7. Een mahout met een hoed.Deel 2 : Bezem naast God.
In een meer dan opperbeste stemming gaan zoeken naar een punt vanwaar we de spoorbruggen eens vanop een afstand konden bekijken. We hadden ze nu al wel vanuit de trein gezien en door er gisteren bovenop te wandelen, maar een totaalbeeld hadden we er nog nooit van gekregen. Jammer genoeg wou onze Trees ons constant door de Kwai laten rijden... zonder brug. Ze bleef ons maar naar de oever sturen waarschijnlijk dacht ze dat we nog op een olifant zaten. Uiteindelijk hebben we Trees 't zwijgen opgelegd en ons gezond verstand nog eens ingeschakeld en binnen de 10 minuten stonden we aan de overkant van de Kwai te kijken naar de houten staketsels voorbij 't stationnetje van Wang Po waar de trein tegen de rotswand geklemd voortuft met diep onder zich de snelle Kwai. Zo indrukwekkend! Ge ziet het spoor daar echt tegen die rotsmuur plakken en ondersteund worden door een kaartenhuis van balken! Het is en blijft een fascinerende plek, ze roept toch zoveel emoties op, van schoonheid tot oneindige droefenis om ’t verdriet wat hier geleden is.

Centraal in de foto, vlak boven de spoorlijn, de donkere ingang van Kasea Cave.

Jammer dat we niet konden blijven en iets drinken op een terras van de "drijvende hotels" op de Kwai zodat we misschien de trein weer konden zien passeren. We moesten verder want we hadden nóg een plan. Maar eerst moesten we die 40 kilometer terug naar Katchanaburi rijden om onze bagage te gaan ophalen en uit te checken uit de Felix. Een oprecht tof hotel, ik had spijt dat we weg moesten hoewel we er al een dag langer gebleven waren dan gepland. Ik zou me hier best nog een week langer kunnen amuseren. Er is hier zoveel natuurschoon te zien, ge zou hier dagen kunnen wandelen...

De receptioniste achter de onthaaldesk van het Felix Hotel.
"Keep smiling!"
In álle omstandigheden. Zelfs al verstaat ge geen woord van wat de toerist u vraagt.
Bij 't verlaten van Kanchanaburi zijn we nog even gestopt aan de "Wat Grottekes", deze tempel heeft een veel moeilijkere naam maar die herinner ik me straks of morgen misschien wel terug.
Naast de sjieke tempel met de gouden daken liggen allemaal kleine tempelzaaltjes in een grottenstelsel vol stalagtietjes. Een zevental heilige plekken zijn ondergronds verbonden door piepkleine gangetjes. Hindoegoden, zowel als Chinese en Boeddhistische, hebben hier hun, enigszins klammige, thuis gevonden. In de ene zaal staat ge voor een enorme liggende boeddha - een klomp klatergoud van 10 meter - en vlak achter de hoek staat een aftandse dikke Chinese god – onnodig te vermelden dat alles romantisch verlicht is door TL-buizen.. Gang in gang uit komt ge, ‘t één al gekkere dan ’t andere, beeld tegen. En achter de beelden staat en ligt rommel, een bezem naast een god is geen probleem. De papieren verpakking van de wierrook? Die laten ze toch gewoon op 't altaar liggen, vlak naast de lege plastic zakskes waar de offerappelsienen in zaten...

Altaar voor Ganesha.
Terug bovengronds passeerde er midden door het tempelterrein een piepklein crème-glace-karretje en die man had... Magnums bij! 's Morgens is 't hier maar 16° maar op de middag is het een vlotte 36° dus een ijsje was meer dan welkom. Als een kind zo blij met mijn ijsje door de tempelgrounds gewandeld. Hij was echt prachtig met een sjiek klooster en vele herdenkingsmonumentjes voor de donatoren van de gebouwen die op deze manier hun hemel hebben trachten te verdienen. Mooie mini stupa’s in alle mogelijke kleurtjes, betegelde, geschilderde, met spiegeltjes belegde… En trappen met drakenleuningen en geestenhuisjes in rood en goud... Kortom heel de Sinksenfoor was hier weer aanwezig. I love it.

Wat Tham Kahao Pun ,oftewel "Wat Grottekes".



Geestenhuisjes bij Wat Tham Kahao Pun .

Gedenktekens voor hooggeachte overledenen.

En de ondertussen klassieke monniken-emmer-offergaven.
Eindelijk buiten namen we richting Lop Buri waar we 's avonds wilden overnachten. We hadden nog geen 100 meter gereden of we stonden al terug stil. Ik had iets hartverscheurends ontdekt...
Ik ben toch al heel mijn leven verliefd op de geestenhuisjes die hier bij elke woning staan. Moesten ze niet uit beton gemaakt zijn dan zou ik al lang zo'n container vol hebben laten overkomen, ik ben er zeker van dat ze in België ook succes zouden hebben. Als tempel of als poppenhuis. Ze zijn toch zó geschikt als berenhuis... En wat ligt hier nu aan weerskanten van de baan?!!! Twee stortjes bestaande uit niets anders dan geestenhuisjes met hun beeldjes en vaasjes en alle mogelijke offergaven er nog rond... Precies de ruïne van een Thais of Birmaans dorpje voor beren... En ik kon zelfs niet 1 huizeke meepakken want die dingen wegen allemaal als lood... Stomweg omdat ze uit beton zijn. Dus heb ik Haricot daar maar wat laten poseren met pijn in mijn hart. Wie gooit er nu toch al die huizekes weg? En dan nog langs de kant van de baan? Onder een bord waar waarschijnlijk op stond "Verboden te storten", of misschien stond er wel : "Gelieve hier uitsluitend afgedankte heilige rommel te storten"? Wie zal 't zeggen... De onleesbaarheid van de krulletjes is soms een probleem maar dikwijls ook een prikkel voor de fantasie.


Trees stuurde ons dwars door Kachanaburi en ook daar kwamen we in smalle straatjes met een markt terecht. Onze auto is zo breed en hoog dat we bij 't wassen van de voorruit met ons armen niet aan 't midden geraken dus ge kunt u indenken wat er gebeurd als ons monster in zo'n mini-straatje met niks dan kraampjes en tafeltjes terechtkomt... Ik zie dan de bananen op de tafels en de dampende ketels op 20 cm onder mijn neus passeren. Gelukkig zit de zijspiegel zo hoog dat hij over alles overheen gaat. De mensen zijn ook lief, iets verzetten doen ze niet maar ze geven wel aan dat er plaats genoeg is om te passeren, tenandere we zijn ook meestal niet de enige grote wagen die in zoiets verzeild raakt, gisteren vormden we een schuifelende file met een fietsriksja en een pickup truck. De meeste auto's zijn hier trouwens gigantisch. Onze tank is op twee auto's na de grootste die we ooit gehuurd hebben. In Port Mathurin op Rodriguez hebben ze ons ooit een pickup-truck - zo’n heuse cowboy-koeienauto maar dan zonder koeien in - opgesolferd en een paar jaar geleden zijn we ook met zo'n model naar Jaffna getrokken (diegene waarvan we de deur moesten dichtbinden omdat ze in elke bocht openviel), maar dat zijn bitter oncomfortabele auto's, ze hebben amper een vering. Diegene die we nu hebben daarentegen is een droom van ruimte, indeling, comfort en gadgets. We hebben zelfs een ingebouwd kompas!! Geweldig vind ik dat, dat zou elke auto moeten hebben.

Mét ons argeloze Trees én 't kompas én drie verschillende landkaarten én een miserabele atlas (en regelmatig 't gezond verstand eens boven te halen) is er dan ook geen kunst meer aan om via schitterend verzorgde banen naar de volgende stad te rijden. Onderweg aan een Esso station, bij gebrek aan een 7/11 met zijn heerlijke tuna-sandwiches, proberen iets eetbaars te kopen. We kwamen buiten met plastic zakjes waarin brood met gemalen varkensvlees zou zitten...
We toverden pufferige witte boterhammen tevoorschijn gevuld met iets fluogeel dat ooit vloeibaar geweest was en een oranje harig, viltig iets. Waarschijnlijk was dat laatste ooit als varken begonnen. Het geheel had de tekstuur van een barbe-à-papa die ge tussen een amerikaanse boterham gelegd hebt. En zoet... alweer mierzoet. Paul had de gezonde versie gekocht maar buiten 't feit dat zijn suikerspin in een witte sponzige pistolet zat waarop enkele zaadjes plakten was er niet veel verschil. Het ding komt alleszins in de “Top 10 van meest oneetbare dingen”, net na de broodjes met tandpastavulling op de markt van Mrauk-U in Birma destijds.

Bij zonsondergang kwamen we 180 km verder, na een vlotte rit door lintbebouwing, rijstvelden met piepjonge plantjes en heel veel ranke, elegante, feeëriek glinsterende tempels, in Lop Buri aan. Het eerste hotel dat we probeerden was een stadsgroezel aan een drukke baan, op zoek naar toch iets beter dus. Door de donkere stad speurden we verder naar nummer twee die ons Trees jammer genoeg niet kende dus moesten we alweer ons eigen gezond verstand boven halen. En 't zat nu juist zo goed ingepakt.
Bij 't binnenrijden van wat we vermoedden dat het hotelterrein was kreeg ik 't gevoel of we waren in een reuze spookhuis aanbeland. Vlak achter de ingangspoort van het "resort" stonden dreigende betonnen apenbeelden van wel 4 meter hoog! In de duisternis was dat redelijk spookachtig, hoe verder we 't hotel inreden hoe meer van die beelden... Gigantische apen in alle mogelijke houdingen… Binnen aan de receptie alwéér niets dan apenbeelden. Deze keer heel stoffige, uit eeuwenoude pluche… Lop Buri is de stad van de tempels met de aapjes maar toch...


We besloten een luxesuite te nemen die in dit ding nog altijd maar de helft van onze kamer van gisteren kostte. Het is een ruime en propere kamer met voor onze deur een parkeerplaats en daarnaast een beeld van een tros bananen met apen er in, vanzelfsprekend van 4 meter hoogte.
In het centrum van dit cirkelvormige "resort" ligt een groot zwembad en daarachter een karaoke-restaurant. Daar heb ik 's avonds dan ook oprecht slecht gegeten. Niet erg want op zo'n moment verdik ik dan toch al vast niet. Ik heb momenteel 't gevoel dat ik al opblaas als ik nog maar naar een glas water kijk.
's Avonds bekeken we de waanzinnig zotte foto's van ons olifantritje en ik had echt het gevoel of ik naar foto’s van de alternatieve Bremer Stadsmuzikanten keek : een olifant met op zijn rug een buffel en een zeekoe. Pure National Geographic. Vooral de foto's in de rivier, als de olifant zo goed als helemaal onder water zit en ik op zijn hoofdknobbels overschiet, wiebelend op een bewegend eilandje, zie ik mezelf precies als een gestrande walrus. Al goed dat ik toen “I'm the walrus” aan 't zingen was.
Voor 't slapengaan ook nog ontdekt waarom dit hotel niet op de gps te vinden was. Het ding is niet onder "Hotels" gerangschikt maar wel bij... “Attracties". Welja, met al die waanzinnige apenbeelden… waarom niet in feite? Benieuwd hoe die dingen er trouwens bij daglicht uit gaan zien... Ik hoop dat ik er vannacht niet van droom.
Het album van deze dag, de olifantenwas, de grotten van de tempel, de rit naar Lop Buri... kan je bekijken op
http://picasaweb.google.be/laathi.webalbums/ThailandHoofdstuk7OlifantenwasEnReisNaarLopBuri?authkey=Gv1sRgCOyNoc6GsZPjbw#
In de volgende aflevering het bezoek aan Lop Buri met zijn aapjes... en hun tandjes...