Rondreis Thailand Hoofdstuk 3 (deel 1)

Hoofdstuk drie 3 - "Wie stopt er nu voor een oud stuk ijzer?!"- is te lang.
Ik splits het op in 3 delen. Hier komt het eerste deel :
"Herberekenen. Herberekenen. Herberekenen."
Kanchanaburi, Felix River Kwai Hotel.
Dinsdag, 20 januari 2009.
Afschuwelijk vroeg, om half vijf, werd ik wakker in mijn lekker hard bedje in Bangkok. De gewone gang van zaken tijdens de eerste reisdag, de innerlijke klok is dan nog meer van slag dan anders. Ik ben me beneden met mijn laptop aan ’t zwembad gaan nestelen, in een hemd met lange mouwen tegen de muggen, en heb daar een paar uur heerlijk genietend van de stilte zitten schrijven en mijn laatste sigaretten opgerookt. Tot de poolboy kwam kuisen dan was ’t ineens gedaan met de rust. Vlak naast mijn kop zette hij een waterval in gang, ik voelde mij ineens in Canada, en hij begon in de pikkendonkere te kuisen op ’t ritme van zijn gsm waar blikken kwek en kwak-muziekskes op jengelden als arbeidsvitaminen. Hoe moe ik ook nog altijd ben ik heb er enorm plezier in om weer te kunnen zitten schrijven zo heerlijk buiten in 23°. Ik heb ook mijn fotootjes van gisteren eens bekeken op 't scherm van onze Pandora en ze zijn gelukkig helemaal niet zo dramatisch als ik eerst gedacht had.

Het zwembad van Siam@Siam Hotel.
Twee uur later ontdekte Paul mijn schuilplaats en zijn we gaan ontbijten in ons loft-achtige design hotel. Het is speciaal, overal dat ruwe beton en hout, maar het geeft weinig gezelligheid, naar mijn normen is ’t veel te koel. Trouwens de ontbijtzaal ligt aan een van de drukste banen van Bangkok en wordt ’s avonds gebruikt als nachtclub met orkest. Heel hip allemaal. Zo hip dat het design onder andere bestaat uit een bibliotheek met boeken die nep zijn.

Electriciteitspaal... Hier hangt alles nog bovengronds.
Het uitrijden van Bangkok gebeurde onder leiding van mijn Hollandse opvolgster. ’t Is even wennen zo’n gps in de auto, maar ’t is niet echt slecht, want nu kan Paul met háár redetwisten en zij maakt zich niet kwaad. Ze komen oprecht goed overeen. Voor mij betekent het geen twee landkaarten en een atlas meer op mijn schoot en alle tijd om rond te kijken en te filmen of fotokes te maken. Maar 't is wel even wennen. En zelfs met een gps Bangkok uitgeraken is nog niet echt eenvoudig.

Chinatown.
Restaurantje op wielen.
De opritten van de autobanen liggen hier verscholen tussen de huisjes, ge merkt het verschil niet tussen de oprit van een kantoorgebouw, een inrit van een garage of een oprit van de verhoogde autostrade. Ge moet dus blind de Hollandse madam haar instructies opvolgen, haar ’t volste vertrouwen geven en onmiddellijk, en bij voorkeur zonder nadenken, uitvoeren wat ze zegt anders mist ge uw oprit. Aangezien Paul steeds met haar probeerde te discussiëren : “Dat kán niet dat dat een autostrade is! Dat is gewoon een klein zijstraatje!”, “Maar allez, daar rij ik niet in zenne, ik ben gisteren al eens verloren gereden in zo’n straatje!”, “Ze moet zich vergissen, dat ziet ge toch zo?! Dat is zelfs geen straat!”, “Volgens mij gaat ze me proberen dat kantoorgebouw daar te laten binnenrijden maar dat ga ik niet doen, ’t zal wel een beetje verder zijn, ik ga maar doorrijden denk ik…”
En ja, zo mist ge al eens een paar opritten natuurlijk… Hoeveel keer dat wicht “Herberekenen” gezegd heeft, ik weet het niet. ’t Leek alleszins bij momenten of wij een spraakgestoorde stotterende GPS op de kop getikt hadden.
Paul beweert dat ze constant “Herberekenen” zegt omdat de verbinding met de sateliet gestoord wordt door al die betonnen autostrades onder en boven ons en door al de zwevende treinsporen. Ik heb daar zo mijn bedenkingen over. Volgens mij is ’t vooral Paul die haar stoort. Maar ik zwijg. Ah ja, ik ben nu niet meer nodig. Iemand anders voert nu het hoge woord. Heerlijk wel.
Maar soit, we zijn uit Bangkok geraakt, hoewel het een enorme grote, grauwe stad is waar geen eind aan leek te komen. Tien miljoen inwoners, die hebben plaats nodig. Na een uur waren we echt aan ’t uitkijken naar wat natuur, maar zelfs geen boomke ziet ge. Ja, plastieken palmen in de middenberm, ter versiering van de triomfbogen over de weg waar de fermste photoshopsels van Koning Bhumibol en Koningin Sirikit op afgebeeld zijn. Die mensen zijn nu in de 80 en ze hebben ze zo gladgestreken als 30-ers.
Een meer dan stralende Koning en Koningin.
Bescheiden triomfboog.
Ze hebben hier ook iets met reuze reclamepanelen. Nú weet ik waar Sri Lanka de mosterd vandaan gehaald heeft. Hier dus. Een bord van 70 meter breed op 20m hoog dat torent bovenop een stelling van 30 meter is geen zeldzaamheid. Ja, ’t is hier wel het land van de “grote boodschappen”…
Een medium-size reclamebord.
Maar het verkeer met Sri Lanka vergelijken is onbegonnen werk want dan moet ge de Bangkokolezen de hemel in gaan prijzen. Ze hadden ons wijsgemaakt dat het hier eveneens rijden was volgens het recht van de sterkste en dat iedereen de lichten en de reglementen aan zijn laars lapt, maar dat is helemaal niet waar. Ze toeteren niet, ze wachten geduldig en beleefd hun volle drie minuten aan een licht - de brommerkes laveren overal tussendoor, maar daarvoor dient een brommer - kortom naar Oosterse normen rijden die mensen hier echt voorkomend en gedisciplineerd. Er lopen zelfs geen dieren op de autostrades! Maar er zijn wel heel veel afslagskes en ge moogt ook U-turns maken, dus ge moet wel zien dat ge op elk moment kunt stoppen want als er een camion van de andere rijrichting wenst om te keren dan verspert die wel alle rijvakken van beide autostrades met zijn manoeuver. Zeker als ’t een dubbele camion is dan staat iedereen efkes stil. En dat is in ’t begin wel even wennen.
Iets anders dat “even wennen” is, maar toch heel griezelig blijft, is de akelige traditie van “verplicht spookrijden". Ge weet zeker dat een baan enkele richting is, ge hebt dat de dag ervoor goed gezien en onthouden, en dan plots komen er een paar flikken en die dwingen u die lege rijstrook in omgekeerde richting te gebruken. Zo snel ge dan uit ’t zicht zijt van die flik voegt ge u rap terug in in het vertrouwde rijvak, maar al snel staat er een volgende agent die u wéér op die lege rijbaan dwingt. En dan opeens… veranderen ze blijkbaar van gedacht en wordt die rijbaan terug voor de tegenliggers opengesteld!!! En dat wisselt om de 5 minuten. Maar die brommerkes laten zich niet dwingen, dus die blijven dat smal rijvak dan nog net iets langer gebruiken, die komen met ware doodsverachting de auto’s tegemoet en slibberen tussen twee rijen mekaar kruisende auto’s die krampachtige pogingen doen om in te voegen door te ritsen! Echte waanzin. Maar wel heel origineel gevonden. Bij ons zou het niet de goedkeuring van de verkeersveiligheidsspecialisten wegdragen vrees ik.
Apart is ook dat de telefoonhokjes die op de stoep staan stoeltjes hebben. Een rond krukje! Ge wordt dus verondersteld een uurke knus te zitten te bellen, stikkend in de benzinedampen van de duizenden brommers die u oorverdovend voorbijknallen. De gsm moet uitgevonden zijn voor Bangkok, dat kan niet anders.
De politie draagt maskers, de wegenwerkers ook en de passagiers die in open laadbakskes vervoerd worden zijn ook volledig ingeduffeld op hun ogen na. Ge denkt elke keer dat Michael Jackson voorbijrijdt. ‘t Moet warm zijn zo’n hele dag een stofmasker op uw gezicht, vandaag was ‘t 34°, best heet eigenlijk. En dan alleen kunnen ademen door uw ogen...
------------
Morgen deel 2 van het derde hoofdstuk!






