16de ZONDAG C – 21 JULI 2019
‘GASTVRIJ’
Kleine dingen kunnen al tonen of je ergens welkom bent of niet: een deur, die wijd open staat of juist niet, iemand, die toesnelt of lang laat wachten, een brede, open glimlach of een verplichte koele handdruk. Gastvrij ontvangen worden deed vroeger en doet ook vandaag zo deugd: vroeger, omdat reizen toen zo gevaarlijk was, vandaag, omdat vele mensen zo berekend zijn, en je misschien alleen maar uitgenodigd hebben omdat het nu eenmaal zo hoorde. Formalistische beleefdheid waarin geen hart steekt.
De manier waarop je iemand ontvangt toont je ware aard: of je belangeloos en goed bent van binnen, of alleen aan jezelf denkt. Niet je woorden maar je manier van doen, laat zien of je spontaan, open en hartelijk bent of alleen maar een koele berekenaar, die enkel met het eigen belang begaan is.
Op hun rondreis ging Jezus eens een dorp in.
Een vrouw, Martha genaamd, ontving Hem.
Zij had een zuster die Maria heette.
Die kwam aan de voeten van de Heer zitten
en luisterde naar zijn woorden.
Martha had het heel druk met bedienen.
Ze ging naar Jezus toe en vroeg:
`Heer, laat het U koud
dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?
Zeg haar dat ze mij komt helpen.'
De Heer gaf haar ten antwoord:
`Martha, Martha,
je maakt je bezorgd en druk
over van alles,
maar slechts één ding is nodig.
Maria heeft het beste deel gekozen
en dat zal haar niet worden ontnomen.'
(Lucas 10,38-42)
TOEGANKELIJK
Maria die het beste deel heeft verkozen: het wuift de dienstbaarheid niet weg. De barmhartige Samaritaan van vorige week toonde ons nog die zelfvergeten toewijding als een warme weg naar eeuwig leven en volkomen vreugde. Bovendien wordt deze dienstbaarheid heel concreet in het gezinsleven, in de keuken. De grote Heilige Theresia zei: wie God niet vindt tussen potten en pannen, zal Hem nergens vinden!
De inhoud is dus subtieler en de goed bedoelde inzet van Martha wordt niet afgewezen. Maar Jezus wil een belangrijke klemtoon leggen: Martha ontving Jezus in haar huis, Maria liet Hem ook toe in haar hart. Eigenlijk zegt Jezus tegen Martha: ‘Loop niet verloren in je drukdoenerij, je zou het belangrijkste kunnen missen!’
De goede zorgen, de hartelijke ontvangst worden niet afgekeurd. Maar het vele werken mag geen obsessie worden: er moet tijd en ruimte blijven in ons hart om, altijd opnieuw, de boodschap van Jezus te ontvangen. Maar dit ‘beste deel’ maakt het andere deel niet overbodig.
We moeten niet kiezen tussen Martha of Maria. Tussen de gastvrijheid in het huis en de openheid van het hart. Tussen bidden of werken. Het is niet of-of maar wèl en-en. Jezus zegt niet dat Martha moet ophouden met bedienen, maar wel dat ze zich te 'druk' maakt. Voor haar is het bezoek belangrijker dan de bezoeker. Gastvrijheid laat de ander toe in je eigen leven. Je stelt beide open voor de ander: je huis en je hart. Je deelt en je luistert. Zo groeit ont-moeting: geen 'moeten' meer maar ongedwongen samen zijn. Hand en hart spreken eenzelfde taal. Geven en ontvangen, beide even belangrijk, het is het wezen van de liefde.
DIENST-BAAR-HEID en LUISTER-BEREIDHEID staan niet tegenover elkaar, ze vullen elkaar aan. Het zijn twee takken van eenzelfde levensboom, twee stromen uit eenzelfde bron, twee open armen van eenzelfde genegen hart: Gods eigen, goede, heilige Geest, die in ons midden woont en in onszelf. Kom, Heilige Geest, kom. Amen.
Gastvrijheid!
De luxe der armen en eenvoudigen.
Gastvrij zijn voor iedere mens
die je op je weg ontmoet,
wil zeggen:
je hart, je huis, je bezit openstellen,
maar zó dat de ander
het als iets vanzelfsprekends kan aanvaarden
en er niet minder door wordt.
Niets mag geforceerd zijn,
alles moet spontaan gebeuren.
Gastvrijheid is niet iets aangeleerds.
Je haalt 't niet uit boeken.
Het is een innerlijke houding
van openheid en mededeelzaamheid.
Dit hoort tot het mysterie
van het echt mens-zijn!
Phil Bosmans
---
DE ZONDE VAN NALATIGHEID Het is niet alles wat je doet, Maar wat bleef ongedaan, Waarvan je hartzeer hebt Als je de zon ziet ondergaan. Het niet gesproken tedere woord, De brief die je toch had beloofd, De bloem die je had kunnen geven, Die spoken 's avonds door je hoofd. De steen die je liet liggen Midden op je broeders pad, De welgemeende goede raad Waar je geen tijd genoeg voor had. De zachte nadruk van je hand, Het vriendelijk, innemend woord, Waar je niet aan hebt gedacht, Want je eigen zorgen zijn zo groot. De lieve kleine dingen Die men zo makkelijk vergeet, De kansen om te helpen Waar je geen moeite voor deed. Nee, het is niet alles wat je doet, Maar wat bleef ongedaan, Waarvan je hartzeer hebt, Als je de zon ziet ondergaan.
(Margaret E. Sangster)
---
Het is van het allergrootste belang dat mensen bij elkaar thuis mogen komen. Het gevoel hebben dat je welkom bent, geeft aan het leven zin en inhoud. Je mag zijn wie je bent. Er is ruimte voor je vreugde en verdriet. Je ontmoet een luisterend oor. Je deelt in elkaars leven. Waar je gastvrij ontvangen wordt of waar je je deur naar anderen openzet, daar vind je geborgenheid en liefde. Het geeft je alle kansen om een nieuwe mens te worden. Er is geen sprake van ‘moeten’ maar van ‘mogen’. Je hoeft geen stand op te houden, omdat je je helemaal aanvaard weet. Je voelt dat je elkaar op handen kunt dragen. Je hoeft je niet te verliezen in zorgen en drukte, want je bent er allereerst voor elkaar. Je maakt daarin de naam van God waar, de naam die luidt: Ik-zal-er-zijn-voor-jou. Waar mensen elkaar echt ontmoeten, daar is ruimte voor een Godsontmoeting. Hij laat Zich zien in het gelaat van de ander. Het geeft je nieuwe kracht, nieuw leven. Het laat je zien, dat er maar één ding belangrijk is: je openstellen voor elkaar en voor God.
(Andreas Parochie, West Zeeuws-Vlaanderen)
|