Jeugdherinneringen 14 :
De slang in ’t paradijs.
Maar geen paradijs zonder slang. Zelfs niet in de stille Kempen….
De enige slang in dit Kempens paradijs was het toilet. Maar dat was dan ook geen huis-, tuin- en keukenslangeske meer maar eerder een volwassen anaconda!
Het toiletje bevond zich buiten, achter de schrijnwerkerij. Maar dat was nog niks…
Het was een klein ijskoud hokje, zonder licht, en eigenlijk niet meer dan een brede houten plank met een gat erin… en het toiletpapier bestond uit doorgezaagde telefoonboeken… En dat deed pijn aan mijn teer poepeke. Maar ook dat was nog ’t ergste niet.
’t Allergruwelijkste was dat er soms tussen de steenvoegen al eens een pier zat, en dat gaf me echt kouwe rillingen. Het is het enige dier in mijn leven waar ik nog steeds kippevel van krijg. Ik drapeer slangen rond mijn nek, pak muizen met de blote hand, zet elke spin die ik tegen kom netjes buiten in de klimop, grabbel al eens een duizendpootje van de grond om het te laten poseren voor een macro-foto, aai een leeuwke als ik de kans krijg, maar een pier… God nee, dat is ’t laatste!
Gelukkig ging ons ma mee naar dat griezelige toilet, ik kreeg zelfs een rolleke echt toiletpapier - waar de rest van de familie mij hartelijk mee uitlachte. ’s Nachts mocht ik gelukkig, op het lieflijke “kelle-kamertje” waar ma en ik sliepen, op een pispotje gaan. Een stenen pot die eruit zag als een flink uit de kluiten gewassen theetas en die netjes achter een deurtje in het nachtkastje stond.
Maar als ik mijn kans schoon zag dan begon voor mij de nacht al om 2 uur ’s middags… Ik zou werkelijk álles gedaan hebben om die gruwelplek toch maar te kunnen vermijden.
Dus ging ik overdag ook zoveel mogelijk stiekum op mijn pispotje. Na mijn plasje kroop ik stilletjes met mijn potje onder ’t raam en kieperde - diep weggedoken van onder ’t raamkozijn - de inhoud vliegensvlug naar buiten… er niet aan denkend dat het raam uitkeek op een soort ingesloten mini-tuintje waar de regenput zich bevond waar mijn oom zich altijd ging wassen. En op een dag gebeurde natuurlijk het onvermijdelijke… ik volbracht mijn heimelijke missie terwijl mijn oom daar aan zijn groot toilet bezig was…
Ge kunt u waarschijnlijk al indenken wat een “sigaar” ik heb gesmoord toen mijn boze oom de natte restjes toiletpapier van zijn blote rug moest gaan plukken… En de man had al zo’n gruwelijke hekel aan ma en mij omdat wij “stadsmensen” waren, dus onze verstandhouding werd er door dat incident niet beter op… Dat ons ma van heel de zaak dan ook nog de komische kant zag leidde bijna tot een “stammentwist”, bijna tot de Derde Wereldoorlog…
Ik heb het al eens geschreven, maar ’t is echt waar, ik vraag me nog altijd af hoe mijn arme blaas mijn jeugd overleefd heeft.



