Foto
Categorieën
  • etymologie (84)
  • ex libris (83)
  • God of geen god? (190)
  • historisch (29)
  • kunst (6)
  • levensbeschouwing (251)
  • literatuur (42)
  • muziek (77)
  • natuur (8)
  • poëzie (98)
  • samenleving (244)
  • spreekwoorden (12)
  • tijd (13)
  • wetenschap (55)
  • stuur me een e-mail

    Druk op de knop om mij te e-mailen. Als het niet lukt, gebruik dan mijn adres in de hoofding van mijn blog.

    Zoeken in blog

    Blog als favoriet !
    interessante sites
  • Spinoza in Vlaanderen
  • Vrijdenkers
  • Uitgeverij Coriarius
  • Het betere boek
    Archief per maand
  • 01-2026
  • 12-2025
  • 11-2025
  • 10-2025
  • 09-2025
  • 08-2025
  • 07-2025
  • 06-2025
  • 05-2025
  • 04-2025
  • 03-2025
  • 02-2025
  • 01-2025
  • 12-2024
  • 11-2024
  • 10-2024
  • 09-2024
  • 08-2024
  • 07-2024
  • 06-2024
  • 05-2024
  • 04-2024
  • 03-2024
  • 02-2024
  • 01-2024
  • 12-2023
  • 11-2023
  • 10-2023
  • 09-2023
  • 08-2023
  • 07-2023
  • 06-2023
  • 05-2023
  • 04-2023
  • 03-2023
  • 02-2023
  • 01-2023
  • 12-2022
  • 11-2022
  • 10-2022
  • 09-2022
  • 08-2022
  • 07-2022
  • 06-2022
  • 05-2022
  • 04-2022
  • 03-2022
  • 01-2022
  • 12-2021
  • 11-2021
  • 06-2021
  • 05-2021
  • 04-2021
  • 03-2021
  • 12-2020
  • 10-2020
  • 08-2020
  • 07-2020
  • 05-2020
  • 04-2020
  • 03-2020
  • 02-2020
  • 01-2020
  • 10-2019
  • 07-2019
  • 06-2019
  • 05-2019
  • 03-2019
  • 10-2018
  • 08-2018
  • 04-2018
  • 01-2018
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 07-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 02-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008
  • 01-2008
  • 12-2007
  • 11-2007
  • 10-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 07-2007
  • 06-2007
  • 05-2007
  • 04-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
    Kroniek
    mijn blik op de wereld vanaf 60
    Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
    Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
    Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
    Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
    Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating.
    Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
    28-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arnold Schönberg & Marie Pappenheim, Erwartung (1909)

    Erwartung - Verwachting

    Monodrama in één akte, op. 17

    Muziek Arnold Schönberg (1909)

    Libretto Marie Pappenheim (1909)

    Inleiding

    "Waarom schrijft u mij geen operatekst, juffrouw!" – augustus 1909: Schönberg, bracht samen met zijn familie, Alexander von Zemlinsky, Alban Berg, Anton Webern en Max Oppenheimer zijn vakantie door in Steinakirchen nabij Amstetten. In de cirkel rond Schönberg introduceerden Karl Kraus en Zemlinsky de aspirant-Weense arts Marie Pappenheim, die toen ze geneeskunde studeerde aan de Universiteit van Wenen gedichten schreef onder het pseudoniem Maria Heim en in het Neder-Oostenrijkse zomerresort door Schönberg gevraagd werd een libretto te schrijven. Pappenheim, wier gedichten in 1906 door Kraus werden gepubliceerd in de »Fackel«, was in juni 1909 gepromoveerd en had daarna een praktijk als dermatoloog, omdat ze ‘niet als dichteres door het leven wou wandelen’ Twee dagen na Schönbergs suggestie reisde ze door naar vrienden in Traunkirchen en vervaardigde binnen drie weken de tekst van het monodrama "Erwartung": "Ik schreef terwijl ik in het gras lag met potlood op een groot vel papier, had geen kopie, las wat er geschreven stond nauwelijks door."

    Al tijdens de bewerking van het tekstmanuscript, dat Pappenheim hem in zijn vakantiehuis overhandigde, voegde Schönberg af en toe muzikale ideeën toe op verschillende plaatsen; de eerste minuten van de partituurschets ontstond in de korte periode tussen 27 augustus en 12 september 1909. (Later werd de hypothese geopperd dat de door voor getallenmystiek geïnteresseerde componist het opus nummer 17 hebben gekozen hebben bij de druk door Universal Edition met het oog op de zeventien-daagse ontstaansperiode.) De faire kopie van de partituur is gedateerd 4 oktober 1909. In een interview dat Marie Pappenheim in 1949 gaf, relativeerde zij de in onderzoek lang gekoesterde opvatting dat het conceptuele idee van "Verwachting" van Schönberg zou zijn gekomen: "Ik kreeg geen aanwijzing noch een opgave van wat ik moet schrijven (zou ik ook niet geaccepteerd hebben)."

    De vestiging van de eenakter als een autonome genrevorm vond zijn beginpunt in het werk van August Strindberg, en werd door de Weense School overgenomen. Monodramatische aanwijzingen zijn het afzien van interacties tussen mensen en het verminderen van actiesequenties: kenmerken die in Pappenheims expressionistische drama met de hoogst mogelijke consequentie tot het uiterste doorgedacht zijn. Het ego-centreren neemt de meest radicale vorm aan in deze als het ware "lege" folie: In ‘verwachting’ van de minnaar gaat de vrouw op zoek en betreedt ze dwaalwegen op de haltes van onzekerheid – herinnering – hoop – "illusoire miskenning" (Erwin Ringel) – rationalisatie – jaloezie – verdriet – en uiteindelijk sublimatie van de man, die slechts als een dode rekwisiet fungeert. De diepgang van het bosscenario wordt de projectieruimte van angst-traumatische toestanden – duisternis, gevaar, dreiging, angst, eenzaamheid, gruwel, duisternis – en interpreteert de subjectieve ervaring van lijden, die de vrouw in vier scènes moet doormaken. Marie Pappenheims taalvoering bestaat uit paratactische, ongeorganiseerde reeksen fragmentarische zinnen, waaruit zich associaties in de vorm van een lyrische monoloog uit de psyche van de vrouw laten kristalliseren: "Ik heb altijd verheven geschreven, zonder richting, reflectie, censuur, pagina's lang, andere gedachten tussen de verzen."

    De opheffing van de syntaxis in geconcentreerde monoloogtaal komt overeen met een bevrijding van de functionele structuren van de tonaliteit. Kleine motief-cellen zijn onderhevig aan een permanente mutatie en worden aangedreven door de innerlijke impuls van de tekst (recitatieve beweging zonder herhaling en rustpunten). Tempi wisselen volgens psychologische impulsen van angst, volgens een "seismografische registratie van traumatische schokken" (Theodor W. Adorno). Decentralisatie van consonantie, afschaffing van centrale tonaliteit en cadens – kenmerken van vrije atonaliteit –getuigen van expressieve vrijheid van uitdrukking in het libretto. Aan het einde van de vierde scène wordt door Pappenheim een inhoudelijke parallel met John Henry Mackay's gedicht "Am Wegrand" aangegeven, dat Schönberg in zijn (nog steeds tonale) lied op. 6 nr. 6, getoonzet heeft, en nu in de coda van "Erwartung" geciteerd in een gevarieerd herontwerp van de liedregel "Sehnsucht erfullt die Bezirke des Lebens ".

    Bij het componeren van het monodrama had Schönberg in gedachten de stem van Maria Gutheil-Schoder, die de wereldpremière van zijn Tweede Strijkkwartet op. 10 de sopraanstem zong: "U zal zich herinneren dat ik herhaaldelijk met u heb gesproken over een toneelstuk waarin er een partij is voor jou. Een monodrama, slechts één, één enkele echte rol, die ik zag het als een Gutheil-partij." (Brief van 22 augustus 1913) Al in 1910 begon Schönberg met dirigent Arthur Bodanzky van het Mannheim Nationaltheater over een uitvoering van »Erwartung« te onderhandelen. De planning werd uitgesteld tot 1913 en mislukte door de onderbezetting van het Mannheimer Orkest. Ook gesprekken met de WeenseVolksoper (1910) en de Weense Academische Vereniging (1913) bleven zonder succes. De première vond plaats op 6 juni 1924 in het Deutsche Landestheater in Praag als onderdeel van het Muziekfestival van het Internationale Gesellschaft für Neue Musik vond plaats onder leiding van Alexander von Zemlinsky en werd in de vakpers erkend als een "protest tegen de operakitsch" ("Signale für die musikalische Welt") en "ongehoord dichte concentratie op een zielstoestand" ("Die Musik").

    Therese Muxeneder © Arnold Schönberg Center


     Scène I

    Aan de rand van een bos. Maanverlichte wegen en velden; het bos hoog en donker. Alleen de eerste stammen en het begin van het brede pad zijn nog helder. (Een vrouw arriveert; delicaat gekleed in het wit. Gedeeltelijk ontbladerde rode rozen op het kleed. Sieraden.)

    (Aarzelend:) Hier binnengaan? … Je kunt de weg niet zien ... Hoe de stammen zilverig glinsteren ... zoals berken (kijkt verdiept naar de grond). Oh! Onze tuin ... De bloemen voor hem zijn zeker wel verwelkt ... De nacht is zo warm. (Plotseling angstig:) Ik ben bevreesd... (Luistert naar het bos, gespannen:) Wat voor zware lucht waait eruit ... Als een storm die op handen is… (Handenwringend, kijkt achterom:) Zo vreselijk stil en leeg ... Maar hier is het tenminste klaar ... (Kijkt omhoog:) De maan was vroeger zo helder... (Hurkt neer, luistert, kijkt voor zich uit:) Oh! Nog steeds de krekel met zijn liefdeslied ... Niet praten ... Het is zo aangenaam bij jou... De maan is in de schemering ... (Staat op. Wendt zich tot het bos, aarzelt weer, dan heftig :) Laf, ben je ... Wil je hem niet zoeken? Sterf dan hier (Zachtjes:) Hoe dreigend is de stilte ... (Kijkt verlegen om zich heen:) De maan is vol ontzetting ... Kijkt die naar binnen? (Angstig:) Ik alleen ... In de grauwe schaduw (Vat moed, gaat snel het bos in:) Ik zal zingen, dan hoort hij me ...

    Scène II

    Diepste duisternis, breed pad, hoge, dichte bomen. Ze schrijdt tastend voorwaarts. (Nog steeds achter de schermen:)

    Is dat de weg? … (Bukt zich, grijpt met haar handen:) Hier is het wel ... (schreeuwt:) Wat? … Laat los! (Probeert sidderend haar hand te ontwaren) Beklemd? … Nee, er is iets gekropen ... (Wild, graait zich in het gezicht :) En hier ook ... Wie raakt mij aan? … Weg ... (Slaat met haar handen om hem heen:) Weg, ga toch heen... om Godswil... (Gaat verder, met uitgestrekte armen :) Dus, de weg is breed ... (Stil, bedachtzaam:) Het was zo stil achter de muren van de tuin ... (heel stil:) Geen zeisen meer ... geen geroep en geloop ... En de stad in de heldere nevel ... Ik keek er zo verlangend naar uit ... En de lucht zo onmetelijk diep boven de weg die je altijd naar mij neemt... Nog doorzichtiger en verder ... de avondkleuren ... (Triest:) Maar jij bent niet gekomen. (Stopt:) Wie huilt er? (Roept, erg angstig:) Is er hier iemand? (Wacht. Luider :) Is er hier iemand? (Luistert weer:) Niets... Maar dat was ... (Hoort weer toe:) Nu ruist het daarboven ... Het slaat van tak naar tak ... (Vlucht ontzet zijwaarts:) Het komt op mij af … (Kreet van een nachtvogel.) (Woedend:) Niet hier! Laat me gerust ... Here God, help me... (Stilte. Gehaast:) Het was niets... Snel nu, snel nu… (Begint te rennen, valt neer. Nog achter de schermen :) Oh, oh, Wat is dat? … Een lichaam ... Nee, gewoon een stam...

    Scène III

    De weg nog altijd in het donker. Aan de zijkant van het pad een brede heldere streep. Het maanlicht valt op een open plek in de bomen. Daar zijn hoge grassen, varens, grote gele paddenstoelen. De vrouw komt uit het donker.

    Daar komt een licht! (Ademt opgelucht in:) Ah! Het is slechts de maan ... Hoe goed ... (Weer half angstig :) Er danst iets zwarts daar... honderd handen ... (Onmiddellijk beheerst:) Doe niet zo dom ... Het is de schaduw... (Teder nadenkend:) Oh! hoe jouw schaduw valt op de witte wanden... Maar zoals het nu is, moet je meteen gaan. (Gerucht. Ze stopt, kijkt om zich heen en luistert even:) Roep je? … (weer dromend:) En tot de avond is het nog zo lang ... (Lichte windvlaag. Ze kijkt nog eens verder:) Maar de schaduw sluipt toch naderbij! Gele, wijde ogen ... (Geluid van de rilling) Zo opzwellend ... zoals op stengels ... Hoe het staart ... (Krakend geluid in het gras. Ontzet :) Geen dier, lieve God, geen dier ... Ik ben zo bang... Liefste, mijn liefste, help me... (Ze loopt verder.)

    Scène IV

    Maanverlichte, brede weg, die rechts uit het bos komt. Weiden en velden (afwisselend gele en groene strepen). Iets naar links gaat de weg weer verloren in de duisternis van groepen hoge bomen. Alleen volledig links zie je de weg open liggen. Daar komt ook een pad uit dat vanaf een huis komt. Daarin zijn alles ramen met donkere luiken afgesloten. Een balkon van witte steen. (De vrouw komt langzaam, uitgeput. Het gewaad is verscheurd, het haar in de war. Bloederige schrammen op het aangezicht en de handen. Even rondkijkend :) Hij is er ook niet... Niets levends op de hele lange straat ... en geen geluid ... (Rilling; luistert:) De uitgestrekte bleke velden zijn zonder adem als uitgestorven ... geen halm beweegt ... (Kijkt de straat af:) Nog steeds de stad ... En deze vale maan ... Geen wolken, niet de vleugelschaduw van een nachtvogel in de lucht ... Die grenzeloze doodsbleekheid ... (Ze blijft wankelend staan:) Ik kan nauwelijks verder ... En ze laten me ginds niet binnen ... De vreemde vrouw zal me wegjagen! … Als hij ziek is ... (Ze heeft zich tot dicht bij de boomgroepen gesleept, waaronder het volledig donker is :) Een bank ... Ik moet uitrusten... (Moe, besluiteloos, vol heimwee:) Maar ik heb hem al zo lang niet gezien … (Ze komt onder de bomen door, stoot met haar voeten tegen iets aan:) Nee, dit is niet de schaduw van de bank (tastend met zijn voet, geschrokken:) Dat is iemand ... (Bukt zich, luistert:) Hij ademt niet... (Ze tast onderaan:) Vocht ... Er vloeit hier iets ... (Ze stapt uit de schaduw in het maanlicht:) Het glanst rood ... Oh, mijn handen zijn met schrammen verwond... Nee, het is nog nat, het komt daarvandaan... (Probeert met enorme moeite het voorwerp tevoorschijn te halen:) Ik kan het niet. (Buigt zich voorover. Met een vreselijke schreeuw :) Het is hij: (Ze zakt neer.) (Na een paar momenten staat ze half op, zodat dat haar gezicht naar de bomen is gericht. Verward :) Het maanlicht ... Nee, daar ... Daar is het verschrikkelijke hoofd... het spook... (Kijkt strak voor zich uit :) Als het nu eindelijk zou verdwijnen ... zoals dat in het bos ... Een boomschaduw, een belachelijke twijg ... De maan is verraderlijk... omdat ze bloedloos is, schildert ze rood bloed ... (Wijzend met uitgestrekte vingers, fluisterend:) Maar het staat op het punt te verdwijnen ... Kijk niet ... Er niet op letten ... Het zal zeker weggaan ... zoals dat in het bos ... (Ze draait zich om met geforceerde kalmte, richting de weg :) Ik wil weg ... Ik moet hem zoeken ... Het moet al laat zijn ... (Stilte. Onbeweeglijk. Zij draait zich abrupt om, maar niet helemaal. Bijna jubelend :) Het is niet meer daar... Ik wist het... (Ze is verder omgedraaid, ziet plotseling weer het voorwerp:) Het is er nog steeds... Heer God in de hemel ... (Haar bovenlichaam valt voorover, ze lijkt ineen te stuiken. Maar ze kruipt voort, met neergezonken hoofd:) Het leeft (raakt aan:) Het heeft huid ... ogen ... haar … (Ze leunt helemaal opzij, alsof ze hem recht in het gezicht wil kijken:) zijn ogen ... het heeft zijn mond ... Jij ... jij ... ben jij het... Ik heb je al zo lang gezocht ... In het bos en ... (trekt aan hem:) Hoor je dat? Spreek toch ... Kijk me aan ... (Verschrikt, bukt zich volledig. Ademloos :) Goede God, wat is ... (schreeuwt, rent een eind weg:) Help... (Van ver naar het huis toe:) In godsnaam! … Snel! … Hoort niemand mij dan? … Hij ligt daar... (kijkt vertwijfeld om zich heen.) (Haast zich terug onder de bomen:) Wakker worden … Wakker worden... (smekend:) Niet dood zijn ... Mijn liefste... Toch niet dood zijn... Ik hou zo veel van je. (Teder, aandringend:) Onze kamer is gedempt helder ... alles wacht... de bloemen ruiken zo hevig... (De handen vouwend, wanhopig :) Wat moet ik doen ... Wat moet ik doen opdat hij wakker wordt? … (Ze reikt in de duisternis en pakt zijn hand:) Jouw lieve hand ... (ineenkrimpend, vragend:) Zo koud? … (Ze trekt de hand naar zich toe, kust ze. Verlegen vleiend :) Wordt ze niet warm op mijn borst? (Ze opent haar gewaad:) Mijn hart is zo heet van het wachten... (Smekend, zachtjes:) De nacht is zo voorbij ... Je wilde toch bij mij zijn deze nacht. (Uitbarstend:) Oh! Het is klaar heldere dag... Blijf je overdag bij mij? … De zon schijnt op ons ... Je handen liggen op mij... Jouw kussen ... Je bent van mij ... jij ... Kijk me toch aan, liefste, ik lig naast jou ... Dus kijk me toch aan ... (Ze staat op, kijkt naar hem, ontwakend:) Ah! hoe star ... Hoe verschrikkelijk zijn je ogen... (Schreeuwt het luid uit:) Je bent al drie dagen niet bij me geweest ... Maar vandaag ... zo zeker ... De avond was zo vol vrede... Ik keek uit en wachtte... (volledig in zichzelf verzonken:) Over de tuinmuur jou tegemoet ... Zo laag is die... En dan zwaaien we beiden ... (Schreeuwt het uit:) Nee, nee... het is niet waar... Hoe kun je dood zijn? … Overal leefde je nog ... Zo-even nog in het bos ... je stem zo dicht bij mijn oor ... Altijd, altijd was je bij me ... Jouw adem op mijn wang ... Je hand in mijn haar... (Angstig:) Niet waar … Het is niet waar? Je mond boog net nog onder mijn kussen... (wachtend:) Je bloed druppelt nog steeds met een zachte slag... Je bloed is nog steeds levend ... (Ze buigt zich diep over hem heen:) Oh! de brede rode streep ... Ze hebben het hart geraakt ... (Bijna onhoorbaar:) Ik wil het kussen... met de laatste adem ... je nooit meer loslaten... (richt zich half rechtop:) In jouw ogen kijken ... Alle licht kwam uit jouw ogen... Ik werd duizelig als ik naar jou keek ... (Glimlachend, mysterieus, teder in herinnering:) Nu kus ik mezelf dood op jou. (Diepe stilte. Ze kijkt hem star aan. Na een pauze plotseling:) Maar zo vreemd is je oog … (verrast:) Waarnaar kijk je? (Heviger:) Waarnaar ben je naar op zoek? (Kijkt om zich heen; naar het balkon :) Staat daar iemand? (Weer terug, hand op het voorhoofd:) Hoe was dat nog de vorige keer? … (steeds meer verdiept:) Was dat toen ook niet in je blik? (Zoekt hard in haar herinnering:) Nee, gewoon zo verstrooid... of ... en plotseling werd je weer jezelf ... (Altijd helderder wordend:) En je was drie dagen niet bij me ... geen tijd... Zo vaak heb je de afgelopen maanden geen tijd gehad ... (Jammerend, als het ware afwerend:) Nee, dat is toch niet mogelijk ... Dat is ... (in een flits van herinnering:) Ah, nu herinner ik me... De zucht half in slaap ... als een naam ... Je kuste de vraag van mijn lippen … (Somber:) Maar waarom beloofde hij vandaag naar mij toe te komen? … (In woedende angst :) Ik wil dat niet ... Nee, ik wil het niet... (Springt op, draait zich om:) Waarom heeft men je vermoord? … Hier voor het huis ... Heeft iemand je ontdekt? … (Schreeuwt het uit, alsof ze zich vastklampt:) Nee, nee... mijn enige geliefde... dat niet ... (Bevend:) Oh, de maan wankelt ... Ik kan niets zien... Kijk me toch aan... (plotseling haastig:) Kijk je weer daarheen? … (Naar het balkon:) Waar is ze dan ... de heks, de deerne... de vrouw met de witte armen ... (honend:) Oh, jij houdt wel van de witte armen ... hoe je haar rood kust ... (Met gebalde vuisten:) Oh, jij... jij ... jij ellendeling, jij leugenaar... jij ... Zoals je ogen me ontwijken! … Kronkel je van schaamte? … (Duwt met haar voet tegen hem aan :) Je hebt haar omhelsd ... Ja? … (geschokt van walging:) zo teder en hebzuchtig ... en ik wachtte... Waar is ze naartoe gelopen toen jij onder het bloed zat? … Ik wil haar aan de witte armen meesleuren ... zoals dit (gebaart; ineenstortend :) Er is daar geen plek voor mij ... (snikt:) Oh! Niet eens de genade met jou te mogen sterven ... (Zinkt neer, wenend:) Hoeveel, hoeveel ik van je hield ... Ik leefde ver weg van alles ... aan alles vreemd ... (zinkt weg in mijmering:) Ik kende niets behalve jou... dit het hele jaar door ... sinds je mijn hand voor het eerst vastnam... oh, zo warm ... Nooit eerder heb ik van iemand zo gehouden zo... Je glimlach en je praten... Ik hield zo veel van je... (Stilte en snikken. En dan zachtjes, zich oprichtend :) Mijn liefste... mijn enige lieveling... heb je haar vaak gekust? … terwijl ik stierf van verlangen ... (Fluisterend:) Heb je heel veel van haar gehouden? (Smekend:) Zeg niet: ja ... Je glimlacht smartelijk... Misschien heb je ook geleden, misschien riep je hart je toe ... (Stiller, warm:) Wat kan je eraan doen? … Oh, ik vervloekte je... Maar jouw medelijden maakte me gelukkig ... Ik dacht dat ik gelukkig was ... (Stilte. Deemstering aan de linkerkant in het oosten. Laag in de lucht, wolken verlicht door een zwakke gloed, geelachtig flikkerend als kaarslicht. Ze staat op:) Liefste, liefste de morgen komt ... Wat moet ik hier alleen doen? … In dit eindeloze leven … in deze droom zonder grenzen noch kleuren ... Want mijn grens was de plek waar je was ... En alle kleuren van de wereld braken uit jouw ogen … Het licht zal voor iedereen komen... maar ik alleen in mijn nacht? … De ochtend scheidt ons ... altijd de ochtend ... Zo hard kus je me ten afscheid ... weer een eeuwige dag van wachten ... Oh, je ontwaakt niet meer …  Duizend mensen lopen voorbij... ik herken je niet... Allemaal leven ze, hun ogen branden ... Waar ben je? … (Stiller:) Het is donker ... jouw kus als een vlammenteken in mijn nacht... Mijn lippen branden en gloeien ... naar jou toe ... (schreeuwt het uit van vreugde:) Oh, ben je daar ... (tegen iets in de tegenovergestelde richting:) ik was op zoek ...

    (werkvertaling Karel D’huyvetters © 2026)

     

     


    Categorie:muziek
    26-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Erwartung - Verwachting

    Erwartung

    Richard Dehmel (1863-1920)

    Aus dem meergrünen Teiche
    neben der roten Villa
    unter der toten Eiche
    scheint der Mond.

    Wo ihr dunkles Abbild
    durch das Wasser greift,
    steht ein Mann und streift
    einen Ring von seiner Hand.

    Drei Opale blinken;
    durch die bleichen Steine
    schwimmen rot und grüne
    funken und versinken.

    Und er küßt sie, und
    seine Augen leuchten
    wie der meergrüne Grund:
    ein Fenster tut sich auf.

    Aus der roten Villa
    neben der toten Eiche
    winkt ihm eine bleiche
    Frauenhand.

     

    Verwachting

    Uit de zeegroene vijver

    Bij het rode landhuis

    Onder de dode eik

    Schijnt de maan.

     

    Waar haar donkere weerschijn

    Door het water heen glinstert

    Staat een man die een ring

    Met zijn hand beroert.

     

    Drie opalen fonkelen;

    Tussen de bleke stenen

    Drijven rode en groene

    Vonken die wegzinken.

     

    En hij kust ze en

    Zijn ogen lichten op

    Als de zeegroene bodem;

    Een raam gaat open.

     

    Uit het rode landhuis

    Naast de dode eik

    Wenkt hem een bleke

    Vrouwenhand.

     

    (werkvertaling © 2026 Karel D’huyvetters)

    Cf. Arnold Schönberg, Erwartung, Vier Lieder (1899) op. 2


    Categorie:poëzie
    16-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijlpalen

    Hoc erat in votis: 80 en 20

    Twintig jaar geleden begon ik met deze blog, mijn eigen website. Toen was ik zestig en juist gepensioneerd. Nu ben ik tachtig, en net verhuisd naar een serviceflat. Het zijn mijlpalen op de weg die leidt vanaf het onooglijke ouderlijke begin tot het onvermijdelijke oud-geworden einde. We weten nooit wat ons te wachten staat, en dat is maar goed ook. Elke dag is een nieuwe kans om jezelf te worden en jezelf te blijven. Het overwegende gevoel op deze dag is er een van intense dankbaarheid voor het lange en gelukkige leven dat we elkaar zo vaak toewensen, en dat mij ten deel is gevallen. Dankbaar ook jegens de mensen die ik op mijn levensweg mocht ontmoeten.

    What more could I wish for? My cup runneth over…


    Categorie:levensbeschouwing
    11-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verhuizing

    We zijn verhuisd. Op 6 januari 2026 was het eindelijk zo ver, inpakken en wegwezen. De dag was zwaar, maar ’s avonds konden we in ons bed slapen, moe maar gelukkig zoals het heet. De volgende dagen was het uitpakken, vooral de driehonderd dozen met boeken. Gelukkig kregen we veel hulp van familie en goede vrienden, zodat het vandaag, nog geen week later, alweer een bewoonbaar huis is. Nu nog vier iconische Ikea-kasten monteren om de laatste dozen weg te werken en de laatste boeken een plaatsje te geven.

    Ik verheug me ook over de vrij vlotte overschakeling van alle elektronica. Woensdag kwam er een Telenet-medewerker langs om de internetaansluiting te activeren, maar de jongeman was amper aan zijn proefstuk toe, en was niet opgewassen tegen zijn nochtans routineuze taak. ’s Anderendaags al kwam een meer ervaren en beslagen collega vlot het euvel verhelpen. Luts pc bleek nadien geen ingebouwde wifi-adapter te hebben, en via-via kregen we snel zo’n toestelletje thuis geleverd, amper € 14,95, een simpele installatie en nu is ook die hinderlijke ethernetkabel verdwenen en hoeft niemand er nog over te struikelen. Het wifisignaal is mede dankzij een ‘pod’ in de verste kamer overal in het appartement uitstekend. Streaming via Qobuz en Roon is prima, ik luister in mijn studiolo naar de Gato - Zen-Mini – B&W 805 combinatie, Lut en/of ik in het salon naar de Edifiers via Chromecast Audio die ik eens van zoon Luk kreeg. Het aantal stopcontacten is, zoals in de meeste woningen, vooral wat oudere, totaal ontoereikend. Iemand moet eens draadloze elektriciteit uitvinden.

    De keuken is nieuw, en met onze vorige ijskast-vriezercombinatie en wasmachine perfect bruikbaar, al was de nieuwe inductiekookplaat en combi-oven even wennen (vooral omdat ik het niet nodig vond de handleidingen te lezen…).

    Ook de eerste contacten met de diensten van Populierenhof verlopen uitstekend.

    Na de eerste paar dagen is de conclusie dus onverdeeld gunstig. We zijn van een ruime villa verhuisd naar een bescheidener appartement, en van volledige zelfstandigheid naar een serviceflat, maar dat voelt veeleer als een upgrade aan dan als een compromis.

    Dit is mijn eerste blogje hier, en daarom wat persoonlijker dan gewoonlijk, maar dat mag wel eens, bij gelegenheid, nietwaar.


    01-01-2026
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2026

    Ik weet niet

    of ik nog het lef zal hebben

    om mijn stem te verheffen

    en de nood te klagen

    van hen die lijden

    onder het geweld

    van hun medemens

    ik ben murw geslagen

    door hun woordeloze aanklacht

    hun blik vol onbegrip

    hun onuitgesproken vraag

    hun troosteloze teleurstelling

    hun uitzichtloos berusten

    ik heb niets

    om hun tranen te drogen

    hun hand te vullen

    hun rug te rechten

    of een glimlach te ontlokken

    aan hun moede ogen

    ik heb niets

    om hun belagers te weerhouden

    tot redelijkheid te brengen

    of met harde hand te straffen

    mij rest alleen

    de onrust

    van mijn vermeende vrede

    en de onmacht

    van mijn nutteloze overvloed.

     

    Karel D’huyvetters

    gedichtendag 2016


    Categorie:poëzie
    18-12-2025
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijheid

    Ik heb altijd al een hekel gehad aan bevelen en geboden, aan situaties waarin ik niet vrij was om zelf te bepalen wat er moest gebeuren, of er mij geen keuze gelaten werd. Ik wou altijd zelf beslissen, mijn eigen gang gaan.

    Als kind en als opgroeiende jongeling leidde dat voortdurend tot spanningen. Thuis had men al gauw door dat er met mij niets aan te vangen was onder dwang. Ook op school waren er enkele leraren en opvoeders die dat inzagen, en die deden dan de moeite om me met argumenten te overtuigen, met wisselend succes. Maar het opvoedingssysteem was toen hoofdzakelijk een kwestie van gezag en discipline, en dat slikte ik niet.

    Ik heb het geluk gehad dat ik in mijn werksituatie meestal grotendeels zelfstandig kon werken. Dat gaf mij grote voldoening en grote conflicten waren zeldzaam.

    Op mijn zestigste ging ik op pensioen, en sindsdien is mijn vrijheid alleen maar toegenomen, tot mijn groot genoegen. Nu de laatste belemmeringen weggevallen zijn, heb ik mij kunnen uitleven in wat ik echt graag doe en belangrijk acht.

    Die vrijheidsdrang heeft mijn leven beheerst, maar pas nu denk ik daarover na. Waarom wil ik zo vrij zijn? Waarom verzet ik mij zo heftig tegen dwang?

    Ik ben niet de enige die behoefte voelt aan vrijheid. Het is een algemeen menselijk verschijnsel. Er is wellicht niemand die ervoor kiest om de slaaf te zijn van iemand anders. Wij houden er niet van dat men ons zegt wat we moeten doen, en nog veel minder wat we moeten denken. Wij aanvaarden gezag enkel wanneer het niet anders kan, en dan nog met moeite.

    Anderzijds zijn er steeds mensen geweest die een sterke behoefte hadden aan gezag, die niets liever deden dan anderen hun wil opleggen, desnoods manu militari. Dat was vroeger zo, en het is nog steeds zo. Het kan dan niet anders dan dat die twee botsen.

    Zolang datgene wat gezagvoerders opleggen redelijk is en onze instemming kan wegdragen, gaat het nog goed. Wij rijden rechts en stoppen voor rood, omdat dat nu eenmaal zo beslist is, en het maakt ook niet uit of het zo is of anders: in Groot-Brittannië rijdt men links, en we zouden evengoed kunnen afspreken dat we stoppen voor blauw of zo. De moeilijkheden beginnen wanneer wij de bevelen van het gezag ervaren als strijdig met onze eigen opvattingen. Niet weinig mensen vinden de snelheidsbeperkingen op onze wegen overdreven, nutteloos, zinloos of zelfs belachelijk. Wij overtreden ze massaal, een beetje, of heel veel, ondanks scherpe controles en strenge beteugeling, en veel slachtoffers. We blijven ook drinken en rijden. Dat zijn misschien vreemde domeinen om onze vrijheid op te eisen, maar we doen het wel.

    Er zijn ook andere domeinen, zoals de politiek en de godsdienst. In onze moderne tijd zijn een groot aantal menselijke vrijheden opgenomen in charters, zoals de Universele verklaring van de rechten van de mens. Een politiek bestel of een godsdienst mag geen afbreuk doen aan die rechten en aan de menselijke vrijheid. In het ancien régime kon de vorst eigenmachtig iemand laten gevangen zetten, en ook moderne dictators hebben dat massaal gedaan. Godsdiensten hebben aan hun gelovigen verplichtingen opgelegd en verboden uitgevaardigd die zo zinloos waren dat men nauwelijks kan geloven dat iemand zoiets kan verzinnen of aanvaarden. Ook vandaag nog is dat het geval. Er zijn regimes waarin de menselijke vrijheid en waardigheid met voeten getreden worden. Er zijn wereldgodsdiensten die praktijken opleggen die onverenigbaar zijn met de universele mensenrechten.

    Individuen en organisaties hebben zich steeds verzet tegen dergelijke inperkingen van de menselijke vrijheid. De geschiedenis van onze beschaving is er een van onafgebroken verzet tegen absoluut gezag en van menselijke ontvoogding. De vrijheid om te doen en te denken wat men wil, en om daarvoor ook uit te komen, is een fundamenteel recht, ja het meest fundamentele recht van de mensheid en van elke mens. Wanneer dat geschonden wordt, zijn de gevolgen altijd onoverzienbaar en funest.

    Zeker, er zijn beperkingen aan onze vrijheid, al was het maar omdat we met zovelen zijn, en de vrijheid van de ene mens eindigt waar die van de andere begint. In elke samenleving zijn er regels die we moeten respecteren, we kunnen niet alles doen waar we zin in hebben. Er zijn mensen die de meest bizarre en zelfs misdadige neigingen hebben. De menselijke vrijheid houdt niet in dat men om het even wat mag doen. Het zal er dus op aan komen om enerzijds zo weinig mogelijk te verbieden en zoveel mogelijk toe te laten, maar anderzijds duidelijke afspraken te maken over wat niet kan, en die ook te doen naleven, desnoods met bestraffing.

    Wie moet er dan uitmaken wat mag en wat niet? Wij zijn zover gekomen dat wij beseffen dat de beste manier om dat te regelen een democratie is. Dat is een samenleving waarin zoveel mogelijk mensen betrokken worden bij het overleg, en waarin men zoveel mogelijk beslist op basis van redelijke argumenten, die door de meerderheid als zodanig erkend worden. In een democratie berust het gezag niet bij één persoon of een kleine kliek, maar bij de bevolking, die dat gezag delegeert aan instellingen, die bevolkt worden met personen die democratisch verkozen worden. Bovendien behoudt het volk altijd het volste recht om te allen tijde die instellingen te controleren en zich te verzetten tegen beslissingen die het als onrechtmatig of schadelijk beschouwt. In het ergste geval, wanneer de instellingen totaal van het volk vervreemd zijn, kan dat leiden tot zelfs gewelddadige revoluties.

    Laten we in de discussies over hoe het met onze maatschappij en met onze wereld verder moet altijd rekening houden met die fundamentele individuele vrijheid van de mens, en met het democratisch proces. Dat is de beste, wellicht zelfs de enige garantie voor een stabiele en vreedzame samenleving. En laten we ook in onze persoonlijke betrekkingen altijd vertrekken van het fundamenteel recht van elke mens om zichzelf te zijn. Wanneer men aan die vrijheid tornt, hetzij op grond van het hoger politiek of staatsbelang, of vanuit religieuze principes die niet gesteund zijn op de rede maar op zogenaamde openbaringen of uitspraken van religieuze leiders of profeten, zijn niet alleen individuele mensen in gevaar, maar de hele mensheid.


    Categorie:samenleving
    Tags:maatschappij
    13-12-2025
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rot op, Rutte!

    Quos Deus perdere vult, prius dementat.

    Als je sommigen bezig hoort en ziet, dan denkt een mens weleens: hoe is het mogelijk!? Is iemand als Donald Trump nog wel bij zijn verstand? Zelfs als veel, bijna alles wat we van hem zien louter theater is, kan men toch moeilijk ontkennen dat zijn gedrag verre van normaal is, en dat is een ongepast eufemisme. Als het om een gewone burger zou gaan, zouden we daarbij niet te lang blijven stilstaan: zoals mijn Vader zaliger zei: Ons Heer moet zijn getal hebben, it takes all sorts of people. Maar de president van Amerika, een van de belangrijkste figuren in de wereld?

    Dezelfde gedachte kwam spontaan bij me op bij de zoveelste oorlogszuchtige uitspraken van Mark Rutte, secretaris-generaal van de NATO. In tegenstelling met Trump, die altijd al een buitenissige figuur was, zou je van Rutte denken dat het geen idioot kan zijn: een goede academische opleiding, een begaafd muzikant, een ervaren bedrijfsleider, een succesvol politicus, veertien jaar lang minister-president van Nederland. Maar zelfs als men aanvaardt dat de topman van de NATO niet veel anders kan dan zich afzetten tegen de ‘vijanden’ waartegen de alliantie tenslotte opgericht werd, blijkt toch onmiskenbaar dat Rutte meent wat hij zegt, en zich niet louter pro forma inleeft in de rol die hij na zijn verkiezingsnederlaag toebedeeld gekregen heeft van zijn collega-staatshoofden. Zeker, wat Poetin uitspookt, vooral in Oekraïne, maar ook daarbuiten, is zonder enige twijfel kwaadaardig en levensgevaarlijk. Maar de reactie daarop van Rutte, van ministers van defensie (of van oorlog, zoals Trump zegt), van de legertop in alle landen, en zelfs van de meeste politici, is althans in mijn aanvoelen, eveneens levensgevaarlijk. De beste manier om met gestoorde mensen omgaan is niet de confrontatie, en nog minder even gestoord gedrag. Uit de beide Wereldoorlogen en ook uit de Koude Oorlog zouden we moeten geleerd hebben dat een bewapeningswedloop niet van aard is om de oorlog te vermijden, maar veeleer om die te doen losbarsten.

    Ooit zat ik op de trein in Duitsland, en op een of andere manier kwam in het compartiment een gesprek op gang, waaraan ik in mijn heel gebrekkig Duits naar best vermogen deelnam, over de Tweede Wereldoorlog. Een oude man die als frontsoldaat had meegevochten, keek daarnaar meewarig terug. Wat me vooral trof, en altijd is bijgebleven, is deze uitspraak van hem: je staat tegenover elkaar met een wapen in de hand; als je zelf niet schiet, word je neergeschoten, dus schiet je.

    Dat is waarom mensen elkaar uitmoorden in oorlogen: ze zijn door hun politieke en militaire leiders in een situatie gebracht waar het een kwestie is van doden of gedood worden, van doden om te overleven. De echte verantwoordelijken voor de miljoenen slachtoffers zijn, op psychopathische uitzonderingen na, uitsluitend de politieke en militaire leiders.

    Waarom die leiders die zware verantwoordelijkheid om op grote schaal mensen te doden toch steeds weer op zich nemen, is voor mij werkelijk onbegrijpelijk, zodat ik geneigd ben te denken dat ze wel degelijk gestoord zijn, gek, waanzinnig. Kan men iets anders denken van Stalin, Hitler, Tojo, Franco, Pol Pot, Mao, Kim Il-sung, om slechts die te noemen? En moeten we niet hetzelfde denken van een aantal figuren die met hen de strijd aangebonden hebben, en niet minder slachtoffers gemaakt hebben?

    Onze treffende Latijnse spreuk bevestigt dat: als de goden iemand in het verderf willen storten, maken ze die eerst waanzinnig. Anders gezegd: je moet wel gek zijn om jezelf in het ongeluk te storten. Uiteindelijk is dat ook wat er gebeurt bij zelfdoding. En zeker bij Hitler is het duidelijk dat zijn waanzin hem te gronde gericht heeft, terwijl dictators veeleer uitzonderlijk een vreedzaam einde gekend hebben, zoals Franco.

    Maar er is meer. De waanzin van dictators brengt niet alleen henzelf tot een gewelddadig einde, maar talloze anderen, militairen en burgers. Je moet geen genie zijn om dat in te zien. Als de geschiedenis ons iets heeft geleerd, dan wel dit: wie met het zwaard omgaat, zal door het zwaard vergaan (Mt. 26:52). Oorlogen lossen niets op, ze bereiken nooit hun doel, ze veroorzaken alleen onnoemelijk veel leed, miljoenen doden, en onafzienbare materiële schade.

    Ik weiger dan ook om me aan te sluiten bij al diegenen die vandaag stellen dat ons antwoord op de al dan niet reële buitenlandse militaire bedreiging erin moet bestaan dat wij nog veel meer miljarden gaan uitgeven aan bewapening, die niet gericht is op defensie, dus zelfverdediging, maar op open strijd op het slagveld en in de lucht, en zelfs op preemptive strikes,  preventieve aanvallen, zoals die van Hitler op Polen, en die van Japan op de USA.

    Ik ben het evenmin eens met het opleggen van sancties aan ‘vijanden’, aangezien die onmogelijk af te dwingen zijn en op grote schaal omzeild worden, door beide partijen.

    Het enige juiste antwoord is overleg, ook als dat moeilijk verloopt, onophoudelijk en niet-aflatend overleggen op alle mogelijke manieren. Zolang mensen met elkaar kunnen praten, is nog niet alles verloren. Waar mensen spreken, zwijgen de wapens.

    Ook in ons land zwijgen nu mensen en politici, en laten en doen ze de wapens spreken. Laten we onze stem verheffen en pleiten voor overleg, voor het te laat is en oorlogsstokers zoals de infame Mark Rutte gelijk krijgen met hun self fulfilling prophecies.

    De goden brengen weliswaar meestal dictators gewelddadig om die ze eerst in de waanzin gestort hebben, maar niet zonder dat die zelf eerst op grote schaal anderen gewelddadig omgebracht hebben.


    Categorie:samenleving
    12-12-2025
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.persoonlijk

    Het is niet mijn gewoonte om hier veel over mijn persoonlijk leven uit te weiden. Maar nu er ingrijpende veranderingen op til zijn, maak ik daarvoor een uitzondering. Lut, mijn levensgezellin (°1942) lijdt al sinds 2018 aan de ziekte van Parkinson. Ik word op 16 januari 2026 tachtig, en ik voel de jaren wegen. Daarom hebben we besloten ons huis te verkopen: 

    https://www.immoweb.be/nl/zoekertje/huis/te-koop/werchter/3118/21198996?s=s_XL

    en onze intrek te nemen in een serviceflat: 

    https://armonea.be/huizen/populierenhof/ 

    Ons adres vanaf 6 januari 2026 is: Karel D'huyvetters & Lut De Rudder, Populierenlaan 10 C/0011, 3001 Leuven


    29-11-2025
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de niet zo schijnbare paradox

    Op een dag gaat een vader met zijn zoon boodschappen doen met de wagen. Op een kruispunt worden ze aangereden door een andere wagen, die het rode licht genegeerd had. De vader overlijdt ter plaatse. De zoon is zwaargewond en wordt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht. Op de spoedafdeling komt de dokter van dienst toegesneld en zegt dan in tranen: Ik kan dit niet doen. Dit is mijn zoon!

    Dat klopt niet, denk je dan. De vader was toch overleden? Je zoekt naar een oplossing voor de tegenspraak die in dit verhaal besloten ligt. Misschien kom je er zelf op, maar de meeste mensen niet meteen. Het gaat namelijk om een vrouwelijke dokter, de moeder van de jongeman. Evident!

    En toch staan we aanvankelijk perplex: hoe kan dat nou? Omdat we bij 'dokter' nog altijd in de eerste plaats aan een man denken. Het verhaaltje hierboven gaat al een hele tijd mee en vroeger was het aantal vrouwelijke spoedartsen nog veel kleiner dan nu. Onze spontane conclusie dat het verhaaltje niet klopt, is dus niet uit de lucht gegrepen. Wij hebben goede redenen om ervan uit te gaan dat de dokter een man is: de allermeeste dokters waren vroeger mannen en ook vandaag zijn spoedartsen dat vaak nog. Het aantal vrouwelijke huisartsen is de laatste jaren spectaculair gestegen, er zijn nu ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke.

    Het is onze manier van denken: we veralgemenen om het ons gemakkelijk te maken. En dat brengt op: in de meeste gevallen heb je namelijk gelijk, enkel in uitzonderlijke gevallen niet. Een veralgemening klopt niet altijd, maar het loont om niet te veel aandacht te besteden aan de uitzonderingen, omdat je dan sneller conclusies kan trekken. In het gedateerde verhaal hierboven loop je vast, precies omdat je geen rekening hebt gehouden met een toentertijd uitzonderlijk geval: de dokter is een vrouw.

    Een verhaal of een uitspraak die zo'n verrassende tegenspraak bevat, noemen we een paradox, van het Grieks para, naast en doxa, mening. Het is dus iets dat tegen de gevestigde mening of verwachting ingaat. Je verwacht dat de dokter een man is, maar het is onverwachts een vrouw. Iets dat op het eerste gezicht niet lijkt te kloppen, maar bij nader toezien wel, dat noemen we paradoxaal. Om bij dokters te blijven: er zijn nog nooit zoveel dokters, verplegenden, ziekenhuizen, medicijnen, medische apparatuur enzovoort geweest als nu, maar ook nog nooit zoveel zieken. Amerika is het rijkste land ter wereld, maar één op vijf mensen leeft er in armoede. Als je vrede wil, maak je dan klaar voor de oorlog. Je PC afzetten doe je door op de knop 'start' te drukken. De laatsten zullen de eersten zijn. Ik lieg altijd. Als er een spoorwegstaking is, of aangekondigde wegen werken, is het vaak minder druk op de wegen (omdat men de drukte anticipeert en zo vermijdt).

    We weten nu wat een paradox is, maar wat is een schijnbare paradox? Ik las een artikel van een professor psychologie met precies die titel; het gaat over de schijnbare tegenstelling tussen senioren en ICT; dit is de conclusie van het artikel: 'Er is namelijk sprake van een schijnbare paradox: ict zou geen onbereikbaar doel, maar een vanzelfsprekend middel moeten zijn bij het ondersteunen en verbeteren van de cognitieve vermogens van ouderen.' Schijnbare paradox, tot tweemaal toe, en op cruciale plaatsen: de titel en de conclusie. De gangbare mening is dat senioren niet zo goed zijn met de moderne media; dat blijkt maar zeer gedeeltelijk te kloppen (crede Roberto experto, of: ik kan ervan meespreken). Bovendien is bezig zijn met computers en zo ook goed om je mentale functies op peil te houden. De tegenstelling tussen senioren en ICT is dus niet echt, maar vermeend; ze is er niet, of: het is een schijnbare tegenstelling, dus een paradox.

    Waarom dan spreken van een schijnbare paradox? Dat is dan een schijnbare schijnbare tegenstelling, of een paradox die er geen is. Maar een paradox die geen paradox is, dat is niets, of alles. Een schijnbare paradox bestaat dus niet. Het gaat hier blijkbaar om een pleonasme (van het Grieks pleon, teveel): we gebruiken meer woorden dan nodig, we zeggen twee keer hetzelfde: een paradox is al 'schijnbaar', dus een schijnbare paradox is dubbel-op.

    Je kan de kwestie van senioren en ict ook zo stellen: er is een positieve verhouding tussen senioren en ict die je niet zou verwachten: ze zijn vaak erg goed met de computer, heel wat senioren zijn ermee bezig en het is ook goed voor hen. Er is dus een paradoxale, onverwachte band tussen twee op het eerste gezicht tegengestelde elementen. Ook in dat geval is het gewoon een paradox, geen schijnbare.

    Je vindt de uitdrukking ook in het Engels: a seeming paradox en in het Frans: un faux paradoxe en zelfs in het Duits: das scheinbare Paradoxon. Maar als je gaat kijken wat men daarmee bedoelt, stel je altijd vast dat het gewoon om simpele paradoxen gaat, geen speciale. Men weet blijkbaar niet goed wat een paradox is, het is ook zo'n geleerd woord. En dus verduidelijkt men dat op zich nietszeggend of onbegrijpelijk leenwoord met een verhelderende toevoeging die echter al in het woord besloten ligt, zonder dat men het (goed) weet.

    Onze conclusie is dus dat een schijnbare paradox... paradoxaal is. Je verwacht dat het een speciaal soort paradox is, niet zomaar een gewone verrassende afwijking van de gangbare mening of verwachting, maar dat is het toch niet, het is gewoon een paradox, meer niet. Een schijnbare paradox is dus een gewone paradox. Het is een pleonasme, zoals: iets opnieuw herhalen, of een verbetering ten goede, of een ronde cirkel, gehandhaafd blijven, een mogelijke kans, Hiv-virus (V staat al voor virus), BIC-code (C = code), ISBN-nummer (N = nummer), de Faerøer-eilanden (øer = eilanden).

    Pleonasmen vermijden we maar beter, ze zijn overbodig en verwarrend, zelfs een beetje dom: ze laten zien dat je niet goed weet wat je zegt, of dat je onzorgvuldig bent.

    Er zijn dus geen schijnbare paradoxen.


    Categorie:etymologie
    Tags:etymologie
    21-11-2025
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)

    De plichten van de bedienaars van de eredienst.

    P.H.D. d'Holbach, La Morale universelle, 1776, section IV, chapitre VII

    Vertaling Karel D'huyvetters © 2025

    Het behoort niet tot het opzet van dit werk, dat enkel tot doel heeft de principes van de natuurlijke moraal uit te werken, de grondslagen te onderzoeken van de gevarieerde godsdiensten die we tot stand gebracht zien in de verschillende contreien van de wereld.
    Wat ook de ideeën zijn die de verschillende volkeren zich vormen van de godheid, of van de onzichtbare beweger van de natuur, het is altijd tot de goedheid van dat wezen dat de mensen hun eerbetuigingen richtten; ze moeten verondersteld hebben dat die hun welwillend was, dat die hun gebeden aanhoorde, dat die de macht en de wil had om hen gelukkig te maken; vandaar dat ze tot het besluit moeten gekomen zijn dat de mensen goed moesten zijn voor hun soortgenoten, om zich te conformeren aan de zienswijzen van dat weldadige wezen. Vanuit dat oogpunt bekeken kan de godsdienst niets anders zijn dan de natuurlijke moraal, of de plichten van de mensen, die bevestigd is door het erkende, of veronderstelde gezag van de meester van de natuur en van de mensen, dat niet in tegenspraak kan zijn met de wetten waarmee hun behoud en hun welzijn klaarblijkelijk verbonden is.
    Volgens de principes van alle godsdiensten moeten de goddelijke morele eigenschappen en de wilsuitingen als modellen en regels functioneren voor de mensen: al de erediensten die veronderstellen dat de godheid kwaadwillig, wreed, onrechtvaardig, wraakzuchtig is, de mensen vijandig gezind, kortom immoreel, kunnen slechts beschouwd worden als bijgeloof en leugens, uitgevonden door bedriegers die er belang bij hebben de rust van de menselijke soort te verstoren. Een godsdienstig systeem dat een despotische of ongeregelde god zou veronderstellen, in wiens ogen de ongelukken van de volkeren en de tranen van de stervelingen een amusant spektakel zouden zijn, zou onverenigbaar zijn met elke moraal. Zelfs Jupiter, zegt Plutarchus, heeft het recht niet om onrechtvaardig te zijn. Cicero zegt: een god zou niet langer god zijn als hij de mensen niet behaagde. Op een andere plaats stelt deze filosofische redenaar God voor als ‘de behoeder en de vriend van het sociale leven’; hij is volkomen in overeenstemming met de eeuwige wijsheid, die verklaart dat ‘de gemeenschap van de mensenkinderen zijn dierbaarste genot uitmaakt.’

     

    Lees de volledige tekst hier:d'Holbach, De plichten van de bedienaars van de eredienst

     


    Categorie:God of geen god?


    Foto

    Foto

    Foto

    Inhoud blog
  • Arnold Schönberg & Marie Pappenheim, Erwartung (1909)
  • Erwartung - Verwachting
  • Mijlpalen
  • Verhuizing
  • 2026
  • Vrijheid
  • Rot op, Rutte!
  • persoonlijk
  • de niet zo schijnbare paradox
  • Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)
  • Ite, missa est
  • Thomas Paine, Het tijdperk van de rede
  • Les mots d'amour -- De woorden van liefde
  • Ooh...
  • In paradisum
  • Idem dito
  • Kwezel
  • leidraad
  • Vermogensbelasting, een weeldetaks?
  • Schreien en schreeuwen
  • Spelen
  • Heilig
  • De vijgenboom, of de wortels van het antisemitisme.
  • Bidden
  • wereldverbeteraars
  • Galilei
  • 900 jaar Abdij van Vlierbeek
  • Bewapeningswedloop
  • Frans spreken gelijk een koe Latijn
  • De oorsprong van de godsgedachte en de godsdienst.
  • Theocratie en democratie
  • Israël: zij en wij
  • God de Vader
  • Vreemde vogels
  • Vrijdenkers: recente bijdragen
  • Tweeling, tweelingen
  • de gruwel en de verantwoordelijkheid
  • De behendige Van Bendegem
  • De Verlichting en haar belagers
  • Corsica
  • Breendonk, de gruwel, de feiten
  • Levend verleden
  • Spectaculair
  • Verrijzenis
  • Goede Vrijdag 2025
  • Palmzondag
  • Gij zult niet doden
  • Vrijdenkers
  • Koekoek!
  • Vrede
  • Christelijke moraal, atheïstische ethiek
  • Al te vroeg gestorven
  • La perfection n'est pas de ce monde.
  • Openbaring
  • Elke mens is uniek
  • Me dunkt...
  • Hybride
  • Sint-Catharina. Brief aan een christen vriend.
  • Het geboortejaar van Jezus Christus
  • Etsi Deus non daretur: zelfs als er geen God zou zijn.
  • Godsvrucht
  • Eerlijkheid
  • Verlossing: I know that my Redeemer liveth.
  • Gezag
  • Als de vos de passie preekt...
  • De hondse filosofen
  • Anselmus van Canterbury
  • Op mijn eentje
  • Inquisitie in de Middeleeuwen
  • Heksen
  • Gerede twijfel
  • Kristien Hemmerechts' late bekering en mystieke ervaringen
  • De Blijde Boodschap, andermaal
  • Verwondering
  • Wees volmaakt zoals uw hemelse vader
  • Paul Claes Odyssee 2.0
  • Griekse tragedies: Sofokles
  • Thomas a Kempis, de Navolging van Christus
  • De Griekse bronnen van de Verlichting
  • Islam en christendom
  • Darwin, creationisme, intelligent design
  • Satan
  • Humanisme
  • Godsdienstvrijheid
  • Ethiek en humanisme
  • De vos en de egel
  • Perfide
  • Godsdienst na de dood van God?
  • Sceptisch
  • incest
  • Catechismus
  • Filosofen te koop
  • Democratie
  • De uitzondering en de regel
  • Etiketten
  • Extreemrechts
  • Waarheid en verzinsel
  • Over geloof en psychologie (recensie)
  • De misdadige geschiedenis van de Kerk
  • Judith Butler, Wie is er bang voor Gender? (recensie)
  • Erwten en kikkers
  • David Hume
  • Denken en geloven in de oudheid (recensie)
  • Kinderspel?
  • Over grenzen, Mark Elchardus
  • Robot
  • Vooruitgangsgeloof
  • Het kan me niet schelen!
  • Aurelius Augustinus, Belijdenissen
  • Buizingen, een parochie miskend
  • Main morte
  • Celsus?
  • Een betere zaak waardig.
  • 'De waarheid zal u bevrijden.'
  • Feminisme
  • Tijdverspilling
  • Anarchist
  • Sjostakovitsj
  • Om de liefde Gods
  • Het boek
  • Naastenliefde
  • Parabels
  • Alzheimer
  • Verkiezingskoorts
  • Cynthia
  • Sindh
  • Cicero, Wet en rechtvaardigheid (recensie)
  • Israël, Oekraïne
  • Godsdienst en religie
  • Abraham en de vreemdeling
  • Winterzonnewende 2023
  • Anaximander
  • Links? Rechts?
  • Willen jullie meer of minder Wilders?
  • Het Gemenebest
  • Jeremy Lent, Het betekenisveld, Stichting Ekologie, Utrecht/Amsterdam, 2023 (recensie, op eigen risico...)
  • Richard Wagner
  • Secularisme
  • Naastenliefde
  • Godsdienst en zijn vijanden
  • Geloof, ongeloof en troost?
  • Iedereen gelijk voor de wet?
  • Ezelsoren (recensie)
  • Hersenspinsels?
  • Tegendraads, of draadloos?
  • Pico della Mirandola
  • Vrouwen en kinderen eerst!
  • Godsdienst als ideologie
  • Jean Paul Van Bendegem, Geraas en geruis (recensie)
  • Materie
  • God, of de natuur
  • euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten (recensie)
  • Godsdienst of democratie
  • Genade
  • Dulle Griet, Paul Claes
  • Vagevuur
  • Spinoza- gedicht, Stefan Zweig
  • Stefan Zweig, Castellio tegen Calvijn (recensie)
  • Hemel en hel
  • Federico Garcia Lorca, Prent van la Petenera
  • als in een duistere spiegel
  • Dromen zijn bedrog
  • Tijd (recensie)
  • Vrijheid van mening en academische vrijheid
  • Augustinus, Vier preken (recensie)
  • Oorzaak en gevolg
  • Rainer Maria Rilke, Het getijdenboek. Das Stunden-Buch (recensie)
  • Een zoektocht naar menselijkheid (recensie)
  • De Heilige Geest
  • G. Apollinaire, Le suicidé
  • Klassieke meesters: componisten van Haendel tot Sibelius (recensie)
  • Abelard en Heloïse (recensie)
  • Kaïn en Abel
  • Symptomen en symbolen
  • Voor een geweldloos humanisme
  • Bij een afscheid
  • Recreatie
  • Levenswijsheid
  • Welbevinden
  • De geschiedenis van het atheïsme in België (recensie)
  • Peter Venmans, Gastvrijheid (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 15
  • Secretaris
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 14
  • De boeken die we (niet) lezen, 2 WIlliam Trevor en Adriaan Koerbagh
  • Abortus
  • Verantwoordelijkheid (1)
  • Verantwoordelijkheid, deel 2
  • Mijn broeders hoeder?
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 13
  • Eerst zien, en dan geloven!
  • Homoseksualiteit
  • Sonja Lavaert & Pierre François Moreau (red.), Spinoza et la politique de la multitude (recensie)
  • Atheïsme: vijf bezwaren en een vraag, W. Schröder (recensie)
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 12
  • Zoo: Een dierenalfabet.
  • De rede
  • Gastrubriek: Leesportefeuille, Hugo D'hertefelt, 11
  • Sinterklaas, Spinoza, en de waarheid


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!