Beschreven door Carolus Linnaeus, in 1758 (Zweeds plantkundige en bioloog). Het baardmannetje (Panurus biarmicus) is een zangvogel uit de familie van de diksnavelmezen. Hij leeft in de rietlanden. Deze zangvogel heeft een enorme opleving gehad met het ontstaan van de polders van Flevoland. De Oostvaardersplassen vormen een van de belangrijkere habitats voor het baardmannetje. Het aantal nam enorm toe en het baardmannetje was daardoor in staat allerlei gebieden te herbevolken waar het al was uitgestorven.
baardmannetje (man) foto: Jan de Jong
baardmannetje (vrouw)
Baardmannetjes zijn ongeveer 16 à 17 cm groot. Het Mannetje is gemakkelijk te herkennen aan de zwarte baardstrepen welke bij de pop niet aanwezig zijn. De baardmannetjes broeden 3 en soms wel 4 maal per jaar en kunnen zo tot 20 jongen per seizoen grootbrengen. In de zomerperiode bestaat het voedsel van het baardmannetje uit insecten. In de winter gaan ze over op zaden, met name zaden van riet. Deze soort komt voor van Europa tot centraal Azië.
Bron : Wikipedia 2metdenatuur
Baardmeerval
Beschreven door david Starr Jordan, in 1923 (Amerikaans zoöloog,ichtyoloog en botanikus). De Baardmeervallen (Mochokidae) vormen een familie van vissen uit de orde van de Meervalachtigen (Siluriformes). Meervallen onderscheiden zich van andere vissen doordat zij geen schubben hebben. In plaats daarvan hebben ze beenplaten. Baardmeervallen hebben bij de bek fijne baarddraden. Het zijn zoetwatervissen en ze worden aangetroffen in Afrika. Vissen uit deze familie worden tot 72 centimeter lang.
baardmeerval (Synodontis njassae) (Auteur: Paweł Cieśla Staszek_Szybki_Jest)
Beschreven door Peter Simon Pallas in 1764(Pruisisch zoöloog en botanicus.) De baardgrasmus (Sylvia cantillans) is een vogel uit de familie van de Zangers van de Oude Wereld (Sylviidae) die broedt in Zuid-Europa, de eilanden in de Middellandse Zee en Noord-Afrika. Hij trekt ten zuiden van de Sahara. De baardgrasmus wordt in België en Nederland zeer zelden waargenomen.
baardgrasmus
afb.baardgrasmussen
Het volwassen mannetje heeft een oranjerode borst en keel, een blauwgrijze kop en mantel, een rode oogring en witte baardstreep. De poten zijn bruinroze. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, maar heeft een bruinere bovenzijde, een grijze in plaats van blauwgrijze kop, een wittige oogring en een beigeroze borst. De baardgrasmus wordt zo'n 12 à 13 centimeter groot. De baardgrasmus broedt in droge, zandige gebieden in mediterrane struikvegetaties, in open steeneikenbossen of in dicht struikgewas in de buurt van water. Het vrouwtje bouwt een nest van gras en twijgjes.
Baardmankruik
Een Baardmankruik is een kruik die gemaakt is in het Rijnlands "Steengoed"-gebied rondom de stad Keulen in de 15e tot en met de 18e eeuw. Volgens de overlevering zou de baardige manskop op de hals van de kruik God moeten voorstellen. Volgens een andere verklaring zouden Keulse pottenbakkers, die in de 16e eeuw werden verjaagd uit de stad Keulen uit kwaadheid de gezichten van de Keulse stadsbestuurders hebben aangebracht op de hals van de baardmankruiken. De pottenbakkers zouden verjaagd zijn vanwege het gifgas dat vrijkwam bij hun bakproces. Dit leidde tot een rel en veel pottenbakkers vestigden zich in Frechen (Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen). De hele vroege vormen uit de 15e en 16e eeuw (Spitsneuzen) lijken hun oorsprong te hebben in kruiken uit de Romeinse tijd.
spitsneus (1500 - 1550)
baardmankruik (ca 1550)
De zogenaamde baardmankruiken waren in de zestiende en zeventiende eeuw in Europa heel gangbaar als voorraadpotten. Gevuld met brandewijn kwamen ze met de Hollandse schepen mee naar Japan. Bij opgravingen op de plek waar vroeger het eiland Deshima lag, zijn heel wat van die kruiken teruggevonden. In Japan golden de kruiken aanvankelijk als exotisch importgoed. Maar aan het eind van de zeventiende eeuw ging men ze imiteren. In Bizen, waar een uitgebreide aardewerkindustrie was - en is - werden de baardmankruiken op grote schaal geproduceerd, zodat ze ook binnen het bereik van de gewone man kwamen.
Bron : Wikipedia Museum Boijmans Van Beuningen Museumkennis