Inhoud blog
  • Bezinning bij de derde zondag van de Advent
  • WOENSDAG IN DE TWEEDE WEEK VAN DE ADVENT
  • TWEEDE ZONDAG VAN DE ADVENT
  • EEN GEDACHTE BIJ DE ADVENT
  • BIJ DE EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Doorheen de dagen
    Ervaringen besproken
    09-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS

    CHRISTUS


    Christus, Christus, het wordt hoog tijd.

    De tijd van woorden is voorbij.

    Eeuwigheid staat in de nacht voor de deur.

    Laat je zien nu ik jou heb verloren.

    Sta uit de oude verhalen op

    die thuis in het boek stonden en wees waar,

    hier op de kolkende zee, de broeder

    die zijn vrienden zoekt aan het water,

    magere visser op het meer,

    timmerman van het scheepje van Petrus.

    Maak je los uit de hopen touwen

    voor op het dek en kom naast me staan,

    schreeuwend tegen de stormwind in:

    ‘Kleingelovige, weet je dan niet

    dat ik de stormen kan gebieden?’

    Kom tevoorschijn, ik wil leven,

    hier en nu, want ander leven

    later, vergeef me, vertrouw ik niet.

    Michel van der Plas

    (Over dit gedicht werd op deze blog reeds geschreven op 6 april, 31 mei, 4 en 7 juni)

    De derde strofe dus uit hetzelfde gedicht dat vorige dagen reeds uitvoerig aan bod kwam, en dat mijns inziens, tot op vandaag, één van de mooiste Christus-gedichten blijft, die ooit werden geschreven. Zoals reeds gezegd werd: niet over de historische Jezus, die hier weldoende wandelde op onze aarde, en evenmin over de verrezen, verheerlijkte Christus ‘voor altijd gezeten aan de rechterhand van de Vader’.

    Veel concreter, veel meer levensnabij is het gedicht: hoe kan die man uit Nazareth na zoveel eeuwen nog iets betekenen voor de mens van vandaag. Van der Plas zelf schrijft over dit alles op een zeer persoonlijke wijze. Hij spreekt voortdurend in de ‘ik-vorm’: ‘Jij, man van zo lang geleden, wat kan Jij nog met mijn leven te maken hebben?’

    Het antwoord dat de dichter persoonlijk ervaren heeft is beklijvend en betekenisvol voor vele mensen, althans indien zij niet gedachteloos meelopen met de massa. Over dit laatste – persoonlijk nadenken en niet zomaar klakkeloos kuddelopen – schreef Mark Van de Voorde onlangs:

    We zijn zo graag onszelf, maar we willen o zo graag ergens bijhoren. Het compleet autonome individu bestaat niet, want ook een individualist kan niet zonder de anderen. Daarom is zelfstandig denken, vooral tegen de stroom in, zo moeilijk. Als je niet meebent, hoor je er misschien ook niet bij. We willen wel opvallen maar niet uitvallen. En dus trachten we uit te blinken door mee te doen: door net dat tikkeltje brutaler hetzelfde te zeggen, door net dat beetje opzichtiger hetzelfde te dragen… En het gekke is dat al die anderen die ook zo hun best doen om zichzelf te zijn en zich daarom bij de heersende trend aansluiten, nog geloven ook dat je origineel bent. De originaliteit van de nabootsing is een merkwaardig fenomeen. Het bepaalt veel van wat we doen. Altijd geweest trouwens. Schrijvers die zich in de tijd door gedurfde kapsones lieten opmerken, blijken achteraf gezien niets anders gedaan te hebben dan hardop te zeggen wat toen bon ton was. Jezelf zijn is vaak meer begoocheling dan werkelijkheid. Ook op levensbeschouwelijk vlak.

    (Bron: Mark van de Voorde, RKNieuws.net, Nieuwsbrief van 29 mei 2010)

    Van der Plas loopt niet mee in dat rijtje van de trendy kuddedenkers met grote mond en kleine mening. In tal van beelden geeft hij aan hoe hij, volwassen wordend, heel sterk die ‘nood aan een geloof in Jezus’ in zijn eigen leven ervaren heeft. De eigen ervaring was zijn grootste leerschool om Jezus te herontdekken, want zonder zulk geloof verloor zijn leven elke zin: ‘eeuwigheid staat in de nacht voor de deur’.

    Bovendien moet dit geloof veel meer zijn dan een onnadenkend vastklampen aan mooie woorden, ooit gehoord en ooit geloofd, maar in wezen leeg en zonder inhoud als ze niet gestaafd worden door zelf overwogen ervaringen. Vandaar de schreeuw, die telkens weerkeert in almaar nieuwe beelden: ‘Sta uit de oude verhalen op, die thuis in het boek stonden, en wees waar’. Laat mij nu reeds iets van jou merken, want een belofte van leven, die alleen maar over een ‘leven later’ spreekt, is ongeloofwaardig. Als je werkelijk leeft en ook werkelijk leven geeft, dan moet daar ook hier en nu al iets van zichtbaar en tastbaar worden. Het laatste zinnetje kan verwarring wekken; een oppervlakkige lezing kan de indruk wekken dat de dichter ‘een volkomen leven in volkomen vreugde – later’ afwijst. Niets is minder waar. De dichter zegt enkel op krachtige wijze: als jij, Jezus, zoals mij altijd gezegd werd, de ware innerlijke rust aan mensen schenkt, dan kan dat niet enkel de ‘eeuwige rust’ van het ‘R.I.P.’ zijn, maar dan moet een glimp van die rust en die vrede reeds in mijn aardse leven voelbaar zijn: ‘wees waar, hier op de kolkende zee’.


    'Die Jezus sluimert in mijn achterhoofd.

    Af en toe krijg ik nog een schok van herkenning

    bij een of andere ervaring.

    Dan zeg ik:

    Jezus heeft het, in die of die parabel,

    al begrepen en prachtig gezegd.

    Soms denk ik:

    Hij zal wel liedjes gezongen hebben

    en gekke verhaaltjes verteld hebben aan de kinderen.

    Dag Jezus,

    lieve man,

    liedjeszanger,

    herrieschopper,

    man van vrede.

    Je hebt het leven ontzaglijk doorgrond.'


    Willem Vermandere





    09-06-2010 om 10:02 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    08-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LICHT IN DE WERELD

    LICHT IN DE WERELD

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:


    Jullie zijn het zout van de aarde.

    Maar als het zout zijn smaak verliest,

    hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?

    Het dient nergens meer voor,

    het wordt weggegooid en vertrapt.


    Jullie zijn het licht in de wereld.

    Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.

    Men steekt ook geen lamp aan

    om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten,

    nee, men zet hem op een standaard,

    zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.

    Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,

    opdat ze jullie goede daden zien

    en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

    (Matteüs 5,13-16)

    'Jullie zijn het zout van aarde, jullie zijn het licht in wereld'. Toen ik deze woorden las, dacht ik aan een mailtje, dat ik kreeg ik van een vriend, die bisschop is in Brazilië. Een oude winkelier was om enkele centjes vermoord door 2 jongens van 16, 17 jaar. Meteen was er in het dorpje een grote volkswoede ontstaan, en een aantal mensen hebben deze jongeren meteen gelyncht. Een spiraal van geweld leek losgebroken, met de ene moord na de andere. Gelukkig slaagden enkele mensen erin om de rust te doen weerkeren. Enkele dagen later is er in datzelfde dorpje een vredesmars gehouden: mensen, die opkwamen tegen de toename van het geweld. Mensen van het licht!

    Eigenlijk toont dit alleen maar iets, wat wij allemaal heel goed weten: onze wereld vertoont veel duistere kanten, en is niet zo goed als hij zou kunnen zijn, niet zo goed als God hem gedroomd heeft, en dat is hetzelfde als: niet zo goed als wij hem dromen. Denk maar aan de affiche van Broederlijk Delen heel wat jaren geleden: ‘Stop! Andere wereld!’ Dat is niet alleen zo in Brazilië, maar eigenlijk in heel de wereld, ook bij ons.

    Er zijn voorbeelden te over: kindsoldaten, oorlogen, misdaden, kinderen, die mishandeld worden of ouders die gepest worden door rotverwende kinderen, honger in de wereld … Overal vind je duistere kanten, overal ook vind je kinderen van het licht.

    We moeten daarbij zelf een keuze maken: aan welke kant willen wij staan:

    aan de duistere kant

    of aan de kant van het licht

    aan de kant van hen, die geslagen worden door het leven

    of aan de kant van hen die slagen toebrengen?

    aan de kant van hen die willen helpen bij miserie

    of aan de kant van hen, die verdriet veroorzaken?

    aan de kant van hen, die de wereld willen veranderen en beter maken…

    of aan de kant van hen die alle geweld willen laten voortduren?

    Onze levenswijze is een antwoord: ‘ik wil behoren tot die groep van mensen, die aan de goede kant staan: de kant van de mensen, die licht in wereld willen zijn, of bij hen die duisternis brengen.’

    De oproep van Jezus vandaag is een oproep om licht te brengen, in een wereld, die veel duistere kanten vertoont. Maar deze oproep is ook een waarschuwing. Wij zijn gemakkelijk geneigd om het licht van ons geloof te verbergen. Lang geleden kreeg ik eens drie brieven van leerlingen, uit dezelfde klas, die er over kloegen, dat zij de enigen waren in hun klas, die geloofden. Zij wisten het niet eens van elkaar, zo goed hadden zij hun geloof verborgen gehouden. Laten wij anders zijn, en ons geloof laten stralen. We hoeven ons niet te schamen daarover , er zijn veel grote monden, die beter wat minder zouden bazelen, omdat zij zo weinig te vertellen hebben.

    GOD BEWAAR ONS VOOR GROTE WOORDEN


    God, bewaar ons ervoor

    dat we grote woorden in de mond nemen,

    maar er niet naar handelen.


    Bewaar ons ervoor

    dat we geloven in onze vroomheid,

    maar vergeten dat uw wil moet geschieden.


    Bewaar ons ervoor

    dat we dwaalwegen gaan

    en niet de weg van gerechtigheid en vrede.


    Bewaar ons ervoor

    dat we anderen in de weg staan om U te vinden.


    Bewaar ons ervoor

    en wees ons nabij.


    Bron onbekend





    08-06-2010 om 06:58 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    07-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS

    CHRISTUS


    Buiten op zee is hij gestorven,

    roemloos, zonder geschiedenis.

    O, in het donker van storm en regen

    heb ik zijn naam nog geroepen, in doodsangst

    wildweg beloofd al wat ik geleerd had

    te moeten beloven in nood en berouw,

    maar hij was zoek tussen golven en wolken,

    nergens meer tussen hemel en aarde.


    Michel van der Plas

    (Over dit gedicht werd op deze blog reeds geschreven op 6 april, 31 mei en 4 juni)

    De tweede strofe dus uit het gedicht van de vorige dagen. De kindertijd, met zijn warme geborgenheid, met de vanzelfsprekende nabijheid van Jezus ook, heeft – helaas – niet mogen duren. Aan het einde van dat zorgeloze stukje leven kwamen trouwens reeds de eerste twijfels. Was hij meer dan de warmte van binnen, was hij meer dan de reuk van de wassen kaarsen en het twinkelende spel van die vlammetjes, alles zo mooi en zo verleidelijk?

    Plots gaat een wereld open, die veel weider is. Het veilige nest van het besloten gezin breekt open en je gaat op eigen vleugels: ‘binnen’ gaat almaar meer over in ‘buiten’. En ‘buiten op zee is hij gestorven’. Niet als een held op ‘het veld van eer, maar ‘roemloos, zonder geschiedenis’, een naam uit een vroom beduimeld boek, dat eigenlijk weinig meer te bieden had dan een waardeloos vodje papier, kortom wat ongeloofwaardige nonsens, mooi maar niet echt. Want het was mooi toen om dat te mogen geloven, zoals zoveel van toen zo mooi was, maar het was niet waar of echt. Zoals ook Sinterklaas, die goedheilig man, zo mooi was, maar – helaas – niet meer dan een kinderdroom.

    En waar Sinterklaas, ook nadat het geloof in hem niet echt of levend bleek, toch lief en goed bleef, zo is het Jezus niet vergaan. Hij bleek geen ‘mooi bedrog’ meer, maar gemene volksverlakkerij met kwade bedoelingen.

    Het groot geworden kind is met dit alles niet gelukkig. Het huilt om vroeger, het huilt om wat teloor ging en zo deugd deed, terwijl er nu ‘buiten’, in die grote wereld van geleerde mensen en van kwade machten niets is om de leegte te vullen, die overblijft nu hij daar ‘buiten op zee, roemloos en zonder geschiedenis’ gestorven is.

    En zoeken helpt niet, evenmin als beloven, wat dan ook: hij was weg en zijn aftocht was een vertrek met een spoorkaartje ‘enkele reis’. Het was helemaal geen ‘heen en terug’ of alleen maar ‘even weg zijn’. Geen vaarwel en tot ziens, maar ‘adieu’, voor altijd en voor goed. Nergens was hij meer, nergens nog een spoor van hem te vinden.

    De verloren droom van de kindertijd, hoe vaak en door hoevelen bezongen, hier nu sterk verwoord door van der Plas, in de belichting van een geloofscrisis die zoveel jongeren doormaken. Een moeilijke tijd, die puberteit, een tijd ook, die soms wel heel lang kan duren, tot een nieuw evenwicht gevonden wordt, dat de ziel opnieuw die diepe rust schenkt.


    mijn moeder is mijn naam vergeten,
    mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
    Hoe moet ik mij geborgen weten?

    Noem mij, bevestig mijn bestaan,
    laat mijn naam zijn als een keten.
    Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
    o, noem mij bij mijn diepste naam.

    Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

    Neeltje Maria Min





    07-06-2010 om 08:48 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    06-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALS BROOD, GEGEVEN EN GEBROKEN

    ALS BROOD, GEGEVEN EN GEBROKEN

    Zusters en Broeders,

    Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen

    die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:

    dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,

    een brood nam, het dankgebed sprak,

    het brood in stukken brak en zei:

    `Dit is mijn lichaam; het is voor jullie.

    Blijf dit doen om Mij te gedenken.'


    Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker:

    `Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed.

    Blijf dit doen om Mij te gedenken,

    telkens wanneer jullie eruit drinken.'


    Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt,

    verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt.

    (uit de eerste brief aan de Korintiërs 11,23-26)

    Vandaag vieren wij dat Jezus in tekenen van brood en wijn bij ons wil blijven. ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’. Het zijn woorden van intens geloof, niet alleen voor een vrome eucharistie of een stille, intieme aanbidding. Het zijn vooral woorden van geloof die beleefd moeten worden in ons dagelijkse leven.

    Als wij daar niet delen van onszelf, zijn het enkel loze woorden in de wind. Ons hele leven moet doordrongen worden door die woorden van Jezus: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt.’

    Sacramentsdag is het feest van Jezus, die gegeven en gebroken wordt: Jezus is zich ten volle bewust van zijn zending en in volle overgave blikt hij vooruit op zijn lijden, zijn kruis, zijn gegevenheid tot het uiterste.

    De oorsprong van dit feest ligt in de woorden van Jezus bij het Laatste Avondmaal. In die zwaar geladen sfeer van het laatste samenzijn werden zij voor het eerst uitgesproken. We kennen de feiten: Jezus nam wat brood, en brak het, en gaf een stuk aan elkeen. We kennen ook de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt’.

    Toen Jezus deze woorden sprak, dacht hij aan de komende uren: ‘wat ik hier met dit brood doe – breken en delen – dat zal nu ook met mij gebeuren’. In een simpel gebaar toont Jezus: ‘Ik zal gemarteld worden en gekruisigd. Ik zal gegeven en gebroken worden totterdood. Want hiertoe ben ik in de wereld gekomen, niet zomaar, maar ‘opdat alle mensen leven zouden hebben, en wel leven in overvloed’.

    Het gebroken brood zegt ons nog meer. Ook jullie zijn hiertoe geroepen. Als je ten einde toe mijn weg wil gaan, als je echt wil leven voor het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zal geen aardse roem je deel zijn. Wat de machten van het kwaad met Mij gaan doen, zal ook met jullie gebeuren. Dat vraag ik jullie: om ten einde toe mijn weg te gaan, gegeven en gebroken. Opdat ooit de gerechtigheid van God het moge halen op de machten van kwaad en onrecht, die zo welig tieren. Opdat mensen, die arm zijn, hier en elders, wereldwijd, leven mogen vinden in overvloed.

    Zo is Sacramentsdag en eigenlijk elke eucharistie een bewogen herinnering aan wat toen gebeurd is. Maar er is meer: in elke eucharistie aanvaarden wij, in volle overgave, hoe schamel wij ook zijn, telkens opnieuw onze eigen roeping om zo te leven: Hem achterna. Desnoods gegeven en gebroken.


    Er was eens een grote groep mensen bijeen gekomen

    en toen riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei:

    ‘Ik heb zo te doen met die mensen.’


    Met mensen begaan zijn,

    ermee te doen hebben,

    ze niet uit je hart kwijt geraken,

    zoeken wat je voor hen kan doen…

    zo was zijn houding,

    zo heeft Hij het voorgeleefd.


    Hij zorgde dat ze te eten hadden,

    want er waren erbij die van heel ver kwamen,

    Hij zorgde dat ze leven konden

    en niet van brood alleen.


    Wij vragen ons soms af

    wat wij moeten doen

    om als mens, als christen, te leven.


    Wie echt met de mensen begaan is,

    zal ingaan op Gods wil

    die voor zijn voeten ligt

    en het uitschreeuwt:

    laat ze niet in de steek.


    naar Ward Bruyninckx





    06-06-2010 om 06:14 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    05-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TWEE PENNINGSKES VAN GANSER HARTE

    TWEE PENNINGSKES VAN GANSER HARTE

    In zijn onderricht ging Jezus verder:

    ‘Pas op voor de schriftgeleerden,

    die graag in plechtige gewaden rondlopen

    en graag gegroet worden op de markt.

    Ze zijn belust op de voornaamste zetels in de synagoge,

    en op de ereplaats bij het feestmaal.


    Die mensen zijn het,

    die de huizen van de weduwen verslinden

    en voor de schijn lange gebeden opzeggen.

    Over hen zal een bijzonder streng oordeel geveld worden.’


    Hij ging tegenover de offerkist zitten

    en keek toe hoe de menigte er kopergeld in wierp.

    Hij zag ook dat veel rijken er veel in gooiden.

    Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide,

    ter waarde van een cent.

    Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen:

    ‘Ik verzeker jullie,

    die arme weduwe offerde meer dan al die anderen.

    Want allemaal gooiden ze er iets in van hun overvloed,

    maar zij gaf van haar armoede

    alles wat ze had, alles waar ze van moest leven.’

    (Marcus 12,38-44)


    Jezus stelt de verwaandheid en de schone schijn van heel wat hooggeplaatste dames en heren naast het gedrag van een arme weduwe, die door en door nederig en bescheiden is. Eens te meer spreekt Hij harde woorden over de tomeloze zucht naar macht en de blinde drift naar eer en voordeel, van zovelen, die zich meer en beter achten dan de andere, gewone mensen. Maar ontroerend teder en liefdevol zijn zijn woorden over de mildheid van een kleine vrouw zonder aanzien. Die woorden werden niet door iedereen in dank aanvaard.

    Liefde kan echt gemeend of vals zijn. Gaat het om sentiment, dat zichzelf koestert, of is er sprake van liefde, die belangeloos en zelfvergeten is? Zo is het met de twee penningskes van die kleine weduwe. Dit ontroerend gebaar staat los van elk sentiment, maar is een liefde, die zichzelf vergeet voor God en de medemens.

    De gezindheid waarmee wij geven, heeft meer belang dan de omvang of de grootte. Ouders zijn vertederd door het veldbloempje of de tekening van hun kind omwille van de liefde die erin steekt. De liefde, die in een gebaar vervat ligt, maakt de rest bijkomstig. Wie mee leeft, mee voelt en mee lijdt, zit niet te rekenen en meet zijn mildheid niet af. Zo iemand kan ook iets afstaan van wat hij zelf nodig heeft.

    Dat kan weer wereldvreemd en bovenmenselijk lijken, maar het is niet zo. Godsdienst is geen topsport voor supermensen. Jezus is niet uit op sensatie: hij spreekt voor gewone mensen. Zelf moeten we eerlijk nagaan wat we aankunnen. Deze oproep van liefde geldt niet alleen voor elk van ons apart: ook als kerk moeten wij ons kritisch durven bevragen. Getuigen wij, als Kerk, genoeg van het Woord van God, dat leven geeft, of vergeten wij dat Woord, en zijn wij bezig met diplomatie, berekening en aardse zekerheden?

    Er zijn ontzettend veel goede mensen, doorgaans ongezien, die in hun dagelijkse leven echt kerk zijn. Maar het blijft een feit dat vele mensen het moeilijk hebben met die Kerk, omwille van haar macht, rijkdom, diplomatie en berekening. Die grote Kerk kunnen wij niet veranderen; het stukje kerk dat wij zelf zijn, daar hebben wij wel greep op. Laten wij proberen zelf als echte gelovigen te leven, in alle eenvoud en zonder veel grote woorden.


    Het lied van de weduwe


    Heel schuw en kleintjes komt zij aan,

    het vrouwtje in het zwart,

    dat bij de offerkist gaat staan,

    met rijkdom in haar hart.


    De dure dame en de hoge heer

    gaan rinkelend voorbij,

    ze kijken zuinig op haar neer

    en duwen haar opzij.


    Maar 't wordt nog overal verteld

    hoe 't muntje dat zij stort,

    het niet te horen kleine geld,

    haar eer en glorie wordt.


    Wat zij daar van haar armoe geeft,

    God maakt het duizendvoud,

    want het is alles wat zij heeft:

    haar penning wordt van goud.


    Daar staat ze met haar stille lach,

    na zoveel honderd jaar,

    en daarom klinkt op deze dag

    van ons dit lied voor haar.


    Michel van der Plas


    HET IS GOED BELANGRIJK TE ZIJN,

    MAAR HET IS BELANGRIJKER

    OM GOED TE ZIJN.





    05-06-2010 om 06:47 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    04-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS

    CHRISTUS


    Binnen was hij er altijd, binnen

    was hij familie, stond hij te boek.

    Alle seizoenen hielden hem vast.

    Hij hing aan het kruis, maar verrees op tijd.

    Als het jaar doodging werd hij geboren.

    Om te bestaan had hij niet veel nodig:

    vader en moeder in de kamer,

    hand op het voorhoofd, kruisje op het brood,

    gesloten ogen voor en na tafel.

    In latijn en gerinkel van altaarschellen

    kreeg hij een kleed aan met witte zomen

    en vlijden zich lammetjes om hem heen.

    Zijn naam was hard, maar als monniken zongen

    heette hij Jezus, begin van muziek,

    en leek hij een vriend. Ach, mooi bedrog,

    misschien was hij enkel het zingen maar,

    de zestien kaarsen op het altaar,

    misschien was hij gisteren alleen maar

    de warmte van binnen, mensen bijeen.

    Michel van der Plas

    Vorige maandag, 31 mei, en ook reeds op 6 april werd de volledige tekst van dit prachtige gedicht van Michel van der Plas gegeven. Vandaag een uitnodiging om even te mediteren over de eerste strofe, die in enkele rake beelden de kindertijd tekent van zoveel mensen. Meer dan waarschijnlijk vinden we in de ervaringen van de dichter ook heel wat, dat onze eigen kindertijd oproept. Ongetwijfeld zullen lezers van een zekere leeftijd bij de overweging van deze strofen met enige nostalgie terugdenken aan hun eigen kindertijd, zoveel jaren her.

    In de warme geborgenheid van het diep gelovige gezin – ‘binnen’, tot tweemaal toe herhaald in de eerste versregel – was Jezus altijd aanwezig, zodanig zelfs dat hij ‘familie’ was. Er werd immers, ook thuis, uit ‘het boek’ voorgelezen, waarin al die mooie verhalen over hem stonden.

    Elke tijd van het jaar was er wel een feest dat naar hem verwees: de tederheid van Kerstmis evenzeer als de harde dagen van zijn lijden en zijn kruisdood. Hij stierf wel telkenjare maar telkenjare was er ook Pasen.

    Maar meer nog dan die jaarlijks weerkerende feesten woonde hij binnen de muren van het ouderlijk huis. Vader en moeder, allicht elk op hun eigen wijze, waren zo gelovig, dat hun aanwezigheid alleen al volstond om Jezus nabij te brengen. Er waren zovele, heel kleine, heel dagelijkse rituelen binnenskamers: het kruisje voor het slapengaan en zelfs het kruisje dat moeder vluchtig sloeg, telkens zij een vers brood aansneed, het vrome gebed, de oogjes toe, voor en na het eten.

    Ook buitenshuis woonde hij tussen de mensen, in het Latijn van de mis van toen, en – voor een kind – zeker in het speelse klingelen van de belltejes, bij het Sanctus, de consecratie en het gewijde ogenblik van de communie, nuchter genuttigd voor dag en dauw.

    ‘Christus’, zijn plechtige naam, klonk hard in de oren, maar bij een bezoek aan een abdij verdween die gestrengheid en werd alles anders, zachter, gehuld in een warme waas van zoete tederheid, als monniken in hun sobere gregoriaans over Jezus zongen. De woorden waren onverstaanbaar, de melodie alleen ademde een aanlokkelijke betovering. Het was muziek voor de oren, muziek voor het hart.

    En zo werd hij een hartsvriend, binnenskamers, evenzeer als buitenshuis. Alles sprak van hem, overal was hij – hoewel onzichtbaar – lijfelijk aanwezig. Hij hoorde erbij, overal, altijd. Je kon hem wel niet zien, maar het was alsof je hem in levende lijve kon voelen.

    Maar kind blijf je niet, je wordt groter, de wereld wordt ruimer, en de eerste twijfel rijst. Was hij wel meer dan een broze illusie, zo deugddoend weliswaar, maar was hij wel meer dan een mooi bedrog? Was de warmte die je binnenin voelde wel meer dan de reuk van de kaarsen en het speelse dansen van de vlammetjes? En bovenal: het was zo goed om allen samen zo rustig samen te zijn, je werd er warm van binnenin en je dacht spontaan dat die warmte van hem uitging. Maar was die warmte van binnen wel meer dan de warmte van het ingetogen samenzijn?

    't Kruiske

    ‘t Eerste dat mij moeder vragen
    leerde, in lang verleden dagen,
    als ik hakkelde, ongeriefd

    nog van woorden, ‘t was, te gader
    bei mijn' handtjes doende: "Vader,
    geef me 'en kruisken, als ‘t u belieft!"

    ‘k Heb een kruiske dan gekregen,
    menig keer, en wierd geslegen
    op mijn' kake, zacht en zoet...
    Ach, ge zijt mij, bei te gader,
    afgestorven, moeder, vader,
    ‘t geen mij nu nog leedschap doet!

    Maar, dat kruiske, ‘t is geschreven
    diep mij in den kop gebleven,
    teeken van mijn erfgebied;
    die den schedel mij aan scherven
    sloege, en
    hiete ‘t kruisken derven,
    nog en hadd' hij ‘t kruisken niet!

    Guido Gezelle





    04-06-2010 om 09:29 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    03-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET EERSTE EN HET TWEEDE GEBOD

    HET EERSTE EN HET TWEEDE GEBOD

    In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe
    en legde Hem de vraag voor:’Wat is het allereerste gebod?’
    Jezus antwoordde:’Het eerste is:
    Hoor, Israël!De Heer onze God is de enige Heer.
    Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
    geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.

    Het tweede is dit:
    Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
    Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.’
    Toen zei de schriftgeleerde tot Hem:
    ‘Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd:
    Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem;
    en Hem beminnen met heel zijn hart,
    heel zijn verstand en heel zijn kracht
    en de naaste beminnen als zichzelf,
    dat gaat boven alle brand- en slachtoffers.’
    Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had zei Hij hem:
    ‘Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.’
    En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.

    (Marcus 12,28b-34)

    Alweer bekende woorden. Zo vaak gehoord, zo dikwijls al gezegd. Jezus vraagt een grondhouding, een diepe keuze van ons hart, die ons dagelijkse leven richting geeft. Zo verschilt Hij wezenlijk van de oude Joodse wet met zijn talloze geboden en verboden. Juristen, advocaten en rechters vitten over punten, komma’s en procedures. Haarklieverijen die de grond van de zaak wegmoffelen. Het recht dient niet altijd de gerechtigheid, laat staan de goedheid en de liefde, maar vaak alleen het eigen gelijk.

    Hoe anders is Jezus in zijn rechtlijnigheid. Eén grondhouding van het hart, één gebod, één wet: de liefde. Een liefde, die tegelijk op God gericht is en op de evenmens, belangeloos en zelfvergeten. Dat is niet wereldvreemd of bovenmenselijk: God vraagt van ons geen onmogelijke dingen. Godsdienst is geen soort van topsport om de eerste, de grootste of de snelste te zijn in de liefde. Hij is zeer menselijk in zijn vraag: dat wij, naar eigen best vermogen, proberen liefdevol te leven.

    Zo laat Hij een grote vrijheid aan ons eigen eerlijk oordeel, aan ons eigen geweten. Hij vraagt van ons dat wij, in elke concrete situatie, zelf op een eerlijke manier uitmaken wat goed en liefdevol is. De richtlijn is allesomvattend; zij geldt altijd en overal. Maar de toepassing kan erg verschillen, omdat onze levens zo verschillend kunnen zijn, van mens tot mens, van dag tot dag. Aan ons om in te zien wat hier en nu goed en liefdevol is. Dit is geen alibi voor egoïsme; integendeel het vraagt van ons dat wij in ons gewone leven vindingrijk zouden zijn, begaan met de vraag: wat zou Jezus doen, hier en nu?


    Het lied van de liefde


    Hoe kan ik van u houden, Heer,

    wanneer ik u niet kennen mag?

    U bent te ver, u bent te zeer

    in woorden van gezag.


    Ik heb je stem gehoord, zegt Gij,

    en als ik jou nu eens verscheen

    heel argeloos en heel nabij

    in al mijn mensen om mij heen;


    en als je dan voor dezen deed

    wat eens mijn Jezus heeft gedaan,

    dan wist ik dat aan mij besteed,

    dan zag ik dat voor liefde aan;


    dan zag ik dat als liefde voor

    de God die iedereen bezielt,

    dan was je als mijn oog en oor,

    dan wist ik dat je van mij hield.


    Michel van der Plas





    03-06-2010 om 08:30 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    02-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN GOD VAN LEVENDEN

    EEN GOD VAN LEVENDEN

    In die dagen kwamen er Sadduceeën bij Jezus;
    dezen houden dat er geen verrijzenis bestaat.
    Ze legden Hem daarom de volgende kwestie voor:
    ‘Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan:
    Als iemands broer sterft
    en een vrouw achterlaat maar geen kinderen,
    dan moet zijn broer die vrouw nemen
    om hem een nageslacht te geven.
    Nu waren er eens zeven broers.
    De eerste nam een vrouw,maar liet bij zijn dood geen kinderen na.
    Toen nam de tweede haar,maar ook hij stierf zonder kinderen,
    zo ging het ook met de derde; kortom,
    geen van de zeven liet kinderen na.
    Het laatste van allen stierf ook de vrouw.
    Bij de verrijzenis, wanneer zij opstaan,
    van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn?
    Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.’

    Jezus antwoordde:‘Zijt gij niet op een dwaalspoor,
    juist omdat gij nóch de Schrift, nóch Gods macht kent?
    Wanneer de mensen uit de doden opstaan,
    huwen zij niet en zij worden niet ten huwelijk gegeven,
    maar zijn ze als engelen in de hemel.
    En wat de doden betreft,hebt ge in het boek van Mozes niet gelezen,
    waar het gaat over de braamstruik,hoe God tot hem zei:
    Ik ben de God van Abraham,
    de God van Isaäk en de God van Jakob?

    Hij is geen God van doden maar van levenden.
    Ge verkeert in grote dwaling.’

    (Marcus 12,18-27)


    Tegenover dit vreemde verhaal, dat eigenlijk handelt over de verrijzenis van de doden, zou ik willen verwijzen naar het doopritueel. Doorgaans wordt bij een doopsel een stukje uit het evangelie gelezen, waarin Jezus zegt: ‘Word als kinderen’. De betekenis van deze tekst kan ons helpen om de woorden van vandaag beter te verstaan.

    Als klein kindje kan je niet veel zelf doen, je bent geheel afhankelijk: je moet eten krijgen, papa en mama moeten je kleertjes helpen aandoen, er is eigenlijk niets dat je zelf kan…: maar je weet vanzelf dat je op andere mensen mag rekenen. Je weet vanzelf dat je op andere mensen mag vertrouwen.

    Jezus steekt een vermanende vinger omhoog, om grote mensen op een fout te wijzen; dat ze gemakkelijk denken, dat ze alles kunnen. Dat is hoogmoed, overmoed. Daarom zegt Hij: ‘Word als kinderen!’ Hij bedoelt daarmee niet dat ze opnieuw luiers moeten aandoen, of de papfles krijgen. Hij bedoelt iets heel anders: ‘Kijk, grote mensen: zoals kinderen heel veel niet zelf kunnen doen, zo is het ook met jullie: je mag dan nog zoveel kunnen, er blijven altijd dingen, waar je niets aan kan veranderen. Doodgaan is zo iets. Daar kunnen we niets aan veranderen. En net zoals de kinderen, moet je dan weten, dat je op Iemand kan rekenen, en die Iemand is God. Die heeft je tot leven geroepen en die zal je ook nadien niet in de steek laten.

    Doodgaan is een vorm van verdriet, misschien wel de ergste. En verdriet wordt genezen, als er iemand meeleeft. Zo is het ook met sterven: we mogen geloven dat God met ons meeleeft. Daarom zal Hij ons ook niet in de steek laten, als we dat grootste verdriet meemaken. Hij zal ons opnemen bij Hem in de hemel.

    Hoe die hemel er uitziet, moeten we niet proberen te denken. Vroeger zei men aan de kinderen: ‘daar eten ze rijstpap met gouden lepeltjes’. Daar is natuurlijk niets van aan. Het is alleen maar een manier van spreken, om te zeggen dat we daar voorgoed en volop in vreugde en geluk zullen leven.

    Mogen wij dat geloven? Jezus heeft daar veel over verteld in vele beelden heeft Hij daarover gesproken, en wellicht is Hij het meest geloofwaardig, omdat Hij één en al Liefde is, in woord en daad. Daarom mogen we Hem geloven op zijn woord, ook als we dat niet helemaal kunnen begrijpen.


    Het lied van het eeuwig leven


    Ik geloof in een God van verrijzenis,

    ik geloof in een God van vergeven,

    en dat mijn geluk ook het zijne is.

    Ik geloof in het eeuwig leven.


    Waar Abraham, Isaäk en Jakob zijn,

    bij God, in zijn glorie verheven.

    Ik geloof in het erven van zijn domein,

    ik geloof in het eeuwig leven.


    En dat Hij mij vurig verlangt in zijn land

    en dat hij mijn naam heeft geschreven

    voor nu en altijd, in de palm van zijn hand.

    Ik geloof in het eeuwig leven.


    Ik geloof in een rijk dat voor mij bestaat

    en dat het de dood zal beschamen.

    Ik geloof in een liefde die nooit vergaat

    en het eeuwige leven amen.


    Michel van der Plas







    02-06-2010 om 09:07 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    01-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEEF AAN GOD WAT AAN GOD TOEKOMT

    GEEF AAN GOD WAT AAN GOD TOEKOMT

    In die tijd stuurden de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten
    enkele Farizeeën en Herodianen op Jezus af
    om Hem vast te zetten.
    Dezen kwamen bij Hem met de vraag:
    ‘Meester, wij weten dat Gij oprecht bent en U aan niemand stoort,
    want Gij ziet de mensen niet naar de ogen,
    maar leert de weg van God in oprechtheid.
    Is het geoorloofd belasting aan de keizer te betalen of niet?
    Zullen we hem betalen of niet betalen?’

    Maar Jezus die hun huichelarij doorzag, antwoordde:
    ‘Waarom probeert ge Mij te vangen?
    Geef Mij een tienling, dan zal Ik eens zien.’
    Zij deden het.
    Jezus vroeg hun nu:
    ‘Van wie is deze beeldenaar en het randschrift?’
    Ze antwoordden:’Van de keizer.’
    Daarop sprak Jezus tot hen:
    ‘Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt
    en aan God wat God toekomt.’
    En ze stonden verwonderd over Hem.

    (Marcus 12,13-17)

    Dit stukje evangelie toont veel kwade wil: de tegenstanders van Jezus willen Hem vangen in zijn eigen woorden, en zijn geloofwaardigheid wegnemen. Daarom beginnen ze vleiend, en dan stellen ze een vraag, die schijnbaar niet kan beantwoord worden zonder gezichtsverlies. Wat Jezus ook antwoordt: het zal wel altijd verkeerd uitgelegd kunnen worden.

    Maar Jezus doorziet hun valsheid en noemt hen op de man af: ‘huichelaars’. Toch zoekt Hij niet te ontsnappen, Hij geeft een antwoord, dat eigenlijk zeer duidelijk is als we er even over nadenken: ‘Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en geef aan God wat aan God toekomt’. Jezus wijst zo op de rol van ons eigen geweten in onze dagelijkse handelingen.

    De keizer staat voor het burgerlijke gezag: wat mogen gezagsdragers eisen? Zonder aan politiek te doen, mogen we toch zeggen dat Jezus ons opdraagt om een eerlijke houding aan te nemen in politieke zaken. Waar het onrecht manifest is, in eigen land, of op wereldvlak, mag ons dat niet koud laten. Als de groten der aarde misbruik maken, mensen uitbuiten, en de meest evidente mensenrechten schenden, mogen wij niet onverschillig blijven.

    Maar geef ook aan God wat aan God toekomt. God vraagt dat wij, naar best vermogen, voor iedereen betrachten wat rechtmatig is, dicht bij ons maar ook op wereldvlak. In eigen land en in de wereld moet elke vorm van onrecht ‘diefstal’ genoemd worden.

    Als Kerk moeten wij geen wereldse macht vormen, die concurreert met de politieke macht. Maar wij moeten wel de politieke machthebbers durven beoordelen vanuit de weg en de waarden van Jezus. Geen partijpolitiek dus, die ons opgelegd wordt, wel een persoonlijke opdracht in geweten:

    - met woord en daad opkomen voor waarheid en rechtvaardigheid,

    - en ook de moed hebben om uitbuiting, misbruiken en onrecht aan te klagen.

    Als we dit ernstig nemen, zullen we wel eens meer tegenstroom moeten roeien, maar zo is het nu eenmaal. Jezus heeft ons geen gemakkelijke weg, maar wel een behouden thuiskomst beloofd.


    Een morgengebed


    Een nieuwe dag, hier ben ik weer.

    Het is nog vroeg, het is nog stil.

    Buig U naar mij voorover, Heer,

    en zeg me wat God wil.


    U die een mens de waarheid zegt

    en ieder in zijn waarde laat,

    u die ronduit bent en oprecht,

    zeg mij waar het op staat.


    Zeg mij op deze morgen wat

    ik heb te doen en waar en hoe

    en maak, o Heer en meester, dat

    ik dat van harte doe.


    Dat ik mijn naasten om mij heen

    van hoog tot laag het hunne geef;

    dat ik niet voor mijzelf alleen

    mijn aardse leven leef.


    Maak mij vandaag dan welgezind

    en doe mij door uw ogen zien

    hoe ik in keizer en in kind

    mijn God en schepper dien.


    Michel van der Plas





    01-06-2010 om 06:50 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    31-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK - CHRISTUS

    CHRISTUS


    Binnen was hij er altijd, binnen

    was hij familie, stond hij te boek.

    Alle seizoenen hielden hem vast.

    Hij hing aan het kruis, maar verrees op tijd.

    Als het jaar doodging werd hij geboren.

    Om te bestaan had hij niet veel nodig:

    vader en moeder in de kamer,

    hand op het voorhoofd, kruisje op het brood,

    gesloten ogen voor en na tafel.

    In latijn en gerinkel van altaarschellen

    kreeg hij een kleed aan met witte zomen

    en vlijden zich lammetjes om hem heen.

    Zijn naam was hard, maar als monniken zongen

    heette hij Jezus, begin van muziek,

    en leek hij een vriend. Ach, mooi bedrog,

    misschien was hij enkel het zingen maar,

    de zestien kaarsen op het altaar,

    misschien was hij gisteren alleen maar

    de warmte van binnen, mensen bijeen.


    Buiten op zee is hij gestorven,

    roemloos, zonder geschiedenis.

    O, in het donker van storm en regen

    heb ik zijn naam nog geroepen, in doodsangst

    wildweg beloofd al wat ik geleerd had

    te moeten beloven in nood en berouw,

    maar hij was zoek tussen golven en wolken,

    nergens meer tussen hemel en aarde.


    Christus, Christus, het wordt hoog tijd.

    De tijd van woorden is voorbij.

    Eeuwigheid staat in de nacht voor de deur.

    Laat je zien nu ik jou heb verloren.

    Sta uit de oude verhalen op

    die thuis in het boek stonden en wees waar,

    hier op de kolkende zee, de broeder

    die zijn vrienden zoekt aan het water,

    magere visser op het meer,

    timmerman van het scheepje van Petrus.

    Maak je los uit de hopen touwen

    voor op het dek en kom naast me staan,

    schreeuwend tegen de stormwind in:

    ‘Kleingelovige, weet je dan niet

    dat ik de stormen kan gebieden?’

    Kom tevoorschijn, ik wil leven,

    hier en nu, want ander leven

    later, vergeef me, vertrouw ik niet.


    Michel van der Plas


    De voorbije maanden werd op deze blog dagelijks een overweging geplaatst, die aansloot bij de lezingen in de eucharistie van de dag. Dit was evenwel niet het oorspronkelijke opzet, maar is door omstandigheden zo geworden.

    Vanaf vandaag wordt het originele opzet opnieuw opgenomen, zoals dat ook in de titel en de ondertitel van de blog vermeld wordt: ‘Doorheen de dagen’ – ‘Ervaringen besproken’. Binnen het raam van dit opzet was er voorheen reeds het verslag van mijn reis naar Bahia, in het Noordoosten van Brazilië. Dit verslag is overigens nog steeds beschikbaar in het archief van deze blog, met name in de periode tussen 12 januari en 10 februari 2010.

    Een nieuwe aansluiting bij het originele opzet van de blog begint dan met een gedicht van de week: ‘Christus’, van Michel van der Plas. Dit gedicht werd reeds eerder hier opgenomen, met name op 6 april van dit jaar, dat was de dinsdag van de Paasweek.

    Voor mij is het één van de mooiste, zoniet het mooiste Christus-gedicht, dat ik ken. Misschien niet meteen het gemakkelijkste om het bij een vlugge lezing meteen te waarderen, maar wel met een rijke inhoud, die pas na enig ‘herkauwen’ duidelijk wordt. Daarom zal dit gedicht ook de volgende dagen regelmatig aan bod komen.

    Bij de lezing van een gedicht is het – vanzelfsprekend – altijd beter om zelf de inhoud te ontdekken. Ik hoef niet te dicteren wat jullie dienen te vinden! Maar de ervaring heeft mij geleerd dat het nuttig kan zijn om af en toe een eindje op weg te zetten. Voor dit gedicht van Michel van der Plas zou ik dat op deze wijze willen doen.

    Het gedicht handelt helemaal niet over de historische Jezus of over de verheerlijkte Christus, maar wel over de aanwezigheid van het geloof in Jezus tijdens drie grote perioden van een mensenleven: kindertijd, puberteit en volwassenheid. Elke strofe bespreekt met klare, rijke beelden een van deze perioden. Heel wat mensen zullen in een of ander beeld een stukje uit hun persoonlijke geschiedenis vinden. Veel leesgenot op je persoonlijke ontdekkingstocht!

    P.S. Vanzelfsprekend zullen ook in de toekomst meditaties over Bijbellezingen blijven verschijnen. Die behoren nu eenmaal ook tot ‘ervaringen doorheen de dagen’!







    31-05-2010 om 08:39 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    30-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.FEEST VAN DE HEILIGE DRIE-EENHEID

    FEEST VAN DE HEILIGE DRIE-EENHEID

    Vandaag vieren we het feest van de H. Drie-eenheid. Het is een moeilijk feest omdat het een poging is om verstaanbaar te maken wat nu eenmaal onverstaanbaar is: het diepste Wezen van God.

    In het kruisje dat we maken verwijzen we naar dit diepste Wezen:

    - we mogen God Vader noemen;

    - Jezus, die op onze aarde leefde en leed, gemarteld en gedood werd, is niet alleen een mensenkind maar ook de Zoon van God

    - En als Goede, Heilige Geest leeft God ook in ons en om ons heen.

    Zusters en broeders,

    gerechtvaardigd door het geloof

    leven wij IN VREDE MET GOD

    DOOR JEZUS Christus onze Heer.


    Hij is het die ons door het geloof

    de toegang heeft ontsloten

    tot die genade waarin wij staan;

    door Hem ook mogen wij ons beroemen

    op onze hoop op de heerlijkheid van God.

    Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen,

    in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,

    volharding tot beproefde deugd

    en die weer tot hoop.


    En de hoop wordt niet teleurgesteld,

    want Gods liefde is in ons hart uitgestort

    DOOR DE HEILIGE GEEST

    die ons werd geschonken.

    (Romeinen 5,1-5)

    Een Naam voor God

    De Heilige Drievuldigheid, een moeilijk woord, dat we als kind van buiten leerden, zonder er iets van te begrijpen. Het was goed bedoeld: laat de kinderen maar van buiten leren. Want als zij de echte waarheid kennen, dan komt alles wel goed. Zo is het helaas niet verlopen: velen haakten af, om vele redenen, maar toch ook wel omdat de kilte van het denken zo veraf staat van de warmte van het hart, dat ontroerd wordt door de ontmoeting met God.

    Hoe God door theologen gedacht wordt – één in drie personen – dat gaat ons petje te boven, en dat is zelfs niet eens zo erg. Wat belangrijk is, is dat we zien hoe God zichzelf geleidelijk aan noemt. En dan moeten we luisteren naar de bronnen van ons geloof, die een veel eenvoudiger taal spreken.

    Eén belangrijke bron vinden we al in het O.T. Mozes laat de kudden grazen, en de Heer verschijnt hem in een brandende struik. Mozes krijgt de opdracht om de Israëlieten uit het slavenhuis van Egypte weg te leiden. Maar hij zegt: ‘Als ik aan de Israëlieten zeg dat de God van hun vaderen mij gestuurd heeft, en ze vragen: ‘Wat is de naam van die God?’, wat moet ik dan zeggen?’ Toen antwoordde God hem: ‘Ik zal er zijn voor u’. ‘Ik zal er zijn voor u’, het is de eerste naam, die God aan zichzelf geeft.

    Eeuwen later, bij Johannes, vinden we – in andere woorden – een zelfde naam voor God: ‘God is Liefde’. In deze namen, die God zichzelf toekent raken we zijn meest intieme ‘Ik’. Bovendien spreken deze Bijbelse namen, die God aan zichzelf toekent, onze hele persoon en niet enkel ons verstand aan.

    We mogen geloven in een God, die Liefde is, in een God, die van zichzelf zegt: ‘Ik zal er zijn voor u.’

    Zo wordt Hij ook het uiteindelijke rustpunt van ons leven en ons streven. Wij, rusteloze zoekers naar geluk, vinden slechts rust in de warme geborgenheid van de eeuwige Liefde, zoals wij God mogen noemen.

    ‘Onrustig blijft ons hart tot het rust vindt in U.’

    Heilige Augustinus

    ---

    Gij, eeuwige Drie-eenheid,

    Gij zijt een zee zonder bodem,

    hoe meer ik er in onder ga,

    hoe dieper ik U vind

    en hoe meer ik U vind,

    hoe meer ik naar U zoek.


    Van U kan niemand ooit zeggen: genoeg!

    De ziel die zich van uw diepten verzadigt

    hunkert naar U onophoudelijk,

    want ze heeft steeds meer honger naar U,

    eeuwige Drie-eenheid...


    Zoals een hert

    naar het water van de bron smacht,

    zo smacht mijn ziel,

    ze wil weg uit dit lichaam

    om U te zien

    naar waarheid.


    Catharina van Siëna (14de eeuw)

    Uit: 'Dialogen'.





    30-05-2010 om 07:05 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    29-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZATERDAG NA PINKSTEREN

    DE PINKSTERBLOEM BLOEIT

    Lezing uit de brief van de heilige apostel Judas

    Geliefde broeders en zusters,

    denk aan wat de apostelen van onze Heer Jezus Christus al hebben gezegd:

    ‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen,

    die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’

    Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien

    en alleen op het aardse gericht zijn;

    ZE HEBBEN DE GEEST NIET.


    Maar u, geliefde broeders en zusters, 

    MOET UW LEVEN BOUWEN 

    OP HET FUNDAMENT VAN UW ZEER HEILIG GELOOF.

    Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest,

    HOUD VAST AAN GODS LIEFDE,

    en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus,

    die u het eeuwige leven zal schenken.

    Ontferm u over wie twijfelen

    en red anderen door hen aan het vuur te ontrukken.

    Uw medelijden met nog weer anderen moet gepaard gaan met vrees;

    verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben.

    De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden

    en u onberispelijk en juichend van vreugde

    voor zijn majesteit te laten verschijnen,

    die ons redt door Jezus Christus, onze Heer,

    hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht,

    vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid.

    Amen.

    (Judas 17.20b-25)

    Judas Taddeus, apostel

    Naar het schijnt was Judas afkomstig uit Nazareth. Volgens Lukas was hij een broer van Jacobus de Mindere (Lukas 6,16). De overlevering beweert, dat deze Jacobus een 'broeder des Heren' was; in dat geval moet ook Judas tot de familie van Jezus behoord hebben. Het is Matteüs, die aan Judas de bijnaam Taddeüs (= 'dappere') toevoegt (Matteüs 10,03), terwijl Johannes hem uitdrukkelijk onderscheidt van Jezus' verrader, Judas Iskariot (Johannes 14,22-23). Indien hij inderdaad familie is van Jezus, dan is waarschijnlijk de brief van Judas, die in het Nieuwe Testament is opgenomen, van zijn hand.


    Na het verhaal van de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen met Pinksteren komen beider namen in de het Nieuwe Testament niet meer voor. Voor wat er verder met hen gebeurde, zijn we aangewezen op de legendes. Daarin wordt onder meer verteld, dat beide apostelen uiteindelijk in Perzië de marteldood gestorven zijn.

    (Bron: Dries van den Akker S.J.)


    De Pinksterbloem bloeit


    Wij vieren het feest van het Kind in de kribbe.

    Wij lagen geknield bij een ruw houten kruis.

    Wij mochten het weten, het graf werd geopend.

    Maar met Pinksteren staan we verder van huis.


    Dan denken wij aan de komst van de Trooster

    maar leven daarna of Hij nooit is geweest.

    Toch zegt Hij tot ons: ‘Kind, wees stil, heb vertrouwen’

    en Hij nodigt de mensen nog uit voor het feest.


    De Pinksterbloem bloeit ondanks koude en regen.

    Het rijk van Zijn Liefde gaat door, ‘t is gezegd.

    Geopende harten wil Hij zijn tot zegen,

    ‘t Geheim tussen God en de mens werd gelegd.

    Auteur onbekend





    29-05-2010 om 07:23 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    28-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VRIJDAG NA PINKSTEREN

    EEN HUIS VAN GEBED

    Ze kwamen in Jeruzalem.

    Hij ging de tempel binnen

    en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht

    weg te jagen;

    hij gooide de tafels van de geldwisselaars

    en de stoelen van de duivenverkopers omver,

    en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg.

    Hij hield de omstanders voor:

    ‘Staat er niet geschreven:

    “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”?

    Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’

    (Marcus 11,15-17)


    GEBED OM RUST


    Droog de tranen

    uit mijn ogen,


    stil het trillen

    van mijn hand,


    stuit het knikken

    van mijn knieën


    en het beven

    van mijn mond,


    stop het zwerven

    van mijn voeten


    en het bonzen

    van mijn hart,


    laat de storm

    in mij gaan liggen,


    dat uw Vrede

    in mij zij!


    M. Van Straalen





    28-05-2010 om 06:22 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    27-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DONDERDAG NA PINKSTEREN

    HIJ ZAG DIE KLEINE MENS

    Toen Jezus met zijn leerlingen weer uit Jericho vertrok,

    werden ze gevolgd door een grote menigte.

    Langs de weg zat daar een blinde bedelaar,

    een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs

    Toen die hoorde dat Jezus uit Nazareth voorbijkwam,

    begon hij te schreeuwen:

    ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’


    De omstanders snauwden hem toe

    dat hij zijn mond moest houden,

    maar hij schreeuwde des te harder:

    ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’


    Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’

    Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem:

    ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’

    Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.

    Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’

    De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’

    Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’

    En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.

    (Marcus 10,46-52)

    In enkele lijnen vertelt Marcus hier een kleurrijk tafereeltje. Je zou het ook een Brueghel in woorden kunnen noemen: een blinde man wordt door Jezus genezen en we krijgen de boodschap: ‘uw geloof heeft u gered’. Een mirakel, maar naar de kern is het ook een gewoon ontroerend feitje, dat elke dag kan gebeuren. En dat ook elke dag gebeurt. Dat is geen groot nieuws meestal, maar we mogen evenzeer van een wonder spreken.

    Een kleine mens van niemendal zit langs de weg te bedelen. Toevallig komt Jezus daar voorbij. De blinde heeft al over Hem gehoord en nu ziet hij zijn kans schoon: ‘het moest maar eens lukken!’ En dus roept hij: 'Jezus, heb medelijden met mij'. Dan gebeurt het eerste wonder: Jezus ziet hem, hoort hem en gaat hem niet voorbij. Hij heeft aandacht voor die verschoppeling en meteen volgt het tweede wonder: de man is genezen!

    Jezus is weer eens op weg met een hoop mensen. Ze verdringen elkaar, ze duwen elkaar weg. De blinde heeft in dat gedrum geen schijn van kans: ze snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden.’ Maar Jezus is anders. Hij zegt: ‘Roep hem.’ De meute snapt niet dat Jezus naar die onbenul omziet, maar ze zeggen toch: ‘Hou moed, Hij roept u.’ De man springt op en gaat naar Jezus: ‘Meester, zorg dat ik weer kan zien.’ En Jezus geneest hem, door hem op te merken en enkele woorden toe te spreken.

    Jezus is anders. Hij ziet en hoort die kleine mens. Hier en daar leeft die Jezus voort. In grote namen van heiligen op de kalender. Maar vooral in gewone mensen, die nooit genoemd of geroemd worden, omdat ook zij geen nieuws zijn. Jezus leeft voort in mensen, die vandaag zijn zoals Hij. Mensen die door hun geloof genezen werden en sindsdien anders zien en beter zien. Ze gaan de wereld met andere ogen bekijken en zo verandert hun leven. Ze zijn door hun geloof genezen van hun vroegere blindheid en kunnen nu op hun beurt wonderen verrichten.

    Het gebeurt elke dag: mensen, die afgesnauwd worden, opzij geduwd. En plots is er iemand die hen opmerkt. Plots is er iemand, die hen waardeert in dat algemeen misprijzen, die algemene vernedering en minachting. En dan gebeurt het wonder: die kleine mens groeit, stijgt boven zichzelf uit. Hij wordt méér en doet méér dan men ooit in hem zag en ooit van hem vermoedde.

    Zó gebeuren wonderen. Zo komt er hoop en kleur en vreugde in onze wereld. Zo komt er hoop en kleur en vreugde in het leven van kleine mensen.





    27-05-2010 om 06:48 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    26-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WOENSDAG NA PINKSTEREN

    Hij gaf zijn leven

    In die tijd trokken de leerlingen voort, op weg naar Jeruzalem
    en Jezus ging voor hen uit;
    zij waren ontdaanen ook die Hem volgden waren bevreesd.
    Hij nam opnieuw de twaalf terzijde
    en begon hun te spreken over wat Hem zou overkomen:
    'Wij gaan nu naar Jeruzalemwaar de Mensenzoon
    aan de hogepriesters en schriftgeleerden zal worden overgeleverd.
    Zij zullen Hem ter dood veroordelenen aan de heidenen overleveren;
    ze zullen Hem bespotten en bespuwen,
    Hem geselen en doden,
    maar drie dagen later zal Hij verrijzen.’

    Toen kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs,
    naar Hem toe en zeiden:
    ‘Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij U vragen.’
    Hij antwoordde hun:’Wat wilt ge dan dat Ik voor u doe?’
    Zij zeiden Hem:’Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter-
    en de ander aan uw linkerhand moge zitten.’
    Maar Jezus zei hun:’Ge weet niet wat ge vraagt.
    Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drink
    en met het doopsel gedoopt te wordenwaarmee Ik gedoopt word?’
    Zij antwoordden Hem:’Ja, dat kunnen wij.’
    ‘Inderdaad,- gaf Jezus toe -
    de beker die Ik drink zult gij drinken,
    en met het doopsel waarmee Ik gedoopt word
    zult gij gedoopt worden;
    maar het is niet aan Mij

    u te doen zitten aan mijn rechter- of linkerhand,
    omdat alleen zij dit verkrijgenvoor wie dit is bereid.’

    Toen de tien anderen dit hoorden,
    werden ze kwaad op Jakobus en Johannes.
    Jezus echter riep hen bij zich en sprak tot hen:
    ‘Gij weet dat zij die als heersers der volkeren gelden,
    hen met ijzeren vuist regeren
    en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.
    Dit mag bij u niet het geval zijn;
    wie onder u groot wil wordenmoet dienaar van u zijn,
    en wie onder u de eerste wil zijnmoet de slaaf van allen zijn,
    want ook de Mensenzoonis niet gekomen om gediend te worden,
    maar om te dienenen zijn leven te geven als losprijs voor velen.’

    (Marcus 10,32-45)


    In de leer


    Samen met uw volgelingen

    meegaan door benarde tijden,

    blootstaan aan vernederingen,

    zinken in een zee van lijden:

    kan ik dat?


    Als de kleine, ongeziene

    knecht van allen willen leven,

    met U in de schaduw dienen

    en het beste van mij geven:

    leer mij dat.


    Maar de bitterheid, de hele

    beker tot de bodem legen,

    alle pijnen met U delen,

    uitgemergeld, kleingekregen:

    moet ik dat?


    O, tenminste naar u kijken,

    U mijn goede wil aanbieden,

    in de verte op U lijken,

    bidden dat Gods wil geschiede:

    leer mij dat.


    Michel van der Plas





    26-05-2010 om 07:43 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    25-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DINSDAG NA PINKSTEREN

    WIJ HEBBEN ALLES PRIJSGEGEVEN

    In die tijd nam Petrus het woord en zei tot Jezus:
    ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen.’

    Jezus antwoordde:
    ‘Voorwaar, Ik zeg u:
    er is niemand die huis, broers, zusters,
    moeder, vader, kinderen of akkers
    om Mij en om de Blijde boodschap heeft prijsgegeven,
    of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud
    aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers,
    zij het ook gepaard met vervolgingen,
    en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.

    Veel eersten zullen de laatsten zijn
    en veel laatsten eersten.’

    (Marcus 10,28-31)

    Het is niet zo dat wij slechts één keer in ons leven geroepen worden. Talloze keren, als wij attent en ontvankelijk zijn horen we Jezus’ eigen roepstem, want doorheen ons hele leven spreekt Hij ons zachtjes aan en richt Hij zich tot ons. Zo is ons doopsel reeds een eerste roeping om van Hem te getuigen.

    Verderop in ons leven blijft zijn stem telkens weer klinken. Het kan gebeuren dat wij ontrouw zijn aan die eerste roeping, die van ons doopsel uitgaat. Maar daarom geeft Hij nog niet af: als wij ons niet afsluiten, roept Hij ons tot berouw en bekering. Blijven wij wel trouw aan onze eerste roeping, dan blijft Hij ons verder aanspreken, almaar verder op de weg van zijn genade en zijn goedheid, almaar meer ook in de richting van de heiligheid die Hij met ons voorheeft.

    De voorbeelden in de Bijbel zijn legio. Zo werd Abraham geroepen om huis en land te verlaten en op weg te gaan (Genesis 12,1). Petrus was zijn netten aan het herstellen en werd daar weggeroepen (Matteüs 4,18). Matteüs, een tollenaar, moest zijn dubieuze handeltje en werk opgeven (Matteüs 9,9) en de profeet Elisa diende dan weer van zijn boerderij weg te trekken (1 Koningen 19,19). Merkwaardig en zeer leerrijk is het verhaal van Nathanaël die zijn aarzeling, zijn terughoudendheid moest laten varen.

    Zonder ophouden worden we geroepen, van het een naar het ander, altijd verder, we hebben geen rustplaats meer, maar klimmen op naar onze eeuwige rustplaats, en gehoorzamen slechts de innerlijke roep om klaar te zijn om de volgende te horen.

    Zonder ophouden is er die roepstem, almaar meer en almaar weer en almaar verder op de weg van Jezus zelf. We moeten dat leren verstaan maar zijn vaak hardleers om aan te nemen dat Jezus onder ons aanwezig blijft en ons blijft roepen. Als was het met zijn eigen ogen, zijn eigen hand, zijn eigen stem geeft Hij ons een wenk, een teken: ‘Kom, volg Mij’.

    We hebben het niet door dat Hij ook ons roept, op dit eigenste ogenblik. We denken aan de tijd van toen, de eerste leerlingen en vergeten zo gemakkelijk dat Hij evenzeer tot ons spreekt, hier en nu, in mensen die naast ons gaan.

    (vrij naar John Henry Newman)





    25-05-2010 om 07:13 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    24-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PINKSTERMAANDAG

    ‘Als de Heilige Geest in je leven mag komen!’

    Tijdens het Laatste Avondmaal zei Jezus tot zijn leerlingen:

    ‘Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.

    Dan zal ik de Vader vragen

    jullie een andere Helper en Trooster te geven,

    die altijd bij je zal zijn:

    de Geest van de waarheid.

    De wereld kan hem niet ontvangen,

    want ze ziet hem niet en kent hem niet.

    Jullie kennen hem wel,

    want hij woont in jullie

    en zal in jullie blijven.’

    (Johannes 14,15-17)


    Veni, Sancte Spiritus

    Nader ons, o Heil’ge Geest,
    kom en zend ons op dit feest
    van uw licht een gouden straal.

    Bij u gaat het niet om geld,
    niet om luxe of geweld,
    maar om innerlijk onthaal.

    Gij draagt troostend onze last,
    zoete innerlijke gast,
    heerlijke verfrissingsbron.

    Rust bij harde werkzaamheid,
    kalmte bij opvliegendheid,
    troost waar diepe rouw begon.

    O licht vol van zielsgeluk,
    ruim het hart, dat lijdt aan druk,
    van wie u zijn toegewijd.

    Zonder uw gezag en gloed
    is er in de mens geen goed,
    niets dat dan geen schade lijdt.

    Reinig wat verwaarloosd is,
    wat verdroogd is, maak dat fris
    en genees wie werd gewond.

    Dat het starre soepel zij,
    maak het kille warm en blij,
    richt wat zelf zijn weg niet vond.

    Geef uw mensen, trouw en vroom,
    de vervulling van hun droom:
    zeven gaven in hun geest.

    Mog’ hun inzet zijn beloond,
    word’ hun uiteinde bekroond
    met het eeuwigdurend feest.

    Amen. Alleluia.


    DE GEEST VERANDERT ALLES

    Als de heilige Geest in Je leven mag binnenkomen,

    wordt het allemaal anders.

    Hij verandert niet de omstandigheden waarin je leeft.

    Hij laat je milieu, je land of je stad zijn wat ze zijn,

    maar Hij verandert je hart.


    Hij is de Geest die leven geeft,

    en als Hij zijn intrede in je doet,

    wordt alles wat dood was levend.

    De geloofswaarheden die je misschien

    al jarenlang van buiten kent

    en die je iedere zondag in de kerk beleden hebt,

    worden vervuld van licht, leven en kracht

    wanneer je je openstelt voor de heilige Geest.

    Wat je bewaarde in je hoofd, daalt nu neer in je hart

    en wordt daar laaiend vuur.


    Een christen die vervuld is van de heilige Geest,

    weet dat God nooit ver weg is.

    Zolang je de heilige Geest niet ontvangen hebt,

    kunnen de woorden van Jezus niet levend worden voor jou.

    Maar als de Geest je even nabij mag komen

    als de lucht die Je inademt,

    wordt ieder woord van Jezus een frisse bron

    waarvan je met altijd nieuwe vreugde kunt drinken,

    zonder er ooit genoeg van te krijgen.


    P. Wilfried Stinissen

    Elke dag is de dag van God





    24-05-2010 om 07:44 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    23-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PINKSTEREN

    ‘Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer!’

    Bij het Laatste Avondmaal zei Jezus tot zijn leerlingen:

    Als jullie Mij liefhebben,

    zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag.

    En Ik zal de Vader vragen

    jullie een andere Helper te geven,

    die voor altijd bij jullie zal zijn.

    Als iemand Mij liefheeft,

    zal Hij mijn woord ter harte nemen;

    dan zal mijn Vader hem liefhebben

    en zullen We bij hem ons verblijf gaan houden.

    Wie Mij niet liefheeft,

    neemt mijn woorden niet ter harte.

    Het woord dat jullie horen,

    is echter niet mijn woord,

    maar dat van de vader die Mij gezonden heeft.


    Dat is het wat Ik jullie te zeggen had,

    nu Ik nog bij jullie ben.

    De Helper

    die de Vader jullie in mijn naam zal zenden,

    zijn heilige Geest,

    zal jullie verder in alles onderrichten:

    Hij zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.

    (Johannes 14,15-16 en 23-26)


    De heilige Geest laat zich moeilijk vatten in woorden. Maar Hij is aan het werk in mensen, waar iets bijzonders van uitgaat: hun woorden, hun daden komen diep uit hun hart, en wijzen ons de goede weg. Laten wij bidden om zulke mensen te worden, mensen bezield door de Heilige Geest, in wie Jezus zelf woont en ook vandaag nog zichtbaar wordt.


    Heer God, geef ons die diepe genegenheid,

    die onze blik op Jezus richt,

    en die zijn hart wil zijn in deze harde wereld.


    Geef ons de vreugde om dankbaar te leven

    dankbaar voor alles wat we gekregen hebben

    dankbaar voor alles wat wij mogen zijn.


    Geef ons geduld:

    geduld met anderen die anders zijn,

    geduld met onszelf, omdat wij zwak zijn,

    en soms veel tijd nodig hebben

    om die mens te worden, die we willen zijn.


    Geef ons warmte in de omgang met elkaar

    en laat ons gevoelig worden voor elkaars leed:

    het groot verdriet misschien

    maar ook die kleine pijnen,

    waaraan een mens traag doodgaat.


    Geef ons die goedheid, die iedereen het beste gunt.

    Die ons open en onbevangen naar mensen toekeert,

    zonder argwaan of bijbedoelingen, 

    maar vol vertrouwen op hun goede wil.


    Geef ons trouw om het gegeven woord nooit te breken,

    en om onze roeping niet te vluchten.

    Geef ons zachtheid om te beseffen

    hoe kleine wonden pijn kunnen doen

    en zachtheid om nooit één mens te kwetsen.

    (vrij naar Carlos Desoete en Valeer Deschacht)


    Die mooie gaven van de Geest wil ik u van harte toewensen op dit feest van Pinksteren, deze zalige hoogdag van Gods Goede Heilige Geest.


    Pinksteren

    De Geest waait waar hij wil

    en staat nooit stil.

    Nu eens bij u, dan bij een ander.

    Waarom bezien wij zo elkander?

    Zie, wat bij u is, is bij mij.

    ’t Komt uit hetzelfde klaar getij,

    gelijk de waatren van de beken

    zich voeden aan dezelfde stroom

    of uit dezelfde bronne breken.

    Wij zijn de takken van één boom,

    van ’t zelfde huis de gangen,

    de aders van het eendre bloed.

    En of de Geest met vlam en zangen

    bij u nu, dan bij mij verwijlt,

    of weer verterend naar een ander ijlt.

    Hij is in ons! In ons! Zo is het goed.

    En laat ons zwijgen en verlangen.


    Felix Timmermans





    23-05-2010 om 08:13 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    22-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MAAR JIJ MOET MIJ VOLGEN

    MAAR JIJ MOET MIJ VOLGEN

    Toen Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde

    – de leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had

    om te vragen wie het was die Hem zou verraden.

    Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus:

    ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’

    Maar Jezus antwoordde:

    ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom.

    MAAR JIJ MOET MIJ VOLGEN.’


    Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht

    dat deze leerling niet zou sterven,

    maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven,’

    maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom.’

    Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt,

    en het ook heeft opgeschreven.

    Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.


    Jezus heeft nog veel meer gedaan:

    als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden,

    zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken

    die dan geschreven moesten worden.

    (Johannes 21,20-25)

    Daags voor Pinksteren lezen we de laatste verzen uit het Johannesevangelie. De voorbije weken, sinds Pasen, kregen we vele mooie Bijbelteksten. De eerste lezing werd steevast genomen uit de Handelingen van de Apostelen, en zo hoorden we het wel en wee, de vreugde en het leed van de eerste christenen.

    In het evangelie lazen we eerst de verschijningsverhalen, en daarna, mooie maar vaak moeilijke teksten over het Laatste Avondmaal. In deze weken na Pasen werd dag na dag op een of andere wijze de kern van ons geloof belicht: lijden, dood en verrijzenis van Jezus. Dikwijls was er sprake van moeilijkheden, die Jezus’ volgelingen zullen wachten ALS ZIJ HEM VOLGEN.

    De kern van ons geloof: daarbij gaat het, leerden we en weten we, over lijden, dood en opstanding van Jezus. Bovendien werd ons gezegd dat Hij daartoe door de Vader was gezonden, en dat Hij ons zijn Geest, de Helper en Trooster zal zenden, die ons inzicht zal bijbrengen en sterken.

    Al bij al is het vreemd dat deze boodschap op verzet botst. Minder nobele gedachten worden door boodschappers allerhande langs zoveel kanalen naar ons toegestuurd, en oogsten geen vervolging, hoogstens een meewarig spotlachje en soms wordt dwaze nonsens zelfs op gejuich onthaald.

    Waarom voorspelt Jezus dan zo nadrukkelijk vervolging aan hen, die Hem trouw blijven. Eigenlijk is de verklaring eenvoudig: HEM VOLGEN heeft weinig van doen met een wekelijks geprevelde geloofsbelijdenis in de mis. Zolang ons geloof niet verder gaat, vallen wij evenzeer als zoveel Joden uit de tijd van Jezus onder zijn kritiek: ‘Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.’

    HEM VOLGEN leidt echter wel tot tegenkanting als wij niet alleen met de mond wat mooie woorden mompelen, maar ook metterdaad onze stem durven verheffen en de handen uit de mouwen durven steken, wanneer in onze wereld, in onze omgeving, in onze kerk de machten van dood en kwaad het halen en de vorst van deze wereld triomfeert.

    Dan vraagt Hij ons om HEM TE VOLGEN en niet de gemakkelijke weg van vlug en vluchtig succes te kiezen, maar net als Hij ons leven af te stemmen op alles wat deugd heet en lof verdient. Want alleen zo kunnen mensen leven, vreugde en vrede vinden.

    En daartoe is Hij toch in de wereld gekomen:

    OPDAT ZIJ LEVEN ZOUDEN HEBBEN

    EN WEL LEVEN IN OVERVLOED

    ---

    Vader,
    ik verlaat mij op U,
    doe met mij wat Gij goedvindt.
    Wat Gij ook met mij doen wilt,
    ik dank U.

    Tot alles ben ik bereid,
    alles aanvaard ik,
    als uw wil maar geschiedt in mij
    en in al uw schepselen;
    niets anders verlang ik, mijn God.

    Ik leg mijn leven in uw handen,
    ik geef mij aan U, mijn God,
    met heel de liefde van mijn hart,
    omdat ik U bemin,
    omdat het voor mij
    een noodzaak van liefde is mij te geven,
    mij zonder voorbehoud op U te verlaten,
    met een oneindig vertrouwen;
    want Gij zijt mijn Vader.
    Amen.

    (Charles de Foucauld)





    22-05-2010 om 07:36 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    21-05-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WEID MIJN LAMMEREN

    'PETRUS, HOU JE VAN ME?...

    WEID DAN, HOED DAN, DRAAG ZORG ...

    Nogmaals was Jezus verschenen aan zijn leerlingen.


    Toen ze gegeten hadden,sprak Hij Simon Petrus aan:

    ‘Simon, zoon van Johannes,

    heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’

    Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’

    Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’


    NOG EENS vroeg Hij:

    ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’

    Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’

    Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’


    en VOOR DE DERDE MAAL vroeg Hij hem:

    ‘Simon, zoon van Johannes, hou je van Me?’

    Petrus werd verdrietig

    omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield.

    Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’

    Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.


    Waarachtig, ik verzeker je:

    toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde,

    maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen,

    je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’

    Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God.


    Daarna zei Hij:

    ‘VOLG MIJ’

    (Johannes 21,15-19)

    In de dagen na Pasen kregen we reeds een tweetal keren het evangelie van vandaag, onder meer op 18 april van dit jaar, de derde zondag van Pasen. Daarom volgt hier in grote trekken de homilie van deze zondag.

    Toewijding en ontmoediging. We zien het hier bij Petrus en zijn vrienden. We zien het ook bij vele mensen, die hun beste krachten wijden aan wat goed en waar en schoon is. We kunnen soms denken dat alles verkeerd loopt, ondanks zoveel goede wil. Er is zoveel krampachtigheid, zoveel vermoeidheid, zoveel gebrek aan vreugde.

    Na de kruisdood waren de leerlingen moe en ontmoedigd. Hun droom was aan diggelen geslagen. Ze hadden hun werk van vroeger weer opgenomen. En nu hadden ze niets gevangen. De moed zinkt hun in de schoenen. Plots zegt een vreemde: 'Werp het net weer uit !' De vangst is buiten alle verwachting. Het was de verrezen Heer zelf, die hun had toegesproken. Hun werk wordt gezegend, zijzelf worden gezegend en de vermoeidheid is weg als zij openstaan voor de Heer.

    Sommige jaren kunnen een donkere nacht lijken. We kunnen moe zijn en ontgoocheld. Laten we dan ons hart openen, naar de Heer zelf luisteren, en zo gaan inzien: toch is de Heer aan het werk, ook al begrijpen wij dat een tijdlang of een lange tijd helemaal niet! Het kan onze ontmoediging wegnemen, het kan ons genezen.

    'BEMIN JE MIJ?’ vraagt Jezus. Met Petrus stamelen wij: 'Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U bemin!' En dan vertrouwt Jezus ons mensen toe, op de weg die we gaan. Ons wordt gevraagd om zorg te dragen voor de mensen, die ons zijn toevertrouwd.

    ‘BEMIN JE MIJ?’ Misschien hebben wij zoals Petrus te snel geantwoord, en de vraag niet echt begrepen. Daarom gaat Jezus verder. Eerst denk je dat je zelf de weg van de liefde kan bepalen. Maar later zie je dat je in die liefde mensen moet volgen op HUN wegen, op de wegen die zij gaan. Je omgordt jezelf niet meer maar je wordt door hen omgord. Ouders kunnen hun eigen dromen hebben over hun kinderen. Zij hebben er alles voor over om voor hen te zorgen. Ze geven het beste van zichzelf en ze hebben ook het beste voor met hun kinderen. Maar naarmate zij het zwaartepunt van hun liefde bij hun kinderen leggen, vullen die kinderen zelf deze liefde in met de zorgen en de noden, die zij aanbrengen.

    Zien wij in ons leven die BEKERING VAN DE LIEFDE, die overgang van de liefde, zoals ik zou willen liefhebben, naar de liefde die anderen mij vragen? De bekering van de weg, die ik graag zou gaan, naar de weg die mij door het leven wordt aangebracht?

    Twee dingen zijn merkwaardig in dit zo mooie stukje evangelie. Tot driemaal toe vraagt Jezus aan Petrus: ‘Heb je Mij lief?’. Petrus is zelfs bedroefd dat de Heer hem bij herhaling dezelfde vraag stelt. De betekenis is overduidelijk: de onvoorwaardelijke, grenzeloze liefde voor de mensen is DE allerbelangrijkste voorwaarde om aan Petrus de leiding en het gezag over Jezus’ volgelingen toe te vertrouwen. Tot op vandaag kan hierin geen verandering bestaan: als die zelfvergeten liefde ontbreekt, vervalt elke grond om mensen aan iemand toe te vertrouwen binnen een gemeenschap van gelovigen. Het is een dwingende oproep tot een permanent gewetensonderzoek bij elkeen, die – hoe bescheiden ook – enige verantwoordelijkheid draagt in de Kerk: ‘Hoe zie ik mijn taak? Gaat het mij vooral om mijn eigen eer en glorie, of word ik door en door gedreven en bewogen door de liefde tot Jezus en diegenen, die zijn weg willen gaan?’

    Daarnaast is er dat raadselachtige zinnetje: ‘toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ Wie zijn leven tracht uit te bouwen in liefde, zorg en dienstbaarheid voor die mensen, die hem zijn toevertrouwd, zal tijdens zijn leven wel eens meer vaststellen dat die weg van overgave en liefde anders verloopt dan men tevoren gedacht, gehoopt, gedroomd had.


    LIEVE HEER JEZUS


    Laat de liefde van uw hart mijn leven vervullen.

    Laat me niet vergeten dat ik besta,

    omdat U me gewenst hebt

    en omdat U van me houdt.


    Kom in mijn leven,

    vanaf de eerste dag van mijn bestaan

    tot aan vandaag.

    Genees mij van elke wond

    in mijn hart en mijn gevoel,

    in mijn geheugen en mijn fantasie,

    in mijn verstand en in mijn wil.


    Bevrijd mij van elke band

    die mij nog als een soort slaaf

    gevangen houdt.

    Want door de Heilige Geest

    wil ik vrij en blij leven

    in dienst van U

    en in dienst van mijn broers en zussen.


    Jezus,

    ik geef me helemaal aan U,

    met mijn lichaam, ziel en geest.

    Dat doe ik ter ere van de Vader

    en door de handen van Maria, uw moeder.

    Dank U, dat U mij geschapen hebt. Amen.

    Gebed uit Afrika





    21-05-2010 om 08:42 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 11/12-17/12 2023
  • 04/12-10/12 2023
  • 27/11-03/12 2023
  • 20/11-26/11 2023
  • 13/11-19/11 2023
  • 28/08-03/09 2023
  • 21/08-27/08 2023
  • 31/07-06/08 2023
  • 10/07-16/07 2023
  • 19/06-25/06 2023
  • 12/06-18/06 2023
  • 29/05-04/06 2023
  • 22/05-28/05 2023
  • 15/05-21/05 2023
  • 08/05-14/05 2023
  • 01/05-07/05 2023
  • 24/04-30/04 2023
  • 17/04-23/04 2023
  • 10/04-16/04 2023
  • 03/04-09/04 2023
  • 27/03-02/04 2023
  • 20/03-26/03 2023
  • 13/03-19/03 2023
  • 06/03-12/03 2023
  • 20/02-26/02 2023
  • 13/02-19/02 2023
  • 06/02-12/02 2023
  • 30/01-05/02 2023
  • 23/01-29/01 2023
  • 09/01-15/01 2023
  • 26/12-01/01 2023
  • 19/12-25/12 2022
  • 12/12-18/12 2022
  • 05/12-11/12 2022
  • 28/11-04/12 2022
  • 17/10-23/10 2022
  • 29/08-04/09 2022
  • 06/06-12/06 2022
  • 30/05-05/06 2022
  • 23/05-29/05 2022
  • 14/02-20/02 2022
  • 27/12-02/01 2022
  • 20/12-26/12 2021
  • 13/12-19/12 2021
  • 06/12-12/12 2021
  • 29/11-05/12 2021
  • 22/11-28/11 2021
  • 01/11-07/11 2021
  • 11/10-17/10 2021
  • 04/10-10/10 2021
  • 27/09-03/10 2021
  • 17/05-23/05 2021
  • 03/05-09/05 2021
  • 26/04-02/05 2021
  • 01/03-07/03 2021
  • 22/02-28/02 2021
  • 08/02-14/02 2021
  • 01/02-07/02 2021
  • 25/01-31/01 2021
  • 18/01-24/01 2021
  • 11/01-17/01 2021
  • 04/01-10/01 2021
  • 28/12-03/01 2027
  • 10/08-16/08 2020
  • 03/08-09/08 2020
  • 27/07-02/08 2020
  • 13/07-19/07 2020
  • 06/07-12/07 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 15/06-21/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 25/05-31/05 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 11/05-17/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 20/04-26/04 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 23/03-29/03 2020
  • 16/03-22/03 2020
  • 09/03-15/03 2020
  • 02/03-08/03 2020
  • 24/02-01/03 2020
  • 17/02-23/02 2020
  • 10/02-16/02 2020
  • 03/02-09/02 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 13/01-19/01 2020
  • 06/01-12/01 2020
  • 30/12-05/01 2020
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 31/12-06/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 25/12-31/12 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 26/12-01/01 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 12/12-18/12 2011
  • 05/12-11/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 26/12-01/01 2012
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 14/06-20/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 28/11-04/12 -0001

    Blog als favoriet !

    Categorieën
  • Dagboek/bedenkingen (1617)


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!