Zaterdag 11 juni 2005
Problemen...

"Op een dag liep ik op straat en zag ik mijn vriend George naderen. Uit zijn moeizame gang bleek dat hij niet bepaald bruiste van extase en geestdrift om het menselijk bestaan, wat een mooie manier is om te zeggen dat hij behoorlijk in de put zat.
Natuurlijk vroeg ik hoe het met hem ging. Het was bedoeld als retorische vraag maar George ging er serieus op in en zaagde een kwartier lang door over hoe slecht hij zich voelde. Hoe langer hij aan het woord was, hoe slechter ook ik me begon te voelen.
Tenslotte zei ik tegen heb : "George, het spijt me dat je er zo slecht aan toe bent. Hoe is dat zo gekomen?" Nu stak hij pas goed van wal.
"Ik heb zoveel problemen" zei hij. " Problemen, niets dan problemen. Ik heb zo genoég van al die problemen! Als jij een manier weet om van mijn problemen af te komen, schenk ik 5000 dollar aan een van je liefdadigheidsprojecten!"
Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Ik dacht lang na en tenslotte had ik een antwoord gevonden dat mijns inziens helemaal niet slecht was.
Ik zei : 'Gisteren ben ik ergens geweest waar duizenden mensen zijn. Voorzover ik kon zien heeft geen van hen zelfs maar één probleem. Zou je daar naartoe willen gaan?
"Laten we gelijk maar gaan! Dat lijkt me precies iets voor mij!" antwoordde George.
"Als je er zo over denkt, George," zei ik, "dan zal ik je morgen met genoegen vergezellen naar de begraafplaats bij Woodlawn, want de enige mensen zonder problemen die ik ken, zijn dode mensen.
Uit een tekst van Ken Blanchard.

Natuurlijk vroeg ik hoe het met hem ging. Het was bedoeld als retorische vraag maar George ging er serieus op in en zaagde een kwartier lang door over hoe slecht hij zich voelde. Hoe langer hij aan het woord was, hoe slechter ook ik me begon te voelen.
Tenslotte zei ik tegen heb : "George, het spijt me dat je er zo slecht aan toe bent. Hoe is dat zo gekomen?" Nu stak hij pas goed van wal.
"Ik heb zoveel problemen" zei hij. " Problemen, niets dan problemen. Ik heb zo genoég van al die problemen! Als jij een manier weet om van mijn problemen af te komen, schenk ik 5000 dollar aan een van je liefdadigheidsprojecten!"
Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Ik dacht lang na en tenslotte had ik een antwoord gevonden dat mijns inziens helemaal niet slecht was.
Ik zei : 'Gisteren ben ik ergens geweest waar duizenden mensen zijn. Voorzover ik kon zien heeft geen van hen zelfs maar één probleem. Zou je daar naartoe willen gaan?
"Laten we gelijk maar gaan! Dat lijkt me precies iets voor mij!" antwoordde George.
"Als je er zo over denkt, George," zei ik, "dan zal ik je morgen met genoegen vergezellen naar de begraafplaats bij Woodlawn, want de enige mensen zonder problemen die ik ken, zijn dode mensen.
Uit een tekst van Ken Blanchard.


