|
Een zondag dient in ieder geval zonnig van start te gaan en dat is nu ook het geval. Als ik de tuin doorga, zie ik toch alweer veel nieuw leven verschijnen. Naast de sneeuwklokjes verschijnen nu ook de krokussen en hier en daar is er zelfs een narcis die haar gele bloem vertoont. Het is misschien nog wat vroeg om Herman Gorter (1864-1927) eerste zin van zijn gedicht "Mei" aan te halen, "Een nieuwe lente, een nieuw geluid", maar de zon is verantwoordelijk voor die te vroege rijmelarij. Nog een 2e zin ken ik van dat gigantische gedicht van 4381 regels: "ik wil dat dit lied klinkt als gefluit, ..... ". Dat is zo een van de weinige zinnen die rest van het uurtje 'poëzie' dat ik in de humaniora moest ondergaan; gedichten van buiten leren en voordragen met gevoel en uitdrukking om te tonen aan mijn klasgenoten dat ik begreep waarover de tekst. Een ware beproeving was dat vooral voor gedichten die niet 'rijmden', want dan had ge zogenaamd geen 'kapstok' om verder te gissen hoe het ging. Meestal snapte ik niets van gedichten waar alleen de titel duidelijkheid verschafte wat de rest betekende. Ik ben meer het type van de doorlopende tekst met goede gestructureerde zinnen en een onderwerp dat ik direct begrijp. En toch grijp ik nu regelmatig naar het gedichtenboek van Stijn De Paepe (1979-2022) "Vers gezocht". Misschien is er een gedichtje in te vinden dat mijn gevoel van die eerste lentedag kan weergeven. Niets gevonden, het blijft bij die ene zin van Herman. Nu ga ik buiten en genieten van de prille lentezon bij 8°C, maar het is windstil en zeker in mijn hoekje op mijn bankje. Tot morgen
|