NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Vervolg : Leestenaars in de Tweede Wereldoorlog. Frans "Susse" Teughels."De eerste dagen van de oorlog".
  • Vervolg : Leestenaars in de Tweede Wereldoorlog. Frans Teughels met "De Vlucht".
  • Vervolg : Leestenaars in de Tweede Wereldoorlog. Frans "Susse" Teughels.
  • Vervolg : Leestenaars in de Tweede Wereldoorlog : Raf SELLESLAGH.
  • Vervolg : Leestenaars in de Tweede Wereldoorlog. Hendrik "Rik" Lauwens.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kronieken van Leest
    bij Mechelen
    21-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1902 – 13 oktober – Gazet van Mechelen :

     

                                         GEZONDMAKING DER ZENNE

    “De heeren Hanssens, burgemeester, Nowé en Debacker, schepenen, F. Campion, gemeenteraadslid, Vankelecom, secretaris en Hauwaert, bouwkundige van Vilvoorden ; Le Blus, schepene van Mechelen ; Van Kelst, burgemeester van Elewyt; De Roye de Wichem, burgemeester van Eppeghem; Bombergen, secretaris van Hofstade ; De Saeger, burgemeester van Hombeeck, Haesaerts, schepene van Rumpst; Sterckx, burgemeester van Sempst;  Coenen, burgemeester van Weerde, vergaderd op het gemeentehuis van Vilvoorden, op donderdag 18 september 1902, te 2 ure namiddag, na mededeeling ontvangen te hebben van het Verslag der Zeevaartinrichtingen dat handelt over de werken van gezondmaking betrekkelijk den loop der Zenne, na beraadslaging, hebben met eenparigheid op het voorstel van M. Campion, de volgende dagorde gestemd : 

    Overwegende, dat de rivier der Zenne beneden het zoogezegde gesticht van klaarmaking te Haren, eenen zetel van verpesting vormt, die bijzonder nadelig is aan de belangen der aanpalende gemeenten;

    Dat zelfs verscheidene gemeenten op afstand der rivier gelegen door den toestand lijden ;

    Dat in 1866 er aan de stad Brussel voor 9 millioen toelagen verleend werden om de Zenne gezond te maken, zoodanig dat de gemeenten aan den lageren loop gelegen niet meer zouden te klagen gehad hebben en zij in plaats van besmet en walgelijk water, een zuiver en schadeloos water zouden bekomen hebben ;

    Overwegende, dat de stad Brussel hare verplichting niet vervuld heeft voor wat de zuivermaking van het water der stadsbeken betreft en dat de aanpalende gemeenten der Zenne, beneden Haren, nog altijd meer dan ooit besmet blijven door de verpestende en doodende uitwasemingen ;

    Dat de klachten, die in 1866 reeds zeer talrijk waren, nu algemeener, ernstiger en meer gerechtvaardigd zijn ;

    Dat inderdaad de afdrijving der vuilnissen van een groot deel van den Brusselschen omtrek, die vroeger langs de opene Zenne plaats had, hedendaags gebeurt door eenen gesloten afloop tot Haren, waar men aan de rivier de bedorven stoffen teruggeeft, wier nadeelige invloed zoveel te grooter is, daar zij bij gebrek aan aanraking met de lucht geene enkele zuivering ondergaan hebben ;

    Overwegende dat, alhoewel de ondergeteekenden het gezamentlijke ontwerp der haveninrichtingen goedkeuren, het nochtans plaats geeft de welwillende aandacht van het Staatsbestuur op een deel der werkten te trekken, dat voor onloochenbaar gevolg zou hebben den tegenwoordigen toestand nog te verergeren ;

    Dat men inderdaad voorstelt de wateren der kleine Zenne in den scheepdok der Saincteletteplaats te brengen, om ze in het Zeekanaal te laten vloeien. Dat daarenboven de wateren van het klimmen der Molenbeek te Laken, de vijvers van het Koninklijk Domein  en van den Buikgracht te Neder-Over-Heembeek insgelijks rechtstreeks in het Zeekanaal zouden gebracht worden ;

    Dat het ontwerp ook de afdrijving bevat langs eene nieuwe vergaarbeek, der besmette wateren van de gemeenten Anderlecht, St Jans Molenbeek, Laken en St Pieters Jette ;

    Dat deze wateren der stadsbeken volgens het ontwerp der Zenne zouden vloeien beneden de spoorbrug van Laken, in afwachting dat een nieuwe afloop tot Haren zou gebouwd worden ;

    Overwegende  dat uit de aanneming van dit ontwerp zou voortspruiten dat de Zenne na van een groot deel van haar zuiver water beroofd te zijn meer dan ooit besmet zou worden beneden Haren, met al wat haar nog zou kunnen bederven ;

    Om deze beweegreden :

    Teekenden krachtdadig verzet aan tegen den ongelukkigen toestand waarin de gemeenten van den benedenloop zich bevinden, en verzoeken vriendelijk het Staatsbestuur het ontwerp te willen volledigen, door eene oplossing te vinden, die van aard weze om aan de inwoners der belanghebbende gemeenten voldoening te geven ;

    Duiden als afgevaardigden bij de overheden aan : MM. Hanssens, burgemeester van Vilvoorden ; Le Blus H., schepene van Mechelen ; de Roye de Wichem A, burgemeester van Eppeghem ; Haesaerts G.A., schepene van Sempts,; Coenen L., burgemeester van Weerde ; en Hauwaert J., bouwkundige te Vilvoorden en gelasten hen dringende voetstappen aan te wenden, om in den korst mogelijken tijd eene voordeelige oplossing te bekomen.

    De afgevaardigden in het Komiteit vereenigd, hebben aangedjuid als voorzitter M. Hanssens, burgemeester van Vilvoorden en als secretaris M. Coenen, burgemeester van Weerde.

    Het Komiteit  heeft de toetreding gevraagd der gemeenten Haren, Neder over Heembeek, Machelen, Heffen, LEEST, Heyndonck, Terhaeghen, Boom, Waelhem, Duffel en Lier.

    Verscheidene gemeenteraden hebben eene beslissing in dien zin genomen.

    De heer Gouverneur der Provincie Brabant heeft zijne hulp beloofd.

    Ten einde de rechten te doen gelden bij het Staatsbestuur, heeft het Komiteit de Heeren Senators en Volksvertegenwoordigers uitgenoodigd tot eene vergadering die zal plaats hebben op woensdag 15 october om 11 ure, op het paleis der provincie te Brussel.”

     

    1902 – “Op zondag 2 november rond 5 ure namiddag is alhier in de gemeente, aan den

                gemetsten afsluitingsmuur van ’t kerkhof een steunpilaar gedeeltelijk afgebroken

                door vier jongelingen van Stuivenberg onder Mechelen.

                Een der daders werd door koster Hellemans aangehouden.

                Het is de zoon der dochter van zekeren persoon van Stuivenberg genoemd

                “de Pender”.

                Een andere medeplichtige moet Van der Meulen genoemd zijn. De gendarmerie

                stelde een onderzoek in.” (GA)

     

    1903 – Het getal ingeschrevene lotelingen voor de nationale militie voor de lichting

                1903 bedraagt 15.

     

    1903 – “In Leest worden geen veemarkten gehouden.” (brief aan de Gouverneur)

     

    1903 – In 1903 staken enkele vooraanstaanden van Blaasveld en omstreken hun hoofden

                bijeen en stichtten een vee- en paardenverzekering.

                Voor Willebroek waren dat Eduard en Xavier De Jonghe, voor Blaasveld

                burgemeester  Alb. Lefebvre, Louis en Frans Van Baelen, voor Hombeek J. Van

                Doren en voor Leest burgemeester Jaak Bernaerts.

                (’t Vaartland-nr.3 1977)

     

    1903 – In de nacht van 20 op 21 februari is er een poging tot inbraak gedaan in de Sint

                Jozefskapel. Het slot en de deur werden beschadigd maar er werd geen diefstal

                geconstateerd.

     

    1903 – 15 maart – Gazet van Mechelen : Leest – Poging tot diefstal

                “Eén dezer nachten heeft men ingebroken in de woning van de wed.Selleslagh.

                De schelmen zijn echter teleurgesteld moeten vertrekken, want de bazin had

                ’s avonds te voren de tooglade met het geld naar hare slaapkamer genomen,

                zodat ze zonder buit zijn moeten vertrekken. Het schijnt dat men vermoedens

                heeft op zekeren persoon.”

     

    1903 – 9 april :  Rond 15u30 vonden Lodewijk Hellemans, 31-jarige koster en Karel   

                Huybrechts, werkman van 61, beiden wonende te Leest, op de oever van

                de Zenne aan “de Bleukens” het lijk van een pasgeboren kind.

                Ze brachten het naar het gemeentehuis.

                Het kindje was geheel naakt zou volgens onderzoek ongeveer 40 dagen

                in het water gelegen hebben. Het lijkje was in staat van ontbinding.

                Er waren geen hoegenaamde tekens die tot identificatie zouden kunnen

                leiden. tjeDe leesthkostermen op de Zennedijk aan de Bleukens het naakte lijkje

                van een baby van het mannelijk geslacht. Het werd naar het gemeentehuis

                overgebracht.

                (Uit : Burgerlijke stand Leest Overlijdens 1903 Akte 11)

     

    1903 – 16 april : Jozeph Selleslagh, een landbouwer uit de Tisseltbaan, werd lid van het

                bureel van Weldadigheid, dit in vervanging van Karel Van den Sande. (GR)

     

    1903 – 9 mei : “De gemeentescholen worden vanaf maandag voor 14 dagen gesloten,

                tengevolge van het bestaan der Roodekoorts, dit op verzoek van geneesheer

                De Becker.

                De klassen worden gewit met een mengsel van kalk en phenique water.

                De banken en schoolmeubelen behoorlijk gezuiverd en de schoolbehoeften

                verbrand.” (GA)

     

    1903 – 10 mei : “Omtrent half twaalf ’s avonds, terwijl de genaamden Joseph Croes en

                Joseph Scheers, werklieden woonende te Mechelen Battel, huiswaarts keerden,

                werden zij ter plaatse Kleinheidestraat, rechtover de woning van De Borger,

                tegen het lijf gelopen door zekeren Frans Selleslagh, landbouwer te Leest

                Kleinheidestraat, welke begon te tieren.

                Selleslagh smeet zijn rijwiel ten gronde, trok een revolver uit zijn zak en loste een

                schot op de genoemde twee personen, zonder hen te treffen.

                Croes heeft Selleslagh een slag met de hand toegebracht waarna deze laatste zijn

                rijwiel opgenomen heeft en zich begeven heeft naar de woning van Constant

                Fierens, herbergier Kleinheidestraat.

                Deze Fierens heeft Selleslagh zijn wapen afgenomen om verdere onheilen te

                voorkomen, den revolver was alsdan nog voorzien van scheuten met kogels.

                De volgende dag heeft de veldwachter op zijne dagronde, van het gebeurde

                kennis gekregen en het wapen in beslag genomen alsdan nog voorzien van een

                schot.”   (GA)

     

    1903 – 14 mei : De gemeenteraad werd er door de provinciegouverneur op gewezen dat

                de gemeentescholen overbevolkt waren.

     

    1903 – 18 juli : “Bij Koninklijk Besluit van den 18 juli 1903 is de medalie van 3e Klas

                toegestaan geweest aan :

                1) Jan Briat, metser, wonende te Leest en

                2) Pieter Jan Teughels, smid, wonende te Battel onder Mechelen,

                voor het redden van eenen drenkeling inden loop van 1903 te Leest”. (GA)

     

    1903 – 8 september - Gemeenteraad   verzoek om eretekens :

                “Mr Frans Lodewijk Troch, daglooner, geboren te Leest den 8 mei 1834, en

                er wonende, de bediening van gemeente grafmaker waarnemend sedert 1 januari

                1861 en ze voortdurend nog wxaarneemt. Dat dezen persoon van goeden naam en

                faam is, dat hij altijd in zijne bediening werkzaam, belangloos en zelfopofferend

                is geweest. Hij (de Raad) stelt dus voor aan Zijne Majesteit den Koning te

                smeken, aan dezen verdienstelijken man te vergunnen de Medalie van 1e Klas

                ingesteld door Koninklijke Besluiten van 21 juli 1867, 23 october 1882 en 15

                januari 1889.

                Overwegende dat genoemde Frans Lodewijk Troch zijne bediening met

                nauwgezetheid en op eervolle wijze waargenomen heeft besluit de Raad de

                Koning te smeken...

     

                M.M. 1) Wauters Lodewijk, geboren te Leest, den 28 februari 1835, lid van het

                bureel van Weldadigheid sedert den 19 september 1877.

                2) Jan Dumont, geboren te Orsmael Gussenhoven, den 21 november 1851,

                hoofdonderwijzer der gemeenteschool sedert den 9 november 1878.

                3) Piet Edward Vloeberghen, geboren te Leest den 21 augustus 1832, lid van de

                kerkfabriek sedert den 4 april 1874.

                Dat deze drij personen van goeden naam en faam zijn.

                Dat zij altijd in hunne bedieningen werkzaam, belangloos en zelfopofferend zijn

                geweest.

                Hij stelt dus voor aan Zijne Majesteit den Koning te smeken aan deze

                verdienstelijke mannen te vergunnen de Medalie van 3e Klas...”

     

    1903 – Schoolbevolking op 5 oktober :

                Gemengde school :

                Klas van de hoofdonderwijzer : 56 leerlingen

                Klas van de hulponderwijzer : 70 leerlingen.

                School voor meisjes :

                50 leerlingen.

     

    1903 – 7 november : “Omtrent half twaalf des avonds is er schade toegebracht geweest

                aan de woning van Henri Theodoor Van den Heuvel, herbergier en winkelier

                dorp “In den Belle Vue” aan de kerk.

                Men heeft stukken pannen en stenen op de deuren en slagvensters geworpen,

                terwijl de bewoners te bed waren.

                Zekeren Emiel Nagels van Battel Auwegem Warande zou een der daders zijn.

                De gendarmerie werd belast met het onderzoek. (GA)

     

    21-02-2012 om 16:27 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1901 – Gazet van Mechelen 13 december 1901 :

     

                HOEVE AFGEBRAND

                “Dinsdag middag is de hoeve afgebrand van M.E. Wouters in de Winkelstraat.

                Alles is in de vlammen omgekomen. Alleen de meubelen waren verzekerd.

                De schade is overgroot. Oorzaak van het vuur onbekend.”

     

                             De STEENOORDHOEVE in de Winkelstraat.

     

    Ongeveer halfweg de Winkelstraat staat de boerderij van de familie Schillemans. De huidige gebouwen werden er gezet door de voormalige eigenaar en bewoner Victor De Boeck. Dit gebeurde in 1902 nadat hij de resten van de uitgebrande hoeve had gekocht van Jozef Wauters.

    Georges Herregods kon,(DB-Mei 1981)

     aan de hand van de rekeningen van de kerkfabriek (aanvang rond 1600), de achtereenvolgende eigenaars en bewoners terugvinden. Op de hoeve stond namelijk een kleine cijns van 4 stuiver, 1 oord jaarlijks aan de kerk te betalen.

    Jan Peeters was eigenaar voor 1617, zijn erfgenamen bleven er tot in 1631.

    Willem Bulens woonde er rond 1631. Jan Bulens volgde hem op van 1539 tot 1673.

    Cornelis Bulens woonde er van 1681 tot 1700.

    Jan Verspreeuwen kwam de cijns betalen van 1700 tot 1720.

    Anthoen Vermerchtem verbleef op de “Steenoord” van rond 1721 tot na 1728.

    Hij was kerkmeester op de parochie en gehuwd met Joanna Vleminckx.

    Op het plan van Jan Van Acoleyn was de boerderij goed voor 320 roeden.

    Buiten zijn boerderij bezat Anthoen Vermerchtem nog 4 bunders, 1 dagwand en 35 roeden.

    Anthoen Hertogh zat op de hoeve van rond 1746 tot 1768.

    Gulielmus Van Seghvelt van rond 1769 tot op het einde van de eeuw.

    Petrus Fierens rond 1820.

    Carolus Wauters rond 1833. Hij was de zoon van Antoon en van Anna Monica Bulens. Hij werd geboren op 17 mei 1792 en huwde Isabella Leemans. Carolus Wauters overleed te Leest op 31 augustus 1872.

    Na Carolus Wauters woonden op het “Steenoord” twee broers en een zuster, allen ongehuwd : Jozef, Louis (die schepen was en voorzitter van het weldadigheidsbureel) en Melanie Wauters.

    Nadat het woonhuis was afgebrand, in december 1901, verkocht de familie Wauters de rest van de hofstede aan Victor De Boeck, om zich een herenhuis te bouwen op de Kouter rechtover het parochiehuis. (waar later aalmoezenier Herregods zou verblijven)

    Victor De Boeck, die gehuwd was met Antonia Spoelders, herbouwde het woonhuis. De oude schuur van de vroegere boerderij stond er nog. Ze had 8 grote pijlers en dateerde uit 1716. Dat jaartal stond gegrift in een van de drie beuken balken. De schuur werd door Alfons De Boeck afgebroken. Achteraan, tussen schuur en woonhuis, stond vroeger een karhuis, dat begroeid was met klimop.

    Na Victor De Boeck bleef zijn zoon Fons op de boerderij. Hij was gehuwd met Henriette De Prins.

    In 1962 kwam de boerderij in handen van Rene Schillemans-Maria Alsenoy.

     

    1902 – “De prijs van eenen werkdag, voor de onderstanden ten huize verleend, voor ‘t

                jaar 1902, wordt voorgesteld op fr : 1,10.” (GA-6/6/1901)

     

    1902 – In 1902 kregen de muzikanten van de fanfare Sint Cecilia een pet aangeboden

                waarvan de kostprijs voor de fanfare op 2,50 fr/pet beliep.

                (GvM,12/10/1979)

     

    1902 – Secretaris Van den Bossche blijft behouden als “agent opsteller voor de

                landbouw optelling voor 1902.”

     

    1902 – De toelage van de provincie voor het lager onderwijs voor het dienstjaar 1902

                beliep 591 fr.

     

    1902 -  In de gemeente verblijven “geene personen welke de noodige machtiging bezitten

                om geneeskundige vakken uit te oefenen”.

     

    1902 – De schoolbegroting voor het jaar 1902 beliep 120 fr, hetzij 2 fr per leerling.

     

    1902 – In april vroeg de gemeente, in het kader van de komende wetgevende kiezing

                van 29 mei, een aantal oproepingsbrieven aan, hetzij :

                -voor 210 kiezers met 1 stem, -voor 110 kiezers met 2 stemmen, -voor 100

                kiezers met 3 stemmen.

     

    1902 – 13 april : Gemeenteraadslid Victor Diddens  legt de eed af in handen van

                burgemeester Bernaerts, als nieuwbenoemde patentzetter.

     

    1902 – 21 april : “De genaamden Guillielmus Huybrechts, werkman aan den ijzeren weg,

                wonende te Leest, heeft een ongeval gehad met den trein van de Maatschappij

                Mechelen-Terneuzen.

                De plaats van het ongeval schijnt te liggen tussen statie Thisselt-Blaesvelt en de

                woning van Huybrechts. De ongelukkige werd in het gasthuis van Mechelen

                opgenomen.” (GA)

     

    1902 – 22 mei : De Kantonale Inspecteur dringt aan tot de inrichting van een nieuwe klas

                bij de gemeenteschool :

                “De Raad, overwegende dat onze gemeentescholen bijgewoond worden door een

                middelmatig getal van 60 leerlingen voor de klas van Mr Dumont ; een

                middelmatig tal van 70 à 75 leerlingen voor de klas van Mr Moons en dat het

                hoogste getal leerlingen der klas van Jufvrouw Moons beloopt tot 50 ; dat de

                inrichting van het onderwijs tot heden goed voldaan heeft en dat met een juiste

                verdeling toe de passen van de ouderdommen voor het bijwonen der scholen, het

                maximum wettelijk niet zal overtroffen worden.

                Zoo is de Raad van gevoelen dat het inrichten eener nieuwe klas bij de

                gemeentescholen , hem dunkens, heden niet dringend is.” (DB-1958)

     

    1902 – 8 juni : Is verdwenen uit de ouderlijke woning de genaamde Victor Jan Verbeeck,

                landbouwer, oud 16 jaar. Wonende te Leest en zoon van August Verbeeck en van

                Susanna De Blick. Hij werd geboren te Leest op 30 maart 1886.

                Zijn persoonsbeschrijving : lengte 1 m 56, zwart haar en wenkbrauwen, grijze

                ogen, kleine neus, baardeloos struis voorkomen.

                Kledingsstukken waarvan hij drager moet zijn : groen geperkte klak, groenachtige

                broek en vest, bruin geperkte veston, grijs hemd, schoenen met riemen en grijze

                kousen. (GA)

     

    1902 – Brief gemeentebestuur van 10 juli : “...in onze gemeente bevinden zich geene

                blinden noch doofstommen.”

     

    1902 – 11 augustus : “Om 3 ure ’s morgens is er aan de woning van den smid Louis

                Spiessens weggevoerd geweest : de twee wielen met toebehoorten van eenen

                wagen dewelke teruggevonden zijn in het Spoor van den Ijzerenweg van Mechelen

                op Terneuzen alhier op omtrent tien meters van den overgang aan den steenweg

                naar Thisselt.

                Omtrent 4 ure ’s morgens zijn drij personen die Willebroeck moeten bewoonen

                binnengekomen in de herberg van Louis Steenmans Blaesveldstraat alhier, doch

                niet eene dezer drij is erkend ; zij zijn vervolgens gegaan bij Petrus Jan De

                Muyer en de weduwe De Muyer Thisseltbaan, waar zij naar melk vroegen.

                De gendarmerie stelde een onderzoek in.”  (GA)

    21-02-2012 om 11:30 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1901 – EEN AREND GESCHOTEN – (GvM-24/2/1901)

                “Men komt ons te melden, dat M. Verlinden-Coenraets, een dezer dagen, tusschen

                Heffen en Leest, op de boorden der Zenne een arend heeft neergeschoten.

                De grote roofvogel van het Zuiden hier aangeland, was juist bezig met eene duif

                op te peuzelen, als hij het schot tot belooning in de hersenen ontving.

                Hij meet niet minder dan 1,30 meter.

                Men zal dien prachtigen vogel laten opvullen.”

     

                53 jaar later herhaalde deze geschiedenis zich, toen jachtwachter Remi Spoelders

                een visarend neerschoot met in zijn bek en klauwen een karper van 750 gram.

     

    1901 – 6 maart :

                “Het livret en de militaire kledingsstukken van den verlofganger Karel Lodewijk

                GEERTS, militiaan van 1894 van het 8e Linie regiment, zijn op 6 meert 1901

                vernield bij het afbranden van zijne woonplaats.

                Dientengevolge zal dezen verlofganger de heerschouwing slechts in

                burgerklederen en zonder livret kunnen bijwonen.”  (GA)

     

    1901 – In 1901 deed het gemeentebestuur van Leest “eene nummering der woningen”.

     

    1901 – Gazet van Mechelen – zaterdag 9 maart 1901 :

      

                LEEST – VERSCHRIKKELIJKE BRAND

                “Woensdag avond zijn alhier op de Leestse hei, drij werkmanswoningen totaal

                afgebrand. De brand is begonnen omtrent half zes, en rond 7 ure lag alles in puin.

                Men weet niet hoe het vuur is aangeraakt. De schade beloopt op ruim 5.000 fr.”

     

    1901 – Gazet van Mechelen – zondag 31 maart 1901 :

               

                GROOTE BEGANKENIS –

               

                “Op den 2den Paaschdag heeft te Leest de groote begankenis plaats ter eere van

                den H. Cornelius, wiens bijstand aldaar in de parochiekerk, sedert jaren, onder

                een grooten toeloop van geloovigen wordt ingeroepen.

                De diensten zullen dien dag geschieden als volgt : om 6, 7, 8, 9 en 10 uren

                worden de missen gecelebreerd ter eere van den H. Cornelius.

                Het lof zal plaats hebben in den namiddag om 3 ure.”

     

    1901 – Gazet van Mechelen – 13/4/1901 :

     

                PRACHTIG CONCERT

                “Ter gelegenheid der opening van het prachtig Speelhof in het lokaal “Het

                Paard” te Battel bij den heer Moons, zal er op zondag a.s. om 5u30 een

                luisterrijk concerto plaats hebben door de fanfarenmaatschappij”Arbeid Adelt”

                van Leest, onder het kundig bestuur van den heer J. Van Aken.

                Het zal er dus aan geene toeschouwers en kunstliefhebbers ontbreken.”

     

    1901 – Gemeenteraad 18 april :

                “Overwegende dat den winter van 1900-1901 langdurig geweest is en ingezien

                den prijs der kolen zeer hoog was, en dat ten dien gevolge de sommen in de

                schoolbegrooting van 1900 voorzien voor verwarming der gemeentescholen

                onvoldoende zijn om de gedane uitgaven te dekken, besluit de raad eenparig :

                er wordt buitengewone toelaag verleend voor die verwarming te weten : aan

                den heer Dumont, voor de gemeente gemengde school van vijftig frank ; en aan

                Juffrouw Nees, voor de gemeentemeisjesschool, van vijf en twintig franks”.

     

                In dezelfde  raad werd het plan en bestek goedgekeurd, betreffende het ontwerp

                van “den steenweg van Hombeek naar Leest”.

                Lengte van de steenweg : 3221 m waarvan 1500,5 m onder Leest viel.

                Kostenraming : totaal 125.763 fr. Daarvan had Leest53.093 fr te dragen.

     

     1901 – GvM- 3 mei 1901 : K. Slachmuylders uit Leest behaalde een 3de prijs in een

                veeprijskamp te Mechelen. Goed voor een prijs van 100 fr.

                In de jury zat de Leestse burgemeester Jaak Bernaerts.

     

    1901 – 18 mei : De Mechelse familie Breckpot kreeg van het Leestse gemeentebestuur

                toestemming : “tot het maken van eenen grafkelder op 3 meters vierkant grond

                op ’t gemeentekerkhof alhier. De vrager verbindt zich aan de gemeente te betalen

                de som van 300 franks, en daarenboven een gift te doen aan ’t Bureel van

                Weldadigheid der gemeente van 150 franks.

                Overwegende dat het kerkhof eene grootte heeft van 45 a 75 c en dat het

                middelmatig getal overlijdens beloopt tot omtrent 30 per jaar...”

     

    1901 – 6 juni : De weduwe Joseph Van Moer-Coosemans verkreeg voor twee jaar, mits

                870 fr per jaar, het tolrecht “op den steenweg van Battel naar Thisselt langs

                Leest”. (GR)

     

    1901 – Op dinsdag 22 oktober hadden er verschillende vechtpartijen plaats in de

                Winkelstraat, in  en aan de herberg van Alexander Goovaerts.

                “Zekeren Louis Van Dam, landbouwer alhier Koeistraat is aangerand geweest

                door den genaamden Briat Jan, metser en herbergier Thisseltbaan te Leest.

                Verscheidene andere personen zouden slagen bekomen hebben...” (GA)

     

    1901 – 31 oktober : De inwoners van Leest werden verzocht om aan rupsenzuivering

                te doen. Dit werd twee maal afgekondigd na de zondagse mis.

                Personen die in gebreke bleven werden persoonlijk ten huize verwittigd door de

                veldwachter.  (GA)

     

    1901 – “Op zondag10 november is er in de gemeente gevochten geweest in en aan de

                herbergen van Jan Pieter Lauwens en Karel Vleminkx, Winkelstraat.

                Door de navermelde personen van Mechelen : Van den Camp Jan,

                beenhouwersgast te Stuivenberg, Van Winge Emiel, werkman bij Suetens,

                stadsraap mestpachter van Mechelen en wonende te Stuivenberg en Absillis Jaak,

                werkman op Stuivenberg.

                Eerstvermelden persoon is in het gemeentegevang opgesloten tot waarborg der

                rust.

                In den nacht tusschen zondag en maandag moeten de twee laatstvermelde

                personen , vergezeld van Van Winge Eduard en Louis, landbouwers te

                Stuivenberg, in het dorp geweest zijn.

                De kas dienende tot aankondiging der wettelijke afkondigingen geplaatst aan

                ’t gevang is van den muur gebroken en beschadigd geworden.

                Terplaatsing der vechting is een mes gevonden geweest, en den persoon die

                Opgesloten geweest is was ook drager van een mes.” (GA)

     

    1901 – Op 23 november deed burgemeester Bernaerts een aanvraag om twee gendarmen

                te bekomen voor de komende gemeentefeesten van zondag 8 en maandag 9

                december. De vraag was gericht aan de bevelhebber van degendarmerie te

                Mechelen.

     

    21-02-2012 om 11:27 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1900 – 1 september : Mathilde Hellemans werd onderwijzeres in de meisjesschool van

                Hombeek, toen nog in de Bankstraat gesitueerd. Ze verving de ernstig zieke

                Julie Lemesle. (KH)

     

    1901 – Leest telde dat jaar 52 “tempels van Bacchus”.

     

    1901 – Dat jaar werd een nieuw politiereglement door de gemeenteraad goedgekeurd.

                Burgemeester Jaak Bernaerts, schepene Henri Bernaerts en de raadsleden Jan

                Baptist De Maeyer, Theophiel Verschueren, Jan Frans De Prins, Victor Diddens

                en  August De Ruysscher waren, met secretaris Van den Bossche, aanwezig op

                deze raad. Hierna enkele artikelen :

     

                artikel 1.  De openbare plaatsen alwaar men drank verkoopt zullen alle dagen

                worden gesloten te elf ure ’s avonds en het blijven tot vier ure ’s morgens.

                artikel 9. Niemand zal schuilplaats mogen geven aan landloopers of bedelaars,

                onvoorzien van paspoorten, aan hem onbekend.

                artikel 10.  Het is verboden in drankhuizen, schouwspelen te laten vertoonen, of

                te laten dansen, zonder bijzondere machtiging van den Burgemeester of van den

                Schepene die hem vervangt.

                artikel 12.  Niemand zal gewapend aan eene danspartij mogen deelnemen. De

                militairen alleen zullen zich gewapend in openbare schouwspelen mogen

                begeven.

                artikel 13.  Alle soort van dobbelspel (jeu de hasard) of loterij is strengelijk

                verboden.

                artikel 15. Kluchtspelers, kwakzalvers, goochelaars en dergelijken zullen op

                geene openbare plaatsen mogen hun bedrijf uitoefenen zonder toestemming der

                plaatselijke overheid.

                artikel 16. Het is verboden de straten te doorloopen al zingende of met muziek,

                behoudens bijzondere vergunning der Policie.

                artikel 17.  De leiders van beeren, apen of andere wilde dieren, worden op geene

                openbare straten of wegen gedoogd, om eenige vertooning te doen.

                In alle seizoenen zullen de rondzwervende honden gedood worden. Zullen als

                rondzwervende honden aanzien worden, de honden die niet vergezeld zijn.

                artikel 18. Het spel met den kolf, het schieten met vuurwapenen en met bogen,

                het werpen met steenen, slingers en sneeuwballen, wordt op de straten en wegen,

                en in de nabijheid derzelve niet gedoogd.

                artikel 19. Het kletsen met de zweep of ander geluid, hetwelk de peerden zou

                kunnen doen verschrikken, wordt, behoudens van wege de voerlieden op eene

                betamelijke wijze verricht, verboden.

                artikel 20. Alle Scherminkels (charivaris) zijn om welke oorzaak het zij, ten allen

                tijde verboden.

                artikel 21. Het wordt de leurkramers of rondzwervende kooplieden verboden aan

                de deuren te kloppen of te bellen, om hunne koopwaren te verkoopen.

                artikel 22.  Het is verboden op de straat iets te werpen of neder te leggen, dat

                stinkende uitwasemingen zou kunnen veroorzaken of de luchtgezondheid

                benadeelen, behalven het mest en het vet voor den landbouw bestemd, hetwelk

                dezelfden dag moet vervoerd worden.

                artikel 24. Alle uitverkoopers van drank, zullen gehouden zijn pissijnen te maken,

                in dier voege, dat de waters niet afloopen op den openbaren weg. De pissijnen

                zullen bij tijds gezuiverd worden, om geenen stank te veroorzaken.

                artikel 25. Het is verboden binnen ’s huis konijnen, bokken of geiten op te

                voeden.

                artikel 46.  Het is verboden zich aan een voortloopend rijtuig vast te houden of het

                te beklimmen.

                artikel 49.  De schouwen der woningen zullen moeten eene hoogte hebben van

                eenen meter boven het dak, en derwijze gemetseld zijn, dat zij met geen hout in

                aanraking komen. De schouwen niet in steen gemetseld, zullen nimmer mogen

                hersteld worden, maar wel bij de eerste noodzakelijkheid van herstelling, opnieuw

                in steen moeten opgebouwd worden.

                artikel 60.  Het is verboden kemp of vlas te laten rotten, of na de rotting te laten

                droogen, op minderen afstand dan 25 meter van de woningen.

                Het rotten van vlas of kemp wordt niet toegelaten dan in stilstaande waters, die

                geene gemeenschap hebben  met beken, rivieren of andere levende waters der

                gemeente.

                artikel 61. Het is verboden zich te baden in de nabijheid van woningen of

                openbare plaatsen, en op andere plaatsen dan die welke door het gemeentebestuur

                zullen aangewezen zijn.

                artikel 64. Het is verboden in openbare straten of wegen gebreken of wonden te

                toonen, om alzoo het medelijden der voorbijgangers te wekken.

                artikel 70.  De overtredingen der bepalingen van dit reglement voor dewelke door

                de wetten of reglementen van algemeen of provinciaal bestuur geene straffen zijn

                bepaald, zullen gestraft worden met eene boet van eenen tot vijftien frank, en eene

                gevangzitting van eenen tot vijf dagen, gezamelijk of afzonderlijk uit te spreken.

                Bij hervalling binnen het jaar, zal het maximum van een of/en ander kunnen

                toegepast worden. (GA-GR-21/2/1901)

     

    1901 – Militiekantoor Willebroek – Loting van donderdag 24 januari.

                Voor Blaesvelt zijn er   15 lotelingen

                Voor Heffen                  18

                Voor Heyndonck            7

                Voor Hombeeck            23

                Voor LEEST                  19

                Voor Ruysbroeck           25

                Voor Thisselt                  17

                Voor Willebroeck          110

                “ ’t Zij 234 lotelingen. Er zijn uitgestelden van vorige jaren.

                Het hoogste nummer is dus 277. Het laagste is 44.” (GvM-24/1/1901)

     

                De lotelingen van Leest met hun nummer :

                1. Busschot Gaston Emilius               nr. 183

                2. Cuypers Bern. Aug.                                   nr. 179

                3. De Muyer Frans Lod.                     nr. 241

                4. De Smedt Corn. Aug.                     nr. 116

                5. Diddens Jan Frans Constant          nr.  51

                6. Hellemans Alfons M.J.E.                nr. 100

                7. Huysmans Guil.Fr.Alf.                    nr. 272

                8. Janssens Frans                               nr.  81

                9. Lauwers Frans Leonard                 nr. 108

                10. Piessens Karel Hub.                     nr.  61

                11. Pollaert Arn.Leop.                                   nr. 152   

                12. Selleslagh Karel Frans                 nr. 265

                13. Teck Frans Lod.                            nr. 253

                14. Van Aken Petrus Jan                    nr. 145

                15. Van den Bossche Pet.Frans         nr.  99

                16. Van den Heuvel Petrus Jan          nr. 114

                17.. Van Linden Karel                        nr. 235

                18. Verbeeck Benediktus                   nr. 136

                19. Vloeberghs Cornelius Isidoor      nr. 206

                (GvM-26/1/1901)

    21-02-2012 om 11:23 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1899 – LEEST – ERG ONGEVAL

                Een dezer dagen was het kind van den koster, oud 2 jaar, mede naar ’t zolder

                gegaan en wanneer het bijna op den hoogsten trap stond, sloeg eensklaps de

                valdeur toe en het arme schaapje zijn handje zat tusschen de zware sluiting.

                In haast kwam men toegesneld om het uit zijnen neteligen toestand te redden,

                doch men vreest dat drij zijner vingeren zullen verloren zijn.”

                (GvM – 26/11/1899)

     

    1899 – 6 december : Eerste optreden van de nieuwbakken fanfare in café “Het Kruispunt” 

                (kruispunt van de Juniorslaan-Vinkstraat, in 2000 de woning van Paul en Renilde

                Van Roy-Segers).

                Onder leiding van dirigent Louis Verbeeck voerden twaalf muzikanten hun

                eerste stapmars uit. Ze was speciaal door de dirigent gecomponeerd om hulde

                te brengen aan een Mechelse geldschieter van St. Cecilia en kreeg de passende

                naam “Hulde aan Mr. Matthijs”.

                Het was in de vroege namiddag van de toenmalige tweedekermisdag.

                Café “Het Kruispunt” werd toen uitgebaat door Isidoor Constant Van Hoof.

                Hij was de allereerste muzikant van “St.Cecilia”.

     

                Toen “die van Stuyvenberg” in 1900 ruzie kwamen zoeken in Leest wou

                Burgemeester Bernaerts de rellen stopzetten. Op het punt het onderspit te delven

                werd hij uit de nood geholpen door Isidoor Constant Van Hoof. Door dit dappere

                en moedige optreden werd deze laatste datzelfde jaar nog aangesteld als

                veldwachter te Leest, ondanks het feit dat hij toen lid was van de andere fanfare.  

                Hieruit kan men opmaken dat het in die tijd bij de Leestse fanfares in noofdzaak

                om de muziek ging.

                Van “Het Kruispunt” trok de fanfare toen in optocht naar de “Belle Vue” en de

                herberg “St-Cecilia” in het dorp, het latere   café “De Drij Gapers”.

                In de beginjaren van de fanfare paalde aan dit café een feest- en danszaal. De

                eerste Lokaalhouder van de fanfare St.-Cecilia was Theodoor Van den Heuvel.

     

    1900 – Te Leest woonden 1545 mensen, onderverdeeld als volgt :

     

                                                               mannen vrouwen totaal                                                                                                                                   

                a) 55 jaar en ouder                  115       98           213

                b) tussen  15 en 55 jaar           405      366          771

                c) jonger dan 15 jaar                291      270         561

                hiervan waren ongehuwd :

                a)                                               26        15           41

                b)                                              245     196          441

                c)                                              291     270           561

     

                -315  Leestenaren waren volledig analfabeet (“ konden lezen noch schrijven”)

                -In de gemeente stonden 274 huizen. (DB-1/7/1957)

     

    1900 – Isidoor Constant Van Hoof wordt veldwachter, dit in opvolging van Jan Baptist

                Bauwens.

                Constant werd te Leest geboren op 13 maart 1865 en hij overleed er op 3 oktober

                1924 . In 1890 was hij getrouwd met Maria Theresia Geerts eveneens uit Leest, 

                zij werd door iedereen zeer geacht omdat eene groote vrees Gods haar bezielde

                en niemand sprak van haar eenig kwaad”, dixit haar doodsprentje.

                Het echtpaar kreeg 10 kinderen.

     

                Van Constant Van Hoof vertelt men dat hij dit ambt had bekomen na zijn

                spontane bijstand aan burgemeester Bernaerts, toen “die van Stuyvenberg” hier op

                een kermis waren komen ruzie zoeken en vechten.

                De burgemeester bemoeide zich ermee, maar stond weldra op het punt het

                onderspit te delven. Toen riep hij tot de omstanders : “In de naam der wet : wie

                wil mij helpen ?” Constant Van Hoof sprong hem bij en werd achteraf garde.

                (LG, blz.124)

                Isidoor Constant Van Hoof zou dit ambt blijven uitoefenen tot 1924.

                In 1954 werd zijn kleinzoon Victor de laatste veldwachter van de autonome

                gemeente Leest.

     

    1900 – ARBEID ADELT

                Maandag namiddag bracht de fanfaren maatschappij Arbeid Adelt van Leest, die

                het puik der gemeente tusschen hare leden telt, aan den Z.E.H Pastoor, ter

                gelegenheid van zijn naamfeest St. Jozef, eene prachtige serenade.

                In hartelijke woorden dankte de Z.Eerw. Herder, het bestuur en de leden van de

                maatschappij Arbeid Adelt, voor dezen blijk van hoogachting en toegenegenheid,

                en hij drukte de hoop uit dat de maatschappij nog lange jaren, in vooruitgang en

                in bloei, tot ieders genoegen mocht blijven voortbestaan.

                Na nog eenige vroolijke aria’s te hebben uitgevoerd, trokken de muzikanten onder

                het uitvoeren van pas redublés naar hun lokaal, alwaar ze nog gezellig, op de

                meest vriendschappelijke wijze zich vermaakten.”

                (GvM-22/3/1900)

    21-02-2012 om 11:21 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Amelie Portael, in 2009 :

    “Toen mijn man Fons (nvdr : Alfons Hellemans) en ik in 1960 de bakkerij overnamen van Albert Piessens, wisten we niet wat ons te wachten stond. “De bakkerij van de Blekken was overgegaan in handen van de Sussen”, dat ging onmiddellijk rond in het dorp.

    Bij Fons waren ze inderdaad Sussen. Al die heisa kreeg nog een staartje want de vaste brooddrager van “Beire” Piessens, Julleke Vloeberghen, weigerde voor ons te rijden.

    Hij wilde niet voor “Sussen” werken. Wij zaten direct met een levensgroot probleem.

    Onze volgende gast, een jonge Mechelaar, viel serieus tegen en uiteindelijk is Vic Verschuren ons uit de nood komen helpen. Maar dat was ook een Blek en toen is “Maria van Finne” (noot Maria Verschuren)  als een razende furie onze winkel binnengevallen :

    “Waarom smijtte gij nen Blek buiten voor nen anderen Blek ?...”

    Wist ik veel van Sussen en Blekken, ik kwam van Peulis...

    “Nieke Frut”, ook een Blekken-sympathisante, kwam altijd om de asse van onze oven en die zeefde ze dan uit en met al wat bruikbaar was bakte ze haar fritten op het Dorpsplein.

    Wij kregen van andere Blekken in de “Root” het verwijt dat de Sussen (wij dus)  putten veroorzaakten aan de achterkant van die huizen en toen hebben we die met onze asse wijselijk gedempt, maar toen deden we Nieke te kort...

    Ooit kregen we van Blekken een vraag om patekens te bakken voor het teerfeest van St. Cecilia. Gaarne gedaan. Maar toen Gobien, de bakker uit de Juniorslaan dat vernam begon hij dat ook te doen. Dat jaar zaten de Blekken met een dubbele portie patekens op hun teerfeest...

    Ik weet ook nog dat de garde afgesproken had met de ongeduldig wachtende Blekken buiten het gemeentehuis. Van achter het raam in het gemeentehuis trok hij een aantal keer ostentatief aan zijn sigaret, het aantal zetels dat de Blekken hadden veroverd...

    Ik heb ooit nog de woning van Nest De Win zien bekogelen met tomaten...”

     

    Emiel Polfliet vertelde in 1977 :

    “Ik herinner het mij als was het gisteren, het was in ’52, de dag van de verkiezingen, in de mis van halfzeven en pastoor Coosemans stond op de preekstoel. Plots begon hij over de verkiezing te praten en vroeg tamelijk rechtstreeks niet voor de “Blekken” te stemmen. Toen is mijn grootmoeder (Colette Van Praet-De Prins)            verontwaardigd rechtgesprongen en heeft letterlijk gevraagd : “Mijnheer Pastoor, zijn wij dan geen kristelijke mensen ?”     

    Waarop de pastoor het antwoord schuldig bleef en hij verliet de kansel en zette de mis verder alsof er niets was gebeurd. Nog even was er spanning in de kerk toen mijn grootmoeder ter communie ging. Heel de kerk keek ademloos toe, maar de pastoor behandelde haar net zoals

    de andere communicerenden en legde de H. Hostie op haar tong.

    Onmiddellijk na die mis staken enkele “Blekken” spontaan de koppen bij elkaar en verzamelden in een mum van tijd enkele tientallen muzikanten van hun fanfare  St.-Cecilia. Die zijn dan dezelfde dag uit dankbaarheid bij mijn grootmoeder  thuis, in de Alemstraat, een serenade gaan spelen.”

     

    Stan Gobien  daarover in zijn boek “Leest in Feest” :

    “Op zondag 12 oktober 1952, de dag van der verkiezingen, deed er zich een incident voor dat een grote weerklank kreeg en niet alleen in Leest. Een van de twistpunten was de herstelling van het dak van de kerk geweest. De pastoor, toen Z.E.H.Coosemans, had zich moeten uitsloven en smeken om het dak hersteld te krijgen. Eerst wou de Kerkfabriek van Leest tussenkomen voor 75.000 frank maar die zag daar van af en uiteindelijk moest de gemeente opdraaien voor het totale bedrag. De pastoor kon het vermoedelijk niet langer verdragen dat de Blekken nu rondbazuinden dat zij prima hadden gezorgd voor de herstelling van het dak van de kerk. In de vroegmis tijdens de preek vloog hij uit naar de kandidaten op de lijst van St.-Cecilia en hij noemde de kandidaten van de “Ware Leestenaar”, “ware leugenaars”. In die tijd waren de meeste Leestenaars trouwe kerkgangers en deze uitspraak vanaf de preekstoel viel niet in goede aarde bij de Blekken. De mannen zaten bleek van woede hun kwaadheid te verbijten, maar ze bleven als versteend zitten. Slechts één vrouw, in Leest “Peit Klet” genoemd, de moeder van Nante De Prins, stond recht en onderbrak de pastoor. Ze zei dat de pastoor het recht niet had haar zoon, die op de lijst van de Blekken stond, een leugenaar te noemen. De pastoor was een ogenblik verbouwereerd maar dat was genoeg om een hele chaos te ontketenen in de kerk. De mannen die daar een paar ogenblikken geleden stilletjes en met schrik op hun stoel zaten, wisten maar al te goed wat er ging gebeuren  als ze niet handelden. Ook zij stonden recht en begonnen hardop te protesteren. De aanhang van de Blekken deed mee en ook de neutrale kerkgangers vonden het ongehoord wat de pastoor zei. De Sussen daarentegen waren het met de pastoor eens en er ontstond een echt tumult.  Waarschijnlijk zag de pastoor in dat hij de zaak niet meer baas kon. Hij stopte zijn preek. Een groot aantal Blekken verliet uit protest de kerk. Ze gingen niet naar huis maar verwittigden onmiddellijk alle medestanders. Velen onder hen gingen de volgende missen bijwonen. Naar verluidt hadden heel wat Blekken aardappelen op zak gestoken en hadden ze afgesproken deze naar de preekstoel te gooien indien de pastoor deze netelige kwestie nog ter sprake durfde te brengen. De pastoor zweeg in de volgende missen in alle talen over het maar langzaam hersteld dak van de kerk…

    Pastoor Coosemans moest ook zijn stem gaan uitbrengen en deed dat na de hoogmis. Heel wat Blekken stonden hem op te wachten. Bij zijn tocht naar de gemeenteschool waar de verkiezing werd georganiseerd, werd hij gehoond en beschimpt. Vanaf toen werd hij door de Blekken beschouwd als een Sus…

    Na de verkiezingen is hij zijn verontschuldigingen gaan aanbieden bij de kopmannen van de Blekken. Hij verklaarde dat hij zich het hoofd op hol had laten brengen door de pamfletten van de Sussen en dat hij het niet zag zitten dat er ooit ‘socialisten’ in het Leestse gemeentebestuur zouden zetelen. Later heeft hij zich niet meer gemengd in de dorpspolitieke strijd.”

     

    21-02-2012 om 11:17 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Anekdotes

    Mijn overgrootvader Isidoor Constant Van Hoof was de eerste muzikant van de Blekken. Het eerste openbaar optreden van de fanfare St.-Cecilia vond plaats, op 6 december 1899,  in zijn café “Het Kruispunt” (kruispunt Juniorslaan-Vinkstraat)

    Nadat hij burgemeester Bernaerts ter hulp was gekomen tijdens een conflict met herriezoekers uit Stuyvenberg kreeg hij als beloning zijn functie van veldwachter, ondanks het feit dat hij lid was van de andere fanfare.

    Al zijn kinderen bleven Blekken, ook mijn grootvader Jan Edward en diens vrouw Florentine De Schoenmaeker. Toen die na zijn dood hertrouwde met haar eerste lief, Louis Diddens, haalde ze een Sus in huis. Na hun huwelijk zou haar tweede man steevast blijven “teren” met de Sussen, terwijl zij de Blekken trouw bleef.

    Mijn zus, mijn broer en ik hebben thuis  nooit iets van Blekkenvoorkeur gemerkt, onze vader gedroeg zich tegenover ons zeer neutraal. Daar zou zijn job als garde wel voor veel tussenzitten. Nadeel was dat wij nooit konden aansluiten bij één van de twee Leestse fanfares en noch vis noch vlees waren. Voordeel : tot op de dag van heden heb ik steeds gestreefd naar de grootst mogelijke objectiviteit in alles.

    Honderden anekdotes vallen er te vertellen over de eeuwige tweestrijd. Enkele wil ik niet weerhouden.

     

    Redetwisten over de oprichtingsdatum van de fanfare “St.-Cecilia”.

    Iedereen wist dat de fanfare “Arbeid Adelt” was opgericht op 8 mei 1898, dus eerder dan die van “St.-Cecilia”. Tot leedwezen van een aantal Blekken dat zij niet de eerste waren.

    Misschien konden ze politiek wat voordeel halen indien...

    Daarom trachtten ze de oprichtingsdatum van hun fanfare te verleggen en ontstond er binnen de vereniging een discussie. Wat zou als oprichtingsdatum worden gehanteerd : het maken van de eerste plannen om met de fanfare te starten in de zomer van 1898 of de eerste min of meer officiële ledenvergadering op 26 augustus 1899.

    Het Blekkenbestuur van toen besliste de oprichtingsdatum een jaar naar voren te schuiven en dit kwam vanaf dat moment tot uiting in de documenten.

    Pas vanaf 1960, met de viering van het 60-jarig bestaan van de vereniging, werd de officiële stichtingsdatum van de fanfare aanvaard...

    (“Leest in Feest”, Stan Gobien)

     

    Jan De Decker in “De Band” nr.33 van 1955 :

    “...het etterend gefoeter en gezwets tussen fanfare zus en fanfare zo kan enkel van aard zijn om het gehele dorpsleven te ondermijnen. Verdeeldheid breekt de weerbaarheid...”

     

    Onderpastoor Cleeren in 1956 in “De Band” :

    “...De Leestenaren hielden van een goede kermis, van een vettig teerfeest, van een pot (of meer) schuimend bier en van O.L.Heer. Slechts alle zes jaren kwam er een kink in de kabel : in de tijd van de gemeenteraadsverkiezingen, dan wat het raadzaam niet te veel in de huizen te komen, want dan zoudt ge zo met een broodmes de argwaan en achterdocht van de gezichten gekrabt hebben : dan had ge nog alleen vriendschap van de zuigelingen en de kleuters. Gelukkig duurde die periode niet lang en het leven van elke dag ging dan weer gewoon verder...”

     

    Paul Van Huffel (ex-Leestenaar), Blaasveld  2009 :

    “Ik heb ooit de plakploeg van de Sussen zien een pint gaan drinken bij dokter Stuyck. Ze hadden hun stootwagen vol plakmateriaal voor de deur geposteerd toen daar een plakploeg van de Blekken passeerde. Die Blekken hebben die wagen zonder aarzelen in de gracht daar tegenover gekieperd...”

     

    Rachel Beullens (dochter van Blekken-gemeerteraadslid Jef) in 1985 :

    “...Toen Onze Nie (noot :  haar zuster Nieke Beullens °8/12/1919, +9/10/1998, gehuwd met Juul Boonen) met een Sus afkwam viel dat niet in goeie aarde bij de rest van onze familie en zeggen dat zijzelf één van de hevigste was. Ze is met den Boonen getrouwd maar voor, tijdens en na elke keus was dat daar groten ambras. Dan spraken die zelfs niet met elkaar...”

     

    De website Leest. Be, 7/3/2003 :

    “...In Leest zijn bepaalde familienamen vrij frequent. Er zijn vrij veel mensen die Selleslagh, Lauwers of De Prins heten. Het is niet zo dat de familienaam dan ook bepaalt of iemand tot de groep van de Blekken of de Sussen behoort. De familienaam Selleslagh komt in beide groepen voor, evenals de familienaam Lauwers en nog heel wat andere.

    In deze optiek dient vermeld dat de beide groepen een zekere controle uitoefenden op de evolutie binnen de eigen clan. Dat ging soms heel ver. Wanneer een jongen van de Blekken verliefd werd op een meisje van de Sussen, dan werd dat vijftig jaar geleden met argwaan bekenen door de ouderen. Die zegden dan : “Hoe is het mogelijk dat hij zoiets doet ? Er zijn bij de Blekken toch ook genoeg mooie en goede meisjes ! Wat heeft hij nu te zoeken bij de Sussen. Dat zal nog verkeerd aflopen !”

    Het was nog erger als een meisje van de Blekken verliefd werd op een jongen van de Sussen, want zij werd beschouwd als hopeloos verloren voor de eigen zaak. Dezelfde ideeën leefden bij de Sussen. Ook zij probeerden hun bloed en hun ras zo zuiver mogelijk te houden. Heel wat “gemengde verliefdheden” tussen de Blekken en de Sussen zijn als gevolg van deze opvattingen nooit met een huwelijk afgesloten. De liefde moest al heel sterk zijn om toen een gemengd huwelijk te krijgen...en gelukkig overwon de liefde ook soms deze hindernis.

    Er deden ook allerlei verhalen de ronde rond de Blekken en de Sussen. Ze werden verteld in de dorpscafés en op familiebijeenkomsten. In een café van de Blekken werden Blekkenverhalen verteld, dikwijls ook in het bijzijn van de Sussen en hun heldenverhalen werden met gepaste overdrijvingen in de verf gezet. Wanneer er Sussen in het café waren, dan werd alles nog wat meer overdreven en werden woordspelingen gemaakt op zogenaamde mislukkingen van de Sussen, met de bedoeling van de vertellers de andersdenkenden min of meer belachelijk te maken. Wanneer het te gortig werd, dropen die meestal stilletjes af. Toch waren er ook Sussen die zich niet zo maar lieten doen en die fel van zich afbeten toen ze vonden dat hun partijgenoten te veel en onterecht in hun hemd werden gezet. De Blekken kregen natuurlijk van hetzelfde laken een broek, wanneer ze in een echt Sussencafé kwamen...

    Voor een aantal strijdvaardige aanhangers van beide groepen was het cafébezoek bij de tegenstanders een ideale gelegenheid om na te gaan hoe het stond met hun morele kracht en weerbaarbeid. Als er daarbij veel bier door de kraan liep, kwamen de tongen los.

    De geheime plannen van de tegenstanders werden dan te vroeg openbaar gemaakt...”     

     

    Frans “Susse” Teughels in De Band

    “Pas had het grommelen van bommen en granaten opgehouden of we konden het rommelen van de trommels reeds horen tot op het dorp. Iedere vrijdagavond werd in de zaal van Sooitje repetitie gehouden door de vlug heropgerichte fanfare.

    Schetterende trompetten en bazuinen, aangevuld door zachtere instrumenten, klonken gedempt door, tot zelfs op onze slaapkamer. De Blekken waren herboren.

    Van de Sussen was geen sxml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />prake meer. Het eeuwige bekvechten over muziek en fanfare was volledig geluwd gedurende de lange oorlogsjaren. Ook van de daaruit voortvloeiende dorpspolitiek hadden ze hun bekomste. Eigenlijk hadden ze reeds enkele jaren voor de oorlog de strijd gestaakt. Doch een paar driftkoppen onder hen hadden toen de politieke handschoen aangepakt en voor de lol zich gemeld als kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezing. Tot grote verbazing van iedereen behaalden de “Juniors”, zoals ze zich noemden, geheel onverwacht een glansrijke meerderheid.

    Sinds heuglijke tijden was het bij ons de gewoonte geworden om in die overwinningsnacht met rammelende stoofbuizen rond te rijden. Altijd maar op en af ging die rit, telkens weer voorbij de kandidaten die het onderspit hadden gedolven. Tevens was het een uitgelezen kans om er in dolle pret drie dagen tegen aan te lappen...herberg in en herberg uit, tot de meesten onder hen volledig platzak waren.

    Met een burgemeester, verkozen buiten raad, hebben ze die jaren de befaamde Juniorslaan aangelegd. Waarschijnlijk is die luxe voor velen van onze kiesgerechtigden teveel geweest want bij de volgende “keus” was het buiskensrijden voor de mannen van de andere kant. Met lede ogen hebben dan ook de juniorssympatisanten de drie dagen durende braspartijen moeten aanschouwen. Van zulke dingen wilden ze niet meer weten.

    De gedachten alleen al aan de affronten van dat buizengekletter was blijkbaar teveel geweest. Verscheidene oud-muzikanten van “Arbeid Adelt” dachten er zelfs aan zich te melden bij de weer bestaande maatschappij om samen één grote fanfare te vormen.

    De familiepolitiek van voor de oorlog leek voorgoed voorbij.”

    21-02-2012 om 11:08 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

                                      SUSSEN en BLEKKEN : pure folkore.

     

    Naast “Posse Leest” associeren nog steeds vele buitenstaanders Leest met de eeuwige strijd

    “Sussen-Blekken”. Hoe een dorp hopeloos verdeeld raakte en bij elke kiescampagne op het oorlogspad trok.

    Heden ten dage wordt die tegenstelling al eens ge(mis)bruikt door politieke partijen of journalisten om hun standpunten te verduidelijken maar meestal hebben ze het bij het verkeerde eind.

    De tegenstelling tussen de Leestse Sussen en Blekken had niets te maken met rechts of links, met katholiek of vrijzinnig.

    Beide partijen waren uitgesproken vaderlandslievend en strikt katholiek. Ze hadden elk hun eigen fanfare die de ruggegraat vormde van hun sociale weefsel.

    De tweestrijd vond plaats tussen 1899, met de stichting van een tweede fanfare op de gemeente en eindigde in 1964, met de ontbinding van de oudste en Sussen-fanfare Arbeid Adelt.

     

    De Sussen en de Blekken...eeuwige dorpsstrijd.

    Bij elke gemeenteraadsverkiezing barstte die strijd steevast los, tot maanden ervoor en maanden erna stonden de grootste fanatici als kat en hond tegenover elkaar.

    In het dagelijkse leven en buiten de verkiezingsstrijd waren de menselijke relaties tussen de modale Blek en Sus nornaal en goed. Men had elkaar nodig en bood hulp waar nodig ook bij de andersgezinden.

    Toen de fanfare “St. Cecilia” in 1899 werd gesticht, een jaar na de oprichting van “Arbeid Adelt” was dit het resultaat van de politieke emancipatie die enkele jaren voor de eeuwwisseling was opgetreden.

    Zo kwam er een oppositie te Leest en meteen twee dorpspartijen, in de volksmond “Sussen” (Arbeid Adelt) en “Blekken” (St. Cecilia), die mekaar om beurten het burgemeestersambt zouden betwistten.

    Stuwende kracht achter St. Cecilia was Theofiel Verschueren, een landbouwer uit de Scheerstraat, die in 1921 de hegemonie van de Sussen zou doorbreken en de eerste Blekken-burgemeester  zou worden.

    Van 1927 tot 1939 namen de Sussen het weer over en kwam de burgemeestersjerp in handen van Victor De Laet.

    Nadien zouden de Blekken onafgebroken aan de macht komen tot in 1976, de fusie met Mechelen.

    In 1964 viel de fanfare Arbeid Adelt bij gebrek aan eensgezindheid uit elkaar en hadden de Blekken af te rekenen met de Socialisten (BSP lijst nr 1) en Gemeentebelangen (lijst nr 3).

    De Blekken haalden 5, Gemeentebelangen 3 en de socialisten 1 zetel.

     

    De naam “Blek” en “Sus”.

    Wat de betekenis van de naam is, kon niet met zekerheid achterhaald worden. Over heel Vlaanderen kregen de katholiek gezinde politici meestal de bijnaam van “Sussen”. De groep van de misschien meer wereldlijk ingestelden of de pluralisten kreeg een andere naam. In Leest was dat “Blek”. De naam komt relatief weinig voor in de Vlaamse dorpspolitiek. Vermoedelijk is het een spotnaam die is uitgedacht door de Sussen.

    De fanfare “Arbeid Adelt” had omstreeks de vorige eeuwwisseling de meeste notabelen van de gemeente achter zich. Deze vereniging kon dankzij de grotere financiële middelen meer dan waarschijnlijk instrumenten van goede kwaliteit kopen. In die tijd waren de kwaliteitsinstrumenten van koper gemaakt. Omdat de muzikanten van St.-Cecilia zich die luxe niet altijd konden permitteren, speelden ze op instrumenten van mindere kwaliteit, op “blikken instrumenten”. Een Blek is dan een muzikant van St.-Cecilia die op een instrument van mindere kwaliteit speelt. Later werd de naam veralgemeend en uitgebreid naar alle aanhangers van St.-Cecilia Leest…

    (Stan Gobien in “Leest in Feest”.)

     

    21-02-2012 om 11:05 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Ceciliafeesten en I.C.W.

    Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan richtte men in mei 1949 een grote nationale muziekwedstrijd in waaraan niet minder dan 39 korpsen deelnamen.
    Vanaf 1959 werden, onder impuls van Pol Piessens, internationale contacten gezocht met buitenlandse organisaties en korpsen en in mei ’72 startte men definitief met de Ceciliafeesten en de I.C.W. (Internationale Concertwedstrijd).

    Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Leestse fanfare traden 45 van de 117 inschrijvingen aan op de 4de internationale stapmars en showwedstrijd.

    De Britse, Nederlandse en Belgische korpsen lieten zich van hun beste kant zien.

    Het optreden van de showband “The Derby Serenades” uit Groot Brittanië zou nog jaren in de herinnering blijven.

    Door het groot enthousiasme en het aanwezige organisatietalent werd in mei 1975 voor het eerst het Europees Kampioenschap voor Brassbands georganiseerd. Zeven Britse bands, één Deense en één Belgische band werden gejureerd door gereputeerde muziekkenners als G. Follmann (B), G. Beckingham (GB), A. Haberling (ZW) en H. Van Lijnschoten (NL).

    Eind juni 1976 werden de Ceciliafeesten en de I.C.W. een voltreffer met het Europees Kampioenschap voor Harmonieën en Fanfares.

    Op 4 juni 1978 zorgde men weeral voor een primeur en werd het Belgisch Kampioenschap georganiseerd in samenwerking met het Muziekverbond van België.

    Een 25-tal korpsen traden op 24,25 en 26 mei 1979 aan op de Jubileumwedstrijd.

    Het 80-jarig bestaan van St.-Cecilia was een enorme meevaller. Vooral van Nederlandse zijde kregen de Belgische korpsen duchtig verweer.

    Stilaan kreeg de I.C.W. meer en meer internationale faam. Zelfs korpsen uit het Oostblok en Zuid-Europa namen deel...

    (uit de brochure van de 18e ICW, 1990)

     

    In 1976 werd Jan-Piet Leveugle als dirigent aangetrokken nadat hij al een jaar de drumband van de fanfare onder zijn leiding had staan. Hij zou met de fanfare terug vanaf de laagste afdeling starten.

    Nog datzelfde jaar werd de vereniging provinciaal kampioen Fedekam in de 3de afdeling fanfares.

    In 1977 werd het korps Belgisch kampioen in de 2de afdeling.

    In 1978 werd de 1ste afdeling overgeslagen en trad het korps op in de uitmuntendheidsafdeling. Na een paar overwinningen in vrije muziekwedstrijden werd de vereniging wereldkampioen in deze afdeling met 311/360 punten en een eerste prijs.

    In 1979 werden weer een paar vrije wedstrijden gewonnen, zoals de jubileumwedstrijd te Kapelle-op-den-Bos..
    In 1980 werd er weer eens aan een Belgisch kampioenschap meegedaan. Het fanfarekorps werd weer Belgisch kampioen in de afdeling uitmuntendheid – fanfares bij het Muziekverbond van België.

    In ’81 won St.-Cecilia op het Wereld Muziek Concours te Kerkrade (Nederalnd) de wereldtitel in de ere-afdeling voor fanfares, het korps behaalde 324/360 punten, een eerste prijs met felicitaties. Het was de eerste keer dat een fanfare in de ere-afdeling een zo hoog puntenaatal kon behalen.

    In ’82 nam de fanfare deel aan het nationaal tornooi van de stad Brussel. In de ere-afdeling werd de muziekvereniging laureaat en behaalde de eerste prijs met lof van de jury.
    In 1983 werden zij winnaar van de Nationale Wedstrijd  “Grote Prijs van de Lions Club Belgium” alsmede Belgisch Kampioen  fanfare ere-afdeling (originele fanfare met uitsluitend koperinstrumenten). (GvM,9/2/84)

    In ’85 volgde Frans Violet J.P.Leveugle op.

    Bij de viering van het 90-jarig bestaan in september 1989 zag het bestuur er als volgt uit :

    Mevrouw Pol Piessens : ere-voorzitster,Victor Verschueren : voorzitter, Frans Piessens : ondervoorzitter, Johan Vandeputte : secretaris.
    Dianne Van Medegael : secretaris Sint-Ceciliafeesten en ICW.
    Jef Lauwers : feestleider en bestuursleden Antoon Lauwens, Rik Lauwens, Pol Huybrechts, Marcel Van Loo, Emiel Verschueren, Kamiel Verschueren, Jan Moons en August Lauwers als contactman tussen bestuur en muzikanten.

    De muzikale leiding was in handen van Frans Violet en Luc Vertommen.

    Lesgevers van de muziekschool van de fanfare waren toen Johan De Wit, Luc Vertommen, Jan De Decker en Freddy Walschaers.  (gvm 14/9/89)

    Halfweg 1994 kreeg dirigent Johan De Win, een kleinzoon van één van zijn voorgangers Rik De Bruyn, het korps onder zijn leiding.

    Johan De Win heeft zijn basisopleiding in de Leestse fanfare gehad en werd beroepsmuzikant. Hij gaf les aan de muziekacademieën van Willebroek, Sint-Niklaas en Boom waar hij notenleer en muziekgeschiedenis doceerde. Daarnaast was hij ook nog dirigent van de Kon. Harmonie “De Rupelzonen” in Boom en muzikant in Brass Band Willebroek.

    Zijn eerste succes als dirigent viel hem te beurt in het Provinciaal Concerttornooi Antwerpen van oktober-november ’94. Hij behaalde er met Sint-Cecilia de hoogste score voor harmonieën, fanfares en brass bands.

     

    In een informatiebrochure van 1995 van de fanfare vonden we het toenmalig bestuur terug :

    Ere-voorzitter : Vic Verschueren, Elleboogstraat 36 Leest.

    Voorzitter : Kamiel Verschueren, E. Rollierstraat 7 Willebroek.

    Ondervoorzitter : Pol Huybrechts, Dorpsstraat 60 Leest.

    Penningmeester : Maggy De Borger, Juniorslaan 31 Leest.

    Verslaggever : Ilse Peeters, Dorpsstraat 34 Leest.

     Jeugdverantwoordelijke : Roland Vanwelden, Juniorslaan 31 Leest.

    Instrumentenbeheerder : Emiel Verschueren, Winkelstraat 7 Leest.

    Feestsecretaris : Jef Lauwers, Kouter 68 Leest.

    Secretaris : Stan Gobien, Kouter 79 Leest.

    Leden :

    Bert De Borger, Juniorslaan 31 Leest.

    Rik Lauwens, Kouter 82 Leest.

    Rik Peeters, Juniorslaan 124 Leest.

    Adrienne Pepermans, Junorslaan 105 Leest.

    Marcel Van Loo, Dorpsstraat 7 Leest.

    Dirigent : Johan De Win, Dorpsstraat 64 Leest.

     

    In dezelfde brochure lazen we dat er in ’95 ruim 30 kinderen en een vijftal volwassenen de cursussen notenleer volgden. Een aantal onder hen leerde ook een koperblaasinstrument bespelen. De eerste jaren werden de cursussen in Leest gegeven. Vanaf het derde jaar  gingen de meesten over naar de Muziekacademie van Willebroek.

    Verder stipuleerde men dat in de Leestse fanfare niet langer de stelregel gold : “Geen drank, geen klank”, wel “Eerst goede klank, dan af en toe wat drank”.

    Het moest gezellig blijven.

    We leerden ook dat muzikanten werden vrijgesteld van lidgeld en gratis het ledenblad “Toeters en Trompetten” ontvingen.

    Dat lidgeld bedroeg voor de ereleden 500 frank per jaar.

     

    Het zou ons te ver leiden om alle details van de jongste Leestse fanfare uit de doeken te doen. De belangrijkste gebeurtenissen worden hierna chronologisch weergegeven.

    Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan schreef Stan Gobien in 1999 een prachtig

    boek van de fanfare Sint-Cercilia : “Leest in Feest”.

    21-02-2012 om 10:47 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1899 -                         De Fanfare “Sinte-Cecilia”

     

    In 1899 werd de fanfare “Sint-Cecilia” gesticht. Stuwende kracht was Theofiel Verschueren die tot in 1928 het ambt van voorzitter zou waarnemen.

    De stichting van deze fanfare, een jaar na de stichting van “Arbeid Adelt” was het resultaat van de politieke emancipatie die enkele jaren voor de eeuwwisseling was opgetreden.

    Zo kwam er een oppositie te Leest en meteen twee dorpspartijen, in de volksmond “Sussen” (Arbeid Adelt”) en “Blekken” (Sinte-Cecilia), die mekaar om beurten het burgemeestersambt betwistten.

    De politieke rol van “Sint-Cecilia” zou verdwijnen in 1976 met de fusies van de gemeenten.

     

    De statuten van de muziekmaatschappij werden vastgelegd in de bestuursvergadering van 26 augustus 1899 en het eerste optreden dateerde van 6 december 1899 en vond plaats in café “Het Kruispunt”.

    In 1902 ontvingen de muzikanten hun eerste pet, waarde 2,5 frank en ook een naamplaatje “Sint-Cecilia Leest” werd eigendom van de maatschappij.
    De standaard werd reeds van bij de oprichting aangekocht.

    Al snel werd er deelgenomen aan verscheidene “concours”.
    Onder leiding van de muziekchefs Louis Verbeek en zijn zoon Ferdinand uit Tisselt, werden tussen 1900 en 1934 zowat 24 medailles verzameld.

    (GvM 22/3/86)

    De fanfare zou uitgroeien tot een muziekmaatschappij van hoog muzikaal gehalte. Ze werd in 1978 o.a. wereldkampioen te Kerkrade in de kategorie “Uitmuntendheid”.

     

     

    August Lauwers in “De Band”  - 1956 :

    “De Koninklijke fanfare “Sinte-Cecilia” werd gesticht einde 1898. In 1899 werd het vaandel aangekocht.
    De eer van dit verdienstelijk werk komt in de eerste plaats toe aan wijlen de heer Theofiel Verschueren die tot in 1928 het ambt van voorzitter waarnam. Hij was een onvermoeibare werker die zich met hartstochtelijke ijver volledig aan de maatschappij heeft gegeven en tevens ook verschillende jaren het ambt van burgemeester waarnam.

    In 1928 werd de taak van voorzitter overgenomen door Pieter De Prins, deze nooit afgevende leider komt de eer toe voor onze fanfare een triomftijdperk te helpen bewerken.

    Als eerste muziekmeester trad Louis Verbeeck uit Tisselt op, zijn taak werk bij zijn afsterven overgenomen door zijn broer Ferdinand.

    In 1938 werd één onzer eigen zonen, een jonge Leestse muzikant, de heer Rik De Bruyn, als muziekbestuurder aangesteld. Dank zij zijn grote wilskracht en aktiviteit, heeft hij onze fanfare op enkele jaren tijds uitgebouwd tot een machtig geheel dat met de beste

    fanfares uit het omliggende kan wedijveren.

    Voor de tweede wereldoorlog beperkten wij er ons toe, deel te nemen aan het vieren van godsdienstige en vaderlandslievende plechtigheden, traditie die wij nog steeds in ere houden. Ook werd er deel genomen aan muziekfestivals waarvan de medailles, aan ons vaandel gehecht, getuigen.

    De betrachting van onze huidige dirigent, ons muziekkorps op een hoger peil te brengen, kwam voor de eerste maal tot uiting in 1948 toen we voor het eerst aan een muziekwedstrijd deelnamen.

    Sedert 1947 zijn we aangesloten bij de Katholieke Federatie van Muziekmaatschappijen, tevens ook bij het Muziekverbond van België sedert 1951 onder nr.32A...”

     

    Ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan bracht L.V.L. in “De Band” (nr.1) het volgende lyrisch verslag :

     

    “...In onze plattelandsgemeente Leest met haar plus minus 1862 inwoners, met de gekende hoeven o.m. “de Rendelbeek-hoeve”, deze van “Kobe-Latens”, “Ter Moortere” e.a., en waar seders 1552 de goede mensen ter kerke werden opgeroepen, heeft het nederige kerkklokje de gevoelens zo aangegrepen dat de tonen een wekroep waren om de Leestenaren er toe te bewegen de taal der muziek te leren beoefenen, m.a.w. een gesprek aan te knopen met de open natuur om zodoende het edukatieve ervan te doen doordringen, te leren waarderen en lief te hebben.

    Peter Benoit heeft zijn volk leren zingen en de onweerstaanbare drang doen ontstaan de muziek te beoefenen.

    Onder die impuls waren er enkele eenvoudigen onzer medeburgers die het waagden van wal te steken en de tocht op de zwalpende baren werd begonnen, de stuurlui aan boord en de stevige hand aan het rad.

    Het was in maart 1899 dat het vertreksein werd gegeven om na een toch van 5 maand op een klip te worden geslagen. Het was het einde van een proeftocht maar het begin van een nieuwe inzet, want iedereen wist dat het doel moest bereikt worden.

    De statuten van de muziekmaatschappij Ste Cecilia werden vastgelegd in de bestuursvergadering van 26 augustus 1899. Van dat moment zou de muziek haar tonen kunnen laten weergalmen over die kleine vlek aan de Zenne, het gemoedelijke Leest.

    Het was op Sinter Klaas, de tweede kermisdag van 1899 dat een twaalftal muzikanten aan het kruispunt vertrokken bij de allereerste muzikant en caféhouder Constant Van Hoof, en opstapten naar het dorp met als stapmars “Hulde aan Mr Mathys”, getoondicht door de toenmalige chef, Louis Verbeeck van Tisselt, met als terminuspunt “De Vlaamse Leeuw” gehouden door lokaalhouder Theodoor Van den Heuvel.

    Terloops moet aangestipt dat in 1900 een inzinking werd vastgesteld waarvan de oorzaken spoedig een publiek geheim waren geworden en dan ook zeer snel van de baan waren.

    Alles begon meer en meer naar wens te gaan, en na een paar jaren, in 1902, ontvingen de muzikanten een pet, aankoopprijs 2,50 frs en daarna een bordje met de benaming “Fanfare Ste Cecilia 1899”.

    Wie zou ooit durven denken hebben dat zo een “sosjeteitje” zo snel een poging zou gedaan hebben om “medaljes” te veroveren ?

    Er staat ergens geschreven : “de Vlamingen hebben een ijzeren koppen koppigheid” ; ook hier waren de Leestenaren van aan de welriekende Zenne, stijfhoofdige mensen geworden en begonnen onder de leiding van de respectievelijke muziekchefs, de heren Louis en Ferdinand Verbeeck mede te dingen.

    De geleverde prestaties tussen de jaren 1900 en 1934 zijn wel de moeite waard om te vernemen ; Medaljes werden behaald als volgt : Mechelen (1900), Battel (1902), Oostende (1902), O.L.V.Waver (1903), Antwerpen (1903), Hombeek-Eike (1903), Tisselt (1904), Heffen (1904), Leest (1905), Hombeek-Plein (1906), Leest (1906), Terhagen (1906), Antwerpen (1907), Ruisbroek (1909), Tisselt (1909), Blaasveld (1911), Kapelle o/d Bos (1913), Oostende (1925), Humbeek (1934), Mechelen (1934).

    De hogervermelde muziekchefs hadden prachtig werk geleverd en na hun afsterven werd de zware taak toevertrouwd aan de heer Rik De Bruyn, dat was in 1938...”

    Na Louis Verbeeck, Ferdinand Verbeeck en Hendrik “Rik” De Bruyn, werd Theo Fierens in 1965 muziekleider. In 1973 nam Frans Dierckx het dirigeerstokje over.

     

    Het eerste  reglement telde 5 hoofdstukken en 62 artikelen en werd gestemd door volgend bestuur :

    Erevoorzitters : Frans Beullens en Marcelinus Lemmens.

    Voorzitter : Teophiel Verschueren.

    Onder-Voorzitter : Frans Piessens.

    Schrijver : Floriaan Meyers.

    Schatbewaarder : Theophiel De Wit.

    Boetmeester : Prosper Busschot.

    Raadsleden : Antoon Stoop, Victor Robijns, Frans Robijns, Lod. Nuytkens, Const. Polspoel, Lod. Alewaeters, Jozef Selleslagh, Jan Lauwers.

    De markantste artikelen pikken wij eruit :

    Art. 6. De uitvoerende en verplichte eereleden zullen eene maandelijksche bijdrage betalen van 1,50 fr voor de uitvoerende, en drie frank voor de verplichtende Eereleden.

    Art. 7. De Eere-Voorzitters en Voorzitter betalen eene jaarlijksche bijdrage van 50 fr.

    Art. 29. Niemand mag op dezelfde gemeente deel uitmaken van twee Fanfarenmaatschappijen.

    Art. 30. Elk lid der maatschappij dat komt te overlijden zal de laatste hulde, door het muziek toegebracht worden..

    Art. 31. Indien een afgestorven lid de laatste eer door het muziek toegebracht wordt, moeten al de leden persoonlijk den lijkstoet en lijkdienst bijwonen op boet van 5 frank.

    Art. 34. In de maatschappij St. Cecilia mogen geene leden zijn, waarvan uit hetzelfde huisgezin een lid of leden zouden deelmaken van eene andere muziekmaatschappij, bestaande of nog zoude ingericht wordende in de kom der gemeente.

    Art. 51. De uitvoerende leden dwelke eene geheele repetitie zullen afwezig zijn, zullen eene boete betalen van vijftig centiemen, degene welke na de naamoproeping en voor de poos komen,zullen 0,25 centiemen betalen.

    Art. 52. De repetitie zal ten minste drij uren duren, een uur voor de leerlingen, twee uren voor de wezentlijke muzikanten, en zal juist op het uur beginnen,welke het bestuur zal vaststellen.

    Art. 61. De maatschappij neemt geen deel aan politieke betoogingen.

     

    21-02-2012 om 10:44 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    1903 – Gazet van Mechelen 26 november 1903 : “Een gelukkige vinder.

                Verleden maandag was zekere Victor V.V. van Leest, in eenen beemd, gelegen

                tegen de Heffenbrug werkzaam met 8 personen en vond opeens, op eene diepte

                van 15 centimeters, een aarden potje gesloten met houten tap.

                Men ziet van hier de blijde verbaasdheid dezer lieden bij het ontdekken van dit

                wonderbare voorwerp : doch noch hooger steeg hunne vreugde bij het openen

                van den tap en als zij uit het potje zestien zware schoone gouden franschen

                stukken zagen rollen, waarde circa 50 fr ieder stuk !

                De vinders dansten en sprongen van blijdschap en een goede pint werd er op

                geleedigd. Het bleef er niet bij, want een lekker avondmaal voor dinsdag avond,

                werd door onze goede vrienden aangezegd.

                We wenschen de vrienden van Leest van harte proficiat met hunne gevonden

                schat.”

     

    1903 – 20 december : Deze dag overleed Jan Verlinden, Hertstraat nr. 2, aan de pokken.

                (GA) 

     

    1903 – 25 december : Carolus Alfons De Schoenmaeker, Hertrstraat nr.4, overleed aan

                de pokziekte. (GA)

                “Onze Frans,” vertelde mijn grootmoeder Tien De Schoenmaeker me in 1979, “is

                gestorven op zijn 21 jaar aan den typhus. Hij verkeerde vanaf zijn 17 jaar in Battel

                met die van ’t Kooike en in die tijd waren dat zomers dat het zo heet was dat ge u

                niet kont houden. En die jongen werkte in ’t hout hé, te Mechelen bij de Voskens.

                En op een gegeven moment heeft hij zoveel water gedronken van dorst dat hij

                er den typhus van kreeg. En geen enkele mens dierf er omtrent ons huis komen,

                zeker niet in zijn kamer. Ons moeder alleen moest die oppassen.

                En onze Frans die kon spiëken (nvdr : spuwen) , wel vier meters ver, door zijn

                tanden vanuit zijn bed deed hij dat. Ook wij als familie mochten zijn kamer niet

                betreden en toen wij, na zijn dood, al zijn klederen wilden verbranden, was daar een

                bedelares, Trees Portael uit Mechelen, die alle weken langskwam en die heeft alles

                meegenomen : twee dikke spreien, twee dikke dekens en lakens en die was daar

                totaal niet bang voor.

                Toen is ons huis helemaal ontsmet en alle ramen werden dichtgeplakt met

                papiertjes en ons huis diende drie dagen gesloten te blijven.

                Ja, onze Frans dat was de snelste (nvdr : knapste) gast van uren in de ronde.

                Toen heeft ons moeder toch geschreeuwt s酔   

                (Zie foto)

     

    1903 – 30 december : Maria Verdickt, Blaasveldstraat 21, (niet ver uit de buurt van de

                Hertstraat), overleed eveneens aan de pokken.

                Het gemeentebestuur nam afdoende maatregelen tegen deze gevaarlijke ziekte.

                De betrokken huizen werden ontsmet, hun bewoners alsmede de omwonenden

                ingeënd en de kinderen der besmette huizen werd de school ontzegd.

     

    1904 – Dat jaar  werden door het Bureel van Weldadigheid te Leest 8 gezinnen volledig

                en 29 tijdelijk ondersteund.

     

    1904 – In 1904 werden er 17 lotelingen ingeschreven.

     

    1904 – Arbeid Adelt telde dat jaar 78 ere- en 53 spelende leden.

                Sinte Cecilia telde 62 ere- en 44 spelende leden. (GA)

     

    1904 – 7 januari : Dokter De Becker uit Tisselt nam opnieuw een geval  van pokken

                waar, ditmaal in het gezin van Remi Fierens-Jacobs, een landbouwer uit de

                Koeistraat.

     

    1904 – 3 maart : Het gemeentebestuur liet de vacature van hulponderwijzeres in het

                Belgisch Staatsblad opnemen. Jaarwedde : 1100 frank.

     

                Op 24/4 werd Mathilde Hellemans benoemd als hulponderwijzeres in de

                gemeentelijke  meisjesschool. Er waren vier kandidaten.

                Mathilde haalde het met 5 stemmen tegen 3 voor Stephanie Dumont. (GA)

     

                Voordien had juffrouw Mathilde vier jaar in het onderwijs gestaan te Hombeek.

                Te Leest zou ze later Caroline Nees opvolgen als schoolhoofd.

                Mathilde Maria Jozefa Kornelia Hellemans was te Kraainem geboren op

                3 september 1878.

                Tot kort voor haar dood op 14 februari 1938, bleef ze voor de klas staan.

                Ze was ook voorzitster van de Boerinnengilde.

                       

    21-02-2012 om 00:00 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-02-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1956 – Samenstelling Bestuur

    Voorzitter : Frans Van der Hasselt. Ondervoorzitter: Frans Muysoms.

    Secretaris : Constant Huysmans. Kassier : Alfons Hellemans.

    Verslaggever : Jozef Broothaers. Muziek : Jozef Geerts.

    Instrumenten : Frans Beullens.

    Leden : Constant Buelens, Lode Croes, Rene Voet.

    Ere-Bestuursleden : Victor De Laet, Victor Selleslagh, Edward Van Steenwinckel.

     

    1957 – Zondag 3 maart : Grote Muziekavond

    In de zaal “De Rozelaer” bij Theo Teughels, Dorp Leest. Begin 17u30.

    Onder leiding van Dhr. J. Van der Taelen.

    Tussenin optreden van de zingende clown Janus Prul “een paljas die de zaal doet gieren”

    1958 – 16 februari : Muziekavond       

    Plaats van het gebeuren : zaal “De Rozelaer”. Dirigent : J. Van der Taelen.

    Attracties : conferencier Guske Lancier, humoristisch goochelaar Framatelli en            Accordeonist F. Canas.

    In “De Band” van maart 1958 gaf Jan De Decker zijn kommentaar :

    “Chef en muzikanten, hartelijk gefeliciteerd ! Onze meest hartelijke wensen voor veel bloei en vooruitgang ! En...het xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />programma begon slechts met enkele minuten vertraging. Milac is blij opvolgers te hebben gevonden in haar opzet om elke feestavond stipt op het aangekondigde uur te doen beginnen, ook al dient dan het programma aangevat voor een half volle zaal...

    Tijdens de uitvoering van het VADERLANDS LIED is het ons weer eens opgevallen, HOE ONVERSCHILLIG het publiek zich dan gedraagt...Een beetje eerbied en ingetogenheid zijn nog steeds van deze tijd of kunnen wij dat nog alleen bij de uitvoering van deze hymne op een ...kerkhof ?...”’  

     

    1958 – Mei : 60-Jarig bestaan

    De fanfare telde op dit moment 149 leden plus 35 muzikantern, 4 erebestuursleden en 11 bestuursleden.

    Dat bestuur bestond uit :          

                Voorzitter : Frans Van Der Hasselt, Ondervoorzitter : Frans Muysoms.

                Secretaris : Constant Huysmans

                Schatbewaarder : Alfons Hellemans

                Verslaggever : Juul Boonen

                Muziek : Jozef Geerts

                Commissarissen : Frans Beullens, Louis Croes, Arnold Teughels, Remy

                Spoelders, Voet.

                Eereleden : Constant Buelens, Victor De Laet, Victor Selleslagh, Edward Van

                Steenwinckel.

                          Bezetting instrumenten:

                Bugelsolo     :    5       Eerste trombone    :  1

                Eerste bugel :    3       Tweede trombone :  1

                Tweede bugel :  2      Derde trombone    :  1

                Derde bugel   :   3        Eerste baryton      :  1         

                Eerste piston  :   1        Tweede baryton   :   1

                Eerste trompet : 2        Derde baryton    :    1

                Tweede trompet:1     Eerste tuba         :     3

                Saxofoon     :      1      Tweede tuba       :     1

                Eerste alto     :    1        Bombardon        :     2

                Tweede alto    :  1      Grote trom    :            1

                                                    Kleine trom :            2.

    De muziekherhalingen gebeurden op vrijdag.

     

    1959 – 8 februari : Muziekconcert

    Locatie : zaal “De Rooselaer” bij Theo Teughels. Op het programmablad stonden : “Flink en Fier” een mars van R. Kumps, “Walk-Over” mars van Strauwen, “Antigone” een ouverture van Rousseau, “Terug uit Dinant” een mars van F. Teughels, “Zwart Water” een ouverture van Jourquin, “Oude Kameraden” van Teike, “Siciliaanse Ouverture” van Dax,“Judex”, “Kermesse” van De Roeck en het Vaderlands Lied.

    Leiding : J. Van der Taelen.

    Voor de afwisseling werd gezorgd door Bux, een humorist-conferencier.

     

    1960 – Verslag Muziekconcert in “De Band” :

    “...Wanneer te 19 u 15 de eerste tonen weerklonken, waren er een 50-tal aanwezigen om aan te groeien tot een bomvolle zaal, dus een werkelijk succes.

    De Voorzitter dankte het publiek voor de opkomst, en verstrekte uitleg over het vastgestelde programma. Onder het muziekminnend publiek konden we afgevaardigden van verschillende randgemeenten noteren, alsmede een flinke vertegenwoordiging vanwege de K. Fanfare Ste Cecilia.

    Buiten de bevredigende opvoering der onderscheiden stukken, moet zeker het optreden aangestipt worden van het zang en snaren ensemble “Daghet” waarvan kan gezegd worden dat het puik was.

    De afwisseling van solo-duo-koorzang met mandoline en gitaar bracht menig toehoorder in verrukking.

    Spijtig dat af en toe wat lawaai achter in de zaal gemaakt werd wat zeer hinderend was.

    De chef, de dynamische Heer Van der Taelen, mocht dan ook en terecht, bloemen in ontvangst nemen, waarna de Voorzitter overvoldoen het slotwoord uitsprak.

    “Dank,” aldus spreker, “aan allen die gekomen zijt, maar inzonderheid aan de afvaardiging onze zustervereniging de K.Fanfare St. Cecilia. Zij mag er van overtuigd zijn dat ze zullen kunnen terugblikken op onze aanwezigheid wanneer zij iets zullen te doen hebben. Moge de muziek van vandaag en de melodiën kilometers ver de muren van de zaal doen daveren, de klanken zijn door de muur gegaan tot zelfs door de galmgaten van de kerk, zodanig dat met Pasen wanneer de klokken luiden de klanken nog kunnen gehoord worden.”

    Hiermee besloot de Voorzitter die zeer ontroerd was en toog iedereen opgewekt huiswaarts.

          Spectator.” 

     

    1962 – Nieuwe Muziekbestuurder

    Jozef Van der Taelen, nam zijn ontslag muziekbestuurder en  werd opgevolgd door de Leestenaar Geets.

     

    1962 – 25 februari : Bal verving muziekavond

    De geplande jaarlijkse muziekavond op 25 februari ging wegens onvoorziene            omstandigheden niet door en werd vervangen door een bal gevolgd  van een tombola bij Apers, café Zennebrug.Er was een flinke opkomst.   

     

    1964 – Einde Arbeid Adelt

    Bij gebrek aan eensgezindheid viel de oudste fanfare van Leest uit elkaar.

     

    J.A. Huysmans in De Band van augustus 1979 :

     

                                                Breugeliaans aan de Zennekant

     

    “...Het Brughuis was voor twee generaties het geliefd feestlokaal onzer fanfare.

    Het eerste bestuur had in het reglement onder de leuze “Arbeid Adelt” in een resum van 25 artikels, allerlei spitsvondigeheden bedacht voor : vrede, vriendschap, vlijt, vloekverbod, enz. en zelfs volharding.

     

    Met muziek doorheen alle jaargetijden, processies, stoeten, festivals, vlaamse kermissen, slenteren, stoppen, aansluiten, wachten, bruinverbrand, verwaaid, verregend, kasseihotsend, met verlies van de laatste mamber langs steeg, dorp op binnenweg.

    Met volharding raakten zij zelfs door de krisis en door oorlog 2.

    Maar wat later kwam de welvaartstaat met nieuwe vrijetijdsbesteding, onze burgers werden in competitiegelid gedrumd en onze boerkens kwamen mopperend achteraan.

    Conservatieven en zij die meenden dat muzikanten enkel muziek moesten maken en niet omzien, betwisten elkaar het bevel met afwisselende kans, en de wagen ging de helling af en verloor zijn wielen.

    Verdenk mij nu niet van leedvermaak, want ik heb in mijn blazoen gegrift : “kouterkens gulden luim, stouteriks nul in duim”.

    Ik heb dat stichtingsboekje nog waarin staat vermeld, dat bij ontbinding van de maatschappij, het alaam en de Standaard ter bewaring aan de gemeente wordt toevertrouwd, ter beschikking van drie van vroeger erkende leden voor aanspraak.
    Helaas, waar is des ouderen trots gevaren.

    (...)

    Zie de muzikant, hoe dichter men bij het jaarfeest komt, hoe mooier hun instrument wordt gepoetst, ’t is hun loon gratis, alles voor niets... Neem een raad aan van mij : doe eens mee aan een fanfarejaarfeest op den boerenbuiten.

    Op Verloren Maandag om 10 uur met muziek naar de dankmis ter ere der voorgaanden, om 11 uur met muziek naar het feestlokaal voor het ochtendmaal aan rijen schraagtafels, beladen met ovensteenbrood, borden kalfskop, pannen witte en zwarte boerenmaak pensen, teilen geperste varkenskop tot wafels geriemd van nen vinger dik. Daar waren liefhebbers bij voor zo wel 10 tot 15 galetten, en naar keuze, azijn, sterke jam, koffie en gerstenat.

    Om 12 uur “an ava” met muziek voorop, dat klettert tegen de straatgevels, de mambers zigzag achteraan  voor een uitstap rond de gemeente, de dorpplaats over, Elleboogstraat, Winkelhoek, Tiendeschuurstraat, Laerestraat, over de twee spoorwegen naar Steene Molen, Drogen Hoek, Bist, Kleine Heide, de ganse oude Tisseltbaan en terug naar het dorp. Een voettocht zeker bij de 12 km. met verpoos bij leden herbergiers.

    Even met muziek wat stilstand aan de woning van in die straten wonende bestuursleden,

    Een sigaar of likeurtje voor de gebrachte hulde. Dit alles over een tijdspanne van 4 uur.

    Nu met een triomfmarsch twee toeren rond de dorpplaats waar onderwijl het ons opwachtend vrouwvolk en mambers, onder gekakel als in een hoenderhok, een plaats naar keuze in de zaal heeft gevonden, en dan komen wij, en nog wat later tot na de soep nog de plakkers.

    Na het tafelgebed verwelkomt de voorzitter het gezelschap en voegt daaraan toe :

    “Zit alleman goed ? Welaan dan, smakelijk, en hoe meer ge neemt hoe liever.”

    Applaus...en de diensters komen binnen, brengen kommen soep met de vleet : “Pas op, t’is heet !” De lepels rinkelen.
    Halverwege de soep rijst in gindsen hoek daar “Genet van Moeins” van haar stoel omhoog voor een lied met een avontuurlijke fictievoorspelling. “De wereld vergaat ! ’t Is klim en daal in baan, wijl zwelt of krimt de maan, de zon kruist westwaarts bovenaan, in tegendraads ons onder gaan. Wat gaan we doen met al ons fatsoen, als elk er wil af als een rat, hoe dan waarheen en op wat ?” en de soepeters sloeberen mee het refrein :

    “Op ne musaard mee goei vleugels, naar ons janneke op de maan !”

    Na de soep kwamen er felicitaties, deels voor de muzikanten hun ijver en kameraadschap, en voor de inzet van het bestuur en medeleden.

    Tot daar de bel klingelt voor de aantocht der vloot, schotels, teilen, pannen, kommen, bouilli, rosbif, patatten en brood, drie, vier soorten groenten, sausen, kannen gerstenat en dit alles verdeeld over twee beurten.

    Het rumoer valt stil. ’t Is om te watertanden als ge ’t ziet : een hap in de mond, een op de vork en een in zicht.

    Geen tijd om te zingen. Na die eerste verorbering neemt de Lodde zijn kans met zijn lijfspreuk, “’n varken zonder gat”, dat door een boerken op de markt werd aangekocht en bij zijn thuiskomst aan de familie stoefend wordt tentoongesteld.

    “Wel dat is nog een verken hé !”

    “Ja,” zei zijn vrouw die dat zwijntje eens vierkant had bekeken, “maar vent, dat verksken heeft geen gat !”En ergens wordt geteld 1, 2, 3 en dan komt het : klap, klap, klap, klap...

    Wat nagepraat met lach en zwans wordt de tweede beurt van het menu in uitdaging opgesteld, dit zal ook de grootste sloekers doen sneuvelen. Maar eer het zover is komt daar de “Schàmet” zijn circusschets : “’k Ben een fijne muzikant en ik kom van het mimollenland en kan goed spelen, op mijn trompe-te”-, en allen spelen mee : “van tei tegerei tegereitetei tei tei tie (bis) Andorium, Andorium, patatten met saucis (bis)...als er is.”

    Tweede couplet : “Ik ben...enz. uit het eerste couplet met verandering van instrument, nu : op mijn vio-ola, en allen janken al zagend met de armen : van ieje ieje ah ah ah, oh oh oh, ai ai ai (bis) Andorium, enz.

    Na nog meerder instrumentennabootsingen, als laatste couplet : “op mijn grosse cai-isse” enz. en allen bonken en stompen met vuisten en ellebogen op de schraagtafels, en galmen

     mee : van zjum zjum, zjum zjum zjum (bis), Andorium enz. en menig eetgerei is tot scherven verwerkt op de kosten van Arbeid Adelt !

    De diensters ruimen en brengen verfrissingen, fruit, krentekoeken, patekes en pralines, met alle smaken, geuren en kleuren tot er zijn die gaan puffen en indommelen.

    De voorzitter dankt alle medewerkers voor het genoten festijn en nodigt alle deelnemers voor het een uur later aansluitend bal en de boerkens haasten zich naar huis voor de zorg aan kinderen en dieren. Het ander volk stapt nog eens op naar het dorp...

    (...)

    Het wordt stilaan twintig uur en in de zaal wacht men op het dansorkest, dat met de secretaris het programma bespreekt, waarop die dan de opening van het bal aankondigt, met als inzet een wals voor den feestkus...

    De voorzitter en madame Voet openen den dans en als het halve is wordt het vollen bak, en als het uit is, geeft ieder paar elkaar de feestkus, drie op de linkerwang, drie op de rechterwang, en daarmee gedaan...maar hier en daar achter enkele tonnekens met een lavlierboomke, elkander nog veel meer !

    Nu gaat de wals naar polka, marsch, quadrille, strieep sstrieep rokken mee ne rieep enz.

    Zie ze maar zwieren, draaien, amoureus wiegen, glorieus wippen, huppelen, uren lang, dat volk danst zoals men het nergens kan nadoen.

    Aan de tapkast in de zaal worden de haastigsten eerst van dorst verlost.

    De tappers en diensters hebben tijd te kort om de toeschouwers achter de balustrade en de dansers die wat pauze zoeken op het verhoog, te voldoen.

    Een daar ook uitrustend bestuurslid weet : “geen zorg vrienden, we hebben voor de drie dagen feest of nog meer, achttien vaten in de kelder hieronder.”

    Om 22 uur gaan er vier groepen aan den dans voor den “Lancier”.

    Een kwartier later herademt het jongvolk, dat een beetje jaloers, het einde daarvan heeft betracht, en de Lanciersdansers trekken zich terug in de herberg, met dienst voor eigen rekening, waar er nu juist plaats vrijkomt na de aankondiging : “het vrouwvolk een uur de baas.”

    Op de dansvloer komt er nieuw geweld, er wordt ingezet met Polka klets af, en het is weer langen tijd vollen bak. Zelfs de oudste mamber en verlegen jonkman wordt door het zwakke geslacht fair betwist !

    (...)

    Later kwam “Cleykes” de op puntgestrelde oudste kuskensdans dirigeren...

    Na wat pauze, roffelt opnieuw het repertorium van het orkest, volk op den vloer, en wat later zijn er al ooms, tantes en ouders die zonen, dochters en buren “sloppel” wensen, zij willen er morgen ook nog kunnen bij zijn.

    De voorzitter waagt zijn kans tussen twee dansen in, en vraagt aandacht, waarbij hij zijn voldoening uit over de gedeelde vreugd en hij is ervan overtuigd dat het de twee volgende dagen ook zo kan zijn en hij verklapt : “In de keuken hebben ze me juist gezegt, dat, in de tweederde van het uitgebeende vlees van die koe, welke we voorgaande week hebben geslacht, daar is nog geen blutske in, dus allemaal tot morgen en straks wel thuis en goennacht.”

    En weer doet de grote wijzer een toerke meer tot het orkest de voorlaatste dans aankondigt, en dan komt tot slot de wals voor den feestkus.

    Doch het jong volk port een paar bestuursleden en dezen stichten een overuurfonds...”

     

    Nvdr : bij het teerfeest van 1954 zaten ze met 220 aan tafel.

    Verdwenen gebruiken : op de tweede teerfeestdag was er ’s avonds een lichtstoet in de dorpskom, een optocht naar de woning van burgemeester Bernaerts en naar het Brughuis.

    Op de derde teerfeestdag was er in de namiddag een optocht met hindernissen naar Battel-brug en Heffen-dorp.

     

    1899 – LEEST – KINDERMOORD.

                Donderdag morgen begaven zich eenige werklieden aan den arbeid, wanneer zij

                in eene gracht waar zij aan ’t arbeiden waren, het lijk ophaalden van een

                pasgeboren kind, dat in eenen zak gestoken en aldaar verborgen was.

                Uit de lijkschouwing is gebleken dat het kind eenige dagen geleefd heeft en met

                eene koord is gewurgd geworden.

                Het parket van Mechelen is ter plaatse geweest om een onderzoek in te stellen.

                Verscheidene personen zijn ondervraagd, doch men heeft de plichtige tot hiertoe

                nog niet kunnen ontdekken.” (Gazet van Mechelen – 1/1/1899)

    20-02-2012 om 11:09 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

     

     

                                                         CHRONOLOGIE

     

    1898 – 8 mei : Stichting Arbeid Adelt.

    1901 – Dat jaar bezat Arbeid Adelt 56 “werkende”  en 64 ereleden. Ter vergelijking :

    St. Cecilia had 39 werkende en 51 ereleden.

     

    1904 – Arbeid Adelt had 53 werkende en 78 ereleden.

    St. Cecilia respectievelijk 44 en 62.

     

    1905 – 29 axml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />pril : Inhuldiging van het vaandel van de soldatenbond “Voor Vorst en            Vaderland”.

     

    1905 – 21 mei : Inhuldiging standaard

     

    Op 21 mei 1905, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Belgie, organiseerde Arbeid Adelt, met medewerking van het gemeentebestuur, een groot festival voor muziekmaatschappijen

    Van die gelegenheid maakte men gebruik om de nieuwe standaard van de fanfare in te huldigen.

    Om 14 uur werden de afgevaardigden van de maatschappijen ten gemeentehuize            ontvangen en daarna werd er door burgemeester Bernaerts een toespraak  gehouden :  “betrekkelijk ’s lands onafhankelijkheid en ons vorstenhuis, gevolgd door eenen heildronk aan zijne Majesteit den koning.. Dit feest is gevolgd geweest van algemeene verlichting en vuurwerk.”

    Burgemeester Bernaerts :

    Mijnheeren, vergadert in de gemeente Leest, een dorpje waar land- en werkman  leeft, met hart en ziel verkleefd aan den godsdienst en zeden zijner vaderen, vereenigd, om samen door vreugdetonen en volksfeest, bij de inhuldiging van  onzen Nieuwen Standaard te vieren het 75-jarig bestaan van België’s  onafhankelijkheid, zoo weze mijne eerste vreugdekreet : Leve de Koning !

    Andere dorpen zijn ons voorgegaan, andere nog zullen volgen met hunne blijdschap lucht te geven, bij het herdenken van het jaar 1830.

    ’t Jaar 1830, toen wij een juk afschudden dat ons te zwaar op de schouders woog, ’t jaar 1830 toen voor ons de eerste maal de zon van vrijheid scheen op onzen geliefden vadergrond.

    Dank aan die mannen van hou en trouw en vrome wilskracht, aan die mannen die aan God en hun land verknocht, immer voor ’t oog hadden dat : rust roest,  en dat arbeid adelt ; aan die mannen die met onverschrokken moed, door eendracht sterk hebben getoond dat hij de

    blijheid wou en won, de fiere  Vlaamsche leeuw.

    Dank aan de dapperen, die goed en bloed voor die vrijheid pand stelden.

    Aan hen hulde van vurige dankbaarheid en liefde !

    Tot in den jongsten dag wezen hunnen namen met erkentelijkheid en eerbied herdacht.

    Mijnheeren, wat schoons, grootsch en nuttig er sedert toen door onze Vorsten is  tot stand gebracht, is u allen bekend.

    Kunst, wetenschap, handel en nijverheid zijn zoo zeer ontwikkeld, gevorderd, en hebben ene zoo reusachtige uitbreiding genomen, dat vreemde Natiën, niet alleen met verbazing, maar zelfs met scheelziende blikken, onzen vooruitgang bewonderen.  Overal mogen wij met fierheid spreken over onze landelijke instellingen.

    Hij leeft gelukkig de Belg, gesteund en gesterkt door godsdienst en plichtsbesef;

    hij begrijpt wat eerbied is en wat trouw en verkleefdheid vermag aan Vorst en            vaderland.

    De Standaard, Mijnheeren, onzer muziekmaatschappij die zich bij deze  plechtiging voor de eerste maal ontplooid heeft voor leuze : “Arbeid Adelt”.

    De Koning, onzen beminden vorst, laat geene gelegenheid voorbijgaan, zonder door raad en daad, die schone zinspreuk van onzen standaard te bevestigen.

    In alle omstandigheden toont Hij, dat Hij den landelijken arbeid hoog schat, en hem op eene bijzondere wijze genegen is. Wij zien Hem, op alle groote tentoonstellingen ons vee en onze voortbrengselen bewonderen den vooruitgang van onzen veestapel gemoedelijk bestatigen, en

    iedereen aanzetten, tot verbetering van dien nationalen rijkdom, die eene, om zoo  te zeggen de eenigste levensbron is, van ons volksbestaan.

    Mijnheeren, ik acht mij gelukkig U allen mijnen hartelijken dank toe te sturen,  voor uw welwillend antwoord aan onze uitnodiging. Uwe tegenwoordigheid bij deze nationale vreugdefeest, toont uwe  vaderlandsliefde en verkleefdheid aan het Vorstenhuis, uwe aanwezigheid is een bewijs hoe zeer ge waardeert dat op onze dagen de gevoelens van             vaderlandsliefde niet genoeg kunnen aangemoedigd worden.

    Mijnheeren, ik drink op de vriendschap, op de eendracht in ’t bijzijn en bijzonder  van elke maatschappij in ’t algemeen onder al de maatschappijen hier aanwezig.

    Ik bid U, Mijnheeren, de gevoelens mijner dankbaarheid te deelen, en ze te brengen tot hulde van eerbied en liefde aan onze dappere strijders van ’t jaar dertig, aan de nagedachtenis van den 1e koning der Belgen en aan den vorst die ons heden bestiert.

    Moge God hem nog vele jaren voor België’s heil besparen...

                Leve de Koning ! Leve het Vaderland !” 

     

    1909 – Merkwaardige uitstap

    Dat jaar maakte de fanfare “Arbeid Adelt” een merkwaardige uitstap.

    Bestemming van de reis was Antwerpen, meer bepaald het Bestendig Festival, en  men ging er naartoe per “plezierboot”, langs de Zenne. (DB-1/5/1958)

     

    1922 – 19 en 26 februari : Eerste optreden van de Toneelkring Rust Roest

    In de folder stond bovenaan de vermelding : “Afdeeling der fanfarenmaatschappij Arbeid Adelt”.

     

    1947 – 8, 9, 15 juni : Eerste Naoorlogs Feest.

     

    1949 – De eerste Muziekavond

     

    1953 – 13 november : Koninklijke

    Arbeid Adelt werd bevorderd tot “koninklijke”.

                           

    1954 – Bestuur

    Het bestuur zag er als volgt uit :

    Voorzitter : Frans Van der Hasselt, Ondervoorzitter : Edward De Smet

    Secretaris : Victor Selleslagh, Kassier : Louis Wuyts.

    Overige bestuursleden : Victor De Laet, Edward Van Steenwinckel, Frans Beullens, Frans Muysoms, Constant Huysmans, Juul Huysmans, Louis Croes en Rene Voet.

    De oudste leden waren toen (en sinds het jaar der stichting) : Jozef Croes, Jan Teughels, Karel Van Linden en Jan Fierens.

    Volgende leden waren tussen 30 en 40 jaar lid : Johannes Publie, Jozef Apers, Victor De Laet, Cesar Jacobs, Edward Van Steenwinckel, Karel Van den Brande, Jan Daelemans, Constant Buelens, Jaak Fierens, Remy Jacobs, Victor Neefs, Theodoor Teughels, Constant Verbruggen en Jozef Van Beersel.

    Volgende leden waren in 1954 meer dan 30 jaar muzikant : Victor Selleslagh, Juul Van den Brande, B. Huys, Albert Huysmans, Alfons Huysmans, Victor Troch en Frans Vloeberghen.

     

    1954 – Nieuwe dirigent

    De 32-jarige Hombekenaar Edward Tersago werd de nieuwe dirigent.

     

    1954 – 27 mei : Rerum Novarumstoet

    De Fanfare Arbeid Adelt stapte mee op in de Rerum Novarumstoet te Mechelen.

     

    1955 – 20 februari : Muziekavond

    Op de muziekavond van 20 februari 1955 werd het volgende programma gebracht :

    Het Zwarte Woud van Jourquin, Standvastigheid, Caesar en Cleopatra van Baudain, Liliputsoldaten van Lohr en Thé Midi van Alfort.

    Conferencier-humorist Leonneke De Smet zorgde voor de komische noot.

    Datzelfde jaar op 24 juli ging de werd er een uitstap georganiseerd met twee autocars.

    Na een havenrondvaart met een Flandria te Antwerpen werd een bezoek gebracht aan Breda en Baarle-Hertog.

     

    1955 –  zondag 24 juli : Uitstap

    Met twee bussen vertrokken de leden naar Antwerpen waar een havenrondvaart met een Flandriaboot plaatshad en waarna een bezoek werd gebracht aan Breda en Baarle-Hertog.

     

    1955 – 26 december : Medailleuitreiking

    Tijdens een groot banket voor alle leden werden negen muzikanten vereerd met de Gouden Medaille van de Koninklijke Federatie der Katholieke Muziekmaatschappen van de provincie Antwerpen.

    Burgemeester Bernaerts, bijgestaan door een afgevaardigde van de Federatie, reikte gouden medailles uit aan volgende muzikanten die er minstens 35 jaar werkelijke dienst hadden opzitten :

    Jozef Geerts (°Hombeek 13/6/1903), Tiendeschuurstraat 7.

    Theofiel Geerts (°Hombeek 18/9/1905), Tiendeschuurstrat 13.

    Bartholomeus Huys (°Leest 15/11/1901), Elleboogstraat 5.

    Victor Selleslagh (°Leest 12/12/1895), Dorp 57.

    Victor Troch,  Dorp 63.

    Juliaan Van Den Brande (°Leest 13/3/1904), Tiendeschuurstraat 19.

    Jozef Verbruggen (°Hombeek 7/10/1897), Scheerstraat 15.

    Jan Vloebergh (°Leest 21/2/1903), Dorp 7.

    Frans Vloeberghen (°20/2/1905), Kleine Heide 17.”

     

    1956 – Vernieuwing vaandel en andere “klakken”.

    Dat jaar werd het vaandel vernieuwd. Het goudbestiksel werd gerestaureerd en met KONINKLIJKE titel bijgewerkt.

    De “klakken” van de muzikanten kregen meer kleur en leven door de bruine band te vervangen door een helrode.

     

    In “De Band” van 8 mei 1958 vonden we de herkomst en betekenis van de eremeadiailles die aan de standaard van de fanfare waren gehecht :

    a) Inhuldigingen van fanfare : “Leest – inhuldiging fanfare-maatschappij Arbeid Adelt”.

    b) Vlaginhuldigingen :

    -Inhuldiging eigen standaard, 21 mei 1905.

    -Kapelle o/d Bos “Vrije Vlaamse Zonen”, 10 oogst 1902.

    -Hombeek, Oud-Soldaten “Getrouw aan de Koning”.

    -St-Maartens-Lennik, Oud-Soldaten 21 mei 1903.

    -Kapelle o/d Bos “Moedige Soldaten” 25 oktober 1903.

    -Tisselt, “Oud-Wapenbroeders”, 23 september 1904.

    -Leest, Oud-Soldaten, “Voor Vorst en Vaderland”, 29 april 1905.

    -Hombeek, “Ste-Cecilia”20 mei 1906.

    -Hombeek, “Het Eiken”, 31 oktober 1908.

    -Battel. Aangeboden door de Heer Baron Francis Empain, gedenkpenning inhuldiging

     vaandel, 29 mei 1927.

    c) Jubileumfestivals :

    -Heindonk, 25-jarig bestaan “Iever maakt Vooruitgang”, 1 mei 1904.

    -Terhagen, “Breydelzonen”; Festival 1881-1906 (1 juli).

    -Antwerpen, 25e Bestendig Festival, 1884-1909.

    -Meise, Jubelfeest “Concordia”, 30 mei 1926.

    -Hombeek, viering “Ste-Cecilia” Hombeek-Plein.

    d)Onafhankelijksvieringen :

    -Heffen, Bestendig Festival 1830-1901, 30 april 1905.

    -Stad Antwerpen, 21e Bestendig Festival 1830-1905.

    e)Andere gelegenheden :

    -Battel, “Ons Genoegen”, 1892-1901.

    -Duffel, Kiliaanfestival, 11 mei 1902.

    -Mechelen, Katholiek Congres 1909.

    -Antwerpen, Bestendig Festival Jan van Beers 1821-1921...

     

    20-02-2012 om 11:07 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

                voor Edward De Wit, een vijfde voor Frans De Prins en een zesde voor Theodoor

                Van den heuvel, allen goed voor 50 fr.

                (Uit “Uitvoering van het reglement voor het verbeteren van het runderras” der

                provincie Antwerpen)

     

     

    1898 – 23 oktober : Inhuldiging van het Boetekruis te Mechelen

                Exact honderd jaar geleden werden er onder de Sint-Romboutstoren 41 mensen

                gefussilieerd door de Fransen.

                De oudste onder hen, Philippus Van Asch, was een Leestenaar (°Leest 5/9/1731),

                evenals Pieter Jacobs, woonachtig te Sint Katelijne Waver, maar geboren te Leest

                op 26 oktober 1757 als zoon van Jacob en Anna Maria Meulders.

                Op 23 oktober 1898 had te Mechelen de inhuldiging plaats van het boetekruis,

                een gedenkteken ter ere van de gefusilleerden van de Boerenkrijg.

                (GvM,18/6/1985)

     

    1898 – 8 mei -               De Fanfare “ARBEID ADELT”.

     

    Op 8 mei 1898 werd de fanfare “Arbeid Adelt” gesticht door een tiental mensen.

    Speciaal voor de inhuldiging liet de maatschappij gedenkpenningen slaan, één ervan siert het vaandel.

    Volgens Constant Huysmans (DB,1956) was het onmogelijk te achterhalen wie de eigenlijke stichters waren maar zij zitten zeker bij volgende namen van leden die lid waren vanaf de eerste dagen van het ontstaan : J.B. Beullens, Emmanuel Fierens (°Leest 3/1/1874, +Leest 26/1/1954), Gaston Busschot, Jozef Croes, Theodoor De Vleeschouwer, Jan (Petrus Joannes) Fierens (°Leest 6/12/1877, +Mechelen 3/7/1955), Lode Hellemans, Lode Hendrickx, August Janssens, Jan Keulemans, Alfons Lauwens, Flor Meulemans, Victor Meulemans, Constant Moons, Frans Schaerlaeken, Jaak Selleslagh, Constant Spiessens, Jan Teughels, Jozef Van de Velde, Karel Van Linden, Joannes Frans Coosemans (°Leest 20/5/1879, +Leest 16/4/1943) en Van Moer.

    Bij die gelegenheid werd een gedenkpenning geslagen en uitgereikt.

    De eerste mars door de muziekmaatschappij gespeeld heeette “Bonne Allure”.

    Enkele jaren later, op 21 mei 1905, werd de standaard ingehuldigd.

    Jaak Selleslagh werd de eerste voorzitter, burgemeester Bernaerts werd erevoorzitter.

    Andere voorzitters waren  achtereenvolgens  : Antoon Moyson, Frans Van Roey en Frans Van der Hasselt.

    Andere erevoorzitters naast Jaak Bernaerts waren  Antoon Moyson, Ferdinand Felix Benedictus Van der Hasselt (°Asse 1/12/1874, +Leest 12/1/1929) en Frans Van Roey (°Blaasveld 30/4/1874, +Leest 1/5/1953).

    Ondervoorzitters : Alfons Lauwens, Constant Spiessens, Leonard Lauwens, Eduard De Smet, Frans Muysoms.

    Secretarissen : Constant Moons, Jan Huysmans, Victor Selleslagh, Constant Huysmans.

    Kassiers : Constant Voet, Jan Huysmans, Constant Huysmans, Lode Wuyts, Alfons Hellemans.

    Muziekbestuurders : Joannes, Lodewijk (Karel Louis,°Heffen 19/6/1877, +Heffen 12/1/1932) en Juul Van Aken,  Willem Andries, Edward Tersago en Jozef Van der Taelen (tevens burgemeester van Tisselt).

    Vaandeldragers : August Peeters, Frans Van Beersel, Jaak Jacobs, Lode Coosemans, Hendrik Spoelders, Jozef Van Beersel.

    Bij de Ere-Bestuursleden vonden we o.a. Jan Huysmans (°Leest 27/9/1877, +Leest  9/2/1951)

    terug.

    Enkele uittreksels uit het “Reglement der fanfarenmaatschappij Arbeid Adelt :

    Artikel XI (...) alle leden zullen zich onderling broederlijke liefde en innige verkleefdheid betoonen.

    Art. XIII : de jongeling onder de 16 jaren wordt niet aanvaard als lid der maatschappij. Nochtans mag het bestuur ieverige en bekwame jongens aanveerden als spelende of leerende leden. Deze moeten het lokaal verlaten een half uur na de muziek- of feestoefeningen, of zorgen dat zij vergezeld zijn van hunnen vader of voogd.

    Art. XVIII (...) De spelende leden, die hun speeltuig koopen, op name der maatschappij, en het niet in eens betalen, moeten bij hun intreden eene storting doen van 15 frank en vervolgens ten minste maandelijks 2 frank geven op korting tot zoolang hun speeltuig betaald is.

    Art. XX : ...Men wordt gestraft met eene boete van 0,10 fr om het instrument of ’t muziek te laten liggen op eene repititie ; om het ereteken niet te dragen wanneer zulks bevolen is geweest...”

     (Mechelen, drukkerij J.Peeters – De Man 1913)

     

     

    20-02-2012 om 11:02 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1896 – Gazet van Mechelen 4/9/1896 : “Remedie tegen den kinkhoest (coqueluche)

                Daar deze ziekte algemeen heerscht binnen Mechelen, hebben wij een probaat

                ter hand, dat wij de ouders bijzonder aanbevelen.

                Men laat eenen liter water goed koken, doet daarin 12 bolletjes look en eene

                handsvol of ruiker tijm. Na dit wel te hebben laten koken, laat ge het nat

                verkoelen en geeft ge dagelijks drij soeplepels hiervan aan het zieke kind.

                Drij dagen nadien is de genezing volledig.

                Verschillige personen hebben dit middel reeds beproefd en allen hebben bekend

                dat het de beste resultaten oplevert.”

     

    1896 – Gazet van Mechelen 30 september 1896 : Belangrijk bericht.

                Heeft recht tot :

                1 stem : al wie 25 jaar oud is (30 jaar voor senaat,provincie en gemeente).

                2e stem : al wie eene der drie volgende voorwaarden bezit, 1° sedert minstens

                een jaar eenen eigendom van 48 franks belastbaar inkomen, 2°minstens sedert

                twee jaar een renteboekje (niet spaarboekje) op de spaarkas.

                3° minstens sedert twee jaar eene inschrijving op het Grootboek der Openbare

                schuld,- deze beide laatste ieder van minstens fr 100,00 rente. Tot eene

                3e stem : alwie 1° 35 jaar oud is, 2° gehuwd is (met of zonder kinderen) of

                weduwnaar is met kinderen en 3° minstens voor 5 fr personeel aangeslagen is,

                ’t zij dat hij dit personeel betale of er vrij van zij als werkman.

                De aanslag moet bestaan voor het loopend en het voorgaand jaar.

                Ieder dezer twee bijkomende stemmen mag ook afzonderlijk aangerekend worden

                - zonder rekenschap te houden van de derde-  de door de wet bekende

                bekwaamheid (hoogere of middelbare studien) geeft recht tot drie stemmen aan

                alwie 25 jaar oud is (30 jaar voor Senaat, Provincie en gemeente) alhoewel hij

                noch eigendom noch personeel heeft.

               

                Voor de gemeente bekomt men 4 stemmen wanneer bovenstaande voorwaarden

                er recht toe geven maar het personeel moet alsdan fr. 15,00 beloopen in de

                gemeenten tellende minstens 10.000 inwoners ; fr. 10,00 in die welke van 10.000

                tot 2.000 inwoners tellen; fr. 5,00 in alle andere.

                Daarbij een eigendom van minstens 150 franks belastbaar inkomen, geeft voor de

                gemeente recht tot 2 bijvoeglijke stemmen...”

     

    1896 – 5 oktober – Gazet van Mechelen : Uit Thisselt. Opgepast voor de leurders.

                De dorpen rond de steden worden veel bezocht door allerlei kerels, gewoonlijk te

                lui om eenig ernstig werk te verrichten.

                Op den buiten komen zij voor als : zandleurders, ketellappers, kooplieden in ...

                Garen, lint, blink, potlood,enz.

                Of zij wel een aanbevelenswaardig verleden hebben, dat is maar twijfelachtig.

                Onder een erbarmelijk uiterlijk trachten zij de goede boeren te misleiden.

                Hebben zij nochtans de kans klaar, dan zullen zij er geen bezwaar in vinden van

                tegen het 7de gebod te zondigen.

                Opgepast nu voor de zwervers ; het aanbieden hunner koopwaar is meestal maar

                oogenverblinding, om de huizen, de ligging der plaatsen enz. te bespieden.

                Eén dezer dagen trokken twee rondleurders van Mechelen den steenweg op naar

                Blaasveld. Hier verkochten zij hunne waar, daar stolen zij een zilveren

                zakuurwerk.De eigenares ontdekte welhaast den diefstal en ging aanstonds op

                zoek naar de twee rondleurders.

                Na langs Leest geweest te zijn, ontmoet zij de dieven aan de kerk van Thisselt.

                Eene hevige woordenwisseling ontstaat, maar de beschuldigden blijven

                loochenen.Eindelijk begint ons vrouwken met zachtheid en belooft van alles

                blauw, blauw te laten als zij de horloge maar terug in haar bezit heeft.

                Dat klinkt in de ooren der dieven, want, stelen is wel eene winstgevende zaak,

                maar uit handen der politie blijven is beter.

                Op een, twee, drij is het uurwerk terug aan de eigenares bestelt en de beide

                partijen zijn volkomen tevreden.

                Deze van ongestoord te kunnen vertrekken, de anderre van haar gestolen goed

                terug te hebben. Einde goed, alles goed.”

     

    1896 – 19 oktober : In de provincieraad van 19 oktober 1896 klaagde Jaak Bernaerts over

                de verpesting van het water van de Zenne.

                “...zeer wel doet hij de ongelukkige gevolgen dier verpesting uitschijnen. Besloten

                werd een kommissie van vijf leden te benoemen...”

                (Gazet van Mechelen 22/10/1896)

     

    1897 – Dat jaar werden  er kasseistenen gelegd in de Alemstraat en legde gemeente

                Heffen “eenen steenweg naar Leest, langs de Molenstraat.”

     

    1897 – “Het aantal jongelingen behorende tot de militielichting van 1897 voor het

                arrondissement Mechelen beliep 2242.

                167 militanten onder hen waren volledig analfabeet, 24 konden alleen lezen,

                607 konden lezen en schrijven en 909 genoten een hoger onderwijs dan de

                vorigen, van 1 militiaan was de graad van geleerdheid onbekend.”

                (Uit : Verslagen der Arrondissementscommissarissen – 1898)

     

    1897 – Aan landbouwer Jan De Boeck werd de opbrengst van “den privaatput”

                der gemeenteschool verpacht voor 2 jaar, mits 24 fr per jaar.

                Zijn collega en herbergier Joseph Van Moer mocht het tolrecht heffen op de

                “Steenweg van Battel langs Leest naar Thisselt” voor twee jaar, mits 800 fr

                per jaar.  Landbouwer Adolf Alfons Coosemans stelde zich borg.

     

    1897 – 29 januari : Gazet van Mechelen van 28/12/1896 :

                Arrondissement Mechelen : de lotelingen van Blaesvelt, Heffen, Leest,

                Heyndonck, Ruysbroeck, Thisselt, Willebroeck moeten trekken in Willebroek

                op vrijdag 29 janauri.”

     

    1897 – Gazet van Mechelen 15/2/1897 : “LEEST – Het Geuzenschandaal.

                (Bijz.briefw.) Iedereen zal zich wel het schandalig feit herinneren, dat onze

                gemeente in opschudding heeft gebracht, tijdens de kerkelijke diensten, die ter

                gelegenheid der geestelijke missie plaats hadden.

                De zaak is verleden woensdag onderzocht geworden ; verscheidene personen zijn

                bij den onderzoeksrechter geroepen geweest om er onderhoord te worden.

                De daders die  gekend zijn, een zekere N., en X. Zullen af te rekenen hebben met

                het gerecht.

                Wij hopen dat het gerecht zich streng zal tonen om dergelijke feiten naar waarde

                te  straffen, en zoo ze in ’t vervolg geheel en gansch te beletten.

                Wij zullen later doen kennen hoe deze zaak is afgeloopen.”

     

    1897 – Gazet van Mechelen, 5/4/1897 : “Poging tot kerkdiefstal te Leest.(Bijz.briefw.)

                Donderdag nacht zijn dieven in de kerk van Leest gedrongen, doch hebben er

                niets gestolen. De deugnieten hadden de grote deur der kerk weten open te

                breken, alsook twee deuren der sakristij.

                Daar zij niets van groote waarde vonden hebben zij ook niets ontroofd.

                Men denkt waarlijk te doen te hebben met eene wel ingerichte bende. Het gerecht

                heeft in de kerk twee voorwerpen in beslag genomen, die door de dieven echter

                gelaten zijn : eene vijs en eene flesch, inhoudende een zeker vocht, dat moest

                dienen om de kassen te helpen openen.

                Het parket is op dit ogenblik ter plaatse om een ernstig onderzoek te beginnen.”

     

    1897 – 6 mei : Die dag was burgemeester Jaak Bernaerts jurylid op de “jaarmarkt voor

                vee” te Mechelen. (GvM)

     

    1897 – 2 juni 1897 – Gazet van Mechelen : “GOUDEN  BRUILOFT

                Gisteren maandag heeft men in de gmeeente Leest het gouden bruiloftsfeest

                gevierd der echtelingen HUYSMANS-DE MAEYER, landbouwer.

                Van in den morgen werd deze plechtigheid door het grof geschut aangekondigd.

                Gansch het dorp was in feest.

                Om 7 ure had in de parochiekerk van Leest de mis van dankbaarheid plaats,

                alwaar de jubilarissen met hunne kinderen en kleinkinderen, familieleden,

                vrienden en kennissen aanwezig waren !

                Gansch den dag door werden de echtelingen van alle kanten geschenken en

                gelukwenschingen aangeboden. Dit heugelijk feit zal de Leestenaren nog lang in

                het geheugen blijven.”

     

    1897 – 14 augustus – Gazet van Mechelen : Uitstap naar Heffen en Leest.

                Verleden zondag heeft de bond der Adeghemwijk en de vrienden van den

                Auweghemsteenweg een aangename uitstap gedaan, dat lang in het geheugen der

                deelnemers zal blijven.

                ...na geruime tijd te Heffen vertoefd te hebben sloegen de vrienden de baan van

                Leest in. Ook hier was het onthaal allerprachtigst en de vrienden van Leest waren

                als verrukt die machtige schaar van kloeke strijders in hun midden te bezitten.

                Niet een der vrienden werd hier vergeten...enz..”        

     

    1897 – Stichting van de samenwerkende maatschappij “Iever voor den landbouw”.

                Voor notaris H.A. Van Bellinghen te Mechelen verschenen : Burgemeester

                Bernaerts, de landbouwers Jan-Baptist Beullens, Henricus Bernaerts, Carolus

                Wauters, Henricus Ludovicus Slachmuylders, Jan-Baptist De Maeyer, Jacobus

                J. Selleslagh, Josephus Janssens, Carolus Laurentius Van den Brande, Henricus

                Philippus Spruyt, Theophiel Verschueren, Rumoldus Ludovicus Neefs, Jan-

                Baptist De Coster, Joannes Franciscus Verlinden, Henricus Theodoor Van den

                Heuvel, vrouwe Melania Daelemans, weduwe van J.B. De Boeck, Pelagia

                Catharina  Bernaerts, weduwe van Joannes Franciscus De Laet, allen wonende te

                Leest.

                Doel van de maatschappij : “..bevoordeling en opbeuring van hunnen akkerbouw,

                en, te dien einde, namelijk aan de leden der maatschappij te verschaffen den

                noodigen beer tot het bemesten hunner landerijen, op de voordeeligste en

                goedkoopste wijze mogelijk...”

     

                Het maatschappelijk kapitaal bdroeg 5.000 fr in aandelen van 400 fr het stuk.

                (Staatsblad 3e trim. 1897)

     

                De vereniging kreeg van de Bestendige Deputatie (3/9/1897) een machtiging

                voor eenen termijn van 30 jaren, tot het daarstellen van eenen Beirput.”

                Op 24 juni 1926 verzocht burgemeester Bernaerts namens de maatschappij

                de gouverneur om toelating “tot het plaatsen van eenen elektromotor van

                acht paardenkracht om den beir uit het schip over te pompen in gesloten darmen,

                in den beirput.”

     

    1897 – Gazet van Mechelen – vrijdag 19 november : “Leest – Diefstal. (Bijz.briefw.)

                De liefhebbers van fijnen bik zijn weer alom op gang op den buiten, en eten zo

                voordeelig mogelijk kiekens en vette konijnen, dat men er waarlijk vrees zou voor

                gaan krijgen die lieve diertjes nog aan te vetten.

                En of ze durven !

                Wel, ze geneeren zich hoegenaamd niet meer. Zoo ontvreemdden zij hier op

                zondag nacht bij den landbouwer Karel De Greef vijf vette kiekens, zonder eenig

                spoor achter te laten of hun adres af te geven. Ja, zij deden het nog beter, want

                het moet zijn dat zij de gestolen kiekens heel puik vonden, want zij kwamen

                maandag nacht nog eens terug en pikten nu de overige 6 andere beestjes, zonder

                den landbouwer daar iets van te verwittigen.

                Hoe vindt ge zulke stoute robbers ?

                Boerkens, opgepast hoort ge, want die kerels zijn verlekkerd op dat goedje en

                zullen nog wederkeeren, ’t zij bij Jan of Peer.

                Een onderzoek is door den veldwachter ingesteld en deze hoopt weldra de

                kiekenrobbers bij  hun vederen te grijpen.  ’t Ware inderdaad te wenschen.”

     

    1898 – 12 april : Te Leest vond er een arrondissementsveeprijskamp plaats voor  stieren

                en koeien.

                Volgende gemeenten namen eraan deel : Blaasveld, Heffen, Heindonk, Hombeek,

                Leest, Mechelen, Ruisbroek, Tisselt en Willebroek.

                In de kategorie “stieren met tanden” behaalde Hendrik Spruyt de eerste prijs met

                een 2-jarige stier. Kleur van het dier : wit bont. Ras : “inlandsch”. Hij won een

                premie van 150 fr.

                Op de vierde plaats eindigde de weduwe De Boeck met een rood-bonte 2-jarige

                stier van hetzelfde ras, ze kreeg 75 fr.

                In de kategorie “koeien der klas A” behaalde de weduwe Slachmuylders een

                derde en vierde prijs, hetgeen haar respectievelijk 90 en 75 fr opbracht.

                In dezelfde reeks eindigde Karel Van den Brande zevende, nog goed genoeg voor

                50 fr.

                In de kategorie “koeien der klas B” tenslotte was er een vierde plaats weggelegd

    20-02-2012 om 10:51 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1896 – Van 1896 tot 1898 was Jozef Edward De Win onderwijzer te Leest.

                Hij was geboren te Tisselt op 4 oktober 1877 en overleed te Blaasveld op

                27 april 1966.

                J. De Win werd in 1898 onderwijzer te Tisselt en sloot zijn loopbaan af als

                Schoolhoofd te Blaasveld.

                Edward De Win was gehuwd met Bertha Boon, zuster van de beroemde

                Blaasveldse Kannunnik Arthur Boon.

                Hun zoon Xavier De Win, priester-professor en directeur van het Sint-

                Stanislasinstituut te Berchem  werd bekend als vertaler van het omvangrijke

                oeuvre van Plato uit het Grieks.

                (“Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” – Karel De Decker) 

     

    1896 – Gazet van Mechelen van 17 juli 1896 op de voorpagina :

                KANTON MECHELEN

                Provinciale kiezing van zondag 26 juli.

                Katholieke kandidaten :

                Bernaerts Jaak, landbouwer, burgemeester Leest

                De Jonghe Xavier, bouwer te Willebroek

                Le Blus Hector, docter te Mechelen

                Lefebvre Karel, eigenaar te Ruysbroeck

                Ortegat Jules, wijnkoopman Mechelen

                Ryckmans Paul, drukker Mechelen

                Van Doren Jozef, landbouwer en koopman Hombeeck.

     

                ONZE PROPAGANDA TE LEEST.

                Zondag namiddag ten 3 ure had eene belangrijke meeting plaats in het lokaal De

                Rooselaer, welke voorgezeten werd door M. Lefebvre, volksvertegenwoordiger.

                Aan ’t bureel namen plaats onze achtbare kandidaten voor de

                provincieverkiezing.De achtbare volksvertegenwoordiger M. Lefebvre bedankte

                de kiezers voor de eer welke zij hem aangedaan hadden, met hem te herkiezen als

                volksvertegenwoordiger en zette de kiezers aan niet te slapen op die lauweren,

                maar te werken en te zorgen dat op 26 juli ook de zegepraal blijve aan de

                katholieke partij.

                M. Bernaerts, burgemeester, gaf in beknopte woorden te kennen wat hij in den

                provincieraad als landbouwer doen zal. Hij werd dapper door zijne aanhangers,

                meestal landbouwers, toegejuicht.

                M. Le Blus, geneesheer en aftredend raadslid, gaf een overzicht van hetgeen de

                katholieke raadsleden van het kanton Mechelen gedaan hebben in den raad der

                provincie. De toejuichingen die den gevierden geneesheer ten deel vielen bewezen

                dat de aanhoorders tevreden waren over de aftredende raadsleden.”

     

     1896 – Gazet van Mechelen, 24 juli 1896  : “Diefstal – Leest.

                Een kerel drong dezer dagen, kort na de middag, binnen in de woning van den

                landbouwer W., langs den steenweg van Ouwegem en stool er 1.900 frank.”

     

    1896 – “ONDERRICHTINGEN VAN DE KIEZERS

                Iedere kiezer moet op STRAF VAN BOET aan de kiezing deenemen, iemand mag

                thuis blijven.

                De kiezer krijgt van den Voorzitter 1,2 of 3 stembrieven, volgens dat hij voor

                1, 2 of 3 stemmen opgeschreven staat. Met die stembreiven begeeft de kiezer

                zich naar een der afgesloten lessenaars. Aldaar moet hij ZWART maken met het

                potlood dat op den lessenaar ligt, het wit rondeken van het ZWART VIERKANT,

                ONDER DE CIJFER 2, BOVEN (niet nevens) den naam van den heer

                BERNAERTS, zooals de hand het hierboven aanwijst. (illustratie)

                Met op elke stembrief, dit puntje, ONDER DE CIJFER 2 zwart te maken, stemt de

                Kiezervoor de gansche lijst der Katholieken.

                Goed oppassen dat men GEEN ANDER puntje zwart make : dit ware tegen de

                katholieken gestemd.

                Wilt ge dus goed stemmen stemt onder nummer 2.

                KIEZERS. Het geheim der stemming is verzekerd. Niemand kan weten voor wie

                gij stemt. Geene verdrukking meer ! Geene schandalen meer !

                Geene broodrooverij. Allen ter stembus, en de katholieken zegepralen met eene

                grote meerderheid.” (Gazet van Mechelen 24/7/1896)        

     

    1896 – Gazet van Mechelen van 25/7/1896 : “Uit Leest.

                In de gazet SALVATOR van vrijdag 17 laatst (juli), wordt er geklaagd door een

                Inwoner van Leest over :

                1. de barbaarsche heffing der barrreelrechten.

                2. de ijdele en nooit volbrachte beloften door onzen achtbare heer burgemeester

                Bernaerts gedaan nopens het leggen van eenige meters kassei in de Alemstraat,

                maar die klager noemt zich niet, hetgeen doet veronderstellen dat dit van geen

                Leestenaar uitgaat : ware het van een Leestenaar gedaan, dan zal ’t volgende

                hem wel tot inlichting dienen : het bareelrecht op den steenweg naar Cappellen

                op den Bosch, wordt geheven door de stad Mechelen en door Leest, ieder voor de

                helft.

                In aanzien van ’t bareelrecht geheven op de steenweg van Leest naar Mechelen,

                moet de gemeente Leest alleen die steenweg onderhouden van de St Annabeek tot

                de Battelschen Molen, zijnde Mechelsch grondgebied.

                Het leggen van den steenweg in de Alemstraat is gestemd door den raad in zitting

                van 5 september 1895. Het alreeds gekasseid deel zal door nieuwen steen

                vervangen worden. In zelve zitting is er ook nog besloten eenen steenweg te

                leggen in de Molenstraat, die Leest met Heffen verbinden zal, en deze twee

                werken zullen kunnen gedaan worden zonder de minste verhoging van belasting

                te moeten vragen, de noodige gelden zijn in ’t bezit der gemeente.

                Onder het bestuur van den heer Bernaerts werd ook gelegd een steenweg in de

                Blaasveldstraat.

                Gebouwd de loskaai aan de nieuwe Sennebrug en de gemeenteschool vergroot.

                Dit alles bevestigt op voldoende wijze de werkzaamheid van onzen burgervader

                die zijne beloften op zulke fameuze wijze weet te volbrengen, dat niet één der

                inwoners, reden tot stijfhoofdigheid hebben kan.

                Zulke man is waardig onze belangen in den Provincieraad te behartigen.

                Wij kiezen dus allen onder NUMMER 2.”

     

    1896 – Op vrijdag 7 augustus 1896 verscheen op de frontpagina van de Gazet van

                Mechelen :        “HULDE aan

                Burgemeester Bernaerts,Provincieraadslid. Leest 2 augustus 1896.

                (air : de Vlaamse Leeuw)

               

                De strijd die is gestreden,

                de vijand ligt verplet.

                De Leestenaars zijn heden

                niet weinig opgezet,

                met hunnen burgemeester

                die als een vrome held,

                het vuil gebroed van Satan

                ten gronde nedervelt.

     

                Refrein.

                God zal hem lang bewaren.

                Voor ’t heil van ’t volk van Leest.

                Hij leve lange jaren !

                Dat wensen wij om ’t meest (bis

                Triomf ! En heil en zegen !

                Voor onze kapitein !

                De toekomst lacht ons tegen,

                Zoo wij ‘t met hem eens zijn.

                Dan vrezen wij geen stukken,

                Gelegd door Geuzenhand,

                en leven zacht en lustig

                in echten broederband.

     

                Vindt men soms vieze mannen,

                In ’t vreedzaam dorp van Leest.

                Die met de blauw aanspannen,

                zijt voor hen niet bevreesd.

                Zoo lang Bernaerts zal leven,

                aan ’t hoofd der maatschappij,

                zal men ons welzijn geven

                en zoete vree daarbij.

     

                Refrein...”

    20-02-2012 om 10:47 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

     

    1891 – 3 mei : “...Verpachting van den halven barreel te Leest op den steenweg van

                Battel naar Thisselt langs Leest. Voor twee jaaren aan Josephus Van Moer

                uit Leest mits 610 fr per jaar.” (GA)

                Joseph Moortgat kreeg voor 10 fr de voortbrengselen van de “privaatput” van

                de gemeenteschool. (GA)

     

    1891 – 17 juli : De Bestendige Deputatie benoemde August Vandenbossche, geboren op

                7 november 1863, tot gemeentesecretaris te Leest.

                Zijn jaarwedde bedroeg in 1914 1.100 frank en in 1919 1.810 frank, inbegrepen

                300 frank voor de burgerlijke stand.

                In 1920 was zijn gezin samengesteld uit 6 personen en bedroeg zijn wedde 3.500

                frank, voor zijn werk bij de burgerlijkse stand nog 300 en als secretaris van het

                weldadigheidsbureau 75 frank.

                (GA, 22/4/1920) 

     

    1892 – Bouw van de gemeentelijke loskaai aan de Zenne.  Verbeteringen werden

                aangebracht in 1894 en 1898.

                De gezamelijke uitvoering dezer werken (bouw en verbeteringen) bedroeg

                6861,96 fr, zonder de onkosten van plans en bestekken.

                Staat en provincie verleenden elk een toelage van één derde.

     

    1893 – De opbrengst van “den privaatput der gemeenteschool” werd voor twee jaar

                verpacht aan Joseph Moortgat, dit mits 10 frank per jaar.

                “Het tolrecht op den gekasseiden buurtsteenweg van Battel langs Leest naar

                Thisselt”, werd voor dezelfde periode verpacht aan herbergier Joseph Van

                Moer, mits 625 frank per jaar.

     

    1893 – Op 31 december 1893 telde Leest 1460 inwoners.

                (Verslagen gemeenzaam Fonds – Provincie Antwerpen 1895)

     

    1894 – Dat jaar werd burgemeester Bernaerts gekozen tot voorzitter van het “Landbouw

                Commice Willebroek”.

     

     “De Landbouwcomice van Willebroek ging in 1890 van start met de gemeenten Blaasveld, Heffen, Heindonk, Hombeek, Leest, Ruisbroek, Tisselt en Willebroek. De herinrichting kwam er uit noodzaak. De provinciale Landbouwcomice was van oordeel dat men, over de arrondissementele werking heen, veel effectiever zou werken in kleinere entiteiten op gewestelijk vlak. De meer gemotiveerde landbouwers, die op de hoogte waren van de plaatselijke noden en problemen in landbouw en veeteelt, konden daardoor bij de werking worden betrokken.

    Het gebied dat de Landbouwcomice van Willebroek werd toegemeten, behoort tot het overgangsgebied tussen Klein-Brabant en de Brabantse Kempen.

    In 1907 was Jaak Bernaerts nog steeds voorzitter. Henri Goovaerts uit Heffen en Frans Van Baelen uit Blaasveld waren ondervoorzitter.”

    “Blaasveld en de zuivelfabriek Sint-Jozef” Karel De Decker.

     

             – De Gemeenteraad stemde volgende taksen : “Herbergen : 100 fr per jaar.

                Tenten en barakken : 50 fr per dag. Orgels, orchestrions en automatische

                speeltuigen : 5 fr per dag”.

             – In augustus kreeg de landbouwer Guill. Jan Dagobert Slachmuylders, als enige

                Leestenaar, een jachtbrief afgeleverd.

             - De verpachtring van de “grassins der gemeentestraten” bracht in ’94 99 frank op.

     

    1895 – Vanaf 1895  en dit tot 1907, bedroeg de kindersterfte te Leest ongeveer één derde

                van het totaal aantal sterfgevallen. (DB-nr.11, 1958)

     

    1895 – Arnold Leopold Teughels bekwam de pacht van “het half barreelrecht op den

                steenweg van Battel langs Leest naar Thisselt”, voor twee jaar mits 600 frank

                per jaar met borgstelling.

     

    1895 – Leest bezat 52 herbergen en 1475 inwoners. Dat is ruim 1 herberg per 30

                inwoners.

     

    1895 – In augustus verkreeg de maalder Marcellinus Lemmens een jachtpatent.

     

    1895 – Tussen 1895 en 1905 werd de grote bocht van de Zenne rechtgetrokken.

                (Het klooster van Leliëndael – 1984 , Hombeek)

     

    1896 – “Dit jaar zijn er in de gemeente landbouwleergangen voor melkerij en

                kaasvervaardiging geweest. Leergang voor volwassenen avondlessen werden

                gegeven door Mijnheer  Vleminckx.

                Verders zijn er nog voordrachten gegeven geweest door : Mijnheer Van Passen,

                veearts, over voeding en beslagen der paarden. Mevr De Beuker en Van Elst

                landbouwkundigen over landbouw. Door Mr Onzia over kiekenkweek en door

                Mr De Meyer over groenteteelt.

                Dit alles gebeurde gedurende het tijdvak 1876-1900.” (GA)

    20-02-2012 om 10:44 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1889 – 7 mei : Arnold “Noldus” Leopold Teughels benoemd tot gemeenteontvanger.

                (GR-27/6/1912)

     

    1890 – “Tot in 1702 lag er in Leest geen enkele kasseiweg en kon men slechts over een

                houten paalbruggetje naar de Warande en zo langsheen de beemden bij de

                Battelse Bergen naar Mechelen.

                Of langs de Bleukensweg in de Kouter vanwaar men te voet of met kar en paard

                bij laag tij over de harde bedding van de Zenne Stuivenberg kon bereiken.

                In 1890 werd de Zenne met minder bochten en van dijken voorzien, met een

                ijzeren brug overspannen en het tolgeld afgeschaft.

                De zennewerken werden uitgevoerd door merendeels Hollanders, huizend in

                barakken of schuurkens.” (J.A.Huysmans – DB 1979)

     

    1890 – Leest telde 1427 inwoners. (Wikipedia)

     

    1890 – Emiel Van der Elst (°1863, +1920), de tweede postbode van Hombeek

                droeg in deze periode ook brieven rond in Leest en Zemst-Laar.           

                Op zijn identiteitskaart stond “bakker” en na zijn pensionering bouwde hij

                in zijn tuin te Hombeek een oventje waarin hij ook voor anderen brood bakte.

                Hij was gehuwd met de Leestse Melania Quintidi (°Leest 1961, +1923) die hem

                vijf kinderen schonk.

                (“De metamorfose van ons dorp” ’t Ridderke nr.3 juli-september 2006) 

     

    1891 – Jozef Verbist, afkomstig uit Herselt alwaar hij geboren was op 6 oktober 1843,

                volgde pastoor Vandercruyssen op. 

                Hij werd te Leest pastoor benoemd op 22 juni 1891 maar was op dat moment

                reeds 21 jaar in de gemeente werkzaam als onderpastoor. 

                Jozef Verbist was een graaggeziene figuur in het dorp, een plezante kerel vol

                fratsen. Als hij naar een zieke trok, stak hij eerst stiekem een fles wijn in zijn

                toog. Ook bij de kinderen was hij erg geliefd, hij had voor hen steeds wat bij.

                Zijn gezicht was geschonden door de pokken, maar ook daar kon hij grappen over

                maken : “Daar kan geen enkele vlieg over mijn kaken kruipen,” placht hij te

                zeggen, “want ze vallen allemaal in de putten, en zonder hun poten te breken...”

                (LG,blz.98)

     

                Frans Moyson in DB van augustus 1957 over pastoor Verbist :

                “...pastoor Verbist was de jovialiteit in persoon : grappen vertellen en farcen

                uitsteken was zijn specialiteit. Het staat op zijn grafzerk gebeiteld : “Hij was de

                vreugde zijner vrienden”.

                In alles zag hij de humoristische kant van het leven en in heel het bisdom was

                hij onder de geestelijkheid gekend als de “JEF VAN LEEST” en de confraters

                die hem kenden waren altijd op hun hoede om niet door hem op een of andere

                wijze beetgenomen te worden !...”

     

                Mijn grootvader langs moederskant, Jan Baptist Mees, vertelde over hem in

                1977 :

                “...mijne eerste pastoor, de voorganger van die van dat koekjesfabriek de

                Beuckelaer (pastoor Beuckelaers), herinner ik mij nog goed.

                In die tijd hadden wij vier koeien en die waren op vijf dagen allemaal dood.

                Ten einde raad lieten wij de pastoor roepen, die was toen al op leeftijd en hij is

                gekomen. Onze koeienstal krioelde van de ratten en vooraleer de pastoor zich

                terugtrok om die te overlezen nam hij mijn vader apart : “Sooi, het kan misschien

                mijn dood worden, maar ik doe het toch !”

                Toen hij een hele tijd later uit de stal kwam hing er aan elk haartje van zijn kop

                een druppel zweet en die zelfde avond zagen mijn ouders tientallen ratten onze

                stal verlaten en de volgende morgen was er geen enkele meer.

                En niet lang nadien is die pastoor gestorven hé..”

     

                Pastoor Verbist overleed op 12 januari 1911, hij werd 67 jaar en 3 maanden.

                Hij was de laatste die, zoals ook nog zijn directe voorganger, een eigen

                grafsteen kreeg in de zandstenen koormuur van de kerk. (Uiterst links op het

                kerkhof.)

                                    

     

    20-02-2012 om 08:25 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

     

    1884 – “Door de stormwinden en regenvlagen zijn de daken van toren en kerk af- en

                losgerukt, de regens zijn door de weefsels gedrongen en zoo moet de kerk gewit

                worden en de boord vanonder geverfd.” (WLS,blz.37)

     

    1885 – Na de dood van zijn vader Petrus Jozef werd Louis Hellemans koster te Leest.

                Hij was te Kraainem geboren op 30 december 1871 en gehuwd  met Victoria

                Teughels, de jongste dochter van Petrus en van Monica Van Hoof.

                Zij woonden rechtover zijn deur en hij ging daar inwonen. Na de dood van Louis

                Zou Victoria dat huis aan de kerk verkopen en het werd officieel het kostershuis.

                Dat huis werd eind jaren ’70 afgebroken en vervangen door de Raiffeisenkas.

                Louis Hellemans overleed te Leest op 25 februari 1916.

                (De kosters van Leest. De Band, november 1985)

     

    1885 – 11 december - uit De Werkman :

                “O, DEN LAFFEN SCHELM ! Wat loopt er slecht volk tegenwoordig !

                Ze moeten ze maar streng jureeren; want ze stelen niet voor de kost, maar om in

                de kaveeten en koten, ’t slecht volk te trakteeren, om te leven als aardsche

                goden.
                Te Leest nu, een dorp niet ver van Mechelen, er wordt ten half zes ’s avonds

                geklopt op ’t huizeken der weduwe Van Kerckhoven. De moeder, 78 jaar oud,

                gaat openen; er staat daar ‘ne gaillard en hij slaat op ’t hoofd van ’t mensch

                met ‘ne steen in zijne rooden neusdoek gebonden. De dochter komt bijgesneld

                en de laffe xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />prij neemt de vlucht. De moeder is erg gekwetst.” 

     

    1887 – Te Leest telde men 47 herbergen.

     

    1888 – Jaak Bernaerts werd de opvolger van burgemeester Livinus De Laet.

                Hij was gehuwd met Maria Virginie Wouters, een dochter van burgemeester

                Carolus Wouters en de weduwe van Frans Voet.

                Tot in 1894 woonden ze op het Hof ter Haelen, daarna bouwde hij zich een huis

                aan de Sint Jozefkapel.

     

                Jaak Bernaerts was een belangrijk man, niet alleen te Leest. In 1882 werd hij daar

                gemeenteraadslid , in 1896 werd hij lid van de Provinciale Raad en in 1890 werd

                hij ondervoorzitter van het “landbouw commice Willebroeck”, een commissie

                waarvan hij in 1894 voorzitter werd.

                En dat was  nog niet alles :

                “Ondervoorzitter  van ’t Provinciaal Landbouwcommice, gekozen in 1918.”

                “Bestuurslid van ’t Provinciaal Landbouwfonds sedert 1893.”

                “Voorzitter van ’t Provinciaal verbond der veekweek Syndicaten sedert 1908.”

                Bovendien bekwam hij een hele sliert “medalie’s” :

                “...is op 2 februari 1905 benoemd tot Ridder der Leopoldorde”.

                “Heeft bekomen de Burgerlijke Medalie van 1e klas.”

                “De Herinneringsmedalie van Leopold II.”

                “Het Burgerlijk kruis van 1e klas in 1919 en de bijzondere landbouwdecoratie

                van 1e klas in 1905”.

                (GA-10/1/1920)

                Jaak Bernaerts was te Leest geboren  op 5 oktober 1849 en hij overleed er op 1

                februari 1924.

               

                Frontpagina Gazet van Mechelen van 19 augustus 1896 :

     

                “Uit Thisselt

                Aangenaam uitstapje – walgelijk nieuws – broodrooverij - .

     

                De Katholieke fanfaren “Willen is kunnen” heeft zaterdag namiddag een uitstapje

                naar Leest gedaan. De leden dezer maatschappij hadden besloten van

                stoetsgewijs hunne hulde te gaan aanbieden aan den heer burgemeester, ter

                gelegenheid zijner verkiezing als provinciaal raadslid.

                In volledig getal trok men naar Leest.

                Of deze reis vroolijk was behoef ik niet te zeggen : gezang en trompetgeschal

                wisselden de luimige streken der wandelaars af.

                Dat muzikanten en levenslustige kerels gedurig dorst hebben is bewezen, door het

                menigvuldig bezoek van Bachus tempels !

     

                Wij naderen het doel onzer reis.

                De rangen worden heringericht, en nu vooruit !

                Dat de blijde klanken eener opwekkende muziek door de lucht weergalmen, als de

                nadering der Thisselaars.

                Het klein gespan is talrijk. Huppelend en kwetterend loopt het voorop.

                Hier juicht en zingt het ! Daar stoot en vecht het ; ginds tuimelt een groepje de

                gracht in ; en, voorop stapt fier en deftig eenen tamboer-majoor met holleblokken

                en korte broek.

                In hunnen kinderlijke eenvoudigheid beseffen zij niet, dat zij woestaards,

                heethoofden, rustverstoorders, gevaarlijke lieden, enz.. (stijl nummer 3)

                vergezellen.

               

                Wij zijn de woning van M. Bernaerts genaderd.

                De fanfaren zet zich in orde en voert de schoonste harer stukjes uit.

                De feesteling verschijnt en wordt door M. Van Keer geluk gewenscht.

                Zichtbaar getroffen, door de blijken van hoogachting welke hem worden

                toegezwaaid , bedankt de achtbare heer burgemeester in vleiende bewoordingen

                de daar aanwezig zijnde lieden.

                Iedereen is voldaan, iedereen juicht.

     

                Zulke broederlijke feesten zijn balsemend voor een katholiek gemoed.

                Bij zulke gelegenheden kan men zijne katholieke gevoelens eens lucht geven, dan

                beheerscht het rondborstig kristen karakter al de ongedwongene handelingen van

                den Vlaamschen landbouwer.

                Katholiek is hij en zal het blijven !

                Hij zal steeds een gedurige tegenstreven zijn der vuige handelingen van eene

                zoogenaamde,liberale partij. Van eene partij, welke voor prediker eenen

                Heymans heeft ; die, opentlijk lessen van ontucht geeft in Salvator...”





    20-02-2012 om 08:10 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

                                                De Goederen

    Goedere horend aan het Bureel van Weldadigheid

    Art. 1 : Zaailand te Leest op Hertsveld, wijk A, nrs 361 en 362, groot 31 a 15 ca, afgaande pachter de weduwe Jozef JACOBS-NEUTJENS.

    Art. 2 : Zaailand te Leest op Hertsveld, wijk A, nr.408, groot 27 a 20 ca, afgaande pachter voormelde weduwe Jacobs.

    Art. 3 : Zaailand te Leest op Hertsveld, wijk A, nrs. 355 en 356, groot 73 a 20 ca, afgaande pachter Guillielmus Joannes CORTEBEECK en Jan SELLESLAGH.

    Art. 4 : Zaailand te Leest op Huykensveld, wijk A, nr. 574, groot 26 a 50 ca. Afgaande pachter Petrus Jan VAN BOXEM.

    Art. 5 : Zaailand te Leestv op de Zevenbunders, wijk A nr.231, groot 93 a 80 ca. Afgaande pachter Jan Frans ALEWAETERS.

    Art. 6 : Zaailand te Leest op den Kauter, wijk B, nr.229, groot 18 a 20 ca. Afgaande pachter Jan Frans VAN GYSEL.

    Art; 7 : Zaailand te Leest op de Maal, wijk B, nr.102, groot 88 a 90 ca. Afgaande pachter Jan Baptist VAN HOOF.

    Art. 8 : Zaailand te Leest op Scherpen – horing, wijk A, nrs 9 en 10, groot 85 a 55 ca. Afgaande pachter Michaël VAN DER TAELEN.

    Art; 9 : Zaailand te Leest op Stynemolenveld, wijk C, nr.158, groot 1 ha 24 a 75 ca. Afgaande pachter Frans DE LAET.

    Art. 10 : De onverdeelde helft (de andere helft komt aan den Armen van Heffen) van zaailand te Leest op Rennecauter , wijk A, nr 515, groot 55 a 75 ca. Afgaande pachter Frans CAMPION.

    Art. 11 : Zaailand te Leest op Stynemolenveld, wijk C, nr. 157, groot 63 a 65 ca. Afgaande pachter Frans MERTENS.

    Art. 12 : Zaailand te Leest op den Kauter, wijk B, nrs 370, 371, 372  groot 47 a 10 ca ophetwelk staat de woning van DE WIT.

    Afgaande pachter Louis DE WIT.

    Art. 13  : Zaailand te Leest op den Kauter , wijk B, nr350, 63 a 85 ca. Afgaande pachters Louis TROCH en Hendrik DE WIN.

    Art. 14 : Zaailand te  Hombeek aan Tregelaar, wijk A, nr 439, 51 a 85 ca. Afgaande pachter Jan Frans VERLINDEN.

    Art. 15 : Zaailand te Heffen, wijk C, nr. 372, 24 a 45 ca. Afgaande pachter Petrus Josephus VAN ROEY – OP DEN KAUTER.

    Art. 16 : Zaailand te Leest op de Zevenbunders , wijk A, nr.202, groot 55 a 85 ca. Afgaande pachter Willem MARNEF.

    Art. 17. : Zaailand te Leest op den Kauter, wijk B, nrs 337 en 339, groot 1 ha 12 a 30 ca. Afgaande pachter Pier Jan VAN HOOF.

    Art. 18 :  Zaailand te Leest op den Kauter, wijk B nr.366, groot 20 a. Afgaande pachter

    Jan Baptist VAN ASCH.

    Art. 19 : Zaailand te Leest op den Kauter , wijk B nr. 376, groot 15 a 90 ca. Afgaande pachter Willem VERLINDEN.

    Art. 20. : Zaailand te Kapellenopdenbosch, wijk B, nr 79, groot 29 a. Afgaande pachter  Krist VAN DER ZYPEN – Opletter – wegter.

    Art. 21 : Zaailand te Kapelleopdenbosch, wijk B, nrs 21,22,23 en 24. Groot 3 ha 42 a 60 ca. Afgaande pachter Jan Louis HUYSMANS; In het Moer.

    Art. 22 : Zaailand te Kapellenopdenbosch, wijk B, nr.4, groot 48 a 60ca. Afgaande pachter Jan VERDICKT. In drij vijsels.

    Art. 23 : Zaailand te Thisselt, wijk B, nr. 223, groot 50 a 25 ca. Afgaande pachter Peer Jan DONS.

    Art. 24 : Beemd te Mechelen op Auweghem, in Robbroeck wijk H, nr.396, groot 55 a. Afgaande pachter Louis NEEFFS.

     

    Goederen horende aan het Kerkfabriek

    Art. 25 : Zaailand te Leest, Dorp, wijk B, nr. 220a, groot 49 a 30 ca. Afgaande pachter Jan Baptist POTUMS.

    Art. 26 : Zaailand te Leest op de Zevenbunders, wijk A, nr. 228, groot 40 a 5 ca. Afgaande pachter Fransus MERTENS.

    Art. 27 : Zaailand te Leest op Dorpelpoelstervelden, wijk C, nr.303b, groot 55 a 85 ca. Afgaande pachter Hendrik BERNAERTS.

    Art.28 : Zaailand te Leest op Dorpelpoelstervelden,wijk C, nr. 286a, groot 43 a 70 ca. Afgaande pachter Jan Frans DE WIN.

    Art. 29 : Zaailand te Hombeek, wijk A nr. 311, groot 32 a 80 ca. Afgaande pachter Adriaan Theodore TEUGHELS – Op Molenveld.

    Art. 30 : Zaailand te Mechelen, wijk C, nr. 345 en 346, groot 64 a 5 ca. Afgaande pachter de weduwe Karel ABSILLIS – CONCILE. – In Schouwbroeck.

    Art. 31 : en laatste : Beemd te Mechelen, wijk H, nr. 398 , groot 29 a 70 ca. Afgaande pachter Jacob SELLESLAGH. -  In Leeg Robbroeck.

    (…)

    In zitting van 4 november 1882

    De Burgemeester  (gteekend) H.L. De Laet

    Bij bevel de Secretaris (getekend) Sebrechts en gezegld. (…)

    Gelezen en goedgekeurd door den Gemeenteraad van Leest ter zitting  van 21 december 1882 en goedgekeurd door de Bestendige Deputatie 18 januari 1883”. 

                                              

    20-02-2012 om 07:48 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!