Kleine beestjes uitroeien heeft gevolgen voor het grote geheel
Kleine beestjes uitroeien heeft gevolgen voor het grote geheel© Zika near Annapurna basecamp, Sangyam adventurer, Wikimedia, CC SA 4.0

Je hebt vast wel van het 'Butterfly Effect' gehoord; één vleugelslag van een vlinder kan uiteindelijk uitmonden in een orkaan elders. Een poëtisch beeld, dat een van de basisprincipes van de chaostheorie werd: kleine acties kunnen grote gevolgen hebben. Denkend vanuit die metafoor, pleiten Chinese ecologen er voor te stoppen met het bestrijden van de pika en de zokor, kleine graafdieren, op de Tibetaanse hoogvlakten. De uitroeiingscampagnes van de kleine beestjes vormen een gevaar voor de ecoystemen langs de grootste rivieren in Azië.

Het Qinghai-Tibetaans Plateau, ook wel bekend als 'het dak van de wereld', is de hoogstgelegen en grootste hoogvlakte ter wereld. Het ligt op 3000 tot 5000 meter hoogte, strekt zich uit over Tibet, de provincie Qinghai in China en Ladakh en Kasjmir in India en Pakistan. Op deze hoogvlakte ontspringen verschillende van de grootste rivieren in Azië, waaronder de Gele Rivier, Yangtze, Indus, Brahmaputra, Salween, Irrawaddy en Mekong.

Op dat plateau groeit gras en grazen yaks, grote en stoere runderen. Om de kwaliteit van het grasland te beschermen en de veehouderij te steunen, voerde de Chinese overheid in 2000 een natuurbeheerbeleid in, 'Returning Grazing Land to Grassland'. Dat beleid voorzag in grote jaarlijkse grootschalige uitroeiingscampagnes van de lokale kleine gravende zoogdieren, de pika (Ochotona macrotis) en de zokor (Eospalax). Het idee erachter is dat kleine knaagdieren schade toebrengen aan graslanden doordat ze blad eten en daardoor concurreren met grazend vee, plus dat hun graverij bodemerosie veroorzaakt en de kans op overstromingen vergroot. Ook in de Nederlandse weilanden zien boeren een muizenplaag met lede ogen aan.

Ruimingscampagnes 'geen goede aanpak'

"Grootschalige ruimingscampagnes uitvoeren is geen goede aanpak," zeggen Johannes Knops van de faculteit Gezondheids- en milieuwetenschappen van de Xi'an Jiaotong-Liverpool Universiteit (XJTLU) en Wenjin Li van het College of Ecology van de Universiteit van Lanzhou in Phys.org. Zij stellen in het Journal of Animal Ecology een op de natuur gebaseerde bestrijdingsstrategie voor, die de 'ecosysteemingenieurs' pika en zokor juist hun regulerende rol in de vitale ecosystemen van de hoogvlakte laat vervullen.

"Ons onderzoek toont aan dat het gebruik van natuurlijke roofdieren en andere ecologische factoren om gravende zoogdierpopulaties te reguleren een duurzamere en effectievere aanpak van graslandbeheer kan zijn," aldus Knops. Volgens hem zijn de huidige uitroeiingsprogramma's niet gebaseerd op studies die de volledige effecten van het doden van deze knaagdieren in overweging hebben genomen.

Uitroeiing van kleine gravende zoogdieren kan de gezondheid en productiviteit van het ecosysteem negatief beïnvloeden. "Als we naar graslanden kijken, vinden we tal van plantensoorten, en niet alle dieren eten dezelfde planten, dus is het van cruciaal belang de hele voedselketen in aanmerking te nemen," zegt Knops. Bovendien vergroten gravende dieren de plantendiversiteit doordat ze zaden verspreiden en meer lichtinval creëren door hogere grassen te eten. De holen bieden schuilplaatsen en habitats voor andere soorten en kunnen helpen de afvoer van oppervlaktewater te verminderen, hetgeen weer bodemerosie tegengaat.

'Domino-effect'

Ook benoemen Knops en Li de nadelige effecten van de huidige vergiftigingsmethodieken: het is duur, arbeidsintensief, leidt tot resistentie bij de doelgroep en mogelijke schade aan niet-doelsoorten. "Het is belangrijk rekening te houden met het domino-effect van een vermindering van de populatie kleine gravende zoogdieren. Als er minder kleine zoogdieren zijn, is er minder voedsel voor hun natuurlijke roofdieren, zoals rode vossen, steppehonden, buizerds, bruine beren en bergwezels," zegt Knops. "Niet alleen zullen deze grotere zoogdieren op zoek gaan naar alternatieve voedselbronnen en in toenemende mate op vee jagen, wat tot meer conflicten tussen mens en dier leidt, maar ook zullen hun populaties afnemen."

De kleine beestje aanpakken, leidt tot precies het tegenovergestelde van het beoogde effect. Want bij minder natuurlijke predatoren zullen ook de pika en zokor-populaties weer snel groeien, is er meer mens- en middeleninzet nodig en voor je het weet zit je in een negatieve spiraal.

Reguleren met natuurlijke predatoren

Heel anders moet het dus. En dat kan ook, ontdekten de onderzoekers. Roei de zika en zokor niet uit, maar reguleer de populaties met natuurlijke predatoren en andere omgevingsfactoren. Denk daarbij aan het bieden van nestplaatsen voor roofvogels en het verminderen van de overbegrazing van de graslanden door vee zodat het gras kan groeien. Zika en zokor geven de voorkeur aan kort gras.

Volgens de auteurs is zo'n aanpak doeltreffender en duurzamer voor graslandbeheer op lange termijn. Wel is meer onderzoek nodig om de aanpak te verfijnen en de doeltreffendheid ervan te testen in verschillende graslandecosystemen. Wie weet wat we er in Nederland nog van opsteken. De pleidooien van de Nederlandse vogelkenner Ben Koks voor integrale agro-biologische benaderingen van landschapsbeheer vertonen gelijkenis met het pleidooi van Knops en Li: denk vanuit een totale balans tussen eten en gegeten worden.