Hoofdstuk 14.
Deel 4 : Welkom in Kloksaland.
Nog een berg verder (we zijn hier regelmatig boven de 2000 meter hoog) was er alweer een stammenfeestje aan de gang. De dag was ondertussen al verder gevorderd en de drankvoorraad duidelijk geslonken. De rondedans die we hier voor onze ogen zagen afspelen was al van een veel slordiger en rommeliger allooi dan die vorige. Er werd al flink gestruikeld, de belletjes op hun kleding rinkelden en tinkelden al een pak onregelmatiger, de snaarinstrumenten klonken vals, en de blaasinstrumentspeler keek ook niet meer zo nauw, de serieuze gezichten waren vervangen door wazige blikken, er werden zo te zien veel vettige moppen verteld (waarschijnlijk over ons) en hartelijk gelachen. En vanzelfsprekend werden we uitgenodigd om mee te feesten maar deze bende was nu toch een beetje teveel boven zijn theewater om op die uitnodiging in te gaan.



Naargelang de drank vloeit worden de schuifelpasjes iets slordiger.
Maar het blijft wel de "processie van Echternach".
En ik die bang was geweest om geen mensen in lokale klederdracht meer te zien. Ik dacht echt dat we die in de jungle gingen moeten gaan zoeken om ze dan niet te kunnen vinden. Ze lopen hier begot gewoon in kuddes los en dansen naast de baan! Maar ik denk wel dat het vandaag een feestdag is want voor een normaal 's zondags uitje lijkt iedereen me te veel opgetut en is de kleding te gesoigneerd. Jammer dat geen mens Engels spreekt - ze spreken trouwens niet eens Thai - want het zijn heel vriendelijke mensen en ik zou er graag meer over weten.

Genieten van de zon kan overal. Zelfs in een afvalbak.

Bergdorpje.
Onze volgende stop was aan het Nationaal Park waar zich de Fish Cave bevond. Een mooi park met een rivier die propvol karpers zit. De bedoeling is om naar een diepe grot in de berg te wandelen en de karpers die ge daar beneden ziet zwemmen te voeren met stukken papaya. Dat levert de gelovige veel "merit" op en de karpers verdorie een flinke cholesterol. Gesteld dat het niet waar zou zijn dat al dat “vissen voeren” hun karma terug wat op de rechte baan helpt, het vissenetenverkoopstertje en de karpers kunnen er maar goed mee varen. Ik ben al heel blij dat de ceremonie zich hier enkel tot “vissen voeren” beperkte en niet tot “vissen bevrijden uit plastic zakskes”.

De volgevreten karpers. Karma kan lekker zijn.

Het altaar in Fish Cave.
De heilige heeft een dekentje met tijgerprint rond zijn schouders gedrapeerd.
Ja, in een grot kan 't koud worden. Zeker 20°... Boven nul, welteverstaan.

De tijd van 't normaal poseren is definitief voorbij! Ik doe 't nu op zijn Japans! Véél leuker!
In Mae Hong Son aangekomen gingen we ijs en drank kopen in de 7/Eleven en daar kwamen we de Nederlanders weer tegen. Ze maakten ons flink bang voor het Fern-hotel waar we naar op weg waren. Zij hadden het bezocht en afgekeurd omdat ze het zo donker gevonden hadden, het publiek piepjong, en er veel teveel honden rond liepen... Ze hadden iets veel sjieker en betaalbaarder ontdekt, het Golden Pai Hotel. Een ding dat onze Trees niet eens kende. We zijn er dan toch maar eens naartoe gereden maar het stond ons helemaal niet aan. Zo doods, geen uitzicht, en droevige, donkere kamers. Aangezien nóg veel donkerder toch al niet kon besloten we maar naar onze eerste keuze, dat Fern Resort te rijden. En dat bleek een heel goeie beslissing te zijn.
Het ligt in een nauwe vallei hoog tussen enkele bergtoppen, midden in de natuur. Bossen en rijstveldjes. De hutjes staan in 't bos verspreid en daar doorheen kronkelen heel smalle beekjes. Hier en daar staat een bamboeklepper in 't water en als die volloopt en zich leegkiepert gaat het "klok". In de stilte van 't bos klinkt dat als "KLOK!!!" En er staan hier zo wel een paar “kabouters Klok”... maar voor de rest is de plek de rust zelve. Het hotel is eco, dus eenvoudig, geen ijskasten of tv's, één handdoek per persoon, maar wel een zwembadje. Het personeel bestaat uit mensen van de Shan en Karen-bergstammen die met vallen en opstaan, maar met veel liefde en plezier, hier hun kost verdienen en hun gasten verwennen.
Wat hier ook erg opvalt is dat ze aandacht besteden aan hun honden. Op bordjes staat dat we respect moeten hebben voor hun geliefde viervoeters omdat ze voor ons waken en gids spelen op de natuurwandelingen. Geestig! Als ge het uitgestippeld nature trail volgt gaat er een hond mee om u op 't goede pad te houden! Dat is pas origineel gevonden!
De kamer mag dan niet bepaald luxueus zijn, maar ze heeft alles wat we nodig hebben (behalve gsm-ontvangst door die hoge bergwanden), de omgeving is prachtig, de tuin is verlicht met kerstlampjes wat het zicht helemaal onaards maakt. En toen moest het eten nog komen! Dat was om helemaal lyrisch van te worden, toen ging de hemel pas écht open!
Knapperige groenten-tempura en gefrituurde pompoen, in reusachtige hoeveelheden... Gevolgd door zalige curry's, die we gelukkig konden delen met vier honden. De oudste is 12 jaar en ziet eruit als een husky-achtige, heel vreemd om zo'n dier op deze plek te zien, ik denk dat hij vooral 's nachts gelukkig is als 't afkoelt. Hij heeft de zachtste pels die ik ooit bij een hond gevoeld heb, nog zachter dan die van een poes!
Na het diner spraken we Toni, de receptionist, aan om nog eens te vragen juist uit te leggen hoe we morgen naar de “Karen langnek-dorpjes” moeten rijden. Vol goede wil, maar met zijn kop al in de alcoholische nevelen, begon hij eraan,... maar hij kon er ook niet meer mee stoppen. Na twintig minuten was hij nog altijd met evenveel enthousiasme dezelfde route aan ’t uitleggen… en wij ondertussen maar knikkebollen van de slaap en toch hartstochtelijk beleefd proberen blijven. Als we de girafvrouwen na deze uitleg nóg niet vinden dan zijn we echt wel uilen. Gelukkige uilen.
Het is hier zo'n rustige plek, er zijn hooguit nog een tiental andere gasten, en iedereen kruipt hier alweer lekker vroeg in zijn hutje. Dus ook voor ons tijd om de - stilaan sterkverdunde, haast homeopatische - slaapsokken aan te trekken en ons in slaap te laten kloppen door kabouter Klak, Klek en Klok.