dit is wat Van Dale weet:

    (1624) <Fr. accommodation (het naar iets schikken)

    1 het zich schikken naar de omstandigheden

    synoniem: aanpassing

    2 (van het oog) aanpassing van de brandpuntsafstand van de lens aan de verwijdering van het waar te nemen object

    3 al wat ten behoeve van het verblijf van personen is aangebracht of ingericht

    Daarmee weten we het essentiële. Er is echter ook een theologische betekenis en het is daarover dat ik het even wilde hebben.

    Wie de Bijbel leest, ontdekt daarin zonder al te veel moeite allerlei uitspraken die tijdgebonden zijn. Het Oude Testament en ook het Nieuwe zijn essentieel historische documenten. Ik haast me te zeggen dat ik daarmee bedoel dat ze lange tijd geleden geschreven zijn, niet dat ze enige objectieve historische betekenis zouden hebben. Dat blijkt op elke bladzijde. De Bijbel is geen hedendaags document. Men heeft daaraan proberen te verhelpen door aangepaste versies, zoals de Groot Nieuws Bijbel, een vertaling in de omgangstaal van een gelijksoortige Engelse versie. Echt gelukt kan men dat niet noemen, je kan de taal wel aanpassen, maar niet de hele context, anders blijft er niets van over.

    Ernstige gelovigen hadden het ook lang geleden al moeilijk met het niet-aangepast zijn van de Bijbel aan onze huidige omstandigheden. Enkel de meest rabiate fundamentalisten houden nu nog vol dat alles wat er staat onveranderd moet geloofd worden.

    Waarom heeft God daarmee geen rekening gehouden? Waarom heeft hij zijn openbaring zo tijdgebonden gemaakt? Heeft hij dan zelf niet ingezien dat je allerlei zaken niet letterlijk kan blijven nemen? Verliest de Bijbel niet aan geloofwaardigheid door de vele bevreemdende passages? De tegenstanders van het geloof gebruiken die maar wat graag om de hele Bijbel in vraag te stellen of zelfs belachelijk te maken.

    Het is daarom dat men het begrip accommodatie heeft uitgevonden. God heeft gesproken tot zijn volk, Israël, in de loop der tijden en de auteurs van het Oude Testament waren door hem rechtstreeks geïnspireerd. Het is precies daarom dat God zich tot hen gericht heeft in hun eigen taal, in hun eigen beelden, opdat ze zijn boodschap moeiteloos zouden begrijpen. Hetzelfde voor het Nieuwe Testament: de evangelisten en Paulus en de andere apostelen en leerlingen hebben, eveneens geïnspireerd door God, de boodschap uitgedrukt in de taal en stijl van hun eigen tijd. God heeft destijds zijn boodschap aangepast aan de tijdelijke omstandigheden.

    Dat is accommodatie in theologische en exegetische context. Op die manier kan je al de storende of zelfs belachelijke elementen verschonen en zo de integriteit en meteen ook de autoriteit van de Bijbel redden. Niet de letterlijke tekst is belangrijk, maar de onderliggende boodschap. We moeten de Bijbel lezen in zijn eigen tijdskader. Als we die historische omstandigheden goed kennen, zullen we precies inzien wat God bedoeld heeft. Dan kunnen we dat desgewenst vertalen naar onze tijd. Niet door de Bijbel te herschrijven, maar door hem uit te leggen: de exegese of Bijbeluitlegging, de hoofdbezigheid van de bedienaars van de eredienst.

    Dat klinkt goed, maar het is sofisterij.

    Enerzijds houdt men onwrikbaar vast aan de Bijbel als het Woord van God zelf, waaraan geen komma mag veranderd worden, anderzijds zegt men dat het Woord van God goed moet uitgelegd worden. Dat is om moeilijkheden vragen. Wie gaat namelijk die uitlegging op zich nemen? De Kerk heeft heel snel ingezien dat er een groot gevaar schuilt in het verlaten van de letterlijke tekst van de Bijbel. Het is niet voor niets dat het op straffe van excommunicatie verboden was om als simpele lekengelovige de Bijbel te lezen: de Bijbel stond op de index. Wie zich aan een vertaling van de Latijnse, Griekse of Hebreeuwse tekst waagde, riskeerde de doodstraf, zoals William Tyndale, die in 1536 hier bij ons, in het toen nog onbelaagd Vlaamse Vilvoorde werd terechtgesteld.

    Met de Reformatie brachten de protestanten de Bijbel dichter bij de mensen door hem te vertalen in de volkstaal en met de nieuwe drukkunst alom te verspreiden. Maar de katholieke kerk was er als de kippen bij om erop te wijzen dat weldra elke strekking haar vertaling zou hebben, elke vertaling haar eigen sekte. En zo geschiedde, zodat men in Nederland wanhopig probeerde om de eenheid te herstellen met de zogenaamde Statenvertaling zoals in Engeland met de St. James-versie.

    Het probleem met elke exegese, elke Bijbeluitleg is dat je wel weet waar je begint, maar niet waar je eindigt. Fundamentalisten als Jehovah’s getuigen houden daarom nog altijd vast aan de ene tekst, maar dan wel hun versie.

    Laten we een voorbeeld geven. Jezus heeft water in wijn veranderd op de bruiloft in Cana (Johannes 2, 1-11). Men kan dat letterlijk geloven als men dat wil, maar niet iedereen is daartoe bereid. Wie dat wil interpreteren, zoekt achter deze voorstelling, achter dat verhaal, een andere boodschap, ik laat het aan jouw verbeelding over welke. Ook de priesters en predikanten hebben dat altijd al gedaan en hun verbeeldingsvermogen is legendarisch. Geen probleem dus. Maar wat met de rest van de Bijbel? Moeten we die ook symbolisch, metaforisch, metonymisch, psychoanalytisch, deconstructief, structuralistisch, taalanalytisch, literair-kritisch of postmodernistisch lezen? Welke elementen zijn aangepast, door God geaccommodeerd aan de kennis en het begripsvermogen van de joden en de vroege christenen en welke moeten we daarentegen letterlijk nemen? Is Christus werkelijk in Bethlehem geboren? Zongen de engelen toen het gloria aan de hemel? Heeft de kindermoord plaatsgevonden? Is Christus aan het kruis gestorven? Is hij verrezen? Opgestegen ten hemel? Heeft Christus bestaan?

    Er is geen enkel element in de Bijbel dat niet door ten minste één iemand anders is uitgelegd dan dat het er staat. De Bijbel is een niet al te lijvig boek, maar al de Bijbeluitleg die er ooit geschreven is, lijkt wel op Jorge Luis Borges’ Babelse bibliotheek. Er is geen gebouw groot genoeg op deze wereld om alles erin op te bergen…

    Dat is niet eens het grootste ‘accommodatieprobleem’. Accommodatie in de exegetische betekenis van het woord is geen oplossing, maar een probleem. Je kan de Bijbel niet redden door hem uit te leggen. Er is namelijk niemand die daartoe het gezag heeft, tenzij men zich dat onrechtmatig toe-eigent, wat onvermijdelijk tot gevolg heeft dat iemand anders dat gezag aanvecht. Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar in dezen hebben de fundamentalisten het gelijk aan hun kant. Je kan als gelovige met de Bijbel geen loopje nemen. Je moet hem aanvaarden zoals hij is, of hem verwerpen.

    Ik aanvaard de Bijbel zoals hij is, zoals hij ontstaan is, voor wat hij is: een bonte verzameling van teksten, geschreven en herschreven door een schare begeesterde en helaas ook misleide mensen; een subjectief en gekleurd getuigenis van een stuk geschiedenis van het mensdom; een illustratie van wat godsdienst kan teweegbrengen; een merkwaardig literair en historisch document. Maar niet het Woord van God, geen basis voor welk geloof dan ook, geen morele leidraad, geen geschiedkundig betrouwbare bron voor werkelijke gebeurtenissen.

    Geen heilig boek.

    Geen evangelie.


    Categorie:God of geen god?
    Tags:godsdienst, atheïsme


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • wereldverbeteraars
  • Galilei
  • 900 jaar Abdij van Vlierbeek
  • Bewapeningswedloop
  • Frans spreken gelijk een koe Latijn
  • De oorsprong van de godsgedachte en de godsdienst.
  • Theocratie en democratie
  • Israël: zij en wij
  • God de Vader
  • Vreemde vogels
  • Vrijdenkers: recente bijdragen
  • Tweeling, tweelingen
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • De behendige Van Bendegem
  • De Verlichting en haar belagers
  • Corsica
  • Breendonk, de gruwel, de feiten
  • Levend verleden
  • Spectaculair
  • Verrijzenis
  • Goede Vrijdag 2025
  • Palmzondag
  • Gij zult niet doden
  • Vrijdenkers
  • Koekoek!
  • Vrede
  • Christelijke moraal, atheïstische ethiek
  • Al te vroeg gestorven
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Openbaring
  • Elke mens is uniek
  • Me dunkt...
  • Hybride
  • Sint-Catharina. Brief aan een christen vriend.
  • Het geboortejaar van Jezus Christus
  • Etsi Deus non daretur: zelfs als er geen God zou zijn.
  • Godsvrucht
  • Eerlijkheid
  • Verlossing: I know that my Redeemer liveth.
  • Gezag
  • Als de vos de passie preekt...
  • De hondse filosofen
  • Anselmus van Canterbury
  • Op mijn eentje
  • Inquisitie in de Middeleeuwen
  • Heksen
  • Gerede twijfel
  • Kristien Hemmerechts' late bekering en mystieke ervaringen
  • De Blijde Boodschap, andermaal
  • Verwondering
  • Wees volmaakt zoals uw hemelse vader
  • Paul Claes Odyssee 2.0
  • Griekse tragedies: Sofokles
  • Thomas a Kempis, de Navolging van Christus
  • De Griekse bronnen van de Verlichting
  • Islam en christendom
  • Darwin, creationisme, intelligent design
  • Satan
  • Humanisme
  • Godsdienstvrijheid
  • Ethiek en humanisme
  • De vos en de egel
  • Perfide
  • Godsdienst na de dood van God?
  • Sceptisch
  • incest
  • Catechismus
  • Filosofen te koop
  • Democratie
  • De uitzondering en de regel
  • Etiketten
  • Extreemrechts
  • Waarheid en verzinsel
  • Over geloof en psychologie (recensie)
  • De misdadige geschiedenis van de Kerk
  • Judith Butler, Wie is er bang voor Gender? (recensie)
  • Erwten en kikkers
  • David Hume
  • Denken en geloven in de oudheid (recensie)
  • Kinderspel?
  • Over grenzen, Mark Elchardus
  • Robot
  • Vooruitgangsgeloof
  • Het kan me niet schelen!
  • Aurelius Augustinus, Belijdenissen
  • Buizingen, een parochie miskend
  • Main morte
  • Celsus?
  • Een betere zaak waardig.
  • 'De waarheid zal u bevrijden.'
  • Feminisme
  • Tijdverspilling
  • Anarchist
  • Sjostakovitsj
  • Om de liefde Gods
  • Het boek
  • Naastenliefde
  • Parabels
  • Alzheimer
  • Verkiezingskoorts
  • Cynthia
  • Sindh
  • Cicero, Wet en rechtvaardigheid (recensie)
  • Israël, Oekraïne
  • Godsdienst en religie
  • Abraham en de vreemdeling
  • Winterzonnewende 2023
  • Anaximander
  • Links? Rechts?
  • Willen jullie meer of minder Wilders?
  • Het Gemenebest
  • Jeremy Lent, Het betekenisveld, Stichting Ekologie, Utrecht/Amsterdam, 2023 (recensie, op eigen risico...)
  • Richard Wagner
  • Secularisme
  • Naastenliefde
  • Godsdienst en zijn vijanden
  • Geloof, ongeloof en troost?
  • Iedereen gelijk voor de wet?
  • Ezelsoren (recensie)
  • Hersenspinsels?
  • Tegendraads, of draadloos?
  • Pico della Mirandola
  • Vrouwen en kinderen eerst!
  • Godsdienst als ideologie
  • Jean Paul Van Bendegem, Geraas en geruis (recensie)
  • Materie
  • God, of de natuur
  • euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten (recensie)
  • Godsdienst of democratie
  • Genade
  • Dulle Griet, Paul Claes
  • Vagevuur
  • Spinoza- gedicht, Stefan Zweig
  • Stefan Zweig, Castellio tegen Calvijn (recensie)
  • Hemel en hel
  • Federico Garcia Lorca, Prent van la Petenera
  • als in een duistere spiegel
  • Dromen zijn bedrog
  • Tijd (recensie)
  • Vrijheid van mening en academische vrijheid
  • Augustinus, Vier preken (recensie)
  • Oorzaak en gevolg
  • Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Das Stunden-Buch (recensie)
  • Een zoektocht naar menselijkheid (recensie)
  • De Heilige Geest
  • G. Apollinaire, Le suicidé
  • Klassieke meesters: componisten van Haendel tot Sibelius (recensie)
  • Abelard en Heloïse (recensie)
  • Kaïn en Abel
  • Symptomen en symbolen
  • Voor een geweldloos humanisme
  • Bij een afscheid
  • Recreatie
  • Levenswijsheid
  • Welbevinden
  • De geschiedenis van het atheïsme in België (recensie)
  • Peter Venmans, Gastvrijheid (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 15
  • Secretaris
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 14
  • De boeken die we (niet) lezen, 2 WIlliam Trevor en Adriaan Koerbagh
  • Abortus
  • Verantwoordelijkheid (1)
  • Verantwoordelijkheid, deel 2
  • Mijn broeders hoeder?
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 13
  • Eerst zien, en dan geloven!
  • Homoseksualiteit
  • Sonja Lavaert & Pierre François Moreau (red.), Spinoza et la politique de la multitude (recensie)
  • Atheïsme: vijf bezwaren en een vraag, W. Schröder (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 12
  • Zoo: Een dierenalfabet.
  • De rede
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 11
  • Sinterklaas, Spinoza, en de waarheid
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 10
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 9
  • De boeken die we (niet) lezen. Over Karl May en Jean Meslier.
  • Waar men gaat langs Vlaamse wegen...
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 8
  • Gastrubriek: Vrije Wil? Geef mij maar Vrijheid (deel 2), Patrick De Reyck
  • Gastrubriek: Vrije Wil? Geef mij maar Vrijheid (deel 1), Patrick De Reyck
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 7
  • Fascinerend leven (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 6
  • Recensie: Atheismus, Winfried Schröder.
  • Gastrubriek: Sophia De Wolf
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 5
  • Gastrubriek: Tijd als emergente eigenschap van het klassiek-fysische universum, Patrick De Reyck
  • Recensie: Wat loopt daar? Midas Dekkers
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 4
  • William Trevor, Een namiddag
  • recensie: Een kleine geschiedenis van de (grote) neus
  • Pascals gok
  • recensie: Rudi Laermans, Gedeelde angsten
  • 'Geef mij een kind tot het zeven is, en ik zal je de volwassene laten zien.'
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 3
  • Bias
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 2


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!