Naar de inhoud

Miauw!

Natuurfoto's en verhalen
seniorennet.beseniorennet.be

Mijn poezenverhalen vinden jullie door in de linkerkolom op de foto van de betreffende poes te klikken. En als je op "Poezenstrips" klikt kan je lezen wat mijn poezen onderling allemaal zitten te roddelen... Mijn reisverhalen van Thailand, Egypte en Noorwegen staan ook in de zijkolom. "Mijn Jeugdherinneringen" beschrijven de jaren 60 in Antwerpen. Veel plezier!

Berichten van 10 juni 2009

:-)

Te moe, te snottig, te blafferig om iets creatiefs te maken... Zoals zovelen zit ik niet met een Mexicaans maar een echt gezond Belgisch griepje. Eigen griep eerst.
Dus maar een mopje om er de moed in te houden...


Op een keer werd ik uitgenodigd door de maten om eens mee een avondje te gaan stappen.
Ik vertelde mijn vrouw dat ik voor middernacht zou thuis zijn.
De uren gingen voorbij en de pinten ging binnen op een te gemakkelijke  manier. Rond 3 uur 's morgens kwam ik thuis.
Toen ik de sleutel eindelijk in de deur kreeg, ging de koekoeksklok en 'koekoekte' 3 keer.
Snel realiserend dat mijn vrouw misschien kon ontwaken, koekoekte ik zelf nog 9 keer. 
Ik was werkelijk trots op mezelf voor dit lumineuze idee, ge moet er maar opkomen, om hierdoor aan een mogelijk conflict met haar te ontsnappen.
De volgende ochtend vroeg mijn vrouw me wanneer ik thuis gekomen was en ik vertelde haar : "Om 12:00 uur." Ze scheen helemaal  niet verwonderd te zijn. 
Toen zei ze: "We hebben een nieuwe koekoeksklok nodig."
Toen ik haar vroeg waarom, antwoordde ze: "Wel, vorige nacht heeft onze klok 3 keer gekoekoekt, dan 'Oh FUCK' gezegd, daarna nog 4 keer gekoekoekt, gehoest, nog 3 keer gekoekoekt, dan begon ie te giechelen, koekoekte nog 2 maal, struikelde over de kat en liet vervolgens een enorme scheet ...."
Geschreven door Laathi om 20:22 1 reactie Reageer op dit bericht

Rondreis Thailand Hoofdstuk 15 - Deel 3.

Hoofdstuk 15.
Deel 3 : Zelfzekerheid, doortastendheid, overredingskracht : de korste weg om uw doel niet te bereiken.

Naast onze auto had een vrouw een vuurtje opgesteld waarop ze zoete aardappels roosterde. Dus ik had weeral een verrukkelijke - en spijtig genoeg héél voedzame - lunch. Aangezien we toch een beetje teleurgesteld waren door het toeristische gedoe tussen de langrnekken dachten we erover om ons dan maar eens écht grondig te laten plukken. Per ongeluk in een 'tourist trap" verzeilen is niet plezant maar als ge 't in uw volle bewustzijn doet kan het héél leuk worden. En wij waren na vanmorgen écht wel in voor een goeie toeristenval en een goeie schaterpartij.

Er was hier een heel stuk verder nog een langnekdorp dat zogezegd alleen te bereiken was met een bootje. Misschien zou het er daar nog iets authentieker aan toe gaan? Alleszins dat koel boottochtje op een rivier in de jungle stond ons heel erg aan, en de eventuele nep-Karen zouden we er wel als bonus bijnemen. We moesten er alleen voor zorgen dat we een bootsman vonden die ons begreep en ons zéker niet terug zou brengen naar het dorp dat we al gezien hadden, Ban Huai Deau. We moesten hem dus aan 't verstand brengen dat we naar de Karen van Ban Nam Piang Din wilden, een dorpje dichterbij de Birmese grens. Blijkbaar een al wat gevaarlijker gebied want als ge dáár nog voorbij wilt moet ge u eerst bij de politiepost laten registreren. Iets verder ligt ook nog een kamp van wel 20.000 gevluchte Birmanen van bergstammen. Er wordt in deze buurt nogal veel ‘geschermutseld’, vandaar die strengere controles.

Wij vonden een rivier, we vonden zelfs een longtailboot en we vonden een hoop mannen die geen woord Engels spraken. Dat laatste maakte het iets minder interessant, maar aangezien we nu al twee van de drie ingrediënten hadden, een rivier én een boot, wilden we dat toch niet kwijtraken door verder op zoek te gaan naar iemand die ons zou verstaan.

p1390558copyq.jpg

De bootjes liggen vast aan stokken met lijnen. Je vist hier je boot!

Dus begonnen we die mannen met de kaart in de hand uit te leggen dat we in géén geval naar Ban Huai Deau wilden, want dat we die Karen al gezien hadden, maar dat we nu naar Ban Nam Piang Din moesten. Met nadruk : “aan de Birmese grens”. Aangezien Tony van 't hotel ons toch ook een keer of 30 de weg had uitgelegd wou ik deze beproefde methode hier ook toepassen. Ik slaagde er in van op een minuut of vijf toch een keer of 50 het woord 'Nam Piang Din' te gebruiken, al wijzend op mijn kaart, en Paul speelde mijn trouwe echo, dus er kon geen misverstand zijn, ze zouden het nu zeker niet meer aandurven ons naar het verkeerde dorp te brengen om zo een stiekem een besparingske van benzine te doen. Ze wisten nu dat we onze zaakjes hier kenden en dat wij beslist geen normaal toeristisch vee waren waar ze mee konden doen wat ze wilden. Oh néé, wij zouden ons niet laten vangen. Wij waren voorbereid, wij. Wij gingen naar Nam Piang Din, naar de Birmese grens, naar de échte longnecks!

De man keek ons diep in de ogen en herhaalde "Nam Piang Din" als een mantra, alsof hij tegen een stelletje gekken sprak die hij beslist niet woest wilde maken. Hij sprak ons geruststellend toe maar toch bleef voorzichtig op vragende toon de dorpsnaam herhalen en herhalen. Wij bleven ja-knikken en herhalen. Zelfverzekerd en doortastend.

Vol overtuiging dat we dit perfect aangepakt hadden betaalden we de prijs voor de boot en natuurlijk de inkom voor het dorp, stapten in de longtail, de bootsman gooide nog snel een meeneemmaaltijd voor zichzelf in een plastic zakje, zette zich achter ons aan de motor, de "zandbanken-uitkijker" drapeerde zich 5 meter voor ons op het uiterste puntje van de boeg, en weg waren wij. Naar Nam Piang Din. Zo fier als gieters dat we dat toch maar weer in orde gekregen hadden.

p1390571copy.jpg

Het werd puur genieten… Die machtige rivier slingerend tussen een indrukwekkende natuur… En een boot helemaal voor ons alleen. Na enkele stroomversnellingen kwamen we aan werkzaamheden aan de rivier en was het wat sukkelen om verder te geraken, plots keerden we terug, ik grapte nog tegen Paul dat het hier een 'enkelrichtingsrivier' was en dat we terug moesten omdat we aan 't spookvaren waren, maar er bleek iets anders aan de hand.
De rivierarbeiders hadden daar ook een boot liggen en onze schipper ging van hen een half jerrycanneke diesel kopen. We hadden dus blijkbaar te weinig brandstof bij om ter bestemming te geraken? Toch raar want die schipper moet toch wel gewoon zijn om toeristen naar de langnekken van Nam Piang Din te brengen? Die moet daar toch op voorzien zijn zoudt ge zeggen? We maakten ons verder geen zorgen, zaten prinsheerlijk op ons houten latje achteraan in de longtail en genoten van de prachtige jungle met zijn vogeltjes en... ineens op de oever... een heuse jonge olifant die daar lag te slapen! Ik probeerde onze schipper wijs te maken dat zoiets voor ons iets heel speciaals was en of hij even wou stoppen en omkeren voor een foto maar daar begreep hij niets van. Hij leek ook heel gehaast, alsof er echt geen tijd te verliezen was. Kortom, die olifantenfoto werd maar niks.

p1390574copy.jpg

Voor de heel goede kijkers : een olifantenkontje.

Onderweg zagen we nog bootstations - de meer toeristische - dus onze man was zo slim zijn bootjes meer stroomopwaarts te leggen om de solitaire reizigers te onderscheppen. Best leuk want op die manier hadden wij onbewust de langste boottocht genomen. En hij duurde ook écht lang. Veel langer dan in de reisgidsen beschreven stond zelfs...

We waren al een leuke nederzetting van duidelijk inheemse mensen gepasseerd die mooi op een heuvel lag en dat zag er best ook eens de moeite uit om te bezoeken, maar niet nú want nú gingen we dus naar de langnekken van Nam Piang Din.

p1390587copy.jpg

Geef toe : toch best de moeite om ook ooit eens naartoe te gaan...

p1390595copy.jpg

En de boot hij vaarde en vaarde, verder en verder. Ja, 't moet gezegd we kregen echt waar voor ons geld. Uiteindelijk legden we aan tegen een heel hoge oever, wij klauterden de rand op, de schipper volgde ons met zijn zakske met zijn gekookte rijst, wij kwamen boven en wij zagen… niets. Enkel een bord met "Nam Piang Din Police Post" en enkele kraampjes met fruit. Geen mens sprak ons aan, wij liepen wat doelloos naar een pad in de jungle te zoeken, vonden niets, liepen dan maar terug naar de oever waar onze schipper lekker in zijn zak met gekookte rijst zat te dabben, en vroegen hem heel verbaasd : "Longneck sir? Where longneck?" Even verbaasd antwoordde hij : "No longneck. This Nam Piang Din!" "Yes. Very good. Now longneck." "Longneck no here!!" "Hoe??? Longneck no here?!! Longneck where???"

Om dit oeverloze gesprek dat nog wel een tijdje doorging even in te korten : als we iets nauwkeuriger op de landkaart hadden gekeken dan hadden we gemerkt dat het longneckdorp ettelijke kilometers bóven het vermaledijde gat Nam Piang Din lag, en dat we hier echt níks te zoeken hadden omdat dit enkel het beruchte police check point was voor ’t geval ge zo gek zou zijn de Birmaanse grens te willen oversteken door de jungle...

De schipper vouwde met boeddhistisch geduld zijn rijstzak terug dicht, deed teken hem te volgen, we stapten met zijn vieren terug in de boot en vaarden... tot aan die charmante nederzetting van daarstraks die "die we ooit wel eens hadden willen bezoeken"...

p1390669copyw.jpg

Tegen de tijd dat wij dus in het longneckdorp onze blijde intrede maakten hadden die vrouwen er hun toeristische dagtaak al opzitten. Die hadden al lang hun kostuums uitgetrokken, hun rommel binnengepakt en lagen lekker in hun huis te soezen in comfortabele t-shirts... Enkele hoopvollen waren nog aan 't weven en hadden hun kraam nog niet opgeruimd en die hun geduld werd beloond want zie… hier kwamen twee verse toeristen! En aangezien die twee grote helden daar nu wéér helemaal alleen liepen en zo een heerlijk weerloze prooi vormden, durfden die alweer niet anders dan bij elke vrouw die ze fotografeerden… een armband te kopen. De dag werd hoe langer hoe hilarischer!
We wisten dat we gingen ingepakt worden vandaag, en we hadden ook nog bewust voor die boottocht gekozen maar nu begon het toch echt wel uit de hand te lopen. Goddank maakten de meeste vrouwen zich onzichtbaar omdat ze geen zin meer hadden om te werken want anders hadden mijn armen nu over de grond gesleept van 't ijzerwerk...

p1390617copyl.jpg

Naast Aziaten voel ik mij altijd een "Vlaamse Reus"... Vetgemest en slachtrijp.
(Voor de Nederlanders : een "Vlaamse Reus" is onze grootste en lekkerste konijnensoort.)


p1390627copy.jpg

p1390667copy.jpg

Als ik zou moeten kiezen tussen de halsringen en de oorringen zou de keuze snel gemaakt zijn...
Op mijn leeftijd primeert comfort boven schoonheid. De oorringen dus.


p1390691copy.jpg

De kerkklok, alias de velg.

Ook dit dorp had een kerkje met alweer een goddelijk goedbedoelde maar zeer griezelig uitgevallen slogan boven de deur : "Mother help of Christians". Waarom niet ineens "Beware of Christians"? Nee, de missionering gaat hier op deze manier niet willen vlotten vrees ik.
De velg van een vrachtwagenwiel had in haar vorig leven zoveel karpers gevoerd dat ze nu gereïncarneerd was als kerkklok. Er lag ook nog een schooltje, lekker open hutten die drie klaslokalen voorstelden, maar wel met een computer. Helemaal op de top van de heuvel zou een kerkhof liggen, dus wij daar hijgend en puffend naartoe gestapt om exact 1 kruis te vinden aan de voet van een gigantische mesthoop. Echt succesvol was onze expeditie niet te noemen. We zijn dan ook snel op onze stappen teruggekeerd. Gelukkig zonder de nodige versierselen rond onze benen...

p1390670copy.jpg

Het schooltje. Of beter gezegd : de klas.

p1390673copy.jpg

Als je zo moet leren tanden poetsen
dan denk je toch dat iedereen met een vals gebit gezegend is?

p1390704copyf.jpg

p1390707copy.jpg

Kinderen die zelf "kind van de rekening" zijn van 't geweld in hun thuisland...
spelen toch niet liever dan met geweren...


Terug naar beneden gerinkeld en getinkeld en de plaatselijke niet-longneck-neringdoeners ook nog iets laten verdienen door hun colabakken half te plunderen. Een warm tochtje wel. Ondertussen waren de oudste longneckmadammen al vergeten dat wij al eens gepasseerd waren en die schoten terug in de "vogue"-houding en de cinema begon helemaal opnieuw. Ik wou nog een potje kopen en als originele pingel-poging stelde Paul voor een liedje voor hen te spelen. Hij had toch al op al hun snaarinstrumentjes zitten tokkelen (ge kunt het echt geen gitaar noemen). Op de duur is het nog een heel plezante boel geworden want ze begonnen te dansen en mee te zingen en 't waren zeker geen folkloristische liedjes. Zo was voor die mensen toch ook eens de sleur van het bestaan gebroken want heel de dag "de boerin in Bokrijk" uithangen moet toch ook niet geestig zijn. Maar van de prijs van mijn pot ging nog geen 20 baht af. Liedjes zingen of niet.

p1390612copy.jpg

p1390776copy.jpg

Keuken, living en slaapkamer in één. Met uitzicht op de rivier.
Een loft dus?


p1390742copy.jpg

De garderobe...

We namen afscheid van de dames met de lange nekken en de reuze oorlellen en stapten terug in ons bootje om door de koelere vooravond terug te varen in een zacht briesje over de klotsende rivier. Onderweg zagen we de jonge olifant nog steeds in de oever grasduinen.

p1390802copyf.jpg

Véél levenswijzer dan op de heenweg zat ik prinsesheerlijk in mijn bootje...

p1390817copy.jpg

Na - uit eerlijke schaamte voor onze doortastende stompzinnigheid - een flinke cent drinkgeld gegeven te hebben namen we afscheid van onze schipper.
Een man die nu toch weer een heerlijk hilarisch verhaal over zotte toeristen rijker is om 's avonds met enkele pintjes onder zijn palmboom aan zijn maten te vertellen. Hopelijk al rollend van 't lachen. 't Is hem van harte gegund.

Geschreven door Laathi om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Miauw!

↑ Terug naar de berichten