NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Wijzigingen - aanvullingen.
  • Wijzigingen - aanvullingen.
  • Wijzigingen - aanvullingen. Vervolg Herinneringen aan W.O. II.
  • Wijzigingen - aanvullingen. Nog oorlogsherinneringen van Susse Teughels.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kronieken van Leest
    bij Mechelen
    31-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terugblik op mijn kindertijd in Leest.

    Vervolg - Terugblik op mijn kindertijd in Leest

    Een jaarlijkse traditie was ‘Sinte-Mette’.
    Met een mijter van behangpapier op ons hoofd, uitgedost met een namaakmantel en wat schmink op ons gezicht gesmeerd, trokken we er in groepjes van twee tot vier op uit.
    Elk huis van het Dorp werd aangedaan en dan brachten we onze eigen en ingekorte versie van het Sinte-Mettelied :

    “Sinte Mette van de ruggeruggerugge,
    Ha me zane grazen baad
    Juffrake wilde me kabaske es vulle,
    En let ons ni lang ne mie staan,
    Want a hoest, a hei een valling.
    Geft em een pastilleke en ’t zal overgaan”.

    In de meeste huizen hadden de mensen een grote voorraad klein geld, snoepgoed en fruit klaarliggen en dat was nodig want haast alle kinderen zongen ‘Sinte-Mette’.
    Wanneer we voor een gesloten deur bleven staan en we wisten dat er iemand in huis was zongen we :
    “Oeg huis, liëg huis, da zit een gierige pin in huis”.

    In januari deden we dat met Driekoningen nog eens over.
    Met een gewijzigde outfit, geïnspireerd op Caspar, Melchior of Balthasar en sommigen met een draaiende ster, zongen we uit volle borst :

    “Driekoningen, Driekoningen, geef mij ne nieuwen hoed.
    Mijne ouwe is versleten,
    ons moeder mag het niet weten.
    Ons vader heeft het geld,
    op de rooster geteld”.

    Soms waren de Driekoningen slechts met twee, soms met vier. ‘Goud, Wierook noch Mirre’ is ons ooit te beurt gevallen en terug thuis werden al onze opgehaalde schatten netjes verdeeld.

    Kattenkwaad is van alle tijden en dat liep zelden uit de hand aangezien de sociale controle zeer groot was. Ook de buren hadden het recht een kind op zijn gedrag te wijzen en pa en ma lachten niet wanneer er iemand terechte of onterechte klachten over hun spruiten uitte want : ‘wat zouden de andere mensen daar niet van zeggen?’ Als we op school straf kregen, kregen we er thuis nog een extra straf bij…
    De appelbomen in de pastorijtuin moesten er dikwijls aan geloven en vaak werden we op heterdaad betrapt door de pastoor of zijn meid en dan moest je over snelle benen beschikken…
    Op 1 april was het ‘verzenderkensdag’ en dan moest je op je hoede zijn. Bijna iedereen is op die dag ooit in de maling genomen.

    Sommigen onder ons vergezelden de ‘Compagnie van Scherpenheuvel’ op de jaarlijkse bedevaart. Van mijn ervaringen in ’60 en ’61 herinner ik me nog dat we heel vroeg moesten opstaan. De tocht in 1960 werd voorafgegaan door een mis om 3 u ’s morgens waarna de start, na een kort woordje van de onderpastoor, werd gegeven aan de St-Annakapel. Reeds bij de eerste stappen werd de Rozenkrans gebeden. Ontbijt werd genoten in Keerbergen en dan via Tremelo, Baal, Betekom -haast constant biddend- werd Aarschot bereikt voor het middagmaal. Rond 13 uur ging het verder over Rillaar om rond half vier Scherpenheuvel te bereiken. Om vier uur lof, gecelebreerd door de onderpastoor gevolgd door ‘enkele stille stonden rondgang’ rond het altaar van O.L.Vrouw, de gezamelijke Rozenkrans, de Heilige Kruisweg en dan pas waren we vrij.
    Na een korte nacht, om 4 uur opnieuw naar de Mis en de communie werd niet vergeten, vatten we de terugtocht aan.
    Vooraan het kruis met vrolijk wapperende vlaggetjes.
    Ontbijt te Aarschot en daar ontmoetten we de eerste Leestenaars die ons tegemoet waren gekomen met de fiets.
    Middagmaal te Keerbergen waar de Compagnie trakteerde op een bord soep of een glas bier. Dan al biddend naar de eindstreep over Bonheiden, Mechelen en Battel, met de pater-onderpastoor op kop, tot de St-Annakapel. Daar werden we opgewacht en hartelijk onthaald door familie en vrienden.
    Er volgde nog een ontroerend woordje van de onderpastoor die bedankt werd omdat hij ons had vergezeld en hierna de gewone gebeden, de zegen en het proficiat van de pastoor.
    Dan naar de kerk voor de zegen met het H. Sacrament. Uiteindelijk mochten we vermoeid maar gelukkig naar huis…

    Ons dorp kende drie kermissen en daar werd maanden op voorhand naartoe geleefd. Het was de plaats bij uitstek om anderen te ontmoeten, om oude bekenden, schoolkameraden of familie (terug) te zien.
    Nog steeds keren uitgeweken Leestenaars graag terug naar de gemeente waar ze opgroeiden (‘Posse Leest’).
    Ze houden hun traditie omtrent kermis in ere.
    Zo hadden en hebben veel families een typisch kermisgerecht, een stamcafé waar wordt afgesproken na het kermisbezoek of een vaste datum waarop de kermis met de familie gevierd wordt.

    Voor de ‘thrillseekers’ van tegenwoordig die gewend zijn aan duizelingwekkende achtbanen en andere spannende attracties die een ijzersterke maag vereisen, zou het bezoek aan een kermis uit onze jonge jaren uitdraaien op een grote teleurstelling.
    De spectaculairste attracties van toen waren : een zwiermolen met kettingen en schommels in de vorm van varkens of bootjes, de “moddermolen” of het “apekot” voor de groteren, dat was een soort schommel met een goed afgesloten bak. Als je hard genoeg ging, draaide je helemaal rond de as.
    Verder de klassieke paardenmolen, het ballenkraam, de schiettent en de ‘Rups’, een soort carrousel die al hobbelend z’n rondjes draaide. Aan het eind van de rit klonk er een sirene en werden alle wagentjes bedekt met een groot dekzeil. Tijdens die minuut van duisternis reed je samen met je vriendinnetje in het pikkendonker en dan was het toch wel de bedoeling dat er enige actie ontplooid werd.
    Gelukkig klonk er ook nog een tweede sirene, die aankondigde dat het daglicht weer aankwam, zodat je je weer, braaf naast elkaar gezeten, kon vertonen aan het toekijkend publiek.
    Vele jonge Leestenaars leerden er voor het eerst zoenen…

    Zeer gegeerd waren ook de smoutebollen van de Tisseltse kermisfamilie Cooreman. Die verkochten ook bommetjes en ‘fusées’ waar de jongens dol op waren. Die bommetjes, met de omvang van een grote erwt, werden voor de voeten van nietsvermoedende meisjes gegooid waarna die gillend opsprongen tot groot jolijt van de daders. Maar die laatsten keken wel groen als de zoveelste ‘fusée’ in hun handen ontploft was. Dat was een staafje van ongeveer 5 cm waaraan een lont bevestigd was van 2 cm. Die lont werd aangestoken met een lucifer en vaak was de wind spelbreker en ontplofte het speeltje tussen hun vingers met alle bloedige gevolgen van dien…

    Ik herinner me nog dat er op een Leestse kermis ooit een grote houten ton werd geïnstalleerd waarin iemand alle wetten van de zwaartekracht scheen te tarten met zijn motor. Later, bij de natuurkundeles op school, werd mij pas duidelijk dat de middelpuntvliedende kracht de grote bondgenoot van deze waaghals was.
    Een ‘Kop van Jut’ heb ik er ook weten staan : met een flinke mokerslag was het de bedoeling om een gewicht naar boven te schieten en aldus een bel te laten rinkelen.
    Bij de cakewalk kon iedereen op straat meegenieten als een slachtoffer op de lopende band onderuit ging, alvorens in het inwendige van de tent de dansende bruggetjes en de rollende tonnen te moeten trotseren.

    Later kreeg de kermis van Leest een moderner tintje door ‘Swa’ Van Aken, die na zijn huwelijk met een dochter van de Cooreman-clan, een autoscooter aankocht. Een kaskraker.
    Nog later kwam ‘Swa’ met zijn ‘grijpkraam’ aanzetten. In die hijskraantjes kon je, na inworp van een muntstuk, o.a. een horloge naar boven takelen, iets wat meestal mislukte.

    Mijn vader moest de kramen en attracties een plekje geven en kreeg daarom altijd handen vol vrijkaartjes. Zo vierde ik goedkoop kermis en waren er jongens bij de vleet die met Leest kermis om me heen zwermden.

    Vervolgt…

    Foto’s :
    -Er wordt nog steeds “Driekoningen” gezongen. Hier een groepje zangertjes van de Vrije Basis-en Kleuterschool in 1983 die toen 20.000 fr. ophaalden voor een goed doel.
    -Jaren ’50 : de “Compagnie van Scherpenheuvel” passeert het “fabriekske” in Battel, waar thans Happyland gevestigd is.
    -1951 : met mijn ouders, grootmoeder Florentien De Schoenmaeker en nicht Josée Tourné voor de basiliek van Scherpenheuvel.
    -Sfeerbeelden van“Posse Leest” lang geleden.
    -Tegenwoordig heb je Facebook, “Vind je lief” en ontelbare dating sites om een lief te vinden. Wij hadden de rups…













    31-07-2016 om 08:17 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terugblik op mijn kindertijd in Leest.

    Vervolg - Terugblik op mijn kindertijd in Leest

    Naast de bakker en de melkboer kwamen ook de ‘scharensliep’, de kolenboer, de voddenman en de mandenverkoper aan huis. Deze laatste verkocht o.a. rieten ‘mattenkloppers’ waarmee de moeders het stof uit hun tapijten klopten.
    ‘Den Ezel’ (Jef De Keersmaecker, uit Tisselt) leurde met mosselen (een nakomeling van hem werd jaren later voorzitter van de Belgische Voetbalbond) en Guske Lauwers bracht zijn flessen butaangas tot bij de mensen.
    In de meeste huishoudens werd gekookt op butaan en voor de verwarming behielpen ze zich met kolen- en mazoutkachels. Koelkasten of diepvriezers waren er nauwelijks, wij bewaarden ons eten in de kelder en alles werd vers gekocht.
    Regelmatig stuurde mijn vader me naar Emmerence van café De Zwaan met een grote glazen stoop om een liter schuimig Lamotbier, rechtstreeks van ’t vat.
    Drank werd nog niet in plastic verkocht. Melk was in flessen evenals frisdrank en bier en die flessen werden leeg en omgespoeld teruggebracht naar de winkel.
    Niet iedereen had waterleiding of een badkamer en de mensen wasten zich in een kom of een houten of ijzeren kuip, vaak met regen- of putwater.
    Mijn ouders beschikten over een grote zinken badkuip waarin de temperatuur van het water op peil werd gehouden door ons moeder die er regelmatig en voorzichtig kokend heet water in loosde.

    De meeste toiletten stonden apart van de woning en waren uitgerust met een houten bril maar zonder doorspoelsysteem en elk gezin had een ‘pispot’ op de slaapkamer.

    Er waren amper wasmachines, de was werd afgekookt in grote ketels en sommige vrouwen wasten met de hand op een houten plank waarna de was te drogen werd gehangen aan waslijnen.
    Mensen die thuis geen tuin hadden brachten hun propere was in een mand met een kruiwagen naar de Zennedijk. Daar spande men een koord tussen twee bomen en de was kon drogen.
    Kousen met gaten in werden in die tijd nog eigenhandig ‘gestopt’. Een klusje voor mijn vader. Losse of afgevallen knopen werden door hem vastgezet of opnieuw aangenaaid. Mijn moeder was daar niet zo handig in, die onhandigheid heb ik overigens van haar overgeërfd.

    Elk jaar dienden we een nieuw ‘taxplaatje’ op onze fietsen te bevestigen. Een heffing van belasting van de provincies. Die blikken plaatjes kregen elk jaar een ander kleurtje en zijn thans een heus ‘collectors item’.

    In 1956 telde de gemeente 32 telefoons. de meeste ‘abonnees’ waren middenstanders.

    Televisie bestond nog niet en toen die opkwam waren het enkel de rijkste mensen die er eentje konden kopen.
    Er werd vaak naar de radio geluisterd, vooral ’s avonds. En dan lachte iedereen met de grappen van de humoristen op de ‘Bonte Avonden’. In de parochiezaal werden ook van die avonden georganiseerd met goochelaars, zangers en acrobaten.
    Ook films werden daar geregeld afgedraaid. ‘Heidi’, ‘De Familie Trapp‘, ‘De Chinese Muur’ en ‘Sissi’ kenden een enorm succes.
    De eerste tv’s zonden uit in zwart-wit en hadden een schermpje ter grootte van een zakdoek.

    Op elk huis met een televisie verscheen er een antenne bovenaan het dak om de beelden te kunnen ontvangen. Soms kreeg je storingen op je toestel als er weer eens een ontstoorde ‘brommer’ voorbij je woning zoefde, ook sommige auto’s waren boosdoeners.
    Niet veel later had elk huis zijn tv en zijn antenne, het straatbeeld werd er niet door verfraaid.

    Een van de eerste televisiebezitters in ons dorp was café De Zwaan en daar mochten alle kinderen elke woensdagnamiddag gaan kijken naar de TV Ohee Club met Nonkel Bob en tante Ria. Wij keken onze ogen uit naar de eerste Vlaamse jeugdfeuilletons zoals ‘Jan zonder Vrees’ (1956), ‘Schatteneiland’ (1957), Manco Kapac’(59), ‘Het geheim van Killary Harbour’ met de onvergetelijke Cyriel Van Gent (60), ‘Tijl Uilenspiegel’(61), ‘Zanzibar’ (62)…
    Populair waren ook “Lassie”, “Flipper”, “Texas Rangers”, ‘Ivanhoe’ en van eigen bodem ‘Schipper naast Mathilde’.

    De jongens hielden snelheidswedstrijden met de fiets of kwamen samen aan ‘den hogen berg’ om ‘koerske te lopen’. In het relatief vlakke Leest was de zachte helling in de Vinkstraat in onze kinderogen een aanzienlijke berg…

    Gevoetbald werd er op de chiroweide naast het ‘Patronaat’ of op de braakliggende akker van Verschueren in de Scheerstraat.
    Wij leerden elkaar zwemmen tussen de koeienvlaaien in de vijver van ‘Piër Prins’ (Rendelbeekhoeve) en als zwemband gebruikten we de binnenband van een fiets of een auto.
    Later reden we ‘met de vlo’ naar de ‘plage’ in Hofstade of de zwembaden van Mechelen of Willebroek.
    De Brugse Metten werden uitgevochten aan de ‘Bleukes’ op de Zennedijk of op de zandbergen aan de Warande. Als degen gebruikten we stokken en als schild het deksel van een steriliseerketel of een vuilnisvat.
    Daar namen de cowboys het ook op tegen de Indianen.
    Met wat buigzaam hout en een touw fabriceerden we bogen en aan een jonge, stevige v-vormige tak bevestigden we een elastiek en we hadden een ‘mik’ (katapult). De projectielen waren steentjes, knikkers of kastanjes.
    We maakten onze vliegers ook zelf. Frans Geerts (‘Frans van de Fijne’) uit het Pensenstraatje was daar een ‘crack’ in. Met twee stokjes, wat papier,een touw en een papje van bloem en water ontwierp hij ‘vliegaards’ waar Daedalus een puntje kon aan zuigen. Buitenspelen waren ook ‘Versparde weg’, ‘Potteke Stamp’ en op stekelbaarsjes en dikkopjes (wij noemden die ‘pippeliëunkes’) vissen in de Stenen Beek.
    Het bikkelspel was ook erg geliefd. Een zeer oud spel waarin we ‘pekkels’ of ‘biggels’ gebruikten. Kleine blokjes lood die bovenaan voorzien waren van een opening. Heel lang geleden gebruikte men daarvoor een beentje uit de hiel van een schaap.
    Het spel werd gespeeld met vier of vijf bikkels die eerst werden uitgestrooid op de grond en dan volgens bepaalde spelregels terug werden opgenomen. Een variatie was met een balletje. Dan gooide je die bal omhoog en trachtte je zo snel mogelijk de vier bikkels die op de grond lagen om te draaien en de bal op te vangen.

    Een rage in Leest was de ‘trekboek’. Elke jongen trok met een dik boek, meestal een afgevoerde en versleten roman of een missaal, naar school. Tussen de bladen van dat boek zaten tientallen prentjes of santjes verstopt. Die prentjes, meestal afbeeldingen van filmsterren, auto’s, bekende voetballers of wielrenners, zaten vroeger bij de chocolade. Voor één prentje of santje mocht je een trekpoging wagen. Dat ging als volgt : de eigenaar van het boek kneep dat stevig met beide handen dicht, waarna de trekker met een vingernagel de plaats markeerde waar het boek moest geopend worden. Staken daar prentjes, dan werden die zijn eigendom. Soms had je geluk en botste je op een ‘zevenslag’.

    Andere rages waren steltlopen –die stelten vervaardigden we zelf of lieten ze maken door onze vaders-, Jojo, hoelahoepen, rolschaatsen, diabolo…

    ‘Trottinetten’ is ook een tijdlang in geweest en knikkeren. Dan lijnden we, met een gedumpte soeplepel, een baan uit op een berg zand waarna de knikkers tegelijkertijd –de startlijn bevond zich op het hoogste punt- gelost werden. De laatste knikker over de eindstreep viel telkens af en de overblijver was de winnaar.

    Konden we het onderstel van een kinderwagen op de kop tikken dan waren we de koning te rijk. Er werd een bak op gemonteerd en zo konden we ons laten voortduwen.
    Op een bepaald moment bezaten bijna alle jongens uit de Scheerstraat hun eigen zeepkist.

    Jongens speelden met jongens, meisjes met meisjes. Samenspelen werd met een schuin oog bekeken.
    Typische meisjesspelen waren o.a. hinkelen, hoelahoepen en touwtje springen. De meisjes speelden met poppen of creëerden allerlei dingen met ‘Scoubidou’, een rage die in 2004 opnieuw de kop zou opsteken.

    Verder konden wij genieten van Zonneland, van Kuifje en Robbedoes twee stripbladen die ons een nieuwe wereld leerden kennen. Die van “Piet Fluwijn en Bolleke”, “De Familie Snoek”, “De Lustige Kapoentjes” en de eerste strips van “Suske en Wiske”, “Nero”, “de Rode Ridder” “Piet Pienter en Bert Bibber” en “Jommeke”.
    Met de reeks ”Alex de Galliër” leerden we op speelse wijze de Klassieke Oudheid verkennen. Die strips werden aan elkaar uitgeleend en behandeld als kostbare schatten.

    Sommige jongens verzamelden postzegels, anderen sigarenbandjes. Sigaren werden in die tijd geringd met een papieren bandje waarop een plaatje voorkwam. Deze bandjes waren er in vele vormen, stijlen en zeer fraai ontworpen.

    Met de ‘Meccano’ konden we uren, dagen bezig zijn. Kranen en auto’s in mekaar steken en terug afbreken…

    Bij regenachtig weer en in de winter werd het Ganzenbord bovengehaald, of het ‘lotjesspel’ (Lotto), of het ‘paardjesspel’ (Mens erger je niet).

    Wippen, fretten, liegen of pressen waren de kaartspelletjes die haast iedereen onder de knie had en wanneer het hard genoeg had gevroren en de vijvers en beken dicht lagen, gingen we ‘sloeven’ (glijden). Haast niemand bezat toen schaatsen. Volwassenen namen soms deel aan onze sneeuwballengevechten en dat vonden we leuk.

    Over de kledij van destijds kan ook een en ander gezegd worden. Kinderen droegen vaak afdankertjes van oudere broers en zussen en kregen niet meteen gloednieuwe kleren. Vanaf november gingen we naar school in een fluwelen smokkelbroek en met schoenen of bottinnen. In de zomermaanden liepen we met een korte broek die werd opgehouden door een elastiek of door bretellen. Slechts enkele kinderen bezaten een echte broeksriem. Aan onze voeten hadden we ‘zeesloefen’, een soort rubberen schoenen met gaten in. Die hielden we aan om te gaan vissen of zwemmen. Om te gaan zwemmen droegen sommigen een gebreide zwembroek : lekker zacht aan het poepeke als ze droog was, maar ze hing tussen je knieën als je uit het water kwam…

    Vervolgt…

    Foto’s :
    -Een scharesliep.
    -Café “De Zwaan” van Wikkes en Emmerance in ’61. Achteraan in uniform en met cape, mijn vader.
    -Het gezin van de garde waste zich een tijdlang in zo’n zinken badkuip.
    -Een taksplaatje voor fietsen van het jaar 1956. Dat jaar waren die allemaal geel gekleurd.
    -Zonneland…
    -“Schipper naast Mathilde”was ontzettend populair.
    -Rendelbeek met grazende koeien aan de vijver…















    28-07-2016 om 06:28 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-07-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terugblik op mijn kindertijd in Leest.

    Terugblik op mijn kindertijd in Leest - Vervolg

    Drie keer per jaar moesten we mee opstappen in de processie.
    De meeste mensen van de gemeente namen daar aan deel en degenen die thuisbleven plaatsten een altaartje, een tafeltje met daarop een kruisje of een Heilig Hartbeeldje, kaarsen en wat bloemen, voor hun deur.
    De weg waarlangs de processie kwam, werd versierd met wit zand en bloemblaadjes.
    Sommige meisjes droegen mandjes mee met bloemblaadjes en papiersnippers die ze onderweg rondstrooiden. Ze droegen speciale gewaden, eigendom van de parochie. De andere meisjes droegen allemaal een lang kleed en een witte strik in hun haar. De communiekleding werd daarna nog zo lang mogelijk als processiekleding gebruikt.
    In die processies gingen, naast de schoolkinderen, alle katholieke verenigingen van het dorp evenals de fanfares, de misdienaars en de pastoor die het Allerheiligste meedroeg onder een zware hemel.
    Als die passeerde knielden alle toeschouwers.
    De processie werd afgesloten door de leden van de gemeenteraad en de kerkfabriek, geflankeerd door de veldwachter.

    De chirojongens moesten ook elke zondag naar het lof, dat was een saaie middagkerkdienst.
    Elke parochie had een pastoor en een onderpastoor en die waren, evenals de nonnekens, zeer streng. Maar als ze goedgezind waren of als je iets goeds had gedaan zoals uw catechismus goed had geleerd, beloonden ze je met een santje, een heiligen- of bidprentje en als we zo iets kregen waren we de gelukkigste kinderen van de hele wereld.

    Op vrijdag mochten we ook geen vlees eten, dat mocht niet van de kerk, dus stond er overal vis op het menu.
    Als er iemand gestorven was werd er een groot kruis voor de woning geplaatst en het huis bedekt met rouwfloers, een groot zwart rouwkleed en de familieleden droegen een hele tijd een zwarte rouwband om hun bovenarm zodat iedereen kon zien dat ze treurden om het verlies van hun geliefden.

    Leest was een agrarische gemeente en de meeste kinderen van landbouwers moesten meer dan één handje toesteken op de boerderij.
    De zwaarste klus die ik, als zoon van de veldwachter, moest opknappen was mijn bezoek aan het ‘stort’ op de Juniorslaan. Mijn vader had een stootkar ineengetimmerd en daarmee bracht ik steevast twee keer per week het huisvuil van ons gezin weg. Later verhuisde het ‘stort’ naar de Molenstraat (waar momenteel houthandel Hendrickx gevestigd is) wat mijn traject gevoelig inkortte. Die plaats krioelde van de ratten.
    Vanaf 1961 werd het huisvuil door de gemeente opgehaald.

    In die tijd werd er door de meeste mannen nog gerookt.
    Pijp, sigaren, maar voornamelijk sigaretten. In café’s, op restaurants, lijnbussen, in de trein, in de bioscoop, tot dokterskabinetten toe, iedereen vond dat normaal en het stond chic en stoer. Ook de meesters in de klas kenden er wat van.
    De spreuk : ‘Het is geen man die niet roken kan’, hing vroeger in menig huis en herberg.
    Belga, Bastos, Peter Stuyvesant, Zemir, Alaska, Groene Michel en Johnson waren toen bekende en populaire sigarettenmerken en met de blaadjes van Rizla werden de sigaretten gerold.

    Vervolgt…

    Foto’s :

    -Mijn latere schoonouders en echtgenote, heel devoot, tijdens de doortocht van een processie.
    -De meisjes onder toezicht van Juffrouw Bradt op het Leestse dorpsplein tijdens de samenstelling van een processie.
    -Afsluiting van de processie met leden van de gemeenteraad en de garde.
    -Centraal in beeld met programmaboekje tijdens een evenement in de parochiezaal Jan Baptist Coosemans, de pastoor van mijn jeugd.
    -1953 : Begrafenis van mijn grootvader. Aan de woning was rouwfloers bevestigd.
    -Dezelfde begrafenis : de rouwstoet nadert de kerk.













    26-07-2016 om 08:04 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terugblik op mijn kindertijd in Leest.

    Terugblik op mijn kindertijd in Leest

    Toen we zes waren moesten we naar de grote school. Ook de meesters in de jongensschool waren streng maar naar mijn gevoel veel menselijker. De meetlat was nooit ver weg en onze oren en haren moesten het soms ontgelden maar veel van die boerenzonen waren geen doetjes.

    Talrijke leuke herinneringen heb ik overgehouden aan die meesters. Zo speelde Meester Selleslagh soms mee tikkertje op de speelplaats als hij in de winter moest toezicht houden en dienden sommige schavuiten zichzelf een pak rammel te geven van Meester De Leers. Deze laatste was toen al een dorpsfiguur. Hij was bijzonder fier op de oorlogswonde onder zijn rechteroog, hij was oud-soldaat en had het vaderland verdedigd in de oorlog van 14-18.
    Meester Huysmans kon dan weer op boeiende wijze verhalen vertellen en voorlezen. Hij gunde ons een blik op een wereld die groter was dan Leest, België of zelfs Europa.
    Meester Meyers rookte veel, ook in de klas. Zijn vingers stonden vol gele aanslag staat in mijn herinnering gegrifd, maar hij was een plichtsbewust en gemotiveerd onderwijzer.

    In het midden van onze klas stond een grote ronde stoof met een enorme schouw. In de winter moest de meester die dan zelf aanmaken met papier, hout en kolen. Elke leerling had een metalen kruik met koffie mee en om die te verwarmen werd die op die kachel geplaatst.
    Toen kregen we ook alle dagen een flesje A-melk voorgeschoteld en moesten we van de meester een lepel levertraan proeven, een soort olie afkomstig van walvissen. Walgelijk van smaak, iedereen had daar een hekel aan maar we moesten dat oplikken om aan te sterken en gezond te blijven. 
    Vulpennen, biccen, potloden of papier hadden we toen nog niet. Wij leerden schrijven op een lei (een soort schrijfplaat gemaakt van een donker gesteente waarrond een houten randje opdat ze niet te snel zouden breken) met een griffel, dat is een speciale schrijfstift en die lei werd telkens opnieuw schoongeveegd.
    Wat later kreeg elke leerling een pen en een inktpot en de meesten van ons zaten vol inktvlekken op vingers, handen en kleren...

    De lessen van toen verschilden wel wat met de huidige. Zo was godsdienst zeer belangrijk. Wij kregen toen ruim een half uur morgengebed en catechismusvragen aan het begin van de dag. ’s Namiddags voor we naar huis gingen ook nog een half uur gewijde geschiedenis. Tijdens de rekenlessen tekende meester De Leers bij de getallen allerlei dingen die wat te maken hadden met zijn soldatenleven. Belgische vlaggetjes, geweren, bommen en helmen. Wij zaten in oude, brede banken met z’n vieren naast elkaar. We leerden er rekenen op een telraam. Het was veel ‘commandorekenen’ of hoofdrekenen in die tijd. De meester zei ‘drie plus vier’ en wees toen met zijn biljartkeu een leerling aan en deze moest dan direct het antwoord zeggen.
    De biljartkeu diende ook om tijdens de schrijflessen de knokkels bij of weg te werken…

    Naast de gewone vakken kregen we in het zesde leerjaar ook wat praktische lessen : hovenieren, zaaien, planten en verplanten en de meisjes leerden het huishouden doen : wassen, strijken, handwerk en koken.

    We moesten ook elke week naar de mis. De vroegmis duurde drie kwartier en was in ‘t Latijn. De preek werd in het Nederlands gehouden en dat was het enige moment dat we gewoon op onze stoel mochten zitten. De rest van de tijd zaten we op onze knieën op omgedraaide stoelen. De priester stond helemaal vooraan in de kerk, met zijn rug naar de mensen gekeerd. De stoelen in de rechterbeuk waren voorbehouden aan de mannen, de linkerbeuk aan de vrouwen. De rijke mensen hadden hun eigen kerkstoel. Gewone zwarte stoelen voor de mannen, kussenstoelen met floer (velours) voor de vrouwen. Iedereen was op zijn paasbest om naar de kerk te gaan. Van de vrouwen en meisjes werd verwacht dat ze handschoenen en een hoed droegen. De mannen en jongens moesten hun hoed of pet bij het betreden van het kerkgebouw afnemen, de vrouwen daarentegen moesten hun hoofd bedekken.
    Iedere donderdag voor de eerste vrijdag van de maand moesten we gaan biechten.
    Op ons elfde moesten we regelmatig naar de catechismuslessen als voorbereiding van de plechtige communie. Tegen het moment dat we onze plechtige communie deden, werd er verwacht dat we de hele catechismus van buiten kenden, alle gebeden en alle vragen…

    In 1960 was het dan zover. We mochten onze plechtige communie doen. Drie keer op één dag werden we in de kerk verwacht voor de vroegmis, de hoogmis en het lof. En drie keer werden we gekeurd door de omstaanders. We kregen ook een missaal, die was gedrukt door de uitgeverij Brepols.
    Ik zat die dag met een gezwollen kaak opgescheept, veroorzaakt door een abces op één van mijn tanden en herinner me nog dat ik tijdens het feest voor het eerst in mijn leven dronken werd. Te veel rode wijn…Nonkel Luc heeft toen een vinger in mijn keel gestopt en me leren kotsen. Een hele opluchting was dat toen.
    In die periode vroegen enkele oudere jongens ooit : ‘Hoe ist met jullie nonkel Janet ?’ Het heeft nog jaren geduurd vooraleer ik wist wat zij bedoelden. Tante Janet was toch de zus van mijn moeder ? Nonkel Luc woonde toen samen met een andere man en beiden baatten ze restaurant ‘Heidelberg’ uit in Rotselaar.

    Vervolgt…

    Foto’s :
    -De wat excentrieke Meester De Leers.
    -Meester Selleslagh speelde mee tikkertje op de speelplaats.
    -Meester Huysmans gunde ons een blik over de grenzen.
    -Meester Meyers was een plichtsbewust onderwijzer die veel rookte.
    -Van links naar rechts : de meesters Selleslagh, Meyers en Huysmans. Zittend meester De Leers.
    -De officiële communiefoto.
    -En de gasten op het feest, boven van links naar rechts : Elodie Selleslagh, haar man Louis Van Hoof, het feestvarken, moeder Maria Mees, vader Victor Van Hoof, Jeanne Van Hoof, Sylvia Keppens, Emmerence Van den Heuvel, Jean De Croes en mijn grootmoeder Florentien De Schoenmaeker. Onderaan : Rudy Van Hoof, zijn broer Eddy Van Hoof, mijn broer Rudi Van Hoof, Martin Tourné, Joseé Tourné en Ludo Tourné.















    26-07-2016 om 07:37 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!