NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Wijzigingen-Aanvullingen
  • Wijzigingen - aanvullingen.
  • vervolg : de "Kompagnie van Scherpenheuvel" Leest
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kronieken van Leest
    bij Mechelen
    18-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen-Aanvullingen

    Wijzigingen-aanvullingen

    1881 – Livinus De Laet uit Hever, volgde burgemeester Bogaert op.

    Burgemeester tot 1888 waarna hij opgevolgd werd door Jaak Bernaerts.
    Hij was te Hever geboren op 24 april 1819 als zoon van Joannes Franciscus De Laet en van Maria Theresia Verlinden.
    Henricus Livinus De Laet huwde te Hever op 23 april 1845 met Maria Theresia Geets (°Hever 5/7/1815, +Leest 3/1/1892).
    Ze kregen vijf kinderen :
    -Virginie, geboren in 1845.
    -Jan Antoon, geboren in 1849, overleed op 20/11/1877 bij een ongeval waarbij hij een paar ruggewervels had gebroken.
    -Justine, geboren 1852. Ze was getrouwd met Mon Van Baelen uit Blaasveld en werd sindsdien te Leest “Madammeke Van Baelen” genoemd. Ze woonden eerst op Scheurcappruyn en achteraf in het huis van de kerk tussen het klooster en de zaal St.-Cecilia.
    -Jacobus, geboren 1855, overleed op achtjarige leeftijd.
    -Pauline, geboren 1858. Ze trouwde met Henri Evarist Van Bouckout uit Zemst die reeds tweemaal weduwnaar was van de gezusters Anna en Marie Katrien Ceulemans. “Madame Van Bouckout” woonde te Brussel waar ze een pelswinkel openhield.
    Livinus De Laet overleed te Leest op 19 april 1894.
    Hij was de bouwer van het gemeentehuis (1882). (Foto onderaan)

    1881 – 31 januari : Begrafenis te Leest van dokter Fr. Neefs.

    Deze Mechelaar was gemeenteraadslid en bestuurder van de Katholieke vereniging ‘De Vlaamsche Bond’ van de kerk van O.L.Vrouw over de Dijle waar de lijkdienst plaats vond.
    Hij werd dezelfde dag op 31 januari 1881 op het kerkhof van Leest begraven. (GvM, 30/1/1932)

    1883 – 11 maart : Pastoorsmeid verdronken in de vijver

    “Ten jare duizend acht honderd drij en tachtig, den twaalfden Maart ten vier ure namiddag, verscheen voor ons Henricus Livinus De Laet, burgemeester, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Leest, Arrondissement Mechelen, provincie Antwerpen, ten gemeentehuize alhier Arnoldus Leopoldus Teughels, schrijnwerker, oud dertig jaar en Franciscus Eduardus Van Hoof, landbouwer oud acht en twintig jaar, beiden te Leest gehuisvest, beiden buurmans der overledene, dewelke ons hebben verklaard dat gister elfden dezer maand omtrent vijf ure namiddag, alhier nabij de Mechelbaan uit eenen vijver getrokken is het lijk van Melania Vindevogel, dienstmeid, gehuisvest te Leest, geboren te Auweghem Provincie Oost-Vlaanderen den zeventienden mei achttien honderd eenentwintig, wettige ongehuwde dochter van Benedictus Vindevogel en van Amelia Ruysschaert, beiden overleden. Wij hebben ons van voormeld overlijden verzekerd. Waarvan akte door ons ten Gemeentehuize in dubbel opgemaakt, en na voorlezing geteekend door onsen de Comparanten.
    (Getekend : F.E. Van Hoof, A.L. Teughels en H.L. De Laet) (Met dank aan Eddy Apers)

    1884 – Zondag 20 april – Mechelsche Courant

    “De jury’s voor de kiesaxamens der maand april zijn vastgesteld als volgt in de Cantons Mechelen, Duffel, Heyst-op-den-Berg en Puurs. Mechelen (2e Canton) …bijg. Lid M. Hellemans J.P., hoofdonderwijzer te Leest.”

    1884 – Maandag 18 augustus : J. LEMMENS ontving medaille 2de klas voor daad van moed en zelfopoffering.

    Mechelschen Courant van zondag 24 augustus 1884 : Stadsnieuws. “Verleden maandag heeft te Brussel in het paleis der akademie, de plechtige prijsuitdeeling plaats gehad der belooningen voor daden van moed en zelfopoffering. HH. MM.. de koning en de koningin waren van Oostende gekomen om die plechtigheid bij te wonen. Aan het bureau hadden plaats genomen M. Victor Jacobs, minister van binnenlandse zaken en verscheidene hooge ambtenaars. Ziehier de namen onzer medeburgers die eene belooning verkregen hebben : J. LEMMENS , landbouwer te LEEST heeft zich den 4 juli 1883 tijdens eenen brand onderscheiden ! Medalie van 2e klas. … M. Jacobs, minister van binnenlandse zaken heeft deze brave lieden van harte geluk gewenscht, en dat nog wel in het vlaamsch, hunne moedertaal. Onder het liberaal ministerie gebeurde zulks altijd in het fransch welke taal vele Vlamingen niet begrijpen.”

    Die periode publiceerde de Mechelsche Courant elke week een ander raadsel zoals onderstaand in de editie van 21 december :
    “Mijn eerste draait, mijn tweede loopt. Mijn heel ligt stil. Hoe ‘k ben gedoopt. Dat wilde ik juist u vragen. ‘k Zeg nog, dat ‘k een gemeente ben in Belgenland gelegen, bij… ‘k Laat nu uw brein zich plagen.”
    Het antwoord was molenbeek en dat werd o.a. gevonden door ‘Boerke Selleslaghs Wittekop Leest.”
    Deze laatste hoorde haast elke week bij de winnaars.

    1884 -24 oktober : Caroline NEES werd schooolhoofd in de meisjesschool

    Caroline Nees volgde Petrus Jozef Hellemans op als schoolhoofd van de parochiale school die op dat ogenblik meisjesschool werd. Meester Hellemans ging daarbij over naar de gemeenteschool van meester Dumont, als hulponderwijzer.
    Caroline Nees woonde in de school, de latere parochiezaal in de Kouter, in het lokaal links bij het binnenkomen. Dat bestond toen uit twee plaatsen. ’s Morgens na de mis kwam ze haar boterhammetjes met spek opeten bij de familie Hellemans en ook ’s avonds kwam ze daar eten vooraleer haar dagelijks wandelingetje te doen.
    Ze bleef in dienst tot na de eerste wereldoorlog en nam officieel ontslag op 1 mei 1920.
    Mathilde Hellemans volgde haar op als schoolhoofd. (LG)
    (Foto onderaan)

    1885 – Louis HELLEMANS volgde zijn vader op als koster te
    Leest.

    Ludovicus ‘Louis’ Josephus Maria Cornelius Hellemans was te Kraainem geboren op 30 december 1871 en met zijn ouders gedurende de schoolstrijd als kind met zijn ouders te Leest ingeweken.
    Hij was nog geen vijftien toen hij zijn vader opvolgde als koster-orgelist in 1885. Uiteraard nog zonder papieren.
    In november 1890 zou de kerkfabriek zijn definitieve benoeming regelen. Dit "wijl Ludovicus reeds gedurende vijf jaren tot voldoening van geestelijke en wereldlijke overheden die plaatsen bekleed en uitgeoefend heeft, hij is nu reeds negentien jaren geworden en is te allen tijde van een deugdzaam en voorbeeldig gedrag geweest en dient tot onderstand van zijne moeder met minderjarige kinderen."
    Zijn eerste benoeming kreeg hij op 15 november 1890; ze werd in 1904 hernieuwd.
    Op 20 juni 1897 huwde hij met de tien jaar oudere Leestse Joanna Catharina Victoria Teughels (°24/2/1861).
    Victoria was de zuster van de gemeente-ontvanger en schrijnwerker Noldus en de dochter van Petrus Teughels en Monica Van Hoof.
    Louis en Victoria bewoonden haar ouderlijk huis op het Dorp, het rechterdeel van ‘De Rozelaar’, waar Georges Gobien later zijn winkeltje had. Haar vader, die als schrijnwerker nog meegewerkt had aan de vergroting van de kerk, had deze stalling en schuur van ‘De Roozelaar’ omgebouwd tot woning en herberg.
    Zij kocht zelf het goed (in 1898). Het café ‘Estaminet’ werd echter gesloten op last van de pastoor.
    Het koppel kreeg er vier kinderen en verkocht er wat kleingoed. Ook was hij nog landbouwer en verzekeringsagent.
    Louis werd langdurig ziek en wellicht ook vervangen.
    Maar door wie ? Officieel werd hij in 1916 opgevolgd door Jozef Rheinhard.
    Louis Hellemans overleed te Leest op 25 februari 1916 waar hij ook begraven werd.
    Na zijn dood verkocht Victoria het huis aan de kerk en het werd officieel het kostershuis. Dat huis werd veel later afgebroken en vervangen door de Raffeisenkas.
    Zijn vrouw overleefde hem, op enkele dagen na, drie jaar (+27/2/1919).
    Nazaten van Louis en Victoria :

    -Louise, geboren op 12 mei 1898, stierf toen ze 3 jaar was, op 30 mei 1901.
    -Stephanie, geboren op 26 juli 1899. Ze werk kloosterzuster te Gent en overleed te Antwerpen op 16 februari 1936.
    -Alfons, geboren op 28 juli 1901, trouwde in 1928 met Alida Scheers uit Leest. Zij bewoonden het ouderlijk huis vader Louis Hellemans.
    -Constant, geboren op 2 oktober 1903. Bij de aftocht van de Duitsers, op 11 november1918, deed hij een val van de hooizolder. Hij was op de tas gekropen om stro naar beneden te gooien voor een koe die door de aftrekkende Duitsers was opgeeist. In het halfduister viel hij zelf naar beneden en een Duitse legerdokter stelde een schedelbreuk vast waaraan hij overleed.
    Moeder Victoria kwam deze slag nooit te boven : ze overleed het jaar nadien. (‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, W. Hellemans, LG en DB van november 1985)

    De goedheid van zijn hert maakte hem vele vrienden en de eedele gevoelens zijner ziel evenals zijn minzamen omgang verwierven hem de algemeene achting. O Heer, de iever voor uw huis verteerde mij : ik kende noch rust, noch moeite. In zijne langdurige ziekte was hij gelaten en aan Gods wil onderworpen : hij verborg zooveel mogelijk de pijnen die hij uitstond…” (Uit zijn gedachtenisprentje)

    Foto’s :
    -Het gemeentehuis van Leest dat burgemeester Livinus De Laet in 1882 had laten bouwen.
    -Zijn handtekening.
    -Van links naar rechts : Mathilde Hellemans, Caroline Nees, Henriette Troch en Marie Meulemans in 1913. Leerkrachten van de meisjesschool.
    -Het gezin koster-organist Louis Hellemans-Victoria Teughels met drie van hun vier kinderen in 1905. Van links naar rechts : Alfons (de latere meester Hellemans), vader Louis, Stefanie, moeder Victoria en zoontje Constant.









    18-06-2017 om 06:52 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen - aanvullingen.

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    1873 – Jan Baptist Bauwens werd benoemd tot veldwachter.

    Jan Baptist Bauwens was te Appels geboren op 13 januari 1835 als zoon van Hubertus en van Joanna Maria Van Guchte. Hij huwde te Antwerpen op 4/3/1864 met Maria Catharina Bauweraerts (°Turnhout 7/7/1837, + …?...) Hij bleef veldwachter tot 1900 waarna hij werd opgevolgd door Isidoor Constant Van Hoof.
    (“Veldwachters te Leest”, Eddy Apers)

    “Bij beraming van den12 april 1900, heeft de gemeenteraad van Leest aanvraag gedaan tot het bekomen der Medalie van 1e Klas voor den heer Jan Baptist Bauwens, alsdan veldwachter te Leest, voor dezes goede diensten van meer dan 35 jaar veldwachter, en tot heden is er geen gevolg aan gegeven. Aangezien d’heer Bauwens, alsnu op pensioen gesteld is, zoo nemen wij de vrijheid door deze, onze vroeger gedane vraag te herinneren...”
    (Brief van het gemeentebestuur tot de arrondissementskommissaris van Mechelen, gedateerd 21 november 1901)

    1873 – Inhuldiging en wijding beeld van Sint Joannes Berchmans.

    “Van 10 tot 19 augustus 1873, was het naburige Leest in volle feestvreugde en zulks ter gelegenheid der inhuldiging en wijding van het beeld en altaar, ter eere van den H. Joannes Berchmans, aldaar opgericht. Beide prachtige voortbrengsels waren het werk van kunstbeeldhouwer J. Geefs van Antwerpen. De wijding werd door Kan. De Decker gedaan.” (GvA, 10/8/1932)

    Volgens Wilfried Hellemans bestaat de mogelijkheid dat de Diestenaar Jan Berchmans (°1599,+1621), novice bij de Mechelse jezuïeten van 1616 tot 1618, toen ook in de Leestse kerk catechismusonderricht gaf op zon- en feestdagen.
    Pastoor Vandercruyssen bevorderde de devotie tot deze heilige en richtte er ook een genootschap voor op : “Het genootschap van de gelukzalige/heilige Joannes Berchmans”.
    Het altaar bevond zich vroeger achteraan in de kerk, de huidige rouwkapel, is er uit weggenomen maar bestaat nog.
    Het beeld van de heilige staat nu hoog op een sokkel, rechts buiten de ingang.

    1879 - Jan Theodoor Bogaert volgde Leopold de Meester op als burgemeester te Leest.

    Dit tot 1881 waarhij werd opgevolgd door Livinus De Laet.
    Jan Theodoor Bogaert was van Niel waar hij alwaar hij werd geboren op 8 oktober (een andere bron zegt december) 1841 als zoon van Christian Bogaert en van Pauline (Cecilia) De Pauw.
    In 1866 was hij hulponderwijzer in de gemeenteschool te Leest en dat jaar trouwde hij aldaar op 8 november met Maria Louisa Wouters, de weduwe van burgemeester Mattheus Buelens.
    Na haar dood in 1875, hertrouwde hij te Leest op 16/8/1876 met Maria Ludovica Frans (een andere bron vermeldt Marie Louise Lorans ipv Frans) uit Rijmenam.
    Jan Theodoor Bogaert overleed amper vijf jaar later te Leest op 3 juli 1881.

    1879 – Petrus Josephus HELLEMANS werd koster-orgelist te Leest

    Jozef Hellemans werd op 27 maart 1838 te Zandhoven geboren als zoon van Jan Philippe en van Anne Marie Verbruggen.
    In 1879 verhuisde hij, als gediplomeerd onderwijzer, met zijn gezin en meid uit Kraainem, naar Leest.
    In Kraainem was hij hoofdonderwijzer aan de gemeenteschool én koster-orgelist.
    Omwille van de schoolstrijd gaf hij daar zijn ontslag, wie dat niet deed werd toen door de kerk geëxcommuniceerd.
    In Leest begon hij met een parochiale school. Het schoolgebouw in de Kouter (later parochiehuis) werd er speciaal voor gebouwd met de bijdragen van de parochianen.
    De school was gemengd. Hij werd er schoolhoofd waarna pastoor J.F. Vandercruysen hem tegelijk benoemde tot koster-orgelist.
    Voor deze functies ontving hij in totaal 2.400 frank per jaar.
    Later, na de schoolstrijd, transformeerde de school in een meisjesschool en ging meester Hellemans over als hulponderwijzer naar de gemeentelijke jongensschool van meester Dumont.
    In Leest kocht hij, in 1879, de toen recente woning en herberg ‘Het Keizershof’ op het dorpsplein (later Dorp-Leest nr. 12).
    Hij sloot de herberg en het paar kreeg er nog een achtste kind, hun zesde dat in leven bleef.
    Na de schoolstrijd bleef hij koster-orgelist : zijn benoeming werd nog hernieuwd (op 10 mei 1882). Maar van hoofdonderwijzer aan de parochieschool was hij sindsdien hulponderwijzer aan de gemeenteschool.
    Jozef Hellemans overleed op 19 november 1885 als bijna 48-jarige te Leest en werd er begraven in een niet meer bestaand familiegraf.
    Zijn vrouw Stefanie Mannekens uit Schoten die daar op 2 augustus 1840 geboren was en met wie hij in 1864 getrouwd was, werd dan winkelierster in stoffen en overleefde hem 32 jaar.
    Omwille van de Eerste Wereldoorlog vluchtte ze naar Asten (Nd.-Brabant, Nederland) waar ze op 26 februari 1918 overleed en begraven werd.
    Vijf van hun zes kinderen werden in Kraainem geboren :
    -Angelina, geboren te Kraainem op 2 augustus 1865, overleed te Leest op 6 november 1915.
    -Leontine, geboren Kraainem, overleed te Grimbergen omstreeks 1930.
    -Jozef, geboren te Kraainem op 15 december 1869, behaalde het diploma van onderwijzer. Hij stierf echter op 24 november 1889 ‘na een schrik die hij had opgedaan in de Battelse bergen.’
    -Louis, geboren te Kraainem op 30 december 1871, huwde met Victoria Teughels uit Leest en werd de volgende koster van Leest.
    -Mathilde, geboren te Kraainem, werd schoolhoofd van de meisjesschool te Leest en overleed in 1938 te Merksem. Ze werd te Leest begraven.
    -Alfons, geboren te Leest in 1882, overleed te Merksem.
    (‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, W. Hellemans, LG en DB, november 1985)

    Foto’s :
    -Handtekening van veldwachter Bauwens.
    -Het vroegere Sint-Jan Berchmansaltaar.
    -Het beeld van de Heilige Joannes Berchmans (foto van Paul Van Roy).
    -Handtekening van Jan Theodoor Bogaert.
    -Zijn gedachtenisprentje. -Onderwijzer-Koster Petrus Jozef Hellemans en Echtgenote Stefanie Mannekens in 1880.













    15-06-2017 om 11:54 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    1865 – Mattheus Edward Buelens werd burgemeester van Leest.

    Mattheus Edward Buelens was te Hombeek geboren op 16/4/1830 en zou hetzelfde jaar dat hij burgemeester werd, op 10 april 1965 te Leest, overlijden.
    Hij was amper 35.
    Mattheus Buelens was afkomstig uit Hombeek en de zoon van Petrus Joannes Buelens (°1783,+1871) en van Joanna Maria Smets (°1797, +1876).
    Mattheus Buelens huwde te Leest op 26 november 1856, met de weduwe Marie Ludovica Wouters (°Leest 4/8/1824, +Leest 8/11/1875), oudste dochter van de vroegere burgemeester Carolus Wouters.
    Haar eerste man Jaak Somers, pachter op de Rendelbeekhoeve, was tien maanden voordien overleden (14/1/1856).
    Mattheus Buelens had zijn woonst op de Dorpsplaats waar later de beenhouwerij van Nante De Prins gevestigd was.
    Hij liet vier kleine kinderen achter :
    -Jan Constant (geboren 1857, overleden in 1865),
    -Theofiel (geboren 1859, was gehuwd met Pelagie Steemans),
    -Henri Augustinus (geboren 1861, overleden 1876) en
    -Marie Theresia Leonie (geboren 1865, overleden 1873).

    Na de dood van haar man trouwde Marie Louise Wouters een derde maal, in 1866, met Jan Theodoor Bogaert, die later burgemeester werd van 1879 tot 1881.
    Ze overleed in 1875.
    Ze was de dochter geweest van een burgemeester en de echtgenote van twee anderen.
    Tot 1867 zou Bonifacius Lauwers de taak van burgemeester overnemen. (De Band-1959 en LG, blz. 109)

    1865 – Bonifacius LAUWERS werd de tijdelijke opvolger van burgemeester Buelens.

    Hij tekende als “burgemeester” akten van de burgerlijke stand van Leest van oktober 1865 tot eind 1966.
    De molenaar Bonifacius Lauwers was te Hombeek geboren op 13/5/1820 als zoon van Joannes Frans Lauwers (1769-1852) en van Petronilla Bulens (1786-1844).
    Hij had zijn molen in de Juniorslaan, locatie waar later zijn kleinzoon Gust woonde. De molen verdween tijdens de eerste oorlogsmaandan van 1914.
    Bonifacius Lauwers waseen eerste maal te Heffen gehuwd hop 16/4/1845 met Anna Catharina Van Loock (°St.Kat.Waver 30/1/1779, + Leest 25/11/1868) en een tweede maal eveneens te Heffen met Francisca Pelagia Ceulaerts (°2/3/1846, + ?).
    Francisca was 25 jaar jongen dan hij.
    Acht van hun elf kinderen werden volwassen : Fons (1871), Fien (1873), Victor (1874), Frans (1879), Leonard (1881, vader van Gust de latere burgemeester), Jan (1883), Marie (1887) en Kato (1890).
    Deze laatste huwde met burgemeester Miel Verschueren.

    1865 – 6 maart : Willem LIPKENS werd als “ondermeester” benoemd.
    (“DB”, maart ’1958)

    1867 - Petrus De Maeyer werd burgemeester van Leest.

    Hij was te Leest geboren op 14 december 1809 en overleed te Mechelen op 12 Februari 1891.
    Deze bakker en herbergier was een zoon van Jacobus De Maeyer (°Puurs rond 1746, +Leest 1812) en Anna Catharina Peeters (°Londerzeel 1769, +Leest 1830).
    Petrus De Maeyer huwde een eerste maal op 3/5/1838 te Leest met Joanna Catharina Coremans (°Tisselt 28/11/1800, +Leest 13/11/1839), winkelierster-herbergierster en een tweede maal met Monica De Blezer (°Puurs 2/8/1807, + Leest 31/12/1861).

    1871 – Leopold de Meester nam de burgemeestersjerp over van Petrus De Maeyer.

    Dit tot 1879. Leopold was de oudste zoon van Pieter Jan de Meester (°Mechelen 1790, +Hombeek 1847 -eveneens burgemeester te Leest en te Hombeek) en van Catharina Geelhand de Merxem (1798-1866).

    Leopold de Meester werd geboren in 1825 en huwde met Anna Rachel de Coussemaeker. (°Douai Frankrijk, 8/3/1841, +1916) die hem twee kinderen schonk : Emmanuel (°1866) en Isabelle (°1871).
    Hij was eerst schepen te Hombeek (1856), daarna burgemeester te Leest en nadien provincieraadslid van Antwerpen.

    Van 1847 tot 1866 nam hij het beheer van de familie en dit van Expoel waar.
    Leopold was een man van zijn tijd en dweepte met de romantiek. Dat vertaalde zich ook in de aanleg van een totaal nieuw park.
    Hij herschiep het in een Engelse landschapstuin wat toen erg in de mode was. In het park van het kasteel ontstonden er kronkelende wandelwegen, bomenpartijen op lichte hellingen, bloeiende struiken, valleien met open zichten en afgronde vijvers.
    De bomenlanen met centrale steraanplanting werden herschapen in akkerland en ook de omgeving werd stelselmatig verder ontbost iets wat met zijn vader Gaspard de Meester al een aanvang genomen had. Vele reuzendikke bomen werden toen verkocht.
    Leopold de Meester, een dichterziel, beschreef het vellen van een reuzeneik in het Stockenbroeck, getuige van zoveel eeuwen geschiedenis.
    Als attente botanist plantte hij met zijn broer Athanase in het nieuwe park een zeer rijke variëteit van bomen.
    Bij het overlijden van hun moeder Catharina Geelhand de Merxem in 1866 stond Leopold Expoel af aan zijn jongere broer Athanase. Hij woonde eerst te Leest. Later kocht hij het kasteel van Ramsdonk waar hij zou blijven wonen en na hem zijn zoon Emmanuel de Meester (1866-1943) en diens echtgenote Theresia van Outryve d’Ydewalle.
    Hun zoon Bernard de Meester de Ravestein is in 1936 teruggekomen naar Expoel in Hombeek.
    Een andere zoon van Leopold, Henry de Meester de Ravenstein verkocht het Hof ter Haelen aan Emiel Verschueren.
    Henry werd later burgemeester te Zandhoven.
    Leopold de Meester overleed in 1885.
    Hij was ook de grootvader van de laatste burgemeester van Hombeek.

    Vervolgt.

    Foto’s :

    -De handtekening van Mattheus Edward Buelens zonder de letter E.
    -Centraal in beeld molenaar Bonifacius Lauwers in 1902, omringd door familieleden en naast zijn tweede echtgenote Francisca Pelagia Ceulaerts (met muts).
    -Zijn handtekening.
    -Handtekening van Petrus De Maeyer.
    -Zijn gedachtenisprentje.
    -Het Expoel kasteel te Hombeek.
    -Het wapenschild van de Meester : in sabel negen aaneengesloten bollen in goud in vorm van kruis met onderschrift : Deo et labore.
    -Handtekening van Leopold de Meester.

















    07-06-2017 om 08:23 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-06-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    Geachte lezer(es),

    De geschiedenis van de “Kompagnie van Scherpenheuvel” uitschrijven vergt meer tijd dan ik had verwacht.
    Paul Van Roy bezorgde me honderden foto’s die moeten verwerkt worden en werkzaamheden aan de basiliek van Scherpenheuvel stelden raadpleging van het archief aldaar uit.

    Om die reden nemen we de chronologie van de wijzigingen-aanvullingen in de Kornieken weer op om later de afgewerkte geschiedenis van de Leestse bedevaarders integraal te publiceren op deze website. 
                                     Marcel.

    1846 – Livinus Van Ostade werd onderpastoor te Leest
    Onder het pastoorschap van Gabriel Hermans kwam er eindelijk terug een onderpastoor.
    Livinus Van Ostade werd in Turnhout geboren op 15 maart 1819 en priester gewijd te Mechelen in 1845.
    Leest was dus zijn eerste werkterrein.
    Hij werd er benoemd op 31 december 1845 en vatte zijn taak aan in 1846.
    Als onderpastoor maakte hij te Leest de kerkvergroting mee en hij doopte er 35 kinderen tussen 30 mei en Kerstmis 1854.
    Hij trouwde er 9 koppels en hij zegende er 11 gestorven mensen van 7 juni tot 3 oktober 1854.
    Zijn salaris bedroeg 500 fr.
    Zijn pastoor schreef over hem : “Hij is vroom en studeert vlijtig.”
    En ook : “Zijn onderricht in de vroegmis geeft hij zo goed hij kan en de pastoor zou niet weten wie het beter zou kunnen.”
    (“De St-Niklaasparochie in Leest”, W. Hellemans)

    1855 – Stichting Broederschap van de Heilige Rozenkrans.
    (“DB”, oktober 1957)

    1856 – Intekenlijst voor het kleed van O.L.Vrouw van de Rozenkrans
    In 1856 was het kleed van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in de kerk van Leest aan vervanging toe.
    Bijgevoegd (onderaan) de intekenlijst die circuleerde in de parochie om het nieuwe kleed te financieren.
    In totaal werden 256 oude Belgische franken opgehaald, een voor die tijd aanzienlijk bedrag.
    De pastoor gaf 10 frank - noblesse oblige - en was daarmee de enige man te midden van een gezelschap van uitsluitend vrouwelijke parochianen die de overige 246 frank inlegden: Maria (uiteraard), Melanie (2x), Francesca (4x), Rosalie, Anna, Joanna, Phelasia...
    Girl power in het parochieleven !
    (Aartsbisschoppelijk Archief Mechelen)

    1858 – Louis Voet werd burgemeester te Leest.
    Hij was te Hombeek geboren op 10 februari 1813 als zoon van Pieter Antonius Voet en van Anna Monica De Keyser.
    Hij was gehuwd op 24/8/1839 te Hombeek met Petronella Paulina Eugenia Lenaerts (°Mechelen 11/5/1816, +Mechelen 28/10/1895) . Deze laatste werd op kerstdag 1861 meter van “Jozef”, een klok die pastoor Joris was gewijd en gegoten door Van Aerschot te Leuven. Peter was Willem Devens uit Antwerpen.
    Louis Voet was geneesheer te Leest en de bouwer van het kasteeltje op de Kouter, waar later de familie Moyson in zou komen.
    Het kasteeltje werd er in 1842 door de dokter gezet. Zijn broer jonkman Joannes Voet bezat een grote boerderij op de grens tussen Leest en Hombeek en toen die op rijpe leeftijd “de ploeg aan de haak hing”, bouwde hij een herenhuis te Hombeek rechtover de kerk, gelijkaardig aan dit kasteel, alleen wat kleiner.
    Na de dood van dokter Louis Voet, op 31 mei 1864, werd het kasteel opnieuw door een geneesheer betrokken : dokter Van den Broeck. Rond 1896 kwam de familie Moyson er zich vestigen.
    Vader Moyson was een neef van dokter Voet.

    Vervolgt.

    Foto’s :
    -Livinus Van Ostade werd onderpastoor te Leest.
    -De intekenlijst voor het kleed van O.L.Vrouw van de Rozenkrans.
    -Het kasteel Moyson in de Kouter werd door Louis Voet gebouwd.
    -Zijn handtekening en doodsprentje.











    01-06-2017 om 00:00 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vervolg : de "Kompagnie van Scherpenheuvel" Leest

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    De “Kompagnie van Scherpenheuvel” uit Leest

    Volgens Modest Van Steenwinkel bestond de “Kompagnie van Scherpenheuvel” uit een groepje mensen dat jaarlijks, in naam van gans de parochie, te voet op bedevaart ging.
    Ze hadden geen ledenlijsten en wie een paar maal meeging werd vanzelf als lid beschouwd.
    De meeste Leestenaren gingen al eens mee en sommigen hielden het jaren vol.
    Elk jaar werd een omhaling gehouden om de algemene onkosten van de bedevaart te dekken. De rest van het geld werd besteed aan enkele missen voor de overledenen en de zieken van de parochie. Ook werd er jaarlijks een grote mooie kaars geofferd “die hield dan gans het jaar wacht : als stille getuige van onze liefde, bij het beeld der Lieve Vrouwe want O.L.Vrouw van Scherpenheuvel draagt de kenspreuk : ik bemin die mij bemint !”

    De kompagnie was ook vertegenwoordigd in de Leestse processies, daarvoor werd in 1953 nog een prachtig houten Mariabeeldje aangekocht, 30 cm hoog en met de hand uitgesneden. Het droeg een brocaat zijden kleed en mantel, een massief zilveren kroontje en scepter, en een gouden ketting en kruisje, dat laatste was een gift van één van de leden.
    Louis De Hondt vervaardigde er een speciale draagbaar voor. Traditiegetrouw werd de bedevaart gehouden acht dagen voor Sinksen. Men vertrok om 4 uur ’s morgens aan de St-Annakapel. De meeste bedevaarders hadden in de parochiekerk dan al een mis bijgewoond.
    Een eerste maal werd halt gehouden te Bonheiden (aan de Sint Annakapel aldaar) waar de eigenlijke processie gevormd werd en vanwaar ook regelmatig de rozenkrans gebeden werd.
    Onderweg werd gebeden voor de zieken en de overledenen van de parochie, ook voor de geestelijkheid, voor de soldaten, voor de jeugd en voor allen die om een gebed hadden gevraagd.
    Aan elke kapel die ze tegenkwamen werd even een halte gemaakt. Rond acht uur bereikte men Keerbergen alwaar koffie werd gedronken.
    Volgde een kort oponthoud te Tremelo, te Betekom en te Aarschot waar rond 12 uur gemiddagmaald werd.
    Dan Rillaar en eindelijk op die lange heuvelachtige baan zien ze de toren van Scherpenheuvel waar ze rond 16 uur toekomen.
    Daar werden de pelgrims processiegewijs opgehaald door de geestelijkheid van de basiliek.
    Godsdienstige oefeningen volgden : lof, beeweg in de kerk, rozenkransweg, kruisweg en als dat alles achter de rug was konden de vermoeide bedevaarders zich rond 18 uur gaan verfrissen in hun logement.
    Jarenlang waren “In de Lindeboom” en “In ’t Wit Huis” de vaste logementsplaatsen, soms kwam daar “De Sleutel” nog bij.

    Na een deugddoende nachtrust stonden de bedevaarders op, woonden rond 4 uur een mis bij aan een zij-altaar van de basiliek en de lange terugtocht kon worden aangevat.
    Terwijl er bij de heenreis voortdurend de rozenkrans werd gebeden, werd er nu als eens meer gezongen onderweg.
    Ontbijt te Aarschot, middagmaal te Keerbergen, met meestal een bord soep (heel vaak van asperges) of een glas bier naar keuze, op kosten van de kompagnie.
    Te Bonheiden werd de kompagnie traditiegetrouw bijna altijd met een regenbui bedacht.
    Ondertussen waren reeds heel wat familieleden van de bedevaarders en dikwijls ook de Chiro de kompagnie tegemoet gekomen.
    Rond 17 uur kwam gewoonlijk de Sint Annakapel in zicht alwaar de bedevaarders werden opgewacht door pastoor en onderpastoor met een woord van dank en proficiat aan al de tochtgenoten.
    In de parochiekerk werd de zegen gegeven met het H. Sacrament en tot slot een danklied aan Maria gezongen.

    Zo’n bedevaart was vroeger jaren een heel avontuur.
    Zo moest er in Keerbergen, bij gebrek aan een weg, een uur lang door het mulle zand gemarcheerd worden en bij warm weer kon men zich alleen beschutten door zoveel mogelijk de schaduw op te zoeken van plaatselijke dennenbomen, want de huizen waren zeer schaars. Het is ook gebeurd dat iemand met stukgelopen voeten op stokken moest meegesjouwd worden, niet te vergeten dat elke bedevaarder ook zijn eigen ransel op de rug moest meedragen.
    Na de eerste wereldoorlog werden de bedevaarders gevolgd door paard en kar. Dit gespan voerde dan al de bagage mee.
    “Fons van Stienes” was het die de eerste jaren voor het vervoer instond, uit dankbaarheid omdat hij tijdens de Duitse bezetting zijn paard mocht behouden.
    Na Fons werd Frans Piessens (“den Blokmaker”) bereid gevonden. Wegens het immer stijgende aantal bedevaarders volstond een gewone kar niet meer voor de talrijke pakken.
    De familie Van der Hasselt (Ferdinand en Frans) stelde zich graag met een “landbouwcamion” ter beschikking. Meestal werd die voortgetrokken door de paarden van Victor Verschueren en Sus Van den Brande.
    Later begeleidde “Louis van Jonker” (Louis De Hondt) de bedevaarders met zijn “automobiel”.

    Vervolgt.

    Foto’s :
    -De Broederschap van Onze Lieve Vrouw van Scherpenheuvel Leest.
    -De Kompagnie was ook vertegenwoordigd in de processies. Hier herkennen we Albrecht en Isabella achter hun vlag in de Molenstraat.
    -Het houten Mariabeeld uit 1953.
    -De Sint-Annakapel te Leest, de traditionele vertrekplaats.
    -De St-Annakapel te Bonheiden waar een eerste maal halt gehouden werd.











    21-05-2017 om 06:34 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De "Kompagnie van Scherpenheuvel".

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    1843 – Bedevaart Scherpenheuvel
    Vanaf 1843 staat in de boeken te Scherpenheuvel voor de eerste maal een bedevaart van Leest vermeld. (J.D.D. – DB – 1954)
    In “De Band” van juli 1959 schreef Jan De Decker dat men “beweerde” dat de “Kompagnie van Scherpenheuvel” te Leest zou bestaan sinds 1743. Hij heeft daar nooit een bewijs van teruggevonden en wij tot dusver ook niet.
    In een brief van 11/5/1786 noemde pastoor De Heuck zichzelf de zorgdrager van het “een en eenighste Broederschap” in Leest, daarmee doelend op een ander, dat van “het Broederschap van het Allerheiligste”.
    Een bewijs van het bestaan van de Broederschap in de 19de eeuw vonden we op het doodsprentje van Judocus Van San (°Leest 30/9/1824, +Mechelen 17/1/1872) alwaar er sprake is van de organisatie van een derde lijkdienst op dinsdag 30 januari 1872 “wegens het Broederschap van O.L.V van Scherpenheuvel in de kerk der H. Joannes Baptist”.
    Er bestaan heel wat druksels van de Kompagnie van Scherpenheuvel die al sinds 1945 over een paarse vlag beschikte (zie foto hierna) die ze elke jaar meedroeg in de processies.
    Intrigerend genoeg staan op die vlag de klassieke afbeelding van de aartshertogen Albrecht en Isabella geknield bij de boom met het beeld en twee jaartallen : 1775 en 1945.
    Zou de Kompagnie of Broederschap dateren uit 1775 ?

    Het bedevaartsoord SCHERPENHEUVEL

    De geschiedenis van het bedevaartsoord Scherpenheuvel gaat terug tot de middeleeuwen.
    De Zichemse kapelaan Lodewijk van Velthem beschreef in zijn “Spieghel Historiael” in het jaar 1304 een wonderbaarlijke, in kruisvorm gegroeide eik, die zich op een heuveltop bevond in onbewoond gebied tussen Zichem en Diest en talrijke bedevaarders aantrok.
    Er werd een mariabeeld aan opgehangen en volgens de legende wou een herder in 1514 het gevallen beeld oprapen en mee naar huis nemen.
    Toen hij het in handen had, bleef hij als versteend staan en kon geen voet meer verzetten. De herder bleef maar weg en zijn bezorgde baas ging hem zoeken. Wanneer die de ongelukkige herder vond met het beeldje in zijn handen, hing hij dat terug in de eik.
    Vanaf dat moment kon de herder terug bewegen.
    Met de troebelen ten tijde van de Reformatie verdween dat beeldje op een onbekende manier rond het jaar 1580.

    Inwoners van Zichem merkten dat de bedevaarders bleven komen, ook al kon er geen beeld vereerd worden en om die reden hingen ze in 1587 een nieuw beeldje aan de eik, het huidige beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel.
    Vanaf het einde van de 16de begin 17de eeuw werd Scherpenheuvel uitgebouwd tot een prestigieus en tot over de landsgrenzen bekend heiligdom.
    De ontwikkeling van Scherpenheuvel stond helemaal in het teken van de strijd tussen katholieken en protestanten.
    Voor de katholieken was het heiligdom een teken van hoop en overwinning, het bewijs van het katholieke gelijk.
    Voor de prostestanten was Scherpenheuvel het bewijs van de katholieke dwaling.
    Beide partijen vochten deze strijd uit via vlugschriften en pamfletten. Als aalmoezeniers in het Spaanse leger begonnen de Zuid-Nederlandse Jezuïeten zich sterk in te zetten voor de ontwikkeling van de bedevaartplaats. Met hun soldatenbedevaarten naar Scherpenheuvel zorgden zij voor een grote bekendheid en bevorderden zij op hun manier de devotie tot O.L.Vrouw.
    Tijdens de vasten van 1604 liet een Zichemse pastoor een bescheiden houten kapelltje bouwen bij de eik. Het genadebeeld werd van de eik gehaald en in het kapelletje geplaatst.
    Toen, in opdracht van de Mechelse aartsbisschop Hovius, de Antwerpse bisschop Miraeus een onderzoek voerde naar de wonderen die in Scherpenheuvel plaatsvonden, gaf deze laatste de opdracht om de eeuwenoude eik te kappen.
    De boom werd in drie stukken verdeeld en versneden in meer dan honderd mariabeeldjes die door de aartshertogen in heel Europa verspreid werden. Deze beeldjes droegen snel de devotie tot O.L.Vrouw van Scherpenheuvel uit, en worden tot op vandaag op verschillende plaatsen nog steeds vereerd.
    Ondanks herhaalde aanvallen van protestantse bendes bleef de toeloop in Scherpenheuvel groeien. Verschillende wonderen maakten dat deze plaats steeds verder bekend raakte.
    Wanneer de Spaanse troepen in 1603 in ’s Hertogenbosch konden standhouden tegen de troepen van de protestantse Maurits van Nassau, werd de overwinning toegeschreven aan O.L.Vrouw van Scherpenheuvel.
    De aartshertogen Albrecht en Isabella gingen als dank op bedevaart naar Scherpenheuvel en lieten er kostbare geschenken achter. Bovendien hadden zij opdracht gegeven om er een grotere stenen kapel te bouwen en dachten ze er aan om van Scherpenheuvel een nationaal heiligdom te maken.

    Na de val van Oostende in 1604 beslisten de aartshertogen om van Scherpenheuvel een zelfstandige stad te maken en er een grote kerk te bouwen en in 1607 begon architect Wenzel Cobergher met de voorbereidingen van de bouw van een nieuwe kerk waarvan de eerste steen in 1609 door de aartshertogen zelf gelegd werd.
    De kerk werd gebouwd in de typische contrareformatorische bouwstijl, de barok en zo werd Scherpenheuvel het katholieke antwoord op het protestantisme.
    In 1624 werd de congregatie van de Oratorianen van Philippus Neri opgericht. De Oratorianen moesten instaan voor het opvangen van de bedevaarders. Speciaal voor hen werd achter de nieuwe kerk een klooster gebouwd.
    Nadat er bijna twintig jaar aan gewerkt was, kon aartsbisschop Jacobus Boonen in 1627 de nieuwe koepelkerk inwijden (de kerk kreeg pas in 1922 officieel de titel van basiliek).
    Na de inwijding van de kerk kwam aartshertogin Isabella naar voren met de handen vol goud en juwelen die ze neergooide op de altaartrappen om te beduiden dat aardse goederen niet de hoogste waarden zijn in het leven. De mensen rondom haar volgden haar voorbeeld en deze gewoonte is jarenlang in gebruik gebleven.
    Ondertussen was ook de nieuwe stad verder uitgebouwd als een (symbolisch) bolwerk met stadsmuren en -grachten. Het geheel van stad en kerk werd gebouwd in de vorm van een zevenhoek en overal werden symbolen en emblematische boodschappen verwerkt die de overwinning van het katholicisme uitbeelden.
    De faam van Scherpenheuvel groeide gestaag en in de loop van de 17de eeuw bleven de bedevaarders uit binnen- en buitenland toestromen, waaronder talrijke vorstelijke en kerkelijke gezagsdragers. Het opzet van de aartshertogen en van de aartsbisschop was geslaagd.
    Van een onbewoonde plaats waar een mariabeeldje vereerd werd, groeide Scherpenheuvel uit tot een stad en een internationaal gekend en gerenommeerd heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw.
    Tot op vandaag is Scherpenheuvel het drukst bezochte bedevaartsoord van België.

    De Waterput

    Vandaag nog steeds een veelbezochte toeristische attractie is de Waterput van Scherpenheuvel.
    De waterput, opgetrokken in rode baksteen, dateert van 1682 en was oorspronkelijk 62 meter diep.
    In het begin van de 19de eeuw was het metselwerk grotendeels ingestort en drong een herstelling zich op.
    Die was in 1819 afgerond en men moest niet meer naar Zichem om water te halen.
    Tot 1910 betaalde de bevolking voor het water dat al trappend in een wiel van 3 m diameter werd opgehaald. Voor water, dat men niet zelf putte, moest uiteraard meer betaald worden.

    Het waterputgebouw is opgenomen in het beschermd landschap van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek en omgeving maar tegenwoordig wordt er geen water meer bovengehaald.

    Vervolgt met “De Kompagnie van Scherpenheuvel” uit Leest.

    Foto’s :

    -De basiliek.
    -De oratoriaan Philippus Neri.
    -Het beeld uit 1587.
    -In 2011 kreeg het Mariabeeld van paus Benedictus XVI een Gouden Roos. Dat is één van de belangrijkste onderscheidingen binnen de katholieke kerk, die slechts uitzonderlijk wordt toegekend. Het is de eerste maal dat een Belgisch bedevaartsoord er een kreeg.
    -De waterput.













    07-05-2017 om 11:46 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen - Aanvullingen

    Wijzigingen – aanvullingen Kronieken van Leest.

    1819 – Cornelius MEULDERMANS werd veldwachter te Leest
    Hij was te Leest geboren op 2 februari 1778 en overleed er op 27 april 1839.
    Cornelius was een zoon van Guillielmus Muyldermans en Lucia Alewaters. Hij huwde te Heffen op 21/7/1817 met isabella Vranckx (Francqs). (‘Veldwachters te Leest’ Eddy Apers)

    Een kepie, een kenteken, een uniform. Iedereen op de buiten kende de “garde” en de “garde” kende iedereen.
    Sommigen menen dat de kolfdragers uit de 16e eeuw de voorlopers waren van de sjampetters. De structuur van de landelijke politie werd vastgelegd in de wetgeving van einde 18e eeuw. Het decreet van 14 december 1789, met betrekking tot het oprichten van gemeenten, voorzag in artikel 50 dat één van de bevoegdheden van het gemeentegezag er moest in bestaan “de inwoners het voordeel verschaffen van een politie, met het oog op de netheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op straat, openbare plaatsen en in de openbare gebouwen.”
    Het ambt van veldwachter dateert van 1791 : “om de eigendommen te beschermen en de oogsten te bewaken, zouden veldwachters moeten aangesteld worden in de gemeenten die onder de rechtsmacht van de vrederechter en onder het toezicht van de gemeente-officieren staan.”
    Die maatregel was echter facultatief. Het decreet van 20 messidor 1803 legde aan de gemeenten de verplichting op veldwachters aan te stellen. Een besluit van 25 fructidor 1809 raadde de gemeenten aan de veldwachters te kiezen uit oudgedienden of oud-soldaten.
    Die richtlijnen volstonden echter niet om een perfecte organisatie van het veldwachterskorps te verzekeren. Daarom vaardigden ook de provinciale autoriteiten een aantal richtlijnen uit zoals het vaststellen van weg- en jachtovertredingen, het opzoeken van gevluchte militairen, enz.
    Later werd de veldwachter benoemd door de provinciegouverneur uit een lijst van twee kandidaten voorgedragen door de gemeenteraad (de burgemeester mocht een derde kandidaat aan de lijst toevoegen). De gouverneur mocht echter vrij een kandidaat benoemen en was op geen enkele manier gebonden aan de rangorde van de voordracht.
    Alhoewel de veldwachter door de gouverneur werd benoemd, was hij een gemeenschappelijk agent en maakte hij deel uit van het gemeentepersoneel, er werd alleen door beoogd hem zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van het plaatselijk gezag. Alhoewel hoofdzakelijk benoemd om te waken over het behoud van eigendommen, oogsten en vruchten te velde, kreeg zijn ambt een drievoudige bevoegdheid : officier van de gerechtelijke politie maar met beperkte bevoegdheid, agent van de openbare macht en agent van de administratieve of gemeentelijke politie.

    In 1840 telde ons land 3.257 veldwachters, in 1970 2.254.
    Na de samenvoeging van de gemeenten en het verder verdwijnen van het landelijk karakter in de dorpen daalde het aantal veldwachters gevoelig.
    (Driemaandelijks tijdschrift Gemeentekrediet van België, nr.105 – juli 1973. GVA-13/4/1978, 29/11/1982, 25/3/1990)

    Op 1 april 1987 ging de laatste veldwachter van Leest met pensioen. Victor Van Hoof had er toen 35 jaar dienst opzitten.

    1823 – 15 augustus : Philippus Jacobus VAN PUT(TE) ook VAN DE PUT pastoor benoemd.
    Philippus Jacobus Van Put(te) (Van de Put) volgde pastoor Vertongen op. Hij was te Kontich geboren op 17 juni 1775 onder het Oostenrijks bewind en werd priester gewijd te Mechelen onder de Fransen (20/12/1806). Een klein half jaar later werd hij onderpastoor in O.L.Vrouw o/d Dijle te Mechelen en dan in Putte (15/10/1808).
    Vanuit Boortmeerbeek waar hij pastoor was (sinds 15/8/1813), werd hij in Leest tot pastoor benoemd op 15 augustus 1823 onder het Nederlands bestuur.
    Zijn oude moeder kwam bij haar zoon wonen en stierf er als weduwe in 1826.
    Jacob Van Put doopte in Leest 406 kinderen van 15 augustus 1823 tot 26 september 1833. Hij huwde er 87 koppels van 8/1/1824 tot 12/8/1833 en schreef 225 begrafenissen in van 27 oktober 1823 tot 20 september 1833.
    Per jaar consacreerde hij (tussen 1829 en 1833) wisselend 3000 tot (in 1833) 3600 communies.
    Op één of twee personen na voldeed ieder er aan de paasplicht. Pastoor Van Put had geen onderpastoor.
    Hij bleef pastoor te Leest tot 1833 waarna hij werd opgevolgd door pastoor Gabriel Hermans.
    Philippus Jacobus Van Put overleed te Mechelen op 17 juli 1847.
    (MC-19/11/1882 en “De Sint-Niklaasparochie in Leest”, W. Hellemans)

    1826 – Martinus Josephus MOORTGAT werd de nieuwe koster van Leest
    Martinus werd te Steenhuffel geboren op 1 november 1807 en hij huwde te Leest op 23 augustus 1828 met Joanna Coeckelbergh.
    Op dat huwelijk was zijn voorganger Jan Frans Van Varenbergh getuige.
    Joanna Coeckelbergh was de dochter van de landbouwer Karel en van Anna Catharina Verbruggen.
    Het echtpaar kreeg 9 kinderen van wie er meer dan een jong stierf :
    -Gillis Louis, geboren 29 augustus 1829 werd schoolmeester te Leest en overleed toen hij 25 jaar was, op 3 maart 1854.
    -Pauline, geboren 6 december 1833.
    -Karel, geboren 5 januari 1835.
    -Gaspar August, geboren 30 maart 1837, stierf datzelfde jaar op 21 juni.
    -Clotilde, geboren 17 april 1838, stierf op 7 juni 1862.
    -Jan Baptist, geboren 19 augustus 1840.
    -Francisca Victoria, geboren 10 december 1842.
    -Euphemia Maria, geboren 15 oktober 1845.
    -Amelie, geboren 30 november 1848.
    Tien jaar (van 1826 tot 1836) was hij gratis orgelist geweest in de Leestse kerk.
    Dan, op 22 oktober 1836 en ter attentie van aartsbisschop Engelbertus Sterckx, schreef de kerkfabriek voor hem een ‘Getuygenis van goed gedrag en aanbeveling’ voor de ‘plaets van coster van Leest’. Dit omdat hij ‘nu reeds tien jaeren de plaets van coster gratis met den grootsten lof bediend heeft’.
    Daarop werd hij tot koster-orgelist benoemd voor 4 jaar op 24/8/1936.
    Tussen 1825 en 1862 was hij op zijn beurt tientallen keren huwelijksgetuige. Tot 1876 werd zijn benoeming negen keer verlengd. Maar enkele jaren later, in 1879 tijdens de schoolstrijd, werd hij door pastoor J.F. Vandercruysen ontslagen na meer dan een halve eeuw Leestse kerkdienst !
    Dit omdat hij bleef lesgeven in de gemeenteschool.
    Wellicht uit ontgoocheling verliet hij Leest en overleed elders.
    Joanna Coeckelbergh overleed te Leest op 13 april 1876.
    (‘DB’,november 1985. ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, W. Hellemans)

    1827 – Dominicus Josephus DE KEERSMAECKER werd eerste assessor.
    Letterlijk betekent een assessor : bijzitter. Het was de benaming van verschillende functies in het openbaar bestuur.
    Vóór 1795 werd de plaatsvervanger van de Drost van Drenthe als voorzitter van de Etstoel assessor genoemd.
    In de periode 1814-1851 was de assessor vergelijkbaar met de huidige wethouder in een gemeentebestuur.
    Hij was te Oppuurs geboren op 14/2/1764 als zoon van Josephus Florentinus De Keersmaecker en Anna Catharina Van Grootven en huwde te Leest op 14/2/1792 met Maria Theresia Fierens (°Leest 5/12/1766, +Leest 4/2/1833).
    Dominicus Josephus De Keersmaecker overleed te Leest op 24/12/1840.

    1835 – 20 mei : Huwelijk maalder Franciscus Van Breedam met zijn Leestse nicht Coleta Van Breedam.
    “…Franciscus Van Breedam (Noot : maalder van de Molen van Blaasveld) de nieuwe maalder, huwde te Leest op 20 mei 1835, Coleta Van Breedam, geboren te Leest op 27 april 1806, dochter van Petrus Frans en van Anna Van Doorselaer.
    Zij waren dus gebroeders kinderen.
    Franciscus, voormeld, op bezoek bij zijnen oom Petrus Frans Van Breedam, maalder, op Steine Molen te Leest, vroeg men hem wanneer hij ging trouwen. ‘Dit kind daar in de wieg, Coleta, mijne eigene nicht, zal mijne echtgenote worden’, was zijn antwoord en inderdaad hij huwde er mede in 1835.
    Trouwen gelijk de maalder is nu nog in den volksmond gekend en verteld te Blaesvelt.
    De echtelieden Van Breedam-Van Breedam hadden volgende kinderen, allen te Blaesvelt ter wereld gekomen :
    A.-Anna Antonia, °3/3/1836, +Mechelen 14/9/1917. Huwde Carolus Andreas Josephus Boonaerts, dokter te Thisselt (°Tisselt 12/6/1827, +Blaasveld 4/8/1899). Anna Antonia, door typhus aangetast en stervende nabij, werd met ware toewijding bijgestaan door dokter Boonaerts. Na de genezing zijner dochter kwam haar vader dokter Boonaerts voldoen en hem zijnen dank uitdrukken erbij voegend, niet te weten hoe zijne erkentenis te betuigen. Geef mij uwe dochter, het is mijn vurigsten wensch, antwoordde de geneesheer en korte maanden daarna werd het huwelijk voltrokken.

    B.-Joannes Domenicus, °23/9/1837, +Blaasveld 10/6/1919. Bleef ongehuwd.

    C.-Ludovicus, °28/11/1839, +Mechelen 8/9/1910. Huwde op 5/4/1875 Maria T.H. Proost.

    D.-Anna Rosalia, °28/2/1841, +Blaasveld 10/2/1860. Bleef ongehuwd.

    E.-Maria Van Breedam, °6/8/1843, overleed te Blaasveld, bleef ongehuwd.

    F.-Livinus, °14/2/1845, +Blaasveld 16/4/1931. Bleef ongehuwd. Hij en zijn broeder Dominicus waren de laatste maalders geweest van Blaesvelt.”
    (‘De Molen van Blaasvelt’ GvM 19/9/1936)

    1836 – In 1836 werd Carolus Wouters burgemeester.
    Hij zou dit 22 jaar blijven (tot 1858). Carolus Wouters werd op 25 april 1797 te Hombeek geboren als zoon van Louis Wouters (afkomstig uit Eppegem) en van Anne Marie Jacobs (uit Hombeek).
    Hij trouwde te Leest op 7/1/1824 met Anna Catharina Huysmans (°Tisselt 3/8/1790, +Leest 1/11/1869), die weduwe was gebleven van Jan Frans Steenmans (+1820). Ze woonde op het Hof ter Halen.
    Carolus verbleef op die hoeve tot aan zijn dood op 21 juni 1858.
    Zijn oudste dochter Marie Louise (zie foto onderaan) huwde een tweede maal met Mattheus Buelens die in 1865 burgemeester werd. Een andere dochter, Marie Virginie huwde met Frans Voet en die volgde zijn schoonvader op als pachter op het Hof ter Haelen.
    Na de dood van Frans Voet (1877) hertrouwde Marie Virginie met Jaak Bernaerts, die achteraf burgemeester werd te Leest.
    De gemeenteraad bestond uit de schepenen Jean B. Scheers en J.Fr. De Keersmaecker en de raadsleden M.J. Moortgat, Charles Coeckelbergh, Dominique Busschot, Guillaume Sellslagh, P.J. Verhoeven en Jean Baptiste Dierckx.
    In 1840 werd Englebert Verschueren als raadslid geïnstalleerd en hetzelfde overkwam Jacques Steenmans in 1843.
    Carolus Wouters overleed te Leest op 21 juni 1858 en werd als burgemeester opgevolgd door Louis Voet.

    1839 – Adrianus De Wit werd de opvolger van veldwachter Meuldermans.
    Adrien De Wit was te Leest geboren Leest op 21 april 1807 als zoon van Jacobus (°6/10/1747, +23/8/1813) en van Maria Cnops (°Hombeek 1770). Gehuwd een eerste maal te Mechelen in de O.L.Vrouwkerk op 11 mei 1836 met Coleta Verbruggen (°Leest 5/5/1808, +1854), een tweede maal op 12/12/1855 met Maria Theresia Van der Poel (°1825).
    Hij had vier kinderen met zijn eerste vrouw Coleta Verbruggen : Clara Virginie (1831), Jan (1840), Hendrik (1843) en Desiré (1849). Adrianus De Wit overleed te Leest op 2 maart 1878.
    Zijn sabel, in het bezit van Kamiel De Wit, lag ooit tentoongesteld op een tweede paasdag in het parochiehuis.

    Ten jare duizend acht honderd achtenzeventig den tweeden maart ten vier ure namiddag, verscheen voor ons Joannes Victor Scheers, schepen gedelegeerden Ambtenaar van den Burgerlijke Stand der gemeente Leest, Arrondissement Mechelen, provincie Antwerpen ten gemeentehuize alhier Joannes Baptista De Wit, landbouwer, oud zevenendertig jaren en Joannes Baptista Bauwens, veldwachter, oud drijenveertig jaren, de eerste zoon en de tweede vriend van den overledenen en beiden gehuisvest te Leest, dewelke ons hebben verklaard dat heden om elf ure voormiddag, ten zijnen woonhuise, Thisseltbaan, wijk A numero 113, is overleden Adrianus DE WIT, gepensioneerde veldwachter, gehuisvest te Leest, daar geboren den eenentwintigsten april achttienhonderdzeven, weduwnaar in eerste huwelijk van Coleta VERBRUGGEN, echtgenoot van Maria Theresia VAN DER POEL, huishoudster te Leest wonende, wettigen zoon van Jacobus De Wit en van Maria Cnops beiden alhier overleden.

    Bijgevoegd :
    -Handtekeningen van respectievelijk veldwachter Cornelius Meuldermans, assessor Dominicus J. De Keersmaecker, burgemeester Carolus Wouters en veldwachter Adrianus De Wit.
    -Op de foto : Marie Louise Wouters, dochter van burgemeester Carolus Wouters en echtgenote van de latere burgemeester Mattheus Buelens.













    22-04-2017 om 10:24 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Wijzigingen en Aanvullingen Kronieken van Leest.

    1818 – Pieter Jan de Meester werd burgemeester van Leest tot 1836.
    Daarna nam hij dat ambt waar te Hombeek van 1836 tot 1847.
    Pieter Jan (Petrus Joannes) de Meester was te Mechelen geboren op 4/11/1790 als zoon van Gaspar-Antoine de Meester, die advokaat was bij de Grote Raad van Mechelen en onder de Franse bezetting voorzitter van het noordelijk kanton van Mechelen, en van Jeanne Francoise Judoca du Trieu.
    De familie de Meester was o.a. eigenaar van het Hof ter Halen en van het Expoel kasteel te Hombeek.
    In 1824 huwde Pieter Jan de Meester met zijn nicht Catherine Geelhand de Merxem (°20/2/1798, +1866), die hem drie kinderen zou schenken :
    -Leopold (1825-1885),
    -
    Melanie (1826-1842) en
    -Althanase (°Antwerpen 1829-1884).

    Leopold huwde met Anna De Coussemaecker en woonde eerst in Leest.
    Hij kocht daarna het kasteel van Ramsdonk waar hij bleef wonen. Leopold zou later burgemeester van Leest worden.
    Hij was een begaafd plantkundige die o.a. de aangelegde Franse tuin van het Expoel domein omtoverde tot een Engels park met onnoemlijk veel boomsoorten, golvende terreinen, vijvers en kronkelende weggetjes.
    Leopold zorgde ook voor de oprichting van de gemeenteschool in Ramsdonk.

    Athanase de Meester huwde in 1855 te Antwerpen met Eudolie de Terwagne (1831-1873).
    Hij was senator en verbleef tijdens de zomermaanden met zijn vrouw en zes kinderen op Expoel.
    Tijdens de schoolstrijd zette hij zich in om de vrije school in de Bankstraat te Hombeek te lanceren, hij sponsorde de bouw en bracht de gezusters Lemesle van Antwerpen naar Hombeek als onderwijzeressen.
    Athanase was een verwoed jager en ook in het jachtseizoen was Expoel voor hem een gedroomde plaats. Rond de jaren 1880 hield hij op de domeinen in Leest en Hombeek regelmatig grote jachtpartijen. Daarbij werden dan zo’n 350 hazen en patrijzen buitgemaakt.
    Het kasteel was niet verwarmd. In de winter van 1873 deed hij er een longontsteking op en overleed.

    Tijdens het burgemeesterschap van Pieter J. de Meester werd de gemeenteschool van Leest gebouwd.
    De gedenksteen werd bij de verbouwing van de school in 1937 naar het kasteel te Hombeek gebracht.
    Pieter Jan de Meester woonde te Hombeek en is er ook begraven. Achter het koor van de oude kerk van Hombeek liet hij een ruime familiekelder bouwen, op de plaats waar ook zijn ouders begraven lagen.
    Door uitbreiding van de parochiekerk in 1855 is deze kelder nu onder de linker dwarsbeuk komen te liggen, dus onder de kerkvloer.

    Hij stierf schielijk in zijn koets, op een honderdtal meter van zijn kasteel, toen hij op 5 juni 1847 de werken ging inspecteren aan de baan Hombeek – Kapelle o/d Bos. (die weg werd op dat ogenblik rechtgetrokken)
    Op de plaats van zijn dood liet zijn echtgenote een kapel bouwen met de inscriptie : “Hier stierf 5 juni 1847 weled. H. Pieter de Meester, borgemeester van Hombeek. Bidt voor de ziele”.
    Het oude Mariabeeld in deze kapel werd in 1914 vernield.
    In 1918 werd de kapel gerestaureerd en het beeld vervangen door een Maria met kind Jezus.

    Het wapenschild van de Meester : in sabel negen aaneengesloten bollen van goud.
    Als burgemeester van Leest werd hij in 1836 opgevolgd door Carolus Wouters.
    (Bronnen : “LG”, “DB” en ’t Ridderke nr. 3 van juli 2005)

    Foto’s :
    -Kasteel Expoel.
    -Handtekening van Pieter Jan de Meester.
    -Wapenschild van de familie de Meester.
    -Het kapelletje dat de echtgenote van Pieter Jan voor haar man na zijn dood, op de plaats van zijn overlijden, liet bouwen.











    17-04-2017 om 07:57 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Wijzigingen en Aanvullingen Kronieken van Leest.

    1798 – 2 januari : Pastoor De Heuck uit zijn pastorij gezet.
    Op datum van 2 januari 1798 lezen wij in het doopregisterdagboek van pastoor De Heuck : “Uit hoofde van die onrechtvaardige wet van de Franse Republiek werd de pastoor uit zijn pastorij gezet door een zekere Peeters, die voor deze speciale opdracht gedelegeerd was. Hij was van deze parochie en verraadde aldus zijn afkomst. Hij was begeleid door een soldaat en door agent Jan Frans Beulens en Angelus Van der Hulst. Slechts drie dagen geleden verhuisde de pastoor naar het landgoed Ter Moortere van Jonkvrouw Joanna Antonia Pauli”.
    Hij nam zijn meubelen mee, want, schrijft hij, “waren die in het voornoemde huis gebleven, ze waren met de rest aangeslagen geweest”.
    Pastoor De Heuck was op dat ogenblik 72 jaar oud.
    Hij betrouwde echter de situatie niet, daar verscheidene van zijn collega’s aangehouden en gedeporteerd waren naar Cayennes. Op aandringen van zijn parochianen “Consuasus per parochianos” verliet hij het Hof ter Moortere op 19 januari 1798 om negen uur ’s avonds om zich buiten Leest te gaan verschuilen.
    De feiten gaven hem gelijk, want hij werd tot tweemaal toe vruchteloos te Leest opgezocht, “bis frustra requisitus”.
    Hij kwam pas terug naar Ten Moortere op 9 mei 1799, wanneer de lucht wat zuiverder geworden was, om er zijn pastorale functies in het geniep te hervatten.
    Op 17 april 1801 nam hij terug zijn intrek op de pastorij en vanaf 12 juni 1802 gebeurde de eredienst opnieuw in de kerk.
    (WLS,blz.27)

    Die Joannes Franciscus (Jan Frans) Bulens was agent municipal van Leest. Hij was een zoon van Quirinus Bulens en van Catharina Bulens. Hij was te Leest geboren op 9/3/1753 en overleed te Vilvoorde op 11/9/1806.
    Jan Frans Bulens wat te Leest gehuwd op 27/5/1783 met Marie Philippine Van Paesschen (°Tisselt 1761, +Heffen 20/7/1833).
    In 1796 woonde dit gezin in de Winkelstraat te Leest en bij hen woonden ook de knechten Francois Verbeeck (34 jaar), Jacobus Peeters (22 jaar), Guillian Verschueren (18 jaar) en de diensters Anna Marie Mees (21 jaar), Anna Maria Apers (18 jaar) en Maria Anna Apers (21 jaar).
    Deze laatste twee zijn dochters van Cornelius Apers en Joanna Huysmans die toen enkele huizen verder in de Winkelstraat nr 69 woonden.
    (Bevolkingsregisters Leest VT 1796)

    1798 – 23 oktober : Pieter JACOBS gesneuveld.

    – Zijn akte van overlijden : “Vandaag, 5 Germinal van het jaar zeven der Franse Republiek (=25 maart 1799) te 9 u. ’s avonds, voor mij, Jaak De Swert, municipaal agent van de gemeente Sint-Katelijne-Waver, is verschenen in het gemeentehuis burger Jan Antoon Van Keerbergen, openbaar ambtenaar van de burgerlijke stand van het kanton Mechelen, die verklaart dat burger Pieter Jacobs, oud negenenveertig jaar, zoon van Jacob en Anna Meulders, die is gefusilleerd de tweede Brumaire (=23 oktober 1798) te halfelf ’s avonds, geboren te Liesens (=Leest) departement van de Twee Neten, wat Jan Antoon Van Keerbergen me heeft verklaard, dat genoemde Pieter Jacobs is gestorven de tweede Brumaire te halfelf ’s avonds te Mechelen, Revolutieplein. Na deze verklaring heb ik me aanstonds ter plaatse begeven. Ik heb me verzekerd van het overlijden : de huidige akte waarin Jan Antoon Van Keerbergen, openbaar ambtenaar mij zijn dood heeft verklaard, heeft de gezegde verschijner verklaard door een brief. J. De Swert, agent.”
    (Vertaald uit het Frans. M.Dillen, ‘De Boerenkrijg’.)

    1800 – Jaak DE MAEYER werd burgemeester.
    Jaak De Maeyer volgde A. Van der Hulst op als burgemeester te Leest. (tot 1802)
    Hij was te Puurs geboren in 1744 en overleed te Leest op 29 april 1812. Jaak De Maeyer huwde een eerste maal met Jeanne Verbeeck uit Willebroek die op 29 april 1793 te Leest overleed.
    Op 23 februari 1794 hertrouwde hij te Kapelle-op-den-Bos met Marie Therese Selleslagh (°Kapelle-op-den-Bos, +18/12/1794) en op 5 november 1795 huwde hij een derde maal en dit met Anna Catharina Cleymans (°Londerzeel 21/9/1771, +Leest 9/9/1830).

    1802 – Pieter Jan MOEREMANS werd burgemeester van Leest.
    Pieter Jan Moeremans volgde Jaak De Maeyer op als burgemeester te Leest. Hij werd te Blaasveld geboren op 25/11/1749 als zoon van Michal Moeremans en Joanna Maria Schelkens en vestigde zich te Leest in 1787.
    Op 3 februari 1778 was hij te Blaasveld gehuwd met Anna Catharina Selleslagh (°Willebroek 1751/1756, +Leest 22/3/1834).
    Tijdens de Volkstelling van 1796 te Leest woonden zij “op de plaats” (Dorp). Die Volkstelling werd door hem mede ondertekend als “greffier”. In de bevolkinsboeken van 1819 werd hij vermeld als kostganger bij de familie Fierens in het dorp.
    Als beroep noteerde men hovenier.
    In 1807 werd hij als burgemeester opgevolgd door Jaak Somers. Pieter Jan Moeremans overleed te Leest op 17 september 1836.
    Nazaten van hem expoiteren nog altijd de bekende bakkerij Moeremans te Blaasveld.

    1807 – Jaak SOMERS volgde Pieter Jan Moeremans op als burgemeester van Leest.
    Hij was te Leest geboren als zoon van Guilielmus Somers en Catharina De Keyser.
    Hij huwde op 24/2/1798 te Mechelen met Catharina Voet (°Mechelen 8/8/1773, +Leest 2/3/1811) en een tweede maal te Hombeek op 19/11/1811 met Barbara Ceulemans (°Hombeek 5/9/1787, +Leest 6/5/1848).
    Barbara Ceulemans was de dochter van de burgemeester van Hombeek.
    Jaak Somers werd in 1818 opgevolgd door Petrus Joannes De Meester.

    1817 - Ontslag voor veldwachter Guillaume Brion.
    Wegens slechte staat van dienst en luiheid kreeg veldwachter Guillaume Brion dat jaar zijn onslag.
    Hij was veldwachter te Leest van voor 1808 en geboren te Kapelle o/d Bos (Oxdonk ?) rond 1761.
    Hij werd te Leest gedoopt op 8/9/1761 en overleed er op 1/8/1830. Hij was een zoon van Petrus Brion en van Maria Anna Verbeeck en huwde te Kapelle-op-den-Bos op 19/4/1801 met Anna Maria Houthuys (1766-1844). (kon niet schrijven)
    Deze garde werd opgevolgd door Cornelius Meuldermans. (‘Veldwachters te Leest’ Eddy Apers)

    Bijgevoegd :
    -Huwelijksakte van Jaak De Maeyer en Anna Catharina Cleymans.
    -Zijn overlijdensakte.
    -Handtekening van Pieter Jan Moeremans.
    -Handtekening van burgemeester Jaak Somers.











    16-04-2017 om 11:26 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wijzigingen - aanvullingen Kronieken van Leest.

    Wijzigingen en aanvullingen - Kronieken van Leest.

    1785 – Joannes Franciscus VAN VAERENBERGH volgde zijn vader op als koster.
    Met deze op 18 juli 1766 geboren Leestenaar, derde kind van de vorige koster, jonggezel en ook weer koster-schoolmeester, trad de vijfde en laatste koster aan uit dezelfde stam.
    Na 29 september 1797, datum waarop pastoor De Heuck door de Franse overheersers uit zijn pastorij werd gezet en moest gaan onderduiken, was het koster Jan Frans Van Varenbergh die de borelingskes ging dopen en de doden naar hun laatste rustplaats bracht. Dit gebeurde zonder enige plechtigheid.
    De bijkomende ceremonieën van de doop werden achteraf in het Hof ter Moortere door de pastoor zelf aangevuld. Deze situatie duurde tot 1801. Toen kwam alles terug in orde.
    Toen Jan Frans Van Varenbergh oud en versleten was, hij telde toen 70 lentes, schreef hij op 19 oktober 1836, op aandringen van pastoor Hermans, een brief aan de aartsbisschop van Mechelen, om zijn ontslag aan te vragen : “Niet meer bekwaam zijnde door doofheyd en hoogen ouderdom om nog lange de plaets van coster, die ik nu reeds meer dan een halve eeuw bediend heb, met eer te konnen vervullen, geeve mijne demissie aen zijne Hoogweerdigheyd den Aertsbisschop van Mechelen, hoopende dat men zoodanige arrangementen ten mijnen opzigte zal neemen, dat ik weynig van mijne gewoonelijke inkomsten verlieze, terwijl ik arm zijnde de zelve noodig heb om te kunnen subsisteren. Blijve met alle agting enz…”
    Hij schreef ook een gelijkaardige brief naar de burgemeester van Leest om zijn ontslag te krijgen als onderwijzer.
    Dit ontslag werd hem toegestaan en er werd hem ook voldoening gegeven op materieel gebied.
    Hij mocht blijven beschikken over een gedeelte van het kostershuis (waar ook het nieuwe kostersgezin Moortgat zijn intrek nam) en zijn jaarlijks inkomen (100 frank) werd hem uitbetaald. “De cette manière,” vermeldt het verslag van de kerkraad, “le vieux papa pourra terminer honorablement sa carrière…”
    Op dezelfde zitting benoemden de kerkmeesters met voltalligheid van stemmen de nieuwe koster Marten Jozef Moortgat die reeds een tiental jaren orgelist was van de kerk, “Un homme vertueux et jouissant d’une bonne réputation, tres instruit…” zo beschrijft hem ditzelfde verslag.
    Joannes Franciscus Van Varenbergh overleed te Leest op 2 november 1843. Hij werd bij zijn ouders begraven (zie 1764).
    (‘DB’, november 1985. ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, W. Hellemans)

    1794 - Weer een piek in de sterften te Leest, dat jaar 48 doden.
    In 1794 waren te Leest 48 doden (op een gemiddelde van 24), 23 doden voor de maand augustus en september.
    Bij dit jaar 1794 lezen we in de Kronijken van Mechelen : “1794 was het jaar van de aankomst der Fransen te Mechelen na hun overwinning op de Oostenrijkers te Pleurus. In dit jaar heerste er een wrede hongersnood. De hoofdoorzaak van het gebrek aan eten was de hoge prijs aan dewelke het graan mocht verkocht worden. De markten waren leeg omdat de landlieden met hun paard en kar niet dierven buitenkomen uit vrees dat de Fransen ze zouden aanslagen…”
    Voor 1600 werd onze streek herhaalde malen door ziekterampen geteisterd : zo heerste de Pest van 1467 tot 1472, de Koepokken van 1515 tot 1522 en nogmaals de Pest van 1571 tot 1574.
    Hierover hebben we echter geen overlijdensgetallen, daar het overlijdensregister te Leest slechts aanvangt in 1599.
    Voordien werden de doden niet ingeschreven.
    (“DB”, november 1976)

    1796 – Angelus Van der Hulst, eerste burgemeester van Leest ?
    Leest en alle andere kleine gemeenten met minder dan 5.000 inwoners werden samengevoegd en maakten deel uit van de Administration municipal du canton de Willebroek.
    In het voorjaar 1796 moet de Municipale Raad van Willebroek samengesteld geweest zijn.
    De vertegenwoordigers van Leest waren Angelus Van der Hulst als agent municipale en M. Coeckelbergh als adjoint.
    Commissaris van de Minicipale Raad was Scheppers, voorzitter was Spiette, Chirurgien, gewezen seigneur de Puurs.
    De agents municipeaux en de adjoints moesten in principe wettelijk verkozen zijn. Dit was niet gebeurd.
    Deze agenten werden aangeduid en van hen mag men aannemen dat ze door de overheid Fransgezind geacht werden.
    Ze mogen bij hen gerekend worden die vroeger het gedachtengoed van de Vonckisten verdedigden en zich keerden tegen de oude macht van kerk en adel.
    Hun aanstelling was engagerend maar er stond hen nog een zeer ondankbare taak te wachten. De agent en zijn adjoint waren onbezoldigde boodschappers.
    De vaak repressieve en gehate wetten van de Fransen moest de Agent overbrengen naar de plaatselijke verantwoordelijken.
    Het volk werd ervan op de hoogte gebracht door de champetter die ze voorlas en aanplakte.
    De wetten op gebied van belastingen, confiscaties, kerksluitingen, verplichte legerdienst etc. gingen ze zelf meer en meer verfoeien. Buiten de grote morele druk werden ze door hun medeburgers in de gemeente veracht, bedreigd met brandstichting en zelfs met de dood. Ze werden het vlug beu en zegden hun moeilijke job op.
    (Ward De Kempeneer in Boerenkrijgnr van ’t Ridderke, nr.2-1998)

    Ergens kan men Angelus Van der Hulst de eerste burgemeester van Leest noemen en dit tot 1800.
    Angelus Van der Hulst was te Boortmeerbeek geboren in 1763 als zoon van Petrus Van der Hulst en van Theresia Van Doren.
    Het echtpaar woonde in 1796 in de Winkelstraat waar ze 4 knechten en 2 meiden bezaten.
    Hij huwde te Leest op 14/2/1792 met Barbara Peeters (°Leest 2/12/1759, +Leest 30/6/1823).
    Angelus Van der Hulst overleed te Leest op 16 januari 1832.

    Bijgevoegd :
    -Handtekening van Angelus Van der Hulst.
    -Huwelijksakte Angelus Van der Hulst en Barbara Peeters.
    -Overlijdensakte van Angelus Van der Hulst.







    13-04-2017 om 10:36 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!