NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Over mijzelf
Ik ben Helga
Ik ben een vrouw en woon in Denderleeuw (Belgie/Vlaanderen) en mijn beroep is secretaresse (tegenwoordig heet dat assistant...).
Ik ben geboren op 24/07/1960 en ben nu dus 58 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wandelen, reizen, lezen, computeren, en ik volg graag voetbal- en wielerwedstrijden.
Deze profielfoto is genomen in Chileens Patagonië.
Foto
Categorieën
  • Denderleeuw (6)
  • Eendracht Aalst (266)
  • Hamburger SportVerein (300)
  • Pelgrimtocht Santiago de Compostela (12)
  • Per(r)ongeluk (18)
  • Reisduif (21)
  • Vichte-Dhron (1)
  • Wandelen (388)
  • Inhoud blog
  • 27e Heidetochten, georganiseerd door De Heidetochten Kester-Gooik vzw
  • 31e Lentetocht, georganiseerd door WSV Land van Rhode vzw
  • Sinksentocht, georganiseerd door De Pajotten Hekelgem vzw
  • SC Eendracht Aalst: Seizoen 2018-2019
  • Bezoek aan Hamburg, mei 2018
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Mijn favorieten
  • seniorennet.be
  • Helga's fotoalbums1
  • Helga's fotoalbums2
  • WSV De Sportvrienden vzw
  • Aktivia, de wandelfederatie
  • Marching, de elektronische wandelagenda
  • Website van Etienne & Nelly
    Zoeken in blog

    Foto
    goegestapt

    05-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.05.12.2009 - 6de Memorial Fred Vermeersch, georganiseerd door Euraudax België (258)

    Fred Vermeersch heb ik in het jaar voor zijn overlijden een paar keer ontmoet op een Euraudax-wandeling, hij had steeds zijn hond bij. Samen met Paul en Rudolf kwam ik als eerste gast aan in Dominiek Savio Instituut - Zaal Withuis te Gits waar we ons eerst een koffie haalden en ons even later konden inschrijven, ik koos voor 50 km (je kon ook, ten behoeve van je prestatielijst voor je gekozen trofee, kiezen voor 2 x 25 km) en bestelde mij ook meteen een portie spaghetti bolognese.

    Bij zijn welkomstwoord liet organisator Willy weten dat, door de natte weersomstandigheden van de voorbije week, het parcours hier en daar moest aangepast worden, we zouden ook een eind een drukke gewestweg moeten volgen, en dan liefst over het fietspad, en zeker niet ernaast. De eerste lus ging naar Kortemark via enkele natuurlijke paden maar meestal, gezien wat Willy voorheen meldde, over verharde wegen. Dichtbij de school staat de Grijspeerdmolen, een staakmolen met gesloten voet dat dienst doet als korenmolen. We kregen natuurlijk enkele regenbuien te verwerken. Gelukkig was het droog toen we halt hielden in Gits, op 7,3 km van de school, voor een huis aan een meubelzaak. Ik was niet de enige die ervan profiteerde om een sanitaire stop te houden vooraleer een kroes glühwein aan te nemen en een paar koeken op te eten. We gingen dan verder naar Kortemark, tussendoor alweer onder een open paraplu, maar ook aan zaal Gouden Leeuw kwamen we droog aan. Hier hadden we bijna een half uur om van binnen nat te worden, gelukkig hebben ze daar ook één van mijn drie favoriete merken. De versnaperingen werden ons aangeboden door de lokale wandelclub Mispelonvrienden (Aktivia 295), van harte bedankt! Er was ook een fanfare neergestreken, maar een streepje muziek werd ons helaas niet aangeboden. Zo’n brassband kan anders wel op mijn welgemeende aandacht rekenen.

    Enfin, we wandelden dan maar terug naar Gits om daar onze spaghetti bolognese à volonté soldaat te maken bij een glas schuimend bier (of iets anders, maar hier hebben ze een ander favoriete merk van mij). Sommige wandelaars stapten het op, anderen kwamen zich inschrijven voor de tweede lus, en het totale aantal inschrijvingen bedroeg zo een ruime 70, wat niet slecht is gezien het deprimerende weer.

    Onze tweede lus leidde ons naar Lichtervelde waar we op een parking van de E403 halt hielden (de wagenrusten waren op dezelfde plaatsen als twee jaar geleden), toevallig regende het op deze rustplaats ook niet, maar wel tussendoor. Door dat regenweer en de sowieso al vroeg intredende duisternis viel er weldra niet veel meer te fotograferen, om niet te zeggen helemaal niets. Toen we in Lichtervelde een café binnen doken, en ik me een plaatsje veroverde bij Ronny, Tony en Luc, had het alweer geregend en ik voelde dat ik een blaar of twee had gelopen (een bloedblaar opzij van mijn rechter hiel, en een bloedblaasje opzij van mijn linker hiel, deze laatste moet van zichzelf genezen), ik droeg dan ook geen goretex maar gewone stoffen wandelschoenen (van een merk dat ook loopschoenen fabriceert). Gelukkig waren het nog maar 6,4 km tot de school waar Paul en Willy tot de geplogenheden overgingen. Dit behield ook de overhandiging van de trofee van Euraudax België voor Danny’s 5de Gouden Arend, vorige week behaald op de Téléthon-tocht te Vernon in Frankrijk (Téléthon is een organisatie voor het goede doel, meestal kinderen met een ernstige aandoening). Van harte gefeliciteerd !

    Mijn fotoalbum staat hier: http://picasaweb.google.be/9470hvds/EuraudaxGits09

    05-12-2009 om 00:00 geschreven door Helga

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Wandelen
    03-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.30.10.2009 - 17.11.2009 - 500 jaar natuur en cultuur in Brazilië

    30.10 - Brussel – Rio de Janeiro

    Met de City Rail spoorde ik naar Brussel Zuid, waar ik nog voor drieën (15:00 uur) aankwam en in een der wachtzalen voor de Thalys Didier vond in gezelschap van Lieve en Ronny, gaandeweg kwamen daar nog de andere medereizigers (Agnes en Willy, Brigida en Leon) aan, terwijl Martine, Ronny, Jacqueline en Wim elders wachtten. Samen gingen we naar de roltrap voor spoor 4. Om 16:09 uur moest de Thalys naar Parijs vertrekken maar hij begon met een vertraging van zeker 15 minuten, en kwam Charles de Gaulle aan om ongeveer 6 uur ‘s avonds. We moesten wat zoeken naar terminal A2 voor de intercontinentale vluchten, en Didier moest zelfs even de weg vragen. Maar we kwamen meer dan tijdig aan om onze bagage te laten inchecken en dan de pascontrole te passeren. Om 19:50 uur vertrok eindelijk het vliegtuig naar Rio de Janeiro. Dat vliegtuig was er ene van de luchtvaartmaatschappij TAM (afkorting van “Táxi Aéreo Marília”) en bij ons waren de zetels opgesteld volgens het systeem 2-4-2 (verder naar achter wellicht 2-3-2), ik zat op de meest linker plaats van die 4, naast mij was een plaats vrij (normaal voor Didier, maar de persoon die zijn bagage incheckte, gaf hem een andere plaats), en dan zaten er Brigida (die er niets tegen had wanneer we haar Brigitte noemden) en Leon. De andere 8 medereizigers zaten ook op de middelste rijen. Voor zo’n lange vlucht was er wat mij tot dan ongekend comfort aan boord: behalve de warme maaltijd (naar keuze met pasta of vlees, daarbij ook een koude salade en een dessert) met eventueel zelfs wijn en het ontbijt, namelijk een koptelefoon voor wanneer de passagier een film wil zien, muziek wil horen of een spelletje wil spelen; dat alsook persoonlijke verlichting moesten geregeld worden door de knopjes aan de zijkant van de armleuning. Nog voor het opstijgen kregen we een bekertje water en een snoepje, verder ook een geschenkje: een klein tasje met tandpasta, tandborsteltje, paar kousen, kammetje en oordopjes. Verder lag er op elke stoel een zak met hoofdkussen en dekentje. Intussen kregen we wel drie formulieren in te vullen: van het Ministerie van Justitie (departement Federale Politie), van het Ministerie van Economische Zaken (douane) en van het Ministerie van Volksgezondheid, wegens de A-griep. Dat formulier werd nooit opgevraagd, dat van de douane moesten we afgeven en dat van de Federale Politie werd afgestempeld en moesten we weer voorleggen wanneer we Brazilië verlieten. Dat was gelukkig nog niet voor meteen.

    Tijdens de vlucht las ik, luisterde wat muziek, de films waren niet echt mijn gading, en probeerde wat te slapen. Tijdens de bedeling van de ontbijtpakketten moesten de stewards en stewardessen deze dienst even onderbreken omdat het sein voor de gordeldracht gegeven werd.

    31.10 - Rio de Janeiro

    Om half 5 uur ’s morgens plaatselijke tijd kwamen we aan in Rio de Janeiro waar we dat formulier voor de douane dus afgaven en dat van de Federale Politie moesten laten afstempelen, gelijk met ons paspoort. We werden verwelkomd door gids Miriam en chauffeur Silva, die ons naar het hotel, Plaza Copacabana Hotel, nabij het wereldberoemde strand van Copacabana brachten, daar had ik kamer 1318, op de 13de verdieping dus, gelukkig ben ik niet bijgelovig.

    Rio de Janeiro heet eigenlijk São Sebastião do Rio de Janeiro, en is de hoofdstad van de gelijknamige staat in het zuidoosten van Brazilië. De stad ligt aan een wijde baai, de Baía de Guanabara. De stad is beroemd om zijn drukbezochte stranden, het reusachtige standbeeld Christus de Verlosser, op de 710 meter hoge Corcovado. Ook is Rio bekend vanwege de vele sloppenwijken, genaamd favelas (maar die bezochten wij niet). Rio de Janeiro is de thuishaven van vier voetbalclubs die op het hoogste niveau uitkomen, het Maracanã is één van de grootste voetbalstadions ter wereld. Het uitbundige gevierde Carnaval wordt jaarlijkse bezocht door duizenden toeristen. Rio was hoofdstad van Brazilië van 1822 tot 1960 (van dan is ’t Brasilia). Het voormalige parlementsgebouw van Brazilië is nu het parlementsgebouw van de stad Rio de Janeiro.

    Intussen had Miriam aan Didier laten weten dat we een bezoekje konden brengen aan de onderneming H. Stern, waar edelstenen worden verwerkt tot juwelen allerhande. Dat voorstel werd algemeen aangenomen en om 9 uur stonden we klaar om in te stappen in een minibusje van dat bedrijf, dat in de jaren ’30 werd opgestart door een Duitser, op 1 oktober 1922 geboren te Essen, die daar bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog zijn schup gekuist had. Binnen mochten we niet fotograferen, behalve twee werkstukken, we kregen wel een koptelefoon en mochten de taal zelf kiezen, ik koos Nederlands (ik vermoed mijn 11-koppig gezelschap ook). Die edelstenen komen overigens uit de streek van Ouro Preto, waar wij later in de week een bezoekje aan zouden brengen (maar niet aan dezelfde mijn). Na het bezoek met koptelefoon kregen we in een soort vergaderzaaltje de mogelijkheid om juwelen te kopen, maar ik liet me niet verleiden, ook al omdat we nog 2,5 weken moesten zien dat we die juwelen niet op één of andere manier kwijt raakten (meestal hadden we safe op de kamer, maar niet overal). Een van de twee verkopers, Eduardo, sprak op zijn Hollands, de andere, Giuliano, Frans.

    Terug aan het hotel gaf Didier afspraak om ’s namiddags met Miriam en Silva de stad vooral per bus te verkennen. Intussen had hij een goeie tip om ergens een snack te eten, zeer dichtbij het hotel. Ik sloot me aan bij Martine, Ronny, Jacqueline (zus van Ronny) en Wim, wij gingen wat langs het strand wandelen en dan een paar biertjes drinken op een terras. Zo maakte ik kennis met het Braziliaanse maltbier, dat wat donkerder en iets zoeter is dan de pils. Intussen werden we constant gevraagd om iets te kopen van straatventers, o.a. met regenschermen. Ik zei zo (in elementair Portugees) dat het niet regent in Rio. Fout gedacht, een beetje later regende het toch, maar de bui duurde nauwelijks een uur lang. Nadien werd het stilaan tijd om die hap te bestellen, ik bestelde een américain, dat is geen gemalen vlees, maar een boterham met ham, kaas en een gebakken ei. Mijn gezelschap koos een belegde sandwich. We kwamen mooi tijdig terug aan het hotel voor het bezoek aan de stad met fotostops.

    We reden eerst langs de stranden: Copacabana, Ipanema, Leblon en Barra da Tijuca.

    Copacabana strand is een wijk in het zuiden van Rio, bekend vanwege het 4 km lange strand in de vorm van een halve maan. Copacabana heeft als bijnaam "Princesinha do Mar" ofwel Prinsesje van de Zee. Het district werd oorspronkelijk Sacopenapã genoemd tot het midden van de 18de eeuw. Het was genoemd naar een kapel die een replica van de Maagd van Copacabana (Bolivia) bevatte. Copacabana is een woord uit de taal quechua en betekent volgens de "Dicionário de Curiosidades do Rio de Janeiro" (curiositeiten woordenboek van Rio de Janeiro) "Plaats van het Licht" of "Blauw Strand". De strandboulevard wordt gekenmerkt door de bestrating, een mozaïek van golven in wit en zwart marmer ontworpen door Oscar Niemeyer. Soortgelijke bestrating vindt men door de hele stad. Een opvallend gebouw in Copacabana is het Copacabana Palace Hotel. Dit hotel is in 1923 in gebruik genomen en is ontworpen door een Franse architect Joseph Gire, die zich heeft laten inspireren door het hotel Negresco in Nice en het hotel Carlton in Cannes.

    Ipanema strand is naar verluidt het mooiste strand van de wereld. Het werd onsterfelijk gemaakt door Tom Jobim en Vinícius de Moraes in het lied "Garota de Ipanema" (The Girl from Ipanema). De Atlantische oceaan raakt Ipanema Beach aan met azuurblauw water en de omgeving is adembenemend met zichten op de Corcovado en Suikerbrood bergen. Ipanema Beach zit vol met "cariocas", bewoners van Rio de Janeiro, en naast het bevredigen van vele zonnekloppers wordt het strand ook gebruikt als sportterrein voor volleybal en voetbalteams.

    Leblon strand kreeg zijn naam van een Franse koloniale plantage-eigenaar Le Blond, die dit gebied bezat. Het karakter van deze buurt lijkt sterk op dat van Ipanema, zelfs nog exclusiever. De wijk is dan ook bewoond door de rijkste en belangrijkste personen van Rio. Het strand is er iets rustiger dan het trendy strand van Ipanema. Er komen meer moeders met kinderen en het aantal zonne-uren is er ook iets kleiner, doordat de zon achter de aangrenzende heuvels verdwijnt. Begin 21e eeuw heeft Leblon een renaissance doorgemaakt in de retailsector; de grondprijzen zijn er gestegen en er zijn veel dure winkels (boutiques) en eetgelegenheden verschenen. Een goed voorbeeld is de Rua Dias Ferreira, waar zich veel cafè's, boekzaken en Japanse restaurants hebben gevestigd.

    Barra da Tijuca is een residentiële wijk in het westen van de Braziliaanse stad Rio de Janeiro. Er is een 18 km lang strand en 3 grote meren. Er zijn 3 grote lanen in Barra: Avenida das Américas (verbindt de wijk met het zuiden van de stad), Avenida Ayrton Senna (verbindt de wijk met Jacarepaguá en is genoemd naar de Formule 1-piloot) en Avenida Sernambetiba (die langs het strand loopt). De naam Barra da Tijuca is een samenstelling van Barra en Tijuca en het voorzetsel da. Barra betekent haven, toegang, zandbank. Tijuca is een woord afkomstig uit de Tupi-taal en betekent vervuild water, modder, moeras, poel, kleiput. Het voorzetsel da betekent van. Dus de naam Barra da Tijuca kan vertaald worden als 'Moeras Zandbank'. Daar is eigenlijk ook een 5*-hotel van de Windsorketen, waar “ons” hotel toe behoort.

    We reden natuurlijk ook langs het café waar Antônio Carlos Jobim (muziek) en Vinicius de Moraes (tekst) in 1962 “Garota de Ipanema” schreven, geïnspireerd door een Braziliaanse schone, Heloísa Eneida Menezes Pais Pinto, die vrijwel dagelijks langs de bar "Veloso" paradeerde, dat café heeft intussen de titel van het lied als naam gekregen. Volgens Miriam zouden die twee auteurs in het café ertegenover ook al eens gezeten hebben. Ze zong dan de eerste regels van het lied voor ons. Aanvankelijk zagen zij en Silva het niet zitten om langs het Maracanãstadion te rijden, want Flamengo speelde er thuis tegen Santos, en het verkeer zou misschien strop zitten. Maar ze probeerden het dan toch en we konden zelfs rap foto’s nemen aan de hoofdingang van het stadion, waar veel supporters van Flamengo samen troepten (van Santos-supporters zagen we niemand, die moesten misschien aan de andere kant het stadion betreden?). Volgens Didier zouden de Santos-spelers zelfs in “ons” hotel overnachten, maar ik ken er niemand van, dus zou ik niemand herkennen.

    Het Maracanã in Rio de Janeiro is een van de grootste voetbalstadions ter wereld. De naam Maracanã is de naam van de buurt, en van de Rio Maracanã die door deze buurt stroomt. Het is de thuisbasis van de vier grootste voetbalclubs van Rio: Botafogo FR, CR Flamengo, Fluminense FC en CR Vasco da Gama. Oorspronkelijk was de naam van het stadion “Estádio Municipal do Maracanã”, maar het is in 1966 hernoemd naar de voetbaljournalist en -schrijver Mário Rodrigues Filho. Het stadion werd gebouwd voor het WK Voetbal van 1950 en had oorspronkelijk een capaciteit van 183.000 toeschouwers. Nu alle plaatsen zitplaatsen zijn geworden, bedraagt de werkelijke capaciteit 115.000. Echter, uit veiligheidsoverwegingen is die teruggebracht tot 95,000. Hoewel het betonwerk en het voetbalveld ernstig verwaarloosd zijn, is de grootsheid van het ontwerp nog zichtbaar. De plattegrond van de tribunes is een zuivere ellips, en de rijen lopen zonder onderbreking rond, waardoor - bij een vollere bak - een enorme intimiteit ontstaat.

    Per maand komen gemiddeld zevenduizend bezoekers om bij wijze van toeristische tour het stadion van binnen te bewonderen. Het is dagelijks geopend met uitzondering van wedstrijddagen. Begin 2009 werd bekend dat het legendarische stadion voor twee jaar de deuren sluit voor een grondige renovatie. Met het oog op het WK 2014 wordt het stadion volledig verbouwd. Kosten daarvan bedragen naar schatting 156 miljoen euro (wie zou dat betalen? ). De renovatie zou begin 2010 van start moeten gaan en eind 2012 klaar zijn.

    Van dat groot stadion reden we naar de sambadroom (Sambadrome Marquês de Sapucaí), de plaats waar de carnaval wordt gehouden. In een winkel met kostuums en souvenirs mocht, wie wou, een kostuum even aantrekken voor foto’s, en mocht er 5 R$ voor betalen. Aangezien ik geboren en getogen ben in de Belgische (of toch zeker Vlaamse) carnavalsstad bij uitstek, Aalst, heb ik mijn kandidatuur gesteld en me laten tooien met een kostuum met hoofddeksel, en eerlijk gezegd, dat laatste woog nogal. Na enkele foto’s gaf ik het kostuum weer, en we gingen kijken naar kinderen en adolescenten die de dansen inoefenden. Er zijn enkele gelijkenissen met het Aalsters carnaval en er zijn enkele verschillen. De gelijkenissen zijn dat het in Brazilië in hetzelfde weekend wordt gevierd, dat elke groep (sambaschool) zijn thema kiest (meestal elk jaar een ander, niet per se politiek, maatschappelijk of sportief, wat in Aalst meestal wel de weerkerende thema’s zijn), dat die groepen kunnen in de prijzen vallen en dat er grote voertuigen voor gebruikt worden, maar in Rio wel veel groter en breder dan in Aalst. En het wordt dus ook gevierd van zaterdag tot en met dinsdag. Het grootste verschil (behalve dat de cariocas zich niet absoluut warm moeten kleden…) is vooral dat die karren zo groot zijn dat ze niet door de straten van Rio kunnen (zoals de wagens in Aalst wel kunnen), er is een macadam “straat” met links een tribune (dure plaatsen), daaronder een gebouw met ramen, en een eender gebouw aan de overkant van de “carnavalsstraat”. Vroeger kon de stoet wel door een nabijgelegen laan, intussen niet meer (er zijn ook groene stroken, maar denk ze weg, en je kan je daar de stoet zien voorbij trekken).

    De Sambadrome ["Sambódromo" in ‘t Portugees] was ontworpen door Oscar Niemeyer en gebouwd in 1984. Het bestaat uit de 700 m lange uitloper van de Marquês de Sapucaí straat omgewerkt tot een permanente paradeplaats met tribunes aan beide zijde voor toeschouwers. Zijn capaciteit is 90.000. Het complex omvat een ruimte aan het eind van de paradestraat, Het Praça da Apoteose (Apotheoseplein), waar de tribunes verder van de paradeplaats staan, waardoor een plein ontstaat waar de deelnemers verzamelen als hun parade tot een einde gekomen is. Buiten het carnavalseizoen, wordt het Praça da Apoteose meestal gebruikt voor internationale muziekconcernten, zoals The Rolling Stones, Elton John, Whitney Houston, Radiohead, Robbie Williams, Roger Waters, Eric Clapton, Nirvana, Pearl Jam, Carlos Santana, Avril Lavigne, Jonas Brothers, Demi Lovato en a-ha. In december beginnen de sambascholen technische repetities in de Sambadrome, welke leiden tot de Carnaval.

    De rit ging verder naar de kathedraal Säo Sebastiäo, zetel van de aartsbisschop naar de patroonheilige van de stad. Dat gebouw ziet er mij bizar uit, als een piramide met de campanile ernaast, maar misschien ben ik te conservatief. In alle geval, er kunnen in totaal 20.000 gelovigen de dienst bijwonen, 5.000 van hen kunnen daarbij een zitplaats vinden. De 4 glasramen reiken tot aan de koepel. Het project en zijn uitvoering werden gecoördineerd door Monseigneur Ivo Antônio Calliari (1918-2005). De huidige kerk werd gebouwd tussen 1964 en 1979 en verving een reeks oude kerken die dienden als kathedralen sinds 1676. Deze kathedraal staat dicht bij het oudste aquaduct (“Arcos da Lapa”), waar nu een trein over rijdt. We stoppen dan nog even aan een plein in Cinelândia of, officieel Praça Floriano Peixoto, dat omzoomd is door het Stadstheater (Theatro Municipal), de Nationale Bibliotheek (Biblioteca Nacional), het stadhuis (in het Palácio Pedro Ernesto) en het Hoger Gerechtshof (Tribunal Superior).

    Terug in het hotel kregen we om 19 uur een aperitief van dat hotel in de bar van het zwembad op het dak, voor iedereen een caipirinha, een cocktail die bestaat uit limoen, cachaça, ijs en suiker, of, voor wie geen alcohol drinkt, een fruitsap. Nadien schoven we aan voor het avondmaal: een rijkelijk gevuld buffet, zowel voor voorgerecht, hoofdgerecht als dessert. Met Brigitte en Leon deelde ik een fles witte wijn (het was het enige avondmaal in dat hotel).

    01.11 - Rio de Janeiro

    Wij brachten een dagbezoek aan Rio met het 'suikerbrood', 396 m hoge bergtop in Brazilië, gelegen op een schiereiland bij de ingang van de Baai van Guanabara, en dit met de kabelbaan in twee etappes. In het eerste station, dat van Urca, stapten wij uit en gingen wij een stukje wandelen. Daar staat een groot informatief bord met de geologische wording van de Suikerbroodberg, maar aan een stelling waren ook aapjes te zien. Over die geologische wording vind ik dit op het internet: “Geologisch gezien is de berg een klein deel van een enorme granitische batholiet die aan weerszijden van de Baai van Guanabara langs de Braziliaanse kust zoomt. De batholiet ontstond 800 miljoen jaar geleden tijdens een fase van gebergtevorming. Door erosie ontstonden uit de batholiet de rotsen rond Rio de Janeiro. De ronde vorm is kenmerkend voor graniet (een hard, homogeen en breukbestendig gesteente). Wanneer graniet in de beperkte ruimte van een intrusie uitkristalliseert bouwen zich zowel verticaal als horizontaal spanningen op, slechts in toom gehouden door het gewicht van het bovenliggende gesteente. Komt de intrusie vrij te liggen en valt die druk weg, waarbij gebogen lopende splijtvlakken ontstaan. Door erosie krijgt de rots een glad, gebogen oppervlak.” De berg is een landmark van de stad Rio de Janeiro door zijn karakteristieke afgeronde kegelvorm, hij is ook één van zeven zogenaamde morros van graniet die vanuit de Atlantische Oceaan oprijzen in de buurt van Rio de Janeiro. De top van de Suikerbroodberg is te bereiken met een 1400 meter lange kabelbaan die 75 passagiers kan vervoeren. De kabelbaan werd aangelegd in 1912 en is één van de bekendste toeristische attracties van Rio de Janeiro.

    Na de gebruikelijke foto’s namen we de kabelbaan die 75 passagiers kan vervoeren naar de top van de Pão de Açúcar, wij maakten het ons dus gemakkelijk, maar er waren ook rotsklimmers bezig. Rotsklimmen is namelijk mogelijk op zowel de Suikerbroodberg als de nabijgelegen rotsen Morro da Babilônia en Morra da Urca. De drie klimwanden vormen één van de grootste rotsklimgelegenheden ter wereld in een stedelijk gebied, met meer dan 270 klimroutes. De cabines, van de derde generatie, zijn van Zwitserse makelij, de vorige cabines, van Braziliaanse en vervolgens Duitse makelij, zijn nog te zien aan het station beneden.

    Er is ook een parkje boven aan de Suikerbroodberg en daar wandelden enkelen van ons, waaronder ik, eens rond, foto’s maken van bloemen.

    We keerden dan terug naar de bus waarmee we naar de Morro de Corcovado (Portugees voor "bochel") reden. Intussen begon het zachtjes te regenen. We reden met het treintje door het Woud van Tijuca, een nationaal park en tevens grootste metropole bos, tot boven aan die bochel. Omdat het bleef regenen, was de roltrap stilgelegd en ook Miriam vond het geen aanlokkelijk idee om de 240 treden te bestijgen. We namen dus de lift en kwamen zo goed als pal aan de voet van het kristusbeeld. We gingen eerst een snack eten en probeerden dan toch wat van de panorama’s te genieten, intussen had Brigitte voor haar en Leon een regenjas gekocht en was zo lief van er voor mij ook ene mee te brengen (en zeggen dat ik een regenvestje in de reistas had…). We bezochten ook even de kapel vooraleer terug te gaan naar het hotel (met lift en Corcovadotreintje), waar we ons konden opfrissen, of was ’t opwarmen, want die gestage regen gaf geen warmtegevoel.

    De Monte Corcovado is een berg in Rio de Janeiro, een 710 meter hoge granieten rots. De Corcovado ligt ten westen van het centrum, maar binnen de grenzen van de stad en is zichtbaar vanaf grote afstand. De berg is wereldwijd bekend vanwege het beeld Cristo Redentor dat de top siert. De treinrit gaat langs de kleurige standbeelden die naast rails zijn geplaatst. Die trein vertrekt vanuit Cosme Velho.

    Christus de Verlosser (in ‘t Portugees: Cristo Redentor) is een groot standbeeld van Jezus Christus in de stad Rio de Janeiro in Brazilië. Het beeld is 38 meter hoog, en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado. Op 12 oktober 1931 was het monument gereed en werd het ingewijd met een uitgebreide ceremonie door president Getúlio Vargas. Eén van de hoogtepunten moest worden het inschakelen van het verlichtingssysteem door Guglielmo Marconi vanaf zijn jacht, maar door het slechte weer moest de verlichting handmatig aangezet worden door arbeiders bij Corcovado. Het monument weegt in totaal 1145 ton, heeft in totaal een hoogte van 38 meter en de spanwijdte tussen de beide armen bedraagt 28 meter. Het beeld is gemaakt in Frankrijk, waarna het in blokken van 16 ton is verscheept naar Brazilië. Een tandradbaan, de Corcovado Rack Railway, klimt via de Floresta da Tijuca tot vlak onder het standbeeld. De tocht duurt 20 minuten. Ook met de auto kan men de berg bestijgen. Nadien dienen nog 222 treden te worden beklommen, die beginnen aan het eindstation van de tandradbaan. Sinds kort is het beeld ook bereikbaar met een drietal liften of vier roltrappen. Er bestaat ook een vermoeiende, maar lonende wandelroute naar het Lage-park in de Jardim Botânico, aan de voet van de Corcovado-berg.

    Vergelijken we even met het “kleine broertje” in Geraardsbergen: dat staat boven de steile Hooiweg, langs de Pachterstraat. Beide beelden stellen een triomferende Christus voor die zijn handen beschermend uitstrekt over de lager gelegen stad. Hier werd in 1920 beslist om een verguld Heilig Hartbeeld op te richten. Het monument werd nog datzelfde jaar ingehuldigd. Samen met de hoger gelegen Oudenberg (de Geraardsbergse variant van de Braziliaanse Corcovado) domineert het beeld sedertdien de bovenstad. Hoe groot dat beeld is, weet ik echter niet.

    's Avonds werden wij vergast op een Braziliaanse barbecue waar nog veel volk op straat liep na de Gay Parade, en elders een spetterende samba show, met in het voorprogramma een balkunstenares die meer dan een half uur met een voetbal in de weer was om hem zeker niet het podium te laten raken (trappen, koppen, balanceren in de nek, …). We kregen veel groepjes dansers te zien, alsook een lintkunstenaar en een groepje capoeiristas. Volgens Wikipedia is capoeira een spel, vaak omschreven als een Braziliaanse vecht-dans (dança-luta). Zij heeft haar wortels in soortgelijke spellen of riten meegenomen door de Afrikaanse bevolking in de tijd van de slavernij in Brazilië (slaven mochten niet vechten). Twee mensen spelen het capoeira spel in een door mensen gevormde cirkel, waarvan het hart een rij muzikanten is. Het spel is een uitwisseling van aanvals- en verdedigingstechnieken op muziek, waarbij de 'verdedigende' partij laag gebukte, ontwijkende bewegingen maakt. Kenmerkende bewegingen van het spel zijn de ginga; een 'waggelende' basisstap van waaruit alle mogelijke bewegingen voortvloeien. Capoeira ziet eruit als een combinatie van vele acrobatische bewegingen, zoals vanuit de handstand met twee benen gemaakte, hoog schoppende bewegingen. Op het einde van de show werd wat interactie van het publiek verwacht. Rond middernacht waren we terug in het hotel, en namen afscheid van Miriam en Silva.

    02.11 - Rio – São João del Rey - Tiradentes

    ’s Morgens, na het ontbijt, werden wij opgewacht door gids Jairo en chauffeur Luiz Antônio. Met hen reden wij over de BR 040 (een weg zonder verkeerslichten, is dit de Braziliaanse autostrade?) door een prachtig heuvelachtig landschap naar Tiradentes. We maakten een sanitaire en fotostop net vóór Petrópolis, aan een Duits restaurant met winkel. Hier blijken nogal wat Brazilianen van Zwitserse afkomst te wonen. Wij lunchen in een typisch restaurant in Barbacena: ook hier buffet maar tevens gegrild vlees, je kan hier ook “per kilo” eten, dan wordt gewogen wat op je bord ligt en op basis daarvan betaal je. We stopten nog een aan een speciale spar: de vrucht wordt gebruikt voor het vervaardigen van biodiesel (dat doen ze in de USA), het hout wordt gebruikt voor het vervaardigen van paier, vloer- en plafondbekleding. Via de BR 265 reden wij naar São João del Rei, waar we een pauze hielden. We zagen er vier kerken, de eerste en de derde waren vrij te bezoeken en daar kon Jairo veel over vertellen. De eerste kerk is die van de H. Franciscus van Assisi, waar het beeld van H. Antonius geen zwijntje aan zijn voeten had, zoals zijn evenbeeld in de abdijkerk van Val Dieu. Dat van H. Rosário was gesloten, maar dat van H. Pilar dan weer niet (en dat van Carmel – die van de Karmelieten, toch wel gesloten was). De kerken in Minas Gerais zijn barokke gebouwen en dat valt te zien aan de mollige engeltjes met Mona Lisa-grijns, er zijn geen biechtstoelen maar wel twee preekstoelen, een aan elke zijde van de kerk, de trap ervan is niet te zien in de kerk, enkel twee “balkons”. Vanaf de ene preekstoel zou voorgelezen worden uit het Oud Testament en vanaf de andere uit het Nieuw Testament.

    São João del Rei is een historische stad in de provincie Minas Gerais in Brazilië. De stad werd in 1713 gesticht. In de stad staan veel oude gebouwen, waaronder een zeventigtal kerken en kathedralen, behalve die welke wij zagen nog die van Mercês e Bonfim (1769), Senhor dos Montes Santo Antônio, N. Sra. da Piedade do Bom Despacho (antieke kapel van de Cadeia). We maakten daar een stadswandeling vooraleer naar Tiradentes te rijden waar wij avondmaalden en overnachtten in de pousada Mãe d’Agua. Ik had daar een kamer naast de zwembadbar, hopelijk bleef het rustig... In tegenstelling tot het hotel in Rio bood deze pousada geen welkomstdrink. Om 18:30 uur gingen we elders op restaurant, daar was het “eten wat de pot schaft” maar het was wel lekker.

    Tiradentes is een historische stad in de regio Minas Gerais in Brazilië met ongeveer 6500 inwoners. Deze stad werd gesticht in het jaar 1702, het stadje ziet er 18de-eeuws uit omdat er een speciale wetgeving is in die plaats dat alles er zo uit moet zien, wegdek incluis, het is gelegd met stenen, soms zelfs kwartsstenen, hier hebben ze er meer dan genoeg van. De naam van de stad is vernoemd naar de revolutionair persoon Tiradentes. Een van de populairste gebouwen in de stad is de Igreja da Nossa Senhora do Rosário dos Pretos, een oud kerkje dat voor slaven was bedoeld. De kerk is gebouwd tussen 1708 en 1719. De naam kreeg de stad van Joaquim José da Silva Xavier (16 augustus 1746 - 21 april 1792), beter bekend als Tiradentes (geen tandarts maar ene die tanden trok op kermissen), een van de leiders van een revolutionaire beweging, genaamd Inconfidência Mineira.

    03.11 - Tiradentes – Congonhas – Ouro Preto

    Ik had geen telefoon op de kamer dus werd ik ook niet gewekt… Gelukkig versliep ik me maar een vijftal minuten en ik vond mijn medereizigers aan het ontbijt, waar ik zag dat één van de confituren ook cachaça als ingrediënt had, zou men daar zat van worden als men er te veel van op zijn boterham smeerde en opat? Tenslotte wordt caipirinha gemaakt met cachaça. Wij wandelden eerst nog wat in Tiradentes, waarbij kerken, de dorpsbron, de Rua Direita (de belangrijkste straat in een Braziliaanse stad heet meestal Rua Direita, niet Nieuwstraat of Veldstraat). We vertrokken dan richting Ouro Preto en genoten te Castro in een typisch restaurant van een middagmaal met regionale specialiteiten.

    In de bus gaf Didier tekst en uitleg over de Braziliaanse vlag: de kleuren en vormgeving van de vlag zijn afgeleid van de vlag van het Braziliaanse Keizerrijk, waarbij het keizerlijke symbool is vervangen door een wereldbol met sterren en het motto. De kleuren hebben elk een symbolische betekenis. Het geel staat voor de rijkdom van de Braziliaanse bodem, waaronder de goudvoorraad. Het groen symboliseert de flora en fauna, met name het Amazoneregenwoud, de jungle langs de Atlantische Oceaan en het Pantanal. Groen en geel samen staan dus voor de Braziliaanse natuurschatten, die de tropische droom van een welvarende samenleving (moeten) laten uitkomen. Overigens kwamen deze kleuren ook al voor in de vlag van het Braziliaanse Keizerrijk; destijds hadden ze een andere symbolische betekenis. De blauwe en witte kleur staan voor de maagd Maria. Het motto Ordem e Progresso staat zoals vermeld voor "Orde en Vooruitgang" en is het bekendste motto van het positivisme. De kreet is afkomstig van een citaat van Auguste Comte: "L'amour pour principe et l'ordre pour base; le progrès pour but" ("Liefde als principe en orde als basis; vooruitgang als doel"). De sterren vormen gezamenlijk het voor het zuidelijk halfrond symbolische sterrenbeeld Zuiderkruis en enkele sterrenbeelden daaromheen. De vlag toont de sterren(beelden) zoals deze vanuit Rio de Janeiro te zien waren op de ochtend van 15 november 1889, de dag dat het Braziliaanse Keizerrijk vervangen werd door de republiek. Het zicht is van buiten de hemelbol, dus gespiegeld. Jaren na de proclamatie van de republiek, besloot men dat de sterren de staten zouden representeren, net als in de vlag van de Verenigde Staten. Daarop werd de vlag enigszins aangepast tot 21 sterren. Elke ster staat sindsdien dus voor één deelstaat. Ook het Federaal District heeft een 'eigen' ster: Sigma Octantis, een ster die bij de astronomische Zuidpool staat en het hele jaar in bijna het hele land te zien is. Op momenten dat er een deelstaat bijkwam doordat een deelstaat werd gesplitst, werd de vlag veranderd door er een ster aan toe te voegen. De laatste wijziging vond plaats in 1992; sindsdien kent de vlag het huidige aantal van 27 sterren. Uitleg gaf Didier ook over het wapen van Brazilië: het wapen bestaat uit een centraal embleem, omringd door een koffieplant (links) en een tabaksplant (rechts), belangrijke Braziliaanse landbouwproducten. Onder het embleem staat op een lint de officiële naam van het land in het Portugees en de datum waarop Brazilië een republiek werd. Het embleem zelf bestaat uit een vijfpuntige groengele ster met een roodgele rand. Groen en geel zijn de nationale kleuren van Brazilië. In het midden van de ster staan in een blauwe cirkel vijf witte sterren, die, net als in de nationale vlag, het sterrenbeeld Zuiderkruis symboliseren. De 27 sterren die er in een cirkel omheen staan, verwijzen naar de 26 deelstaten en het Federaal District.

    In Congonhas, de stad der profeten maar ook een pelgrimsoord, bezochten we de kruisweg, waar drie kapellen in restauratie en dus voor bezoek gesloten zijn. Ook de basiliek Santuário do Bom Jesus de Matosinhos was gesloten, er werd gekuist na de officiële feestdag wat Allerzielen hier zeker is. Buiten aan de basiliek zouden we een parabellum (ziet er uit als een parasol) en een hangertje met bel zien. Buiten staan beelden van profeten, en dat van Daniel werd gemaakt naar gelijkenis van Tiradentes. Veel barokke kunst is van de hand van Antônio Francisco Lisboa, beter gekend onder zijn artiestennaam Aleijadinho, het kreupeltje, hij was geboren te Vila Rica - nu Ouro Preto, op 29 augustus 1738 en aldaar overleden op 18november 1814. Toen Aleijandinho ongeveer 40 jaar oud was kreeg hij een ziekte waardoor hij zijn ledematen steeds minder kon gebruiken. Om te blijven werken moest een assistent hem helpen om zijn gereedschappen vast te houden door ze aan zijn polsen te laten vastbinden. Zijn werken zijn typisch Braziliaanse barok en vertonen eigenschappen uit zowel de rococo, klassieke stijlen en de gotiek, hij werkte vooral in zeepsteen.

    Via de BR 040 en aansluitend de BR 356 reden we naar Ouro Preto, waar we onze intrek namen in de pousada Solar da Ópera, waar we als welkomstdrink een vruchtensap met wodka (of zonder, voor wie geen alcohol lust) kregen. Mijn kamer (suite) was op de tweede verdieping en leek me nogal donker, door de smalle terrasdeur (de ene vleugel is permanent gesloten) en een hoog raampje, de verlichting bracht niet veel. In het nabijgelegen (zelfde straat) restaurant Do Ouvidor hebben we lekker gegeten en gedronken (een maltbier van Nova Schins, niet zo zoet als het donkere Antarctica). We bevonden ons dan in het hartje van Minas Gerais, een mijnstreek vol historische herinneringen aan het rijke koloniale verleden van Brazilië.

    04.11 - Ouro Preto - Belo Horizonte

    In de ochtend vertrokken wij per autocar naar Mariana waar wij na een stadsbezoek een goudmijn, Mina do Passagem bezochten. In het stadje zijn veel straten in blokvorm gelegd, zoals in enkele Amerikaanse steden, Mariana wordt ook sterk bepaald door de Braziliaanse barok. Belangrijke bezienswaardigheden in de stad zijn de door Aleijadinho ontworpen kerk van São Francisco de Assis en de kathedraal da Sé, waar de plafondschildering aandacht verdient, waar links plaats was voor de rijken, en rechts dus voor de arme parochianen, hier is ook geen bladgoud. De kerk van São Pedro daarentegen is niet afgewerkt, tijdens de bouw overleed een priester en de paus moest de kerk vrijgeven, maar dan voor bezoek, of er nog missen voorgedragen werden, is mij niet duidelijk.

    In de Mina do Passagem bracht een mijntreintje ons naar beneden, en daar gaf Jairo nogal wat uitleg. Deze mijn is sinds 1975 niet meer ontgonnen, de laatste goudzoekers waren Engelsen met machines, die de Brazilianen met slaven opvolgden. Die slaven moesten er beulen tot hun 40 jaar, dan moesten ze bovengronds gaan werken. De gaten voor het dynamiet moesten strategisch geboord worden zodat de steunpilaren niet weggeblazen werden, deze moesten de mijn stutten. Vrouwen zouden in de mijn voor ongelukken zorgen, maar er was wel een altaartje voor de Heilige Barbara.

    We bezochten dan weer Ouro Preto, gingen binnen in een winkel waar likeuren konden geproefd en vooral gekocht worden. Verder bezochten wij het Museum van Mineralogie, dat gevestigd is in een school waar in die richting gestudeerd wordt, en in dat museum ligt een exemplaar van zwart goud, dat zijn naam gaf aan de deelstaat, het ziet echt donkerder dan wat wij van goud gewend zijn. We bezochten ook het operahuis, volgens de website van de stad het oudste theater van Latijns Amerika. Een werkman was bezig het theater, en dan vooral het podium, klaar te maken voor wat mij een discussieavond leek te zullen worden. Intussen hoorden wij het hevig regenen en dat deed het nog toen wij het theater wilden verlaten. Aanvankelijk was het plan om op het nabije marktje aan souvenir jagen te doen, maar Didiers voorstel om toch maar verder te rijden, werd unaniem aangenomen, waarna wij verder reizen naar Belo Horizonte. Onderweg maakten we nog wel een fotostop voor de zonbeschenen heuvels en een stukje regenboog. Van de stad zelf zagen wij niet veel meer dan hoge gebouwen en druk wegverkeer, tot we aankwamen aan Hotel Liberty, en daar kregen we meteen een welkomstdrink, de gebruikelijke caipirinha, en daar kon ik perfect mee leven. J Nadat we ons hadden verfrist en samen kwamen voor het avondmaal (een buffet kariger dan dat in Rio de Janeiro), vroeg Jacqueline aan mij of ik niet verloren liep in mijn kamer. Immers, toen ik kamer 1012 betrad, kwam ik eerst in een halletje waar ik kon zitten en iets schrijven, en dan pas kwam ik in de slaapkamer, die toegang gaf tot een dressoir en een badkamer (een diep zitbad waarin ook gedoucht kan worden). Toen ik nog wachtte op mijn reistas (de meeste anderen lieten die ook brengen) kreeg ik eerst nog op een dienblaadje twee pralines van het kamermeisje. Zoals hij eerder had beloofd, had Didier in het postkantoor van Ouro Preto de bestelde postzegels kunnen kopen, ook ik kocht er 10. Zes ervan maken deel uit van een reeks over het Nederlands aandeel in de geschiedenis van Brazilië. Tussen 1630 en 1654 was Pernambuco (de deelstaat met o.a. de steden Olinda en Recife) onder Nederlands bewind (zie Nederlands Brazilië) en in die tijd vonden er belangrijke culturele, economische en sociale veranderingen plaats, vooral onder de regering van Johan Maurits van Nassau-Siegen. De verdrijving van de Hollanders bracht een sterke drang naar autonomie en eigen kunnen met zich mee die later zou uitmonden in de Mascates Oorlog (tussen Olinda en Recife) in 1711. Er waren dus nog andere zegels, en die moesten gecombineerd worden.

    Belo Horizonte is de op drie na grootste stad van Brazilië. Het is de hoofdstad van de staat Minas Gerais en vormt een driehoek met de twee grootste Braziliaanse steden, São Paulo en Rio de Janeiro. De stad ligt op ca. 850 m. hoogte en heeft daardoor een vrij aangenaam klimaat. De oppervlakte van de hele metropool is ca. 335 km². Een groot meer, Pampulha, ligt vrij centraal in de stad.

    05.11 - Belo Horizonte – Foz do Iguaçu

    ’s Morgens voerde Luiz Antônio ons en zijn collega Jairo naar de luchthaven van Belo Horizonte voor onze vlucht naar Foz do Iguaçu met overstap in São Paulo, daar moesten we van gate 3 naar gate 7 naar gate 11 en terug naar gate 7, waar we meteen konden inschepen. Toen we dan eindelijk, in de namiddag, in Foz do Iguaçu aankwamen, wachtte lokale gids Carlos op ons, hij liet ons naar ons Hotel das Cataratas voeren.

    Foz do Iguaçu: gelegen in de Zuidwestelijke deelstaat Paraná, vlakbij het drielandenpunt van: Brazilië, Paraguay en Argentinië. Voor 10 juni 1914 was Foz do Iguaçu een nog een Vila (dorp), genaamd Vila Iguassu. Op deze datum werd vanuit het dorp een stad gesticht door kolonel Jorge Schimmelpfeng en kreeg het een naamsverandering naar Foz do Iguassu. In 1945 werd de stadsnaam aangepast in de huidige spelling dat wordt geschreven met een "ç"; door een overeenkomst tussen de kunstacademies van Lissabon en Brazilië die de "c" met een cedille (ç) invoerden als een erkend letterteken in het Braziliaans Portugees. In 2005 was er een wetsvoorstel waarin stond dat de naam van de stad aangepast moest worden naar de oude spelling Foz do Iguassu, omdat de huidige naam met de ç voor vele toeristen een obstakel bleek te zijn (’t bestaat nochtans ook in ’t Frans). Het wetsvoorstel werd afgekeurd nadat 90% van de 4.000 ondervraagden, waaronder de burgemeester, tegen de naamsverandering was. De belangrijkste bronnen van inkomsten van Foz do Iguaçu zijn voornamelijk het toerisme en de opwekking van elektriciteit. De stad is met name beroemd door zijn toeristische attracties en bezienswaardigheden die mensen vanuit de hele wereld aantrekken, zoals onder anderen: de Iguaçuwatervallen; gelegen in het Parque Nacional do Iguaçu (Nationaal park Iguaçu), de Itaipúdam; de grootste waterkrachtcentrale ter wereld, de monding van de Rio Iguaçu in de Rio Paraná; gelegen op het drielandenpunt, de Ponte Internacional da Amizade = de brug tussen Paraguay en Brazilië, de Ponte Internacional da Fraternidade = de brug tussen Brazilië en Argentinië, en Parque das Aves; een vogelpark met 150 soorten.

    We moesten ons een beetje haasten want we zouden een safari meemaken met aansluitend een toer met een speedboot tot vlakbij de watervallen. In mijn haast om de groep niet te laten wachten, had ik verzuimd antimuggenspray te gebruiken, en dat zal ik geweten hebben (ik ben wel ingeënt tegen gele koorts)… Met onze bus (de meest luxueuze van deze reis) kwamen we aan het onthaal van Macuco Safari, waar we plaats namen in wat jeeps leken te zijn, onderweg kregen we uitleg over enkele bomen, zoals de palm die de palmharten levert (die kan dat 1 keer en is met uitsterven bedreigd). Een andere boom was van belang voor de indianen, o.a. omdat de stam zo recht is dat ze er een kano konden uit maken en omdat in de schors een stof zit dat gif is voor de vissen, die dan dood aan de oppervlakte kwamen drijven en dan eenvoudig met de hand opgevist werden. Hoewel het al na 17 uur was en niemand het nationaal park nog werd binnengelaten, was er toch nog volk genoeg voor een boottocht naar de watervallen, zodat we nog wat moesten wachten. Didier moest er wel bij Carlos op aandringen dat wij als groep samen wensten te blijven, en dat was ook gelukt, zodat wij een speedboot voor ons alleen hadden, benevens natuurlijk de stuurman achter ons en een cameraman voor ons, deze maakte ook foto’s met de toestellen van zijn passagiers, die toestellen moesten wel in een waterdichte zak toen we dichter bij de Duivelshals kwamen voor een goeie douche. Carlos bleef intussen aan de oever op onze spullen letten en werd dus niet “een beetje nat”, zoals hij de Iguaçu-douche aankondigde. Eerst vaarden we rustig naar een waterval zonder er echt dichtbij te komen, we kregen wel wat waternevel over ons maar konden vooral rustig foto’s nemen, zeker van de reigers en met enig geluk wat gieren. Onderweg zag ik op de rechteroever de Argentijnse vlag, dus we hadden intussen de grens overgestoken, zonder dat we onze paspoort moesten tonen. Een eind verder begon de waterpret, vooral van de stuurman die er maar niet genoeg van leek te krijgen. J Toen we dan toch terug voeren, pleegde hij nog enkele stuurmanstruckjes om ons een douche te schenken.

    De Watervallen van Iguaçu (Portugees: de Cataratas do Iguaçu; Spaans: Cataratas del Iguazú) zijn de watervallen van de rivier Iguaçu, waarvan de bron in Curitiba is, op de grens tussen de Argentijnse provincie Misiones en de Braziliaanse staat Paraná. Hetgeen de cataratas wordt genoemd is een geheel van tussen de 270 en 300 watervallen, afhankelijk van de hoeveelheid water die door de rivier Iguaçu stroomt. Men spreekt van een waterval als water valt (constant of tijdelijk, als er genoeg water is) tussen twee rotsen of twee bomen. In totaal zijn de watervallen 2,7 kilometer breed en vallen tot 82 meter naar beneden. Het bekendste deel van de watervallen is de "Garganta do Diabo" (keel van de duivel), een grote halfronde waterval van 150 meter breed waarin het water 70meter in de diepte stort en dat zich overigens dicht bij ons hotel bevindt. Recht over dit punt gaat overigens de grens tussen Argentinië en Brazilië, waardoor het grootste deel van de watervallen in Argentijns gebied ligt (vandaar dat de meeste opnames van de film “The Mission” in Argentinië gebeurden). Het water stroomt echter weg van Argentinië, waardoor het meest complete uitzicht van de Braziliaanse kant te zien is.

    Terug aan de steiger konden we foto’s en de film van de cameraman bestellen, deze zouden ’s anderendaags beschikbaar zijn aan de receptie van Macuco Safari, nadat we de watervallen van Argentijnse kant hadden bekeken. Maar nu reden we dus terug naar het hotel om ons klaar te maken voor ons avondmaal. Op het terras tussen de eetzaal en het zwembad kregen we een welkomstdrink, een goeie caipirinha, maar ik vond de ijsblokjes te klein, ik zou ze mee opdrinken indien ik niet oplette. Dat avondmaal werd opgeluisterd door muziek komende van een piano in combinatie met een klarinet of een dwarsfluit, dit laatste klonk niet zo hard. Leon profiteerde alvast van de gelegenheid om voor zijn Brigitte “Garota de Ipanema” aan te vragen, en trakteerde de 2 muzikanten met een bier.

    06.11 - Foz do Iguaçu

    Om half negen vertrokken wij naar de Argentijnse kant van de watervallen, het duurde behoorlijk lang eer we de grenspost konden verlaten (we waren niet de enigen en Argentinië zal wel uitkijken wie het zoal binnenlaat), toch lukte het en meer nog, Carlos had voor elk van ons een stempel in ons paspoort bekomen. In deze regio zijn wel 4 seizoenen, in tegenstelling tot de streken langs de kusten, alleen andersom dan bij ons, natuurlijk (overigens staat de zon ’s middags in ’t noorden, en niet in ’t zuiden) en de mensen leven hier vooral van de landbouw. De Argentijnse staat Misiones is gesticht in 1960 door buitenlanders die de landbouw in gang staken en die behalve Spaans en Engels hun eigen taal nog leren.

    Toen we dan uitstapten, kregen we een mooie wandeling aangeboden over wandelbruggen (geen knuppelpaden maar metalen steegjes), met exotische dieren (coati’s, bij voorbeeld), mooie vlinders en indrukwekkende watervallen. Daarna reden we met een treintje naar de Duivelshals, aan het eindstation hadden we nog een kilometer te wandelen, intussen zagen wij aan de overkant ons hotel liggen. We genoten met volle teugen van de uitzichten en konden haast niet stoppen met fotograferen. We moesten dan toch nog terug, en opnieuw viel mij in het stationnetje de achtergrondmuziek[1] op: de filmmuziek van “The Mission” (een Britse film uit 1986 met in de hoofdrollen onder meer Robert De Niro, Jeremy Irons en Liam Neeson), waar de watervallen veelvuldig in voorkwamen, en dan juist werd dus in Argentinië gefilmd. Nu reisde die muziek zelfs mee in het treintje tot aan het beginstation, nabij de ingang van het nationaal park. Daar konden we ook aanschuiven voor het buffet. Nadien verlieten we Argentinië en dat ging iets vlotter al kwam een vrouwelijke douaneambtenaar kijken wie er zoal in die bus zat. Onderweg stopten we nog om souvenirs te kopen (ik hoopte daar iets meer te vinden, want ik had enkele dagen eerder gemerkt dat ik de batterijlader van mijn fototoestel thuis gelaten had…), ik kocht daar een aandenken en een kalender voor mezelf. We stopten ook aan een helihaven want 6 van mijn medereizigers wilden een helikoptervlucht van 10 minuten meemaken, docht de weersomstandigheden waren op dat moment niet optimaal, het weer was wat wisselvallig, maar het regende niet. Een bezoek aan de waterkrachtcentrale van Itaipudam was ook mogelijk maar daar had blijkbaar niemand oren naar (ik ook niet, we zouden er toch niet binnen kunnen, en veel technische uitleg te verwerken krijgen, vermoed ik). We reden dus naar het onthaal van Macuco Safari voor onze foto’s en DVD’s, in die winkel zag ik dat daar dezelfde kalender enkele R$ minder kostte… We (ik in gezelschap van vier paren – Didier wachtte op Brigitte en Leon) troostten onze kameraden met een wandeling van aan ons hotel naar de Duivelshals aan Braziliaanse zijde, zagen tijdens de wandeling ook enkele diertjes, vogels en vlinders. Aan de Duivelshals zagen wij ook een regenboog dat bijna helemaal rond was !

    ’s Avonds zaten we voor het maal verder van de twee muzikanten en ik moest me dan niet zo hard inspannen om mijn tafelgenoten te verstaan.

    07.11 - Iguaçu – Cuiaba – Pantanal

    We moesten al om drie uur opstaan, kregen een zeer bescheiden ontbijt (koffie of thee met twee soorten cake, fruit was ook voorhanden) en reden naar de luchthaven om via São Paulo naar Cuiaba te vliegen (er was ook een tussenlanding in Campo Grande). Door een elektronische panne bij TAM konden we die dag kiezen waar we in de vliegtuigen zaten, en in het vliegtuig naar São Paulo zaten enkelen van ons, zoals Brigitte, Leon, Didier en ik, in business class, alleen de champagne ontbrak nog. In het vliegtuig naar Cuiaba hadden we zoveel geluk niet, maar in São Paulo moesten we tenminste niet van de ene gate naar de andere hollen. Bovendien kregen we van Foz tot Cuiaba wel drie keer een warm broodje met ham en kaas, en evenveel keer dezelfde filmpjes te zien. Bovendien moesten Martine en Ronny nogal lang wachten op hun tweede blauwe koffer, die stond op een andere bagagekar die later werd aangereden. In Cuiaba werden we opgewacht door de jongste gids van de hele reis, Janel en de chauffeur van een klein busje, de kofferbak was zo klein dat de helft van de reistassen in de bus moesten gestapeld worden. Mijn eerste indruk van Cuiaba was nogal armzalig maar na een tijd kwamen we in het platteland terecht. Didier vertaalde de waarschuwing dat we op het grondgebied van de pousada geen GSM-ontvangst zouden hebben, we konden daar wel een telefoonkaart kopen, maar we gaven liever de fax-nummer van ons verblijf aan onze mensen, mochten ze ons dringend willen contacteren. Onderweg stopten we aan een winkel om water (en koeken of zo) te kopen, want het drinkwater is voor ons niet drinkbaar. Gaandeweg reden we meer op aardewegen dan op asfalt, en dan zeker hoe dichter wij de pousada naderden. We hadden ook twee bruggen, een kleine en een grotere, over te steken, net voorbij de grootste stopten we voor enkele foto’s. De Pousada do Rio Mutum is genaamd naar de rivier die we daar overstaken, en er is ook een vogelsoort dat zo heet, in het Nederlands is dat een roodsnavelhokko, behorend tot de hoendervogels, Deze dieren leven in Centraal- en Zuid-Amerika en het zijn de tegenhangers van de fazanten en pauwen uit de Oude Wereld. Toen we aankwamen aan de Pousada do Rio Mutum, stond ons alweer een welkomstdrank te wachten, deze keer een fruitsap van de mango’s die er weelderig aan de bomen hangen, en er af vielen eens rijp; en om te knabbelen kaasbroodjes. Dit is wel een leuke pousada, met 22 kamers type chalet, verspreid over een parkgebied van 7 hectaren, alle met luchtverversing en ventilator aan het plafond, ijskastje, badkamer, twee terrasstoelen, tafeltje en hangmat op het terrasje. Dat fruitsap werd geschonken op een terras met diverse zetels onder een rieten dak. Er stonden ook stoelen die uit een stuk boomstam gemaakt waren, op één ervan zat een papegaai de liefde te verklaren aan een zwarte kip.

    Ik kreeg “appartement” 4, de helft van een gebouwtje, in de andere helft logeerde Didier. We wandelden met Janel naar de rivier, onderweg zagen we enkele capivara’s (of capibara’s, ik heb beide schrijfwijzen al gezien maar Janel gebruikt de eerste versie), dat zijn de grootste knaagdieren ter wereld en ze hebben een dikke snoet. In de rivier konden we enkele kaaimannen zien, of toch hun ogen, waarmee ze ons in het oog hielden. Terug in de pousada kregen we een gratis koffie of thee (die is er altijd en gratis voorzien in de eetzaal). Terwijl we ermee onder het rieten dak zaten, zagen we een tapir uit zijn kot komen en een wortel eten. We gingen ons dan verfrissen voor het avondmaal, soep en buffet. Over die soep werd ons wijsgemaakt dat het van piranha’s gemaakt zou zijn, maar niemand van ons proefde vis in de soep, wel nogal wat kruiden.

    08.11 – Pantanal

    Na het ontbijt werden we over twee motorbootjes verdeeld om kennis te maken met de flora en vooral fauna van één van de grootste natuurreservaten van onze planeet: de Pantanal (de helft van de oppervlakte van Frankrijk). Janel kende alle dieren die we zagen, maar ik moet de toevlucht nemen tot naslagwerken (op het internet) voor de namen in het Nederlands, voor zover vertaald: hij wees ons op aalscholvers, slangenhalsvogels, hoenderkoeten, tijgerroerdompen, ijsvogels, Amazone-ijsvogels, moerasbuizerds, kardinaalvogels, vishaviken. We zagen natuurlijk ook kaaimannen, de eerste was een vrouwtje dat op een mannetje wachtte. Verder zagen we een pijlstaartrog rond ons bootje. Deze boottocht duurde wel ongeveer vier uur. Overigens is Cuiabá, de hoofdstad van Matto Grosso (= groot woud), indiaans voor reuzenotter. We gingen dan terug voor het middagmaal en Janel had er bij Didier op aangedrongen dat we tot half vier siësta zouden houden want het werd echt te warm om in de zon te vertoeven. Die siesta verbracht ik voornamelijk in mijn hangmat en ik had geluk dat om kwart na drie twee personeelsleden van de pousada met hun bagagekar naar een kamer gingen, want ik was in slaap gevallen.

    Ik had al in Ouro Preto ’s avonds aan tafel opgevangen dat er een rit te paard op het programma stond. Dat was dus voor deze namiddag. Agnes moest de dieren eerst eens zien, want ze was ooit van een paard gevallen, en ze besloot toen om geen paard te rijden, ze waren haar te groot. Het plan was dat een groep o.l.v. een andere gids te paard naar het Sia Marianameer (waar de Mutumrivier uitmondt) zou rijden, en de andere helft met Janel per motorboot naar de plaats van afspraak te varen. Intussen wees hij ons nog op dieren, vooral vogels (zoals de jabiroe, een soort ooievaar) en wij waren eerst aan de oever, dus gingen we nog een toertje wandelen met onze gids. Toen wij terug aan de plaats van afspraak waren, waren de ruiters ook al aangekomen.

    Hoewel ik nog nooit te paard gereden heb, had ik tijdens de busrit naar de pousada al aangegeven het toch eens willen proberen, en ik kon terug rijden op het paard waar Martine mee naar het meer reed. Alleen Lieve reed heen en weer te paard, zij is dat gewoon van in België. Tijdens de rit naar het meer heeft ze zelfs verwisseld (al weet ik niet meer met wie) want het paard was wat te energiek, en zij kon dat gemakkelijk de baas. Dus reed Lieve op ’tros Beiaard (zij is van Baasrode bij Dendermonde) en ik op ’t ros Balatum terug naar de pousada. Mijn knol was echter niet van de rapste en onze lokale begeleider moest soms een zweepslagje op zijn achterste geven. Toen Willy’s paard aan een plas aarzelde en de mijne vlot de modder doorwaadde (waarvoor ik hem feliciterde), kwam ik voor hem in de groep en was mijn paard niet meer van plan om Willy voor te laten. De rit duurde ongeveer een uur en we hebben er allemaal van genoten, ik hoop dat “mijn” hengst nu geen nachtmerries heeft...

    Terug aan onze verblijfplaats bevestigde Didier dat er niet op piranha’s mag gevist worden (Janel zei dat al tijdens het wandelingetje) omdat het paartijd is, maar we zouden ze wel zien. Vanavond na het eten maakten wij een nachtelijke tocht in wat mij een pick-up leek en gingen wij op zoek naar roofdieren, maar wij vonden er nauwelijks: een nachtreiger, een haas, koeien en wasberen. Omdat de dieren zich blijkbaar verstopt hadden (het had nog geregend tijdens het avondmaal), vroeg Didier of we niet een minuut of 5 konden stilstaan, motor en lichten (ook Janels lamp) uit, zodat we toch nachtelijke geluiden hoorden. Ik leek vooral puiten, krekels en even later nog een geluid te horen, maar dat laatste kan ik niet thuis brengen, een waadvogel?

    De Pantanal is het grootste draslandgebied ter wereld dat zijn water krijgt van hoger gelegen land (zoals het Mato Grosso Plateau). De regio, waarvan de naam is afgeleid van het Portugese woord “pântano” (wat “moeras” betekent), bevindt zich in Zuid-Amerika, voornamelijk in Brazilië (in Mato Grosso en Mato Grosso do Sul, zoals Janel op een kaart wees). Verder bestrijkt de Pantanal delen van Bolivia en Paraguay. In totaal bestrijkt de Pantanal een gebied van 150.000 km². De Pantanal stroomt over in het regenseizoen, waardoor 80% van het gebied onder water komt te staan. Daardoor bevat de Pantanal ’s werelds rijkste collectie aan waterplanten. Er wordt vermoed dat de Pantanal het dichtste flora en fauna ecosysteem ter wereld heeft. Het ecosysteem is het thuis van 3500 plantensoorten, meer dan 650 vogelsoorten, 400 vissoorten, ongeveer 100 soorten zoogdieren en 80 soorten reptielen. De Pantanal is het natuurlijke huis voor de Hyacinth ara. Deze vogel wordt ernstig bedreigt vanwege de handel in de dieren op de zwarte markt (in de verenigde staten zijn ze al snel $10000 waard). Andere bedreigd diersoorten die voorkomen in de Pantanal zijn de jaguar, kaaiman (jacaré), manenwolf, reuzenotter, reuzengordeldier, capibara (waterzwijn), en laaglandtapir.

    09.11 – Pantanal

    Na het ontbijt gingen we wandelen, zo’n uur of twee, om zo te zeggen in de achtertuin van de pousada en Janel verklaarde veel, zoals over de bahasupalmboom waarvan de bladeren dienen voor de paarden en de vruchten voor apen en voor cosmetica (o.a. shampoo). Over de slingerliaan dat kan dienen als decoratie maar het bevat ook een stof dat goed doet voor nieren. Over de mimosa: de bloemblaadjes sluiten zich bij aanraking. Van een cactus zagen de vruchten rood van rijpheid. Toen zochten we naar apen, we zagen kapucijnerapen slingeren van de ene boom naar de andere. Dit was een wandeling over bospaden, soms met minieme hindernissen (prikkeldraad, takken die weggekapt werden door Janel). Dan restte ons nog ongeveer anderhalf uur rust voor de lunch. Intussen was ik ook verhuisd, net als Agnes en Willy. Zij hadden last van ongedierte (insecten?) die ’s nachts voor lawaaioverlast zorgden, het klonk als krabben in het hout. Ik had ’s morgens de afvoerknop van het WC aan mijn vinger kleven door transpiratie. Ik kreeg de knop niet zelf bevestigd en had dat gemeld aan Didier. Toen we terug waren, was echt alles verhuisd naar een kamer verderop, alleen wat ik in het nachtkastje bewaard had, was daar nog, dat konden de personeelsleden natuurlijk niet weten. Voor de reparatie moest er iemand uit de stad komen (uit Mimoso, of helemaal uit Cuiabá?). Ik leek wel een upgrade gekregen, hoewel ik voor mijn eigen part in de eerste kamer kunnen blijven, want de afvoer van de WC werkte nog goed, doch mijn nieuwe kamer had plaats voor vier (de slaapbank kan uitgetrokken worden tot bed), en mijn kamer lag de nieuwe kamer van Agnes en Willy. Tijdens de lunch kwam Janel aan Didier zeggen dat we pas om 4 uur ’s namiddags zouden vertrekken, eerder was het echt niet te doen voor de boottocht naar de meren. Maar hij zei ook dat we vanaf de oever wel mochten op piranha’s vissen, dat visverbod gold enkel op de rivier, niet van op de oever, omdat dan de professionele vissers met hun netten geen voordeel meer zouden hebben tegenover de minder gegoede vissers. Na het middagmaal dutte ik op de kamer met de ventilator aan, en ging tijdig naar het terrasje met strooien dak.

    Met twee motorbootjes voeren we naar het Sia Marianameer waar we vogels (o.a. gier en havik) bekeken. Dode piranha’s werden als lokaas gebruikt om kaaimannen te lokken. Andere vissen vorderden met sprongen om uit de bekken van de jacarés te blijven, de meeste lukte dat, sommige kwamen zelfs in de motorbootjes terecht, wij “vingen” er zo vier. Het grotere, aangrenzende meer konden wij niet op, er was een stenen wal aangelegd, dat voor de vissen natuurlijk geen obstakel was. We voeren uiteindelijk terug en aan de steiger van de pousada stapten wij over op een iets grotere boot, met afdak, dat daar bleef liggen, en iedereen kreeg een hengsel met viskoord, haak en een stukje vlees eraan. Personeelsleden van de pousada hadden ook enkele flessen rode wijn en wat knabbels (chips van bananen), getrakteerd door de bazin van ons verblijf omdat ze content was met ons bezoek. Awel, ik ook. Ik stond wellicht aan de verkeerde kant van de boot (stuurboord, maar vooral stroomafwaarts) want ik ving bot (zelfs dat niet, eigenlijk). Martine en Leon hadden wel beet en Janel, aan de boeg, had zelfs een piranha beet. ’s Avonds na de maaltijd rekenden wij af, de consumtieprijzen zijn daar erg laag, als je bedenkt dat het toch wat afgelegen ligt: plat water (ongeveer een halve liter, dat verschilt een paar cc van merk tot merk) kost 2 R$ en een caipirinha slechts 10 R$.

    10.11 - Pantanal – Brasilia

    Door de afstand (hall) van de deur naar mijn bed en ’t lawaai van de ventilator (dat me deed denken aan de watervallen van Iguaçu) hoorde ik de klop op de deur niet en versliep me wel 45 minuten. Toen kwam Didier wat nadrukkelijker op de deur kloppen en toen ik mijn armbanduurwerk zag, wist ik waarom… Ik maakte me vlug klaar (met de bagage had ik nauwelijks nog werk) en at als ontbijt wat fruit en warme melk. Ik was dus net als mijn 11 medereizigers tijdig klaar voor de bus naar de luchthaven van Cuiabá voor de vlucht naar de hoofdstad Brasilia, de architectonische stad, een vlucht zonder overstappen, deze keer. In die hoofdstad werden we opgewacht door gids Rosa en chauffeur Maestro (hoewel hij geen muziek speelde). Ze zou ons echter pas ’s anderendaags vanaf het middaguur kunnen gidsen (enkel daarvoor was ze betaald), maar ze gaf wel al uitleg over het hotel en dat het een pendeldienst organiseert naar het centrum. Toen we aankwamen aan Hotel Royal Tulip Brasilia Alvorada (van de Golden Tulip keten) merkten we daar veel politieauto’s en moto’s, toen bleek dat Peres, de president van Israël op bezoek was bij zijn ambtsgenoot Lula Da Silva. Het zal daardoor zijn dat we geen welkomstdrink kregen aangeboden… We betrokken de kamers en spraken af dat we om 17 uur de pendelbus naar het centrum zouden nemen. Toen we uitstapten was dat aan een ander hotel met restaurant en rechtover een winkelcentrum. Daar doken we allemaal binnen, op zoek naar iets om te eten en misschien een souvenir of zo. Hier kon ik ook een batterijlader voor mijn fototoestel kopen, maar het fototoestel hoorde er ook bij… Nog al wel dat het identiek dezelfde is en ik was dus weer gered. Met Didier, Martine, Ronny, Jacqueline en Wim wachtte ik om 20 uur al op de pendelbus want er stond nog wat volk. Maar die bus kwam niet en ik moest naar ’t WC, toen ik terug kwam, zei Didier mij dat de bus aankwam toen ik net de straat overgestoken had… OK, dan bezocht ik nog maar eens een boekenwinkel, zonder iets te kopen, evenwel. Om 21 uur namen we – Lieve, Ronny, Didier en ik - dan de bus die eigenlijk toch al voor ons voorzien was (je moest dat bij voorbaat laten weten).

    11.11 - Brasilia – Manaus – Amazonewoud

    Vannacht zorgden problemen met de overdracht van energie van Paranã (de stuwdam van Itaipu) naar São Paulo voor het uitvallen van energie in half Brazilië. Na het ontbijt in een ruimte dat er uit ziet als een refter, wandelde ik wat in de tuin, ook van Hotel Golden Tulip Brasilia Alvorada, waarvan we de gemeenschappelijke faciliteiten (als het zwembad en het tennisterrein) konden benutten, en tot de oever van het kunstmatig aangelegde meer. Tussen de twee hotels is een conferentiegebouw waar een meeting over onderzoek gehouden werd, vandaar nogal wat allure aan het ontbijt.

    ’s Middags kwamen Rosa en Maestro ons dus halen voor een bezoek aan wat heet een fascinerende mooie stad waar veel cement, marmer en gekleurd glas is gebruikt. De stad werd ontworpen door de stedenbouwkundigen Costa en Niemeyer. Veel gebouwen staan in het water. Er was een grote betoging van verschillende vakbonden die pleitten voor de 40-urenweek, aanvankelijk was Rosa er niet voor te vinden om daar uit te stappen, maar de betoging verliep vlot en rustig (dat zou de keer voordien niet het geval geweest zijn). We passeerden aan de gebouwen van Kamer en Senaat, stapten uit voor een bezoek aan de kathedraal, maar die was gesloten… Volgend jaar viert Brasilia zijn 50ste verjaardag als hoofdstad van het land en dus moet

    03-12-2009 om 22:26 geschreven door Helga

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Reisduif
    02-12-2009
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.30.10.2009 - 17.11.2009 - 500 jaar natuur en cultuur in Brazilië, deel II
    11.11 - Brasilia – Manaus – Amazonewoud

    Brasilia moest dus als nieuwe, neutrale hoofdstad van het land dienen. Een ander belangrijk doel was de economische ontwikkeling van het gebied. De stad is gebaseerd op een stedenbouwkundig plan van Lucio Costa met de vorm van een vliegtuig. Aan een brede, centrale boulevard, de "monumentale as" (Eixo Monumental), liggen alle regeringsgebouwen. Dwars daarop staan twee "vleugels" (de Asa Norte en Asa Sul). Daaraan liggen, uiterst regelmatig geordend, grote woonblokken (superquadra's), elke blok heeft zijn eigen kerk, ziekenhuis winkelcentra en scholen. Een groot aantal monumentale gebouwen (onder meer de hieronder afgebeelde kathedraal en het congres) is van de hand van architect Oscar Niemeyer. De architecturale en stedenbouwkundige ideeën van Le Corbusier zijn van grote invloed geweest bij het concipiëren van de nieuwe stad Brasilia, zoals onder meer het uiteenleggen van de functies waardoor het verkeer toeneemt. De stad is gebouwd aan een klein stuwmeer (Lago Paranoá) op een hoogte van 1150 meter. Voor veel inwoners is Brasilia echter niet meer dan een werkstad, in het weekend ontvluchten zij de stad. Door de hoge mate van planning en organisatie (elke economische bezigheid heeft zijn eigen gebied in de stad; zo is er een bankdistrict, hoteldistrict, cultuurwijk, ambassadewijk, wijk met (sport)clubs, etc.) en de grote afstanden is de stad eigenlijk onleefbaar, tenzij men bereid is elke dag grote afstanden te rijden met de auto.

    Nog voor ze ons kwam oppikken, had Rosa al gezorgd voor het inchecken van de bagages, wij zaten dus goed samen, al moesten we natuurlijk wel onze bagage nog afgeven.

    In Manaus werden we opgewacht door Antônio, die ons meteen wat Portugees leert (al kenden we er al wat van, na twee weekjes) en zijn chauffeur. Na een korte busreis naar de haven, stapten we over op een motorboot, zo’n beetje als die in de Pantanal maar dan met een dekzijl en daaronder de zwemvesten, de bagage werd met een eender motorboot vervoerd. Het was al flink donker toen we aanmeerden aan de Amazon Ecopark Jungle Lodge. Daar kenden ze wel hun wereld, daar was wel een welkomstdrink. Ik heb er niet van geproefd, ’t was koffie of thee met iets te knabbelen alsook fruit, maar zo laat moet ik geen koffie meer drinken. Intussen verdeelt Didier de kamers en wij wisten al dat we ons geld moeten omwisselen tegen plastieken kaartjes met dezelfde waarde, en niet verbruikte kaartjes worden bij het afscheid weer netjes omgewisseld. Is dit om het echt geld op één plaats te hebben, en niet op drie of vier?

    12.11 – Amazonewoud

    Omdat het zo donker was, viel het niet op, maar deze lodge ligt aan de Rio Taromã, een zijrivier van de Rio Negro. Het Amazonewoud is het grootste regenwoud op Aarde. Het heeft een oppervlakte van 7 miljoenkm² en is verspreid over negen landen: Brazilië (63%), Colombia (10%), Peru (10%), Venezuela (6%), Ecuador (1,5%), Bolivia (6%), Guyana (3%), Suriname (2%) en Frans-Guyana (1,5%). Meer dan de helft van al het overgebleven regenwoud op aarde ligt in de Amazonebekken, een bekken dat grotendeels door de rivier de Amazone en zijn 1100 zijrivieren wordt doorstroomd. Dit bekken werd gevormd tijdens het Paleozoïcum, tussen de 500 en 200 miljoen jaar geleden. In het regenwoud leven ongeveer 2,5 miljoen insectensoorten, tientallen duizenden plantensoorten, en bijna 2000 soorten vogels en zoogdieren. De diversiteit van plantsoorten is de hoogste ter wereld. Sommige deskundigen schatten dat één vierkante kilometer meer dan 75 000 typen bomen en 150 000 soorten hogere planten kan bevatten. Eén vierkante kilometer Amazoneregenwoud kan ongeveer 90 000 ton levende planten herbergen. Eén op de vijf van alle vogels in de wereld leeft in de regenwouden van de Amazone. Tot op heden zijn er 438.000 plantensoorten van economisch en sociaal belang in het gebied geregistreerd, maar daarnaast moeten er nog een hoop soorten worden geregistreerd, ontdekt of gecatalogiseerd.

    Vandaag hadden we een bootdag, we voeren eerst met een kleinere motorboot naar een grote met bovendek, waar we lekker konden zonnen en van het uitzicht rondom te genieten. We passeerden langs het Tropicana Hotel waar we over een paar dagen zouden logeren, lieten elders passagiers uitstappen, voeren onder een brug in aanleg dat duidelijk niet in de smaak viel van Antônio (en misschien nog van andere streekbewoners die vrezen dat het natuurbehoud in het gedrang zal komen). We zien ook boten die eerder dienen om te pendelen, daarin hangen hangmatten voor de passagiers. De samenvloeiing van de Rio Negro en de Rio Solimões (zoals de Amazonerivier heet van de Braziliaanse grens tot hier) was een dankbaar onderwerp voor fotografen. Antônio had twee flessen gevuld (of laten vullen), ene met helder water van de Rio Negro en het lichtbruine water van de Rio Solimões. Van hier tot de oceaan resten nog 1600 km. We legden aan bij een eiland, daar wonen caboclos, zij zijn het resultaat van een mengeling van Portugese DNA met dat van een Indiaan(se). Ze hebben daar een eigen gemeenschap met twee kerkjes (een katholiek en een evangelisch), een schooltje en een restaurant. Buiten voor de school zaten kinderen zelf gemaakte souvenirs te verkopen. Alle gebouwen staan op palen omdat het rivierwater al eens hoog stijgt. We kregen te zien hoe vroeger rubber geoogst werd, met een diagonale snede en dan een kopje of zo eraan bevestigen zodat het rubber er in gleed. Dat rubber werd gebruikt om ballen van te maken, vroeger stak het nauw met de kwaliteit van die ballen. Even verder roerde een vrouw in een pan maniokmeel. In dat restaurant, waar ook een souvenirwinkel is, werd ons ook al een buffet aangeboden. We gingen terug naar de boot via een hoog gelegen knuppelpad, al was ernaast ook een gewoon pad. De terugvaart was rustiger, menigeen kneep een oogje dicht om wat jetlag af te slapen. Toen we terug bij de aanlegsteiger van de lodge kwamen, probeerden we daar ook nog eens op piranha’s te vissen, maar dat lukte niet, al ving Antônio wel een meerval (in het Engels catfish omdat de vis een snor lijkt te hebben). Vervolgens gingen we kaaimannen zoeken, Marcos, de assistent en stuurman van de lodge, haalde een jong uit een nest, het bleek dan een vrouwtje te zijn van ongeveer een jaar oud. Onze lokale gids gaf veel uitleg over het beestje: het was een bruine kaaiman, verwant aan de krokodil. Er bestaan ook zwarte kaaimannen, verwant aan de alligators, maar die leven niet in de Amazone. Wie wou kon met de kaaiman poseren voor de foto. Op de terugweg vond Marcos nog een vrouwelijk jong, maar wel al ouder en energieker, ze trachtte zich los te worstelen. Toen Marcos het dier op de oever terug bracht, legde hij de kaaiman op de rug en streelde de buik, zodat het dier leek te ontspannen. Maar toen Marcos de jacaré losliet, vluchtte het wel weg.

    Wij gingen dan douchen en eten.

    13.11 – Amazonewoud – Manaus

    Na het ontbijt gingen we wandelen en passeerden daarvoor het gebouwtje met drie kamers (waaronder dat van mij, naast dat van Agnes en Willy) met Antônio en Marcos, die voor de gelegenheid een boog en een paar pijlen mee had. Antônio gaf enkele demonstraties ten beste, zoals van het kokosnootje dat het nest van de vuurvlieg is. En van een bladmatje dat tot handschoen werd geweven, de hand van een willige bruidegom werd er in geschoven, venijnige Tucarandamieren werden er in gelegd zodat ze beten en het slachtoffer 24 uur pijn en koorts leed. Dat was een manier om te bewijzen dat hij een man was, zijn bruid waardig. De cabrona beschermt tegen ziektes en zwangerschap. Antônio haalde ergens groene kleurstof uit, dat is dodelijk gif (chimbo). Breu is brandbaar, wat hij even later zou bewijzen. We staken een beek over via een boomstam en toen we allemaal aan de overkant waren, zei Antônio dat we in Colombia waren, waarop Ronny (van Lieve) vroeg of we dan een stempel in onze paspoort konden krijgen. Even verder stookte onze plaatselijke gids dan een stuk breu in brand. Een nieuwe scheut van de palmboom vergde maar een zwier en de blaadjes kwamen er zo uit en pasten goed voor dakbedekking. We gingen dan op zoek naar apen, doch die lieten zich niet zien, zelfs niet om een uur of 11, etenstijd. Misschien vonden ze genoeg voedsel in de woudvruchten, insecten, wormen, of ze zagen te veel volk staan gapen, want wij waren niet alleen, er was ook een groep reizigers van een cruise. In dat reservaat worden ouderloze apen opgevangen, er staan ook een paar kooien, waar ze de eerste maanden moeten in verblijven om te wennen aan de nieuwe omgeving. Maar nu zat er geen aap in de kooi, hoewel er gebruikelijk wel een apin in zat om de apen te lokken. We keerden dan maar terug ons verfrissen en eten. We hadden dan ruim tijd voor een siësta en om onze bagage klaar te maken. Op de weg naar Manaus gingen we eerst nog kennis maken met een groepje indianen. Ze behoren tot verschillende stammen, spreken in hun eigen stam hun eigen taal, maar als ze andere indianen ontmoeten spreken ze een gemeenschappelijke taal, Tucanu. Mannen mogen drie tot vier vrouwen hebben. Ze worden nauwelijks door de staat geholpen, maar wel door het ecopark met voedselpaketten om de twee weken, en de verkoop van souvenirs helpt ook wat. Er waren zes mensen die dansen opvoerden: drie mannen van een verschillende generatie (je zou zeggen, opa, pa en zoon, een jonge tiener) en drie vrouwen, ook van elk een verschillende generatie. De mannen maakten muziek, en de vrouwen dansten (bij sommige opvoeringen) aan hun hand of arm. Alleen de twee oudste mannen droegen een zelfgemaakte versiering aan de linker enkel. Op het einde van de show werden ook enkele toeschouwers uitgenodigd om mee te doen, en Lieve was ook van de partij. Met twee boten (een voor ons en een voor onze bagage) voeren we naar de kaai, hoewel er eigenlijk geen kaai is, maar wel een naar het water afhellende straat. Voor de bus er was, konden we nog gadeslaan hoe een mooie motorboot op de aanlegger van een tractor werd geladen.

    De bus bracht ons naar het Hotel Tropical in Manaus, weer geen welkomstdrink maar Didier gaf afspraak voor half acht in de bar. Hij trakteerde dan op een aperitief en dankte ons voor onze groepsgeest en onze stiptheid. De caipirinha werd ons aangeboden in plastiek bekers, ik hoop dat toch Lieve haar fruitsap tenminste in een glas geschonken werd… In de eetzaal was onze gereserveerde tafel ingenomen, wij moesten het stellen met een inderhaast bij elkaar geschoven drietal tafels met stoelen onder de blazers van de air conditioning en tegen de keuken (zolang we maar niet moesten afwassen). Als compensatie kreeg elk van ons een fles water. De gitarist speelde tenminste niet te luid.

    14.11 - Manaus – Salvador de Bahia

    Manaus was omstreeks 1650 niet meer dan een tentenkamp van waaruit jacht werd gemaakt op indianen voor de slavenhandel. In 1669 bouwden de Portugezen een fort, São José da Barra, om zich te beschermen tegen een Spaanse invasie langs de rivier de Amazone. In 1832 krijgt de nederzetting het statuut van "vila" en draagt het de naam Manaus, genoemd naar een indianenstam Manaó. Manaus wordt belangrijk op het einde van de 19e eeuw als de rubberhandel de stad fabelachtige rijkdom verschaft. Het uit 1896 daterende neo-classistische operagebouw Teatro Amazonas staat als schoolvoorbeeld voor de uiting van die welvaart. In 1913 stort de rubberprijs in en verarmt de stad. Sinds 1967 heeft de stad het statuut van economische vrijhandelszone en vindt de industrie terug zijn weg tot diep in het Braziliaanse Amazoneregenwoud. Er wordt petroleum geraffineerd en noten en exotisch hout worden verhandeld. De Amazone is tot Manaus bevaarbaar voor zeeschepen tot 5000 brt (brutoregistertonnage).

    Na ons ontbijt op de derde verdieping (waar we toevallig allemaal onze kamer hadden) troffen we aan de receptie dezelfde lokale gids, die dus de natuur even moest verlaten om ons de stad te laten zien. Het Palacio Rio Negro is van de gouverneur en werd gebouwd door een Duitse baron. We bezochten de markt met fruit, groenten, specerijen, vis en een beetje indianensouvenirs, de markt is overigens overdekt. We bezochten ook het operagebouw (waar we wel mochten fotograferen maar dan zonder flits, en in de zaal voor nobelen moesten we grote (één maat) pantoffels dragen) en het filmmuseum.

    Het inchecken duurt erg lang, ons vliegtuig was met vertraging aangekomen en eens in het vliegtuig moesten enkelen onder ons (o.a. ik van zetel 8F naar zetel 9D) verhuizen toen de passagiers voor Brasilia uitgestapt waren.

    In Salvador de Bahia werden we niet door traditioneel geklede zwarte vrouwen maar door een lange bleekneus, Bruno, opgewacht. Hij vertelde al wat over de stad toen we aankwamen aan Hotel Tropical Bahia, van dezelfde keten dus als het hotel in Manaus, en dat was goed te zien aan het bad, waar je ook een douche kan in nemen, het richeltje waar de schuifdeur in zit, flink verroest is. Ook hier kon geen welkomstdrink af, in tegendeel, het was al zo laat maar we moesten wel meteen het hotelformulier van Embratur invullen (in andere verblijfsoorden hadden we daar zeker tot ’s anderendaags tijd voor).

    15.11 - Salvador de Bahia

    Salvador de Bahia, dankt zijn volledige naam, São Salvador da Bahia de Todos os Santos, aan het feit dat de Portugezen de baai binnenvoeren op de dag van Allerheiligen in 1501. Deze baai wordt dan ook de Allerheiligenbaai (in ‘t Portugees Bahia de Todos os Santos) genoemd. De eerste nederzetting werd gebouwd op een steile heuvel die uitkijkt over de baai met zijn haven. Deze locatie werd uitgekozen vanwege de goede verdedigbaarheid, omdat de stad in de beginperiode veel te maken had met aanvallen van indianen en Europese concurrenten. Salvador is meerdere malen vanuit Recife aangevallen door de Nederlanders, die tussen 1624-1625 en 1646-1647 de stad kortstondig bezetten. Salvador is een van de oudste steden van Brazilië, van 1549 tot 1763 was het zelfs de hoofdstad. Van het rijke verleden, dankzij suikerriet en cacao, heeft een schat aan historische monumenten overgehouden.

    Vandaag maakten we een daguitstap naar de eilanden van Itaparica met een comfortabele en veilige schoener, eerst meerden we aan bij een nabijgelegen eiland, wat daar in de volksmond ook wel eens het “pesteiland” werd genoemd, omdat pestlijders ernaar werden verbannen. Op die schoener, de Apolonio, kregen we allemaal een stuk fruit aangeboden, de rest (drank) was te betalen, ook al bestelde je het niet, want er werd ook met caipirinha rondgegaan. Intussen kregen we ook muziek te horen van een trio, soms aangevuld met personeelsleden of passagiers. Na dat vertier ontscheepten we dus op het eerste eiland dat tot Itaparica hoort en we hadden iets horen zeggen over een kapel van O.L.V. van Guadeloupe. Lieve, Ronny en ik gingen eens kijken, even later gevolgd door Didier. Die kapel is misschien ooit mooi geweest, maar nu totaal verwaarloosd en gedeeltelijk vervallen. Wat niet verwaarloosd noch vervallen was, dat was het uitzicht op de oceaan. We gingen dan maar terug en ik ging op een strandterras zitten. Ik moest wel even het sanitair opzoeken (en intussen mijn ondergoed vervangen door een bikini), maar daarvoor moest ik, met een papiertje waarop de naam van de strandbar, over een stenig pad naar een andere bar, waar een WC was. Ik ging terug langs een ander pad, al riskeerde ik dan mijn voetzolen te verbranden aan het gloeiend warme zand. Toen ik terug zat bij ons gezelschap, vroeg ik of ze daar donker bier hadden, het antwoord was negatief maar men verwees mij naar een strandbar verder op. Dat is wel bijzonder dat ze er geen probleem mee hebben als je bij de concurrentie iets haalt om bij hen te verbruiken wat zij niet in de aanbieding hebben. Ik zie me nog niet elders een Kasteelbier halen en in De Vrede te consumeren. In ieder geval, het maltbier van Brahma smaakt ongeveer even zoet als dat van Antarctica. Stilaan werd het tijd om terug een plaats op de schoener te bemachtigen en om mijn voetzolen niet te verbranden, ging ik langs de vloedlijn. Op “weg” naar het eigenlijke Itaparica-eiland kregen we weer amusante muziek te horen, de ambiance zat er weer goed in. Om voet aan wal te kunnen zetten, moesten we van de schoener overstappen naar een motorbootje en de laatste meters in het water. Vooraf had Didier ons gewaarschuwd dat enkele jongeren wel zouden aanbieden om ons te dragen, maar je GSM of fototoestel zou wel eens in het water kunnen vallen. Nu, ook zonder GSM of fototoestel zou ik hun voorstel afgeslagen hebben, het was warm genoeg om zeewater te kunnen verdragen (dat water was trouwens ook warm).

    Itaparica ligt ongeveer 10 km van de stad Salvador, het heeft 40 km strand voor toeristen en uitbundige tropische begroeiing.

    We gingen eerst eten in het plaatselijk restaurant dat ook een terras had, dichter bij het strand. Dat middagmaal was ook in buffetvorm en werd voorafgegaan door een welkomstdrink (meloensap), aangeboden door een mooie vrouw in mooi wit traditioneel kleed. Na het eten heb ik eerst een beetje de zon geklopt, en dan toch een plons in het water gewaagd. Daar was een golfslag die me deed denken aan de Adriatische Zee, te laag voor surfers wellicht, maar plezant voor baders. Intussen waren enkele medereizigers, Lieve voorop, het strand gaan afzoeken naar schelpen en ander fraais. Ik ging me afspoelen onder de douche van het restaurant, inwrijven tegen zonneslag en wachten op het moment om op te stappen. Intussen had Lieve het bekomen om een ritje te paard te maken (we hadden al eerder gezien dat een paardenmenner daar met zijn dier paradeerde). We moesten wat wachten eer we met zijn allen in een motorbootje naar de schoener konden stappen, de kapitein wachtte tot het laatste bootje om zijn werkplek te bereiken. Ook om Bahia terug te bereiken lieten de muzikanten zich niet onbetuigd. Om 17:20 uur waren we terug in Bahia en even later op hotel, waar ons genoeg tijd restte om ons klaar te maken voor een avondwandeling en avondeten op restaurant. Er was veel volk op straat, we bekeken enkele kerken, wandelden door ongelijk met stenen gelegde voetgangersstraten, hoorden er uitleg over alsook over een percussieband dat enkel kan geboekt worden, en gingen dan eten in restaurant Uauai. Eerst als voorgerecht twee bollen van maniok met kaas, dan naar keuze: mucaca (gekookte vis met palmolie, rijst en nog wat garneersel), gegrilde vis, gegrilde kip of gegrilde steak (ik koos dit laatste), en als dessert pudding van papaya. Intussen hadden Lieve, Agnes en ik gezien hoe drie zwarten (hier: negros) gefouilleerd werden door een agent terwijl een andere agent oplette. Toen wij het restaurant hadden verlaten, vergezelden deze agenten ons redelijk discreet tot aan de bus, waarvoor onze dank ! Terug in het hotel verkregen Didier en Bruno dat wij ’s anderendaags onze kamer konden houden tot 15:00 uur.

    16.11 - Salvador de Bahia – Brussel

    Na het ontbijt had ik nog wat tijd om op eigen houtje het park Campo Grande (officieel: 2de-Juli-Park, naar de datum van de onafhankelijkheid van Salvador de Bahia), ik nam er enkele foto’s en zag dat een groenwerker bezig was zwerfvuil op te ruimen, hij zal zijn werk gehad hebben, want er lag nogal wat, ondanks voldoende vuilnisbakken. We pleegden met de bus dan een bezoek aan het historisch centrum van de stad met beelden van zwarte vrouwen in de stadsvijver, maar om er foto’s van te nemen, stonden we te ver, dichter bij kon niet, dan stonden we “in het vizier van de favela’s”, en Bruno had al weet van een overval op busreizigers. Nabij die vijver is ook het stadion van Bahia, wel plaats voor 60.000 toeschouwers, iets groter dus dan het stadion van HSV (nu toch nog), maar bijlange niet zo mooi en goed onderhouden, de helft van de zitjes leek wel afgebroken. Aan een vuurtoren staat een van de elf forten van de stad, het fort van Santo Antônio. Op het plein waar we gisteravond ook al even verpoosden staat de eerste jezuïetenschool. We bezochten tevens het atelier van fotograaf Roger Verger, geboren in Paris op 4 november 1902, overleden in Salvador op 11 februari 1996 die gecharmeerd was door de zwarten. Enkelen onder ons bezochten de kerk van Sint Franciscus van Assisi, binnen mochten we niet fotograferen maar we bezochten eerst de kloostergang, waar nog gewerkt werd, maar de meeste muurtegels waren goed te zien. In de kloosterkerk zelf is veel bladgoud te zien, tezamen wel enkele tonnen. Er was wat tijd om te shoppen vooraleer we ons bezoek verder zetten met de Stichting Jorge Amado (schrijver wiens werken ook naar het Nederlands werden vertaald). Op hotel hebben we ons verfrist en omgekleed, teneinde het herfstweer in België het hoofd te kunnen bieden.

    Op weg naar de luchthaven vond de chauffeur een geschikte plaats om de fotografen onder ons te laten uitstappen en betere foto’s te laten maken van de vrouwenbeelden in de vijver. In de late namiddag namen wij de vlucht naar São Paulo en daar was tijd genoeg om te verpozen, ik kwam terecht bij Jacqueline, Wim, Martine en Ronny en samen dronken we een goeie op het einde van de reis. In het vliegtuig naar Parijs zaten wij behoorlijk achteraan, ik had eerst een puber naast mij, dan een lege plaats en dan een jonge vrouw. Maar toen alle passagiers ingestapt hadden, waren zij ineens naar een andere plaats verdwenen, dus ik had ineens vier stoelen voor mij alleen, interessant voor wanneer ik mijn nest wou draaien. Helaas kon de armleuning net naast mij niet helemaal tussen de rugleuningen, maar ik “kroop” er dan onder en de andere twee armleuningen konden wel weggeduwd worden. Voordien hadden wij wel onze warme maaltijd verorberd (ik koos weer voor pasta) en nog geen twee uur voor aankomst in Parijs kregen we ons ontbijt. Overigens waren we terug over Salvador de Bahia gevlogen, dat hebben we kunnen zien op het schermpje in de rugleuning voor ons (dat scherm waar je kan kiezen tussen film, muziek en info)…

    17.11 - Aankomst in Brussels Airport

    In Parijs, tussen de luchthaven en het TGV-station, hadden we tijd om nog iets te drinken, in een koffiebar, voor mij warme chocomelk (hoewel ik dat niet hoefde te missen in Brazilië). Onze TGV was al aangekondigd met bijna een half uur vertraging. Toch had ik in Brussel Zuid nog net aansluiting met de trein van 18:25 uur, nadat ik van iedereen afscheid had genomen en rap kennis gemaakt met de echtgenote van Didier, die hem kwam halen.

    Slotwoord: mijn eerste intercontinentale reis is mij uitstekend bevallen en smaakt naar meer (Rio de Janeiro en de watervallen van Iguaçu ook), Didier heeft ons prima begeleid (en is hier en daar gids geweest) en ook met mijn 11 medereizigers was de verstandhouding meteen uitstekend (dat heeft Didier eveneens beaamd in Manaus). De hotels, pousadas en lodge waren comfortabel (de hotels waren steeds 5* en voorzien op andere activiteiten dan alleen toerisme, de pousadas en lodge gaven een persoonlijker indruk dan de hotels). Alleen zou ik willen voorstellen een dag extra aan de watervallen van Iguaçu te weiden, desnoods blijven we een etmaal minder lang in Brasilia, dat we de stad op een halve dag kunnen bezoeken, is duidelijk gebleken.

    Mijn fotoalbums zijn hier: http://picasaweb.google.be/9470hvds/Brazilie en hier: http://picasaweb.google.be/9470hvds/Brazilie2

    02-12-2009 om 00:00 geschreven door Helga

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Reisduif


    Archief per week
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 17/07-23/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 20/08-26/08 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012
  • 30/01-05/02 2012
  • 23/01-29/01 2012
  • 16/01-22/01 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 07/02-13/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 27/12-02/01 2011
  • 20/12-26/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 23/08-29/08 2010
  • 16/08-22/08 2010
  • 09/08-15/08 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 24/08-30/08 2009
  • 17/08-23/08 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 28/11-04/12 -0001


    Blog als favoriet !

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Archief per maand
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 11--0001


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!