Vercors (1902-1991) schreef deze korte novelle in 1941. Zijn echte naam was Jean Bruller. Het pseudoniem Vercors verwijst naar de bergstreek Vercors, ten zuiden van Grenoble, waar de schrijver als verzetsman actief was. Hij richtte er clandestien de uitgeverij Les Editions de Minuit op, die de bekende witte boekjes met blauwe letters uitgeeft. Le Silence de la Mer werd in het geheim gedrukt en over heel het bezette Frankrijk verspreid.
Een oudere man, die het verhaal vertelt, woont met zijn nichtje op het platteland. Op een dag wordt er een Duitse officier ingekwartierd. Deze Werner von Ebrennac is componist en heeft veel ontzag en belangstelling voor de Franse cultuur. Hij gelooft dat de oorlog nodig is om de bourgeois in Frankrijk een nederlaag te bezorgen en dat Frankrijk en Duitsland ooit een rijke culturele eenheid zullen vormen. De officier is heel discreet en verontschuldigt zich voor de ongemakken. Bijna elke avond komt hij in burgerkleren in de huiskamer en vertelt daar over zijn leven en ideeën. Die hele periode spreken de oude man en zijn nicht geen woord met Ebrennac. Hij verwacht dat ook niet van hen. Zelf neemt hij telkens afscheid met de woorden Je vous souhaite une bonne nuit.
Na enkele maanden vertrekt hij voor twee weken met verlof naar Parijs. Hij verheugt zich erop zijn kameraden te ontmoeten. Bij zijn terugkeer is hij ontgoocheld. Hij werd in Parijs uitgelachen om zijn verheven ideeën. Volgens zijn wapenmakkers moeten de Fransen vernederd en vernietigd worden en moet de Franse cultuur verdwijnen.
Ebrennac verschijnt voor de laatste keer in de huiskamer. Hij draagt zijn legeruniform en zegt dat hij zich opgegeven heeft voor een gevechtseenheid. Hij neemt afscheid met zijn gebruikelijke woorden en bij het buitengaan zegt hij nog Adieu. Voor het eerst in al die maanden kijkt het nichtje hem nu in de ogen en neemt ze ook afscheid met een Adieu.
Nederlandse schrijfster (1888-1962). Ze heeft heel lang in Indonesië gewoond en publiceerde pas op 63-jarige leeftijd haar eerste werk.
Deze bundel verhalen is uit haar nalatenschap samengesteld. De verhalen dateren uit de hele loopbaan van de schrijfster.
Het titelverhaal is gesitueerd op Sumatra, in het noordoostelijk deel aan de straat van Malakka die de grens vormt tussen Sumatra en Maleisië. De bevolking leeft er in lange huizen.
(De traditionele huizen zijn in het bezit van de vrouwen. In de grote huizen kunnen honderden mensen terecht die aan elkaar zijn gelinkt door een enkele gemeenschappelijke moeder.
Elke dochter heeft een kamer waar ze haar man die vaak alleen 's nachts komt kan ontvangen. Het huis wordt telkens gegeven aan de dochter van de moeder des huizes. Vaak is een huis omringd door andere huizen. Er werd er telkens een bijgebouwd als een vrouwelijk lid van de familie ging trouwen.)
Op een dag verlaat een vrouw haar woning. Ze koopt een prauw en samen met eenscheepsmaat en een poes gaat ze op zoek naar het land van de tijger. Dat is het Vasteland, waar haar eiland heel lang geleden ook deel van uitmaakte. De scheepsmaat wordt de minnaar van de vrouw. Hij kan de poes niet uitstaan en die verhuist naar het ruim. s Avonds gaan zij voor anker en wassen en baden zij zich. De scheepsmaat gaat altijd het water in.
Met een paar korte slagen zwom hij over het diepe heen, waar de haaien zijn die graag bloed drinken, dat wist hij wel!. Hij kon vlugger en ook beter zwemmen dan de haaien, zei hij. En dan kwam hij op het verdronken land, daar was het niet diep: uitgestrekte vlakke weiden onder water met algen begroeid alsof het gras was, groen en bruin en erg nat; en op die weiden zoals het behoort, graasden koeien.
Op de zeeweiden graasden zeekoeien
Niet in het felle zonlicht overdag: in de schemer, of in een nevel, of des nachts leken zij wel wat op vrouwen, deze zeekoeien. En zij loeiden.
Begeleid, gedempt, overstemd soms door alle geluiden van zee en golven en wind, was het alsof zij zongen, de zwarte vrouwen onder water, de Sirenen. Zoals zij genoemd zijn al in de grijze oudheid.
Aan boord intussen, heeft de vrouw slechtere bedoelingen. Elke nacht, als de scheepsmaat slaapt, prikt ze met een speld in zijn vinger en laat ze de poes het bloed oplikken.
Op een nacht wordt de prauw losgeslagen en zwalpt rond tot hij strandt voor een onbekende kust, het Vasteland. De jongen is dood en de vrouw gooit hem overboord. Zelf springt ze aan wal, gevolgd door de poes.
Hij keek met zijn hete gele ogen naar overal tegelijk; de vrouw, de prauw, het verdronken land aan de ene kant, de zeekoeien, daar lag de man, het Vasteland aan de andere kant, de bossen, de heuvels, de bergen, overal bossen, weer naar de vrouw, gromde, en met één sprong was hij van de prauw af en op de hoge rotskust en stond daar: hij was een volwassen koningstijger, goudgeel met zwarte strepen, en verschrikkelijk om te zien.
De jongen ligt nog altijd in de verdronken wei: Hij ligt recht en stil in de natte bruin en groene algen, toch is hij niet verdronken, hij slaapt ook niet, hij ligt rustig achterover, zijn beide handen liggen naast hem. Hij houdt zijn ogen dicht zoals iemand die naar iets luistert, hij houdt zijn ogen open, dan kijkt hij door het water. In een kring om hem heen zijn de zwarte vrouwen onder water, de Sirenen, zij zingen voor hem.
Het verhaal dat begon met de woorden Het verhaal luidt: eindigt met de woorden Zo luidt het verhaal.
Verder in de bundel staan onder andere drie verhalen over slangen, over een man die met haaien vecht, over een danser met een speer enz.
De stijl van Maria Dermout is bijzonder. Ze heeft zich laten inspireren door de Indonesische verhaaltraditie, met veel herhalingen, heel suggestief en geheimzinnig. Het zijn verhalen waarbij de lezer het beste zijn verbeelding kan laten werken.
Een Ierse schrijfster die taalkunde studeerde en semantiek doceerde in Zweden. Verder was ze investeringsbankier in Londen en nog later schoolde ze zich om tot psychotherapeute. Die verschillende themas komen in deze eersteling terug.
Jay Hamilton is psychoanalyticus. In het eerste hoofdstuk maken we kennis met Cora Miller, een van zijn patiënten. Het is voor de schrijfster een gelegenheid om een paar ideeën te ventileren.
Hij was benieuwd geweest of hij bepaalde culturele verschillen zou ontdekken, maar het bleek dat zijn cliënten, altijd hetzelfde zouden zijn, allemaal op zoek naar betekenis in de chaos, zonder dat er ook maar een van hen inzag dat zinloosheid gelijkstaat aan bevrijding.
Het was nu eenmaal een feit dat patiënten die medicijnen gebruikten snel saai werden. Het was een faustiaanse ruil die hen kneedbaar en onverschillig maakte, omdat ze de menselijke ervaring inruilden voor de bevroren woestenij van verdoofde monotonie.
Jay is geen voorstander van medicatietherapie. In dat verband zegt hij later:
Het werkelijke probleem, Dana, is onze afnemende verdraagzaamheid, ons gebrek aan uithoudingsvermogen. Het lijkt wel of het menselijke ras bezig is spierkracht te verliezen. We gaan ervan uit dat we geen tegenspoed zullen ondervinden. Dát is interessant onze toenemende intolerantie voor het lijden dat met het leven gepaard gaat.
De echte crisis wordt gevormd door onze afnemende levenslust. We slaan op de vlucht voor onze eigen menselijkheid.
Een tweede personage met wie we kennismaken is Robert, de veel oudere en later vermoorde broer van Jay. Hij was een taalfilosoof die een radicale theorie verkondigde. Hij raadde zijn broer destijds af om het beroep van psychoanalyticus uit te oefenen, omdat het volgens hem niet wetenschappelijk was. Jay is het daar niet mee eens, getuige onderstaande bedenking uit de tijd dat hij studeerde.
Witgejaste psychologiedocenten wezen naar gekooide knaagdieren die rondrenden door het zaagsel en hielden hun studenten voor dat kennis alleen op empirische wijze kon worden verkregen. Jay had de indruk dat de gehele discipline maar wat aan het rondstommelen was door de raadselen van de natuur.
Het volgende personage is Dana Flynn. Ze heeft Jay om een interview verzocht om te praten over het leven van zijn vermoorde broer. Het verhaal spitst zich nu toe op het leven en de dood van Robert en zijn relatie met zijn broer Jay. Robert leidde een dubbelleven als homoseksueel. Een gevaarlijke bezigheid in die jaren, omdat ze strafbaar was en er vaak jacht op homos werd gemaakt. Misschien is Robert zo aan zijn eind gekomen.
Daarna begint het thrillergedeelte van het boek. De moord op Robert wordt ontraadseld.
Von Keyserling: Branding Hrabal: Zwaarbewaakte treinen Voltaire: Candide Ishiguro: Een kunstenaar van het vlietende leven Hawthorne: De scharlaken letter Yalom: De Schopenhauer-kuur Rosa: De derde oever van de rivier Hoffmann: Das Fräulein von Scuderi Waugh: The Loved One Kadare: Het donkere jaar Baricco: Zijde Moorehead: De Blauwe Nijl Lampedusa: De tijgerkat Melville: Billy Budd Platonov: De bouwput Tim Parks: Bestemming Bernhard: De neef van Wittgenstein Kafka: Die Verwandlung Werfel: Het bleekblauwe handschrift van een vrouw Traven: Verhalen Baldwin: Go Tell it on the Mountain Faulkner: As I lay dying Oë: De hoogmoedige doden Trilling: The Middle of the Journey Hardy: Far from the madding crowd Kristof: De analfabete McEwan: Amsterdam Filloy: De bende Sciascia: De Zaak Aldo Moro Salinger: Franny and Zooey