Aangezien deze maand september in Nederland acht voorstellingen worden gegeven van een nieuwe enscenering van deopera Die Frau ohne Schatten,
in 1919 gecomponeerd door Richard Strauss (1864-1949), op basis van een
oorspronkelijk sprookjesverhaal uit hetzelfde jaar van Hugo von
Hofmannsthal (1874-1926), leek het ons wel een goede gedachte ook een
uittreksel uit 1915 van een gelijknamig gedicht van dezelfde auteur
onder de aandacht te brengen, en daarmee meteen een selectie uit diens
gedichten waarin dit fragment is opgenomen, in uw belangstelling aan te
bevelen.
DIE FRAU OHNE SCHATTEN (Auszug 1915)
Die Ungeborenen
Hört, wir gebieten euch: Ringet und traget, daß unser Lebenstag herrlich uns taget! Wasihr an Prüfungen standhaft durchleidet, uns ists zu strahlenden Kronen geschmeidet! . . .
Vater, dir drohet nichts, siehe, es schwindet schon, Mutter, das Ängstliche, das euch beirrte.
Wäre denn je ein Fest, wären nicht insgeheim wir die Geladenen, wir auch die Wirte! __________ Hugo von Hofmannsthal: Die scheue Schönheit kleiner Dinge Gedichte. Auswahl und herausgegeben von Dorothea Tetzel von Rosador. 160
pagina's, kleine paperback; Deutscher Taschenbuch Verlag, München,
2004. ISBN 978-3-423-13256-6. Prijs 7,50 (in de Bondsrepubliek en bij
Boekhandel Die Weisse Rose in Amsterdam).
Nieuwe versie van Richard Strauss' Die Frau ohne Schatten met de bejubelde Doris Soffel in de rol van Amme
Acht voorstellingen Op
maandag 1 september geeft de Nederlandse Opera in het Amsterdamse
Muziektheater de première van een nieuwe enscenering van de opera Die Frau ohne Schatten uit
1919 van Richard Strauss (1864-1949). De rol van de Amme de voedster zal worden vertolkt door Doris Soffel, die zich
reeds heeft weten te onderscheiden van zovele andere vocale
interpreten, en met name in het niet bepaald gemakkelijke repertoire
van Richard Wagner en Richard Strauss, waarvoor zij intense ovaties
heeft geoogst. Na de première worden er nog zeven voorstellingen in
Amsterdam gegeven: op vrijdag 5, dinsdag 9, vrijdag 12, dinsdag 16,
zaterdag 20, dinsdag 23 en zondag 28 september. Meer over de vocale en instrumentale, alsmede alle andere sleutelfiguren binnen deze productie, is te vinden op de website [1] van De Nederlandse Opera.
Het verhaal Het libretto stamt van Hugo von Hofmannsthal (1874-1929).
Nog in hetzelfde tijdsbestek verwerkte de auteur de verzonnen handeling
in een verhaal dat ook nog in 1919 in Berlijn is verschenen, en sedert
twee jaar in een heruitgave van die eerste editie opnieuw verkrijgbaar
is. Andere bronnen beweren echter dat eerst het boek is geschreven en
de auteur vervolgens het libretto voor de opera heeft gerealiseerd.
Deze Erzählung geldt als een
van de kostbaarste juweeltjes van de Weense neoromantiek. Het gaat
daarbij om een sprookje dat nadrukkelijk is voorzien van heel veel
symboliek die op tal van manieren kan worden geduid. De basisgedachte
is dat de menselijke liefde pas vruchtbaar kan zijn als de twee bij
elkaar horende partners door middel van beproevingen, waarachtig lijden en zelfinzicht
de weg tot elkander hebben gevonden. In deze geschiedenis heeft de
keizer eens jacht gemaakt op de dochter van de geestenleider Keikobad;
zij had toen de gestalte van een gazelle, die hij tot keizerin heeft
gemaakt. Na een jaar samenleven heeft de keizerin nog steeds geen
schaduw weten te verwerven: het teken van moederschap. Op het moment
van die vaststelling resten haar nog drie dagen voordat de termijn die
haar vader heeft gesteld, is afgelopen en zij naar het geestenrijk moet
terugkeren. De keizer zal dan tot steen verstarren. Helaas
wordt de keizerin begeleid door haar diabolische voedster, en samen
dalen zij af naar de mensenwereld, waar ze de vrouw van ene Barack
ertoe overhalen haar schaduw af te staan. De keizerin beseft echter dat
ze hierdoor bij Barack in het krijt zal staan en daarom aarzelt ze die
schaduw aan te nemen. Vervolgens worden die beide echtgenoten in een
onderaardse kerker van elkaar gescheiden. Voor de tempel van de geesten
scheidt de keizerin van haar voedster om haar laatste beproeving te
ondergaan. Door af te zien van het water des levens en de schaduw van
de vreemde vrouw, kan zij zichzelf verlossen, evenals de reeds
versteende keizer. Door deze vorm van zelfoverwinning wordt haar de
genade deelachtig en krijgt zij een eigen schaduw. Het uiteengerukte
echtpaar wordt opnieuw vereend, doordat ook die twee mensen, evenals
het keizerpaar, erin is geslaagd de weg tot elkander opnieuw te vinden. Pas
in de jaren zeventig van de twintigste eeuw heeft deze opera van
Richard Strauss internationaal meer aanzien gekregen doordat dirigent
Karl Böhm (1894-1981) zich er nadrukkelijk voor heeft ingezet en
vasthoudend is gebleven, ondanks de enorme eisen die het werk aan alle
betrokkenen stelt.
Drie bedrijven Strauss schreef op basis van die Hofmannsthal-tekst een opera in drie bedrijven, die op 10
oktober 1919 in Wenen in première is gegaan onder leiding van Franz
Schalk (1863-1931). Strauss was in de jaren 1919-1924 directeur van de Wiener Oper, een functie die hij met Franz Schalk deelde. De in die dagen internationaal in hoog aanzien
staande sopraan Maria Jeritza zong bij die gelegenheid de titelrol. Pas
dertien jaar later werd er een voorstelling in Salzburg geven en het
zou tot 1940 duren voordat de Milanese Scala zich over het werk
ontfermde. In 1966 volgde New York, een jaar later Londen en in 1972
triomfeerde Die Frau ohne Schatten in Parijs. Dit
prachtige en terecht pretentieuze stuk muziektheater bergt tal van
stijlen en verschillende muzikale uitingsvormen in zich: elementen van
het oratorium die passen bij het hier en daar ietwat
bijbels-ideologische sfeer , maar daarnaast ook de in het fenomeen
opera zo passende lyriek, die erin slaagt de inhoud enigszins boven het
afstandelijk-epische van de handeling uit te tillen. __________ [1]: http://www.dno.nl/index.php?m=performances&sm=season&s=237&c=teamAndCast
Hugo von Hofmannsthal: Die Frau ohne Schatten Erzählung. Berlin 1919. Neuausgabe 2006, herausgegeben von Joseph Kiermeier-Debre in de reeks Bibliothek der Erstausgaben
(dtv 2667). Deutscher Taschenbuch Verlag, München. ISBN
978-3-423-02667-7. Prijs 8, (alleen in de Bondsrepubliek Duitsland
en in Amsterdam bij Boekhandel Die Weisse Rose.) ____________ Afbeeldingen 1. Zangeres Doris Soffel. Foto van Boris Streubel. 2. Librettist Hugo von Hofmannsthal. 3. Componist Richard Strauss. Tekening van Jarko Aikens, Groningen 1984. (Archief Heinz Wallisch.) 4. Dirigent Franz Schalk. 5. Voorzijde van de heruitgave 2006 van de oorspronkelijke tekst van de Hofmannsthals Erzählung Die Frau ohne Schatten.
49 ste BBC Prom 2008 Op zaterdag 23 augustus kunt u alweer of nog steeds; het is maar hoe u het beziet een BBC Promconcert beluisteren: het
gaat om het negenenveertigste van dit seizoen, dat ook weer wordt
gegeven in de Albert Hall te Londen. Deze keer valt het concert niet
alleen vanaf 19:30 uur (onze tijd) te beluisteren op BBC Radio 3, maar vanaf 20:30 uur! eveneens via BBC 2-televisie. Via
de radio zullen vier werken klinken, op de televisie drie, gevolgd door
een terugblik op het optreden, verleden jaar tijdens de Proms, van het
Simón Bolivar Youth Orchestra of Venezuela gedirigeerd door Gustavo
Dudamel, dat na een fraai concert voor de toegiften een weerzinwekkend
staaltje nationalisme ten beste gaf doordat alle musici een jack
aantrokken met de vlag van hun land. Alleen: in de Albert Hall vinden
ze dat natuurlijk allang prachtig, want ze blijven toch nog veelal Britannia rules the waves-luisteraars. Helaas.
Banaliteiten in overvloed Immers, we hebben het wel meegemaakt tijdens een Last Night of the Proms
in september, nog niet zo heel lang, maar zekeral wel weer een
decennium, geleden dat een soliste die de partij in C.H.H. Parry's Jerusalem
zong, na de laatste maat haar japon openknoopte en de Union Jack
tevoorschijn toverde. Walgelijk! Stuitend, gruwelijk en zo meer. Maar
ja, je krijgt, mede onder druk van dolgedraaide politici in ons eigen
land ook steeds meer van dergelijke smakeloosheden: de toekomstige
koning in een oranje broek te Beijing: niet alleen maar smakeloos
alsof dat niet erg genoeg is , het is allemaal ook nog eens
fantasieloos. Je zou je kunnen afvragen, welk van die beide aspecten
het ergst is. En, nu we het toch over smakeloosheid hebben: na het grandioze Amériques
van Edgard Varèse worden de luisteraars nog getracteerd op twee grote,
in banaliteit nauwelijks te overtreffen composities, die toch echt maar
beter ten eeuwigen dage op een onvindbare plek hadden kunnen worden
opgeborgen: Sergej Rachmaninovs Vierde Pianoconcert,
nog weer erger dan de drie daaraan voorafgaande, en vervolgens de
pijnlijk overbodige, van syncopen aan elkaar hangende, ellendige en
meer dan stomvervelende Derde Symfonie (1944-46) van Aaron Copland (1900-1990) [1]. De radioluisteraar krijgt daarna nog van dezelfde componist de Fanfare for the Common Man (1942), ook al zo'n ongelooflijk flutstuk dat zijn sporen in het laatste deel van die Derde Symfonie heeft nagelaten. Dat alles zal worden gespeeld door het Britse National Youth Orchestra onder Antonio Pappano, een toprigent die je eigenlijk in het geheel niet in verband wilt brengen met zulke grenzeloze banaliteiten.
Zeer grote bezetting In de jaren 1920-21 heeft Edgard Varèse in New York zijn Amériques gecomponeerd,
waarvan de definitieve, gereviseerde, versie in 1929 te Parijs werd
gerealiseerd. De eerste uitvoering werd twee avonden achtereen gegeven
te Philadelphia, op 9 en 10 april 1926, en in New York nog eens op de
13de van diezelfde maand. Alle drie presentaties stonden onder leiding
van Leopold Stokowski (1882-1977). De boven reeds aangehaalde,
definitieve versie werd op 30 mei 1929 in Parijs gespeeld; dirigent was
bij die gelegenheid Gaston Poulet (1892-1974), die vooral roem als uitzonderlijk violist had geoogst. Na die uitvoering is het werk tot 1965 niet meer gespeeld. Die
allereerste versie vereiste 142 uitvoerenden, de aangepaste kan het
echter met ongeveer 125 doen. De orkestbezetting kan veelzijdig worden
genoemd: een vijfvoudig bezette houtblazersgroep, waaronder, naast de
gebruikelijke piccolo's en gewone fluiten, ook een altfluit is voorzien, in de hobogroep vinden we, benevens drie normale en een Engelse hoorn ook nog een heckelfoon [2].
De klarinetten daarentegen vertonen geen opvallende afwijkingen: één
Es-klarinet, 3 Bes-klarinetten en een Basklarinet (ook in Bes), en bij
de fagotten is evenmin iets spectaculairs voorzien: 3 gewone en twee
contrafagotten. Er
zijn in totaal 21 koperblazers benodigd: 8 hoorns, 6 trompetten; en 5
trombones, waarvan 3 tenoren, 1 bas en 1 contrabas; alsmede 2 tuba's: 1
bas en 1 contrabas. Verder
heeft de componist 2 harpen voorgeschreven, en zes pauken waarvoor twee
spelers zijn vereist, en daarnaast nog zestien andere slaginstrumenten,
die door 8 uitvoerenden kunnen worden bediend: xylofoon, glockenspiel,
celesta, roffeltrommel, ratel, tamboerijn, zweep, gong, triangel, grote
trom, hangend bekken, castagnetten, klokken, bekkens, trommel en sirene. Een
strijkkwintet, ruim bezet, zoals dat in een groot orkest gebruikelijk
is veelal minimaal 60 instrumenten op basis van acht contrabassen,
hetgeen betekent 16 eerste en 14 tweede violen, 12 alten, 10 celli en 8
bassen , maar in dit geval zullen het er zo'n vijf meer zijn,
aangezien er circa 125 instrumentalisten vereist zijn, en het totaal
van de hierboven genoemde niet-strijkers komt op 60. De
compositie bestaat uit 535 maten, en heeft een duur van 22 à 23 minuten
Antonio Pappano doet er nog een minuut langer over ; de
oorspronkelijke versie van acht jaar eerder duurde goed anderhalf keer
zo lang: 35 minuten. Het
was de eerste compositie die Varèse na zijn overtocht naar Amerika
voltooide, en de titel moest volgens de maker worden beschouwd als een
symbool voor het nieuwe, voor ontdekkingen op aarde, in de ruimte, en
niet in de laatste plaats in het persoonlijke leven van de mens. __________
[1] Als
je die Derde Copland-symfonie thuis beluistert, is dat een hele
beproeving, tenzij je tegelijkertijd iets anders gaat doen. Als je het
treft een live-uitvoering bij te wonen, is er echter sprake van een
ernstige beproeving. Dat overkwam mij met een vriendin toen we het openingsconcert
van het Holland Festival 1976 in de Haagse Houtrusthallen bezochten
waar Leonard Bernstein (1918-1990) die zich langdurig en heel
nadrukkelijk voor de muziek van Copland heeft ingezet met zijn (toen
al net niet meer eigen) New York Philharmonic optrad, met Gershwin en
dat dodelijk vermoeiende, platvloers-eclectische
Copland-nummer. En ik steeds maar denken aan Alice Nahon: "Ik heb zo'n
honger naar muziek", zittend aldaar op een houten klapstoel. Eenmaal
weer buiten riep de vriendin, rillend, "Brrrr", maar niet doordat het
toen was gaan regenen en de temperatuur nogal was gedaald. [2] Een heckelfoon
is een baritonhobo, vervaardigd van esdoornhout, met een lengte van
1.40 meter, die in 1904 werd geconstrueerd door Wilhelm Heckel
(1856-1909). Het kleppensysteem lijkt op dat van de hobo, de
vingerzetting is identiek. Het instrument werd voor het eerst gebruikt
in de opera Salome (1903-05) van Richard Strauss (1864-1949), en daarna nog weer in diens opera Elektra (1906-08) en in (1911-15). Paul Hindemith (1895-1963) schreef in 1928 een Trio voor altviool, heckelfoon en piano. Aangezien
het instrument, dat heden ten dage bijna niet meer wordt gebouwd en
mede daardoor min of meer in onbruik is geraakt, worden die oude
heckelfoonpartijen meestal gespeeld door een sopraansaxofoon. De
helderheid van toon van de heckelfoon maakt het instrument uitermate
geschikt voor speciaal het hoge register.
Afbeeldingen 1. The Royal Albert Hall in Londen. 2. Dirigent Antonio Pappano. 3. De Franse violist en dirigent Gaston Poulet. 4. De massieve klankblok-kop van Edgard Varèse. 5. De Amerikaanse componist Aaron Copland. 6. De heckelfoon.
Edgard Varèse, de componist en diens oeuvre ' nog altijd pionier voor de muziek van morgen (1)
Tweemaal Varèse tijdens Londense Prom van 19 augustus Dinsdag
19 augustus, tussen 20:00 uur en 23:00 uur (onze tijd), geeft het BBC
Scottish Orchestra onder leiding van Ilan Volkov in de Royal Albert
Hall te Londen het vijfenveertigste concert in het kader van BBC Proms
2008. Op het programma staan zes werken, die we echter ondanks al de
onderlinge verschillen alle als eigentijds kunnen kwalificeren. De
twee laatste composities zijn beide aan de wereld toevertrouwd door de
Fransman Edgard Varèse (1882-1965): Poème électronique(1958) en Déserts (1950-54). Bepaald omvangrijk is het Varèse's oeuvre niet. Een goed dozijn vormt het wezen van al hetgeen hij heeft gepubliceerd.
Georganiseerd geluid Een
niet zelden gehoord 'verwijt' jegens de muziek van Edgard Varèse is dat
het daarbij om 'massieve klankblokken' gaat, om 'cerebrale uitingen'.
Dat mag in sommige gevallen zelfs juist zijn, doch dat blijft slechts
een bescheiden deel van de werkelijkheid aangaande datgene wat de
componist voor ogen stond en aanvankelijk in zijn hoofd en vervolgens
in levend(ig)e klanken gestalte kreeg. Zijn muziek is meer dan eens bestempeld als georganiseerd geluid,
van een 'kaliber' dat voor de toehoorder af en toe zeer veeleisend kan
zijn. Voor iemand die daarentegen intensief met muziek bezig is en
derhalve niet alleen maar uit is op ontspanning door muziek mag dat
echter geen criterium zijn, omdat goede muziek nu eenmaal onder alle
omstandigheden participatie van de luisteraar vereist.
Schandalen Edgard
Varèse werd op 22 december 1882 geboren te Parijs. Hij studeerde bij
onder anderen Vincent d'Indy (1851-1931) en Albert Roussel (1869-1937).
In 1916 verliet hij Frankrijk, tienjaarlater
zou hij zich definitief in de Verenigde Staten vestigen. Enkele van
zijn composities hebben schandalen veroorzaakt, en niet alleen bij de
eerste uitvoering. Tegelijkertijd toonden ze echter aan dat Varèse een
profetische pionier was. In
een tijdsbestek van vier decennia voornamelijk tussen 1920 en 1960
schreef hij veertien stukken, die zijn oeuvre nadrukkelijk kenmerken.
Wat hij voordien had geschreven, had hij zelf vernietigd of was bij een
brand verloren gegaan. Zo'n
vijfendertig jaar geleden zijn uit dat oeuvre tien werken verschenen op
geluidsdragers, uitgevoerd door het Columbia Symphony Orchestra onder
leiding van Robert Craft. Binnen zeer korte tijd waren deze echter al
niet meer verkijgbaar, en dat was niet het gevolg van grote
belangstelling van de zijde der muziekliefhebbers, doch juist van het
tegendeel. [1]
Het was in die dagen enerzijds begrijpelijk dat een firma de magazijnen
ruimt, maar het belang van een componist, wiens werken men weredkundig
maakt, dient daar zorgvuldig tegenover te worden gesteld.
Poème électronique Het
Poème Électronique werd in 1958 door Varèse voltooid. Het betrof een
opdrachtcompositie voor het Philips-paviljoen van de Brusselse Expo in
dat jaar. Samen met de Griekse architect en componist Yannis Xenakis [2]
zorgde Varèse ervoor dat dit gedicht dat de mogelijkheden belichaamt
welke de elektriciteit ons biedt tot klinken kwam via geluidsbanden
met wat de componist toen zelf als "organized sound" betitelde.
Daarvoor maakte hij gebruik van 425 luidsprekers, met als resultaat een
klankmassa, die is samengesteld uit piano-akkoorden, geluiden die door
machines worden gemaakt, koren en 'verminkte' klanken van klokken. Eén
en ander werd aangevuld met tal van akoestische effecten, hetgeen
leidde tot een 'ruimtelijke compositie', waarbi het lijkt of er
'geluidlichamen' door het vertrek zweven. Tijdens
die Brusselse presentatie, nu een halve eeuw geleden, zal het
ongetwijfeld nog veel meer indruk hebben gemaakt dan via de groeven van
een (nu ouderwetse) grammofoonplaat, die men in de eigen ruimte kan
laten klinken. Voor sommigen zal het zeker een voordeel zijn geweest
dat men thuis zelf de geluidssterkte kan regelen, hetgeen bij een
'live-uitvoering' nu eenmaal niet mogelijk is. Dat organiseren van effecten
was overigens niet nieuw of uniek binnen de ontwikkeling van de
westerse muziek. De Amerikaan Charles Ives (1874-1954) was Varèse
daarin voorgegaan, en na hem zijn er nog velen geweest die deze
mogelijkheden met meer of minder succes hebben toegepast.
Déserts De instrumentale gedeelten van Déserts
ontstonden tussen medio 1950 en eind 1952. De interolaties op
magneetband werden gerealiseerd van begin 1953 tot eind 1954, waarna
nog versies volgden in augustus 1960, april 1961 en een definitieve in
augustus 1961. De première daarvan werd in aanwezigheid van de
componist gegeven op 2 december 1954 te Parijs, onder leiding van
Hermann Scherchen (1891-1966). Naast 2 fluiten, 2 klarinetten, 2
hoorns, 3 trompetten, 3 trombones en 2 tuba's is er een omvangrijke batterij slagwerk vereist van 47 instrumenten. Voor
de componist zijn 'déserts' niet alleen woestijnen in de zin van
eindeloze vlakten zand, water of bergen, maar evenzeer onherbergzame
gebieden in de menselijke geest. Zelf had Varèse naar alle
waarschijnlijkheid enige tijd in een creatieve woestenij doorgebracht,
want 15 jaar lang had hij gezwegen. Doch met Déserts presenteerde hij weer een meesterwerk, alleen van nog grotere diepgang dan tot op dat moment. Déserts vormt een aanklacht tegen barbarij en gruweldaden [3],
en tegelijkertijd wil het een hartekreet om communicatie zijn. De drie
gedeelten die de instrumentale onderdelen aaneen moeten verbinden,
bestaan uit geluiden, die zijn opgenomen in metaalgieterijen, zagerijen
en fabrieken te Philadelphia. Déserts mag worden gezien als Varèse's hoofdwerk. __________ [1]
Hetzelfde gebeurde niet al te lang daarna met een lp waarop drie
Varèse-composities, door Pierre Boulez opgenomen voor dezelfde
maatschappij (toen CBS), maar toch bleef CBS nieuwe platen met stukken
van Edgard Varèse uitbrengen. Opnieuw onder leiding van Boulez
verscheen er in 1984 een zevental stukken van, nadat kort tevoren een
heruitgave van zes werken die in 1960 onder Robert Craft was
uitgebracht, op hetzelfde label.
[2]
De in Roemenië geboren Griekse componist Yannis Xenakis (1922-2001),
die zich tot Fransman had laten naturaliseren, was voor het vak
architectuur onder meer student van de wereldvermaarde Le Corbusier
(1887-1965).
[3]
Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen tien dagen met betrekking tot
de krijgshandelingen tussen de Davidsstaat Georgië en de goliath
Rusland, had deze compositie nauwelijks op een beter tijdstip één dag
na de officiële terugtrekking van de Russische troepen geprogrammeerd
kunnen worden. ____________ Afbeeldingen 1. Edgard Varèse in 1910. 2. Dirigent Robert Craft, geboren in 1923. 3. Componist/architect Yannis Xenakis (1922-2001). 4. Atomium, het pronkstuk van de Brusselse Wereldtentoonstelling van 1958. 5. Dirigent Hermann Scherchen (1891-1966).
Over de voor- en nadelen van tal van vooroordelen ' het nieuwste boek van essayist Theodore Dalrymple in uitstekende Nederlandse vertaling beschikbaar
Mancher hält sich für vorurteilslos, dieweil er nur unfähig ist, zu urteilen. (Fritz Brupbacher; 1874-1945).
Het fenomeen preoccupatie Leve het vooroordeel! luidt de titel van de Nederlandse vertaling van
Theodore Dalrymple's nieuwste boek dat vanaf heden hopelijk tevens in
de Belgische boekhandels ligt en naar we weten eveneens in die van
hun directe noorderburen ligt. De titel is nogal provocerend,
aangezien binnen onze cultuur iemand, behept met vooroordelen, als een
buitenbeentje, als niet salonfähig, geldt. Zo iemand wordt veelal naar
de marge verwezen, of, als het heel erg met haar of hem gesteld is,
zelfs het liefst helemaal buiten de gemeenschap gesteld, omdat zij of
hij zorgt voor een prikkelend onbehagen binnen onze cultuur. Maar
daarbij wordt gemakshalve vergeten dat wij allen van jong tot oud,
van hoog tot laag, van rooms tot rood en van links tot en met rechts
van vroeg tot laat generaliserend discrimineren, discriminerend
generaliseren, en ons daarbij voortdurend laten leiden door bijna
altijd gevoelsmatig ingekleurde vooroordelen, die we echter zelf niet
als zodanig herkennen, omdat ze zich in een andere bewustzijnslaag
bevinden. En ook dat is alweer zo'n vooroordeel dat we maar liever niet
ingewreven krijgen.
Sigmund Freuds diagnose In 1915 schreef de inmiddels wereldwijd bekende Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939) in een essay (Zeitgemäßes) über Krieg und Tod over affectieve preoccupatie [1],
en in grote lijnen komt het erop neer dat je met duizend rationele
bewijsstukken van het tegendeel kunt komen aanzetten, de gevoelsmatig
bevooroordeelde zal het altijd beter weten. Dat is een uiterst
bedenkelijke vorm van vooroordeel, en waartoe een dergelijke instelling
in uiterste consequentie kan leiden, is in de loop der geschiedenis
duidelijk geworden, niet in de laatste plaats gedurende de twintigste
eeuw, die een zeer zwaar stempel op de tot dusver zwartste pagina's in
de Annalen der Geschiedenis heeft gedrukt. Weliswaar heeft die
verwrongen geesteloosheid van Adolf Hitler het antisemitisme niet
uitgevonden, maar mede en vooral door zijn toedoen is dit tot de toppen
van extremistische krankzinnigheid opgejaagd. Dat geldt, mutatis
mutandis, voor alle niet-Georgiërs in de optiek van die ene
Hitler-tegenpool en -handlanger, diens oudere 'tweelingbroer' binnen de
(on)menselijke destructiviteit van annodazumal, welke zich voornamelijk heeft gemanifesteerd in een uitzinnig
niet-seksueel sadisme: Josif Dzjoegasjvili, die in een vlaag van
onbedaarlijke idiotie welke eigenlijk zijn voortdurende
geestesgesteldheid heeft weergegeven, maar waarbinnen zich toch nog
weer pieken hebben voorgedaan tegen zijn rechterhand Andrej Zjdanov
riep dat deze ervoor moest zorgen dat "de volgende dag" de
niet-Georgiërs uit het Centraal Comité zouden worden verwijderd. Die
lijst met gepatenteerde, levensgevaarlijke dwazen die de wereld van
pool tot pool in vuur en vlam kunnen zetten en dat voor een al te groot
deel reeds hebben gedaan kan ad libitum worden aangevuld met figuren
die anno nu de eigen, persoonlijke en ambtsbegrenzingen niet (willen)
kennen en zich te buiten gaan aan handelingen, die eveneens zonder
uitzondering hun oorsprong vinden in diezelfde preoccupatie: Bush,
Poetin, Mugabe, alsmede leiders van grootmachten en mini-staatjes.
Familie en vrienden Ook
wanneer we ons beperken tot de veel kleinere schaal waarop de
dagelijkse drama's die alle worden ingegeven door een positief of
negatief vooroordeel zich afspelen, moeten we constateren dat deze
een minimale afspiegeling (kunnen) vormen van al datgene wat zich op
het wereldtoneel voordoet, heel dikwijls toch met maximale gevolgen
binnen dat eigen kader. Wat derhalve voor iedereen een bittere noodzaak
is, ligt opgesloten in een leerproces dat inzicht verschaft in de eigen
handelingen die ook worden aangestuurd door dieper liggende meningen,
fictie en feiten. Al zulke discriminatoire gedragingen die ervoor
(kunnen en veelal tevens zullen) zorgen dat gezinnen, families en
vriendenkringen voorgoed uiteengeslagen worden moeten binnen het
dagelijkse blikveld worden geplaatst, alvorens ze een uitwerking ten
faveure kunnen realiseren. Daarin ligt dan ook het onmetelijk
belangrijke onderscheid met de gevolgen van maatregelen die de
bovenomschreven vertegenwoordigers van het Eeuwige Kwaad indertijd te
Berlijn en Moskou hebben aangericht en welke niet meer kunnen worden
teruggedraaid. Sedertdien zijn en worden er nieuwe en steeds weer
vreselijkere misdaden tegen de menselijkheid, die zijn gebaseerd op een
conglomeraat van pijnlijke vooroordelen, bekokstoofd in tal van centra
in de wereld, waar de onmetelijke boosaardigheid steeds opnieuw
zegeviert; in het kort gezegd: in Het Witte Kremlin nummer 10. Voor
individuen ligt zoiets gelukkig anders, althans de mogelijkheden
daartoe zijn gegeven. Zelfs mensen met heel pijnlijke vooroordelen zijn, in
principe, wel in staat om hun verstand in te schakelen en, ook nog
zonder gezichtsverlies als gevolg, over hun schaduwen te springen, als
ze dat werkelijk willen. Het
allernieuwste boek van Theodore Dalrymple niet te omvangrijk en ook
niet al te intellectueel geschreven kan daarbij een goede leidraad
vormen. Tot leringe ende vermaek. Een geschenk voor vaders en zonen,
voor docenten en studenten, voor schrijvers en lezers.
De auteur en zijn boek Theodore Dalrymple is het pseudoniem van Anthony A.M. Daniels, die in 1949 werd geboren. Hij is gepensioneerd als arts en eveneens als forensisch psychiater, die lange tijd patiënten in gevangenissen heeft
behandeld. In beide functies zal hij zonder enige twijfel in aanraking
zijn gekomen met een enorm scala aan destructieve vooroordelen, hetgeen
zijn nadere beschouwing van het fenomeen beslist in de hand zal hebben
gewerkt. Dat hij echter onder de streep toch pleit voor de
instandhouding van bepaalde vooroordelen,
moet derhalve stoelen op nauwkeurige afwegingen. In negenentwintig
hoofdstukken behandelt Dalrymple stap voor stap de talrijke aspecten
van het fenomeen preoccupatie, en niet in de laatste plaats de
uitingsvormen van het vooroordeel jegens het vooroordeel. Zo toont
de schrijver aan dat de geschiedenis ons dat kan leren wat we erin
willen vinden, en we hoeven maar in het maatschappelijke gebeuren van
alledag te kijken om vast te stellen dat voorstanders van een bepaalde
positie precies datgene erin kunnen vinden wat ze willen. Dat zien we
aan destructieve politici als Wilders en Verdonk steeds opnieuw. Zoiets
noopt derhalve in alle gevallen tot relativeren, eventueel te
realiseren door nadrukkelijk observeren, deduceren en combineren,
waarbij zelfstandig, en niet te zwaar met vooroordelen belast, nadenken
zeer veel steun kan geven. Dan kan ook zonder al te veel moeite
worden geconcludeerd dat de opvoeding van kinderen onmogelijk langs de
gewenste lijnen kan verlopen zonder dat men zich daarbij toch laat
ondersteunen door vooroordelen, want hoe men het ook wendt of keert:
ook de positie men mag niet worden geleid door een vooroordeel
is vanzelfsprekend een gepreoccupeerde instelling. Hoe men die ten
detrimente dan wel ten faveure van de doelstellingen aanwendt, is een
ander chapiter. Het gaat er maar om welke vooroordelen iemand kiest
om zelf en zijn gezin, vrienden en kennissen, haar leerlingen of
patiënten verder te helpen. Dat in alle gevallen zorgvuldig zal moeten
worden gewikt en gewogen, zou geen betoog nodig moeten hebben. Wie
zich na het lezen van de veelzijdige behandeling door Dalrymple van het
Verschijnsel Vooroordeel en zijn talrijke gezichten niet nog eens
beraadt op de eigen meningen aan de hand van aangereikte feiten en
mogelijkheden, zou wel eens sterk, jawel, veel te sterk, vastgeroest
kunnen zitten in een conglomeraat van onwrikbare vooroordelen. Zo stelt
hij de vraag of (een eenmaal aangenomen) gewoonte verkeerd is omdat het
(een) gewoonte is, en daarmee reikt hij meteen een zeer geschikt
discussiethema aan voor bijvoorbeeld gezinsleden van verschillende
generaties, met evenzo verschillende achtergronden en ervaringen,
eventueel uit te breiden naar anders samengestelde groeperingen. En zo,
veronderstelt Dalrymple, kan het enorm verkeerd zijn een bepaalde
stelling, al dan niet uitgewerkt in een omvangrijk essay of zelfs dikke
turf, niet tot het einde te lezen als men erover wil discussiëren dan
wel een mening verkondigen. "Ongebreideld egoïsme" is volgens onze, medisch en maatschappelijk veelzijdig geschoolde, essayist het resultaat. De titel van hoofdstuk 19 luidt: Is onderscheid maken altijd slecht?
Daarmee relativeert de auteur in de praktijk heel duidelijk, en het is
aan de lezer zoiets te onderkennen en ermee in de slag te gaan. Immers
de vraag kan met één woord extra het woord geen op de tweede plaats niet alleen eenzelfde effect sorteren, maar tevens een wereld van onderscheid aanbrengen. Zo
behelst dit boek dat nog tal van aspecten biedt die eveneens
aanleiding geven tot doordenken, discussiëren en overwegen enkele van
de belangrijkste aspecten, die goede, betere of zelfs de best denkbare
boeken bieden: het prikkelen van de zinnen dat wil zeggen: het
animeren in een veelzijdiger betekenis dan bepaalde meisjes in zekere
situaties trachten te doen, hetgeen nu juist weinig op het principiële
animo en veel meer op het animale is gericht , want juist het
activeren van de eigen mogelijkheden bij de lezer is in het onderhavige
boek ruimschoots aanwezig, en daarmee kan de gepensioneerde arts en
psychiater met een middel, dat nimmer erger kan zijn dan de kwalen, die
het misschien of waarschijnlijk niet kan genezen, maar in ieder geval
kan uittillen boven de alledaagse platvloersheid die wordt gecreëerd
door onwrikbaar vastgeroeste preoccupatie. Hiermee kunnen zonen van
vaders leren en andersom, hier kunnen methoden ook als die ietwat
simplistischer zijn dan in de optiek van Cartesius worden getoetst op
hun werkzaamheid. Dalrymple's
essay leest heel vlot en ook dat draagt bij tot een positieve, kort en
krachtige conclusie: Bijzonder waardevol ook en vooral in onze tijd
vol met al te veel verschillende vooroordelen, die elkaar danig in de
wielen (kunnen) rijden. Dat vertaler Jabik Veenbaas daartoe het zijne
heeft bijgedragen, mag hier niet onvermeld blijven. Hij is één van de
helaas niet meer zo velen, die weten wanneer ze een komma moeten
plaatsen die bijdraagt tot de leesbaarheid van een tekst. Dat alleen al
is een aspect dat bij zo menig scribent zodanig in onbruik is geraakt
dat je welhaast geneigd bent om aan te nemen dat zij allen slachtoffer
zijn geworden van eventuele vooroordelen. __________ [1] Opgenomen in de bundel met Freud-opstellen Das Unbehagen in der Kultur. ____________ Theodore Dalrymple: Leve het vooroordeel! De noodzaak van vooropgezette ideeën. Nederlandse vertaling, door Jabik Veenbaas, van In Praise of Prejudice. The Necessity of Preconceived Ideas. 144 pag., paperback; Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam 2008. ISBN 978-90-468-0413-1. ____________ Afbeeldingen 1. Vooroordelen-essayist Theodore Dalrymple. 2. De Weense, oudere collega van Dalrymple: Sigmund Freud, zenuwarts te Wenen anno toen. 3. De onbedaarlijke krankzinnige Josif Dzoegasjvili, beter bekend als J. Stalin: afsplitsing van het Gespuisbeest uit de Afgrond en tevens broertje-dood van de Führer. 4. Ivan Sergejevitsj Toergenjev, auteur van o.a. Vaders en zonen, geschilderd door Ilja Rjèpin (1844-1930). 5. René Descartes, oftewel Cartesius (1596-1650). Portret uit 1648, geschilderd door Frans Hals (1583-1666). 6. Voorplat van de Nederlandse vertaling van Leve het vooroordeel!, vanaf vandaag in de boekhandel verkrijgbaar.
Namaak als actueel wereld-misdaadfenomeen ' twee zondagavonden in Panorama op Canvas
Veelzeggende details De actualiteitenrubriek Panorama van het tweede Nederlandstalige, Belgische televisienet (Ketnet/Canvas),
toont zondag 17 augustus, tussen 20:10 uur en 20:55 uur, het eerste
deel van een uitgebreide reportage van William van Laeken die als de
grijze eminentie van de Vlaamse televisie wordt beschouwd over
namaakmerken en alle parafernalia die daarmee te maken hebben. Van
Laeken koppelt aan het bestaan en de aankoop door tal van gretige
mensen, vooral in het buitenland, van zogeheten topmerken, de vraag of
men er wel zeker van is dat men ook werkelijk een product heeft gekocht
van de maker wiens/wier naam de tas, de schoenen of het T-shirt, siert.
Juist nu duiken steeds meer kritische vragen op met betrekking tot de
materialen die tal van mensen uit overwegingen van kwaliteitsbesef of
status, dan wel een combinatie van die beide elementen aanschaffen.
Eén land van herkomst treedt daarbij steeds meer op de voorgrond: de
Volksrepubliek China dat verantwoordelijk is voor het verspreiden van
zo'n tachtig procent van alle nepproducten. En daarvoor is een
logistiek in het leven geroepen, die gezien de aard van het fenomeen,
een open deur biedt aan lieden, overal ter wereld, met niet al te beste
bedoelingen en geen andere doelstelling dan Geld, zo veel als maa
enigszins mogelijk is. De bestudering van diverse details van die nep
zou de koper in spe al argwanend moeten maken. Zou een firma als Hugo
Boss de tweede S in de eigen naam vergeten? En zo zijn er nog tal van
andere fabrikantennamen, die spelfouten vertonen.
Enquête Verleden
jaar is er in België onder duizend consumenten een enquête gehouden,
die verbijsterende cijfers opleverde: meer dan 50% van alle Belgen
tussen 15 jaar en de klassieke pensioengerechtigde leeftijd had wel
eens zo'n namaakproduct aangeschaft. Daarbij bleek tevens dat juist
mannen, stadbewoners en Vlamingen de meeste keren door de knieën waren
gegaan: maar liefst zestig procent. Daar staat tegenover dat de Walen
voor 'slechts' 44% het schip in waren gegaan. Andere opvallende
uitkomst is dat de aanschaf in tegenstelling tot wat men in eerste
instantie zou verwachten nauwelijks via het internet werd
gerealiseerd, maar tijdens vakanties in het buitenland. In de meeste
gevallen ging het om kleding, maar ook parfums en cosmetica, beeld- en
geluidsdragers, juweliersproducten, handtassen en portemonnees. In
de VPRO-Gids, die een artikel aan de reportage besteedt, vraagt de
scribent zich in de laatste alinea af of deze tweedelige documentaire
waarvan volgende zondag de andere helft zal worden uitgezonden echt
van William van Laeken is of dat we weer eens met een nepuitzending
een specialisme èn specialiteit van de min-of-meer-Nederlandstalige
zuiderburen worden opgezadeld. Mocht
dat laatste het geval zijn, dan hebben we te maken met een Grap over
een zeer Ernstige Zaak, en dat zouden Flaminganten toch nimmer doen . .
. . .?
Facsimile van het gedicht Selige Sehnsucht in het handschrift van Johann Wolfgang von Goethe
Fascinerende handschriften Zondagochtend
jongstleden was een oude vriend van me een antiquaar die in barre
weersomstandigheden onderweg was naar een boekenmarkt zo royaal, mij
tussen veel meer andere, een boek te schenken met facsimile's van
dichterhandschriften uit de Duitse literatuur, van Martin Luther
(1483-1546), via Ludwig Uhland (1787-1862), tot en met Rainer Maria
Rilke (1874-1926). Aangename bijkomstigheid daarvan is dat een lezeres
in Wenen van mijn Duitse cultuurwebsite Kulturtempel enkele uren na publicatie van de facsimile van een Rilke-gedicht [1] reeds liet weten, daar zeer gelukkig mee te zijn. Op mijn Nederlandse literatuursite Tempel der Letteren heb ik heden een gedicht van Novalis [2] in die vorm gepubliceerd.
Johann Wolfgang von Goethe Twee
van de ruim veertig gedichten die in het bewuste boek op diezelfde
manier zijn opgenomen stammen van de grote dichtervorst Herr
Geheimrat Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832), die niet alleen
ongekende vaardigheden met de literaire schrijverspen aan de dag heeft
gelegd, doch evenzeer als filosoof en tekenaar, als jurist, politicus
en minister. En in al die functies heeft hij heel wat letters, krullen,
strepen en andere ornamenten aan het papier toevertrouwd. Zijn
jeugdwerk dat in zes relatief dikke delen is verschenen, bestrijkt de
periode tot 1775. Menig ander auteur begint tegen de tijd dat ze
zesentwintig jaar zijn, iets van blijvende waarde te produceren, Goethe
had toen reeds een enorm oeuvre uit zijn ganzenveer laten vloeien.
De
verantwoordelijke redactie heeft zes van al die opgenomen gedichten
achterin het boek tevens in een Fraktur-versie opgenomen met het oog op
de eventueel moelijke leesbaarheid. Men moet daarbij bedenken dat de
tweede druk van het bewuste boek in 1942 ten huize van Inse-Verlag te
Leipzig is verschenen en boeken, alsmede tal van andere geschriften in
Fraktur, toen nog aan de orde van de dag waren. Bij een herdruk nu
zouden veel meer van die, zo niet alle opgenomen poëzie in het
oorspronkelijke handschrift met een versie in een hedendaagse
drukletter moeten worden aangevuld. Wij doen het hier voor u wel met het bovenstaande gedicht:
SELIGE SEHNSUCHT
Sagt es niemand, nur den Weisen, Weil die Menge gleich verhöhnet: Das Lebendge will ich preisen, Das nach Flammentod sich sehnet.
In der Liebesnächte Kühlung, Die dich zeugte, wo du zeugtest, Überfällt dich fremde Fühlung, Wenn die stille Kerze leuchtet.
Nicht mehr bleibest du umfangen In der Finsternis Beschattung, Und dich reißet neu Verlangen Auf zu höherer Begattung.
Keine Ferne macht dich schwierig, Kommst geflogen und gebannt, Und zuletzt, des Lichts begierig, Bist du, Schmetterling, verbrannt.
Und so lang du das nicht hast, dieses Stirb und werde! Bist du nur ein trüber Gast Auf der dunklen Erde.
Andere tijden met de Stalin-documentaire uit 2003 deze week op vrijdagavond opnieuw via Nederlands digitale themakanaal GeschiedenisTV
Korte en krachtige diagnose Vrijdag
4 augustus wordt, tussen 23:25 uur en 23:54 uur, als laatste onderdeel
van het avondprogramma op het digitale Nederlandse themakanaal Geschiedenis TV, in
een herhaling van het programma Andere Tijden
van de NPS, de documentaire herhaald, die Merel de Geus in 2003 heeft
afgerond over de extreem-veelvuldig gespleten persoonlijkheid, die met
één van zijn in ieder geval negenendertig pseudoniemen wereldwijd
berucht werd: Stalin.
Hij is het geïncarneerde kwaad, de totale ontmenselijking van de homo
sapiens, het vleesgeworden cliché van de niet-seksuele sadist. Zijn
ongekend monsterlijke bewind dat qua aantal vermoorden en tevens op
andere wijze omgekomen slachtoffers, die voor zijn rekening komen in
de twintigste eeuw alleen nog overtroffen door die andere
communistische personificatie van extremistische krankzinnigheid en tot
op het binnenste merg verdorven tweevoeter genaamd Mao Zedong. Die
regeringsperiode in de geschiedenis van het Rusland dat op tal van
fronten lange tijd was gebukt gegaan onder de knoet van tal van
opeenvolgende tsaren munt uit in een even zo sterke, zo niet nog
verachtelijker, willekeur van de zijde van de machthebbers die de
tsarenfamilie uit de weg hebben geruimd, en die uitzinnig abjecte vorm
van machtshonger en dito -misbruik vond zijn bekroning in de persoon
van de Man van Staal, die zo werd gedreven door een innerlijke motoriek
van onherstelbare destructiviteit dat je alleen maar meer kunt
betreuren dat zijn ouders niet een degelijke vorm van anticonceptie
hebben benut.
Omvangrijke biografische boeken Al
eerder hebben we in deze rubriek bericht over enkele biografische
meesterwerken die deze figuur uit de geschiedenis van de Sovjetunie tot
onderwerp hebben. Meer over de biografie Stalins Jeugdjaren, geschreven door Simon Sebag Montefiore, is te vinden in het langere artikel van zondag 20 januari 2008 op deze site. Dat
het leven tijdens het bewind van die onbeteugelde leider, gedreven door
het Kwaad gelijk opging met een ongekende vorm van propaganda heeft zo
diep in het leven van de mensen in dat enorme rijk ingegrepen, en wel
zodanig dat er, meer dan een halve eeuw na de dood van dit
SuperMonster, nog altijd een ongelooflijke cultus van
Stalin-verheerlijking in het huidige Rusland bestaat. Het leven in het stalinistische Rusland wordt uitvoerig beschreven in het boek van Orlando Figes, getiteld The Whisperers. Private Life in Stalin's Russia.
Het is verleden jaar uitgekomen en niet alleen in de oorspronkelijke
vorm, doch vrijwel gelijktijdig in ons land, bij Uitgeverij Nieuw
Amsterdam, in een vertaling door Ton Dohmen. Het
boek is door de internationale pers met open armen ontvangen en
getracteerd op juichende kritieken. De auteur, hoogleraar Geschiedenis
aan de University of London, is erin geslaagd een veelomvattend portret
te schetsen van de werkelijkheid met betrekking tot het leven van
alledag in een land dat voortdurend wordt onderdrukt door een machtig
apparaat van persoonlijke en politieke intimidatie en willekeur, en
welke gevolgen heeft dat gehad in tal van persoonlijke relaties:
vriendschappen, families, huwelijkspartners, ouders en kinderen.
Orlando Figes schildert alle aspecten van het Rusland in de tijd van de
Stalin-terreur zoals die van diverse kanten werd ondergaan, en hij laat
daarbij geen groepering onbesproken. Daartoe heeft hij gebruim gemaakt
van gegevens uit interviews, correspondenties en tal van memoires. Hoe
diep moeten de verschrikkelijke keuzes zijn geweest waarvoor miljoenen
Russen werden gesteld zonder een ware uitweg te zien, en hoe diep
hebben de gevolgen zich in het wezen van die mensen en hun nakomelingen
ingegrepen. Bijna alle Russen waren na korte of langdurige intimidatie
zo murw dat zij veelvuldig zijn gedegenereerd tot collaborateurs van
het totalitaire systeem dat, zoals zo dikwijls is gebeurd, nog erger was dan het door de machthebbers ervan bestreden systeem van de voorgangers. Fluisteraars biedt een omvangrijk verslag op alle fronten. ____________ Orlando Figes: Fluisteraars Leven onder Stalin. 774 pag., geb., linnen, met stofomslag. Nieuw Amsterdam Uitgevers, Amsterdam / Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2007. ISBN 978-90-468-0244-1.
Afbeeldingen 1. Josif Dzjoegasjvili, alias Stalin, in 1902. 2. Voorzijde van het stofomslag van de bografie over Stalins jeugdjaren. 3. Orlando Figes, auteur van Fluisteringen. 4.
Voorzijde van het stofomslag van Figes' boek over het leven in Rusland
tijdens het ongelooflijke schrikbewind van dat Beest uit de Afgrond.
De wilde jaren zeventig als vijfdelige serie documentaires van Arte-televisie
Bevrijd de geketende seksualiteit Op maandag 4 augustus presenteert de Duits-Franse cultuurzender Arte de eerste aflevering van vijf documentaires van Emmanuelle Nobécourt, met de overkoepelende titel Die wilden Seventies, waarin een beeld wordt geschetst
van de jaren zeventig. Aan de hand van interviews met Duitsers en
Fransen, die in eigen land, dan wel internationationaal, bekedheid
genieten en die de periode in kwestie als jongeren hebben meegemaakt
en nu vrijmoedig spreken over hun idealen, hun dromen en niet in de
laatste plaats over hun teleurstellingen van toentertijd wordt
getracht een overzicht te geven van de gevolgen van de dringende wens
tot bevrijding van lichaam en geest. En die wens was vooral een reactie
op het zwijgen van de ouder- en grootoudergeneraties over hun
handelingen en daden dan wel het uitblijven daarvan gedurende de
Hitler-tijd. De eerste bijdrage draagt de titel met dubbele bodem Macht euch frei!
en gaat inderdaad over de seksuele revolutie, die toen als gevolg van
de intensieve veranderingen na het roerige jaar 1968 hebben
plaatsgegrepen en hun invloed blijvend hebben doen gelden. Ook al zijn
de meeste figuren uit de bewuste periode inmiddels zelf volkomen
verburgerlijkt en zijn er slechts enkelen overgebleven die de wensen en
verlangens van anno toen overeind hebben weten te houden. Meer
over de inhoud van de eerste, hedenavond tussen 20:15 uur en 21:00 uur
uit te zenden aflevering, waarin zelfs sprake zal zijn van het Naakte
Lichaam als Wapen, is te vinden op de Arte-pagina met Programm-info. Overigens wordt er meer en andere info verstrekt op de info-pagina van Arte France. Daar luidt de overkoepelende titel Sauvages Seventies, en heet de eerste aflevering Libérez le sexe! De dubbele bodem ontbreekt daarin. Op zaterdag 23 augustus, om 14:00 uur zal Arte deze aflevering van de reeks herhalen. De overige vier delen worden
successievelijk op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van deze
week uitgezonden, steeds tussen kwart over acht en negen uur in de
avond. Over de data van herhalingen raadplege men de links hierboven.
James Avati ' A life in paperbacks ' Nederlandse documentaire (2000) zaterdag 2 en woensdag 6 augustus op GeschiedenisTV
Herhalingen Op
zaterdag 2 augustus, 's avonds vanaf 23:05 uur, zendt de VPRO via het
digitale kanaal Geschiedenis TV de eerste herhaling uit van de
documentaire uit 2000, gerealiseerd door de Nederlandse grafisch
ontwerper Piet Schreuders en regisseur Koert Davidse over de
Amerikaanse schilder James Avati (1912-2005), die zijn internationale
vermaardheid te danken heeft aan de illustraties die hij heeft
vervaardigd voor honderden paperbacks, die in de jaren vijftig zijn
verschenen. Veel van die omslagen vertoonden een schaars, dan wel
uitdagend, geklede jonge vrouw, die ongetwijfeld heeft bijgedragen tot
een betere verkoop van de pockets in kwestie. Avati wordt wel
gekwalificeerd als de Koning van de paperback-omslagen. Over
deze kunstenaar is in het Haags Gemeentemuseum ruim twee jaar geleden
een tentoonstelling geweest en één van de twee documentairemakers, Piet
Schreuders, heeft samen met Kenneth Fulton een boek geschreven met de
titel The Paperback Art of James Avati, dat in 2005 bij 010 uitgevers in Rotterdam is verschenen. De
documentaire die ongeveer 55 minuten duurt, zal eveneens op
GeschiedenisTV worden herhaald op woensdag 6 augustus, zelfde tijd. ____________ Afbeeldingen 1. Voorzijde van de Signet-editie voor Erskie Caldwells Gods Little Acre, met het ontwerp van James Avati. 2. Voorzijde van de Perry Mason-roman The Case of the Daring Decoy, met het Avat-ontwerp.
Michelangelo Antonio's La Notte, mijlpaal in de filmgeschiedenis, heden en morgen te zien op Arte
Tweemaal binnen een dag Heden,
maandag 28 juli, 's avonds vanaf 21:00 uur, en ook morgen, dinsdag 29
juli, dan 's middags vanaf 14:55 uur, zal de Duits-Franse cultuurzender
Arte, de Italiaanse rolprent La Notte, van Michelangelo Antonioni (1912-2007)
een mijpaal uit de filmgeschiedenis, die in 1960 werd gerealiseerd.
Hoewel de film inmiddels al weer bijna een halve eeuw oud is, heeft de
thematiek ervan aan actualiteit niets ingeboet. De belangrijkste rollen
worden gespeeld door, de Franse (toen ook al) topactrice Jeanne Moreau
(geb. 1928) en Marcello Mastroianni (1924-1996), de Italiaanse Monica
Vitti (geb. 1931) en de Duitse acteur en regisseur Bernhard Wicki
(1919-2000) Het verhaal behelst, zoals zoveel geschiedenissen in
woorden en/of beelden, een man/vrouw-relatie. Lidia en Giovanni hebben
elkaar eigenlijk niets meer te zeggen, en daarom gaat elk van hen een
'eigen weg' tijdens het weekeinde dat ze in Milaan doorbrengen,
aangezien Giovanni op een ontvangtst bij zijn uitgever doorbrengt.
Lidia zwerft door de stad en is op zoek naar sporen van haar verloren
tijd. Op een tweede feestelijk bedoelde bijeenkomst bij een
grootindustrieel gaat Lidia opnieuw haar eigen gang. Pas als ze tegen
de ochtend in kennis worden gesteld van het overlijden van een
gemeenschappelijke vriend, komt het in de vroege ochtenduren in het
park van een villa tot een confrontatie tussen de beide echtelieden.
Het geheel speelt zich af binnen 24 uur. Meer over de film is te lezen op de website van Arte met programma-info. Hoewel
zulks niet expliciet wordt vermeld, moet worden gevreesd dat we in onze
regio's genoegen zullen moeten nemen met de Duitse versie. Deze
verdenking wordt ingegeven door het feit dat programmabladen de film
aankondigen als Die Nacht met
tussen haken de oorsprokelijke, Franse titel. Dat is bijna altijd een
teken aan de wand. Hoewel de zender Arte veelvuldig tweetalige versies
uitzendt, die men zelf via de daarvoor bestemde knop op
afstandsbediening kan kiezen, blijft het schandaal van de verminking
door middel van nasynchronisatie welig verder tieren. Een zender die
zich als cultuurinstituut presenteert, mag zulks niet handhaven. ____________ Afbeeldingen 1. Regisseur Michelangelo Antonioni. 2. Voorzijde van de dvd-versie van de film La Notte, met Jeanne Moreau en Marcello Mastroianni.
Spielberg-speelfilm War of the Worlds uit 2005 naar de roman van H.G. Wells zondagavond via BBC 1
Invasie van Mars Zondag 27 juli heeft BBC 1 de science fiction-film War of the Worlds
op de rol staan, die werd geregisseerd door Steven Spielberg, en in
2005 in omloop werd gebracht. Deze recente rolprent is evenals de
beide andere versies: één uit 1953 en een andere eveneens uit 2005
gebaseerd op de roman van de Engelse auteur Herbert George Wells
(1866-1946) uit 1898. Het boek heeft nimmer over belangstelling te
klagen gehad, maar pas toen Orson Welles op 30 oktober 1938 in de VS
een gedramatiseerde versie van het H.G.Wells-verhaal als hoorspel heeft
uitgezonden dat zo realistisch overkwam dat miljoenen luisteraars
meenden dat het een reportage was en New Jersey werkelijk door
Marswezens was aangevallen , is het boek uit de wereldliteratuur niet
meer weg te denken. Welles
deed hetzelfde als zijn bijna-naamgenoot veertig jaar tevoren op papier
had gedaan. Deze leefde in die tijd in het Engelse Woking, en in zijn
boek beschrijft hij de invasie van die plaats door Marswezens, die het
op de eigen planeet niet langer konden uithouden als gevolg van
relatief snelle temperatuurdaling en deswege een heenkomen moesten
zoeken in warmere oorden. Tijdens de voorbereidingen voor The War of the Worlds
heeft Wells zijn plannen op papier gezet en daarin staat dat hij Woking
helemaal met de grond gelijk maakt en zijn buren op een vreselijke en
uitzinnige wijze laat omkomen. waarna de invasie van de Martianen, via
Richmond en Kingston, richting Londen wordt voortgezet. Daar is South
Kensington het toneel van de verschrikkelijkste gruwelen. Het
verhaal drijft min of meer op de expliciete tegenstelling tussen het
kleinburgerlijk handelen van de mens en de verbijsterende
destructiviteit van de Marswezens. Deze hebben een rond lichaam met een
diameter van goed 1.20 meter, waarin een enorm brein huist. Ze leven
door de inname van vers bloed van andersoortige wezens: voornamelijk
mensen. Voordat ze zelf slachtoffer kunnen worden van eventuele
bacteriën, vernietigen zij het land. In
de film van Spielberg is de handeling van het boek evenals in het
hoorspel van Orson Welles en in de eerste filmversie van 1953
verplaatst naar New Jersey. Naast de atijd aalgladde Tom Cruise als
protagonist die niet anders kan dan heldenrollen invullen spelen
Tim Robbins, Justin Chatwin en Dakota Fanning hoofdrollen. Overigens
werd, eveneens in 2005, nog een Amerikaanse verfilming van de roman in
kwestie gerealiseerd door Timothy Hines, voor een
onafhankelijke maatschappij. Daarin speelt de handeling zich in
tegenstelling tot de andere, geactualiseerde en naar de VS verplaatste,
gebeurtenissen zich gewoon af in het Engeland aan het begin van de
twintigste eeuw. Zie tevens de Wikipedia-bijdrage, voor meer interessante gegevens en illustraties bij het verhaal en de plaats van handeling in het oorspronkelijke boek.
Afbeeldingen 1.
Nederlandse pocket-editie omstreeks 1960 van de roman van H.G. Wells,
vertaald door B. Canter, verschenen in de Mimosa Reeks van Uitgeverij
Leiter-Nypels te Maastricht. 2. De schrijver van het boek The War of the Worlds, H. G. Wells. 3. Illustratie op de voorzijde van de dvd-uitgave van de film uit 2005.
Händels oratorium Belshazzar op woensdagavond rechtstreeks vanuit Aix-en-Provence via Arte-tv
Oratorium als muziekdrama Deze
zomer wordt tijdens het internationaal vermaarde en hogelijk
gewaardeerde operafestival in het Franse Aix-en-Provence de traditie
voortgezet
die decennia geleden is ingezet: al de grote koororatoria van Georg
Friedrich Händel (1685-1759) in gedramatiseerde versies te presenteren.
In het kader van de vele festiviteiten ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van dit festival staat Händels Belshazzar
op het programma en de uitvoering daarvan is op woensdag 23 juli, 's
avonds vanaf 21:55 uur tot ongeveer een uur na middernacht, via
Arte-televisie te volgen. Bijzonderheden over uitvoerenden en meer zulks is te vinden in de Programm-Info van de zender. Deze
uitzending is gepland als eenmalig, in tegenstelling tot zoveel andere
muziekprogramma's van Arte. Doch ongetwijfeld zal deze registratie
binnen niet al te lange tijd weer opduiken in de programmering van de
muziekzender Mezzo.
Omvangrijk koororatorium In de zomer van 1744 heeft Händel tegelijkertijd aan twee grotere werken geschreven: Belshazzar en Herakles.
Het eerstgenoemde werd op 27 maart 1745 voor het eerst uitgevoerd in
Londen. Daarmee is Händel na enkele composities met een veel intiemer
karakter teruggekeerd tot de grotere bijbelse koororatoria. De tekst
van Charles Jennens volgt de in het Bijbelboek Daniel
de hoofdstukken 5 en 8 vertelde verhaal van de koning van Babel,
die de heilige tempelvaten van de gevangen genomen Joden misbruikte
voor een gelag en deze wandaad met de dood moest bekopen en daarmee
tevens de ondergang van zijn rijk heeft bewerkstelligd. Voor
meer gegevens omtrent de uitvoering onder leiding van René Jacobs, de
optredende personen en instellingen verwijzen we u door naar de
homepage met de programmagegevensvan
Arte-televisie. De tekst van het bijbelboek Daniel, meer specifiek in
de Hoofdstukken 5 en 8, is vanzelfsprekend altijd na te lezen.
Afbeeldingen 1. Georg Friedrich Händel Portret uit 1733. 2.
Rembrandts uitbeelding van de gebeurtenissen omschreven in de bewuste
hoofdstukken van het Bijbelboek Daniel in het Oude Testament, met het
Teken aan de Wand. 3.
Versie van het gebeuren rond Belshazzar, afgebeeld in de Printbybel van
1698. Hier is de aan onze Bijbel in de Statenvertalting ontleende tekst
te lezen van de dreigende waarschuwing: Mene Tekel upharsin.
Terugblik op zestig jaar Operafestival Aix-en-Provence ' woensdagavond in een documentaire op Arte-televisie
Veelzijdige terugblik Voor
de ware operaliefhebber, die in meer is geïnteresseerd dan dat wat
tijdens een voorstelling op de bühne en in de orkestbak plaatsvindt, is
het wellicht aanbevelenswaardig om op woensdag 23 juli,'s avonds tussen
21:00 uur en 21:55 uur, te kijken naar de Duits-Franse cultuurzender
Arte. Dat instituut presenteert een documentaire uit 2008 van Philippe
Beziat, getiteld Von Don Giovanni bis Siegfried: 60 Jahre Opernfestspiele Aix-en-Provence, met daarin een terugblik op dit festival, dat
in 1948 in het leven werd geroepen door Gabriel Dussurget (1904-1996).
Deze zomer zal daar in het kader van die festiviteiten een opvoering
worden gerealiseerd van de opera Belshazzar van Georg-Friedrich Händel. Daarover kunt u meer lezen in een separaat artikel, in aansluiting op deze bijdrage. In
de terugblik geven zeven internationale persoonlijkheden een indruk van
hetgeen in die achterliggende zes decennia aan bijzonders is uitgevoerd
en omtrent allerhande aspecten die te maken hebben met zo'n jaarlijks
festival en het in stand houden daarvan. Tevens worden er
archiefopnamen getoond van aldaar uitgevoerde opera's die hebben
bijgedragen tot de wereldwijde reputatie van dit festival. Bijzonderheden daarover zijn te vinden in de Programm-Info van Arte.
Der Berg der Wölfe: wolven in Spanje gevolgd. ' Documentaire film in juli driemaal te zien op Arte
Wolven in de bergen Zondag
13 juli, kort voor middernacht toont de Frans-Duitse cultuurzender Arte
een drie kwartier durende reportage over wolven in Spanje. Dit programma maakt deel uit van de thema-avond over Der Werwolf Das Tier im Menschen.
De reportage, die tussen zondagavond 23:50 uur en de nacht op maandag
00:35 uur zal worden uitgezonden, wordt nog voorafgegaan door een
Amerikaanse speelfilm uit 1981, en een reportage, waarover op onze
zustersite Tempel der Reportagesmeer te lezen valt. De
Spaanse documentaire die in 2004 werd gedraaid onder supervisie van
Joaquin Gutiérrez Acha, duurt 42 minuten en verschaft inzicht in het
leven van wolven, die zich weer in de bergen van Noord-Spanje hebben
gevestigd. We krijgen beelden te zien van de paring, van de opvoeding
van hun jongen en de jacht, alsmede van het contact met de andere
bewoners van het gebied: wilde zwijnen, herten en wilde katten. De
documentaire Berg der Wölfe
kan worden beschouwd als een signaal van hoop op een betere toekomst
voor de verhouding tussen mensen en wolven, nadat deze dieren en
zeker niet in de laatste plaats op basis van hardnekkige mythen lang
zijn opgejaagd en op gruwelijke wijze vervolgd door het meest
agressieve en meest afgrijselijke onder alle wezens op deze aadbol: de
mens.
Standaardwerk In
die context wil ik wijzen op een 1978 voor het eerst in Duitsland
verschenen boek van Erik Zimen (1941-2003), één der grootste, zo niet
de grootste, kenners van het verschijnsel wolf. Zijn boek, dat in de
literatuurrubriek op het derde Duitse televisienet, Bücherjournal, direct na verschijnen, terecht hoog werd geprezen en aanbevolen, is wellicht nog via enkele internetboekhandels te verwerven: Der Wolf Mythos und Verhalten [1].
Er is intussen wel weer een ander boek in Duitsland verschenen van
dezelfde auteur met hetzelfde thema en een iets andere titel, maar
inhoudelijk zal er zeker veel van deze grootse eersteling, met diverse
foto's in kleur, zijn overgenomen. Herhalingen De
documentaire in kwestie, die op het formaat 16:9 zal worden
uitgezonden, zal door Arte in de maand juli nog tweemaal worden
herhaald: eerst komende dinsdag 15 juli, 's nachts om 02:15 uur en
vervolgens op dinsdag 29 juli, eveneens in de vroege nacht, vanaf 01:50
uur. Wie echter eerst nog meer informatie vooraf wil lezen over deze rolprent, zij daartoe verwezen naar de Programm-Info van Arte.
Teufelsland ' over de mythe van de weerwolf ' zondagavond op ARTE-televisie
Toen Weertje nog een Wolfje was Was 't aardig hem te zien Nu weert hij alle wolven af En bezoekt soms Tante Fien (Liederen van de weerwolf een cyclus in 16 kwatrijnen uit 1991.)
Twee jonge Letten en hun zoektocht Zondag 13 juli biedt de Duits-Franse cultuurzender Arte een thema-avond, vanaf ongeveer half negen tot na middernacht: Werwolf Das Tier im Menschen.
Het begint met een Amerikaanse speelfilm, die nagesynchroniseerd zal
worden uitgezonden en daarmee alle auditief interessante aspecten niet
alleen verliest, maar in het gunstigste geval alleen maar op de slappe
lachspieren werkt en verder voor een conglomeraat aan ergernissen zorgt. Dan volgt om 22:20 uur de anderhalf uur durende reportage uit 2008 Teufelsland.
Een Duits camerateam onder leiding van regisseuse Gisela Schleelein is
naar Estland en Letland gereisd om aldaar op zoek te gaan naar de
weerwolf, die volgens hardnekkige geruchten daar nog omzwerft. In deze
documentaire reportage worden twee jonge Letten begeleid tijdens hun
zoektocht in enige postcommunistische kleine steden en bossen. Zo
worden ze niet alleen geconfronteerd met tal van overleverde, zeer
hardnekkige verhalen, maar komt er tevens een beeld aan de oppervlakte
van een vrijwel onbekende regio. Voor meer informatie over de inhoud van deze reportage zij verwezen naar de bewuste dag in het Programma van deze zender.
Veel muziek van Mozart en tevens van Papa Bach zal op vrijdag 11 juli via Mezzo-televisie klinken
Twee Nederlanders dirigeren Twee
symfonieën van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) achtereen, beide
gedirigeerd door een Nederlander, zullen vrijdag 11 juli snel na het
middaguur door Mezzo-televisie worden uitgezonden. Het begint om 12:30
uur met de Symfonie nr. 34 in C, KV 338,
gecomponeerd in 1780 drie jaar later voor een Weense uitvoering nog
aangevuld met een Menuet in dezelfde sobere instrumentatie zonder
pauken en trompetten. Deze symfonie zal door het Salzburger Orchester
worden gepresenteerd, onder leiding van Ton Koopman. Het betreft de herhaling van een film uit 2002, gedraaid tijdens de Mozart Nacht die dat jaar in Salzburg werd gehouden. Direct daarop aansluitend, om 13:00 uur, komt het Mozart Orchester Salzburg aan de beurt met de Symfonie nr. 25 in g, KV 183, geschreven in 1773, van diezelfde componist. Dirigent is Frans Brüggen.
Verscheidenheid Eerder
in de ochtend, om 10:00 uur wordt deze min of meer willekeurige
Mozart-serie geopend door diens laatste, onvoltooide compositie, het Requiem, KV 626
uit 1791. Het werk wordt in deze situatie echter gepresenteerd als
ballet door het Ballet de l'Europe maar, vanzelfsprekend met de muziek.
Het betreft de opname van een uitvoering, die op 4 en 5 juli 2006 werd
gegeven in de Opera van de Syrische hoofdstad Damascus. NB: Een herhaling zal worden uitgezonden op donderdag 17 juli vanaf 17:00 uur, eveneens op Mezzo-televisie. Bijzonderheden over deze choreografie zijn te lezen op de site van Mezzo. In aansluiting daarop zal de Concertante symfonie in Es-groot, KV 364,
voor viool, altviool en orkest uit 1779 worden uitgevoerd door de
Kremerata Baltica onder leiding van Gidon Kremer, die tevens de
vioolpartij voor zijn rekening zal nemen. Helaas wordt in de gegevens
van Mezzo niet de naam genoemd van degene die de altviool bespeelt.
NB:
Een herhaling van deze concertante symfonie één der meest geniale
instrumentale werken van deze componist zal, eveneens door
Mezzo-televisie, worden uitgezonden op donderdag 24 juli, vanaf 19:50
uur.
Wereldse werken van Papa Bach Dezelfde
dag, 's avonds tussen 17:40 uur en 18:35 uur, zullen er zes zogenaamde
wereldse werken van Johann Sebastian Bach (1685-1750) worden uitgevoerd
onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Diverse leden van Concentus
Musicus bespelen hun instrument solistisch. Het betreft een opname, die
in 1984. De zes werken waaruit gedeelten zullen worden gespeeld, zijn: het Air uit de Derde Suite voor orkest, gevolgd door het Allegro uit het Brandenburgs Concert nr. 3, en het Allegro uit het Brandenburgs Concert nr. 5. Dan zal het Adagio uit het Hoboconcert worden gespeeld, direct gevolgd door de Kaffeekantate,
waarna opnieuw een deel uit de Derde Suite voor orkest het hier
gepresenteerde deel uit de profane composities van Bach afsluit. Om 20:05 zal de pianiste Katia Skanavi dan nog een uitvoering geven van het Italienische Konzert [1] van dezelfde componist. __________ [1]
In de VPRO-Gids staat het Italienische Konzert aangekondigd met de
toevoeging "voor piano". Dat is vanzelsprekend onjuist, angezien Papa
Bach het instrument op het eind van zijn leven nog net heeft gekend,
maar er geen composities voor heeft geschreven. Men leest in de
aankondigingen "für Klavier" en minderbegaafden op bureauredacties, die
menen te kunnen vertalen, noemen zonder nadenken of enig onderzoek te
doen, al was het maar in een Vertaalwoordenboek zulks dan in het
Nederlands piano, waar simpelweg klavier had dienen te blijven staan
(zij het dan zonder hoofdletter). Diverse composities van J.S. Bach
"voor het klavier" konden in zijn tijd op een orgel, klavecimbel of
klavichord worden uitgevoerd. Dat dit later ook op een pianoforte kon
en ook nu nog regelmatig word gedaan, is een andere kwestie.
Het gegeven dat het kan, betekent echter niet dat de omkering van feiten geoorloofd is. De
kwaliteit van een redactie gaat door toedoen, respectievelijk
nalatigheid van, dergelijke bureauhengsten met een sneltreinsvaart
bergafwaarts, en juist bij de VPRO-Gids is al decennia gebleken dat men
er in ernstige mate op voet van oorlog verkeert met de Duitse taal, en
dientengevolge met het Nederlands. ____________
Afbeeldingen 1. Wolfgang Amadeus Mozart, getekend door Jarko Aikens, Groningen 1984. (Archief Heinz Wallisch.) 2. Violist Gidon Kremer, dirigent van de Kremerata Baltica. 3. Pianiste Katia Skavani. (Foto: N. Gulakov; Van Walsum Management.) 4. Klavichord naar Johann Hass.
Bob Fosse's Cabaret als speelfilm uit 1972, vrij naar de gelijknamige musical uit 1966 ' via BBC1 in de nacht van dinsdag 8 juli op woensdag 9 juli
Rolpent uit 1972 In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 juli zendt BBC 1, tussen 00:25 uur en 02:25 uur, de speelfilm Cabaret
uit. Deze rolprent is in 1972 door Bob Fosse (1927-1987) gerealiseerd,
op een draaiboek van Jay Allen, vrij naar de gelijknamige
theatermusical uit 1966. En die was weer gebaseerd op twee boeken van
de Engelse schrijver Christopher Isherwood (1904-1986): Mr Norris changes Trains uit 1935 als toneel- en filmversie getiteld I am a camera en Goodbye to Berlin
uit 1939. In beide gevallen wordt een beeld geschetst van de situatie
in het Duitsland van kort voor de gelukte greep naar de macht (op 31
januari 1933) door een van de grootste krankzinnige beestmensen van de
20ste eeuw: Adolf Hitler. Liza Minnelli
speelt daarin de rol van de jonge Sally Bowles, die als Amerikaanse
nachtclubzangeres bij Isherwood is zij echter geenszins Amerikaans
haar geluk wil beproeven in het Berlijn van 1931, waar de satanische
geest van het nazisme reeds gist en steeds meer aan de dag treedt. Maar
Sally probeert de politieke realiteit op afstand te houden. In de
bewuste nachtclub gaat het er dol aan toe, met zang en dans en seksuele
uitspattingen. Dat alles onder het toeziend oog van de ceremoniemeester
van de Kit Kat Club in de film onnavolgbaar neergezet door Joel Grey
geboren in 1932 als Joel David Katz , die in twee categorieën voor
die rol is onderscheiden, in 1972. Sally Bowles is in haar privéleven
niet bepaald "ein Kind von Traurigkeit" en ze houdt het dan ook met
twee mannen gelijktijdig die beiden vanwege hun niet weg te redeneren
homoërotische kant eveneens in die optiek in elkanders vaarwater
geraken. Haar
huisgenoot, de hier Britse Brian Roberts bij Isherwood nog Cliff
Bradshaw gespeeld door Michael York, is de eerste die een verhouding
met Sally Bowles krijgt; via de nachtclub komen beiden in contact met
een rijke edelman Maximilian von Heune die in de rolprent gestalte
krijgt door de Duitse acteur Helmuth Griem. En met hem raakt Sally
eveneens emotioneel geïvolveerd. Terecht
is er hier en daar gezegd dat Bob Fosse in 1972 niet zozeer een
musicalfilm heeft gemaakt maar veeleer een film met muziek heeft
gecreëerd. Nog in hetzelfde jaar werd hij voor deze film onderscheiden
met een zogenoemde Oscar
voor beste regisseur. Over de talrijke songs van de musical valt nog te
vertellen dat Bob Fosse de meeste daarvan die in het draaiboek
voorkomen, in de film heeft weggelaten en zich heeft beperkt tot de
nummers die binnen de Kit Kat Club worden gezongen. De componist en de
tekstdichter John Kander (geboren 1927), respectievelijk Fred Ebb
(1933-2004) hebben speciaal voor de film sommige nummers vervangen.
En zo hebben Mein Herr en Money money wereldfaam verworven. ____________ Abeeldingen 1. Regisseur Bob Fosse. 2. Acteur Joel Grey, hier in 1993 tijdens een uitreiking van de Emmy Awards. 3. Roman uit 1935 door Christopher Isherwood, hier in de reeks Penguin Modern Classics, 1961. 4. Panther-editie uit 1977 van de 'aanvullende' roman uit 1939 van dezelfde auteur.
Het geheime leven van de manisch depressieve mens ' BBC-documentaire van Stephen Fry
Eerste van twee delen Dinsdag 8 juli zendt het tweede Nederlandstalige Belgische televisienet Canvas, tussen 22:10 uur en 23:05 uur, het eerste deel uit van een tweedelige documentaire over de zogeheten bipolaire oftewel manisch depressieve geestelijke defecttoestand.
De
veelzijdige Engelse acteur en komiek, schrijver en presentator Stephen
Fry (geboren 1957) heeft deze documentaire voor de BBC gerealiseerd en
toont daarin de enorme scala aan uitingen, die verband (kunnen) houden
met deze ternederdrukkende gevoelswereld. Daartoe praat hij met diverse
mensen die er zelf aan lijden, alsmede anderen in hun omgeving die
ermee worden geconfronteerd, en hij laat niet na zijn hoogst
persoonlijke 'lijdensweg' met cyclothymia een mildere vorm van manische depressiviteit in de overwegingen te betrekken. We
komen tal van beroemdheden tegen in Fry's 'own country' en elders,
zoals in de Verenigde Staten waar Stepehn Fry spreekt met onder meer Star Wars-actrice
Carrie Fischer en de alom befaamde acteur Richard Dreyfuss. In zijn
eigen land praat hij erover met de veelzijdige actrice, comedienne, en
zoveel meer, Jo Brand en met haar collega-comedian Tony Slattery. Meer over de eerder al door de BBC uitgezonden documentaire is te vinden op de site van deze Engelse zendgemachtigde. _________ Foto: Stephen Fry (BBC).