Inhoud blog
  • Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kronieken van Leest
    bij Mechelen
    08-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – 12 april : Gazet van Mechelen – Uit het Dossier Fusiegemeenten :

     

    Geen gezellig gebabbel meer in Leest.

    “Voor de fusie werd door ons regelmatig aan de stad Mechelen gevraagd om de Leestsesteenweg grondig te vernieuwen. Niet alleen de (Mechelse) bewoners, die nog steeds zonder riolering zitten, hadden hun wensen. Ook voor ons, inwoners van Leest betekent deze steenweg een hoop moeilijkheden. Het is onze enige verbindingsweg met de stad. Door de komst van de fusie hadden wij hoop dat er aan dit probleem een einde zou komen. Helaas, niets veranderde. Nog altijd moeten wij over een slecht wegdek, vol putten, bulten en bij regen is het meer varen dan rijden”.

    Dit was één van de meest voorkomende grieven die we in Leest konden optekenen. Maar er zijn natuurlijk nog andere problemen die méér met de fusie te maken hebben.

    “Deze rustige gemeente dreigt door de fusie haar landelijk uitzicht te verliezen. Wij hadden een verbetering gevraagd van sommige landelijke wegen, maar nu horen we dat er in Mechelen plannen bestaan om de Kouter volledig om te ploegen en te doorkruisen met brede banen en zelfs een verbindingsweg tussen Kapelle-op-den-Bos en de E10 te Battel. Wij vroegen geen autostrades, alleen een verbetering van sommige landelijke wegen.”

    Dat het er in Leest vroeger gemoedelijker aan toe ging mag blijken uit het volgende : “Het contact met de administratie Mechelen is bij velen van ons in slechte aarde gevallen. Vroeger ging het allemaal veel eenvoudiger. Het zijn veelal de oudere mensen die het moeilijk hebben met de Mechelse administratie. Een overdreven ‘papierwinkel’ waar ze dreigen in te verdrinken. Ook het contact met de politici is erop achteruitgegaan. Vroeger leefden de mandatarissen tussen ons : nu leven ze boven ons. Tijd voor een gezellige babbel is er niet meer bij. We krijgen ze zelfs zelden te zien.”

    Opmerkingen en klachten over de huidige financiële toestand van Mechelen waren er tientallen. En dat was niet alleen in Leest het geval. Deze problematiek bewaren we misschien beter voor een ander dossier.

     

     Frans Lauwers: ‘het kon allemaal nog slechter.’

    Zonder ooit politieke kleur te hebben bekend, bestuurde Frans Lauwers 12 dynamische jaren ononderbroken als ‘Fanfareburgemeester’ het landelijke Leest. De burgemeesterssjerp erfde hij van zijn oom en de aanhang van de lokale Sint-Cecilia was er al die tijd voldoende sterk om CVP en SP samen in de oppositie te dringen.

    Dat een gemeente als Leest besturen ook zonder politiek kan, bewees de nu 62-jarige Frans Lauwers door tijdens zijn ambtsperiode alle openbare wegenis, riolering en openbare verlichting te vernieuwen.

    -“We hadden daartoe de nodige financiële middelen zonder dat al te forse belastingen dienden te worden geheven,” zegt onze Leestse gastheer, terugdenkend aan die tijd. Menselijkerijze waren ook wij alles behalve tuk op het prijsgeven van onze autonomie. Wie was dat wel ?”

    --“Aanvankelijk geloofden we nog dat ons voorstel tot een samengaan met Leest-Hombeek en Heffen, met Hombeek als pilootgemeente, een kans op slagen had. De verrassing met de creatie van een grote entiteit met Mechelen was dus ook compleet.”

    De verklaring voor die operatie dient volgens Frans Lauwers niet ver gezocht. “Het was één doorgestoken kaart van de grote partijen en de Leestse Cecilianen waren op slag elke bestaansreden kwijt.”

    Uiteindelijk had Frans Lauwers het allemaal nog veel slechter verwacht. Vandaag blijft hij vooral waarderen dat de plaatselijke gemeentehuizen zijn open gebleven zodat in ‘zijn’ geval te Leest de Leestenaren met hun problemen bij dezelfde mensen als vroeger terecht kunnen. Positief vindt hij ook de regelmatige zitdagen van de Mechelse schepenen omdat het precies bij die gelegenheden is dat de echte noden ter sprake komen.

     

    Investeringen

    -“Leest heeft in een nog niet zo ver verleden enorme investeringen gedaan en aan de overname heeft Mechelen bijgevolg een goede zaak gedaan. Niettemin is sinds de fusie de belastingsdruk verhoogd, maar daar doe je niets meer aan.” Minder gelukkig is Frans Lauwers bij de vaststelling dat te Leest sinds de fusie geen enkele sociale woning meer werd opgetrokken. Er is nochtans een wachtlijst kandidaten. De gronden bestemd voor sociale woningbouw zijn reeds voor de fusie aangekocht en blijven beschikbaar.

    Een andere teleurstelling is de langverwachte en de reeds sinds jaren administratief voorbereide verbindingsweg met Heffen. “Nochtans gaat dit werk slechts over enkele miljoenen, een bedrag dat voor de stad Mechelen geen probleem kan zijn. Over dergelijke dingen praatten we te Leest nooit zo lang.”

    Tijdens de laatste gemeenteraadszitting voor de fusie werd het plan voor de bouw van een nieuw sportcentrum te Leest in al zijn facetten besproken. Dat centrum zou er komen tussen de Winkelstraat en de Kouter maar over het gevolg dat het stadsbesuur aan die bedoelingen zal geven tast men in het duister. “Nochtans,” meent Frans Lauwers, “als men ons plan uit de diepvries opdiept zijn alle problemen voor VV Leest van de baan.”

    Alle kans op succes is niet helemaal verkeken want de Leestse vertegenwoordiging in het stadsbestuur is van dat alles op de hoogte. Wachten dus maar tot die de Leestse koe bij de horens grijpt.

     

    De redactie van Gazet van Mechelen legde begin april 1983 (eerste publicatie : 6 april) een nieuw dossier aan, gewijd aan de ‘fusies’ of ‘de samenvoeging van gemeenten’.

    Dit ‘Dossier fusies’ was gestoffeerd met intervieuws afgenomen van de betrokken burgemeesters en ex-burgemeesters alsook met de mening van de gewone man.

    In het dossier werd ook aandacht besteed aan de mening van de Mechelaar over die fusie.

    Het feit dat het aantal inwoners van de Dijlestad in 1977 door de fusie-operatie van 63.000 inwoners naar praktisch 80.000 steeg liet hem steenkoud.

    Van de zijde van de deelgemeenten zagen de meeste inwoners er niet veel baat bij voortaan tot Groot-Mechelen te behoren. En wel omwille van de hogere belastingen welke na de perekwatie dienden betaald te worden.

    Volgens GvM veranderde er niet al te veel, althans niet de eerste jaren na de fusie, aangezien van 1977 tot 1979 de opcentiemen voor de bewoners van de deelgemeenten voordeliger uitvielen.

    Een vaststaand feit was, dat Mechelen al jarenlang de rol speelde van centrumgemeente.

    De stad beschikte over een eigen brandweerkorps, waarvan overigens het leeuwenaandeel van de kosten door de Mechelse belastingsplichtige werd betaald. Een identiek geval vormde de Stedelijke Openbare Bibliotheek die ook open stond voor niet-Mechelaars.

    De Mechelse scholen hadden eenzelfde functie. Statistieken aangelegd voor de vijf Mechelse deelgemeenten, bewezen dat 30 tot 40% van de schoolgaande jeugd uit de Mechelse deelgemeenten in één van de Mechelse onderwijsinstituten school liep.

    Parallel met de vermelde centrumdiensten was dit eveneens het geval voor de onderscheidene diensten van het OCMW, want bij de OCMW-diensten ressorteerden zowel het Stedelijk O.L.Vrouwziekenhuis als de Stedelijke Kraaminrichting, de homes voor bejaarden e.a.

    Ook de Mechelse zwembaden figureerden als een niet zomaar terzij te schuiven lastenpost op de jaarlijkse Mechelse begroting.

    Dat de stad Mechelen er na de samenvoeging van de vijf randgemeenten financieel beter uit kwam werd door de  journalist betwijfeld. 

    Volgens zijn ervaringen was de fusie door de meeste inwoners van de deelgemeenten aanvaard, of beter nog schreef hij : men heeft er zich bij neergelegd…

    Ook de eerste burgemeester na de fusie Jos Vanroy was die mening toegedaan.

    ‘Na zes jaar is de fusie algemeen aanvaard en verworven. Met dien verstande evenwel dat geen enkel zinnig mens van de ‘geannexeerde’ deelgemeenten stond aan te schuiven om méér belastingen te betalen, wat meer dan begrijpelijk is. Daartegenover stond dat de fusie met Mechelen ook voordelen aan de inwoners van deze deelgemeenten heeft aangeboden. Ik denk slechts aan de inwoners van Walem, Heffen en Leest. Zij hebben bij gelegenheid van de dijkbreuken aan de Zenne en de Dijle aan den lijve ervaren dat de fusie wel degelijk vruchten afwierp. Want deze gemeenten beschikten noch over een politiekorps, noch over brandweer. Door de fusie-operatie werd de oppervlakte van Mechelen, vroeger circa 3.000 ha., ongeveer verdubbeld. Mechelen kreeg hierbij 35 km landbouwwegen, plus kilometers dijken. Voor de fusie slechts deze van Dijle en Leuvensevaart. Er na kwamen daar gedeelten bij van de Zenne, Rupel en Nete. Nochtans is het ook zo dat wij de respectieve gemeentehuizen voor een gedeelte van hun vroegere functie lieten bestaan. Wat de administratieve aangelegenheden betreft, moesten de nieuwe Mechelaars zich slechts naar de centrale administratie begeven voor aangiften van geboorten, huwelijken en overlijdens.

    Voor de rest kwamen zij terecht in hun voormalig gemeentehuis.

    Socio-cultureel bekeken betekende de ‘annexatie’ onbetwistbaar een verrijking voor Mechelen. De stad beschikte in 1976 nog slechts over twee harmonies : deze van het Arsenaal en de Mechelse Politie. Op slag kreeg Mechelen er negen bij. En niet de minste. Er zijn harmonies bij waarvan de leden wat méér doen ‘dan noten uit hun instrument blazen’.

    Feit is dat het creatief leven in de randgemeenten veel sterker was dan wel te Mechelen. En vandaag nog. De dorpsgemeenschappen hangen meer aan mekaar, kennen mekaar veel beter dan in de Mechelse wijken. Elke deelgemeente bezit haar eigen mentaliteit, welke evenwel onderling niet zoveel van mekaar verschilt. Doch zij is toch anders dan de Mechelse. Deze mentaliteit is meer open, meer spontaan. Dat heeft de Mechelaar niet. Ook valt te vrezen dat precies deze mentaliteit welke nog heel goed voelbaar is bij de oudere generatie van de randgemeenten, mettertijd zal afzwakken en totaal verdwijnen. Met alle voor- en nadelen eraan verbonden.”

    Globaal bekeken : na zes jaar vond Jos Vanroy de fusie op administratief en socio-cultureel vlak bevredigend gelukt.

     

    De fusiegemeente Mechelen bestond reeds zes jaar toen Jef Ramaekers (begin ’83) burgemeester van Mechelen werd.

    Jef Ramaekers : “De randgemeenten bezaten en bezitten vandaag nog een uitgebreid sociaal leven. Heffen had twee fanfares. Was vroeger een uitzondering dat die twee samen speelden. Doch, rekening gehouden met het feit dat sommige gemeenten door de Zenne afgescheiden zijn van Mechelen, valt er volgens de huidige burgemeester weinig te vertellen over een toenadering van de respectieve dorpsgemeenschappen naar Mechelen toe.

    De Leestse Volksfeesten bv. zijn eenvoudig ondenkbaar in Mechelen. Te Hombeek worden er drie à vier koersen per jaar verreden. En elke gemeente heeft haar eigen voetbalploeg.

    Maar, is het nu precies noodzakelijk dat de randgemeenten naar de stad toegroeien ?”

    Persoonlijk vond hij dat deze situatie gerust zo mag blijven. “In de stad is er een opmerkelijk tekort aan solidariteit, best mag dus elke randgemeente haar eigen dorpsfeer behouden met de specifieke wegenis, het groen en de landelijke gilden. In de landelijke gemeenten hebben wij nog landbouwers met honderd beesten, amper op een boogscheut van Mechelen. Hoeveel Mechelaars weten dat ? Natuurlijk eisen zij sommige zaken, bv. op stuk van onderwijs. Maar zij die vroeger gingen wonen langsheen een landelijke weg, eisen vandaag geen macadam van 5 m breed voor hun huis. Als zij maar op het rioleringsnet zijn aangesloten.’

    Administratief bekeken ? Volgens de burgemeester zullen de veldwachters met de tijd verdwijnen en vervangen door politieagenten. Er was een plan in de maak bij het nieuw schepencollege om de Mechelse politie te decentraliseren.

    ‘De bewoners van de randgemeenten willen zich trouwens even goed beveiligd voelen als de Mechelaars, hoewel het een meer dan opvallend verschijnsel is dat praktisch alle vergrijpen, vandalenstreken en herrie zich uitsluitend voordoet te Mechelen.’

    ‘De fusie’, aldus Ramaekers, ‘heeft ontegensprekelijk ook veel voordelen opgeleverd voor de bewoners van de randgemeenten. Kijk eens, vroeger moest de gemeentesecretaris eenvoudig àlles kennen en weten. Dat is vandaag eenvoudig onmogelijk. Dank zij de fusie kan de inwoner van de bij Mechelen toegevoegde randgemeente veel meer diensten worden bewezen dan vroeger het geval was, omdat Mechelen-stad over verschillende gespecialiseerde diensten beschikt. Neem nu het ophalen van het huisvuil. Gebeurde vroeger éénmaal per week, door één man. Vandaag gebeurt dit door de stadsdiensten, tweemaal per week.’

    En de financiële kant ? ‘Voor de fusie lagen de  belastingen lager dan na de fusie. Jawel. Maar zij mogen ook niet vergeten dat zij jarenlang van de Mechelse centrumdiensten genoten hebben zonder er ooit financieel voor tussen te komen. Ergens zou het onrechtvaardig  zijn de Mechelaar in lengte van dagen alleen voor deze kosten te laten opdraaien.’    

     

    08-05-2013 om 18:01 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – 12 april : Overlijden van Frans Van der Taelen

    Deze Ere-Secretaris en Vaandrig van de N.S.B-afdeling Leest en oud-strijder van 1940-45

    was te Leest geboren op 21 april 1908 en gehuwd met Clotilde Hoebanckx (°Heindonk 20/5/1899, +25/3/1974). Het echtpaar bewoonde een huis in het Pensenstraatje en kreeg één dochter Aline, gehuwd met Frans Verschooten.

     

    In ‘De Band’ van december 1978 belichtte Karel Soors zijn 50-jarige vriendschap met Hendrik Spoelders :

    “Even voorstellen : Frans woont in het ouderhuis op de Dorpplaats van Leest. Frans is van 1908 en woont bij zijn dochter Aline, die iedereen wel kent.

    Henri woont op de Kouter voorbij het bos van Van den Bergh, op een boerderij van zijn broer.

    Hij is ook van 1908, zoals de Frans.

    ‘Hoe zijn jullie vrienden geworden ?’

    Frans : ‘We kennen mekaar al van in de lagere school, maar pas na onze soldatendienst in 1927 sloten wij vriendschap voor het leven. Daar denk je natuurlijk op voorhand niet aan, we houden dat nu toch al 51 jaar vol.’

    ‘Hoe doe je dat, 50 jaar een vriend houden ?’

    -Frans : ‘Wij waren thuis bij mekaar. Henri z’n moeder was een moeder voor mij en omgekeerd. We gingen samen naar het café en naar de kermis. We zaten bij Gerard of bij de Croes. Nooit alleen, altijd met twee. Zelfs toen ik ging vrijen met m’n Clothilde, Henri m’n maat was van de partij. We kwamen heel goed overeen want hoeveel kermissen we samen hebben beleefd is niet te tellen. Ik werkte in de metaal in Schaarbeek en mijn vriend Henri werkte nen tijd op de Eternit en hielp zijn broer na zijn uren. Den ene zondag zat hij bij ons, de andere kwamen we bij hem thuis. We maakten nooit ruzie, ook al was ik bij de fanfare St.Cecilia  (noot : de Blekken) en Henri bij de Sussen. De zondag was voor mij geen zondag als ik Henri niet gezien had !’

    ‘De mooiste momenten van jullie vriendschap Frans ?’

    Frans : ‘Belevenissen die ik nooit zal vergeten !  Da zijn : bezopen van de druppels van Hombeek kermis komen. Je vriend half bevroren uit de gracht halen en hem thuis brengen. Je bedrinken omdat je ’s anderendaags naar den troep moet en afscheid moeten nemen van je vriend. Opgeroepen worden met de mobilisatie, te weten dat kan oorlog worden. Je dorpsgenoot zegt : Soïke ik ga naar huis in congé. Ik bleef alleen achter. Aan de Leie moeten vechten met de 3e en 6e onderzeese jagers tegen een overmacht van Duitsers en hard gaan lopen.

    Henri Spoelders blijft nog altijd m’n kameraad en da zal nooit veranderen. Meer kan ik daarover nie vertellen.’

        K.S.”    

     

    -Frans Van der Taelen in zijn jonge jaren. (Foto : Eduard Geerts)

    -Als vaandeldrager van de Oud-Strijders. (Foto : LG)

    -Frans Van der Taelen naar een tekening van Karel Soors.

     







    08-05-2013 om 09:32 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Gust Emmeregs omringd door enkele van zijn medewerkers.

     

     

     

    1983 – Donderdag 7 april : Persconferentie met Voorstelling Leestse Volksfeesten.

    In de bovenzaal van café ‘Royal’, bij Raymond Ceulemans te  Mechelen had Gust Emmeregs een persconferentie georganiseerd waarop het volledige programma van de Leestse Volksfeesten werd uiteengezet. Samen met zijn naaste medewerkers en Conny Neefs stelde voorzitter Emmeregs de attracties van dit jaar voor.

     

    Programma

    Donderdag 12 mei : 

    -10 uur : eucharistieviering voorgegaan door E.P.De Brabander en E.P.Rene De Laet en opgeluisterd door de Kon.Fanfare St.-Cecilia Leest en Chorus Mechliniensis.

    -10u45 : officiële opening 13e Volksfeesten en 9e Handelsbeurs.

    -15 uur : Préselectie “Ontdek uw Ster” zangwedstrijd.

    -20 uur : Show- en Dansavond met Five Pennies Band – The Strangers, Doris D and the Pins.

    -21 uur : Sluiting Handelsbeurs.

     

    Vrijdag 13 mei : 

    -Handelsbeurs van 18 tot 21 uur.

    -20 uur : spelprogramma om de Trofee Louis Neefs met 18 Mechelse verenigingen            presentatie : Connie Neefs en Rik Samijn.

     

    Zaterdag 14 mei :

    -15 uur – Wielerwedstrijd voor Juniores.

    -19u30 Paradise to Paris met Rob De Nijs. Ballet van Penny De Jager – Special Diner-Show.

     

    Zondag 15 mei :

    -Handelsbeurs van 11 tot 21 uur.

    -Van 14 tot 17 uur : Folklorenamiddag, m.m.v. Kon.Fanf.St.Cecilia Hombeek-Plein, Volksdansgroep “Korneel” Leest, Kon.Fanf. St.Petrus Zemst, Turnkring en K.Fanf. St.Cecilia uit Hombeek-Plein.

    -Van 19 tot 21 uur : finale Zangwedstrijd.

    -21 uur : Show – Zang en Dans met Will Tura en zijn Showorkest.

     

    “Na een uitgebreid programma-overzicht kwam Gust Emmeregs tenslotte nog even terug op zijn stokpaardje : het probleem V.V. Leest. Hij deelde de aanwezigen mede dat sympathisanten en bestuursleden van de club hadden beslist de terreinen op eigen initiatief aan te kopen, om het sportgebeuren in Leest voor de komende 10 jaren althans veilig te stellen. Hij betreurde nogmaals de beslissing van het Mechels stadsbestuur, die het echter wel opportuun  achtte  de terreinen van FC Muizen  aan te kopen, en ook nog eens acht miljoen in Sporting Mechelen te steken, daar waar een véél bescheidener budget VV Leest had kunnen uit de nood helpen…” (‘DMW’, 14/4/1983)

     

     

    1983 – 10 april : Plechtige communie en Vormsel

                Op zondag 17 april was het Eerste Communie.

    07-05-2013 om 14:26 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – 4 April : “Posse Leest” : weer was spelbreker

                Eén van de blikvangers dit jaar was het volksdansfeest van volksdansgroep

                Korneel. Heel de meisjesschool werd daarvoor omgevormd tot dansruimte,

                restaurant en café.

                In de stedelijke jongensschool stelden leden van de kunstkring “Voetspoor”

                hun werken tentoon en al extraatje was er een diamontage in overvloeiprojectie

                ‘Landelijk Leest’.

                Tony Baarendse, Georges Herregods, Karel Soors en Friede Willems hadden

                een mooie expositieruimte geschapen uit de turnzaal van de school.

                Er werd ook een diamontage in overvloeiprejectie “Landelijk Leest”

                gepresenteerd.

                De speciale gast was dit jaar de cartoonist Goal uit Buggenhout.

                In het parochiecentrum was heel de ruimte volgestouwd met de

                boekententoonstelling, een organisatie van het Davidsfonds in samenwerking

                met de Standaard boekhandel.

     

    PROGRAMMA POSSE LEEST 1983

     

    Begankenis voor St. Cornelius

    Heilige Missen om 8-9-10 en 11 uur.

    Lof met kinderzegening om 15u00.

     

    Naast de feestmarkt in het dorp mag men ook het volgende niet vergeten te bezoeken :

     

    Chiro-Leest   

    -Pasen – café in het groot chirolokaal en kaartwedstrijd.

    -TD in de parochiezaal

     

    Gepensioneerden 2de Paasdag :

    -Hobbytentoonstelling

    -Pannenkoekenbak

    Dit alles gaat door in de lokalen van de Chiromeisjes.

     

    Volksdansgroep Korneel  2de paasdag :

    -Optreden te 11.00 en te 15.30 uur.

    -Tussen beide optredens in is er vrije volksdans voor iedereen en…

    -Een Reuze-Barbecue.

    Geïnteresseerden hiervoor kunnen terecht op de speelplaats van de vrije school aan de Dorpstraat.

     

    Kleinveebond

     

    Davidsfonds

    Boekenbeurs in de parochiezaal.

     

    Voetspoor

    Plaatselijke kunstenaars stellen hun werk tentoop in de turnzaal van de gemeentelijke lagere school – Ten Moortele.

    (Advertentie in ‘DB’)

     

    “Met het Paasweekend was het weer enorm druk in ons dorpeke. Menige foorkramers stelden hun kramen open en de maandagmorgend haastten verschillende verkopers en kopers van landbouwvoertuigen zich naar de jaarmarkt. De meeste mensen gingen hunne ‘Posse’ houden in de kerk om daarna in volle feeststemming het einde van de vastentijd te vieren. Zo mochten wij zondag en maandag vele chirosympathisanten in onze ‘bar’ begroeten. Ook ’s avonds op onze traditionele jaarlijkse Posse-Leest-TD kon het jonge volkje goed uit de voeten met de hedendaagse moderne muziek. ’t Was ne goeie Posse voor ons zodat we zonder al te veel kopzorgen op bivak zullen trekken. Volgend jaar gaan we onze kaartwedstrijd uitbreiden door meer propaganda te maken. We bedanken de 20 kaarters voor hun enthousiasme en wensen de winnaars veel eetgenot met hun kip…”

    (Uit een verslag van de chiro in ‘De Band’ van mei 1983)

     

    Onder de regendruppels werd ‘Posse Leest’ een overrompelend succes.

    “Een overrompeling was het weer. De grootste feestdag te Leest ‘Posse Leest’ werd opnieuw een nooit gezien succes. Een massa Leestenaars stroomde maandag voormiddag samen op het dorpsplein voor de traditionele jaarmarkt en kermis.

    …” (GVM, 6/4/83)

     

    Foto’s :

    -Posse Leest 1983. Beeld vanuit Ten Moortele.

    -Het slechte weer op ‘Posse Leest’ hield de mensen niet thuis.

     





    07-05-2013 om 14:22 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – April – Ex-Soldaat-Milicien Marc De Prins in ‘De Band’ : Soldaatje spelen

     

    “Acht maanden. ’t Lijkt niets en inderdaad als je er door bent is het allemaal nog vlug gegaan zoals de mensen dan zeggen. En toch, er is in die tijd heel wat gebeurd. Een reden te meer om er eens op terug te blikken.

    Op 1 juli werd ik onder de wapens geroepen te Heverlee. Daar kreeg ik buiten de traditionele basisopleiding een scholing voor chauffeur. Op het einde werden we dan getest op een theoretisch examen Belgische en Duitse wegcode –de kennis van het voertuig in kwestie – de automechaniek – de militaire wegreglementen en de praktische proef. Daar we reeds allen in het bezit waren van een rijbewijs viel dat wel mee, ook al werden er nog verschillende gebuisd.

    (Info : in Heverlee wordt de richting van Franse W.C. aangegeven door een steeds toenemende reuk…)

    Op de dag van mijn mutatie (vanuit Heverlee) ontdekte ik dat ik  i.p.v. naar Duitsland eerst nog een maand naar Peutie moest om daar een opleiding als bediende te krijgen. Men leert je typen en werken volgens de regels van de militaire briefwisseling.

    De dag van de mutatie moesten we voor 24u00 binnen zijn. In een donkere gang lieten ze ons dan achter om in stilte te wachten tot half vier. Dan gingen we eten zodat we per bus tegen vijf uur in de statie van Brussel geraakten. Een hoop gekke dingen om met het reisbureau ABL van ’t leger, tot in Aken te geraken.

    Mijn functie in Duitsland werd bediende bij de Kapitein S1 van de staf Cie. Een job die me ginder goede relaties meebracht maar die me dikwijls tot 8 en 9 uur ’s avonds aan ’t werk hield. Dit vooral wanneer het over geheime dingen ging waarbij de aanwezigheid van die ene milicien volgens de militaire regels nog te veel was, maar ja…wie houdt nu eenmaal het leger recht ?

    Wat mijn werk zoal was ?

    -Het dagelijks berekenen en doorgeven van de getalsterkte voor de keuken.

    -Het inschrijven van de postzending en het berekenen van de transitoticketten voor het eten.

    -De congé voor miliciens en beroeps (uitgezonderd onderofficieren).

    -Het opendoen in inschrijven van de post voor de kapitein.

    -Papieren klaarmaken voor degenen die bijtekenden of beroeps werden.

    Om de veertien dagen de nieuwe bleu’s aan de kazernepoort afhalen en begeleiden.

    Maar dit werd dan af en toe nog onderbroken door kampen. Bij mijn aankomst kon ik al direct voor 14 dagen naar Leopoldsburg. Verder o.a. nog van 4 tot 15 oktober Natomaneuvers, van 25 tot 29 oktober oefenkamp Elsenborn, van 15 tot 20 november bivak Leopoldsburg, twee schietkampen in Vogelsang.

    Ja, van verveling heb ik in mijn dienst geen last gehad. En toch,…kan ik naar vele mooie momenten terugblikken op zowel mooie als minder mooie dagen, heb ik een hele boel mensen leren kennen met enorm uiteenlopende gedachten en karakters. Ja, die twee uitersten liggen in ’t leger enorm ver van mekaar. Het is een beweging waar men gewoonweg van alles tegenkomt.

    Mijn positieve conclusie hieruit was, dat er tussen die twee uitersten nog een hele boel fijne kerels zijn. Je moet enkel de tijd maken om iemand te ontdekken, om een vriend te maken.

    En die tijd geeft het leger je, zelfs meer, het milieu en de soms primitieve levenswijze verplichten je ertoe. Anders kom je er nooit (Misschien een tip voor de toekomstige miliciens).

    Over de negatieve punten ga ik liever niet uitweiden. Trouwens als je weet dat mijn vader zijn land allemaal in Leest ligt weet je dat ik heus niet naar Duitsland moet om mijn vaderland te dienen. Maar nog straffer is dat de meeste jongens van mijn peleton hun vader geen ‘land’ had, zij kochten hun patatten op een ander !!”  

     

    1983 – April : CHIRONIEUWS

    “De zachte februari-zon heeft plaats gemaakt voor een fikse maartse bui. Donkere wolken pakken samen om later op de dag open te barsten en ons te vergasten op een koude douche.

    Binnenkort is het weer lente, blokletteren de kranten ! Maar bij ons ‘mannen’ zit de lente al lang in het bloed. Met al dat goede weer was er geen houden meer aan. Er werden tochen ondernomen, het bosspel was in trek, de fiets kwam uit de stalling en een korte broek deed goed ! Wat een heerlijke tijd zo vroeg op dit jaar !

    In de koude periode hebben enkele afdelingen zich op het ijs gewaagd. De speelclub is zelfs naar het verre Heist op den Berg gaan schaatsen. ’t Was voor ons leiders echt plezierig om die kleine mannen, met vallen en opstaan, te zien leren schaatsen. En fier dat ze waren !

    Vlak voor de vastenperiode heeft de oudste afdeling van zich laten horen door een pensenkermis + volksdansen te organiseren. Mits de concurrentie van andere pensenkermissen en festiviteiten in de omliggende dorpen, zijn er toch nog een redelijk aantal mensen onze aspiranten komen bezoeken.

    Onze papierslag liep ook heel vlot. Met enkele werklustigen werden twee containers volgepropt.

    Het grootste succes viel ons te beurt met ons jaarlijks chirobal. Een hele hoop volk kwam die zaterdagavond weer afgezakt naar Leest om elkaar weer eens terug te zien. Zoals de laatste drie jar waren er weer veel chiromensen van gans het verbond op ons bal, maar we moesten helaas vaststellen dat er weer minder ouders aanwezig waren. ’t Zijn elk jaar dezelfde mensen die terugkomen, die we langs deze weg nogmaals bedanken voor hun komst. Een chirobal is toch op de eerste plaats georganiseerd opdat ouders en leiding wat beter, en op een plezante manier, met elkaar in contact zouden komen ? We hopen dat we volgend jaar terug meer bekende gezichten mogen verwelkomen want zonder jullie steun kan onze vereniging niet leven. Een spijtig voorval op die avond was dat het orkest van Johnny Maes, in laatste instantie, het liet afweten wegens ziekte van de zanger. De inspringende disco-bar heeft getracht de afwezigheid van het orkest goed te maken, waar ze gedeeltelijk in geslaagd zijn, maar we hopen u volgend jaar terug te mogen vergasten op een bal met de heerlijke live-muziek van een orkest.

    De zondag na het chirobal waren onze jongste afdelingen –sloebers, prutsen,  speelclubbers,

    kwiks- uitgenodigd op de kindernamiddag van VEVOC-KVLV. De eenvoudige aanpak en inkleding van het spektakel beletten onze jonge gasten niet zich goed te amuseren die dag.

    Bedankt organisatoren !

    Binnenkort is het weer Pasen. De kermissfeer breekt dan los in Leest. Als je dan toevallig in de buurt moet zijn, kom dan ook eens langs in onze bar ‘In ‘t 6de gebod’, we kunnen van die gelegenheid gebruik maken om even over de chiro te babbelen of over andere interessante onderwerpen als je dat verkiesd. Maar de trouwe Band-lezers kennen reeds ons devies.

    U bent altijd welkom in onze hemen en op onze activiteiten. De chiro is een stukje Leest dat niet mag verwaarloosd worden !

    Vriendelijke chirogroeten, de chiroleiding.”

    (‘De Band’, april 1983)                                                                                      

     

    07-05-2013 om 14:10 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Vervolg van de ‘Sussen en Blekken’

     

    En in juni :

    “Wat voorafging. – Als grosse-caissestokdrager had ik afgedaan en liep nu met mijn vrienden om en ronde de nieuwe fanfare…in zover ge die paar mensen ‘fanfare’ noemen kon.

     

    Bij iedere herberg waar de maatschappij stopte bleven we buiten staan wachten. Voor de blazers was het ‘geen drank, geen klank’ en voor ons was het ‘geen centen, geen bier !’ Doch telkens wanneer er een ariake gespeeld werd, glipten we binnen om de virtuoos te kunnen aanschouwen. ‘Geen verteer, geen verweer,’ zei de baas en meestal vlogen we buiten.

    Tegen de volgende processie moesten we met meer zijn, de Sussen. In snel tempo werd een muziekcursus ingericht bij ‘Jang van Jakes’. De meester zelf zou het onderricht geven. Een hele hoop jonge mannen had zich reeds aangeboden. Ik ook natuurlijk, maar wanneer het aan ons vader zijn oren kwam was het ORA…Al elke avond was ik de pijp uit, naar de academie en dat was in den beginne al zo dik tegen zijn zin geweest. Het zou er zelfs nooit van gekomen zijn tot wanneer een oude vriend van hem, die leraar was in die school, per toeval bij ons verzeild geraakt was terwijl ik zat te tekenen. ‘Daar steekt iets in,’ zei de vent, ‘moet ge bij ons op school sturen.’

    ‘Ik laat niet met mijn voeten spelen,’ zei ons vader van achter de toog, ‘in ’t college heeft hij er mee gerammeld dat z’ er zouden van gaan dansen zijn !’ ‘Werken moet hij nu zowel als een ander !’ Per slot van rekening, na samen een paar pinten gedronken te hebben, besloten ze mij ’s avonds te laten gaan. Die meneer zou mij aanmelden. De volgende dag mocht ik al komen. Als een koning te rijk ben ik toen in bed gekropen. Maar de volgende morgen had onze oudste reeds spijt van die beslissing en was ons moeder er niet geweest, dan had hij zich teruggetrokken. Maar een woord was een woord en tegen de avond aan stopte hij mij twintig frank in de pollen om een passer en ander tekengerief te kopen in de Sarma. Dat was goed genoeg volgens hem voor die paar dagen dat ik het  zou volhouden.

    Vanaf die dag mocht ik mij om klokslag halfzes, terwijl de broers nog volop aan de arbeid waren, gaan omkleden om op een fiets, in mekaar gestoken met verschillende oude stukken van andere afgedankte vehikels, tegen zes uur naar school te rijden. Nog elke dag rond die tijd had hij spijt over zijn belofte tot op een schone keer dat nieuwe bandschuurmachien was aangekomen. Daar zou ik moeten mee werken. Dat ding was nog geen uur aan het draaien of ik stond al bij dokter Stuyck om het bloed te stelpen en de wonden te naaien. Eerst had hij wel medelijden met mij gehad toen hij, de rode vlekken volgend, mij achterna gekomen was en snel naar de dokter stuurde. ‘Ge kunt er geen slag mee aanvangen,’ had ik nog verstaan voor de deur achter mij dichtviel. Toen ik echter weer thuis kwam, zag ik hem in de deur van het werkhuis staan terwijl hij zacht vloekend iets over de kerkhofmuur wierp. ‘Vingers,’ dacht ik, toen ik het bloed uit zijn hand zag vloeien. ‘Verdoeme, jong, ‘k zal op U niet meer kwaad zijn…dat machien moet buiten,’ zei hij. Ik mocht dadelijk mijn kleren aantrekken en kon naar school vertrekken. Maar ons moeder riep hij nog mij duizend frank te geven om voor de lessen alles te kopen wat ik nodig had.

    Fier was de vent geweest; de tranen stonden in zijn ogen, wanneer hij in dle lange gang stond te kijken naar de werken van zijn zoon, als laureaat van de klas. Een architect, dat zou hij er van maken. Architect, titel welke hij in zijn tijd als waardeloos geweigerd had, doch die nu gedekt werd door de Staat en nu niet meer zo maar op iedere deur of naamkaart prijken mocht. Die eretitel zou zijn zoon behalen. En nu kwam dat apenjong weer met muziek voor de pinnen. Daar zou hij een stokske voor steken. Eerst de school, punt.

    Met lede ogen, van op de stoep van de zaaldeur, zag ik dan telkens mijn vrienden ‘De Proef’ (noot : evenals ‘de Roozelaer’ een café van de ‘Sussen’ op het Dorpsplein) binnen en buiten gaan. Zelf durfde ik die stap niet te wagen, want bij ons was, als moeder er niet tussen kwam, vaders wil wet. Van op die dorpel kon ik de jongens horen zingen, soms afzonderlijk, soms samen en voor zij hun lesken af hadden, kende ik het al van buiten. Ten lange laatste kwamen er instrumenten bij te pas. Met jaloersheid in het hart kon ik ernaar luisteren. Voorzichtig aanpakkend kwamen de eerste tonen er meestal dof en vals uit tot uiteindelijk een zuivere noot de maatstaf zou worden van hun verdere muzikale vermogen.

    Een half jaar was verstreken eer de jongens voor een eerste maal  achter de pupiters mochten. Een paar weken later zou de processie weer gaan. Ik zou er helaas niet bij zijn. Wel mocht ik met Georges De Laet mee naar Lier om er nieuwe en herstelde instrumenten af te halen. De mensen in de hal van die fabriek lachten ons vierkant uit toen ze ons met twee zagen aankomen om de instrumenten van ‘Arbeid Adelt’ op te halen. Een hele tafel vol lag er klaar voor ons. Genoeg om een hele fanfare op te richten. Als jongste kreeg ik dan de kleinste tuigen voor mijn rekening. Een geluk dat Georges een hele bol koorden had meegenomen. Twee kleine hoorns werden over mijn buik gehangen, twee bugels op mijn rug en opdat ik de handen vrij zou hebben, langs elke kant nog één onder de armen. Daar  stond ik dan, als klein koperen robotje te kijken hoe ze mijn vriend aan het toetakelen waren. Een geel glinsterende raket werd van hem gemaakt, twee baritons met een koord om de hals, twee tuba’s onder de armen en om de kroon op het werk te zetten de bombardon om de hals. De overblijvende trombone heb ik dan maar met de vrije handen als een balk op de schouder genomen.

    Toen uiteindelijk Georges de rekening betalen wou, want hij had geld mee, hebben ze hem weer helemaal moeten ontmantelen. De rekening viel nogal mee. Eens weer gemonteerd, werd de dubbele deur geopend en trokken we samen het pad op, recht naar de Zimmertoren om daar op de autobus te wachten. Voorbijgaande mensen bekeken ons nieuwsgierig en lachten. Eens in het centrum, aan de eerste bakkerswinkel waar Lierse vlaaikens ten toon lagen, kreeg mijn vriend vreselijke honger. Van die paar honderd frank die we nog overhadden kon het wel af. Een deuksken in de bariton, een diepe bluts in de bombardon, maar Georges was nog niet binnen. Er bleef dus niets anders over dan dat ik de winkel in zou stappen. Nog nooit in mijn leven was ik in zulke deftige winkel geweest. Van het verschieten over zijn vraag, draaide ik mij plots om. De baas in de winkel riep van achter de toog of ik soms zot geworden was, terwijl hij angstig naar zijn vitrien staarde om de diggelen te zien vallen. Van alteratie was ik vergeten dat ik dat lang spul nog op de schouder droeg. Eens binnen weerd die vent wat vriendelijker en gaf me de gevraagde vlaaikens. Toen ik betalen wou herinnerde ik me dat Georges met de centen zat en trok weer buiten. Hijzelf had inmiddels al begrepen wat er scheelde en was al begonnen zijn armen in en om zijn harnas te steken doch kon niet aan zijn zakken; daarvoor moest hij zich van die hele pantserwinkel ontdoen. Voor het zover was, lag het hele voetpad vol met van die blaasdinges, zodat de mensen er moesten overstappen om ze niet te beschadigen. Komt daar een madammeke met en klein hondje aan, het beestje rook  even aan zulk ongewoon tuig en richtte dan zijn straaltje recht in een openstaand koperen paviljoen. De schoen van mijn makker trof raak. Het vrouwtje mompelde iets over dierenmishandeling of zo. Veel hebben we er niet van begrepen want het menske had alle moeite van de wereld om haar wegvluchtende lieveling te kunnen volgen, zo gehaast was dat pekineeske.

    Wanneer mijn vriend dan die hele plaatslagerij weer om had, zijn we al smullend verder getrokken tot aan de bushalte.

    Bijna een heel uur heben we daar moeten wachten. Toen de bus vertrok lagen er meer instrumenten op de banken dan dat er mensen konden zitten. Van in Mechelen ging het met de fiets verder. We leken wel een hele beiaard in die metalen cocon. Blij ons weer te zien met al die blinkende instrumenten werden we snel van ons omhulsel ontdaan door de wachtende jonge mannen die al lang met stralende gezichten naar ons hadden uitgekeken.

    Even later vielen de eerste fladderende tonen van Johann Strauss zijn ‘Fledermaus !!’    

     

     Juli :

     

    “Bij de eerstvolgende processie werden de jonge muzikanten opgesteld. Daar een paar weken later de gemeenteraadsverkiezingen plaats hadden, werd er een extra oproep gedaan; we moesten ons zeer devoot gedragen en er werd gevraagd een Paternoster mee te doen om te bidden gedurende de muzikale begeleding van de Blekken.

    Ach God, wat wachtten die Blekken toch lang om met de march aan te vangen; dat was zeker opdat wij de kans niet meer zouden gehad hebben om een derde keer te spelen. Ondertussen liepen we daar met de Paternoster in de hand. Eindelijk was het aan ons om te beginnen. Er waren daar mannen bij –de hevigste natuurlijk- die de bollekensdraag nog in de hand hielden terwijl ze aan ’t spelen waren. Halve heiligen zagen ze eruit. Al staande voor de kerk hebben we dat derde stuk dan toch gespeeld. Toen trokken we allen naar binnen. De Blekken waren er reeds allemaal. In de kerk zelf hoorde ik zeggen dat er bij de Blekken ene was die, langs weerskanten van zijn lichaam uit de zakken van zijn broek, zo een rozenkrans hangen had met een groot kruis aan opdat elkeen goed zou kunnen zien hoe christelijk hij wel was. In de hand had hij er dan ook nog ene, de schijnheiligaard !!

    Toen kwamen de verkiezingen. De Sussen maakten de Blekken uit en de Blekken de Sussen. Wat er geschreven, gedrukt, gerijmd of gedicht werd, stak zo nauw niet. Alles was geheim al kwam het van dezelfde drukpers. Over mannen- en vrouwenkwesties werd er geschreven, zowel als over dieven en profiteurs. De Blekken beweerden dat de Sussen allemaal zwart geweest waren in de oorlog en die van hun allemaal patriotten. De Sussen daarentegen beweerden dat alle incivieken bij de Blekken zaten, bij hun waren alleen vaderlandslievende mensen.

    Wanneer ge de lijsten zo eens nakeek en ge had alle pamfletten gelezen dan zoudt ge gezworen hebben dat iedere partij haar best gedaan had om hun mensen speciaal te selecteren. Hoe dichter ze bij de kop stonden, hoe onbetrouwbaarder en slechter ze dan volgens dat verkiezingsdrukwerk wel waren. Ge kon bijna zweren dat op geen één van de twee lijsten een menselijke mens stond.

    Hoe dichter bij de ‘keus’, hoe meer strooibiljetten er werden uitgegeven; hoe meer er geplakt werd, hoe meer er overplakt, afgetrokken en weer overplakt werd. De laatste week was er bij Nieke van den Barreel zelfs geen witborstel meer te verkrijgen. Ook al het witsel was op. De meeste van die borstels waren dan ook gesneuveld bij een handgemeen. De kalk werd naar de anderen gegoten, soms nog met de emmers eraan. Ook de pastoor stond die dagen niet gerust op de kansel.

    Een paar dagen na de uitslag was Leest goddank dan weer in alle rust en vree gedompeld.

    In stilte werd onze jeugd weer opgeleid. Hadden ze het niet met de moedermelk opgezogen, dan werd het er met andere manieren ingepompt; met bijbelachtige overleveringen of in hun eigen taal, maar bikkelhard als indertijd de stenen van Mozes.

    Die taal heb ik dan trachten te ontleden voor mensen die eventueel later in ons dorpken zouden willen komen wonen. Ge kunt het aframmelen als een lieken uit uw kinderjaren !

    Hier komt het :

     

    De Tien Geboden van een Leestenaar

    Bovenal bemin één man

    Maak de andren zwart als ’t kan

    Voor hun fouten zoek ergernis

    Geloof nooit kwaad als het over d’ onzen is

    Voor uw partij moet ge maar liegen

    Doe d’ ander overal buiten vliegen

    Is bij hen dan iets ontloken

    Verzuim niet van wat vuur te stoken

    Maar vecht voor ons in uw gemoed

    en sla de belagers dood als ’t moet !

     

    Dan komen er nog

     

    De Vijf Geboden voor een Muzikant

    D’instrumenten zult gij eren

    In cafés van d’ andren ’t bier ontberen

    hou ons muziek voor ongeschonden

    dat van d’ ander gejank van honden

    en met ’t Teerfeest niet mankeren !

          Lang leve Leest !!!”   

     

    07-05-2013 om 09:19 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – April : Van de Sussen en de Blekken Susse Teughels in ‘De Band’ :

    “Pas had het grommelen van bommen en granaten opgehouden of we konden het rommelen van de trommels reeds horen  tot op het dorp. Iedere vrijdagavond werd in de zaal van Sooitje (noot : zaal St-Cecilia Dorpstraat) repetitie gehouden door de vlug heropgerichte fanfare. Schetterende trompetten en bazuinen, aangevuld door zachtere instrumenten, klonken gedempt door, tot zelfs in onze slaapkamer (noot : Frans ‘Susse’ Teughels was een kleinzoon van Noldus Teughels, gemeenteontvanger, schrijnwerker en waard van ‘de Rozelaer’ op de Dorpsplaats). De Blekken waren herboren.

    Van de Sussen was geen sprake meer. Het eeuwige bekvechten over muziek en fanfare was volledig geluwd gedurende de lange oorlogsjaren. Ook van de daaruit voortvloeiende dorpspolitiek hadden ze hun bekomst. Eigenlijk hadden ze reeds enkele jaren voor de oorlog de strijd gestaakt. Doch een paar driftkoppen onder hen hadden toen de politieke handschoen opgepakt en voor de lol zich gemeld als kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezing. Tot grote verbazing van iedereen behaalden de ‘Juniors’, zoals ze zich noemden, geheel onverwacht een glansrijke meerderheid. Sinds heuglijke tijden was het bij ons de gewoonte geworden om in die overwinningsnacht met rammelende stoofbuizen rond te rijden. Altijd maar op en af ging die rit, telkens weer voorbij de kandidaten die het onderspit gedolven hadden. Tevens was het de uitgelezen kans om er in dolle pret drie dagen tegen aan te lappen…herberg in en herberg uit, tot de meesten onder hen volledig platzak waren.

    Met een burgemeester, verkozen buiten raad, hebben ze die jaren de befaamde Juniorslaan aangelegd. Waarschijnlijk is die luxe voor velen van onze kiesgerechtigden teveel geweest want bij de volgende ‘keus’ was het buiskensrijden voor de mannen van de andere kant.

    Met lede ogen hebben dan ook de juniorsympathisanten de drie dagen durende braspartijen moeten aanschouwen. Van zulke dingen wilden ze niet meer weten. De gedachten alleen al aan de affronten van dat buizengekletter was blijkbaar teveel geweest. Verscheidene oud-muzikanten van ‘Arbeid Adelt’  (noot : de ‘Sussen’) dachten er zelfs aan zich te melden bij de reeds weer bestaande maatschappij om samen één grote fanfare te vormen.

    De familiepolitiek van voor de oorlog leek voorgoed voorbij.

    Twee volle vrijdagavonden hing boven ons dorp een waas van orgelmuziek, ter voorbereiding van de processie waarin de fanfare voor de muzikale toon zou zorgen. De kleurrijke kleine wimpelkens van de rozenkrans welke we vanaf onze plechtige communie hadden moeten of mogen dragen tijdens die ommegang, lieten we nu maar voor andere kinderen.

    Mij werd de vlag van de H. Jozef toevertrouwd. Fier als een pauw heb ik haar uit de kerk gehaald en als eerste stond ik op de plaats waar ik zijn moest voor de samenstelling van die kerkelijke stoet. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes sloten aan, al of niet in processieklederen. Eindelijk, onder het luiden van de grote klok, zette de mensenslang zich langzaam in beweging. Tot aan de Sint-Jozefskapel was alles goed gegaan. Daar was het eerste oponthoud. De menigte ging op de knieën zitten en wachtte devoot op de zegening.

    Juist wanneer de monstrans in de hoogte ging, zag ik dat beeldschoon kind waarvan ik al een hele tijd droomde, aan de overkant van de baan. Voor de eerste keer in mijn leven lachte ze me toe. Als een grote jongen stak ik mijn hand op, heel eventjes maar en toch iets te lang, want Sint-Jozef was al aan ’t wankelen en maakte een buiklanding vlak op de gouden kroon van die ‘Heilige Trees’ voor mij. Het krijsen van dat kind klonk schel door die plechtige stilte.

    Na een kort gevecht kwam ze van onder de Heilige man vandaan. Op dat ogenblik trok ze meer op Onze-Lieve-Vrouw van zeven Weeën dan wel op de maagd welke ze eerst had uitgebeeld. De blikken rand, waarmee de kroon op haard hoofd vaststond, was tot over haar neus geschoten…al bloed wat de klok sloeg. Dikke tranen van pijn rolden over haar bolle wangen. De dokter, die daar woonde, kwam vlug ter hulp met jodiumtinctuur en schilderde haar een rode neus als van een clown, tot nog meer jolijt van de mensen rondom ons.

    Veel zorgen kon ik er mij niet over maken, want op dat ogenblik zette de processie zich weer in beweging en moest ik kost wat kost mijn patroon terug in de hoogte krijgen met een stok die echter wel een halve meter korter geworden was en tot overmaat van ramp gebarsten tot boven. Krampachtig moest ik hem met beide handen vasthouden want hij zwikte van links naar rechts en dat telkens met een schok, alsof hij me kost wat kost wilde ontglippen. Onder gespot en gelach van de mij omringende mensen, heb ik dan de verdere weg al waggelend afgelegd.

    Uit die heilige mond achter mij klonken dikwijls schietgebedekens, die eigenlijk helemaal geen schietgebedekens waren. Telkens proestten de toeschouwers het uit en deden er nog een gebedeke bij, alsof ik nog niet genoeg had met dat stuk stok dat ieder ogenblik kon begeven. Daarbij kwam dan nog de angst voor wat ons vader er zou van zeggen als hij ging weten wat er gebeurd was en weten zou hij het, zelfs als het vandaag nog niet verteld werd, want die lat kreeg hij onvermijdelijk in de handen om te herstellen, alhoewel er geen repareren meer aan was. De vaderonsen en weesgegroeten, die ik de rest van de weg gelezen heb om op wonderbare wijze dat stuk hout weer aaneen te laten groeien, liefst op onzichtbare wijze, konden ook niet baten.

    De tweede halte was aan de kapel van de Heilige Apollonia. Weer draaiden we ons om.

    ’t Is daar dat ik voor het eerst weer kunnen lachen heb. Voor mij stond terug die maagd maar nu met een dik opgezwollen roodgeverfde neus en met die bleke wangen leek ze meer op de Heilige Pepino met een scheve kroon. Uit haar oogholten schenen zelfs vlammen te komen wanneer ze mij bekeek. Dat deed me weer aan de ogen van ons vader denken als ik even later thuis zou zijn. Daarmee was het lachen alweer weg. Toch heb ik die vaan veilig en wel weer op zijn plaats kunnen krijgen. Hij stond daar wel tegen die rood geschilderde pilaster, als een klein manneken tussen zijn grote broers, maar hij stond er en dat was het bijzonderste.

    De ‘Christus vinchit en Christus regnat’  leken me veel te vlug voorbij. Ook de litanie van al de mannen van de almanak was precies rapper om dan anders. Zelfs scheen het dat die oude pastoor met alle moeite van de wereld zijn haast krakende knoken geweld aandeed om zo rap mogelijk de laatste zegen te geven. Met bibberende benen en een angstig hart ben ik thuis binnengestapt. De herberg zat stampvol en dat ze daar al op de hoogte waren moest ik niet meer vragen. Een algemeen gelach weerklonk al, als ik nog maar juist de deur open had.

    ‘Maar hij zal hem…’ en daarmee bedoelde hij die stok…’begot zelf maken !!!’ hoorde ik ons vader zeggen wijl hij juist een glas bier voor een kliënt op de tafel zette. In zijn ogen blonken zoiets als sterretjes, alsof hij er zelf plezier in had. Moest ik daar zoveel schrik voor gehad heben. Die korte onderbreking deed de mannen die daar zaten niet veel, want al spoedig ging het gesprek over de processie en ten lange laaste over de fanfare en hoe schoon het wel was…” (‘De Band’, april 1983)

     

    In het Leestse soldatenblad publiceerde Susse Teughels in mei het vervolg 

    Van de Blekken en de Sussen :

     

    “Wat voorafging : door een klein ongelukje tijdens de processie vond ik het geraadzaam een beetje thuis te blijven om vaders toorn te ontlopen en daardoor was ik getuige van wat er bij ons in de herberg zoal besproken werd.

    ‘Dat het begot schoeën es, een fanfare in de processie en als hij het begot niet zo liet zou hij zich begot gaan melden als muzikant van de Blekken want van de Sussen zou begot toch niets meer in huis komen.’ Sommige mensen gaven hem gelijk, waren zelfs bereid mee te gaan maar wilden niet de eerste zijn. Anderen keken liever de kat wat uit de boom. Iedere week repetitie en bijna elke zondag weg zijn en daarbij nog al het gebras en verteer. De oorlogsjaren hadden hun wel geleerd hoe gezellig het thuis kon zijn. Naar gelang de pinten kwamen, des te heftiger werden de ‘discussies’ en werd nog meer bier besteld.

    Na de Cecilia-drapeau te hebben opgeborgen bij Cyriel Verschueren in de Scheerstraat, kwamen de Blekken onder het spelen van een marsch weer stapsgewijs op het dorpsplein. Aan café ‘De Zwaan’ werden ze ontbonden. Elk ging zijn eigen weg ; sommige muzikanten trokken recht naar huis terwijl andere van de ene kroeg naar de andere togen om daar hun beste deuntjes voor te spelen. Hoe meer getrakteerd werd, hoe zwaarder vielen de slagen op de trom en in de mate van het nog mogelijke klonken de klanken van de instrumenten een hele namiddag lang.

    Toen enkele gasten rond een uur of vier op de fiets stapten en huiswaarts wilden keren om het daar nog wachtende feestelijke noenmaal te gebruiken, trok de Soo op de muziek af.

    ‘Nu of nooit,’ dacht hij, ‘want anders zou het er toch nooit van komen. Er moest toch iemand de eerste zijn om over te stappen. Toeval of niet…? Hij had de voet nog niet in het portaal van de ‘kegelbaan’ gezet of de grote trom daarbinnen begon kapit te geven en hoorverdovend klonken de klanken uit de koperen instrumenten wijl de niet-muzikanten als in een roes het overbekende oude liedeken meezongen : ‘En de Susse, de Susse, de Susse zen kapot, en de Susse, de Susse, de Susse zen kapot en de a die zen verslete en de nief die zen kapot !’

    Dat was teveel voor onze vriend. Als de bliksem keerde hij op zijn stappen terug, recht naar onze deur. Met de klink nog in de handen en een gezicht wit als een lijk, kreet hij : ‘Mannen, vrijdag repetitie !!’ Als een bom sloeg dat in, amaai, die vent liet er geen gras over groeien, doch veel bijval kreeg hij niet. Zomaar bij de ‘Blekken’ gaan, moesten ze nog eens over denken…en zeker thuis over klappen.

    ‘Bij de ‘Blekken’ begot…nee, nee…vrijdag om acht uur voor de ‘Sussen’ !! De explosie was compleet. Nu konden de nog aanwezigen helemaal niet meer volgen. De mannen die even tevoren zulke grote honger hadden en van op de fiets dat hele tafereel hadden aanschouwd, kwamen al terug binnen…die sensatie mochten ze niet missen. Het bier kon niet rap genoeg komen. De ene ronde na de andere moest eraan. Ze zouden eens laten zien dat ze er ook nog waren. Voor het vallen van de avond waren er reeds veertien muzikanten ingeschreven. De vroegere dirigent zou teruggeroepen worden. In de late uren zag het er uit alsof de Sussen nooit uit de circulatie geweest waren.

    Die vrijdag was het repetitie. De ‘pupitters’, in der haast ontdaan van de meeste kippendrek, stonden keurig opgesteld. Zeven muzikanten kwamen opdagen. Er was zelfs ene bij in wiens instrument de strotakjes nog staken. Hij had het juist opgevist van in de tassing waar hij het verborgen had voor de koperslag van de Duitsers in de oorlog.

    De andere zeven waren vergeten dat ze ondertussen met een ‘Blekkerin’ getrouwd waren. De ene werd erop gewezen hoe laf hij wel was om vrouw en kinderen zo maar in de steek te laten. Een paar anderen mochten naar de eerste herhaling komen, maar zouden die avond nog hun paksken mogen pakken. Een andere mocht gaan, maar dan over haar lijk !

    Dan was er nog iemand bij die, wanneer hij zijn trombone nemen wou, alleen nog een paar waardeloze buisjes vond.

    De zeven mensen die nog overschoten hebben toen de grondslag gelegd voor de hernieuwde maatschappij, want drie weken later werd de eerste verhuizing aangekondigd. Van het Dorp zouden ze naar de Biest gaan, om daar de volgende herhalingen te houden. Toen waren ze al met veertien. Op die verhuizing was ook ik van de partij. Schoon was dat ; de ene ‘parde bleu’ na de andere…altijd de twee zelfde : ‘Cavala’ en het ‘Witte Paard’. Af en toe, buiten de huizen, werd wat anders geprobeerd. Schoon, echt schoon, ook ik zou muzikant worden. Door die goeie wil mocht ik zelfs tussen hen lopen, alsof het mijn eigen volk was. Van de ene herberg naar de andere ging het. Natuurlijk kwamen ze alleen bij die mensen, die voor de oorlog lid waren. In goede aarde viel dat wel. Tappen en schenken goed, maar lid worden ? Nee…Het ene plezier was het andere waard en daarbij…’de Sussen drinken niet’ was de slagzin en weer kon Cavala geblazen.

    Juist voorbij Doreke de metser, vroeg de meester, die de grote trom sloeg, mij eventjes de stok vast te houden, dan kon hij een sigaret rollen. Fier als een pauw nam ik dat stuk hout met vilten bol vooraan in de hand. Een paar passen is dat goed gegaan. Van in de tenen begonnen die kribbelingen, trokken hoger en hoger en voor ik het zelf besefte…Boem !!

    Een ezel, die rustig van op zijn wei naar dat kabaal stond te kijken, schrok en rende snel weg naar de andere zijde van de omheining, vond daar een gat en vluchtte weg…

    Viktor Troch en Berre, de twee tuba’s sprongen vooruit alsof er plots een V-1 achter hun hielen gevallen was. ‘Godverdomse snotneus’, hoorde ik de eigenaar van de trommel sissen, terwijl hij van het verschieten zijn propje tabak en blaadje liet vallen, juist in een plas water. Dat was nog het ergste. Daarmee was ik al als stokkendragen gedegradeerd en kon ik bij de gewone jongens aan de zijkant gaan lopen.” 

     

     

    07-05-2013 om 09:16 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1983 – Aprilnummer ‘De Band’ : Leestenaars treden zo uit de oude doos

     

    Uit de verzameling van meester Stan Huysmans een opstel van Hendrik Moons van 8 maart 1950 :

     

    Onze klas op wandel in maart

    “Op maandag 6 maart hebben wij een wandeling gemaakt naar de moderne hoeve van Jaak Lamberts in de Tiendeschuurstraat. Het was juist zo’n schoon weertje en het ging ons dus goed af. We vertrokken te 1.30 u in de school en rond 2 u kwamen we op de boerderij van Jaak en Stefanie. Het eerste dat we bezochten waren de varkenshokken, want de boer was de biggen juist aan ’t voederen. Hetgeen ons in de varkenshokken bijzonder is opgevallen, is de moderne manier van verlichting, van verluchting en ook nog de nieuwe leiding van het kraantjeswater.

    Dan gingen we buiten de hoeve naar de silo’s zien, want dat was de moeite waard. Er konden zo maar 14 à 15 grote wagens voeder in één silo. De silowand was gemiddeld 10 cm dik en de bodem 20 cm. Nu hadden we dit alles goed bekeken en besproken en geluisterd naar Jaak zijn uitleg. Daarna traden wij in de koestal. Hier zagen we de moderne automatische drinkbakken, wat allemaal veel gemak verleent aan de boer en de boerin. We gingen dan achter de koeien staan en dan zagen we ineens dat de staarten van de koeien vastgebonden waren om er niet mede in hun drek te liggen. Ook hing boven elke koe een plaatje met de naam, en wanneer ze gekalfd hadden en zo meer.

    We gingen terug buiten, bedankten Jaak en Stefenia en zakten terug af naar de school.

    Maar op de terugweg zijn we onze smidse binnengegaan. Dat was naar mijn zin. Vader was juist een paard aan ’t beslaan en dat hadden vele jongens nog niet gezien. Ik kende dat allemaal en wilde ook wel wat tonen aan mijn makkers. Ik heb dan eens het smidsvuur opgezet, eens geboord en eens geslepen om de jongens te laten zien hoe dat allemaal werkte. Ik was wel een beetje fier, hoor. Dan gingen we terug naar school. En ik was blij dat de meester aan vader gezegd had, dat hij niet te klagen had over mij. In de klas gaf de meester nog ons huiswerk op en onze les voor ’s avonds, en we konden terug naar huis.

    Ik hoop dat we nog wandelingen zullen maken en vooral met zulk goed weer.”

     

    De schrijver Hendrik Moons :

    -Tijdens het schooljaar 1949-’50 leerling in het achtste leerjaar.

    -Geboren te Leest op 19 januari 1936.

    -Zoon van Moons Jan (hoefsmid +1972) en Verbeeck Joanna, Tiendeschuurstraat 1.

    -Gehuwd met Sarens Jeannine (Hombeek).

    -Wonende Vekestraat 3 Hombeek (Nieuwe straatnaam : Tantelaar 3).

    -Beroep : smid. Is 12 jaar hoefsmid geweest bij de Boomse steenbakkerijen, tot in ’68, toen bij de modernisatie de paarden uit ‘het geleeg’ moesten verdwijnen.

    -Kinderen : Marleen, Brigitte, Bruno, Sven. Is reeds grootvader. De tijd vliegt…

    -Studies : na de 4de graad : 3 jaar Vakschool (metaal) – avondonderwijs. Daarna 3 jaar zondagschool HOEFSMEDERIJ Brussel – diploma.

    -Legerdienst : 18 maanden 15e Artillerie Brasschaat.

    -Hobby’s : 1. Heeft het erg hard zitten met PAARDENHOUDERIJ en –VERZORGING.

    2. Kunstsmederij (in vaders smidse). Hier is hij in zijn element, hij hamert deskundig SNUISTERIJEN – roosjes en andere bloemen, met de liefde en de slagkracht van Van Boeckel. Als men iemand zo ernstig bezig ziet aan zijn hobby, wordt ARBEID EEN GEBED.

     

    Ach ! IN ’t VADERHUIS ! Wat een lust en een weelde, die sfeer van vroeger. Hier is de tijd, samen met het hart van de vader, stilgevallen… Die oude blaasbalg, die smidshaard, die rook, die geur en kleur van afbrandsel, die spetterende witte gensters en rode ijzervonken, die berookte solderbalken, en jarenlange zwarte wanden, dit alles lijkt als een gewijde plaats. Die oude travalje, al het beslaggereedschap, de smeed- en koelbak, de smeekolen, het aambeeld, de hamers en bultklopper, de doorslag en klinkbouten, de tangen, prangen en snijders in soorten, de schroefbank en pletrol, de scharen en beitels, messen, vijlen en boren allerhande…Ach, een bijzondere, aparte, grote wereld in ’t klein voor een aandachtige bezoeker… Hoe kan het anders, dan dat de zoon er dikwijls weerkomt, er graag vertoeft en er de tijd van vroeger doet herleven…

    En terwijl hij smeedt en klopt dat de gensters sprankelend in ’t ronde springen, en ’t witgloeiend ijzer in de juiste vormen kneedt, vertelt hij sappig, met veel humor en leute uit zijn klasleven 7de en 8ste leerjaar. Hij moet er nog om lachen, -(nu, maar niet toen)- als hij beweert dat hij eens een ferme mep heeft gekregen. Hij had ze wel verdiend, mildert hij maar Jan De Prins had er zeker ook ene moeten krijgen…

    De school van toen, overvol aan herinneringen, is sinds wel erg veranderd filosofeert hij… MOONS HENDRIK stuurt hiermee nog langs ‘De Band’ zijn groeten aan De Prins Jan, Diddens Marcel, Fierens Frans, Fierens Theofiel, en anderen…

           Stan Huysmans.

     

    Op een mooie lentedag dit jaar (2013) bracht ik Rik een bezoek in de Hovenierswoning van het kasteel De Mot (Kasteel De Mot : zie o.a. jaar 1845 in deze Kronieken en ook in de Toponiemen die volgen), die hij sinds de jaren ’90 achtereenvolgens huurt van de Brusselse Jonkheer Pansius Prion en al enkele jaren van de huidige eigenaar Pascal Ferryn.

    De Hovenierswoning bevindt zich pal aan de straatkant (Bist) en draagt het huisnummer 8.

    De jachtwachterswoning, links van het domein, heeft als adres Bist 12 en het kasteel zelf kreeg van de stad Mechelen, merkwaardig, het adres Bistsevelden 2 mee.  

    Na een luidruchtige verwelkoming door zijn 14-jaar oude border collie Billy werd ik gastvrij ontvangen en door zijn huisje geleid. Overal bots je op zijn kunst. Een machtige metalen kroonkandelaar siert het plafond, op zijn schouw prachtige paardenhoofden waarvan de contouren afgewerkt zijn met een fraai bloemmotief en die een indrukwekkende spiegel omzomen, eveneens afgewerkt met prachtige bloemen. Op het salontafeltje een sierlijke arend en ook op de schouw van zijn keukentje bloemen maar vooral paarden. Pareltjes van smeedkunst en allemaal van zijn hand.

    Een praatvaar zoals Rik moet je niet pramen om van wal te steken, hij is 77 ondertussen maar zijn grijze celletjes werken nog optimaal. Hij vertelt honderduit over zijn jeugd, zijn legerdienst, zijn carrière, zijn familie, zijn tegenslagen…

    Dat interview met meester Huysmans van 30 jaar geleden herinnert hij zich nog goed. Ik kon goed opstellen en zonder fouten schrijven, nog steeds, vertelt Rik. Meester Huysmans  had hem ooit nog een fikse klap verkocht wist hij, maar waarschijnlijk verdiend, want hij was een kwajongen die veel kattenkwaad uithaalde. Ook in het leger was hij geen doetje. Hij was van de laatste lichting die nog een termijn van 18 maanden diende uit te doen, na hem moesten de miliciens nog 15 maanden kloppen, en in Brasschaat verplichtte men hem om chauffeur te worden, ook al bezat de kazerne nog een vijftal paarden. Rik wou beslist op een paard maar dat werd hem geweigerd en hij ging dwarsliggen. Toen hij na 6 weken opleiding in aanwezigheid van een instructeur op een paal reed, aan de Trappistenabdij van Westmalle, werd zijn rijbewijs hem ontzegd en kreeg hij nog een zware straf toe. Een rijbewijs zou hij overigens nooit halen.

    Met paarden heeft hij een speciale band. ‘Ik ben als paard geboren en ik zal als paard sterven, mijn eerste woord was iets met paard heeft mijn moeder altijd gezegd.’

    Waar die fascinatie vandaan komt weet hij niet, vermoedelijk door de smidse van zijn vader.

    Hendrik Moons is de tweede zoon van Jan-Baptist, de hoefsmid uit de Tiendeschuurstraat en van Jeanne Verbeeck uit Tisselt.

    ‘Toen wij dertien, veertien waren wilden al mijn vrienden naar de autofabriek, ik niet, ik wou persé smid worden, ik ging er mee slapen en ik werd er mee wakker.’

    ‘Toen de vader van zanger Bobbejaan Schoepen, een smid uit Boom, overleed, heb ik hem een tijdlang vervangen. Nadien ben ik in de Boomse Steenbakkerijen gaan werken als smid en ’s avonds hielp ik mijn vader in zijn smidse.’

    Na de teloorgang van de steenovennijverheid in de Rupelstreek, werd hij tewerkgesteld in ‘den IJzeren’ te Willebroek en Acomal Mechelen, steeds als onderhouds- of productiesmid.

    Intussen was hij gehuwd met de Hombeekse Jeannine Sarens, een zus van de in de jaren ’60 bekende Belgische middengewicht bokser Emiel Sarens. Deze laatste verblijft momenteel in Deurne en komt zijn schoonbroer uit Leest nog regelmatig bezoeken.

    Jeannine schonk hem vijf kinderen waarvan er eentje heel vroeg zou overlijden. Hun jongste, Sven, vormt de derde opeenvolgende generatie van hoefsmeden uit dezelfde familie.  Hij geeft les aan de Hoefsmederijschool en beschikt over een eigen smidse in zijn woning.

    Het leven heeft Rik niet gespaard. Zijn vader kreeg aderverkalking en overleed in 1972.

    Rik wou niets liever dan de smederij overnemen maar familieperikelen beslisten daar anders over. Later begon zijn vrouw te sukkelen met haar gezondheid en na een operatie kwam ze ongelukkig ten val met als gevolg een dubbele open beenbreuk. Zeven operaties waren er nodig en uiteindelijk kreeg ze een pin ingeplant van knie tot knoesel. Later volgde een open hartoperatie die het gezin ruim 500.000 frank kostte en uiteindelijk kreeg ze de ziekte van Parkinson. De laatste jaren van haar leven heeft Rik haar liefdevol verzorgd. Zelf bleef hij ook niet gespaard, twee jaar geleden kreeg hij een zware maagbloeding. Vier zweren ontploft in zijn maag maar na zes dagen was hij terug thuis uit het ziekenhuis.

    En Is het niet gevaarlijk paarden beslaan ? ‘Het voorste van een vrouw en het achterste van een paard is gevaarlijk’, lacht hij. Hij heeft veel schoppen gekregen maar echt zwaar gekwest werd hij nooit. Wel werd zijn knie zwaar belaagd na een confrontatie. Twee keer per jaar laat hij daar vocht uittrekken. 

    ‘Ik ben geen kunstenaar maar een hoefsmid en een paardenliefhebber,’ zegt Rik bescheiden.

    ‘Alhoewel goeie hoefsmeden kunstenaars op zich zijn. Die stiel leer je niet op drie jaar. Ik was 21 toen ik mijn vak beheerste, maar je moet weten dat ik het heel mijn jeugd heb gedaan. Ik was van kindsaf in de smidse te vinden en ik ben fier op mijn stielkennis maar een kunstenaar ben ik niet. Ik heb 50 paarden gemaakt. Het laatste staat bij mijn kleinzoon in Liezele, het is volledig ingespannen, opgetuigd zoals de paarden op het ‘geleig’ of de  boottrekkers. In het kasteel staat een paard van mij van ruim 75 kg en die arend heb ik ooit gezien op een foto van een Amerikaanse zonnewijzer. Ik heb hanen gemaakt, kippen, luchters en schouwgarnituur. En altijd weggegeven. Ik heb nog nooit geld gevraagd voor mijn maaksels, nooit.’

    Zijn smidse heeft hij nog (foto) maar smeden zit er niet meer in, zijn duimen hebben het laten afweten.

    Tegenwoordig zorgt hij voor zijn drie merrie pony’s en de vijf ezels en de pony van zijn huisbaas. Dat is zijn lust en zijn leven. Verder houdt hij nog een oogje in het zeil op het domein van het kasteel De Mot, zeker als de bewoners afwezig zijn.

    ‘Ik zou een hele dikke boek over mijn leven kunnen schrijven,’ besluit de krasse zeventiger bij ons afscheid en ik heb de indruk dat hij nog lang niet is uitverteld.

         M.V.H.

     

    -De Hovenierswoning van het Kasteel De Mot

    -Rik naast enkele van zijn creaties, elke paardje is uniek.

    -Immer weerkerend in zijn kunst zijn paarden.

    -Voor deze arend haalde hij zijn inspiratie uit een Amerikaanse zonnewijzer.

    -De smidse in de Hovenierswoning is nog steeds intact.

     











    02-05-2013 om 09:54 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 18/08-24/08 2025
  • 11/08-17/08 2025
  • 04/08-10/08 2025
  • 28/07-03/08 2025
  • 21/07-27/07 2025
  • 14/07-20/07 2025
  • 07/07-13/07 2025
  • 23/06-29/06 2025
  • 16/06-22/06 2025
  • 09/06-15/06 2025
  • 02/06-08/06 2025
  • 26/05-01/06 2025
  • 19/05-25/05 2025
  • 12/05-18/05 2025
  • 05/05-11/05 2025
  • 28/04-04/05 2025
  • 21/04-27/04 2025
  • 14/04-20/04 2025
  • 07/04-13/04 2025
  • 31/03-06/04 2025
  • 24/03-30/03 2025
  • 17/03-23/03 2025
  • 10/03-16/03 2025
  • 03/03-09/03 2025
  • 24/02-02/03 2025
  • 17/02-23/02 2025
  • 10/02-16/02 2025
  • 27/01-02/02 2025
  • 06/01-12/01 2025
  • 30/12-05/01 2025
  • 23/12-29/12 2024
  • 16/12-22/12 2024
  • 09/12-15/12 2024
  • 25/11-01/12 2024
  • 18/11-24/11 2024
  • 11/11-17/11 2024
  • 04/11-10/11 2024
  • 21/10-27/10 2024
  • 14/10-20/10 2024
  • 07/10-13/10 2024
  • 30/09-06/10 2024
  • 23/09-29/09 2024
  • 16/09-22/09 2024
  • 09/09-15/09 2024
  • 02/09-08/09 2024
  • 26/08-01/09 2024
  • 19/08-25/08 2024
  • 12/08-18/08 2024
  • 29/07-04/08 2024
  • 22/07-28/07 2024
  • 15/07-21/07 2024
  • 08/07-14/07 2024
  • 01/07-07/07 2024
  • 24/06-30/06 2024
  • 17/06-23/06 2024
  • 10/06-16/06 2024
  • 20/05-26/05 2024
  • 06/05-12/05 2024
  • 29/04-05/05 2024
  • 15/04-21/04 2024
  • 01/04-07/04 2024
  • 18/03-24/03 2024
  • 11/03-17/03 2024
  • 19/02-25/02 2024
  • 05/02-11/02 2024
  • 22/01-28/01 2024
  • 25/12-31/12 2023
  • 18/12-24/12 2023
  • 04/12-10/12 2023
  • 27/11-03/12 2023
  • 20/11-26/11 2023
  • 13/11-19/11 2023
  • 06/11-12/11 2023
  • 30/10-05/11 2023
  • 23/10-29/10 2023
  • 09/10-15/10 2023
  • 25/09-01/10 2023
  • 11/09-17/09 2023
  • 28/08-03/09 2023
  • 14/08-20/08 2023
  • 24/07-30/07 2023
  • 10/07-16/07 2023
  • 26/06-02/07 2023
  • 19/06-25/06 2023
  • 12/06-18/06 2023
  • 05/06-11/06 2023
  • 29/05-04/06 2023
  • 15/05-21/05 2023
  • 08/05-14/05 2023
  • 01/05-07/05 2023
  • 24/04-30/04 2023
  • 10/04-16/04 2023
  • 27/03-02/04 2023
  • 20/03-26/03 2023
  • 06/03-12/03 2023
  • 27/02-05/03 2023
  • 20/02-26/02 2023
  • 13/02-19/02 2023
  • 06/02-12/02 2023
  • 23/01-29/01 2023
  • 16/01-22/01 2023
  • 09/01-15/01 2023
  • 02/01-08/01 2023
  • 26/12-01/01 2023
  • 12/12-18/12 2022
  • 05/12-11/12 2022
  • 28/11-04/12 2022
  • 14/11-20/11 2022
  • 07/11-13/11 2022
  • 31/10-06/11 2022
  • 24/10-30/10 2022
  • 17/10-23/10 2022
  • 03/10-09/10 2022
  • 26/09-02/10 2022
  • 19/09-25/09 2022
  • 05/09-11/09 2022
  • 22/08-28/08 2022
  • 15/08-21/08 2022
  • 08/08-14/08 2022
  • 25/07-31/07 2022
  • 18/07-24/07 2022
  • 11/07-17/07 2022
  • 27/06-03/07 2022
  • 20/06-26/06 2022
  • 06/06-12/06 2022
  • 23/05-29/05 2022
  • 09/05-15/05 2022
  • 02/05-08/05 2022
  • 18/04-24/04 2022
  • 28/03-03/04 2022
  • 21/03-27/03 2022
  • 14/03-20/03 2022
  • 21/02-27/02 2022
  • 31/01-06/02 2022
  • 03/01-09/01 2022
  • 20/12-26/12 2021
  • 13/12-19/12 2021
  • 29/11-05/12 2021
  • 15/11-21/11 2021
  • 01/11-07/11 2021
  • 25/10-31/10 2021
  • 18/10-24/10 2021
  • 11/10-17/10 2021
  • 04/10-10/10 2021
  • 27/09-03/10 2021
  • 20/09-26/09 2021
  • 13/09-19/09 2021
  • 06/09-12/09 2021
  • 30/08-05/09 2021
  • 23/08-29/08 2021
  • 16/08-22/08 2021
  • 09/08-15/08 2021
  • 02/08-08/08 2021
  • 26/07-01/08 2021
  • 19/07-25/07 2021
  • 12/07-18/07 2021
  • 05/07-11/07 2021
  • 21/06-27/06 2021
  • 14/06-20/06 2021
  • 07/06-13/06 2021
  • 24/05-30/05 2021
  • 10/05-16/05 2021
  • 03/05-09/05 2021
  • 26/04-02/05 2021
  • 12/04-18/04 2021
  • 05/04-11/04 2021
  • 22/03-28/03 2021
  • 15/03-21/03 2021
  • 08/03-14/03 2021
  • 22/02-28/02 2021
  • 15/02-21/02 2021
  • 01/02-07/02 2021
  • 18/01-24/01 2021
  • 04/01-10/01 2021
  • 28/12-03/01 2027
  • 21/12-27/12 2020
  • 14/12-20/12 2020
  • 07/12-13/12 2020
  • 30/11-06/12 2020
  • 23/11-29/11 2020
  • 09/11-15/11 2020
  • 02/11-08/11 2020
  • 19/10-25/10 2020
  • 12/10-18/10 2020
  • 05/10-11/10 2020
  • 28/09-04/10 2020
  • 21/09-27/09 2020
  • 24/08-30/08 2020
  • 17/08-23/08 2020
  • 10/08-16/08 2020
  • 03/08-09/08 2020
  • 20/07-26/07 2020
  • 06/07-12/07 2020
  • 29/06-05/07 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 15/06-21/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 25/05-31/05 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 20/04-26/04 2020
  • 30/03-05/04 2020
  • 23/03-29/03 2020
  • 16/03-22/03 2020
  • 09/03-15/03 2020
  • 02/03-08/03 2020
  • 24/02-01/03 2020
  • 10/02-16/02 2020
  • 03/02-09/02 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 13/01-19/01 2020
  • 06/01-12/01 2020
  • 30/12-05/01 2020
  • 16/12-22/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 02/09-08/09 2019
  • 26/08-01/09 2019
  • 12/08-18/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!