Hoofdstuk 8
Deel 3. An American roadmovie.
Nu de zon was doorgebroken schitterden de tempels. Het lijkt wel of op de haakachtige ornamenten die de daken versieren felle lichtjes branden maar het blijken gewoon spiegeltjes te zijn. Zelfs de dakpannen fonkelen en lichten één voor één op terwijl je voorbijwandelt. Het lijkt wel of de tempel een onhoorbaar muziekske speelt. Misschien spelt hij wel zijn geheimzinnige naam. Ik doe alleszins niet meer de moeite om hun namen te onthouden of uit te spreken voor mij zijn 't vanaf nu gewoon “Wat Isda” of "Wat Ismedannutochweer” of “Wat Moetdienuweervoorstellen”.



Op de balustrade van de tempel lag een grote dikke bruine kat met gouden ogen te soezelen. Het grootste poezenbeest dat ik al ooit in Azië gezien heb! Duidelijk een raskat want ze had zelfs een bandje met een belletje aan. Toch wel fijn dat er hier al echt voor sommige dieren gezorgd wordt. Nu die arme aapjes nog...
In de Rue de France kwamen we voorbij de ruïnes van de oude Franse ambassadeurswoningen en zo aan 't koninklijk paleis. Ook een ruïne... deze keer zonder apen. Ik was eigenlijk al blij want als ’t zo voortgaat kan ik thuis van al de foto’s mijn blauwe-rood-paarse beten gaan weg Photoshoppen om me terug herkenbaar te maken…
Het was een groots ommuurd terrein met gigantische tuinen, oude reuzenbomen en poorten van wel 7 meter hoogte. De koning moest er op zijn olifanten doorheen kunnen rijden natuurlijk. En die zat niet zomaar op de nek van zijn beesten die reed in een echt huisje dat achteraan op hun rug bevestigd werd.


Ambassadeurswoningen aan de Rue de France.

Koninklijk Paleis.

Ondertussen was het al 32° en ik begon te sudderen in eigen nat. Het museum was leuk, de parken ook maar af en toe een bank of een drankstalletje had welkom geweest. Ik had zo stilaan genoeg ruïnes gezien en ik was er onderhand zelf een beetje als eentje beginnen uitzien. Zeker toen mijn euroke viel dat Paul dat niet als grapje had bedoeld toen hij daarstraks zei dat heel mijn rug vol apestront hing... Mijn mooie witte t-shirt met de tekst "Next moodswing : 10 minutes" zit aan de achterkant vol bruine apenpootafdrukken! En zo liep ik al een paar uur door 't stad rond... Als mensgeworden zongebakken apestront.
In het centrum waren er verscheidene marktjes waar onder andere ook kramen stonden die offergaven verkochten, zoals papiergeld van de "Bank of Hell", nepvisakaarten, papieren gsm's en zonnebrillen, zelfs nachthemden waarvan alleen de voorkant op een blad papier afgedrukt was. Allemaal spul om te gaan verbranden te ere van de doden in de hoop hen op die manier al die spullen te bezorgen om hen een comfortabel hiernamaals te bezorgen. Een hemel vol gsm's... stel u voor...


Luxe voorwerpen in karton om te offeren aan de overledenen.

Papieren kostuum, gsm en een "Visa"-kaart.
Maar eerst moesten vooral de levenden gevoed worden en liefst niet met karton. Overgelukkig viel ons oog op een 7/Eleven, maar o wee, de goeie sandwiches waren op... “Vermalen varkensvlees barbe-à-papa's” lagen er volop, maar daar gaan we ons geen tweede keer aan laten vangen. Er stond echter wel een zeer clean toogje waar ze hotdogs maakten. Paul zag 't niet zitten en wandelde verder maar mijn honger was blijkbaar groter en ik vond het toch het risico waard. Ik kreeg een hotdog volgens een ISO 9000-norm en daar hoorde zelfs een bezoekje aan een mini salad bar bij!!! Geweldig! Toen Paul dat zag was hij natuurlijk ook verleid. Hij stapte de winkel uit met de nieuwste uitvinding in zijn handen : de “Smos Dog”. Een worstje in een sandwich maar dan begraven onder een hoop komkommer, sla, tomaat en alles wat hij maar op die saladbar had kunnen vinden. Dát is pas een uitvinding die nuttig gaat zijn deze reis! De “Smos Dog” begot! Een ontdekking veel belangrijker dan die van Columbus. Eindelijk gaan we overdag bij momenten terug eens half zinnig eten vinden!

Rijstwinkel met tientallen soorten rijst.

Offer eens een toiletrol aan een monnik...
Maar Paul had nog een bloemmekee in petto... Er bleek nóg een Khmer-ruïne in zijn boekske te staan. Nou ja, nog een paar torentjes erbij kon ook wel. Tot we er aankwamen en het een prachtige volwaardige ruïne was van ettelijke voetbalvelden groot… Dus weer stapten we rond een eindeloze omheining op onze zere voetjes tot we de ingang vonden.
't Was wel echt de moeite, de ruïne leek erg op die van My Tho in Viëtnam, alleen veel groter, maar jammer genoeg niet in de vrije natuur maar midden in een stad. Ook daar hebben we nog een uurtje muurtjes en torentjes op en af geklommen tot we naar onze auto gestrompeld zijn, moe, gelukkig en heel vuil. Ik toch.
En ook vandaag hebben we weer heel weinig Westerse toeristen gezien. Waar zitten die toch allemaal? De enige mensen met fotoapparaten zijn hier oosterlingen op vakantie. Is het toerisme hier stilgevallen na die relletjes van twee maand geleden waardoor de toeristen enkele dagen in Bangkok vast gezeten hebben? Dat kan toch nooit zo’n enorm effect gehad hebben? Of gaat iedereen naar Sukhothai en Chiang Mai? En gaan we daar tussen de massa’s toeristen terechtkomen waar iedereen ons zo bang voor heeft gemaakt?

Avondlicht in de Khmer-ruïnes.






Naast onze auto stond al een ventje met een keukenkar en plastic stoelen te wachten om zo rap als wij weg waren op dat plekje zijn avondrestaurant op te bouwen. Hij nam het ons helemaal niet kwalijk dat we op zijn plaats gestaan hadden en wuifde ons goedlachs na. In België zou zoiets anders afgelopen zijn.
De meeste mensen zijn hier heel vriendelijk, zeker eens ze verstaan wat ge vraagt, dan worden ze zelfs heel enthousiast en behulpzaam. Maar meestal verstaan zij geen woord van ons en wij geen klank van hen. De talen zijn kompleet verschillend, zij werken met toonhoogtes iets waar wij totaal geen voeling mee hebben, zelfs de eenvoudigste woordjes kunnen wij nog niet juist "gezongen" krijgen. En de minste toon of klemtoon verkeerd en het woord heeft een totaal andere betekenis en ’t gesprek loopt helemaal de mist in. Jammer wel.

Plots opdoemende stoep-restaurantjes.
Thuis wou ik me als eerste werk ont-"stronten" - bijna ritueel ontsmetten en reinigen - en toen bleek 't badstopke te ontbreken... Dat werd dus weer een queeste van een half uur, en ’t ploegske van housekeeping dat drie keer op bezoek moest komen, eer ze dat euvel verholpen hadden, maar dan, dan... was er een heerlijk moment van "beten baden". Alleen zijn het deze keer eens geen insectenbeten maar tijger- en apenbeten. ’t Is zo eens iets anders. Maar 't zicht is niet appetijtelijk, ik zie er echt uit als een gegeselde. Ik veronderstel dat ik in mijn vorig leven fakir ben geweest. Nu zit ik alleszins vol gaatjes... Soit, gesteld dat het is zoals Paul beweert dat die een apenbeet een litteken blijft dan nog is het een origineel souveniertje aan Hanuman zijn stadje en 't zit toch aan de onderkant van mijn bovenarm waar ik 't zelf niet eens zie. Een tatoeage is trouwens ook forever.
Zou dat nu komen omdat ik zo dik ben dat alles mij wil bijten op deze reis?
Vanavond wilden we echt niet in 't hotel eten dus vroegen we aan ons Trees een restaurant op te geven. Ze suggereerde een steakhouse op 500 meter van 't hotel. We gingen er op af en stopten voor... een coiffeur. Ernaast was een vreemde, kale eetgelegenheid en de mensen keken ons gretig aan en wenkten ons vriendelijk om er bij te komen zitten, ik wou dat dan maar doen om tenminste toch aan eten te geraken, maar Paul stapte resoluut voorbij om de indruk te wekken dat hij helemaal geen honger had. En gelukkig dat hij dat had gedaan want het steakhouse bleek achter het volgende muurtje te liggen en was een min of meer normaal restaurant. Met goeie steak zelfs! Ik heb geen brokje laten liggen! Een heel romantisch etentje wel, aan de rand van de baan, gezeten op enorm dikke boomstammen meubelen…
Op de terugweg aan de 7/Eleven gestopt om ontbijtvoorraad in te slaan, dan kunnen we morgen met min of meer degelijke dingen het armzalige hotelontbijt verrijken.
's Avonds zijn we hier op straat precies in een Amerikaanse roadmovie terechtgekomen die opgenomen wordt in Thailand! Die hele brede banen van vier rijvakken waarop benzineverslindende superzware en sjeike nieuwe auto’s rijden, de lichtjes langs de weg van typische eetkraampjes die op 't voetpad opgesteld staan en de oranje en groene neonreclame van de Amerikaanse supermarkt 7/Eleven waarvoor allemaal open pick-up trucks geparkeerd staan. En als soundtrack het irriterende “ding dong” van de winkeldeur die konstant open en dicht zwaait. De mensen drinken frisdrankjes met massa’s ijs uit reusachtige plastic bekers. "Big Gulp." Om de hoek is een reuze shopping mall met Pizzahut en Kentucky Fried Chicken vestigingen. Kortom 't is een zeer irreële sfeer die ik zeker in dit land niet verwachtte. Het mankeert er nog aan dat de Thai Stetsons beginnen dragen.
Meer foto's in het album op :
http://picasaweb.google.be/laathi.webalbums/Thailand2009Hoofdstuk8Deel3DeRuinesVanLopBuri#
1 reactie op dit bericht
Poesjes
Prachtig!