De Afsluitdijk is een belangrijke waterkering en verkeersweg in Nederland.
De 32 kilometer lange waterkering sluit het IJsselmeer af van de Waddenzee.
Hieraan ontleent de dijk zijn naam.
De verkeersweg, onderdeel van Rijksweg 7, verbindt Noord-Holland met Friesland.
Per dag reden er in 2009 ongeveer 9500 voertuigen per richting over de dijk.
Ten noorden van de snelweg ligt een 4 meter breed fietspad, waarvan ook wel gebruik wordt gemaakt door andere voertuigen die niet op de snelweg mogen rijden.
De wegen liggen niet op het hoogste punt van de dijk maar ten zuiden daarvan, zodat de Waddenzee vanaf de weg niet zichtbaar is.
De Afsluitdijk is een onderdeel van de Zuiderzeewerken.
In 1927 werd begonnen met de aanleg.
In 1932 werd het laatste sluitgat (de "Vlieter") gesloten.
Een jaar later werd de dijk opengesteld voor het wegverkeer.
In 1886 richtten enkele notabelen de Zuiderzeevereniging op die moest onderzoeken of drooglegging haalbaar was.
Ingenieur Cornelis Lely was een prominent lid en later voorzitter van deze vereniging.
Hij ontwierp in 1891 het eerste plan voor de afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee.
In 1913, Lely was inmiddels minister van waterstaat, werd inpoldering opgenomen in het regeringsprogramma.
Dit ondanks protesten vanuit de visserij.
Na de watersnood van 1916 en de hongersnood van 1918 waren de geesten rijp voor het megaproject.
In dat laatste jaar ging het parlement akkoord.
In juni 1920 werd het eerste deel van het werk aanbesteed: de aanleg van de 2,5 kilometer lange Amsteldiepdijk (of Korte Afsluitdijk) van Noord-Holland naar het eiland Wieringen.
Bij dat project werd nuttige ervaring opgedaan, die later van pas kwam bij de aanleg van de Afsluitdijk.
De aanleg van de eigenlijke Afsluitdijk begon in januari 1927.
Er werd gewerkt vanuit vier locaties: de beide oevers en de beide speciaal aangelegde werkeilanden Breezand en Kornwerderzand.
Bij de aanleg van de 30 kilometer lange dijk werd voor het eerst keileem toegepast, dat taaier was gebleken dan zand of klei.
Dit materiaal is in Noord-Nederland ruim voorhanden.
Het werd hier afgezet tijdens de Saale-ijstijd en kon in de nabijheid van de aan te leggen dijk eenvoudig worden opgebaggerd.
De dijk is gefundeerd op zinkstukken van gevlochten wilgentenen die werden afgezonken door er steenblokken op te deponeren.
Op 28 mei 1932, om 13.02 uur, werd de Vlieter, het laatste gat in de Afsluitdijk, gesloten.
Vier maanden later, op 20 september 1932, werd de naam Zuiderzee officieel geschiedenis.
Het binnendijkse deel heette voortaan IJsselmeer, het buitendijkse deel Waddenzee.
Nadat de afrondende werkzaamheden waren voltooid, werd de Afsluitdijk op 25 september 1933 officieel opengesteld voor het verkeer.
Victor de Blocq van Kuffeler, directeur-generaal der Zuiderzeewerken, verrichtte de openingshandeling.
Springtij en een noordwesterstorm veroorzaakten in 1953 grote overstromingen in zuidwestelijk Nederland, België en Engeland.
De Afsluitdijk kreeg het zwaar te verduren, maar hield stand.
Overstromingen rond het IJsselmeer bleven daardoor uit.
In deze nacht, zei een politicus, heeft de Afsluitdijk zijn geld terugbetaald.
In 1973 wordt de Afsluitdijk wederom getroffen door een combinatie van springtij en een noordwesterstorm.
In de provincie Friesland zorgde dit voor enkele kleinschalige overlast en overstromingen.
Met name het dorp Bokwerd wordt hard getroffen.
Wethouder IJftinus van Popta sprak van "een lokale ramp, die niet vergeten mag worden".
Trivia
Het dijklichaam van de Afsluitdijk is 30 kilometer lang, gemeten van kust tot kust, en ongeveer 90 meter breed. De verkeersweg over de Afsluitdijk is 32 kilometer lang, gemeten tussen de afslagen Den Oever en Zurich. De aansluitende, binnendijks op beide oevers gelegen grondlichamen werden tegelijk met het buitendijkse gedeelte aangelegd. Daardoor wordt de lengte van de Afsluitdijk vaak opgegeven als 32 kilometer, hoewel het waterkerende gedeelte slechts 30 kilometer lang is.
Het woord 'dijk' betekent doorgaans een scheiding tussen land en water. De naam 'Afsluitdijk' zou technisch correct zijn, als het hele IJsselmeer werd drooggelegd. Echter, door de verandering van de plannen is het een dam geworden: een scheiding tussen twee wateren. Eigenlijk is er dus sprake van een afsluitdam.
Over de dijk loopt de Europese wandelroute E9, ter plaatse ook North Sea Trail geheten. De E9 loopt langs de kust van Portugal naar de Baltische staten.
Op 15 augustus 2006 kreeg Formule 1-coureur Robert Doornbos van Rijkswaterstaat de gelegenheid een jongensdroom in vervulling te laten gaan. Op een speciaal voor die gelegenheid afgezet deel van de Afsluitdijk haalde hij in zijn Formule 1-auto een snelheid van 326 kilometer per uur.
Verzamelaars van munten veronderstelden dat het Ministerie van Financiën in 2007 een speciale zilveren munt van 5 euro zou laten slaan bij de Koninklijke Nederlandse Munt ter gelegenheid van het thema 75 jaar Afsluitdijk 1932-2007. Het is er niet van gekomen. Op 28 oktober 2010 is er echter wel een verzilverd (circulatie)vijfje geslagen met als thema Nederland - Waterland. Speciaal voor verzamelaars zijn er ook een zilveren vijfje en een gouden tientje geslagen in de hoogste verzamelkwaliteit 'proof'.
De Maeslantkering is een stormvloedkering op de grens van Het Scheur en de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland.
De kering maakt deel uit van de Europoortkering, het meest recente onderdeel van de Deltawerken.
De bouw van de Maeslantkering begon in 1991.
Op 10 mei 1997 werd de waterkering door koningin Beatrix officieel in gebruik gesteld.
Op deze dag werd de kering om 16.30 uur voor het eerst gesloten, gelijktijdig met het model van de Maeslantkering in Madurodam.
De kosten van het project bedroegen ongeveer 1 miljard gulden, ofwel 450 miljoen euro.
In de oorspronkelijke Deltaplannen was geen afsluiting opgenomen van de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg, dit om de havens van Antwerpen en Rotterdam toegankelijk te houden.
In plaats daarvan zouden dijken worden aangelegd.
Halverwege de jaren 80 van de 20e eeuw bleek echter dat de geplande dijken langs de Nieuwe Waterweg niet hoog genoeg waren om het dichtbevolkte gebied van Zuid-Holland Zuid te beschermen.
Het aanleggen van de (verhoogde) dijken zou een bijzonder kostbare zaak worden.
Niet alleen vanwege de kosten van de aanleg zelf maar vooral vanwege het feit dat grote strekkingen van de te verzwaren dijken in stedelijke gebieden liggen.
Voor de verzwaringswerken zou een strook vrijgemaakt moeten worden ten koste van bestaande bebouwing en infrastructuur.
Daarom werd gezocht naar een alternatief, een beweegbare kering.
In de Theems was al eerder een beweegbare kering gebouwd, maar de kering in de Nieuwe Waterweg moest een veel grotere opening hebben.
In 1987 werd het besluit genomen een beweegbare kering aan te leggen.
De kering bestaat uit twee enorme deuren.
De deuren zijn eigenlijk twee drijvende pontons die leeg naar hun plaats kunnen worden gebracht.
Hier aangekomen laat men de deuren vol water lopen, zodat massieve barrières ontstaan.
Als de kering weer open moet gaan, worden de deuren leeggepompt en worden ze naar buiten bewogen.
Hier varen de deuren aan beide zijden weer in een soort droogdok met deur.
De deur gaat dicht en het droogdok wordt leeggepompt.
Zo worden de deuren dus droog bewaard, dit om corrosietechnische redenen.
Een computersysteem, Beslis en Ondersteunend Systeem (BOS) genaamd, beslist automatisch of de kering bij dreigend hoogwater gesloten moet worden.
Dit gebeurt als de waterstand in Rotterdam boven de 3 meter NAP of in Dordrecht 2.90 meter boven NAP dreigt te komen.
Bijzonder is dat dit computersysteem de kering volledig zelfstandig sluit, ook wanneer er geen personeel aanwezig is.
Naast de Maeslantkering bestuurt het BOS ook de Hartelkering.
Omdat de keringen automatisch sluiten, zonder tussenkomst van mensen, worden hoge eisen aan het BOS gesteld.
Dit is dubbel redundant uitgevoerd om uitvallen zo veel mogelijk te voorkomen.
In het geval dat de computer volledig dienst weigert kan het bedieningspersoneel alsnog de beslissing nemen om de kering te sluiten.
De deuren (cirkelsegmenten van 22 meter hoog en 210 meter groot, die op het water drijven omdat ze hol zijn van binnen), draaien vervolgens naar elkaar toe.
Op het moment dat ze elkaar (bijna) raken, stromen ze vol met water zodat ze afzinken naar de bodem en de Nieuwe Waterweg vrijwel volledig wordt afgesloten.
Om te voorkomen dat de deuren beschadigen blijft er een kleine opening (ca. 80 cm) tussen de deuren, maar hierdoor kan slechts weinig water stromen.
De scharnierpunten van de twee deuren vormden voor de bouw een grote technologische stap: ze moesten niet alleen toestaan om de deuren open en dicht te draaien, maar moesten ook in staat zijn om de deuren omhoog en omlaag te laten gaan.
Uiteindelijk zijn hiervoor de grootste kogelgewrichten ter wereld gemaakt; de kogels hebben een diameter van 10 meter.
De kogelgewrichten zijn gemaakt door Škoda.
Dit was de enige fabrikant die ze met de gewenste nauwkeurigheid kon fabriceren.
De horizontale verplaatsing van de deuren wordt bekrachtigd door redundante 5-cilinder-oliedrukmotoren.
Voor deze techniek is gekozen omdat ze zeer betrouwbaar is, en bovendien een constante kracht kan leveren onafhankelijk van de snelheid.
De motoren draaien via tandraderen een tandradbaan aan de bovenzijde van de deur opzij.
De motoren zelf zijn verticaal vrij opgehangen zodat ze bij elke waterstand kunnen werken.
De faalkans bij sluiting van de kering is volgens officiële cijfers 1:100, er zijn echter publicaties die uitgaan van een grotere faalkans.
Op 3 maart 2006 meldde het Algemeen Dagblad op basis van een vertrouwelijk rapport dat de kering veel minder veilig is dan werd gedacht.
De kering had volgens dat artikel slechts een betrouwbaarheid van 1 weigering op 50 sluitingen.
Enkele weken eerder had het televisieprogramma TweeVandaag reeds gemeld dat de kering een nog hogere faalkans heeft.
De Tweede Kamer vroeg het kabinet om uitleg, op initiatief van GroenLinks.
Naar aanleiding van de geconstateerde problemen is in de jaren erna een reeks van maatregelen bepaald, die moeten leiden tot het bereiken van het vereiste veiligheidsniveau van de kering.
De maatregelen, die onder meer betrekking hebben op het onderhoud van de kering, zijn structureel en met succes doorgevoerd.
Als de Maeslantkering gesloten wordt, zal Rotterdam beschermd worden tegen een hoge waterstand.
Echter, een sluiting heeft ook tot gevolg dat één van de drukste waterwegen van Nederland volledig wordt afgesloten voor scheepvaart.
Het spreekt vanzelf dat een sluiting niet zomaar kan plaatsvinden, maar dat er een scala van procedures aan voorafgaat.
Het BOS berekent constant het verwachte waterniveau in de Nieuwe Waterweg.
Wordt er een waterstand voorspeld van meer dan 2,60 meter boven NAP in Rotterdam,dan gaat het systeem automatisch over tot de voorbereidende werkzaamheden voor een sluiting.
Dit hoeft niet te betekenen dat de Maeslantkering werkelijk sluit.
Deze moet gesloten zijn wanneer het peil van 3,00 NAP is bereikt.
Het systeem blijft het waterniveau berekenen en als er geen veranderingen in positieve zin plaatsvinden, dan wordt uiterlijk 6 uur voor de daadwerkelijke sluiting het Haven Coördinatie Centrum gewaarschuwd.
Zij bereiden zich voor om aan schepen het bericht af te geven dat het zeer waarschijnlijk is dat binnen een bepaalde tijd de waterweg wordt afgesloten.
Vier uur voor sluiting wordt dit bericht daadwerkelijk aan de schepen gemeld.
Twee uur van tevoren wordt al het scheepvaartverkeer gestremd, om te zorgen dat de waterweg volledig vrij is om de deuren te laten afzinken.
Een half uur voor sluiting wordt het waterniveau in de dokken waarin de deuren liggen, op gelijk niveau gebracht met het waterniveau in de Nieuwe Waterweg.
De daadwerkelijke duur van het volstromen van de dokken is 6,5 minuten.
In het stormseizoen zijn de dokken zelfs constant gevuld.
Dat dit afzinken zo lang duurt komt doordat de deuren gecontroleerd moeten zinken.
Tijdens het zakken ontstaat er namelijk een stroomversnelling onder de deuren.
Deze waterstroming wordt gebruikt om de zogenoemde drempel waarop de deuren uiteindelijk moeten rusten, schoon te spoelen, zodat het zeewater van de Noordzee zo goed mogelijk wordt gekeerd.
Op 8 november 2007 werd de Maeslantkering voor het eerst sinds de bouw in stormcondities gesloten, vanwege de hoge waterstand en de harde noordwesterwind.
Voor deze sluiting was het niet zeker of de Maeslantkering wel echt zou werken.
De sluiting op 8 november begon om 23.05 uur.
De volgende dag, 9 november, werd de kering vanaf 17.45 uur weer geopend.
Na het leegpompen van de keerwanden werd de kering vanaf 20.00 uur teruggevaren.
Om 20.20 uur was de doorgang weer vrij voor de scheepvaart.
Tegelijk met de Maeslantkering is ook de Hartelkering bij Spijkenisse gesloten.
De keringen zijn beide gedurende twee hoogwaters gesloten geweest.
De reden hiervoor was dat er pas na het tweede hoogwater werd voldaan aan de voorwaarden om te openen.
De waterstand aan de zeezijde van de kering moet dan lager zijn dan de waterstand achter de kering.
Om de Maeslantkering te testen, wordt deze elk jaar 1 maal gesloten.
Dit heet een functioneringssluiting.
Dit was tot nu toe steeds op een zaterdag in de weken voor 15 oktober (start van het stormseizoen).
De functioneringssluiting is publiekelijk toegankelijk.
Iedereen die dat wil kan de sluiting bijwonen vanaf het terrein rond het Keringhuis.
De Gerbrandytoren of Zendmast Lopik is een 367 meter hoge zendmast in het Nederlandse IJsselstein voor FM-radio- en televisie-uitzendingen.
De toren werd op 9 mei 1961 geopend door koningin Juliana.
Toen de mast in gebruik werd genomen, stond de mast in de gemeente Lopik.
Na de gemeentelijke herindeling van 1989 behoort het grondgebied waarop de toren staat tot de gemeente IJsselstein (de wijk Zenderpark).
De toren is in 1965 genoemd naar oud-minister-president mr. P.S. Gerbrandy, door toedoen van het dispuut N.A.T. van de studentenvereniging S.S.R.U.
Eigenaar NOVEC (destijds: Nozema) gebruikt nog steeds de naam "Lopik" om de toren aan te duiden.
In Lopik staat overigens nog wel een andere zendmast.
Deze zendmast is van de middengolfzender Lopik.
Het bouwwerk bestaat uit een circa 100 meter hoge betonnen toren met daarop een stalen buismast van 259,6 meter.
De buismast wordt door tuidraden gesteund. Bovenop de buismast staat nog een antenne waardoor de totale hoogte van de Gerbrandytoren 366,8 meter is.
De toren is lange tijd het hoogste bouwwerk van Europa geweest.
De totale hoogte was oorspronkelijk 382,5 meter, maar in 1987 werd deze gereduceerd tot 375,7 meter.
De analoge televisiezendantenne met horizontale polarisatie van KPN Broadcast Services op het topje van de zendmast was sinds december 2006 buiten gebruik en is vervangen door een nieuwe antenne voor digitale DVB-T uitzendingen met verticale polarisatie.
Naar aanleiding van het succesvol inkorten van de tv-toren Goes heeft een gespecialiseerd helikopterbedrijf op 2 augustus 2007 met een Super Puma helikopter de oude antennes naar beneden gebracht en de nieuwe geplaatst.
De oude antenne woog ruim 8000 kilo.
Sinds het plaatsen van de nieuwe antenne is de Gerbrandytoren 9 meter korter: 366,8 meter.
Hiermee is de toren nog altijd 43 meter hoger dan de Eiffeltoren.
De toren staat op een fundering van 132 heipalen van 12 meter lengte.
Het betonnen deel van de Gerbrandytoren weegt 8000 ton.
De binnendiameter van de betonnen toren bedraagt 10,3 meter.
De wanddikte van deze betonnen toren is 30 centimeter.
Naast trappen is het betonnen deel van de toren voorzien van een lift, waarmee de top van de betonnen toren is te bereiken.
De stalen buismast heeft een diameter van 2 meter en weegt 235 ton.
De wanddikte van deze stalen mast varieert tussen de 10 en 14 millimeter.
De buismast is voorzien van een (kleine) lift, waarvan het hoogste stoppunt op 335 meter hoogte ligt.
De top van de mast is bereikbaar via een steile trap.
De toren is op 155, 226, 297 en 350 meter hoogte voorzien van tuidraden.
De tuidraden zijn op de grond aan tuiblokken bevestigd.
Deze tuiblokken hebben elk een gewicht van circa 1000 ton en zijn voorzien van een dubbele omheining tegen sabotage.
Onder de toren bevindt zich de Noodstudio Lopik, welke eigendom is van de Rijksvoorlichtingsdienst.
Deze bunker bevat levenssystemen, noodantennes en afweergeschut en wordt heden ten dage nog altijd onderhouden voor het geval rampen of oorlogen de verspreiding van signalen in de weg staan.
De studio kan binnen 24 uur operationeel zijn.
Er is sprake van een ingewikkelde eigendomsconstructie: de betonnen toren is eigendom van Alticom, de metalen (getuide) mast daarop is eigendom van NOVEC terwijl de grond waarop het geheel staat, exclusief de eerste 3 meter direct rond de betonnen toren, van KPN is.
Op 15 juli 2011 was er een kleine brand in de toren.
De brandweer hoefde niet te blussen. Later die dag ontstond er een grotere brand in Zendstation Smilde, waarbij de stalen mast aldaar instortte.
Uit voorzorg werden daarna de zenders in de Gerbrandytoren tijdelijk uitgeschakeld, waardoor de ontvangst van FM-radio en digitale televisie (Digitenne) in grote delen van Nederland wegviel.
De brand in IJsselstein is mogelijk veroorzaakt door kortsluiting als gevolg van water in de antennekabels.
Op 11 april 2012 was de zendmast weer volledig operationeel.
De toren is goed zichtbaar vanaf de A2, de A12 en de A27.
Ook in dorpen en steden rondom IJsselstein is de verlichte mast goed te zien, bij gunstige weersomstandigheden tot op ruim 30 kilometer afstand.
Sinds 1992 worden in de kersttijd extra tuien bevestigd en voorzien van lampen.
De toren is dan de grootste kerstboom ter wereld.
De kerstboom bleef achterwege in 1995 (defect aan tuidraden), 1999 en 2001 (te hoge kosten), 2002 (werkzaamheden aan de toren) en 2006 (probleem met organisatie).
In 2011 bleef de kerstboom in de traditionele vormgeving achterwege wegens herstelwerkzaamheden aan de eerder door brand getroffen antenne-installatie.
Wel is bovenop de toren de "piek" geplaatst (net als in andere jaren in de vorm van een felle witte lamp) en er zijn aan de voeten van de tuidraden zoeklichten geplaatst die naar de top gericht zijn.
Hiermee is getracht toch een soort kerstboom te creëren, maar het effect is minder spectaculair dan voorgaande jaren.
In 2012 was de grootste kerstboom weer zichtbaar; op 7 december werd de grootste kerstboom weer ontstoken.
Het Bahrain World Trade Center bestaat uit twee torens en is een van de grootste gebouwen van Bahrein.
Het gebouw staat in de hoofdstad Manamah.
De torens zijn elk 240 meter hoog en hebben elk 50 verdiepingen.
Het is ook 's werelds eerste wolkenkrabber waarin windturbines zijn geïntegreerd.
Mede hierdoor heeft het project verschillende onderscheidingen gekregen voor duurzaamheid.
De turbines zijn voor het eerst gelijktijdig ingeschakeld op 8 april 2008.
Verwacht wordt dat ze 50% van de tijd operationeel zijn.
Doordat dit gebouw windturbines heeft worden de twee torens verbonden door drie bruggen.
Elk van deze bruggen bevat 1 windturbine met een diameter van 29 meter.
Deze turbines zijn gericht naar het noorden, de richting waar normaal gesproken de wind van de Perzische Golf vandaan komt.
De torens zijn in de vorm van een zeil gebouwd waardoor de wind tussen de twee gebouwen door wordt "geperst" zodat de wind maximaal benut wordt.
Dit wordt bevestigd door windtunneltests, die aantonen dat het gebouw een 'S'-vormige stroom creëert en dit garandeert dat elke wind onder een hoek van 45° aan elke kant van de centrale as waardoor de wind loodrecht op de turbines komt.
Dit is een significante verbetering waardoor het opwekken van elektriciteit beter is gegarandeerd.
Er wordt verwacht dat deze turbines tussen de 11 en 15% van het totale stroomverbruik van de toren voor hun rekening nemen, of ongeveer 1,1 tot 1,3 GWh.
Dit staat gelijk aan het verbruik van 300 huishoudens.
artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron : - Wikipedia CC 3.0
De Royal Albert Hall of Arts and Sciences is een grote concertzaal in South Kensington in de Britse hoofdstad Londen, die geopend is op 29 maart 1871 door koningin Victoria en genoemd is naar haar echtgenoot prins Albert.
Na de grote Wereldtentoonstelling van 1851 wilde prins-gemaal Albert graag dat er in de buurt van Hyde Park een aantal permanente gebouwen zou verrijzen waarin mensen zouden kunnen kennismaken met kunst en cultuur.
Hij overleed evenwel in 1861, zodat hij de voltooiing in 1871 niet heeft kunnen meemaken.
Gebouw en zaal hebben de ronde vorm van een amfitheater uit de klassieke oudheid en werden ontworpen door Francis Fowke en Henry Young Darracott Scott.
Al direct bleek dat de zaalakoestiek eigenlijk ongeschikt was voor klassieke muziek.
Na de plaatsing van ellipsvormige reflectoren is de nagalm binnen aanvaardbare grenzen gebracht.
In de zaal is een groot concertorgel aanwezig.
De Royal Albert Hall is wereldwijd bekend door de Proms, een jaarlijkse reeks zomerconcerten voor groot publiek die hier worden gehouden sinds de Queen's Hall aan Langham Place in 1941 door vliegtuigbommen van de Duitse Luftwaffe werd verwoest.
Zij worden afgesloten met de beroemde Last Night of the Proms in september.
Als "listed building" van buitengewoon belang is de Royal Albert Hall een "Grade I"-bouwwerk op de Statutory List of Buildings of Special Architectural or Historic Interest, de lijst waarop historische monumenten in het Verenigd Koninkrijk worden geplaatst.
Tussen 1996 en 2004 is de Royal Albert Hall grondig gerenoveerd.
artikel overgenomen zonder nazicht op onjuistheden
Bron : - Wikipedia CC 3.0
Burj Khalifa is een wolkenkrabber in de stad Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten en sinds 2007 het hoogste gebouw ter wereld.
De bouw startte op 21 september 2004.
Op 21 juli 2007 nam de Burj Khalifa de titel 'hoogste gebouw ter wereld' over van de Taipei 101 in Taiwan.
Op 17 januari 2009 bereikte de toren haar hoogste punt, met een hoogte van 828 meter. Het gebouw werd met groots vuurwerk geopend op 4 januari 2010.
Tijdens de bouw stond de toren bekend onder de naam Burj Dubai, maar enkele uren voor de opening werd de toren herdoopt tot Burj Khalifa, een verwijzing naar Khalifa bin Zayed Al Nahayan, president van de Verenigde Arabische Emiraten en emir van het naburige Abu Dhabi.
Deze naamswijziging gebeurde na aanzienlijke financiële steun aan het door de financiële crisis geteisterde Dubai vanuit de rijke oliestaat Abu Dhabi.
De Burj Khalifa werd ontworpen door het gerenommeerde Amerikaanse architectenbureau Skidmore, Owings and Merrill uit Chicago.
Zij ontwierpen onder meer ook de Willis Tower in Chicago en de Jin Mao Tower in Shanghai.
De hoofdaannemer werd het Zuid-Koreaanse Samsung C&T Corporation, met als belangrijke onderaannemers het Belgische Besix en het plaatselijke Arabtec Construction.
De projectontwikkelaar is Emaar Properties uit Dubai.
Het grondplan van de toren is gebouwd in de vorm van de Hymenocallis, een veelvoorkomende woestijnbloem in de regio.
De toren is opgebouwd uit drie elementen rond een centrale kern.
Het betonnen lichaam van het gebouw is ruim 575 meter hoog.
De dakhoogte is rond de 636 meter.
De schattingen over de uiteindelijke hoogte liepen ver uiteen.
De betrokken bedrijven hielden dit eerst angstvallig geheim uit angst dat de hoogte van de Burj Khalifa in korte tijd zou worden overtroffen.
Uiteindelijk bleef de teller staan op 828 meter.
In de toren is, naast kantoorruimte en 900 appartementen, ruimte gereserveerd voor een groot hotel.
Het hotelinterieur is ontworpen door modeontwerper Giorgio Armani.
Het eerste Armani Hotel heeft 15 van de 37 onderste verdiepingen betrokken.
Men verwacht dat op de verdiepingen 37 tot 108, appartementen komen.
Volgens de projectontwikkelaar werden alle appartementen in acht uur verkocht. Er wordt een zwembad gebouwd op de 78e verdieping, een lobby op de 123e verdieping en een observatiedek op de 124e verdieping.
Verder bevindt 's werelds hoogste nachtclub zich op de 143e verdieping en is op de 158e verdieping 's werelds hoogste moskee te vinden.
Het hoogste gebouw dat ooit door mensen is gebouwd, breekt vele records. Enkele daarvan zijn hieronder beschreven:
In februari 2007 overtrof de Burj Khalifa de Willis Tower, die op dat moment het grootste aantal verdiepingen ter wereld bezat.
Op 13 september 2007 bereikte de toren een hoogte van 555 meter. Hiermee werd het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld, de CN Tower te Toronto, gepasseerd.
Op 7 april 2008 liet projectontwikkelaar Emaar het bericht uitgaan dat de Burj Khalifa een hoogte van 629 meter (en 160 voltooide verdiepingen) had bereikt. Nu was ook de KVLY-TV-mast in Noord-Dakota (628,5 meter) gepasseerd. Daarmee overtrof de Burj Khalifa het hoogste bouwwerk op aarde.
Op 1 september 2008 werd de hoogte van 688 meter behaald. Hiermee was het enige hoogterecord dat nog stond, dat van het hoogste bouwwerk ooit, reeds met 41,5 meter verbroken. Hiervoor stond het hoogterecord op naam van de 646,4 meter hoge mast van Radio Warschau, welke in 1991 tijdens onderhoudswerkzaamheden plotseling is ingestort.
Op 23 januari 2011 werd het hoogste restaurant ter wereld, genaamd At.mosphere, in de Burj Khalifa geopend. Het restaurant bevindt zich op de 122e verdieping, op 422 meter hoogte.
De toren had 's werelds snelste liften, met een snelheid van 42 km/u (11 m/s) (dit record werd ondertussen verbroken door de liften van de G1 Toren in Hitachinaka, Japan : 48 km/u of 13 m/s) en een capaciteit van 21 personen.
Het is de hoogste liftinstallatie ter wereld.
De waterinstallatie zal de toren, met een gemiddelde van 946.000 liter per dag, van water voorzien.
De maximale elektriciteitsvoorziening wordt geschat op 36 MVA.
Het koelsysteem zal het equivalent van ruim 10,2 miljoen kilo gesmolten ijs als koelwater gebruiken.
De toren vormt het middelpunt van een multifunctioneel complex, dat onder meer het daarnaast gelegen grootste winkelcentrum ter wereld, de Dubai Mall omvat.
De toren ligt aan een kunstmatige vijver met daarin de grootste fontein ter wereld.
artikel overgenomen zonder nazicht op fouten
Bron : - Wikipedia CC 3.0
Een brugrestaurant is een wegrestaurant dat is gebouwd als brug over de weg, meestal een autosnelweg.
Het restaurant is daardoor toegankelijk voor bezoekers uit beide richtingen zonder dat ze hoeven over te steken, al dan niet via een tunneltje of loopbrug.
Engels : Bridge-restaurant Duits : Brückenrestaurant Frans : Un pont-restaurant
's werelds eerste brugrestaurant
auteur : TheWhitePelican CC 3.0
Het eerste brugrestaurant is in 1957 gebouwd in Oklahoma (VS) over de Will Rogers Turnpike.
In 1958 startte de bouw van nog vijf brugrestaurants over de North Illinois Toll Highway, deze werden tegelijk met de opening van de snelweg in 1959 in gebruik genomen.
Brückengasthaus "Frankenwald"
auteur : FritzG CC 3.0
In 1959 bracht Angelo Bianchetti, de huisarchitect van de Italiaanse restaurantketen Pavesi, het idee naar Europa.
Hij zag kans om het eerste brugrestaurant in Europa in iets meer dan een half jaar de realiseren.
Daarna zijn in Italië nog 13 brugrestaurants gerealiseerd en is het idee ook elders overgenomen.
Het brugrestaurant in Alfaterna was zelfs voorzien van een tweede laag met hotel accommodatie, de brugconstructie is inmiddels gesloopt en de pleisterplaats heet tegenwoordig Nocera Inferiore.
eerste wegrestaurant in Europa, Fiorenzuola d’Arda, Italië
”Copyright Italia - Brevetti/Marchi/Prodotti 1948-1970”
In Nederland is er de verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek, gelegen aan de A4 Amsterdam – Delft.
In België wordt een nieuw wegrestaurant gebouwd over de E42 in Verlaine, er is een wegrestaurant over de E411 in Wanlin(Aire de Wanlin) en over de E429(A8) in Opzullik(Silly) Henegouwen.
Vanaf de jaren '70 is beton een populair bouwmateriaal voor bruggen over rivieren en kanalen geworden.
De meeste bruggen worden echter nog gemaakt uit gewapend of voorgespannen beton.
Één van de bekendste betonnen bruggen van bij ons
de 5022m lange Zeelandbrug
auteur : Paul Hermans CC 3.0
Bruggen kunnen tegenwoordig ook geheel of gedeeltelijk gemaakt worden van vezelversterkte kunststof, ook wel aangeduid met 'composiet'.
Dit materiaal kent een zeer hoge sterkte, voor zowel druk als trek.
Bruggen kunnen daardoor relatief licht en slank worden uitgevoerd.
Ook kent dit materiaal een hoge duurzaamheid.
Er worden grofweg twee technieken gebruikt voor het vervaardigen van vezelversterkte kunststof in de bruggenbouw: vacuüminjectie en pultrusie (profieltrekken).
Pultrusie wordt het meest geleverd in planken, toegepast als dek op stalen liggers.
Producten voorkomend uit vacuüminjectie (hetgeen in een mal gebeurt) zijn in de bruggenbouw meestal gebaseerd op het sandwichprincipe en kunnen, afhankelijk van de opbouw, hoogwaardiger eigenschappen halen dan pultrusieplanken.
voetgangersbrug aan het Zuideinde te Roelofarendsveen in staal hout en kunststof
foto op www.gebrvdpoel.nl
Een brug kan in principe eindeloos lang worden gemaakt.
Er zijn echter wel grenzen aan de lengte van een enkele overspanning, ofwel het gedeelte tussen twee pijlers.
De langste overspanningen komen voor bij hangbruggen.
De langste brugoverspanning ter wereld is momenteel de Akashi-Kaikyo brug in Japan met 1991m.
De Akashi Bridge in Kobe, Japan (1998) momenteel(2012) de langste hangbrug ter wereld
auteur : Kim Rötzel CC 3.0
De functionaliteit van een brug is natuurlijk erg belangrijk, maar soms is het uitzicht van enorm belang, zeker wanneer het de toegangspoort vormt naar een stad of een haven.
Ontwerpers van bruggen in parken hechten zelfs meer belang aan de esthetiek dan aan de functionaliteit.
De Sint Servaasbrug in Maastricht, de oudste brug van Nederland
gebouwd van 1280 tot 1298
auteur : Gouwenaar - vrije foto
De veiligheid gaat natuurlijk voor alles en de meeste bruggen worden dan ook voortdurend gemonitord om de drie à zes maanden, eenvoudige tests om de twee à drie jaar een een grondige inspectie alle zes tot tien jaar.
In Europa zijn de kosten van onderhoud aan bruggen hoger dan deze van nieuwe bruggen.
Er zijn natuurlijk de vele (meestal oudere) bruggen met structurele tekortkomingen en anderen zijn dan weer functioneel verouderd.
De Tianjin Eye bridge in Tianjin, China
auteur : David Hulme CC 2.0
De Octavio Frias de Oliveira bridge, São Paulo - Brazilië
auteur : Marcosleal CC 3.0
De Banpo Bridge (1495m) met regenboog fontein over de rivier Han in Seoel, Zuid-Korea
auteur : Gu Gyobok - vrije foto
De Langkawi Sky Brigde in Kedah, Maleisië
auteur : David Hulme CC 2.0
- Zo zijn er de kantelbrug, rolbrug, zweefbrug, opvouwbare brug, vlotbrug beweegbaar over de x-as.
- De valbrug, oorgatbrug, ophaalbrug (of klapbrug), basculebrug (in bijzondere gevallen een staartbrug), opkrulbare brug, pontbrug, rolbasculebrug (met translatie langs de x-as), beweegbaar over de y-as.
- En de draaibrug, kraanbrug, vliegtuigslurf(passagiersbrug) ook verlenging langs de x-as en in mindere mate rotatie rond de horizontale y-as (hoogteverstelbaarheid), hefbrug, tafelbrug, afzinkbare brug beweegbaar over de z-as.
Naast deze bruggen die om of langs één van de assen bewegen zijn er tijdelijke bruggen, die bijvoorbeeld gebouwd worden door de genie van het leger als er geen mogelijkheid bestaat een rivier over te steken.
In dat geval wordt vaak een pontonbrug of een baileybrug gebouwd.
Schematische voorstelling van een oorgatbrug
auteur : I, Sieger CC 3.0
Volgens constructie heeft men de balkbrug - boogbrug - cantileverbrug - hangbrug - integraalbrug - liggerbrug - plaatbrug - pontonbrug - tuibrug - vakwerkbrug - vierendeelbrug en de vlotbrug.
Naar functie heeft men de spoorbrug - verkeersbrug - voetgangersbrug - fietsbrug - wildviaduct en de passagiersbrug.
Cantileverbrug - Newark Bay Bridge, New Jersey
auteur : Matthew Trump CC 3.0
De evolutie van de bruggen gaat mee met de beschikbaarheid van de constructiematerialen.
De Romeinse aquaducten zijn opgebouwd uit steen en keramiek.
Deze materialen kunnen goed druk opnemen, daarom wordt veel gebruikgemaakt van boogvormen in de brug.
Rond 1840 gebruikt men gietijzer.
Dit materiaal is echter zeer bros, heeft een lage treksterkte maar een hoge druksterkte.
Gietijzer wordt geproduceerd in mallen.
Het element dat men wenst te construeren, moet eerst in hout gemaakt worden.
Deze houten kopie van het element drukt men in een mal gevormd met zand.
Indien we nu het gietijzer in de zandvorm gieten, verkrijgen we de gewenste vorm.
We kunnen dus een grote verscheidenheid aan vormen produceren.
Uitwendig zal gietijzer een korrelige structuur hebben, omdat het in zand gevormd werd.
Daardoor is gietijzer uitwendig goed te onderscheiden van smeedijzer en staal.
De Iron Bridge over de Severn in het dorp Ironbridge, in Shropshire, Engeland de eerste gietijzeren brug ter wereld
auteur : Boerkevitz CC 3.0
Vanaf 1860 worden constructie-elementen van smeedijzer gebruikt.
Het voordeel van smeedijzer is de hogere treksterkte, maar het heeft een lagere druksterkte dan gietijzer.
Smeedijzer werd eerst gebruikt ter vervanging van de gietijzeren balken, daar waar deze op buiging belast werden (zowel druk als trek).
Voor de kolommen werd langere tijd gebruikgemaakt van gietijzer, omdat kolommen idealiter alleen op druk belast worden.
Vanaf 1880 breekt staal als constructiemateriaal door.
Staal heeft een grote druksterkte en treksterkte.
Het is ook zeer ductiel (vervormbaar).
Vandaar dat staal veel voor bruggen wordt gebruikt.
Een brug is een vaste of beweegbare verbinding voor het verkeer, tussen twee punten die gescheiden zijn door een rivier, kanaal, kloof, dal, weg, spoorweg of een ander overbrugbaar obstakel.
Een brug kan ontworpen zijn om een spoorweg, rijbaan, kanaal (kanaalbrug) of waterleiding (aquaduct) te dragen.
Een lange brug wordt, als deze over een andere weg of spoorlijn loopt, ook wel een viaduct genoemd.
Sommige bruggen hebben een beweegbaar brugdek, wanneer verkeer te hoog is om onder de brug door te gaan.
Het brugdek wordt dan tijdelijk 'verwijderd'.
Zulke bruggen worden alleen over een waterweg aangelegd, bij een kruising met een weg of spoorweg zal men de brug hoog genoeg maken of anders liever een gelijkvloerse kruising aanleggen.
De eerste bruggen waren eenvoudige houten stammen of planken die een kleine beek overspanden.
Daarna werden exemplaren van steen gemaakt, maar in eerste instantie alleen om het hout te ondersteunen.
De boogbrug van natuursteen met cement werd voor het eerst door de Romeinen geconstrueerd.
Veel van deze bruggen hebben de eeuwen doorstaan, één van de bekendste is wellicht het aquaduct Pont du Gard in Frankrijk.
Van baksteen gemetselde bruggen verschenen na de Romeinse tijd.
Met de industriële revolutie verscheen in de 1779 de eerste gietijzeren brug, de Iron Bridge (Verenigd Koninkrijk) maar pas na de uitvinding van staal werd het mogelijk echt grote overspanningen te maken.
Sinds het begin van de 20e eeuw worden ook veel bruggen gemaakt van beton en sinds het einde van de 20e eeuw zelfs van vezelversterkte kunststof.
De brugtechniek ontwikkelt zich steeds verder en de bruggen worden dan ook steeds langer.
Ponte dei Salti in het Valle Verzasca, Zwitserland
auteur : Idéfix CC 3.0
Bruggen worden in de regel geconstrueerd uit beton, metselwerk, metaal (staal, vroeger gietijzer).
Voor korte en kleinere bruggen worden andere materialen zoals hout en bamboe gebruikt.
Een brug bestaat uit de twee volgende delen :
• de bovenbouw, waarover het verkeer e.d. gaat, en
• de onderbouw, met pijlers en funderingen die de krachten van de brug op de ondergrond overbrengt.
mogelijke bewegingen van een brug
auteur : KoenB - vrije foto
Bruggen kunnen in diverse types worden onderverdeeld, naar de manier waarop ze zijn geconstrueerd, naar hun gebruik en naar de manier waarop ze eventueel open kunnen
Op veel plaatsen waar verkeer het water kruist, is het niet mogelijk de brug zo hoog te maken dat al het waterverkeer ongestoord de brug kan passeren.
Verder kan het nodig zijn (vanouds bij kastelen en steden) dat men de toegangsweg afsluit voor indringers.
Vandaar dat er beweegbare bruggen zijn ontwikkeld.
In theorie kan een brug in 6 richtingen bewegen :
1. verdraaien om de x-as
2. horizontaal verschuiven langs de x-as
3. verdraaien om de y-as
4. horizontaal verschuiven langs de y-as
5. verdraaien om de z-as
6. verticaal verschuiven langs de z-as
- Hierbij loopt de x-as parallel met de weg en de y-as parallel met het water.
- In de loop der eeuwen zijn er bruggen ontwikkeld die bewegen langs de x- en z-as en die draaien om de y- en z-as.
- Met de wisseling van het laatste millennium is de eerste brug gebouwd die draait om de x-as (1).
- Bewegen langs de y-as (4), in het verlengde van de vaarweg dus, is uiteraard nutteloos.
Een broodjesvloer, ook wel combinatievloer genoemd, is een dragende vloer waarbij kleine elementen van beton of isolatiemateriaal fungeren als bekisting.
Engels : Beam and block floor, beam and pot floor, beam and EPS floor Duits : Frans : planchers à poutrelles
voorbeeld dwarsdoorsnede van een broodjesvloer
De broodjesvloer wordt samengesteld door allereerst op regelmatige afstand prefab balken van gewapend beton te plaatsen.
Deze balken hebben een omgekeerde T-vorm.
Vervolgens worden dragend op de balken elementen van beton of polystyreen (de "broodjes") geplaatst.
Hierover wordt extra wapening aangebracht, waarna beton wordt gestort om het geheel te koppelen en te verstevigen.
een broodjesvloersysteem met voorgespannen liggers
Het voordeel van de broodjesvloer boven dat van een elementenvloer (waar de vloer wordt opgebouwd uit grotere zwaardere elementen) is dat de broodjesvloer bestaat uit kleinere samen te stellen onderdelen, waardoor deze geschikt is om toe te passen op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals een uitbouw achter een woning, onbereikbaar voor vrachtverkeer.
een broodjesvloersysteem van Ploegsteert
Een spaanplaat ondervloer voor parket wordt ook een broodjesvloer genoemd.
Deze broodjesvloer ligt diagonaal onder de plankenvloer.
Van alle brochs zijn alleen de stenen overgebleven.
Men weet daarom niet of er altijd houten constructies aanwezig zijn geweest.
In de negentiende eeuw waren er meerdere archeologen die ervan uitgingen dat de brochs vloeren op enkele etages hadden.
Echter, er zijn geen duidelijke openingen in de muren te vinden die suggereren dat er balken in de muur hebben gezeten voor een vloer.
Bovendien zouden de onderste etages geen licht hebben, behoudens van vuren, terwijl er door houten vloeren tussen de etages geen afvoer kon zijn van rook.
De scarcement ledges, zoals hierboven beschreven, geven daarentegen aan dat er mogelijk wel etages in de broch hebben gezeten.
Men gaat ervan uit dat de brochs een dak hadden, dat de gehele bovenzijde van de broch bedekte.
Sommige archeologen menen dat het dak steunde op de scarcement ledges.
Dit zou echter betekenen dat de stenen muren nog enkele meters rondom het dak omhoog staken.
In een dergelijke constructie is er geen manier om regen en sneeuw van het dak af te voeren, waardoor er lekkages zouden kunnen ontstaan en er een groot gewicht op het dak kwam bij hevige sneeuwval.
Deze constructie ligt dus niet voor de hand.
Het dak zal vermoedelijk bovenop de broch hebben gezeten.
Mogelijk rustte het dak op de binnenste van de twee wanden, terwijl verplaatsing van het dak voorkomen werd door de buitenste wand, die dan iets hoger zou moeten zijn geweest.
Dun Telve, Glenelg, Highland, Schotland - binnenzijde
auteur : Otter CC 3.0
Er zijn ook meerdere theorieën over de reeks verticale openingen in de binnenste wand.
Aanvankelijk werd aangenomen dat dit diende om het gewicht van de muur te verkleinen, waardoor het gebouw steviger werd.
Ook werd gesuggereerd dat deze openingen dienden om meer licht tussen de twee wanden te krijgen, waardoor je daglicht bij de trap kreeg.
Beide ideeën lijken niet aannemelijk.
Ten eerste zorgt een verticale rij openingen over de gehele hoogte van de broch voor een potentiële zwakke plek, waarlangs de muur over de gehele lengte zou kunnen breken.
Verder reiken de openingen ook naar de delen tussen de twee muren die te smal zijn om toegankelijk te zijn voor volwassenen.
Daglicht in een dergelijk deel van de broch is dus niet zinvol.
De vraagstukken rondom deze openingen, lijken gerelateerd te zijn aan vraagstukken over het nut van de open ruimte tussen de twee wanden van de hogere brochs.
Een recente hypothese suggereert dat de open ruimte tussen de muren werkte als een buffer naar het klimaat buiten de broch.
Het zou dus om een soort spouwmuur gaan.
De openingen zouden dan dienen om warme lucht tussen de muren te krijgen en het vocht (van onder andere regen) te beperken tot de binnenzijde van de buitenste muur.
Overblijfsel van de Broch of Gurness en omringende bouwsels, Orkney, Schotland
auteur : Rob Burke CC 2.0
Er zijn geen geschreven teksten gevonden in de brochs.
Wel zijn er gebruiksvoorwerpen aangetroffen in verschillende brochs, onder andere weefkammen, naalden, spelden en bewerkte platte stenen.
Veel gebruiksvoorwerp
en waren van bot gemaakt, op de Orkney- en Shetlandeilanden vaak walvisbot.
Verder zijn er potscherven gevonden, doorgaans van kookpotten.
Soms bleek het aardewerk echter van latere datum te zijn.
Het aardewerk laat verschillen zien tussen de regio's.
Het is over het algemeen rijk versierd.
IJzeren en bronzen voorwerpen zijn vermoedelijk in de loop van de tijd vergaan, uiteraard net als houten en leren voorwerpen en textiel.
Naast de gebruiksvoorwerpen zijn er ook resten van vee en wild gevonden, zoals schapen, koeien, varkens en herten.
De vondsten suggereren dat de bewoners van de brochs met name leefden van landbouw en visserij.
Voorwerpen of structuren die geassocieerd kunnen worden met een religieuze functie zijn niet tevoorschijn gekomen.
Zelfs graven van de bewoners van de brochs zijn niet gevonden.
Wel zijn er hier en daar menselijke resten opgegraven.
We weten nog steeds niet waar het architectonische idee vandaan kwam.
Aanvankelijk werd door archeologen gedacht, dat brochs bouwwerken van een ander volk waren, dat zich nieuw in de regio had gevestigd en zijn architectuur-ideeën had meegenomen.
Aanhangers van deze zienswijze worden aangeduid als diffusionisten.
Tegenwoordig gaan archeologen er veelal van uit dat het idee ontwikkeld is door de lokale bevolking, mogelijk voor een klein deel geïnspireerd door migranten of door inzichten die via bijvoorbeeld handelscontacten verspreid raakten.
Broch Dun Carloway, Lewis, Scotland
auteur : Lewis MacDonald - vrije foto
De functie van de brochs is nog onduidelijk.
De bouw met hoge muren en slechts één ingang suggereert een verdedigende functie, bijvoorbeeld tegen invallers die vanaf schepen het land kwamen plunderen.
Voor een langdurige belegering waren de brochs niet geschikt door hun beperkte levens- en opslagruimte.
De watervoorzieningen in de meeste brochs zijn onvoldoende om mensen voor langere tijd van water te voorzien.
Verder was het dak niet gemakkelijk toegankelijk voor de mensen in de broch, want zoals beschreven bij de bouw van de hogere etages, was alleen bij Mousa Broch de ruimte tussen de twee wanden van de muur tot bovenaan breed genoeg om een trap erin te passen.
Er was daarom vermoedelijk geen sprake van een borstwering, waar de verdedigers van de broch hun tegenstanders van bovenaf konden bestoken.
Hierbij sluit aan dat de deur van de broch zich meestal pas halverwege de gang bevond, waardoor tegenstanders niet meer van bovenaf aangevallen konden worden, als ze eenmaal in de gang voor de deur zaten.
Tegenstanders zouden gemakkelijk een vuur hebben kunnen plaatsen voor de deur om zo de broch in te nemen.
Sommige brochs liggen bovendien op plekken die strategisch moeilijk te verdedigen zijn.
Zo ligt de broch Loch na Beirgh bijvoorbeeld op een klein eilandje, waarbij de nabijliggende kust hoog boven de broch uitkomt.
Het is ook opvallend dat slechts bij enkele brochs tekenen van strijd gevonden zijn.
Een andere hypothese is dat brochs vooral bedoeld waren als het vaste onderkomen van een kleine nederzetting.
Ook worden de brochs in de oudere literatuur wel gezien als kleine kastelen van plaatselijke landeigenaren.
Als nederzetting of kasteel, zou de broch hebben kunnen dienen om indruk te maken op omliggende gemeenschappen of personen.
De ligging van de brochs maakt hun functie niet duidelijk.
Veel brochs zijn te vinden in gebieden met goede landbouwgrond, maar er zijn eveneens brochs in gebieden met arme grond.
Het feit dat de meeste brochs bij de kust liggen, maakt het aannemelijk dat de bewoners van de zee leefden.
Sommige onderzoekers suggereren dat de brochs misschien bakens waren, mede omdat men vanuit een broch vaak een andere broch kan zien.
De brochs zouden dan hebben kunnen dienen als vuurtorens om hun eigen schepen thuis te loodsen en als bakens om elkaar te waarschuwen voor naderende tegenstanders.
Bron : - Wikipedia CC 3.0
- I. Armit, Towers in the North - The Brochs of Scotland, Tempus Publishing Ltd (2003), ISBN 0-7524-1932-3.
- J.N.G. Ritchie, Brochs of Scotland, Shire Archaeology, 2nd edition (1998), ISBN 0-7478-0389-7.
- tinternet
Brochs komen zowel voor als losstaand bouwwerk en als onderdeel van een grotere nederzetting.
In die laatste situatie blijkt vaak dat de nederzetting dan weer in latere tijden verder uitgebreid en aangepast is, inclusief de broch.
In het geval van bijvoorbeeld Jarlshof is de broch niet het oudste gebouw, dit in tegenstelling tot Old Scatness.
Brochs verschillen van elkaar in diameter en in dikte van de muur.
Ook het aantal vertrekken in de muur varieert.
Hieronder worden de algemene kenmerken beschreven die in bijna alle brochs kunnen worden gevonden.
Begane grond
Alle brochs worden gekenmerkt door een nagenoeg ronde plattegrond, waarbij er een ronde binnenplaats is, omgeven door een muur.
De muren zijn opgebouwd met behulp van de drystone masonry techniek.
Dit wil zeggen dat de brochs zijn opgebouwd uit natuursteen, zonder gebruik te maken van bindende middelen, zoals cement of klei.
De diameter van de open ruimte in het gebouw varieert in de meeste gevallen tussen de zeven en veertien meter.
Er zijn echter ook grotere brochs, zoals Edin's Hall Broch die een inwendige diameter heeft van zeventien meter.
De muur is over het algemeen 3,3 tot 5 meter dik.
Op het niveau van de begane grond bevindt zich één gang dwars door de gehele muur, die toegang biedt tot het inwendige van de broch.
Deze toegang is meestal 0,75 tot 1,2 meter breed en ongeveer 1,6 meter hoog.
De bovendorpel aan de buitenzijde van de broch kan variëren tussen een platte steen en een driehoekige steen.
Halverwege de gang zijn meestal tekenen te vinden dat er een deur heeft gezeten.
Deze deuren waren vermoedelijk van hout en zijn daardoor niet bewaard gebleven.
Binnenin de Mousa Broch, op Shetland
auteur : Otter CC 3.0
Tevens zijn er op de begane grond enkele kamers uitgespaard in de dikte van de muur.
Deze kamers zijn via een deur te bereiken vanuit de ronde binnenplaats of vanuit de gang die toegang biedt tot de broch.
Een kamer die direct op de gang uitkomt, wordt meestal aangeduid als guard cell, oftewel de ruimte van de bewakers.
De eigenlijke functie van deze kamers is echter onbekend.
Er zijn twee varianten in de brochs te onderscheiden.
De ene variant betreft brochs die in feite een volledig solide muur hebben op grondniveau (solid-based brochs).
De hierboven beschreven kamers op de begane grond, zijn bij deze brochs uitsparingen in het binnenste van de solide muur.
De tweede variant is minder algemeen.
In deze brochs bestaat de muur op grondniveau reeds uit twee concentrische wanden.
Deze bouw met twee parallel aan elkaar verlopende wanden met een open ruimte ertussen, is in alle brochs aanwezig bij de hogere etages (zie hieronder).
Dit type broch wordt aangeduid als ground-galleried type.
De meeste ground-galleried brochs zijn te vinden op de Hebriden, zoals Dun Mor Vaul.
De ground-galleried brochs zijn structureel minder stabiel.
Dit is duidelijk te zien in het geval van de Broch of Gurness.
De instabiliteit werd al in de oudheid merkbaar, waarbij men dit heeft opgelost door de ruimte tussen de twee muren op grondniveau te vullen met stenen.
Hierdoor werd de Broch of Gurness in tweede instantie toch een solid-based broch.
In de open ruimte van de broch is meestal een put of een container voor wateropslag te vinden.
Het is echter mogelijk dat sommige putten pas later zijn aangebracht.
Trap tussen de twee wanden van de Dun Troddan
auteur : Bubobubo2 CC 3.0
Hogere etages
Van veel brochs zijn alleen nog ruïnes over die slechts één à twee meter hoog zijn.
Voorbeelden hiervan zijn onder andere Edin's Hall Broch en de Broch of Culswick.
Er zijn enkele brochs waarvan de muur nog aanzienlijk hoger is, zoals Mousa Broch (13,3 meter), Dun Telve (10 meter), Dun Carloway (9,2 meter), Dun Troddan (7,6 meter) en Dun Dornaigil (6,7 meter).
Deze beter bewaarde brochs liggen geografisch ver uiteen en hebben desondanks architectonisch duidelijke overeenkomsten.
Men neemt dus aan dat deze kenmerken ook hebben gegolden voor de brochs die minder goed bewaard zijn gebleven.
Het is echter ook mogelijk dat deze hoge brochs in het verleden al uitzonderingen waren.
De buitenwand van de brochs loopt met een flauwe hoek naar binnen toe, waardoor de buitenste diameter van het gebouw naar boven toe geleidelijk kleiner wordt.
De muur aan de binnenzijde loopt wel verticaal omhoog.
De dikte van de muur is door deze bouw dus bovenaan dunner.
Zoals hierboven beschreven is bij de meeste brochs de muur op grondniveau solide (met uitzondering van de kleine kamers die in de muur zijn uitgespaard).
Op de hogere niveaus bestaat de muur van de broch echter uit twee parallelle wanden met een ruimte er tussenin.
In deze ruimte bevinden zich meestal één of meer trappen. De trappen beginnen in één van de kamers op grondniveau.
Doordat de buitenmuur scheef naar binnen toe loopt, wordt de ruimte tussen de twee wanden naar boven toe steeds nauwer.
In Dun Carloway en Dun Telve wordt de ruimte bovenaan zo smal, dat hier geen volwassen persoon meer tussen past.
Alleen bij de Mousa Broch is de ruimte tot bovenaan breed genoeg om toegankelijk te blijven.
De twee wanden worden meestal op meerdere niveaus met elkaar verbonden door enkele platte stenen, waardoor er galerijen ontstaan.
Wall voids in de Mousa Broch, op Shetland
auteur : Otter CC 3.0
Aan de gehele buitenzijde is bijna altijd slechts één opening in de muur te vinden, namelijk de toegang.
Enkel de Clickimin Broch heeft drie toegangen.
Deze broch bevond zich echter op een klein eiland, dat in zijn geheel ommuurd was.
Aan de binnenzijde van alle brochs bevinden zich meerdere openingen in de muur.
Naast de toegang tot de broch, bevinden zich op het grondniveau namelijk ook de openingen naar de kamers in de muur.
Verder is er op enkele plaatsen in de muur een reeks openingen (wall voids - foto boven) te vinden die zich precies boven elkaar bevinden over de gehele hoogte van de muur.
Naar boven toe worden deze openingen geleidelijk kleiner.
Deze openingen geven toegang tot de ruimte tussen de twee wanden van de muur van de broch.
Aan de binnenzijde van een broch zijn vaak één of meerdere ringen van uitstekende stukken steen te zien in de muur, die suggereren dat er op dat niveau een houten structuur tegen de muur bevestigd heeft gezeten.
In sommige brochs ontstaat zo'n ring doordat de binnenste muur op één niveau abrupt naar binnen gaat, waardoor er een richel ontstaat.
Meestal bevindt de onderste ring zich op een hoogte van twee tot drie meter boven de grond.
Een dergelijke stenen ring wordt met scarcement ledge aangeduid.
Een broch is een ronde, stenen toren, waarvan de muur bestaat uit twee parallel aan elkaar verlopende wanden, soms meer dan 10 meter hoog.
Deze bouwwerken, waarvan de functie onbekend is, stammen uit de IJzertijd.
De meeste brochs zijn te vinden op de Orkney-eilanden, Shetlandeilanden en de regio Caithness van Schotland.
De term broch komt van dezelfde stam als het woord burg, oftewel burcht.
Deze term werd pas in 1872 als officiële benaming voor dit type bouwwerk ingevoerd, maar deze term kwam toen al in een groot aantal namen van brochs voor.
Vermoedelijk stamt het woord uit het tijdperk van de Vikingen, aangezien in het Noors een burcht een borg wordt genoemd.
Daarom wordt er wel gedacht dat sommige brochs nog ter verdediging werden gebruikt in de tijd van de Vikingen.
Locaties van brochs in Schotland
auteur : Bubobubo2 CC 3.0
Een broch moet niet worden verward met een dun.
Dat is een Gaelische term die een versterkte plaats aanduidt, waar echter niet per se een door mensen gemaakte structuur op hoeft te staan.
In het verleden zijn veel versterkte plaatsen langs de westkust van Schotland aangeduid als duns, waaronder een aantal brochs, zoals bijvoorbeeld Dun Telve en Dun Troddan.
Deze namen waren bij de officiële invoering van de term broch al zo bekend, dat de namen niet meer zijn aangepast in latere tijd.
Verder zijn er ook wheelhouses, aisled roundhouses en Atlantic roundhouses.
Deze komen in dezelfde regio's van Schotland voor als de brochs.
Een wheelhouse is een rond gebouw met binnenin muren die er op de plattegrond uitzien als de spaken van een wiel, vandaar de naam.
De binnenmuren komen echter niet in het centrum samen, er is een open ruimte in het midden.
Een aisled roundhouse lijkt sterk op een wheelhouse, maar de binnenste muren komen niet tot aan de ronde buitenmuur.
Het is in zo'n gebouw dus mogelijk volledig rond te lopen langs de binnenkant van de buitenmuur.
De term Atlantic roundhouse betekent alleen een rond gebouw, gelegen in de Atlantische regio.
In het verleden werd deze term gebruikt voor alle gebouwen die niet te classificeren waren als broch, wheelhouse of aisled roundhouse.
In de 21e eeuw geeft een aantal archeologen er de voorkeur aan om Atlantic roundhouse als een overkoepelende term te gebruiken.
De broch is daarvan dan een specifieke vorm.
De broch is overigens de enige van deze bouwwerken die etages van steen heeft.
Mousa Broch, op Shetland, de best bewaard gebleven broch
auteur : Otter CC 3.0
De oudste brochs dateren mogelijk al uit 600 v. Chr.
De meeste brochs werden echter gebouwd tussen 100 v.Chr. en 100 na Chr.
De Picten leefden voor een groot deel in hetzelfde gebied als de bouwers van de brochs.
De brochs kunnen echter niet aangeduid worden als Pictic towers, zoals soms wordt beweerd.
De oudste vermelding van de Picten stamt namelijk pas uit 297 na Chr. waardoor de Picten hooguit als afstammelingen van de broch-bouwers gezien kunnen worden.
Brochs komen het meeste voor op de Orkney-eilanden, Shetlandeilanden, Caithness, Sutherland en de Hebriden (met name Skye).
Er zijn echter ook meer zuidelijk in Schotland brochs te vinden, zoals bijvoorbeeld in de regio van Stirling.
De gebouwen zijn uniek voor Schotland.
De dubbele wand van broch Dun Troddan
Te Glenelg in de Schotse Highlands
auteur : Bubobubo2 CC 3.0
Met name aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is er veel onderzoek gedaan naar vergelijkbare structuren in andere landen.
De enige structuren die volgens meerdere archeologen uit die tijd nog enigszins vergelijkbaar waren met een broch, waren de torens op Sardinië, die aldaar nuraghe genoemd worden.
Het inwendige van een nuraghe is echter geheel anders dan het inwendige van een broch. Zo heeft een nuraghe meerdere vertrekken boven elkaar in het inwendige van de toren.
Ook de periode waarin de beide structuren gebouwd zijn, is verschillend.
De meeste nuraghi stammen namelijk uit de zesde eeuw v. Chr. en niet uit het begin van de jaartelling, zoals de meeste brochs.
Men gaat er daarom tegenwoordig van uit dat er geen relatie is tussen de brochs en de nuraghi.
De meerderheid van de brochs ligt in de buurt van de kust.
Precieze aantallen van de hoeveelheid brochs zijn niet te geven.
Enerzijds zijn er veel verloren gegaan in de loop van de geschiedenis, anderzijds zijn sommige ruïnes nog onvoldoende onderzocht om te kunnen beoordelen of het om een broch, dun of een ander soort van Atlantic roundhouse gaat.
Schattingen voor heel Schotland lopen uiteen van 374 tot 500.
De Brandenburger Tor is een stadspoort op de Luisenplatz in Potsdam.
De poort werd in 1770 door Carl von Gontard en Georg Christian Unger in opdracht van koning Frederik II gebouwd.
Hierdoor is deze poort achttien jaar ouder dan de beroemde Brandenburger Tor in Berlijn.
De poort staat aan de westzijde van de Brandenburger Straße die in een rechte lijn tot aan de St. Peter en Paul-kerk loopt.
Om de naburige stad Brandenburg an der Havel te kunnen bereiken moest men in die tijd de Brandenburger Tor passeren, vandaar de naam.
Engels : Brandenburg Gate Duits : Brandenburger Tor Frans : La porte de Brandebourg
Brandenburgse Poort - Potsdam - Westelijke zijde anno 2005
auteur : Bruhaha CC 3.0
In 1733 stond op dezelfde plaats een andere, eenvoudigere poort die op een stadspoort leek.
Samen met de stadsmuur en andere poorten moest deze poort de desertie onder militairen en de smokkel van goederen tegengaan.
Tegen het einde van de Zevenjarige Oorlog liet Frederik de Grote ter ere van de overwinning de oude poort afbreken en een nieuwe bouwen met het uiterlijk van een triomfboog.
Als voorbeeld diende de Boog van Constantijn in Rome.
De Romeinse invloed is onder andere te herkennen aan de dubbele Korinthische zuilen en de stevige constructie.
Brandenburgse Poort - Potsdam - Oostelijke zijde anno 2005
auteur : Bruhaha CC 3.0
Karakteristiek voor de Brandenburger Tor zijn de twee volledig verschillende zijden.
De stadszijde werd door Carl von Gontard ontworpen en zijn leerling, Georg Christian Unger, ontwierp de andere zijde.
Gontard voerde de stadszijde uit in stucwerk met Korinthische penanten en trofeeën.
Unger volgde bij de andere zijde het ontwerp van de Boog van Constantijn met de dubbele Korinthische zuilen.
De beide zijdoorgangen voor voetgangers werden pas in 1843 onder koning Frederik Willem IV toegevoegd om het toegenomen verkeer te ontlasten.
De Brandenburger Tor (Russisch: Бранденбургские ворота, Brandenburgskie vorota; Nederlands: Brandenburgse Poort) in Kaliningrad, het voormalige Koningsbergen, is een van de voormalige zes stadspoorten die in de 19de eeuw gebouwd werden.
De poort is in neogotische stijl gebouwd.
Engels : Brandenburg Gate Duits : Brandenburger Tor Frans : La porte de Brandebourg
Brandenburgse Poort - Kaliningrad - anno 2004
auteur : Jan Pešula(Sapfan) CC 2.5
De Brandenburger Tor werd gebouwd in het zuid-westelijke deel van Kaliningrad in 1657, aan de versterking van de stadsmuren op de kruising met de weg die leidt tot de kasteel van Brandenburg (nu het dorp Ushakovo).
Wegens gebrek aan financiële middelen werd er slechts een houten poort opgericht.
Enkele honderden jaren later werd de poort afgebroken en vervangen door een bakstenen structuur in opdracht van koning Frederik II van Pruisen.
Tijdens de restauratie in 1843 werd de poort significant veranderd en gedecoreerd met scherpe decoratieve frontons, kruisvormige zandsteen kleur, gestileerde bladeren op de toppen, wapenschilden en medaillons.
Beelden van veldmaarschalk Hermann von Boyen (1771-1848), een oorlogsminister en hervormer van het Pruisische leger, en van luitenant-generaal Ernst von Aster (1778-1855), chef van de genie, en een van de initiatiefnemers van de tweede versterking van de muren, werden ook toegevoegd.
De Brandenburger Tor is de enige poort van de nog bestaande poorten van Kaliningrad dat haar oorspronkelijke transportfunctie nog uitvoert.
De structuur is gerestaureerd en wordt beschermd door de staat als een architectonisch monument.
Brandenburgse Poort - Kaliningrad
Hoewel gebouwd in het midden van de negentiende eeuw, waren de poorten van Kaliningrad in neogotische stijl.
Op de Brandenburger Tor worden de gotische motieven bijzonder levendig uitgedrukt.
De frontons in de vorm van pijlen geven deze poort, die in feite vrij laag is, een gevoel van hoogte.
De poort is rijkelijk versierd met decoratieve elementen, zoals de hoge reliëfsteen en gestileerde bloemen.
De Brandenburger Tor (Brandenburgse Poort) is de belangrijkste poort van Berlijn, gebouwd in 1788 naar het model van de Propyleeën*.
De poort staat aan de Pariser Platz en vormt de afsluiting van de boulevard Unter den Linden.
*Met propyleeën (Grieks: Προπύλαια, propylaia, van pro = voor en pylè = poort) wordt bedoeld de monumentale ingang van een heiligdom of ander belangrijk gebouw of gebouwencomplex. Het is een term uit de klassieke oudheid. De Grieken gebruikten de term propylon in het enkelvoud voor een poort aan de ingang van een heiligdom of paleis terwijl het meervoud, propylaeen, gebruikt werd voor een monumentale ingang met verschillende deuren als die van de Akropolis, Eleusis en Epidauros.
Engels : Brandenburg Gate Duits : Brandenburger Tor Frans : La porte de Brandebourg
Brandenburgse Poort - Berlijn
auteur : Thomas Wolf CC 3.0
De Brandenburger Tor is de enige bewaard gebleven stadspoort van Berlijn.
Vroeger was de plek waar de poort staat de stadsgrens van het centrum.
Wie door de poort wilde, moest tol betalen.
De eerste poort stamt uit 1734.
In 1788 werd door architect Carl Gotthard Langhans op dezelfde plek een nieuwe poort gebouwd in opdracht van de Pruisische koning Frederik Willem II, ter herinnering aan de bezetting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1787 door een Pruisisch leger van 20.000 man.
De poort is 26 meter hoog, 65,5 meter breed en 11 meter diep.
Het beeld op het gebouw, een Quadriga (tweewielige wagen met vier paarden), werd in 1806 meegenomen door Napoleon naar Parijs als oorlogsbuit.
Het is acht jaar later door een Duitse maarschalk teruggebracht naar Duitsland.
Het beeld dat er nu op staat, een Griekse strijdwagen met daarin de godin Victoria, is een replica.
Het oorspronkelijke beeld is verloren gegaan tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De replica is gemaakt met een tijdens de Tweede Wereldoorlog gemaakte gipsafdruk, die in het depot stond van de Berlijnse Firma Noack.
Brandenburgse Poort anno 1734 - vrije afbeelding
In de jaren 60 van de 20e eeuw werd de Berlijnse Muur aan de westzijde langs deze poort gebouwd.
De Brandenburger Tor stond in de Russische sector en was vanaf een verhoging te bezichtigen vanuit het westen.
Het was dertig jaar lang niet mogelijk om onder de poort door te lopen, ook niet vanuit oostelijke richting in verband met de toenmalige grensbeveiliging.
Na de val van de Berlijnse Muur werd de Brandenburger Tor gerenoveerd.
Na lange en soms felle discussies is besloten ook de adelaar en het ijzeren kruis weer terug te zetten, hoewel voor velen een pijnlijke herinnering aan het Pruisische militarisme.
Heden ten dage is de poort het symbool van de Duitse eenheid.
De loop van de Muur is met stenen in het wegdek aangegeven.
Als bescherming van de poort tegen milieuvervuiling én wegens beveiliging van de ambassades werd bovendien geen doorgaand (auto)verkeer onder de poort toegelaten.
Rondom de poort werden nieuwe gebouwen, gemodelleerd naar hun verdwenen voorgangers gebouwd.
Met het gereed komen van de nieuwe ambassade van de Verenigde Staten op de oude, historische locatie, werd de reconstructie van de omgeving van de poort voltooid.
Quadriga op de Brandenburgse Poort - Berlijn
auteur : ed g2s CC 3.0
Het bovenwiel of aswiel zit op de bovenas van een windmolen en drijft de koningsspil of bij een standerdmolen direct de steenspillen aan.
In een standerdmolen drijft het bovenwiel tevens het luiwerk aan middels een varkenswiel.
Het bovenwiel zit bij een gietijzeren as met het spiegelgat op de as geklemd met behulp van vier in ijzeren stroppen zittende, houten blokken (de vulstukken) met daartussen zware wiggen.
Bij een houten as kunnen de kruisarmen ook door de as gestoken zijn.
Het bovenwiel is groot uitgevoerd om voldoende groot oppervlak te verkrijgen voor het afremmen van het wieken met de vang.
Daarnaast is het bovenwiel 30 - 35 cm dik.
In het bovenwiel zijn de kammen vastgezet.
Het profiel van de kammen in een niet-conisch bovenwiel hebben een evolvente vertanding met een bepaalde steek.
Hierdoor rollen de tandwielen ten opzichte van elkaar (rollen zonder glijden) langs de steekcirkels.
De steekcirkel van het bovenwiel moet dezelfde zijn als die van de bonkelaar of bovenschijfloop.
bovenwiel van molen De Hoop in Garderen
auteur : Rasbak CC 3.0
Het bovenwiel is opgebouwd uit vier kruisarmen of twee kruis- en twee spouwarmen van in de regel eikenhout met daartegen, daardoor of daartussen de eikenhouten plooistukken, die voor de ronde vorm van het wiel zorgen.
De plooistukken zitten met zwaluwstaarten op de kruisarmen.
Tegen de voor- en achterkant van de plooistukken komen platen van iepenhout, de voor- en achtervelg.
De achtervelg is echter niet altijd aanwezig.
Iepenhout is taai en niet splijtgevoelig en daarom zeer geschikt om er de azijnhouten of acaciahouten kammen (tanden) door te steken, die in de kammen van de bovenbonkelaar of in de staven van het bovenrondsel grijpen.
De staart van de kam wordt geborgd met een houten kamnagel of een ijzeren borgspijker en deze wordt weer geborgd met een spijkertje.
De kammen op de plaats van de kruisarmen, de armkammen, steken niet helemaal door het wiel heen en worden met een houten borgpen, die schuin door de voorvelg gaat, geborgd.
Door de kruisarm is aan de achterkant een gat geboord voor het uit de velg kunnen slaan van de betreffende kam.
Bij een standerdmolen zitten zowel aan de voorkant van het bovenwiel als aan de achterkant kammen voor het aandrijven van de twee maalkoppels.
Ook zijn er standerdmolens met twee bovenwielen die elk een maalkoppel aandrijven.
Om het bovenwiel heen zit ter voorkoming van slijtage bij het remmen met de vang meestal een houten of ijzeren band, de hoep of voering of ook wel belegstukjes.
Bij het bovenwiel van De Nieuwe Molen(Veenendaal) komen belegstukjes voor met daar omheen een ijzeren hoep.
bovenwiel van molen De Koe in Ermelo
links achterkant - rechts voorkant
auteur : Frans ter Schiphorst CC 3.0
Een loszittende kam kan in de regel vastgezet worden door de kamnagel of borgspijker aan te slaan.
Dit is echter niet altijd voldoende en blijft de kam loszitten.
Dan moet om de staart van de kam een strook zeildoek gelegd worden.
Soms is dit dan weer te veel en moet het zeildoek alleen aan de werkzijde van de staart aangebracht worden. (De werkzijde is de zijde die tegen een kam of een staaf van een ander wiel drukt.)
In het bovenwiel wordt bij stilstand een pal ingelaten.
Ook kunnen bij diverse molens twee stutten geplaatst worden.
Dit wordt gedaan bij een stilstaande molen als extra zekerheid ter voorkoming dat de wieken uit zichzelf gaan draaien.
bovenwiel van de Wimmenumer molen met links de pal tegen het terugdraaien
foto : Gerben Wijnja
Bij de aandrijving staan de kammen meestal min of meer haaks op elkaar.
Er is soms ook wel een conische aandrijving, zoals bij de Walderveense molen(buurtschap Walderveen in Lunteren).
Hierbij raken de kammen elkaars verlengde, waardoor dit type overbrenging sterker is.
Bij een goede aandrijving moeten drie kammen van het bovenwiel tegelijk drie kammen van de bonkelaar raken, terwijl de bovenkant van de kam van het bovenwiel gelijk moet vallen met de bovenkant van de kam van de bonkelaar en de voorkant van de kam van het bovenwiel niet voorbij de zijkant van de kam van de bonkelaar mag steken.
Bij een bovenschijfloop mag de voorkant van de kam niet voorbij de achterkant van de staaf steken.
Voor maximale aangrijping moeten de kammen van het bovenwiel te lood zijn afgezaagd en niet haaks, omdat het bovenwiel door de schuine ligging van de bovenas schuin naar voren staat.
De vangstukken zijn niets anders dan de remschoenen die tegen het bovenwiel aandrukken als de molen gevangen (= geremd) wordt.
Om het bovenwiel ligt nog een ijzeren band (de "hoep"), zodat het wrijvingsoppervlak hout op ijzer is.
De vangstukken zijn gemaakt van, bij voorkeur kromgegroeid, wilgenhout.
De Wimmenumer (polder)molen in Wimmenum heeft een Vlaamse vang, dat wil zeggen dat de vangstukken het gehele bovenwiel omsluiten.
Bij een z.g.n. stutvang liggen de vangstukken als het ware alleen bovenóp het bovenwiel, en drukken ze dat bij het vangen naar beneden.
Bij een Vlaamse vang wordt het gehéle bovenwiel als het ware omwikkeld met houten blokken.
omwentelingenteller op het bovenwiel
foto : Gerben Wijnja
Op het bovenwiel zit, sinds 1982, een omwentelingenteller.
Die is geplaatst door de provincie, en sinds dat jaar bestaat er een z.g.n. draaipremieregeling.
Een soort subsidie dus van de provincie voor het draaien.
Deze werd ingesteld omdat draaiende molens beter worden onderhouden, het draaien is goed voor een molen, en omdat het het landschap verlevendigt.
De premie is in de loop der jaren een paar keer gewijzigt :
• 1982 t/m 1994: f 1,00 per 300 omwentelingen
• 1994 t/m 2001: f 750,00 plus f 1,00 per 100 omwentelingen
• 2002 e.v. € 340,00 plus € 0,46 per 100 omwentelingen voor binnenkruiers. Buitenkruiers krijgen iets meer.
• Er is een minimum aantal omwentelingen om in aanmerking te komen voor de premie, en er is ook een maximum gesteld aan het bedrag (1994 tot 2002: f 5000,-, vanaf 2002 € 2350,-)
Hierbij moet wel worden aangetekend dat sinds 1995 door de provincie géén onderhouds- en géén restauratiesubsidies meer worden verstrekt.
het originele bovenwiel(1713) van molen Kyck Over Den Dyck in Dordrecht
In Nederlandse standerdmolens bevindt zich vrijwel altijd 1 bovenwiel.
Wanneer het bovenwiel twee steenkoppels aandrijft, heeft het kammen aan beide zijden.
Dit heeft tot gevolg dat het ene koppel, de voormolen, linksom draait, terwijl het andere, de achtermolen, rechtsom draait.
In Vlaamse standerdmolens hebben de steenkoppels een eigen bovenwiel.
De kammen bevinden zich bij elk bovenwiel aan dezelfde zijde, waardoor alle steenkoppels dezelfde kant op draaien.
Een aantal Vlaamse standerdmolens hebben een derde wiel, voor de vang.
Een bovenkruier is een windmolen waarbij alleen de kap met het wiekenkruis in het horizontale vlak kan draaien.
Door het bovenste deel van de molen in de juiste richting van de wind te plaatsen (het zogenaamde kruien) komen de molenwieken loodrecht op de wind te staan.
Hierdoor verkrijgt men de beste energie-overdracht.
Engels : Windmill Duits : Windmühle Frans : Moulin à vent
bovenkruier De Hoop in Garderen
auteur : Rasbak CC 3.0
Soorten bovenkruiers
Molens met een buitenkruiwerk
Deze zijn meestal te herkennen aan de staart achteraan de kap; hier zet de molenaar met behulp van een kruiwiel (ook wel kruirad of kruibok genoemd) of kruilier en kettingen of kabels de staart in de gewenste positie.
Soms is er een rondgaande ketting, die dus niet meer verlegd hoeft te worden.
Om de molen te draaien, gebruikt men een van de volgende middelen:
• Kruiwiel met kruispil. Door de kruiketting aan één kant vast te leggen en deze vervolgens met het kruirad op de kruispil, de munnik, te rollen kan de kap een stukje gedraaid worden. Vervolgens moet de ketting weer afgerold worden en een stuk verder weer vastgemaakt enz. totdat het wiekenkruis op de wind staat. De staart wordt vervolgens vastgezet met de bezetketting, waardoor de kap niet meer kan draaien en het kruiwiel wordt met de spaakketting vastgezet.
• Kruilier. Door de kruiketting via gietijzeren tandwielen te laten lopen wordt de overbrenging kleiner en gaat het kruien makkelijker.
kruilier van De Hoop in Appel
auteur : Rasbak CC 3.0
Molens met een binnenkruiwerk
Bij dit type zet de molenaar binnen bovenin de kap met behulp van een kruirad en een kruireep (kruitouw) de molenkap in de gewenste positie.
De poldermolens in Noord-Holland zijn overwegend binnenkruiers, waardoor ze een meer plomp aanzien hebben, omdat de bovenkant van de houten achtkant voor het kunnen kruien vrij breed is.
Ditzelfde type molen is echter in Zuid-Holland omgebouwd tot buitenkruier.
• Torenmolens hebben ook een binnenkruiwerk dat met een rondsel en tandwielen werkt. Ze worden met twee kruiraderen gekruid, omdat ze te groot zijn voor één kruirad.
Molens die zichzelf kruien
Deze worden ook wel zelfkruiers genoemd.
Een kruisysteem bovenop de kap wordt aangedreven door de wind met behulp van een windroos en zorgt ervoor dat het wiekenkruis op de wind komt te staan.
Engels rollenkruiwerk van De Hoop in Appel
auteur : Rasbak CC 3.0
Er zijn verschillende typen kruiwerk bij een bovenkruier:
• Engels rollenkruiwerk met ijzeren rollen. Waarschijnlijk is het eerste Engelse kruiwerk met de opkomst van gietijzer omstreeks 1850 voor het eerst toegepast.
• IJzerenrollen (mosterdpotjes) vastgezet op kruivloer en alleen rail onder overring
• Rollenkruiwerk met houten of ijzeren rollen in houten rollenwagens
• Neutenkruiwerk op neuten (houten balkjes), die aan de bovenkant afgedekt kunnen zijn met blik
• Voeghouten kruiwerk, waarbij de voeghouten over de kruiring (kruivloer) van de onderbouw schuiven.
• Zetelkruiwerk, in België en Noord-Frankrijk zijn zetelkruiers waarbij de kap kruit op een zetel tussen een set balken.
kruiwiel(kruirad) met munnik(kruispil) van De Keetmolen in Ede
auteur : Rasbak CC 3.0
Bij het rollenkruiwerk met houten of ijzeren rollen in houten rollenwagens en bij het neutenkruiwerk wordt de kap op zijn plaats gehouden door de kuip (keerkuip).
Hierbij bestaat de keerkuip uit dikke eiken planken met daarom heen vaak ook nog een ijzeren klemband, de kuipband, zit.
Aan de binnenkant van de keerkuip zitten keerneuten waardoor de overring van de kap bij het kruien minder wrijving ondervindt en dus lichter draait.
Bij een rollenkruiwerk in houten rollenwagens kunnen de keerneuten soms aan de buitenzijde van de overring en de rollenwagens zitten.
binnenkruiwerk met kruirad van de Tweede Broekermolen in Uitgeest
auteur : Rasbak CC 3.0
Het kruiwerk draait over de houten kruivloer en bovenop het kruiwerk ligt de houten overring waar de kap oprust.
Vaak is er op de kruivloer een metalen plaat voor het tegengaan van slijtage bevestigd.
De kruivloer kan op verschillende manieren zijn vastgemaakt aan het molenlichaam.
Bij een houten achtkant zit deze vast op het boventafelement.
Bij een stenen molen ligt de kruivloer vast aan ingemetselde kardoezen (houten blokken), die op hun beurt zijn vastgezet in het metselwerk of via ijzeren of houten stijlen verankerd aan de balken van de kapzolder.
Ook kunnen de kardoezen ontbreken en is de kruivloer rechtstreeks verankerd met houten stijlen of schoren verankerd aan de balken van de kapzolder.
De molenas of bovenas is een onderdeel van een windmolen waaraan het gevlucht of wiekenkruis is bevestigd.
Deze as kan van gietijzer of hout zijn.
De bovenas ligt iets achterover in de kap, omdat het gevlucht bij bepaalde molens, zoals de ronde stenenmolen en de houten achtkant, iets achterover moet staan om te voorkomen dat de wieken tegen de molenromp slaan.
Daarom ligt de bovenas onder een hoek van 17 graden.
Bij de spinnenkop met een vierkant onderhuis ligt de as onder een grotere hoek.
Engels : windshaft Duits : Mühlenachse Frans : l'arbre
Tegenwoordig komen in Nederland nog maar enkele molens voor met een houten bovenas en dan nog meestal met een gietijzeren insteekkop, zoals bij veel standerdmolens (bijvoorbeeld de Doesburger molen en de molen Tot Voordeel en Genoegen).
Om de pen van een houten bovenas zit een gietijzeren muts of schenen (ijzeren strippen).
De gaten voor de roeden werden in het worteleinde gemaakt.
Tot het begin van de negentiende eeuw waren alle bovenassen van hout.
De eerste gietijzeren assen kwamen uit Engeland.
Pas in 1836 werden er Nederlandse assen gefabriceerd.
In het begin werden deze gietijzeren assen omkleed met vulhout, omdat men toen dacht dat deze dunne assen niet sterk genoeg waren in vergelijking met de dikke, houten bovenassen.
Het nadeel van gietijzer is wel dat het bros is, waardoor de as kan breken als er bij hoge snelheid van de wieken te plotseling gevangen (geremd) wordt.
Tegenwoordig worden de assen van nodulair gietijzer gemaakt, dat minder snel breekt.
gietijzeren bovenas (met penlager en springbeugel) van molen De Hoop in Garderen, Gelderland
auteur : Rasbak CC 3.0
In 1836 werd de eerste deugdelijke gietijzeren bovenas gegoten door de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (Fijenoord).
Het bedrijf kreeg een octrooi voor het gieten van bovenassen voor vijf jaar.
Daarna konden ook andere bedrijven bovenassen gaan gieten.
Er zijn of waren verschillende fabrikanten van gietijzeren bovenassen, zoals:
• Fijenoord, Rotterdam
• L.I. Enthoven & Co., 's Gravenhage
• De Prins van Oranje, 's Gravenhage
• H. Hartogh Heysj, Delft
• Penn & Bauduin, Dordrecht
• Kon. Ned. Grofsmederij, Leiden
• D.A. Schretlen, Leiden
• Wed. Sterkman, 's Gravenhage
• Boddaert & Versluus, Middelburg; komen in Zeeland voor en zijn dunner dan de andere assen
• Hardinxveld-Giessendam; worden nog gegoten.
• IJzergieterij Geraedts, Baarlo; hier worden nieuwe assen gegoten. Het asnummer en de naam van de gieterij staan op de askop in plaats van op het aslichaam.
houten bovenas met stroppen
De bovenas heeft vooraan een hals liggend op het halslager, dat 80% van het gewicht draagt en achteraan een pen dat op het penlager ligt.
Het zijn allebei glijlagers. De hals en pen liggen meestal op arduinstenen (blauwe hardsteen) met een bij een gietijzeren as 2 tot 3 cm diepe uitholling en worden enkele keren per dag gesmeerd met reuzel.
De stenen liggen op een kwastvrij plankje, waardoor deze zich goed kunnen zetten.
Er komen ook halslagers voor met een bronzen schaal op een houten lagerblok.
Daarnaast kan er het zogenaamde Dekkerlager voorkomen, dat uit een gietijzeren bak met twee ijzeren rollen bestaat.
Bij dit lager moet er wel een hardstalen manchet om de hals van de bovenas aangebracht worden om overmatige slijtage te voorkomen.
Het halslager rust op de windpeluw en het penlager op de penbalk.
Het penlager ligt op een pensteen of broeksteen.
Tegen de achterkant van de as staat bij een pensteen een arduintegel of een bronzen tegelplaat, dat de door de wieken uitgeoefende achterwaartse druk opvangt.
Er kan echter ook een taats in de pen zitten.
In dat geval zit er een gehard stalen plaat, de knolplaat, aan de achterkant.
Bij een houten bovenas zit om de pen een ijzeren muts.
Er zijn echter ook gietijzeren bovenassen met een wrijfplaat (soort muts), zoals bij molen De Koe (Ermelo).
Op de kop van de as zit de walpen.
De walpen dient voor het afdraaien en het ophijsen van de as.
Vooraan de as zit de askop waar de twee roeden doorheen gestoken worden.
Achter de askop zit er een groef, het zogenaamd waterhol, wat ervoor zorgt dat er langs de as geen regenwater naar binnen kan lopen.
Achter de hals zit aan één kant van de as een vlak gedeelte of knobbel dat is ontstaan tijdens het gieten van de as.
Het heeft gediend als expansie tijdens het afkoelen van de as nadat deze gegoten was.
Soms wordt dit vlak gedeelte of knobbel gebruikt voor het optempelen van de as.
Op het aslichaam zitten vier ribben ter versteviging.
tekening (Verbij Hoogmade) van een gietijzeren bovenas voor molen de Windhond in Soest
Op de molenas of bovenas zit het aswiel of bovenwiel dat de koningsspil of direct de steenspillen aandrijft.
Het bovenwiel zit op de as geklemd met vier in ijzeren knuppelstroppen zittende, houten vulstukken.
Bij een houten bovenas kunnen de kruisarmen van het bovenwiel door de as gestoken zijn.
Over het penlager zit een ijzeren beugel, de springbeugel, die er voor zorgt dat de as met het wiekenkruis niet naar voren kan kantelen (dompen).
Dit dompen kan gebeuren als de wind van achteren op de wieken blaast of tijdens het vangen.
Het materiaal voor de glijlagers waarin de bovenas draait is in Nederland vrijwel altijd steen (meestal arduinsteen), maar soms is gebruikgemaakt van brons en in enkele gevallen van gietijzer, met daarin een laag Babbittmetaal.
schaalmodel van een houten bovenas met stroppen
auteur : Peter van Sloten (molenaar - modelbouwer)
Een bovenas kan ook doorboord zijn voor de bediening van de remkleppen of voor de zelfzwichting.
Op de kop van de as zit dan een spin, waarvan de uiteinden verbonden zijn met de remkleppen op de wieken, de jaloezieën of de kleppen.
Vanaf de spin loopt een stang door de bovenas naar achteren, waar een hefboom zit.
Aan het uiteinde van de hefboom worden aan een ketting gewichten gehangen, waarmee het moment van opening van de remkleppen, jaloezieën of kleppen geregeld kan worden.
Oude bovenassen werden vroeger met behulp van de molen tijdens het draaien vanaf de penzijde doorboord.