Kerstmis in mijn oren.
Kerstmis in mijn oren.
Het was een vreemde week. Kan ook niet anders als je met zo’n vreemde ziekte opgezadeld zit. Oorspronkelijk was ik niet van plan er nog woorden aan vuil te maken maar er blijkt veel interesse voor het onderwerp te bestaan. En om heel eerlijk te zijn het fascineert me zelf ook. Ik had er geen idee van wat er allemaal in een hoofd kon en kan gebeuren. Emotioneel put het me nog altijd even hard uit (vandaar dat ik deze week mijn blog grondig verwaarloosd heb) maar aan de andere kant maakt het me heel nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar het waarom, maar daar raak ik niet achter, maar vooral nieuwsgierig naar hoe er mee om te gaan. Ik ontdek allerlei hulpmiddelen. Als een gezond mens me bezig zou zien denkt hij waarschijnlijk met een gek te maken te hebben. Ik mankeer alleen nog een gele trechter op mijn kop. Een werkmansoorbeschermer van de Hubo staat al gek genoeg.
Deze week heb ik getracht zoveel mogelijk stilte en rust te vinden wat niet makkelijk is als je nog een druk gevuld bestaan leidt. Je kan je zakelijke activiteiten en alle stresstoestanden niet op een paar weken kompleet afbouwen. Maar ik ben er mee bezig.
Het feit dat ik niet op reis kan weegt zwaar. Elke keer ik in de krant reclame voor reizen zie staan geeft dat een prik. Ik heb die droefheid enigszins proberen te counteren door samen met Echtgenoot knus in de zetel naar enkele van onze vakantiefilms te zitten kijken. Heerlijk bepoesd. Ik vroeg me altijd af waarom we filmden. Wanneer zouden we toch ooit de tijd nemen om die onzin te bekijken? Die uren, dagen film… Nu dus. En heel blij dat we ze hebben.
De klank staat stil en gedempt, wat wel jammer is, want je kan meestal mijn onnozele commentaren niet verstaan, maar de beelden spreken dikwijls wel voor zich.
We keken naar de film van de Cambodja-reis uit 2002. Op een bepaald moment kwamen we aan een scène waarin zo'n typisch Aziatisch rammel-orkestje speelde. Echtgenoot wou dat deel maar snel doorspoelen maar het bleek niet nodig. (Bij vreemde geluiden kan ik nog altijd niet goed op voorhand inschatten of ze gaan pijn doen of niet, dat moet getest worden.) Ik overleefde het gejengel best, op 1 klein detail na : een muzikante met een belletje dat om de paar seconden “Ting” deed. Toen Echtgenoot liefdevol vroeg of het ging antwoordde ik : “Jaja, ik kan ’t goed verdragen. Behalve die trees met dat ellendig belleke verdorie!!!”. Nog geen minuut later klonk op de film mijn eigen stem : “Miljaarde seg!!! Die trees met dat belleke! Daar word ik onnozel van!” Dus,… inderdaad,… ook 8 jaar geleden had ik die madam haar rinkelbelleke al willen afpakken en in zee keilen. Alleen was het minuscule geluidje toen gewoon ergerlijk en deed het alleszins geen pijn. Ik mag er niet aan denken dat ik nu in Thailand zou zitten en er zo’n orkestje opdaagde! Dan gooide ik niet alleen ’t belleke in zee maar hing de madam er zelf nog aan vast waarschijnlijk.
De dagen hier thuis heb ik haast Zen-achtig doorgebracht. Ik lijk wel een monnik. Al wat ik vastneem of doe gebeurt met de grootste aandacht om toch zeker niets te doen krak-krak-KRAK-ken of het te laten KLET-teren of ting-ting-TING-elen. (Een mes dat op een bord valt resulteert in instant-braakneigingen…) Voor een snelle mens die gewoon was minstens vijf dingen tegelijk te doen is dit een heel vreemde gewaarwording. De eerste dagen ging dat heel goed. Het was een nieuwe levenshouding en ze bracht me rust. Alles ging wel heel traag maar er liep ook minder mis.
Die avond was er net een item op tv over een nieuw stiltegebied. Een bos in Gerhagen bij Tessenderlo. Het gaf me weer wat hoop dat er blijkbaar toch hoe langer hoe meer mensen de wereld te druk en te lawaaierig vinden en de stilte beginnen op prijs te stellen. Misschien komen er zo nog wel meer plekken?... Alleszins het is een goede evolutie.
Als je in stilte en traag leeft dan heb je ook meer tijd om na te denken. Natuurlijk vooral over de rare situatie waar je in terecht gekomen bent.
Ik dacht plots aan mensen die ik vroeger kende die een hond hadden die van ’t minste geluidje schrok. Het is best mogelijk dat dat dier dus ook hyper-acusis had. Ik mag er niet aan denken! Als dier kan je niet uitleggen wat je gebeurt, je kan er geen aandacht voor vragen… Je kan je lieve en bezorgde baas niet eens vragen die geluiden te vermijden. Hoe triest. Het enige voordeel dat zo’n dier heeft is dat het zich waarschijnlijk niet zal afvragen wat er nu met de rest van zijn leven moet gebeuren. Dat doe je als mens namelijk wel. Constant. Tot in de treure raast het op elk leeg momentje door je hoofd “Hoe moet ik verder?”, “Stel dat dit nog erger wordt…” Het werd ook elke dag erger. Tot voor een dag of drie. Nu lijkt de hyper-acusis zich enigszins te stabiliseren. Mijn gecastreerde krekels zingen ondertussen onverdroten voort.
Elke scharnier van het hele huis in ondertussen gesmeerd geraakt. Ik ben de uitvinder van de Teflon-Spray oneindig dankbaar. Die mens verdient een standbeeld. Samen met mijn man want die heeft zich van deze enorme taak gekweten. Niks zo handig als deze ziekte om van alle piepende, tsjirpende huisgeluiden vanaf te geraken. Mijn deuren en sloten moeten me dankbaar zijn. Maar zelfs met die zalige spray krijg je verre van alles opgelost.
Voor de onvermijdelijke dingen, zoals een zakje diepvriesgroenten uit de diepvries vissen, komt de werkmansoorbeschermer goed van pas. Lang is hij niet op te houden want hij klemt nogal erg, maar voor korte klussen als ’t inladen van een afwasmachine is hij mijn beste maatje. Het dure ding van Stanley was een martelwerktuig, hij leek mijn kop te pletten, maar de goedkope van de Hubo staat hier knus op te rekken, opengesperd op een klein schuifje, en die gedraagt zich met de dag handelbaarder. Het temmen van een oorbeschermer begot... Ik had nooit kunnen denken dat ik me daar mee zou bezig gehouden hebben.
Op een morgen stond ik op en lag er een zalig kadootje op tafel! Superzachte, gelaagde oordopjes. Met hun ringvormige vliesjes leken het wel kerstboompjes. Kerstmis valt vroeg dit jaar. Dolgelukkig was ik er mee! Er zat een koordje bij om ze rond de nek te hangen en dat leek me helemaal ’t einde. Kon ik die dingen enkel insteken als ’t echt nodig was. Jammer genoeg bleek het hechtingsysteem verkeerd geconcipiëerd en was het onmogelijk ze aan hun leiband te bevestigen. Dus zitten ze nu maar in mijn zak in een oud filmdoosje. Niet zo handig om ze snel in te doen, maar kom, ik ben al heel blij dat ik ze heb.
Vooral op straat en in de auto doen ze echt deugd. De week voordien liep ik snel door een supermarkt en achter me streek onverwacht een kindje heel vrolijk met zijn handje over een verzameling chips-zakjes. Ik dacht dat ik in een vuurgevecht in Beiroet terechtgekomen was! Zo’n akelige dingen overkomen me alvast niet met mijn kerstboompjes in mijn oren.
Aanpassen aan de bewoonde wereld is een hele opgave en een grote uitdaging. Aan de ene kant heel ontmoedigend, maar toch ook fascinerend voor een nieuwsgierige geest. Over die avonturen vertel ik in mijn volgende schrijfsel… op een dag dat ik weer eens vol moed ben dat dit ooit gaat over gaan, zoals vandaag.



